Aforismen

‘Onze ervaring bestaat eerder uit verloren illusies dan uit verworven wijsheid.’ Wijsheid in de wind; oneliners uit alle windstreken.’

Redactie Hans van Dam, illustratie Lucienne van Dam.

Dwaalgids > Belletrie > Aforismen


Uit het Spectrum citatenboek, C. Buddingh 1967:


Niemand wantrouwen is onnozel, iedereen wantrouwen dwaasheid, zichzelf wantrouwen de eerste stap naar de wijsheid. (Lingrée)

Er zijn omstandigheden waarin afwezigheid van lichaam nog aanzienlijk te verkiezen is boven tegenwoordigheid van geest. (Jean de Boisson)

Het leven is een voortdurend afscheid nemen. (Elise von Heyking)

Een econoom is iemand die het ook niet weet. (Jean de Boisson)

We worden nooit bedrogen: we bedriegen onszelf. (Goethe)

Men laat zich even vaak leiden door de begeerten die men zou willen hebben als door die, welke men werkelijk heeft. (Etienne Rey)

Er zijn weliswaar niet veel mensen die gevonden hebben wat zij zochten, maar de meesten geloven, dat zij zochten wat zij gevonden hebben. (Hans Krailsheimer)

Wanneer de goden ons willen straffen, verhoren zij onze gebeden. (Oscar Wilde)

Wat ieder van ons graag zou willen verzamelen: medailles zonder keerzijde. (Otto Weiss)

Het grootste geluk is: geen wensen te hebben. Het grootste ongeluk ook. (Carmen Sylva)

Wij leven in een wereld waarin de mensen niet weten wat zij willen en bereid zijn door de hel te gaan om het te krijgen. (Don Marquis)

De mens wordt evenzeer bedrogen als zijn verlangens in vervulling gaan als wanneer zij teleurgesteld worden. (Francois René de Chateaubriand)

Ik loop graag door Bond Street, denkend aan al de dingen die ik niet begeer. (Logan Pearsall Smith)

Iedereen houdt de grenzen van zijn eigen gezichtsveld voor de grenzen van de wereld. (Arthur Schopenhauer)

Een fanaticus is iemand die niet van gedachten kan veranderen en niet van onderwerp wil veranderen. (Winston Churchill)

Niets spreekt vanzelf. (Jean de Boisson)

Ik houd meer van mensen dan van principes en ik houd meer van mensen zonder principes dan van wat ook ter wereld. (Oscar Wilde)

Er zijn eeuwen voor nodig om een populaire opvatting te vernietigen. (Voltaire)

Een van de vreemdste dingen in deze wereld is dat we het, hoewel we het geen van allen met elkaar eens zijn, allemaal bij het rechte eind hebben. (Logan Pearsall Smith)

Wanneer wij van mening veranderd zijn, willen wij dat iedereen ons in die verandering volgt, en vinden wij het onaangenaam onze oude mening nog bij anderen aan te treffen. (Comtesse Diane)

De meeste mensen hebben geen andere grond voor hun meningen, dan dat ze in de mode zijn. (Samuel Butler)

Men maakt regels voor anderen en uitzonderingen voor zichzelf. (Lemesle)

Ach uw principes! Ge gelooft dus nog steeds dat ge uw leven naar uw principes richt: ik juist het omgekeerde. (Ernst Hehenemser)

De mensen zijn als windijzers, die eerst één richting uit blijven wijzen, wanneer ze verroest zijn. (Voltaire)

Het uitroeien van één vooroordeel is meer waard dan ’t bedenken van tien nieuwe stelsels. (Multatuli)

De meeste mensen houden er alleen principes op na, om zich de moeite van het denken te kunnen besparen. (Fliegende Blätter)

Een fanaticus is meestal een weifelaar, die een besluit genomen heeft. (Godfried Bomans)

Sommige principes houden er een heleboel mensen op na. (Jean de Boisson)

Ik heb heel duidelijk bij mij waargenomen dat ik dikwijls een andere mening heb wanneer ik lig, dan wanneer ik sta, vooral wanneer ik weinig heb gegeten en mij afgemat voel. (Georg Christoph Lichtenberg)

De wijze heeft geen onwrikbare beginselen. Hij past zich aan bij anderen. (Lao-tse)

Een ieder begrijpt slechts datgene wat hij in zichzelf terugvindt. (Amiel)

Er is veel verstand toe nodig om sommige dingen onbegrijpelijk te vinden. (C.J. Wijnaendts Francken)

’t Gebeurt zeer dikwijls dat we iets niet zien, omdat het te groot is. (Multatuli)

De mens is altijd geneigd te ontkennen al wat hem onbegrijpelijk is. (Blaise Pascal)

Hoe meer dingen een mens nooit zal begrijpen, hoe onmogelijker het wordt hem dat aan zijn verstand te brengen. (Jean de Boisson)

Wij begrijpen slechts datgene, wat op anderen van toepassing is. (Jean de Boisson)

Onze ervaring bestaat eerder uit verloren illusies dan uit verworven wijsheid. (Joseph Roux)

Men brengt een groot deel van zijn leven door met uit te wieden wat men tijdens zijn jeugd in zijn hart heeft laten groeien. Deze bewerking heet ervaring opdoen. (Honoré de Balzac)

Ervaring is een kam, die de natuur aan de mensen geeft wanneer zij kaal geworden zijn. (Oosters spreekwoord)

Het enige wat de ervaring ons leert is dat de ervaring ons niets leert. (André Maurois)

Ervaring: wat men moet bijleren om minder te weten dan toen men jong was. (Julien de Valckenaere)

Hoe zou dit Menschdom zonder Drukpers wezen?
Waarschijnlijk minder ziek van angst en vreezen. (A. Roland Holst)

Dit is op aarde van
al ’t kwaad de grootste straf:
Wie eenmaal lezen kan,
die leert het nooit meer af. (Koos J. Versteeg)

Een goed boek moet ons niet iets geven, doch iets afnemen: een van onze zekerheden. (J. Greshoff)

