Brieven advaita

‘Advaita vedanta nog aan toe!’ Het bewustzijn voorbij; correspondenties over non-dualisme en niet-weten.

Plofkop

Beste Hans,
Ik heb maar één vraagje: Waarin verschijnt niet-weten?

Beste X,
Non-dualisten zijn rare jongens en meisjes.
Ik ken er intussen een heleboel en ze zijn echt, eerlijk waar, allemaal even aardig, maar ze hebben echt, eerlijk waar, allemaal dezelfde eigenaardigheid.
Zit je net lekker over X te kletsen of daar komt ie weer, de eeuwige non-vraag: ‘Waarin verschijnt X?’

Heb ik het over mijn lichaam dan is het: ‘Waarin verschijnt je lichaam?’
Heb ik het over mijn hooggevoeligheid dan is het: ‘Waarin verschijnt je hooggevoeligheid?’
Heb ik het over mijn angsten dan is het: ‘Waarin verschijnen je angsten?’
Heb ik het over mijn lief dan is het: ‘Waarin verschijnt je lief?’
Heb ik het over mijn chocoladeverslaving dan is het: ‘Waarin verschijnt je chocoladeverslaving?’
Heb ik het over filosofie dan is het: ‘Waarin verschijnt de filosofie?’
Heb ik het over de boeddha dan is het: ‘Waarin verschijnt de boeddha?’
Heb ik het over god dan is het: ‘Waarin verschijnt god?’
Heb ik het over de dood dan is het: ‘Waarin verschijnt de dood?’
Heb ik het over Hans van Dam dan is het: ‘Waarin verschijnt Hans van Dam?’

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor, tot het onze gedeputeerde Rama’s en Ramana’s en Maha’s en Maharshi’s en Krishna’s en Krishnamurti’s en Nisar’s en Gadatta’s eindelijk behaagt mij in te wijden in het grootste geheim op aarde, dat ze, echt, eerlijk waar, helemaal op eigen kracht ontdekt hebben, eigenlijk al op hun negende, zesde, derde, voordat hun dualistische dierbaren het er met harde hand tot hun dertigste, zestigste, negentigste uitsloegen, en dat ze, echt, eerlijk waar, pas achteraf her-kenden in de einde loze stroom a dvaita boekjes en a dvaitale raren, eh, advaita leraren, die al één al daarom niet van elk ander te onder scheid en zijn om datta waarheid universeel is, en heus niet om datta mensen elkaar nou eenmaal andermaal einde loos na bauwen: ‘In het Bewustzijn, Hans.’
In het Bewustzijn.
Vergeet de hoofdletter niet.
Dat dus niet al één mijn Ware Aard blijkt te zijn maar, in tegenstelling tot al die afschuwelijke aanschouwelijkheden in en om mij heen, ook nog eens Onveranderlijk en Onvergankelijk.
Dit Realiseren heet Verlichting en daarvoor heeft een heldere geest geen seconde nodig.
Hoera.
Maar ja.

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Het juiste woord

Beste Hans,
In de leader van de film Alles over niets vergelijkt Paul Smit de voice-over in ons hoofd met de oude mopperpotten Statler en Waldorf van de Muppets, die vanaf hun balkon eindeloze verhalen vertellen over het leven. Over het Leven, dat zich ondertussen niets van hen aantrekt en gewoon zijn eigen gang blijft gaan. Want wij leiden niet ons leven, het leven leidt ons. Volgens Paul, die spreekt in de traditie van de advaita vedanta, hebben wij geen vrije wil, al proberen de stemmetjes in ons hoofd ons voortdurend wijs te maken van wel. Een intrigerende gedachte, vind je niet?

Beste X,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van Statler en Waldorf is?

Beste Hans,
Jan van Delden gebruikte jaren eerder al een soortgelijke metafoor. Hij had het over de loodsvisjes die doen alsof ze de haai leiden terwijl ze alleen maar mee zwemmen.

Beste X,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de loodsvisjes is?

Beste Hans,
Jan van Delden heeft het ook vaak over de honderdacht Jantjes in ons hoofd. Volgens hem zijn het allemaal praatjesmakers en moeten we ze gewoon leren negeren.

Beste X,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de Jantjes is?

Beste Hans,
Wou jij zeggen dat we toch een vrije wil hebben?

Beste X,
Ik kan wel zoveel zeggen. Maar of ik dat ook wil?

Beste Hans,
Je wou toch niet beweren dat alle goeroes en roshi’s en meesters en leraren op hun beurt slechts manifestaties zijn van de Statlers en de Waldorfs en de loodsvisjes en de Jantjes?

Beste X,
Ik kan wel zoveel beweren.

Beste Hans,
Op wie moet ik me dan verlaten?

Beste X,
Verlaten is het juiste woord.

Beste Hans,
Op mijn innerlijke goeroe?

Beste X,
Die kan wel zoveel beweren.

Beste Hans,
Volgens Jack Kornfield kunnen we ons uitsluitend verlaten op de wijsheid van het hart.

Beste X,
Dat kan wel zoveel beweren.

Beste Hans,
Het hart?

Beste X,
Of welk orgaan dan ook.

Beste Hans,
Of Jack Kornfield?

Beste X,
Of welke Jack dan ook.

Beste Hans,
Hij is anders niet de eerste de beste.

Beste X,
Statler en Waldorf ook niet. En toch zijn het pratende poppen.

Beste Hans,
Maar op wie moet ik me dan verlaten?

Beste X,
Verlaten is het juiste woord.

Hoedjes van papier

Beste Hans,
Het is pas door jouw vertaling van non-dualiteit in ‘geen onderscheid weten te maken’ dat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Alles is één want welk verschil zich ook aan je voordoet, uiteindelijk blijkt het niet hard te maken. Alle grenzen zijn kunstmatig. Dat is ook de diepere betekenis van a-dvaita: niet-twee. Geen onderscheid weten te maken. Alles is één!

Beste X,
Advaita is een schitterende term die vaak verkeerd begrepen wordt.
In mijn visie behoort hij tot het apofatische, dat wil zeggen, ontkennende spreken.
Apofatisch spreek je als je wilt zeggen hoe iets niet is zonder te zeggen hoe het wel is.
Het is een vorm van tegenspreken.
Een apofatische uitspraak is geen eigen stellingname maar een ontkenning van andermans stellingname.
A-dvaita, niet-twee, non-dualisme, is simpelweg een ontkenning van dvaita, twee, dualisme.
Niet voor het niets wordt het gekwalificeerd door de niet mis te verstane term ‘vedanta’.
Vedanta, de ‘anta’ van de ‘veda’, is Sanskriet voor ‘het einde van de wijsheid’.
‘Advaita vedanta’ bestrijdt andermans wijsheid zonder zelf aanspraak op wijsheid te maken.

Advaita is een ‘nietes’ tegen het ‘welles’ van dvaita.
Niet meer en niet minder.
Mensen houden niet van nietes dus maken ze er gauw weer een welles van.
‘Niet-twee’, redeneren ze, betekent eigenlijk ‘één’.
En ‘advaita vedanta’ betekent eigenlijk: ‘alles is één’.
Nou, dat betekent het dus niet.
Anders had het wel eka veda geheten of zoiets, de wijsheid van de of het ene of van eenheid.
Maar het heet advaita vedanta, in de betekenis van niet-twee, het einde van de wijsheid, en daarmee basta.
Want hoe verheven het ook klinkt in zo’n dode taal, eigenlijk is het niet meer dan een krachtterm.
Je hoort hem met stemverheffing uit te spreken en daarbij met je vuist op tafel te slaan.
‘Advaita vedanta!’
‘Ja maar…’
‘ADVAITA VEDANTA NOG AAN TOE!’

Beste Hans,
Wat kan niet-twee anders betekenen dan één?

Beste X,
Van niet-twee naar één is net zo’n grote sprong als van niet vol naar leeg of van niet heet naar koud of van niet vies naar lekker of van niet lelijk naar mooi of van niet vliegend naar kruipend of van niet rokend naar drinkend of van niet geel naar rood of van niet levend naar dood.
Het is een bokkensprong.
Een noodsprong.
Een foutsprong.
Non-dualisme is enkel een ontkenning van het dualisme, geen bevestiging van het monisme.

Iedere tijd en iedere context roept zijn eigen nietes op.
Een wegwerpleus tegen een modieus simplisme.
Tegen het wild woekerende dualisme van de Verlichting weert men zich met een non-dualisme.
Tegen het wild woekerende postmodernisme van de vorige eeuw weert men zich met een non-pluralisme.
Tegen het wild woekerende eenheidsdenken van deze eeuw weert men zich met een non-monisme.
Tegen het wild woekerende new-age denken van de nieuwe tijd weert men zich met een non-holisme (en ten einde raad met een alco-holisme).

Al deze non-termen verwijzen niet naar de laatste waarheid of de hoogste werkelijkheid maar verzetten zich slechts tegen een dominante vorm van reductionistisch denken.
Ze spreken niet-sprekend uit naam van een radicaal niet-weten dat nooit iets anders verkondigt dan de ‘lege leer’.
Dat wil zeggen: niets en dat ook niet.
Te gewoontjes?
Noem het dan maar ‘vedanta’.

Beste Hans,
Ja, misschien is eenheid niet zo’n beste term, maar is twee werkelijk twee? Is de waarnemer niet het waargenomene? Is dát niet de boodschap van advaita vedanta? En zijn wij niet die boodschap? Zijn wij niet dát?

Beste X,
Ja, weet ik veel of de waarnemer het waargenomene is.
Ik kan het allemaal niet uit elkaar houden en ik kan het allemaal niet bij elkaar krijgen.
Tel uit je winst.
Zelf bén ik geen boodschap en héb ik geen boodschap, zelfs niet de boodschap dat er geen boodschap is.
Dat is de blijdste boodschap die ik ooit heb gekregen of ben geweest.
Die ik nooit heb gekregen en nooit ben geweest.
En geen hond die hem begrijpt.
Dus het begin is er.
Het is tevens de leegste boodschap die ik (n)ooit heb gekregen.
Toch ben ik er helemaal vol van.
En geen hond die het begrijpt.
Dus het begin is er.

Beste Hans,
Dus volgens jou is advaita vedanta alleen maar een nietes tegen dvaita?

Beste X,
In ieder geval voor de duur van deze correspondentie.

Beste Hans,
Maar helaas werd het zelf weer een welles.

Beste X,
Toen advaita vedanta begon te verstarren, zoals het nou eenmaal moest, bedachten de onversaagde Indiërs algauw een volgend nietes dat ze dvaita advaita vedanta noemden.
En toen dvaita advaita vedanta begon te verstarren, zoals het nou eenmaal moest, bedachten de onversaagde Indiërs algauw een volgend nietes dat ze advaita dvaita advaita vedanta noemden.
Zie je het patroon?

Beste Hans,
Echt waar?

Beste X,
We zijn hier niet op de universiteit.

Beste Hans,
Ik bedoel, is het academisch verantwoord wat je zegt?

Beste X,
Ik bedoel, pluis dat maar eens uit. En laat het mij ook even weten.

Beste Hans,
Is niet-weten het enige wat helpt tegen verstarring?

Beste X,
Niet weten is niet iets wat helpt tegen verstarring.
Niet weten is niet iets wat helpt tegen wat dan ook.
Het is geen remedie of panacee.
Het is geen therapie of methode of gereedschap.
Het is geen naaimachineolie om het zwoegende, piepende en krakende brein te smeren.
Het is niet iets wat je doet of toepast of uitvoert of praktiseert of presteert.
‘Niet weten’ is gewoon een oorspronkelijk pretentieloze, aan het dagelijks spraakgebruik ontleende uitdrukking om aan te geven dat je het op het gebied van de levensvragen allemaal niet meer weet.
Zonder daar nog mee te zitten.

Onvermijdelijk wordt zelfs een klein kinderwoord als ‘niet weten’ vroeger of later een duur dogma waar dikdoeners goede sier mee gaan maken.
Je ziet het overal gebeuren.
Steeds vaker wordt het gebruikt in de zin van ‘het mysterie van het leven’ of ‘dat wat ik ten diepste ben’ of ‘het kennen dat zelf op geen enkele wijze gekend kan worden’ of ‘de ene, alomvattende geest’ of ‘de leegte waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat’ of de ‘stilte van het hart’ of ‘het derde oog’ of ‘onze fundamentele openheid’ of ‘de onvoorwaardelijke liefde die wij zijn’ of ‘het eeuwige hier en nu’ of ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ga maar door en hou maar op.

Daarmee wordt niet weten een waarheid, een werkelijkheid, een grond, een zekerheid, een steen der wijzen, een ding, een schepper, een god, een iets, een niets, een plaats, een tijd, een leidraad, een ideaal, een norm, een hebbeding, een afgodsbeeld, een amulet, de zoveelste toverstok om het geluk af te dwingen, het zoveelste voetstuk om boven jezelf en de medemens uit te stijgen.
Transcendentie, weet je wel.

Daarmee wordt niet weten, net als alle andere termen die zich er tevergeefs aan hebben proberen te ontworstelen, ingekapseld door de Eeuwige Wijs-Dom die spiritualiteit heet.
Leuzenspiritualiteit, om precies te zijn.
Met p(l)akkende slogans die zelfs het meest onverzettelijke verstand nog in hun ban weten te krijgen.
‘Niemand hier!’
‘Alles is volmaakt!’
‘Alleen maar dit!’
‘Ik ben dát!’
‘Niet alleen maar al-één!’

Beste Hans,
Dus volgens jou is niet alles één?

Beste X,
Schei toch uit.

Beste Hans,
Geef nou eens antwoord!

Beste X,
Eén in welk opzicht?
Hoe stel je zoiets vast?
Wat bedoel je met ‘alles’?
Wat maakt het eigenlijk uit?

Beste Hans,
Niet-twee, niet-één, wat dan wel?

Beste X,
Een, twee, drie, vier…

Beste Hans,
Hè?

Beste X,
Hoedje van, hoedje van,
Een, twee, drie, vier,
Hoedje van papier.

Beste Hans,
Eerst een kinderwoord en nou weer een kinderliedje. Ik voel dat we steeds dichter bij de hoogste wijsheid komen. ;-)

Beste X,
En als het hoedje dan niet past…

Beste Hans,
Zet je het in een glazen kast?

Beste X,
Een, twee, drie, vier…

Off the hook

Beste Hans,
Zijn of niet-zijn, ook dat is de vraag niet, schrijf je ergens op je website. Daar ben ik het mee eens. Zijn of niet-zijn is geen vraag, maar Zijn is wel het antwoord. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet het concept ‘zijn’ maar het Zijn zelf, datgene wat door geen filosofie omvat kan worden. Het concept ‘zijn’ doet het Zijn tekort maar dat geeft niets want het Zijn zelf is onaantastbaar. Het concept ‘zijn’ voegt ook niets toe want alles is al. Daar is geen filosofie voor nodig. Het kan aan Zijn nooit ontbreken.

Natuurlijk kan zijn ontkend worden door niet-zijn. Maar niet-zijn is een vorm van zijn! Ook niet-zijn is, in ieder geval als stelling. Alleen al het feit dat er iets gesteld kan worden ten aanzien van zijn of niet-zijn bewijst dat zijn is. Dat kan niet anders. Iets moet eerst zijn voordat het gekend of ontkend of genegeerd kan worden.

Zijn is de bodem, verder dan Zijn kan ik niet komen, Zijn is de basis van alle dingen en wezens, van alle bestaan. Zijn is niet gekoppeld aan mijn persoon, het staat er niet buiten; het is persoonlijk noch onpersoonlijk. Er is alleen het ongedefinieerde Zijn. Dit Zijn sluit niets uit, ook het benoemen en definiëren niet, want wat is, is.

Waar ik ook ben, wat ik ook doe, ieder moment is het ongescheiden Zijn mijn ingrond. In dit ongescheiden Zijn ingebed vinden we lichaam-ervaring, de bundels van gedachten, gevoelens en waarnemingen die in het boeddhisme de skandha’s worden genoemd. De persoon. In dat ervaren, denken, voelen en kennen verschijnt via de zintuigen ook de wereld waarin wij leven. Dit alles is niets anders dan gemanifesteerd Zijn. Het manifeste Zijn verschijnt en verdwijnt in het ongemanifesteerde Zijn. Alles komt en gaat in tijdloos Zijn.

Het concept ‘zijn’ is slechts een zwakke afspiegeling van het ware Zijn maar in intellectueel opzicht kunnen we dunkt mij niet dichterbij komen. Daarom aanvaard ik het concept ‘zijn’ als de best denkbare, de zuiverste uitdrukking, zowel filosofisch als religieus, van het ware Zijn. Het concept ‘zijn’ is onschuldig want het is geen dogma, het stelt niet en het eist niet. Aangezien alles Zijn is kunnen we alles onder de noemer ‘zijn’ brengen. In Zijn is overal ruimte voor en blijft niets onopgemerkt.

Omdat het ware Zijn zich niet in woorden laat vangen, schieten al deze woorden, die zelf in Zijn verschijnen, hopeloos tekort. Maar voor
deze korte beschouwing over Zijn durf ik mijn handen in het vuur te steken. Wat Zijn is weet ik natuurlijk niet, ik kan het niet weten en ik wil het niet weten. Zijn is een mysterie en de kunst is het mysterie mysterie te durven laten zijn. Er hoeft geen weten of verklaren of benoemen aan toegevoegd te worden.

Ik zeg dit alles niet in zijn algemeenheid maar alleen voor mezelf. Ik kan niet voor anderen spreken, ik ken niemand van binnenuit behalve mezelf, en ik verlang er niet naar mijn gedachten aan anderen op te dringen. Ik ben een zijnsdominee met een lege kerk. Alleen aan jou durf ik mijn preek te sturen, wetend dat je er geen aanstoot aan zult nemen en rustig in niet-weten zult verblijven, wat ik ook zeg.

Beste X,
Dank voor je fraaie verhaal over het ware Zijn.
Ik heb het weleens slechter verwoord gezien.
Daarom mag jij gerust mijn zijnsdominee zijn.
Dan ben ik jouw lege kerk.
Want verschil moet er zijn.
Zelfs in het ongedefinieerde Zijn.
Nog een verschil:
Jij hebt iets om je hand voor in het vuur te steken.
Dat moet een heerlijk gevoel zijn.
Zo’n derdegraads verbranding.
Zelf loop ik er liever omheen.
Om het vuur bedoel ik.
Als ik mijn hand dan toch ergens in moet steken, dan maar in iets lauws.
Ik zou ook kunnen zeggen: waarvoor zou ik mijn hand in het vuur moeten steken?
Ik bén het vuur.
Maar ja.
Dan kan ik dát weer gaan tegenspreken.

Ben jij trouwens een fan van Descartes?

Beste Hans,
Descartes is niet mijn specialiteit dus ik heb hem maar weer eens opgezocht. Cogito ergo sum, ik denk dus ik ben. Maar dat beweer ik nou net niet. Volgens mij heb je mij helemaal verkeerd begrepen. Verbazingwekkend. Het is precies andersom, ik ben dus ik denk. Beter nog: Ik ben dus ik word gedacht. Heb ik het dan zo onduidelijk uitgelegd? Of heb jij zo slordig gelezen?

Beste X,
In je eerste brief, tweede alinea, schrijf je:

‘Natuurlijk kan zijn ontkend worden door niet-zijn. Maar niet-zijn is een vorm van zijn! Ook niet-zijn is, in ieder geval als stelling. Alleen al het feit dat er iets gesteld kan worden ten aanzien van zijn of niet-zijn bewijst dat zijn is. Dat kan niet anders! Iets moet eerst zijn voordat het gekend of ontkend of genegeerd kan worden.’

Dat er iets gesteld kan worden bewijst dat er iets is, zeg je hier toch? Het zijn gaat vooraf aan het kennen?
Descartes schrijft: dat ik twijfel bewijst dat ik moet zijn (dubito ergo sum; beter bekend als het cogito, afgeleid van cogito ergo sum – ik denk dus ik ben).
Oftewel mijn zijn gaat vooraf aan mijn twijfelen/kennen.
Ik zie het verschil niet, behalve dat Descartes het had over zijn eigen bestaan en jij over zijn in het algemeen.

Cogito ergo sum of sum ergo cogito, het zal me worst wezen.
Of het zijn nou in het kennen verschijnt of het kennen in het zijn of beide of geen van beide.
Voer voor filosofen.
Ik reken mij niet tot de filosofen.
Juist het idee dat je over dit soort zaken met stelligheid iets, wat dan ook, kunt zeggen, bevestigend of ontkennend of anderszins, is bij mij verdwenen.
Dat geldt ook voor jouw opvatting dat je wordt gedacht omdat je bent.
Ik neem aan dat je hiermee wil zeggen dat jij het niet bent die denkt, of dat er geen jij is die denkt, maar dat je wordt gedacht, dat het Zijn in jou denkt, of in zichzelf, of zichzelf?
Mij lijkt dat een fatalistisch monisme, niet minder juist maar ook niet juister dan het gangbare activistisch dualisme volgens welke de mens oorsprong en meester is van zijn gedachten, maar niet van de wereld waarin hij zichzelf denkende aantreft.
Zo ruil je het ene isme in voor het andere en ziet het aan voor een bevrijdend inzicht.
Zelf weet ik niet of ik denk of gedacht wordt, en ook niet of ik wel of niet ben, en ook niet of ik het ongedefinieerde zijn of het gedefinieerde zijn ben of beide of geen van beide, en ook niet waar die termen allemaal voor staan en of ze wel ergens voor staan.
Ik weet het gewoon niet en daar ben ik niet trots op en daar schaam ik me niet voor en daar kan ik prima mee leven.

Jij houdt er volbloed gedachten op na, een hele stal vol, en ik zie dat ze veel voor je betekenen maar bij mij gaan ze het ene oor in en het andere oor uit.
Net als mijn bloed.
Net als alle andere spirituele en metafysische gedachten die massaal in omloop zijn gebracht sinds de kerk in het verdomhoekje zit.
Voor geen daarvan steek ik mijn hand in het vuur, noch enig ander lichaamsdeel, noch mijn geest noch mijn ziel noch mijn zaligheid noch mijn hart noch mijn zijn noch mijn niet-zijn.

Maar ga gerust je gang.

Beste Hans,
Ik vond een citaat van Peter Ralston op jouw website:

‘Voordat er sprake kan zijn van weten moet er eerst ruimte voor zijn, een staat van niet-weten.’

Daar kan ik me prima in vinden. Weten is gedifferentieerd Zijn, niet-weten is ongedifferentieerd Zijn en als ze al niet aan elkaar gelijk zijn dan is weten toch de kenmodus van het gedifferentieerde Zijn en niet-weten de kenmodus van het ongedifferentieerde Zijn. Weten is de weg waarlangs wij kennis nemen van de dingen en de wezens, niet-weten de weg waarlangs wij kennis nemen van hun onuitsprekelijke Bron. Het ongedifferentieerde Zijn en het gedifferentieerde Zijn zijn de keerzijden van één Zijn. Weten en niet-weten verschijnen (en verdwijnen) in het ene Zijn dat wij zijn.

Hans, ik ben me ervan bewust dat ik mijn gedachten nog verder moet ontwikkelen. Ik word steeds helderder maar het is nog steeds niet helemaal uitgekristalliseerd. Ik ben er nog niet klaar mee. Eerlijk gezegd worstel ik ermee. Het zal wel onderdeel zijn van het creatieve brein, een leven in wording (en stervende).

Beste X,
Weten, niet-weten, zijn, niet-zijn, gedefinieerd zijn, ongedefinieerd zijn, tijdloos zijn, voor mij zijn het allemaal maar woorden.
Wie zegt dat er iets achter zit?
Je brengt allerlei onderscheidingen aan op grond van vage intuïties en nog vagere motieven waar ik niet eens naar wil raden.
Je splijt hemel en aarde en breekt je vervolgens het hoofd over de vraag hoe ze samenhangen.
Net als in het christendom:
‘Is er een weg voor de ziel van het voorgeborchte naar de hemel?’
‘Wat is het verband tussen de ziel en de geest?’
‘Is het woord van de paus het Woord van God?’
‘Staan beschermengelen ook onder het gezag van aartsengelen?’
‘Hoe kunnen zulke heterogene wezens als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest een Heilige Drie-eenheid vormen?’
Of in de natuurkunde:
‘Waarom draait de zon om de aarde?’
‘Wat bindt flogiston aan de materie en hoe kan het bij verbranding vrijkomen?’
‘Wat zijn de eigenschappen van de ether waarin de lichtgolf zich voortplant?’
‘Waarom verzet de natuur zich tegen een vacuüm?’
‘Wat is de golflengte van wit licht?’

Als ik vraag: ‘Hoe lang is de standaardmeter in Parijs?’ dan ben jij zo iemand die zonder blikken of blozen zegt: ‘Precies één meter.’
Als ik vraag: ‘Hoeveel weegt de zwaartekracht?’ dan zeg jij ogenblikkelijk: ‘9,8 meter per seconde kwadraat.’
Zonder je maar één moment om de geldigheid van de vraag te bekommeren.

Ik bestrijd je niet, X.
Ik spreek je taal niet.
Ik ben geen kosmoloog.
Voor ideeën over zijn moet je bij Douglas Harding of Tony Parsons zijn.
Bij Parmenides, bij Heidegger.
Bij het hindoeïsme, de upanishaden, weet ik veel.
Bij Peter Ralston, die je met instemming citeert.

Zelf citeer ik ook, maar nooit met instemming.
Voor ideeën, welke dan ook, kun je niet bij mij terecht.
Ik weet alleen maar niet.
Met niet-weten in de betekenis van ‘zijn’ of als kenmodus daarvan, heeft dat niets te maken.
Net zomin als de bank waarop je tv kijkt iets te maken heeft met de bank waarop je geld staat.
En spiritueel gezien ben ik geen ‘leven in wording (en stervende)’ maar gewoon zo dood als een pier.
Of, nu we het toch over wormen hebben: off the hook.

Beste Hans,
‘Zijn’ is het refrein, Hein! ‘Zijn’ behoeft niets! Ook geen weten of niet weten! Het maakt Zijn niets uit of ik iets denk te weten of niet! Dat wat is is, ook de gedachten over wat dan ook! Ook de gedachten over Zijn! Weten en niet weten verschijnen in Zijn en niet andersom! Daar steek ik mijn hand voor in het vuur! ‘Zijn’ laat zich door geen enkel idee claimen! ‘Zijn’ gaat vooraf aan alle ideeën! Ideeën zijn simpelweg prachtige of lelijke manifestaties van ‘zijn’! ‘Zijn’ is de ingrond van al wat is – of je dat nou gerealiseerd hebt of niet!

Jou zegt het allemaal niets want jij weet het niet. Ook dat is Zijn! Wat kan ik zeggen om je binnen te leiden in de ingrond van ons bestaan?

Hoe is het trouwens met je gezondheid?

Beste X,
Ik heb maling aan herhaling, paling.
Maar maak je niet sappel, appel.
Dat het mij allemaal niets zegt, zegt mij ook niets.
Dat ik het allemaal niet weet, weet ik ook niet.
Van mij heb je niets te vrezen.
Dus wat is het probleem?
Ik voor mij ben allang blij dat je alleen maar je hand aan het vuur brandt.

Wat mijn gezondheid betreft:
Ik ben nog steeds hondsmoe, maar gelukkig is het gevoel van malaise weer even weggetrokken.
Zonder energie kan ik best leven.
Heerlijk in mijn eigen roes, poes.
Welke roes?
De roes zonder smoes.
De lege roes.

Koeskoes,

Je roomsoes

p.s.
Waarom schrijft een zijnsfanaat als jij een kwenie als ik?

Beste Hans,
Omdat ik ten diepste niet weet wat Zijn is!

Beste X,
Maar wel dát het is?

Beste Hans,
Bestaan en niet-bestaan verschijnen in Zijn, niet andersom! Wat ons verbindt is dat ik geen idee heb wat dat Zijn kan zijn.

Beste X,
Waarom treed je dan toch als Zijn woordvoerder op?

Beste Hans,
Wat bedoel je daar nou weer mee.

Beste X,
Als je mij hoort roepen:

‘God behoeft niets! Het maakt God niets uit of ik iets denk te weten of niet! Weten en niet weten verschijnen in God en niet andersom! God laat zich door geen enkel idee claimen! God gaat vooraf aan alle ideeën! God is de ingrond van al wat is, of je dat nou gerealiseerd hebt of niet!’

klink ik dan als iemand die met lege handen staat of als een hogepriester met een hotline naar de hemel die zijn godje haarscherp in het snotje heeft?

Beste Hans,
Het is het Zijn dat in mij spreekt en niet ik die van het Zijn spreek.

Beste X,
Maurice Merleau Ponty, Le visible et l’invisible.

Beste Hans,
En wat dan nog?

Beste X,
Hoe weet je dat het Zijn niet in jou liegt?

Beste Hans,
Ik ben het Zijn zelf! Niet wát ik ben maar dát ik ben is wat telt. Er-zijn, niet zo-zijn. Ik bén, zegt Ramana Maharshi. Ik ben hier. Ik ben altijd hier. Ik ben alleen maar hier. Ik ben Dát. Tat tvam asi. Ik ben Zijn. Ik ben bewust zijn. Ik ben bewustzijn. Zelfbewustzijn ingebed in albewustzijn. Albewustzijn is het hoogste bewustzijn, ook al heeft zelfbewustzijn reeds een vermoeden van albewustzijn. Albewustzijn is het hoogste Zijn. Het hoogste Zijn is mijn ware Zelf. Ik ben het Zijn zelf. Alles verschijnt in het Zijn dat ik ben!

Beste X,
Als alles verschijnt in het Zijn dat je bent, dan ook het idee dat alles verschijnt in het Zijn dat je bent.
Hoe weet je dan dat dit idee op waarheid berust?
Er zijn duizenden ideeën over onze zogenaamde ingrond in omloop – monistisch, non-dualistisch, dualistisch, pluralistisch, holistisch, materialistisch, idealistisch, essentialistisch, theïstisch, agnostisch, atheïstisch et cetera – die elkaar allemaal negeren of tegenspreken.
Allemaal uit gezaghebbende bron, conform een onfeilbare traditie of intuïtie, ondersteund met onweerlegbare argumenten op grond van evidente en onbetwijfelbare uitgangspunten en onderschreven door hechte gemeenschappen, parochies, sangha’s, kloosters, clans, sektes, instituten, bendes, noem maar op.
Waarom zou juist jouw idee op waarheid berusten, en al die andere niet?

Beste Hans,
Wat zou jij zeggen?

Beste X,
Niets.

Beste Hans,
Helemaal niets?

Beste X,
Ik zeg niet wie ik ben.
Ik zeg niet wat ik ben.
Ik zeg niet dat ik ben.
Ik zeg niet dat ik er ben geweest.
Ik zeg niet dat ik nooit ben geweest.
Ik zeg niet dat zijn mijn ingrond is.
Ik zeg niet dat het dat niet is.
Ik zeg niet dat iets anders mijn ingrond is.
Ik zeg niet dat er geen ingrond is.
Ik zeg niet dat je dat niet kunt weten.
Ik zeg niet dat ik niks weet.
Ik zeg niet dat je niets mag zeggen.
Ik zeg niet dat er niets te zeggen valt.
Ik zeg alleen maar niets.
(Dit heb ik niet gezegd.)

Beste Hans,
Ook lekker.

Beste X,
Je moest eens weten.

Beste Hans,
Ik wéét.

Beste X,
Dan zal dat het verschil wel zijn.

Beste Hans,
Ik geef het op.

Beste X,
Ik heb het al jaren geleden opgegeven.

Beste Hans,
Je ziet het of je ziet het niet.

Beste X,
Mij niet gezien.

De zen van zijn

Niet het zien, niet het zijn
Niet het zien én het zijn
Niet het zien noch het zijn
Niet het zien van het zijn
Niet het zijn van het zien
Niet het zien in het zijn
Niet het zijn in het zien
Niet het zien van het zien
Niet het zijn van het zijn
Niet het zien zonder zien
Niet het zijn zonder zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het niet-zijn
Niet het zijn én het niet-zijn
Niet het zijn noch het niet-zijn
Niet het zijn van het niet-zijn
Niet het niet-zijn van het zijn
Niet het zijn in het niet-zijn
Niet het niet-zijn in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het niet-zijn van het niet-zijn
Niet het zijn zonder zijn
Niet het niet-zijn zonder niet-zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het worden
Niet het zijn en het worden
Niet het zijn noch het worden
Niet het zijn van het worden
Niet het worden van het zijn
Niet het zijn in het worden
Niet het worden in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het worden van het worden
Niet het zijn zonder zijn
Niet het worden zonder worden
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het zijn, niet het bewustzijn
Niet het zijn en het bewustzijn
Niet het zijn noch het bewustzijn
Niet het zijn van het bewustzijn
Niet het bewustzijn van het zijn
Niet het zijn in het bewustzijn
Niet het bewustzijn in het zijn
Niet het zijn van het zijn
Niet het bewustzijn van het bewustzijn
Niet het zijn zonder zijn
Niet het bewustzijn zonder bewustzijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het hierzijn, niet het daarzijn
Niet het hierzijn en het daarzijn
Niet het hierzijn noch het daarzijn
Niet het hierzijn van het daarzijn
Niet het daarzijn van het hierzijn
Niet het hierzijn in het daarzijn
Niet het daarzijn in het hierzijn
Niet het hierzijn van het hierzijn
Niet het daarzijn van het daarzijn
Niet het hierzijn zonder hierzijn
Niet het daarzijn zonder daarzijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het er-zijn, niet het zo-zijn
Niet het er-zijn en het zo-zijn
Niet het er-zijn noch het zo-zijn
Niet het er-zijn van het zo-zijn
Niet het zo-zijn van het er-zijn
Niet het er-zijn in het zo-zijn
Niet het zo-zijn in het er-zijn
Niet het er-zijn van het er-zijn
Niet het zo-zijn van het zo-zijn
Niet het er-zijn zonder er-zijn
Niet het zo-zijn zonder zo-zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Een waterhoofd

Beste Hans,
Wat komt het eerst: kennen of zijn? Gaat het zijn vooraf aan het kennen of gaat het kennen vooraf aan het zijn? Of staan ze wellicht op hetzelfde plan? Of zijn ze misschien zelfs identiek? Of zijn beide gebaseerd op iets fundamentelers? En analoog aan deze vraagstelling: ligt de epistemologie ten grondslag aan de ontologie of de ontologie aan de epistemologie? Ik kom er niet uit.

Beste X,
Ik ook niet.

Beste Hans,
Volgens mij is zijn de ingrond van het kennen. Wat denk jij?

Beste X,
‘Zijn’ is maar een raar woord.
Het is van oorsprong een werkwoord dat je in staat stelt zinnetjes te vormen.
In het dagelijks taalgebruik zeg je bijvoorbeeld: ‘hier is de deur’, ‘daar is de brievenbus’; en dat werkt best.
Maar als je een beetje filosofisch bent aangelegd, ga je je vanzelf een keer afvragen wat die deur en die brievenbus gemeen hebben.
Nou, ze hebben een andere vorm en een andere functie, dus dat kan het niet zijn.
Maar alle twee zijn ze, constateer je nadat je de zinnetjes woord voor woord vergeleken hebt.
Hier is de deur.
Daar is de brievenbus.
En zo wordt het begrip ‘zijn’ geboren.

Werkwoorden roepen geen vragen op.
Begrippen roepen wel vragen op.
De eerste vraag is natuurlijk: wat is ‘zijn’?
Vragen roepen antwoorden op.
Dus sla je aan het denken, je kletst eens met deze, je zwetst eens met gene, je leest een paar boekjes, je filosofeert nog een beetje verder en voor je het weet heb je het over de ‘isheid der zijnden’, over ‘zijnsgronden’ en ‘zijnsoordelen’, over het ‘zelfzijn’ en het ‘alzijn’, over het ‘hierzijn’ en het ‘daarzijn’, over het ‘Dasein’ en de ‘zijnsgesteldheid’ en de ‘zijnsvergetelheid’ en het ‘in-de-wereld-zijn’ en het ‘niet-zijn’ als een bijzondere vorm van ‘er-zijn’ en het ‘zo-zijn’ versus het ‘anders-zijn’, en van lieverlee ga je steeds gekker praten en dingen zeggen als ‘ik-ben-heid is mijn wezensgrond’ of ‘het gedifferentieerde zijn ontstaat via een mysterieus wordingsproces uit het ongedifferentieerde zijn en keert er aan het einde van zijn zijn door ontwording moeiteloos in terug’ of ‘alle dingen zijn ér maar niet alle dingen zijn zó dus het zo-zijn gaat vooraf aan het er-zijn’.
Wat eerst ballonnetjes in je hoofd waren – ‘zijn’ en ‘er-zijn’ en ‘zo-zijn’ en ‘daarzijn’ – wordt steeds reëler voor je.
De ballonnetjes in je hoofd worden dingen in de werkelijkheid of aspecten van die werkelijkheid.
Sommige van die ballonnetjes hebben het in zich om te worden aangezien voor de werkelijkheid zelf, of voor de essentie daarvan, of voor de hoogste vorm of de bron en bestemming ervan:

  • Het Goede!
  • Het Zelf!
  • Perfectie!
  • Zijn!
  • Schoonheid!
  • Waarheid!
  • Non-dualiteit!
  • Eenheid!
  • Leegte!
  • Verscheidenheid!
  • God!

De wereld in één woord.
Dat is pas (be)grip.

Beste Hans,
En ‘kennen’?

Beste X,
‘Kennen’ is ook al zo’n raar, abstract woord.
In het dagelijks taalgebruik zeg je bijvoorbeeld: ‘ik weet waar een brievenbus voor is’, ‘ik weet hoe ik een deur moet gebruiken’; en dat werkt best.
Maar als je een beetje filosofisch bent aangelegd, ga je je vanzelf een keer afvragen wat die beide vormen van weten met elkaar gemeen hebben, en voor je het weet heb je het over ‘de kennis’ en ‘het kennen’ van ‘het gekende’ door ‘de kenner’, en over ‘kennendheid’; je zegt ‘de hoogste kennis heeft geen object’ of ‘ik ben de kenner, niet het gekende’ of ‘ik ben de kenner én het gekende’ of ‘ik ben de kennis zonder leraar’ of ‘kennendheid is mijn ware aard en het hoogste zijn’ of ‘het gekende wordt gekend door het onkenbare kennen’.
En nóg word je niet uitgelachen.
Dus waarom zou je jezelf nog inhouden?

Je definieert ‘het kennen’ als een ‘functie’ van de ‘geest’ gebaseerd op het ‘aspectloze bewustzijn’ waarin zich ‘verschijnselen’ voordoen die door het ‘richten’ van de ‘aandacht’ via de ‘intentionele boog’ tot ‘evidente’ ‘inzichten’ leiden.
Je onderscheidt het onbewuste van het onderbewustzijn, het individuele van het collectieve onderbewustzijn, het onderbewustzijn van het bovenbewustzijn, het zelfbewustzijn van het albewustzijn, het ik-bewustzijn van het godsbewustzijn; je vergeet intussen niet ze alle onder te brengen in het Universele Bewustzijn dat je bént; en je inventariseert, interpreteert, verabsoluteert en relativeert onvermoeibaar de overeenkomsten, verschillen en verbanden tussen de verschillende vormen van bewustzijn onderling en het brein, het hart, de ziel, de geest, het zelf, de boeddhanatuur, de godheid en wie en wat al niet.

Zo ontstaat een waterhoofd dat zelfs de sterkste benen niet meer kunnen dragen.

Beste Hans,
Wou jij mij een waterhoofd noemen?

Beste X,
‘Waterhoofd’ is ook al zo’n raar, abstract woord.

Beste Hans,
Je hebt mijn vraag over epistemologie en ontologie nog niet beantwoord.

Beste X,
Als je niet eens weet waar ‘zijn’ en ‘kennen’ precies voor staan, en of ze wel ergens voor staan, laat staan wat hun onderlinge relatie is, waarom zou je je dan nog druk maken over de vraag of de zijnsleer vooraf gaat aan de kenleer of omgekeerd?

Beste Hans,
In je antwoorden zie ik echo’s van het middeleeuwse debat tussen de realisten, die volhielden dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en dat ieder woord derhalve correspondeert met iets werkelijks; en de nominalisten, die stelden dat alle woorden loze abstracties zijn – zelfs schijnbaar concrete woorden als ‘deur’ en ‘brievenbus’.

Beste X,
Hadden ze toen al brievenbussen?

Beste Hans,
Volgens mijn postbode wel.

Beste X,
Tegen de realist zou ik zeggen: met welke realiteit correspondeert de illusie en tot welke categorie behoort u?
Tegen de nominalist zou ik zeggen: nominalisme is ook maar een woord; wat maakt dat u?
Tegen jou zou ik zeggen: wat bedoel je precies met ‘taal’ en ‘afspiegeling’ en ‘woord’ en ‘iets werkelijks’ en ‘loos’ en ‘abstractie’ en ‘schijnbaar’ en ‘concreet’?
En let eens op, terwijl je dat uitvogelt, hoe ballonnetjes betonblokken worden.
En let eens op, terwijl je daarop let, hoe de gedachte dat ballonnetjes betonblokken worden, een betonblok wordt.
Een blok aan je been.
Een molensteen.
Die je aanziet voor een mijlpaal.
En let eens op, terwijl je daarop let, hoe het opletten zélf een betonblok wordt.

En let dan eens niet op.

Beste Hans,
Ik zie ook echo’s van de analytische wijsbegeerte van onder meer Gilbert Ryle en Ludwig Wittgenstein, die zich fanatiek verzetten tegen de correspondentietheorie dat taal een afspiegeling is van de werkelijkheid en betoogden dat het (taal bedoel ik) alleen maar een instrument is.

Beste X,
Als ‘Ryle’ en ‘Wittgenstein’ niet met iets werkelijks correspondeerden, wie heeft dan hun boeken geschreven?
Als hun boeken niet met iets werkelijks correspondeerden, wat heb jij dan gelezen?
En als jij niet met iets werkelijks correspondeert…

Zelfs als Ryle en Wittgenstein er waren dan zijn ze er nu niet meer dus kennen ze ook niet meer, neem ik hier maar even aan; wat ons evengoed niet verhindert om hun (of ‘hun’) namen (of ‘namen’) te gebruiken.
Of kennen ze niet meer omdat ze niet meer zijn?
Of is niet-zijn hetzelfde als niet-kennen, en zo ja, volgt dan uit deze identiteit dat kennen inderdaad hetzelfde is als zijn?
Of zijn kennen en zijn inderdaad manifestaties van een gemeenschappelijke (on)grond, laten we zeggen, het numineuze of de menigvuldigheid of niet-weten of de liefde of de vermoorde onschuld of groene energie of het al of het dan niet?
Hoe stel je zoiets vast, en vooral, hoe laat je het weer los?

Ik weet zeker dat deze diepzinnige vragen bij jou in goede handen zijn.

Beste Hans,
Volgens mij was dit geen compliment.

Beste X,
Parallellen zijn parallellen, maar niet weten is geen filosofie.

Beste Hans,
Filosofie is ook scepticisme.

Beste X,
Niet weten is geen scepticisme.

Beste Hans,
Wat is niet-weten dan wel?

Beste X,
Een raar, abstract woord?

Beste Hans,
Water in een waterhoofd.

Beste X,
Laat maar lekker over Gods akker vloeien.

Ongekend

Niet het kennen, niet het zijn
Niet het kennen én het zijn
Niet het kennen noch het zijn
Niet het kennen van het zijn
Niet het zijn van het kennen
Niet het kennen in het zijn
Niet het zijn in het kennen
Niet het kennen van het kennen
Niet het zijn van het zijn
Niet het kennen zonder kennen
Niet het zijn zonder zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Dust bowl

Beste Hans,
Volgens sommigen is bewustzijn de ongedefinieerde ingrond van het zijnde, volgens anderen leegte of het niets. Volgens weer anderen is het brahman of juist parabrahman; atman of juist anatman. Er zijn er die zeggen: dat wat is, is de grond van dat wat is, maar dat lijkt mij een tautologie. Ik heb ook weleens gelezen dat zijn en niet-zijn de keerzijden van het ene zijn, en dat het gekende in de kenner verschijnt, dualiteit in non-dualiteit.

Komt dit volgens jou allemaal op hetzelfde neer, een soort universele waarheid of eeuwige wijsheid die schuilgaat onder een Babylonische spraakverwarring, of zijn het allemaal afzonderlijke theorieën? Wat is nog kosmologie, wat mythologie? Wat is precies de relatie tussen het duale en het non-duale, tussen het gekende en het ongekende, tussen bewustzijn en zijn? Wat is het verband tussen het zijnde en mijn gedachten daarover? Ben ik de schepper of alleen maar de spiegel van de schepping? Ben ik een mens of ben ik God?

Zelf weet ik het zo langzamerhand niet meer. Genesis of Big Bang? Liefde of Openheid? Wat denk jij? Is niet-weten soms onze zijnsgrond (ratio essendi)?

Beste X,
Wie spreekt over de grond van het zijnde bedrijft ontologie.
Ontologie is een heerlijke hobby, al is het toevallig niet de mijne.
Het aantal ontologen in dit universum is inmiddels groter dan het aantal sterren, hun collectieve licht oogverblindend, hun Babylonische gekrakeel oorverdovend.
Wie zelf nog wat wil zien of horen, wendt zich noodgedwongen af.
Waarom zijn er zoveel ontologen, is wat ik weleens zou willen weten.
Wat is de ingrond van de zijnsleer?

Zelf heb ik altijd een voorkeur gehad voor epistemologie boven ontologie, totdat zoveel jaar geleden tijdens mijn dust bowl ook die grond werd weggevaagd.
Sindsdien loop ik op lucht.
Zijn versus niet-zijn is voor mij geen issue meer.
Vorm versus leegte ook niet.
Brahman versus parabrahman ook niet.
Atman versus anatman ook niet.
Eenheid versus veelheid ook niet.
Kenner versus gekende ook niet.
Dualiteit versus non-dualiteit ook niet.
Universele wijsheid versus individuele domheid ook niet.
Kosmologie versus mythologie ook niet.
Schepper versus spiegel ook niet.
Mens versus God ook niet.
Genesis versus Big Bang ook niet.
Liefde versus Openheid ook niet.
Weten versus niet-weten ook niet.

Issue versus non-issue ook niet.

Voor mij zijn het allemaal broodjes aap.
Ze vullen je hoofd maar niet je maag.
Het zijn allemaal maar verhaaltjes.
Dit is ook weer zo’n verhaaltje.
Verhalen zijn de ongedefinieerde ingrond van ons bestaan, zou ik haast zeggen, maar van welk bestaan?
Verhalen zijn er om weggegooid te worden, moet ik misschien zeggen, maar waarom en door wie en hoe?

Beste Hans,
Jouw ingrond is een ongrond geworden, je zijnsgrond een zijnsongrond.

Beste X,

Ingrond, ongrond, allemaal denkstront
Dichtkont, dichtmond, allemaal rotsgrond.

Ziedaar mijn ratio essendi of ratio inessendi of irratio essendi of irratio inessendi.
Ontdaan van iedere (on)grond hoef ik ook geen gedachten meer vuil te maken aan, hoe kóm je erop, de relatie tussen het duale en het non-duale of tussen de kenner en het gekende of tussen bewustzijn en zijn.
Of aan welke hypo- of hyper- of metastasen van het verstand ook.
Dus ook niet aan ‘mijzelf’ of ‘mijn verstand’ of ‘mijn gedachten’ of ‘het zijnde’, et cetera.
Dus ook niet aan de relatie tussen ‘mijn gedachten’ en ‘mijn verstand’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘mijn verstand’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘mijn gedachten’ of tussen ‘mijzelf’ en ‘het zijnde’ of tussen ‘mijn gedachten’ en ‘het zijnde’ of tussen ‘mijn verstand’ en ‘het zijnde’, et cetera.
God zij dank (naar believen aanhalingstekens plaatsen).

Ik heb inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn en andere fundamentele kwesties niets te verkondigen, niets te verklaren, niets te verdedigen en niets te verzwijgen.
Ook niet dat er inzake de schepper, de schepping, het wezen van het zijn en andere fundamentele kwesties niets te verkondigen, niets te verklaren, niets te verdedigen en niets te verzwijgen valt.
Ik heb daarom ook niets weg te vagen.
Al is dat laatste een heerlijke hobby en toevallig wél de mijne.
Eens een dust bowl, altijd een dust bowl.
Dus maak je grond maar nat…

God zij dank

Niet de ingrond, niet de ongrond
Niet de ingrond én de ongrond
Niet de ingrond noch de ongrond
Niet de ingrond van de ongrond
Niet de ongrond van de ingrond
Niet de ingrond in de ongrond
Niet de ongrond in de ingrond
Niet de ingrond van de ingrond
Niet de ongrond van de ongrond
Niet de ingrond zonder ingrond
Niet de ongrond zonder ongrond
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de vorm, niet de leegte
Niet de vorm en de leegte
Niet de vorm noch de leegte
Niet de vorm van de leegte
Niet de leegte van de vorm
Niet de vorm in de leegte
Niet de leegte in de vorm
Niet de vorm van de vorm
Niet de leegte van de leegte
Niet de vorm zonder vorm
Niet de leegte zonder leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de schepper, niet de spiegel
Niet de schepper en de spiegel
Niet de schepper noch de spiegel
Niet de schepper van de spiegel
Niet de spiegel van de schepper
Niet de schepper in de spiegel
Niet de spiegel in de schepper
Niet de schepper van de schepper
Niet de spiegel van de spiegel
Niet de schepper zonder schepper
Niet de spiegel zonder spiegel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de dans, niet het ontspringen…

Voor de kat

Beste Hans,
Is de dood voor jou een realiteit of een concept?

Beste X,
De dood is voor mij een concept.
Realiteit is voor mij ook een concept.
Jou is voor mij ook een concept.
Concept is voor mij ook een concept.
Concepten zijn ook realiteit.
Maar wat is realiteit?
Realiteit is een illusie, zeggen ze.
Of is dat ook maar een illusie?

Beste Hans,
Ik bedoel gewoon: zul jij ook sterven, net als ieder ander?

Beste X,
Dat ik zal sterven is een gedachte.
Dat ik onsterfelijk ben is ook een gedachte.
Dat ik sterfelijk noch onsterfelijk ben ook.
Dat ik voorbij sterfelijkheid en onsterfelijkheid ben ook.

Dat ik geboren ben is een gedachte.
Dat ik ongeboren ben is ook een gedachte.
Dat ik geboren én ongeboren ben ook.
Dat ik voorbij geboren en ongeboren ben ook.

Dat ik ben is een gedachte.
Dat ik niet ben is ook een gedachte.
Dat het allemaal maar gedachten zijn ook.
Dat het een gedachte is dat het allemaal maar gedachten zijn ook.

Beste Hans,
Maar jouw stoffelijke omhulsel is gewoon vergankelijk?

Beste X,
Dat ik een stoffelijk omhulsel heb is een idee.
Dat het iets omhult is ook een idee.
Wie of wat zou er door mijn stoffelijk omhulsel omhuld moeten worden?
Of aan het zicht onttrokken?
Mijn ziel?
Mijn diepste wezen?
Mijn hoogste zelf?
Mijn ware aard?
Mijn oorspronkelijke gezicht?
Bewustzijn?
Stilte?
Leegte?
Openheid?
Liefde?
Mededogen?
God?
Bestaan die eigenlijk wel?
Of zijn het ook maar ideeën?
Of is dat ook maar een idee?
Of is idealiteit ook een vorm van bestaan?
Of is bestaan ook een vorm van idealiteit?
Ik heb eigenlijk geen idee.
Of moet ik zeggen dat ik alleen maar ideeën heb?
Of moet ik zeggen dat ideeën mij hebben?
Of moet ik zeggen dat ze alleen maar langskomen?
Waarlangs dan wel?
Langs de kenner van het gekende zeker.
Of is die kenner ook weer zo’n idee?
Nee, ik kom er niet uit.
Misschien kun jij me uit mijn droom helpen?

Beste Hans,
Volgens mij is het allemaal heel simpel. Je omhulsel is sterfelijk maar jij bent in wezen onsterfelijk.

Beste X,
Maak dat de kat maar wijs.

Beste Hans,
De Cheshire Cat. ;-)

Beste X,
Als we maar in Wonderland blijven.

De Zachte Kracht

Beste X,
Je boek, De Zachte Kracht, viel me niet tegen.
Ik vond het lekker weg lezen.
In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur.
Wel een beetje zoet.
Vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht.
De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is.
Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.
Niet de X die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, ‘het denken heeft overwonnen’ (pagina 12, 23, 55, 127) en ‘het verstand heeft doorzien’ (12, 16, 47, 55, 143) maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere.
Het gezonde verstand voor het spirituele.
De ene tijd (verleden-heden-toekomst) voor de andere (het hier-en-nu).
De ene illusie (de droom) voor de andere (de Realiteit).
De ene identiteit (iemand) voor de andere (niemand).
Wilskracht voor overgave.
De denker voor de getuige.
Denken voor ervaren.
Worden voor zijn.
Dualiteit voor non-dualiteit.
Afgescheidenheid voor eenheid.
Het wonder van de schepper voor het wonder van de schepping.

Zelf kan ik evenmin geloven in het spirituele verstand als in het gezonde.
Evenmin in de lineaire tijd als in het eeuwige heden.
Evenmin in samsara als in nirwana.
Evenmin in Maya als in Layla.
Evenmin in de denker als in de getuige.
Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven.
Mijn (‘mijn’) denken (‘denken’) heb ik niet overwonnen of doorzien; hooguit houdt het (‘het’) zichzelf (‘zichzelf’) in toom.
Denk ik nu eventjes.
Ook alweer voorbij.

Nooit heeft het spirituele verstand mij ook maar enigszins kunnen bekoren.
Vandaar misschien dat ik op een goede noch kwade dag zonder overstappen rechtstreeks van het gezonde verstand in het, laten we zeggen, onverstand terecht ben gekomen.
Totaal onbedoeld en al even onverwacht.
Het spirituele (of religieuze) verstand kan ik daarom alleen vatten als een voor sommigen kennelijk noodzakelijk tussenstation op het pad van weet-ik naar weet-ik-veel.
Een manier om alvast uit het heersende wereldbeeld te stappen zonder meteen alle zekerheden op te geven.
Een doekje voor het bloeden.
Uitstel van executie.
Voor vrijwel alle zoekers lijkt het spirituele verstand echter het eindstation.
Was de ‘wijsheid zonder wijsheid’ een kwestie van ‘de meeste stemmen gelden’ dan hadden ze beslist gelijk.
Helaas – ook de democratie laat het op dit vlak afweten.

Omdat je het steeds over ‘dansen als een derwisj’ hebt, permitteer ik me hier een citaat van de soefi Juzjani (of althans een Nederlandse vertaling van een Engelse vertaling van het vermoedelijk Perzische origineel of van een parafrase daarvan door een of andere discipel of althans van een handgeschreven kopie van een handgeschreven kopie van een handgeschreven kopie van een mondelinge overlevering van een mondelinge overlevering van een mondelinge overlevering daarvan, want zo ging dat in die tijd, heb ik ooit eens gelezen, meen ik me nu te herinneren):

De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets.

(Bron: Het pad van de Soefi, Idries Shah, uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, p197)

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld.
Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen.
Een hachelijke zaak.
Wat hij er precies mee bedoelt wordt ook al niet vermeld.
Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie?
Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie?
Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die bijgevolg geen mens is, althans geen gemiddeld mens?
Ik durf het niet te zeggen.
Daarom voor de zekerheid ook nog een citaat van een andere berumde sufi, Jalaludin Rumi:

De mensheid maakt drie stadia door.
Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen.
Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God.
Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid God’; ook niet: ‘Ik aanbid God niet.’
(p229)

In plaats van God kun je hier ook lezen: de Zachte Kracht, de Bron, het Zelf, geen-zelf, de Boeddha, het Zijn, Tao, het Leven, Dit, het Mysterie en zo voort.
En niet-weten uiteraard.

In concreto:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht’; ook niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Bron’; ook niet: ‘Ik aanbid de Bron niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Zelf’; ook niet: ‘Ik aanbid het Zelf niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Boeddha’; ook niet: ‘Ik aanbid de Boeddha niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid niet-weten’; ook niet: ‘Ik aanbid niet-weten niet.’

Om het citaat verder aan te passen aan onze tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door.
Eerst aanbidt hij God.
Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen.
Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid alles’; ook niet: ‘Ik aanbid alles niet.’

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen.
Mooie definitie van verlichting?
Zeg ja en je bent voor één gat te vangen.
Zeg nee en je bent toch niet ontsnapt.

Ik ben me ervan bewust dat ik in reageer op een boek dat al tien jaar op de markt is.
Maar je bent er onlangs zelf mee op de proppen gekomen, op eigen initiatief en zonder enig voorbehoud.
Daarom ben ik er gemakshalve van uitgegaan dat je er nog steeds achter staat.
Eenzelfde ongefundeerde aanname met betrekking tot dode auteurs stelt me in staat die paar citaten uit de middeleeuwen op te voeren als gezaghebbend en actueel.
Ongelofelijk: een heel millennium samengebald in één hier en nu.
Het mijne, wel te verstaan.
Of is het nu het jouwe?
Of zijn het er nu twee?
Of denk ik dit ook alleen maar?
Of denk ik dat ook alleen maar?

Fijne dance en bonne chance,

Hansepense

p.s.
Waarom zet je je boek niet op het internet als blog (één paragraaf per dag), website (één pagina per hoofdstuk) en/of e-book?
Het zou een leuke toevoeging zijn.
Er zijn praktisch geen langere teksten in jouw traditie beschikbaar.
Waarschijnlijk bereik je er meer mensen mee dan nu, en tot noemenswaardige inkomstenderving zal het ook wel niet leiden.

Beste Hans,
Dank voor je reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag. Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het spirituele verstand een eindstation is? Heb jij soms het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder bent dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit in werkelijkheid één grote egotrip?

Beste X,
Als dat één vraag was dan kan ik maar één antwoord geven:
Ik voel me niet verheven boven het gezonde verstand.
Ook niet boven het spirituele verstand.
Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven.
Noch in het ene, noch in het andere.
Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven.
Zelfs van niet-weten weet ik niet.
Dit valt op geen enkele manier te verklaren of te rechtvaardigen.
Ook wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak.
Hoe zou ik mij er dan in hemelsnaam op kunnen laten voorstaan?

Voor mijn part heeft iedereen gelijk en ik alleen niet.
Ik hoef geen gelijk.
Het zegt me niets meer.
Ik maak geen aanspraak op de Waarheid of de Werkelijkheid.
Ik heb de Wijsheid niet in pacht.
Ik waan mij geen Meester of Verlichte.
Ik ben er niet op uit de medemens de weg te wijzen, te veranderen, neer te sabelen, te verheffen of te verlossen.
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.
Dat is nou net de grap.

Beste Hans,
De kosmische grap!

Beste X,
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Beste Hans,
De waarheid is voorbij de woorden.

Beste X,
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Beste Hans,
Denk je dat je ooit de weg naar het spirituele verstand zult vinden?

Beste X,
Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Beste Hans,
‘Het spirituele verstand’ is nota bene je eigen woord!

Beste X,
Kun je nagaan.

Overbewust zijn

Beste Hans,
Met veel plezier dwaal ik rond op je dwijze website. Voor mij is niet-weten een ander woord voor Bewustzijn. En verlichting is een ander woord voor Bewust Zijn. Dat wil zeggen, bewust zijn van het Bewustzijn dat wij zijn. Kun jij je hierin vinden?

Beste X,
Voor mij verwijst niet-weten naar niet weten.
In jouw jargon: bewusteloos zijn.
Bewust loos zijn.
Loosbewust zijn.
Wat je ook meent te zijn.
Al is het maar loos bewustzijn.
En dan je loosheid nog lozen.

Kun jij je hierin verliezen?

Beste Hans,
Maar het loos zijn, is dat juist niet het oerkenmerk van het Bewustzijn dat wij zijn?

Beste X,
Ik zou het ook niet weten.

Beste Hans,
Wat versta jij dan onder verlichting?

Beste X,
Datgene wat je uit doet bij vertrek.

Dát

Beste Hans,
Ik heb begrepen dat je gezondheid het af laat weten. Laat dit je tot troost zijn: alles wat je bij je dood zult verliezen deed toch al niet ter zake.

Beste X,
Hè?

Beste Hans,
Niet weten is het tijdloze bewustzijn. Zuivere leegte. De rest is vorm. Vorm gaat onvermijdelijk verloren. Leegte kent geen tijd.

Beste X,
Gezelligheid kent ook geen tijd. Wat moet ik nog met leegte?

Beste Hans,
Jij bent Dát.

Beste X,
Alleen maar Dit, was het toch?

Beste Hans,
Dat komt op hetzelfde neer.

Beste X,
Waar heb je dat nou weer gehoord.

Beste Hans,
Ik heb het over Dat wat geen oor kan horen.

Beste X,
Wat zeg je?

Beste Hans,
Wie hoort wat geen oor kan horen, hoeft nergens meer naar te luisteren.

Beste X,
Gelukkig ben ik doof.

Splijtoptant

Beste Hans,
Moge je geest opensplijten en het licht binnenstromen.

Beste X,
Ondanks verwoede pogingen heb ik mijn geest nog altijd niet gevonden.
Als dat komt doordat hij er niet is – ik sta nergens meer van te kijken – wat zou er dan nog open moeten splijten?
Al dan niet bij gebrek aan een geest heeft ook geen-geest zich niet aan mij geopenbaard.
Waaruit het licht dan nog zou moeten binnenstromen, kan ik niet eens bedenken.
Gelukkig is de duisternis mijn beste vriend, die ik zonder reserve met iedereen deel.
Wie niet wil mag passen.
Graag zelfs.
Verschil moet er blijven.
Als dit is wat je bedoelt met Moge je geest opensplijten en het licht binnenstromen dan zeg ik: insgelijks.
Bedoel je het anders, bijvoorbeeld als een aansporing of een terechtwijzing, dan zeg ik: insgelijks.

De Grote Bedrieger

Beste Hans,
Voel jij er wat voor om een klein boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie uit onze dialoog.

Beste X,
Eerlijk gezegd kan ik me niemand voorstellen die zo’n boekje zou willen kopen.
Jij?
Ja, je moeder misschien.
Je man, uit solidariteit.
Ik zou het zelf niet eens kopen.
Ik kan niet eens iemand bedenken aan wie ik het cadeau zou willen doen.
Ja, aan jou natuurlijk.
Jij?

Wat is volgens jou de essentie van onze dialoog?
‘Mijn mailtjes, Hans.’

P.S.
Uitgeverij Ankh-Hermes is naar men zegt op sterven na dood.
Uitgeverij Asoka is vorige week failliet gegaan en hoopt op een doorstart.
Welke van de twee zullen wij eens gaan redden?

Beste Hans,
Vergeet uitgeverij Samsara niet. Er zijn meer gegadigden dan jij denkt, maar ik ben onze grootste fan, dus ook onze grootste afnemer. Zo zou ik het heel spannend vinden exemplaren achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park.

Beste X,
Samsara is tegenwoordig beneden mijn niveau; ik geef alleen nog maar uit bij Nirwana.

Beste Hans,
Nirwana, een boeiende uitgeverij, vooral veel wit.

Beste X,
Het idee om een boekje achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park vind ik enig, maar ik schat in dat je ongeveer tienduizend exemplaren moet achterlaten om één geïnteresseerde te treffen.
Die inschatting is natuurlijk nergens op gebaseerd.
Bovendien, waarom zouden wij geïnteresseerden moeten treffen?

Om de kosten te drukken, logistiek gedoe te vermijden en de uitgeverij te omzeilen had ik jaren geleden het lumineuze idee om een website te maken.
Voor iedereen toegankelijk en nog zoekbaar ook.
Zo gedacht, zo gedaan.
Wat moet ik dan met een uitgever?
Wat moet een uitgever met mij?

Nogmaals: wat is volgens jou de essentie van onze correspondentie?
Als die vraag je inderdaad niet interesseert, heb ik nog een andere:
Wat betekent jnana yoga voor jou?
Gebruik zoveel woorden als je wilt en neem zoveel tijd als nodig.
Geen zin?
Jammer.
Geen probleem.

Beste Hans,
Vreemd om je af te vragen waarom wij zo nodig geïnteresseerden moeten treffen. Je schrijft toch ook maar door op niet-weten.nl? Of doe je dat soms voor niemand?

Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze brieven verwijderen zijn ze beslist geschikt voor publicatie, zowel op het internet als in boekvorm. Onderwerp: Bewustzijn versus niet-weten.

Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte was dat voor mij een geweldige aha-erlebnis. In jou herkende ik het niet weten in mezelf. Zo sterk was die herkenning dat ik er helemaal van in de war raakte en met de hoogste waarheid (van het Ene Bewustzijn dat ik ben) geen raad meer wist. Hoe moest ik dat verenigen met niet weten?

Onze correspondentie heeft daarin uiteindelijk duidelijkheid gebracht. In ieder geval voor mij. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik ben en dat Bewustzijn de essentie van mijn zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is. Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Jnana yoga, oftewel Advaita Vedanta, heeft mij laten zien dat ik in essentie ben. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven. Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die mij meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Jnana yoga betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dit verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Jnana yoga is Zien, niet met de ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. ‘Bewustzijn’ is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen; we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft mijn leven mij geopenbaard en onze correspondentie bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering. Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de jnana yoga.

Ach Hans, er hoeft geen boek van ons te komen, niet van papier, niet op het internet. Het is goed zo. Waar het om gaat is dat ik nu eindelijk helemaal durf uit te komen voor wat ik zojuist heb geschreven.

Dank!

Beste X,
Goed gezegd.
Je klinkt al helemaal als een boekje.
Waar zal ik jou eens achterlaten?

Beste Hans,
Is dat het enige wat je te zeggen hebt?

Beste X,
In mijn woordenboek kent niet weten geen ‘versus’, dus ook geen Bewustzijn versus niet-weten.
Het kent geen identiteit, dus ook geen identiteit van bewustzijn en niet-weten.
Zo valt het project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen bij voorbaat in het water.
Wat valt er ook vast te stellen door iemand die niet weet?
Niet vaststellen is wat ik doe.
Niet-stellen als uitdrukking van niet-weten.

Ik kan jou tot het koninkrijk kome of vergaat op de onzekerheden in je zekerheden wijzen, en jij mij op de zekerheden in mijn onzekerheden, maar uiteindelijk zitten we waar we zitten (om het met de zenboeddhist te zeggen), of hangen we waar we hangen (om het met Jezus te zeggen), of vallen we waar we vallen (om het met de epilepticus te zeggen) of slapen we waar we slapen (om het met de narcolepticus te zeggen) of zwerven we waar we zwerven (om het met Swiebertje te zeggen).
Bewustzijn om niet-weten is als lood om oud ijzer.
Twee keer niks.
In mijn woorden: weg ermee.
In jouw woorden: allemaal Bewustzijn.
In bewustzijn is ruimte voor niet-weten, in niet-weten is ruimte voor bewustzijn, dus hoeven we elkaar niet de hersens of de ruimte in te slaan.
Ook al zou dat waarschijnlijk meer rust brengen dan alle Hoogste Waarheden bij elkaar.

Je mag me best naar het waarom van mijn buitensporige schrijverij vragen.
Ik heb inderdaad niks uit te leggen en dat leg ik uit.
Niet om mensen te veranderen of de wereld te verbeteren maar, postuleer ik voordat een ander het voor me doet, om mijn eigen stem te horen.
Zoals ik hem eertijds ‘mama’ hoorde zeggen, en tegenwoordig ‘Lucienne’.
Uit liefde.
Uit verlangen.
Uit genoegen.
Uit gewoonte.
Om de stilte te verbreken.
Om mezelf het lied van niet-weten te horen zingen.
Omdat ik er kennelijk nooit genoeg van krijg mezelf het lied van niet-weten te horen zingen.
Ik jubel en ik schreeuw het uit en bij iedere kreet kom ik klaar.
Klaar met mezelf, klaar met de wereld, klaar met het leven en klaar met de dood.
Niet weten is mijn lege roes.

Ik heb ook niet het geluk en/of de pech gehad, zoals jij uiteindelijk of voorlopig, mezelf volledig in een of andere traditie terug te vinden.
Niet in de wetenschap, niet in de psychologie, niet in de literatuur, niet in de kunst, niet in de filosofie, niet in het nihilisme, niet in het katholicisme, niet in de mystiek, niet in zen, niet in het boeddhisme, niet in het daoïsme, niet in de avudhata gita, niet in de dvaita vedanta, niet in de advaita vedanta, niet in de dvaita-advaita vedanta, niet in de advaita-dvaita-vedanta en ook nergens anders.

Daarom moet ik het wel zelf zeggen, moet ik wel mijn eigen nietszeggende grensvervagende wensverleggende dodemansteksten schrijven en teruglezen en uit mijn hoofd leren en weer opzeggen en weer aanhoren met mijn eigen ongeboren grofvolkoren dovemansoren, en weer onherkenbaar veranderen, als het meanderen van een murmelende vliet door het luie lege laagland.
Sprekend zwijgen, zou je kunnen zeggen, als je je mond weer eens niet weet te houden – en dat is, voor nu, mijn traditie.
Een gelegenheidstraditie die veel raakvlakken heeft met andere tradities, maar zelf zonder draagvlak is.
Een traditie zonder traditie, die met mij of via mij of als mij ontstaat, en wel met mij zal vergaan.
Een wegwerptraditie voor een wegwerpmens.

Beste Hans,
Geen boekje dus?

Beste X,
Omdat je aandringt heb ik het allemaal nog eens globaal nagelezen.
Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze correspondentie weglaten, blijft er volgens mij niets over.
Is dat wat je bedoelt met essentie?

Beste Hans,
Jij bent toch ook een boekje.

Beste X,
Jazeker. Een dummy.

Beste Hans,
Een dummy met een potlood die schrijft over niet weten.

Beste X,
Een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.

Beste Hans,
Volgens mij verwijzen wij in de grond naar hetzelfde. Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Is dat geen vreugdevolle gedachte?

Beste X,
Als ik mezelf de vraag stel of ik bén dan durf ik dat niet te bevestigen of te ontkennen.
Al was het alleen maar vanwege de bestendigheid die deze vraag impliceert, en de vereenzelviging van een of andere ik met een of ander tijdloos iets, of alles, of niets, waartoe deze vraag verlokt.
Om dezelfde redenen durf ik geen antwoord te geven op de vraag of ik het ene bewustzijn ben.
Ik kom niet eens voorbij de afzonderlijke woorden ‘ik’ en ‘het ene’ en ‘bewustzijn’ en ‘ben’, laat staan tot de schijnbaar zinvolle vraag die ze als woordketting lijken te vormen.
Voor mij zijn het allemaal vingers.
‘Wijzen’ is ook zo’n vinger.
‘Maan’ is ook zo’n vinger.
Duivelsvingers?
Lange vingers?
Middelvingers?
Vingers die naar vingers wijzen?

Net zo is het verhaal dat jij mij in navolging van de Indiase advaitavada vertelt, voor mij niet meer dan een verhaal.
Een fopspeen voor de een, een sprookje voor de ander, een parabel voor de derde, pleepapier voor de woudloper, de woorden zonder waarheid voor de scepticus, de waarheid in woorden voor de non-dualist, de waarheid voorbij de woorden voor jou en de jnani’s, een leugen zonder weerga voor Mohammed en de mohammedanen – voor iedereen wat anders, maar onmiskenbaar een verhaal.
Niet-weten is ook maar een verhaal.
Dat het maar verhalen zijn is ook maar een verhaal.
Weg ermee.
En weg ook met het weg ermee.

Zó vergaat het mijn denken over fundamentele levensvragen.
Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood.
Ook dit is maar een gedachte over de al dan niet vermeende aard van mijn al dan niet vermeende denken.
Denk ik nu kennelijk weer.
Dus?
Die vraag is suggestief.
Alsof er op dit moment iets door iemand geconcludeerd of gedaan of gelaten moet orden.
Alsof ik ergens mee zit.
Die opmerking is suggestief.
Alsof ik nergens mee zit.
Alsof er een ik is die nochtans ergens mee zou kunnen zitten.
Die zin is suggestief.
Alsof er geen ik is die ergens mee zou kunnen zitten.
Enzovoort. Enzovoort.

Beste Hans,
Word jij niet moe van jezelf?

Beste X,
Word jij niet moe van je citroenzuurcyclus?
Niet weten is voor mij altijd ‘spontaan, moeiteloos en probleemloos’.
Net als vroeger mijn weten.
Ik zou niet weten hoe ik het uit moest zetten.
Ik zou niet weten waarom.
Noem het desnoods een ‘geleefde waarheid’.
Nou… laat dat ‘waarheid’ maar weg.
En wat dat ‘geleefde’ betreft…
Weet je wat?
Neem een voorbeeld aan mij.
Zeg gewoon eens niks.
Doe het desnoods met woorden.
Door ze vrolijk te vermoorden.
Baat het niet dan schaadt het niet.
En anders is daar altijd nog het Bewustzijn.
Scheidt het niet dan bijt het niet.
Maar hoed je voor de Grote Bedrieger*.
Zei de pet tegen de muts.

Beste Hans,
Die grote bedrieger ben jij zeker.

Beste X,
Wie heeft je dat nou weer wijsgemaakt.

Beste Hans,
Eén vraagje nog: waarin verschijnt de grote bedrieger?

Beste X,
In de vraag ‘Waarin verschijnt de grote bedrieger?’

Beste Hans,
Ik bedoel: waarin verschijnen je gedachten?

Beste X,
Het eeuwige antwoord op deze eeuwige vraag luidt: waarom moeten ze ergens in verschijnen?
Als ik zeg ‘het vriest’, dan zeg je toch ook niet: ‘wat is het dat vriest?’
Aan een vrijgezel vraag je toch ook niet: waarom heb jij je vrouw vermoord?
Maar zeg eens:
Hoe komt de liefde in de maag?
In welke hartkamer wordt de wijsheid bewaard?
Wie heeft de blaadjes aan de boom gehangen?
Wat was er vóór het begin?
Wie heeft de maan Pandora van de planeet Polyphemus ontdekt?
Wie houdt de Tweede Kamer schoon?
Waarom kan ik mij wel een hoedje schrikken maar geen petje?

Descartes redeneert: cogito ergo sum.
Er is een gedachte nu, dús er is denken, dús er is een denker.
Van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (denken) naar een substantieel subject waarin of waaraan zich die abstracte functie voltrekt (een denker) binnen één zin.
Die man zou je je eigen schoonmoeder nog verkopen.

Advaita redeneert: er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel bewustzijn waarin die gedachte gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen?
Van het meest vluchtige en ongrijpbare via het onvergankelijke ene naar mijn ware zelf binnen één zin.
Korter door de bocht kan de weg niet zijn.
Inflatoir denken noem ik dat.
Rationalisme van de hoogste orde.

Moet je horen:
Ik ben tegenwoordig de eenvoud zelve.
Een hol vat.
Een zeepbaan.
Ik blijf maar onderuit gaan.
Mijn denken kent geen diepten meer.
Geen subtiliteiten meer.
Geen uitgangspunten meer.
Geen conclusies meer.
Geen richting meer.
Geen haken meer.
Geen ogen meer.

Aan een kale muur kun je niets ophangen.
In een lege ruimte kun je niets verstoppen.
Mij kun je niets meer wijsmaken.
Voor Hans geen zijn en geen niet-zijn, geen bewustzijn en geen bewustzijnsinhouden, geen subject en geen object, geen kenner en geen gekende, geen licht en niets dat belicht wordt, geen duisternis en niets dat verduisterd wordt, geen weten en geen niet-weten; geen ja, geen nee en geen tja, geen pad, geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken, geen volheid, geen leegte, geen dvaita, geen advaita, geen veda en geen vedanta.

Dit moet je niet opvatten als een bevestiging (of ontkenning) mijnerzijds van de non-dualistische dan wel goddelijke aard van de kosmos en/of mijn diepste wezen, of van de leegte of van het niets of van een niet-weten in het kwadraat of als wat voor bewering, filosofie, liedje of verhaal ook.
Ik zeg alleen maar niets.
Ook dit niet.
Ik weet alleen maar niet.
Ook dit niet.

Beste Hans,
Nog één poging. Waarin verschijnt het niet weten?

Beste X,
In de vraag ‘waarin verschijnt het niet weten?’

Beste Hans,
Zo is het goed.

Beste X,
Wat heet goed.

Beste Hans,
Je hebt me toch weer aan het denken gezet.

Beste X,
Ik was er al bang voor.

Beste Hans,
Ik weet even niets meer te zeggen.

Beste X,
Zo is het beter.

* Grote Bedrieger: verwijzing naar ‘le malin génie’ van Descartes, een hypothetische demon die ons voortdurend onjuiste gedachten voorhoudt

Leestekens aan de wand

Beste Hans,
Dank je wel voor je heerlijke website, Hans. Niet-weten is goud. Zelf zeg ik altijd: ontmasker het denken! Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!

Beste X,
Waarom?

Beste Hans,
Zie je gedachten en besef dat ze stuk voor stuk onwaar zijn!

Beste X,
Behalve deze zeker?

Beste Hans,
Als je dat consequent doet, ervaar je dat je niet je denken bent! Denken is een afwijking! Er is iets dat aan je gedachten vooraf gaat! Er is iets wat die gedachten ziet! Dat is wat jij ten diepste bent! Bewustzijn!

Beste X,
Zou je denken?

Beste Hans,
Bewustzijn is waarin het denken verschijnt! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken en beschouwen te onderzoeken! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken te ontmaskeren!

Beste X,
En daarom zet jij bij alles wat je denkt een vraagteken?

Beste Hans,
Zeker weten!

Kansloos

Beste X,
Dank voor je medeleven.
Mijn kaak doet nog steeds behoorlijk zeer.
De pijn ervan is te vergelijken met die van een voorhoofdsholteontsteking of een stompopjeoog of een gekneusderib of een verstuiktevinger; een diepe, omfloerste, zeurende, somsstekende pijn waarvan ikmij moeilijk kan distantiëren.
Bovendien maak ik mij zorgen dat de ontstekingsbron nietweg is.
Zoals het de ver lichte betaamt, ver welkom ik die pijn en die zorgen en anders ver welkom ik wel de afwijzing ervan of de afwijzing daar weer van en anders doe ik wel alsof.
Niemand zal mij nog bèèè trappen.

Heeft je hartfilmpje nog wat opgeleverd?
Je zegt dat je onder totale verdoving best verdere onderzoeken wilt ondergaan – voor jekinderen.
Wat hebben jekinderen daaraan?
Zekerweten dat ze zonderjou slechteraf zijn?

Zelf wil ik onder totale ver doving best verder leven, maar voor wie.

Wat betreft de door jou gerespecteerde lezer die meent dat jouw gedachten ‘evenals alle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn’:
Heb je ook lezers die je niet respecteert?
Heb je nog meer lezers die je respecteert?
Tot welke categorie behoor ik?

Als de door jou gerespecteerde lezer gelijk heeft, dan is de gedachte dat jouw gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, eveneens gebakken lucht, evenals de gedachte dat álle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, evenals de hele advaita vedanta, dus dat kan het probleem niet zijn.
Zelfs het idee dat dat het probleem niet kan zijn is dan gebakken lucht zodat we gewoon weer op de oudevoet verder kunnen, behalve dat die gedachte ook weer gebakken lucht is, om over deze nog maar te zwijgen.
Je ziet, er valt altijd wel watte zeggen, hoe zweer iemand je ook de mond probeer te snoeren of tot een of andere recht vaardiging probeer te ver leiden.
Laat hem eerst zich zelf maar recht vaardigen.
Laat hem eerst zich zelf naar de mondsnoeren.

Het komt mij voor dat je je met je hypostase van ‘de Bron die zich uitdrukt
via de gedachten van wat men gewoonlijk de persoon noemt, in mijn geval X.’, net zo snel en op precies de zelf de wijze vast lult als met de hypostase van de persoon zelf, in jouw geval X.
‘De Bron’ is gewoon de volgen de persoon.
Zeg maar Y.
De persoon der personen.
De Hoofd persoon.
Dat toont zich onmiskenbaar in de manie r waarop je rover praat:
‘De Bron kent mij en leeft mij. In die zin ben ik de Bron en anderson. Er is geen afgescheidenheid.’
Personificaties (deïficaties/identificaties) als deze en mystificaties als ‘een niets dat alles is’ en ‘een alles dat in zichzelf leeg is’, die je nota bene zelf al quasificeert als ‘kansloos’, maken de geilige graal alleen maar geiliger, stuwen de overspannen ver wachtingen nog verderop en wekken zo precies de heb, zucht en hoogdraf in je toehoorders en toelezers die jou naar eigen zwijgen zo lang zamerhand tot wan hoopdrift.
Of wou je ze soms ver wijten dat ze hun uitvolkoren rolmodol navol gen?
Ik weet heus wel dat jij ‘de Bron’ niet als ding of persoon of god ziet, dus leg het me maar niet nogmaals uit, maar het is en blijft een reïficatie die onvolmijdelijk meer problemen o proept dan ohm zeilt.

En wat is dat nou ineens weer voor gelul over energie en kosmische deeltjes?
Ja, ik ken die R. die je met zoveel in stemming citeert wel zobeetje – filognost, sciëntist en atomist après la lettre, luchtbakker par excellence met zijn meeneemideeën over quantummeegaanica en snaren en ‘de leegte aller dingen en wezens’ die zonder uit zonder in alleen maar ‘conglomeraten van deeltjes zijn’ en de noodzak tot verwetenschaapelijking van onze zogenaamd middeleeuwse spierritualiteit naar het voor beeld van de Lama Ladida, enzovoort enzoterug.
Wetenschaap en metamfysica zijn ver slaaf ende hobby’s maar metsp irritualiteit hebben ze geen jota te maken, of hoe het kleinste deeltje tegen woordig ook heten mag.
Met po pulisme des te smeer.

Dat andere knokpaard je-van-het, de ge dacht hè dat het leven een mie sterie iss in Nederland inmiddels bon ton onder reli’s en spiri’s van allerlei renommage, van jong tot oud, van ongeboren tot ongestorven, van half gaar tot dubbel gebakken.
Wat een lucht.
Zou dat dan de Eeuwige WijsDom zijn?
Ver lichting al sperma niente staat van ver wond ering.
Ver wond eer je hier dan maar is over:
De enigen die op deze aard kloot in een sperma niente staat van ver wond ering ver kering zijn de bielen, en zelfs die niet.
Daarom wil ik je graagter over denking geven dat het zogen aamde mist eerie van het zogen aamde leven wel eens niet meer zou kunnen zijn dan een ge dacht huh tussen tal loze andere ge dacht huh die net als alle andere ge dacht huh kont en gat.
Als je hem niet denkt is er geen mmm hysterie en ook geen lu lu leven.
Ook dit is maar een ge dacht eh… die over een paar suckonden alweer ver dwenen is.
Wedden?
Een… twee… drie.

Nou, wat zei ‘k je?

In de afgrond

Beste Hans,
Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron. De innerlijke lichtbron is het universele bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een gedachte in het bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee.

Het oneindig kleine is al even groots als het oneindig grote.

Het is belachelijk om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. En aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen.

Ik moet beseffen dat ik op de keper beschouwd niets weet en dat het meeste slechts schone schijn is. Eerlijkheid en Geduld zullen mijn raadslieden zijn. Om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid loop ik niet meer weg van de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede. De Donkere Wolken zullen mijn leraar zijn. De Zon erachter zal mijn lichtende baken zijn. De Hemel zal uiteindelijk mijn beloning zijn, zelfs al gaat mijn weg door de Hel.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het uitzicht en het inzicht…

Beste X,
Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in uw brief zijn, lijkt het mij het beste om uw advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten.

Beste Hans,
Daar heeft u me mooi te pakken. Ik zou het op prijs stellen als u desondanks wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Helpt het als ik zeg dat u me niet hoeft te sparen? Gespaard ben ik al te vaak. Juist daarom schrijf ik ú.

Beste X,
Zelf ben ik er ondanks fanatieke pogingen uiteindelijk niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken, laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.
Dat er een innerlijke lichtbron bestaat of nodig is om een innerlijke wereld ervaarbaar te maken zoals een uiterlijke lichtbron voor een uiterlijke, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde redenering.

De beeldspraak van de kleine golf in de grote zee gebruik ik zelf niet.
Dat komt doordat ik het bestaan van het ego al evenmin durf bevestigen of ontkennen als dat van een alomtegenwoordig universeel en/of individueel bewustzijn.
Laat staan dat ik mij laat verleiden tot uitspraken over de relatie tussen beide.
Ik meen dat dogma’s van deze strekking – kleine golf versus grote oceaan; het ego versus het ware zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare ene – courant zijn in diverse tradities, zoals de advaita vedanta en het (zen)boeddhisme, maar dat weet u waarschijnlijk beter dan ik.
Ik zal de laatste zijn om dit soort dogma’s tegen te spreken, maar de rationalistische argumenten die in dit verband gewoonlijk worden aangevoerd hebben mij nooit kunnen overtuigen.
Aangezien het al dan niet vermeende bewustzijn bovendien als onkenbaar, onwaarneembaar en onervaarbaar te boek staat, en dus in alle opzichten zowel onverifieerbaar als onfalsificeerbaar is, zouden dogma’s daarover, welke dan ook, net zo goed onwaar als waar kunnen zijn.
Of moet ik zeggen dat ze onder deze omstandigheden net zomin onwaar als waar kunnen zijn?
Waarschijnlijk is dat voor u hoe dan ook geen probleem.
Gelukkig bevindt u zich daarmee in internationaal en gerenommeerd gezelschap – al is het dan niet in het mijne.

Het oneindig kleine en het oneindig grote ken ik als gedachteconstructies die in de wiskunde en de filosofie en andere vormen van weten een nuttige rol spelen.
Maar niet in niet-weten.
Of ze bestaan en groots zijn en daarin aan elkaar gewaagd, durf ik echt niet te zeggen.
Soms worden formuleringen van deze strekking gebruikt als dichterlijke uitdrukking van het holistische of monistische gedachtegoed of het boeddhistische sunyata en anatman.
Eenheidsdenken is de pijler van zowat alle op spirituele leest geschoeide moraliteit, van die van autochtone Indianen tot die van allochtone Indiërs, wat het voor veel mensen extra aantrekkelijk schijnt te maken.
Niet-weten heeft echter geen voorkeur voor dit type denken, of voor welk type denken ook.

U heeft het over verkeerde gedachten die men misschien best allemaal opzij zet.
Wat is precies het verschil tussen verkeerde en goede gedachten?
Volgens Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte.
Volgens Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte.
Zelf beschik ik niet over een betrouwbare maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen oordeel vellen.

Volgens u kun je gedachten opzij zetten.
Volgens Byron Katie kun je ze niet opzij zetten maar wel onderzoeken.
Zelf heb ik inderdaad wel eens de indruk dat ik mijn gedachten opzij zet of onderzoek, maar of ik dat doe of dat het mij overkomt of beide of geen van beide, kan ik, alle intuïties dienaangaande ten spijt, niet objectief of zelfs maar subjectief vaststellen.
Bovendien zou die hele ervaring van opzij zetten of onderzoeken op haar beurt best wel eens een illusie kunnen zijn.
Of is dat soms verkeerd gedacht?

U meent dat we niet moeten weglopen voor de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid.
Is weglopen niet een wezenlijk onderdeel van het leven?
Weet u zeker dat weglopen verkeerd is?
Loopt u met uw voornemen om niet weg te lopen niet weg voor het weglopen?

Leidt weglopen werkelijk tot liegen en krankzinnigheid?
Wou u soms beweren dat blijven leidt tot waarheid en geestelijke gezondheid?
Zelf loop ik voortdurend weg voor van alles en nog wat dat mij kennelijk niet bevalt: gekrijs, uitlaatgassen, agressie, insecten, discussies, dikdoenerij, fanatisme, mensenmassa’s en talloze andere dingen, die niet alleen donkere wolken van angst, eenzaamheid en woede in mij oproepen maar ook donkere wolken van onverschilligheid, jaloezie, haat, minachting, walging en zo meer.
Ik zou niet weten wat ik eraan zou kunnen doen, als ik er al iets aan zou willen doen.

U probeert de afgrond van de leugen en de krankzinnigheid te ontlopen.
Als u het onderzoekt zult u misschien net als ik ontdekken dat het, zeker op het vlak van de grote levensvragen, ondoenlijk is om leugen te onderscheiden van waarheid, illusie van werkelijkheid, krankzinnigheid van spiritualiteit.
De afgrond van niet-weten is zo mogelijk nog dieper dan die van de leugen en de krankzinnigheid, maar aan de andere kant, waarom zou je hem willen mijden?

Hoe weet u dat de hemel uw beloning zal zijn?
Heeft u hem al gevonden of vertrouwt u op andermans beloften of op uw eigen voorgevoel?
Is dat wel terecht?
Denkt u dat ik met mijn niet weten al in de hemel ben of nog steeds in de hel?
Hoe uw antwoord ook luidt, zelf heb ik geen idee.
Dat is vast niet uw idee van de hemel?

Wat betreft de gedachte dat u alles heeft om tot weten te komen als u niets meer weet – ik vind hem prachtig.
Zo spreekt de mysticus.
Voor mij is niet-weten echter niet de opmaat tot iets hogers.
Eerder lijkt het de opmaat tot zichzelf te zijn.
Ik weet alleen maar niet.

Ik vrees dat ik u nu teleurgesteld heb, maar trekt u zich van mij niets aan.

Beste Hans,
Wat ik zelf pretendeer (en anderen adviseer), doet u in het echt. U heeft zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Nu ik nog.

Beste X,
Als u nou eens begint met het opzij zetten van de gedachte dat u al uw gedachten opzij moet of kunt zetten?

Beste Hans,
Daar heeft u me alweer te pakken.

Onjuiste denkbeelden

Beste Hans,
Prachtig hè, dat niet-weten. Of zoals Nisargadatta Maharaj het zei:

Laat je onjuiste denkbeelden los, dat is genoeg. Het is niet nodig om juiste denkbeelden te ontwikkelen. Die bestaan helemaal niet.*

Beste X,
Behalve deze zeker.

Beste Hans,
Pardon? Welke zeker?

Beste X,
Dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten.
Dat je je onjuiste denkbeelden los kúnt laten.
Dat het goed is je onjuiste denkbeelden los te laten.
Dat het niet nodig is juiste denkbeelden te ontwikkelen.
Dat het mogelijk is het ontwikkelen van wat voor denkbeelden dan ook tegen te gaan.
Dat er geen juiste denkbeelden bestaan.

Twee maanden later

Beste X,
Prachtig hè, dat niet-weten?

* uit I am That, p360, geciteerd in Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005, pagina 7