Apologie voor mijn apologie van niet-weten

‘Wanneer het over niet-weten gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd.’ Een keizer zonder kleren trekt het boetekleed aan; apologie voor mijn apologie van niet-weten.

Dwaalgids > Niet-weten > Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Lees ook: De lege leer

Kleren van een keizer zonder kleren

Deze website, NIET-WETEN.NL, bestaat uit een kleine honderd webpagina’s met enkele duizenden dwaalteksten – de kleren van een keizer zonder kleren.

Ik ben er bij herhaling op gewezen dat ik mezelf maar blijf herhalen. Nou en of. Maar niet als iemand die zichzelf of anderen probeert te overtuigen. Ik zou tenminste niet weten waarvan. Van de gedachte dat ik niemand ergens van probeer te overtuigen, zeg je? Weg ermee. Hoe dan wel?

Als iemand die maar niet kan geloven dat hij zijn gedachten niet meer kan geloven. Deze ook niet. Als een keizer die er maar niet aan kan wennen dat hij geen kleren aanheeft, en nooit heeft aangehad. Dat hij al die tijd in zijn blote kont heeft lopen paraderen. Dat hij nooit keizer is geweest, behalve in zijn eigen geest. Wat dan wel?

Een kleermaker zonder stof. Een nar zonder hof. Een schoenmaker zonder leest – wat een sof.

Wat een feest! Wat een bof! Wat een opluchting! Wat een bevrijding! Geen rijk om te regeren, geen protocol om te volgen, geen volk om te behagen, geen vijanden om te intimideren, geen idealen om na te jagen, geen plannen om te realiseren, geen schijn om op te houden, wat wil je nog minder! Zalig zijn de armen van geest en stof.

Misschien is herhaling typerend voor mij. Ik ben mijn hele leven al geneigd tot monomanie. Of misschien overkomt het iedereen die het denken doorziet, keer op keer, telkens weer, ook dit denken. Dat je jaren moet wennen, bedoel ik, misschien wel je hele leven, aan de doorzichtigheid van je eigen (en andermans) gedachten. Nu deze weer.

Eerlijk gezegd kan ik het allemaal nog steeds niet geloven. Toch begint de schrijfwoede na tien jaar eindelijk wat te luwen. Geloof ik. En anders maar niet.

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd

Hans van Dam achter een vijgenblad

Wanneer het over liefde gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd.

(Rumi in Het pad van de soefi, Javad Nurbakhsh, 2006, pagina 2)

Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik erover had gezwegen.

Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.

Ik schaam me dat ik van niet-weten spreek.
Meer nog zou ik me schamen als ik god of liefde of waarheid had gezegd.

Ik schaam me dat ik me overal voor schaam.
Meer nog zou ik me schamen als ik me nergens voor had geschaamd.

Lees ook: Hans van Dam

Spreken zonder spreken over weten zonder weten

1.

‘Volgens mij zeg jij steeds hetzelfde, Hans.’

‘Nou dat weer.’

2.

‘Volgens mij zeg jij steeds hetzelfde, Hans.’

‘Jij zeker niet.’

3.

‘Volgens mij zeg jij steeds hetzelfde, Hans.’

‘En het helpt niks.’

4.

‘Volgens mij zeg jij steeds hetzelfde, Hans.’

‘Wat?’

‘VOLGENS MIJ ZEG JIJ STEEDS HETZELFDE.’

‘Dat zei je al.’

‘Je zei toch ‘Wat?”

‘Ik bedoelde, wat is het dat ik steeds zeg?’

‘Dat je… dat je… dat je…’

‘Volgens mij zeg jij steeds hetzelfde.’

‘Ik was nog niet klaar.’

‘Ga door.’

‘Dat je… dat je…’

‘Nou dan.’

Voor alle duizeligheid

‘Heb jij iets tegen weten, Hans?’

‘Ik zou niet weten wat.’

Niet-weten.nl is een spiegel voor wijze uilen

Kijk eens wat vaker…

Beau: Wat is NIET-WETEN.NL?

Hans: Een spiegel.

Beau: Voor wie?

Hans: Wijze uilen.

Beau: Wat ziet een wijze uil die in jouw spiegel kijkt?

Hans: Als hij goed kijkt?

Beau: Nou?

Hans: Zijn ware gezicht.

Beau: Namelijk?

Hans: Een uilskuiken.

Beau: En als hij niet goed kijkt?

