Alexander Smit

‘Begrijpen is altijd vasthouden, tot begrip maken. Het bestaan gaat aan alle begrippen voorbij.’ Citaten van de radicale advaitaleraar Alexander Smit (Shri Parabrahmadatta Maharaj).

Redactie en titels: Hans van Dam

Dwaalgids > Advaita > Alexander Smit


Inhoud

Bewustzijn (1990)

Uit Bewustzijn: gesprekken over dat wat nooit verandert, Alexander Smit, derde druk, Altamira-Becht, Haarlem 2000/1990.


1. Uit de inleiding door Philip Renard:


Een ‘uitgangspunt’

In de ongelooflijk grote hoeveelheid ideeën, concepten, twijfels, gevoelens en inzichten die je hebt is één factor aan te wijzen die blijvend is, ook als alle andere verdwenen zijn, namelijk het feit dat er bewustzijn is, en dat jij dat bewustzijn bent. Alexander noemt het feit dat je bewustzijn bent ‘het eerste en het laatste concept’ – ook dit concept lost op een gegeven moment volledig op, maar voorlopig is het nog iets dat als een soort houvast gehanteerd kan worden, een ‘uitgangspunt’. Alle andere concepten en ideeën kunnen uitsluitend bestaan dankzij dit eerste en laatste concept. (8)


In elkaar storten

In ons zoeken om uit onze gebondenheid bevrijd te worden bouwen we concept na concept op. In gesprek met Alexander kan een bepaald concept van ons bevestigd worden, terwijl het op een ander moment weer volledig ontkend wordt. Alleen door dit paradoxale gebruik van het woord kan op een gegeven moment de wortel van alle concept-maken worden gezien. Ieder concept of begrip blijkt een soort greep te zijn, een klem. Uit jezelf lever je slechts nieuwe bouwstenen voor een conceptueel bouwwerk, en pas als je je openstelt voor iemand die helemaal niet zo’n bouwwerk hanteert, kan je eigen conceptenwereld in elkaar storten. (13)


2. Uit de gesprekken met Alexander Smit:


De laatste troef

Het besef ‘ik ben’ is je laatste troef, dat is de grond van waaruit je meningen kunt vormen, opinies kunt hebben, een bepaalde dunk van iets of iemand, of een zelfbeeld. De grondslag daarvan is het fenomeen dat ‘ik ben’. (23)


De wortel van de illusie

Het woord ‘ego’ leidt tot spraakverwarring. De term ‘ego’ werd geïntroduceerd door de psychologen; ze bedoelen er de hele persoonlijkheidsstructuur mee, de ik-structuur. Maar die heeft als wortel een haast vormloos gevoel… ‘ik ben’. Daaraan twijfelt niemand – om er zelfs maar aan te twijfelen, moet je er al zijn. … Dé grote waan is nu juist die ‘ik-ben-heid’, maar daar komt nauwelijks iemand aan toe. Die ‘ik-ben-heid’ is wat men in het Sanskriet mula maya noemt, de wortel van de illusie. (23)


Totale ontkenning

Oefenen van de totale ontkenning is onmogelijk. Je ziet het of je ziet het niet. Elk oefenen is in dit verband een persiflage op je natuurlijke staat. De ware natuurlijke staat is de vol-ledige ontkenning en tegelijkertijd de totale omarming van het zijn. (28)


Blinde vlek

Kijk, je kunt je gedachten ontkennen, je kunt je gevoelens ontkennen, maar het meest voor de hand liggen kun je niet ontkennen, namelijk dat je bent. Dat is je blinde vlek. (28)


De goeroe

Bezoeker: Wat is de functie van de goeroe?
Alexander: Tegen jou gezegd: die mevrouw of meneer die je laatste troef uit handen slaat. De laatste kaart die je achterhoudt in je spel, bewust of onbewust.


Uitgekeken

Bezoeker: Ik heb begrepen dat je niets hoeft te doen voor Zelfrealisatie.
Alexander: Kan zijn, het ligt er nogal aan. Belangrijk is om niet op praatjes van anderen af te gaan – wat weet je van hen? Weet jij wat ze uitspoken en waar ze hun ‘kennis’ vandaan hebben? Je kunt dat ‘niets doen’ met een gerust hart even met rust laten. Er gaat heel wat aan vooraf voor je niets meer doet aan de objectieve kant. Want dan heb je al ontkend, je heb al gezien dat de oplossing niet dáár ligt. De waarheid zit veeleer van binnen. De natuur is daar heel onverbiddelijk in. Wanneer je op dat gebied ook nog aasjes en troeven achterhoudt, is er weinig hoop voor je. Het moet werkelijk zo zijn dat je bent uitgekeken. (29)


Tot een einde gekomen

Bezoeker: Hoe kunt u dat controleren?
Alexander: Door jou te vragen wat je ervan begrepen hebt. Al die dingen waar je warm voor loopt in de hoop ‘iets’ te bereiken, je ambities, je pretenties, je geraffineerde mentale constructies…
Bezoeker: De goeroe prikt die dus door?
Alexander: Dat lijkt me glashelder ja. Want je opvattingen lekken aan alle kanten. De goeroe mag dat ook doen, want je bent naar hem toegekomen voor opluchting vanuit het verlangen tot helderheid te komen. Als je daarvoor komt, mag het spel ook gespeeld worden. Voorwaarde is dat de goeroe zelf tot een einde gekomen is en de weg zelf helemaal heeft afgelegd. Anders wordt het een komedie. (29)


Maar dan ook alles

Bezoeker: Moet je dan nergens meer naar streven?
Alexander: Elk streven is intentioneel; je teleurstellingen zullen evenredig met je verwachtingen zijn. Zodra het Zelf gekend wordt is het oorspronkelijke streven niet meer hetzelfde. Als je gezien hebt dat ieder streven ijdelheid is, dat de wortel je ‘ik-ben-heid’ is, de grondstelling, als je gezien hebt dat die ijdel is, een luchtbel, dan is alles leegte, maar dan ook alles. Het kan niet anders of je streven en passies worden anders, want alles is een vertolking van wat je begrepen hebt. (30)


Persiflage

Bezoeker: Ik vraag mij af of ik moet mediteren, mijn gedachten observeren en dergelijke?
Alexander: Wat wil je daarmee?
Bezoeker: Het lijkt mij een handige methode om…
Alexander: Nee! Dat is de grootste val waar je in je huidige toestand in kunt lopen! Je bent dat kijken zelf, daar hoef je niet rustig voor te gaan zitten. Nooit. Als je het leuk vindt, toe maar… Maar je zult het tot methode maken en daarna tot een persiflage. (31)


Bloed met bloed wegwassen

Observeren van je gedachten heeft voor bepaalde doeleinden zijn nut. Je leert je goed concentreren en dergelijke, maar het leidt uiteindelijk tot niets. Op zijn best word je een goede ondertitelaar. Je creëert de illusie dat jij buiten die gedachten staat: de gevaarlijkste illusie binnen het zelfbewustzijn. Dat is bloed met bloed wegwassen. Degene die kijkt is van hetzelfde materiaal als wat gezien wordt. Dit is geen holle kreet die je zo maar onbegrepen kunt gebruiken. (31)


Uitkotsen

Bezoeker: Moet ik meditatie dan helemaal vergeten?
Alexander: Inzien, wezenlijk kennen, is vergeten: het uiteindelijk uitkotsen van alle ideeën en concepten. Vóór die tijd laat je alleen maar boeren. (31)


Slopersbedrijf

Het is hier eerder een slopersbedrijf dan een opbouwwerkcentrum. Begrippen waarmee je aankomt over wie je bent en wat je bent, worden door mij niet geaccepteerd. (37)


Jouw speciale opvatting

Er bestaat geen wereld die voor iedereen hetzelfde is. De wereld is veeleer een beeld dat je je gevormd hebt. Als je alleen al kijkt naar wat je nu leuk vindt en vroeger, toen je een klein meisje was. Ik neem aan dat je niet meer met je poppen speelt en de hele dag zandtaartjes bakt. Dat vond je vroeger leuk. Wat je wel of niet leuk vindt aan de wereld is jouw speciale opvatting. (41)


Dronken

Zoals je nu bezig bent, ben je als een hond die zijn eigen staart achterna rent. Door in te gaan op jouw voorstellen, door naar je te luisteren, geef ik je een duwtje, waardoor je nog harder achter je eigen staart aan gaat hollen. Dus probeer ik de cirkelgang te doorbreken door niet in te gaan op je meningen. Maar staat erop dronken te worden van het ronddraaien en je daarna te verbazen over je draaierigheid en hoe dat nu toch kan. (44)


Waan

Dat hele zoeken van je is gebaseerd op waan. Je zoekt omdat je denkt ‘iets’ te kunnen vinden. Hier wordt je duidelijk gemaakt dat er niets te vinden is. En dat betekent dat je ophoudt met zoeken. Misschien is dat niet wat je wilt, misschien wil je een alibi om nog jarenlang met allerlei fratsen door te kunnen gaan. Misschien was je daar niet voor gekomen. (44)


Kan een zwaard zichzelf snijden?

Zo ontstaat het idee dat je wat moet gaan doen om daar verandering in te brengen. Je bent dus ontevreden. Met andere woorden, je gaat op zoek naar helderheid, oplossing, opluchting, moksha, verlichting. Maar je ziet niet dat al het zoeken naar verlichting enzovoort, een zichzelf instandhoudend mechanisme is. Je bent bezig met denken, dat wil zeggen met concepten, de zelfgeschapen problemen op te lossen, en dat is onmogelijk. Je kunt met het denken de problemen niet oplossen, want denken is het probleem. Hoe kan een zwaard zichzelf snijden? Hoe kun je bloed met bloed wegwassen? (53)


Eén groot afweermechanisme

Dus waarmee je moet beginnen is te zien dat er geen oplossingen zijn. Want met de hoop op oplossingen die je door allerlei leraren op de supermarkt van bewustwording worden gepresenteerd, houd je de vicieuze cirkel in stand en kijk je nooit naar het probleem. Je zoeken naar oplossingen, je hele investering in verlichting, is niets anders dan één groot afweermechanisme om het probleem maar niet te zien. Je kijkt alleen naar de oplossingen, en die zijn er niet. (53)


Overal geweest

Deze hoop en dit geloof in oplossingen zijn gecreëerd door het denken, nota bene de maker van de problemen! Dat is de beweging, en met die beweging ga je het graf in! Elke poging tot een oplossing te komen is het uit de weg gaan van het probleem. En de meesten van ons hier komen voor oplossingen van hun problemen. Veel mensen die hier komen zijn al overal geweest. Bij Krishnamurti, bij Rajneesh, bij Muktananda enzovoort. Ze hebben van alles geprobeerd: hatha yoga, meditaties, therapieën, maar het heeft ze niet geholpen hun basis-dilemma op te lossen. (53)


