Advaita pedanta

‘Helaas is advaita steeds meer pedanta aan het worden.’ Non-dualisme als middel om het dualistische denken te ondermijnen.

Dwaalgids > Advaita, Meesterschap > Advaita pedanta

Lees ook: Wat is non-dualisme? Wat is non-dualiteit?

Op deze pagina:

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van advaita, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Tip: Meester Hans

Advaita pedanta: pseudo-advaita voor dogmatici

Non-dualisme als filosofie versus non-dualisme als methode

Je zou het soms niet zeggen maar ik ben een groot liefhebber van de advaita vedanta. Niet als leer, maar als middel om het dualistische denken radicaal te doorbreken en de myriaden aannames van het zogenaamd gezond verstand aan het licht te brengen en te ontmaskeren.

Juist daarom gaat het me aan het hart dat het non-dualisme zich in het westen en vooral in de lage landen steeds sterker manifesteert als een filosofie in plaats van een non-filosofie, als een kosmologie in plaats van een non-kosmologie, met een canon van hardgebakken doctrines die zelf-evident zouden zijn en geen nader onderzoek behoeven.

Wat is advaita volgens jou, een constructie of een deconstructie? Een begrippenstelsel of een non-systeem? Een gesloten boek of een open einde? Een verklaring of een opklaring? Een eeuwig antwoord of een eeuwige vraag? Een reddingsboei of een oceaan? Iets om je hánd voor in het vuur te steken of je stokpaardjes? Een houvast of een laatlos?

De doctrinaire geloofsvariant van non-dualisme noem ik (pedant) pseudo-advaita of advaita pedanta. Denk aan de olijke stelligheid waarmee steeds dezelfde retorische vragen en steeds dezelfde retorische antwoorden worden opgehoest door een eindeloze stoet zelfverklaarde verlichten en zelfbenoemde leraren. Het liefst tegen betaling. Kijk ze eens kicken op grote Ikke. Je weet best wat ik bedoel. Je weet best wie ik bedoel.

Onderstaande dwaalteksten dienen als tegenwicht voor de advaita pedanta. Ik verdedig hier geen enkele leer, enkel de lege, de non-leer, die geen leer is, maar een gimmick, een metafoor, een grap. Leerstelligheid en non-dualiteit gaan wat mij betreft niet samen, maar ook daar wil ik geen leerstelling van maken.

Het enige wat mij interesseert is het radicaal ondermijnen van iedere vorm van dualistisch denken, inclusief deze. Als dat geen non-dualisme mag heten dan weet ik het ook niet meer.

Tip: De non-dualist en de non-filosoof

De pee in

Masters of the universe

‘Hoe heet de leer zonder leerlingen?’

‘Advaita pedanta.’

‘Waarom heeft deze geen leerlingen?’

‘Omdat iedereen zich leraar waant.’

Vedanta als het einde van de wijsheid

Ondertussen malen we vrolijk verder

De sanskrietterm advaita vedanta is opgebouwd uit vier componenten: a, dvaita, veda en anta, wat respectievelijk niet, twee, wijsheid en einde betekent.

Advaita vedanta is etymologisch gezien een dubbele ontkenning. Ten eerste is het een ontkenning van alle filosofieën die zich baseren op een fundamentele tweedeling, bijvoorbeeld tussen geest en lichaam, vorm en leegte, kennen en het gekende of eenheid en veelheid. Ten tweede is het een ontkenning van de gedachte dat deze ontkenning op zichzelf de hoogste wijsheid zou zijn.

Niet-twee, niet-wijsheid, zo zou je de uitdrukking ‘advaita vedanta’ kunnen parafraseren. ‘Niet-weten’ zou je de parafrase kunnen parafraseren, als je Hans van Dam heet.

Ondanks de dubbele ontkenning is advaita vedanta, oftewel non-dualisme, voor velen een positieve filosofie, een formuleerbare vorm van wijsheid, die de wereld voorstelt als een ondeelbare eenheid van subject en object.

Zo’n filosofie is natuurlijk niet non-dualistisch en ook niet dualistisch maar zuiver monistisch. Net zo monistisch als, bijvoorbeeld, het onveranderlijke Zijn van Parmenides, het neoplatonisme van Plotinus, de monadologie van Leibniz, het pantheïsme van Spinoza, het idealisme van Bacon en de wereldgeest van Hegel.

Monisme is van alle tijden en plaatsen. Het heeft vele gezichten, die per definitie alleen maar een manifestatie van de of het ene kunnen zijn, met een kleine letter of met een hoofdletter, aangenomen dat er zoiets is.

Of een manifestatie van de of het ‘non-duale’ of van de ‘non-dualiteit’. Althans volgens solipsistische, substantialistische en eternalistische zondagsfilosofen van het slag dat alleen rust kan vinden in een eenregelige, eenduidige, onbetwijfelbare totaalverklaring en zich wanhopig tracht te identificeren met het zelfbedachte geheel. Want je bent pas echt iemand als je niemand bent, en je bent pas echt niemand als je niets bent, en je bent pas echt niets als je alles bent. Zeg nou zelf.

Toegegeven, onze Indiase rolmodellen, sinds onheuglijke tijden onverbeterlijke doordenkers, hebben het ernaar gemaakt. Zij zijn het per slot van rekening die niet alleen de advaita vedanta hebben verzonnen, maar ook de dvaita vedanta, de dvaitadvaita vedanta en de advaitadvaitadvaita vedanta, om maar eens wat te noemen, om over al die veda’s verder maar te zwijgen.

Zo malen de geestelijke mallemolens in oost en west verder, verder, almaar verder in de hoop zichzelf op een goede dag finaal ten einde te denken, zoals de illustere aartsleugenaar de Baron van Münchhausen zichzelf aan zijn haren uit het moeras trok om zich niet veel later langs zijn bevroren urinestraal uit een boom te laten zakken. Zal het ooit lukken om een eind aan het denken te maken? Meer ter zake: zal het jou ooit lukken?

En als het je dan eindelijk gelukt is, net als zoveel andere edele doordenkers en mediterende doorzitters en deugdzame doorzetters – christenen, moslims, boeddhisten, fascisten, tantristen, taoïsten, dadaïsten, surrealisten, existentialisten, absurdisten, humanisten, communisten, darwinisten, romantici, mystici, sceptici, asceten, iconoclasten, fatalisten, ietsisten, nietsisten, nihilisten en noem maar op – leef je dan eindelijk in waarheid of alleen maar in een nieuwe oude droom?

Lees ook: De mind

Hoe kom je erachter of iemand de advaita pedanta belijdt?

Doe de pedantatest!

Om erachter te komen of iemand, jijzelf of een ander, de advaita pedanta aanhangt, stel je hem gewoon een vraag, maakt niet uit welke, zoals ‘Wie ben ik?’ of ‘Wat is vrijheid?’ of ‘Is alles een illusie?’ of ‘Is alles één?’ of ‘Wat is de kosmische grap?’ of ‘Wat is bewustzijn?’ of ‘Bestaat bewustzijn wel?’

In het onwaarschijnlijke geval dat hij zijn schouders ophaalt, in de lach schiet of een wedervraag stelt, zou hij weleens van de advaita vedanta kunnen zijn – iemand die het dualistische denken live doorziet in plaats van eens per week tijdens satsang of louter retrospectief.

Maar als hij meteen begint uit te leggen hoe het allemaal zit, als hij het vanzelfsprekend vindt dat hij de antwoorden geeft en jij de vragen stelt, als hij alleen maar in zijn eigen praatjes is geïnteresseerd en bovengemiddeld ingenomen met zichzelf dan is hij waarschijnlijk van de advaita pedanta. Als er dan ook nog filmpjes op het internet circuleren waarin hij soortgelijk gedrag vertoont, dan weet je precies hoe laat het is.*

Zojuist heb ik zelf antwoord gegeven op de door mij gestelde vraag ‘Hoe kom je erachter of iemand de advaita pedanta belijdt?’ Ben ik nou van de advaita vedanta of van de advaita pedanta? Is er eigenlijk wel zoiets als de advaita vedanta of de advaita pedanta of is dat ook maar een illusie? Is er wel zoiets als een illusie of is dat ook maar een illusie? En dit stukje? En jij? En niet-jij?