Hans: Wat hij wíl zien.

Beau: Namelijk?

Hans: Een wijze uil.

Beau: Wat zie je als je er zelf in kijkt?

Hans: Als ik goed kijk?

Beau: Nou?

Hans: Een uilenspiegel.

Beau: En als je niet goed kijkt?

Hans: Een uilskuiken.

Beau: Is dat dan niet jouw ware gezicht?

Hans: Wat?

Beau: Een uilskuiken?

Hans: Uilskuiken.

Sneeuwuilskuiken, Artis 2017

Tip: Meester Hans, Wat is advaita?, Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes

Niet-weten is iets heel dieps en wonderlijks

Gitte: Ik bestudeer al maanden je teksten, Hans, en ik kan er maar niet achter komen waar je naar verwijst.

Hans: Misschien is dat wel waarnaar ik verwijs.

Gitte: Hoewel je het voortdurend tegenspreekt, heb ik van binnen steeds het gevoel: dit denken, deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks.

Hans: Dat gevoel heb ik nou ook.

Gitte: Wat is het precies waarnaar ze verwijzen?

Hans: Ik betwijfel of je daar al aan toe bent.

Gitte: Spaar me niet.

Hans: Ga er maar even rustig voor zitten.

Gitte: Ik ben er klaar voor.

Hans: Dit denken en deze teksten.

Gitte: Hè?

Hans: Dat komt op hetzelfde neer.

Gitte: Dit denken en deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks, namelijk dit denken en deze teksten?

Hans: Is dat niet diep en wonderlijk?

Gitte: Zit je mij in de maling te nemen?

Hans: Zit je mij in de maling te nemen?

Gitte: Ik doelde op iets als hun goddelijke oorsprong: de Bron, Essentie, het Numineuze, het Absolute, de Waarheid voorbij de woorden.

Hans: Jij bent net als de verzamelaar die tegen Mona Lisa zei: doe mij maar het schilderij.

Gitte: Ik ben toevallig een groot liefhebber van vrouwelijk schoon.

Hans: Of als als de museumgast die bij de Mona Lisa zei: doe mij maar die vrouw.

Gitte: Bedoel je dat ik niet verder moet kijken dan mijn neus lang is?

Hans: Of als de verzamelaar die bij de Mona Lisa zei: pak maar in.

Gitte: Bedoel je dat het om de maan gaat, niet om de vinger?

Hans: Of als de bezoeker die tegen Mona Lisa zei: zullen we?

Gitte: Ik zie iets wezenlijks over het hoofd, hè?

Hans: Volgens jou wel.

Gitte: Wat is het wezenlijke dat ik over het hoofd zie?

Hans: Dit denken, deze teksten.

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Dronken van niet-weten

Jean-Paul: Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zoheid.be moeten noemen.

Jean-Paul: Een obscure term, de zoheid der dingen, ik geef het toe, maar spot-on.

Hans: Bhutatathata.

Jean-Paul: Kan ik het helpen.

Hans: Klinkt als patattepatat.

Jean-Paul: Ja ja.

Hans: Of patati patata.

Jean-Paul: Ha ha.

Hans: Zelf heb ik meer met de zusheid der dingen.

Jean-Paul: Jij houdt niet op, hè?

Hans: Natuurlijk wel.

Jean-Paul: Maar?

Hans: Ik begin steeds opnieuw.

Jean-Paul: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Hans: Zeg maar gerust de oplossing.

Jean-Paul: Volgens mij had jij je website lof-der-zatheid.nl moeten noemen.

Hans: Vind je mij dronken?

Jean-Paul: Dronken van niet-weten.

Hans: Of ben je me zat?

Jean-Paul: Zot.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zitheid.be moeten noemen.

Jean-Paul: Awel, ik ben een echte zitzak. Tweemaal daags vijftig minuten.

Hans: De uren op de sofa niet meegerekend.

Jean-Paul: Om over retraites nog maar te zwijgen.

Hans: Ik zal je voortaan aanspreken als Zijne Zennelijke Zitheid.

Jean-Paul: Eindelijk een titel.

Hans: En dat zonder transmissie.

Jean-Paul: Ik heb genoeg aan transcendentie.

Hans: Ik zal voor je bidden.

Jean-Paul: Bidden?

Hans: Heb ik iets verkeerd gezegd?

Jean-Paul: Waar haalt Zijne Zinnelijke Zotheid zo gauw een godheid vandaan?