’t Is prettig, ja, zijn naam in druk te zien;
Een boek is een boek, al staat er ook niets in. (Lord Byron)

Wanneer ik evenveel gelezen had als andere mensen, zou ik even weinig geweten hebben. (Thomas Hobbes)

Er bestaat geen zonderlinger waar dan boeken. Gedrukt door lieden, die ze niet begrijpen, verkocht door anderen, die ze ook niet begrijpen; en tenslotte gebonden, besproken en gelezen door mensen die ze evenmin begrijpen, ja zelfs geschreven door mensen die ze niet begrijpen. (Georg Christoph Lichtenberg)

Om een goede minnebrief te schrijven moet men beginnen zonder te weten wat men wil zeggen en eindigen zonder te weten wat men heeft gezegd. (Jean-Jacques Rousseau)

Een woord, dat men zo grondig heeft doorgestreept dat het onleesbaar geworden is, boezemt de ontvanger van een brief meer belang in dan vier kantjes leesbaar schrift. (Fliegende Blätter)

Als dit koffie is, breng me dan alstublieft thee, maar als dit thee is, breng mij dan alstublieft koffie. (Abraham Lincoln)

Alles wat uwe hand vindt om te doen, dat dat met uwe macht; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat. (Prediker 9)

Wanneer ge nooit meer een dwaas wilt zien moet ge beginnen uw spiegel stuk te slaan. (Francois Rabelais)

Een geleerde zot is zotter dan een onwetende zot. (Molière)

Een domkop is nooit dommer dan wanneer hij iets weet. (Ernst Hohenemser)

Alleen domoren weten op iedere vraag een antwoord. (Voltaire)

Hoe onwetender hoe dogmatischer. (Sir William Osler)

Dwazen en verstandige mensen zijn even onschadelijk; slechts de halfzotten en halfwijzen, die zijn het gevaarlijkst. (Goethe)

Kom hier, en ik zal u tonen dat gij gek zijt. (Horatius)

Iedereen van ons draagt een dwaas onder zijn jas, maar de een weet hem beter te verbergen dan de ander. (Zweeds spreekwoord)

Een dwaas treft steeds wel een grotere aan,
die voor zijn wijsheid paf wil staan.
(Lichtwer)

Wie heeft niet, zij het dan ook kleine, ezelsoren? (Persius)

Sommige mensen zouden minder dwaas zijn indien zij minder geleerd hadden. (Paul Brulat)

Hoe ouder we worden hoe meer we ons verbazen over de hoeveelheid onwetendheid die we bevatten kunnen zonder dat onze kleren barsten. (Mark Twain)

De verstandigste mensen zouden bij bepaalde gelegenheden grote dwaasheden hebben begaan, als de dwazen hen niet waren voorgeweest. (Etienne Coenilhé)

Wat is de mens toch dwaas! Geen kaasmijt kan hij maken, en hij maakt goden en heiligen bij dozijnen. (Montaigne)

De mens is zo noodzakelijk dwaas, dat het weer een andere vorm van dwaasheid zou wezen, om niet dwaas te zijn. (Blaise Pascal)

Een mens weet nooit wat voor een dwaas hij is tot hij zichzelf door een ander hoort imiteren. (Sir Herbert Beerbohm Tree)

Ik stel veel geloof in dwazen; zelfvertrouwen noemen mijn vrienden het. (Edgar Allen Poe)

Wij kennen het leven niet: hoe kunnen wij de dood dan kennen? (Confucius)

Niet veel is ’t wat de wereld om u gaf.
Zij zal u amper missen in uw graf.
Uw dood zo zeer omslachtig in uw ogen –
De wereld doet hem in een omzien af.
(P.C. Boutens)

De Doot die spaert noch zoete jeught,
Noch gemelijcken ouderdom.
Zij maeckt den mont des Reedners stom
En ziet geleertheid aen noch deught.
(Joost van den Vondel)

Al onze kennis helpt ons enkel om een pijnlijker dood te sterven dan de dieren die niets weten. (Maurice Maeterlinck)

Velen stellen het gemakkelijk zonder waarheden, maar niemand is sterk genoeg om het zonder illusies te kunnen stellen. (Gustave Le Bon)

O! Een God is de mens als hij droomt; een bedelaar als hij nadenkt. (Friedrich Hölderlin)

Luchtkastelen eisen hoge onderhoudskosten. (Edward Bulwer-Lytton)

Als een handwerksman er zeker van was, elke nacht twaalf uur te dromen dat hij koning was, geloof ik, dat hij bijna even gelukkig zou zijn als een koning, die elke nacht twaalf uur lang droomde, dat hij een handwerksman was. (Blaise Pascal)

Het opmaken van de levensbalans bestaat voor ’t grootste gedeelte uit het afschrijven van illusies. (Koos J. Versteeg)

Wie verschil maakt tussen droom en werkelijkheid is nog niet voldoende wakker geworden. (Jean de Boisson)

Niemand dwaalt zozeer als wie meent de enige juiste weg te hebben gevonden. (Jean de Boisson)

De onwetendheid heeft nooit kwaad gedaan; de dwaling alleen is noodlottig; men verdwaalt niet omdat men niet weet, maar omdat men denkt te weten. (Jean-Jacques Rousseau)

Zodra men spreekt, begint men reeds te dwalen. (Goethe)

Wij dwalen allemaal, maar iedereen dwaalt anders. (Georg Christoph Lichtenberg)

De mens ziet zichzelf nooit zoals hij is, maar slechts de weg die voor hem ligt, en ook deze slechts op korte afstand. Als hij verder vooruit wil zien komt hij op dwaalwegen. (Augustinus)

Indien wij maar allemaal aan dezelfde dwaling geloven, schijnt het ons toe alsof wij toch de waarheid hebben bereikt. (Pierre Reverdy)

Bepaalde dwalingen verdwijnen eerst dan, wanneer men ophoudt ze te weerleggen. (Otto Weis)