Doe de verlichtingstest

* En als je hem vraagt hoe laat het is en hij zegt altijd ‘altijd nu’ of altijd altijd ‘nu’ dan weet je zeker hoe laat het is. Tenzij je zelf van gisteren bent.

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

Waarin verschijnt het bewustzijn?

Ilja: Bewustzijn is fundamenteel.

Hans: Hoezo?

Ilja: Zonder bewustzijn zouden er nooit gedachten opkomen.

Hans: Gedachten zijn fundamenteel.

Ilja: Hoezo?

Hans: Zonder gedachten zou nooit het idee van bewustzijn opkomen.

Ilja: Daar zeg je me wat.

Hans: Zonder gedachten zou nooit het idee van een fundament opkomen.

Ilja: Inderdaad, zeg.

Hans: Zonder gedachten zou nooit het idee van gedachten opkomen.

Ilja: Dus gedachten zijn fundamenteel?

Hans: Of is dat is ook maar een gedachte?

Licht heeft geen ether nodig, waarom gedachten dan wel bewustzijn?

Merel: Golven verschijnen in het water, niet andersom. Net zo verschijnen gedachten in bewustzijn, niet andersom.

Hans: Wat is fundamenteler, het licht of de ether?

Merel: Die vraag heeft geen betekenis.

Hans: Waarom niet?

Merel: Ether bestaat niet.

Hans: Kijk eens aan.

Merel: Licht heeft helemaal geen ether nodig.

Hans: Waarom gedachten dan wel bewustzijn?

Merel: …

Hans: Nou?

Merel: Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen.

Hans: Dat noem ik nog eens fundamenteel.

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

Komen gedachten op in bewustzijn of omgekeerd?

Hans: Wat is fundamenteler, gedachten of bewustzijn?

Henry: Gedachten komen op in je bewustzijn.

Hans: Tenzij bewustzijn opkomt in je gedachten.

Henry: En het bewustzijn dankt zijn bestaan aan het brein.

Hans: Tenzij het brein zijn bestaan dankt aan het bewustzijn.

Henry: Maar bewustzijn komt op in je gedachten, zei je toch?

Hans: Tenzij gedachten opkomen in je bewustzijn.

Henry: Is het brein dan alleen maar een gedachte?

Hans: Tenzij gedachten opkomen in het brein.

Het onderscheid tussen bewustzijn en inhoud is onvoorstelbaar

Hans: Wat is fundamenteler, bewustzijn of bewustzijnsinhouden?

Nicolette: Bewustzijnsinhouden komen op in het bewustzijn.

Hans: Wat is een bewustzijnsinhoud waarvan niemand zich bewust is?

Nicolette: Kan ik me niks bij voorstellen.

Hans: Wat is bewustzijn waarin zich geen bewustzijnsinhouden voordoen?

Nicolette: Kan ik me ook niks bij voorstellen.

Hans: Waarom scheid je ze dan?

Hebben gedachten bewustzijn nodig?

Hans: Wat is denken?

Maxime: Bewustwording van gedachten.

Hans: Wie is het die zich gedachten bewust wordt?

Maxime: Ik natuurlijk.

Hans: Welk deel van jou wordt zich gedachten bewust?

Maxime: Mijn bewustzijn.

Hans: En als gedachten nou zelfbewust zijn?

Maxime: Wat dan?

Hans: Dan heb je geen ik of bewustzijn meer nodig.

Maxime: Ik hoef er niet vanaf.

Hans: Zie er eerst maar eens aan te komen.

Maxime: Dat is ook maar een gedachte.

Hans: Zie er dan maar weer van af te komen.

Ben jij een gedachte in mijn bewustzijn of ik in het jouwe?

Gineke: Waarom kan ik jouw gedachten niet lezen en jij de mijne niet?

Hans: Zijn de mensen in je dromen mensen of gedachten?

Gineke: Gedachten, zou ik denken.

Hans: En hebben die gedachten gedachten?

Gineke: Natuurlijk niet.

Hans: Voilà.

Gineke: Bedoel je dat jij slechts een gedachte in mijn bewustzijn bent?

Hans: Tenzij jij slechts een gedachte in mijn bewustzijn bent.

Gineke: Dat kan ook nog.

Hans: Of is dat ook maar een gedachte?

Van je iets bewust zijn naar Bewustzijn is substantialisme

essentialisme, eternalisme…

Sietse: Bewustzijn is fundamenteler dan niet weten.

Hans: Hoezo?

Sietse: Niet weten verschijnt in bewustzijn en niet andersom.

Hans: Wie zegt dat niet-weten ergens in verschijnt?

Sietse: Zonder bewustzijn zou ik niet bewust zijn.

Hans: Zonder welzijn zou ik niet wel zijn.

Sietse: Het feit van bewust zijn bewijst het bewustzijn.

Hans: Zonder bijzijn zou er geen bij zijn.

Sietse: Wou jij beweren dat niet weten nergens in verschijnt?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Sietse: Dat is geen argument.

Hans: Dat wou ik ook niet beweren.

Sietse: Nou weet ik nog niks.

Hans: Zeker weten?

Sietse: Wat zou jouw conclusie zijn?

Hans: Bewustzijn, gesteld dat er zoiets is, is fundamenteler dan niet weten, gesteld dat er zoiets is, of omgekeerd, of beide, of geen van beide, of nog iets anders.

Sietse: Noem dat maar een conclusie.

Hans: Noem het dan maar fundamenteel.

Tip: Denk-beeld

Waarom zou je bij zelfonderzoek alles afwijzen wat veranderlijk is?

Tanno: Volgens de advaita vedanta moet ik onderzoeken wie ik ben.

Hans: Staat er ook bij hoe?

Tanno: Ik moet alles afwijzen wat veranderlijk is.

Hans: Waarom eigenlijk?

Tanno: Aangezien ik me steeds dezelfde voel, kan ik onmogelijk iets veranderlijks zijn.

Hans: Waarom zou iets veranderlijks zich niet steeds dezelfde kunnen voelen?

Tanno: Daar vraag je me wat.

Hans: Onderzoek dat dan eerst maar eens.

Tip: Zoek je selfie

Zeker weten dat bewustzijn zelfs maar bestaat?

Ypke: Volgens de advaita vedanta kan ik onmogelijk iets veranderlijks zijn.

Hans: Waarom niet?

Ypke: Omdat ik me steeds dezelfde voel.

Hans: Als je niets veranderlijks bent, wat ben je dan wel?

Ypke: Datgene waarin al het veranderlijke verschijnt en verdwijnt.

Hans: Pardon?

Ypke: Bewustzijn. Gewaarzijn. Het kennen. De getuige. Het ware zelf.

Hans: Wat zijn de eigenschappen van dat bewustzijn?

Ypke: Bewustzijn heeft geen eigenschappen.

Hans: Hoe weet je dan dat het onveranderlijk is?

Ypke: Wat geen eigenschappen heeft kan niet veranderen.

Hans: Wat geen eigenschappen heeft kan ook niet hetzelfde blijven.

Ypke: Daar zeg je me wat.

Hans: Wat geen eigenschappen heeft kan ook niet bestaan.

Ypke: Eigenlijk niet, nee.

Hans: Wat geen eigenschappen heeft kan zelfs niet vergaan.

Ypke: Bewustzijn stijgt uit boven bestaan en vergaan, zou ik zeggen.

Hans: Wat geen eigenschappen heeft kan ook nergens bovenuit stijgen.

Ypke: Maar waar hebben we het dan nog over?