Hans: Weet je dat niet? Ik ben de laatste katholieke non-boeddhist van Europa. Of de laatste non-katholieke boeddhist, daar ben ik nog niet uit.

Jean-Paul: Dan komen we goed weg.

Hans: Wie?

Jean-Paul: Wij Zennelijke Zitheden.

Hans: Wier heden zitten is.

Jean-Paul: Zitheden met een zitverleden en een dito toekomst.

Hans: Onverzittelijke doorzatters.

Jean-Paul: Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen.

Hans: Waar is al dat zitten goed voor?

Jean-Paul: Metta, karuna, mudita, upekkha.

Hans: Moeder Maria.

Jean-Paul: De godin van het mededogen.

Hans: Met twaalf vagina’s en honderd borsten.

Jean-Paul: En nochtans onbevlekt.

Hans: Zitten zonder paal.

Jean-Paul: Onzedelijke taal.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zoetheid.be moeten noemen.

Jean-Paul: Je kunt het zenboeddhisme veel verwijten, maar geen zoetheid. Ga zelf maar eens een tijdje zitten, dan weet je wat ik bedoel.

Hans: Waarom zou ik het mezelf moeilijk maken?

Jean-Paul: Volgens mij had jij je website lof-der-zwakheid.nl moeten noemen, Hans.

Hans: Wie niet sterk is moet zwak zijn.

Jean-Paul: Wat hoop jij al schrijvend te vinden?

Hans: Hoop ik al schrijvend iets te vinden?

Jean-Paul: Waar is al dat schrijven goed voor?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Jean-Paul: Volgens mij had jij je website niet-weten.nl moeten noemen.

Hans: Wat hoop jij al zittend te vinden?

Jean-Paul: Mijn zelf hoop ik al zittend te vinden.

Hans: Misschien zit je er wel bovenop.

Jean-Paul: Misschien zit jij er wel naast.

Hans: Het ware zelf of het valse?

Jean-Paul: Het enige.

Hans: En dat voor iemand die het zelf nog moet vinden.

Jean-Paul: Die zit.

Hans: Volgens mij had jij je website lof-der-zelfheid.be moeten noemen.

Jean-Paul: Ik wéét dat er zoiets is.

Hans: Volgens mij had jij je website weten.bè moeten noemen.

Jean-Paul: Weten zonder woorden.

Hans: Is als een schaap zonder gras.

Jean-Paul: Bè.

Hans: Bhutatathata.

Jean-Paul: Ja ja, ha ha.

Hans: Nou nog een website zonder woorden.

Jean-Paul: Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

Hans: Verbêter de wereld, begin bij het zelf.

Jean-Paul: Ik ga nog even op mijn zafu zitten.

Hans: Ik ga nog even naar de zoo.

Tip: Brieven zen; de dharma voorbij

Sprekende stilte, zwijgende taal

Beste Hans,

Soms ben ik al die clichés uit het spirituele wereldje helemaal beu. Dan is het een verademing om door jouw dwaaltuin te slenteren. Sobere taal, fris van de lever. Jij laat de woorden weer spreken.

Beste Niels,

Ik laat de woorden weer zwijgen.

Tip: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

En nu?

Nanda: Nadat ik één tekst van je had gelezen, dacht ik, en nu? Nadat ik er tien had gelezen, dacht ik, en nu? Nadat ik er honderd had gelezen, dacht ik, en nu?

Hans: Nadat ik tien teksten had geschreven, dacht ik, en nu? Nadat ik er honderd had geschreven, dacht ik, en nu? Nadat ik er duizend had geschreven, dacht ik, en nu?

Nanda: Waarom blijf ik ze maar lezen?

Hans: Waarom blijf ik ze maar schrijven?

Nanda: Nou?

Hans: Vanwege dat en nu?

Nanda: Komt er ooit een antwoord op die vraag?

Hans: Wat voor antwoord hoop je op?

Nanda: Al was het maar, en nu!

Hans: Meaning?

Nanda: Dat er uiteindelijk niets anders overblijft dan het Eeuwige Heden?

Hans: En dan?

Verder lezen: Het regressieprobleem

Kan het zijn dat jij lijdt aan ingebeelde wetendheid?

Geeske: Kan het zijn dat jij lijdt aan ingebeelde onwetendheid?

Hans: Begrijp ik het goed dat jij denkt dat ik mezelf voor onwetend houd?

Geeske: Absoluut.