Je wordt er zo stijf van

Hou me ten goede, ik zeg niet dat je geen hatha yoga moet doen, of niet moet mediteren. Wanneer je het leuk vindt, moet je het zeker doen. Maar het zal je basis-dilemma niet oplossen. Een soepel lichaam is natuurlijk beter dan een stijf lichaam hoewel het op den duur toch stijf wordt. Ik heb niets tegen doodgaan, maar je bent er de volgende dag zo stijf van! (54)


Geen probleem

Bezoeker: U ziet dus geen oplossing?
Alexander: Ik zie geen problemen, en daarom geen oplossingen.
Bezoeker: We kunnen dus niets doen?
Alexander: Zie goed dat elk doen, elk streven, elke inspanning, elke beweging naar een oplossing of doel de ontkenning van het probleem is. Problemen en oplossingen gaan altijd samen. Waar geen probleem is, is geen oplossing. (54)


Loskomen van het idee

Bezoeker: U heeft eens gezegd dat Zelf-realisatie eigenlijk niets anders is dan loskomen van het idee dat je ergens aan vastzit. U heeft ook gezegd: bewijs me dat je eraan vastzit en ik maak je los. (47) …
Alexander: Tot inzicht komen is wezenlijk en totaal zien dat je nergens aan vastzit. Zo gezien is gebondenheid denken dat je vastzit aan de dingen. (55)


Je zult het nooit weten

Bezoeker: Hoe kan ik beoordelen of u verlicht bent?
Alexander: Wat een vraag! Je zult het nooit weten, omdat verlichting voor jou een idee is, een concept. Alleen wanneer je bereid bent alle ideeën over verlichting los te laten bestaat de kans dat we elkaar wezenlijk zullen ontmoeten. Houd je niet bezig met dit soort vragen; ze zijn volkomen onbelangrijk en een teken van afweer. Je verliest tijd met inlichtingen inwinnen en gedrag vergelijken. Er zijn geen maatstaven en criteria om te beoordelen of iemand verlichting is. (57)


Geen idee

Het idee geboren te zijn houdt de logische consequentie in van het idee dat je eens zult sterven en verdwijnen. Het gevoel iemand te zijn leidt onherroepelijk tot de gedachte eens niemand te zijn. Het een nodigt het ander uit. Wij hebben het bestaan teruggebracht tot een verzameling ideeën, maar het concrete leven is geen idee en is ook niet te begrijpen; het is niet te bevatten. Alleen concepten zijn te bevatten. Alle mystici zijn tot het inzicht gekomen dat het bestaan onbegrijpelijk is. Het bestaan, het leven, kan niet tot een idee worden gemaakt. (59)


Niets te zeggen

Bezoeker: Ik denk dat u niet alles zegt wat u te zeggen hebt.
Alexander: Laat de impulsen van jou komen, wacht niet af tot er iets gaat gebeuren van mijn kant. Vanuit mijn standpunt heb ik niets te zeggen. (64)


De invulling van de wereld

Toen de bloeddruk nog niet was ontdekt, had niemand last van hoge bloeddruk. Toen kanker onbekend was, ging er niemand dood aan kanker. Vroeger ging je gewoon dood. Vroeger – en nu spreek ik wel over heel lang geleden – zag men niet eens het verband tussen copuleren en het krijgen van kinderen. Door het menselijk onderscheidingsvermogen is men op een gegeven moment dat verband gaan zien. Het weten, het ‘ergens weet van hebben’, het kennen is verantwoordelijk voor de invulling van de wereld. (64)


Een voorstelling

Alexander: Stel dat wij niets zouden weten van al die atoombommen die op ons gericht staan, dan zouden we er niet bang voor zijn. De kennis ervan creëert angst. Denken creëert de angst. Dat behoort allemaal tot het mentale gebied.
Bezoeker: Ik begrijp wel wat u wilt zeggen, maar ik ben het er niet mee eens dat de dingen er niet zijn als je er niet aan denkt of er geen weet van hebt. Ze zijn er wel!
Alexander: Ze bestaan alleen als gedachten; niet in werkelijkheid. De wereld is een voorstelling van het denken; er is geen reële werkelijkheid te ontdekken. Niemand ervaart de wereld hetzelfde, iedereen leeft in zijn eigen geprojecteerde wereld – gecreëerd door angsten en verlangens. Wat de echte werkelijkheid is blijft onduidelijk. (65)


Geen realiteit

Het moment dat je bewust wordt, creëer je een wereld aan de hand van tegenstellingen: goed en kwaad, licht en donker enzovoort. In werkelijkheid hebben zij geen realiteit. Wanneer je iets benoemt als lelijk, ontstaat ook mooi. Introduceer ik een oplossing, dan introduceer ik een probleem; alle tegenstellingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Want het denken voltrekt zich zonder uitzondering door middel van tegenstellingen. Daar is niets aan te doen. Leven en dood, warm en koud, verlichting en onwetendheid. Alles heeft een tegenstelling omdat je alleen maar in tegenstellingen kunt denken. Anders zou je geen referentiekader hebben. Het benoemen van de dingen is nodig om te kunnen overleven. Wat ik duidelijk wil maken is dat we dingen benoemen die we eigenlijk niet kennen. Maar realiseer je dat het benoemingen zijn en dat de benoeming nooit het ding zelf is. (66)


Niets speciaals

De meesten van ons zijn op zoek naar iets speciaals, iets buitengewoons, iets wat de moeite waard is. Maar … het gaat hier niet over iets buitengewoons. Noch aan jullie, noch aan mij is iets buitengewoons. Dit lijkt mij van enorm belang, omdat het min of meer een gebruik geworden is in kringen van mensen die ‘het spirituele’, het ‘hogere’ zoeken, dat er tenminste iets speciaals moet zijn aan de spreker. Wellicht kan ik de mensen die mij komen bezoeken niet verhinderen toch iets speciaals aan mij of in wat hier gebeurt te zien, maar dat genoegen is geheel aan hun kant. (67)


Kleuren verzinnen

Wat er nu is, is er; de rest is een verzinsel, mentale projecties. Maar dat kun je niet accepteren. Je kunt de grijze mierenhoop van alledag niet aanvaarden, daarom verzin je kleuren. Zoals iemand die zichzelf steeds ouder ziet worden nog steeds leeft met de beelden van twintig jaar geleden en daarmee flirt. Maar de natuurwetten trekken zich daar niets van aan. Je kunt eenvoudigweg de gang des levens niet aanvaarden. Om die reden ga je op zoek, maar naar wat? (69)


Verder

Bezoeker: Maar hoe moeten wij in deze tijd dan verder?
Alexander: In de eerste plaats: accepteer dat er geen ‘verder’ is. (75)


Je hebt niets

Bezoeker: Er wordt wel eens gezegd: Wees tevreden met wat je hebt. Is dat wat u bedoelt?
Alexander: Dat moet wel tot ontevredenheid leiden, want je hebt niets. Het leven laat je zien dat alles je afgepakt kan worden. Je hebt niets, je denkt dat je hebt, we spreken zelfs van lief-hebben. Vrijheid en liefde is van je hoofd tot je voeten zien en weten dat er in de hele kosmos niets te vinden is wat van jou is. (76)


Het gebeurt gewoon

Wanneer je in de ochtend wakker wordt verschijnt er een wereld, of je dat leuk vindt of niet. Of je hem projecteert of niet. Er is een weten dat er een wereld verschijnt, maar je weet niet hoe. Je weet dat je loopt, maar niet hoe je loopt. Je weet dat je denkt, maar niet hoe je denkt. Het gebeurt gewoon en het enige dat je kunt doen is dat je wat je niet begrijpt, dat waarvan je weet dat het gebeurt maar niet hoe het gebeurt, benoemt. Maar je kunt daar geen absolute realiteit aan toekennen. Je kunt het natuurlijk een naam geven, maar echt begrijpen doe je het niet. (79)


Bang

Bezoeker: Bent u nooit bang?
Alexander: Wat een vraag! Natuurlijk, op het niveau van het lichaam zijn er reflexen en conditioneringen die ervoor zorgen dat ik niet onder auto’s loop en mijn manifestatie in gevaar breng. Denk je dat ik, wanneer er een tram op mij afkomt, niet opzij spring omdat ik ontdekt heb dat ik mijn lichaam niet ben? Natuurlijk wel – ik ben geen idioot! (80)


Kletskousen

Veel mensen die met spiritualiteit en Yoga en Vedanta in aanraking komen praten graag over de idee dat zij hun lichaam niet zijn; de meesten gedragen zich daar niet naar. Zulke mensen noem ik salon-jnani’s, kletskousen. We zullen zien als zulke mensen geopereerd moeten worden, of wanneer ze uitgenodigd worden door de poort van de dood te gaan, of wanneer ze ontdekken dat ze een ernstige ziekte hebben. Wat zeggen ze dan? We zullen zien… (80)


Concentratiekamp

Praten is gemakkelijk. Wanneer je net goed gegeten hebt is het tamelijk eenvoudig een goed gesprek te voeren over het nut van vasten en strenge diëten. Als je een fijne relatie hebt is het gemakkelijk te zeggen dat je je, wanneer je alleen bent, zo goed voelt. Wanneer je net een orgasme hebt gehad lijkt seks niet zo belangrijk meer. De noodzaak van dingen komt pas aan het licht wanneer je erom verlegen zit. Bijvoorbeeld wanneer je in een concentratiekamp terechtkomt, of in een ontvoering, of wanneer je in het aangezicht van de dood staat. Of wanneer je vijf maanden eenzame opsluiting krijgt. Dan wordt pas echt duidelijk hoe de zaken liggen. (81)


Volkomen onvoorspelbaar

Als je je realiseert dat het gedrag van drie atomen al volkomen onvoorspelbaar is, hoe moet je het gedrag van drie miljard atomen dan voorspellen? Wij zijn een geheel van krachten van elementen en atomen. Hoe kan een deel het geheel begrepen? Hoe kan een deeltje het geheel sturen? Hoe kan het deeltje het geheel omvatten? (92)


Aan alle begrippen voorbij

Een ik-structuur kan niets begrijpen, vanwege het simpele feit dat een ik-structuur wordt waargenomen, en een waargenomen iets niets kan weten of begrijpen. Begrijpen is altijd vasthouden, tot begrip maken. Het bestaan gaat aan alle begrippen voorbij. (93)


Wie ben ik?

