Brieven zen

De leegte voorbij; correspondenties over zen en niet-weten.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

Dwaalgids > Zen / Brieven > Brieven zen


In ontbinding

Begripsvorming van vrijheid en vrijheid van begripsvorming tussen de dood en de vorige geboorte.


Beste Hans,
In De monnik en de filosoof (Asoka, 1998) vertelt de Tibetaans boeddhistische Fransman Matthieu Ricard wat we volgens hem meemaken na het overlijden van ons lichaam:

‘Achtereenvolgens zullen we een grote helderheid en gelukzaligheid ervaren en een toestand die vrij is van begripsvorming. Dat is het moment waarop we even in verbinding staan met het absolute. Een doorgewinterde beoefenaar is bij machte in deze absolute staat te blijven en het ontwaken te bereiken. Als dat niet lukt, gaat het bewustzijn naar de tussenstaat, die de periode tussen de dood en de volgende geboorte beslaat.’
(p327)

Ken jij de toestand die vrij is van begripsvorming?


Beste X,
Nee, vrij van begripsvorming ben ik eigenlijk nooit.
Of het moest in de droomloze slaap zijn, maar hoe stel je zoiets vast?
Wel lossen mijn begrippen bijna net zo snel op als ze zich vormen.
Nou deze weer.
Hetzelfde geldt voor mijn gedachten.
Nou deze weer.
Wat een mirakel.
En ik heb er niet eens voor hoeven sterven.
Of zou ik ongemerkt overleden zijn?
Of zou ik nooit geboren zijn?
Dit een staat of toestand noemen is onzin, daar is het veel te beweeglijk voor.
Dit het absolute noemen is eveneens onzin want dat is ook maar een begrip en daarom al net zo relatief als, bijvoorbeeld, het begrip ‘relatief’.
Grote helderheid kan ik het ook al niet noemen, omdat mij uiteindelijk niets helder geworden is.
Dit ook niet.
Daarom spreek ik liever van niet weten.

Wat ik ook even recht wil zetten, voor het geval het scheef mocht staan:
Ik ben geen doorgewinterde beoefenaar van wat dan ook, behalve ademen (steeds sneller), praten (steeds dommer), eten (steeds minder) en slapen (steeds lichter).
Laat staan dat ik juist dankzij mijn doorgewinterde beoefening bij machte zou zijn in niet weten te verblijven.
Dat geeft niks want niet weten vraagt geen enkele machtsuitoefening mijnerzijds.
Ook van overgave is geen sprake.
Eerder ben ik onmachtig eraan te ontsnappen.
Dat geeft ook niks, want ik zit hier goed noch slecht, dat wil zeggen, best.
Wie die ‘ik’ en waar dat ‘hier’ ook mogen wezen.

Nooit heb ik iemand gezien die vrij was van begripsvorming.
Ook Gautama Boeddha niet.
Ook Tenzin Gyatso, de veertiende dalai lama niet.
Ook Franciscus, de tweehonderdzesenzestigste paus niet.
Ook Jezus van Nazareth niet.
Ook Bhagwan Sri Rajneesh niet.
Ook Maezumi Roshi niet.
Ook Ramana Maharshi niet.
Ook Thich Nat Hahn niet (hoewel hij er nu misschien dichtbij is).

De eerste boeddhist die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk nog geboren worden – of overlijden natuurlijk.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het boeddhisme wezen.
De eerste mysticus die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk ook nog geboren worden.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de mystici wezen.
De eerste yogi die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk ook nog geboren worden.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het hindoeïsme wezen.
De eerste non-dualist die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk ook nog geboren worden.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de advaita vedanta wezen.

Alleen de allergrootste idioten zijn mogelijk vrij van begripsvorming.
Voorwaar een benijdenswaardig lot.
Of zou het een keuze zijn?
Niet voor iemand die vrij is van begripsvorming, zou ik denken.
Maar ja.
Ik kan wel zoveel denken.

Overeenkomstig de diepste inzichten van broeder Ricard en zijn Tibetaanse leermeesters wens ik jou en iedereen die verbinding zoekt met het absolute een spoedige dood toe.


Beste Hans,
Grapjurk.


Beste X,
Staat mij beter dan een lijkwade, al zeg ik het zelf.


Beste Hans,
En hoe zit het met de gelukzaligheid waarmee de ‘toestand die vrij is van begripsvorming’ gepaard zou gaan?


Beste X,
Nogmaals, ik ben niet vrij van begripsvorming en nogmaals, niet weten is voor mij geen toestand.
Noch gaat niet weten steeds gepaard met dezelfde gemoedstoestand.
Bij mij begon het met een paar weken van stille euforie, toen een paar maanden van stille verbijstering, vervolgens een half jaar van stil verdriet, toen een paar jaar van stille gelatenheid en daarna een paar jaar van stil geluk.
Het laatste jaar is er sprake van stille jubel.
Het moet niet veel gekker worden.
Wat de toekomst brengen zal, weet ik niet.
Alles is welkom, en zo niet dan toch.
Mijn gemoedstoestand deed en doet voor mij niet ter zake.
Voor zover ik kan nagaan ben ik nooit uit geweest op innerlijke vrede, liefdevolle vriendelijkheid, universeel mededogen, sereniteit, heerlijkheid, gelukzaligheid, dankbaarheid, onverstoorbaarheid, extase en noem maar op.
Ik wou alleen maar weten wat waar was, écht waar – of het me nou uitkwam of niet.
Tot ik na een halve eeuw van zoeken, vinden, kwijtraken en weer verder zoeken als een donderslag bij heldere hemel de geest gaf, uit de fles ontsnapte, hoe zeg je dat.
Met ‘de geest’ bedoel ik hier gewoon het hele arsenaal van zelfbeelden, lichaamsbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, doodsbeelden en weet ik veel wat voor denkbeelden waarmee ik tevergeefs trachtte – ja, wat eigenlijk?
Al die verhalen over wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom.
Tjonge jonge.
Nou dit verhaal weer.
Weg ermee.
Niks ‘even in verbinding staan met het absolute’ maar een radicale ontbinding van zowel ‘het relatieve’ als ‘het absolute’.
Om over ‘radicale ontbinding’ nog maar te zwijgen.
Anders bereiken we nooit de toestand die vrij is van begripsvorming waarin we gelukzaligheid en grote helderheid ervaren.


Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


De nieuwe kleren van het seminarie

Tussen het nare en het ware zelf; het heen en weer van oosterse en westerse ontsnappingskunstenaars.

Waarde Arie,
Met stijgende verbazing heb ik je laatste werk gelezen.
Je zingt weer als een koanarie.
Inspireren, dat is jou wel toevertrouwd.
Zelf ben ik meer van het expireren.
Tenslotte moet er ook een keer uitgeademd worden.
Vraag maar aan Cheyne-Stokes.

Bij het lezen van je woorden voorbij de wijsheid trof mij opnieuw de ver bluffende overeenkomst tussen de christelijke obsessie met goed en kwaad gepersonifieerd in God en de duivel, en de boeddhistische obsessie met het Zelf en het ego.
Oude wijn in nieuwe zakken.
Wat is dat met die oude zakken?

Wat was eerder, de koe of de wei.
De soutane of de pij.
Het Zelf of het Gij.
Verschillende vingers naar dezelfde maan?
Over hemellichamen kan ik niet-oordelen.
Ik ben niet zo’n licht.
Maar vingers zijn allemaal hetzelfde.
In welke van de tien richtingen ook:
Als ze maar kunnen wijzen.

Waarom hangt er nog steeds zo’n priestersfeertje om het boeddhisme van de lage landen?
De Heilige Maagd Maria heeft zich in de kliniek van Schumacher zonder leest scheve ogen laten aanmeten en heet nu Kanzeon.
Je moet met je tijd meegaan.
Kimono en rakusu: de nieuwe kleren van het seminarie.
Traditie, trend of bombarie?
Zelf sta ik altijd in mijn hemd.

Hans in zijn hemd
Hans in zijn hemd

Zo weten de mensen meteen wat ze aan me hebben.
Nou ik nog.
Niks weet ik meer uit elkaar te houden, wat een sof.
Wat is geest en wat is stof.
Wat is kras en wat is plaat.
Wat is goed en wat is kwaad.
Voor wie per se in dit soort termen wil denken:
Ik heb god op mijn ene schouder zitten en de duivel op mijn andere.
Beiden hebben hoorntjes en ze schreeuwen om het hartst.
Even diep in de penarie.
Ook het verschil tussen het vermaledijde ego en het gebenedijde zelf heeft zich aan mij niet geopenbarie.
Hooguit de overeenkomst.
Wat mijn wijze hart betreft, dat geeft al net zoveel richting als mijn dwaze mind.
Kompassen op de magnetische polen.
Draaiend als een derwisj.

Dat ook andermans hart weleens doorslaat blijkt uit de groeiende lijst gevallen boeddha’s.
Weer een overeenkomst met de kerk.
Vandaar die penitentiarie.
Missie of transmissie, het hart klopt overal.
Ook in de Geest.
Ook in de Tong.
Ook in het Kruis.
Ook in de Moordkuil.
En echt niet alleen bij het graven.
Het kropt en het weegt en het juicht.
Niets aan te doen ofte niet-doen of teniet-tedoen.
Begrijp me niet of niet verkeerd.
Van mij wordt niemand nog geleerd.
De Grote Weg van Hans van Dam:

Vallen, vallen, almaar vallen
Vallen tot je niet meer opstaat
Vallen tot er niets meer klopt
Niets meer, van geen enkel Woord
Niemand meer aan niemands Poort

Ik hou van jou, mijn waarde Arie –
Benenwagen of Ferrari.
Leve heel de lariefarie!

Tegengroet van Jan Contrarie


hemd: priestergewaad van de dwijze

dwijze: iemand die de wijsheid noch de dwaasheid in pacht heeft

benenwagen: voertuig van de dwijze


Naschrift

Lieve mensen, geloof me, ik vind kimono’s prachtig.
Ik kreeg mijn eerste toen ik zestien was.
Vogelverschrikker in klederdracht.
Het moet lachwekkend geweest zijn, maar ik voelde me een hele samurai.
Op mijn zeventiende kreeg ik verkering met een Japans meisje.
Ondanks mijn kimono.
Dat ik het nooit tot een rakusu heb geschopt is helemaal aan mezelf te wijten.
Ik zou het betreuren als de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen en ik zou het betreuren als het verzet tegen de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen.
Ik verkies het beeld van Kanzeon niet boven dat van Maria, het kruis niet boven het boeddhabeeld, het niet-verkiezen niet boven het verkiezen.
Ik heb geen moeite met beeldenvereerders, niet met beeldenbestormers en niet met mensen die wel moeite hebben met beeldenvereerders of beeldenbestormers.
Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn.


Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


De nieuwe kleren van de keizer


Beginnersgeest

Op hoop van zegen; heridentificatie in zen en advaita.


Beste Hans,
Ken jij de Vlaamse zenboeddhist Hein Stufkens*? Ooit woonde ik een lezing van hem bij over de vraag ‘Wie ben ik?’ Hij sloot af met de wens dat iedereen de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met jezelf en begint je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waar je een gezicht, de handen en de voeten van bent. Prachtig, nietwaar? Die zin is mij tenminste altijd bijgebleven.


Beste X,
Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met het wezenlijk onnoembare waar je een gezicht, de handen en de voeten van zou zijn.


Beste Hans,
Niet identificeren met je ik, niet identificeren met het wezenlijk onnoembare, wou je zeggen.


Beste X,
Welk ik? Welk wezenlijk onnoembare?


Beste Hans,
Volgens mij verwijst meneer Stufkens naar de Boeddhanatuur (Buddhatã) de Leegte (Sunyata), de Geest, het Zelf, Bewustzijn – dat waarin alles verschijnt en verdwijnt.


Beste X,
Waaronder de Boeddhanatuur, de Leegte, de Geest, het Zelf en Bewustzijn, neem ik aan?


Beste Hans,
Bedoel je dat er geen zelf is en niets transcendents?


Beste X,
Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met geen-zelf en intranscendentie.


Beste Hans,
Niet-identificeren is het devies.


Beste X,
Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt je te identificeren met niet-identificeren.


Beste Hans,
Ik heb nog een lange weg te gaan, geloof ik.


Beste X,
Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat je nog verder moet.


Beste Hans,
Bedoel je dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn?


Beste X,
Dan sluit ik af met de wens dat jij de liefde, de vrijheid en de ruimte mag ervaren die vrijkomt als je ophoudt te denken dat er niets te bereiken valt omdat we er al zijn.


Beste Hans,
Bedoel je soms dat ik moet ophouden van alles te denken?

Zou je denken?


Beste Hans,
Of althans dat ik moet ophouden te geloven wat ik denk?


Beste X,
Geloof je dat?


Beste Hans,
Dan weet ik het ook niet meer.


Beste X,
Dan weet ik het ook niet meer.


Deze correspondentie is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


* lezing van Hein Stufkens


Malen in de maalstroom

Beste Hans,
Ben jij soms geaffilieerd met de boeddhistische organisatie Against The Stream van Noah Levine c.s.?


Beste X,
Zeker, ik ben overal mee geaffilieerd. Hoezo?


Beste Hans,
Vanwege je opstandigheid. Omdat jouw spiritualiteit ook wars van alle tradities is en toch aansluiting zoekt bij diezelfde tradities. Vanwege de tegendraadsheid van je teksten. Omdat je weleens ondertekent met Jan Contrarie.


Beste X,
Nee hoor, ik ben nergens mee geaffilieerd.
Ik ga in ieder geval niet bij voorkeur tegen de stroom in, zoals veel dharma punx.
Ik ga ook niet bij voorkeur met de stroom mee, zoals veel new agers.
Ik sta er ook niet liever middenin, zoals veel mahayana-boeddhisten.
Ik sta er ook niet liever buiten, zoals veel hinayana-boeddhisten.
Ik vind ook niet dat mensen bij voorkeur tegen de stroom in of met de stroom mee moeten gaan of er middenin moeten staan of erbuiten of wat dan ook.
Ik vind ook niet dat mensen daar geen voorkeur in mogen hebben.
Ik vind ook niet dat mensen geen voorkeur mogen hebben voor mensen die daar al dan niet een voorkeur in hebben.
Begrijp je wat ik bedoel?


Beste Hans,
Waar gaat jouw voorkeur wel naar uit?


Beste X,
Soms ga ik tegen de stroom in en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms ga ik ertegenin terwijl ik er liever in mee zou gaan of er middenin of erbuiten zou staan.
Soms ga ik met de stroom mee en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms ga ik erin mee terwijl ik er liever tegenin zou gaan of er middenin of erbuiten zou staan.
Soms sta ik middenin de stroom en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms sta ik er middenin terwijl ik er liever in mee of tegenin zou gaan of erbuiten zou staan.
Soms sta ik buiten de stroom en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms sta ik erbuiten terwijl ik er liever in mee of tegenin zou gaan of er middenin zou staan.
Begrijp je wat ik bedoel?


Beste Hans,
Nee, ik begrijp niet wat je bedoelt.


Beste X,
Ik bedoel dat die voorkeur mijn zaak niet is.
Hij maakt deel uit van de stroom.


Beste Hans,
Heb je daar vrede mee of vecht je ertegen?


Beste X,
Meestal heb ik er vrede mee.
Een enkele keer vecht ik ertegen.
Ook daar heb ik vrede mee.
Begrijp je wat ik bedoel?


Beste Hans,
Nee, ik begrijp niet wat je bedoelt.


Beste X,
Ik bedoel dat dat vechten en die vrede mijn zaak niet zijn.
Ze maken deel uit van de stroom.


Beste Hans,
Wat is jouw zaak wel?


Beste X,
Dat is mijn zaak niet.


Beste Hans,
Maakt zeker weer deel uit van de stroom.


Beste X,
Welke stroom?


Beste Hans,
Klinkt als malen in de maalstroom.


Beste X,
Voelt als zweven in de dwaalstroom.
Waarmee ben jij trouwens geaffilieerd?


Beste Hans,
Dat weet ik eigenlijk niet.


Beste X,
Ik begrijp wat je bedoelt.

Tegen de stroom op zwemmen
Tegen de stroom op zwemmen

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


Het laatste woord

‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God’, heet het bij Johannes 1:1, dus daar zijn we wel uit.
Volgens sommigen is ook aan het einde het Woord, bij God of bij Boeddha of bij Tao of bij Bewustzijn of bij Gaia of bij de Mens of zo, daar is men het nog niet over eens – maar welk Woord dan wel, en zal het ook een Antwoord zijn, of, als dat teveel gevraagd is, welk Woord of Antwoord niet, en bij het einde of Einde waarvan eigenlijk?


Beste Hans,
Volgens mijn zenleraar is niet-weten niet het laatste woord. Hoe zie jij dat?


Beste X,
Als je denkt dat niet-weten het laatste woord is zit je daarin vast.
Als je denkt dat niet-weten niet het laatste woord is ga je zoeken naar het laatste woord en zit je daarin vast.
Als je denkt dat er geen laatste woord is stop je met zoeken en zit je daarin vast.


Beste Hans,
Maar heeft mijn zenleraar nou gelijk of niet?


Beste X,
Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft zit je daarin vast.
Als je denkt dat hij ongelijk heeft zit je daarin vast.
Als je denkt dat hij gelijk en ongelijk heeft zit je daarin vast.
Als je denkt dat hij gelijk noch ongelijk heeft zit je daarin vast.


Beste Hans,
Moet ik hieruit opmaken dat mijn zenleraar voorbij gelijk en ongelijk is?


Beste X,
Mijn zenleraar dit, mijn zenleraar dat.


Beste Hans,
Hoe bedoel je?


Beste X,
Laten we het liever over jou hebben.


Beste Hans,
Bedoel je dat ik zelf voorbij gelijk en ongelijk moet gaan?


Beste X,
Als je denkt dat je voorbij gelijk en ongelijk moet gaan zit je daarin vast.


Beste Hans,
Heeft een zenleraar volgens jou wel zin?


Beste X,
Als je denkt dat een zenleraar zin heeft ben je zijn leerling en zit je daarin vast.
Als je denkt dat een zenleraar geen zin heeft sta je er alleen voor en zit je daarin vast.
Als je denkt dat dingen zin hebben zit je daarin vast.
Als je denkt dat dingen geen zin hebben zit je daarin vast.
Als je denkt dat je niet kunt weten of dingen zin hebben zit je daarin vast.
Als je alleen zinvolle dingen wilt doen zit je daarin vast.
Als je je niet meer door de zin van de dingen wilt laten leiden zit je daarin vast.


Beste Hans,
Bedoel je dat ik niet meer moet denken?


Beste X,
Als je denkt dat je niet meer moet denken zit je daarin vast.


Beste Hans,
Niet vastzitten is het devies.


Beste X,
Als je denkt dat je vast kunt zitten, zit je daarin vast.


Beste Hans,
Hè?


Beste X,
Zeg dat wel.


Beste Hans,
Nou weet ik nog niets.


Beste X,
Zeker weten?


* Wijde Weetniet is een figuur in de geschriften van Zhuang Zi.

klokkenluiders en verder

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


De geboorterechter

Verhaal halen of einde verhaal?


Beste Hans,
Zowel in zen als dzogchen en advaita wordt de toestand van verlichting die ons geboorterecht is, aangeduid als de natuurlijke staat. Een ander woord voor deze toestand is ‘moeiteloos zijn’ of ‘zonder zelf zijn’ (being without self). Zou jij niet-weten omschrijven als je natuurlijke staat? Is de staat van niet-weten naar jouw idee dezelfde als de staat van moeiteloos zijn?