Hans: Nou, ik niet.

Geeske: Hou jij jezelf dan voor wetend?

Hans: Absoluut niet.

Geeske: Nou, ik wel.

Hans: Jij houdt mij voor wetend?

Geeske: Nee, mezelf.

Hans: En begrijp ik het goed dat jij denkt dat ik mezelf voor íemand hou?

Geeske: Dan ben jij zeker zo iemand die zichzelf voor niemand houdt.

Hans: Ik niet.

Geeske: Hè?

Hans: Wat?

Geeske: Het is het een of het ander.

Hans: Kan het zijn dat jij lijdt aan ingebeelde wetendheid?

Struisvogelpolitiek, ik kan het iedereen aanraden

Lucian: Niet-weten is je kop in het zand steken.

Hans: Zou je ook eens moeten doen.

Lucian: Ik zie de feiten liever onder ogen.

Hans: Ik zie ze liever onder het zand.

Lucian: Jij hebt de wereld begraven.

Hans: En mezelf erbij.

Lucian: Weer zo iemand die denkt dat hij niemand is.

Hans: Ook dat idee is begraven.

Lucian: En de wereld een illusie.

Hans: Ook begraven.

Lucian: Niet-ik leeft in niet-wereld waar hem niets meer kan overkomen.

Hans: Allemaal begraven.

Lucian: Niet-weten is je kop in het zand steken.

Hans: Zou je ook eens moeten doen.

Niet-weten is naakt in de wereld staan

Merlijn: Niet-weten is je kop in het zand steken.

Hans: Voor jou misschien.

Merlijn: Wat is het voor jou?

Hans: Naakt in de wereld staan.

Merlijn: Veilig in de baarmoeder zitten, zul je bedoelen.

Hans: En met welke toverwoord sluit ik de wereld buiten?

Merlijn: ‘Ik weet niets.’

Hans: O ja?

Merlijn: Eindeloos herhaald.

Hans: Zou ik nooit zeggen.

Merlijn: O nee?

Hans: Ondenkbaar.

Merlijn: Waarom?

Hans: Omdat ik dat niet weet.

Merlijn: Wat niet?

Hans: Dat ik niets weet.

Merlijn: Dat weet je ook al niet?

Hans: Hoe zou ik me er dan achter kunnen verschuilen?

Merlijn: Daar vraag je me wat.

Hans: Mijn leer is leeg.

Merlijn: Als jij het zegt.

Hans: Hij bevat geen enkele stelling.

Merlijn: Zeker weten?

Hans: Dus ook niet dat je niets kunt weten.

Merlijn: Noem dat maar een leer.

Hans: Mijn baarmoeder is de wereld.

Merlijn: Dat zal dan wel.

Hans: Wat dat ook moge wezen.

Merlijn: Tja.

Hans: Maar waar zit jij?

Verschuilen is ook een vorm van leven

Gaia: Jij verschuilt je in niet weten omdat je niet durft te leven.

Hans: Verschuilen is ook een vorm van leven.

Gaia: Je geeft het toe?

Hans: Ik geef een definitie.

Gaia: Maar verschuil je je nou of niet?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Gaia: Zie je wel?

Hans: Misschien is weten ook een vorm van verschuilen.

Gaia: Waarin?

Hans: De hokjes van je geest?

Gaia: Zoals?

Hans: ‘Weten’, ‘niet weten’, ‘verschuilen’, ‘leven’?

Gaia: Weten duidt op een hokjesgeest?

Hans: Of is ‘hokjesgeest’ weer zo’n hokje?

Gaia: Daar vraag je me wat.

Hans: Of ‘hokje’?

Gaia: Verdraaid.

Hans: Of ‘geest’?

Gaia: Niet te geloven.

Hans: Ik bedoel maar.

Gaia: We verschuilen ons dus allebei?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

De truc van niet-weten is geen trucjes toepassen

Dinant: Volgens mij is niet-weten gewoon een truc.

Hans: Zo kun je dat zien.

Dinant: Maar wat is nou de truc?

Hans: Wat denk jij?

Dinant: Alle vragen terugspelen?

Hans: Ik ben geen therapeut.

Dinant: Alles tegenspreken?

Hans: Ik ben geen automaat.

Dinant: Overal vraagtekens bij zetten?

Hans: Ik ben geen typemachine.

Dinant: Niets zeggen?

Hans: Jij zegt het.

Dinant: Wat zou jij zeggen?