Zodra men weet dat een man blind is, verbeeldt men zich dat men het hem van achteren aan kan zien. (Georg Christoph Lichtenberg)

Ieder tijdperk roeit oude dwalingen uit en brengt nieuwe voort. (Engels spreekwoord)

Het geheim van eenzaamheid is dat er geen eenzaamheid is. (Joseph Cook)

Doe ik mijn ogen toe, dan wil ik ’t wel geloven,
doch als ik ze opendoe, komt weer de Twijfel boven.
(P.A. de Genestet)

Niets wordt zo vast geloofd als datgene waarvan wij het minste afweten. (Montaigne)

Bij de meeste mensen berust het ongeloof aan een bepaalde zaak op een blind geloof in een andere. (Georg Christoph Lichtenberg)

Iedereen is bijgelovig, want iedereen gelooft aan zichzelf. (Jean de Boisson)

Ik verwonder mij over de veelheid van dingen waaraan een mens geloven kan die beweert dat hij nergens aan gelooft. (Lucien Arréat)

De ongelovigen geloven het ongelooflijkste. (K.H. Miskotte)

Het zou, bijvoorbeeld, een wonder zijn, als ik een steen vallen liet en hij opsteeg. Maar is het geen wonder dat hij naar de grond valt? (Alfred Polgar)

De verbeelding kan niet zoveel tegenstrijdigheden verzinnen, als er van nature zijn in het hart van ieder mens. (La Rochefoucauld)

Het voordeel van onze gevoelens is dat ze ons op een dwaalspoor brengen. (Oscar Wilde)

Wanneer men de rede maar ver genoeg volgt leidt zij altijd tot conclusies die in strijd met de rede zijn. (Samuel Butler)

Des avonds wordt men verstandig voor de afgelopen dag, maar nooit verstandig genoeg voor de dag die komen gaat. (Friedrich Rückert)

Denken is zo buitengewoon vermoeiend, dat velen de voorkeur geven aan oordelen. (Otto Weiss)

Wie het met zichzelf eens geworden is, heeft opgehouden een geestelijk leven te leiden. (Jan Greshoff)

Gezond verstand heeft vaak iets ziekelijks (Jean de Boisson)

Men kan de mensen verdelen in twee grote groepen: zij die zich door hun gevoel laten bedriegen, en zij die zich door hun verstand laten misleiden. (Jean de Boisson)

Het gezonde verstand is de concierge van de geest: zijn taak is geen verdachte denkbeelden naar binnen of naar buiten te laten. (Daniel Stern)

Ik heb een zó helder verstand, dat men de modder op de bodem kan zien liggen. (Eric van der Steen)

Het geweten is de meest veranderlijke van alle gidsen. (Vauvenargues)

Er blijft altijd in het geweten iets over van de drogredenen die men erin gegooid heeft; het behoudt er de nasmaak van, als van slechte wijn. (Gustave Flaubert)

De raadselen van God zijn bevredigender dan de oplossingen der mensen. (Gilbert Keith Chesterton)

Niets is goed of kwaad van zichzelf, eerst onze gedachten maken het zo. (William Shakespeare)

De haat is partijdig, maar de liefde is het nog meer. (Goethe)

Sommige mensen laten zich door hun hartstocht meeslepen, anderen door hun zelfbeheersing. (Jean de Boisson)

Ik weet nooit of ik medelijden moet hebben met iemand die tot bezinning komt, of dat ik hem moet feliciteren. (William Makepeace Thackeray)

Doctoren gieten geneesmiddelen waar zij weinig van afweten, om ziekten te genezen waar zij nog minder van afweten, in mensen waar zij helemaal niets van afweten. (Voltaire)

De geschiedenis en de statistiek zijn als kinderen voor het gerecht: men laat ze alles zeggen wat men wil. (Rémy Montalée)

De enige plicht die we tegenover de geschiedenis hebben, is haar te herschrijven. (Oscar Wilde)

Zelfs de inkt waarmee alle geschiedenis geschreven wordt, is louter vloeibaar vooroordeel. (Mark Twain)

Weinig dingen gebeuren op het juiste tijdstip, en de rest gebeurt helemaal niet; de gewetensvolle geschiedschrijver verbetert deze fouten. (Herodotus)

Onze trots op het bezitten van een of andere goede eigenschap krijgt een zware klap wanneer wij zien, hoe trots anderen op het niet-bezitten van dezelfde goede eigenschap zijn. (Marie von Ebner – Eschenbach)

Wij stellen ons niet tevreden met het leven, dat wij in ons hebben, en met ons eigen wezen; wij willen in de gedachten van anderen een denkbeeldig leven leiden; en wij sloven ons daarvoor uit om anders te schijnen dan wij zijn. (Blaise Pascal)

Aan menig mens is niets zo echt als zijn masker. (Baer-Oberdorf)

Zonder maskers zouden de mensen elkaar in het geheel niet meer herkennen. (Emanuel Wertheimer)

Wie het grappige van de ernst niet zien kan, zal ook nooit de ernst van het grappige leren kennen. (Koos J. Versteeg)

Zichzelf niet sparen en begrijpen dat alles maar scherts is, ja, dat is ernst. (Sören Kierkegaard)

Trouw, of trouw niet: in beide gevallen zult ge er spijt van hebben. (Socrates)

Het komt er niet erg op aan met wie men trouwt, de volgende ochtend blijkt het toch een ander te zijn. (Samuel Rogers)

Overal waar grenzen zijn wordt gesmokkeld. (Otto Weiss)

Mevrouw Norris troostte zich over het verlies van haar echtgenoot met de gedachte dat ze het heel goed zonder hem kon stellen. (Jane Austen)

Alleen de wijze bezit ideeën; het grootste deel van de mensheid wordt er door bezeten. (Samuel Taylor Coleridge)

Niets is gevaarlijker dan een grote gedachte in een leeg hoofd. (Hippolyte Taine)

De mens is bereid voor een idee te sterven, vooropgesteld dat het idee hem niet helemaal duidelijk is. (Paul Eldridge)