Op de een of andere manier is het mij altijd duidelijk geweest dat mijn beleving van de werkelijkheid nooit absoluut kon zijn. Dat mijn opvattingen altijd tegenover andere stonden. Voor mij bleef uiteindelijk, waar ik ook mee begon, de vraag over: Wie ben ik? (98)


Niets aan gedaan

Alles begon met de conceptie. De vrucht van die conceptie groeide, en na de geboorte groeide die verder en werd als lichaam in leven gehouden door de omgeving. Ik heb daar niets aan gedaan. Nu wordt dit lichaam nog steeds gevoed door de aarde en de mensen om mij heen. Ikzelf heb daar niets aan bijgedragen, ik heb daar geen wezenlijk deel aan gehad. Ik heb mijzelf teruggevonden in een staat van bewustheid. Volkomen spontaan, zonder de geringste inspanning. Het is geen wilsbesluit geweest, geen actie van mijn kant. Ik weet dat ik deel uitmaak van het geheel en het geheel maakt deel uit van mij. Maar ik zie geen kans mij op te stellen als iets statisch, als iets blijvends. Ik zie geen ego, geen ik-structuur. (98)


Dan pas

Waarom al die scheidingen aanbrengen in je bestaan: theorie, praktijk, dagelijks leven… Zo kun je wel door blijven gaan. En daarenboven, het in de praktijk brengen in het dagelijks leven is nu niet ter sprake, die kwestie wordt geboren uit de idee van een ‘doener’. Wie zou er iets moeten doen? Als de waan van de ik-structuur doorzien is, wie blijft er dan nog over om ergens iets mee te doen? Wanneer je dit ziet, niet als idee, maar als geleefde werkelijkheid, dán pas doet alles zichzelf. (110)


Hagelslag

Eén ding is zeker: er zal niemand zijn om hier iets mee te doen, hoewel het je er niet van zal weerhouden om alles te doen wat natuurlijk en noodzakelijk is. Maar een schijngestalte, zoals de persoonlijkheid of het zelfbewustzijn, kan alleen maar schijnbewegingen maken. Ontdek je wezenlijke natuur en wees stil met het leven. Denk niet dat je, wanneer ‘het’ gebeurt, zult ophouden met ademhalen of dat je geen hagelslag meer eet. (111)


Alle begrippen en ideeën te boven

Wanneer je heel veel van iemand houdt, dan kan het gebeuren dat je helemaal niets meer weet. Je kunt niet onder woorden brengen waarom je zoveel van iemand houdt; alles wat je bedenkt lijkt niet geldig. En dat is het ook niet, omdat liefde alle begrippen en ideeën te boven gaat. Het denken kan er helemaal niet bij, net zomin als gevoelens. Zij lijken altijd ontoereikend. (112)


Waarom

Bezoeker: Maar waarom dan die schepping?
Alexander: Een aardigheidje van God. Waarom? Waarom? Waarom? Dit is een van de meest illegale vragen die je maar verzinnen kunt. Om verschillende redenen. In de eerste plaats omdat je een verklaring zoekt voor iets waar geen verklaring voor is. En al heb je de verklaring, dan nog ben je geen steek verder, want alles is nog steeds hetzelfde. Je geeft dat wat je niet kunt begrijpen alleen maar andere namen en dan meen je dat je iets begrijpt. (114)


Klunzen

Bezoeker: Vanuit uw visie moeten wij wel enorme klunzen zijn dat wij bij u komen en niet in het bos gaan wandelen en van de natuur genieten.
Alexander: Geniet van je wezenlijke natuur. Zolang je het raadseltje van je bestaan niet hebt opgelost, kún je niet anders dan op zoek gaan naar wat je meent te zoeken. Zelfs het lopen in de natuur zal je geen vreugde geven. Misschien zie je de bomen wel als een uitnodiging om jezelf op te knopen.
Grofweg gesproken zijn er twee soorten mensen. Een enorme groep heeft een identiteit voor zichzelf gevonden en is daar min of meer gelukkig mee en stelt zich nauwelijks vragen. Een andere groep, veel kleiner in aantal, is vagelijk ongerust over zichzelf en leeft in een schaduw van onrust en ontevredenheid.
Die mensen vragen zich af: is dit alles? Wat heeft het voor zin om geboren te worden, een tijdje te leven en onbenullig te sterven? Wat is het doel van het bestaan?
Voor die groep mensen spreek ik. Die andere groep mensen is al gelukkig en wandelt reeds in het bos, ook al zien zij door de bomen het bos niet. Dat jullie allemaal enorme klunzen zouden zijn is een heel andere kwestie. Ik zie geen identiteiten, dus ook geen klunzenidentiteiten. (131)


De strategie van het basisconcept

Het kan heel wel voorkomen dat een leermeester je verleidt om al je concepten in één bepaalde richting te ontwikkelen – bijvoorbeeld via logische redenering – zodat je in het beste geval één basisconcept overhoudt waarmee je intellect zich tevreden stelt. Bijvoorbeeld de gedachte ‘ik ben de getuige’. De leermeester laat je daar helemaal in bezinken, in berusten. In het idee dat dat de wortel van je bestaan is. Je bent dan heel gelukkig en hebt het idee dat het allemaal heel goed gaat met je en dat je het bijna begrepen hebt. En dan… wordt op een goede dag met enorme kracht het tegendeel zo heftig in je gepenetreerd, dat de twee tegengestelden aan elkaar gelijk worden. Dit wil nog weleens leiden tot het plotselinge inzicht dat gezocht wordt. Dan verdwijnt in zekere zin de wereld: de twee tegengestelden storten onder hun hoogspanning in-één. Dan ben je voorgoed van elk nutteloos denken af en blijft er die helderheid over. (134)


De strategie van het tegendeel

Een andere benadering, hoewel op hetzelfde principe gebaseerd, is dat je een antwoord krijgt van de leermeester dat als tegenpool fungeert voor alles wat jij bij hem inbrengt. Doorgaans willen wij de laatste ontdekkingen over onszelf bevestigd zien door een ander; veelal is dat dan de leermeester. De leermeester hanteert in zo’n geval de strategie van het tegendeel, zodat je ‘eigen visie’ op losse schroeven komt te staan. Meestal maak je datgene wat je bij je leermeester te horen krijgt weer tot een visie, een concept. Totdat je daar genoeg van krijgt en ziet dat geen enkel ‘visie’ past op het bestaan. Het wordt dan onmogelijk wat voor visie dan ook te hanteren om je bestaan te bevestigen dan wel te ontkennen. (134)


De strategie van de overgave

[Totale overgave aan de goeroe] is een heel bijzondere weg. In India is deze benadering bekend als Bhakti Yoga. Wanneer je met heel je hart en wezen van iemand kunt houden, dan is het ook niet moeilijk meer om van de rest van de wereld te houden. Liefde, totale overgave, is een vorm van zelfmoord, een vorm van jezelf elimineren. Eliminatie van je valse zelfbeelden, wel te verstaan. (135)


Pijnlijk gewoon

In feite is iemand die de natuurlijke staat kent – en wie kent die eigenlijk niet? – een pijnlijk gewoon mens. Onacceptabel voor de omgeving die altijd uit is op iets buitengewoons, iets speciaals. (136)


In een paradox

Als spiritualiteit gepaard gaat met buitengewone zaken als wonderen, geestesvervoering en bijzondere krachten, dan wordt zij aanvaard en heeft zij de goedkeuring van het publiek. Maar wat is gewoner dan het leven? Het leven is het meest gewone en tegelijkertijd het meest wonderlijke dat je kent; het leven laat zich kennen in een paradox. (137)


Een dansje

Bezoeker: Wat is mijn bestemming?
Alexander: De dans van het leven dansen – dat is je bestemming. Je bent de herinnering aan je ouders. Je lichaam ziet eruit zoals dat van je ouders; het is de herinnering aan hen. Het mysterie wordt manifest in jou en danst zijn dansje. Het leven danst zichzelf uit, dat is zijn natuur. (140)


Referentiekader

Ben je hier gekomen om te klagen? Stel dat alles leuk was, dan zou je niet weten wat leuk was. Je zou geen referentiekader hebben; er viel niets te vergelijken. Leuk en niet-leuk horen bij elkaar. Als alles vervelend was, zou je ook niet kunnen weten wat vervelend was. De paren der tegenstellingen maken je juist bewust. Zo liggen de zaken nu eenmaal. Dat gaat altijd samen, onafscheidelijk. Daarom moet waarheid gezocht worden voorbij de paren der tegenstellingen. (140)


Mier

Het jij enige greep op de realiteit? Je lijkt op een mier die zich verheft uit de mierenhoop en roept: ‘Hé God! Wil je boksen?’


In coma

Streven naar harmonie – en dit is misschien een harde noot voor bepaalde mensen – is voor mensen die in een diep coma leven. De natuurlijke staat is perfect. Het streven naar harmonie is de omgekeerde wereld. De tendens is pais en vree, de werkelijkheid onrust en oorlog. (141)


Allemaal vanzelf

Iets in je kan zeggen: ik wil dit of dat, hetgeen gebaseerd is op de ervaring van de paren der tegenstellingen. Wat je niet ziet is dat het allemaal vanzelf gaat, en dat er geen ‘ik’ is dat iets kan of gaat herstellen. Je bent de waarnemendheid van alle waarneembare processen. (142)


Niet lokaliseerbaar

Voordat je een begrip maakt van wat ‘ervaren’ is, is er al ervaren. … Haal het gewaarzijn weg, en alles is weg. Ben je je niet gewaar van iets, dan is het er voor jou ook niet. Wanneer je naar een dokter gaat en zegt: ‘Ik heb hier pijn’, dan kun je dat alleen zeggen omdat je je gewaar bent van die pijn en haar kunt lokaliseren. Maar dat gewaarzijn zelf kun je niet lokaliseren. (145)


Geen probleem

Dat gewaarzijn is het basisgegeven dat er is. Om daar zelfs maar aan te kunnen twijfelen moet dat gewaarzijn er reeds zijn. Zonder gewaarzijn is niets mogelijk. Het is je enige verbinding met de zogenaamde werkelijkheid. Daarin spelen de problemen zich af en geluk, lusteloosheid, verveling, kracht, vervoering, kortom alles. Zodra het gewaarzijn wegvalt, valt de wereld weg. Wij doen zo veel dingen, maar al die zaken zijn louter en alleen mogelijk door dan ene. Belangrijk om te zien is dat gewaarzijn geen probleem is. Wat een probleem lijkt te zijn is de gewaarwording. Je lijkt verstrikt te zitten in je gewaarwordingen, in je waarschijnlijkheden. (146)


Het moment zelf

Bezoeker: Moet ik me dan overgeven aan het moment zelf?
Alexander: Er bestaat niet zoiets als overgave aan het moment, dat is een mythe. Het moment geeft zich over aan jou als het bewuste zijn. Maar jij weigert halsstarrig, je zegt nee, je weert af. Alles in de natuur staat te dringen om zich aan jouw geestesoog te openbaren. Maar jij sluit je op in een cocon van zelfbeelden en waan: dit wel en dat niet. (149)


Ik ook?