Hans: Geen trucjes toepassen?

Dinant: De truc van niet-weten is geen trucjes toepassen?

Hans: Maar niet heus.

Dinant: Waarom niet?

Hans: Dat zou toch weer een truc zijn.

Dinant: De truc van niet-weten is geen trucjes toepassen, maar niet heus want dat zou toch weer een truc zijn?

Hans: Maar niet heus.

Dinant: Waarom niet?

Hans: Dat zou nog steeds een truc zijn.

Dinant: De truc van niet-weten is geen trucjes toepassen, maar niet heus want dat zou toch weer een truc zijn, maar niet heus want dat zou nog steeds een truc zijn?

Hans: Enzovoorts.

Dinant: Mooie truc.

Hans: Nou nog toepassen.

Niet-weten is geen postmodernisme

Bertus: Niet-weten is gewoon een vorm van postmodernisme.

Hans: Wat versta jij onder postmodernisme?

Bertus: Het einde van de grote verhalen.

Hans: Dat zeggen ze, ja.

Bertus: Wat is postmodernisme volgens jou?

Hans: Het laatste grote verhaal.

Bertus: Maar het verkondigt toch juist het einde van de grote verhalen?

Hans: Als dat geen groot verhaal is…

Bertus: Het postmodernisme behoort nog steeds tot het modernisme?

Hans: Per definitie.

Bertus: Wat zou er moeten gebeuren om het te postmoderniseren?

Hans: De brand erin.

Bertus: Het postmodernisme is dood, leve het postpostmodernisme?

Hans: Leve het wat?

Bertus: Het postpostmodernisme.

Hans: De brand erin en uitstrooien.

Verder lezen: Postmodernisme

Niet-weten is bijzonder gewoon

Ciska: Wat is er zo bijzonder aan niet weten?

Hans: Dat het op geen enkele wijze bijzonder is.

Ciska: Leidt het tot blijvend geluk? Onverstoorbaarheid? Innerlijke vrede? Onvoorwaardelijke liefde? Kinderlijke onschuld ? Eeuwig leven?

Hans: Niet dat ik weet.

Ciska: Leidt het tot neutraliteit? Flegma? Willoosheid? Onthechting? Aanvaarding? Berusting?

Hans: Niet dat ik weet.

Ciska: Leidt het tot afstomping? Melancholie? Depressiviteit? Onrust? Leegte? Verlorenheid?

Hans: Niet dat ik weet.

Ciska: Niet-weten is op geen enkele manier bijzonder?

Hans: Kom er maar eens om.

Niet-weten maakt ruimte voor wel weten

Space oddity

Ted: Waarom bent jij altijd zo defensief?

Hans: Omdat jij altijd zo offensief bent?

Ted: Waarmee val ik jou dan aan?

Hans: Met weten natuurlijk.

Ted: En waarmee verdedig jij je dan?

Hans: Met niet-weten natuurlijk.

Ted: Wat houdt dat niet-weten concreet in?

Hans: Niets natuurlijk.

Ted: Wat verdedig je dan?

Hans: Ruimte, veronderstel ik.

Ted: Waarvoor?

Hans: Het weten, neem ik aan.

Ted: Jij verdedigt je tegen het weten om ruimte te maken voor het weten?

Hans: Ik zou het anders ook niet weten.

Ik wens je alle zekerheid toe die je nodig hebt

Selena: Wat heb jij eigenlijk tegen leerstelligheid?

Hans: Niets.

Selena: Hè?

Hans: Waarom zou ik?

Selena: Op grond van niet-weten natuurlijk.

Hans: Niet weten is geen grond.

Selena: Een scepticus als jij…

Hans: Niet weten is geen scepsis.

Selena: Waarom bestrijdt jij dan onvermoeibaar alle denkbare spirituele, religieuze en filosofische stellingen?

Hans: Ik zou niet weten hoe.

Selena: Pardon?

Hans: Stellingen bestrijd je met argumenten gebaseerd op andere stellingen. Waarop zou ik bij gebrek aan stellingen mijn argumenten moeten baseren?

Selena: Dat was een stelling met een argument.

Hans: Weg ermee.

Selena: Jij hecht geen enkele waarde aan wat je zegt.

Hans: Dat kan ik wel bevestigen, maar hecht ik er ook waarde aan?

Selena: Waar ben je dan mee bezig?

Hans: Zeg jij het maar.

Selena: Ja, weet ik veel.