Beste X,
Ja, wat een toestanden allemaal, hè.
Zie ze dan nog maar uit elkaar te houden en zie ze dan maar weer bij elkaar te krijgen.

Dat iets automatisch gaat of natuurlijk aanvoelt, bewijst niks.
Niet weten gaat mij al net zo makkelijk af als vroeger mijn weten, en zelfs de ervaring dat alles moeite kost komt mij nog aanwaaien.
Maar verlichting laat het zich vanzelf niet noemen, niet door mij en niet door niet-mij, toen niet en nu niet en straks moet nog komen.
Zelfs ‘niet weten’ gaat mij te ver én niet ver genoeg, om over zwijgen maar te zwijgen.

Of verlichting een geboorterecht is moet je aan de geboorterechter vragen.
Het lijkt me niet iets waarvoor je op je strepen kunt gaan staan, maar (wie) ben ik?
Van oorsprong Nederlander, van gedachtesprong stateloos in alle staten, van bestemming as en gras of wat het ook wordt of is of was – de mensen zeggen zoveel en allemaal wat anders.
Ik doe het ze niet na.


Beste Hans,
Aan jou heb je ook niks.


Beste X,
Mijn natuurlijke staat.


geboorterechter

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


Nietzsche noch zen

Beweringen weerleggen zonder beweringen.

(Nietzsche nor zen; overcoming propositions without propositions)


Beste Hans,
Zoekend naar nieuwe perspectieven op spiritualiteit stuitte ik op het proefschrift Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak. In dit boek interpreteert hij zen als een niet-propositionele weg naar een niet-propositionele waarheid. Ik moest meteen aan jou denken.

Zou jij een spiritueel niet-weten omschrijven als een niet-propositionele waarheid?
Zo ja, zou dat dezelfde kunnen zijn als de niet-propositionele waarheid van zen?
Is niet-weten net als zen behalve een niet-propositionele waarheid tevens een niet-propositionele weg?
Zo ja, wat houdt deze weg precies in en wat is het verschil met de niet-propositionele weg van zen?


Beste X,
‘Niet-weten is een niet-propositionele waarheid’ is een propositie.
Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot het niet-weten dat ze probeert te definiëren.
Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid dan wel leugen?
Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.
Mij pakken ze niet meer; sinds mijn palingwording kan niets of niemand mij nog boeien.
Ik al helemaal niet.
Een kwestie van spartelen en spelen – dartele spiritualiteit.
Sowieso bedient de ‘dwijze’ zich niet van proposities of van non-proposities maar van opposities.
Spreken hoeft niet meer, behalve soms eens tegen.
Zijn gedachten zijn als contrapunten bij de punten van de wijze.
Hij biedt tegenwicht aan diens gewicht om het evenwicht te bewaren.
Om zich van gewichtigheid te vrijwaren.
Om zijn gewichtloosheid te verzwaren.
Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen, X.
Probeer het anders eens bij André.


Beste Hans,
Zie jij zen als een niet-propositionele waarheid?


Beste X,
‘Zen is een niet-propositionele waarheid’ is een propositie.
Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot de zen die ze probeert te definiëren.
Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid?
Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.
Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen, X.
Probeer het anders eens bij André.


Beste Hans,
Even afgezien van de niet-propositionele waarheid, is niet-weten volgens jou net als zen een niet-propositionele weg?


Beste X,
Wat moet iemand die afziet van de niet-propositionele waarheid met een niet-propositionele weg?


Beste Hans,
André van der Braak schrijft over Nietzsche, de filosoof van het nihilisme, maar allemachtig, jij kan er ook wat van!


Beste X,
Nihilisme is de niet-lege leer dat er geen grondwaarheden bestaan.
Als deze propositie waar is dan bestaat er toch een grondwaarheid en is ze alsnog onwaar.
Een prachtparadox waarin het fijn filosoferen is, maar geen niet-weten.
Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen, X.
Probeer het anders eens bij André.


Beste Hans,
Is dit soms een voorbeeld van een niet-propositionele weg?


Beste X,
Eerder een voorbeeld van een propositionele niet-weg.


Beste Hans,
In zijn proefschrift voert André een ch’anmeester ten tonele, ene Linji, die stelt dat verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden.


Beste X,
Nooit van gehoord.


Beste Hans,
Ha ha.


Beste X,
Waarheid is een woord. Verlichting is een woord. Voorbij de woorden is een woord.


Beste Hans,
‘Verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden’ is een propositie, wou je zeggen. En als die propositie waar is, dan behoort ze per definitie niet tot de verlichting die ze definieert.


Beste X,
‘Verlichting’ ook niet. Als die propositie al waar is.


Beste Hans,
André heeft het in zijn ondertitel over ‘Self-overcoming without a Self’. Ben jij het met hem eens dat wij geen zelf hebben en daarom voor de paradoxale opdracht staan zelfloos het illusoire zelf te doorzien?


Beste X,
Om nog maar te zwijgen over het illusoire niet-zelf.


Beste Hans,
Dat wij geen zelf hebben is volgens jou óók een illusie?


Beste X,
Tenzij dat ook een illusie is.


Beste Hans,
Bedoel je dat zelf en niet-zelf beide illusoir zijn? Geen atman, geen anatman?


Beste X,
Geen idee.


Beste Hans,
Werk nou eens een beetje mee.


Beste X,
Probeer het eerst maar bij André.


Nietzsche buddha

Dit is de Lachende Boeddha alias Maitreya, de ongeboren bodhisattva die lucht en licht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers. Het is ook de Lallende Basta alias Friedrich Nietzsche, de doodgeboren filosoof die lucht en licht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers. Zijn denken is een kango, zijn zitten is een tango zie je zo: hij popelt om op te staan en aan de slacht te gaan. Die snor is natuurlijk camouflage; daarmee verbergt hij zijn lach tot de mensen eraan toe zijn. Die buik is ook camouflage. Daarmee verbergt hij zijn leegte tot de mensen eraan toe zijn, en de leegte van zijn leegte tot hij er zelf aan toe is. En die broek?


Andre van der Braak met NietzschesnorAndré van der Braak bekleedt sinds 2012 de Nicolaas Pierson-leerstoel voor ‘Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2004 promoveerde hij op Hoe men wordt wat men is: zelfvervolmaking, zelfoverwinning en zelfvergetelheid bij Nietzsche. (Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self). Zijn proefschrift is niet beschikbaar op het internet; je moet ervoor naar de bieb of naar de boekenwinkel. Of zo wendbaar zijn als een boeddha en zonder omkijken uitwijken naar Nietzsche and Zen; An Essay in Philosophical Theology van Stephen Priest uit 2007. Zelfde thema, ander boek; ook voor niks en gratis. Lachen.


Friedrich Nietzsche op niet-weten.nl.
Recensie Nietzsche and Zen van Jeroen Kuiper (Engelstalig).


Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


IJdele Gedachten over Edele Waarheden

‘Ik zou je zestig stokslagen moeten geven maar ik zal ze je besparen.’

(Meester Yunmen, Poortloze Poort, #15)

Lang getracht
Allerwegen!
Uitgedacht –
Toch gekregen

gedachtenwolkjes


Beste Hans,
De kern van het boeddhisme wordt in mijn optiek gevormd door de Vier Edele Waarheden over het lijden, de oorzaak van het lijden en de opheffing van de oorzaak van het lijden door het volgen van het Achtvoudige Pad. Hoe kijkt een mens van niet-weten tegen lijden en geluk aan? Wat betekenen de Vier Edele Waarheden voor jou?


Beste X,
Volgens sommigen wijzen de Vier Edele Waarheden de weg uit het lijden.
Zij benadrukken op gezag van de Boeddha of diens chroniqueurs dat wij dit niet op gezag hoeven aannemen maar persoonlijk kunnen vaststellen.
Volgens anderen zijn de Vier Edele Waarheden zelf een bron van lijden.
Zij benadrukken in navolging van de Boeddha of diens chroniqueurs dat wij dit niet op gezag hoeven aannemen maar persoonlijk kunnen vaststellen.

Wat ik persoonlijk zowel bij anderen als bij mezelf heb kunnen vaststellen is een verbijsterende variatie aan eenmalige en recidiverende gedachten, waaronder een heleboel over de kern van het boeddhisme en een heleboel over lijden en geluk – zowel prettige gedachten als vervelende en neutrale.
En, in samenhang met die enorme diversiteit, grote geestelijke onrust en een onstuitbaar verlangen om de juiste gedachten van de onjuiste te scheiden of beter nog, de enige juiste eruit te zeven.
De vorige bijvoorbeeld, of die daarvoor, of de huidige, of anders toch de eerstvolgende of de daaropvolgende…

Ridicule gehechtheid aan mijn eigen gedachten en die van mijn idolen, alsof het onschatbare parels waren, goddelijke ingevingen met eeuwigheidswaarde, was misschien wel de grootste dwaasheid van mijn leven – als we deze gedachte tenminste mogen geloven.

Radicale onthechting van alle gedachten, ongeacht hun bron, alsof het maar stukjes glas zijn, scherven van gebroken denkramen, brillen van melkglas, gebarsten knikkers, glazen ogen van dode agogen, is misschien wel het grootste wonder en het leegste geluk van mijn leven – dwaasheid of niet.

Om tenminste een klein deel van de stortvloed van gedachten over tenminste een klein deel van het boeddhisme tenminste te kunnen herkennen als gedáchten, al is het maar eventjes, stel ik voor om, geheel in overeenstemming met de Edele Rijtjesgeest van de (abhi)dhamma, de vier Edele Waarheden aan te vullen met de Vier Edele Vragen, de Achtenveertig Edele Constateringen en de Vier Edele Conclusies, bij elkaar zestig Edele Gedachten, om te beginnen.
Kijk, ze glinsteren ons al tegemoet!
In plaats van edel mag je ze ook ijdel noemen, al is dat natuurlijk ook maar een gedachte.

Hier komen ze.

1. De Vier Edele Waarheden

  • Er is lijden.
  • Het lijden heeft een oorzaak.
  • De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden.
  • Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd.

2. De Vier Edele Vragen

  • Is er lijden?
  • Heeft het lijden een oorzaak?
  • Kan de oorzaak van het lijden opgeheven worden?
  • Wordt het lijden beëindigd door het achtvoudige pad te volgen?

3. De Achtenveertig Edele Constateringen

  • Er is de gedachte dat er lijden is.
  • Er is de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.
  • Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden opgeheven kan worden.
  • Er is de gedachte dat het lijden beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is de gedachte dat er geen lijden is.
  • Er is de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.
  • Er is de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet opgeheven kan worden.
  • Er is de gedachte dat het lijden niet beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is lijden aan de gedachte dat er lijden is.
  • Er is lijden aan de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.
  • Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.
  • Er is lijden aan de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is lijden aan de gedachte dat er geen lijden is.
  • Er is lijden aan de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.
  • Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.
  • Er is lijden aan de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is geluk bij de gedachte dat er lijden is.
  • Er is geluk bij de gedachte dat het lijden een oorzaak heeft.
  • Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden kan worden opgeheven.
  • Er is geluk bij de gedachte dat het lijden wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is geluk bij de gedachte dat er geen lijden is.
  • Er is geluk bij de gedachte dat het lijden geen oorzaak heeft.
  • Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van het lijden niet kan worden opgeheven.
  • Er is geluk bij de gedachte dat het lijden niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is de gedachte dat er geluk is.
  • Er is de gedachte dat geluk een oorzaak heeft.
  • Er is de gedachte dat de oorzaak van geluk opgeheven kan worden.
  • Er is de gedachte dat geluk beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is de gedachte dat er geen geluk is.
  • Er is de gedachte dat geluk geen oorzaak heeft.
  • Er is de gedachte dat de oorzaak van geluk niet opgeheven kan worden.
  • Er is de gedachte dat geluk niet beëindigd wordt door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is lijden aan de gedachte dat er geluk is.
  • Er is lijden aan de gedachte dat geluk een oorzaak heeft.
  • Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van geluk kan worden opgeheven.
  • Er is lijden aan de gedachte dat geluk wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is lijden aan de gedachte dat er geen geluk is.
  • Er is lijden aan de gedachte dat geluk geen oorzaak heeft.
  • Er is lijden aan de gedachte dat de oorzaak van geluk niet kan worden opgeheven.
  • Er is lijden aan de gedachte dat geluk niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is geluk bij de gedachte dat er geluk is.
  • Er is geluk bij de gedachte dat geluk een oorzaak heeft.
  • Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van geluk kan worden opgeheven.
  • Er is geluk bij de gedachte dat geluk wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.
  • Er is geluk bij de gedachte dat er geen geluk is.
  • Er is geluk bij de gedachte dat geluk geen oorzaak heeft.
  • Er is geluk bij de gedachte dat de oorzaak van geluk niet kan worden opgeheven.
  • Er is geluk bij de gedachte dat geluk niet wordt beëindigd door het achtvoudige pad te volgen.

4. De Vier Edele Conclusies

  • De vier edele waarheden zijn gedachten.
  • De vier edele vragen zijn gedachten.
  • De achtenveertig edele constateringen zijn gedachten.
  • De vier edele conclusies zijn gedachten.

Tja, dat waren ze alweer: zestig stuks.
Zomaar uit de lucht gegrepen – en zo weer terug erin.
Niet te geloven!


gedachtenwolkjes verdwenen


Nawoord
In bovenstaande briefwisseling komt de mogelijkheid ter sprake dat de Vier Edele Waarheden, en daarmee het Achtvoudige Pad, zelf een bron van lijden is, voor de beoefenaar of anders wel voor zijn omgeving.
Voor lezers die zich dit niet kunnen voorstellen wil ik graag een deel van de zeventiende teisho aanhalen van Yamada Koun Zenshin (1907-1989) uit diens Poortloze Poort (Asoka 2010, pagina 115 en verder).
Eigenlijk wil ik dat helemaal niet, maar het doel heiligt de middelen, of was het nou andersom, dus vooruit met de geit zei de ezel.
Deze toespraak van de ‘vorentrekkende wolk’ (ko-un) is namelijk van een somberheid en een gestrengheid, zeg maar gerust van een uitzichtloosheid die onze goeie ouwe zwarte-kousenkerk met zijn erf- en doodzonden of hoe het daar ook allemaal mag heten zelfs bij nieuwe maan nog in de schaduw stelt.
Over onthechting gesproken.

‘Een juiste beoefening van zazen is erg moeilijk. Hiervan is de onderhavige koan een goed voorbeeld. Kensho (zelfverwerkelijking) bereiken is niet zo moeilijk. Sommige mensen hebben daarvoor maar één sesshin (meerdaagse zazenoefening) nodig. Maar kensho is slechts de toegangspoort voor het uiteindelijk doel van de zazenbeoefening, namelijk de vervolmaking van ons karakter. Dit impliceert een reiniging die erg moeilijk is en veel tijd vergt. In feite komt aan het beoefenen van zen nooit een einde. Ook in veertig jaar kun je een volmaakt karakter niet bereiken. Zelfs een miljoen jaar zou nog ontoereikend zijn. De sutra’s zeggen heel duidelijk dat Amida en Shakyamuni duizenden miljoenen kalpa’s nodig hadden om boeddha te worden. Zoals ik al eerder zei, is een kalpa een vrijwel onmeetbaar lange periode. Wat zegt ons deze onbegrijpelijk lange tijd? Die zegt ons enerzijds dat ons karakter eindeloos lang gezuiverd kan worden, en anderzijds dat de vlekken en lagen vuil op onze ware natuur onmetelijk dik zijn.

In het boetegebed ‘Sange Mon’, dat iedere morgen bij de zenoefening wordt opgezegd, staat: ‘Sedert onheuglijke tijden heb ik slecht karma opeengestapeld. Dit komt door mijn onpeilbare hebzucht, mijn haat en mijn verblinding, die uit mijn lichaam, mijn mond en mijn gedachten geboren worden.’ Zoals ik jullie al vaak heb gezegd, is ons dualistische ego daarvoor verantwoordelijk. De oorsprong van het slechte karma is uiteindelijk het onderscheidingsbewustzijn van subject en object, jij en ik, wat niets anders dan het dualistische ego is.

[…]

bij het vers van Mumon

‘Een ijzeren juk zonder gat moeten wij sjouwen.
Geen gemakkelijke zaak, de vloek gaat over op onze nakomelingen.
Wil je de toegangspoort beschermen en het huis goed onderhouden,
dan moet je barrevoets een berg van zwaarden beklimmen.’

Het vers zegt ons dat het een geweldige opgave is het ware boeddhisme te belijden. Het ijzeren juk zonder opening duidt op een ondraaglijke last. De poort is de toegangspoort tot het boeddhisme, tot de ware weg van de Boeddha, en het huis – dat spreekt vanzelf – is het huis van het boeddhisme. Mumon wil ons zeggen: in dit in verval geraakte huis wonen is zo moeilijk als het sjouwen van een ijzeren juk zonder gat of het barrevoets beklimmen van een berg die met omhoogstekende klingen bedekt is. Onze nakomelingen zullen nooit rust en vrede vinden, maar aan hun geërfde last zwaar te torsen hebben.’

En de wolk, hij ploegde voort.
God hebbe zijn ziel en zijn boetekleed.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Oneindig dicht bijeen

Juist spreken of vrijheid van meningsuiting? Een tweegesprek.

‘Wat is juist spreken?’
‘Spreken dat geen onderscheid maakt tussen juist en onjuist.’
‘Wat is spreken dat wel onderscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Onzinnig gepraat.’

‘Wat is onzinnig gepraat?’
‘Gepraat dat onderscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.’
‘Wat is gepraat dat geen onderscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?’
‘Juist spreken.’

‘Wat als je ook maar het geringste onderscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Dan splijten hemel en aarde oneindig ver uiteen.’
‘Wat als hemel en aarde oneindig ver uiteen splijten?’
‘Dan blijf je maar foei zeggen.’
‘Tegen jezelf of tegen anderen?’
‘Tegen jezelf en tegen anderen.’

‘Wat als hemel en aarde oneindig dicht bijeen blijven?’
‘Dan zeg je wat je zegt.’
‘Of je nou juist spreekt of onzinnig praat?’
‘Dat zegt je dan niets meer.’
‘Van jezelf niet of van anderen niet?’
‘Van jezelf niet en van anderen niet.’

‘Wil jij nog weleens foei zeggen?’
‘Ik verfoei het verfoeien niet.’
‘Van jezelf niet of van anderen niet?’
‘Van mezelf niet en van anderen niet.’
‘En als je het toch verfoeit?’
‘Dan verfoei ik dat niet.’

‘Is dit nu juist spreken of onzinnig gepraat?’
‘Het is maar net aan wie je het vraagt.’
‘Als je het aan jou vraagt?’
‘Dan zeg ik wat ik zeg.’
‘En als je het aan mij vraagt?’
‘Dan zeg je wat je zegt.’

‘Wat heb je nou gezegd?’
‘Dat heb ik niet gezegd.’
‘Wat heb je niet gezegd?’
‘Wat is juist spreken?’

juist spreken

Bovenstaande tekst is geïnspireerd op een Nederchinees tweegesprek tussen Foei! en Boei’en:

‘Wat is juist spleken?’
‘Spleken dat geen ondelscheid maakt tussen juist en onjuist.’
‘Wat is spleken dat wel ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Onzinnig geplaat.’
‘Wat is onzinnig geplaat?’
‘Geplaat dat ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.’
‘Wat is geplaat dat geen ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?’
‘Juist spleken.’
‘Wat als je ook maal het gelingste ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Dan splijten hemel en aalde oneindig vel uiteen.’
‘Wat als hemel en aalde oneindig dicht bijeen blijven?’
‘Dan kun je zeggen wat je wilt.’
‘Is dit nu juist spleken of onzinnig geplaat?’
‘Dat kun je wel zeggen.’