Een gedachte kan niet ontwaken zonder andere te wekken. (Marie von Ebner – Eschenbach)

Een idee is niet verantwoordelijk voor de mensen die erin geloven. (Don Marquis)

Hoedt u voor mensen met één idee. (Jean de Boisson)

De een brengt de gedachte ter wereld, de ander houdt haar ten doop, de derde verwekt kinderen bij haar, de vierde bezoekt haar aan haar sterfbed, en de vijfde begraaft haar. (Georg Christoph Lichtenberg)

Idealisten houden het oog op de toekomst gericht; als zij één blik in het verleden sloegen waren zij geen idealisten meer. (Eric van der Steen)

De mens kan slechts een bepaald aantal tanden, haren en ideeën hebben. Er komt noodzakelijkerwijze een tijd waarop hij zijn tanden, zijn haren en zijn ideeën verliest. (Voltaire)

Wanneer we vermoeid zijn, worden we overvallen door ideeën die we lang geleden hadden overwonnen. (Friedrich Nietzsche)

Een idealist is iemand die, na te hebben geconstateerd dat een roos lekkerder ruikt dan een kool, tot de slotsom komt dat je er ook betere soep van kunt maken. (H.L. Mencken)

De geest ondervindt een instinctieve afkeer tegen elk denkbeeld dat hij zelf niet in staat zou zijn te ontdekken. (F.A. Rondelet)

Alle generaliseringen zijn gevaarlijk, zelfs deze. (Alexandre Dumas fils)

Men moet de mensen niet leren wat ze moeten denken, maar hoe ze moeten denken. (Georg Christoph Lichtenberg)

Een man die het heel druk heeft, verandert zelden van mening. (Friedrich Nietzsche)

Wanneer allen het eens zijn, heeft niemand voldoende nagedacht. (Walter Lippman)

Een gedachte is aanstekelijk. Bepaalde gedachten zijn zelfs epidemisch. (Wallace Stevens)

Een man kan zo lang bij een gedachte stil blijven staan, dat hij haar gevangene wordt. (Lord Halifax)

Men moet in de gedachten van een ander kunnen treden en er weer uitgaan, evenals men uit zijn eigen gedachten moet kunnen treden en er weer binnengaan. (Joseph Joubert)

Niets draagt meer bij tot iemands gemoedsrust dan er totaal geen meningen op na te houden. (Georg Christoph Lichtenberg)

De jongeling brengt materiaal samen om een brug naar de maan te bouwen, en de man van middelbare leeftijd besluit uiteindelijk er een schuur van te maken. (Henry David Thoreau)

Ik ga altijd recht door zee, maar ik verander dikwijls van zee. (Armand Salacrou)

Er schuilt meer eenvoud in een man die in een opwelling kaviaar eet, dan in een man die droge biscuits eet uit principe. (G.K. Chesterton)

Wij zijn allen min of meer echo’s en wij herhalen, of wij willen of niet, de deugden, gebreken, gebaren en het karakter van hen met wie wij samenleven. (Joseph Joubert)

Het is moeilijk een zwarte kat in een donkere kamer te vangen, vooral wanneer zij er niet is. (Chinees spreekwoord)

Liever niets weten dan veel half weten. (Friedrich Nietzsche)

Werkelijk geleerde mensen gelijken korenhalmen op het veld: ze groeien fris op en verheffen het hoofd trots in de lucht zolang de aren nog leeg zijn; zodra ze zwellen en rijp worden laten ze ootmoedig het hoofd hangen. (Montaigne)

Niemand weet genoeg, maar menigeen te veel. (Marie von Ebner – Eschenbach)

Men weet eigenlijk slechts, zolang men nog weinig weet; hoe meer men weten gaat, hoe meer men gaat twijfelen. (Goethe)

Er zijn maar twee soorten mensen die werkelijk fascinerend zijn: mensen die absoluut alles weten en mensen die absoluut niets weten. (Oscar Wilde)

Wat is al onze kennis waard? We weten zelfs niet wat voor weer het morgen zal zijn. (Berthold Auerbach)

Mijn leven lang heb ik, als in een bodemloze afgrond, wagens vol kennis gestort in de leegte die ik mijn geest noem. (Logan Pearsall Smith)

Geleerdheid maakt de mensen opgeblazen: woorden zijn slechts wind, en geleerdheid is slechts woorden; ergo, is geleerdheid louter wind. (Jonathan Swift)

Over zaken die wij niet kennen, zijn wij dikwijls aangewezen op het oordeel van anderen, – die ze ook niet kennen. (Otto Weiss)

Er is een abc-onwetendheid die aan kennis voorafgaat en een doctorale onwetendheid die erna komt. (Montaigne)

Men moet veel gestudeerd hebben om weinig te weten. (Montaigne)

Ik weet niet veel, maar als ik een heleboel minder wist dan dat kleine beetje, zou ik veel machtiger zijn. (Samuel Butler)

Wij vinden het best dat u alles weet, maar sta ons toe dat wij iets niet weten. (Beaumarchais)

Het weinige dat ik weet, dank ik aan mijn onwetendheid. (Sacha Guitry)

Zelfkennis is de eerste stap tot huichelarij. (Ernst Hohenemser)

Wij bedriegen en vleien niemand door zulke fijne kunstgrepen als onszelf. (Arthur Schopenhauer)

Wie zichzelf kent, heeft geen hoge dunk van de mensen. (Jean de Boisson)

Er is een even groot verschil tussen ons en onszelf als tussen ons en anderen. (Montaigne)

Voor onszelf stellen wij ons allen eenvoudiger voor dan we zijn: zo rusten we van onze medemensen uit. (Friedrich Nietzsche)

Niemand is meer verschillend van anderen dan van zichzelve op verschillende tijden. (Blaise Pascal)

Ik wou mezelf gaarne eens ontmoeten om te weten hoe ik me beviel. Maar ‘k moet bijzonder goed gehumeurd wezen op die dag, want ik hou niet van onaangenaamheden. (Multatuli)