Hans: Ik roep maar wat.

Selena: Je roept maar wat?

Hans: Nu ook weer.

Selena: En als de mensen niet willen luisteren?

Hans: Dan wens ik ze alle zekerheid toe die ze nodig hebben.

Selena: En als ze toch willen luisteren?

Hans: Dan wens ik ze alle twijfel toe die ze aankunnen.

Selena: Jou maakt het niet uit.

Hans: Zover zou ik niet willen gaan.

Selena: Maar?

Hans: Ik heb niets tegen leerstelligheid.

Selena: En als ik nou wel iets tegen leerstelligheid heb?

Hans: Dan wens ik je alle zekerheid toe die je nodig hebt.

Niet-weten is al even grondeloos als weten

Dus eigenlijk kan ik alle kanten op

Vito: Denk je nou echt dat we niets weten?

Hans: Natuurlijk niet.

Vito: Wat dan wel?

Hans: Dat al ons weten grondeloos is.

Vito: Maar dat weet je dan weer wel?

Hans: Natuurlijk niet.

Vito: Waarom niet?

Hans: Anders wist ik toch weer iets.

Vito: En niet weten?

Hans: Ook grondeloos.

Vito: Waarom?

Hans: Anders wist ik toch weer iets.

Vito: Dus jouw weten en jouw niet-weten zijn beide grondeloos?

Hans: Dat weet ik niet.

Vito: Anders wist je toch weer iets.

Hans: En wat dan nog?

Vito: Maar dat maakt je weten en je niet-weten des te grondelozer.

Hans: Inderdaad.

Vito: Wat is dan nog het verschil?

Hans: Waartussen?

Vito: Weten en niet-weten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Vito: Want anders wist je toch weer iets.

Hans: Schei toch uit.

Vito: Dus eigenlijk kun je geen kant meer op.

Hans: Dus eigenlijk kan ik alle kanten op.

Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Tijdens het onvermijdelijke beweren heb ik steeds geprobeerd mijn niet-weten te demonstreren.

Weten van niet-weten is weten

Deze website bevat talloze teksten over niet-weten. Allemaal staan ze tjokvol beweringen, begrippen en aannames. Daarmee brengen ze een weten tot uitdrukking. Een weten van niet-weten.

Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Weten van niet-weten is weten, geen niet weten. Maar zo werkt onze taal nou eenmaal. Je kunt ermee zeggen dat iets zús is of niet zó. Je kunt er de waarheid mee uitdrukken, of wat het ook is dat je ermee uitdrukt – gesteld dat je er iets mee uitdrukt. Maar geen niet-weten.

Niet-weten is niet-weten en beweren is beweren and never the twain shall meet.*

* East is East and West is West and never the twain shall meet, citaat uit The Ballad of East and West, Rudyard Kipling, 1889

Tip: Metaforen voor niet-weten

Niet-weten is geen waarheid

Wat niet-weten is weet je natuurlijk best. Dat het niet iets is weet je ook best. Tot je erover gaat nadenken. Dan wordt het toch weer iets. Niet zomaar iets, maar een waarheid. Niet zomaar een waarheid maar…

  • de hoogste waarheid
  • de waarheid voorbij de woorden
  • de wijsheid zonder wijsheid
  • de wijsheid voorbij alle wijsheid
  • de kennis zonder object
  • de kennis zonder leraar
  • een bevrijdend inzicht
  • perennial wisdom
  • de dharma
  • prajnaparamita
  • je ware gezicht
  • het hoogste zelf
  • datgene wat geen oog kan zien en geen oor kan horen
  • helderheid
  • bewustzijn
  • gewaarzijn
  • non-dualiteit
  • de (of het) onkenbare
  • de bron
  • het ene
  • god

En wie ‘de hoogste waarheid’ heeft ‘gerealiseerd’ is natuurlijk ‘verlicht’.

Lees ook: Metaforen voor verlichting

Mij hoor je niets zeggen (maar zwijgen kan ik niet)

Verlicht! Nou, daar kun je mee voor de dag komen Jammer voor mij. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Niet de hoogste, niet de middelste en niet de laagste. Ik weet alleen maar niet.

Mij hoor je niet eens zeggen dat wijsheid niet bestaat. Dat is nog steeds een vorm van wijsheid. Of dat je ook dat niet kunt weten. Dat is nog steeds een vorm van weten.