Bezoeker: De verschijnselen zoals die zich aan mij voordoen, val ik daar zelf ook onder?
Alexander: Als verschijnsel, ja. Zo ver-schijn je. Maar je bent het gewaarzijn zelf, en wel tegelijkertijd. (150)


De verdwijning van het bekende

De meesten van ons zijn geïnteresseerd in Zelf-realisatie met neveneffecten, zoals een bepaalde ervaring, gelukkig worden, een bepaald doel. Heel weinig mensen zijn er maar in geïnteresseerd om te verdwijnen, en dat is wat Zelf-realisatie impliceert: de totale verdwijning van het bekende, en in de eerste plaats die van de persoonlijkheid. (151)


Geen enkele maatstaf

Zelf-realisatie en de helderheid die daarmee gepaard gaat heeft van niemand bevestiging nodig, van absoluut niemand. Die bevestiging kan je nooit gegeven worden door een ander. Als zij door een ander gegeven moet worden, betekent dat een motie van wantrouwen tegenover je eigen realisatie. Daarom kan een goeroe nooit zeggen: je bent nu verlicht! Uiteindelijk blijk jij de maatstaf te zijn, en dat blijkt geen enkele maatstaf te zijn. (152)


Gedemonteerd

Niemand kan Zelf-realisatie voor je bevestigen, geen Ramana Maharshi, geen Nisargadatta, geen Krishnamurti, geen Rajneesh. Niemand. De ironie van het verhaal, het absurde, de paradox, is dat je uiteindelijk je eigen maatstaf bent, en dat dat geen maatstaf meer is. Daarmee eindigt je bestaan, daarmee heb je jezelf gedemonteerd, maar niet vernietigd. (153)


Moeilijkheden zoeken

Bezoeker: Het komt niet door het zoeken?
Alexander: Het zoeken blijkt uiteindelijk dé grote hindernis te zijn, maar je kunt niet ophouden met zoeken. Zoek dus op de juiste manier. Zoek leermeesters die je confronteren en je in moeilijkheden brengen, nooit leermeesters die je bevestigen. (153)


Alle vluchtwegen afsnijden

Bezoeker: Zijn er gevaren op de weg naar Zelf-realisatie?
Alexander: Er is maar één gevaar, en dat is de dreiging dat je je leven zult verliezen. En je zult alles mobiliseren om dat te verhinderen. De goeroe snijdt alle vluchtwegen af; dat is zijn hele werk. (153)


Uiterst zeldzaam

Het is de trend om te leuteren over Zelf-realisatie. Zodra je werkelijk met Zelf-realisatie te maken krijgt, neem je de benen. Vraag jezelf af wat je eigenlijk wilt, bekijk het van alle kanten en doe geen concessies meer. Dat is wat je ontbreekt.
Wat je ontbreekt is die concessieloze benadering en een leermeester die geen flauwekul schopt. Maar de meesten van jullie denken dat je je weg naar binnen wel kunt kopen.
Misschien ben je wel bereid eraan te ruiken en wellicht een hapje te proeven, maar dat iemand echt de hele maaltijd van deze boodschap nuttigt… dat is uiterst zeldzaam. (155)


Begrijpen noch niet-begrijpen

Datgene wat ten enen male de voorwaarde is voor alle begrippen, datgene wat aan alle begrippen vooraf- en voorbijgaat, is niet in een begrip te vangen; het is niet te begrijpen. Dat waarin begrijpen en niet-begrijpen manifest worden, is wat je bent maar wat je nooit zult kunnen zien. De paradox is dat je, wanneer je dit ziet – dit wat niet te begrijpen is – vrij bent. Maar dat is niet voldoende.
Diegenen onder ons die de Advaita goed kennen, zijn al vrij van het willen begrijpen. Je weet op een zeker moment dat er niets te begrijpen is, maar je bent nog niet vrij van het niet-begrijpen. … Daarom zullen deze dagen geheel en al gericht zijn op het vrij zijn van begrijpen en niet-begrijpen. (157)


Geen van beide

Als je ‘het’ gevonden hebt, is het onmogelijk geworden jezelf op te delen in stukjes en jezelf een doel te projecteren. Je weet dan: ik ben tegelijkertijd alles en iedereen en niemand, niet-iemand. Maar zeker ben ik geen ‘verlicht iemand’, of een ‘niet-verlicht iemand’. In de Advaita noemen we dat neti-neti. Als je dit in woorden en beelden wilt gaan uitdrukken, kun je dat alleen maar doen in termen van ontkenning: noch dit, noch dat. Denk dus niet dat je niet verlicht bent of dat je verlicht bent. Je bent geen van beide. (160)


New age gebabbel

Bezoeker: Zou je kunnen spreken vanuit een diepe intuïtie en is die diepe intuïtie een weg naar het hogere bewustzijn? Ik bedoel, kan ik volledig open zijn naar de ander en mezelf?
Alexander: Dat is allemaal new age gebabbel, aquarius samenzweringen, de wereld willen verbeteren – dat is niet hetgeen waarnaar we hier verwijzen. Het is van groot belang om eerst voor jezelf te ontdekken wat je richting is. Of je niet eigenlijk een verborgen wereldverbeteraar bent, of een relatielegger, of een ‘transformeerder’ in plaats van dat je Zelf-realisatie wilt. Dat moet eerst duidelijk zijn. Wil je Zelf-realisatie of wil je new age gebabbel en getob en de wereld veranderen. Zolang je de wereld wilt verbeteren, wil je jezelf verbeteren. En zolang je jezelf wilt verbeteren leef je in waan omdat je niet weet wat dat ‘zelf’ is. (162)


Genoeg

Het is de traditie waartoe ik behoor eigen om datgene waar het werkelijk om gaat niet in stukjes en beetjes te vertellen, maar om de essentie van het verhaal compact, direct en zonder omwegen aan je voor te leggen. … Het brein, of het denken, neemt daar niet direct genoegen mee, omdat het denken een ordenend mechanisme is. Dus is het onvermijdelijk dat je gaat proberen om wat je hier hoort onder te brengen in de ideeën en systemen die je reeds verzameld hebt. … Op een bepaald moment krijgt het intellect zo genoeg van al die concepten, halve waarheden, malle ideeën en afweermechanismen, dat het zichzelf om zeep helpt en de intelligentie ontwaakt die je duidelijk maakt dat waarheid en leven niet te vinden zijn op het niveau van het denken. (170, 171)


De waanzin

Bezoeker: Daar raak ik wel van in paniek.
Alexander: Jij raakt daar niet van in paniek. Je identificatiemogelijkheid met het denken wordt fundamenteel ondermijnd. Wanneer die intelligentie echter ontwaakt, verdwijnt de paniek totaal. De waanzin van alle visies en gezichtspunten wordt dan kristalhelder. (171)


Dan pas

Het leven begint pas als je het verloren hebt. (174)


Jezelf niet langer aanzien

Bezoeker: U zegt dus dat ik mijn leven moet verliezen…
Alexander: Ja. Niet je biologische verschijningsvorm, maar je hele verzameling onechtheden, schijnzekerheden, maskers en angststrategieën die jij denken noemt. Verlichting is niets anders dan niet langer verweven zijn, jezelf niet langer aanzien voor een lichaam, denken of voelen of welke denkbare combinatie dan ook. Welk object er ook in het Bewustzijn verschijnt, ik kan nooit iets waargenomens zijn. Die realisatie is verlichting, niets meer en niets minder. Vierentwintig uur per dag dat realiseren. (174)


Je gaat vanzelf dood

Bezoeker: Het lijkt of het ‘ik’ er is zodra ik in actie kom.
Alexander: Welnee. Ik hoef toch geen ‘ik’ te hebben als ik met mijn ogen knipper? Hoe vaak heb je nu met je ogen geknipperd? Een keer of twintig, dertig. Maar je zegt niet steeds: ‘Ik knipper met mijn ogen. Ik moet me bewust zijn van het knipperen van mijn ogen.’ Dat gaat allemaal vanzelf. Zo gaan je gedachten vanzelf, je lever functioneert vanzelf, je krijgt zomaar vanzelf griep, je gaat vanzelf dood. Dat werkt allemaal perfect. Dus het enige wat je hoeft te doen is niets doen. (177)


Een soort film

Je hoort mij nooit zeggen: je moet je niet identificeren met dat ‘ik’. Dat kan niet eens. Ik zeg: er is een fenomeen waardoor het lijkt of er vereenzelviging is met dat ‘ik’. Het lijkt alsof je daarin gaat zitten. Alle gevolgen komen voort uit die identificatie. Maar in werkelijkheid gebeurt er helemaal niets. Het is een ver-beelding, een soort film die je maakt voor jezelf. (178)


De last van het zelfbewustzijn

Met wat ik zeg kun je niets doen. Met wat hier gezegd wordt, kun je niets doen. Het zal je geen voordeel opleveren, ook geen nadeel. Je had er net zo goed niet aan kunnen beginnen. Je wordt er niet rijker van en je wordt er niet wijzer van. Want wijzer is ook objectief. Het enige wat mogelijk is, is dat je bevrijd raakt van de last van het zelfbewustzijn. Dat je weet hoe de dingen in elkaar zitten. Dat is het enige. (184)


Achter de rug

Bezoeker: Dat is toch alles?
Alexander: Ja, maar ik blijf erbij dat maar heel weinig mensen daarin echt geïnteresseerd zijn. Het is zeldzaam als iemand hierin geïnteresseerd is. Zo iemand hoeft niet meer een groepje hier of een groepje daar te doen. Dat zijn de rijpe leerlingen. Maar die kom je maar eens in de tien jaar tegen. Zo iemand komt niet om gelukkig te worden, of om zijn of haar zelfbewustzijn te verstevigen, of om gezond te worden, of om aura’s te leren lezen. Want dat is allemaal achter de rug. (184)


Niet-doen

Bezoeker: Ik merk dat ik hier kom uit een soort hebberigheid. Ik wil liever gerealiseerd zijn vóór mijn dood dan tijdens het sterven. Ik wil dat hebben. Dus vraag ik: wat kan ik doen.
Alexander: Wil je dat ik volmaakt eerlijk tegen je ben?
Bezoeker: Ja, natuurlijk.
Alexander: Je kunt niets doen. Absoluut niets. Er is niets aan te doen. Je kunt niets doen om je proces te versnellen. Je kunt geen techniek bedenken. De enige mij bekende doe-manier is niet-doen. (184)


Nu

Hier zeggen we: Totale aanvaarding betekent de volmaakte synchroniciteit met het NU, omdat dat het enige is wat je kent. Het enige kapitaal dat je hebt is het eeuwige nu. Er is niets anders dan nu. Anders was het er niet. Je kunt mij niets laten zien wat niet nu is. Zelfs wat je je verleden noemt, speelt zich nu af. Als je last hebt van je verleden, speelt zich dat nu af. Als je last hebt van je verleden, speelt zich dat nu af. Als je je verblijdt over of last hebt van de toekomst, dan speelt zich dat nu af. En als je iets wilt veranderen, dan zal dat ook nu dienen te gebeuren. Dus NU is het enige wat je kent. Beter gezegd: al wat je kent is NU. Als je tot Zelf-realisatie zult komen, dan is dat NU. En niet straks. En niet gisteren en niet volgend jaar. (185)


Geen persoon

Het gaat dus om de totale aanvaarding, in die zin dat er eigenlijk geen persoon meer tussen zit die aanvaard. Dat is pas echte aanvaarding. (186)