Alle spiegels zijn toverspiegels, en nooit zien wij ons gezicht erin. (Logan Pearsall Smith)

Ik ben nooit, ik word. (André Gide)

Wij ontdekken in onszelf, wat de anderen voor ons verbergen en wij herkennen in de anderen wat wij voor onszelf verbergen. (Vauvenargues)

Het verderfelijkste zelfbedrog, dat wij mensen ons wijsmaken, is misschien wel dat wij zonder zelfbedrog zouden kunnen leven. (Ernst Hohenemser)

Men verschilt soms evenveel van zichzelf als van anderen. (La Rochefoucauld)

Men hoort slechts die vragen, waarop men in staat is antwoord te geven. (Friedrich Nietzsche)

Ik ben de enige persoon ter wereld die ik graag door en door zou kennen, maar ik zie er op het ogenblik nog geen kans toe. (Oscar Wilde)

Niemand kan een dwaas naar het leven beschrijven, zonder veel geduldig zelfonderzoek. (Frank Moore Colby)

Wij verbazen ons te veel over de onwetendheid van anderen en niet genoeg over die van onszelf. (Valtour)

Hij is een denker, dat wil zeggen, hij verstaat de kunst de dingen eenvoudiger te nemen dan ze zijn. (Friedrich Nietzsche)

Het is aldus met de meesten van ons: wij zijn wat andere mensen zeggen dat wij zijn. Wij kennen onszelf voornamelijk van horen zeggen. (Eric Hoffer)

Wat en hoeveel we ook zoeken, we vinden nooit iets anders dan onszelf. (Anatole France)

Voor ik trouwde had ik zes theorieën over het opvoeden van kinderen; nu heb ik zes kinderen, en geen theorieën. (John Wilmot)

De belangrijkste dienst die de krant ons bewijst is dat zij de mensen leert alles wat gedrukt is met argwaan te benaderen. (Samuel Butler)

Wie oren heeft om te oren, laat hij ze dichtstoppen met watten. (William Makepeace Thackeray)

Het is een genot om te zien hoe weinig de leerlingen zich van mijn lessen aantrekken. (Paul Citroen)

De meester, in zijn wijsheid, gist.
De leerling, in zijn waan, beslist. (A.C.W. Staring)

Het leven is de kunst bevredigende conclusies te trekken uit onbevredigende premissen. (Samuel Butler)

Ons leven is wat onze gedachten ervan maken. (Marcus Aurelius)

Het leven is een doolhof waarin we de verkeerde weg inslaan voor we hebben leren lopen. (Cyrus Conolly)

Levenswijsheid bestaat uit het kennen van de dwaasheden van dit leven. (Peter Sirius)

Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd. (Sören Kierkegaard)

De buitensporige vreemdheid van het bestaan is wat mij ermee verzoent. (Logan Pearsall Smith)

Ik verbaas mijzelf voortdurend; dat is het enige wat het leven de moeite waard maakt. (Oscar Wilde)

Een schim, die waart, is ’t leven, een arm speler,
Die op ’t toneel zijn uurtje praat en raast,
En dan verstomt, verdwijnt; het is een sprookje,
Verteld door ’n idioot, vol brallende onzin,
Die niets betekent.
(William Shakespeare)

De mensen kennen de wereld niet, om dezelfde reden waarom de meikevers de natuurlijke historie niet kennen. (Chamfort)

Wij leven in een wereld waarin de mensen niet weten wat ze willen en bereid zijn door de hel te gaan om het te bemachtigen. (Don Marquis)

Zij die enig verschil zien tussen ziel en lichaam hebben geen van beide. (Oscar Wilde)

Ik geloof alleen, wat ik niet met mijn eigen ogen gezien heb. (J. Greshoff)

Leer uw tong zeggen: ‘Ik weet het niet.’ (Talmoed)

Het leven is een slaap, de liefde is er de droom van. (Alfred de Musset)

Wij verzetten ons tegen het lijden, maar wie van ons zou niet geleden willen hebben? (Marie von Ebner-Eschenbach)

Ik ben een oud man en ik heb een heleboel narigheden gekend, maar de meeste ervan zijn nooit gebeurd. (Mark Twain)

De mens, de trotse mens,
Met korte, nietig kleine macht bekleed,
’t Onwetendst van wat hij het zekerst kent,
Zijn aard van glas, speelt, als een toornige aap,
Voor ’t oog des hemels zulke vreemde kluchten,
Dat hij de engelen wenen doet.
(William Shakespeare)

Wij zijn als rivieren, die steeds dezelfde naam houden doch waarin het water voortdurend verandert. (Frederik de Grote)

De mens is een paradoxaal wezen, daarom kan men alleen in paradoxen over hem spreken. (Jean de Boisson)

Een ongeletterde timmerman zei eens waar ik bij was: ‘Er is heel weinig verschil tussen de ene mens en de andere, maar dat kleine beetje is heel belangrijk.’ (William James)

We moeten het beste en het slechtste van de mensheid verwachten, evenals van het weer. (Vauvenargues)

De mens is meer een redenerend dan een redelijk wezen. (Alexander Hamilton)

Zelfs de eenvoudigste mens is nog altijd een zeer ingewikkeld wezen. (Marie von Ebner-Eschenbach)

De mens is een eeuwig raadsel voor zichzelf; zijn eigen persoon is een huis dat hij nooit binnengaat en waarvan hij slechts de buitenkant bestudeert. (Emile Souvestre)

Het is gemakkelijker de mens in het algemeen te kennen, dan één mens in het bijzonder. (La Rochefoucauld)

Ik heb nooit een groter monster of een groter wonder ter wereld gezien dan mijzelf. (Montaigne)

Gods kinderen zijn heel lief, maar zeer vreemd, erg aardig, maar zeer enghartig. (Sadhu Sundar Singh)

Twee soorten mensen kunnen er nooit in slagen hun medemensen te leren kennen: zij die nooit in zichzelf afdalen en zij die er nooit uit te voorschijn treden. (Delingré)