Hans: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Ypke: Is bewustzijn dan alleen maar een gedachte?

Hans: Ik zou het anders ook niet weten.

Tip: Kosmische grappen

‘Het kennen’ behoort zelf tot het gekende

Koen: Ik ben het kennen, niet het gekende.

Hans: Wat is het verschil?

Koen: Het kennen is realiteit, het gekende illusie.

Hans: En waartoe behoort deze gedachte?

Tip: Keuzeloos gewaarzijn

En nóg een gedachte

Ida: Ik ben dat waarin gedacht wordt.

Hans: Dit is wat daarin gedacht wordt.

Dat er alleen maar verhalen bestaan over de werkelijkheid is ook maar een verhaal

Echte fictie

Jessica: De werkelijkheid bestaat niet.

Hans: O nee?

Jessica: Er bestaan alleen maar verhalen over de werkelijkheid.

Hans: En die verhalen dan?

Jessica: Wat is daarmee?

Hans: Zijn die werkelijk of onwerkelijk?

Jessica: O.

Hans: Nou?

Jessica: Werkelijk, zou ik zeggen.

Hans: Dus de werkelijkheid bestaat toch?

Jessica: Eh…

Hans: In de vorm van verhalen over de werkelijkheid?

Jessica: Jeetje.

Hans: Mooi verhaal.

Tip: Alle wegen leiden naar dromen

In advaita waant zelfs de beginner zich meteen een leraar

Ewald: Wat is de geest van zen?

Hans: Beginners mind.

Ewald: Wat is de geest van advaita?

Hans: Master mind.

Ewald: Wat is de geest van niet weten?

Hans: Tja.

Ewald: Leg eens uit.

Hans: In zen blijf je eeuwig leerling.

Ewald: En in advaita?

Hans: Ben je meteen leraar.

Ewald: En in niet weten?

Hans: Tja.

Ewald: Nou, dan zou ik het wel weten.

Hans: En dat is het verschil.

Tip: Meester Tja en de tao van tja

Metaforenmelkers

Tijn: Jij bent geobsedeerd door de film van niet weten.

Hans: En jij door de film van het doek.

Tip: Metaforen voor verlichting

De film van het doek

Filmfans

Sabine: Ik ben niet de acteur.
Hans: Die film ken ik.
Sabine: O?
Hans: Hij heet ‘Ik ben de film’.

Didier: Ik ben niet de film.
Hans: Die film ken ik.
Didier: O?
Hans: Hij heet ‘Ik ben het doek’.

Shanti: Ik ben niet het doek.
Hans: Die film ken ik.
Shanti: O?
Hans: Hij heet ‘Ik ben Dát’.

Yasmin: Ik ben niet Dát.
Hans: Die film ken ik.
Yasmin: O?
Hans: Hij heet ‘Alleen maar Dit’.

Lie: Ik ben dit noch dat.
Hans: Die film ken ik.
Lie: O?
Hans: Hij heet ‘Ik bén’.

Bark: Ik ben niet.
Hans: Die film ken ik.
Bark: O?
Hans: Hij heet ‘Niemand hier’.

Nebu: Er is niets wat ik niet ben.
Hans: Die film ken ik.
Nebu: O?
Hans: Hij heet ‘Alles over niets’.

Jan: Ik weet niet wie ik ben.
Hans: Die film ken ik niet.
Jan: Het is een boek.
Hans: Ik ben niet de auteur.

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het tijdschrift InZicht als ‘Filmfans’.

Tip: Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes

Is er wel een achterste stoel of denk je dat ook alleen maar?

Of denk je dát ook alleen maar?

Jasper: Als je naar een spannende film zit te kijken, besef je soms ineens: het is niet echt. Het is maar een film. Dan kun je ontspannen achterover zitten en met des te meer genoegen naar die film kijken.

Hans: Tja.

Jasper: Zo is het ook met het leven.

Hans: Het leven is een film?

Jasper: En nog een slechte ook.

Hans: Moonraker.

Jasper: Hou op, schei uit.

Hans: En daar zit jij naar te kijken?

Jasper: Ik zit te kijken naar een tachtig jaar durende film met mezelf in de hoofdrol. Ik identificeer me met de acteur maar eigenlijk ben ik de toeschouwer.

Hans: Alleen de toeschouwer is echt?

Jasper: Precies.

Hans: Mooie film.

Jasper: Wat?

Hans: Je hebt zojuist het scenario geschreven van een film over iemand die naar een film over zichzelf zit te kijken en zich identificeert met de toeschouwer.

Jasper: Verdraaid.

Hans: Een film over het zien van een film.

Jasper: Dan zou het leven dus het zien van een film over het zien van een film zijn?

Hans: Jij zegt het.

Jasper: Niet te geloven.

Hans: En dit gesprek over het zien van een film over het zien van een film?

Jasper: Wat is daarmee?

Hans: Is dat echt?

Jasper: Verdraaid.

Hans: Nou?

Jasper: Dat is dan een film over het zien van een film over het zien van een film.

Hans: Je zou er duizelig van worden.

Jasper: Vreemd hoor.

Hans: Wat?

Jasper: Je gaat maar één rij naar achteren en denkt meteen in de achterste stoel te zitten.

Hans: De achterste stoel?

Jasper: Het ultieme perspectief op de hoogste werkelijkheid.

Hans: Dat er een ultiem perspectief op een hoogste werkelijkheid zou zijn is gewoon weer de volgende film.

Jasper: De vraag is dus, hoe ontsnap je aan de illusie van de achterste stoel.

Hans: Dat je aan de illusie van de achterste stoel zou kunnen ontsnappen is gewoon weer de volgende film.

Jasper: Bedoel je dat er niet aan te ontsnappen valt?

Hans: Dat er niet aan te ontsnappen valt is gewoon weer de volgende film.

Jasper: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wat ik zou zeggen is gewoon weer de volgende film.

Jasper: Bedoel je dat er niets te zeggen valt?

Hans: Dat er niets te zeggen valt is gewoon weer de volgende film.

Jasper: Omdat de waarheid voorbij de woorden is?

Hans: Dat de waarheid voorbij de woorden is, is gewoon weer de volgende film.

Jasper: Wat je ook zegt, het is gewoon weer de volgende film.

Hans: Dit ook.

Jasper: Moeten we dan maar een potje gaan zwijgen?

Hans: Dat we dan maar een potje moeten gaan zwijgen is gewoon weer de volgende film.

Jasper: Enzovoort.

Hans: Nou, vóórt.

Tip: Het regressieprobleem

Zijn filmpjes en boekjes en praatjes soms niet de film?

Doekjes voor het bloeden

Dana: Wat is een non-dualist?

Hans: Iemand die niet in de film gelooft.

Dana: Waar gelooft hij wel in?

Hans: Het doek.

Dana: Verschijnt het doek soms niet in de film?

Hans: Jawel.

Dana: Maar?

Hans: Dat wil er gewoon niet in.

Dana: Wat doet een non-dualist in zijn vrije tijd?

Hans: Filmpjes kijken.

Dana: Waarover?

Hans: Non-dualisme.

Dana: En anders?

Hans: Boekjes lezen.

Dana: Waarover?

Hans: Non-dualisme.

Dana: En anders?

Hans: Satsangs geven.

Dana: Waarover?

Hans: Non-dualisme.

Dana: Verschijnen die filmpjes en boekjes en satsangs soms niet in de film?

Hans: Om over het non-dualisme nog maar te zwijgen.

Dana: Maar?

Hans: Dat wil er ook niet in.

Dana: Wat wil er eigenlijk nog wel in?

Hans: Eigenlijk niets.

Dana: Maar wat is nou een non-dualist?

Hans: Dat is nou een non-dualist.

Tip: De elf plaatjes van de ezel

Dat de kenner het gekende is, is geen non-dualisme maar monisme

Hans: Wat is een non-dualist?

Arold: Iemand die zich de kenner weet, niet het gekende.