Ik zie helemaal niets

Bezoeker: Kunt u zien of iemand rijp is of niet?
Alexander: Ik zie helemaal niets. Jullie geval interesseert me niet. Werkelijk niet. Ik heb geen enkele belangstelling voor jullie Zelf-realisatie. Want voor mij zijn jullie allemaal Zelfgerealiseerd. Waarom zou het me interesseren? (186)


Kurk met buitenboordmotor

Bezoeker: Daarom vindt u het eigenlijk niet leuk.
Alexander: Wat moet ik leuk of niet leuk vinden? Ik wil niet dood en ik wil niet leven. Ik heb niets te willen. Ik ben lang geleden opgehouden iets te willen of iets niet te willen. Ik ben een kurk op de oceaan, net als jullie, maar jullie hebben er een buitenboordmotor aan hangen. Ik niet. Dus als de zee me een bepaalde richting uit wil hebben, moet ik dan zeggen: ik wil de andere kant uit? Ik dans het dansje mee, net als Shiva. Ik dans de dans van het bestaan. (187)


Niets aan te doen

Bezoeker: Er is dus niets wat ik moet doen?
Alexander: Je kúnt niets doen. ‘Je moet niets doen’ is weer hetzelfde. Aanvaarding betekent dat er niets aan te veranderen is. …
Bezoeker: ‘In het hier-en-nu zijn’ betekent in feite niets doen?
Alexander: Nee. Hier-en-nu ben je. Je kunt niet uit het hier-en-nu. Het probleem is dat je eruit wil. (187)


Ook feiten zijn ideeën

je moet verschil maken tussen een mentale wereld, dat wat tot een idee gemaakt wordt, en een zintuiglijke wereld. Als ik jullie een wereld voortover, dan is dat een conceptenwereld; maar de zintuiglijke wereld is dat we hier in deze kamer zitten. In de beginfase moet je leren zien wat een mentale projectie is, wat ideeën zijn. In de tweede fase ga je feiten zien. En in de derde fase leer je dat feiten ook ideeën zijn. (192)


Weer een concept

Je denkt bijvoorbeeld dat je weet dat je niet je lichaam bent, maar je rilt als je een operatie moet ondergaan. Kennelijk klopt er iets niet in je redenering. Nee, want het is een mentale realisatie, geen echte realisatie. Het is niet echt gezien. Is het echt gezien, dan is het opgelost. Je bent bijvoorbeeld een tijdlang heel rustig en sereen en je denkt: nu ben ik verlicht, het is gebeurd. En ineens komen er vreselijke emoties naar boven waar je geen raad mee weet. Wat is er aan de hand? Dan zul je moeten kijken. Wat betekent dat? Dat je dacht dat er geen gevoelens meer vrijkomen als je verlicht bent. Weer een concept. Dat heb je ergens gelezen. (194)


Opgelost

Alles zoekt naar een oplossing. En als jij oplost, is alles opgelost. (197)


Geen sporen

Als het echt gezien wordt, in zijn totaliteit, lost het op en verdwijnt het en weet je niet meer wat het was. Dat is het mooie van oplossen – het laat geen sporen na. (197)


Clown

Er is een ongeconditioneerd weten dat precies weet hoe het in elkaar zit, maar je geeft de voorkeur aan je eigen show. Het ego is een clown die het applaus in ontvangst neemt voor de acrobaten die het werk gedaan hebben. Zo werk het ik-bewustzijn. Je hebt bijvoorbeeld een aardig schilderij gemaakt. Dat gebeurde automatisch., zonder dat je er eigenlijk erg in had. Daarna zeg je: ‘Dat heb ik gemaakt.’ Je gaat er een identiteit aan ontlenen. Maar het is spontaan gebeurd. We willen altijd onze handtekening zetten op handelingen die spontaan gebeuren. We eisen ze op als ‘van mij’. (206)


Geen nobel gevoel te bekennen

Bezoeker: Gisteren overkwam het me dat er iemand dronken was en vol haat zat, en dat ik terugschreeuwde. Toen kwam hij op me af en ik voelde alleen maar ontzettend veel haat voor hem. Geen enkel nobel gevoel te bekennen.
Alexander: Het is erg belangrijk dat je niets ontkent. Ontkent je basisemoties niet. Zeg niet: ‘Dat heb ik niet, dat heb ik al getranscendeerd.’ Je kunt beter niet zeggen dat je zus of zo bent, maar goed opletten. Elke situatie is nieuw, en op zichzelf staand. Er zijn garanties te geven over hoe je je zult gedragen in een bepaalde situatie. (209)


Liever niet

Bezoeker: Hoe gaat u om met pijn?
Alexander: Ik ga er liever niet mee om. Ik ga gewoon. Ik denk er niet over na. Ik merk wel dat ik blij ben als de tandarts afbelt, bijvoorbeeld. Dan ziet mijn dag er toch wat lichter uit. Ik laat het dus zijn verhaal vertellen. Ik beweer niet dat ik vrij ben van angsten. Dat zou een leugen zijn. Dat kan ik ook niet zeggen, want ik weet het niet. … Ik weet niet wat ik doe als ik gemarteld zou worden, bijvoorbeeld. Het is nog nooit voorgekomen, dus dat kan ik niet weten. (214)


Gezond doodgaan

Bezoeker: Heeft het zin om gezond te leven?
Alexander: Wat mij betreft niet. Lang te leven ook niet. … Verlichting heeft niets met gezondheid te maken. Helemaal niets. Als je een gezond lichaam hebt, dan is dat leuk voor je, maar het heeft niets met verlichting te maken. Er zijn altijd mensen die vragen: Waarom gingen Nisargadatta en Ramakrishna dood aan keelkanker, en waarom had Ramana Maharshi kanker? Ze moeten gezond doodgaan, dat zouden die mensen het liefste willen. Gezond en lenig. Soepel en lenig, als een ware yogi gezond doodgaan. Wat een waanzin! (217)


Omdat het nergens over gaat

Bezoeker: Ik vind het moeilijk om thuis weer te geven waar het hier over gaat.
Alexander: Omdat het nergens over gaat. Je kunt niet niets weergeven. Wat ik probeer duidelijk te maken bestaat niet. Dat kun je ook niet reproduceren. Als je het kunt reproduceren, heb je het tot concept gemaakt. Als mij meteen na de lezing gevraagd wordt waar ik het over gehad heb, dan weet ik het niet meer. (219)


Iemand begrijpen

Als je jezelf begrijpt, dan heb je ideeën over jezelf. Dan heb je kans dat je andere mensen tegenkomt die dezelfde ideeën hebben. Dan begrijp je elkaar. Niets is erger dan iemand begrijpen. Want daarmee kleineer je de ander. Daarmee maak je de ander tot een begrip. Een mens is meer dan een begrip. (224)


Stilte

Als je echt ziet waar het hier om gaat, kun je er geen zinnig woord meer over zeggen. Je kunt nog iets poëtisch zeggen, zoals ‘het is de Bron’, maar dat is ook niet helemaal waar. Geen enkel fragment kan het Totaal verwoorden. Wat je er ook over zegt, het kan het nooit zijn. Als je er al wat over zegt, wordt het een Zengedicht of een Tao Te Ching, of een Upanishad. Het is allemaal al gezegd. Dus is het niet eens nieuw. Stilte komt er het allerdichtste bij. Omdat stilte de afwezigheid is van dingen. Stilte is de mogelijkheid waar geluiden in kunnen verschijnen. Leegte komt er dichtbij. Maar dat is het ook niet. Daarom staat in de oude Upanishads: ‘Het is te weten, maar het is niet te weten. Het is onmiddellijk zichtbaar, maar toch kan het niet gezien worden. Het is een onnoembare benoeming.’ (225)


Een bedenksel

Het ego is een bedenksel. En een bedenksel wordt waargenomen door iets groters, door dat wat er altijd is. Zo’n ego verschijnt en verdwijnt af en toe. Dat kan mij nooit binden natuurlijk. Het kan me niet vrijmaken en het kan me niet binden. (226)


Geen plek

Het is je ongetwijfeld opgevallen dat je bijna niet anders kunt dan van al je ervaringen, van alles wat je ‘ik’ noemt, een denkbeeld, een idee maken. Of het nu gaat om een wereldbeschouwing of om een innerlijke wereld, je hebt een idee over jezelf, een ‘zelf-beeld’. Maar toch heb je heel diep het gevoel dat dat beeld niet is wat je echt bent. En zo is het ook, want wanneer je werkelijk zou afdalen in wat je wezenlijk bent, zou je geen plek vinden die je jezelf kunt noemen. En dat is eigenlijk het beangstigende. Die angst is tegelijkertijd de inspirator, de motor die je een zelfbeeld laat maken. (228)


Niemand

Je geleefde ervaring is dat er eigenlijk een ‘niemand’ is, een ‘niet-iemand’. Als ik ga zoeken, kan ik geen ‘Alexander’ vinden. Ik kan wel ideeën hebben over Alexander. Rajneesh kan geen Rajneesh vinden. Jij kunt ook geen Jan vinden. Krishnamurti kan geen Krishnamurti vinden. Het enige dat je zou kunnen tegenkomen zijn beelden over iets. En het is de angst voor de werkelijkheid die je ertoe brengt denkbeelden te creëren. (228)


Leegte of beschikbaarheid

Iemand die dus geen angst meer heeft voor wat hij wezenlijk is – namelijk die leegte, of, heel anders gezegd, de beschikbaarheid of tegenwoordigheid – heeft dus geen enkele behoefte meer om beelden te creëren over zichzelf. Zo iemand leeft vrij van de druk of spanning, en zelfs vrij van de ont-spanning, van het zelfbewustzijn. (229)


Niets dekt de lading

Wat betekent dat in de praktijk? Wanneer je je opstelt als een idee, als een denkbeeld, als een fragment, mis je onherroepelijk waar het om gaat. Want het is je geleefde werkelijkheid dat je weet dat je dat eigenlijk niet bent. Je creëert een zelfbewustzijn, een ‘ik’, een ik-bewustzijn en ideeën over dingen, maar geen enkel idee over wie je bent dekt de lading. Je hebt dus ook altijd het gevoel dat het net iets te kort schiet, dat het niet compleet is. Iedereen heeft die ervaring. Hoe je het ook gaat uitdrukken, zelfs al ben je helemaal stil en zeg je niets, dan is ook dat nog niet compleet. ‘Helemaal leegte is het ook niet’, zeg je dan. Of je zegt helemaal niets meer, maar niets dekt de lading. (229)


Ruimtelijk

Er is een diep weten in je dat je geen idee bent, dat je geen lichaam bent, dat je geen geest bent, dat je geen intellect bent en dat je geen gevoel bent. Dat lijkt onveilig, maar het is niet echt onveilig. Het is zo plekloos, zo ruimtelijk, dat je niet anders kunt dan het in een of andere vorm gieten, en zo ben je ook getraind, zo ben je opgeleid, zo ben je gedresseerd. (229)