Wij zijn het enige dier dat zich verbaast over het heelal, en dat zich iedere dag verwondert er niet meer verwonderd over te zijn. (Antoine de Rivarol)

Van Peru tot Parijs, van Japan tot Rome,
Is de mens het dwaaste dier dat ge zult tegenkomen. (Nicolas Boileau)

Laten we onze medemensen goed behandelen; laten we ze behandelen alsof ze werkelijk bestaan; misschien doen ze dat ook wel. (Ralph Waldo Emerson)

Onze dwalingen en onze verdeeldheid in de moraal vloeien somtijds hieruit voort, dat wij de mensen beschouwen alsof zij volkomen verdorven of volkomen goed zouden kunnen zijn. (Vauvenargues)

De moraal heeft meer kinderen vermoord dan Herodes en de Moloch, dan roodvonk, mazelen en alle besmettelijke ziekten ter wereld. (Gerhart Hauptmann)

Het is met de fundamenten der moraal als met alle andere fundamenten: als je er te veel rond graaft komt het gebouw erboven naar beneden zetten. (Samuel Butler)

Wij verkeren zo graag in de vrije natuur, omdat deze geen mening over ons heeft. (Friedrich Nietzsche)

De natuur kent beloningen noch straffen, enkel gevolgen. (Robert Green Ingersoll)

En wat is een onkruid? Een plant waarvan de deugden nog niet ontdekt zijn. (Ralph Waldo Emerson)

Men kan het aantal appels aan een boom tellen, maar men kan niet het aantal bomen in een appel tellen. (Zigeunerspreekwoord)

De natuur gedoogt dat gij haar bespiedt, niet dat gij haar ontraadselt. (Pythagoras)

Het maakt alle verschil of je een insect in de slaapkamer hoort of in de tuin. (Robert Lynd)

Na een kwartier kijkt niemand meer naar een regenboog. (Goethe)

Niemand weet, wat in hem sluimert en voor den dag komen kan, wanneer zijn noodlot hem over het hoofd begint te groeien. (Marie von Ebner-Eschenbach)

Wij zijn maar als de blaren in den wind,
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind.
(A. Roland Holst)

De muiters van gisteren zijn dikwijls de helden en martelaren van vandaag. (Multatuli)

De hoogste trots en de hoogste deemoed is de hoogste onbekendheid met zichzelven. (Spinoza)

Fysiognomie is de kunst, zich reeds door de gelaatstrekken op een dwaalspoor te laten brengen. (Emanuel Wertheimer)

Menig man, die je nog niet de weg naar de kruidenier kan wijzen, vindt een aandachtig gehoor wanneer de ouderdom zijn geest nog verder heeft aangetast. (Finlay Peter Dunne)

Hoe ouder ik word, hoe meer ik het populaire gezegde wantrouw dat de wijsheid komt met de jaren. (H.L. Mencken)

De jonghe dwasen, menen dat d’ oude rasen, maar d’ oude hebben meer vergheten, als de jonghe dwasen weten. (Hendrik Laurensz. Spieghel)

Men is nooit te oud om iets af te leren. (Jean de Boisson)

Ouderdom behoedt niet tegen dwaasheid – jeugd niet tegen voorbarige wijsheid. (Peter Sirius)

Als een vogel precies kon zeggen wat hij zingt, waarom hij zingt en wat het in hem is dat zingt – zou hij niet meer zingen. (Paul Valéry)

De burger zegt: dit is geen gedicht, want het is volkomen onbegrijpelijk. De dichter zegt: dit is geen gedicht, want het is volkomen begrijpelijk. (Jan Greshoff)

Er zijn dichters die zich in nevelen hullen om de leegheid van hun gedachten te verbergen (Georges Pellissier)

Dichters liegen de waarheid. (Bertus Aafjes)

Dichten is afleren. (J.C. Bloem)

Onwetendheid doet de meeste mensen lid van een partij worden, en beschaamdheid belet hen er weer uit te gaan. (Lord Halifax)

Het enige wat men met goede raad kan doen is ze doorgeven; men heeft er zelf nimmer iets aan. (Oscar Wilde)

Ieder woord dat wordt uitgesproken, roept het denkbeeld van zijn tegendeel op. (Goethe)

Tot mijn grote genoegen kon ik onmiddellijk antwoord geven en ik deed het ook. Ik zei dat ik het niet wist. (Mark Twain)

Ik ben zo gemakkelijk te overreden, dat geen enkel betoog mij meer overtuigt. (André Maurois)

Ik heb een hekel aan bewijsgronden van welke aard ook. Ze zijn altijd vulgair en vaak overtuigend. (Oscar Wilde)

Ik spreek liever mijzelf tegen dan dat ik het een ander laat doen. (J. Greshoff)

Tegenspreken is vaak niet anders dan aankloppen om te horen of er iemand thuis is. (Mme de Girardin)

Als iemand zichzelf nooit tegenspreekt, komt dat doordat hij nooit iets zegt. (Miguel de Unamuno)

Een goede reiziger is iemand die niet weet waar hij heen gaat, en een volmaakte reiziger weet niet waar hij vandaan komt. (Lin Yutang)

Wij maken grote reizen om dingen te zien waarop wij in onze woonplaats geen acht slaan. (Plinius)

Men moet zich altijd als half schuldig en half onschuldig beschouwen. (Talmoed)

Hij slaapt goed die niet weet dat hij slecht slaapt. (Publilius Syrus)

Ik keerde mij, en zag onder de zon, dat de loop niet is der snellen, noch de strijd der helden, noch ook de spijs der wijzen, noch ook de rijkdom der verstandigen, noch ook de gunst der welwetenden, maar dat tijd en toeval aan alle dezen wedervaart. (Prediker)

Diegenen die werkelijk in zichzelf geloven, zitten allen in een gekkenhuis. (Gilbert Keith Chesterton)