Mij hoor je niet eens zeggen dat je niks mag zeggen. Dat is nog steeds een vorm van zeggen. Of dat je dat ook niet mag zeggen. Dat is nog altijd een vorm van zeggen.

Ik zeg alleen maar niks, en dat is nóg teveel gezegd. Maar zwijgen kan ik niet.

Tip: Het Stilte-evangelie

Niet-weten is geen kunst

Nooit heb ik niet-weten rechtstreeks onder woorden kunnen brengen. Niet door het ‘niet-weten’ te noemen, of ‘wetend niet weten’ of ‘zelfs niet van niets weten’ of ‘voorbij weten en niet-weten’ of ‘de lege leer’ of ‘dwijsheid’ of ‘verduistering’ of ‘tja’ of ‘verlorenheid’ of ‘niet-vinden’ of ‘vinden en niet-vinden’ of ‘niet-bereiken’ of ‘bereiken noch niet-bereiken’ of wat dan ook. Nooit heb ik niet-weten waar dan ook door wie dan ook rechtstreeks onder woorden gebracht zien of horen worden.

Niet-weten laat zich niet rechtstreeks onder woorden brengen. Niet omdat de waarheid voorbij de woorden is maar omdat niet-weten geen waarheid is. Het hoeft ook helemaal niet onder woorden gebracht te worden. Het stelt immers niks voor. Niet dat ik weet. Er is ook geen kunst aan. Niet dat ik weet.

Lees ook: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid, Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Het verhaal van niet-weten is slechts de waan van de nacht

Lieve mensen, ik heb hier alleen maar het verhaal van niet-weten kunnen vertellen. Het verhaal van niet-weten is geen niet weten. Het is een verhaal. Een fabeltje. Een sprookje. Een spookje. Voor sommigen een droom, voor anderen een nachtmerrie. In beide gevallen de waan van de nacht. Zodra je wakker wordt vervliegt hij.

Opgeruimd staat netjes. Wat moet je er anders mee? Je trekt je pleepapier toch ook gewoon door?

Tip: Alle wegen leiden naar dromen

Niet beweren, maar demonstreren

Tijdens het onvermijdelijke beweren heb ik steeds geprobeerd mijn niet-weten te demonstreren.

  • Door mijn beweringen voortdurend te herroepen.
  • Door mijn begrippen voortdurend ter discussie te stellen.
  • Door mijn onuitgesproken aannames voortdurend aan de kaak te stellen.

Daarvoor moest ik weer nieuwe beweringen doen, nieuwe begrippen gebruiken en nieuwe aannames doen. Die op hun beurt weerlegd, ondermijnd en ontmaskerd moesten worden, enzovoort. Een hopeloze zaak.

Heb je erdoorheen kunnen kijken?

Kun je door dit verhaal over vertellen versus demonstreren heen kijken?

Kun je door het verhaal dat het maar een sprookje is heen kijken?

Kun je door het idee heen kijken dat je ergens doorheen moet kijken?

Kun je door het idee heen kijken dat er niets te doorzien valt?

Kun je door het idee heen kijken dat je iemand bent die iets moet of kan?

Kun je door het idee heen kijken dat je niemand bent en niets moet of kan?

Kun je door het idee heen kijken dat het allemaal maar ideeën zijn?

Eerlijk zeggen. Geen idee?

Nou, ik ook niet.

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Wat je ziet als je overal doorheen kijkt

Dát is nou niet-weten. Dat is wat je ‘ziet’ als je (niet eens meer weet of je) overal doorheen kijkt:

Niet de onbemiddelde Werkelijkheid.

Niet de hoogste Waarheid.

Niet de zuivere Geest.

Niet de non-dualiteit.

Niet de Boeddha.

Niet alleen maar Dit of Dát.

Niet het Zijn zelf.

Niet het Ene.

Niet het Andere.

Niet de Leegte.

Niet het Niets…

En dat is alles.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Welkom in de wolk van niet-weten

Welkom, lezer, op de hoogste, de heiligste berg. Op die puinhoop van inzichten, opvattingen en idealen die je tot nog toe hebt vergaard of al voor lijk hebt achtergelaten. De majestueuze Mont Fou. Helemaal de jouwe. Wat een JOEKEL van een berg, zeg. En de top? Voor eeuwig in nevelen gehuld. Zo hoog zitten we hier. Gloria in excelsis.

Ik zeg, welkom lezer, in de cloud. Wat een gewáldig uitzicht.

Tip: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht