Brieven advaita

Het bewustzijn voorbij; correspondenties over non-dualisme en niet-weten.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

dwaalgids advaita, alle brieven, dwaalgids


Satsangzen in samsara

Laat maar gaan
Laat toch gaan
Laat het gaan


Beste Hans,
Ben een boek aan het lezen van ene Jed McKenna over autolyse en spirituele oorlogsvoering. Moest meteen aan jou denken. Autolyse: streep alles weg waaraan je kunt twijfelen tot je alleen de Waarheid overhoudt. De zenboeddhist Jeff Shore gebruikt in dit verband de uitdrukking being without self (‘zonder zelf zijn’). Dat is ook een soort autolyse. Dharmastrijd (shohan) heeft al een lange historie, blijkt uit koancollecties zoals de Linji-lu.

Mee eens dat spiritualiteit oorlogsvoering is?


Beste X,
Is voetbal oorlog?
Is koude oorlog?
Is een patatje oorlog?
Is een heilige oorlog?

Spiritualiteit is een spelletje.
Doen alsof het oorlog is.
Doen alsof je aan jezelf sterft.
Doen alsof je wijsheid erft.
Doen alsof je de waarheid kent.
Doen alsof je Waarheid bent.
Doen alsof je ego’s bestrijdt.
Doen alsof je wezens bevrijdt.
Doen alsof het oorlog is.
Doen alsof je niet doet alsof.

Spiritualiteit is een wargame waar geen eind aan komt.
We bedenken kosmologieën die niemand kan verifiëren of doorzien.
Zo onstaan er leerlingen.
Leerlingen voor Meesters.
En datte we Wijze Wezens zijn
Dat wille we we-he-ten.

We bedenken Idealen waar niemand aan kan voldoen.
Zo ontstaan er losers.
Losers voor Verlossers.
Lang zullen we streven,
Lang zullen we streven,
Leven na leven naar de Gloria.

We bedenken kwelgeesten die niemand kan verslaan.
Duivels, ketters, zonden, ikjes, ego’s, onwetendheid, begeerte, gehechtheid, maya, mara, mind.
Zo ontstaan er vijanden.
Vijanden voor het leven.
Lang zullen we beven.

O, Broeders op het Lege Ei!
Dragers van de Gulden Slab!
Maagden zonder Vlies of Haar!
Ridders zijn toch veel te zwaar!
Atmes, Brahmes, Advaitantes!
Niemand hier en niemand daar!
Alle films verdoeken maar!
Bewustzijn is geen kaviaar!
Instant dogma, kant en klaar!
Wijsheidsoog met grauwe staar!
Satsangzen in samsara.

Is spiritualiteit oorlogsvoering?
Is Hans een dichter?
Is Hamlet een acteur?


Beste Hans,
Klinkt behoorlijk oorlogszuchtig.


Beste X,
Zolang de bla-bla-bladeren de he-he-hemel in groeien zal ik agent orange sproeien.
Of, om het met U.G. Krishnamurti te zeggen: ‘Wat mij ook raakt, het zal onmiddellijk opbranden, dat is de aard van mijn energie.’


Beste Hans,
Hoe denk jij over autolyse?


Beste X,
De term ‘autolyse’ is misleidend.
Alsof er een methode bestaat om jezelf op te lossen.
Alsof er een zelf is op te lossen.
Alsof er een Zelf is om in op te lossen.
Alsof je alleen jezelf hoeft op te lossen.
En niet, bijvoorbeeld, Jed McKenna.
Én Jeff Shore.
Én S.G. Boeddha.
Én Linji Huizhao.
Én U.G. Krishnamurti.
Én J.N. van Dam.
En noem maar op.
Laat staan de myriaden imponderabilia in het kruitvat tussen je kruin en je sprekert.
Al die losse flodders – ‘autolyse’, ‘atman’, ‘brahman’, ‘bewustzijn’, ‘zen’, ‘dharma’, ‘waarheid’, ‘wijsheid’, ‘ego’, ‘mind’, ‘onwetendheid’, ‘begeerte’, ‘gehechtheid’, ‘maya’, ‘mara’, ‘being without self’, ‘spirituele oorlogsvoering’.
Vuurtje?
BOEM!


Beste Hans,
Zelf vraag ik me weleens af of Jed McKenna zijn potlood te vroeg heeft begraven. Is hij niet blijven hangen in het idee dat hij ontwaakt is? Terwijl hij intussen iedereen aanspoort om Verder te gaan. In zijn Notities maakt hij gewag van een enorme leegte. Hij verklaart de wereld failliet, doet niet langer mee. Weer een vorm van afgescheidenheid. Ook maakt hij onderscheid tussen ontwaken in de droom en ontwaken uit de droom. Heel verwarrend allemaal.


Beste X,
Nu moet ik je toch uit de droom helpen.
Ook over Jed McKenna heb ik geen weloverwogen meningen.
Ik heb zijn boeken zo schuin gelezen dat ik er nog net de citaten uit kon lichten waarmee ik mensen naar mijn dwaalteksten lok.
De meesten blijven natuurlijk bij Jed hangen, en gelijk hebben ze.
Je moet toch ergens hangen, zei de jas tegen de kapstok.
Neem nou Jezus…

Het aanwassende legioen van autolisten noem ik de Jedset.
Dat is een woordspeling op Mindset, een ander woord voor Waarheid, welke dan ook, die per traditie absoluut en onveranderlijk is, en per definitie tot rigor mortis van de geest leidt bij degenen die zich ermee identificeren.
Je herkent de Waarzeggers van de Mindset, van welke mindset dan ook, al van verre, aan hun monistische monolithische monomane monotone monologen.
Ze klinken als een klok.
Tok tok tok.
Getikt, gelocked, gelikt, verstokt.
Fundamentalisten aller gezindten, verenigt u!
Slijpt de potloden!
Streept alles weg waar ge niet aan twijfelt!
Krassen! Krassen! Krassen!


Beste Hans,
Is niet-weten soms geen mindset?


Beste X,
Nou en of.
Een lege mindset.
Of liever: dé lege mindset, want waarin zou de ene lege mindset van de andere moeten verschillen?


Beste Hans,
Jij bewaakt een lege kluis.


Beste X,
Ik bewoon een leeg huis.
Wat valt er te bewaken?
Iedereen mag er komen spoken.
Met of zonder mindset.


Beste Hans,
Wat is dan het punt van niet-weten?


Beste X,
Niet-weten is geen punt en geen lijn.
Geen uitroepteken en geen vraagteken.
Geen Woord en geen Stilte.
Geen hoofdletter en geen kleinkapitaal.
Geen spoortje van grafiet,
Alleen nog wit in ’t verschiet.

Niet-weten is geen plek, maar in beweging blijven.
Almaar Verder gaan, zoals Jed McKenna zelf aanbeveelt, en Ken Kesey en de Hartsoetra en de ANWB en de VVV – hé hé, ga je mee?
Maar niet ergens héén.
Ergens vandáán.
Waarvandaan?
Van je vorige gedachten vandaan.
Van je huidige gedachte vandaan.
Van je volgende gedachten vandaan.
Van déze gedachten vandaan.
Alle gedachten naar de maan.
En geen hond erachteraan.
A small step for a man:
Laat maar gaan.
Laat toch gaan.
Laat het gaan.


Beste Hans,
Doe jij nog mee aan de wereld?


Beste X,
Niet meer meedoen aan de wereld, dat gaat echt niet.
Ik loop erover en zij over mij, ik adem erin en zij in mij, ik eet ervan en zij van mij, ik schijt erop en zij op mij, ik praat ertegen, zij zwijgt in mij, ik sterf erin of zij in mij.
Inderdaad leid ik vergeleken met de meeste mensen een teruggetrokken bestaan, maar dat leed ik altijd al, en heus niet omwille van de Waarheid.
Teruggetrokken en midden in het leven zijn gewoon twee vormen van meedoen.
Twee vormen van meegedaan worden.
Niets aan te doen of te laten.


Beste Hans,
Terugtrekken is passé: ‘In de wereld, maar niet van de wereld.’


Beste X,
Je trekt je terug, misschien wel verder, in het midden van je leven, of je leeft verder, misschien wel veel verder, in het midden van je teruggetrokkenheid.
Laat wargamer Jed McKenna dus maar lekker van zijn putdeksels genieten, putdeksels als schilden, schilden om dromers op te hijsen, dromend van oorlog, ego’s en eremetaal.

Waak zacht,

Hans


zoek je selfie


Goeroe Google

Beste Hans,
Googelend op de vraag ‘Slaat een verlichte ook gewoon met de vuist op tafel?’ kwam ik bij jou uit. Raak. Zoveel herkenning. Wat moest ik lachen!

Dat wou ik je even laten weten. Zelf schrijf ik ook, zowel professioneel als privé, vooral over onze conditioneringen en hoe je daar ‘vrij’ van kunt komen. Vind je het goed als ik je daarover bij gelegenheid benader?


Beste X,
En, slaat de verlichte ook gewoon met de vuist op tafel?
Zo ja, is dat een meevaller voor je of een tegenvaller of beide of geen van beide?
Zo nee, is dat een meevaller voor je of een tegenvaller of beide of geen van beide?
Als je er nog steeds niet uit bent, is dat een meevaller voor je of een tegenvaller of beide of geen van beide?
Is denken dat je geconditioneerd bent volgens jou een conditionering of niet?
En denken dat je daar vrij van kunt komen?
Of ‘vrij’?

Ik plaag je maar een beetje hoor.
Denk ik.
Trek je van mij niks aan.
Als je kunt.


Losers voor verlossers

Beste Hans,
Ken jij Henk Feltkamp? Hij heeft een prachtige vertaling uit het Engels gemaakt van geselecteerde hoofdstukken uit de Tao Te Ching. Neem alleen al het eerste:

‘Het ware is niet wat men kunnen kan.
Het woord noemt niet het ware, maar het weetbare.
Naamloos zijn we deel van het eeuwige,
het woord creëert apartheid.

Zonder begeerte zien we het wonder.
Zodra we begeren begint de kleinheid.

Het geheel en het aparte zijn verstrengeld,
maar het woord scheidt hen.

Steeds radicaler niet-weten
is de toegang tot het levensmysterie.’

Wat vind jij ervan?
Is dit misschien iets voor jouw citatenverzameling?


Beste X,
Dank voor je tip.
Ik kende Henk Kunnenkan niet.
Ik heb even in zijn online boekje De troost van de werkelijkheid gegrasduind.
Op mij komt hij over als een moralist.
Zoals alle zelfbenoemde bevrijders die menen de Werkelijkheid te zien en anderen uit hun droom willen helpen.
Iedereen leidt een gemankeerd leven, alleen de uitverkorenen niet.
Verlossers hebben losers nodig.
Henk creëert apartheid.


Beste Hans,
Geldt dat niet voor alle verlossers?


Beste X,
Dat zeg ik.


Beste Hans,
Ben jij niet zo’n verlosser?


Beste X,
Ik ben mijn eigen loser.


Beste Hans,
Ben jij je eigen verlosser?


Beste X,
Ik loop het liefste los.


Beste Hans,
Heb jij iets tegen moralisten?


Beste X,
Wat ben ik? Een moralist?


Beste Hans,
Creëer jij soms geen apartheid?


Beste X,
Claim ik soms van niet?


Beste Hans,
Wat vind je van Henk’s vertaling van het eerste hoofdstuk van de Tao Te Ching?


Beste X,
Waarom al die woorden als je van mening bent dat woorden apartheid creëren?
Waarom onderscheid maken tussen het ware en het weetbare, tussen het tijdelijke en het eeuwige, tussen het naamloze en het benoemde, tussen het geheel en het deel?

Waarom onderscheid maken tussen het woord en het ware?
Maakt het woord soms geen deel uit van het ware?

Waarom onderscheid maken tussen begeerte en het wonder?
Is begeerte soms geen wonder?

Maakt scheiden soms geen deel uit van het levensmysterie?

En als ik ook eens een woord mag scheiden:
Waarom het leven reduceren tot een mysterie?
Of als dat je meer aanspreekt:
Waarom het mysterie reduceren tot het leven?


Beste Hans,
Don’t shoot the translator.


Beste X,
In zijn inleiding schrijft Henk: ‘De oude tekst biedt veel vrijheid van interpretatie, maar niet zo veel als ik me soms gepermitteerd heb. Mijn verdediging is dat ik de intentie probeer weer te geven die ik in het gedicht vermoed.’
Dit zijn niet de woorden van een vertaler.
Natuurlijk moet hij zelf weten wat hij zegt en hoe hij het zegt, maar er zijn andere manieren van spreken die wellicht meer in overeenstemming zijn met de geest van niet weten.


Beste Hans,
Hij spreekt toch ook van een steeds radicaler niet-weten?


Beste X,
Er is niet zoiets als een steeds radicaler niet-weten.
Hoogstens een steeds minder weten of een steeds minder zeker weten.
Bijna niks weten is nog altijd een vorm van weten.
De appel hangt aan de boom van de kennis tot hij valt.
Dan pas is er niet weten.
Dit niet weten is per definitie mateloos.
Wat valt er te radicaliseren aan het radicale?


Beste Hans,
Heb je in de andere hoofdstukken wel iets van je gading gevonden? Een sleutelwoord of een kernzin?


Beste X,
Hoofdstuk 62, regel 13: (kon ik niet goed lezen)


Beste Hans,
Volgens mij is dat een redactionele opmerking van Angélique Bongers, die het handschrift van Henk heeft getranscribeerd.


Beste X,
Mijn complimenten aan Angélique.


Beste Hans,
Hoe voelt het om onder de boom van de kennis te liggen?


Beste X,
Vraag dat maar aan iemand die onder de boom van de kennis ligt.


Beste Hans,
Wat zou hij antwoorden, denk je?


Beste X,
Beurs?


Beste Hans,
Wat nog meer?


Beste X,
Aangepikt en uitgezogen?


Beste Hans,
Er zitten toch ook wel prettige kanten aan?


Beste X,
Zeker weten. Je kunt niet dieper vallen.


Beste Hans,
Zeker weten?


Beste X,
Zeker weten? Je kunt niet dieper vallen.


Beste Hans,
Denk jij dat Henk nog steeds aan de boom van de kennis hangt?


Beste X,
Welke boom?


Beste Hans,
Ik dacht dat je zou zeggen: ‘Welke Henk?’


Beste X,
Mij niet gezien.


Azijngeest

Beste Hans,
Stijlloos hoe je bona fide leraren afzeikt op je afzeiksite. Eleanor Roosevelt zei het al: ‘Great minds discuss ideas; average minds discuss events; small minds discuss people.’


Beste X,
Weetnietgeesten discussiëren niet.


Vrije vogels

Beste Hans,
Na tien jaar aan de voeten van mijn Guru heb ik er vorige maand definitief een punt achter gezet. Vervolgens heb ik veel vertroosting en plezier aan je website beleefd. Ik dacht dat een vrije vogel en anti-guru als jij dat wel leuk zou vinden om te horen.


Beste X,
Na tien jaar ergens een punt achter zetten, lijkt me heel ingrijpend.
Rouw, verwarring, angst, opluchting, opwinding, alles door elkaar, zo stel ik me voor.
Verweesd én bevrijd.
Als dit klopt, zeg ik: gecondoleerd en gefeliciteerd.
Als het niet klopt, hoor ik het wel.
Als het alweer achterhaald is, ook.
Of niet.

Ben je nou ook je spirituele naam kwijt?
Of had je die niet van je Guru gekregen?
Of hoeft hij hem niet terug?
Of is Varouna je geboortenaam?

Spiritueel gezien betekent niet-weten door het stof gaan.
Voor schut gaan.
Door de mand vallen.
Alles kwijtraken, tot en met het kwijtraken aan toe.
Merkwaardig genoeg gaat daar inderdaad een zekere troost vanuit.
Al is dat waarschijnlijk niet wat jij onder vertroosting verstaat.

Anti-guru ben ik niet.
Ik gun iedere discipel zijn guru.
Ik gun iedere guru zijn discipelen.
Ook gun ik iedere discipel de bevrijding van zijn guru.
Ook gun ik iedere discipel een guru die zich van zijn discipelen bevrijd.
Ook gun ik iedere guru discipelen die zich van hem bevrijden.
Ook gun ik iedere guru een tweede kans.
Ook gun ik iedere discipel een tweede bevrijding.
Enzovoort.
Ik val dus altijd in de prijzen.
Daarmee prijs ik mij gelukkig.
Al is prijzen nog geen zijn.

Zelf heb ik niet de ambitie een guru of een anti-guru te zijn.
Of aan die tegenstelling te ontstijgen.
Ik verlang er niet naar iets voor de mensen te betekenen.
Ik verlang er ook niet naar niets voor de mensen te betekenen.
Ik verlang er niet naar opgemerkt te worden.
Ik verlang er ook niet naar onopgemerkt te blijven.
Ik verlang er ook niet naar aan iemands voeten te zitten.
Ik verlang er ook niet naar ergens een punt achter te zetten.
Misschien wel omdat ik ook achter het punten zetten een punt heb gezet?
Toch ben ik niet vrij van verlangen en ook daar verlang ik niet naar.

Ik dacht dat een vrije vogel en anti-guru als jij dit wel leuk zou vinden om te horen.


Naar God

Beste X,
Grappig dat uitgerekend guru B. jou verwijt dat jij jezelf graag hoort praten.
Ik hoor mezelf ook graagpraten en ik mag mezelf ook graaglezen, -zien en -voelen en de inter nét filmpjes van guru B. tonen overduidelijk aan dat guru B. maar geen genoeg kan krijgen van guru B., ook al doet hij de hele tijd net of hij tegen anderen interpraat.
Het is dus maar goed dat Boeddher Natuur ons in de eerste plaats met onszelf heeft opgeschept.
Of is dit haar douceurtje omdat ze ons zo nodig moest realiseren?

Op knoflook kauwen vanwege de natuurlijke antibiotica doe ik niet want mijn kaak zit nog vol onnatuurlijke antibiotica.
Wat is dat eigenlijk, onnatuurlijk?
Bovendien verdraag ik die geur niet en de smaak helpt mijn smaak naar god.
Hetzelfde lot als mijn smaak naar God.
Gaat er toch nog iets naar de Allerhoogste, zul je zegen.
Die sterkedrank zie ik wél weer zitten maar ik zie hem nergens staan of zal ik Glassex nemen.

‘Een goede definitie van spiritualiteit heb ik nog altijd niet gevonden,’ zeg je, ‘Jij?’
‘Een goede definitie van spiritualiteit heb ik nog altijd niet gevonden’ lijkt mij een goede definitie van spiritualiteit. Jou?

Het probleem is natuurlijk niet dat we onszelf graag horen praten.
Het probleem is dat we ons zelf graag horen praten.
Het probleem is dat anderen mee moeten luisteren.

Daarom wou ik het hier maar bij laten.


Christus te paard

Hoe ver moet je gaan? Doordraven op weg naar huis.


Beste Hans,
Na het lezen van ‘spirituele verlichting’ van Jed McKenna wilde ik meer over de schrijver weten. Dat lukte niet. Wel vond ik jouw site. Ik vind het prachtig hoor, maar waar het nou over gaat? Misschien zijn al die dwaalteksten maar doornen om de doornen mee uit onze ogen te peuteren.


Beste X,
Ja, onze Jed is het best verborgen geheim van deze planeet.
Of misschien het op een na beste.
Of er ogen om mijn doornen zitten staat nog te bezien.


Beste Hans,
Wat is het best verborgen geheim van deze planeet?


Beste X,
Als ik dat wist had ik niet al die dwaalteksten geschreven.


Beste Hans,
En als ík het wist had ik jou niet geschreven.


Beste X,
Heb jij affiniteit met niet weten of alleen met Jed van de Petteflat?


Beste Hans,
Van jongs af aan lees ik teksten, van Madame Blavatsky tot Joseph Campbell, van Ananda tot Vivekananda en alles wat daartussen en omheen staat in mijn boekenkast. Ik doe aan yoga en aan meditatie (vipassana). In een opwelling kocht ik een aantal jaar geleden een boek van Eckhart Tolle, wat iets raakte. Via Tolle’s boeken kwam ik bij McKenna. Verslond in korte tijd zijn boeken. Ging tegelijk mijn huis grondig opruimen, schrijven en loslaten en was verbaasd over de parallellen die ik kon trekken met alles wat ik tegenkwam. Het idee dat ik kunstenaar was (of moest worden) heb ik definitief aan de wilgen gehangen. Mijn huis is nu een stuk leger maar zelf ben ik er nog steeds. Wat volgens Bartjens niet de bedoeling is. Toch lucht de gedachte dat er geen piloot is en geen vliegtuig om te besturen deze (brokken)piloot wel op.

Nu mijn vraag. Jij citeert Alexander Smit op je site: ‘Accepteer dat er geen verder is’. Jed McKenna houdt ons in zijn boeken steeds voor verder te gaan. Ken Kesey doopte zijn magische bus ‘Further’. De Boeddha zegt: ‘Gate, gate, paragate, parasamgate’. Hoe ziet ‘verder’ er vanuit jouw standpunt uit?


Beste X,
Wat maakt het uit?
Hans van Dam kan wel zoveel zeggen.
De Boeddha kan wel zoveel zeggen.
Ken Kesey kan wel zoveel zeggen.
Jed McKenna kan wel zoveel zeggen.
Alexander Smit kan wel zoveel zeggen.
Om over jou nog maar te zwijgen.


Beste Hans,
Daar zeg je me wat. Maar wat is nou jouw verder?


Beste X,
Dat is nou mijn verder.


Beste Hans,
Verder betekent voor jou: lekker laten lullen. Alle praatjes achter je laten.


Beste X,
Maar ja, ik kan wel zoveel zeggen.


Beste Hans,
Is er volgens jou een laatste waarheid, een hoogste werkelijkheid, een overkant?


Beste X,
Je hebt je een slag in de rondte gepraktiseerd en gemediteerd en tussendoor tienduizend boeken en artikelen gelezen, van advaita tot zen, en je bent er nog steeds niet uit?


Beste Hans,
Daar komt het wel op neer.


Beste X,
Dat maakt mij de tienduizend en eerste.


Beste Hans,
En misschien wel de beste.


Beste X,
Een kans van een op tienduizend en één.


Beste Hans,
Hoop doet leven.


Beste X,
Hoop doet streven.


Beste Hans,
Dat moet ik toegeven.


Beste X,
Hoop doet zweven.


Beste Hans,
Dat moet ik ook toegeven.


Beste X,
Hoop doet beven.


Beste Hans,
Ook dat moet ik toegeven.


Beste X,
Hoop doet kleven.


Beste Hans,
Dit duurt zeker nog wel even.


Beste X,
Meestal een dag of zeven.


Beste Hans,
Maar wie heeft er volgens jou gelijk?


Beste X,
Na al dat zoeken in al die boeken moet je toch onderhand wel een flauw vermoeden hebben.


Beste Hans,
Nou?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Ja, en nu vraag ik het aan jou.


Beste X,
Dat was mijn antwoord al.


Beste Hans,
Wat?


Beste X,
Het is maar net welk boek je opneemt.
Het is maar net naar welke kerk of sangha of sekte of priester of meester of rinpoche of goeroe of osho of wijze je gaat.
Het is maar net aan wie je het vraagt.

De katholiek, de papist, de ultramontaan, de integralist, de gnosticus, de basilidiër, de bogomiel, de borboriet, de cainiet, de carpocratiër, de mandaeër, de chiliast, de marcionist, de ophiet, de arianist, de pelagiaan, de manicheeër, de doceet, de maroniet, de amish, de albigens, de waldenzer, de lollarde, de flagellant, de hussiet, de calixtijn, de gereformeerde, de protestant, de lutheraan, de calvinist, de zwingliaan, de anglicaan, de presbyteriaan, de episcopalist, de dissenter, de Boheemse Broeder, de Moravische Broeder, de puritein, de quaker, de doopsgezinde, de wederdoper, de methodist, de remonstrant, de contraremonstrant, de sociniaan, de jansenist, de apostolist, de adventist, de millerist, de Jehova-getuige, de restaurationist, de mormoon, de piëtist, de quiëtist, de evangelist, de unitariër, de zevendedagsadventist?

De benedictijn, de bernardijn, de augustijn, de cisterciënzer, de kartuizer, de trappist, de karmeliet, de premonstratenzer, de kruisheer, de celestijn, de johannieter, de tempelier, de serviet, de camaldulenzer, de miniem, de trinitaris, de franciscaan, de minoriet, de barrevoeter, de recollect, de kapucijn, de conventueel, de tertiaris, de dominicaan, de jezuïet, de redemptorist, de alexiaan, de camilliaan, de hiëronymiet, de marist, de salesiaan, de montfortaan, de passionist, de scheutist, de picpus, de begijn, de ursuline, de visitandine?

De orthodoxe jood, de modern-orthodoxe jood, de charedische jood, de chassidische jood, de mitnagdiem-jood, de reconstructionist, de reformist, de karaïtische jood, de talmoedist, de Sadduceeër, de Farizeeër, de Esseen, de Hasmoniet, de nazireeër, de ebioniet, de elkasiet, de maraan, de converso, de franksiet, de donmeh, de zeloot, de sikariër, de sabbatist, de kabbalist, de rabbinist, de talmidaïst?

De moslim, de ahmadiyyaist, de lahorist, de abadist, de mozabiet, de koranist, de panislamist, de soefiet, de salafiet, de sjiiet, de isma’iliet, de druze, de nizari, de jafari, de zaidiet, de soenniet, de hanafiet, de berailviet, de deobandiet, de hanbaliet, de salafist, de wahabist, de malikiet, de mu’taziliet, de shafiïet, de maraboet, de fakir, de derwisj, de kalender, de volksislamiet, de bektashiyyaist, de chishtiyyaist, de mevleviyyaist, de naqshbandiyyaist?

De agnost, de atheïst, de atheoloog, de deïst, de dystheïst, de eutheïst, de kakotheïst, de monotheïst, de suitheïst, de henotheïst, de polytheïst; de kathenotheïst, de maltheïst, de pantheïst, de panentheïst, de cosmotheïst, de transcendentalist, de asceet, de dualist, de zuivere non-dualist, de dualistische non-dualist, de gekwalificeerde non-dualist, de non-dualistisch dualistisch non-dualist, de alchemist, de antroposoof, de martinist, de vrijmetselaar, de rozenkruiser?

De absurdist, de activist, de aestheticus, de amoralist, de analytische wijsgeer, de anarchist, de atomist, de averroïst, de conceptualist, de consensualist, de constructivist, de cynicus, de decadentist, de decisionist, de defaitist, de deontoloog, de determinist, de indeterminist, de dialectisch materialist, de dualist, de eclecticus, de emationist, de empirist, de encyclopedist, de epicurist, de essentialist, de evolutionist, de existentialist, de falsificationist, de fatalist, de fenomenoloog, de freudiaan, de fysicalist, de hedonist, de historicist, de historist, de holist, de idealist, de illuminist, de immaterialist, de inductionist, de instrumentalist, de intuïtionist, de irrationalist, de jungiaan, de logicist, de logisch positivist, de materialist, de mentalist, de monist, de moralist, de naturalist, de natuurfilosoof, de neokantiaan, de neoplatonist, de pluralist, de neorealist, de neothomist, de nihilist, de nominalist, de objectivist, de obscurantist, de occasionalist, de parallellist, de peripateticus, de personalist, de perspectivist, de platonist, de pluralist, de positivist, de postmodernist, de pragmatist, de presocraat, de probabilist, de procesfilosoof, de pythagoreeër, de neopythagoreeër, de pyrrhonist, de rationalist, de realist, de reductionist, de relativist, de scepticus, de sciëntist, de sensualist, de situationist, de sofist, de solipsist, de stoïcijn, de structuralist, de poststructuralist, de subjectivist, de thomist, de traditionalist, de transcendentaal idealist, de utilitarist, de vitalist, de voluntarist?

De volksboeddhist, de hinayanaboeddhist, de mahayanaboeddhist, de theravadaboeddhist, de mahanikayaboeddhist, de dhammakayaboeddhist, de dhammauttikaboeddhist, de watrawilaboeddhist, de kandubodaboeddhist, de tapovanaboeddhist, de galduwaboeddhist, de delduwaboeddhist, de vajrayanboeddhist, de yogacaraboeddhist, de madhyamakaboeddhist, de prasamgikaboeddhist, de svatantrikaboeddhist, de vaibhasikaboeddhist, de shingonboeddhist, de zuiver-landboeddhist, de mantrayanaboeddhist, de tien-taiboeddhist, de san-lunboeddhist, de fa-hsiangboeddhist, de lu-tsungboeddhist, de hua-yenboeddhist, de wonboeddhist, de zenboeddhist, de soto-boeddhist, de rinzai-boeddhist, de tibetaanse boeddhist, de roodhoed, de geelhoed, de narmapaboeddhist, de kagyupaboeddhist, de amidist, de kadampaboeddhist, de neokadampboeddhist, de sakyapaboeddhist, de jonangpaboeddhist, de riméboeddhist?

De hindoe, de mayavadist, de shunyavadist, de brahmaan, de vedist, de lamaïst, de jaïnist, de parsist; de shaivist, de shaiva siddhantist, de kasjmir shaivist, de pashupati shaivist, de gorakshanatha shaivist, de shaiva advaitavadin, de vira shaivist, de shaktist, de smartist, de vaishnavist, de sampradayist, de ramanandavolgeling, de tengalaist, de vadagalaist, de agama hindoeïst, de bhakti yogi, de astanga yogi, de hatha yogi, de siddha yogi, de tantrist, de advaitavadin, de dvaitist, de keshadhari sikh, de sanatan sikh, de hozoori sikh, de ramgharia sikh, de namdhari sikh, de nirankari sikh, de nanaksar sikh, de sant nirankari sikh, de mona sikh?

De taoïst, de shintoïst, de animist, de naturalist, de totemist, de sjamaan, de druïde, de idolatrist, de siderist, de xylolatrist, de dierenaanbidder, de slangenvereerder, de fetisjdienaar, de vuuraanbidder, de zonaanbidder, de manist, de Baälsdienaar, de voodoopriester, de wintipriester, de mithraïst, de pythagoreïst, de peyotist, de tengrist, de confucianist, de humanist, de neohumanist, de seculier humanist, de religieus humanist, de esotericus, de oscillantist, de spiritist, de hellenist, de neopaganist, de burkhanist, de umbandaïst, de aetherist, de raëlist, de scientologist, de urantist, de brianist, de vitalist, de purtillologist, de yoist, de mohist, de bahá’íist, de prometheïst, de demonist, de satanist, de setianist?

De vertegenwoordigers van de verenigende godsdiensten – de Arès Pilgrimage beweging, de Bahai, de Cao Dai, de Cultus van het Sprekende Kruis, de Falun Gong, de Huna, de Konkokyo, the Law of One, de Mahikari, het Rastafarianisme, de Seicho-no-le, de Tenrikyo, de theosofie, het Unitarian Universalism, de Universal Life Church?

Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Christus te paard. Wat een verschrikking om het allemaal op een rijtje te zien. Je kunt net zo goed meteen in een wak springen. Is dit jouw manier om iemand te ontmoedigen?


Beste X,
Ik beschrijf alleen je boekenkast.


Beste Hans,
Toch blijf ik benieuwd naar jouw antwoord. Dus vraag ik het gewoon nog een keer. Hoe ziet ‘verder’ eruit vanuit jouw standpunt?


Beste X,
Ik heb geen standpunt.


Beste Hans,
O.


Beste X,
En dat is mijn verder.


Beste Hans,
Ga verder.


Beste X,
Overal zie ik tienduizend alternatieven voor, tienduizend bezwaren tegen, tienduizend aannames onder, tienduizend vragen achter.
Daarom kan ik in geen enkele gedachte gaan wonen.
Ook in deze niet.
Het lukt me gewoon niet, al wil ik nog zo graag.
Dus trek ik maar weer verder.
Naar de volgende gedachte.
En naar de volgende.
En de volgende…


Beste Hans,
Gate, gate, paragate…


Beste X,
En daar nog weer voorbij.


Beste Hans,
Ben jij het die verder trekt of zijn het de gedachten die aan jou voorbij trekken?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Er ligt nergens een antwoord op me te wachten.


Beste X,
Er liggen overal antwoorden op je te wachten.


Beste Hans,
Ja, dat is nou net het probleem.


Beste X,
Alleen voor wie wil kiezen.


Beste Hans,
Niet kiezen, is dat dan de oplossing?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Doe ik daar nou al die moeite voor.


Beste X,
Waarvoor?


Beste Hans,
Jou een antwoord te ontfutselen.


Beste X,
Je kunt net zo goed meteen in een wak springen.


Beste Hans,
Volgens mij ben jij hier degene die in een wak zit.


Beste X,
Wak zonder Grenzen.


Beste Hans,
Spel zonder Grenzen was het toch?


Beste X,
Dat komt op hetzelfde neer.


Beste Hans,
Open water.


Beste X,
Spetter pieter pater.


Beste Hans,
Een wak in het wat?


Beste X,
Een wak in een gat.


Beste Hans,
Een wak in het weten?


Beste X,
Dat ben ik vergeten.


Beste Hans,
Het wat of het weten?


Beste X,
Dat ben ik vergeten.


Beste Hans,
Krijg het heen en weer.


Beste X,
Daar komt het wel op neer.


Beste Hans,
Wist ik maar waarop.


Beste X,
Ach, je hangt alweer.


Beste Hans,
Je bent een doorn in mijn oog.


Beste X,
Jij bent een pijl op mijn boog.


Beste Hans,
Daarmee kun je mij nooit raken.


Beste X,
Daarmee kan ik je nooit missen.


Beste Hans,
Volgens Zeno is beweging een illusie.


Beste X,
Zenoëlijder.


Beste Hans,
Zo komen we niet verder.


Beste X,
Moet je ergens heen dan?


Beste Hans,
Bedoel je dat we er al zijn?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Volgens mij zitten we vast.


Beste X,
Dan zit je daarin vast.


Beste Hans,
Nou weet ik nog niks.


Beste X,
Dat zeg ik.


Beste Hans,
Wat?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Ontsnapt

Beste Hans,
Mooi, dat steeds terugkerende antwoord ‘Het is maar net aan wie je het vraagt’ op al die vragen in je correspondentie Christus te paard. Waar jij naar verwijst, noemen wij filosofen sinds jaar en dag ‘subjectivisme’.* Inderdaad beste mensen, de waarheid is volstrekt subjectief!

* sinds jaar en dag: in de westerse wereld minstens sinds Protagoras (vijfde eeuw voor Christus)


Beste X,
Ach.


Beste Hans,
Niet dan?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Als je het mij vraagt.


Beste X,
Maar wie vraagt jou wat.


Beste Hans,
En als je het jou vraagt?


Beste X,
Ik had het niet over de waarheid.
Ik verkondig hier geen subjectivisme en ook niets anders.
Misschien zitten er onder die tienduizend antwoorden best relatieve of zelfs absolute waarheden.
Wat weet ik daarvan?

Een chiropractor vindt altijd een scheve wervel.
Een acupuncturist vindt altijd een energieblokkade.
Een allergoloog vindt altijd een overgevoeligheid.
Een psychoanalyticus vindt altijd een neurose.
Dat is alles wat ik wilde zeggen.


Beste Hans,
Heb jij medicijnen gestudeerd?


Beste X,
Een boeddhist ziet overal lijden.
Een non-dualist ziet overal afgescheidenheid.
Een asceet ziet overal onmatigheid.
Een christen ziet overal zelfzucht.


Beste Hans,
En een subjectivist ziet overal subjectiviteit, wou je zeggen. Zelfs het relativisme is relatief.


Beste X,
Absoluut.


Beste Hans,
Ja, is het nou relatief of is het nou absoluut?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Beste Hans,
Eerlijk zeggen: ben jij er uiteindelijk in geslaagd om aan de tienduizend antwoorden te ontsnappen?


Beste X,
Wat denk jij?


Beste Hans,
Ik denk van wel.


Beste X,
Zo zie je maar weer.


Beste Hans,
Wat?


Beste X,
Het is maar net aan wie je het vraagt.


Wat zegt een naam

Beste Hans,
Ik bespeur bij jou een grote afstand tot het denken; de afstand die door wijlen Jiddhu Krishnamurti ‘keuzeloos gewaarzijn’ werd genoemd.


Beste X,
Inderdaad schijnt er een grote afstand te zijn, maar vraag me niet waartussen.
Anders ga ik domme dingen roepen als: ‘tussen mij en het denken’, en zadel ik ons meteen weer op met een ‘mij’ en een ‘denken’.
Zie er dan nog maar eens van af te komen.
Om over ‘afstand’, ‘ons’ en ‘opzadelen’ nog maar te zwijgen.
Als er werkelijk een grote afstand tot het denken is, dan ook, en niet in de laatste plaats, tot de gedachte dat er een grote afstand tot het denken is.
Dus daar sta je dan met je mooie inzicht.


Beste Hans,
Hetzelfde geldt voor het keuzeloos gewaar zijn van J. Krishnamurti.
Als je werkelijk keuzeloos gewaar bent, dan ook van de gedachte dat je werkelijk keuzeloos gewaar bent, en ook van de gedachte dat er een ‘je’ is en dat er ‘gedachten’ zijn waarvan die ‘je’ zich ‘keuzeloos gewaar is’, of juist geen ‘je’ of geen ‘gedachten’ of geen ‘keuzeloos gewaar zijn’ daarvan, et cetera, enzovoort.
Dus daar sta je dan met je mooie woorden.


Beste X,
Ben jij naar je gevoel helemaal onthecht – ook van algemeen erkende spirituele termen als ‘keuzeloos gewaarzijn’?


Beste Hans,
En ook van de gedachte dat ik naar mijn gevoel helemaal onthecht ben – ook van algemeen erkende spirituele termen als ‘keuzeloos gewaarzijn’.
Ook van de gedachte dat er een ik is, of onthechting, of geen ik en geen onthechting.
Ook van de gedachte dat keuzeloos gewaarzijn een algemeen erkende spirituele term is.
Ook van de gedachte dat er algemeen erkende spirituele termen zijn, of dat die er niet zijn.
Ook van de gedachte dat je niets moet geloven, om maar eens wat te zeggen.
Ook van de gedachte dat wij niets weten.
Ook van de gedachte dat we zelfs niet weten dat we niets weten.
Ook van de gedachte dat we het doek zijn, niet de film.
Ook van de gedachte dat je de mind moet overwinnen.
Ook van de gedachte dat dit allemaal maar gedachten zijn.
En ook van de gedachte dat dit ook maar weer een gedachte is.


Beste Hans,
Dus daar sta je dan…


Beste X,
Met lege handen…


Beste Hans,
En een mond vol tanden.


Beste X,
Maar om dat nou ‘keuzeloos gewaar zijn’ te noemen…


Beste Hans,
Ik heb er lang over nagedacht en ik kan het maar niet met mezelf eens worden: is dit nou het toppunt van keuzeloos gewaarzijn is of het einde ervan?


Beste X,
Dan neem je toch afstand van beide.


Beste Hans,
Ik denk dat Jiddhu je in zijn armen zou sluiten.


Beste X,
Gelukkig is hij murti.


Beste Hans,
Laat ik het dan zo zeggen: er is een keuzeloos gewaarzijn van de gedachte: ‘Ik denk dat Jiddhu Krishnamurti je in zijn armen zou sluiten!’


Beste X,
Dan neem je toch afstand van beide.


Beste Hans,
Is afstand iets wat je neemt of iets wat je overkomt?


Beste X,
Of beide of geen van beide.


Beste Hans,
Waarom zwijg je niet als je toch niets te zeggen hebt?


Beste X,
Wie zegt dat ik niets te zeggen heb?


Beste Hans,
Als je iets te zeggen hebt, waarom zeg je het dan niet?


Beste X,
Maar ik doe al niet anders.


Beste Hans,
Maar niet met zoveel woorden.


Beste X,
Zoveel woorden heb ik niet.


Off the hook

Beste Hans,
Zijn of niet-zijn, ook dat is de vraag niet, schrijf je ergens op je website. Daar ben ik het mee eens. Zijn of niet-zijn is geen vraag, maar Zijn is wel het antwoord. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet het concept ‘zijn’ maar het Zijn zelf, datgene wat door geen filosofie omvat kan worden. Het concept ‘zijn’ doet het Zijn tekort maar dat geeft niets want het Zijn zelf is onaantastbaar. Het concept ‘zijn’ voegt ook niets toe want alles is al. Daar is geen filosofie voor nodig. Het kan aan Zijn nooit ontbreken.

Natuurlijk kan zijn ontkend worden door niet-zijn. Maar niet-zijn is een vorm van zijn! Ook niet-zijn is, in ieder geval als stelling. Alleen al het feit dat er iets gesteld kan worden ten aanzien van zijn of niet-zijn bewijst dat zijn is. Dat kan niet anders. Iets moet eerst zijn voordat het gekend of ontkend of genegeerd kan worden.

Zijn is de bodem, verder dan Zijn kan ik niet komen, Zijn is de basis van alle dingen en wezens, van alle bestaan. Zijn is niet gekoppeld aan mijn persoon, het staat er niet buiten; het is persoonlijk noch onpersoonlijk. Er is alleen het ongedefinieerde Zijn. Dit Zijn sluit niets uit, ook het benoemen en definiëren niet, want wat is, is.

Waar ik ook ben, wat ik ook doe, ieder moment is het ongescheiden Zijn mijn ingrond. In dit ongescheiden Zijn ingebed vinden we lichaam-ervaring, de bundels van gedachten, gevoelens en waarnemingen die in het boeddhisme de skandha’s worden genoemd. De persoon. In dat ervaren, denken, voelen en kennen verschijnt via de zintuigen ook de wereld waarin wij leven. Dit alles is niets anders dan gemanifesteerd Zijn. Het manifeste Zijn verschijnt en verdwijnt in het ongemanifesteerde Zijn. Alles komt en gaat in tijdloos Zijn.

Het concept ‘zijn’ is slechts een zwakke afspiegeling van het ware Zijn maar in intellectueel opzicht kunnen we dunkt mij niet dichterbij komen. Daarom aanvaard ik het concept ‘zijn’ als de best denkbare, de zuiverste uitdrukking, zowel filosofisch als religieus, van het ware Zijn. Het concept ‘zijn’ is onschuldig want het is geen dogma, het stelt niet en het eist niet. Aangezien alles Zijn is kunnen we alles onder de noemer ‘zijn’ brengen. In Zijn is overal ruimte voor en blijft niets onopgemerkt.

Omdat het ware Zijn zich niet in woorden laat vangen, schieten al deze woorden, die zelf in Zijn verschijnen, hopeloos tekort. Maar voor
deze korte beschouwing over Zijn durf ik mijn handen in het vuur te steken. Wat Zijn is weet ik natuurlijk niet, ik kan het niet weten en ik wil het niet weten. Zijn is een mysterie en de kunst is het mysterie mysterie te durven laten zijn. Er hoeft geen weten of verklaren of benoemen aan toegevoegd te worden.

Ik zeg dit alles niet in zijn algemeenheid maar alleen voor mezelf. Ik kan niet voor anderen spreken, ik ken niemand van binnenuit behalve mezelf, en ik verlang er niet naar mijn gedachten aan anderen op te dringen. Ik ben een zijnsdominee met een lege kerk. Alleen aan jou durf ik mijn preek te sturen, wetend dat je er geen aanstoot aan zult nemen en rustig in niet-weten zult verblijven, wat ik ook zeg.


Beste X,
Dank voor je fraaie verhaal over het ware Zijn.
Ik heb het weleens slechter verwoord gezien.
Daarom mag jij gerust mijn zijnsdominee zijn.
Dan ben ik jouw lege kerk.
Want verschil moet er zijn.
Zelfs in het ongedefinieerde Zijn.
Nog een verschil:
Jij hebt iets om je hand voor in het vuur te steken.
Dat moet een heerlijk gevoel zijn.
Zo’n derdegraads verbranding.
Zelf loop ik er liever omheen.
Om het vuur bedoel ik.
Als ik mijn hand dan toch ergens in moet steken, dan maar in iets lauws.
Ik zou ook kunnen zeggen: waarvoor zou ik mijn hand in het vuur moeten steken?
Ik bén het vuur.
Maar ja.
Dan kan ik dát weer gaan tegenspreken.

Ben jij trouwens een fan van Descartes?


Beste Hans,
Descartes is niet mijn specialiteit dus ik heb hem maar weer eens opgezocht. Cogito ergo sum, ik denk dus ik ben. Maar dat beweer ik nou net niet. Volgens mij heb je mij helemaal verkeerd begrepen. Verbazingwekkend. Het is precies andersom, ik ben dus ik denk. Beter nog: Ik ben dus ik word gedacht. Heb ik het dan zo onduidelijk uitgelegd? Of heb jij zo slordig gelezen?


Beste X,
In je eerste brief, tweede alinea, schrijf je:

‘Natuurlijk kan zijn ontkend worden door niet-zijn. Maar niet-zijn is een vorm van zijn! Ook niet-zijn is, in ieder geval als stelling. Alleen al het feit dat er iets gesteld kan worden ten aanzien van zijn of niet-zijn bewijst dat zijn is. Dat kan niet anders! Iets moet eerst zijn voordat het gekend of ontkend of genegeerd kan worden.’

Dat er iets gesteld kan worden bewijst dat er iets is, zeg je hier toch? Het zijn gaat vooraf aan het kennen?
Descartes schrijft: dat ik twijfel bewijst dat ik moet zijn (dubito ergo sum; beter bekend als het cogito, afgeleid van cogito ergo sum – ik denk dus ik ben).
Oftewel mijn zijn gaat vooraf aan mijn twijfelen/kennen.
Ik zie het verschil niet, behalve dat Descartes het had over zijn eigen bestaan en jij over zijn in het algemeen.

Cogito ergo sum of sum ergo cogito, het zal me worst wezen.
Of het zijn nou in het kennen verschijnt of het kennen in het zijn of beide of geen van beide.
Voer voor filosofen.
Ik reken mij niet tot de filosofen.
Juist het idee dat je over dit soort zaken met stelligheid iets, wat dan ook, kunt zeggen, bevestigend of ontkennend of anderszins, is bij mij verdwenen.
Dat geldt ook voor jouw opvatting dat je wordt gedacht omdat je bent.
Ik neem aan dat je hiermee wil zeggen dat jij het niet bent die denkt, of dat er geen jij is die denkt, maar dat je wordt gedacht, dat het Zijn in jou denkt, of in zichzelf, of zichzelf?
Mij lijkt dat een fatalistisch monisme, niet minder juist maar ook niet juister dan het gangbare activistisch dualisme volgens welke de mens oorsprong en meester is van zijn gedachten, maar niet van de wereld waarin hij zichzelf denkende aantreft.
Zo ruil je het ene isme in voor het andere en ziet het aan voor een bevrijdend inzicht.
Zelf weet ik niet of ik denk of gedacht wordt, en ook niet of ik wel of niet ben, en ook niet of ik het ongedefinieerde zijn of het gedefinieerde zijn ben of beide of geen van beide, en ook niet waar die termen allemaal voor staan en of ze wel ergens voor staan.
Ik weet het gewoon niet en daar ben ik niet trots op en daar schaam ik me niet voor en daar kan ik prima mee leven.

Jij houdt er volbloed gedachten op na, een hele stal vol, en ik zie dat ze veel voor je betekenen maar bij mij gaan ze het ene oor in en het andere oor uit.
Net als mijn bloed.
Net als alle andere spirituele en metafysische gedachten die massaal in omloop zijn gebracht sinds de kerk in het verdomhoekje zit.
Voor geen daarvan steek ik mijn hand in het vuur, noch enig ander lichaamsdeel, noch mijn geest noch mijn ziel noch mijn zaligheid noch mijn hart noch mijn zijn noch mijn niet-zijn.

Maar ga gerust je gang.


Beste Hans,
Ik vond een citaat van Peter Ralston op jouw website:

‘Voordat er sprake kan zijn van weten moet er eerst ruimte voor zijn, een staat van niet-weten.’

Daar kan ik me prima in vinden. Weten is gedifferentieerd Zijn, niet-weten is ongedifferentieerd Zijn en als ze al niet aan elkaar gelijk zijn dan is weten toch de kenmodus van het gedifferentieerde Zijn en niet-weten de kenmodus van het ongedifferentieerde Zijn. Weten is de weg waarlangs wij kennis nemen van de dingen en de wezens, niet-weten de weg waarlangs wij kennis nemen van hun onuitsprekelijke Bron. Het ongedifferentieerde Zijn en het gedifferentieerde Zijn zijn de keerzijden van één Zijn. Weten en niet-weten verschijnen (en verdwijnen) in het ene Zijn dat wij zijn.

Hans, ik ben me ervan bewust dat ik mijn gedachten nog verder moet ontwikkelen. Ik word steeds helderder maar het is nog steeds niet helemaal uitgekristalliseerd. Ik ben er nog niet klaar mee. Eerlijk gezegd worstel ik ermee. Het zal wel onderdeel zijn van het creatieve brein, een leven in wording (en stervende).


Beste X,
Weten, niet-weten, zijn, niet-zijn, gedefinieerd zijn, ongedefinieerd zijn, tijdloos zijn, voor mij zijn het allemaal maar woorden.
Wie zegt dat er iets achter zit?
Je brengt allerlei onderscheidingen aan op grond van vage intuïties en nog vagere motieven waar ik niet eens naar wil raden.
Je splijt hemel en aarde en breekt je vervolgens het hoofd over de vraag hoe ze samenhangen.
Net als in het christendom:
‘Is er een weg voor de ziel van het voorgeborchte naar de hemel?’
‘Wat is het verband tussen de ziel en de geest?’
‘Is het woord van de paus het Woord van God?’
‘Staan beschermengelen ook onder het gezag van aartsengelen?’
‘Hoe kunnen zulke heterogene wezens als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest een Heilige Drie-eenheid vormen?’
Of in de natuurkunde:
‘Waarom draait de zon om de aarde?’
‘Wat bindt flogiston aan de materie en hoe kan het bij verbranding vrijkomen?’
‘Wat zijn de eigenschappen van de ether waarin de lichtgolf zich voortplant?’
‘Waarom verzet de natuur zich tegen een vacuüm?’
‘Wat is de golflengte van wit licht?’

Als ik vraag: ‘Hoe lang is de standaardmeter in Parijs?’ dan ben jij zo iemand die zonder blikken of blozen zegt: ‘Precies één meter.’
Als ik vraag: ‘Hoeveel weegt de zwaartekracht?’ dan zeg jij ogenblikkelijk: ‘9,8 meter per seconde kwadraat.’
Zonder je maar één moment om de geldigheid van de vraag te bekommeren.

Ik bestrijd je niet, X.
Ik spreek je taal niet.
Ik ben geen kosmoloog.
Voor ideeën over zijn moet je bij Douglas Harding of Tony Parsons zijn.
Bij Parmenides, bij Heidegger.
Bij het hindoeïsme, de upanishaden, weet ik veel.
Bij Peter Ralston, die je met instemming citeert.

Zelf citeer ik ook, maar nooit met instemming.
Voor ideeën, welke dan ook, kun je niet bij mij terecht.
Ik weet alleen maar niet.
Met niet-weten in de betekenis van ‘zijn’ of als kenmodus daarvan, heeft dat niets te maken.
Net zomin als de bank waarop je tv kijkt iets te maken heeft met de bank waarop je geld staat.
En spiritueel gezien ben ik geen ‘leven in wording (en stervende)’ maar gewoon zo dood als een pier.
Of, nu we het toch over wormen hebben: off the hook.


Beste Hans,
‘Zijn’ is het refrein, Hein! ‘Zijn’ behoeft niets! Ook geen weten of niet weten! Het maakt Zijn niets uit of ik iets denk te weten of niet! Dat wat is is, ook de gedachten over wat dan ook! Ook de gedachten over Zijn! Weten en niet weten verschijnen in Zijn en niet andersom! Daar steek ik mijn hand voor in het vuur! ‘Zijn’ laat zich door geen enkel idee claimen! ‘Zijn’ gaat vooraf aan alle ideeën! Ideeën zijn simpelweg prachtige of lelijke manifestaties van ‘zijn’! ‘Zijn’ is de ingrond van al wat is – of je dat nou gerealiseerd hebt of niet!

Jou zegt het allemaal niets want jij weet het niet. Ook dat is Zijn! Wat kan ik zeggen om je binnen te leiden in de ingrond van ons bestaan?

Hoe is het trouwens met je gezondheid?


Beste X,
Ik heb maling aan herhaling, paling.
Maar maak je niet sappel, appel.
Dat het mij allemaal niets zegt, zegt mij ook niets.
Dat ik het allemaal niet weet, weet ik ook niet.
Van mij heb je niets te vrezen.
Dus wat is het probleem?
Ik voor mij ben allang blij dat je alleen maar je hand aan het vuur brandt.

Wat mijn gezondheid betreft:
Ik ben nog steeds hondsmoe, maar gelukkig is het gevoel van malaise weer even weggetrokken.
Zonder energie kan ik best leven.
Heerlijk in mijn eigen roes, poes.
Welke roes?
De roes zonder smoes.
De lege roes.

Koeskoes,

Je roomsoes

p.s.
Waarom schrijft een zijnsfanaat als jij een kwenie als ik?


Beste Hans,
Omdat ik ten diepste niet weet wat Zijn is!


Beste X,
Maar wel dát het is?


Beste Hans,
Bestaan en niet-bestaan verschijnen in Zijn, niet andersom! Wat ons verbindt is dat ik geen idee heb wat dat Zijn kan zijn.


Beste X,
Waarom treed je dan toch als Zijn woordvoerder op?


Beste Hans,
Wat bedoel je daar nou weer mee.


Beste X,
Als je mij hoort roepen:

‘God behoeft niets! Het maakt God niets uit of ik iets denk te weten of niet! Weten en niet weten verschijnen in God en niet andersom! God laat zich door geen enkel idee claimen! God gaat vooraf aan alle ideeën! God is de ingrond van al wat is, of je dat nou gerealiseerd hebt of niet!’

klink ik dan als iemand die met lege handen staat of als een hogepriester met een hotline naar de hemel die zijn godje haarscherp in het snotje heeft?


Beste Hans,
Het is het Zijn dat in mij spreekt en niet ik die van het Zijn spreek.


Beste X,
Maurice Merleau Ponty, Le visible et l’invisible.


Beste Hans,
En wat dan nog?


Beste X,
Hoe weet je dat het Zijn niet in jou liegt?


Beste Hans,
Ik ben het Zijn zelf! Niet wát ik ben maar dát ik ben is wat telt. Er-zijn, niet zo-zijn. Ik bén, zegt Ramana Maharshi. Ik ben hier. Ik ben altijd hier. Ik ben alleen maar hier. Ik ben Dát. Tat tvam asi. Ik ben Zijn. Ik ben bewust zijn. Ik ben bewustzijn. Zelfbewustzijn ingebed in albewustzijn. Albewustzijn is het hoogste bewustzijn, ook al heeft zelfbewustzijn reeds een vermoeden van albewustzijn. Albewustzijn is het hoogste Zijn. Het hoogste Zijn is mijn ware Zelf. Ik ben het Zijn zelf. Alles verschijnt in het Zijn dat ik ben!


Beste X,
Als alles verschijnt in het Zijn dat je bent, dan ook het idee dat alles verschijnt in het Zijn dat je bent.
Hoe weet je dan dat dit idee op waarheid berust?
Er zijn duizenden ideeën over onze zogenaamde ingrond in omloop – monistisch, non-dualistisch, dualistisch, pluralistisch, holistisch, materialistisch, idealistisch, essentialistisch, theïstisch, agnostisch, atheïstisch et cetera – die elkaar allemaal negeren of tegenspreken.
Allemaal uit gezaghebbende bron, conform een onfeilbare traditie of intuïtie, ondersteund met onweerlegbare argumenten op grond van evidente en onbetwijfelbare uitgangspunten en onderschreven door hechte gemeenschappen, parochies, sangha’s, kloosters, clans, sektes, instituten, bendes, noem maar op.
Waarom zou juist jouw idee op waarheid berusten, en al die andere niet?


Beste Hans,
Wat zou jij zeggen?


Beste X,
Niets.


Beste Hans,
Helemaal niets?


Beste X,
Ik zeg niet wie ik ben.
Ik zeg niet wat ik ben.
Ik zeg niet dat ik ben.
Ik zeg niet dat ik er ben geweest.
Ik zeg niet dat ik nooit ben geweest.
Ik zeg niet dat zijn mijn ingrond is.
Ik zeg niet dat het dat niet is.
Ik zeg niet dat iets anders mijn ingrond is.
Ik zeg niet dat er geen ingrond is.
Ik zeg niet dat je dat niet kunt weten.
Ik zeg niet dat ik niks weet.
Ik zeg niet dat je niets mag zeggen.
Ik zeg niet dat er niets te zeggen valt.
Ik zeg alleen maar niets.
(Dit heb ik niet gezegd.)


Beste Hans,
Ook lekker.


Beste X,
Je moest eens weten.


Beste Hans,
Ik wéét.


Beste X,
Dan zal dat het verschil wel zijn.


Beste Hans,
Ik geef het op.


Beste X,
Ik heb het al jaren geleden opgegeven.


Beste Hans,
Je ziet het of je ziet het niet.


Beste X,
Mij niet gezien.


De zen van zijn

Niet het zien, niet het zijn
Niet het zien én het zijn
Niet het zien noch het zijn
Niet het zien van het zijn
Niet het zijn van het zien
Niet het zien in het zijn
Niet het zijn in het zien
Niet het zien van het zien
Niet het zijn van het zijn
Niet het zien zonder zien
Niet het zijn zonder zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het niet-zijn
Niet het zijn én het niet-zijn
Niet het zijn noch het niet-zijn
Niet het zijn van het niet-zijn
Niet het niet-zijn van het zijn
Niet het zijn in het niet-zijn
Niet het niet-zijn in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het niet-zijn van het niet-zijn
Niet het zijn zonder zijn
Niet het niet-zijn zonder niet-zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het worden
Niet het zijn en het worden
Niet het zijn noch het worden
Niet het zijn van het worden
Niet het worden van het zijn
Niet het zijn in het worden
Niet het worden in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het worden van het worden
Niet het zijn zonder zijn
Niet het worden zonder worden
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het bewustzijn
Niet het zijn en het bewustzijn
Niet het zijn noch het bewustzijn
Niet het zijn van het bewustzijn
Niet het bewustzijn van het zijn
Niet het zijn in het bewustzijn
Niet het bewustzijn in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het bewustzijn van het bewustzijn
Niet het zijn zonder zijn
Niet het bewustzijn zonder bewustzijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het hierzijn, niet het daarzijn
Niet het hierzijn en het daarzijn
Niet het hierzijn noch het daarzijn
Niet het hierzijn van het daarzijn
Niet het daarzijn van het hierzijn
Niet het hierzijn in het daarzijn
Niet het daarzijn in het hierzijn
Niet het hierzijn van het hierzijn
Niet het daarzijn van het daarzijn
Niet het hierzijn zonder hierzijn
Niet het daarzijn zonder daarzijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het er-zijn, niet het zo-zijn
Niet het er-zijn en het zo-zijn
Niet het er-zijn noch het zo-zijn
Niet het er-zijn van het zo-zijn
Niet het zo-zijn van het er-zijn
Niet het er-zijn in het zo-zijn
Niet het zo-zijn in het er-zijn
Niet het er-zijn van het er-zijn
Niet het zo-zijn van het zo-zijn
Niet het er-zijn zonder er-zijn
Niet het zo-zijn zonder zo-zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen


Een waterhoofd

Beste Hans,
Wat komt het eerst: kennen of zijn? Gaat het zijn vooraf aan het kennen of gaat het kennen vooraf aan het zijn? Of staan ze wellicht op hetzelfde plan? Of zijn ze misschien zelfs identiek? Of zijn beide gebaseerd op iets fundamentelers? En analoog aan deze vraagstelling: ligt de epistemologie ten grondslag aan de ontologie of de ontologie aan de epistemologie? Ik kom er niet uit.


Beste X,
Ik ook niet.


Beste Hans,
Volgens mij is zijn de ingrond van het kennen. Wat denk jij?


Beste X,
‘Zijn’ is maar een raar woord.
Het is van oorsprong een werkwoord dat je in staat stelt zinnetjes te vormen.
In het dagelijks taalgebruik zeg je bijvoorbeeld: ‘hier is de deur’, ‘daar is de brievenbus’; en dat werkt best.
Maar als je een beetje filosofisch bent aangelegd, ga je je vanzelf een keer afvragen wat die deur en die brievenbus gemeen hebben.
Nou, ze hebben een andere vorm en een andere functie, dus dat kan het niet zijn.
Maar alle twee zijn ze, constateer je nadat je de zinnetjes woord voor woord vergeleken hebt.
Hier is de deur.
Daar is de brievenbus.
En zo wordt het begrip ‘zijn’ geboren.

Werkwoorden roepen geen vragen op.
Begrippen roepen wel vragen op.
De eerste vraag is natuurlijk: wat is ‘zijn’?
Vragen roepen antwoorden op.
Dus sla je aan het denken, je kletst eens met deze, je zwetst eens met gene, je leest een paar boekjes, je filosofeert nog een beetje verder en voor je het weet heb je het over de ‘isheid der zijnden’, over ‘zijnsgronden’ en ‘zijnsoordelen’, over het ‘zelfzijn’ en het ‘alzijn’, over het ‘hierzijn’ en het ‘daarzijn’, over het ‘Dasein’ en de ‘zijnsgesteldheid’ en de ‘zijnsvergetelheid’ en het ‘in-de-wereld-zijn’ en het ‘niet-zijn’ als een bijzondere vorm van ‘er-zijn’ en het ‘zo-zijn’ versus het ‘anders-zijn’, en van lieverlee ga je steeds gekker praten en dingen zeggen als ‘ik-ben-heid is mijn wezensgrond’ of ‘het gedifferentieerde zijn ontstaat via een mysterieus wordingsproces uit het ongedifferentieerde zijn en keert er aan het einde van zijn zijn door ontwording moeiteloos in terug’ of ‘alle dingen zijn ér maar niet alle dingen zijn zó dus het zo-zijn gaat vooraf aan het er-zijn’.
Wat eerst ballonnetjes in je hoofd waren – ‘zijn’ en ‘er-zijn’ en ‘zo-zijn’ en ‘daarzijn’ – wordt steeds reëler voor je.
De ballonnetjes in je hoofd worden dingen in de werkelijkheid of aspecten van die werkelijkheid.
Sommige van die ballonnetjes hebben het in zich om te worden aangezien voor de werkelijkheid zelf, of voor de essentie daarvan, of voor de hoogste vorm of de bron en bestemming ervan:

  • Het Goede!
  • Het Zelf!
  • Perfectie!
  • Zijn!
  • Schoonheid!
  • Waarheid!
  • Non-dualiteit!
  • Eenheid!
  • Leegte!
  • Verscheidenheid!
  • God!

De wereld in één woord.
Dat is pas (be)grip.


Beste Hans,
En ‘kennen’?


Beste X,
‘Kennen’ is ook al zo’n raar, abstract woord.
In het dagelijks taalgebruik zeg je bijvoorbeeld: ‘ik weet waar een brievenbus voor is’, ‘ik weet hoe ik een deur moet gebruiken’; en dat werkt best.
Maar als je een beetje filosofisch bent aangelegd, ga je je vanzelf een keer afvragen wat die beide vormen van weten met elkaar gemeen hebben, en voor je het weet heb je het over ‘de kennis’ en ‘het kennen’ van ‘het gekende’ door ‘de kenner’, en over ‘kennendheid’; je zegt ‘de hoogste kennis heeft geen object’ of ‘ik ben de kenner, niet het gekende’ of ‘ik ben de kenner én het gekende’ of ‘ik ben de kennis zonder leraar’ of ‘kennendheid is mijn ware aard en het hoogste zijn’ of ‘het gekende wordt gekend door het onkenbare kennen’.
En nóg word je niet uitgelachen.
Dus waarom zou je jezelf nog inhouden?

Je definieert ‘het kennen’ als een ‘functie’ van de ‘geest’ gebaseerd op het ‘aspectloze bewustzijn’ waarin zich ‘verschijnselen’ voordoen die door het ‘richten’ van de ‘aandacht’ via de ‘intentionele boog’ tot ‘evidente’ ‘inzichten’ leiden.
Je onderscheidt het onbewuste van het onderbewustzijn, het individuele van het collectieve onderbewustzijn, het onderbewustzijn van het bovenbewustzijn, het zelfbewustzijn van het albewustzijn, het ik-bewustzijn van het godsbewustzijn; je vergeet intussen niet ze alle onder te brengen in het Universele Bewustzijn dat je bént; en je inventariseert, interpreteert, verabsoluteert en relativeert onvermoeibaar de overeenkomsten, verschillen en verbanden tussen de verschillende vormen van bewustzijn onderling en het brein, het hart, de ziel, de geest, het zelf, de boeddhanatuur, de godheid en wie en wat al niet.

Zo ontstaat een waterhoofd dat zelfs de sterkste benen niet meer kunnen dragen.


Beste Hans,
Wou jij mij een waterhoofd noemen?


Beste X,
‘Waterhoofd’ is ook al zo’n raar, abstract woord.


Beste Hans,
Je hebt mijn vraag over epistemologie en ontologie nog niet beantwoord.


Beste X,
Als je niet eens weet waar ‘zijn’ en ‘kennen’ precies voor staan, en of ze wel ergens voor staan, laat staan wat hun onderlinge relatie is, waarom zou je je dan nog druk maken over de vraag of de zijnsleer vooraf gaat aan de kenleer of omgekeerd?


Beste Hans,
In je antwoorden zie ik echo’s van het middeleeuwse debat tussen de realisten, die volhielden dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en dat ieder woord derhalve correspondeert met iets werkelijks; en de nominalisten, die stelden dat alle woorden loze abstracties zijn – zelfs schijnbaar concrete woorden als ‘deur’ en ‘brievenbus’.


Beste X,
Hadden ze toen al brievenbussen?


Beste Hans,
Volgens mijn postbode wel.


Beste X,
Tegen de realist zou ik zeggen: met welke realiteit correspondeert de illusie en tot welke categorie behoort u?
Tegen de nominalist zou ik zeggen: nominalisme is ook maar een woord; wat maakt dat u?
Tegen jou zou ik zeggen: wat bedoel je precies met ‘taal’ en ‘afspiegeling’ en ‘woord’ en ‘iets werkelijks’ en ‘loos’ en ‘abstractie’ en ‘schijnbaar’ en ‘concreet’?
En let eens op, terwijl je dat uitvogelt, hoe ballonnetjes betonblokken worden.
En let eens op, terwijl je daarop let, hoe de gedachte dat ballonnetjes betonblokken worden, een betonblok wordt.
Een blok aan je been.
Een molensteen.
Die je aanziet voor een mijlpaal.
En let eens op, terwijl je daarop let, hoe het opletten zélf een betonblok wordt.

En let dan eens niet op.


Beste Hans,
Ik zie ook echo’s van de analytische wijsbegeerte van onder meer Gilbert Ryle en Ludwig Wittgenstein, die zich fanatiek verzetten tegen de correspondentietheorie dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en betoogden dat het (taal bedoel ik) alleen maar een instrument is.


Beste X,
Als ‘Ryle’ en ‘Wittgenstein’ niet met iets werkelijks correspondeerden, wie heeft dan hun boeken geschreven?
Als hun boeken niet met iets werkelijks correspondeerden, wat heb jij dan gelezen?
En als jij niet met iets werkelijks correspondeert…

Zelfs als Ryle en Wittgenstein er waren dan zijn ze er nu niet meer dus kennen ze ook niet meer, neem ik hier maar even aan; wat ons evengoed niet verhindert om hun (of ‘hun’) namen (of ‘namen’) te gebruiken.
Of kennen ze niet meer omdat ze niet meer zijn?
Of is niet-zijn hetzelfde als niet-kennen, en zo ja, volgt dan uit deze identiteit dat kennen inderdaad hetzelfde is als zijn?
Of zijn kennen en zijn inderdaad manifestaties van een gemeenschappelijke (on)grond, laten we zeggen, het numineuze of de menigvuldigheid of niet-weten of de liefde of de vermoorde onschuld of groene energie of het al of het dan niet?
Hoe stel je zoiets vast, en vooral, hoe laat je het weer los?

Ik weet zeker dat deze diepzinnige vragen bij jou in goede handen zijn.


Beste Hans,
Volgens mij was dit geen compliment.


Beste X,
Parallellen zijn parallellen, maar niet weten is geen filosofie.


Beste Hans,
Filosofie is ook scepticisme.


Beste X,
Niet weten is geen scepticisme.


Beste Hans,
Wat is niet-weten dan wel?


Beste X,
Een raar, abstract woord?


Beste Hans,
Water in een waterhoofd.


Beste X,
Laat maar lekker over Gods akker vloeien.


Ongekend

Niet het kennen, niet het zijn
Niet het kennen én het zijn
Niet het kennen noch het zijn
Niet het kennen van het zijn
Niet het zijn van het kennen
Niet het kennen in het zijn
Niet het zijn in het kennen
Niet het kennen van het kennen
Niet het zijn van het zijn
Niet het kennen zonder kennen
Niet het zijn zonder zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen


Dust bowl

Beste Hans,
Volgens sommigen is bewustzijn de ongedefinieerde ingrond van het zijnde, volgens anderen leegte of het niets. Volgens weer anderen is het brahman of juist parabrahman; atman of juist anatman. Er zijn er die zeggen: dat wat is, is de grond van dat wat is, maar dat lijkt mij een tautologie. Ik heb ook weleens gelezen dat zijn en niet-zijn de keerzijden van het ene zijn, en dat het gekende in de kenner verschijnt, dualiteit in non-dualiteit.

Komt dit volgens jou allemaal op hetzelfde neer, een soort universele waarheid of eeuwige wijsheid die schuilgaat onder een Babylonische spraakverwarring, of zijn het allemaal afzonderlijke theorieën? Wat is nog kosmologie, wat mythologie? Wat is precies de relatie tussen het duale en het non-duale, tussen het gekende en het ongekende, tussen bewustzijn en zijn? Wat is het verband tussen het zijnde en mijn gedachten daarover? Ben ik de schepper of alleen maar de spiegel van de schepping? Ben ik een mens of ben ik God?

Zelf weet ik het zo langzamerhand niet meer. Genesis of Big Bang? Liefde of Openheid? Wat denk jij? Is niet-weten soms onze zijnsgrond (ratio essendi)?


Beste X,
Wie spreekt over de grond van het zijnde bedrijft ontologie.
Ontologie is een heerlijke hobby, al is het toevallig niet de mijne.
Het aantal ontologen in dit universum is inmiddels groter dan het aantal sterren, hun collectieve licht oogverblindend, hun Babylonische gekrakeel oorverdovend.
Wie zelf nog wat wil zien of horen, wendt zich noodgedwongen af.
Waarom zijn er zoveel ontologen, is wat ik weleens zou willen weten.
Wat is de ingrond van de zijnsleer?

Zelf heb ik altijd een voorkeur gehad voor epistemologie boven ontologie, totdat zoveel jaar geleden tijdens mijn dust bowl ook die grond werd weggevaagd.
Sindsdien loop ik op lucht.
Zijn versus niet-zijn is voor mij geen issue meer.
Vorm versus leegte ook niet.
Brahman versus parabrahman ook niet.
Atman versus anatman ook niet.
Eenheid versus veelheid ook niet.
Kenner versus gekende ook niet.
Dualiteit versus non-dualiteit ook niet.
Universele wijsheid versus individuele domheid ook niet.
Kosmologie versus mythologie ook niet.
Schepper versus spiegel ook niet.
Mens versus God ook niet.
Genesis versus Big Bang ook niet.
Liefde versus Openheid ook niet.
Weten versus niet-weten ook niet.

Issue versus non-issue ook niet.

Voor mij zijn het allemaal broodjes aap.
Ze vullen je hoofd maar niet je maag.
Het zijn allemaal maar verhaaltjes.
Dit is ook weer zo’n verhaaltje.
Verhalen zijn de ongedefinieerde ingrond van ons bestaan, zou ik haast zeggen, maar van welk bestaan?
Verhalen zijn er om weggegooid te worden, moet ik misschien zeggen, maar waarom en door wie en hoe?


Beste Hans,
Jouw ingrond is een ongrond geworden, je zijnsgrond een zijnsongrond.


Beste X,

Ingrond, ongrond, allemaal denkstront
Dichtkont, dichtmond, allemaal rotsgrond.

Ziedaar mijn ratio essendi of ratio inessendi of irratio essendi of irratio inessendi.
Ontdaan van iedere (on)grond hoef ik ook geen gedachten meer vuil te maken aan, hoe kóm je erop, de relatie tussen het duale en het non-duale of tussen de kenner en het gekende of tussen bewustzijn en zijn.
Of aan welke hypo- of hyper- of metastasen van het verstand ook.
Dus ook niet aan ‘mijzelf’ of ‘mijn verstand’ of ‘mijn gedachten’ of ‘het zijnde’, et cetera.
Dus ook niet aan de relatie tussen ‘mijn gedachten’ en ‘mijn verstand’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘mijn verstand’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘mijn gedachten’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘het zijnde’ of tussen ‘mijn gedachten’ en ‘het zijnde’ of tussen ‘mijn verstand’ en ‘het zijnde’, et cetera.
God zij dank (naar believen aanhalingstekens plaatsen).

Ik heb inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn en andere fundamentele kwesties niets te verkondigen, niets te verklaren, niets te verdedigen en niets te verzwijgen.
Ook niet dat er inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn en andere fundamentele kwesties niets te verkondigen, niets te verklaren, niets te verdedigen en niets te verzwijgen valt.
Ik heb daarom ook niets weg te vagen.
Al is dat laatste een heerlijke hobby en toevallig wél de mijne.
Eens een dust bowl, altijd een dust bowl.
Dus maak je grond maar nat…


God zij dank

Niet de ingrond, niet de ongrond
Niet de ingrond én de ongrond
Niet de ingrond noch de ongrond
Niet de ingrond van de ongrond
Niet de ongrond van de ingrond
Niet de ingrond in de ongrond
Niet de ongrond in de ingrond
Niet de ingrond van de ingrond
Niet de ongrond van de ongrond
Niet de ingrond zonder ingrond
Niet de ongrond zonder ongrond
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de vorm, niet de leegte
Niet de vorm en de leegte
Niet de vorm noch de leegte
Niet de vorm van de leegte
Niet de leegte van de vorm
Niet de vorm in de leegte
Niet de leegte in de vorm
Niet de vorm van de vorm
Niet de leegte van de leegte
Niet de vorm zonder vorm
Niet de leegte zonder leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de schepper, niet de spiegel
Niet de schepper en de spiegel
Niet de schepper noch de spiegel
Niet de schepper van de spiegel
Niet de spiegel van de schepper
Niet de schepper in de spiegel
Niet de spiegel in de schepper
Niet de schepper van de schepper
Niet de spiegel van de spiegel
Niet de schepper zonder schepper
Niet de spiegel zonder spiegel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de dans, niet het ontspringen…


Voor de kat

Beste Hans,
Is de dood voor jou een realiteit of een concept?


Beste X,
De dood is voor mij een concept.
Realiteit is voor mij ook een concept.
Jou is voor mij ook een concept.
Concept is voor mij ook een concept.
Concepten zijn ook realiteit.
Maar wat is realiteit?
Realiteit is een illusie, zeggen ze.
Of is dat ook maar een illusie?


Beste Hans,
Ik bedoel gewoon: zul jij ook sterven, net als ieder ander?


Beste X,
Dat ik zal sterven is een gedachte.
Dat ik onsterfelijk ben is ook een gedachte.
Dat ik sterfelijk noch onsterfelijk ben ook.
Dat ik voorbij sterfelijkheid en onsterfelijkheid ben ook.

Dat ik geboren ben is een gedachte.
Dat ik ongeboren ben is ook een gedachte.
Dat ik geboren én ongeboren ben ook.
Dat ik voorbij geboren en ongeboren ben ook.

Dat ik ben is een gedachte.
Dat ik niet ben is ook een gedachte.
Dat het allemaal maar gedachten zijn ook.
Dat het een gedachte is dat het allemaal maar gedachten zijn ook.


Beste Hans,
Maar jouw stoffelijke omhulsel is gewoon vergankelijk?


Beste X,
Dat ik een stoffelijk omhulsel heb is een idee.
Dat het iets omhult is ook een idee.
Wie of wat zou er door mijn stoffelijk omhulsel omhuld moeten worden?
Of aan het zicht onttrokken?
Mijn ziel?
Mijn diepste wezen?
Mijn hoogste zelf?
Mijn ware aard?
Mijn oorspronkelijke gezicht?
Bewustzijn?
Stilte?
Leegte?
Openheid?
Liefde?
Mededogen?
God?
Bestaan die eigenlijk wel?
Of zijn het ook maar ideeën?
Of is dat ook maar een idee?
Of is idealiteit ook een vorm van bestaan?
Of is bestaan ook een vorm van idealiteit?
Ik heb eigenlijk geen idee.
Of moet ik zeggen dat ik alleen maar ideeën heb?
Of moet ik zeggen dat ideeën mij hebben?
Of moet ik zeggen dat ze alleen maar langskomen?
Waarlangs dan wel?
Langs de kenner van het gekende zeker.
Of is die kenner ook weer zo’n idee?
Nee, ik kom er niet uit.
Misschien kun jij me uit mijn droom helpen?


Beste Hans,
Volgens mij is het allemaal heel simpel. Je omhulsel is sterfelijk maar jij bent in wezen onsterfelijk.


Beste X,
Maak dat de kat maar wijs.


Beste Hans,
De Cheshire Cat. ;-)


Beste X,
Als we maar in Wonderland blijven.


De Zachte Kracht

Beste X,
Je boek, De Zachte Kracht, viel me niet tegen.
Ik vond het lekker weg lezen.
In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur.
Wel een beetje zoet.
Vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht.
De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is.
Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.
Niet de X die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, ‘het denken heeft overwonnen’ (pagina 12, 23, 55, 127) en ‘het verstand heeft doorzien’ (12, 16, 47, 55, 143) maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere.
Het gezonde verstand voor het spirituele.
De ene tijd (verleden-heden-toekomst) voor de andere (het hier-en-nu).
De ene illusie (de droom) voor de andere (de Realiteit).
De ene identiteit (iemand) voor de andere (niemand).
Wilskracht voor overgave.
De denker voor de getuige.
Denken voor ervaren.
Worden voor zijn.
Dualiteit voor non-dualiteit.
Afgescheidenheid voor eenheid.
Het wonder van de schepper voor het wonder van de schepping.

Zelf kan ik evenmin geloven in het spirituele verstand als in het gezonde.
Evenmin in de lineaire tijd als in het eeuwige heden.
Evenmin in samsara als in nirwana.
Evenmin in Maya als in Layla.
Evenmin in de denker als in de getuige.
Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven.
Mijn (‘mijn’) denken (‘denken’) heb ik niet overwonnen of doorzien; hooguit houdt het (‘het’) zichzelf (‘zichzelf’) in toom.
Denk ik nu eventjes.
Ook alweer voorbij.

Nooit heeft het spirituele verstand mij ook maar enigszins kunnen bekoren.
Vandaar misschien dat ik op een goede noch kwade dag zonder overstappen rechtstreeks van het gezonde verstand in het, laten we zeggen, onverstand terecht ben gekomen.
Totaal onbedoeld en al even onverwacht.
Het spirituele (of religieuze) verstand kan ik daarom alleen vatten als een voor sommigen kennelijk noodzakelijk tussenstation op het pad van weet-ik naar weet-ik-veel.
Een manier om alvast uit het heersende wereldbeeld te stappen zonder meteen alle zekerheden op te geven.
Een doekje voor het bloeden.
Uitstel van executie.
Voor vrijwel alle zoekers lijkt het spirituele verstand echter het eindstation.
Was de ‘wijsheid zonder wijsheid’ een kwestie van ‘de meeste stemmen gelden’ dan hadden ze beslist gelijk.
Helaas – ook de democratie laat het op dit vlak afweten.

Omdat je het steeds over ‘dansen als een derwisj’ hebt, permitteer ik me hier een citaat van de soefi Juzjani (of althans een Nederlandse vertaling van een Engelse vertaling van het vermoedelijk Perzische origineel of van een parafrase daarvan door een of andere discipel of althans van een handgeschreven kopie van een handgeschreven kopie van een handgeschreven kopie van een mondelinge overlevering van een mondelinge overlevering van een mondelinge overlevering daarvan, want zo ging dat in die tijd, heb ik ooit eens gelezen, meen ik me nu te herinneren):

‘De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets.’

(Bron: Het pad van de Soefi, Idries Shah, uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, p197)

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld.
Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen.
Een hachelijke zaak.
Wat hij er precies mee bedoelt wordt ook al niet vermeld.
Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie?
Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie?
Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die bijgevolg geen mens is, althans geen gemiddeld mens?
Ik durf het niet te zeggen.
Daarom voor de zekerheid ook nog een citaat van een andere berumde sufi, Jalaludin Rumi:

‘De mensheid maakt drie stadia door.
Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen.
Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God.
Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid God’; ook niet: ‘Ik aanbid God niet.”
(p229)

In plaats van God kun je hier ook lezen: de Zachte Kracht, de Bron, het Zelf, geen-zelf, de Boeddha, het Zijn, Tao, het Leven, Dit, het Mysterie en zo voort.
En niet-weten uiteraard.

In concreto:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht’; ook niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Bron’; ook niet: ‘Ik aanbid de Bron niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Zelf’; ook niet: ‘Ik aanbid het Zelf niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Boeddha’; ook niet: ‘Ik aanbid de Boeddha niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid niet-weten’; ook niet: ‘Ik aanbid niet-weten niet.’

Om het citaat verder aan te passen aan onze tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door.
Eerst aanbidt hij God.
Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen.
Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid alles’; ook niet: ‘Ik aanbid alles niet.’

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen.
Mooie definitie van verlichting?
Zeg ja en je bent voor één gat te vangen.
Zeg nee en je bent toch niet ontsnapt.

Ik ben me ervan bewust dat ik in reageer op een boek dat al tien jaar op de markt is.
Maar je bent er onlangs zelf mee op de proppen gekomen, op eigen initiatief en zonder enig voorbehoud.
Daarom ben ik er gemakshalve van uitgegaan dat je er nog steeds achter staat.
Eenzelfde ongefundeerde aanname met betrekking tot dode auteurs stelt me in staat die paar citaten uit de middeleeuwen op te voeren als gezaghebbend en actueel.
Ongelofelijk: een heel millennium samengebald in één hier en nu.
Het mijne, wel te verstaan.
Of is het nu het jouwe?
Of zijn het er nu twee?
Of denk ik dit ook alleen maar?
Of denk ik dat ook alleen maar?

Fijne dance en bonne chance,

Hansepense

p.s.
Waarom zet je je boek niet op het internet als blog (één paragraaf per dag), website (één pagina per hoofdstuk) en/of e-book?
Het zou een leuke toevoeging zijn.
Er zijn praktisch geen langere teksten in jouw traditie beschikbaar.
Waarschijnlijk bereik je er meer mensen mee dan nu, en tot noemenswaardige inkomstenderving zal het ook wel niet leiden.


Beste Hans,
Dank voor je reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag. Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het spirituele verstand een eindstation is? Heb jij soms het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder bent dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit in werkelijkheid één grote egotrip?


Beste X,
Als dat één vraag was dan kan ik maar één antwoord geven:
Ik voel me niet verheven boven het gezonde verstand.
Ook niet boven het spirituele verstand.
Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven.
Noch in het ene, noch in het andere.
Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven.
Zelfs van niet-weten weet ik niet.
Dit valt op geen enkele manier te verklaren of te rechtvaardigen.
Ook wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak.
Hoe zou ik mij er dan in hemelsnaam op kunnen laten voorstaan?

Voor mijn part heeft iedereen gelijk en ik alleen niet.
Ik hoef geen gelijk.
Het zegt me niets meer.
Ik maak geen aanspraak op de Waarheid of de Werkelijkheid.
Ik heb de Wijsheid niet in pacht.
Ik waan mij geen Meester of Verlichte.
Ik ben er niet op uit de medemens de weg te wijzen, te veranderen, neer te sabelen, te verheffen of te verlossen.
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.
Dat is nou net de grap.


Beste Hans,
De kosmische grap!


Beste X,
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.


Beste Hans,
De waarheid is voorbij de woorden.


Beste X,
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.


Beste Hans,
Denk je dat je ooit de weg naar het spirituele verstand zult vinden?


Beste X,
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.


Beste Hans,
‘Het spirituele verstand’ is nota bene je eigen woord!


Beste X,
Kun je nagaan.


Overbewust zijn

Beste Hans,
Met veel plezier dwaal ik rond op je dwijze website. Voor mij is niet-weten een ander woord voor Bewustzijn. En verlichting is een ander woord voor Bewust Zijn. Dat wil zeggen, bewust zijn van het Bewustzijn dat wij zijn. Kun jij je hierin vinden?


Beste X,
Voor mij verwijst niet-weten naar niet weten.
In jouw jargon: bewusteloos zijn.
Bewust loos zijn.
Loosbewust zijn.
Wat je ook meent te zijn.
Al is het maar loos bewustzijn.
En dan je loosheid nog lozen.

Kun jij je hierin verliezen?


Beste Hans,
Maar het loos zijn, is dat juist niet het oerkenmerk van het Bewustzijn dat wij zijn?


Beste X,
Ik zou het ook niet weten.


Beste Hans,
Wat versta jij dan onder verlichting?


Beste X,
Datgene wat je uit doet bij vertrek.


Dát

Beste Hans,
Ik heb begrepen dat je gezondheid het af laat weten. Laat dit je tot troost zijn: alles wat je bij je dood zult verliezen deed toch al niet ter zake.


Beste X,
Hè?


Beste Hans,
Niet weten is het tijdloze bewustzijn. Zuivere leegte. De rest is vorm. Vorm gaat onvermijdelijk verloren. Leegte kent geen tijd.


Beste X,
Gezelligheid kent ook geen tijd. Wat moet ik nog met leegte?


Beste Hans,
Jij bent Dát.


Beste X,
Alleen maar Dit, was het toch?


Beste Hans,
Dat komt op hetzelfde neer.


Beste X,
Waar heb je dat nou weer gehoord.


Beste Hans,
Ik heb het over Dat wat geen oor kan horen.


Beste X,
Wat zeg je?


Beste Hans,
Wie hoort wat geen oor kan horen, hoeft nergens meer naar te luisteren.


Beste X,
Gelukkig ben ik doof.


Splijtoptant

Beste Hans,
Moge je geest opensplijten en het licht binnenstromen.


Beste X,
Ondanks verwoede pogingen heb ik mijn geest nog altijd niet gevonden.
Als dat komt doordat hij er niet is – ik sta nergens meer van te kijken – wat zou er dan nog open moeten splijten?
Al dan niet bij gebrek aan een geest heeft ook geen-geest zich niet aan mij geopenbaard.
Waaruit het licht dan nog zou moeten binnenstromen, kan ik niet eens bedenken.
Gelukkig is de duisternis mijn beste vriend, die ik zonder reserve met iedereen deel.
Wie niet wil mag passen.
Graag zelfs.
Verschil moet er blijven.
Als dit is wat je bedoelt met Moge je geest opensplijten en het licht binnenstromen dan zeg ik: insgelijks.
Bedoel je het anders, bijvoorbeeld als een aansporing of een terechtwijzing, dan zeg ik: insgelijks.


Plofkop

Beste Hans,
Waarin verschijnt niet-weten?


Beste X,
Non-dualisten zijn rare jongens en meisjes.
Ik ken er intussen een heleboel en ze zijn echt, eerlijk waar, allemaal even aardig, maar ze hebben echt, eerlijk waar, allemaal dezelfde eigenaardigheid.
Zit je net lekker over X te kletsen of daar komt ie weer, de eeuwige non-vraag: ‘Waarin verschijnt X?’

Heb ik het over mijn lichaam dan is het: ‘Waarin verschijnt je lichaam?’
Heb ik het over mijn hooggevoeligheid dan is het: ‘Waarin verschijnt je hooggevoeligheid?’
Heb ik het over mijn angsten dan is het: ‘Waarin verschijnen je angsten?’
Heb ik het over mijn lief dan is het: ‘Waarin verschijnt je lief?’
Heb ik het over mijn chocoladeverslaving dan is het: ‘Waarin verschijnt je chocoladeverslaving?’
Heb ik het over filosofie dan is het: ‘Waarin verschijnt de filosofie?’
Heb ik het over de boeddha dan is het: ‘Waarin verschijnt de boeddha?’
Heb ik het over god dan is het: ‘Waarin verschijnt god?’
Heb ik het over de dood dan is het: ‘Waarin verschijnt de dood?’
Heb ik het over Hans van Dam dan is het: ‘Waarin verschijnt Hans van Dam?’

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor, tot het onze gedeputeerde Rama’s en Ramana’s en Maha’s en Maharshi’s en Krishna’s en Krishnamurti’s en Nisar’s en Gadatta’s eindelijk behaagt mij in te wijden in het grootste geheim op aarde, dat ze, echt, eerlijk waar, helemaal op eigen kracht ontdekt hebben, eigenlijk al op hun negende, zesde, derde, voordat hun dualistische dierbaren het er met harde hand tot hun dertigste, zestigste, negentigste uitsloegen, en dat ze, echt, eerlijk waar, pas achteraf her-kenden in de einde loze stroom a dvaita boekjes en a dvaitale raren, eh, advaita leraren, die al één al daarom niet van elk ander te onder scheid en zijn om datta waarheid universeel is, en heus niet om datta mensen elkaar nou eenmaal andermaal einde loos na bauwen: ‘In het Bewustzijn, Hans.’
In het Bewustzijn.
Vergeet de hoofdletter niet.
Dat dus niet al één mijn Ware Aard blijkt te zijn maar, in tegenstelling tot al die afschuwelijke aanschouwelijkheden in en om mij heen, ook nog eens Onveranderlijk en Onvergankelijk.
Dit Realiseren heet Verlichting en daarvoor heeft een heldere geest geen seconde nodig.
Hoera.
Maar ja.

Waarin verschijnt het Bewustzijn?


De Grote Bedrieger

Beste Hans,
Voel jij er wat voor om een klein boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie uit onze dialoog.


Beste X,
Eerlijk gezegd kan ik me niemand voorstellen die zo’n boekje zou willen kopen.
Jij?
Ja, je moeder misschien.
Je man, uit solidariteit.
Ik zou het zelf niet eens kopen.
Ik kan niet eens iemand bedenken aan wie ik het cadeau zou willen doen.
Ja, aan jou natuurlijk.
Jij?

Wat is volgens jou de essentie van onze dialoog?
‘Mijn mailtjes, Hans.’

P.S.
Uitgeverij Ankh-Hermes is naar men zegt op sterven na dood.
Uitgeverij Asoka is vorige week failliet gegaan en hoopt op een doorstart.
Welke van de twee zullen wij eens gaan redden?


Beste Hans,
Vergeet uitgeverij Samsara niet. Er zijn meer gegadigden dan jij denkt, maar ik ben onze grootste fan, dus ook onze grootste afnemer. Zo zou ik het heel spannend vinden exemplaren achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park.


Beste X,
Samsara is tegenwoordig beneden mijn niveau; ik geef alleen nog maar uit bij Nirwana.


Beste Hans,
Nirwana, een boeiende uitgeverij, vooral veel wit.


Beste X,
Het idee om een boekje achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park vind ik enig, maar ik schat in dat je ongeveer tienduizend exemplaren moet achterlaten om één geïnteresseerde te treffen.
Die inschatting is natuurlijk nergens op gebaseerd.
Bovendien, waarom zouden wij geïnteresseerden moeten treffen?

Om de kosten te drukken, logistiek gedoe te vermijden en de uitgeverij te omzeilen had ik jaren geleden het lumineuze idee om een website te maken.
Voor iedereen toegankelijk en nog zoekbaar ook.
Zo gedacht, zo gedaan.
Wat moet ik dan met een uitgever?
Wat moet een uitgever met mij?

Nogmaals: wat is volgens jou de essentie van onze correspondentie?
Als die vraag je inderdaad niet interesseert, heb ik nog een andere:
Wat betekent jnana yoga voor jou?
Gebruik zoveel woorden als je wilt en neem zoveel tijd als nodig.
Geen zin?
Jammer.
Geen probleem.


Beste Hans,
Vreemd om je af te vragen waarom wij zo nodig geïnteresseerden moeten treffen. Je schrijft toch ook maar door op niet-weten.nl? Of doe je dat soms voor niemand?

Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze brieven verwijderen zijn ze beslist geschikt voor publicatie, zowel op het internet als in boekvorm. Onderwerp: Bewustzijn versus niet-weten.

Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte was dat voor mij een geweldige aha-erlebnis. In jou herkende ik het niet weten in mezelf. Zo sterk was die herkenning dat ik er helemaal van in de war raakte en met de hoogste waarheid (van het Ene Bewustzijn dat ik ben) geen raad meer wist. Hoe moest ik dat verenigen met niet weten?

Onze correspondentie heeft daarin uiteindelijk duidelijkheid gebracht. In ieder geval voor mij. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik ben en dat Bewustzijn de essentie van mijn zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is. Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Jnana yoga, oftewel Advaita Vedanta, heeft mij laten zien dat ik in essentie ben. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven. Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die mij meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Jnana yoga betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dit verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Jnana yoga is Zien, niet met de ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. ‘Bewustzijn’ is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen; we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft mijn leven mij geopenbaard en onze correspondentie bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering. Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de jnana yoga.

Ach Hans, er hoeft geen boek van ons te komen, niet van papier, niet op het internet. Het is goed zo. Waar het om gaat is dat ik nu eindelijk helemaal durf uit te komen voor wat ik zojuist heb geschreven.

Dank!


Beste X,
Goed gezegd.
Je klinkt al helemaal als een boekje.
Waar zal ik jou eens achterlaten?


Beste Hans,
Is dat het enige wat je te zeggen hebt?


Beste X,
In mijn woordenboek kent niet weten geen ‘versus’, dus ook geen Bewustzijn versus niet-weten.
Het kent geen identiteit, dus ook geen identiteit van bewustzijn en niet-weten.
Zo valt het project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen bij voorbaat in het water.
Wat valt er ook vast te stellen door iemand die niet weet?
Niet vaststellen is wat ik doe.
Niet-stellen als uitdrukking van niet-weten.

Ik kan jou tot het koninkrijk kome of vergaat op de onzekerheden in je zekerheden wijzen, en jij mij op de zekerheden in mijn onzekerheden, maar uiteindelijk zitten we waar we zitten (om het met de zenboeddhist te zeggen), of hangen we waar we hangen (om het met Jezus te zeggen), of vallen we waar we vallen (om het met de epilepticus te zeggen) of slapen we waar we slapen (om het met de narcolepticus te zeggen) of zwerven we waar we zwerven (om het met Swiebertje te zeggen).
Bewustzijn om niet-weten is als lood om oud ijzer.
Twee keer niks.
In mijn woorden: weg ermee.
In jouw woorden: allemaal Bewustzijn.
In bewustzijn is ruimte voor niet-weten, in niet-weten is ruimte voor bewustzijn, dus hoeven we elkaar niet de hersens of de ruimte in te slaan.
Ook al zou dat waarschijnlijk meer rust brengen dan alle Hoogste Waarheden bij elkaar.

Je mag me best naar het waarom van mijn buitensporige schrijverij vragen.
Ik heb inderdaad niks uit te leggen en dat leg ik uit.
Niet om mensen te veranderen of de wereld te verbeteren maar, postuleer ik voordat een ander het voor me doet, om mijn eigen stem te horen.
Zoals ik hem eertijds ‘mama’ hoorde zeggen, en tegenwoordig ‘Lucienne’.
Uit liefde.
Uit verlangen.
Uit genoegen.
Uit gewoonte.
Om de stilte te verbreken.
Om mezelf het lied van niet-weten te horen zingen.
Omdat ik er kennelijk nooit genoeg van krijg mezelf het lied van niet-weten te horen zingen.
Ik jubel en ik schreeuw het uit en bij iedere kreet kom ik klaar.
Klaar met mezelf, klaar met de wereld, klaar met het leven en klaar met de dood.
Niet weten is mijn lege roes.

Ik heb ook niet het geluk en/of de pech gehad, zoals jij uiteindelijk of voorlopig, mezelf volledig in een of andere traditie terug te vinden.
Niet in de wetenschap, niet in de psychologie, niet in de literatuur, niet in de kunst, niet in de filosofie, niet in het nihilisme, niet in het katholicisme, niet in de mystiek, niet in zen, niet in het boeddhisme, niet in het daoïsme, niet in de avudhata gita, niet in de dvaita vedanta, niet in de advaita vedanta, niet in de dvaita-advaita vedanta, niet in de advaita-dvaita-vedanta en ook nergens anders.

Daarom moet ik het wel zelf zeggen, moet ik wel mijn eigen nietszeggende grensvervagende wensverleggende dodemansteksten schrijven en teruglezen en uit mijn hoofd leren en weer opzeggen en weer aanhoren met mijn eigen ongeboren grofvolkoren dovemansoren, en weer onherkenbaar veranderen, als het meanderen van een murmelende vliet door het luie lege laagland.
Sprekend zwijgen, zou je kunnen zeggen, als je je mond weer eens niet weet te houden – en dat is, voor nu, mijn traditie.
Een gelegenheidstraditie die veel raakvlakken heeft met andere tradities, maar zelf zonder draagvlak is.
Een traditie zonder traditie, die met mij of via mij of als mij ontstaat, en wel met mij zal vergaan.
Een wegwerptraditie voor een wegwerpmens.


Beste Hans,
Geen boekje dus?


Beste X,
Omdat je aandringt heb ik het allemaal nog eens globaal nagelezen.
Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze correspondentie weglaten, blijft er volgens mij niets over.
Is dat wat je bedoelt met essentie?


Beste Hans,
Jij bent toch ook een boekje.


Beste X,
Jazeker. Een dummy.


Beste Hans,
Een dummy met een potlood die schrijft over niet weten.


Beste X,
Een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.


Beste Hans,
Volgens mij verwijzen wij in de grond naar hetzelfde. Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Is dat geen vreugdevolle gedachte?


Beste X,
Als ik mezelf de vraag stel of ik bén dan durf ik dat niet te bevestigen of te ontkennen.
Al was het alleen maar vanwege de bestendigheid die deze vraag impliceert, en de vereenzelviging van een of andere ik met een of ander tijdloos iets, of alles, of niets, waartoe deze vraag verlokt.
Om dezelfde redenen durf ik geen antwoord te geven op de vraag of ik het ene bewustzijn ben.
Ik kom niet eens voorbij de afzonderlijke woorden ‘ik’ en ‘het ene’ en ‘bewustzijn’ en ‘ben’, laat staan tot de schijnbaar zinvolle vraag die ze als woordketting lijken te vormen.
Voor mij zijn het allemaal vingers.
‘Wijzen’ is ook zo’n vinger.
‘Maan’ is ook zo’n vinger.
Duivelsvingers?
Lange vingers?
Middelvingers?
Vingers die naar vingers wijzen?

Net zo is het verhaal dat jij mij in navolging van de Indiase advaitavada vertelt, voor mij niet meer dan een verhaal.
Een fopspeen voor de een, een sprookje voor de ander, een parabel voor de derde, pleepapier voor de woudloper, de woorden zonder waarheid voor de scepticus, de waarheid in woorden voor de non-dualist, de waarheid voorbij de woorden voor jou en de jnani’s, een leugen zonder weerga voor Mohammed en de mohammedanen – voor iedereen wat anders, maar onmiskenbaar een verhaal.
Niet-weten is ook maar een verhaal.
Dat het maar verhalen zijn is ook maar een verhaal.
Weg ermee.
En weg ook met het weg ermee.

Zó vergaat het mijn denken over fundamentele levensvragen.
Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood.
Ook dit is maar een gedachte over de al dan niet vermeende aard van mijn al dan niet vermeende denken.
Denk ik nu kennelijk weer.
Dus?
Die vraag is suggestief.
Alsof er op dit moment iets door iemand geconcludeerd of gedaan of gelaten moet orden.
Alsof ik ergens mee zit.
Die opmerking is suggestief.
Alsof ik nergens mee zit.
Alsof er een ik is die nochtans ergens mee zou kunnen zitten.
Die zin is suggestief.
Alsof er geen ik is die ergens mee zou kunnen zitten.
Enzovoort. Enzovoort.


Beste Hans,
Word jij niet moe van jezelf?


Beste X,
Word jij niet moe van je citroenzuurcyclus?
Niet weten is voor mij altijd ‘spontaan, moeiteloos en probleemloos’.
Net als vroeger mijn weten.
Ik zou niet weten hoe ik het uit moest zetten.
Ik zou niet weten waarom.
Noem het desnoods een ‘geleefde waarheid’.
Nou… laat dat ‘waarheid’ maar weg.
En wat dat ‘geleefde’ betreft…
Weet je wat?
Neem een voorbeeld aan mij.
Zeg gewoon eens niks.
Doe het desnoods met woorden.
Door ze vrolijk te vermoorden.
Baat het niet dan schaadt het niet.
En anders is daar altijd nog het Bewustzijn.
Scheidt het niet dan bijt het niet.
Maar hoed je voor de Grote Bedrieger*.
Zei de pet tegen de muts.


Beste Hans,
Die grote bedrieger ben jij zeker.


Beste X,
Wie heeft je dat nou weer wijsgemaakt.


Beste Hans,
Eén vraagje nog: waarin verschijnt de grote bedrieger?


Beste X,
In de vraag ‘Waarin verschijnt de grote bedrieger?’


Beste Hans,
Ik bedoel: waarin verschijnen je gedachten?


Beste X,
Het eeuwige antwoord op deze eeuwige vraag luidt: waarom moeten ze ergens in verschijnen?
Als ik zeg ‘het vriest’, dan zeg je toch ook niet: ‘wat is het dat vriest?’
Aan een vrijgezel vraag je toch ook niet: waarom heb jij je vrouw vermoord?
Maar zeg eens:
Hoe komt de liefde in de maag?
In welke hartkamer wordt de wijsheid bewaard?
Wie heeft de blaadjes aan de boom gehangen?
Wat was er vóór het begin?
Wie heeft de maan Pandora van de planeet Polyphemus ontdekt?
Wie houdt de Tweede Kamer schoon?
Waarom kan ik mij wel een hoedje schrikken maar geen petje?

Descartes redeneert: cogito ergo sum.
Er is een gedachte nu, dús er is denken, dús er is een denker.
Van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (denken) naar een substantieel subject waarin of waaraan zich die abstracte functie voltrekt (een denker) binnen één zin.
Die man zou je je eigen schoonmoeder nog verkopen.

Advaita redeneert: er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel bewustzijn waarin die gedachte gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen?
Van het meest vluchtige en ongrijpbare via het onvergankelijke ene naar mijn ware zelf binnen één zin.
Korter door de bocht kan de weg niet zijn.
Inflatoir denken noem ik dat.
Rationalisme van de hoogste orde.

Moet je horen:
Ik ben tegenwoordig de eenvoud zelve.
Een hol vat.
Een zeepbaan.
Ik blijf maar onderuit gaan.
Mijn denken kent geen diepten meer.
Geen subtiliteiten meer.
Geen uitgangspunten meer.
Geen conclusies meer.
Geen richting meer.
Geen haken meer.
Geen ogen meer.

Aan een kale muur kun je niets ophangen.
In een lege ruimte kun je niets verstoppen.
Mij kun je niets meer wijsmaken.
Voor Hans geen zijn en geen niet-zijn, geen bewustzijn en geen bewustzijnsinhouden, geen subject en geen object, geen kenner en geen gekende, geen licht en niets dat belicht wordt, geen duisternis en niets dat verduisterd wordt, geen weten en geen niet-weten; geen ja, geen nee en geen tja, geen pad, geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken, geen volheid, geen leegte, geen dvaita, geen advaita, geen veda en geen vedanta.

Dit moet je niet opvatten als een bevestiging (of ontkenning) mijnerzijds van de non-dualistische dan wel goddelijke aard van de kosmos en/of mijn diepste wezen, of van de leegte of van het niets of van een niet-weten in het kwadraat of als wat voor bewering, filosofie, liedje of verhaal ook.
Ik zeg alleen maar niets.
Ook dit niet.
Ik weet alleen maar niet.
Ook dit niet.


Beste Hans,
Nog één poging. Waarin verschijnt het niet weten?


Beste X,
In de vraag ‘waarin verschijnt het niet weten?’


Beste Hans,
Zo is het goed.


Beste X,
Wat heet goed.


Beste Hans,
Je hebt me toch weer aan het denken gezet.


Beste X,
Ik was er al bang voor.


Beste Hans,
Ik weet even niets meer te zeggen.


Beste X,
Zo is het beter.

* Grote Bedrieger: verwijzing naar ‘le malin génie’ van Descartes, een hypothetische demon die ons voortdurend onjuiste gedachten voorhoudt


Leestekens aan de wand

Beste Hans,
Dank je wel voor je heerlijke website, Hans. Niet-weten is goud. Zelf zeg ik altijd: ontmasker het denken! Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!


Beste X,
Waarom?


Beste Hans,
Zie je gedachten en besef dat ze stuk voor stuk onwaar zijn!


Beste X,
Behalve deze zeker?


Beste Hans,
Als je dat consequent doet, ervaar je dat je niet je denken bent! Denken is een afwijking! Er is iets dat aan je gedachten vooraf gaat! Er is iets wat die gedachten ziet! Dat is wat jij ten diepste bent! Bewustzijn!


Beste X,
Zou je denken?


Beste Hans,
Bewustzijn is waarin het denken verschijnt! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken en beschouwen te onderzoeken! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken te ontmaskeren!


Beste X,
En daarom zet jij bij alles wat je denkt een vraagteken?


Beste Hans,
Zeker weten!


Vegen op een doek

Beste Hans,
Maar weinig mensen zijn echt geïnteresseerd in de waarheid. De meesten jongleren liever met abstracte begrippen zoals god, ego, genade, verlichting, overgave, liefde, niet-weten, bewustzijn, het nu, enzovoort. Met dit soort woorden bouwen ze overtuigingen waarvoor ze vervolgens bereid zijn anderen een kopje kleiner te maken of zelf te sterven. Terwijl ze niet eens weten wat ze precies bedoelen! Probeerden ze daar maar eens achter te komen, dan zouden ze ontdekken dat je daarvoor andere abstracte begrippen nodig hebt die ook weer niet helder zijn, enzovoort.

Niet dat we zonder woorden kunnen. Kijk maar naar jouw website! Woorden zijn nodig om woorden los te kunnen laten. Overtuigingen zijn nodig om overtuigingen los te kunnen laten. Maar pas als het denken werkelijk stopt – voor even althans – ontwaak je in de grote stilte en ervaar je de waarheid die geen woorden nodig heeft. Omdat je ziet. Jij weet wat ik bedoel, ook al zeg je het heel anders of zeg je het liever helemaal niet. Jij ziet. Dat weet ik omdat ik de stilte in je ogen zie.

De meeste mensen ervaren de stilte niet lang genoeg om zich er zelfs maar van bewust te zijn. Anderen hebben hem wel diepgaand ervaren maar hun ego heeft zich er onmiddellijk meester van gemaakt zodat ze alleen maar in een nieuwe illusie zijn gaan leven. Weinigen realiseren langs de weg van overgave een steeds diepere stilte. Slechts een enkeling, zoals Ramana volgens mij, heeft zijn geloof in ego, in een apart zelf, volledig achter zich gelaten.

Veel hedendaagse advaitaleraren beweren dat je het inzicht nooit meer kwijtraakt eens je het hebt gezien. Ja, ze zeggen zoveel. Verstandelijk benoemen is geen woordloos zien. Je hoeft niet briljant te zijn om de juiste woorden in de juiste volgorde te zetten om jezelf en je aanbidders te overtuigen. Ik hoef alleen maar naar hun ogen te kijken om te weten of ze lullen of poetsen. Spelen met woorden boeit me niet. Waar het op aankomt is voorbij de woorden te gaan.

Neem nou deze foto van Wolter Keers.

Wolter Keers

Denk er zijn woorden bij: ‘Ik weet niets, ik weet niets, ik weet niets … Als een mantra die zichzelf herhaalt blijft dit ene, schokkende, alles omverwerpende, alles met zich meeslepende inzicht over’. Hij zegt het wel maar hij leeft het niet. Hij boeit me niet, het is allemaal intellectueel, zoals je op dat moment ook duidelijk in zijn blik ziet. Geen wonder ook. Zolang je ‘ik weet niets’ als een mantra herhaalt, blijf je geloven in een ‘ik’ een ‘weten’ en een ‘niets’. Terwijl je, en dat is denk ik waar jij ook steeds naar verwijst, verder moet gaan. Verblijven in het niet-weten is heel wat anders dan het idee met woorden vasthouden.

Kijk nu eens naar deze foto van Jean Klein.

Jean Klein

Denk er zijn woorden bij: ‘Verblijf in niet weten en je zult zien wat er gebeurt.’ Geen omslachtig geverbaliseer, gewoon pats-boem in één klap voorbij het intellect.

Sorry voor de lange uitleg. Je zult wel begrijpen dat ik uit eigen ervaring spreek. Enfin. Nu even over ons. Welk spel gaan we spelen, Hans? Is er een spel waar we alle twee van houden? Het spel dat ik het liefste speel is dat van de waarheid.


Beste X,
Waarheid is voor mij een woord en dat is – voor nu – mijn waarheid.
Spelen is voor mij een woord en dat is – voor nu – mijn spel.
Waarheid is een spel.
Woorden zijn een spel.
Ik jongleer er al mijn hele leven mee.
Jong geleerd is oud gedaan.
Wie houdt mij nu nog tegen?

Het spel dat jij het liefste speelt is dat van de waarheid.
Het spel dat ik het liefste speel is dat van het spel.
Spelen volgens de regels heet weten.
Spelen met de regels heet niet weten.
Beide tegelijk heet dubbelspel.
Dubbel of quitte?
Quitte is remise.
Remise is gelijkspel.
Dubbelspel is dus gelijkspel.
Weten – niet-weten: 1 – 1.
Gelijkspel kent geen winnaars of verliezers.
Het is enkel spel.
Enkel spel is dubbelspel – wat ik het liefste speel.

Jij mag gerust het spel van de waarheid spelen, ik spéél alleen nog maar.
Er wordt met mij gespeeld.
De regels veranderen voortdurend, stel ik tevergeefs vast, evenals de inzet en de deelnemers, en dat is kennelijk het spel.
Je kunt je er niet op instellen en daar probeer je je dan op in te stellen.
Spelen we.
Spelen zullen we.
Spelen of verspelen.
Voor spek en bonen op leven en dood.

Spelen is ‘doen alsof’, volgens het onvolprezen woordenboek.
Alsof wat?
Alsof we spelen?
Alsof we niet spelen?
Alsof we niet doen alsof.
Alsof we doen alsof.

Doen alsof we niet doen alsof heet: normaliteit.
Doen alsof we doen alsof heet: spiritualiteit.
Wat is de wezenlijke overeenkomst tussen normaliteit en spiritualiteit?
Doen alsof.

Doen alsof we niet doen alsof heet: normaliteit.
Het heet: gezond verstand.
Voor zover we toekijken heet het een reality soap.
Voor zover we deelnemen heet het reality.
Zelf noem ik het liever doen alsof.
Doen alsof we niet doen alsof.

Doen alsof we doen alsof heet: spiritualiteit.
Het heet: de illusie doorzien (de soap of reality).
Het heet: ontwaken.
Het heet: realisatie.
Het heet: verlichting.
Het heet: wijsheid.
Het heet: meesterschap.
Ik noem het liever doen alsof.
Doen alsof we doen alsof.

Misschien moeten we het spel dat ik speel, of veroorzaak, of weersta, of ben, of onderga, of aanschouw – dit spel waarvoor ik mij nooit heb aangemeld maar waarin ik mijzelf niettemin aantref en waaraan ik mij nog altijd niet heb willen, of weten te, onttrekken – misschien moet we dit spel improvisatie noemen?
Een mooi woord voor maar wat doen.
Net als ‘spel’.
Spelen dat we maar wat doen.
Doen alsof we maar wat spelen.
Doen alsof woorden alleen maar spelletjes zijn.
Doen alsof dat niet zo is.

Bij mijn geboorte, zo daar sprake van was, want ik kan mij er niets van herinneren, is er geen handleiding of taakomschrijving meegeleverd, geen adres waar ik mij kan vervoegen, geen verklaring, geen maatstaf, geen bon, geen garantiebewijs of zelfs maar een disclaimer.
Noch voor ondergetekende, gesteld dat er zo iemand is, noch voor het leven, gesteld dat er zoiets is, dat ik geacht word te leiden, of te volgen, of te lijden, of te genieten – gesteld dat er zoiets is.
Ik heb dat lange tijd als een vloek ervaren maar het is eerder, of daarnaast ook, een zegen, om niet te zeggen een uitdaging, een kans, een goede grap, een slechte grap, een test, een straf, zoete koek, een afleidingsmanoeuvre, een gegeven, een leugen, een droom en wat al niet, of niets van dat alles, tegelijkertijd of achtereenvolgens of nog weer anders.
Denk ik weleens.
Maar ja.

Jouw grote stilte manifesteert zich wanneer het denken – even – stilvalt.
Mijn grote stilte heet denken, dus ik hoef nergens op te wachten.
Mijn denken is zelfstillend geworden.
Er is een denken dat herrie schopt en een ander denken dat antigeluid produceert en het lawaai van het eerste denken absorbeert.
Die twee wisselen elkaar in hoog tempo af en houden elkaar in evenwicht, houden mij in evenwicht en dat is, figuurlijk gesproken, mijn stilte.
De stilte van het dubbelspel.
De stilte van de vrolijke keuken.

Letterlijke stilte, zoals die tussen twee gedachten in, komt en gaat als de gedachten zelf en heeft voor mij geen speciale betekenis.
Ik verlang er niet naar, ik probeer die gedachtenstilte niet op te wekken of te rekken – of te verdrijven.
Waarom zou ik?
Zijn er geen gedachten dan zijn er wel waarnemingen.
Zijn er geen waarnemingen dan zijn er wel dromen.
Zijn er geen dromen dan is er wel vergetelheid.
Wat is het verschil?
Ik zie wat ik zie maar de waarheid zie ik niet en dat is – voor nu – mijn waarheid.
Is dat het verschil?

Verstandelijk benoemen is niet minder waar dan woordloos zien.
Woordloos zien is ook maar een woord.
Zonder werkelijkheid geen illusie.
Wie geen waarheid kent, ziet ook geen leugen.
Wie de leugen niet kent heeft geen waarheid om naar zich toe te trekken.
Het geloof in een apart zelf is niet leugenachtiger dan het ongeloof in een apart zelf.
Dat is alles wat ik zie.
Is dat wat je in mijn ogen ziet?

Of Ramana Maharshi egovrij was weet ik niet.
Wat betekent dat?
Waarom denk je dat?
Vanwege zijn belladonna-pupillen?
Ramana is dood.
Leve zijn foto?

Ramana Maharshi vlak voor zijn dood

Vrij zijn van egovrijheid, wat dacht je daarvan?
Dan moeten je ogen wel helemáál uit hun kassen puilen.
Je zou er een schildklieraandoening van krijgen.

Zelf heb ik nog steeds een heleboel ik-gedachten, dat wil zeggen, gedachten waar het woordje ik in voorkomt.
Neem alleen al deze mail.
Ik-gedachten zijn voor mij niet minder (waar) dan gedachten waarin het ik niet figureert.
Het zijn allemaal gedachten.
Iedere gedachte die in mij opkomt, of wat het ook is dat er in mij opkomt, of wat het ook is waarin het opkomt, als het al ergens in opkomt, gelóóf ik – voor de duur van zijn verschijning..
Dan is het uit met de pret en even later is de volgende gedachte aan de beurt.
Zie alleen deze alweer weg ijlen.

Denk ik dat ik iemand ben dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik niemand ben dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik daarom wel alles moet zijn dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik niet kan weten of ik iemand ben of niemand of alles (of niets of iemand en niemand of iemand noch niemand of alles noch niets of alles en niets) dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat niet weten voorbij de woorden is dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat dit allemaal maar verhalen zijn dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat er geen verhaal is dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat er niets te zeggen valt dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat alleen zwijgen recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat je nooit voorbij de horizon van je gedachten kunt kijken dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat de horizon van mijn weten is gekrompen tot de actuele gedachte dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik alleen maar de getuige ben van de actuele gedachte dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik alleen maar de actuele gedachte zelf ben dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat ik dat ook niet kan weten dan geloof ik dat – eventjes.
Denk ik dat niet weten het heerlijkste is wat er bestaat dan geloof ik dat – eventjes.
Vallen mijn gedachten weg dan vallen ze weg – eventjes.

Wie kaas wil maken van dit soort gedachtegangen en -sprongen en-stiltes in termen van ego en egoloosheid wens ik veel succes.
Dat ik in niet weten zou verblijven is in elk geval onjuist.
Net als ieder ander hop ik van gedachte naar gedachte.
Van weten naar weten.
Waar is eigenlijk dat elusieve niet-weten?
Niemand de deur uit!
Nou?
Achter mij natuurlijk.
Altijd achter mij.
Kadavers op de weg.
Afgedankte gedachten, flauw verlicht door of al dan niet schijnbaar verdisconteerd in de huidige.
Niet weten is het kielzog van mijn denken.
Niet weten is het condensspoor van een denken dat zichzelf in de staart bijt.
Een condensspoor in de vorm van het getal nul.
Ik denk niet, ik word niet gedacht, ik ben niet keuzeloos gewaar.
Voor niet weten hoef ik niets te doen of te laten.
Het ligt immers al achter me.
Altijd alleen maar achter me.
Ik heb er geen omkijken naar.
Ook naar deze gedachten kijk ik niet om.
Maar om dat nou progressie te noemen…

Het is met gedachten al net als met een schilderij van Rembrandt.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar vegen op een doek.

Het is met gedachten al net als met begrippen.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar letters in een woordenboek.

Het is met gedachten al net als met materie.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar strepen in een bellenkamer.

Het is met gedachten al net als met internet.
Als je te dichtbij komt zie je alleen nog maar pixels op een beeldscherm.

Ook dit zijn slechts gedachten.
En als je dáár te dichtbij komt?

Zwervelingen 187

Maar om dat nou stilte te noemen…


XXY

Beste Hans,
Hierbij stuur ik je een foto van Shri Ramana Maharshi, wiens ogen zo prachtig getuigen van de vrede van een onverdeeld bestaan dat geen onderscheid kent.

Ramana Maharshi met wit voorhoofd


Beste X,
De wereldvreemde vestaalse maagd Shri Ramana Maria werd en wordt voortdurend gepromoot als een grote grijze wereldwijze dus dat is wat iedereen zag en ziet en wil zien, jij ook.
Nemen we bovenstaande foto op in een boek over beruchte seriemoordenaars dan ziet de opnieuw maar nu in negatieve zin bevooroordeelde lezer meteen de kille berekening in de ogen van R.M., de kinderkannibaal van Tiruchuli.
Kijk nog maar eens goed.
Zie je het al?

Beeld je nu eens in dat je dezelfde foto aantreft in een World Press Photobook uit 1988 met het onderschrift Tweede slachtoffer van de AIDS-epidemie, de hyperseksuele exhibitionist Ramana Maharshi, exploitant van een Amerikaanse keten van darkrooms en sex farms, organisator van roemruchte kinky feesten en producent van talloze hardcore seksfilms in zowat alle genres, die naar eigen zeggen meer dan tweeduizend mannen, vrouwen en dieren het hof heeft gemaakt.
Wat zie je in zijn ogen?
‘De vrede van een onverdeeld bestaan, Hans.’
Ja, vast.

Als ik zelf naar die foto kijk zie ik in de eerste plaats een vermoeide, verveelde en ontevreden man.
Daaruit zal ik niet concluderen dat hij op het moment van de opname moe, verveeld en ontevreden was, laat staan dat hij in die periode of in zijn algemeenheid een vermoeide, verveelde en ontevreden man was – ook al kun je in sommige biografieën lezen dat hij overal liever wilde zijn dan in die godverlaten ashram waar zijn zogenaamde volgelingen hem uit naam van het zelf zoveel mogelijk voor hun eigen heilige voertuigjes spanden.
Ik concludeer niets.
Ik zeg alleen maar wat er in me opkomt.


Beste Hans,
Misschien moet je je bril eens opzetten, blindganger.


Beste X,
Vele jaren geleden had ik, hartstochtelijk geïnteresseerd in geneeskunde als ik was, een grote verzameling medische illustraties.
Toen ik in 2012 de vele foto’s van Ramana eens wat beter bekeek – met bril – vielen me diverse dingen op.
Die lange armen en benen.
Die smalle schoudertjes en brede heupen.
Die borstjes.
De slappe handen, het luie lichaam, de lage spiertonus.
Die lege lendendoek.
En ik dacht: Klinefelter.
Die man had het klinefeltersyndroom.

Ramana Maharshi in lendendoek

Het klinefeltersyndroom werd voor het eerst beschreven in 1942 in Massachussets, Amerika, kort voor Ramana’s dood een halve aardbol verderop.
Het gaat hier om een genetische afwijking in de vorm van een of meer extra X-chromosomen: XXY of XXXY of XXXXY et cetera in plaats van XY, die voorkomt bij ongeveer een op de duizend mannen.

Een van de kenmerken van Klinefelter is een zeer lage testosteronspiegel.
De Klinefelter is (behalve in de zogeheten mozaïekvariant) steriel en asexueel.
Mede door het lage testosterongehalte is hij niet competitief ingesteld, en eerder lief, zachtaardig, verlegen, wijkend, inschikkelijk en toegeeflijk dan dominant.
Klinefelters zijn vaak star in hun denken.
Ze houden van vaste regels en trekken conclusies waar ze niet makkelijk van af te brengen zijn.
Ze zijn honkvast en houden van rust.
Ze zijn vaak beter in de omgang met dieren dan met mensen, die ze niet altijd even goed begrijpen.
Ideeën vinden ze makkelijker dan emoties.
Klinefelter gaat gepaard met diverse vormen van autisme, zoals Asperger en het savant-verschijnsel (bijvoorbeeld een fotografisch geheugen, waarvan ook bij Ramana sprake was) en autistiform gedrag (PDD-NOS).
Er kunnen allerlei afwijkingen in het slaappatroon optreden.
Narcolepsie, slaapwandelen, niet kunnen inslapen, zeer licht slapen, zeer vast slapen enzovoort.
Wat betreft de gezondheid is er een grotere vatbaarheid voor onder meer verkoudheid, luchtwegaandoeningen, middenoorontstekingen, reuma, botontkalking en borstkanker.

Als je de biografie van Han van den Bogaard over Ramana Maharshi leest, zul je zien dat veel aspecten van zijn leven hierdoor in een ander daglicht komen te staan.
Niet alleen die met betrekking tot zijn lichamelijke gezondheid maar ook en vooral die met betrekking tot zijn spiritualiteit.
Voor de meeste klinefeltersymptomen zijn bij Ramana zonder moeite anekdotische aanwijzingen te vinden.
Dat bewijst niks want de diagnose van Klinefelter kan alleen definitief gesteld worden door middel van DNA-onderzoek.
Daarvoor is het inmiddels een eeuwtje te laat.
Godzijdank, zul je zeggen.
Blijf met je tengels van mijn mahashies af.

Was Ramana een onverdeelde wijze in een verdeelde wereld of een autist in een autolytische illusie?
Is Ramana het ene Bewustzijn waarin ook dit soort kwesties geacht worden te verschijnen en verdwijnen of een hedendaags archetype dat nooit heeft bestaan behalve in het collectieve onbewuste?
Ik zou het ook niet weten.
De talloze hagiografische werken maken ons hieromtrent geen steek wijzer.
Integendeel.
Die maken alleen Shri Ramana Maharshri wijzer.
Daar zijn het hagiografieën voor.
Kijk liever zelf, zou ik tegen iedereen willen zeggen, maar ja.
Ook daarvoor is het een eeuwtje te laat.


Beste Hans,
Als ik naar die foto van jou in je hemd bij je briefwisseling Arie Seminarie kijk denk ik: Klinefelter. Die man heeft het klinefeltersyndroom.


Beste X,
Dan mag jij mijn eerste hagiografie schrijven.


Nawoord
In een persoonlijke brief naar aanleiding van dit onderwerp schrijft Han van de Bogaard, auteur van Sprekende stilte: leven en leer van Sri Ramana Maharshi:

Beste Hans
Hartelijk dank voor je mail. Ik vind het een interessante optie die je hier naar voren brengt, met ogenschijnlijk overtuigende argumenten voor het Klinefeltersyndroom.
Aan de andere kant zijn er elementen in Ramana’s leven die je analyse weerspreken. Op de eerste plaats, en dat wordt in mijn boek ook wel duidelijk denk ik, was Ramana tot zijn ontwaken een doodnormale, zelfs enigszins macho jongen met dito eigenschappen: jongensvriendschappen, een competitieve instelling, en normale sociale vaardigheden, passend binnen de cultuur waarin hij leefde. Daarnaast heb ik ook wel eens ergens gelezen (maar dit heb ik niet in het boek opgenomen) dat iemand Ramana een keer vroeg of hij wel eens zaadlozingen had. Hierop antwoordde Ramana bevestigend. Dus tja, ik heb toch twijfels of je intuïtie klopt en hij in aanleg, genetisch dus, anders was dan anderen.
Mijn theorie is dat Ramana in de loop van zijn leven ‘vervrouwelijkt’ is. Levend in en als het Zelf speelde sexualiteit eigenlijk geen rol in zijn leven, en waren de normale sociale omgangsvormen en interessen niet echt relevant meer voor hem. Hij leefde weliswaar nog in de wereld, maar was geenszins meer van de wereld. Zoals ook in mijn boek te lezen is, merkte een van zijn oude schoolvrienden, die een tijdje in de ashram heeft geleefd, ooit op, toen hij de benen van Ramana masseerde, dat die vroeger zo hard en borstelig waren, en nu glad en zacht. Misschien is zijn hormoonhuishouding in de loop van de jaren veranderd. Maar autistische trekken zou ik hem zeker niet toe willen dichten, want in tegenstelling tot een autist was hij juist uitstekend in staat zich in de positie van een ander in te leven en met behulp van beeldspraken en metaforen over te brengen wat hij bedoelde.
Natuurlijk is dit ook alleen maar speculatie van mijn kant, maar dit is het eerste wat in me opkomt na het lezen van je mail.

Hoe dan ook, hartelijk dank voor je complimenten ten aanzien van het boek. Gezien de impact die het boek op veel mensen heeft kan ik niet anders concluderen dat Ramana over mijn schouders heeft meegekeken toen ik het schreef.

Vriendelijke groet,
Han


Mijnprobleem

Beste Hans,
Stel dat Shri Ramana Maharshi inderdaad het klinefeltersyndroom heeft gehad, zoals jij op je website beweert, wat maak dat dan uit voor zijn wijsheid? Of wou je daar ook nog aan twijfelen? En dan nog iets: hoe kan het dat de man achter niet-weten.nl een theorie over een syndroom omarmt? Daar zit een tegenstrijdigheid in. Is je mystieke ontkenningstaal misschien maar een front?

Zelf heb ik jaren geleden een altaar ingericht met in het midden een fotokopie van een foto van Shri Ramana Maharshi. Ik kijk hem ieder dag diep in de ogen, waarin ik onveranderlijk het Wonder weerspiegelt zie. Net als in de ogen van zwakzinnigen trouwens; zonder beperking geen manifestatie.

Voor mij is Shri Ramana Maharshi geen heilige maar een verlicht mens die als een van de zeer weinige, zo niet de enige, de transcendente Waarheid volledig heeft gerealiseerd. Ik ben echt niet op zoek naar een heilige. Dus wat is eigenlijk jouwprobleem?


Beste X,
Mij maakt het niet uit of Ramana Maharshi een of ander syndroom had of niet, en ook niet of dat te rijmen is met zijn al dan niet vermeende wijsdom en ook niet of daar een tegenstrijdigheid in zit.
Waarom benadruk je dat je niet op zoek bent naar een heilige?
Denk je dat ik iets tegen heiligenvereerders, heiligenverering, heiligen of heiligheid heb?
Dat zou een saaieboel worden, zeg.
Leven de beeldensnijders!
Leven de beeldenkramers!
Leven de beeldendwepers!
Leven de beeldenbrekers!

Niemand hoeft te rechtvaardigen waarom hij graag in iemands ogen kijkt, levend of dood, of naar een foto daarvan of een print van een digitaalbestand van een scan van een kopie, en daar wat dan ook of niets in ziet.
Zelf kijk ik het liefst in de ogen van mijn lief, waar ik maar geen genoeg van krijg.
Tientallen, honderden keren per dag
Waarom, dat weet ik niet.
Of zich daarin iets manifesteert of weerspiegelt, immanent, transcendent of anderszins is voor mij nooit een vraag; het is gewoon meteen goed.
Daar kan geen mongool of maharishi tegenop.
En ze is niet eens officieel zwakzinnig.
Ze is niet eens officieel verlicht.
Of zelfs maar officieus.
Ben ik een mazzelaar of wat?
Wel balen dat ze maar niet in mijn altaar wil komen wonen.
Het blijft behelpen met die levenden.

Theorieën verzinnen is geen theorieën omarmen.
Ik verzin ze bij de vleet en ik gooi ze bij de vleet weer weg.
Wacht maar tot iemand bij mij komt zeiken dat Ramana M. een Klinefelter is.
Ik zie de dingen nooit zus of zo maar als iemand zus zegt dan zeg ik graag zo en vice versa.
En vice versa.
Net zolang tot hij of zij het zelf doet of een van ons het zat is (meestal dit laatste).
Heel verwarrend voor wie helderheid zoekt, maar heel helder voor wie de verwarring omarmt.

Voor jou is het klinefelterverhaal een aantasting van de waardigheid van de niet-heilige shri, of wat ook de diepere reden mag zijn dat je mij de mantel komt uitvegen.
Daar leer je iets van of daar leer je iets van af of daar leer je niets van.
Voor mij is het klinefelterverhaal een giller.
Een knuppel in het hoenderhok.
Meer niet.
Jij ben het hoenderhok.
Ik ben de knuppel.

Dat mijn ontkenningstaal mystiek zou zijn ontken ik ten stelligste.
Zeker als ik in mijn tegenstrever een mystiekemerd vermoed.
Wat moet een knuppel als ik met het goddelijke?
Mens-zijn is al te hoog gegrepen.
Ik verwijs niet apofatisch naar een of ander dit of dat of iets of niets of ik-ben of ik-ben-niet of bewustzijn of atman of anatman of brahman; niet naar niet-weten en niet naar alles-ontkennen.
Dat is nou net het punt.
Het is gewoon de uit drukking, de ex pressie, de uit rukking van een denken dat vrolijk op zichzelf te hoop loopt.
Of dat iets met verlichting of realisatie of zwakzinnigheid te maken heeft, is mijn zorg niet – al voel ik me wel gezegend.

Dus dat is eigenlijk mijnprobleem.


Kansloos

Beste X,
Dank voor je medeleven.
Mijn kaak doet nog steeds behoorlijk zeer.
De pijn ervan is te vergelijken met die van een voorhoofdsholteontsteking of een stompopjeoog of een gekneusderib of een verstuiktevinger; een diepe, omfloerste, zeurende, somsstekende pijn waarvan ikmij moeilijk kan distantiëren.
Bovendien maak ik mij zorgen dat de ontstekingsbron nietweg is.
Zoals het de ver lichte betaamt, ver welkom ik die pijn en die zorgen en anders ver welkom ik wel de afwijzing ervan of de afwijzing daar weer van en anders doe ik wel alsof.
Niemand zal mij nog bèèè trappen.

Heeft je hartfilmpje nog wat opgeleverd?
Je zegt dat je onder totale verdoving best verdere onderzoeken wilt ondergaan – voor jekinderen.
Wat hebben jekinderen daaraan?
Zekerweten dat ze zonderjou slechteraf zijn?

Zelf wil ik onder totale ver doving best verder leven, maar voor wie.

Wat betreft de door jou gerespecteerde lezer die meent dat jouw gedachten ‘evenals alle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn’:
Heb je ook lezers die je niet respecteert?
Heb je nog meer lezers die je respecteert?
Tot welke categorie behoor ik?

Als de door jou gerespecteerde lezer gelijk heeft, dan is de gedachte dat jouw gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, eveneens gebakken lucht, evenals de gedachte dat álle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, evenals de hele advaita vedanta, dus dat kan het probleem niet zijn.
Zelfs het idee dat dat het probleem niet kan zijn is dan gebakken lucht zodat we gewoon weer op de oudevoet verder kunnen, behalve dat die gedachte ook weer gebakken lucht is, om over deze nog maar te zwijgen.
Je ziet, er valt altijd wel watte zeggen, hoe zweer iemand je ook de mond probeer te snoeren of tot een of andere recht vaardiging probeer te ver leiden.
Laat hem eerst zich zelf maar recht vaardigen.
Laat hem eerst zich zelf naar de mondsnoeren.

Het komt mij voor dat je je met je hypostase van ‘de Bron die zich uitdrukt
via de gedachten van wat men gewoonlijk de persoon noemt, in mijn geval X.’, net zo snel en op precies de zelf de wijze vast lult als met de hypostase van de persoon zelf, in jouw geval X.
‘De Bron’ is gewoon de volgen de persoon.
Zeg maar Y.
De persoon der personen.
De Hoofd persoon.
Dat toont zich onmiskenbaar in de manie r waarop je rover praat:
‘De Bron kent mij en leeft mij. In die zin ben ik de Bron en anderson. Er is geen afgescheidenheid.’
Personificaties (deïficaties/identificaties) als deze en mystificaties als ‘een niets dat alles is’ en ‘een alles dat in zichzelf leeg is’, die je nota bene zelf al quasificeert als ‘kansloos’, maken de geilige graal alleen maar geiliger, stuwen de overspannen ver wachtingen nog verderop en wekken zo precies de heb, zucht en hoogdraf in je toehoorders en toelezers die jou naar eigen zwijgen zo lang zamerhand tot wan hoopdrift.
Of wou je ze soms ver wijten dat ze hun uitvolkoren rolmodol navol gen?
Ik weet heus wel dat jij ‘de Bron’ niet als ding of persoon of god ziet, dus leg het me maar niet nogmaals uit, maar het is en blijft een reïficatie die onvolmijdelijk meer problemen o proept dan ohm zeilt.

En wat is dat nou ineens weer voor gelul over energie en kosmische deeltjes?
Ja, ik ken die R. die je met zoveel in stemming citeert wel zobeetje – filognost, sciëntist en atomist après la lettre, luchtbakker par excellence met zijn meeneemideeën over quantummeegaanica en snaren en ‘de leegte aller dingen en wezens’ die zonder uit zonder in alleen maar ‘conglomeraten van deeltjes zijn’ en de noodzak tot verwetenschaapelijking van onze zogenaamd middeleeuwse spierritualiteit naar het voor beeld van de Lama Ladida, enzovoort enzoterug.
Wetenschaap en metamfysica zijn ver slaaf ende hobby’s maar metsp irritualiteit hebben ze geen jota te maken, of hoe het kleinste deeltje tegen woordig ook heten mag.
Met po pulisme des te smeer.

Dat andere knokpaard je-van-het, de ge dacht hè dat het leven een mie sterie iss in Nederland inmiddels bon ton onder reli’s en spiri’s van allerlei renommage, van jong tot oud, van ongeboren tot ongestorven, van half gaar tot dubbel gebakken.
Wat een lucht.
Zou dat dan de Eeuwige WijsDom zijn?
Ver lichting al sperma niente staat van ver wond ering.
Ver wond eer je hier dan maar is over:
De enigen die op deze aard kloot in een sperma niente staat van ver wond ering ver kering zijn de bielen, en zelfs die niet.
Daarom wil ik je graagter over denking geven dat het zogen aamde mist eerie van het zogen aamde leven wel eens niet meer zou kunnen zijn dan een ge dacht huh tussen tal loze andere ge dacht huh die net als alle andere ge dacht huh kont en gat.
Als je hem niet denkt is er geen mmm hysterie en ook geen lu lu leven.
Ook dit is maar een ge dacht eh… die over een paar suckonden alweer ver dwenen is.
Wedden?
Een… twee… drie.

Nou, wat zei ‘k je?


In de afgrond

Beste Hans,
Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron. De innerlijke lichtbron is het universele bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een gedachte in het bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee.

Het oneindig kleine is al even groots als het oneindig grote.

Het is belachelijk om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. En aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen.

Ik moet beseffen dat ik op de keper beschouwd niets weet en dat het meeste slechts schone schijn is. Eerlijkheid en Geduld zullen mijn raadslieden zijn. Om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid loop ik niet meer weg van de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede. De Donkere Wolken zullen mijn leraar zijn. De Zon erachter zal mijn lichtende baken zijn. De Hemel zal uiteindelijk mijn beloning zijn, zelfs al gaat mijn weg door de Hel.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het uitzicht en het inzicht…


Beste X,
Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in uw brief zijn, lijkt het mij het beste om uw advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten.


Beste Hans,
Daar heeft u me mooi te pakken. Ik zou het op prijs stellen als u desondanks wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Helpt het als ik zeg dat u me niet hoeft te sparen? Gespaard ben ik al te vaak. Juist daarom schrijf ik ú.


Beste X,
Zelf ben ik er ondanks fanatieke pogingen uiteindelijk niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken, laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.
Dat er een innerlijke lichtbron bestaat of nodig is om een innerlijke wereld ervaarbaar te maken zoals een uiterlijke lichtbron voor een uiterlijke, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde redenering.

De beeldspraak van de kleine golf in de grote zee gebruik ik zelf niet.
Dat komt doordat ik het bestaan van het ego al evenmin durf bevestigen of ontkennen als dat van een alomtegenwoordig universeel en/of individueel bewustzijn.
Laat staan dat ik mij laat verleiden tot uitspraken over de relatie tussen beide.
Ik meen dat dogma’s van deze strekking – kleine golf versus grote oceaan; het ego versus het ware zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare ene – courant zijn in diverse tradities, zoals de advaita vedanta en het (zen)boeddhisme, maar dat weet u waarschijnlijk beter dan ik.
Ik zal de laatste zijn om dit soort dogma’s tegen te spreken, maar de rationalistische argumenten die in dit verband gewoonlijk worden aangevoerd hebben mij nooit kunnen overtuigen.
Aangezien het al dan niet vermeende bewustzijn bovendien als onkenbaar, onwaarneembaar en onervaarbaar te boek staat, en dus in alle opzichten zowel onverifieerbaar als onfalsificeerbaar is, zouden dogma’s daarover, welke dan ook, net zo goed onwaar als waar kunnen zijn.
Of moet ik zeggen dat ze onder deze omstandigheden net zomin onwaar als waar kunnen zijn?
Waarschijnlijk is dat voor u hoe dan ook geen probleem.
Gelukkig bevindt u zich daarmee in internationaal en gerenommeerd gezelschap – al is het dan niet in het mijne.

Het oneindig kleine en het oneindig grote ken ik als gedachteconstructies die in de wiskunde en de filosofie en andere vormen van weten een nuttige rol spelen.
Maar niet in niet-weten.
Of ze bestaan en groots zijn en daarin aan elkaar gewaagd, durf ik echt niet te zeggen.
Soms worden formuleringen van deze strekking gebruikt als dichterlijke uitdrukking van het holistische of monistische gedachtegoed of het boeddhistische sunyata en anatman.
Eenheidsdenken is de pijler van zowat alle op spirituele leest geschoeide moraliteit, van die van autochtone Indianen tot die van allochtone Indiërs, wat het voor veel mensen extra aantrekkelijk schijnt te maken.
Niet-weten heeft echter geen voorkeur voor dit type denken, of voor welk type denken ook.

U heeft het over verkeerde gedachten die men misschien best allemaal opzij zet.
Wat is precies het verschil tussen verkeerde en goede gedachten?
Volgens Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte.
Volgens Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte.
Zelf beschik ik niet over een betrouwbare maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen oordeel vellen.

Volgens u kun je gedachten opzij zetten.
Volgens Byron Katie kun je ze niet opzij zetten maar wel onderzoeken.
Zelf heb ik inderdaad wel eens de indruk dat ik mijn gedachten opzij zet of onderzoek, maar of ik dat doe of dat het mij overkomt of beide of geen van beide, kan ik, alle intuïties dienaangaande ten spijt, niet objectief of zelfs maar subjectief vaststellen.
Bovendien zou die hele ervaring van opzij zetten of onderzoeken op haar beurt best wel eens een illusie kunnen zijn.
Of is dat soms verkeerd gedacht?

U meent dat we niet moeten weglopen voor de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid.
Is weglopen niet een wezenlijk onderdeel van het leven?
Weet u zeker dat weglopen verkeerd is?
Loopt u met uw voornemen om niet weg te lopen niet weg voor het weglopen?

Leidt weglopen werkelijk tot liegen en krankzinnigheid?
Wou u soms beweren dat blijven leidt tot waarheid en geestelijke gezondheid?
Zelf loop ik voortdurend weg voor van alles en nog wat dat mij kennelijk niet bevalt: gekrijs, uitlaatgassen, agressie, insecten, discussies, dikdoenerij, fanatisme, mensenmassa’s en talloze andere dingen, die niet alleen donkere wolken van angst, eenzaamheid en woede in mij oproepen maar ook donkere wolken van onverschilligheid, jaloezie, haat, minachting, walging en zo meer.
Ik zou niet weten wat ik eraan zou kunnen doen, als ik er al iets aan zou willen doen.

U probeert de afgrond van de leugen en de krankzinnigheid te ontlopen.
Als u het onderzoekt zult u misschien net als ik ontdekken dat het, zeker op het vlak van de grote levensvragen, ondoenlijk is om leugen te onderscheiden van waarheid, illusie van werkelijkheid, krankzinnigheid van spiritualiteit.
De afgrond van niet-weten is zo mogelijk nog dieper dan die van de leugen en de krankzinnigheid, maar aan de andere kant, waarom zou je hem willen mijden?

Hoe weet u dat de hemel uw beloning zal zijn?
Heeft u hem al gevonden of vertrouwt u op andermans beloften of op uw eigen voorgevoel?
Is dat wel terecht?
Denkt u dat ik met mijn niet weten al in de hemel ben of nog steeds in de hel?
Hoe uw antwoord ook luidt, zelf heb ik geen idee.
Dat is vast niet uw idee van de hemel?

Wat betreft de gedachte dat u alles heeft om tot weten te komen als u niets meer weet – ik vind hem prachtig.
Zo spreekt de mysticus.
Voor mij is niet-weten echter niet de opmaat tot iets hogers.
Eerder lijkt het de opmaat tot zichzelf te zijn.
Ik weet alleen maar niet.

Ik vrees dat ik u nu teleurgesteld heb, maar trekt u zich van mij niets aan.


Beste Hans,
Wat ik zelf pretendeer (en anderen adviseer), doet u in het echt. U heeft zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Nu ik nog.


Beste X,
Als u nou eens begint met het opzij zetten van de gedachte dat u al uw gedachten opzij moet of kunt zetten?


Beste Hans,
Daar heeft u me alweer te pakken.


Het juiste woord

Beste Hans,
In de leader van de film Alles over niets vergelijkt Paul Smit de voice-over in ons hoofd met de oude mopperpotten Statler en Waldorf van de Muppets, die vanaf hun balkon eindeloze verhalen vertellen over het leven. Over het Leven, dat zich ondertussen niets van hen aantrekt en gewoon zijn eigen gang blijft gaan. Want wij leiden niet ons leven, het leven leidt ons. Volgens Paul, die spreekt in de traditie van de advaita vedanta, hebben wij geen vrije wil, al proberen de stemmetjes in ons hoofd ons voortdurend wijs te maken van wel. Een intrigerende gedachte, vind je niet?


Beste X,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van Statler en Waldorf is?


Beste Hans,
Jan van Delden gebruikte jaren eerder al een soortgelijke metafoor. Hij had het over de loodsvisjes die doen alsof ze de haai leiden terwijl ze alleen maar mee zwemmen.


Beste X,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de loodsvisjes is?


Beste Hans,
Jan van Delden heeft het ook vaak over de honderdacht Jantjes in ons hoofd. Volgens hem zijn het allemaal praatjesmakers en moeten we ze gewoon leren negeren.


Beste X,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de Jantjes is?


Beste Hans,
Wou jij zeggen dat we toch een vrije wil hebben?


Beste X,
Ik kan wel zoveel zeggen. Maar of ik dat ook wil?


Beste Hans,
Je wou toch niet beweren dat alle goeroes en roshi’s en meesters en leraren op hun beurt slechts manifestaties zijn van de Statlers en de Waldorfs en de loodsvisjes en de Jantjes?


Beste X,
Ik kan wel zoveel beweren.


Beste Hans,
Op wie moet ik me dan verlaten?


Beste X,
Verlaten is het juiste woord.


Beste Hans,
Op mijn innerlijke goeroe?


Beste X,
Die kan wel zoveel beweren.


Beste Hans,
Volgens Jack Kornfield kunnen we ons uitsluitend verlaten op de wijsheid van het hart.


Beste X,
Dat kan wel zoveel beweren.


Beste Hans,
Het hart?


Beste X,
Of welk orgaan dan ook.


Beste Hans,
Of Jack Kornfield?


Beste X,
Of welke Jack dan ook.


Beste Hans,
Hij is anders niet de eerste de beste.


Beste X,
Statler en Waldorf ook niet. En toch zijn het pratende poppen.


Beste Hans,
Maar op wie moet ik me dan verlaten?


Beste X,
Verlaten is het juiste woord.


Hoedjes van papier

Beste Hans,
Het is pas door jouw vertaling van non-dualiteit in ‘geen onderscheid weten te maken’ dat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Alles is één want welk verschil zich ook aan je voordoet, uiteindelijk blijkt het niet hard te maken. Alle grenzen zijn kunstmatig. Dat is ook de diepere betekenis van a-dvaita: niet-twee. Geen onderscheid weten te maken. Alles is één!


Beste X,
Advaita is een schitterende term die vaak verkeerd begrepen wordt.
In mijn visie behoort hij tot het apofatische, dat wil zeggen, ontkennende spreken.
Apofatisch spreek je als je wilt zeggen hoe iets niet is zonder te zeggen hoe het wel is.
Het is een vorm van tegenspreken.
Een apofatische uitspraak is geen eigen stellingname maar een ontkenning van andermans stellingname.
A-dvaita, niet-twee, non-dualisme, is simpelweg een ontkenning van dvaita, twee, dualisme.
Niet voor het niets wordt het gekwalificeerd door de niet mis te verstane term ‘vedanta’.
Vedanta, de ‘anta’ van de ‘veda’, is Sanskriet voor ‘het einde van de wijsheid’.
‘Advaita vedanta’ bestrijdt andermans wijsheid zonder zelf aanspraak op wijsheid te maken.

Advaita is een ‘nietes’ tegen het ‘welles’ van dvaita.
Niet meer en niet minder.
Mensen houden niet van nietes dus maken ze er gauw weer een welles van.
‘Niet-twee’, redeneren ze, betekent eigenlijk ‘één’.
En ‘advaita vedanta’ betekent eigenlijk: ‘alles is één’.
Nou, dat betekent het dus niet.
Anders had het wel eka veda geheten of zoiets, de wijsheid van de of het ene of van eenheid.
Maar het heet advaita vedanta, in de betekenis van niet-twee, het einde van de wijsheid, en daarmee basta.
Want hoe verheven het ook klinkt in zo’n dode taal, eigenlijk is het niet meer dan een krachtterm.
Je hoort hem met stemverheffing uit te spreken en daarbij met je vuist op tafel te slaan.
‘Advaita vedanta!’
‘Ja maar…’
‘ADVAITA VEDANTA NOG AAN TOE!’


Beste Hans,
Wat kan niet-twee anders betekenen dan één?


Beste X,
Van niet-twee naar één is net zo’n grote sprong als van niet vol naar leeg of van niet heet naar koud of van niet vies naar lekker of van niet lelijk naar mooi of van niet vliegend naar kruipend of van niet rokend naar drinkend of van niet geel naar rood of van niet levend naar dood.
Het is een bokkensprong.
Een noodsprong.
Een foutsprong.
Non-dualisme is enkel een ontkenning van het dualisme, geen bevestiging van het monisme.

Iedere tijd en iedere context roept zijn eigen nietes op.
Een wegwerpleus tegen een modieus simplisme.
Tegen het wild woekerende dualisme van de Verlichting weert men zich met een non-dualisme.
Tegen het wild woekerende postmodernisme van de vorige eeuw weert men zich met een non-pluralisme.
Tegen het wild woekerende eenheidsdenken van deze eeuw weert men zich met een non-monisme.
Tegen het wild woekerende new-age denken van de nieuwe tijd weert men zich met een non-holisme (en ten einde raad met een alco-holisme).

Al deze non-termen verwijzen niet naar de laatste waarheid of de hoogste werkelijkheid maar verzetten zich slechts tegen een dominante vorm van reductionistisch denken.
Ze spreken niet-sprekend uit naam van een radicaal niet-weten dat nooit iets anders verkondigt dan de ‘lege leer’.
Dat wil zeggen: niets en dat ook niet.
Te gewoontjes?
Noem het dan maar ‘vedanta’.


Beste Hans,
Ja, misschien is eenheid niet zo’n beste term, maar is twee werkelijk twee? Is de waarnemer niet het waargenomene? Is dát niet de boodschap van advaita vedanta? En zijn wij niet die boodschap? Zijn wij niet dát?


Beste X,
Ja, weet ik veel of de waarnemer het waargenomene is.
Ik kan het allemaal niet uit elkaar houden en ik kan het allemaal niet bij elkaar krijgen.
Tel uit je winst.
Zelf bén ik geen boodschap en héb ik geen boodschap, zelfs niet de boodschap dat er geen boodschap is.
Dat is de blijdste boodschap die ik ooit heb gekregen of ben geweest.
Die ik nooit heb gekregen en nooit ben geweest.
En geen hond die hem begrijpt.
Dus het begin is er.
Het is tevens de leegste boodschap die ik (n)ooit heb gekregen.
Toch ben ik er helemaal vol van.
En geen hond die het begrijpt.
Dus het begin is er.


Beste Hans,
Dus volgens jou is advaita vedanta alleen maar een nietes tegen dvaita?


Beste X,
In ieder geval voor de duur van deze correspondentie.


Beste Hans,
Maar helaas werd het zelf weer een welles.


Beste X,
Toen advaita vedanta begon te verstarren, zoals het nou eenmaal moest, bedachten de onversaagde Indiërs algauw een volgend nietes dat ze dvaita advaita vedanta noemden.
En toen dvaita advaita vedanta begon te verstarren, zoals het nou eenmaal moest, bedachten de onversaagde Indiërs algauw een volgend nietes dat ze advaita dvaita advaita vedanta noemden.
Zie je het patroon?


Beste Hans,
Echt waar?


Beste X,
We zijn hier niet op de universiteit.


Beste Hans,
Ik bedoel, is het academisch verantwoord wat je zegt?


Beste X,
Ik bedoel, pluis dat maar eens uit. En laat het mij ook even weten.


Beste Hans,
Is niet-weten het enige wat helpt tegen verstarring?


Beste X,
Niet weten is niet iets wat helpt tegen verstarring.
Niet weten is niet iets wat helpt tegen wat dan ook.
Het is geen remedie of panacee.
Het is geen therapie of methode of gereedschap.
Het is geen naaimachineolie om het zwoegende, piepende en krakende brein te smeren.
Het is niet iets wat je doet of toepast of uitvoert of praktiseert of presteert.
‘Niet weten’ is gewoon een oorspronkelijk pretentieloze, aan het dagelijks spraakgebruik ontleende uitdrukking om aan te geven dat je het op het gebied van de levensvragen allemaal niet meer weet.
Zonder daar nog mee te zitten.

Onvermijdelijk wordt zelfs een klein kinderwoord als ‘niet weten’ vroeger of later een duur dogma waar dikdoeners goede sier mee gaan maken.
Je ziet het overal gebeuren.
Steeds vaker wordt het gebruikt in de zin van ‘het mysterie van het leven’ of ‘dat wat ik ten diepste ben’ of ‘het kennen dat zelf op geen enkele wijze gekend kan worden’ of ‘de ene, alomvattende geest’ of ‘de leegte waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat’ of de ‘stilte van het hart’ of ‘het derde oog’ of ‘onze fundamentele openheid’ of ‘de onvoorwaardelijke liefde die wij zijn’ of ‘het eeuwige hier en nu’ of ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ga maar door en hou maar op.

Daarmee wordt niet weten een waarheid, een werkelijkheid, een grond, een zekerheid, een steen der wijzen, een ding, een schepper, een god, een iets, een niets, een plaats, een tijd, een leidraad, een ideaal, een norm, een hebbeding, een afgodsbeeld, een amulet, de zoveelste toverstok om het geluk af te dwingen, het zoveelste voetstuk om boven jezelf en de medemens uit te stijgen.
Transcendentie, weet je wel.

Daarmee wordt niet weten, net als alle andere termen die zich er tevergeefs aan hebben proberen te ontworstelen, ingekapseld door de Eeuwige Wijs-Dom die spiritualiteit heet.
Leuzenspiritualiteit, om precies te zijn.
Met p(l)akkende slogans die zelfs het meest onverzettelijke verstand nog in hun ban weten te krijgen.
‘Niemand hier!’
‘Alles is volmaakt!’
‘Alleen maar dit!’
‘Ik ben dát!’
‘Niet alleen maar al-één!’


Beste Hans,
Dus volgens jou is niet alles één?


Beste X,
Schei toch uit.


Beste Hans,
Geef nou eens antwoord!


Beste X,
Eén in welk opzicht?
Hoe stel je zoiets vast?
Wat bedoel je met ‘alles’?
Wat maakt het eigenlijk uit?


Beste Hans,
Niet-twee, niet-één, wat dan wel?


Beste X,
Een, twee, drie, vier…


Beste Hans,
Hè?


Beste X,
Hoedje van, hoedje van,
Een, twee, drie, vier,
Hoedje van papier.


Beste Hans,
Eerst een kinderwoord en nou weer een kinderliedje. Ik voel dat we steeds dichter bij de hoogste wijsheid komen. ;-)


Beste X,
En als het hoedje dan niet past…


Beste Hans,
Zet je het in een glazen kast?


Beste X,
Een, twee, drie, vier…


Stratenmaker op zee

Beste Hans,
Een tijdje geleden heb op internet gezocht naar verbanden tussen Wittgenstein en Advaita. Bijgaand een diepgravende dissertatie over dit onderwerp (view/open file pdf).

Toen ik als student de Tractatus las dacht ik dat erom ging de mogelijkheden en grenzen van de wetenschap af te bakenen. Nu weet ik beter. Wittgenstein had andere prioriteiten dan Russel. Kennelijk schreef hij zijn boek alleen maar om aan te geven waar hij het eigenlijk over wilde hebben maar niet kon.


Beste X,
Nou, een trouvaille kun je zoiets wel noemen.
Als ik het goed begrijp wilde ene Daniel Goldenberg in de jaren zeventig van de vorige eeuw doctor in de filosofie worden door te bewijzen dat Wittgenstein’s Tractatus Logico-Philosophicus eigenlijk non-dualistisch is.
Zijn bewijsvoering gaat me helaas boven de pet en ligt, hoe zeg ik dit netjes, enigszins buiten mijn interessesfeer.
Wat me wel interesseert is dit: waarom zou iemand zoiets willen bewijzen?
Wat doet het ertoe of de Tractatus non-dualistisch is?
Dat lijkt me hoogstens van belang voor iemand die zelf het non-dualisme onderschrijft, en behoefte heeft aan een westers gezagsfiguur om zijn eigen wankele overtuiging te schragen.
Of je je daarbij wel moet beroepen op het werk van iemand die er zelf nadrukkelijk afstand van nam, is de vraag.
Of je je daarbij überhaupt moet beroepen op het werk van iemand anders, is nadrukkelijk de vraag.
Ik bedoel, mensen kunnen wel zoveel zeggen.
Ook Wittgenstein wist zijn mond niet te houden.
Vooral niet over datgene waarover hij wou zwijgen.
Net als Bertrand Russel, God hebbe zijn atheïstische ziel, die mij in de jaren zeventig nota bene tot zijn grootste fans mocht rekenen.
Net als de Upanishaden, waar ik nooit doorheen gekomen ben, terwijl ik er toch niet in ben blijven steken.

Ben jij eigenlijk non-dualist of weet je het niet?

p.s.
Net even je twitter bekeken.
Goed gevoel voor humor en tegenspraak.
Heb je nog meer geschreven?


Beste Hans,
Twitter heb ik al lang geleden opgegeven. Ik merkte dat ik ging proberen de leukste thuis te zijn. Gewiekste opmerkingen maken, en zo. Dat is alleen leuk voor het ego, en alleen als anderen bereid zijn te bevestigen dat je inderdaad zo leuk bent als je wilt lijken. Nu maak ik mijn grappen binnenskamers. Ik krijg meteen bevestiging en hoef niet steeds op mijn telefoon te kijken. Zouden meer mensen moeten doen. En minder proberen grappige opmerkingen te maken. Het leven is al vrolijk genoeg zonder grappen, dus waarom zou je het erger maken dan het is?

Wat ik me afvroeg, is het niet vermoeiend om voortdurend niet-wetend te zijn? Dan komt er iemand met een interessant verhaal, en dan moet je daar toch weer een moeite gaan doen om de indruk te vermijden dat je er een mening of standpunt over hebt. Ik ben zelf een rastwijfelaar, dus ik weet hoe het is, maar ik vind het bij tijd en wijle doodvermoeiend.
En als je niet uitkijkt gaan andere mensen je mijden, want dat is toch wat mensen als sociaal verkeer beschouwen: meningen en standpunten uitwisselen, kennis delen, aftasten wat iemand weet en niet weet. Niet-weten is dan de dood in de pot, of een vermoeiende krachttoer in het vermijden van de indruk dat je iets weet.

Hoe herken je een non-dualist? Word je zo geboren, en duurt het vervolgens een half leven voordat je jezelf als zodanig herkent, of is het iets wat je kunt verwerven?
Als ik kijk naar wat voor soort teksten en filmpjes mij aanspreekt, en waar ik mezelf in herken, dan schaar ik mezelf inderdaad onder de non-dualisten. Maar met al mijn aangeboren en gecultiveerde twijfel beschouw ik mezelf ook zeker als een niet-weter. Is dat eigenlijk hetzelfde als een agnost? Nee, dit is geen grapje, dat vraag ik me echt af.

Om nog even terug te komen op de dissertatie van Goldenberg: het is toch mooi om te ontdekken dat er, ondanks de vele tegenstellingen en verschillende sporen een soort universele wijsheid is, die je terugvindt in zowel de Advaita als de Tractatus? En fascinerend dat die universele wijsheid zo goed verstopt zit, dat je er jarenlang onderzoek aan moet wijden om die boven water te krijgen?
Ik hoop binnenkort weer wat meer tijd te hebben voor dit soort zaken. Ben op dit moment bezig me te ontworstelen aan een huwelijk van vijftien jaar, met kindertjes erin, dus dat gaat even voor…


Beste X,
Nu ik weet dat je niet van humor houdt zal ik proberen geen grappen meer te maken.
Al was het alleen maar om te verhullen wat een egotripper ik eigenlijk ben.

Half en half had ik verwacht dat je mij zou kapittelen omdat ik toch ook Wittgenstein citeer.
Schraag ik niet zelf mijn wankele niet-weten met de autoriteit van deze filosofische halfgod?
Nee, zou ik geantwoord hebben, niet weten heeft geen inhoud.
Wat valt er dan te schragen?
Waarom citeer je hem dan, zou jij tegenwerpen.
Om mensen naar mijn dwaalteksten te lokken, zou ik gezegd hebben.
Maar ja.
Het liep anders.

Het is niet dat ik voortdurend probeer niet-wetend te zijn; ik weet het gewoon niet meer.
Niets zo makkelijk.
Weten, dat is pas moeilijk.
Dan komt er iemand met een interessant verhaal, en dan moet je daar toch weer moeite gaan doen om de indruk te wekken dat je er een mening of standpunt over hebt.
Weten is opletten, redeneren, delibereren, voortdurend op je tenen lopen om al je verhalen op elkaar en op die van anderen af te stemmen en in overeenstemming te brengen met de stroom der gebeurtenissen.
Niet weten heeft meer het karakter van verwonderd aanzien, glimlachen, knipogen, je schouders ophalen, loungen zou ik haast zeggen, terwijl de gebeurtenissen zichzelf voltrekken en de gedachten zichzelf denken en de verhalen zichzelf vertellen en weer uitblazen, vooral dat laatste.
Ook dit verhaal.
Daarom zijn verlichting, ontwaken, realisatie en mindfulness ook zulke misleidende metaforen voor niet weten.
Doe mij maar verduistering, inslapen, derealisatie en mindlessness (mindfoolness), als we dan toch zo nodig moeten beeldspreken.
Bijkomend voordeel: je kunt je er minder makkelijk op laten voorstaan.

Zoals je ziet heb ik meningen en standpunten te over.
Ik ben alleen niet meer bereid of in staat ze als de mijne te beschouwen of koste wat het kost te verdedigen.
Ik heb ze niet, of zij hebben mij niet, of er is geen mij om te hebben; daar wil ik vanaf zijn.
Geopinieerdheid is voor mij een soort Tourette; kreten die ongevraagd in mij opkomen.
Ik kak ze gedachteloos weer uit, hoef er verder niks mee.
Ik ga mijn stront toch ook niet verkopen?

Veel mensen denken dat niet weten hetzelfde is als twijfelen maar die twee hebben weinig met elkaar uit te staan.
Twijfelen is het voorgeborchte van weten, een noodgedwongen uitgesteld weten, een denken op drift dat nog niet tot een conclusie heeft weten te komen of het concluderen voor onbepaalde tijd heeft opgeschort.
Een denken dat nog altijd in blijde of angstige verwachting verkeert.
Niet weten daarentegen is gewoon niet weten.
Geen antwoorden, geen vragen, geen zekerheden, geen twijfels, geen streven, geen kramp.

Dat ik niet weet betekent natuurlijk niet dat ik niet denk.
Beschouwen, speculeren – ik kan het nog als vanouds maar in de praktijk is dat tegenwoordig vooral een inventarisatie van mogelijke gezichtspunten en argumenten in plaats van een zoektocht naar de enige juiste zienswijze.
Een mengeling van constructief en deconstructief denken die altijd in het ongewisse eindigt.
Met de meeste mensen kan dat inderdaad niet, met mijn lief, Lucienne, gelukkig wel.
We praten vrijuit, uren per dag, alles mag gevoeld, gedacht en gezegd worden.
Niet weten betekent dus niet dat je voorgoed bent uitgevoeld, uitgedacht of uitgepraat, of steeds moet doen alsof.
Voor mij in elk geval niet.
Integendeel.

Ik schaar mij niet onder de non-dualisten en ook niet onder de dualisten, maar dat had je waarschijnlijk al wel begrepen.
Een radicaal niet weten als het mijne is kennelijk niet te verenigen met welk isme ook.
Vreemd genoeg zijn er heel wat overtuigde non-dualisten die toch een of andere vorm van ‘niet-weten’ belijden.
Dikwijls staat die term voor het ene, onkenbare kennen dat de noodzakelijke en voldoende voorwaarde voor het hele leven zou zijn, en ook wel voor de onkenbaarheid van dat kennen zelf.
Ik snap dat allemaal niet zo maar van mij mogen mensen geloven en verklaren wat ze willen.
Komt goed uit, want dat doen ze toch wel.

Een agnost is in het gewone taalgebruik iemand die gelooft dat je niet kunt bewijzen dat god bestaat en ook niet dat hij niet bestaat.
Ik schaar mij niet onder de agnosten en ook niet onder de gnostici; niet onder de theïsten en ook niet onder de atheïsten, maar dat had je waarschijnlijk al wel begrepen.
Letter lijk is een a-gnost iemand die niet weet, maar wat heb je aan een woord dat op niemand van toepassing is?
Toeval of niet, ik tel meer dodo’s onder mijn vrienden dan a-gnosten.
Om over de rest van het mensdom nog maar te zwijgen.
Agnost wordt ook weleens gebruikt als synoniem van scepticus: iemand die gelooft dat je niets kunt weten.
Wat opnieuw heel wat anders is dan niet weten, dat immers zonder inhoud is.

Over de kwestie van universele wijsheid heb ik genoeg geschreven, onder andere de pagina Eeuwige wijsheid.
Ik kan niet beweren dat er geen universele wijsheid is – hoe stel je zoiets vast? – wel dat ik hem zelf niet heb kunnen vinden.
Tenzij dát de universele wijsheid is – maar hoe stel je zoiets vast?
Er is bij mijn weten geen enkel dogma dat, geen enkele waarde, leefregel of praktijk die alle tradities gemeenschappelijk hebben.
Zelfs niet het cliché dat de waarheid voorbij de woorden is.
Ook de verenigende godsdiensten (de Arès Pilgrimage beweging, de Bahai, de Cao Dai, de Cultus van het Sprekende Kruis, de Falun Gong, de Huna, de Konkokyo, the Law of One, de Mahikari, het Rastafarianisme, de Seicho-no-le, de Tenrikyo, de theosofie, het Unitarian Universalism, de Universal Life Church…) zijn het onderling radicaal oneens.
Mij verbaast het eerlijk gezegd niets.
Ik kon het al nooit eens worden met mezelf.
Laat staan met anderen.
Laat staan met iedereen.
Nog steeds niet, maar ik probeer het ook niet meer – en dat is het verschil.
En mocht er uiteindelijk toch zo’n dogma, waarde, leefregel of praktijk worden gevonden, wat dan nog?
Was de aarde plat toen iedereen het erover eens was?
Is hij rond nu iedereen het erover eens is?

Een huwe lijk van vijftien jaar ontbinden met kindertjes erin, lijkt mij een hele toer.
Helpt het als ik zeg dat je het wat mij betreft niet fout kunt doen?
Vast niet.
Des te minder als ik erbij zeg dat je het wat mij betreft ook niet goed kunt doen.
Des te minder als ik erbij zeg dat hetzelfde geldt voor je echtgenoot.

Al met al zullen jullie jezelf wel aardig tegengekomen zijn, en tegenkomen.
Ik zou jullie erom benijden, ware het niet dat ik mezelf al vaak genoeg ben tegengekomen.
Om niet te zeggen, onophoudelijk.


Beste Hans,
Wel begrijpen en niet weten, kan dat? Dat gevoel heb ik in ieder geval: dat wij elkaar begrijpen.

Wat mijn twijfel betreft: misschien is dat wel mijn woord voor niet-weten. Als je je twijfel omarmt, er geen last van hebt, dan kom je in de buurt van, of heb je bereikt: niet-weten.
Ik wilde erachter typen ‘wie weet’. Dat soort achtervoegsels zie ik jou ook steeds gebruiken. Ik dacht steeds dat dat een soort grap was, of een ontkrachting van wat je daarvoor gezegd hebt, zodat men je er niet op kon vastpinnen. Het irriteerde me. Irritatie is altijd waard om onderzocht te worden. Zucht. Ontspanning.

Er zijn allerlei dingen die ik nog met je wil bespreken, onder andere de raakvlakken tussen Ayn Rand en het boeddhisme. Ik heb niet zoveel boeken gelezen, maar wel de Tractatus en The Fountainhead. Ook heb ik zo mijn gedachten over de voordelen van vooroordelen. Ik wil mijn vooroordelen over jou bijvoorbeeld graag met je bespreken.

Als ik mezelf nou eens niet definieer als non-dualist, maar als gebruiker van non-dualisme? Dan heb ik de afgelopen weken een grote stap gezet op dat gebied. Mijn echtscheiding beleef ik dan ook heel anders dan je zou verwachten. Het is echt een avontuur, mijn zelfgeschapen soap, met telkens een nieuwe aflevering en een onbekend einde. Onze kinderen zijn 13, 12 en 10, en tot nu toe varen ze er wel bij.

Klinkt het hooghartig, als ik beweer dat ik sinds kort verlicht ben, en nu mijn man help om aan het lijden te ontsnappen?


Beste X,
Begrijpen in de zin van verklaren is een groot woord, maar ik kan me voorstellen dat je iets van jezelf in mij of in mijn website meent te zien of te herkennen, of dat je je door mij gezien of erkend weet of waant in een opzicht dat normaal niet op begrip of erkenning hoeft te rekenen.
Voor mij is het echter de vraag of we het wel over hetzelfde hebben.
Met name of we het wel over hetzelfde niet weten hebben.

Achtervoegsels als ‘wie weet’ zijn inderdaad bedoeld als grap en ontkrachting van wat ik daarvoor gezegd heb.
Alleen doe ik dat niet om te voorkomen dat men mij vastpint.
Ik doe het omdat ik geen andere manier ken om niet weten tot uitdrukking te brengen.
Geen andere manier dan dingen roepen en herroepen.
Geen andere, laat staan een betere.
Ik heb mijn schrijfprocedé op diverse plaatsen verklaard en verantwoord, met name op de pagina Weetnietkunde en in het interview Verduisterd.

Wat ik ook doe of zeg, mensen zullen me vastpinnen.
Jij ook.
Al was het maar op de gedachte dat ik eigenlijk een gladjanus ben die er alleen maar op uit is zich nergens op te laten vastpinnen.
Kan best wezen.
Met welk voordeel, vraag ik je?
Kon ik dan niet beter mijn website opheffen?

Door je irritatie en de suggestie in je vorige brief dat het wel vermoeiend moet zijn om steeds maar niet te weten, krijg ik het gevoel dat je mijn dwaalteksten gekunsteld en overtrokken vind.
Alsof ik iets probeer te bewijzen.
Alsof ik bedacht heb hoe ik wil overkomen en mij dienovereenkomstig gedraag.
Misschien ben ik inderdaad een charlatan, een egotripper op jacht naar bewonderaars en voetvegen.
Of misschien zoek jij spijkers op laag water omdat je het niet kunt hebben dat iemand echt zo zou denken als ik.
Wie weet.
Zeg jij het maar.

Van Ayn Rand en het objectivisme weet ik niets, behalve wat mijn vrouw mij zojuist heeft meegedeeld.
Mijn kennis van het boeddhisme is ook flinterdun.
Ik ben geen boeddhist of objectivist, ook geen gebruiker van het boeddhisme of van het objectivisme, zelfs geen non-boeddhist of non-objectivist of anti-boeddhist of subjectivist, dus ik ben niet de aangewezen persoon om eventuele raakvlakken mee te bespreken.
En natuurlijk kunnen we bomen over de voordelen van vooroordelen tot we bossen zijn maar voor je het weet heb ik het over de nadelen van de voordelen en de voordelen van die nadelen en de nadelen daar weer van en de vooroordelen daar weer over, tot je van voren niet meer weet dat je van achteren leeft.
Is dat werkelijk wat je zoekt?
Dan verwijs ik je graag naar mijn website.

Van mij mag je jezelf definiëren zoals je wilt: een non-dualist, een gebruiker van het non-dualisme, een kenner van het non-dualisme, een criticus van het non-dualisme en straks misschien weer iemand die het non-dualisme heeft ingeruild voor de levende waarheid van de non-dualiteit of iemand die zowel het non-dualisme als de non-dualiteit achter zich heeft gelaten.
Je mag jezelf verlicht noemen of verduisterd, op een voetstuk gaan staan of ernaast gaan liggen, je echtscheiding als een grap, drama, blijspel, leerschool of film zien en jezelf als de schepper, dader, verslaggever of getuige daarvan; je mag jezelf erin verliezen of erbuiten terugvinden, je man aan je kruis nagelen of uit zijn lijden verlossen of van het ene type lijden in het andere leiden.
Je mag jezelf wijs, wetend, twijfelend, sceptisch, niet-wetend of dwaas noemen.
Je mag je aan mij ergeren, van mij genieten, op mij neerkijken, tegen me opkijken, mij ten voorbeeld stellen en mij aan de kaak stellen.
Allemaal goed.

Zolang ik het maar niet hoef te bevestigen.


Beste X,
Nog niks van je gehoord.
In je tweede brief aan mij schreef je over het lot van de ‘rastwijfelaar’:
‘En als je niet uitkijkt gaan andere mensen je mijden, want dat is toch wat mensen als sociaal verkeer beschouwen: meningen en standpunten uitwisselen, kennis delen, aftasten wat iemand weet en niet weet.’
Om te voorkomen dat onze correspondentie over niet weten zou ontaarden in een uitwisseling van meningen en standpunten, het delen van kennis en het aftasten van wat ik wel en niet weet, heb ik tot nog toe geweigerd inhoudelijk met je te praten over, onder meer, non-dualisme, Wittgenstein, advaita, agnosticisme, universele wijsheid, Ayn Rand, boeddhisme, de voordelen van vooroordelen en verlichting.

Is dit voor jou een reden om mij verder te mijden?


Beste Hans,
Nee, de reden van mijn lange stilte lag meer in de drukte op mijn werk en mijn echtscheiding. Intussen heb ik zitten broeden op het verband tussen Ayn Rand en boeddhisme. Niet om gelijk te krijgen, maar om een paar gedachten op een rij te zetten die ik zelf interessant vind.

Ik vind het erg moeilijk om erachter te komen waar ik met jou wél over kan praten. Tot nu toe zijn vooral onderwerpen gepasseerd die jou niet interesseren. Ik wil het daarom in de menselijke maat zoeken: gevoelens, je rol in het leven, dat soort praktische dingen. Zaken op een niveau waar je nog wel de illusie van wel-weten hoog kunt houden.

Aan de andere kant vind ik het toch het meest interessant om de grenzen van ons/mijn niet-weten af te tasten. Ik ben heel leergierig, dus als ik aan de hand van jouw kennis een beetje zicht op het niet-weetbare kan krijgen, kunnen we leuke en leerzame gesprekken hebben.

Misschien moeten we even een stap terug doen, en samen vaststellen waar we het over kunnen hebben. Voor de duidelijkheid: ik heb zelf niet echt meningen en standpunten, eerder ideeën die ik in de lucht gooi.


Beste X,
Gek, dat verschil in beleving.
Jij hebt het gevoel dat we nog steeds niet begonnen zijn.
Ik heb het gevoel dat ik alles al gezegd heb.
Jij wilt de illusie van een praktisch wel-weten hoog houden.
Ik wil helemaal niets hoog houden.
Zelfs niet de illusie van niet-weten.
Of de illusie van de illusie.
Jij zoekt nog steeds naar onderwerpen om het over te hebben.
Voor mij stond het onderwerp van meet af aan vast: niet weten.
Jij denkt dat er zoiets is als ‘het niet-weetbare’ waarvan men kennis kan verkrijgen en/of waarop men zicht kan krijgen, met leergierigheid als drijfveer.
Voor mij is ‘het niet-weetbare’ een hypostase, een reïficatie van niet weten, vergelijkbaar met ‘god’, ‘het mysterie van het leven’, de ‘wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ‘de waarheid voorbij de woorden’.*

Zie je het verschil?

In je derde brief schreef je dat je je ergerde aan mijn eeuwige ‘wie weet’, dat irritatie altijd de moeite van het onderzoeken waard is, en toen: ‘Zucht. Ontspanning.’
Wat heb je ontdekt dat je moest zuchten en tot ontspanning kwam?

In diezelfde brief zei je dat je je vooroordelen over mij graag met mij wilde bespreken.
Wat zijn jouw vooroordelen over mij?

Kun je niet beter eerst je leven een beetje op orde brengen voor je erover gaat filosoferen?
En als je per se met iemand wilt filosoferen over niet weten of over gevoelens, je rol in het leven of wat ook, kun je dan niet beter een filosoof of een wijze zoeken?
Een scepticus, een postmodernist, een boeddhist, een objectivist, een non-dualist desnoods?
Ze zitten bij bosjes op het internet.
Gratis of betaald, man, vrouw of seksloos, in spijkerbroek of gewaad, in het Nederlands, Engels, Chinees, Tibetaans, Japans of Sanskriet, via skype, e-mail, telefoon of in den vleze, wat je maar wilt.
Wat moet je toch met die uitgebluste Van Dam?

* Ik zal niet zeggen dat het niet-weetbare et cetera niet bestaat; dat weet ik ook al niet.
Wel dat ik niet jouw poort tot het al dan niet hypothetische niet-weetbare kan zijn omdat ik er zelf geen toegang toe of kennis van of inzicht in of uitzicht op heb, of zelfs maar probeer te krijgen.


Beste Hans,
Ik ben gewend om zaken sneller en beter te begrijpen dan de meeste mensen. Op den duur wordt dat een soort gewenning, of misschien zelfs een verslaving. Dat non-dualisme, waar ik op een gegeven moment tegenaan liep, was iets wat ik eerst niet onder de pet kreeg. Dan word ik een terriër, gedreven door het vermoeden dat er iets voor me te winnen valt, en laat ik niet meer los tot ik het helemaal begrijp (of de illusie heb dat ik het helemaal begrijp). Dan kan ik weer ontspannen en voel ik veel voldoening. En bevestiging hoe slim ik ben. Zo zit mijn motor in elkaar, denk ik. En zodoende ben ik gegrepen geraakt door jouw niet-weten. Zinloos, want ik heb altijd zonder gekund, en ik hou mezelf steeds voor dat ik mijn tijd (en jouw tijd) wel beter kan besteden. Dus ja, wat moet ik met die uitgebluste Van Dam?

Ergens had ik het idee dat ik jou kon motiveren om jezelf en je kennis beschikbaar te stellen voor de lijdende medemens, maar ik ken je inmiddels goed genoeg om te weten dat jij je niet in de eindeloze reeks van goeroes en andere praatjesmakers gaat voegen. Dat soort lui meent zichzelf uit compassie beschikbaar te moeten stellen of door een hogere kracht uitverkoren te zijn. Daar heb jij geen last van, is mijn indruk. Jouw manier is, om een openbare website in te richten en te beheren. Lijkt mij een prima manier. Hij past bij jou, en is ook helemaal van deze tijd. Dus waarom zou ik daar iets aan willen veranderen?

Ik zou mijn tocht door het non-dualisme kunnen beschouwen als een opstapje naar het volgende niveau van niet-weten. Alsof het een na het ander komt, of het een voortbouwt op het ander. Waarschijnlijk verkeer ik nu in de illusie dat ik toe ben aan de volgende stap, terwijl mijn leven nog een rommeltje is. Je schrijft dat ik het eerst maar eens op orde moet brengen, maar ik had eigenlijk net besloten om meer los te laten, en het leven in vreugde te aanvaarden zoals het zich aandient. Ik had de indruk dat niet-weten daar goed op aansluit, maar blijkbaar moet er nog iets (heel wat) gebeuren. We wachten het maar rustig af. Zo lang ik nog niet weet in welke richting ik mijn leven moet veranderen, valt er voor mij nog niks te doen. Komt tijd, komt raad.

Je schrijft dat alles al gezegd is. Waarschijnlijk heb je gelijk, en zitten we een beetje langs elkaar heen te beppen. Toch zou ik het leuk vinden als we nog af en toe kunnen mailen. Ook zal ik zo nu en dan nog wel eens langskomen op je site, want ik lees je graag. Tegelijkertijd ben ik als de dood dat ik het nooit helemaal ga snappen.

Als je Google Analytics hebt draaien (wat erg handig is), kun je me terugvinden als die bezoeker uit […]. Wie weet ontmoeten we elkaar nog eens?

P.S. Vind jij jezelf echt uitgeblust, of denk je dat ik jou uitgeblust vind?


Beste X,
Dank voor je brief, fijn dat je me wat meer over jezelf vertelt.
Nou snap ik je wat beter.
Ik beantwoord je brief achterstevoren.

Google Analytics heb ik na één jaar uitgezet.
Ik werd er alleen maar onrustig van, wist me geen raad met al die statistieken.
Zou die lezer uit Gouda Douwe Tiemersma wezen?
Wat moeten die Taiwanezen nou op mijn site?
Waarom klikt 40% van de lezers meteen weg?
Al die idiote vragen.
Ik heb een dwaaltuin, geen pretpark, de toegang is vrij, evenals de uitgang, er valt voor mij niets te verdienen en voor anderen niets te halen.
Wat doet het er dan toe?
Exit Analytics.

Natuurlijk ben ik niet uitgeblust.
Niet in algemene zin tenminste.
Zoals je aan mijn mailtjes en dwaalteksten kunt zien, ben ik zo strijdlustig als een dolle stier.
Ik strijd echter uitsluitend voor niet weten.
Of strijd, strijd… ik leen niet-weten mijn stem.
Als het al niet omgekeerd is.
Of die nou verstaan wordt of niet.
Het is mijn verlangen om te wéten dat is uitgeblust.
Zeker vergeleken met iemand als jij, die zoekt naar kennis en inzicht, die wil filosoferen en redeneren en vatten en inzien en doorzien.
Ga jij de hemel maar bestormen.
Ik ben er klaar mee.
Ik weet het allemaal niet meer.
Niet waar de hemel is.
Niet of er een hemel is.
Niet dat er geen hemel is.
Niet dat dit de hemel al is.
Niet of niet weten de hemel is.
Het kan me ook niets meer schelen.
Waarom niet, weet ik ook al niet.
Het is nou eenmaal zo.
Dit is wat ik bedoel met uitgeblust.*
Dit is wat ik bedoel met niet weten.

(* Wist je dat ‘nirwana’ eigenlijk ‘uitgedoofd’ betekent, in de zin van onthecht, zonder verlangens? Of er wel zoiets is als onthechting en wat zich waarvan onthecht, is vers twee, maar mijn verlangen naar antwoorden op de grote levensvragen is beslist zo dood als een pier.)

Nee, een goeroe ben ik niet.
Anti-goeroe ook niet.
Een verlosser ook niet, ik zou niet weten hoe ik anderen moest verlossen.
Ik zou niet weten hoe ik mezelf moest verlossen.
Als het erop aankomt weet ik niet eens waar lijden ophoudt en vreugde begint.
Ook niet dat ze één zijn.
Als het erop aankomt, weet ik niet eens waar ik ophoud en anderen beginnen.
Ook niet dat we één zijn.
Gedachten over verlossing komen op in mensen met zelfbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden en ideaalbeelden.
Boeddhisten, christenen, fascisten, communisten, humanisten, feministen, daoïsten, monisten, dualisten, non-dualisten, pluralisten, nihilisten, noem maar op.
Ik wens ze veel sterkte.
Hun naasten ook.
Ik voel heus weleens compassie maar dat is niet waarom ik over niet weten schrijf.
Ik schrijf erover omdat ik er vol van ben.
Zo vol dat ik overstroom.
Als een fountainhead.
Het kan best zijn dat ik daarmee meer lijden veróórzaak dan verlicht.
Wat zou het?
Niet weten is geen doel en geen middel tot een doel.
Niet dat ik weet.

Zitten wij langs elkaar heen te beppen?
Tot en met je voorlaatste brief had ik inderdaad het gevoel dat ik niet tot je doordrong.
Met evenveel recht kun je zeggen dat jij niet tot mij doordrong.
Misschien lijkt er niets te gebeuren maar is er toch een spanningsboog opgebouwd die de boel op springen zet.
Welke boel?
Wie springt mag het zeggen.

Dat jij je leven misschien eerst op orde moest brengen, zei ik omdat ik de indruk kreeg dat je gepreoccupeerd bent met je echtscheiding en je werk; niet omdat ik vind dat je iets moet ordenen of vasthouden.
Ik vind ook niet dat je iets los moet laten.
Ik vind ook niet dat je minder moet filosoferen, ook al heb ik er zelf geen belangstelling meer voor.
Ik vind ook niet dat je het leven in vreugde moeten aanvaarden zoals het zich aandient.
Zeg eens eerlijk, kun jij dat?
Alleen door ertoe te besluiten?
Ik niet.
Afweer en weerzin maken nog steeds deel uit van mijn leven.
Of ik ze nou omarm of niet.

Ja, misschien is non-dualisme een opstapje naar niet weten.
Of misschien is het een afstapje.
Voor mij was het geen van tweeën, het non-dualisme heeft mij nooit in zijn greep gekregen.
Ik was meer van het scepticisme en het perspectivisme en aanverwanten, waar ik lange jaren naar bleef haken zonder er ooit echt in te kunnen geloven.
Zo hebben we allemaal onze hang-ups.

Zelf heb ik mijn intelligentie lang overschat.
Als ziekelijke, in alle opzichten onopmerkelijke slungel was het heel belangrijk voor me om het slimste jongetje van de klas te zijn.
Te lijken.
Wat ik miste aan talent compenseerde ik met inzet.
Het heeft lang geduurd voor ik doorkreeg hoe stom ik wel niet moest zijn om te denken hoe slim ik wel niet was.
Terugblikkend ben ik nooit iemand tegengekomen, nog geen meervoudig complex gehandicapte zwakzinnige, nog geen kip, nog geen vlo, nog geen bacterie, die niet van alles kon wat ik niet kon.

Misschien ben jij wel geniaal.
Dat kan goed van pas komen in je werk, bij het filosoferen over Wittgenstein en advaita en verbanden tussen deze en gene, dit en dat en zus en zo.
Om mijn site te snappen helpt het niks.
Niet weten: Exit Analytics.
Maar misschien geldt dat alleen voor mij.


Beste Hans,
Je schreef in een van je brieven dat ik mijn leven eerst maar eens op orde moest krijgen. Die aansporing is blijkbaar in mijn achterhoofd terechtgekomen, want toen ik wat in de schuur aan het rommelen (opruimen is een groot woord) was, kreeg ik ineens een ingeving.

Mijn neiging om over van alles te willen filosoferen – een uitnodiging waar jij terecht niet op in ging – kun je zien als inruimen. Blijkbaar wil het verstand dingen met elkaar in verband brengen en een plekje geven. Zoals je een schuur kunt inruimen. Wat je ook kunt doen, is je schuur opruimen. Al je spullen / denkbeelden eens goed aankijken en zo nodig in de kliko mikken. Niet-weten is een soort van opruimen van alles waar je niks aan hebt. En als je een beetje kritisch bent op denkbeelden en meningen, zit er weinig waardevols tussen.

Van de week dacht ik ook nog: niet-weten is een soort bijsluiter bij elke boodschap over de grote vragen des levens, waarin staat dat zij misschien wel kennis bevat, maar dat er geen garanties zijn, en mogelijk bijwerkingen (misverstanden).

In een van je teksten verwijs je naar de oorspronkelijke betekenis van de term ‘advaita vedanta’ (niet-twee, het einde van de wijsheid). Dat vond ik heel verhelderend. De stap naar ‘alles is één’, die vaak gemaakt wordt, hoeft helemaal niet! Wat een opluchting.
Voor mezelf had ik er wel een verhaaltje bij, dat we met zijn allen één mierenvolk zijn, en dat het Universele Bewustzijn ergens tussen en door ons heen zweeft, maar echt geloven deed ik het niet.

Als je met non-dualisme, boeddhisme en zo aan de slag gaat, krijg je allerlei tips en trucs om makkelijker en gelukkiger te leven. Daar zijn ze heel lang geleden al achter gekomen. In die zin is het nuttig, en bewezen technologie.
Kun je dat van niet-weten ook zeggen: dat het helpt om gelukkiger te worden? Of heeft het alleen jou geholpen om rust te vinden? Of zelfs dat niet?
Is jouw niet-weten niet gewoon non-dualisme, of non-dualisme-min? Heb je enig idee hoe het werkt in jouw brein? Wat is de aard van het dwijze denken? Wat doet jouw besef van niet-weten in je dagelijks leven? Of is dat niet relevant?

Ik hoor enthousiaste verhalen over Nisargadatta van anderen. Ik vond jouw samenvatting mooi om te lezen. Je schrijft het echt als een samenvatting, zonder toelichting. Is hij voor jou een belangrijke inspiratiebron geweest? Is Parabrahmadatta Maharaj (Alexander Smit) voor jou een inspiratiebron geweest? Vind jij die Indiase namen ook zo mooi?

Wat ik me ook afvroeg: in mijn situatie, met een drukke baan, pubers, een echtgenoot met wie het niet zo botert, kun je wel wat spirituele steun gebruiken. En zelfs dan valt het geregeld zwaar, het leven. Maak jij je er niet makkelijk van af door als een kluizenaar te gaan leven? ‘Zo kan ik het ook’, denk ik dan. Het lijkt wel een beetje op de dorpspastoor die seksuele voorlichting moet geven. Is de rust die jij ervaart niet veeleer toe te schrijven aan je situatie dan aan je niet-weten?


Beste X,
Ja, niet-weten kun je een beetje vergelijken met het opruimen van je schuur.
Uit je opmerkingen dat er weinig waardevols tussen zit als je een beetje kritisch bent op denkbeelden en meningen, en dat je je bij het weggooien hoopt te kunnen beperken tot alles waar je niks aan hebt, maak ik op dat je iets hoopt te behouden.
Vandaar misschien dat je het woord ‘opruimen’ gebruikt in plaats van ‘uitruimen’.
Zelf ervaar ik niet weten meer als uitruimen, of gewoon ruimen, zeg maar gerust slopen.
Met schuur en al.
En daarna je stoepje schoonvegen.
Iedere dag, elk uur, iedere minuut.

Diezelfde hoop zie ik terug in je bijsluiter, die weliswaar waarschuwt voor misverstanden, maar tegelijk suggereert dat er kennis te halen is uit de boodschap waar hij bij zit.
Waarmee ik niet wil suggereren dat dat niet zo is.
Wat hoop jij te behouden?
Je non-dualisme, wed ik.
Met of zonder Eenheid.
Met of zonder Bewustzijn.
Dead or alive.
Wat denk jij dat ik heb weten te behouden?

Waar advaita precies voor staat, weet ik niet.
Dat stukje waarin ik betoog dat niet-twee iets heel anders is dan één, is historisch noch academisch verantwoord.
Interessant wel dat het een opluchting voor je was.
Mogen we daaruit opmaken dat je in je zucht naar waarheid of geluk of gemoedsrust of verlichting, of wat het ook maar is dat je voortdrijft, of terughoudt, bereid bent dingen te slikken die er eigenlijk niet in gaan?
Zo ja, dan verblindt die zucht je voor je innerlijke twijfels.
Het zou me niet verbazen als je zodra je dit leest besluit om je nooit meer te laten verblinden.
Zeker weten dat het volstaat om daartoe te besluiten?
Zeker weten dat dit besluit niet voortkomt uit diezelfde zucht?
Denk jij dat ik die zucht heb overwonnen en/of nergens meer door verblind wordt?
Denk jij dat ik ergens toe besloten heb?
Of met een stapeltje bijsluiters rondloop misschien?

Geluk is niet mijn specialiteit.
Rust ook niet.
Misschien heeft dat te maken met mijn extreme gevoeligheid, waardoor ik al mijn hele leven lang dag en nacht geplaagd wordt door zelfs de geringste prikkels.
Het is niet dat ik er mijn neus voor ophaal, maar voor mezelf heb ik nooit echt in blijvend geluk of in een onverstoorbaar gemoed kunnen geloven.
Waarmee ik niet wil suggereren dat zoiets voor niemand is weggelegd.
Dat ik persoonlijk niemand ken die het zelfs maar bij benadering gerealiseerd heeft, helpt natuurlijk niet.
Wel ken ik, zowel persoonlijk als via via en uit de literatuur, een heel aantal zelfverklaarde c.q. geautoriseerde verlichten van allerlei pluimage die voor het oog van de wereld graag de hemelbewoner uithangen terwijl ze privé danig in de rats zitten.
Misschien is het een bacterie of een virus, misschien is het de crisis of het internet, misschien is het het ego of het zelf, misschien is het de film of het doek.
Hoe dan ook: het heerst.
Het heerst, niet wij.
Koning, keizer, admiraal, pauwen zijn we, allemaal.

Mijn levenslange obsessie was niet een of andere onveranderlijke gemoedstoestand, maar kennis, wijsheid, inzicht.
Ik wou het geheim van het bestaan ontsluieren.
Ik moest en zou weten hoe het zat.
(Dit is op zijn best een veel te eenvoudige voorstelling van zaken, maar we doen het ermee, anders valt deze alinea nog eerder op z’n gat dan gepland.)
Het is daarom niet onlogisch dat juist deze eenzijdige oriëntatie op het weten bij mij tot niet-weten heeft geleid.
Al zou het logischer zijn geweest als ze mij, net als zoveel anderen, een eeuwige waarheid had gebracht, of tot eeuwig zoeken had genoopt, of tot terminale wanhoop had gedreven, of alle drie tegelijk, of achtereenvolgens, of cyclisch, waarom niet?
Wat niet-weten jou zal brengen, en belangrijker nog, of het wel iets zal brengen, en belangrijker nog, wat het je zal ontnemen, merk je vanzelf wel, als het ooit zover mocht komen.
Hoe je zover moet komen, weet ik niet.
Hoe je het kunt voorkomen als het eenmaal zover is, weet ik ook niet.

Je ziet, ik ben geen dorpspastoor die seksuele voorlichting geeft.
Of wat voor voorlichting ook.
Jij?
Hoeveel mensen heb je het afgelopen jaar al getrakteerd op je nieuwste inzichten?
Waarmee ik niet wil suggereren dat je voortaan je kop moet houden, hoor.
Als je dat al zou kunnen.

Mijn pagina over Nisargadatta is geen samenvatting van zijn werk maar een niet-representatieve verzameling uitspraken uit zijn naam die enigszins aan niet weten doen denken.
Ik zeg ‘uit zijn naam’ omdat er vertalers tussen hem en ons in staan waarvan bekend is dat ze niet altijd even neutraal en objectief waren.
Om over ons lezers nog maar te zwijgen.
Wat de bidijunk zelf heeft gezegd, is net als zijn lichaam en zijn wind en zijn rook en zijn keelkanker en zijn voorouders en zijn nageslacht voorgoed verloren gegaan.
Maar wat zijn exponenten ervan hebben gemaakt, is maar al te goed gedocumenteerd.
Een inspiratiebron is hij voor mij niet geweest, ik heb hem pas een paar jaar geleden ontdekt, toen ik citaten begon te verzamelen.
Afgaand op de bundels Ik Ben/Zijn is Maharaj, of liever het collectief van vertolkers dat uit zijn naam het woord deed, een (on)gelikte praatjesmaker die heel wat mensen heel wat heeft wijsgemaakt, en tot overmaat van ramp diezelfde mensen tot oeverloos napraten en overschrijven heeft geïnspireerd.
Neem alleen al mijn citatenpagina.
Ik durf dit haast niet te zeggen, met al die Nisargadattafluisteraars om ons heen.
Jezus, straks word ik nog gehackt, of gekruisigd.
Of heb jij ooit ook maar één kritisch woord over hem gelezen?
Of zelfs maar gedacht?

Voor Parabrahmadatta Maharaj (Alexander Smit) geldt in grote lijnen hetzelfde.
Behalve dat van die vertalers natuurlijk
Hij heeft mooie dingen gezegd die niet misstaan op een site over niet-weten, maar met zijn karakteristieke speculatieve stelligheid ook enorme wegversperringen opgeworpen.
Ali S. zei graag over zichzelf dat hij een geboren verkoper was, en alles en iedereen aan de man wist te brengen.
Een bijsluiter bij zijn eigen boodschap, die nog steeds niemand ter harte schijnt te nemen.

Of niet-weten hetzelfde is als non-dualisme-min, wat dat ook moge wezen, moet je zelf vaststellen.
Het is niet te hopen voor je, want dan zou non-dualisme-min, wat dat ook moge wezen, equivalent zijn aan de lege leer.
Die, zoals je weet, niks voorstelt.
Mocht je net als veel mensen liever nalezen dan nadenken, dan vind je in mijn interview niet-weten als passe-partout, een halfbakken poging om een aantal spirituele begrippen, waaronder non-dualiteit, terug te voeren op niet-weten.
Uiteraard is dat allemaal holle retoriek, bedoeld om twijfel te zaaien onder de Zelf-zekeren.
Na lezing verbranden en de as uitstrooien over zee.
Wat kan het trouwens schelen of niet weten hetzelfde is als non-dualisme?
Hoop je op die manier niet-weten enig cachet te geven?
Of hoop je je non-dualisme verder uit te hollen?

Hoe niet weten werkt in mijn brein, weet ik niet.
Ik ben geen neuroloog.
Ook de biologie, fysiologie, chemie, fysica en quantummechanica van niet-weten zijn abacadabra voor mij.
Gesteld dat er iets dergelijks aan ten grondslag ligt, of uit voorkomt, of mee gepaard gaat, of wat dan ook.
Ook de logica van niet-weten heeft zich nog altijd niet aan mij geopenbaard.
Vandaar dat het bij holle retoriek blijft.
Pijnlijk, maar ach, dat kan er ook nog wel bij.

De aard van het dwijze denken zul je zelf moeten afleiden uit mijn brieven aan jou, en uit mijn website, die niet alleen tal loze gedachtengangen, om niet te zeggen gedachtenafgangen bevat, maar ook een aantal concrete beschrijvingen.
Het zijn weliswaar verdichtingen, zoals al mijn schrijfsels, zoals mijn gedichten slechts verschrijvingen zijn, maar ze geven toch een indruk.
De verkeerde natuurlijk.
Alsof ik dat niet doorheb.
Helaas, iets beters heb ik niet.
Of je moet toevallig telepaat zijn.

Of er wel zoiets is als het dwijze denken, en zo ja, of zich dat ook in of aan anderen dan Hans van Dam voordoet, of voor zou kunnen doen, zeker in deze mate, is ook voor mij nog steeds de vraag.
Misschien ben ik wel gewoon ontspoord of gestoord, en is niet-weten.nl slechts het dagboek van een gek.
Blijkt deze fase van je zoektocht naar de waarheid een case-study psychiatrie te zijn.
Ja, weet jij veel.
Of misschien zijn alle anderen wel gek, jij ook.
Blijkt mijn zoektocht naar het juiste woord een stratenmaker-op-zee-show te zijn.
Ja, weet ik veel.

De vraag wat mijn besef van niet weten doet in mijn dagelijks leven, is misleidend.
Om te beginnen is niet weten geen besef zoals, bijvoorbeeld, het scepticisme of het pyrronisme.
Ten tweede ken ik geen ander leven dan mijn dagelijks leven.
Ten derde ervaar ik geen verschil (of overeenkomst) tussen mijn dagelijks leven en niet-weten.
Net zomin als ik verschil (of overeenkomst) ervaar tussen mijn dagelijks leven en mijn ademhaling, of mijn dagelijks leven en mijn waarneming, of mijn dagelijks leven en mijn lichaam, en noem maar op.

Geen nood.
Ook zonder in details te treden, begrijp je vast wel dat je hele leven, dus ook het zogenaamd alledaagse, onomkeerbaar op z’n kop staat wanneer al je zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, angstbeelden, kruisbeelden, ziektebeelden, doodsbeelden, lichaamsbeelden, denkbeelden, wereldbeelden, toekomstbeelden, herinneringsbeelden en tijdsbeelden van hun sokkel zijn getrokken.
Waarmee niet gezegd is dat ik niks meer denk of vind of vrees, et cetera.

Genoeg gekoketteerd.
Hoe vond je mijn staart?
Dank voor je leuke vragen, excuses voor mijn ontwijkende antwoorden.
Ontwijken, dat is het enige meesterschap waarop ik aanspraak maak.
En dan nog.

Sterkte met je scheiding, mooie lente,

Rarablablawatte Haharats


Onjuiste denkbeelden

Beste Hans,
Prachtig hè, dat niet-weten. Of zoals Nisargadatta Maharaj het zei:

Laat je onjuiste denkbeelden los, dat is genoeg. Het is niet nodig om juiste denkbeelden te ontwikkelen. Die bestaan helemaal niet.1

  1. uit I am That, p360, geciteerd inNon-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005, pagina 7

Beste X,
Behalve deze zeker.


Beste Hans,
Pardon? Welke zeker?


Beste X,
Dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten.
Dat je je onjuiste denkbeelden los kúnt laten.
Dat het goed is je onjuiste denkbeelden los te laten.
Dat het niet nodig is juiste denkbeelden te ontwikkelen.
Dat het mogelijk is het ontwikkelen van wat voor denkbeelden dan ook tegen te gaan.
Dat er geen juiste denkbeelden bestaan.


Twee maanden later:

Beste X,
Prachtig hè, dat niet-weten?