Wie vandaag huilt omdat hij geen brood heeft, huilt morgen weer omdat hij geen honger heeft. (Deens spreekwoord)

Iedereen heeft zijn eigen schouwburg, waarin hij regisseur, acteur, souffleur, schrijver, decorschilder, suppoost, en portier tegelijk is, en nog publiek op de koop toe. (Julies Charles en Augustus William Hare)

De ganse eenheid van de wereld bestaat uit tweedrachten. (Seneca)

Zoals het natuurlijk is, veel dingen te geloven zonder bewijs, zo is het niet minder natuurlijk aan enkele andere te twijfelen ondanks hun bewijzen. (Vauvenargues)

Een scepticus is niet iemand die twijfelt, maar iemand die onderzoekt. (Sainte-Beuve)

Een mens gaat nooit zo ver als wanneer hij niet weet waarheen hij gaat. (Oliver Cromwell)

Twijfel is de voorhof, die ieder doorgaan moet, die de tempel der wijsheid wil binnentreden. (Charles Caleb Colton)

Er bestaat geen gunstige wind voor de zeeman, die niet weet welke haven hij wil aandoen. (John Petit-Senn)

De moeilijkheid met de wereld is dat de dommen zelfverzekerd zijn en de verstandigen van twijfel vervult. (Bertrand Russel)

Twijfel aan alles ten minste éénmaal, zelfs aan tweemaal twee is vier. (George Christoph Lichtenberg)

Een eerlijk man kan nooit een eerlijke twijfel laten varen. (Walter Malone)

Aan alles twijfelen, of alles geloven, zijn twee even gemakkelijke oplossingen, die beide van nadenken ontslaan. (Henri Poincaré)

Een scepticus die dogmaticus wordt, heeft besloten dat het hoog tijd wordt er zijn gemak van te nemen. (Henry S. Haskins)

Als u mij uw meningen moet vertellen, vertel mij dan waarin u gelooft. Ik heb twijfels genoeg van mijzelf. (Goethe)

Niets verbijstert mij meer dan tijd en ruimte; en toch verbijstert ook niets mij minder, want ik denk er nooit aan. (Charles Lamb)

Het heden is even raadselachtig als de toekomst. (Ernst Hohenemser)

De gulden regel is dat er geen gulden regel bestaat. (George Bernard Shaw)

’t Is de waan van veiligheid,
Die steeds de mens verderf bereidt.
(William Shakespeare)

Niets is zo mooi als een sleutel, zolang men niet weet wat men ermee openen kan. (Maurice Maeterlinck)

Het voordeel van een vijand is, dat men weet wat men aan hem heeft. Het voordeel van een vriend is, dat men dit niet weet. (Jacob Israël de Haan)

Ik ben ervan overtuigd dat het verlangen om waarheden te formuleren een boosaardige ziekte is. (William James)

De waarheid is altijd paradoxaal. (Henry David Thoreau)

De waarheid is een illusie, en de illusie is een waarheid. (Rémy de Gourmont)

De waarheid beminnen betekent de leegte verdragen, en dus, de dood aanvaarden. De waarheid staat aan de kant van de dood. (Simone Weil)

Wat zijn ’s mensen waarheden tenslotte anders dan ’s mensen onweerlegbare dwalingen? (Friedrich Nietzsche)

Misschien is niets geheel waar, en zelfs dàt niet. (Multatuli)

De waarheid die blijft is enkel de leugen die men het liefste gelooft. (H.L. Mencken)

Hoe schaars de waarheid ook is; het aanbod heeft toch altijd de vraag overtroffen. (Josh Billings)

Wat waar is bij lamplicht, is niet altijd waar in de zonneschijn. (Joseph Joubert)

Beloften en waarheden zijn als ballen die de mensen elkaar toewerpen en die in de lucht blijven hangen. (Xavier Forneret)

Wat vandaag de lieflijkste waarheid is, kan morgen de verschrikkelijkste zijn: niets is zo veranderlijk als de waarheid. (Ernst Hohenemser)

De mens is wijs, zolang hij de waarheid zoekt: zodra hij meent ze gevonden te hebben is hij een dwaas. (Talmoed)

De filosofie bespotten, dat is eerst waarlijk filosoferen. (Blaise Pascal)

Men kan niets zo dwaas bedenken, of een of andere wijsgeer heeft het al wel gezegd. (Cicero)

Moge God ons ervoor bewaren dat de mens, wiens leermeesteres de ganse natuur is, tot een klomp was wordt, waarin een professor zijn verheven beeltenis afdrukt. (Georg Christoph Lichtenberg)

Wijsbegeert is een stelselmatig misbruik van een daarvoor uitgevonden terminologie. (Friedricht Nietzsche)

De filosofieën van de ene eeuw zijn de absurditeiten van de volgende geworden, en de dwaasheid van gisteren de wijsheid van morgen. (Sir William Osler)

De beste wijsbegeerte is die welke ons leert niet al te wijsgerig te zijn. (Joseph Joubert)

Er zijn meer dwazen dan wijzen; en zelfs in de wijzen is meer dwaasheid dan wijsheid. (Nicolas Chamfort)

Het beetje wijsheid dat de wereld bezit, is erin gebracht door de gekken. (Mirabeau)

De waarlijk wijze man maakt geen plannen, en heeft daarom geen wijsheid van node. (Tsjoeang-Tse)

Goed opgevoede mensen spreken anderen tegen. Wijze mensen spreken zichzelf tegen. (Oscar Wilde)

Als de dwaas in zijn dwaasheid zou volharden, werd hij wijs. (William Blake)

Waar het een zegen is om niet te weten,
is het een dwaasheid wijs te zijn.
(Thomas Gray)

Wat is dan de wijsheid van de tijden van weleer? Is het de wijsheid van grijze haren? Nee. Het is de wijsheid van de wieg. (Sir Thomas Browne)

IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. (Prediker)

De ijdelheid behoedt ons voor sommige dwaasheden, zoals ze ons ertoe brengt andere te begaan. (Jean de Boisson)