Op zoek naar wat je allang bent

Zolang je die leegte niet hebt uitgenodigd, zolang je die beschikbaarheid niet hebt gerealiseerd, kun je niet anders dan jezelf in een zelfbewustzijn proppen en leven vanuit dat zelfbewustzijn, op zoek naar wat je allang bent. (229)


De weg terug

Wat is de weg terug? De weg terug is zien dat er geen weg terug is. Wat is de weg? Zien dat er geen weg is. (230)


Er komt geen einde aan

Bezoeker: Als je het ziet, zou je dat dan ‘in je centrum zijn’ kunnen noemen?
Alexander: Wat we juist proberen uit te leggen is dat er, heel strikt genomen, geen centrum te vinden is. Je bent alles. Als ik naar de zon kijk, dan reikt mijn aandacht van de aarde naar de zon. Als ik in het heelal kijk, dan bereikt mijn aandacht, mijn bewustzijn, het heelal. Dat hele heelal past natuurlijk nooit in mijn ogen. Dat is onmogelijk. Als ik naar binnen kijk, zie ik dezelfde ruimte. Ga maar eens in het gras liggen, kijk naar boven: oneindige ruimte. Er komt geen einde aan. Doe je ogen dicht: oneindige ruimte. En het lijkt dan alsof er een ‘persoon’ tussen zit, maar dat is helemaal niet zo. Je bent een ruimtelijk wezen. Hoe kun je je er anders bewust van zijn? (231)


Iets nog ruimers

Bewustzijn is groter dan de ruimte. Want de ruimte wordt als object door Bewustzijn waargenomen. De ruimte verschijnt in iets nog ruimers. Zowel uiterlijk, wat je dan uiterlijk noemt, als innerlijk. Daarmee ben je alles en iedereen. (231)


Het lijkt me sterk

Vroeger werd ik meegenomen naar de dierentuin, zonder dat ik het wilde. En nu word ik hiernaartoe meegenomen, zonder dat ik dat wil. Want er staat in een folder dat ik hier moet zijn. Wat is het verschil of ik naar de dierentuin word meegenomen of hiernaartoe? Wezenlijk is er geen verschil. Toen werd ik meegenomen en was het niet mijn beslissing – het gebeurde gewoon – en dit gebeurt precies zo. Er zijn allerlei voor mij volmaakt ondoorzichtige redenen en een miljard oorzaken van gevolgen die dit laten gebeuren, tot en met de ontmoeting van mijn grootouders op het Centraal Station in Rotterdam. Dus om nu te zeggen dat er een vrije wil is… Het lijkt me sterk. (233)


Dan gaan ze me aaien

Als kind werd ik meegenomen naar het ziekenhuis omdat ik ziek was, buiten mijn wil. Ik werd buiten mijn wil om ziek. Buiten mijn wil om kreeg ik koorts, die daarna weer zakte. En zonder mijn inbreng werd ik in het ziekenhuis gelegd, kennelijk omdat andere mensen mijn manifestatie belangrijk vonden. Maar ikzelf had er nauwelijks iets mee te maken, en nog niet. Zodra er iets met mij is, begint iedereen zich ermee te bemoeien zonder dat ik iets wil. En als ik ergens kom begint iedereen: heb je al thee gehad? Dan moet ik drinken en eten. En dan gaan ze me aaien of andere dingen doen. Dat gebeurt allemaal volmaakt vanzelf. Ik hoef niets te doen. (234)


Het is niet ik

Als je bij een bushalte gaat staan komt er op een gegeven moment een bus aan. Het is niet te geloven allemaal! Het regelt zichzelf volmaakt. Miljarden oorzaken en gevolgen. En mijn spreken hier gebeurt ook vanuit geen enkel voor mij aanwijsbaar motief. Dat is de collectieve druk van miljarden oorzaken en gevolgen, en ik heb er niets mee te maken. Werkelijk niets. Ik ben er ook niet verantwoordelijk voor. Want het is niet ik die het doet. (234)


Geen code

Bezoeker: U hebt eens gezegd dat het gedrag van iemand die verlicht raakt niet per se ten goede hoeft te veranderen. Dat begrijp ik niet.
Alexander: Je moet groot verschil maken tussen een Zelfgerealiseerde oftewel een verlichte, en een heilige. De Zelfgerealiseerde is iemand die weet wat hij is. Hij weet dus dat hij geen goed mens is, maar hij weet ook dat hij geen slecht mens is. En dat het er niet werkelijk toe doet. De echte waarheid is dat het er werkelijk niets toe doet. Niets is onaanvaardbaar. Maar een heilige – dat is een heel andere kwestie. De heilige leeft volgens de codes van de omgeving, zoals de omgeving het graag ziet. De Zelfgerealiseerde heeft geen code. Hoe moet je je verlicht gedragen? Wat is verlicht gedrag? Dat bestaat ook niet! (235)


Goed en slecht zijn denkbeelden

Shakespeare, ook een heel groot verlichte, heeft eens gezegd: ‘There is no good or bad, but thinking makes it so.’ Goed en slecht zijn opvattingen. Er is geen goed of slecht. Ze zijn altijd gerelateerd aan iets anders. Kijk wat je niet bevalt, dan weet je waar je eigen angsten zitten. Je gaat net zover met de leermeester mee als je eigen angst. Je zegt: tot zover kan ik het accepteren, maar nu wordt het toch een beetje te dol. En dan ben je bij je eigen angst terechtgekomen. (236)


Hoer en heilige

We vertegenwoordigen allemaal het smerigste tot het allerhoogste. Het zit allemaal in ons. Het is dat malle zelfbewustzijn dat zich beperkt tot een grijs midden, zich daarmee vereenzelvigt en zegt: dat ben ik. Tot aan het licht komt dat je alles bent. En als dat ergens aan het licht komt, dan is het wel bij Zelf-realisatie. Je bent alles. Dus ook een Hitler, ook een hoer, ook een heilige. Alles zit in je. (237)


Kennelijk

Alles wat ooit manifest is geworden, is mogelijk. Maar wij bedenken een werkelijkheid en vragen ons dan af hoe het mogelijk is. Kennelijk is het mogelijk. Zes miljoen joden vergassen is kennelijk mogelijk. De ideeën die je opgebouwd hebt, hebben niets met de werkelijkheid te maken. Helemaal niets. (237)


Gemeen

Bezoeker: Ik vind het erg als iemand gemeen is.
Alexander: Ja, maar dat hoort er allemaal bij, mevrouw. Want we leven in een wereld waarin altijd twee mogelijkheden zijn. Als er ‘leuk’ is, dan is er ook ‘vervelend’. Dat is nu eenmaal de dualiteit. Als er ‘prettig’ is, dan is er ook ‘onprettig’. Een hand kan iemand strelen, maar ook martelen. (237)


Tegelijkertijd

Waarom jezelf beperken? Waarom moet je zeggen: ik ben alleen de leegte? Of waarom moet je zeggen: ik ben alleen het lichaam? Je bent de leegte en het lichaam tegelijkertijd. (239)


Je begrijpt helemaal niets van je lichaam

Je neemt je lichaam waar, maar er valt niets aan te begrijpen. Bovendien doe je helemaal niets. Stel dat je een wondje hebt. Dat geneest gewoon vanzelf. Of je er iets aan doet of niet. Zonder jouw toestemming word je ook ziek. Je gaat dood zonder dat je het zelf wilt, zonder je toestemming. Er zijn ook mensen die maar doorleven zonder dat ze het willen. … Er zijn mensen die honderd willen worden maar op hun eenentwintigste doodgaan. (239)


Identiteitscrisis

Waar je ook kijkt, je zult geen entiteit of identiteit vinden. Je bent identiteitsloos. Steeds als je je opstelt als een identiteit, raak je in een crisis. De identiteitscrisis. Mensen met identiteitsproblemen hebben denkproblemen. De ideeën die ze over zichzelf opgebouwd hebben kloppen niet met wat wij de werkelijkheid noemen. Dan kom je in een crisis. En dan kun je de werkelijkheid wel aanpassen met allerlei beelden, maar de waarheid is dat je geen identiteit hebt. Er is werkelijk geen plek in jezelf te vinden die je Jan of wat dan ook zou kunnen noemen. (242)


Veronderstelling

Er dient alleen gezien te worden wat er is; leuk of niet leuk, duister of licht, helderheid of warrigheid. Zie wat er is. Dan hoeft er geen afstand te worden genómen en hoeft er ook niets te worden losgelaten. Want wie het idee heeft dat er iets moet worden losgelaten, leeft in de veronderstelling dat hij ergens aan vastzit. (245)


Opzettelijk onsympathiek

Negentig procent van de leerlingen blijft hangen in de sfeer van de leermeester en kan hem niet loslaten. Dat is een valkuil. Het laatste waar je aan gehecht bent is altijd de leermeester. Daarom moedigen wij geen vriendschap aan tussen leermeester en leerling. Dat geeft altijd problemen. En de leermeester gedraagt zich opzettelijk onsympathiek zodat er zo min mogelijk hechting ontstaat. (247)


Volslagen krankzinnig

Alexander: Het is bijna onvermijdelijk te denken dat je doodgaat. Want eigenlijk gebeurt dat ook een beetje.
Bezoeker: Wat is dan doodgaan?
Alexander: Doodgaan betekent dat je niets meer in de hand hebt. Dat er niemand meer is om je hand vast te houden. En als alle concepten weggevallen zijn, kun je er niet meer in wonen; dan moet je ergens anders in gaan wonen, hetgeen betekent dat je in je natuurlijke staat gaat wonen. … Op een gegeven moment lossen de dingen zich op. En dan heb je geen enkele behoefte meer aan wat voor concept dan ook. Op een dag ontdek je dat je ideeën volslagen krankzinnig zijn en dat je die malle ideeën ook helemaal niet nodig hebt. (248)


Die ziet niets

Bezoeker: Is het waar dat de leermeester alles ziet?
Alexander: Nee. Die ziet niets. Als er iemand iets niet ziet, dan is het wel de leermeester. Dat is ook weer zo’n geloof dat op een gegeven moment onstaan is. De leermeester ziet niets van je, hoegenaamd niets. (256)


Het einde van het weten

‘Ik weet mijzelf in een wolk van niet-weten’ zei eens een boeddhist in 1610. Niet dat je niets weet. Je weet van alles. Maar tegelijkertijd weet je niets. Je bent alles en je bent niets – tegelijkertijd. Je bent het lichaam en tegelijkertijd ben je het lichaam niet. Het leven is een absolute paradox. … Vedanta betekent: het einde van het weten. (267)


Bewijs het maar

Bezoeker: Ik wil weten waarom er gehechtheid is. Je hebt toch geen gehechtheid nodig om te kunnen leven?
Alexander: Bewijs me dat je gehecht bent, dan maak ik je los.
Bezoeker: Ik ben gehecht aan mijn kind. Als mijn kind dood zou gaan, dan is dat voor mij een kloof die ik niet zal kunnen overbruggen.
Alexander: Dat begrijp ik. Maar als je kind sterft, kun je dat toch niet verhinderen. Als jij zelf sterft, kun je dat ook niet verhinderen. Je kunt dat proces niet tegenhouden. Gehechtheid is een mentale houding.
Bezoeker: Als ik die kwestie van gehechtheid onderzoek, zie ik inderdaad dat het alleen maar gedachten zijn en niet het fenomeen zelf. Want stel dat het gebeurt, dan kan ik niets doen.
Alexander: Daarom zeg ik: bewijs me dat je eraan vastzit, dan zal ik je losmaken. Want jij kunt niet bewijzen dat je ergens aan vastzit.
Bezoeker: Ik kan wel bewijzen dat ik gehecht ben aan de gedachte.
Alexander: Nee, want die gedachte verdwijnt weer. Je bent niet altijd met die gedachte bezig. Die gedacht bestaat maar een aantal seconden en is daarna verdwenen. Hoe kan die gedachte ergens aan gehecht zijn? (268)


Met potjes gooien

Bezoeker: Is datgene wat bindt de aandacht die steeds ergens naar toe gaat?
Alexander: Wat bindt is dat ik denk dat twee plus twee vier is, of dat ik Alexander Smit ben en dat jij denkt dat je die en die bent, en dat je in Afrika geweest bent. Of dat je pottenbakster bent. Het idee bindt je niet, maar de vereenzelviging met het idee wel. En als iemand dan zegt dat je een heel slechte pottenbakster bent, sta je op je achterste benen en ga je gooien met je potjes. (279)


Terreur

Dat is de terreur van die kennis. Zolang je dat bij jezelf niet ziet, zie je het ook niet bij een ander. Dan is elk woord van een ander over jou van groot belang omdat je zelf ook leeft in de illusie die je jezelf voorhoudt; jij gelooft ook wat die ander zegt en dus laat je je ophitsen op op andere manieren voor de gek houden. En dan kom je in de sfeer van geloof terecht en ben je bereid achter een vaandel aan te lopen, of desnoods een ander de strot door te snijden, in de naam van God of religie of duivel, of in je eigen naam. (280)


Nudisten

Het verhaal van het aardse paradijs is zo gek nog niet. Men was er naakt, naakt in de zin van niet bekleed met kennis, want als het accent wordt gelegd op kennis alleen, ben je onmiddellijk het het aardse paradijs. Dan is je naaktheid verdwenen. Nudisten weten dat heel goed. Ga maar eens naakt zwemmen in zee; opeens ben je van je banden bevrijd en dat is nog maar een voorproefje. Die naaktheid is dus heel dichtbij. Uit angst hebben we een kleed omgedaan, ons een persoonlijkheid aangemeten. (280)


Als een boef

Hoe je leeft doet er ook niet toe. Al leef je als een boef, het doet er niet toe. Het heeft er niets mee te maken. Als je als een heilige leeft, als dat je hobby is, ook goed. Dat heeft allemaal niets met Zelf-realisatie te maken. Wij denken altijd nog dat Zelf-realisatie een soort braaf leven leiden is, of een rebels leven, of een alert leven. Dat heeft er helemaal niets mee te maken. (289)


Absurd en pervers

Als er iemand tegen spiritualiteit is, dan ben ik het. Als er iemand tegen godsdienst en religie is, dan ben ik het. Als er iemand tegen spiritueel zoeken is, dan ben ik het wel. Vandaar dat ik het jullie onmiddellijk en duidelijk zeg. Ik ben een groot tegenstander van alle spiritualiteit. Het zoeken naar het Zelf is een absoluut absurd en pervers fenomeen. En toch wordt zoeken en spiritueel bezig zijn gezien als iets bijzonders! Helemaal niet. Doffe ellende is het. (295)


Een conditionering

Het idee dat je van conditioneringen moet afkomen, is op zichzelf een conditionering. … Vrij zijn van conditionering is onmogelijk. Je kunt alleen vrij zijn van het idee dat een conditionering je bindt, of je vrijmaakt. Een conditionering kan je noch binden, noch vrijmaken. (298/299)


Een voorbehoedmiddel

Alexander: Een techniek is een voorwaarde om niet te zijn wat je bent. Je zou kunnen zeggen dat een techniek een soort voorbehoedmiddel is, zoals ook een filosofie of een religie een voorbehoedmiddel is. Elke voorwaarde is niets anders dan een rationalisatie om niet onmiddellijk te zijn wat je bent. Om jezelf te zijn heb je geen technieken nodig.
Bezoeker: Maar een techniek of een therapie kan toch bepaalde dingen in je opruimen?
Alexander: Nee. Opruimen is een absurd idee. Wat moet er in je opgeruimd worden?
Bezoeker: Blokkades.
Alexander: Blokkades? Blokkades zijn een excuus. Door aandacht te geven aan blokkades, blijf je geblokkeerd. Je geeft het monster voedsel en daardoor wordt het steeds groter. Dat is de verkeerde aandacht. (300)


Die man ontneemt je alles

Bezoeker: Toch blijf ik het gevoel houden dat er een laatste moment is…
Alexander: Waarin je ziet dat het nergens naar toe gaat en dat het altijd hier en altijd nu is.
Bezoeker: En daar schijnt dan een leermeester voor nodig te zijn…
Alexander: Dat schijnt niet zo, dat is zo. Die man ontneemt je alles. Zodat je nergens meer naartoe kunt vluchten, en dat nu zich aan je openbaart. (301)


Sterven per moment

Zelf-realisatie is sterven-per-moment. Het is het volmaakt synchroon lopen met het bestaan, met het hier-en-nu. Het loslaten van het bekende, het loslaten van alles wat te maken heeft met het gemanifesteerde. (305)


En ook tegen A. Smit

Marx had gelijk! Godsdienst is opium voor het volk. Absoluut! Ik ben tegen bewustzijnsverruiming. Ik ben tegen drugs. Ik ben tegen al die dingen waar jullie vóór zijn. Tegen religies, tegen filosofieën, tegen Bhagwan, tegen Krishnamurti, en ook tegen A. Smit. (305)


Boos

Bezoeker: Wil dat zeggen dat er geen emoties meer zijn? Dat ik dan niet meer jaloers ben of boos?
Alexander: Er is hoogstens een chemische reactie of een boosheidsverschijnsel dat wordt waargenomen, maar voor de rest niets. En dat leeft zichzelf uit. Klaar. En het is ook helemaal niet de bedoeling dat je niet meer boos wordt of zo. Dat is meer iets voor ex-christenen die yoga gaan doen. (313)


Geleefd worden

Bezoeker: U hebt gezegd dat we denken dat we een vrije wil hebben, maar dat we eigenlijk geleefd worden.
Alexander: Ja, je wordt geleefd. … Je bent spontaan geboren en je verdwijnt spontaan. Waarom zou alles wat ertussen zit niet spontaan zijn? Ik zeg je dat alles spontaan gebeurt. Je wordt spontaan boos en je onderdrukt spontaan. Alles gaat helemaal vanzelf. (314)


Een basis-illusie

Bezoeker: Maar ik heb toch bijvoorbeeld de keuze om met andere mensen wel of niet om te gaan?
Alexander: Nee, dat is een basis-illusie. Je gaat met niemand om, ook niet met jezelf. De dingen gebeuren en je kunt er niets aan doen. Vraag iedereen die hier zit of ze iets kunnen doen aan de situatie waarin ze zitten. Als ze er iets aan kunnen doen, dan doen ze dat al, en daar kunnen ze ook niets aan doen. (315)


Spontaan

Zie dat alles spontaan gebeurt. Je ontwaakt spontaan, je krijgt spontaan griep, je wordt spontaan boos, je bent spontaan op zoek, je bent spontaan dom of intelligent. Alles gebeurt vanzelf. Er is niets wat niet spontaan is. Gedachten komen op, of je het leuk vindt of niet, of je het wilt of niet. Je hoeft alleen de werkelijke positie waarin je verkeert te herkennen, en alle strijd houdt op. En dat is vrijheid, want als er niets meer te strijden valt, niets meer te bevechten valt, dan is er vrede. (315)


‘Niemand’

Als je je opstelt als een object, ben je sterfelijk. De vraag is dus: wie sterft er? Wie wordt er gebeuren? Wie leeft? Een iemand? Een niemand? Spirituele zoekers die als een ‘iemand’ geleefd hebben, neigen ertoe als een ‘niemand’ te gaan leven. Maar ook een ‘niemand’ blijkt uiteindelijk een ‘iemand’ te zijn. (330)


Vol mysteriën

De ‘Kennis’ die we nu hebben, is een Weten vol mysteriën. Dat Weten is de in-grond in alles. Dat Weten is het mysterie zelf. (332)


Tunnelvisie

Bezoeker: Wat beperkt mijn visie op wat u zegt?
Alexander: Een visie is altijd een beperking. Elke visie is een beperking. … Zodra we vanuit een visie gaan spreken en handelen, krijgen we onvermijdelijk ruzie met elkaar. Omdat elke visie de schijnpersoon versterkt. Elke visie is een tunnelvisie. (338)


Tijdbom

In de Advaita-benadering betekent harmonie niets; daarin gaat het niet om vrede van de geest. De mogelijkheid tot oorlog is daarin nog steeds aanwezig. Zij ligt als een tijdbom te wachten om op een ongewenst moment te ontploffen. (359)


Subjectief gewaarzijn (1997)

Uit Subjectief gewaarzijn, Alexander Smit, Altamira, Heemstede 1997:


Uit het voorwoord

Voor enig inzicht in de teksten zal de lezer bereid moeten zijn – in ieder geval tijdens het lezen van de teksten – zijn standpunten enigszins te verlaten of op zijn minst te onderzoeken of hij een identiteit heeft of is. Zonder die minimale bereidheid heeft dit boek geen enkele waarde en vermoeit men zich slechts met onnodige gedachten en concepten. (13)


Gebonden noch vrij

Wanneer een ‘ik’-gedachte verschijnt in het ‘zijn’ wat ik ben, bindt mij dat niet, noch maakt het me vrij. (26)


Een raadsel

Stel dat je een olifant langs ziet komen. Je hebt geleerd dat zo’n dier met een slurf en vier dikke poten een olifant heet. Dat wat je in wezen niet kent noch begrijpt, benoem je tot olifant. Tot zover zijn er geen problemen. De benoeming is een afspraak. Wat de olifant werkelijk is, blijft evenwel een raadsel. (26)


Verklaart niets

Het idee of concept of de benoeming van een object dat je ziet of ervaart, verheldert en verklaart verder niets. Waarom zou het ‘ik’-concept, dat alleen een subtieler object is dat door het geheugen geprojecteerd wordt, hierop een uitzondering zijn? Uiteindelijk is een ‘subtiel object’ zoals de gedachte ‘ik’ niets anders dan een benoeming van een object. (26)


Ooit gezien?

Is er ooit iemand geweest en zal er ooit iemand zijn die een ‘ik’ heeft waargenomen of zal waarnemen? Is er wel sprake van een ‘ik’ als zoiets nog nooit werkelijk is waargenomen? Hoe zou je zelfs over een ‘ik’ kunnen spreken als het niet een waargenomen ‘iets’ is? (26)


Een vreemde bezigheid

Kan een niet-waargenomen iets bestaan? Of is het misschien zo dat een niet-waargenomen iets alleen het bestaan van waarnemen aantoont? Zo gezien wordt het kwijtraken van een ‘ik’ een vreemde bezigheid. Kan iets wat niet werkelijk kan worden waargenomen, worden verwijderd, ontstegen, aanvaard, geaccepteerd, getransformeerd of verworpen? (27)


Huis van bewaring

In advaita wordt geen enkele ervaring opgeëist als het uiteindelijke. Dat is niet zonder reden of zomaar een aardigheidje. Het idee dat een ervaring, hoe mooi, helder of spectaculair ook, het uiteindelijke zou zijn, is een fundamentele dwaling. De opeising van die ervaring veronderstelt een ervaarder en een opeiser. Een valkuil die duizenden zoekers naar waarheid, werkelijkheid en verlichting uiteindelijk fataal geworden is, omdat de herinnering aan de spectaculaire ervaring van het uiteindelijke als object, een verlangen naar herhaling van de ervaring in beweging zet. Zo wordt de ervaring een huis van ‘bewaring’. (28)


De leermeester

De leermeester staat de leerling een korte tijd toe hem te ‘zien’ als leermeester – en eventueel als persoon – zodat duidelijk kan worden dat er niet zoiets bestaat als een leermeester, persoon, leerling, onwetende en wetende. (37)


Identiteitscrisis

De kern van de Ashtavakra Samhita, die bij doorneming tot zeer sombere gedachten kan leiden – men zij hiervoor gewaarschuwd – is dat de mens in wezen vormloze essentie is en geen identiteit heeft en is. Dit bezorgt degenen die menen dat zij wél een identiteit zijn of hebben zonder uitzondering een crisis, die zoals gezegd tot sombere gedachten van totale nutteloosheid en zinloosheid kan leiden. Maar als het waar is dat de mens geen identiteit is en heeft, hoe kan het dan gebeuren dat er een identiteitscrisis ontstaat? … Wij hebben onszelf bedacht als identiteit. Vandaar de crisis. (38)


Ongrond

Het is ondenkbaar dat er los van de zintuigen een wereld zou kunnen bestaan. Dit leidt onherroepelijk tot de conclusie dat de wereld een zintuiglijke wereld is die geen ogenblik los zou kunnen bestaan van zijn waarnemer. De conclusie zelf kan niet eens bestaan los van bewustzijn, want gedachte noch gevoel kan ook maar een ogenblik bestaan zonder bewustzijn. Zintuiglijke waarnemingen (en de wereld is waarneming) zijn onlosmakelijk verbonden met bewustzijn. Dus moet bewustzijn de in- of on-grond zijn van zintuiglijke waarnemingen en dus de wereld. (42)


Het lichaam als denkbeeld

Het lichaam, dat eigenlijk een waarneming is, is zonder twijfel een voorbijgaand verschijnsel. Wanneer wij ons lichaam beschouwen of ervaren, bezien we eigenlijk het denkbeeld dat we van ons lichaam hebben. Dat denkbeeld probeert ons te verhalen dat we 25, 50, of 75 jaar oud zijn. Het lichaam is echter geen denkbeeld in die zin, het is een momentopname van een waarnemingsfragment dat wij, via de kunstgreep van het geheugen op een tevoren aangebracht beeld plakken. (43)


Pijlsnelle gewaarwordingen

Over het algemeen heeft onze ervaring betrekking op een klein deel van het lichaam: de voeten op de grond of jeuk op het hoofd. Of wanneer we ziek zijn, dwingt de aandacht ons naar de waargenomen onaangenaamheden en pijn. Ook al noemen wij die dingen ‘ik’ en ‘mijn’ lichaam, het zijn in feite pijlsnelle waarnemingen van lichte of zwaardere gewaarwordingen. Met andere woorden, het zijn gewaarwordingen van iets wat verschijnt in het gewaarzijn. (44)


De wereld

Hetzelfde kan gezegd worden over alle andere zintuiglijke waarnemingen; ook zij zijn een vorm van gedachten, en het verhaal dat we voortbrengen als gevolg van die waarnemingen – wederom via het geheugen – noemen we ‘de wereld’. (44)


Beperkt

Elke gedachte, met inbegrip van de waarnemingsfragmenten die we aan elkaar projecteren en dan ‘de wereld’ noemen – mij(n), een persoon, jij, een boom, of wat dan ook, is beperkt. Hoe nauwgezetter je kijkt, hoe meer beperkingen je zult ontdekken. (44)


Denkbeelden

We nemen denkbeelden waar, nooit een wereld. (45)


Niet-toe-eigening

Bevrijding of verlichting is de totale en onvoorwaardelijke niet-toe-eigening van wát het ook lijkt te zijn. (47)


Zelfdefiniëring

Vanuit ons niet aflatende verlangen naar zelfdefiniëring hebben we onszelf als een ik of zelf of niet-zelf (als idee) leren ervaren, maar dit ervaren is eerder tot beperking dan tot vrijheid verworden. (49)


De waarnemer, het waarnemen en het waargenomene

Getuige zijn is niet een activiteit van observeren of waarnemen zoals men vanuit een uitkijktoren de omgeving beziet. Op die manier brengt men zichzelf in een houding van gespletenheid die versterkt wordt door het idee van de waarnemer, het waarnemen en het waargenomene. De omgeving – die men zelf is – wordt tot verdachte gemaakt en daardoor ontstaat de getuige-verdachte relatie. Dit is niet zonder gevaar. Het is zelfs een fase waarin duizenden zoekers stranden en genadeloos overgeleverd worden aan de gevolgen van die dwaling. (51)


Spiritueel autisme

Het verraderlijke ligt in het gegeven dat het lijkt alsof we met iets nobels en hogers bezig zijn, terwijl in feite een uiterst verraderlijke vorm van spiritueel autisme is ontstaan door totale vermijding van wat is onder het mom van spiritualiteit. (52)


Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

Tim: Goedendag, Tom! Ik zie dat uw mooie schilderij er niet meer hangt.
Tom: Ziet u iets wat ik niet zie?
Tim: Ik zie dat uw mooie schilderij er niet meer hangt.
Tom: Dus u ziet de afwezigheid van een object?
Tim: Ik zie dat uw mooie schilderij er niet meer hangt.
Tom: Ho, nu begrijp ik wat u bedoelt! Uw geheugen vertelt u dat het schilderij er niet meer hangt! Een glaasje wijn, amigo?
Tim: Wel, mijn waarde, dat sla ik nooit af!
Tom: Heer, heb erbarmen over ons! Ik zie dat de wijn op is! (57)


Een gat

Een gat in je geheugen is nog geen gat in je bestaan. (58)


Niet-activiteit

Het wonderbaarlijke is dat we zonder de geringste moeite toeschouwer zijn van alles wat is. Van de wieg tot het graf. Dat waarnemen is iets wat ons nooit verlaat, maar dat ons ons hele leven begeleidt, echter nooit als activiteit. Wanneer het als activiteit wordt ervaren, projecteren we vooraf of achteraf een waarnemer in het waarnemen dat zich moeiteloos aan ons voltrekt. Voordat we als identiteit of persoon gaan waarnemen of ons achteraf bewust worden dat we iets zouden hebben waargenomen, was daar aldoor het waarnemen als niet-activiteit. (59)


Een projectie

Waarnemen als activiteit is een projectie. De benoeming van die niet-activiteit wordt waarnemen genoemd en wordt op zijn beurt weer waargenomen. De benoeming van de schijngestalte, de toeschouwer, en de benoeming van hetgeen men waarneemt, het waargenomene, ook. In wezen zijn waarnemen, waargenomene en waarnemer een en dezelfde niet-activiteit. (59)


Afwezigheid

Alles wat je wilt gaan doen om je ongeluk om te zetten in geluk maakt je steeds ongelukkiger. In de beweging van omzetting van ongelukkig zijn naar gelukkig zijn, ligt de belofte dat jij gelukkig zult worden en dat is de vermijding van wat is, namelijk dat je ongelukkig bent omdat jij er bent. Er kan geen jij zijn die gelukkig is. Een jij – of ik – is een projectie of een object en objecten kunnen niet gelukkig zijn of worden. Geluk is de afwezigheid van een jij en een ik. (62)


Nog geen greep

De dreiging van zijn versus niet-zijn hangt ons gedurende ons hele leven boven het hoofd. Maar wie ooit een kind of een argeloos dier heeft zien sterven, weet dat zowel het kind als het dier vanuit de summiere en volkomen onschuldige definiëring van zichzelf nauwelijks angst kennen om datgene los te laten wat nog geen greep op ze heeft. (70)


Afwezigheid

De ervaring van de afwezigheid van onszelf als object is subjectief gewaarzijn en maakt zich kenbaar als geluk. Dit geluk is niet het gewone geluk van de wereld, want het gewone geluk van de wereld heeft zijn wortels in lukken. De afwezigheid van onszelf als geobjectiveerd bewustzijn maakt het mogelijk dat het leven zich geheel ontvouwt in volheid en schoonheid, omdat het niet beperkt wordt en niets uitsluit. (87)


Niemand verlicht

Er bestaan geen verlichte mensen. Ook geen onwetenden. Niemand is een beetje verlicht en niemand is geheel verlicht. (92)


Naakt

Wie naakt is, kan zich niet verder uitkleden. (93)


Wie ben ik

Wie zichzelf de vraag stelt: Wie ben ik? heeft daarmee tegelijkertijd de hoop en de verwachting geschapen een antwoord te vinden binnen objectiveringen. Of projecteert het uiteindelijke subject als object. De vraag wie suggereert een conclusie vooraf dat er een wie zou kunnen worden gevonden. Wie een ik veronderstelt, gaat onvermengd uit van het idee dat zoiets bij voorbaat bestaat. Daarom is de vraag Wie ben ik? in de kern de meest fatale vraag, want de vraag zoekt het antwoord binnen de beperkingen van ik ben dit of dat, óf ik ben dit of dat niet. Dit of dat, dit of dat niet verwijzen naar objecten. De vraag zelf is misleidend. Zelfs wanneer je vraagt: Wie ben ik? en de advaitische uitspraak (mahavakya) doet: ‘Dat ben jij’, geeft ‘dat ben jij’ de indruk dat Dat naar een plaats, idee, niet-idee (als idee) of object verwijst. Daarin schuilen het verlangen en de hoop dat het geobjectiveerd zou kunnen worden, desnoods als subject. (96)


Kennendheid (2003)

Uit de bloemlezing Kennendheid, 2003:


Elke-visie

Door je niet te stuiten behoefte je te vereenzelvigen met een visie in plaats van met het bestaan, heb je jezelf klein gemaakt. Het bestaan heeft plaats genoeg voor elke visie, want een visie is een fragment van leven, één manier van zien […]. (48)