Hans: Klinkt meer als een dualist.

Arold: Hoezo?

Hans: Vanwege dat onderscheid tussen de kenner en het gekende natuurlijk.

Arold: De kenner is het gekende.

Hans: Wablief?

Arold: Er is alleen maar het Ene.

Hans: Monist.

Arold: Voor mijn part.

Hans: Maar wat is dan een non-dualist?

Tip: Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

Behoort het non-dualisme zelf soms niet tot de illusie?

Waanwijs

Zoë: Wat is een dualist?

Hans: Iemand die zich het gekende waant.

Zoë: Wat is een non-dualist?

Hans: Iemand die zich de kenner waant.

Zoë: Beide verkeren in een waan?

Hans: Of is dat ook een waan?

Zoë: Volgens mij heb jij de illusie doorzien.

Hans: Of is dat weer een waan?

Tip: De illusie van de illusie

‘Ik ben de lege ruimte’ is ook maar een denkbeeld, maar waarin?

Kansloos

Marlies: Ik ben de lege ruimte waarin mijn denkbeelden en gevoelens worden ingetekend.

Hans: Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?

Marlies: Verhip.

Hans: Een gat is geen stip.

Marlies: Wat zou je geantwoord hebben als ik had gezegd dat het waar was?

Hans: Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?

Marlies: En als ik had gezegd dat het alleen maar een denkbeeld ingetekend in mijn lege ruimte was?

Hans: Is dat waar of is het alleen maar een denkbeeld ingetekend in je lege ruimte?

Marlies: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.


* ‘Ik ben de lege ruimte waarin mijn denkbeelden en gevoelens worden ingetekend’ is een uitspraak van Patricia de Martelaere in haar boek Taoïsme, de weg om niet te volgen.

Tip: Wegen naar de onbekende vraag

Is waar gezien wordt iets dat ziet?

Kierewiet

Hans: Wie ben jij?

Philip: Ik ben de kenner van het gekende.

Hans: Wie zegt dat er zoiets is?

Philip: Waar gezien wordt is iets dat ziet.

Hans: Waar geregend wordt is iets dat giet.

Verschijnen gedachten in het bewustzijn of bewustzijn in je gedachten?

Zwamdiploma

Nicky: Waarin verschijnt niet weten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Nicky: Doe niet zo flauw.

Hans: Waarin zwemt de zee?

Nicky: Wat is dat nou weer voor vraag.

Hans: Zo wou ik het niet stellen.

Nicky: Wie ben ik?

Hans: Kan jou het schelen.

Nicky: ‘Wie ben ik’ is zo’n beetje de belangrijkste vraag op aarde.

Hans: Pas dan maar op dat je hem niet beantwoordt.

Nicky: Waarom niet?

Hans: Omdat het dan geen vraag meer is, suffie.

Nicky: Ben ik mijn gedachten?

Hans: Wat denk jij?

Nicky: Ik denk van niet.

Hans: Als ik het niet dacht.

Nicky: Gedachten komen en gaan…

Hans: Was dat maar waar.

Nicky: Gedachten komen en gaan maar…

Hans: Behalve deze zeker.

Nicky: Mag ik misschien even uitspreken?

Hans: Laat maar komen dan.

Nicky: Gedachten komen en gaan, maar ik…

Hans: Laat toch gaan.

Nicky: Gedachtenkomenengaanmaarikniet!

Hans: Nou, sneller komen ze niet.

Nicky: Ik zei, gedachten komen en gaan maar ik niet.

Hans: Maar ik wel.

Nicky: Hoe zou ik dan mijn gedachten kunnen zijn?

Hans: Hoe zou ik dan ik kunnen zijn.

Nicky: Geef nou eens antwoord.

Hans: Maar ik doe al niet anders.

Nicky: Waarin verschijnen mijn gedachten?

Hans: Wie zegt dat ze ergens in verschijnen?

Nicky: Gesteld dat ze ergens in verschijnen.

Hans: Daar zeg je wel wat bij.

Nicky: Toe nou.

Hans: In je gedachten dan maar.

Nicky: In mijn bewustzijn zul je bedoelen.

Hans: Bewustzijn is een gedachte.

Nicky: Ik ben het onvergankelijke bewustzijn waarin gedachten komen en gaan.

Hans: Is dat waar of is het een gedachte die komt en gaat?

Nicky: …

Hans: Iemand thuis?

Nicky: Daar moest ik even over nadenken.

Hans: En?

Nicky: Er is geen andere conclusie mogelijk.

Hans: Kijk anders eens naar je premissen.

Nicky: Ik ben de ene onveranderlijke getuige.

Hans: En ik het mannetje in mijn hoofd.

Nicky: Wat?

Hans: Het mannetje in het hoofd van het mannetje in mijn hoofd.

Nicky: Volgens mij zei je ‘En ik het mannetje in mijn hoofd’.

Hans: Maar ik bedoelde ‘Ik ben het mannetje in het hoofd van het mannetje in mijn hoofd van het mannetje in mijn hoofd’.

Nicky: Homunculi zijn nergens voor nodig.

Hans: Getuigen net zomin.

Nicky: Er is maar één getuige…

Hans: Wie kan daarvan getuigen?

Nicky: Er is maar één onveranderlijke getuige van de gedachten die komen en gaan, en dat ben ik.

Hans: En ik dan?

Nicky: En dat zijn wij.

Hans: Er is maar één onveranderlijke getuige van de gedachten die komen en gaan en dat zijn wij?

Nicky: Tat tvam asi.

Hans: Sanskriet voor spinazie.

Nicky: Ik ben Dát.

Hans: En dit dan?

Nicky: Ik ben dat wat overal aan voorafgaat.

Hans: Wie kan daarvan getuigen?

Nicky: De Eerste Getuige heeft geen getuige nodig.

Hans: Waarom gedachten dan wel?

Nicky: Dat zeg ik toch?

Hans: Dan heb ik even niet opgelet.

Nicky: Omdat wij nou eenmaal de onveranderlijke getuige zijn van de gedachten die komen en gaan.

Hans: Dat zei je al.

Nicky: Dat zeg ik.

Hans: En toen zei ik: Is dat waar of is het een gedachte die komt en gaat?

Nicky: …

Hans: Iemand thuis?

Nicky: Ik dénk.

Hans: Zou je denken?

Nicky: Het kan gewoon niet anders.

Hans: Is dat waar?

Nicky: Zoals de logica dicteert…

Hans: Zei de logicus geleerd…

Nicky: Waar bewustwording is moet bewustzijn zijn.

Hans: Waar het giet moet een gieter zijn.

Nicky: Waar gezien wordt moet een ziener zijn.

Hans: Waar gevroren wordt moet een vriezer zijn.

Nicky: Waar gekend wordt moet een kenner zijn.

Hans: Waar gezonken wordt moet een zinker zijn.

Nicky: Waar gedacht wordt moet een denker zijn.

Hans: Waar gegolfd wordt moeten golven zijn.

Nicky: En dáárin verschijnen gedachten.

Hans: En dáárin zwamt de zee.

Lees ook: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden, Ben je jezelf of het Zelf? Het lege geheim

Je hebt van die mensen die overal zichzelf zien

Merijn: Wat is het dat overal niet weten ziet?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Merijn: Bewustzijn.

Hans: Wat is het dat overal bewustzijn ziet?

Merijn: …

Hans: Nou?

Merijn: Die zit.

Hans: Zei de zot.

Merijn: Maar het gaat er niet om wat we zien, het gaat erom dat we zien.

Hans: Je hebt van die mensen die overal zien zien.

Merijn: Zien is wat wij zijn en Zijn is wat wij zien…

Hans: Je hebt van die mensen die overal zichzelf zien.

Merijn: En in dat Zijn is geen verschil.

Hans: Je hebt van die mensen die overal eenheid zien.

Merijn: Dus wat is het dat overal niet weten ziet?

Hans: Je hebt van die mensen…

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Je hebt van die mensen die overal hetzelfde zien

Je hebt van die mensen die overal verschil zien.

Je hebt van die mensen die overal overeenkomst zien.

Je hebt van die mensen die overal illusie zien.

Je hebt van die mensen die overal werkelijkheid zien.

Je hebt van die mensen die overal zijn zien.

Je hebt van die mensen die overal zien zien.

Je hebt van die mensen die overal leegte zien.

Je hebt van die mensen die overal waarheid zien.

Je hebt van die mensen die overal leven zien.

Je hebt van die mensen die overal liefde zien.

Je hebt van die mensen die overal zichzelf zien.

Je hebt van die mensen die overal de duivel zien.

Je hebt van die mensen die overal god zien.

Je hebt van die mensen die overal de ene zien.

Je hebt van die mensen die overal de ander zien.

Je hebt van die mensen die overal het andere zien.

Je hebt van die mensen die overal hetzelfde zien.

Je hebt van die mensen die overal van die mensen zien die overal hetzelfde zien.

Je hebt van die mensen die overal van die mensen zien die overal van die mensen zien die overal hetzelfde zien.

Je hebt van die mensen…

Tip: Kokervisie

Zie ik overal niet-weten of zie jij mij overal niet-weten zien?

Doorzien

Guy: Je hebt van die mensen die overal niet weten zien.

Hans: Ik zou er graag eens een ontmoeten.

Guy: Heb je niet genoeg aan jezelf?

Hans: Ik zou mij graag eens ontmoeten.

Guy: Jij ziet toch overal niet weten?

Hans: Jij ziet mij overal niet weten zien.

Guy: Je hebt van die mensen…

Van de druppel en de oceaan

Rananda: Ik ben de druppel die de hele oceaan bevat.

Hans: Dan ben ik wel de gloeiende plaat.

Rimpels op de oceaan van liefde

Impel stimpel

Michiel: Gedachten zijn rimpels aan de oppervlakte van de oceaan van liefde.

Hans: Mooie gedachte.

Michiel: Dank je.

Hans: En wat ben jij in deze beeldspraak?

Michiel: De oceaan van liefde natuurlijk.

Hans: Mooie gedachte.

Michiel: Dank je.

Tip: Liefde is puntje puntje puntje

Descartes, held van het non-dualisme

Cogito ergo cogito

Fokke: Ik denk dus ik ben.

Hans: Je denkt dat je ben.

Moet je zijn om te kunnen denken?

Quod absurdum

Prem: Ik denk dus ik ben.

Hans: Dat betwijfel ik.

Prem: Hoe zou ik kunnen denken zonder te zijn?

Hans: Hoelang duurt een gedachte?

Prem: Een paar seconden.

Hans: Hoelang duurt zijn?

Prem: Aha, ik zie het probleem.

Hans: Nou, hoelang?

Prem: Een heel mensenleven.

Hans: Hoe kan iets wat maar een paar seconden duurt als bewijs dienen voor iets wat een heel mensenleven duurt?

Prem: Zijn kent geen tijd.

Hans: Hoe kan iets wat maar een paar seconden duurt als bewijs dienen voor iets waar geen eind aan komt?

Tip: Off the hook

De geleefde werkelijkheid is ook een concept

Slokop (advaitaversie)

Tony: Zou je kunnen zeggen dat jouw persona is opgeslokt door het Ene?

Hans: Zeker, net als het Ene.

Tony: Wat is daarmee?

Hans: Ook opgeslokt.

Tony: Misschien had ik moeten zeggen, door de non-dualiteit?

Hans: Ook opgeslokt.

Tony: Door Essentie, God, de Bron, het Ware, het Absolute, het Eeuwige Heden?

Hans: Allemaal opgeslokt.

Tony: Ruimte, Openheid, Neutraliteit, Beschikbaarheid, Tegenwoordigheid?

Hans: Opgeslokt.

Tony: Niet weten dan?

Hans: Opgeslokt en uitgekakt.

Tony: O, ik snap het al.

Hans: Nou ik nog.

Tony: Je bedoelt natuurlijk de concepten.

Hans: In tegenstelling tot?

Tony: De geleefde werkelijkheid.

Hans: Ook opgeslokt.

Tony: Zo blijft er niets… aha… Het Niets. Leegte. Bewustzijn!

Hans: Opgeslokt.

Tony: Is opslokken dan het enige wat overblijft?

Hans: Burp.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Ben je net verlost van de persoon, waan je je weer de getuige

Tegen woordigers

Pia: Wat vind jij van de advaita vedanta?

Hans: Welke advaita vedanta?

Pia: Je weet wel, het non-dualisme.

Hans: Is me dat een isme.

Pia: Ik doel op het Engelse neo-advaita dat hier te lande inmiddels vele vertegenwoordigers telt.

Hans: Stelletje vertegenwoordigers.

Pia: Pardon?

Hans: En maar tellen.

Pia: Ja.

Hans: Ze ruilen de identiteit van de persoon in voor de identiteit van de getuige en verkopen dat als de hoogste waarheid.

Pia: Iemand voor niemand.

Hans: Allen voor één.

Pia: Vedanta!

Hans: Vedanta?

Pia: De hoogste waarheid.

Hans: Welnee.

Pia: Niet?

Hans: Het einde van de wijsheid.

Pia: Vedanta betekent het einde van de wijsheid?

Hans: De anta van de veda.

Pia: Echt?

Hans: Een neo-misverstanda.

Pia: Ik sta perplex.

Hans: Ik sta altijd perplex.

Pia: Maar wat is nou de hoogste waarheid?

Hans: Dat is nou de hoogste waarheid.

Pia: Zie dat maar eens te verkopen.

Hans: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

Tip: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Non-dualistisch dualistisch non-dualisme

De wijsheid voorbij

Roeland: Ben jij een beetje bekend met de Vedanta?

Hans: Met de nadruk op een beetje.

Roeland: Wat is wijsheid volgens deze Indiase filosofie?

Hans: Dvaita vedanta, zou ik denken.

Roeland: Wat is hogere wijsheid volgens deze filosofie?

Hans: Advaita vedanta, zou ik denken.

Roeland: Wat is de hoogste wijsheid volgens deze filosofie?

Hans: Dvaitadvaita vedanta, zou ik denken.

Roeland: Wat is de allerhoogste wijsheid volgens deze filosofie?

Hans: Advaitadvaitadvaita vedanta, zou ik denken.*

Roeland: Enzovoort?

Hans: Zou ik denken.

Roeland: Wat hebben al deze wijsheden gemeen?

Hans: Vedanta, zou ik denken.

Roeland: Wat betekent vedanta?

Hans: De anta van de veda.

Roeland: Wat betekent anta?

Hans: Het einde.

Roeland: Wat betekent veda?

Hans: Wijsheid.

Roeland: Vedanta betekent het einde van de wijsheid?

Hans: Ik kan het ook niet helpen.

Roeland: Zelfs de allerhoogste wijsheid is onwetendheid?

Hans: Als je het maar niet hardop zegt.

Roeland: En als ik het nou toch hardop wil zeggen?

Hans: Dan noem je gewoon het de kennis zonder leraar.

Roeland: Jakkes.

Hans: Een weten zonder woorden dan maar?

Roeland: Gatsie.

Hans: De wijsheid zonder wijsheid?

Roeland: Bah.

Hans: De wijsheid voorbij alle wijsheid?

Roeland: Ja, prachtig!

Hans: Ik heb het niet van mezelf.

Roeland: Geeft niks.

Hans: Je hebt het niet van mij.

Roeland: Afgesproken.

Hans: Anders nog iets?

Roeland: Eh… ja.

Hans: Nou?

Roeland: Wat is de wijsheid voorbij alle wijsheid?

* Sanskriet voor respectievelijk dualisme, non-dualisme, dualistisch non-dualisme en non-dualistisch dualistisch non-dualisme. Dit is geen grap.