Men kan zichzelf niet weinig genoeg au sérieus nemen. (Jean de Boisson)

Onze ijdelheid doet ons veel begrijpen waar ons verstand niet bij kan. (Jean de Boisson)

Ook op de hoogste troon zit de mens op zijn achterwerk. (Montaigne)

Wanneer de sterren éénmaal in de duizend jaar verschenen, hoe zouden de mensen dan geloven en aanbidden! (Ralph Waldo Emerson)

De een stijgt door zonde, de ander valt door deugd. (William Shakespeare)


Godfried Bomans

Uit Aforismen, G.J.A. Bomans, 1977


Er is zelden iets dat ik zeg of denk of het tegenovergestelde gaat ook door mijn gedachten. (p7)

Ouder wordend leerde ik de magerheid kennen van alle aforismen die op een abstractie berusten. (7)

Soms kom ik uitgeput thuis van het ongedwongen zijn. (8)

Ik weet eigenlijk niet goed wat eerlijkheid is.
De voorbeelden die ik ervan gezien heb, vond ik nogal saai. (8)

Zeg mij wie u bent en ik zal zeggen wie gij zijt. (9)

Er bestaan geen verschrikkelijker ogenblikken dan die waarop men zichzelf ziet zoals men is. (9)

Het doorzien van eigen kleinheid waarborgt wel geen grootheid, maar het heft de kleinheid als onbewuste foltering op. (9)

Houd nooit op uzelf te wantrouwen. Mocht dit ogenblik aanbreken, dan hebt u er dubbel reden toe. (9)

Gering over zichzelf spreken is de armzaligste vorm van hoogmoed. (9)

Wantrouw elke drijfveer tot schrijven, behalve de vreugde van het formuleren. (13)

Als u de moeite wilt vermijden om uw eigen woorden te onthouden, spreek dan de waarheid. (18)

Wie veel reist, ontdekt ten slotte het vaderland. (26)

De mens is een geketende en de ketting is het eigendom. (29)

Er zit veel luiheid in de gewoonte om de mensen onder een bepaalde noemer te brengen. Het spaart tijd en energie, je hoeft eigenlijk al niet meer te kijken. (31)

Als kind krijgt ieder mens vrijwel onmiddellijk na de geboorte een net over zich heen geworpen en zijn verdere leven bestaat erin dat hij daarin gaten ontdekt die voor hem bestemd zijn. Bandeloos is hij die door de mazen van anderen kruipt. (36)

Wat wij van het verleden kennen is het visioen van de man die het voor ons heeft opgeschreven. (45)

Godsdienst is voor velen het voorportaal van het denken, voor weinigen de uitgang. (47)

Je kunt moeilijk iemand vragen of hij een heilige is; want als hij nee zegt had je het niet moeten vragen en als hij ja zegt houdt hij op het te zijn. (48)

Elke heilige heeft de omvang van zijn biograaf en daarom lijken de meesten peuterig. Ze zijn als geesten in een te kleine fles. (49)

Een wonder is voor mij niet dat Lazarus uit de dood is opgestaan. Het wonder is dat hij ooit heeft geleefd. (49)

Fouten in het dagelijks leven zijn bijna altijd keerzijden van kwaliteiten, de achterkant van het aardige in een mens, deugden in de rug betrapt. (50)

Een fanaticus is meestal een weifelaar die een besluit heeft genomen. (52)

Ons oog is niet zozeer een lens als wel een spectrum dat bepaalde stralen doorlaat en andere absorbeert. Het resultaat is een beeld, niet van de werkelijkheid doch van de werkelijkheid zoals wij menen dat zij is: een menselijke creatie. (53)

Een methode is in het rijk van de geest te vergelijken met een kruk. De ware denker loopt vrij. (54)

We doen alles voor de laatste keer. (55)

We zijn allemaal dieren met waterhoofden. (57)

Het leven is altijd doller dan de wildste revue. (59)

De bezitsgedachte is onbegrensd, gelijk alle gedachten, en kan nimmer verzadigd worden. Men loopt erin voort als in een eindeloos perspectief, zonder dat de lijnen elkaar ooit raken. Er is geen snijpunt dan de dood. (65)

De grootste ziekte van onze beschaving is de mening dat zij ziek is. (65)

Wie wegduikt in de absurditeit wordt onkwetsbaar. (66)

Elk groot man treedt de herinnering van het nageslacht binnen als de groteske vergroting van één zijner facetten. Al het overige zinkt in de vergetelheid. (74)

Als je de illusie helemaal schrapt, beland je weer bij de leugen. (74)

Men mijde de serieuzen, want zij missen de ernst. Zij zijn zo lichtzinnig dat zij hun mening voor de enige waarheid houden. (75)

De betekenis van het koningschap is hierin gelegen dat de drager ervan bepaalde dingen niet begrijpt en daar ook geen enkele poging toe doet. (75)


Multatuli

uit Ideeën I, Multatuli 1862:


1
Misschien is niets geheel waar, en zelfs dàt niet.


16
Als ik ’t woord ‘ziel’ noem, doe ik dat bij wijze van spreken. Als ik iets stel tegenover stof, doe ik dat bij wijze van spreken. Als ik zeg: God, doe ik dat by wyze van spreken. Want ik weet niet wie God is. Ik weet niet wat ziel is. En wat er is buiten stof, weet ik niet.


Uit Ideeën van Multatuli, eerste bundel, Querido, Amsterdam 1985:


92
Wat leert men daaruit? Ik heb u niets te leren. …


100
Waar ge een individu hoort spreken over principes… wees voorzichtig.
Waar ge een staatsman hoort spreken over systemen… wees voorzichtig.
Waar ge een godgeleerde hoort spreken over dogmen… wees voorzichtig.


144
Er bestaat aantrekklykheid in dwaling, en in ons gemoed iets wat we noemen kunnen: horror vacui. Gewoonlyk geven we geen dwaling op, zonder daarvoor wel en deugdelyk ’n andere dwaling in de plaats te hebben gekregen.