Ch’anmeesters Foei! (842-849) en Boei’en (821-920) behoren samen met (onder meer) meester Zuetsu, meester Baibai, meesteres Oei! en meester Tia tot de zogenaamde Vergeten Dynastie, de zesde van vijf ch’anhuizen1 en de enige school die niet te boek staat als school en niet als boek. In werkelijkheid zijn haar leden niet vergeten maar bewust ondergedoken in het Collectief Onbewuste diep onder het Mentale Massief, door Cao Yung zo treffend omschreven als Limbo für Narren ohne Ausweiss während oben die Weisheit weiter wuchert.2

  1. Guiyang, Linji, Caodong, Yunmen en Fayan
  2. Onderwereld voor poortloze dwazen wijl bovenwerelds de wijsheid voortwoekert.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad ter gelegenheid van bevrijdingsdag.


de Grote Weg


Wees een dwaallicht voor jezelf

Voor Pali-ontologen

dwaallichtje


Beste Hans,
Ken jij deze passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

‘Daarom, Ananda, wees een licht voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd vast aan de waarheid als aan een lamp, zoek toevlucht in de waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders. […]
Want diegenen, Ananda, die nu of na mijn dood een licht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, maar vasthouden aan de waarheid als aan een lamp, en toevlucht zoeken in de waarheid, en toevlucht zoeken in zichzelf – zij zijn het die het hoogste doel zullen bereiken.’

(bron)

Ik dacht dat deze tekst een iconoclast als jij wel zou aanspreken.


Beste X,
Een iconoclast is een beeldenbreker die het beeld van de beeldenbreker aanbidt als zichzelf.
Breek het beeld van de beeldenbreker en de beeldenstorm gaat meteen liggen.
Dan gun je ieder zijn beeld.
Zelfs de beeldenbreker.


Beste Hans,
Oké, ieder zijn beeld. Maar wat vind je van die passage uit de Mahaparinibbana Sutta?


Beste X,
Ken jij deze passage uit de Suñña-suññata Sutta?

‘Wees een dwaallicht voor jezelf. Wees geen toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.
Want diegenen die een dwaallicht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, niet vasthouden aan een waarheid als aan een lamp, die toevlucht zoeken noch in een waarheid noch in zichzelf – zij zijn het die niet langer reiken.’


Beste Hans,
Ik heb me rot gezocht naar de Suñña-suññata Sutta, maar ik kan hem nergens vinden. Hij lijkt geen deel uit te maken van de Pali-canon. Weet je zeker dat die passage daaruit afkomstig is en niet, bijvoorbeeld, uit de Cula-suññata Sutta of de Maha-suññata Sutta?


Beste X,
Ik moet bekennen dat de passage in kwestie niet afkomstig is uit de Suñña-suññata Sutta die, de naam zegt het al, dubbelleeg is – zelfs van leegte ontdaan.
In werkelijkheid is hij geschreven door mijn uitgever voor het achterplat van alweer mijn tweede dummy.
Ook de titel, de Suñña-suññata Sutta, is door hem bedacht.
Dat beklijft beter, zegt hij.
Dat is nou net het probleem, zeg ik.
Zonder titel geen ISBN, zegt hij.
ISBN-nummers kun je overal lezen, zeg ik.
Uiteindelijk kwamen we tot het volgende compromis:
De Suñña-suññata Sutta – Vergeet het maar.
Maar ik vrees het ergste.
Wedden dat iedereen het onthoudt?


Beste Hans,
In plaats van een iconoclast had ik je misschien beter een nihilist kunnen noemen.


Beste X,
De nihilist stelt dat er geen waarheden zijn.
Zonder deze stelling verdwijnt je nihilisme subiet in het niets dat het nota bene weigert te ontkennen.
Dan gun je ieder zijn leer.
Zelfs de nihilist.


Beste Hans,
Zelfs de Boeddha?


Beste X,
Gautama is toch dood meneer.
Wat moet een dode met een leer?


Beste Hans,
Ik bedoel, zelfs een boeddha?


Beste X,
Een boeddha heeft vanzelf geen leer.
En anders gun ik hem dat zeer.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Ghost busters!

Wegwerpgedachten over gezond verstand, spiritueel verstand en onverstand.


Beste Hans,
De enige vraag die een mens, ieder mens, zich mijns inziens onophoudelijk zou moeten stellen is deze: Wie ben ik? Niet: ‘Waarom kwam Bodhidharma naar China?’ Niet: ‘Beweegt de wind of beweegt de vlag?’ Niet: ‘Is de verlichte nog onderhevig aan de wet van oorzaak en gevolg?’ Alleen maar: Wie ben ik? Drie simpele woordjes.

Dan nog is het moeilijk om in het spoor te blijven, want ‘the discursive mind is devious’ (Osho). Verwijzingen naar de boeddhanatuur door mijn zenleraren, close reading van Ramana Maharshi en Jed McKenna, internationale retraites bij de Oneness University (waar ik deeksha leerde geven) konden niet verhinderen dat ik jaar na jaar ziende blind en horende doof bleef. Wie ben ik? Wie ben ik? Wie ben ik? De vraag der vragen, en ik bleef er maar omheen draaien. Het Ene dat rondjes om zichzelf draait!

Wie ben jij?


Beste X,
Ja, veel mensen maken zich druk over de vraag wie ze zijn, en veel van hen vinden een antwoord, waaronder jij.
Vreemd genoeg niet allemaal hetzelfde antwoord, integendeel, maar onder gelijkgestemden dondert dat niet.
Ramana Maharshi beveelt de vraag ‘Wie ben ik?’ van harte aan, waaruit we kunnen opmaken dat hij zoals iedereen denkt dat iedereen denkt zoals hij, maar hij heeft hem natuurlijk niet zelf bedacht.
En hij mag hem dan hebben aanbevolen, het is zeker niet de enige levensvraag die je kunt stellen, of de spannendste.

De spannendste levensvragen zijn misschien de vragen, welke dan ook, die zich onontkoombaar aan je opdringen.
Je eigen vragen.
De mijne was ‘Zeker weten?’
Daar zat ik al op de lagere school mee in mijn maag.
Arm joch.
Arme leraren.
Andere mensen zitten in hun maag met vragen als ‘Wat ben ik?, ‘Ben ik?’, ‘Is dit alles?’, ‘Wat is de mens?’, ‘Wat is de wereld?’, ‘Wat is tijd?’, ‘Wat is echt?’, ‘Wat is waar?’, ‘Wat is de zin van mijn leven?’, ‘Wat is liefde?’, ‘Hoe word ik gelukkig?’, ‘Wat is wijsheid?’, ‘Bestaat god?’, ‘Waarom heb ik een piemel?’, ‘Waarom heb ik geen piemel?’ ‘Hoe moet ik sterven?’, ‘Waarom moet ik dood?’
Mijn vader heeft hoogstpersoonlijk de vraag ‘Waarom ben ik nou ik?’ bedacht, als we hem tenminste mogen geloven.
Maar hij vond het leuker om ermee te pronken dan erover na te denken.

De appel valt niet ver van de boom.
Ook ik maak liever goede sier met lastige vragen dan met doorwrochte antwoorden.
Meer dan ooit, eerlijk gezegd.
Al was het maar om ’s mensens woordenvloed te stelpen.
Helpen doet het niet, want een vraag stellen is een antwoordapparaat aanzetten, dat na een hemelse stilte vanzelf begint te ratelen tot je er een nieuwe vraag in stopt.

Zelf ben ik geen haar beter, en wat doe je eraan.
Gek: ooit wist ik niet goed wat ik moest zeggen en durfde dat niet te zeggen.
Tegenwoordig weet ik helemaal niet meer wat ik moet zeggen en kan er niet over ophouden.
Wie ben ik?
Zo ben ik.
Zo ik ben.

Dat de ene hamvraag beter of effectiever of fundamenteler is dan de andere zie ik niet.
Ham is ham.
Het is maar net wat je aanspreekt, als het stellen van levensvragen je überhaupt al aanspreekt.
Mijn lief heeft er bijvoorbeeld niets mee.
Ze kijkt je hooguit glazig aan vanuit een onverworven helderheid waarin antwoorden noch vragen ronddrijven.
Denk je dat ze ooit mijn stukken leest?
Maar als een levensvraag je werkelijk obsedeert, kan hij als breekijzer van het gezond verstand werken, zeggen ze.
Trek er één kaart uit, welke dan ook, en je hele kaartenhuis stort in.
Een vraag als ‘Wie ben ik?’ kan op den duur je hele zelfbeeld vernietigen, je wereldbeeld en al je andere denkbeelden in zijn val meeslepend.
Maar hoe vaak gebeurt dat.

Eerder inspireert een levensvraag tot een hoop getob en tot de vorming van een nieuw verstand dat de plaats van het gezond verstand inneemt en dat ik hier maar even een spiritueel verstand zal noemen.
De denkbeweging die het ene kaartenhuis omverwerpt, schept meteen het volgende.
Het maatschappelijk correcte antwoord van het gezond verstand op de vraag ‘Wie ben ik?’, bijvoorbeeld mijn persoon, mijn lichaam, mijn verleden, mijn gedachten, mijn teksten, Amsterdammer, minnaar, patiënt, snoepkous, wordt mettertijd vervangen door een spiritueel correct antwoord als Bewustzijn, het Kennen, de Geest, Geen-geest, het Zelf, Geen-zelf, Atman, Anatman, het Absolute, het Alomvattende, het Onzegbare, Tao, de Bron, Boeddha, Boeddhanatuur, Essentie, Liefde of, in jouw geval, het Ene.

Triomfantelijk zetten we het masker van de persoon af en noemen het masker van de non-persoon dat eronder tevoorschijn komt ons oorspronkelijk gezicht.
Als uien die hun buitenste schil afwerpen om hun ware schil te tonen.
Kleine ik maakt plaats voor grote ik, persona non grata voor grata non persona.
Het ego heeft afgedaan – de hoogmoedige die steeds maar roept: ik ben de grootste, ik heb de dikste, ik heb de duurste, ik ben de snelste! – en het zelf heeft het stokje overgenomen – de deemoedige die steeds maar roept: ik ben het ene, ik ben alles, ik ben allen, ik ben liefde, ik ben goed, ik ben god, ik ben boeddha, ik ben de verlosser, ik ben de schepper, ik ben dit, ik ben dat, ik bén, ik ben niet!
Waarop we plechtig spreken van spirituele groei, verlichting, realisatie, transformatie of transcendentie en onszelf of elkaar transmissie, exotische namen, aanspreektitels, stambomen, kledingstukken, lesbevoegdheden en privileges verlenen.

vlag geplaatst

Prachtig allemaal, wat een schouwspel, maar voor hetzelfde geld of heel wat meer is het spiritueel verstand, die zogenaamde bevrijder, gewoon de volgende bezetter van je bovenkamer.
Voorgoed, of tot zich een nieuwe bevrijder-bezetter aandient.
Zo verruilde Niko Tydeman het seminarie voor zen; Katinka Hesselink de theosofie voor het Tibetaans boeddhisme; Paul van der Sterren vipassana voor advaita, Alexander Smit het non-dualisme voor new age en jijzelf Calvijn voor Osho, Osho voor tantra, tantra voor zen, zen voor advaita en advaita voor oneness.


Beste Hans,
Wat is spiritualiteit voor jou?


Beste X,
In ieder geval niet het vervangen van het oude, afgeleefde, niet meer zo gezonde verstand door een tijdloos en superieur spiritueel of religieus verstand, en ook niet het vervangen van een bij nader inzien tijdelijk en inferieur spiritueel of religieus verstand door een ditmaal toch echt tijdloos en superieur exemplaar.
Spiritualiteit is voor mij niet de ene geest bezweren en de volgende uit de fles laten.


Beste Hans,
Wat is het dan wel?


Beste X,
Geesten doden.
Deze ook.
Zonder uitzondering.
Deze ook.
Nu, en nu, en nu.
Deze ook.


Beste Hans,
Geestdodend, zeg.


Beste X,
Geestdodend voor wie gedachten spaart.
Ik spaar ze niet en zeg geest-dodend.
Maar in feite zijn ze zelfdodend, ik spaar mezelf.
Daarom zeg ik liever geestverruimend, want zo voelt het – dope is er niks bij juicht het in mij – maar dat leidt meteen weer tot de hypostase van een geest, ditmaal van het verruimbare type, laten we zeggen de uitvouwgeest, en daarmee tot een spiritueel project, namelijk het uitvouwen ervan, dat natuurlijk weer ontelbare kalpa’s van niet-aflatende oplettendheid, studie, exegese, oefening, caritas en dana vergt, om over vanitas en eros maar te zwijgen.
Maak je zafu maar nat, zei de ijdeltuit, en schonk zich dampend in haar uit.


Beste Hans,
Welke geesten moeten er allemaal dood?


Beste X,
Onder geesten versta ik gedachten, zoals deze.
Onder gedachten versta ik geesten, zoals deze.


Beste Hans,
En de oorspronkelijke geest, de universele geest, de lege geest, de grote geest, de algeest dan?


Beste X,
If you’re seeing things
Running through your head
Who can ya call?
Ghost Busters!


Beste Hans,
En de weetnietgeest?


Beste X,
Pang!


Beste Hans,
En de killer mind?


Beste X,
Pang!


Beste Hans,
Wat blijft er dan nog over?


Beste X
Álles natuurlijk.
Alles natúúrlijk.


ghost bommetje

gezond verstand: denken dat overheerst wordt door algemeen gangbare denk-beelden

spiritueel verstand: denken dat overheerst wordt door in spirituele en religieuze kringen gangbare denk-beelden

denk-beeld: versteend denkbeeld, dat wil zeggen een denkbeeld dat als uitgangspunt en toetssteen voor het denken fungeert maar zelf buiten schot blijft

zelf-beeld: versteend zelfbeeld

Zo ook wereld-beeld, mens-beeld, gods-beeld, boeddha-beeld, ideaal-beeld, schrik-beeld et cetera.

wegwerpwoord: woord om gauw te vergeten, bijvoorbeeld denk-beeld, zelf-beeld, wereld-beeld, mens-beeld, gods-beeld, boeddha-beeld, ideaal-beeld, schrik-beeld, gezond verstand, spiritueel verstand en wegwerpwoord


Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

de Intergalactische Waarheidsconferentie


Dwaalgasten en zwerfhonden

Heeft een hond nou de boeddhanatuur of niet? Hans blaft zijn bek voorbij.


Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!

(Ontwaakgedicht van Wumen Huikai of van zijn hond)


Beste Hans,
In de Linji-lu staat de volgende koan:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Tegelijkertijd slaakten ze een kreet: ‘Aaargh!’ Later die dag vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’

Wat betekent volgens jou de uitspraak ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden’? Ik vind dat namelijk nogal dualistisch klinken.


Beste X,
Ouwe kul.


Beste Hans,
Geef dan maar een nieuw antwoord.


Beste X,
De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Tegelijkertijd slaakten ze een kreet. Later die dag vroeg de meester aan de ene hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘De gastheer is de gast.’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’ De volgende dag vroeg de meester aan de andere hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’ De meester zei: ‘De gastheer is de gast.’ Later vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was nou de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Wie niet.’ De volgende dag stelde iemand dezelfde vraag aan de hoofdmonnik. Die antwoordde: ‘Wie niet?’ De meester zei: ‘Wie wel.’


Beste Hans,
Gaat het er dan alleen maar om alles tegen te spreken?


Beste X,
Meepraten, tegenspreken – een mens kan overal in vast komen te zitten.


Beste Hans,
Loslaten, is het devies.


Beste X,
Vasthouden, loslaten – een mens kan overal in vast komen te zitten


Beste Hans,
Ik heb de antwoorden op de vraag ‘Wie is hier de gastheer, wie de gast?’ even op een rijtje gezet.

1. Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.
2. De gastheer is de gast.
3. Wie niet.
4. Wie wel.

Bij elkaar genomen klinkt het non-dualistisch genoeg, maar op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden mijns inziens onjuist.


Beste X,
1. Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden juist
2. Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden onjuist
3. Bij elkaar genomen zijn de antwoorden juist
4. Bij elkaar genomen zijn de antwoorden onjuist.


Beste Hans,
Ik bedoel natuurlijk onjuist vanuit non-dualistisch oogpunt.


Beste X,
Vanuit non-dualistisch oogpunt mogen de antwoorden op zichzelf beschouwd onjuist zijn, maar hoe zit het met het non-dualistische oogpunt zelf? Is dat op of vanuit zichzelf beschouwd of vanuit weer een ander oogpunt beschouwd juist of onjuist?


Beste Hans,
Vanuit non-dualistisch oogpunt gezien is ieder onderscheid illusoir. Non-dualiteit is de ontkenning van ieder onderscheid. In de absolute werkelijkheid bestaat geen verschil.


Beste X,
Door staar aan mijn derde oog kan ik de relatieve werkelijkheid helaas niet meer onderscheiden van de absolute, de illusie niet meer van de realiteit.
Ik moet je dus op je woord geloven.
Maar als ieder onderscheid werkelijk illusoir is, redeneer ik, dan ook het onderscheid tussen illusoir en werkelijk, en ook het onderscheid tussen relatief en absoluut, en ook het onderscheid tussen wijsheid en dwaasheid, dus daar sta je dan met je dwaasheid voorbij alle wijsheid.


Beste Hans,
Pardon?


Beste X,
Non-dualiteit als de ontkenning van ieder onderscheid is al even dualistisch als de bevestiging van welk onderscheid ook.
De ontkenning van dualiteit is zelf dualistisch.
Mij maakt het niet uit, want ik weet mij dualist noch non-dualist, pluralist noch monist noch nihilist of hoe de tellers het ook allemaal noemen.
Ik onderscheid er vrolijk op los en schijt ieder onderscheid even zo vrolijk weer onder.
Dat is pas vrijheid – vraag me niet waarvan of waartoe of van wie.
En ik zit er niet eens in vast.


Beste Hans,
Ken jij de eerste koan van de Poortloze Poort? Vraagt een monnik: ‘Heeft een hond ook de boeddhanatuur?’ Zegt meester Zhaozhou: ‘Nee!’ Dat is toch bizar?


Beste X,
Wat zou jij hebben gezegd?


Beste Hans,
Geen ja en geen nee. Als uitdrukking van non-dualiteit.


Beste X,
Volgens sommige boeddhisten hebben alle dingen en wezens de boeddhanatuur, dus het leerstellige antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt volgens die boeddhisten: ‘Ja.’

Volgens diezelfde en/of andere boeddhisten zijn alle dingen en wezens leeg, dus het leerstellige antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt volgens die boeddhisten: ‘Nee.’

Als je het een hond vraagt, blaft ze, en een hond kan naar men zegt niet liegen, dus het hondennatuurlijke antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt: ‘Woef!’

Ja, nee, woef – welk antwoord is het meest bizar?


Beste Hans,
Nou?


Beste X,
De vraag.


Beste Hans,
Nog één vraag: Wie van ons was hier de gastheer en wie de gast?


Beste X,
Aaargh!


Zwervelingen 151

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Non-beinglessness

Beste Hans,
Ben jij bekend met Being without self van Jeff Shore?


Beste X,
Een vroeg werk van Jeff. Sure heeft zichzelf sindsdien keer op keer overtroffen. In het bijzonder kan ik aanbevelen de titels Being your Selfie, Being someone else’s selfie, Being someone else, Being everybody else, Selfie without being, Being without selflessness, Being without, Being within beinglessness en de opvolger daarvan, net verschenen: Non-beinglessness.
Gauw naar de boekwinkel dus.


Laat je niets wijsmaken

Beste Hans,
Steeds als ik op je website kom om een paar dwaalteksten te slikken, moet ik denken aan mijn favoriete koan uit de Poortloze Poort. Ik heb het over nummer twaalf, waarin meester Zuigan zichzelf iedere morgen bij het ontwaken (!) aanspoort om zich door niemand iets te laten wijsmaken:

Zuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u. Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij.

(uit Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972)

Een mens moet alert blijven want de mind is er altijd op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte!


Beste X,
Probeer jij mij iets wijs te maken?


Beste Hans,
Ha ha.


Beste X,
Heeft meester Zuigan, of degene die die koan heeft opgetekend, of degene die hem uit zijn duim heeft gezogen, jou iets weten wijs te maken?


Beste Hans,
Als je het zo wilt stellen: ja. Hij heeft me weten wijs te maken dat ik mij door niemand iets moet laten wijsmaken. Mij lijkt dat opperste wijsheid, vandaar dat ik hiervoor een uitzondering maak. Anders kun je wel ophouden.


Beste X,
Volgens mij heb jij je onder meer het volgende laten wijsmaken.

  1. dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken
  2. dat je daadwerkelijk kunt voorkomen dat iemand je iets wijsmaakt
  3. dat je dat kunt voorkomen door de hele dag alert te blijven
  4. dat het mogelijk is de hele dag alert te blijven
  5. dat je beter af bent wanneer je je door niemand iets laat wijsmaken
  6. dat de nadelen van zo’n houding opwegen tegen de voordelen

Geloof je dat werkelijk?
Heb je het zelf onderzocht of neem je het op gezag aan?
In het laatste geval, op wiens gezag?

Denk je nou echt dat je wel kunt ophouden als je geen uitzondering maakt op de gedachte dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken?

Is er wel zoiets als een mind of is dat ook maar weer ‘een mooie gedachte’?
Als je inderdaad een mind hebt, is hij, zij of het er dan werkelijk steeds op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte, of is dat ook maar weer een mooie gedachte?


Beste Hans,
Jij laat een mens weinig speelruimte zeg!


Beste X,
Integendeel.
Iedereen krijgt van mij alle ruimte van de wereld.
In die ruimte mag je spreken of zwijgen, contempleren of mediteren, spelen, werken of rusten of wat je maar wilt.
Mijn enige zorg is dat je jezelf onbewust klem zet met bepaalde gedachten.
Als ik dat gevoel krijg wijs ik daarop.
Wil je me niet horen of kun je me niet verstaan of heb ik het mis dan is er wat mij betreft geen vuiltje aan de lucht.
Je doet er iets mee of je doet er niets mee; even goede vrienden.


Beste Hans
De ware betekenis van de koan over Zuigan is volgens mij dat je niemand moet geloven. Dat je alleen op jezelf kunt bouwen. Dat je alleen naar je innerlijke goeroe moet luisteren en naar niemand anders. De Hoogste Waarheid zit in jou! Jij bent de eerste, de laatste en de enige toetssteen.


Beste X,
Iedere ochtend zegt meester Tja tegen zichzelf:
‘Laat je door niemand iets wijsmaken hè!’
‘Nee meester.’
‘Vooral niet door jezelf!’
‘Nee meester.’


Beste Hans,
Wie of wat is jouw laatste toetssteen, als je het zelf niet bent?


Beste X,
Wie heeft jou wijsgemaakt dat er een laatste toetssteen is?


Beste Hans,
Ik weiger te geloven dat er geen laatste toetssteen is.


Beste X,
Heel goed.


Beste Hans,
‘Heel goed’ omdat ik iets weiger te geloven of omdat er toch een laatste toetssteen is?


Beste X,
Heel goed.


Beste Hans,
Bedoel je dat er geen laatste toetssteen is?


Beste X,
Laat je door mij niets wijsmaken.


Beste Hans,
Dan ga ik ervan uit dat er toch een laatste toetssteen is.


Beste X,
Laat je door jezelf niets wijsmaken.


Beste Hans,
Waardoor dan wel? Het Ene?


Beste X,
Laat je door niets of niemand iets wijsmaken.


Beste Hans,
Oké.


Beste X,
Ook niet door mij.


Een goed verstaander

‘Wat zeg jij iedere morgen tegen jezelf, Hans?’
‘Niks.’
‘Omdat je niks te zeggen hebt?’
‘Omdat ik toch niet luister.’


Uitwaaien

Beste Hans,
Jij noemt je dwaalgesprekken ergens ‘polderkoans’, maar voor mij missen ze de diepgang en de literaire kwaliteiten van de originele Chinese gong-an. Erg hartelijk en ingeleefd zijn ze trouwens ook niet.


Beste X,
Met die term, ‘polderkoan’, wilde ik in de eerste plaats aangeven dat mijn dialogen eerder geïnspireerd zijn door het nabije westen dan door het verre oosten.
Mijn protagonisten luisteren niet naar onuitsprekelijke namen, eten niet alleen maar rijst en houden zich niet alleen maar bezig met rare vragen als ‘Waarom kwam Bodhidharma uit het westen’, ‘Waarom heeft Bodhidharma geen baard’, ‘Heeft een hond de boeddhanatuur’, ‘Is de volmaakte verlichte nog onderhevig aan de wet van oorzaak en gevolg’, ‘Waarom kan de os wel ontsnappen maar zijn staart niet’ en ‘Van wie zijn alle vroegere en toekomstige boeddha’s dienaren’.

Dat mijn teksten gespeend zijn van diepzinnigheid kan ik zonder meer beamen.
Mijn geest, wat dat ook moge wezen, gesteld dat er zoiets is, kent geen dieptes of hoogtes meer.
Nog een reden om de polder als metafoor te kiezen.
Voor de hemel en de hel moet je bij onze oosterburen wezen, al heten ze daar samsara en nirwana.
Bij gebrek aan focus heb ik geen wijsheid of dwaasheid meer te vergeven; gezegend zijn de schelen want wij zien alles van twee kanten.
Geen antwoorden meer, geen vragen meer, maar zagen aan je stoelpoten tot je met beide billen stevig op de grond zit.
Waarom denk je dat mijn website niet-weten.nl heet?

Literaire, spirituele of religieuze pretenties heb ik niet.
Dwaalteksten moeten gewoon hun werk doen: een indruk geven van een ontregeld en ontregelend denken dat zichzelf liefdevol in de staart bijt – noem dit desnoods wijsheid.
En als het even kan van de zielsverrukking, om niet te zeggen zielsverrücktheid waarmee dat ongevraagd en onverwacht en onverdiend gepaard gaat.
Leeg is mijn windei, hoezee en joechei!

Ik kan me best voorstellen dat je mijn schrijfsels niet bijzonder sympathiek vindt.
Het is nou eenmaal niet alleen metta, karuna en mudita wat het dwijze hart slaat.
Mij zul je bijvoorbeeld nooit horen zeggen dat je al verlicht bent.
Ook niet dat je god, de liefde, de bron, geest, bewustzijn, de waarheid, de onschuld of het leven zelf bent.
Ook niet dat je alles bent, dat alles één is, dat jij dat ene bent, dat je bent, dat je niet bent of dat je er zijn mag.
Ook niet dat er nog geen grassprietje verkeerd ligt.
Zelfs het tegendeel beweer ik niet.
Ik zeg alleen maar niets.
Uitruimen, kaalslaan en platbranden; dat is niet weten.
‘Maak je ook maar het geringste onderscheid, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen’, zei Seng-ts’an, de derde zenpatriarch al.
Daarmee maakte hij onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit, en weken hemel en aarde oneindig ver uiteen.
Dat had hij er best even bij kunnen zeggen; is dat nou zo moeilijk?
Weg ermee dus, en weg ook met het weg ermee.
Leeg is mijn windei, joechei en hoezee!

Sympathiek of niet, in mijn schrijverij word ik gedreven door een grote hartstocht en een redeloos verlangen om de balzaal van mijn bovenkamer open te stellen voor iedereen die ook eens een keertje met zijn gedachten wil dansen.
Met de leegte wil sjansen.
Als het je inspireert, welkom, als het je irriteert, nietkom.


Beste Hans,
Je hebt het over de ‘balzaal van je bovenkamer’, maar ik ervaar bij jou helemaal geen ruimte voor welke gedachte ook. Integendeel, soms lijkt het wel of er helemaal niets gedacht mag worden van Hoofdinspecteur Van Dam van de Gedachtenpolitie.


Beste X,
Welnee joh, dat denk je maar.
Noem het een speelzaal, noem het een snijzaal, noem het een spiegelzaal, noem het een slaapzaal, noem het een feestzaal.
Ik noem het een balzaal omdat het er leeg is.
Het is er leeg omdat er geen gedachten wonen.
Er wonen geen gedachten omdat ze wegwaaien.
Ze waaien weg omdat het er altijd tocht.
Het tocht er er omdat alle deuren tegen elkaar open staan.
Wat voor deuren en wie of wat heeft ze tegen elkaar opengezet?
Daar kun je eindeloos over nadenken, maar ook die gedachten komen niet in mij wonen, of ik niet in hen.
Het is in ieder geval niet zo dat ik een vestigings- of samenscholingsverbod heb uitgevaardigd, of dat ze niet in mijn oorsprongs- of bestemmingsplan passen, of dat ik de hele dag een potje mindful loopt te wezen, of heen en weer de weetnietgeest praktiseer of soetra’s bestudeer of onverdroten mediteer tot mijn zitvlak niet meer te onderscheiden is van mijn oorspronkelijke gezicht en mijn gat één wordt met de lege heer, ken je dat?
Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar gedachten trekken zich over het algemeen bar weinig van mij aan.
Net zomin als honden, regenbuien en kinderen.
Ook niet in de lange jaren dat ik wél voor politieagent probeerde te spelen.

Voor straf trek ik me niets meer van mijn gedachten aan.
Ook niet van de vorige.
Ook niet van deze.
Ook niet van de volgende.
Negeren is regeren.
Want zie: ze waaien vanzelf weer weg.
En blijven vanzelf maar wegwaaien.
Nu deze weer!
Nu deze weer!
Nu deze weer!

In de polder gaat de wind nooit liggen.


Het Laatste Oordeel

vel jezelf


Beste Hans,
Over zijn boek Ontwaakte aanwezigheid zegt Maurice Knegtel Sensei:

‘Ontwaakte aanwezigheid gaat over wat we volgens zen in wezen zijn: een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.’

‘Een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid’ lijkt mij een prima definitie van niet-weten.


Beste X,
Het klinkt als een klok, maar ik galm het niet na.


Beste Hans,
Waarom niet?


Beste X,
Omdat ik ‘mezelf’ en ‘ons’ liever niet meer vastleg.
Niet op positieve wijze als dit of dat; niet op negatieve wijze als niet zus of niet zo, niet op paradoxale wijze als dit en niet dit, niet op overtreffende wijze als boven of voorbij dit of dat, en niet als principieel onbepaalbaar.
Dus ook niet als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid; en ook niet als géén in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.


Beste Hans,
En als je jezelf toch moest vastleggen?


Beste X,
Dan zou ik zoveel mogelijk in particuliere termen spreken: namens mezelf en voor mezelf en over mezelf en alleen maar voor dit moment in deze context.
Dus niet in algemene termen: namens zen voor iedereen over iedereen op alle plaatsen in alle tijden.
Het ligt mij nou eenmaal niet om een definitieve waarheid over ons wezen te debiteren.
Al was het alleen maar omdat ik daarmee iedere (zen)boeddhist en iedere wereldling die er anders over denkt of die er helemaal niet over denkt – zowat de hele mensheid dus – impliciet voor gek verklaar.
Wanneer we er tenminste van uitgaan dat er maar één definitieve waarheid definitief waar kan zijn.

Mijn enige ambitie is niets definitiefs over mezelf te zeggen zolang ik niets definitiefs over mezelf te weten ben gekomen, en niets definitiefs over óns te zeggen zolang ik niets definitiefs over ons te weten ben gekomen.
Misschien is dat wel definitief, aangezien ik er niet meer op uit ben iets definitiefs over mezelf of over ons of over wat dan ook te weten te komen – als er al zoiets is en als het al door ons geweten kan worden.
Aan Maurice Knegtel en zijn meesters (Meestels) zou je daarom nog wel wat kunnen hebben, op voorwaarde dat ze niet uit hun nek kletsen of anderen napraten die op hun beurt uit hun nek kletsen of anderen napraten die… en zo helemaal terug via Bodhidharma naar de Boeddha, de downside1 van de lineage.
Aan mij heb je hoe dan ook niets.


Beste Hans,
Laat dat mijn zorg zijn.


Beste X,
Mijn zorg is het jou niks wijs te maken.
Lukt het een beetje?


Beste Hans,
Iets te goed naar mijn smaak. Ik weet niet eens of je nou al antwoord hebt gegeven op de stelling waarmee ik opende, dat niet-weten verwijst naar dat wat we in wezen zijn, de in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.


Beste X,
Ik weet niet wat wij in wezen zijn; ik weet niet eens of wij in wezen zijn.
Ik weet ons geen aanwezigheid en geen afwezigheid, niet volmaakt helder of onvolmaakt helder of volmaakt onhelder, niet volmaakt vrij of onvolmaakt vrij of volmaakt onvrij.
Ik zie geen kans vast te stellen of wij alles omvatten of iets of niets, en mocht ik daar op een gegeven moment toch in slagen dan zou ik niet weten hoe ik dat moest verifiëren.


Beste Hans,
En die openheid?


Beste X,
Mochten wij inderdaad alles omvatten dan is het onzin om onszelf open te noemen, aangezien er buiten ons niets is om voor open te staan.
Mochten wij inderdaad open zijn dan is het onzin om onszelf alles omvattend te noemen, aangezien er buiten ons iets moet zijn om voor open te staan.
Mochten wij open en niet alles omvattend zijn dan is het onzin om te zeggen dat wij in onszelf rusten.
Mochten wij in onszelf rusten dan hebben we per definitie geen toegang tot iets buiten onszelf, waardoor we onmogelijk kunnen vaststellen of we alles omvattend zijn.
Mochten we alles omvatten dan is het onzin om onszelf vrij te noemen, want wat zouden we in dat geval anders kunnen dan voortdurend alles omvatten, aanwezig zijn en met onszelf samenvallen.

Hoe langer ik over die prachtzin nadenk, hoe meer de zin en de pracht ervan mij ontgaan.
Is dit nou zen?
Welja.
Prachtzen.
Vol denkbeelden.
Van mij mag je ze houwen en van mij mag je ze houden of weggeven of duur verkopen aan iedereen die liever onderaan een lineage bungelt dan op eigen benen staat, maar mijn dwaaltuin komen ze niet in.

Kan het zijn dat we deze prachtzin niet letterlijk moeten nemen maar, bijvoorbeeld, dichterlijk of overdrachtelijk of pedagogisch of zelfs ironisch?
Dan valt mijn weerwoord in het water.
Des te beter, dan hoef ik het er zelf niet in te gooien.


Beste Hans,
Heeft zo’n prachtzin dan geen enkele aantrekkingskracht op jou?


Beste X,
Vroeger zou ik wát graag geloofd en ervaren en verkondigd hebben dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn.
Helaas, geloven kan ik dit soort gedachten niet (meer), en dromen zijn ook ervaringen, dus ervaringen bewijzen sowieso niks.
Wat valt er dan te verkondigen?
Geen nood, zei de uitgang, ik ben al weg
Zwevend boven heg noch steg
Lome vlucht van ijle bel
Vederlicht is nu mijn juk
Niet te verklaren mijn geluk
Niet te verklaren en niemand de weg te wijzen
Niet aan te raden maar te raden overlaten.
Jou werpt het terug op jezelf, gesteld dat er zo iemand is.
Wie weet is dat net waar je wezen moet, en anders is er maar een vrouw overboord.
Berg je voor de reddingsboys.


Beste Hans,
Maurice Knegtel Sensei zuigt het toch ook niet uit zijn duim allemaal. Net als Nico Tydeman Sensei is hij een loot van een ononderbroken lineage die via Genpo Roshi, Maezumi Roshi en de zenpatriarchen helemaal terug gaat op de historische Boeddha zelf.


Beste X,
Niemand weet wat de eventuele historische Boeddha precies gezegd heeft, maar als metafysicus heeft hij hoegenaamd geen naam gemaakt.
Na het oversteken van de stroom en het achterlaten van het vlot2 is er hoe dan ook geen sprake meer van leringen – dus ook niet van atman, anatman of brahman, niet van small mind of big mind en niet van het bewustzijn dat of de aanwezigheid die wij zijn; zodat de vraag gerechtvaardigd is of je je terecht op zijn gezag beroept.

Al met al lijkt de Boeddha mij tamelijk streng in de non-leer.
Eeuwen later zag Bodhidharma er al geen been meer in om ‘alles leeg en niets heilig’ te roepen.
Millennia later heet het steeds vaker – ik parafraseer – ‘alles aanwezig en alles heilig’.

Op wiens gezag wou jij je beroepen?


Beste Hans,
Niet op het jouwe.


Beste X,
Een goed begin.
Je kunt je wel verschuilen achter een of andere levende of dode autoriteit, maar het boeddhisme kent nou eenmaal niet zoiets als het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid.
Vandaar misschien al die stamboomklevers.
Kende het boeddhisme wel zo’n dogma dan was het weer de vraag aan wie of wat de pauselijke boeddha zijn gezag ontleent, enzovoort.
We zullen ons erover buigen zodra het eerste rooms-boeddhistische concilie bijeenkomt.
Tot die tijd is alles wat je beweert voor eigen rekening.
Iedere lineage begint en eindigt bij jou, of je het nou ziet of niet.
Daarom is de enso rond.

ensoo

Het eerste oordeel is aan jou, het middelste oordeel is aan jou en het laatste oordeel is aan jou.
Ook als je het uit handen geeft.
Alleen het allerlaatste oordeel velt zichzelf.
Daar kun je op wachten.


Beste Hans,
Welk oordeel heb je het over?


Beste X,
Elk oordeel op zijn eigen tijd.
Durf jij op dit moment je hand in het vuur te steken voor de gedachte dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn?


Beste Hans,
Nee.


Beste X,
Waarvoor wel?


Beste Hans,
Ik pas.


Beste X,
Dat lijkt mij een prima definitie van niet-weten.

laatste-oordeel


Voetnoten

1. downside: 1. nadeel; 2. basis; 3. onderkant

2. In de Alagaddupama-Sutta staat de volgende gelijkenis:

“Stel dat een man die op reis is een grote stroom ziet, waarvan de oever aan zijn kant gevaarlijk, angstaanjagend is en de tegenoverliggende oever veilig en er is geen veerpont of een brug om over te steken. Hij zou zo denken: “Als ik nu eens gras, stukken hout, takken en bladeren zou verzamelen, een vlot zou bouwen en met behulp van dat vlot, peddelend met handen en voeten, veilig en wel naar de overkant zou oversteken?” Hij zou dat doen en aan de overkant aangekomen zou hij dit denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me. Als ik het nu eens op mijn hoofd of mijn schouders zou tillen en verder zou gaan?”

Wat denken jullie, zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden?”

“Zeker niet, Heer!”

“Hoe zou die man dan wel moeten handelen?”

“Welnu, die man zou, als hij overgestoken is, zo kunnen denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me geweest. Als ik het nu eens op het droge zou trekken of op het water laten wegdrijven en zelf verder zou gaan?” Zo handelend zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden. Net zo heb ik de Dhamma onderwezen, als te vergelijken met een vlot, bedoeld om mee over te steken, niet om vast te houden. De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten jullie zelfs de leringen opgeven, laat staan de dingen die in strijd zijn met de leringen.”

(overgenomen uit het artikel ‘Jij, dwaze man, zult bekend staan om deze slechte opinie van jou’ van André Baets)

En zo beroep ik mij in deze voetnoot op het gezag van woorden die aan de Boeddha worden toegeschreven en aan wie ze hun gezag ontlenen, om leringen die aan de Boeddha worden toegeschreven en aan wie ze hun gezag ontlenen, te ondermijnen.
Een hachelijke zaak.
De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten wij zelfs de gelijkenis van het vlot opgeven, maar of dat de leringen kan redden?
Blub.


Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Vrijheid op maat

Beste Hans,
Bezien door de bril van het boeddhisme ben jij het prototype van een pratyekaboeddha; een solist die zijn eigen verlichting nastreeft. Maar er is meer dan verlichting. Ben jij bekend met de bodhisattva Avalokiteshvara die het mededogen belichaamt (in het Chinees heet hij Guanyin, Kwannon, Kwanyin, Guanshiyin of Guanyin Pusa; in het Japans Kanzeon of Kannon, in het Tibetaans Chenrezig)?

De belangrijkste gelofte die de mahayanaboeddhist aflegt is mijns inziens de bodhisattvagelofte:

Hoe talrijk de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.

Hoe geeft jij, los van niet-weten.nl, vorm aan jouw compassie?


Beste X,
Hoe talrijk de bodhisattva’s ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden van de bodhisattvagelofte.


Beste Hans,
Geloof jij niet in mededogen of geloof je niet in geloften?


Beste X,
Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden van hun geloften.


Beste Hans,
Ik geloof niet in cynisme.


Beste X,
Hoe talrijk de cynici ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden van hun cynisme.


Beste Hans,
Dat klinkt al boeddhistischer.


Beste X,
Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden van de Boeddha.


Beste Hans,
Ik geloof ook niet in nihilisme.


Beste X,
Hoe talrijk de nihilisten ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden van hun nihilisme.


Beste Hans,
‘Dood de Boeddha’, is dat waar je op doelt?


Beste X,
Hoe talrijk de boeddhadoders ook zijn, ik beloof ze allen te doden.


Mededogen zonder mededogen

Reconstructie van een deconstructie.


Beste Hans,
Jij hebt het regelmatig over niet-weten als een radicale deconstructie van alle begrippen. Hoe zit dat met compassie? Is niet-weten volgens jou een vorm van mededogen of integendeel een radicale deconstructie ervan?


Beste X,
Niet weten is een niet-vorm van mededogen.


Beste Hans,
Dat kan ook nog.


Beste X,
Je kunt niet weten ook omschrijven als een vorm van mededogen én een radicale deconstructie ervan. Je kunt mededogen ook omschrijven als een radicale deconstructie van weten en, als kers op te taart of als klap op de vuurpijl een radicale constructie van niet-weten. Maar wat je ook over mededogen zegt, je zult het terug moeten nemen, anders beperk je de oneindige ruimte die haar voorwaarde en verwerkelijking is. En wat je ook over niet-weten zegt, je zult het terug moeten nemen, anders is het geen niet weten meer, maar weten van niet-weten.


Beste Hans,
Want?


Beste X,
Niet weten betekent alleen maar dat je het allemaal niet meer weet, dat je het allemaal niet meer uit elkaar kunt houden en je daarom niet meer druk kunt maken over zaken als mededogen, meedogenloosheid, weten, niet-weten, constructie, destructie, deconstructie en hun overeenkomsten en verschillen, zelfs als je dat nog zou willen. Je bent niet meer bezig met het cultiveren van het een en het onderdrukken van het ander of omgekeerd, noch met het onderdrukken van het cultiveren of het cultiveren van het onderdrukken et cetera.


Beste Hans,
Wat betekent dat in de praktijk van alledag?


Beste X,
De praktijk van alledag.


Beste Hans,
Te weten?


Beste X,
Je doet wat je doet en je laat wat je laat en je lacht als je haat en je zit als je staat.


Beste Hans,
Maar wat moet ik me voorstellen bij een radicale deconstructie van mededogen, of althans van het begrip mededogen?


Beste X,
Om te beginnen het ontmantelen van de sleutelbegrippen ‘ik’, ‘jij’ en ‘wereld’.
Volgens de boeddhistische doctrine van de leegte (sunyata) zijn alle dingen en alle begrippen leeg, dat wil zeggen zonder eigen wezen of werkzaamheid.
‘Ik’ en ‘jij’ en ‘wereld’ zijn illusies, schijngestalten van een realiteit waarin alles met alles verweven is en die zich volgens deze doctrine alleen correct laat omschrijven als niet-ik, niet-jij en niet-wereld.
Zonder ik geen vrije wil.
Zonder vrije wil is mededogen niet meer dan een verschijnsel onder verschijnselen dat afhankelijk ontstaat en afhankelijk vergaat en niet gecultiveerd kan of hoeft te worden.
Zonder spoor kan een trein niet rijden, einde deconstructie.
Het zwakke punt in dit verhaal is natuurlijk de doctrine van de leegte, die, als hij onjuist is, geen hout snijdt en als hij juist is aan zijn eigen leegte ten onder gaat.


Beste Hans,
Ik denk dat ik begrijp wat je zegt. Er moet een wereld zijn met een ik en een jij voordat de een mededogen kan hebben met de ander of vice versa. Zonder ik, jij en wereld verwijlen wij in iets wat je eigenlijk alleen maar eenheid kunt noemen. In eenheid is er alleen maar het tijdloze. Het onveranderlijke. Niet-ik. Niet-jij. Niet-wereld. Leegte. Dat alleen gekend kan worden door niet-weten. Is dat wat je bedoelt met deconstructie?


Beste X,
Precies. En dan nog de begrippen ‘tijdloos’, ‘onveranderlijk’, ‘niet-ik’, ‘niet-jij’, ‘niet-wereld’, ‘leegte’ en ‘niet-weten’ deconstrueren.
En ‘deconstructie’, niet te vergeten.
Want we leveren natuurlijk geen half werk.


Beste Hans,
Dat snap ik niet. Verlichting is toch de gang van illusie naar werkelijkheid? Van samsara naar nirwana? Van het geconditioneerde naar het ongeconditieerde? Van het relatieve naar het absolute? Van twee naar niet-twee? Van het vele naar het ene? Van het menselijke naar het goddelijke?


Beste X,
Van tijdgebonden naar tijdloos is alleen maar het vervangen van het ene begrip door het andere.


Beste Hans,
Geen begrip; intuïtie zou ik zeggen. Ervaring. Inzicht. Wijsheid.


Beste X,
Is alleen maar het vervangen van de ene intuïtie door de andere.
Van de ene ervaring door de andere.
Van het ene inzicht door het andere.
Van de ene wijsheid door de andere.
Of hoe je het maar noemen wilt.
Van de regen in de drup; wat schiet je ermee up?

Van veranderlijk naar onveranderlijk – idem dito.
Van ik naar niet-ik – idem dito.
Van jij naar niet-jij – idem dito.
Van wereld naar niet-wereld – idem dito.
Van vorm naar leegte – idem dito.
Van weten naar niet-weten – idem dito.
Van constructie naar deconstructie – idem dito.
Van fout naar goed – idem dito.
Van onverlicht naar verlicht – idem dito.
Van illusie naar werkelijkheid – idem dito.
Van samsara naar nirwana – idem dito.
Van het geconditioneerde naar het ongeconditioneerde – idem dito.
Van het relatieve naar het absolute – idem dito.
Van twee naar niet-twee – idem dito.
Van het vele naar het ene – idem dito.
Van het menselijke naar het goddelijke – idem dito.


Beste Hans,
Bedoel je dat we alle zienswijzen moeten loslaten?


Beste X,
Van vasthouden naar loslaten – idem dito.


Beste Hans,
Radicale bevrijding dus.


Beste X,
Van gebondenheid naar vrijheid – idem dito.


Beste Hans,
Wat blijft er dan nog over?


Beste X,
Waarvan?


Beste Hans,
Wat kun je dan nog zeggen?


Beste X,
Waarover?


Beste Hans,
Waarheen wijst jouw vinger?


Beste X,
Naar niet wijzen?


Beste Hans,
Is dat een vraag of een antwoord?


Beste X,
Wat jij wil.


Beste Hans,
En de maan?


Beste X,
Die is naar de maan.


Beste Hans,
Een duidelijk antwoord graag: bestaat mededogen of bestaat het niet?


Beste X,
Wie zou er bij ontstentenis van ik, jij en wereld mededogen moeten hebben met wie?
Aan de andere kant, wie zou er bij ontstentenis van niet-ik, niet-jij en niet-wereld het bestaan van mededogen moeten ontkennen of het niet-bestaan ervan moeten bevestigen?


Beste Hans,
Dus?


Beste X,
Is er geen bestaan van mededogen en geen niet-bestaan van mededogen en geen bestaan-en-niet-bestaan van mededogen en geen bestaan-noch-niet-bestaan van mededogen.
Om ook maar eens tetralemma te gebruiken.
Dit moet je niet lezen als een bewering over de wereld of zelfs maar als een motie van wantrouwen jegens de gehanteerde begrippen, maar als een schouderophalen over alles wat je maar over de wereld en haar begrippen zou kunnen beweren, bevestigend of ontkennend.


Beste Hans,
Jij bent meedogenloos.


Beste X,
Als dat geen mededogen is…

[afbeelding]

Nawoord

(citeren uit de diamantsoetra en uit mijn eigen versie daarvan)


Verkeerd verbonden

Beste Hans,
Wat ik denk ik het meeste mis op niet-weten.nl is verbondenheid. Verbondenheid met het leven, verbondenheid met alle voelende wezens, verbondenheid met dit moment, verbondenheid met wat zich maar voordoet, precies zoals het zich voordoet. Is verbinding niet waar het in het leven om draait? Wat er ook is, wend je niet af!


Beste X,
Wat als er afwenden is?


Beste Hans,
Het gaat erom dat je je helemaal overgeeft aan dit moment, zonder opsmuk, angst of reserve.


Beste X,
Wat als er opsmuk is? Wat als er angst is? Wat als er reserve is?


Beste Hans,
Maar dat is nou net het punt: alles mag er zijn!


Beste X,
Waarom dan dat ‘wend je niet af’? Mag afwenden er soms niet zijn? Waarom ‘zonder opsmuk, angst of reserve’? Mogen opsmuk, angst en reserve er soms niet zijn?


Beste Hans,
Nu hoor ik pas wat je zegt.


Beste X,
Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.


Beste Hans,
Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen.


Beste X,
Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.


Beste Hans,
Dus eigenlijk geef ik mij met mijn verzet tegen afwenden, opsmuk, angst en reserve helemaal niet over aan dit moment?


Beste X,
Tenzij verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve is wat er zich op dit moment aan je voordoet.


Beste Hans,
Ook verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve mag er zijn, wou je zeggen.


Beste X,
En verzet tegen verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve. En verzet tegen verzet tegen verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve.


Beste Hans,
Want?


Beste X,
Als alles er mag zijn, dan ook dat niet alles er mag zijn en ook dat alles er niet mag zijn. Is dat niet fijn?


Beste Hans,
Maar wat zeg je dan nog helemaal?


Beste X,
Dat zou ik ook weleens willen weten.


De achtvoudige groeten

Trainen voor langere benen

Lange benen


Beste Hans van Dam,
In antwoord op je vraag naar het doel van onze zentraining kan ik je meedelen dat dit achtledig is:

  1. Zien dat je er volledig mag zijn zoals je bent.
  2. Werkelijk kunnen zijn waar je bent.
  3. Kunnen doen wat je werkelijk te doen hebt.
  4. Liefdevoller worden naar jezelf en anderen.
  5. Meer openheid ontwikkelen.
  6. Meer in de flow zijn.
  7. Je doelmatigheid versterken.
  8. Je meer in verbinding voelen met jezelf en je omgeving.

Als je nog meer vragen hebt, hoor ik het graag, en anders ben je van harte welkom.


Verbinding



Beste X,
Een achtvoudige doel.
Fantastisch zeg.
Jullie gaan echt met je tijd mee.
In sommige zenscholen jammeren ze nog steeds dat iedere spirituele ambitie ‘tot op de draad moet verslijten’.
En denk maar niet dat je daarom korting krijgt.

Voor ik mij definitief verbind heb ik nog een achtvoudige vraag:

  1. Ik hoef van mezelf niet volledig te mogen zijn zoals ik ben.
  2. Ik hoef van mezelf niet werkelijk te zijn waar ik ben.
  3. Ik weet niet wat ik werkelijk te doen heb.
  4. Ik hoef van mezelf niet liefdevoller te worden.
  5. Ik sta open voor mijn eigen en andermans geslotenheid.
  6. Flow komt en gaat, en daarin vloei ik dan maar mee.
  7. Ik gedij bij ondoelmatigheid.
  8. Ik kan mezelf en mijn omgeving maar niet uit elkaar houden.

Mag dat ook?

De achtvoudige groeten,

Acht vingers

Hans van Dam

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Dada, zei de dodo

Beste Hans,
Ik las ergens dat jij jezelf omschrijft als ‘de autarkische auteur van niet-weten.nl’. Nu is mijn woordenschat niet zo heel groot, dus ik heb het even opgezocht in Van Dale XIII:

Autarkisch
1. berustend op of strevend naar autarkie (1)
2. zelfvoorzienend

Autarkie
Grieks, autarkeia (‘zelf-genoeg’-zaamheid)
1. zelfgenoegzaamheid (zowel in filosofische als psychologische zin)
2. (in ’t bijzonder) volstrekte economische onafhankelijkheid van een staat, gesloten staatshuishouding; synoniem: zelfvoorziening

Hieruit maak ik op dat jij zelfgenoegzaam bent. Nu is mijn woordenschat niet zo heel groot, dus ik heb het even opgezocht in Van Dale XIII:

Zelfgenoegzaam
1. (verouderd, gunstig) zichzelf genoeg, geen anderen, niets anders nodig hebbend
2. (ongunstig) in de overtuiging van eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders vragend; synoniem: zelfvoldaan, zelfingenomen

Zelfgenoegzaamheid
1. het vervuld-worden door, tevredenheid met zichzelf
2. ijdele vervuldheid van zichzelf; synoniem: zelfvoldaanheid, zelfingenomenheid

Wat houdt jouw autarkie precies in? Ben jij jezelf genoeg of vraag jij in de overtuiging van je eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders?

p.s. Heb je weleens gehoord van afhankelijk ontstaan (sunyata)?


Beste X,
Nee, vervuld van mijn eigen voortreffelijkheid ben ik niet.
Ik vind mij noch in algemene zin noch in bepaalde opzichten beter of slechter dan wie ook.
Vind ik het toch dan geloof ik het niet.
Zelfvoorzienend waan ik mij al evenmin.
Alleen al om mij een banaantje in mijn ontbijt te bezorgen spant de hele wereld samen.
Afhankelijk ontstaan, hè.
‘Het is steeds een complex van factoren’, zei mijn vader altijd, die nog nooit van het boeddhisme had gehoord.
‘Wat een onzin’, dacht ik altijd, ook toen ik al meer van het boeddhisme gehoord dan me lief was.
De dwijsheid komt met de jaren.
Wat bleek?
Alles is zozeer met elkaar verknoopt dat ik het onmogelijk uit elkaar kan houden.
Geen idee meer waar het ene ding eindigt en het andere begint. Niet echt.
Geen idee meer waar de ene mens eindigt en de andere begint. Niet echt.
Geen idee meer waar de geest eindigt en de stof begint. Niet echt.
Geen idee meer waar het subject eindigt en het object begint. Niet echt.
Geen idee meer wat ik is en wat niet-ik. Niet echt.

De mensen en de dingen en de ideeën en de substanties en de oorzaken en de gevolgen; waarnemer en waargenomene, kenner, kennis en gekende, feit en fictie, werkelijkheid en illusie, deugd en ondeugd, goed en slecht, gelijk en ongelijk, gehechtheid en onthechting, vasthouden en loslaten, geven en nemen, keuze en overmacht, het eendere en het andere, dwaasheid en wijsheid, weten en niet-weten, ego en zelf, mind en heart – ze laten zich door mij niet van elkaar scheiden, niet echt.
Ze laten zich niet van mij scheiden, niet echt.
Ze laten zich door mij niet met elkaar ver-enigen, niet echt.
Ze laten zich niet met mij ver-enigen, niet echt.

Zo’n warboel is het, dat ik niet eens meer van afhankelijk ontstaan durf te spreken.
Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog afhankelijk moeten ontstaan?
Waaruit zou het bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog afhankelijk moeten ontstaan?
Zo’n warboel is het dat ik niet eens meer van sunyata durf te spreken.
Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk wezen nog dit of dat moeten zijn?
Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog leeg moeten wezen?

Autarkisch ben ik enkel en alleen in spiritueel opzicht.
Maar dan wel absoluut.
Hoe kan het ook anders, nu mijn boek helemaal leeg is?
Zelfs dat je niets kunt weten, staat er niet in.
Waarin zou ik dan bevestigd moeten worden?
En denk nou maar niet dat spirituele zelf-genoegzaamheid onverenigbaar is met het boeddhisme omdat het toevallig onverenigbaar lijkt met het idee van afhankelijk ontstaan of sunyata.
Integendeel.
Om het met de negende-eeuwse Chinese chanmeester Linji Yìxuán te zeggen:

‘Volgers van de Weg, als je het inzicht wilt verwerven dat overeenstemt met de dharma, laat je dan nooit misleiden door anderen. Of je nou naar binnen kijkt of naar buiten, wat je maar tegenkomt, dood het! Als je een boeddha tegenkomt, dood de boeddha. Als je een patriarch tegenkomt, dood de patriarch. Als je een arhat tegenkomt, dood de arhat. Als je je ouders tegenkomt, dood je ouders. Als je je familie tegenkomt, dood je familie. Alleen zo kun je echt loskomen, niet langer verstrikt in allerlei zaken, vrij om te gaan en te staan waar je wilt.’

(Watson, Burton, The Zen Teachings of Master Lin-Chi, 1999, p52)

Wordt de beginnende boeddhist nog geacht zijn toevlucht te nemen tot de Drie Juwelen (de Boeddha, de dharma en de sangha), aan het eind van de rit wordt diezelfde boeddhist geacht iedere toevlucht te ontvluchten.
Hij moet zijn boeddha’s en niet-boeddha’s doden, zijn dharma’s en niet-dharma’s opgeven (diamantsoetra) en zijn sangha’s en niet-sangha’s verlaten om terug te keren naar de marktplaats van het leven.
Hij moet het vlot waarmee hij de rivier overstak prijsgeven; zijn pij, zijn nap, zijn rakusu, zijn beeldjes, zijn matjes, zijn kussentjes, zijn aambeien, zijn geloften, zijn rituelen, zijn vaardige methoden, zijn edele wetten, zijn soetra’s, zijn shastra’s, zijn meester, zijn samsara, zijn nirwana – de hele bliksemse boel.
Inclusief het verhaal van afhankelijk ontstaan, dat ook maar afhankelijk ontstaan is.
Inclusief het idee van sunyata, dat ook maar sunyata is.

Als je alle kwijt bent, tot en met het kwijt zijn aan toe, wat valt er dan nog te bevestigen?
Hoe kan de spiritueel lege mens iets anders zijn dan zelf-genoeg?


Beste Hans,
Moet jij dan niet bevestigd worden in je niet-weten?


Beste X,
Welk niet-weten?


Beste Hans,
Ik dacht dat je zou zeggen: ‘Wie?’


Beste X,
En door wie?


Beste Hans,
De Linji die jij aanhaalt is een van de kopstukken van het zenboeddhisme, dat bekend staat als de meest iconoclastische vorm van boeddhisme die er is. Toch hecht datzelfde zenboeddhisme veel waarde aan de ‘lineage’: een schematische voorstelling van de ononderbroken dharma-overdracht of transmissie ‘van hart tot hart’, van de historische Boeddha tot aan de hedendaagse leraar. In Zen Centrum Amsterdam, onder leiding van Niko Sojun Tydeman sensei, word ik als onderdeel van mijn zenpraktijk geacht de ketchimyaku, de stamboom met namen van alle Patriarchen en Zenmeesters uit de lijn van Taizan Maezumi Roshi, vanaf Shakyamuni Boeddha tot en met Niko Sensei, over te schrijven op een lang papier met daarop voorgedrukt een rode slingerlijn. Linji zegt: dood de Boeddha. Niko Sensei zegt: Leve de Boeddha. Wat zeg jij?


Beste X,
Linji doodde de Boeddha maar tegelijkertijd was hij boeddhist in hart en nieren.
Ik bedoel natuurlijk, hij doodde de Boeddha wánt hij was boeddhist in hart en nieren.
Niko Sensei vereert de Boeddha want hij is boeddhist in hart en nieren.
Tegelijkertijd is hij, voor zover ik dat vanaf hier kan beoordelen, een bedreven boeddhadoder.


Beste Hans,
En wat zeg jij?


Beste X,
Ik zeg: Dood de Boeddha.
Dood de boeddhadoder.
Dood de boeddhadoderdoder.


Beste Hans,
Moordenaar.


Beste X,
Laat ik het dan zo zeggen:
Leve de Boeddha.
Leve de boeddhadoder.
Leve de boeddhadoderdoder.


Beste Hans,
En je bent niet eens een boeddhist.


Beste X,
En ik ben niet eens een niet-boeddhist.


Beste Hans,
Wat ben je dan wel?


Beste X,
Ik ben een dodo.


Beste Hans,
Doodt de dodo.


Beste X,
De dodo is al dood.


Beste Hans,
Dood de dodododer.


Beste X,
De dodo was de doder.


Beste Hans,
Maar wat ben je dan nu?


Beste X,
Ik ben mezelf genoeg.


Beste Hans,
Ik ben mezelf teveel.


Beste X,
Dan zal dat het verschil wel zijn.


Vlooienspel

Beste Hans,
Van de week las ik in een zenboekje: ‘oorspronkelijk is er geen binnen en geen buiten’. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alles is één. In het ene kan geen binnen en buiten zijn. Binnen plus buiten is twee. Een hond maakt ook geen onderscheid tussen binnen en buiten. Ik bedoel daarmee, tussen zichzelf en de wereld. Tussen subject en object. Tussen de waarnemer en het waargenomene. Dat zijn alleen maar constructies van de mind. Dus ja, oorspronkelijk is er geen binnen en buiten.


Beste X,
Wie bij de hond slaapt krijgt vlooien.


Beste Hans,
Wat voor vlooien?


Beste X,
Uitgaande van de wijsheid van onze trouwe viervoeter:

  1. Maakt een hond onderscheid tussen oorspronkelijk en nadien?
  2. Kan een hond tot één tellen?
  3. Als een hond zijn spiegelbeeld aanvalt, is hij dan met zichzelf aan het spelen?
  4. Laat een hond zich binnenstebuiten keren?
  5. Waarom wil mijn hond niet naar buiten als het regent?

Voor je losbrandt, eerst even je woef raadplegen.


Beste Hans,
Dat er oorspronkelijk geen binnen en geen buiten is, is ook een constructie van de mind, wou je zeggen.


Beste X,
Alsof ik wat wou zeggen.
Ik wou nog wel wat vragen:
Waarvan is de mind een constructie?


geen hond


Niet te geloven

‘Waar geloof jij in, Hans?’
‘In niet geloven.’
‘Echt?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom zeg je het dan?’
‘Omdat het zo is.’


de Linji-lu


Ziet een berg?

Beste Hans,
Op de website van Zentrumculemborg zag ik dit fraaie gedicht:

Is er een berg, dan zien we een berg.
Als het regent, horen we regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Ochtend goed, avond goed.


Beste X,
Zien we een berg dan is er nog geen berg.
Horen we regen dan is er nog geen regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Wat heet goed.


Beste Hans,
Misschien helpt deze evergreen:

Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren.
Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.
Nu zijn bergen weer bergen en rivieren rivieren.


Beste X,
Ziet, een berg. Ziet een berg?
Hoor ik regen? Hoor, ik regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Wat heet beter.


Beste Hans,
Voor mij zit jij vast in het tweede stadium.


Beste X,
Waarvan?


Beste Hans,
‘Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.’


Beste X,
Toen waren stadia geen stadia meer.


Beste Hans,
Voor mij zijn bergen weer bergen en rivieren weer rivieren.


Beste X,
Zit jij vast in het derde stadium?


Beste Hans,
Zie jij wat je denkt of zie jij wat is?


Beste X,
Denk jij dat je ziet wat is?


Beste Hans,
Jouw berg laat zich niet verplaatsen. Het ga je goed.


Beste X,
Mijn plaats laat zich niet verbergen. Ik zit hier goed.


Beste Hans,
Inmiddels is er bijna een jaar verstreken. Ik heb veel tijd op je website doorgebracht en vastgesteld dat jij je wel degelijk bezondigt aan stadiumdenken. Zo maak je in Ghost busters onderscheid tussen het gezonde verstand, het spirituele verstand en het onverstand, waarbij het tweede het eerste vervangt, en (naar jouw oordeel bij hoge uitzondering) het derde het tweede. Meestal zijn er voor jou echter maar twee stadia: weten en niet-weten. In een bespreking van de donkere nacht van de ziel van Jan van het Kruis zeg je bijvoorbeeld: ‘Mijn uitgaan is reeds Zijn ingaan.’

Wel ga je heel vrij om met de diverse modellen, vind ik. Je zit er niet in vast. Je provoceert, maar gaat de strijd niet aan en blijft altijd dicht bij je hart. En al weet je heg noch steg, je wringt je niet in bochten maar stevent recht op je doel af.

Dit is volgens mij in een notendop jouw spiritualiteit:

Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren.
Nu zijn bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.

Wat zeg jij?


Beste X,
Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren.
Nu zijn bergen ‘bergen’ en rivieren ‘rivieren’.


Beste Hans,
Dat komt op hetzelfde neer, toch?


Beste X,
krom is ‘krom’ en recht is ‘recht’
goed is ‘goed’ en slecht is ‘slecht’

strijd is ‘strijd’ en vrede ‘vrede’
hart is ‘hart’ en rede ‘rede’

ik ben ‘ik’ en jij bent ‘jij’
vast is ‘vast’ en vrij is ‘vrij’

heg is ‘heg’ en steg is ‘steg’
doel is ‘doel’ en weg is weg

en ook het dichten
gaat voorbij


De dikke dominee

Beste Hans,
Volgens de Japanse boeddhist Dogen Zenji (1200-1253) mediteer je omdat je verlicht bént, niet omdat je het wilt worden. Je zit op je kussen om je ideeën en verwachtingen over verlichting weg te branden. De blanke pit is er al maar kan pas aan de oppervlakte treden wanneer de ruwe bolster van preconcepties eindelijk openbarst. Je bent al verlicht ook al weet je het niet. Hoe kijkt een ‘dwijze’ naar deze notie van ‘oorspronkelijke verlichting’?


Beste X,
Behoort de gedachte dat je al verlicht bent volgens jou tot de ruwe bolster of tot de blanke pit?


Beste Hans,
Wat een gemene vraag.


Beste X,
En de gedachte dat je bént?


Beste Hans,
Jemig.


Beste X,
En de gedachte van verlichting zelf?


Beste Hans,
Ook dat nog.


Beste X,
En wat is eigenlijk die blanke pit?


Beste Hans,
Het ware zelf, zou ik zeggen. Je oorspronkelijke gezicht. Dat wat je was voor je ouders geboren werden.


Beste X,
Tenzij dat tot de preconcepties behoort.


Beste Hans,
Volgens mij heb ik nog heel wat weg te branden.


Beste X,
Tenzij dat ook tot de preconcepties hoort.


Beste Hans,
Mijn kussen roept.


Beste X,
Kijk maar uit dat het niet in de fik vliegt.


Beste Hans,
Bedoel je dat zazen ook maar een idee is?


Beste X,
Tenzij dat ook maar een idee is.


Beste Hans,
Zie jij mij als blanke pit?


Beste X,
Dan ben ik wel jouw ruwe bolster.


Beste Hans,
Voorlopig heb ik mijn handen vol aan Dogen.


Beste X,
Ga daar dan maar weer mee zitten.


Eeuwige Dwijsheid

Wijzen alle vingers naar dezelfde maan?


Beste Hans,
Boeiend hoe je voortdurend het gangbare spirituele en religieuze jargon op niet-weten terugvoert. Dat heb ik nooit eerder zo gezien. Ik zou je bijna gaan geloven. Maar komt het niet allemaal op hetzelfde neer? Verwijzen alle tradities niet in wezen naar de Eeuwige Wijsheid? Hebben alle priesters en goeroes en roshi’s en sensei’s het niet over het ene? Ons oorspronkelijke gezicht? Dat wat wij ten diepste zijn? Volgens mij zijn het verschillende vingers die naar dezelfde maan wijzen. Mij spreekt de vinger van zen toevallig het meeste aan, jou die van niet-weten. Maar daar gaat het toch niet om?


Beste X,
Waarheen wijst de afgehakte vinger van de leerling van Gutei?


Beste Hans,
Wie tot één kan tellen vraagt niet verder.


Beste X,
Ik kan niet tellen, mag ik verder vragen?


Beste Hans,
Vooruit dan maar.


Beste X,
Hoe weet je dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen?
Op wiens gezag neem je dat aan?
Of heb je het zelf vastgesteld?

Ikzelf zou dat niet eens weten vast te stellen voor één traditie.
Neem bijvoorbeeld het boeddhisme.
Vijfentwintig eeuwen, honderden landen, duizenden scholen, miljoenen individuen.
Verwezen en verwijzen die allemaal naar hetzelfde?
Dan weten ze dat zeker nog niet, want ze ruziën er vrolijk op los.
Eeuw in eeuw uit.
De theravadaboeddhist, de mahanikayaboeddhist, de dhammakayaboeddhist, de dhammauttikaboeddhist, de watrawilaboeddhist, de kandubodaboeddhist, de tapovanaboeddhist, de galduwaboeddhist, de delduwaboeddhist, de geelhoed, de roodborst, de blauwbaard en noem maar op.
Of meen jij te weten dat ze alleen over futiliteiten ruziën en het in hoofdlijnen eens zijn?
Op wiens gezag neem je dat aan?
Of heb je het zelf vastgesteld?

Verwijzen Byron Katie, Nagarjuna, Osho, Liezi, Pseudo-Dionysius en Martin Buber werkelijk allemaal naar hetzelfde?
Jiddu Krishnamurti, U.G. Krishnamurti, Angelus Silesius, Hadewijch, Zhuang Zi, Tony Parsons?
George Bataille, René Descartes, Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer, Cornelis Verhoeven, Ludwig Wittgenstein?
De katholiek, de papist, de ultramontaan, de integralist, de gnosticus, de basilidiër, de bogomiel, de borboriet?
De benedictijn, de bernardijn, de augustijn, de cisterciënzer, de kartuizer, de trappist, de karmeliet, de premonstratenzer, de kruisheer, de celestijn?
De orthodoxe jood, de charedische jood, de chassidische jood, de mitnagdiem-jood, de reconstructionist, de reformist, de karaïtische jood, de talmoedist?
De moslim, de ahmadiyyaist, de lahorist, de abadist, de mozabiet, de koranist, de panislamist, de soefiet, de salafiet, de sjiiet?
De agnost, de atheïst, de atheoloog, de deïst, de dystheïst, de eutheïst, de kakotheïst, de monotheïst, de suitheïst, de henotheïst, de polytheïst?
De hindoe, de mayavadist, de shunyavadist, de brahmaan, de vedist, de lamaïst, de jaïnist, de parsist; de shaivist, de shaiva siddhantist?
De taoïst, de shintoïst, de animist, de naturalist, de totemist, de sjamaan, de druïde, de idolatrist, de siderist, de xylolatrist?
Weet je honderd procent zeker dat ze allemaal naar hetzelfde verwijzen?
Op wiens gezag neem je dat aan?
Of heb je het zelf vastgesteld?

Ook zen is een amalgaam van methoden, technieken, termen, teksten, rituelen, meningen en meningsverschillen.
Hebben we het over de zen van Linji of van Wumen?
Over die van Dogen of van Huineng?
Over die van D.T. Suzuki of van Shunryu Suzuki?
Over die van Seung Sahn of van Thich Nhat Hanh?
Over die van Ton Lathouwers of van Willigis Jäger?
Over die van Nico Tydeman of van Rients Ritskes?
Verwijzen ze echt allemaal naar hetzelfde?
Op wiens gezag neem je dat aan?
Of heb je het zelf vastgesteld?

Hoe weet jij trouwens waar Hans van Dam naar verwijst?
Misschien verwijs ik wel helemaal nergens naar.
Ik zou het tenminste niet weten.
Ik weet verdorie niet eens of ik nérgens naar verwijs.
Laat staan waar anderen naar verwijzen.
Laat staan dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen als ik.


Beste Hans,
Jij beweert dat ik niet kan weten dat alle tradities in wezen naar hetzelfde verwijzen maar dat zeg jij toch eigenlijk ook? Als je suggereert dat uitdrukkingen als ‘de wijsheid zonder wijsheid’ en ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ‘de waarheid is voorbij de woorden’ en ‘de hoogste kennis heeft geen object’ en ‘God’ en ‘Gods wegen zijn wonderbaarlijk’ eigenlijk eufemismen voor niet-weten zijn, dan is niet-weten toch zeker de grootste gemene deler van alle tradities? En verwijzen alle tradities nog steeds naar hetzelfde!


Beste X,
Wat jij aanziet voor een poging mijnerzijds om de gemeenschappelijke kern van de spirituele en religieuze tradities te doorgronden, is alleen maar een uitdrukking van een radicaal niet weten mijnerzijds.
Ik herleid de geijkte termen tot niet weten, niet omdat ik weet wat ze eigenlijk betekenen maar omdat ik eigenlijk niet weet wat ze betekenen.
Dat is heel wat anders dan beweren dat alle tradities eigenlijk verwijzen naar één en hetzelfde niet weten.
Of naar één en hetzelfde of dezelfde wie of wat dan ook.
Daar weet ik allemaal niets van.
Dat het niet zo is weet ik ook niet.
Dat je het niet kunt weten, weet ik ook niet.
Dat je niet kunt weten dat je dat niet kunt weten, weet ik ook niet.
Dat je niets kunt weten, weet ik ook niet.
Dit ook niet.
Enzovoort.

Over al deze kwesties kan ik uiteindelijk alleen maar mijn schouders ophalen.
Niet uit dwarsheid, maar omdat ik het nou eenmaal niet weet.
Wat anderen ook mogen geloven en beweren.
En van mij mag iedereen alles geloven en beweren.
Jij ook.
Ik ook.
Al kan ik er tegenwoordig niks meer van.
Van geloven en beweren, bedoel ik.

Laten we dit afspreken:
Mocht door jou of door wie of wat ook aannemelijk gemaakt worden dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen, al is het maar naar niet-verwijzen, dan ben ik de eerste om toe te geven dat ze allemaal naar hetzelfde verwijzen.
Tevens verplicht ik mij levenslang lid te worden van een door jou te bepalen organisatie, maakt niet uit welke (ze verwijzen toch allemaal naar hetzelfde) en mij er volledig mee te identificeren, inclusief kapsel, gezichtshaar, jargon, gebaren, beschermende kleding, beelden, liedjes, belletjes, vlaggetjes, prentjes, mantra’s, rituelen, geloften, liturgie, praktijken en wat dies meer zij, en mezelf zonder enige reserve theravadin, lahorist, xylolatrist of wie of wat ook te noemen.
Tot het zover is mag ik mezelf echter zonder enige reserve wie of wat ook blijven noemen.
Intussen verplicht jij je tot niets.
Afgesproken?

Groetjes,

Wie of wat ook

p.s.
Waarom is het zo belangrijk voor je dat alle tradities naar hetzelfde verwijzen?


Waar de mind vol van is

Beste Hans,
Vandaag heb ik weer uren over het strand gelopen. Er waren golven, er waren wolken, er was wind en zand en zee. En ik? Ik dacht na over het leven. Als een dwaas doorzocht ik mijn geest op zoek naar de waarheid. En zag de waarheid faliekant over het hoofd. De waarheid van de schelpen voor mijn voeten, het zand tussen mijn tenen, de meeuwen in de lucht en de zon op mijn huid!


Beste X,
Ik zie het helemaal voor me.
Eén ding begrijp ik niet.
Je schrijft dat je de waarheid faliekant over het hoofd zag.
Welke waarheid?


Beste Hans,
De waarheid van gewoon maar dit. De waarheid van het hier en nu. Van de aarde die je draagt. Van de werkelijkheid die is wat hij is, wat je er ook over denkt. Die steeds op je wacht en er altijd voor je zal zijn. Omdat je hem al bent. De hoogste werkelijkheid waarin je thuiskomt in jezelf:

Schelpen voor mijn voeten
Zand tussen mijn tenen
Meeuwen in de lucht
De zon op mijn huid


Beste X,
Aha.
De waarheid van het hier en nu natuurlijk.
Hoe kon ik het over het hoofd zien.
Eén ding begrijp ik niet.
Wat als er hier en nu zoeken naar de waarheid is?
Of denken over het leven?
Is dat dan niet de waarheid?


Beste Hans,
De hoogste werkelijkheid gaat vooraf aan alle gedachten.


Beste X,
Zou best kunnen.
Het zou ook kunnen dat ‘de hoogste werkelijkheid’ ook maar een gedachte is.
Zo ja, wat gaat dan nog waaraan vooraf?

Wat ik ook weleens zou willen weten:
Als gedachten geen deel uitmaken van de hoogste werkelijkheid, waarvan dan wel?
Wat is precies het verband tussen datgene waarvan ze deel uitmaken, gesteld dat ze inderdaad ergens deel van uitmaken, en de hoogste werkelijkheid, gesteld dat er zoiets is?
Hoeveel werkelijkheden ken jij eigenlijk?

Los van deze vragen vinden je gedachten naar ik aanneem net zo goed hier en nu plaats als je waarnemingen van zand, zon en zee.
Als je ze toch wilt uitsluiten van de hoogste werkelijkheid zul je dus een ander criterium moeten verzinnen dan hun actualiteit.
Om nog maar te zwijgen over de mogelijkheid dat ook het hier en nu alleen maar een gedachte is.


Beste Hans,
Ik wil juist niets uitsluiten.


Beste X,
Waarom zijn zintuiglijke waarnemingen dan wél acceptabel in jouw hier en nu en gedachten niet?
Wat is op de keper beschouwd het verschil tussen waarnemingen en gedachten? Tussen dingen en waarnemingen? Tussen dingen en gedachten?
En nu we het er toch over hebben: wat is op de keper beschouwd het verschil tussen hier en daar? Tussen toen en straks en nu?


Beste Hans,
Ik weet het even niet meer.


Beste X,
Ik weet het al heel lang niet meer.

[maanden later]


Beste Hans,
Eten als je eet!
Slapen als je slaapt!
Zoeken als je zoekt!
Denken als je denkt!


Beste X,
Aha.
Je weet het weer even.
Maar wat?
Bedoel je soms dat je alles met volledige aandacht moet doen?


Beste Hans,
Ik kan het net zo goed verklappen: ik doe sinds een paar weken aan mindfulness.


Beste X,
Spannend hoor.
Dan zeg ik:

Mindful zijn als je mindful bent.
Mindless zijn als je mindless bent.

En wat de praktijk van alledag betreft:

Denken als je wandelt.
Lezen als je poept.
Krabben als je zingt.
Zuchten als je droomt.


Beste Hans,
Bedoel je dat het komt zoals het komt, en dat we alles moeten omarmen? Met gedachten en al? Dat het niet verkeerd is om over het strand te lopen en ondertussen over iets anders na te denken? Dat ik er gewoon van moet genieten in plaats van me ertegen te verzetten? Van al dat denken bedoel ik. Genieten van wat er maar gebeurt!


Beste X,
Goed, verkeerd, je zadel zoekt een peerd.
Verzet is ook wat er gebeurt.
Weerstand tegen je verzet is ook wat er gebeurt.
Wie zegt dat je daarvan moet genieten?


Beste Hans,
Dus?


Beste X,
Dus.


Maapsluts

Beste Hans,
Het heeft lang geduurd, maar inmiddels ben ik praktisch zover dat ik NIETS meer zeker weet. Ik geef me steeds meer over aan het eeuwige HIER EN NU!


Beste X,
Heb jij iets tegen weten?
Heb jij iets tegen het daar en toen?
Wat is er eeuwig aan het hier en nu?
Is overgeven beter dan beheersen?


Beste Hans,
Er is NIEMAND hier. Wie zou zich dan moeten overgeven? Niemand zijn, dat is pas overgave. Overgeven doe je niet, dat ONDERGA je. Wie ondergaat het? NIEMAND ondergaat het. We leven niet, we WORDEN geleefd. Waardoor? Door HET LEVEN. Door HET MYSTERIE. Dat is het enige wat ik zeker weet. Verder is er alleen maar NIET-WETEN.


Beste X,
Ik zou het echt niet weten.


Beste Hans,
Wat niet?


Beste X,
IEMAND hier of NIEMAND hier? Gooi maar in mijn pet.
DOEN of ONDERGAAN? Gooi maar in mijn pet.
LEVEN of GELEEFD WORDEN? Gooi maar in mijn pet.
WETEN of NIET-WETEN? Gooi maar in mijn pet.
HOED of PET? Muts.

Liefs,

Kabouter Muntputs.

p.s.
Je exclameert dat het leven een mysterie is.
Welk leven?


Beste Hans,
DIT leven. Het TIJDLOZE NU. Is het soms geen WONDER?

Liefs, je Slaapmuts.


Beste X,
ALLEEN wanneer je dat weer EVEN denkt.
TIJD voor een MYSTERECTOMIE?

Welterusten, je Maapsluts.


Dienaren

Beste Hans,
Soms vraag ik me af: sta jij nou in dienst van je correspondenten of staan zij in dienst van jou?


Beste X,
Op deze website staan we allemaal in dienst van niet weten.


Beste Hans,
En daarbuiten?


Beste X,
Ik zou het ook niet weten.


Ho-en zei: De vroegere en toekomstige Boeddha’s, beiden zijn zijn dienaren. Wie is hij? (koan 45 van de poortloze poort)


Metta of zonda

Beste Hans,
Wat ben jij tegendraads, zeg. Waar is je liefdevolle vriendelijkheid? Omhels het leven! Een echte Boeddha is naar mijn mening zacht, warm en ontvankelijk.


Beste X,
Wat kan ik zeggen?
Een pamper ben ik niet.
Er wordt hier niet geluierd.


Simple minds

Beste Hans,
Wanneer het niet aflatende verstand, uitgeput door de vele vragen, bezwijkt onder het niet-weten, neemt big mind het stokje over van small mind. Dan resteert alleen de eerlijkheid van de overgave en de ontmaskerende stilte van de dood.


Beste X,
Mijn verstand, aangenomen dat er een verstand ten grondslag ligt aan mijn gedachten, aangenomen dat ik meer gedachten heb dan deze ene nu, is geenszins bezweken of uitgeput maar alive and kicking.
Het danst rond, bekijkt de zaken steeds van alle kanten en trekt voortdurend aan de losse eindjes van de zelfbreiende trui die weten heet, wat ook maar weer een hypostase is, als dat is wat het is.
Het zou ook niet best zijn als mijn verstand uitgeput raakte en bezweek want wie of wat moet het anders opnemen tegen alle praatjes die mij voortdurend, wie weet vanuit of via datzelfde verstand, ter ore en onder ogen komen?

Er wordt geweten, ook in ‘mij’ (neem alleen al deze zin) en er wordt niet geweten, en dat is een wilde stoeipartij, als het al geen domme opeenvolging van ongerelateerde gedachten is, die, neem ik aan, pas ophoudt als ik dood neerval.
Of de stilte van de dood inderdaad iets of iemand ontmaskert of dat de dood integendeel zelf ontmaskerd wordt, moet ik maar afwachten want ik ben nog niet dood.
Tenzij dit de dood al is.
Maar wat is dan het leven?

Wat er door de stilte van de dood wél ontmaskerd wordt, weet ik ook niet, of het moet het weten zelf zijn, maar dat wordt toch al voortdurend ontmaskerd, door, of liever in niet weten, dus daar hebben we de dood niet voor nodig.
Ook niet voor het ontmaskeren van niet weten of voor het ontmaskeren van het ontmaskeren, als we mij tenminste als maatstaf mogen nemen.
Of de dood de gedaante van stilte aan zal nemen wacht ik ook nog even af.
Die stilte zal in elk geval niet van de nabestaanden komen, zo leert de ervaring, maar er is beslist een kans dat small mind dan eindelijk zijn kwek houdt.
Big mind heeft sowieso nog nooit iets van zich laten horen, geen kwik en geen kwak, dat zul je met me eens zijn, tenzij dit is hoe hij, zij of het van zich laat horen – dus wie weet?

Het woord ‘eerlijkheid’ suggereert dat ‘het verstand’ of zijn veronderstelde product, ‘de gedachte’, oneerlijk of vals of illusoir is.
Maar dan is ‘eerlijkheid’ ook zo’n product van het verstand en zelf vals.
Persoonlijk ervaar ik niet weten niet als een vorm van al dan niet vrijwillige overgave, noch als een daad, en zeker niet als een vorm van eerlijkheid.
Eerder zou ik zeggen dat ik, als het erop aan komt, geen onderscheid meer weet te maken tussen eerlijk en vals, small mind en big mind, verstand en gedachte, strijd en overgave, masker en gezicht, levend en dood.
En ook niet tussen onderscheid en eenheid, weten en niet-weten.
Noem het desnoods een onvermogen.
Nog liever zeg ik niets, maar in mijn ervaring doet men dat best met woorden.
Want niets wekt zoveel misverstand als stilte – en niets is zo doods.


Bodhisattva of Byron Katie?

Beste Hans,
Ik schrijf u omdat ik momenteel in een crisis verkeer. Ik weet niet of ik het een spirituele of een existentiële crisis moet noemen. In het kort komt het hierop neer dat ik mij tekort voel schieten jegens de mensheid. De bodhisattva gelofte die ik heb afgelegd is te groot voor mij. Ik wil de wereld redden en ik kan het niet. Er was en is in mij een diep verlangen om de mensen te verlossen uit hun lijden maar als ik terugblik op mijn leven moet ik vaststellen dat ik niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat ben geweest. Nu ik met rasse schreden de pensioengerechtigde leeftijd nader, zie ik mijn window of opportunity langzaam sluiten.

Ik heb een lange zoektocht achter de rug waarmee ik u niet wil vermoeien. Tot mijn ontsteltenis heb ik op enig moment moeten vaststellen dat er geen mevrouw X is. Mijn persoon – echtgenote, huisarts, psychiater, onderzoeker – is een illusie. Er is geen subject, er is geen object en geen relatie daartussen. Er is alleen maar zien. Alleen maar waarnemen. Alleen maar denken. In dat denken voltrekken zich schijnbare gebeurtenissen rondom een schijnbare hoofdrolspeler die vanuit de eerste persoon enkelvoud de schijnbare wereld inkijkt. Dit is de laatste en de enige waarheid en dit, in een notendop, is het resultaat van mijn zoektocht.

Ik mediteer zoveel mogelijk en ervaar dan, eventjes of uren achtereen, goddelijke eenheid. Maar dat gevoel houdt nooit stand. Mijn hooggespannen verwachtingen aangaande mijn rol in dit leven zijn niet uitgekomen en dat laat me niet los. Ik heb gefaald. Ik heb beloofd alle wezens te redden maar ik kan het niet. Deze gedachte verscheurt me en zo kom ik keer op keer in de afgescheidenheid terecht van waaruit ik überhaupt niets meer voor anderen kan betekenen.

Telkenmale neem ik mij voor het Werk van Byron Katie te doen wanneer ik uit de eenheid glip, maar het blijft bij een voornemen. En zo ben ik de wereld, die ik uit zijn lijden wilde verlossen, zelf tot last geworden.

Ik schrijf u, meneer van Dam, omdat u mij een lieve, vrije, eerlijke man lijkt die zijn woorden niet inslikt. U hoeft mijn problemen niet voor mij op te lossen. Het volstaat dat ik ze met u heb kunnen delen. Waarvoor mijn hartelijke dank.

In eenheid,

Mevrouw X.


Beste mevrouw X,
Omdat ik u niet ken, kan ik niet beoordelen of uw spirituele of existentiële crisis niet een lichamelijke of psychische oorzaak heeft, laten we zeggen darmkanker of een grote depressie.
Ik besef dat u medicus en psychiater bent maar er zijn veel voorbeelden van artsen, psychologen en psychiaters die hun eigen problemen niet onderkenden.
Laat ik er gemakshalve maar even van uitgaan dat uw gedachten een goede weergave zijn van wat er nu met u lijkt te gebeuren.

Wat u heeft ontdekt tijdens uw zoektocht is, begrijp ik, dat
u niemand bent en dat er alleen maar waarnemen is, alleen maar denken.
Dit denken tovert u een wereld voor die niet werkelijk bestaat.
Het denken is dus onbetrouwbaar en moet worden doorzien.

Laten we de onbetrouwbaarheid van het denken voor dit moment als uitgangspunt nemen.
Hoe weet u dan dat u niemand bent?
Is dat niet nog steeds een gedachte?
Hoe weet u dat het denken u een wereld voortovert?
Is dat niet nog steeds een gedachte?
Hoe weet u dat er alleen maar denken is?
Is dat niet nog steeds een gedachte?

Het komt mij voor dat u de filosofie van het materialisme hebt verruild voor de filosofie van het idealisme, de filosofie van het dualisme voor de filosofie van het monisme, de filosofie van het ik voor de filosofie van het zelf, of moet ik zeggen, de filosofie van het zelf voor de filosofie van geen-zelf – hoe dan ook, de ene filosofie voor de andere.
Het ene denken voor het andere.
De ene illusie voor de andere.

Als omgekeerd het denken toch niet per definitie onbetrouwbaar is dan moet u mij eens uitleggen hoe u heeft kunnen vaststellen dat de gedachte een persoon te zijn illusoir is, en tegelijkertijd de gedachte dat er alleen maar eenheid is de waarheid.
Op welke autoriteit beroept u zich daarbij?
Is er een bevoorrecht type denken of logica of waarnemen of ervaren of kennen dat inzake levensvragen wél betrouwbare resultaten oplevert?
Of kunt u daarvoor wellicht terugvallen op een autoriteit buiten het denken, zoals de kerk of de bijbel of de upanishaden of de soetra’s of god zelf of de levende waarheid in de vorm van een goeroe of het ware zelf of iets dergelijks?
Zo ja, hoe autoriseert u die autoriteit zonder meteen weer op het denken terug te vallen?

Dan is er de kwestie van het redden van de wereld.
Waarom denkt u dat de wereld gered moet worden?
Waarom denkt u dat de wereld gered kán worden?
Wat is er mis met de wereld dat hij gered moet worden?
Als de wereld van de persoon illusoir is, welke wereld is het dan die gered moet worden?
Hoe kan iemand zonder ‘ik’ lijden onder zijn onvermogen om de wereld te redden?
Toch alleen doordat hij een wereld heeft bedacht die gered moet worden, en alleen doordat hij zichzelf als redder ziet?

U zegt dat u de hooggespannen verwachtingen die u van het leven had, niet lijkt te gaan realiseren.
Misschien zijn die verwachtingen niet zozeer hooggespannen als wel overspannen.
Misschien zijn het wel de ijzeren tralies van de gevangenis die u, toen u dat in een eerdere fase van uw leven nodig had, een bestaansreden verschaften tegen een nu te betalen prijs.
Het is niet ondenkbaar dat u op dit moment niet zozeer uw bestaansreden als wel uw spirituele zelfbeeld en uw spirituele wereldbeeld aan het verliezen bent.
Vanuit uw standpunt gezien een hoge of misschien wel de hoogste prijs.
Vanuit niet weten gezien zwijnen voor de paarlen.

Inderdaad, mevrouw X, zou u telkens wanneer u uit de eenheid glipt het werk van Byron Katie kunnen doen.
Bijvoorbeeld zo:

‘Alles is één.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

‘Ik moet voortdurend in eenheid zijn.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

‘Ik moet de wereld verlossen.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

‘Ik moet mijn bestaan rechtvaardigen.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

En voor de zekerheid ook meteen maar:

‘Mijn bestaan behoeft geen rechtvaardiging.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

Mocht het Werk zelf als een loden last op uw schouders drukken – dat schijnt voor te komen – overweeg dan eens:

‘Het Werk kan mij helpen om mijn doelen te realiseren.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

En:

‘Ik kan zelf bepalen of ik het Werk doe of niet.’
1. Is dat waar?
2. Kan ik dat wel weten?
3. Wat gebeurt er als ik dat geloof?
4. Wie zou ik zijn zonder die gedachte?
5. Keer het om.

Het spijt me dat ik verder geen troostende of zalvende woorden voor u heb.
Misschien geeft dat niet, want daar wordt u toch al mee doodgegooid.
Niet-weten is geen mooi verhaal, maar het vuur waarin alle verhalen – mooi, lelijk en neutraal – verbranden.
Het verhaal dat er een ik is, bijvoorbeeld.
Maar ook het verhaal dat er geen ik is.
Het verhaal dat er een materiële werkelijkheid is, bijvoorbeeld.
Maar ook het verhaal dat er alleen maar denken is.
Het verhaal dat we in een wereld vol tegenstellingen leven, bijvoorbeeld.
Maar ook het verhaal dat alles één is.
Het verhaal dat de wereld gered moet worden, bijvoorbeeld.
Maar ook het verhaal dat de wereld niet gered kan of hoeft te worden.
Het verhaal dat je iets kunt weten, bijvoorbeeld.
Maar ook het verhaal dat je niets kunt weten.
En ook het verhaal dat niet weten geen mooi verhaal is, maar het vuur waarin alle verhalen, mooi of lelijk of neutraal, verbranden.
Weg ermee.
En weg ook met het weg ermee.

Heb ik u nu teleurgesteld?


Beste Hans,
Opnieuw heeft u uw woorden niet ingeslikt, en inderdaad heeft u mijn problemen niet voor mij opgelost. Teleurgesteld ben ik geenszins. Integendeel, uw brief heeft mij weer lucht gegeven. [et cetera]


Byron Katie voor Workaholics


Juist handelen

Beste Hans,
Ik ben drieënzeventig jaar, heb vier kinderen en (bijna) twee keer zoveel kleinkinderen, twee honden, twee katten, en een mooie tuin waar ik veel tijd in doorbreng. Van huis uit ben ik arts en ik oefende met die achtergrond diverse beroepen uit: specialist (interne geneeskunde), tropenarts en keuringsarts. Intenser nog dan die dingen deed ik aan zeezeilen en fotografie.

Toen dat allemaal wat verminderde, dacht ik er goed aan te doen om me voor de resterende jaren eens op een geheel andere wereld te richten: het spirituele universum. Te beginnen met mindfulness (een eye-opener) en een tweejarige leergang spiritualiteit (beide geleid door goede en bekwame lieden). Daar ontdekte ik dat veel van het aangebodene niet relevant was voor mij en dat sommige zaken mij zelfs apert tegenstaan. In het boeddhisme bijvoorbeeld het verdwijnen van het zelf bij het bereiken van nirwana. Dat radicale gebeuren, daar streef ik geenszins naar, zelfs als het meer zou zijn dan een hersenschim. Wat mij wel aanspreekt is de boeddhistische notie van onthechting (trouwens ook een minderheidsstroming in het christendom), een afstand nemen van de haast, de gekte, de overvloed van
van alles en nog wat.

Googelend op je site gekomen dacht ik: wat een berg teksten! Maar interessant! Juist door het eenzijdige, radicale thema. Hoe kijkt Hans er tegenaan? Hoe pakt hij het aan? Hoe relativeert hij met zijn niet-weten de gekte in en om ons heen? Zelf ben ik verre van onthecht maar ik wil wel heel graag die kant op, ook met mijn gedachten.

Als ik je goed lees ben jij een missionaris zonder missie. Ik bedoel dat niet negatief want zendelingen zijn er in ruwweg twee soorten: diegenen die het goede met alles en iedereen zeggen voor te hebben, maar uiteindelijk dood en verderf zaaien, en diegenen die minder stellig zijn, maar in feite het goede doen, of tenminste hetzelfde doen als waaraan artsen zich zouden moeten houden: bovenal, gij zult geen schade toebrengen!

De laatste tijd zit ik een beetje in de lappenmand en mede daardoor bekruipt mij een gevoel van urgentie.
Ik wil niet-weten maar tegelijkertijd en sterker nog wil ik juist wél-weten:
Waarom sterven er nog steeds kindertjes in Afrika terwijl we al veertig jaar geleden begonnen met vaccineren?
Waarom doet de plaatselijke bevolking er nog steeds aan landbouw uit het stenen tijdperk terwijl de voorbeelden hoe het beter kan genoegzaam bekend zijn?
Waarom is er een uitgekiende commerciële Pamper luier-actie voor nodig om Unicef aan te sporen ernst te maken met het bestrijden van tetanus neonatorum?
Waarom rijden ontwikkelingswerkers in Afrika in Toyota Landcruisers rond in plaats van driemaal goedkopere Suzuki’s?
Waarom maken economen zich zo druk over niet goed bestede ontwikkelingsgelden en zwijgen ze ondertussen unaniem over het totale batige saldo dat van zuid naar noord stroomt?
Waarom is het vinden van olie steevast de pest voor Afrikaanse landen?
Waarom roepen economen te pas en te onpas dat het zo goed gaat met China en India (ja, met een paar honderd miljoen gelukspoepers onder hen), terwijl miljarden er voor een hongerloontje werken en er geen ziektekostenverzekering is buiten de staatsbedrijven en de graaiers van de communistische partij, en je dus bij ziekte lekker mag creperen?
Waarom roepen economen tot vervelens toe dat we meer moeten besteden om uit de crisis te komen, dat we verder moeten groeien terwijl groei niet de oplossing is maar juist het probleem?
Waarom spreken mensen er wél schande van dat in Oost-Congo de mannen worden vermoord en de vrouwen en kinderen worden mishandeld, maar niet dat de gorilla stelselmatig wordt uitgeroeid?
Waarom wordt altijd alleen maar gekeken naar het belang van de mens, die onverzadigbare veelvraat, en niet naar het belang van de dieren?
Waarom valt niet alle mensen de volstrekte wanverhouding op tussen de aantallen mensen en de beschikbare bronnen?
Et cetera.

Een boeddhist zal misschien zeggen: ‘Het is zoals het is’. Dat vind ik irritant, al is het ongetwijfeld een deel van de ‘oplossing’. Niet-weten lijkt me ook maar een deel van de ‘oplossing’. Hoe kijk jij daar tegenaan?

p.s.
Laat je niet in de luren leggen door toestemming te geven voor het ‘Elektronisch Patiënten Dossier’! Doe liever een briefje met gegevens in je portefeuille. En pas op: overal waar je gratis op internet zit, ben je niet de klant, maar het product dat verkocht wordt! Dit zijn de enige adviezen die ik in dit epistel wil afscheiden.


Beste X,
Wat leuk dat je aan zeezeilen en fotografie hebt gedaan.
Ik ook.
Ik was alleen wat bang voor die grote boot, ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde op een windsurfplank.
Ik was alleen wat bang voor dat grote zeil, ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde in een kayak.
Ik was alleen wat bang voor die grote kano, ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde op een surfboard.
Ik was alleen wat bang voor die grote golven, ontdekte al gauw dat ik me meer thuis voelde buiten de branding.
Ik was ook wat bang voor de diepte, ontdekte al gauw dat ik me alleen thuis voelde aan de oppervlakte.
Dus heb ik uiteindelijk vooral veel in zee gesnorkeld, langs de kust, baaien over, om eilandjes heen en zo.
Een en ander zal best ergens een metafoor voor zijn, maar waarvoor?
Tegenwoordig voel ik me het meest thuis op een bureaustoel en nog meer op de grond.
Ook dat zal best ergens een metafoor voor zijn.

Als het om mindfulness gaat ben jij koning en ik geen klant.
Op twee jaargangen spiritualiteit geleid door goede en bekwame lieden kan ik ook al niet bogen.
Noch op kinderen, kleinkinderen, huisdieren of tuinplanten.
Met niet-weten.nl heb ik dus letterlijk van de nood een deugd gemaakt.
Een kind met een waterhoofd, en nog on(be)handelbaar ook.
Soit.
Je moet toch wat.

Graag zou ik mij houden aan het adagium van artsen geen schade toe te brengen, maar jij hebt ongetwijfeld zowel in je hoedanigheid van medicus en als mens ondervonden dat daarvan geen sprake kan zijn.
Zelfs een geslaagde interventie richt in onvermoede opzichten ongewild en ongemerkt schade aan.
Omgekeerd weet je maar nooit waar die schade weer goed voor is.
Hetzelfde geldt in dezelfde mate voor non-interventie.
Dat mijn website geen schade aanricht waag ik dan ook te betwijfelen.
Dat hij nergens goed voor is eveneens.
Heel wat mensen worden er bijvoorbeeld boos of wanhopig van, anderen, of misschien wel dezelfden, vrolijk of hoopvol.
Misschien pleegt er wel iemand zelfmoord door, misschien is dat het beste wat hem of haar kan overkomen, of het ergste, of beide, of geen van beide, misschien profiteert de omgeving van zijn dood, of wordt erdoor gekweld, of beide, of geen van beide, in dezelfde en/of verschillende opzichten.
Misschien durven sommigen door mijn teksten eindelijk hun fundamentele onwetendheid onder ogen te zien en jaag ik anderen voorgoed het zoeken in.
Misschien durven sommigen zich door mijn teksten eindelijk over te geven aan het zoeken en komen anderen voorgoed vast te zitten in het idee van fundamentele onwetendheid.
En wat dan nog?

Meningen, verzuchtingen en hooggestemde idealen duiden altijd op een kokervisie.
Deze mening ook.
Je vindt ergens iets van omdat je het maar van één kant bekijkt.
Iemand pleit voor meer en snellere ambulances omdat zijn eigen vader na een hartaanval niet snel genoeg in het ziekenhuis was, maar ziet niet dat ambulances op hun beurt verkeersongelukken veroorzaken, en dankzij de uitstoot van hun opgevoerde motoren bijdragen aan luchtwegaandoeningen; of iemand pleit om deze redenen juist voor minder en tragere ambulances totdat zijn kleinzoon sterft aan een hartklepdefect omdat hij niet snel genoeg op de operatietafel lag.

Je vraagt waarom er nog steeds kindertjes doodgaan in Afrika, maar sommige van de kindertjes die wel gered werden, doden nu misschien gorilla’s om aan hun geld te komen of om hun jachtinstinct te bevredigen of om uiting te geven aan hun weet-ik-veel.
Je vraagt je af waarom Afrikanen nog steeds aan landbouw uit het stenen tijdperk doen, terwijl er in je eigen land in dit onvolprezen digitale tijdperk gebaseerd op silicium – hoofdcomponent van zand en steen – computergestuurde megastallen verrijzen.
Je vraagt je af waarom Unicef geen ernst maakt met het bestrijden van tetanus maar veronachtzaamt het feit dat clostridium tetanus net als de gorilla tot de levende en levenslustige wezens behoort.
Je vraagt je af waarom ontwikkelingswerkers rondrijden in Toyota Landcruisers maar niet waarom je zelf zakelijk of louter voor de lol rondvloog of -vliegt in straalvliegtuigen, en rondzeilde in houten en fiberglas boten.
Je vraagt je met het oog op andere diersoorten af of er onderhand niet teveel mensen op aarde zijn die ook nog eens bovenmatig beslag leggen op haar bronnen, maar je hebt zelf vier kinderen en twee keer zoveel kleinkinderen helpen voortbrengen, om over je huisdieren en vleesconsumptie nog maar te zwijgen.
Als jij je zaakjes al niet op orde weet te krijgen, als jij al niet in overeenstemming met je eigen denk- en ideaalbeelden weet te leven, hoe moeten minder fortuinlijke/gefortuneerde en minder geïnformeerde/geleerde individuen/organisaties dat dan voor elkaar krijgen?

Ik heb mijn zaakjes ook niet op orde.
Ik zal ze wel nooit op orde krijgen.
Ik weet niet meer wat orde is.
Welke orde, voor wie?
Ik overzie de wijde wereld niet, ik overzie mijn eigen leven niet, ik overzie de consequenties van mijn eigen keuzes niet en ik overzie de factoren niet die daarop van invloed zijn, zodat ik uiteindelijk niet eens kan vaststellen of en in hoeverre het mijn keuzes zijn.
Of en in hoeverre het mijn leven is.
Hoe moet ik dit leven, gesteld dat er zoiets is, wat het ook is, van wie het ook is, gesteld dat er iemand is, dan ooit op orde krijgen?

Nee, ik kan er geen kaas van maken en ik probeer er ook geen kaas meer van te maken.
Hans is uitgekarnd.
Ik ken persoonlijk ook niemand die er kaas van heeft weten te maken.
Wel mensen die menen van wel of doen alsof.
Sommigen beweren zelfs de hoogste waarheid te hebben gevonden of de hoogste werkelijkheid te hebben gerealiseerd.
Kan best.
Ik niet.
Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen of er een hoogste waarheid of werkelijkheid ís.
Of zelfs maar een gewone of een laagste.
Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen dat je dat niet kunt weten of dat je niets kunt weten of dat ik niks weet.
Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen of er een ik is of geen-ik of iets anders of niets.
Ik heb voor mezelf niet eens kunnen vaststellen dat ik voor mezelf niet eens iets heb kunnen vaststellen.
Ik heb voor mezelf helemaal niets kunnen vaststellen.
Laat staan voor anderen.

Daarom kan ik niet meer, zoals jij, in eenduidige antwoorden geloven.
Of in wat voor antwoorden dan ook.
In vragen geloof ik ook niet meer.
In niet weten geloof ik ook niet meer.
In niet geloven ook niet.
Uiteindelijk kan ik mij nergens mee verenigen.
Ik ben geen liberaal, geen socialist.
Geen democraat, geen anarchist.
Geen christen, geen humanist.
Geen mysticus, geen atheïst.
Geen non-dualist, geen boeddhist.
Geen universalist, geen postmodernist.
Geen negativist, geen positivist.
Geen pessimist, geen optimist.
Geen nihilist, geen idealist.
Geen egoïst, geen altruïst.
Geen activist, geen fatalist.
Zelfs met niet-verenigen kan ik mij niet verenigen;
Ook tot de club van ongebondenen behoor ik niet.

Juist hier in dit niemandsland, waar niets nog urgent of inurgent is, waar ‘de wereld’ geen wereld of niet-wereld meer is, waar ‘doen’ geen doen of niet-doen meer is, waar ‘Hans’ geen Hans of niet-Hans meer is, waar ‘thuis’ geen thuis of niet-thuis meer is, waar zelfs niet niets te zeggen is – juist ‘hier’ ‘in’ ‘deze’ ‘wereld’ ‘voel’ ‘ik’ ‘mij’ ‘thuis’.

Rust vinden in je onrust.
Wijsheid vinden in het failliet van je verstand.
Hartstocht vinden in een leeg hart.
Vervulling vinden in de lege leer.
Rijk zijn zonder koning.
Koning zijn zonder rijk.
Wat een debacle.
Wat een zege(n).
Wat een mirakel.

p.s.
Ik heb geen dossier in het Elektronisch Patiënten Dossier.
Nog niet in elk geval.
Ik heb ook geen briefje in mijn portefeuille.
Nog niet in elk geval.
Ik heb ook geen portefeuille.
Niet meer in elk geval.
Kan dat je goedkeuring wegdragen?

Wel heb ik een ‘gratis’ site bij Google en een ‘gratis’ account bij Gmail.
Net als iedereen ben ik óók een product en wordt er aan mij verdiend.
Had ik gebruik gemaakt van een betaalde host dan was ik evengoed een product en werd er nog steeds aan mij verdiend.
Hef ik mijn gratis website op dan wordt er niet meer aan mij verdiend maar dan kan ik mijn windei niet meer kwijt.
Niet-weten verdient beter.
Ik profiteer, ik parasiteer, er wordt van mij geprofiteerd, er wordt op mij geparasiteerd.
Hoe zou het anders kunnen?


Smid zonder geheim

Beste Hans,
Jij spreekt voortdurend alles tegen. Meer heeft je zogenaamde niet-weten niet om het lijf. Op mij komt het tenminste over als een truc. Als ik het mis heb moet je het maar rechtzetten.


Beste X,
Trucs zijn op den duur niet vol te houden.
Dat weet je net zo goed als ik.
Probeer bijvoorbeeld maar eens ‘mindful’ te blijven.
Je aandacht op je aandacht te houden, of op je ademhaling.
Een eeuwigdurende bodyscan te doen om ontspannen te blijven.
Een erectie in stand te houden door louter verbeelding.
Vriendelijk te blijven door alleen maar liefdevolle gedachten te denken.
Je hoofd leeg te maken door nergens aan te denken.
Misschien dat het eventjes lukt, of schijnt te lukken, maar vroeg of laat ga je voor de bijl.
Ik in ieder geval wel.

Niet weten houd ik nu al zeven jaar vol.
Voor mij is dat te doen want ik hoef het niet te doen.
Wat me juist geen doen lijkt is om het niet meer te doen.
Weer net als vroeger heilig in mijn gedachten te moeten geloven, welke dan ook.
Al was het maar de gedachte dat ik niet weten nu al zeven jaar volhoud, dat dit voor mij te doen is omdat ik het niet hoef te doen en dat het voor mij geen doen zou zijn om het niet meer te doen.
Dat zou pas een truc zijn.
Een grote truc.
Volgens mij zou ik binnen vijf minuten door de mand vallen.
Sterker nog, ik zou niet weten waar ik moest beginnen.
Denk ik nu eventjes.
Maar ja…

Wat jij aanziet voor een maniertje is in werkelijkheid een ongekend ontkennend denken dat elke gedachte (be)proeft en geen enkele slikt.
Dat geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.
Dat zijn gedachten het vuur na aan de schenen legt, uit elkaar trekt, binnenstebuiten keert en in steeds nieuwe configuraties aaneensmeedt.
Zonder effectbejag en zonder winstoogmerk.

Mijn denken zoekt geen houvast en biedt geen houvast.
Ook niet in de gedachte dat het geen houvast zoekt en geen houvast biedt.
Ook niet in de gedachte dat het zonder effectbejag of winstoogmerk zijn gedachten het vuur na aan de schenen legt, uit elkaar trekt, binnenstebuiten keert en in steeds nieuwe configuraties aaneensmeedt.
Ook niet in de gedachte dat het elke gedachte (be)proeft en geen enkele slikt.
Ook niet in de gedachte dat het geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.
Ook niet in de gedachte dat er een entiteit bestaat die ‘denken’ heet en een andere entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid en van dat denken de eigenaar of de denker of de getuige is.
Ook niet in de gedachte dat er géén entiteit bestaat die ‘denken’ heet of geen entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid, of van dat denken niet de eigenaar of de denker of de getuige is.
Je ziet, ik schilder mij met reuzenstreken uit iedere hoek.
Daardoor kom ik nooit vast te zitten.
Ook niet in de gedachte dat ik nooit vast kom te zitten.

Is dit wat je bedoelt met ‘tegenspreken’ en ‘een truc’?


Beste Hans,
Misschien is het geen truc maar ik blijf het een raar verhaal vinden waarin ik me niet kan herkennen. Zelf zit ik in de hoek van het taoïsme en het zenboeddhisme, waarin niet-weten verwijst naar een simpel en deemoedig leven, en naar een onkenbaar en onnoembaar principe voorbij de woorden (tao, geest, zelf, boeddhanatuur, leegte).

In een interview met Erna Heijligers* zegt zenleraar Maarten Houtman:

‘Het is een kunst om echt eenvoudig te worden. Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al ‘s ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd.’

En even verderop:

‘Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: ‘Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn”.

Eenvoudig worden, een balans vinden tussen het Mysterie en je dagelijks leven, dat is mijns inziens waar het op aankomt. En ruiterlijk erkennen dat die aandacht er vaak niet is, waardoor het dagelijks leven steeds weer aan het langste eind trekt. Durf jij dat?


Beste X,
Mijn denken is zo eenvoudig als wat, maar dat komt eenvoudig doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn.
Eenvoud is voor mij sowieso geen norm, ik zie niet wat er mis is met complexiteit, als ik het verschil al weet vast te stellen.
Ik zou ook niet weten waarom je al ”s ochtends als je wakker wordt […] kans moet zien om niks te zijn.’
Ingewikkeld gedoe.
Ik moet er niet aan denken.
Zoiets kan alleen maar mislukken.
Vraag maar aan Maarten.
Zelf sta ik ’s ochtends gewoon op.
Kan ik je ook aanraden.
Is nog nooit misgegaan.
Ongelooflijk, vind je niet?

Heel kenmerkend, dat terminale streven.
Zenboeddhisten zijn nooit tevreden en mogen graag het onmogelijke proberen:

Onbeweeglijk zitten met de aandacht eenpuntig op de ademhaling gericht, om na iedere sessie vast te moeten stellen dat het je weer niet gelukt is.
Volgende keer beter.

Onoplosbare raadsels oplossen, om bij iedere daisan vast te moeten stellen dat je er weer naast zit.
Volgende keer beter.

De grote weg gaan zonder enige verwachting, om na iedere oefening vast te moeten stellen dat je nog steeds op satori hoopt.
Volgende keer beter.

Helemaal spontaan zijn, om in iedere situatie vast te moeten stellen dat je nog steeds secundair reageert.
Volgende keer beter.

Geloften afleggen, om aan het eind van iedere dag vast te moeten stellen dat je ze weer niet hebt nageleefd.
Volgende keer beter.

Alles met volledige overgave doen, om aan het eind van iedere handeling vast te moeten stellen dat je je kop er weer niet bij had.
Volgende keer beter.

Er is altijd een volgende keer, menen ze, het kan altijd beter, geloven ze, en daarom hebben zenboeddhisten levenslang.
Misschien is het ze daar juist wel om te doen.
Uit angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.
Of is dat te eenvoudig gedacht?
Zelf heb ik geen angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.
Waarom zou ik ook.
Ik zit er al middenin.
Hoe dat voelt?
Eerst moest ik oeverloos huilen.
Maanden mijn tuil laten tuilen.
Huilen werd pruilen, pruilen werd suilen en nu zit ik dikwijls te smuilen.
Ruilen?

Balans tussen het mysterie en het dagelijks leven zegt mij niets.
Als je het mysterie zoekt vind je het dagelijks leven en als je het dagelijks leven onderzoekt begrijp je er niks meer van.
Dus wat is het verschil?
Hiermee stort het denksysteem waarbinnen het gewone en het Andere eerst als afzonderlijke entiteiten kunnen verschijnen (en uit balans kunnen raken, en weer in balans moeten worden gebracht en gehouden) als een kaartenhuis ineen.
En Klaar is Kees, zei de transseksueel.
Waarmee ik niet wil zeggen dat het gewone en het Andere in werkelijkheid leeg of illusoir zijn, of een ondeelbaar geheel vormen, of een eenheid van tegendelen, of de keerzijden van een munt, of dat dat niet zo is.
Wat weet ik van de werkelijkheid?

Afijn, je kunt je inmiddels wel voorstellen dat juist ‘die aandacht […] waarin dat Andere mee kan spelen’, op mij overkomt als een trucje, om niet te zeggen een grote truc, om niet te zeggen een illusie, om niet te zeggen waanzin.
Hoe je het ook noemen of verzwijgen wilt, ‘vaak is er die aandacht niet’.
Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw – en wie kan daarop bogen?
Geen wonder dat Maarten Houtman heel gelukkig is als ‘die twee’ eens een keertje gelijktijdig aanwezig zijn.
Was, moet ik zeggen, want de voormalige streveling heeft het alledaagse sterven alweer een poosje achter zich gelaten.
Tijdelijk of voorgoed, dat moet nog blijken.
Of hij ook het mysterie met kleine of hoofdletter achter zich heeft gelaten of er nog steeds deel van uitmaakt of erin op is gegaan of het heeft ingelijfd of overwonnen of begrepen of doorzien of nog iets anders of niets van dat alles, kan ik je zo een, twee, drie niet vertellen.
Ik beken, van mij is nog nooit iemand wijzer geworden.

Om misverstanden te voorkomen: ik heb niets tegen trucs.
Ik heb niets tegen mensen die een poosje of levenslang of levens lang naar eenvoud, balans, onbeweeglijkheid, spontaniteit, volmaaktheid, aandachtigheid, overgave of wat dan ook streven, of schijnen te streven, wie zal het zeggen, en/of proberen niks te zijn.
Ik ga er niet van uit dat ze daarvoor kiezen.
Ik ga er ook niet van uit dat ze niet anders kunnen.
Ik ga er niet van uit dat het ergens goed voor is.
Ik ga er ook niet van uit dat het nergens goed voor is.

Als ik het mis heb moet je het maar rechtzetten


Beste Hans,
Wou jij de nestor van de Nederlandse zenbeweging naar de kroon steken?


Beste X,
Dat ik voor eeuwig in Zijn Schaduw moge staan.


Beste Hans,
Als iemand die wél permanent in niet-weten verkeert en er nooit eens uitvalt, bedoel ik?


Beste X,
Welnee joh.
Ik verkeer nergens in.
Vandaar dat ik er nooit eens uitval.
Snappie?


Beste Hans,
Nee.


Beste X,
Eenvoudiger kan ik het niet maken.


Beste Hans,
Toch bedankt.


Beste X,
Volgende keer beter.


* Het Verhaal is nog niet uit in De Tao van Zen; Feestschrift bij Maarten’s 90e verjaardag