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Grootmeester Shankara Sharanka Karansha Rakansha Kakaran Shakaran Rashan

De tiende dan

Lars: Ik ben een non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualistisch dualistisch non-dualist. Jij?

Hans: Doel jij op de advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-advaita-dvaita-vedanta van de Indiase grootmeester Shankara Sharanka Karansha Rakansha Kakaran Shakaran Rashan?

Lars: Precies.

Hans: Nou, als dat geen wijsheid is…

Lars: Wat dan?

Hans: Precies.

Tip: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Doe maar gek, dan doe je al gewoon genoeg

‘Ik ben blij dat jij onder je eigen naam schrijft, Hans. Al die uitslovers met hun aangenomen oosterse namen. Ik zeg: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Wat jij?’

‘Voor jou heet ik Shankara Sharanka Karansha Rakansha Kakaran Shakaran Rashan.’

‘Nou moe.’

‘Noem me dan maar Aba Heidschi Bumbeidschi Bum Bum.’

‘Waar slaat dat nou weer op?’

‘Ik zeg: doe maar gek, dan doe je al gewoon genoeg.’

‘Ik dacht dat jij er geen motto’s op nahield.’

‘Weg met de mottopolitie.’

‘Dwarsligger.’

‘Weg met het spoor.’

Tip: Dai Baka

Vedantananda of de heerlijkheid van het einde van de wijsheid

Een softenonfeest

‘Heb jij een spirituele naam, Hans?’

‘Ik heb er wel honderd.’

‘Noem er eens een.’

‘Noem maar een taal.’

‘In het Sanskriet?’

‘Vedantananda.’

‘Wat betekent dat?’

‘Veda betekent wijsheid. Anta betekent het einde. Ananda betekent heerlijkheid of zaligheid.’

‘Wijsheid is het einde, wat een heerlijkheid? Wijsheid is het einde van de heerlijkheid?’

‘De heerlijkheid van het einde van de wijsheid.’

‘Hè?

‘Niets zo fijn als niet wijs te zijn.’

‘Dwaas.’

‘Zalig zijn de armen van geest.’

‘Hoe arm is jouw geest?’

‘Ik heb geen arm om mee te grijpen en geen been om op te staan.’

‘Een softenongeest.’

‘Geen vinger om mee te wijzen en geen maan om heen te gaan.’

‘Klaar ben je.’

‘Zo klaar als pis.’

‘Ik bedoel, wat een feest.’

‘Dat zeg ik.’

‘Wat zeg je?’

‘Vedantananda.’

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Heb jij je eigen conditioneringen al doorzien?

Gelanda: We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen.

Hans: Heb jij je eigen conditioneringen al doorzien?

Gelanda: Nog niet helemaal.

Hans: Hoe weet je dan dat je ze helemaal kunt doorzien?

Gelanda: Dat… hoopte ik.

Hans: Hoe weet je dat je de Werkelijkheid onder ogen zult krijgen als je je conditioneringen helemaal hebt doorzien?

Gelanda: Eh… gelezen.

Hans: Iets wat je leest voetstoots aannemen, hoe zou je dat noemen?

Gelanda: Vertrouwen?

Hans: Dat lijkt mij een eufemisme.

Gelanda: Goedgelovigheid?

Hans: Dat lijkt mij een dysfemisme.

Gelanda: Hoe zou jij het noemen?

Hans: Geen idee. Conditionering?

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Heb jij de Werkelijkheid al doorzien?

Ingeborg: We hoeven alleen maar onze conditioneringen te doorzien om de Werkelijkheid onder ogen te krijgen.

Hans: De werkelijkheid?

Ingeborg: Met een hoofdletter.

Hans: In plaats van?

Ingeborg: De werkelijkheid met een kleine letter natuurlijk.

Hans: Wat is het verschil?

Ingeborg: Ik dacht dat jij dat wel zou weten.

Hans: Misschien is de werkelijkheid met een hoofdletter wel gelijk aan de werkelijkheid met een kleine letter.

Ingeborg: Dat zou een enorme teleurstelling zijn.

Hans: En als het nou een enorme opluchting zou zijn?

Ingeborg: Dat zou pas echt een teleurstelling zijn.

Hans: Over conditionering gesproken.

Ditjes…

Marnix: Alleen maar Dit.

Hans: Nou dat weer.

En Datjes

Georgi: Ik ben Dat.

Hans: En dit dan?

Hoe weet je of er alleen maar Dit is?

Josephine: Er is geen weg. Er is geen doel. Er is geen zelf. Er is alleen maar dit.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Josephine: Wat niet?

Hans: Of er een weg is. Of er een doel is. Of er een zelf is. Of er alleen maar dit is.

Jaren later

Josephine: Wij kunnen niet weten of er een weg is. Wij kunnen niet weten of er een doel is. Wij kunnen niet weten of er een zelf is. Wij kunnen niet weten of er alleen maar dit is.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Josephine: Wat niet?

Hans: Of wij niet kunnen weten of er een weg is. Of wij niet kunnen weten of er een doel is. Of wij niet kunnen weten of er een zelf is. Of wij niet kunnen weten of er alleen maar dit is.

Jaren later

Josephine: Er is alleen maar niet weten.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Jaren later

Josephine: …

Hans: Jij zegt het.

Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze niemand zijn

Duwen en trekken

1.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.

2.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt.

3.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt.

4.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken.

5.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niet moet denken.

6.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niet moet denken.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand zijn.

7.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand zijn.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze niemand zijn.

8.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze niemand zijn.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand of niemand zijn.

9.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand of niemand zijn.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand noch niemand zijn.

10.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat ze iemand noch niemand zijn.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.

11.

Leerling: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je iets kunt weten.

Leraar: Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die denken dat je niets kunt weten.

Wat je al niet denkt

Jan: Je bent niet wat je denkt.

Hans: Denk jij dan dat je bent?

Jan: Ja en nee.

Hans: Daar heb je het al.

Jan: Maar niet wat ik denk.

Hans: Wat ben je dan wel?

Jan: Dat waarin gedacht wordt.

Hans: Dat had je gedacht.

‘Je bent niet wat je denkt’ is de titel van een boek van Jan van Rossum.

Hoe het onweetbare toch weer weetbaar werd

Visserslatijn

Jan: Ik weet niet wie ik ben.

Hans: Maar dat weet je dan weer wel?

Jan: Ja en nee.

Hans: Leg eens uit.

Jan: Ik ben het onweetbare waarin het weten verschijnt.

Hans: Behoort dit nog tot het weten of reeds tot het onweetbare?

Jan: Ik ben niet-weten.

Hans: En dat voor iemand die niet weet wie hij is.

Jan: Waar moet het weten anders vandaan komen?

Hans: Waarom moet het weten ergens vandaan komen?

Jan: Alles heeft een oorzaak.

Hans: Behalve de eerste oorzaak zeker.

Jan: En dat kan niet het weten zelf zijn.

Hans: Jij kan het weten.

Jan: Dus gaat er iets aan het weten vooraf.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Jan: Dat iets moet ik zelf wel zijn.

Hans: Hoe kan je dat allemaal weten?

Jan: Hoe kan ik dit anders weten?

‘Ik weet niet wie ik ben’ is de titel van een boek van Jan van den Oever.

Als de onkenbare grond onkenbaar is zullen we ook dat nooit weten

Wendy: Is niet-weten niet de onkenbare grond van het gekende?

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is dan zullen we dat nooit weten.

Wendy: Maar de onkenbare grond van het gekende bestaat wel?

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is dan zullen we dat nooit weten.

Wendy: Of zou de onkenbare grond van het gekende voorbij bestaan en niet-bestaan zijn?

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is dan zullen we dat nooit weten.

Wendy: Zijn God, Brahman, Atman, Sunyata, Boeddhanatuur, Bewustzijn, Tao, Essentie, de Leegte, het Niets, de Non-dualiteit, de Onbewogen Beweger, de Eerste Oorzaak en dergelijke niet allemaal namen van de onkenbare grond van het gekende?

Hans: Als de onkenbare grond van het gekende werkelijk onkenbaar is dan zullen we dat nooit weten.

Wendy: En als de onkenbare grond van het gekende niet werkelijk onkenbaar is?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Wendy: De Waarheid is onuitsprekelijk, wou je zeggen.

Hans: ‘Waarheid’ is uitsprekelijk.

Wendy: Het Onuitsprekelijke is onuitsprekelijk.

Hans: ‘Onuitsprekelijk’ is al even uitsprekelijk als ‘het Onuitsprekelijke’.

Wendy: Wat moet ik dan zeggen?

Hans: Waarover?

Wendy: Vind je dat we moeten zwijgen?

Hans: Waartoe?

Wendy: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wanneer?

Wendy: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Wendy: Is niet-weten niet de onkenbare grond van het gekende?

Tip: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Verschijnt het zijn in het kennen of het kennen in het zijn?

Anthonie: Liefde zegt, ‘Ik ben alles’, wijsheid zegt, ‘Ik ben niets’.

Hans: Wat is de vraag?

Anthonie: Ben ik nou alles of ben ik nou niets?

Hans: Ik druk mij niet uit in ontologische termen.

Anthonie: Wat?

Hans: Ik zeg niet ‘Ik ben dit’of ‘Ik ben dat niet’.

Anthonie: Hoe druk je je wel uit?

Hans: In epistemologische termen.

Anthonie: Wat?

Hans: Ik zeg ‘Ik weet dit’ of ‘Ik weet dat niet’.

Anthonie: Waarom?

Hans: Omdat de epistemologie ten grondslag ligt aan de ontologie.

Anthonie: Wat?

Hans: Het zijn verschijnt in het kennen.

Anthonie: Op die manier.

Hans: Of verscheen het kennen nou in het zijn?

Anthonie: Wat?

Hans: Of de ontologie ten grondslag ligt aan de epistemologie.

Anthonie: Dit gaat me boven mijn pet.

Hans: Anders mij wel.

Anthonie: Wat zeg je op de vraag of ik alles ben of niets?

Hans: Ik zeg niets.

Anthonie: Is dat alles?

Hans: Maar om dat nou wijsheid te noemen.

“Liefde zegt, ‘Ik ben alles’, wijsheid zegt, ‘Ik ben niets'”: uitspraak toegeschreven aan Shri Nisargadatta Maharaj.

Leid jij je eigen leven of leidt het leven jou?

Pezen of dealen

Daisy: Maak jij bewuste keuzes of overkomt alles jou alleen maar?

Hans: Ik ben een zwevende kiezer.

Daisy: Ik bedoel, leid jij je eigen leven of leidt het leven jou?

Hans: Ik ben een kiezende zwever.

Daisy: Dat snap ik niet.

Hans: Dualisten kiezen, non-dualisten zweven.

Daisy: En jij bent een zwevende kiezer?

Hans: En ik ben een kezende zwiever.

Lees ook: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid

De stoel ontsprongen

En Jan maar stoelendansen

Patricia: Ken jij de stoelendans van Jan van Delden?

Hans: Wie niet.

Patricia: Zit jij al op de achterste stoel?

Hans: Ik heb geen achterste stoel.

Patricia: Op welke stoel zit je wel?

Hans: Uit welke kan ik kiezen?

Patricia: De stoel van het waken, de droom en de droomloze slaap.

Hans: Het liefst zit ik op de grond.

Patricia: Niet weten is geen stoelendans?

Hans: Het liefst dans ik in het rond.

Patricia: Hoe heet de dans van niet weten?

Hans: De weetniet danst de tja-tja-tja.

Lees ook: De dans ontsprongen, Zeg maar tja tegen het leven

Als je de honderdnegen Jantjes in jezelf helemaal doorziet

1.

Jan: Je bent er als je de honderdacht Jantjes in jezelf helemaal doorziet.*

Hans: Zei Jantje honderdnegen.

2.

Jan: Ik weet niets, maar dat weet ik wel verdomd zeker.*

Hans: Ik weet niets en dat ook niet.

3.

Jan: Gedachten zijn e-mails die je ongeopend moet weggooien.*

Hans: Behalve deze zeker.

4.

Jan: Verlichting vind je door alle verhalen in je hoofd te negeren en je aandacht volledig te richten op de aandacht zelf.*

Hans: Het bekende verhaal.

5.

Jan: Je koffer met verhalen moet helemaal leeg.*

Hans: O ja?

Jan: Alle verhalen moeten weg.

Hans: Dan ook het verhaal van de koffer.

Jan: Wat?

Hans: Alle verhalen moesten toch weg?

Jan: Dan kan ik wel inpakken.

Hans: Ook het verhaal dat je dan wel kan inpakken.

Jan: Nou, dan ben je wel uitverteld.

Hans: Ook het verhaal dat je dan wel bent uitverteld.

Jan: En dan?

Hans: Dan?

Jan: Wat is daar nou weer mee?

Hans: Weg ermee.

Jan: Ach natuurlijk.

Hans: Wat?

Jan: Je koffer met verhalen moet helemaal leeg.

Hans: O ja?

* Gevleugelde uitspraken van de nondualist Jan van Delden

Een nobody is iemand die niemand meent te zijn

Marco: Wat vind jij van Tony Parsons?

Hans: Een ontzettende nobody.

Marco: Pardon?

Hans: Iemand die niemand meent te zijn.

Marco: Jij bent toch ook een soort nobody?

Hans: Een dunnobody.

Marco: Wat is dat nou weer.

Hans: Iemand die niet weet of hij iemand of niemand is.

Marco: Zeker weten?

Hans: Zeker weten is voor nobodies.

Tip: Ben je jezelf of het Zelf? Het lege geheim

Autolyse is pas het begin

Even Jed McKenna oplossen

Hans: Wat ben jij nou aan het doen?

Janneke: Autolyse.

Hans: Wat is dat?

Janneke: Zelfoplossing.

Hans: Pardon?

Janneke: De methode van Jed McKenna om tot verlichting te komen.

Hans: Wat houdt die methode in?

Janneke: Opschrijven wat je meent te weten en alles wegstrepen waarvan je niet zeker bent, tot alleen de waarheid overblijft.

Hans: Wie zegt dat er wat overblijft?

Janneke: Jed McKenna.

Hans: Wie zegt dat wat overblijft de waarheid is?

Janneke: Jed McKenna.

Hans: Wie zegt dat de waarheid tot verlichting leidt?

Janneke: Jed McKenna.

Hans: Wie zegt dat Jed McKenna weet waar hij het over heeft?

Janneke: Jed McKenna.

Hans: Zeker weten dat hij gelijk heeft?

Janneke: Eigenlijk niet.

Hans: Zou je hém dan niet wegstrepen?

Janneke: Hm.

Hans: Wat is verlichting volgens jou?

Janneke: Als ik dat eens wist.

Hans: Is er eigenlijk wel zoiets?

Janneke: Als ik dat eens wist.

Hans: Wat is waarheid?

Janneke: Als ik dat eens wist.

Hans: Is er eigenlijk wel zoiets?

Janneke: Als ik dat eens wist.

Hans: Waarom stoppen bij de waarheid?

Janneke: Wat moet je er anders mee?

Hans: Wegstrepen natuurlijk.

Janneke: Waarom?

Hans: Je wou toch oplossen?

Janneke: Maar dan ben je ook klaar?

Hans: Jij wilt voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Janneke: Wat valt er dan nog meer te doen?

Hans: Het wegstrepen wegstrepen.

Janneke: En dan?

Hans: Het ‘dan’ wegstrepen.

Janneke: En dan ben je eindelijk klaar?

Hans: Wie zegt dat je klaar komt?

Janneke: Wou jij beweren van niet?

Hans: Wie zegt dat ik weet waar ik het over heb?

Janneke: Ik zie dat ik nog een lange weg te gaan heb.

Hans: Waarheen?

Janneke: Zelfoplossing, dacht ik.

Hans: Je veronderstelt dat er iets op te lossen valt.

Janneke: Waar ben ik in vredesnaam aan begonnen.

Hans: Jed mag het weten.

Meer Jed McKenna

Wat is autolyse?

Autolyse [Grieks, auto, zelf + lusis, losmaken, oplossen] is de weg van Jed McKenna, of moet ik zeggen de ‘weg’ van ‘Jed McKenna’, waarbij je jezelf door een langdurig en intensief onderzoek naar vermeende waarheden bevrijdt van jezelf en je zekerheden, en op de koop toe de waarheid vindt.

Zelf ben ik van mening dat wie in autolyse gelooft, het proces van autolyse nog niet voltooid heeft, en dat wie al autolyserend de waarheid heeft gevonden, terug is bij af.

Hetzelfde geldt voor iedereen die mijn mening in dezen of in wat dan ook deelt of serieus neemt of integendeel zonder meer naast zich neer meent te kunnen leggen.

Gebondenheid maakt deel uit van het leven

Uit het leven gegrepen

Liza: Wij zijn het Leven zelf, spanningsloos en vrij!

Hans: Gebondenheid maakt deel uit van het leven.

Liza: Jezelf zijn betekent namelijk niet iemand willen zijn…

Hans: Iemand willen zijn maakt deel uit van het leven.

Liza: Jezelf zijn betekent iemand zijn

Hans: Niemand zijn maakt deel uit van het leven.

Liza: En wel het Leven zelf, spanningsloos en vrij.

Hans: Spanning maakt deel uit van het leven.

Liza: Begrijp je wat ik bedoel?

Hans: Onbegrip maakt deel uit van het leven.

Liza: Of wil je me niet begrijpen?

Hans: Onwil maakt deel uit van het leven.

Liza: Ben je het er tenminste mee eens dat wij het Leven zelf zijn?

Hans: De dood maakt deel uit van het leven.

Liza: Wat zijn wij volgens jou, of zeg je liever niets?

Hans: Meningen maken deel uit van het leven.

Liza: Je kunt zeggen wat je wilt, maar op mij kom je heel vrij over.

Hans: Verkeerd overkomen maakt deel uit van het leven.

Liza: Je komt op mij heel vrij over omdat je durft te zeggen wat je denkt.

Hans: Niet durven zeggen wat je denkt maakt deel uit van het leven.

Liza: Wij zijn het Leven zelf, spanningsloos en vrij!

Hans: Gebondenheid maakt deel uit van het leven.

“Wij zijn het Leven zelf, spanningsloos en vrij!” is een uitspraak van de non-dualiste Unmani Liza Hyde.

Gebed zonder end

Anouk: Wat is satsang?

Hans: Een dwaalgesprek met je leraar.

Anouk: Wat is niet weten?

Hans: Een dwaalgesprek met jezelf.

Anouk: Wat is het verschil?

Hans: Het eerste is eindig.

Er is nooit een kosmische grap geweest

De komiek

Ferry: Ken jij het boekje ‘Verlichting voor luie mensen’ van Paul Smit?

Hans: Nooit gelezen.

Ferry: Waarom niet?

Hans: Te lui, denk ik.

Ferry: Non-dualisme in honderd bladzijden.

Hans: Boek uit, licht aan.

Ferry: Alles draait om dat ene bevrijdende inzicht…

Hans: Zei de communist tegen de kapitalist…

Ferry: Dat ik een illusie is.

Hans: En sloeg hem de hersens in.

Ferry: Ik bestaat niet.

Hans: Jij zegt het.

Ferry: Paul zegt het.

Hans: Paul had cabaretier moeten worden.

Ferry: Paul ís cabaretier.

Hans: Daar heb je het al.

Ferry: Ken jij de kosmische grap?

Hans: Daar gaan we weer.

Ferry: Er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest…

Hans: En nooit een illusie.

Ferry: Alleen maar Bewustzijn.

Hans: En nooit een grap.

Ferry: Wát?

Hans: En nooit bewustzijn.

Ferry: Hè?

Hans: En nooit verlichting.

Ferry: Nou moe.

Hans: Ook niet voor luie mensen.

Ferry: Niet te geloven!

Hans: Zo kun je het ook zeggen.

De enige goede gedachte is een dode gedachte

Gouwe Ouwe

Hylke: Wat vind jij van Douwe Tiemersma1?

Hans: Douwe is dood.

Hylke: Ik bedoel, wat vind je van zijn gedachtegoed?

Hans: Dat zeg ik.

Hylke: Wat?

Hans: Om Douwe kunnen we alleen nog rouwe.

Hylke: Douwe mag dan dood zijn, zijn gedachten leven voort.

Hans: Had hij maar geen satsang moeten geven.

Hylke: Wat?

Hans: Had hij maar geen boeken moeten schrijven.

Hylke: Wat vind jij van zijn gedachtegoed?

Hans: De enige goede gedachte is een dode gedachte.

Hylke: Meen je dat nou?

Hans: Natuurlijk niet.

Hylke: Waarom niet?

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Hylke: ‘De enige goede gedachte is een dode gedachte’ is ook maar een gedachte?

Hans: Kun je nagaan.

Hylke: Waarom zeg je het dan?

Hans: Dat is nou net het punt.

Hylke: Wat heeft dit met Tiemersma te maken?

Hans: Douwe wou een leraar zijn die alle vormen van houvast oplost.

Hylke: Verwijs je naar zijn artikel ‘De dood van de leraar’2?

Hans: Een consequent mens; hij voegde de daad bij het woord.

Hylke: Ja, ha ha.

Hans: Nu wacht ik met smart op de dood van zijn leer.

Hylke: Kun je lang wachten.

Hans: Bij wijze van spreken.

Hylke: Bedoel je dat zijn leer niet alle vormen van houvast oplost?

Hans: ‘Zijn gedachten leven voort’, zei je toch?

Hylke: Jij wilt toch ook een leraar zijn die alle vormen van houvast oplost?

Hans: Alsof ik een leraar wil zijn.

Hylke: Niet dan?

Hans: Alsof ik geen leraar wil zijn.

Hylke: Hè?

Hans: Bovendien heb ik niets tegen houvast.

Hylke: Nou moe.

Hans: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Hylke: Heb jij soms iets tegen leraren?

Hans: Niet dat ik weet.

Hylke: O.

Hans: Dus dat kan het probleem niet zijn.

Hylke: Nee.

Hans: Ik heb ook niets tegen mensen die iets tegen leraren hebben.

Hylke: Hè?

Hans: Dus dat kan het probleem ook niet zijn.

Hylke: Nee.

Hans: Ik heb zelfs niets tegen mensen die iets tegen houvast hebben.

Hylke: Wie had dat gedacht.

Hans: Dus dat kan het probleem ook niet zijn.

Hylke: Wacht maar.

Hans: Waarop?

Hylke: Tot je zelf dood gaat.

Hans: Wat dan?

Hylke: Dan zul je eens zien hoe weinig er van jouw gedachtegoed overblijft.

Hans: Daarvoor hoef ik echt niet dood te gaan.

Hylke: Dat bedoel ik.

Hans: Wat?

Hylke: Om jou kunnen we alleen maar rouwe.

Hans: Wat zit je dan te mauwe?

Hylke: Dus wat is het verschil?

Hans: Dat ik nog terug kan douwe?

  1. Advaitaleraar en filosoof, overleden in 2013.
  2. ‘De dood van de leraar’, InZicht. Wegen van radicaal zelfonderzoek 2, nr. 1 (februari 2000), p. 23

Tip: De dood doodgedacht