Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

‘Non-dualiteit is: Geen onderscheid weten te maken.’ Het Bewustzijn voorbij; brieven over advaita vedanta, non-dualiteit, non-dualisme en niet-weten.

Dwaalgids > Advaita > Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

Lees ook: Wat is non-dualisme? De non-dualist en de non-filosoof

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor.

Beste Hans,
Ik heb maar één vraagje: Waarin verschijnt niet-weten?

Beste Paulien,
Non-dualisten zijn rare jongens en meisjes. Ik ken er intussen een heleboel en ze zijn echt, eerlijk waar, allemaal even aardig, maar ze hebben echt, eerlijk waar, allemaal dezelfde eigenaardigheid. Zit je net lekker over X te kletsen of daar komt ie weer, de eeuwige non-vraag: ‘Waarin verschijnt X?’

Heb ik het over mijn lichaam dan is het: ‘Waarin verschijnt je lichaam?’

Heb ik het over mijn hooggevoeligheid dan is het: ‘Waarin verschijnt je hooggevoeligheid?’

Heb ik het over mijn angsten dan is het: ‘Waarin verschijnen je angsten?’

Heb ik het over mijn lief dan is het: ‘Waarin verschijnt je lief?’

Heb ik het over mijn chocoladeverslaving dan is het: ‘Waarin verschijnt je chocoladeverslaving?’

Heb ik het over filosofie dan is het: ‘Waarin verschijnt de filosofie?’

Heb ik het over de boeddha dan is het: ‘Waarin verschijnt de boeddha?’

Heb ik het over god dan is het: ‘Waarin verschijnt god?’

Heb ik het over de dood dan is het: ‘Waarin verschijnt de dood?’

Heb ik het over Hans van Dam dan is het: ‘Waarin verschijnt Hans van Dam?’

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor, tot het de Rama’s en Ramana’s en Maha’s en Maharshi’s en Krishna’s en Krishnamurti’s en Nisar’s en Gadatta’s van de lage landen eindelijk behaagt mij in te wijden in het grootste geheim op aarde, dat ze, echt, eerlijk waar, helemaal op eigen kracht ontdekt hebben, eigenlijk al op hun negende, zesde, derde, voordat hun dualistische dierbaren het er met harde hand uitsloegen tot hun dertigste, zestigste, negentigste en dat ze, echt, eerlijk waar, on-middelijk her-kenden in de einde loze stroom a dvaita boekjes en a dvaita le raren, die al één al daarom niet van elk ander te onder scheid en zijn om datta waarheid universeel is, en heus niet om datta mensen elkaar nou een maal einde loos nabauwen:

‘In het Bewustzijn, Hans.’

In het Bewustzijn.

Vergeet de hoofdletter niet.

Dat dus niet al één mijn Ware Zelf blijkt te zijn maar, in tegenstelling tot al die af-schu-we-lijk vergankelijke aanschouwelijkheden in en om ons heen, ook nog eens Onveranderlijk en Onvergankelijk, prijs de heer. Dit Realiseren heet Verlichting en daarvoor heeft een heldere geest nog geen seconde nodig.

Hoera!

Maar ja.

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Tip: Advaita pedanta

Zeker weten dat advaita niet het volgende verhaal is?

Verlaten is het juiste woord

Beste Hans,
In de leader van de film Alles over niets vergelijkt Paul Smit de voice-over in ons hoofd met de oude mopperpotten Statler en Waldorf van de Muppets, die vanaf hun balkon eindeloze verhalen vertellen over het leven, dat zich ondertussen niets van hen aantrekt en gewoon zijn eigen gang blijft gaan.

Want wij leiden niet ons leven, het leven leidt ons. Volgens Paul, die spreekt in de traditie van de advaita vedanta, hebben wij geen vrije wil, al proberen de stemmetjes in ons hoofd ons voortdurend wijs te maken van wel.

Een intrigerende gedachte, vind je niet?

Beste Nuri,
Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van Statler en Waldorf is?

Nuri: Jan van Delden gebruikte jaren eerder al een soortgelijke metafoor. Hij had het over de loodsvisjes die doen alsof ze de haai leiden terwijl ze alleen maar meezwemmen.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de loodsvisjes is?

Nuri: Jan van Delden heeft het ook vaak over de honderd acht Jantjes in ons hoofd. Volgens hem zijn het allemaal praatjesmakers en moeten we ze gewoon leren negeren.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de Jantjes is?

Nuri: Wou jij zeggen dat we toch een vrije wil hebben?

Hans: Ik kan wel zoveel zeggen. Maar of ik dat ook wil?

Nuri: Je wou toch niet beweren dat alle goeroes en roshi’s en meesters en leraren op hun beurt slechts manifestaties zijn van de Statlers en de Waldorfs en de loodsvisjes en de Jantjes?

Hans: Ik kan wel zoveel beweren.

Nuri: Op wie moet ik me dan verlaten?

Hans: Verlaten is het juiste woord.

Nuri: Op mijn innerlijke goeroe?

Hans: Die kan wel zoveel beweren.

Nuri: Volgens Jack Kornfield kunnen wij ons uitsluitend verlaten op de wijsheid van het hart.

Hans: Het hart kan wel zoveel beweren.

Nuri: Jack Kornfield is anders niet de eerste de beste.

Hans: Statler en Waldorf ook niet; toch zijn het pratende poppen.

Nuri: Op wie moet ik me dan verlaten?

Hans: Verlaten is het juiste woord.

Tip: Brieven niet-weten; de twijfel voorbij

Non-dualisme, non-pluralisme, non-monisme en non-holisme

Tegen het wild woekerende dualisme van de Verlichting weert men zich met een non-dualisme, tegen het wild woekerende postmodernisme van de vorige eeuw weert men zich met een non-pluralisme, tegen het wild woekerende eenheidsdenken van deze eeuw weert men zich met een non-monisme en tegen het wild woekerende new-age denken van de nieuwe tijd weert men zich met een non-holisme.

Beste Hans,

Het is pas door jouw vertaling van non-dualiteit in ‘geen onderscheid weten te maken’ dat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Alles is één want welk verschil zich ook aan je voordoet, uiteindelijk blijkt het niet hard te maken. Alle grenzen zijn kunstmatig.

Dat is ook de diepere betekenis van a-dvaita: niet-twee. Geen onderscheid weten te maken. Alles is één.

Beste Orban,

Advaita is een schitterende term die vaak verkeerd begrepen wordt. In mijn visie behoort hij tot het apofatische, dat wil zeggen, ontkennende spreken.

Apofatisch spreek je als je wilt zeggen hoe iets niet is zonder te zeggen hoe het wel is. Het is een vorm van tegenspreken. Een apofatische uitspraak is geen eigen stellingname maar een ontkenning van andermans stellingname.

A-dvaita, niet-twee, non-dualisme, is simpelweg een ontkenning van dvaita, twee, dualisme. Niet voor het niets wordt het gekwalificeerd door een tweede ontkennende term, ‘vedanta’. Vedanta is Sanskriet voor het einde (anta) van de wijsheid (veda).

‘Advaita vedanta’, etymologisch dus een dubbele ontkenning, bestrijdt bepaalde aanspraken op wijsheid zonder zelf aanspraak op wijsheid te maken. Advaita is een ‘nietes’ tegen het ‘welles’ van dvaita. Niet meer en niet minder.

Mensen houden niet van nietes dus maken ze er gauw weer een welles van. Niet-twee, redeneren ze, betekent eigenlijk één. En advaita vedanta betekent eigenlijk: alles is één.

Nou, dat betekent het dus niet. Anders had het wel eka veda geheten of zoiets, de wijsheid van de of het ene of van eenheid. Maar het heet advaita vedanta, in de betekenis van niet-twee, het einde van de wijsheid, en daarmee basta.

Want hoe verheven het ook klinkt in zo’n dode taal, eigenlijk is het niet meer dan een krachtterm. Je hoort hem met stemverheffing uit te spreken en daarbij met je vuist op tafel te slaan. ‘Advaita vedanta!’ ‘Ja maar…’ ‘ADVAITA VEDANTA NOG AAN TOE!’

Orban: Wat kan niet-twee nou anders betekenen dan één?

Hans: Van niet-twee naar één is net zo’n grote sprong als van niet vol naar leeg, of van niet heet naar koud, of van niet vies naar lekker, of van niet lelijk naar mooi, of van niet vliegend naar kruipend, of van niet rokend naar drinkend, of van niet geel naar rood, of van niet levend naar dood.

Van niet-twee naar één is een bokkensprong. Het is een noodsprong. Een foutsprong. Non-dualisme is enkel een ontkenning van het dualisme, geen bevestiging van het monisme.

Iedere tijd en iedere context roept zijn eigen nietes op. Een wegwerpleus tegen een modieus simplisme.

Tegen het wild woekerende dualisme van de Verlichting weert men zich met een non-dualisme.

Tegen het wild woekerende postmodernisme van de vorige eeuw weert men zich met een non-pluralisme.

Tegen het wild woekerende eenheidsdenken van deze eeuw weert men zich met een non-monisme.

Tegen het wild woekerende new-age denken van de nieuwe tijd weert men zich met een non-holisme (en ten einde raad met een alco-holisme).

Al deze non-termen, non-dualisme, non-pluralisme, non-monisme en non-holisme, verwijzen niet naar de laatste waarheid of de hoogste werkelijkheid maar verzetten zich slechts tegen een dominante vorm van reductionistisch denken. Ze spreken niet-sprekend uit naam van een radicaal niet-weten dat nooit iets anders verkondigt dan de lege leer. Dat wil zeggen: niets en dat ook niet. Te gewoontjes? Noem het dan maar ‘vedanta’.

Orban: Ja, misschien is eenheid niet zo’n beste term, maar is twee werkelijk twee? Is de waarnemer niet het waargenomene? Is dát niet de boodschap van advaita vedanta? Zijn wij niet die boodschap? Zijn wij niet dat?

Hans: Ja, weet ik veel of de waarnemer het waargenomene is. Ik kan het allemaal niet meer uit elkaar houden en ik kan het allemaal niet meer bij elkaar krijgen. Tel uit je winst.

Zelf bén ik geen boodschap en héb ik geen boodschap, zelfs niet de boodschap dat er geen boodschap is. De lege boodschap is de blijdste boodschap die ik ooit heb gekregen of ben geweest. Die ik nooit heb gekregen en nooit ben geweest. Geen hond die hem begrijpt. Dus het begin is er.

Ik bedoel, het is de leegste boodschap die ik nooit heb gekregen. Toch ben ik er helemaal vol van. Geen boer kan er kaas van maken. Er is geen beginnen aan.

Orban: Dus volgens jou is advaita vedanta alleen maar een nietes tegen dvaita?

Hans: In ieder geval voor de duur van onze correspondentie.

Orban: Maar helaas werd het zelf weer een welles.

Hans: Toen advaita vedanta begon te verstarren, zoals het nou eenmaal moest, bedachten de onversaagde Indiërs algauw een volgend nietes dat ze dvaita advaita vedanta noemden, dualistisch non-dualisme.

Toen dvaita advaita vedanta begon te verstarren, zoals het nou eenmaal moest, bedachten de onversaagde Indiërs algauw een volgend nietes dat ze advaita dvaita advaita vedanta noemden, non-dualistisch dualistisch non-dualisme.

Zie je het patroon?

Orban: Echt waar?

Hans: We zijn hier niet op de universiteit.

Orban: Ik bedoel, is het academisch verantwoord wat je zegt?

Hans: Ik bedoel, pluis dat maar eens uit. En laat het mij ook even weten.

Orban: Is niet-weten het enige wat helpt tegen verstarring?

Hans: Niet weten is niet iets wat helpt tegen verstarring. Niet weten is niet iets wat helpt tegen wat dan ook. Het is geen remedie of panacee. Het is geen therapie of methode of gereedschap. Het is geen naaimachine-olie om het zwoegende, piepende en krakende brein te smeren. Het is niet iets wat je doet of toepast of uitvoert of praktiseert of presteert.

‘Niet weten’ is gewoon een oorspronkelijk pretentieloze, aan het dagelijks spraakgebruik ontleende uitdrukking om aan te geven dat je het op het gebied van de levensvragen allemaal niet meer weet. Zonder daar nog mee te zitten.

Onvermijdelijk wordt zelfs een klein kinderwoord als ‘niet weten’ vroeger of later een duur dogma waar dikdoeners goede sier mee gaan maken. Je ziet het overal gebeuren. Steeds vaker wordt het gebruikt in de zin van ‘het mysterie van het leven’ of ‘dat wat ik ten diepste ben’ of ‘het kennen dat zelf op geen enkele wijze gekend kan worden’ of ‘de ene, alomvattende geest’ of ‘de leegte waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat’ of de ‘stilte van het hart’ of ‘het derde oog’ of ‘onze fundamentele openheid’ of ‘de onvoorwaardelijke liefde die wij zijn’ of ‘het eeuwige hier en nu’ of ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ga maar door en hou maar op.

Daarmee wordt niet weten een waarheid, een werkelijkheid, een grond, een zekerheid, een steen der wijzen, een ding, een schepper, een god, een iets, een niets, een plaats, een tijd, een leidraad, een ideaal, een norm, een hebbeding, een afgodsbeeld, een amulet, de zoveelste toverstok om het geluk af te dwingen, het zoveelste voetstuk om boven jezelf en je medemens uit te stijgen. Transcendentie, weet je wel.

Daarmee wordt niet weten, net als alle andere termen die zich er tevergeefs aan hebben proberen te ontworstelen, ingekapseld door de Eeuwige Wijs-Dom die spiritualiteit heet. Leuzenspiritualiteit, bedoel ik. Met p(l)akkende slogans die zelfs het meest onverzettelijke verstand nog in hun ban weten te krijgen.

‘Niemand hier!’

‘Alles is volmaakt!’

‘Alleen maar dit!’

‘Ik ben dát!’

‘Niet alleen maar al-één!’

Orban: Dus volgens jou is niet alles één?

Hans: Schei toch uit.

Orban: Geef nou eens antwoord.

Hans: Eén in welk opzicht? Hoe stel je zoiets vast? Wat bedoel je met ‘alles’? Wat maakt het eigenlijk uit?

Orban: Niet-twee, niet-één, wat dan wel?

Hans: Een twee drie vier…

Orban: Hè?

Hans: Hoedje van, hoedje van, een twee drie vier, hoedje van papier.

Orban: Eerst een kinderwoord en nou weer een kinderliedje. Ik voel dat we steeds dichter bij de hoogste wijsheid komen. ;-)

Hans: En als het hoedje dan niet past…

Orban: Zet je het in een glazen kast.

Hans: Een twee drie vier, hoedje van papier.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Advaita vedanta als opstapje naar een radicaal niet-weten

De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets. (Juzjani)

Beste Flavia,

Je boek, De Zachte Kracht, viel me niet tegen. Ik vond het lekker weg lezen. In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur. Wel een beetje zoet. Vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht.

De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is. Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.

Niet de Flavia die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, ‘het denken heeft overwonnen’ (pagina 12, 23, 55, 127) en ‘het verstand heeft doorzien’ (12, 16, 47, 55, 143) maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere.

Het Gezonde Verstand voor het Spirituele.

De ene tijd (verleden-heden-toekomst) voor de andere (het Hier-en-Nu).

De ene illusie (de droom) voor de andere (de Realiteit).

De ene identiteit (Iemand) voor de andere (Niemand).

Wilskracht voor Overgave.

De Denker voor de Getuige.

Denken voor Ervaren.

Worden voor Zijn.

Dualiteit voor Non-dualiteit.

Afgescheidenheid voor Eenheid.

Het Wonder van de Schepper voor het Wonder van de Schepping.

Ziedaar de canon van het spirituele verstand versus de canon van het gezonde verstand.

Zelf kan ik evenmin geloven in het spirituele verstand als in het gezonde. Evenmin in de lineaire tijd als in het eeuwige heden. Evenmin in samsara als in nirwana. Evenmin in Maya als in Layla. Evenmin in de denker als in de getuige.

Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven. Mijn (‘mijn’) denken (‘denken’) heb ik niet overwonnen of doorzien; hooguit houdt het (‘het’) zichzelf (‘zichzelf’) in toom. Denk ik nu eventjes. Ook alweer voorbij.

Nooit heeft het spirituele verstand mij ook maar enigszins kunnen bekoren.
Vandaar misschien dat ik op een goede noch kwade dag zonder overstappen rechtstreeks van het gezonde verstand in het, laten we zeggen, onverstand terecht ben gekomen. Totaal onbedoeld en totaal onverwacht.

Het spirituele (of religieuze) verstand kan ik daarom alleen vatten als een voor sommigen kennelijk noodzakelijk tussenstation op het pad van weet-ik naar weet-ik-veel. Een manier om alvast uit het heersende wereldbeeld te stappen zonder meteen alle zekerheden op te geven. Een doekje voor het bloeden. Uitstel van executie.

Voor vrijwel alle zoekers lijkt het spirituele verstand echter het eindstation. Was de ‘wijsheid zonder wijsheid’ een kwestie van ‘de meeste stemmen gelden’ dan hadden ze beslist gelijk. Helaas – ook de democratie laat het op dit vlak afweten.

Omdat je het steeds over ‘dansen als een derwisj’ hebt, permitteer ik me hier een citaat van de soefi Juzjani (of althans een Nederlandse vertaling van een Engelse vertaling van het vermoedelijk Perzische origineel of van een parafrase daarvan door een of andere discipel of althans van een handgeschreven kopie van een handgeschreven kopie van een handgeschreven kopie van een mondelinge overlevering van een mondelinge overlevering van een mondelinge overlevering daarvan, want zo ging dat in die tijd, heb ik ooit eens gelezen, meen ik me nu te herinneren):

De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets.

(Bron: Het pad van de Soefi, Idries Shah, uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, p197. Zie ook: De derwisj en de dwaas)

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld. Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen. Een hachelijke zaak. Wat hij er precies mee bedoelt wordt ook al niet vermeld. Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die bijgevolg geen mens is, althans geen gemiddeld mens?

Ik durf het niet te zeggen. Daarom voor de zekerheid ook nog een citaat van een andere berumde sufi, Jalaludin Rumi:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid God’; ook niet: ‘Ik aanbid God niet.’ (p229)

In plaats van God kun je hier ook lezen: de Zachte Kracht, de Bron, het Zelf, geen-zelf, de Boeddha, het Zijn, Tao, het Leven, Dit, het Mysterie en zo voort. En niet-weten uiteraard:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht’; ook niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Bron’; ook niet: ‘Ik aanbid de Bron niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Zelf’; ook niet: ‘Ik aanbid het Zelf niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Boeddha’; ook niet: ‘Ik aanbid de Boeddha niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid niet-weten’; ook niet: ‘Ik aanbid niet-weten niet.’

Om het citaat verder aan te passen aan onze tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij God. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid alles’; ook niet: ‘Ik aanbid alles niet.’

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen. Mooie definitie van verlichting? Zeg ja en je bent voor één gat te vangen. Zeg nee en je bent toch niet ontsnapt.

Beste Hans,

Dank voor je reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag. Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het spirituele verstand een eindstation is? Heb jij soms het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder bent dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit in werkelijkheid één grote egotrip?

Beste Flavia,

Als dat één vraag was dan kan ik maar één antwoord geven: Ik voel me niet verheven boven mensen met gezond verstand. Ook niet boven mensen met spiritueel verstand. Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven. Noch in het ene verstand, noch in het andere. Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven. Zelfs van niet-weten weet ik niet.

Dit valt op geen enkele manier te verklaren of te rechtvaardigen. Ook wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak. Hoe zou ik mij er dan in hemelsnaam op kunnen laten voorstaan?

Voor mijn part heeft iedereen gelijk en ik alleen niet. Ik hoef geen gelijk. Het zegt me niets meer. Ik maak geen aanspraak op de Waarheid of de Werkelijkheid. Ik heb de Wijsheid niet in pacht. Ik waan mij geen Meester of Verlichte. Ik ben er niet op uit de medemens de weg te wijzen, te veranderen, neer te sabelen, te verheffen of te verlossen. Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren. Dat is nou net de grap.

Flavia: De kosmische grap.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: De waarheid is voorbij de woorden.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Denk je dat je ooit de weg naar het spirituele verstand zult vinden?

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: ‘Het spirituele verstand’ is nota bene je eigen woord.

Hans: Kun je nagaan.

Tips: Wat is non-dualisme? Kosmische grappen

Verlichting is wat je uitdoet bij vertrek

Overbewust zijn

Beste Hans,
Met veel plezier dwaal ik rond op je dwijze website. Voor mij is niet-weten een ander woord voor Bewustzijn. Verlichting is een ander woord voor Bewust Zijn. Dat wil zeggen, bewust zijn van het Bewustzijn dat wij zijn. Kun jij je hierin vinden?

Beste Ake,
Voor mij verwijst niet-weten naar niet weten. Bewust loos zijn. Loosbewust zijn. Wat je ook meent te zijn. Al is het maar loos bewustzijn. En dan je loosheid nog lozen. Kun jij je hierin verliezen?

Ake: Maar het loos zijn, is dat juist niet het oerkenmerk van het Bewustzijn dat wij zijn?

Hans: Als ik dat wist zou ik niet meer loos zijn.

Ake: Wat versta jij dan onder verlichting?

Hans: Datgene wat je uitdoet bij vertrek.

Ake: Ben jij vertrokken?

Hans: Dat kan ik zo niet zien.

Ake: Waarom niet?

Hans: Omdat het licht uit is.

Wat versta ik onder verlichting?

Als je niet meer kan luisteren

Beste Hans,
Ik heb begrepen dat je gezondheid het af laat weten. Laat dit je tot troost zijn: alles wat je bij je dood zult verliezen deed toch al niet ter zake.

Beste Gertjan,
Wat mensen al niet verzinnen om elkaar te troosten.

Gertjan: Ik verzin het niet.

Hans: Ook dat nog.

Gertjan: Niet-weten is niets anders dan het tijdloze Bewustzijn. De rest is vorm. Vorm gaat onvermijdelijk verloren. Leegte kent geen tijd.

Hans: Gezelligheid ook niet.

Gertjan: Jij bent Dát.

Hans: Alleen maar Dit, was het toch?

Gertjan: Dat komt op hetzelfde neer.

Hans: Dit is Dat en Dat is een Gat?

Gertjan: Ik heb het over dat wat geen oor kan horen.

Hans: Ik hoor je wel.

Gertjan: Wie hoort wat geen oor kan horen, hoeft nergens meer naar te luisteren.

Hans: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Tip: De dood doodgedacht

Groot Bedrog van Grote Bedriegers

Descartes redeneert: cogito ergo sum. Er is een gedachte nu, dús er is denken, dús er is een denker. Advaita redeneert: er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel bewustzijn waarin die gedachte gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen? Zo denken we ons in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (denken) naar een substantieel subject waarin of waaraan zich die abstracte functie voltrekt (een denker of het ware zelf).

Beste Hans,

Voel jij er wat voor om een klein boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie uit onze dialoog.

Beste Nina,

Eerlijk gezegd kan ik me niemand voorstellen die zo’n boekje zou willen kopen. Jij? Ja, je moeder misschien. Je man, uit solidariteit. Ik zou het zelf niet eens kopen. Ik kan niet eens iemand bedenken aan wie ik het cadeau zou willen doen. Ja, aan jou. Jij?

Wat is volgens jou de essentie van onze dialoog? ‘Mijn mailtjes, Hans.’

P.S.
Uitgeverij Ankh-Hermes is naar men zegt op sterven na dood. Uitgeverij Asoka is vorige week failliet gegaan en hoopt op een doorstart. Welke van deze zullen wij eens gaan redden?

Nina: Vergeet uitgeverij Samsara niet. Er zijn meer gegadigden dan jij denkt, maar ik ben onze grootste fan, dus ook onze grootste afnemer. Zo zou ik het heel spannend vinden om exemplaren achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park.

Hans: Samsara is tegenwoordig beneden mijn niveau; ik geef alleen nog maar uit bij Nirwana.

Nina: Nirwana, een boeiende uitgeverij, vooral veel wit.

Hans: Het idee om een boekje achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park vind ik enig, maar ik schat in dat je ongeveer tienduizend exemplaren moet achterlaten om één geïnteresseerde te treffen.

Om de kosten te drukken, logistiek gedoe te vermijden en de uitgeverij te omzeilen had ik jaren geleden het lumineuze idee om een website te maken. Voor iedereen toegankelijk en nog doorzoekbaar ook. Zo gedacht, zo gedaan. Iedereen kan mij vinden. Wat moet ik dan met een uitgever? Wat moet een uitgever met mij?

Nogmaals: wat is volgens jou de essentie van onze correspondentie? Als die vraag je inderdaad niet interesseert, heb ik nog een andere: Wat betekent jnana yoga voor jou? Gebruik zoveel woorden als je wilt en neem zoveel tijd als nodig.

Weken later

Nina: Vreemd om je af te vragen waarom wij zo nodig geïnteresseerden moeten treffen. Jij schrijft toch ook maar door op niet-weten.nl? Of doe je dat voor niemand?

Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze brieven verwijderen zijn ze beslist geschikt voor publicatie, zowel op het internet als in boekvorm. Onderwerp: Bewustzijn versus niet-weten.

Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte was dat voor mij een geweldige aha-erlebnis. In jou herkende ik het niet weten in mezelf. Zo sterk was die herkenning dat ik er helemaal van in de war raakte en met de hoogste waarheid (van het Ene Bewustzijn dat ik ben) geen raad meer wist. Hoe moest ik dat verenigen met niet weten?

Onze correspondentie heeft daarin uiteindelijk duidelijkheid gebracht. In ieder geval voor mij. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik ben en dat Bewustzijn de essentie van mijn zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is. Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Jnana yoga, oftewel Advaita Vedanta, heeft mij laten zien dat ik in essentie ben. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven. Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die mij meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Jnana yoga betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dit verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Jnana yoga is Zien, niet met de ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. ‘Bewustzijn’ is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen; we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft mijn leven mij geopenbaard en onze correspondentie bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering. Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de jnana yoga.

Ach Hans, er hoeft geen boek van ons te komen, niet van papier, niet op het internet. Het is goed zo. Waar het om gaat is dat ik nu eindelijk helemaal durf uit te komen voor wat ik zojuist heb geschreven. Bedankt man!

Hans: Goed gezegd. Je klinkt al helemaal als een boekje. Waar zal ik jou eens achterlaten?

Nina: Is dat het enige wat je te zeggen hebt?

Hans: In mijn woordenboek kent niet-weten geen ‘versus’, dus ook geen Bewustzijn versus niet-weten. ‘Het’ kent geen identiteit, dus ook geen identiteit van bewustzijn en niet-weten. Zo valt het project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen bij voorbaat in het water.

Wat valt er ook vast te stellen door iemand die niet weet? Niet vaststellen is wat ik doe. Niet-stellen als uitdrukking van niet-weten.

Ik kan jou tot het koninkrijk kome of vergaat op de onzekerheden in je zekerheden wijzen, en jij mij op de zekerheden in mijn onzekerheden, maar uiteindelijk zitten we waar we zitten (om het met de zenboeddhist te zeggen), of hangen we waar we hangen (om het met Jezus te zeggen), of vallen we waar we vallen (om het met de epilepticus te zeggen) of slapen we waar we slapen (om het met de narcolepticus te zeggen) of zwerven we waar we zwerven (om het met Swiebertje te zeggen).

Bewustzijn om niet-weten is als lood om oud ijzer. Twee keer niks. In mijn woorden: weg ermee. In jouw woorden: allemaal Bewustzijn.

In bewustzijn is ruimte voor niet-weten, in niet-weten is ruimte voor bewustzijn, dus hoeven we elkaar niet de hersens of de ruimte in te slaan. Ook al zou dat waarschijnlijk meer rust brengen dan alle Hoogste Waarheden bij elkaar.

Je mag me best naar het waarom van mijn buitensporige schrijverij vragen. Ik heb inderdaad niks uit te leggen en dat leg ik uit. Niet om mensen te veranderen of de wereld te verbeteren maar, postuleer ik voordat een ander het voor me doet, om mijn eigen stem te horen. Zoals ik hem eertijds ‘mama’ hoorde zeggen, en tegenwoordig ‘Lucienne’.

Uit liefde.

Uit verlangen.

Uit genoegen.

Uit gewoonte.

Om de stilte te verbreken.

Om mezelf het lied van niet-weten te horen zingen. Omdat ik er kennelijk nooit genoeg van krijg mezelf het lied van niet-weten te horen zingen. Ik jubel en ik schreeuw het uit en bij iedere kreet kom ik klaar. Klaar met mezelf, klaar met de wereld, klaar met het leven en klaar met de dood. Niet weten is mijn lege roes.

Ik heb ook niet het geluk gehad, of moet ik zeggen de pech gehad, zoals jij uiteindelijk of voorlopig, mezelf volledig in een traditie terug te vinden. Niet in de wetenschap, niet in de psychologie, niet in de literatuur, niet in de kunst, niet in de filosofie, niet in het nihilisme, niet in het katholicisme, niet in de mystiek, niet in zen, niet in het boeddhisme, niet in het daoïsme, niet in de avudhata gita, niet in de dvaita vedanta, niet in de advaita vedanta, niet in de dvaita-advaita vedanta, niet in de advaita-dvaita-vedanta en ook nergens anders.

Daarom moet ik het wel zelf zeggen, moet ik wel mijn eigen nietszeggende grensvervagende wensverleggende dodemansteksten schrijven en teruglezen en uit mijn hoofd leren en weer opzeggen en weer aanhoren met mijn eigen ongeboren grofvolkoren dovemansoren, en weer onherkenbaar veranderen, als het meanderen van een murmelende vliet door het luie lege laagland.

Sprekend zwijgen, zou je kunnen zeggen, als je je mond weer eens niet weet te houden – en dat is, voor nu, mijn traditie. Een gelegenheidstraditie die veel raakvlakken heeft met andere tradities, maar zelf zonder draagvlak is. Een traditie zonder traditie, die met mij of via mij of als mij ontstaat, en wel met mij zal vergaan. Een wegwerptraditie voor een wegwerpmens.

Nina: Geen boekje dus?

Hans: Omdat je zo aandringt heb ik het allemaal nog eens globaal nagelezen. Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze correspondentie weglaten, blijft er althans van mijn kant niets over. Is dat wat je bedoelt met essentie?

Nina: Jij bent toch ook een boekje?

Hans: Jazeker. Een dummy.

Nina: Een dummy met een potlood die schrijft over niet weten.

Hans: Een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.

Nina: Volgens mij verwijzen wij in de grond naar hetzelfde. Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Is dat geen vreugdevolle gedachte?

Hans: Als ik mezelf de vraag stel of ik bén dan durf ik dat niet te bevestigen of te ontkennen. Al was het alleen maar vanwege de bestendigheid die deze vraag impliceert, en de vereenzelviging van een of andere ik met een of ander tijdloos iets, of alles, of niets, waartoe deze vraag verlokt. Om dezelfde redenen durf ik geen antwoord te geven op de vraag of ik het ene bewustzijn ben. Ik kom niet eens voorbij de afzonderlijke woorden ‘ik’ en ‘het ene’ en ‘bewustzijn’ en ‘ben’, laat staan tot de schijnbaar zinvolle vraag die ze als woordketting lijken te vormen.

Voor mij zijn het allemaal vingers. ‘Wijzen’ is ook zo’n vinger. ‘Maan’ is ook zo’n vinger. Duivelsvingers? Lange vingers? Middelvingers? Vingers die naar vingers wijzen?

Net zo is het verhaal dat jij mij in navolging van de Indiase advaitavada vertelt, voor mij niet meer dan een verhaal. Een fopspeen voor de een, een sprookje voor de ander, een parabel voor de derde, pleepapier voor de woudloper, de woorden zonder waarheid voor de scepticus, de waarheid in woorden voor de non-dualist, de waarheid voorbij de woorden voor You en de jnani’s, een leugen zonder weerga voor Mohammed en de mohammedanen – voor iedereen wat anders, maar onmiskenbaar een verhaal.

Niet-weten is ook maar een verhaal. Dat het maar verhalen zijn is ook maar een verhaal. Weg ermee. En weg ook met het weg ermee.

Zó vergaat het mijn denken over fundamentele levensvragen. Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood. Ook dit is maar een gedachte over de al dan niet vermeende aard van mijn al dan niet vermeende denken. Denk ik nu kennelijk weer.

Nina: Dus?

Hans: Die vraag is suggestief. Alsof er op dit moment iets door iemand geconcludeerd of gedaan of gelaten moet worden. Alsof ik ergens mee zit.

Die opmerking is suggestief. Alsof ik nergens mee zit. Alsof er een ik is die nochtans ergens mee zou kunnen zitten.

Die zin is suggestief. Alsof er geen ik is die ergens mee zou kunnen zitten.

Enzovoort. Enzovoort.

Nina: Word jij niet moe van jezelf?

Hans: Word jij niet moe van je citroenzuurcyclus?

Nina: Het was een oprechte vraag.

Hans: Het was een oprecht antwoord in de vorm van een retorische vraag. Niet weten is voor mij altijd ‘spontaan, moeiteloos en probleemloos’. Net als vroeger mijn weten. Ik zou niet weten hoe ik het uit moest zetten. Ik zou ook niet weten waarom.

Noem het desnoods een ‘geleefde waarheid’. Nou… laat dat ‘waarheid’ maar weg. En wat dat ‘geleefde’ betreft…

Weet je wat? Neem een voorbeeld aan mij. Zeg gewoon eens niks. Doe het desnoods met woorden. Door ze vrolijk te vermoorden. Baat het niet dan schaadt het niet.

En anders is daar altijd nog het Bewustzijn. Scheidt het niet dan bijt het niet. Maar hoed je voor de Grote Bedrieger*, zei de pet tegen de muts.

Nina: Die grote bedrieger ben jij zeker.

Hans: Wie heeft je dat nou weer wijsgemaakt?

Maanden later

Nina: Eén vraagje nog: waarin verschijnt de Grote Bedrieger?

Hans: In de vraag ‘Waarin verschijnt de Grote Bedrieger?’

Nina: Ik bedoel, waarin verschijnen je gedachten?

Hans: Het eeuwige antwoord op deze eeuwige vraag luidt: Waarom moeten ze ergens in verschijnen? Als ik zeg ‘het vriest’, dan zeg je toch ook niet: ‘Wat is het dat vriest?’ Aan een vrijgezel vraag je toch ook niet: Waarom heb jij je vrouw vermoord?

Maar zeg eens, hoe komt de liefde in de maag?

In welke hartkamer wordt de wijsheid bewaard?

Wie heeft de blaadjes aan de boom gehangen?

Wat was er vóór het begin?

Wie heeft de maan Pandora van de planeet Polyphemus ontdekt?

Wie houdt de Tweede Kamer schoon?

Waarom kan ik mij wel een hoedje schrikken maar geen petje?

Nina: ‘Waarin verschijnt de Grote Bedrieger?’ is een non-vraag, bedoel je.

Hans: Descartes redeneert: Ik denk dus ik ben. Er is een gedachte nu, dús er is denken, dús er is een denker. Zo denkt hij zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (denken) naar een substantieel subject waarin of waaraan zich die abstracte functie voltrekt (een denker). Dat noem ik nou denkbedrog. Groot Bedrog van een Groot Bedrieger, zeg maar gerust Grootbedrog van een Grootbedrieger.

Advaitavadins redeneren: er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel bewustzijn waarin die gedachte verschijnt en gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen? Zo denken ze zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare via het onvergankelijke ene naar het universele zelf binnen één zin. Dat noem ik nou denkbedrog. Groot Bedrog van Grote Bedriegers, zeg maar gerust Grootbedrog van Grootbedriegers.

Korter door de bocht kan de Weg niet zijn. Een sterk staaltje van inflatoir denken. Rationalisme van de hoogste orde maar het laagste allooi.

Nina: En jij dan?

Hans: Zelf ben ik tegenwoordig de eenvoud zelve. Een hol vat. Een zeepbaan. Ik blijf maar onderuit gaan.

Mijn denken kent geen diepten meer. Geen subtiliteiten meer. Geen uitgangspunten meer. Geen conclusies meer. Geen richting meer. Geen haken meer. Geen ogen meer.

Aan een kale muur kun je niets ophangen. In een lege ruimte kun je niets verstoppen. Mij kun je niets meer wijsmaken.

Voor Hans geen zijn en geen niet-zijn, geen bewustzijn en geen bewustzijnsinhouden, geen subject en geen object, geen kenner en geen gekende, geen licht en niets dat belicht wordt, geen duisternis en niets dat verduisterd wordt, geen weten en geen niet-weten; geen ja, geen nee en geen tja, geen pad, geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken, geen volheid, geen leegte, geen dvaita, geen advaita, geen veda en geen vedanta.

Dit moet je niet opvatten als een bevestiging of ontkenning mijnerzijds van de non-dualistische dan wel goddelijke aard van de kosmos en/of mijn diepste wezen, of van de leegte of van het niets of van een niet-weten in het kwadraat of als wat voor bewering, filosofie, liedje of verhaal ook. Ik zeg alleen maar niets. Ook dit niet. Ik weet alleen maar niet. Ook dit niet.

Nina: Nog één poging. Waarin verschijnt het niet weten?

Hans: In de vraag ‘waarin verschijnt het niet weten?’

Nina: Zo is het goed.

Hans: Wat heet goed?

Nina: Je hebt me toch weer aan het denken gezet.

Hans: Ik was er al bang voor.

Nina: Ik weet even niets meer te zeggen.

Hans: Zo is het beter.

* Grote Bedrieger: verwijzing naar ‘le malin génie’ van Descartes, een hypothetische demon die ons voortdurend onjuiste gedachten voorhoudt.

Tip: De illusie van de illusie

Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!

Leestekens aan de wand

Beste Hans,
Dank je wel voor je heerlijke website! Niet-weten is goud! Zelf zeg ik altijd: ontmasker het denken! Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!

Beste Anja,
Waarom?

Anja: Zie je gedachten en besef dat ze stuk voor stuk onwaar zijn!

Hans: Behalve deze zeker?

Anja: Als je dat consequent doet, ervaar je dat je niet je denken bent! Denken is een afwijking! Er is iets dat aan je gedachten vooraf gaat! Er is iets wat die gedachten ziet! Dat is wat jij ten diepste bent! Bewustzijn!

Hans: Zou je denken?

Anja: Bewustzijn is waarin het denken verschijnt! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken en beschouwen te onderzoeken! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken te ontmaskeren!

Hans: En daarom zet jij bij alles wat je denkt een vraagteken?

Anja: Zeker weten!

Tips: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen), Byron Katie voor Workaholics

Van deïficaties, reïficaties en mystificaties

‘Het mysterie’ is ook maar een gedachte

Beste Ferry,

Dank voor je medeleven. Mijn kaak doet nog steeds behoorlijk zeer. De pijn ervan is te vergelijken met die van een voorhoofdsholteontsteking of een stompopjeoog of een gekneusderib of een verstuiktevinger: een diepe, omfloerste, zeurende, somsstekende pijn waarvan ikmij moeilijk kan distantiëren. Bovendien maak ik mij zorgen dat de ontstekingsbron nietweg is.

Zoals het de ver lichte betaamt, ver welkom ik die pijn en die zorgen en anders ver welkom ik wel de afwijzing ervan of de afwijzing daar weer van en anders doe ik wel alsof. Niemand zal mij nog bèèè trappen.

Heeft je hartfilmpje nog wat opgeleverd? Je zegt dat je onder totale verdoving best verdere onderzoeken wilt ondergaan – voor jekinderen. Wat hebben jekinderen daaraan? Zekerweten dat ze zonderjou slechteraf zijn?

Zelf wil ik onder totale ver doving best verder leven, maar voor wie?

Wat betreft de door jou gerespecteerde lezer die meent dat jouw gedachten ‘evenals alle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn’: heb je ook lezers die je niet respecteert? Heb je nog meer lezers die je respecteert? Tot welke categorie behoor ik?

Als de door jou gerespecteerde lezer gelijk heeft, dan is de gedachte dat jouw gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, eveneens gebakken lucht, evenals de gedachte dat álle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, evenals de hele advaita vedanta, dus dat kan het probleem niet zijn.

Zelfs het idee dat dat het probleem niet kan zijn is dan gebakken lucht, zodat we gewoon weer op de oudevoet verder kunnen, behalve dat die gedachte ook weer gebakken lucht is, om over deze nog maar te zwijgen.

Je ziet, er valt altijd wel watte zeggen, hoe zweer iemand je ook de mond probeer te snoeren of tot een of andere recht vaardiging probeer te ver leiden. Laat hem eerst zich zelf maar recht vaardigen. Laat hem eerst zich zelf naar de mondsnoeren.

Het komt mij voor dat je je met je hypostase van ‘de Bron die zich uitdrukt via de gedachten van wat men gewoonlijk de persoon noemt, in mijn geval Ferry’, net zo snel en op precies de zelf de wijze vast lult als met de hypostase van de persoon zelf, in jouw geval Ferry. ‘De Bron’ is gewoon de volgen de persoon. Zeg maar Ferdinand. De persoon der personen. De Hoofd persoon.

Dat toont zich onmiskenbaar in de manie r waarop je rover praat: De Bron kent mij en leeft mij. In die zin ben ik de Bron en anderson. Er is geen afgescheidenheid.’

Personificaties, identificaties, deïficaties en reïficaties als deze en mystificaties als ‘een niets dat alles is’ en ‘een alles dat in zichzelf leeg is’, die je nota bene zelf al quasificeert als ‘kansloos’, maken de geilige graal alleen maar geiliger, stuwen de overspannen ver wachtingen nog verderop en wekken zo precies de heb, zucht en hoogdraf in je toehoorders en toelezers die jou naar eigen zegen zo lang zamerhand tot wan hoopdrift.

Of wou je ze soms ver wijten dat ze hun uitvolkoren rolmodol navol gen? Ik weet heus wel dat jij ‘de Bron’ niet als ding of persoon of identiteit of koning of god ziet, dus leg het me maar niet nogmaals uit, maar het is en blijft substantialistisch en eternalistisch denken dat onvolmijdelijk meer problemen o proept dan ohm zeilt.

En wat is dat nou ineens weer voor gelul over energie en kosmische deeltjes?

Ja, ik ken die R. die je met zoveel in stemming citeert wel zobeetje – filognost, sciëntist en atomist après la lettre, luchtbakker par excellence met zijn meeneemideeën over quantummeegaanica en elfdimensionale snaren en elfsnarige gitaren en ‘de leegte aller dingen en wezens’ die zonder uit zonder in alleen maar ‘conglomeraten van deeltjes zijn’ en de noodzak tot verwetenschaapelijking van onze zogenaamd middeleeuwse spierritualiteit naar het voor beeld van de Lama Ladida, enzovoort enzoterug.

Wetenschaap en metamfysica zijn ver slaaf ende hobby’s maar metsp irritualiteit hebben ze geen jota te maken, of hoe het kleinste Higginsdeeltje tegen woordig ook heten mag. Met po pulisme des te smeer.

Dat andere stokstaartje van je, de ge dacht hè dat het leven een mie sterie iss in Nederland inmiddels bon ton onder reli’s en spiri’s van allerlei renommage, van jong tot oud, van ongeboren tot ongestorven, van half gaar tot dubbel gebakken, wat een lucht.

Zou dat dan de Eeuwige WijsDom zijn? Ver lichting al sperma niente staat van ver wond ering. Ver wond eer je hier dan maar is over:

De enigen die op deze aard kloot in een sperma niente staat van ver wond ering ver kering zijn de bielen, en zelfs die niet. Daarom wil ik je graagter over denking geven dat het zogen aamde mist eerie van het zogen aamde leven wel eens niet meer zou kunnen zijn dan een ge dacht huh tussen tal loze andere ge dacht huh die net als alle andere ge dacht huh kont en gat.

Als je hem niet denkt is er geen mmm hysterie en ook geen lu lu leven. Ook dit is maar een ge dacht eh… die over een paar suckonden alweer ver dwenen is. Wedden?

Ene, tweeje…

Nou, wat zei ‘k je?

Tip: Denken, denken, denken

De hemel is een afgrond

Denkt u dat ik met mijn niet weten al in de hemel ben of nog steeds in de hel? Hoe uw antwoord ook luidt, zelf heb ik geen idee. Dat is vast niet uw idee van de hemel?

Beste meneer Van Dam,

Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron. De innerlijke lichtbron is het universele bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een gedachte in het bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee.

Het oneindig kleine is al even groots als het oneindig grote.

Het is belachelijk om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. En aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen.

Ik moet beseffen dat ik op de keper beschouwd niets weet en dat het meeste slechts schone schijn is. Eerlijkheid en Geduld zullen mijn raadslieden zijn. Om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid loop ik niet meer weg van de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede. De Donkere Wolken zullen mijn leraar zijn. De Zon erachter zal mijn lichtende baken zijn. De Hemel zal uiteindelijk mijn beloning zijn, zelfs al gaat mijn weg door de Hel.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het uitzicht en het inzicht…

Beste meneer De Vlaming,

Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in uw brief zijn, lijkt het mij het beste om uw advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten. Bij dezen.

De Vlaming: Daar heeft u me mooi te pakken. Ik zou het op prijs stellen als u desondanks wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Helpt het als ik zeg dat u me niet hoeft te sparen? Gespaard ben ik al te vaak. Juist daarom schrijf ik ú.

Van Dam: Zelf ben ik er ondanks fanatieke pogingen uiteindelijk niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken, laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.

Dat er een innerlijke lichtbron bestaat of nodig is om een innerlijke wereld ervaarbaar te maken zoals een uiterlijke lichtbron voor een uiterlijke, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde redenering.

De beeldspraak van de kleine golf in de grote zee gebruik ik zelf niet. Dat komt doordat ik het bestaan van het ego al evenmin durf bevestigen of ontkennen als dat van een alomtegenwoordig universeel en/of individueel bewustzijn. Laat staan dat ik mij laat verleiden tot uitspraken over de relatie tussen beide.

Ik meen dat dogma’s van deze strekking – kleine golf versus grote oceaan; het ego versus het ware zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare ene – courant zijn in diverse tradities, zoals de advaita vedanta, zen, dzogchen en andere soorten boeddhisme, maar dat weet u waarschijnlijk beter dan ik.

Ik zal de laatste zijn om dit soort dogma’s tegen te spreken, maar de rationalistische argumenten die in dit verband gewoonlijk worden aangevoerd hebben mij nooit kunnen overtuigen.

Aangezien het al dan niet vermeende bewustzijn bovendien als onkenbaar, onwaarneembaar en onervaarbaar te boek staat, en dus in alle opzichten zowel onverifieerbaar als onfalsificeerbaar is, zouden dogma’s daarover, welke dan ook, net zo goed onwaar als waar kunnen zijn. Of moet ik zeggen dat ze onder deze omstandigheden net zomin onwaar als waar kunnen zijn?

Waarschijnlijk is dat voor u hoe dan ook geen probleem. Gelukkig bevindt u zich daarmee in internationaal en gerenommeerd gezelschap – al is het dan niet in het mijne.

Het oneindig kleine en het oneindig grote ken ik als gedachteconstructies die in de wiskunde en de filosofie en andere vormen van weten een nuttige rol spelen. Maar niet in niet-weten.

Of ze bestaan en groots zijn en daarin aan elkaar gewaagd, durf ik echt niet te zeggen. Soms worden formuleringen van deze strekking gebruikt als dichterlijke uitdrukking van het holistische of monistische gedachtegoed of het boeddhistische sunyata en anatman.

Eenheidsdenken is de pijler van zowat alle op spirituele leest geschoeide moraliteit, van die van autochtone Indianen tot die van allochtone Indiërs, wat het voor veel mensen extra aantrekkelijk schijnt te maken. Niet-weten heeft echter geen voorkeur voor dit type denken, of voor welk type denken ook.

U heeft het over verkeerde gedachten die men misschien best allemaal opzij zet. Wat is precies het verschil tussen verkeerde en goede gedachten?

Volgens de spiritueel therapeute Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte.

Volgens de non-dualist Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte.

Zelf beschik ik niet over een betrouwbare maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen oordeel vellen.

Volgens u kun je gedachten opzij zetten.

Volgens Byron Katie kan je ze niet opzij zetten maar wel onderzoeken.

Zelf heb ik inderdaad wel eens de indruk dat ik mijn gedachten opzij zet of onderzoek, maar of ik dat doe of dat het mij overkomt of beide of geen van beide, kan ik, alle intuïties dienaangaande ten spijt, niet objectief vaststellen. Bovendien zou die hele ervaring van opzij zetten of onderzoeken op haar beurt best wel eens een illusie kunnen zijn. Of is dat soms verkeerd gedacht?

U meent dat we niet moeten weglopen voor de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid. Is weglopen niet een wezenlijk onderdeel van het leven? Weet u zeker dat weglopen verkeerd is? Loopt u met uw voornemen om niet weg te lopen niet weg voor het weglopen?

Leidt weglopen werkelijk tot liegen en krankzinnigheid? Wou u soms beweren dat blijven leidt tot waarheid en geestelijke gezondheid?

Zelf loop ik voortdurend weg voor van alles en nog wat dat mij kennelijk niet bevalt: gekrijs, uitlaatgassen, agressie, insecten, discussies, dikdoenerij, fanatisme, mensenmassa’s en talloze andere dingen, die niet alleen donkere wolken van angst, eenzaamheid en woede in mij oproepen maar ook donkere wolken van onverschilligheid, jaloezie, haat, minachting, walging en zo meer. Ik zou niet weten wat ik eraan zou kunnen doen, als ik er al iets aan zou willen doen.

U probeert de afgrond van de leugen en de krankzinnigheid te ontlopen. Als u het onderzoekt zult u misschien net als ik ontdekken dat het, zeker op het vlak van de grote levensvragen, ondoenlijk is om leugen te onderscheiden van waarheid, illusie van werkelijkheid, krankzinnigheid van spiritualiteit. De afgrond van niet-weten is zo mogelijk nog dieper dan die van de leugen en de krankzinnigheid, maar aan de andere kant, waarom zou je hem willen mijden?

Hoe weet u dat de hemel uw beloning zal zijn? Heeft u hem al gevonden of vertrouwt u op andermans beloften of op uw eigen voorgevoel? Is dat wel terecht?

Denkt u dat ik met mijn niet weten al in de hemel ben of nog steeds in de hel? Hoe uw antwoord ook luidt, zelf heb ik geen idee. Dat is vast niet uw idee van de hemel?

Wat betreft de gedachte dat u alles heeft om tot weten te komen als u niets meer weet – ik vind hem prachtig. Zo spreekt de mysticus. Voor mij is niet-weten echter niet de opmaat tot iets hogers. Eerder lijkt het de opmaat tot zichzelf te zijn. Ik weet alleen maar niet.

Ik vrees dat ik u nu teleurgesteld heb, maar trekt u zich van mij niets aan.

De Vlaming: Wat ik zelf pretendeer (en anderen adviseer), doet u in het echt. U heeft zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Nu ik nog.

Van Dam: Als u nou eens begint met het opzij zetten van de gedachte dat u al uw gedachten opzij moet of kunt zetten?

De Vlaming: Daar heeft u me alweer te pakken.

Tips: De illusie van de illusie, Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Maapsluts

Beste Hans,

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels ben ik praktisch zover dat ik NIETS meer zeker weet. Ik geef me steeds meer over aan het eeuwige HIER EN NU!

Beste Becky,

Heb jij iets tegen weten?

Heb jij iets tegen het daar en toen?

Wat is er eeuwig aan het hier en nu?

Is overgeven beter dan beheersen?

Becky: Er is NIEMAND hier. Wie zou zich dan moeten overgeven? Niemand zijn, dat is pas overgave. Overgeven doe je niet, dat ONDERGA je. Wie ondergaat het? NIEMAND ondergaat het. We leven niet, we WORDEN geleefd. Waardoor? Door HET LEVEN. Door HET MYSTERIE. Dat is het enige wat ik zeker weet. Verder is er alleen maar NIET-WETEN.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Becky: Wat niet?

Hans:

IEMAND hier of NIEMAND hier? Gooi maar in mijn pet.

DOEN of ONDERGAAN? Gooi maar in mijn pet.

LEVEN of GELEEFD WORDEN? Gooi maar in mijn pet.

WETEN of NIET-WETEN? Gooi maar in mijn pet.

HOED of PET? Muts.

Liefs,

Kabouter Muntputs.

p.s.
Je exclameert dat het leven een mysterie is.
Welk leven?

Becky: DIT leven. Het TIJDLOZE NU. Is het soms geen WONDER? Liefs, je Slaapmuts.

Hans: ALLEEN wanneer je dat weer EVEN denkt. TIJD voor een MYSTERECTOMIE? Welterusten, je Maapsluts.

Tip: Advaita pedanta

Juiste denkbeelden bestaan niet

Of is dat weer zo’n denkbeeld?

Beste Hans,

Prachtig hè, dat niet-weten? Of zoals Nisargadatta Maharaj het zei:

Laat je onjuiste denkbeelden los, dat is genoeg. Het is niet nodig om juiste denkbeelden te ontwikkelen. Die bestaan helemaal niet.

(uit I am That, p360, geciteerd in Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005, pagina 7)

Voor mij is dat de essentie van niet-weten: Laat je onjuiste denkbeelden los.

Beste Lisan,
Behalve deze zeker.

Lisan: Pardon? Welke zeker?

Hans: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten.

Lisan: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten, moet je ook los laten?

Hans: Om te beginnen.

Lisan: Wat dan nog meer?

Hans: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los kúnt laten. Het denkbeeld dat het goed is je onjuiste denkbeelden los te laten. Het denkbeeld dat het niet nodig is juiste denkbeelden te ontwikkelen. Maar ook het denkbeeld dat het mogelijk is het ontwikkelen van wat voor denkbeelden dan ook tegen te gaan, en ook het denkbeeld dat er geen juiste denkbeelden bestaan, om maar eens wat te noemen.

Twee maanden later

Beste Lisan,

Prachtig hè, dat niet-weten?


Lees ook: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers