Brieven zen; de dharma voorbij

‘Wees een dwaallicht voor jezelf.’ Brieven over zen voorbij de dharma, voorbij het zelf, voorbij metta, mudita en mededogen, voorbij meesterschap, eenvoud en overgave, voorbij non-dualisme en voorbij niet-weten.

Dwaalgids > Zen > Brieven zen; de dharma voorbij

Wees een dwaallicht voor jezelf

Wees geen toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid.

Beste Hans,

Ken jij deze passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

‘Daarom, Ananda, wees een licht voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd vast aan de waarheid als aan een lamp, zoek toevlucht in de waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders. […]

Want diegenen, Ananda, die nu of na mijn dood een licht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, maar vasthouden aan de waarheid als aan een lamp, en toevlucht zoeken in de waarheid, en toevlucht zoeken in zichzelf – zij zijn het die het hoogste doel zullen bereiken.’

(bron)

Ik dacht dat deze tekst een iconoclast als jij wel zou aanspreken.

Beste Sido,

Een iconoclast is een beeldenbreker die het beeld van de beeldenbreker aanbidt als zichzelf. Breek het beeld van de beeldenbreker en de beeldenstorm gaat meteen liggen. Dan gun je ieder zijn beeld. Zelfs de beeldenbreker.

Sido: Oké, ieder zijn beeld. Maar wat vind je van die passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

Hans: Ken jij deze passage uit de Suñña-suññata Sutta?

‘Wees een dwaallicht voor jezelf. Wees geen toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.

Want diegenen die een dwaallicht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, niet vasthouden aan een waarheid als aan een lamp, die toevlucht zoeken noch in een waarheid noch in zichzelf – zij zijn het die niet langer reiken.’

Sido: Ik heb me rot gezocht naar de Suñña-suññata Sutta, maar ik kan hem nergens vinden. Hij lijkt geen deel uit te maken van de Pali-canon.

Weet je zeker dat die passage daaruit afkomstig is en niet, bijvoorbeeld, uit de Cula-suññata Sutta of de Maha-suññata Sutta?

Hans: Ik moet bekennen dat de passage in kwestie niet afkomstig is uit de Suñña-suññata Sutta die, de naam zegt het al, dubbelleeg is – zelfs van leegte ontdaan.

In werkelijkheid is hij geschreven door mijn uitgever voor het achterplat van mijn tweede dummy.

Ook de titel, de Suñña-suññata Sutta, is door hem bedacht. ‘Dat beklijft beter’, zegt hij. ‘Dat is nou net het probleem’, antwoord ik. ‘Zonder titel geen ISBN’, zegt hij. ‘ISBN-nummers kan je overal lezen’, zeg ik.

Uiteindelijk kwamen we tot het volgende compromis: De Suñña-suññata Sutta – Vergeet het maar. Maar ik vrees het ergste. Wedden dat iedereen het onthoudt?

Sido: In plaats van een iconoclast had ik je misschien beter een nihilist kunnen noemen.

Hans: De nihilist stelt dat er geen waarheden zijn. Zonder deze stelling verdwijnt je nihilisme subiet in het niets dat het nota bene weigert te ontkennen. Dan gun je ieder zijn leer. Zelfs de nihilist.

Sido: Zelfs de Boeddha?

Hans: Gautama is toch dood meneer. Wat moet een dode met een leer?

Sido: Ik bedoel, zelfs een boeddha?

Hans: Een boeddha heeft vanzelf geen leer. En anders gun ik hem dat zeer.

Wees een dwaallicht voor jezelf

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Tip: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Waarom zen geen goed voornemen is

Eenvoud is geen kunst

1. Niet-weten is geen truc

Trucs zijn op den duur niet vol te houden

Beste Hans,

Jij spreekt voortdurend alles tegen. Meer heeft je zogenaamde niet-weten niet om het lijf. Op mij komt het over als een truc.

Beste Allaart,

Welnee joh.

Allaart: Zie je wel?

Hans: Trucs zijn op den duur niet vol te houden. Dat weet je net zo goed als ik.

Probeer bijvoorbeeld maar eens ‘mindful’ te blijven. Je aandacht op je aandacht te houden, of op je ademhaling. Een eeuwigdurende bodyscan te doen om ontspannen te blijven. Een erectie in stand te houden door louter verbeelding. Vriendelijk te blijven door alleen maar liefdevolle gedachten te denken. Je hoofd leeg te maken door nergens aan te denken.

Misschien dat het je eventjes lukt, maar zodra je aandacht wordt afgeleid ben je gezien.

Allaart: Dat kan ik niet ontkennen.

Hans: Niet-weten hou ik nu al tien jaar vol. Voor mij is dat te doen, want ik hoef het niet te doen.

Wat me nu juist geen doen lijkt, is om het niet meer te doen. Weer net als vroeger heilig in mijn gedachten te geloven, welke dan ook.

Al was het maar de gedachte dat ik niet-weten nu al tien jaar volhoud, dat dit voor mij te doen is omdat ik het niet hoef te doen en dat het voor mij geen doen zou zijn om het niet meer te doen.

Dat zou pas een truc zijn. Een grote truc. Volgens mij zou ik binnen vijf minuten door de mand vallen. Sterker nog, ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Denk ik nu eventjes. Maar ja…

2. Een denken dat geen enkele gedachte doorslikt

De weetnietgeest schildert zichzelf met reuzenstreken uit iedere denkbeeldige hoek. Daardoor komt hij nooit vast te zitten. Ook niet in de gedachte dat hij nooit vast komt te zitten. Ook niet in de gedachte van de weetnietgeest.

Allaart: En dit zou geen maniertje zijn?

Hans: Van jou uit gezien kennelijk wel. Van hieruit gezien is het een spontaan zelfontkennend denken dat elke gedachte proeft, maar geen enkele gedachte doorslikt. Dat elke gedachte beproeft. Dat zichzelf het vuur na aan de schenen legt, zonder effectbejag, zonder winstoogmerk en zonder aanzien des persoons. Dat geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.

Allaart: Een denken dat geen enkele gedachte doorslikt? Daar geloof ik niks van.

Hans: Nou doe je het zelf ook.

Allaart: Nou doe ik wat zelf ook?

Hans: Een gedachte proeven zonder hem door te slikken. In dit geval de gedachte aan een denken dat geen enkele gedachte doorslikt.

Allaart: Ieder denken zoekt houvast.

Hans: ‘Ieder denken zoekt houvast’ is een voorbeeld van een denken dat houvast zoekt, in dit geval in de gedachte dat ieder denken houvast zoekt.

Mijn denken zoekt geen houvast en biedt geen houvast, niet dat ik weet. Ook niet in de gedachte dat het geen houvast zoekt en geen houvast biedt.

Ook niet in de gedachte dat het geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.

Ook niet in de gedachte dat het zijn gedachten het vuur na aan de schenen legt, zonder effectbejag, zonder winstoogmerk en zonder aanzien des persoons.

Ook niet in de gedachte dat er een entiteit bestaat die ‘denken’ heet en een andere entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid en van dat denken de eigenaar of de denker of de getuige is.

Ook niet in de gedachte dat er géén entiteit bestaat die ‘denken’ heet of geen entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid, of van dat denken niet de eigenaar of de denker of de getuige is, enzovoort enzovoort.

Allaart: Je schildert jezelf met reuzenstreken in de hoek.

Hans: In welke hoek dan?

Allaart: De hoek van niet-weten.

Hans: Niet-weten is geen-hoek, dat is nou net de grap.

Allaart: Hoe bedoel je?

Hans: Hoekjes vind je in een hoekjesgeest. Hoeveel hoeken heeft een cirkel

Een weetnietgeest is als een cirkel, een bol, een lege ruimte. Er is niets om te verstoppen en er is niets om het achter te verstoppen.

Hoekjes vind je in een hoekjesgeest. Een weetnietgeest is als een cirkel

De weetnietgeest schildert zichzelf met reuzenstreken uit iedere denkbeeldige hoek. Daardoor komt hij nooit vast te zitten. Ook niet in de gedachte dat hij nooit vast komt te zitten. Ook niet in de gedachte van de weetnietgeest.

Is dit wat je bedoelt met ‘tegenspreken’ en ‘een truc’?

Allaart: Misschien is het geen truc, maar ik blijf het een raar verhaal vinden. Ik kan me er niet in herkennen.

3. Eenvoudig worden

Mijn denken is zo eenvoudig als wat, maar dat komt eenvoudig doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn

Hans: Waarin kun jij je wel herkennen?

Allaart: Zelf zit ik in de hoek van het zenboeddhisme en het taoïsme. Daarin verwijst niet-weten naar een een onkenbaar en onnoembaar principe voorbij de woorden. Tao, geest, zelf, boeddhanatuur, leegte. Een simpel en deemoedig leven vanuit niet-weten. Dat noem ik zen.

Hans: Zelf zit ik niet langer in een hoek. Dat noem ik zen.

Allaart: In een interview met Erna Heijligers zegt zenleraar Maarten Houtman:

Het is een kunst om echt eenvoudig te worden. Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al ‘s ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd.

En even verderop:

Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: “Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn.”

(Het Verhaal is nog niet uit in De Tao van Zen; Feestschrift bij Maarten’s 90e verjaardag)

Eenvoudig worden, een balans vinden tussen het Mysterie en je dagelijks leven, dat is mijns inziens waar het op aankomt, Hans. En ruiterlijk erkennen dat die aandacht er vaak niet is, waardoor het dagelijks leven steeds weer aan het langste eind trekt. Durf jij dat?

Hans: Mijn aandacht is de mijne niet en gaat gewoon zijn gang. Ook dat is het mysterie.

Allaart: En die eenvoud?

Hans: Mijn denken is zo eenvoudig als wat, maar dat komt eenvoudig doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn.

Allaart: Eenvoud is eenvoud.

Hans: Maar jouw eenvoud is de mijne niet.

Allaart: Wat is dan het verschil?

Hans: Dat eenvoud voor mij geen ideaal is om na te streven en geen maatstaf om mijn spirituele vooruitgang aan af te meten. Ik zie niet wat er mis is met complexiteit, als ik het verschil al eens weet vast te stellen. Zelfs het gewoonste blijkt gewoonlijk bijzonder complex. Een haar, ademhalen, een woord, een aanraking, een virus.

Ik zou ook niet weten waarom je al ’s ochtends als je wakker wordt […] kans moet zien om niks te zijn. Ingewikkeld gedoe. Iemand die niemand wil zijn? Iets dat niets wil zijn? Dat moet wel mislukken, lijkt mij, en dat doet het dus ook, keer op keer. Kijk maar naar Maarten.

Allaart: Hoe doe jij dat dan?

Hans: Zelf sta ik ’s ochtends gewoon op. Kan ik iedereen aanraden. Is nog nooit misgegaan.

4. Boeddhisten zijn revolutionairen

Negativiteit maakt deel uit van de dharma.

Allaart: Zo kom je er nooit.

Hans: Ik hoef nergens heen.

Allaart: Zen is een levenslange praktijk.

Hans: Dat heb ik nooit begrepen.

Allaart: Wat niet?

Hans: Waarom zen een levenslange praktijk zou moeten zijn. Krampachtig gedoe. Dat terminale streven naar eenvoud. Dat terminale streven naar spontaniteit. Dat terminale streven naar authenticiteit. Dat terminale streven naar correctheid. Dat terminale streven naar liefdevolle vriendelijkheid. Dat terminale streven naar wat dan ook.

Allaart: Wat een negatieve voorstelling.

Hans: Negativiteit maakt deel uit van de dharma. ‘Leven is lijden’, heet het volgens de eerste Edele Waarheid. Daarmee is de toon gezet. Dat kun je mij niet kwalijk nemen.

Allaart: De eerste Edele Waarheid is er één van vier. De vier Edele Waarheden vormen maar een fractie van de leer.

Hans: Je kan redeneren wat je wilt, boeddhisten zijn nooit tevreden. Van de eerste beginner tot de laatste dalai lama. Ik ken geen enkele uitzondering. Ben jij tevreden?

Allaart: Nee.

Hans: Ken jij een tevreden boeddhist?

Allaart: Nee.

Hans: Daar heb je het al. Boeddhisten zijn utopisten. Revolutionairen. Zelfverbeteraars en wereldverbeteraars. Voertuigen van onvrede. Eeuwige strijders voor de eeuwige vrede. Alles moet anders.

Allaart: Revolutionairen?

Hans: Een ander woord voor bodhisattva’s. Mahayanaboeddhisten willen naar eigen zeggen iedereen bevrijden van alle lijden. Voor minder doen ze het niet.

Ze willen niet alleen zichzelf bevrijden, ze willen alle mensen bevrijden, ook de circa zeven miljard die daar helemaal niet op zitten te wachten. Ze willen ook nog alle dieren bevrijden, gemankeerde zielenpoten met een karmaschuld van heb ik jou daar die in een toekomstig leven mens hopen te worden en eerst na vele levens boeddha.

Allaart: Mahayana, het grote voertuig.

Hans: Alleen is er volgens de dharma helemaal geen geest om te temmen, geen zelf om te bevrijden, geen wezen om te verlossen, en geen wereld om te verbeteren. Alles ontstaat immers afhankelijk van al het andere.

Allaart: Ja, dat is wel een beetje tegenstrijdig.

5. Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen

Wie is er bang voor de leegte van een vroegtijdig voltooid leven?

Hans: Dat is nog zacht uitgedrukt. Boeddhisten streven het onmogelijke na en sporen anderen aan het onmogelijke na te streven. Niet alleen in hun engagement, maar ook op hun kussentje. Hoe zou dat niet tot chronische onvrede kunnen lijden?

Allaart: Het onmogelijke?

Hans: Onbeweeglijk zitten met de aandacht eenpuntig op de ademhaling gericht – om na iedere sessie vast te moeten stellen dat het je weer niet gelukt is. Volgende keer beter.

Onoplosbare raadsels oplossen – om bij iedere daisan vast te moeten stellen dat je er weer naast zit. Volgende keer beter.

De Grote Weg gaan zonder enige verwachting – om na iedere oefening vast te moeten stellen dat je nog steeds op satori hoopt. Volgende keer beter.

Helemaal spontaan zijn – om in iedere situatie vast te moeten stellen dat je nog steeds secundair reageert. Volgende keer beter.

Geloften afleggen – om aan het eind van iedere dag vast te moeten stellen dat je ze weer niet volledig hebt nageleefd. Volgende keer beter.

Alles met totale overgave doen – om aan het eind van iedere handeling vast te moeten stellen dat je je kop er weer niet bij had. Volgende keer beter.

Er is altijd een volgende keer, menen ze, het kan altijd beter, geloven ze, en daarom hebben boeddhisten levenslang.

Allaart: Misschien is het ons daar wel om te doen. Uit angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.

Hans: Waaraan herken je de boeddhist? Aan zijn achtvoudige to-do list.

Allaart: Jij bent niet bang voor de leegte van een voortijdig voltooid leven?

Hans: Ik heb niets meer te vrezen. Mijn leven is al tien jaar voltooid.

6. De balans tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven

Een streven dat hoe dan ook gedoemd lijkt om te mislukken. Want ‘vaak is er die aandacht niet’, geeft Maarten ruiterlijk toe. Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw. En wie kan daarop bogen?

Allaart: Heb jij de balans bereikt tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven waar Maarten Houtman naar verwijst?

Hans: Dat hoef ik niet. Als je het Grote Mysterie zoekt vind je het dagelijks leven en als je het dagelijks leven onderzoekt begrijp je er niks meer van. Dus wat is het verschil?

Allaart: Voor jou is er geen verschil tussen het Grote Mysterie en het dagelijks leven.

Hans: Nee. Daarmee stort het denksysteem in waarbinnen het zogenaamd gewone en het zogenaamde Andere als afzonderlijke entiteiten kunnen verschijnen, uit balans kunnen raken en weer in balans moeten worden gebracht en gehouden.

Allaart: Zonder entiteiten geen balanceeract.

Hans: Dat is pas balans.

Allaart: Bedoel je dat het gewone en het Andere in werkelijkheid leeg zijn?

Hans: Misschien zijn ze reëel, misschien zijn ze illusoir, misschien zijn ze leeg, misschien vormen ze een ondeelbaar geheel of een eenheid of de keerzijden van een munt, misschien zijn het allemaal maar woorden, hoe stel je zoiets vast?

Allaart: Ik heb geen idee.

Hans: Nou, ik ook niet. Vandaar dat ‘die aandacht […] waarin dat Andere mee kan spelen’ op mij een beetje gewild overkomt. Een trucje, zou jij zeggen. Voortkomend uit een twijfelachtig maar gekoesterd onderscheid.

Een trucje dat hoe dan ook gedoemd lijkt om te mislukken. Want ‘vaak is er die aandacht niet’, geeft ook Maarten ruiterlijk toe. Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw. En wie kan daarop bogen?

7. Zen is geen-truc

maar ik heb niets tegen trucs

Allaart: Is zen voor jou een truc?

Hans: Zen is voor mij geen-truc.

Allaart: Heb jij iets tegen trucs?

Hans: Ik heb niets tegen trucs. Dat zou het volgende ideaal zijn.

Allaart: Heb jij iets tegen idealen?

Hans: Ik heb niets tegen idealen. Dat zou het volgende ideaal zijn.

Ik heb ook niets tegen mensen die hun hele leven naar eenvoud, balans, onbeweeglijkheid, spontaniteit, volmaaktheid, aandachtigheid of overgave streven, of proberen niks te zijn, of wat dan ook.

Allaart: Van jou mogen ze.

Hans: Ik wens ze veel succes. Ook in hun volgende levens.

Allaart: En jij?

Hans: Ik weet alleen maar niet.

Allaart: En dat kan je iedereen aanraden.

Hans: Ik kan niemand iets aan- of afraden. Dit ook niet. In tegenstelling tot Houtman snap ik er geen hout van.

Allaart: Wou jij de nestor van de Nederlandse zenbeweging naar de kroon steken?

Hans: Dat ik voor eeuwig in Zijn Schaduw mag staan.

Allaart: Als iemand die wél permanent in agnose* verkeert en er nooit eens uitvalt, bedoel ik.

Hans: Ik verkeer nergens in. Vandaar dat ik er nooit eens uitval. Snappie?

Allaart: Nee.

Hans: Eenvoudiger kan ik het niet maken.

Allaart: Toch bedankt.

Hans: Volgende keer beter.

* agnose: niet-weten

Deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistsch Dagblad op nieuwjaarsdag.

Tips: Ben je jezelf of het Zelf? De nodeloze angst voor een grondeloos bestaan

Oorspronkelijk is er geen oorspronkelijk

Waarvan is de mind een constructie?

Beste Hans,

Van de week las ik in een zenboekje: ‘oorspronkelijk is er geen binnen en geen buiten’. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alles is één. In het ene kan geen binnen en buiten zijn. Binnen plus buiten is twee.

Beste Buddy,

Wanneer heb jij voor het laatst buiten gespeeld?

Buddy: Een hond maakt ook geen onderscheid tussen binnen en buiten. Ik bedoel daarmee, tussen zichzelf en de wereld. Tussen subject en object. Tussen de waarnemer en het waargenomene. Dat zijn alleen maar constructies van de mind. Dus ja, oorspronkelijk is er geen binnen en buiten.

Hans: Uitgaande van de wijsheid van onze trouwe viervoeter:

  1. Maakt een hond onderscheid tussen oorspronkelijk en nadien?
  2. Kan een hond tot één tellen?
  3. Als een hond zijn spiegelbeeld aanvalt, is hij dan met zichzelf aan het spelen?
  4. Laat een hond zich binnenstebuiten keren?
  5. Waarom wil mijn hond niet naar buiten als het regent?

Voor je losbrandt, eerst even je woef raadplegen.

Buddy: Dat er oorspronkelijk geen binnen en geen buiten is, is ook een constructie van de mind, wou je zeggen.

Hans: En waarvan is de mind een constructie?

Tip: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object, Metafysica in een wezenloze wereld, Niet-weten als passe-partout

Prachtzen voor de prullenbak

Het laatste oordeel vel je zelf

1. Wijsheid of hoogmoed?

Sowieso ligt het mij niet om een definitieve waarheid over ons wezen te debiteren, omdat ik daarmee iedereen die er anders over denkt of die er helemaal niet over denkt – zowat de hele mensheid dus – voor gek verklaar.

Beste Hans,

Over zijn boek Ontwaakte aanwezigheid zegt Maurice Knegtel Sensei:

‘Ontwaakte aanwezigheid gaat over wat we volgens zen in wezen zijn: een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.’

Mooi hè? Een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid. Dat lijkt mij een prima definitie van niet-weten.

Beste Edmond,

Het klinkt als een klok maar ik galm het niet na.

Edmond: Waarom niet?

Hans: Omdat ik ‘mezelf’ en ‘ons’ liever niet voor eens en voor altijd vastleg.

Edmond: Hoe niet vastleg?

Hans: Niet op positieve wijze als dit of dat; niet op negatieve wijze als niet zus en niet zo, niet op paradoxale wijze als dit en niet dit, niet op overtreffende wijze als boven of voorbij dit of dat, en niet als principieel onbepaalbaar.

Edmond: Dus ook niet als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Hans: En ook niet als géén in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Edmond: En als je jezelf toch moest vastleggen?

Hans: Dan zou ik zoveel mogelijk in particuliere termen spreken. Namens mezelf en voor mezelf en over mezelf en alleen maar voor dit moment in deze context. Dus niet in algemene termen namens zen voor iedereen over iedereen op alle plaatsen in alle tijden.

Edmond: Waarom niet?

Hans: Ik ambieer niets definitiefs over mezelf of over ons te zeggen zolang ik niets definitiefs over mezelf of over ons te weten ben gekomen.

Sowieso ligt het mij niet om een definitieve waarheid over ons wezen te debiteren, omdat ik daarmee indirect iedere (zen)boeddhist en iedere wereldling die er anders over denkt of die er helemaal niet over denkt – zowat de hele mensheid dus – voor gek verklaar. Daarvoor ontbreekt het mij aan de benodigde wijsheid dan wel hoogmoed.

2. De smaak van niet-weten

Mijn zorg is het, jou niets wijs te maken.

Edmond: Gelukkig hebben we Maurice Knegtel nog.

Hans: Ja, die weet precies hoe het allemaal zit. Aangenomen dat hij zijn leraar juist begrepen heeft, en die de zijne, en die de zijne en zo terug via de zes zenpatriarchen helemaal naar de Boeddha zelf of niet-zelf.

Een keten van koans, fluisteringen en vingers naar de maan die licht verkeerd begrepen kunnen worden – de downside1 van de lineage.

Edmond: Was het niet de Waarheid die in zen wordt doorgegeven van hart tot hart buiten de geschriften om?

Hans: Alle tradities claimen dat ze de Waarheid doorgeven, alleen de Waarheid en niets dan de Waarheid. Via de geschriften of buiten de geschriften om.

Daar al die Waarheden – het zijn er duizenden – elkaar geheel of gedeeltelijk tegenspreken kunnen niet alle tradities gelijk hebben.

Zelfs als de een of andere zenboeddhistische waarheid – er zijn er honderden, waaronder die van Maurice Knegtel – toevallig dé Waarheid zou zijn, wie garandeert mij dan dat in zen alléén de Waarheid wordt doorgegeven?

Ons lichamelijk erfgoed zit bijvoorbeeld tjokvol overbodigheden en erfelijke ziekten. Met ons geestelijk erfgoed zal het wel niet veel anders zijn. Welke religieuze overbodigheden en spirituele ziekten worden er allemaal niet doorgegeven via gastheer Willie Waarheid?

Edmond: Nou?

Hans: Mij een zorg. Ik ben niemands knegtel of meestel.

Edmond: Wat is wel jouw zorg?

Hans: Mijn zorg is het, jou niks wijs te maken. Dat vind ik al moeilijk genoeg. Lukt het een beetje?

Edmond: Iets te goed naar mijn smaak.

Hans: De smaak van niet-weten. Lekkel!

3. Woorden brengen je verder van huis

Al die woorden brengen mij alleen maar verder van huis. Maar door ze achter me te laten, kom ik thuis. Onmiddellijk. Zonder verdere inspanningen. Waar ik ook ben. Voel je wat ik bedoel?

Edmond: Ondanks alle woorden heb je nog niet met zoveel woorden antwoord gegeven op de stelling waarmee ik opende, dat niet-weten verwijst naar dat wat we in wezen zijn, de in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Hans: Ik weet niet wat wij in wezen zijn; ik weet niet eens of wij in wezen zijn.

Ik weet ons geen aanwezigheid en geen afwezigheid, niet volmaakt helder of onvolmaakt helder of volmaakt onhelder, niet volmaakt vrij of onvolmaakt vrij of volmaakt onvrij.

Ik heb geen flauw idee of ik of wij allemaal individueel of collectief alles omvatten, of iets, of niets, of hoe je zoiets vaststelt, of wat het überhaupt betekent.

Al die woorden brengen mij alleen maar verder van huis. Maar door ze achter me te laten, kom ik thuis. Onmiddellijk. Zonder verdere inspanningen. Waar ik ook ben. Voel je wat ik bedoel?

Edmond: En die openheid?

Hans: Mochten wij inderdaad alles omvatten dan is het onzin om onszelf open te noemen aangezien er buiten ons niets is om voor open te staan.

Mochten wij inderdaad open zijn dan is het onzin om onszelf alomvattend te noemen aangezien er buiten ons iets moet zijn om voor open te staan.

Mochten wij open en niet alomvattend zijn dan is het onzin om te zeggen dat wij in onszelf rusten.

Mochten wij in onszelf rusten dan hebben we per definitie geen toegang tot iets buiten onszelf, waardoor we onmogelijk kunnen vaststellen of we alomvattend zijn.

Mochten we alles omvatten dan is het onzin om onszelf vrij te noemen, want wat zouden we in dat geval anders kunnen dan voortdurend alles omvatten, aanwezig zijn en met onszelf samenvallen.

Edmond: Zo blijft er alleen onzin over.

4. Prachtzen vol denk-beelden

Helaas, geloven kan ik dit soort gedachten allang niet meer.

Hans: Hoe langer ik over die prachtzin nadenk, hoe meer de zin en de pracht ervan mij ontgaan. Is dit nou zen?

Edmond: Nou?

Hans: Welja. Prachtzen. Vol denk-beelden.

Van mij mag je ze houwen. Van mij mag je ze houden of weggeven of duur verkopen aan iedereen die liever onderaan een ellenlange lineage bungelt dan op eigen benen staat. Mijn dwaaltuin komen ze niet in.

Edmond: Kan het zijn dat we deze prachtzin niet letterlijk moeten nemen maar, bijvoorbeeld, dichterlijk of overdrachtelijk of pedagogisch of zelfs ironisch?

Hans: Dan valt mijn weerwoord in het water. Des te beter, hoef ik het er zelf niet in te gooien.

Edmond: Heeft zo’n prachtzin dan geen enkele aantrekkingskracht op jou?

Hans: Vroeger zou ik wát graag geloofd en ervaren en verkondigd hebben dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn, of zoiets. Daar kan je mee voor de dag komen.

Helaas, geloven kan ik dit soort gedachten allang niet meer. Als ik het al ooit gekund heb.

Edmond: Maar als je het nou erváárt?

Hans: Is het daarom waar? Je moest eens weten wat ik allemaal ervaar.

Als ik Jezus in mijn hart voel, is Jezus dan in mijn hart? Dromen en hallucinaties zijn ook ervaringen. Zijn ze daarom echt gebeurd? Ooit paddo’s geprobeerd? Of breng eens een bezoekje aan een inrichting. Al is het maar het gekkenhuis in je bovenkamer.

5. Een lege geest

Ik heb niets meer te verklaren. Dat is mijn geluk.

Edmond: Volgens mij sta jij met lege handen.

Hans: Mijn handen mogen graag iets vasthouden. Het is ze gegund, daar zijn het handen voor.

Volgens mij sta ik met een lege géést. Die kan niks vasthouden, dit ook niet. Dat is zijn ware aard, heb ik ontdekt.

Een lege geest weegt niets. Daarom sta ik tegenwoordig met geheven hoofd. Noem het tegenwoordigheid van geest.

Vederlicht is nu mijn juk. Niets blijft heel en niets gaat stuk. Niet te filmen mijn geluk.

Edmond: Welk geluk?

Hans: Je mag het ook ongeluk noemen.

Edmond: Welk ongeluk?

Hans: Of een geluk bij een ongeluk.

Edmond: Welk geluk bij een ongeluk?

Hans: Ik heb niets meer te verklaren. Dat is mijn geluk. Niets meer te verdedigen. Dat is mijn geluk. Niets meer te bewijzen. Dat is mijn geluk. Niets meer aan te raden. Dat is mijn geluk. Niets meer te doen. Dat is mijn geluk. Niets meer te laten. Dat is mijn geluk.

Edmond: Maar niet het mijne.

Hans: Nee, jou werpt het terug op jezelf, gesteld dat er zo iemand is. Misschien is dat net waar je wezen moet. En anders is er maar een man overboord. Geen nood, hoed je voor de reddingsvloot.

6. Een goed begin

Al met al lijkt de Boeddha mij tamelijk streng in de non-leer. Dat bevalt zijn volgelingen niets.

Edmond: Maurice Knegtel Sensei zuigt het toch ook niet uit zijn duim allemaal.

Hans: Doel je op de Boeddha?

Edmond: Waar hebben we het anders over?

Hans: Niemand weet wat de historische Boeddha precies gezegd heeft, gesteld dat er zo iemand was, maar als metafysicus heeft hij hoegenaamd geen naam gemaakt.

Edmond: Hij hield zich liever bezig met uppaya’s, vaardige methoden om aan het wiel van samsara te ontsnappen.

Hans: Na het oversteken van de stroom en het achterlaten van het vlot2 is er volgens de leer geen sprake meer van leringen – dus ook niet van atman, anatman of brahman, niet van small mind of big mind en niet van het bewustzijn dat of de aanwezigheid die wij zijn.

Edmond: Dit zal meneer Knegtel Sensei niet leuk vinden.

Hans: Al met al lijkt de Boeddha mij tamelijk streng in de non-leer. Dat bevalt zijn volgelingen niets.

Eeuwen later ziet Bodhidharma er al geen been meer in om ‘alles leeg en niets heilig’ te roepen. Millennia later noemt menig boeddhist zichzelf zonder gêne alomtegenwoordig en alheilig. Over inflatie gesproken. Op wiens gezag wou jij je precies beroepen?

Edmond: In ieder geval niet op het jouwe.

Hans: Een goed begin.

7. Iedere lineage begint en eindigt bij jou

Alles wat je beweert uit naam van de Boeddha is voor eigen rekening.

Edmond: En dan?

Hans: Je kunt je wel proberen te verschuilen achter een of andere levende of dode autoriteit, maar het boeddhisme heeft geen centraal leergezag zoals de katholieke kerk. Er is daar niet zoiets als het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid.

De eerste en laatste autoriteit was de Boeddha. Vandaar natuurlijk al die stamboomklevers.

Maar de Boeddha heeft toevallig nooit één woord op papier gezet. Dat hebben zijn volgelingen gedaan, honderden jaren later.

Geen wonder dat zenboeddhisten zich zo graag beroepen op een transmissie van hart tot hart buiten de geschriften om.

Alleen al de Pali-canon, die het meest betrouwbaar wordt geacht, bevat tienduizend leerredes. Tienduizend! Stuk voor stuk toegeschreven aan de Boeddha zelf. Allemaal feilloos overgeleverd dankzij het feilloze geheugen van één andere man, zijn neef Ananda. Geloof jij het?

Edmond: Ik doe mijn best.

Hans: Nou, ik niet. Alles wat je beweert uit naam van de Boeddha is voor eigen rekening tot het tegendeel bewezen is.

Iedere lineage begint en eindigt bij jou, of je het nou ziet of niet. Daarom is de enso rond:

Iedere lineage begint en eindigt bij jou

Het eerste oordeel is aan jou, het middelste oordeel is aan jou en het laatste oordeel is aan jou. Ook als je het uit handen geeft.

Alleen het allerlaatste oordeel velt zichzelf. Daar kun je op wachten.

Edmond: Welk oordeel?

Hans: Durf jij op dit moment je hand in het vuur te steken voor de gedachte dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn?

Edmond: Nee.

Hans: Waarvoor durf je je hand wel in het vuur te steken?

Edmond: Eerlijk zeggen?

Hans: Anders kunnen we wel ophouden.

Edmond: Ik pas.

Hans: Dat lijkt mij voor nu een prima definitie van niet-weten.

8. Blub

Voetnoten

1. downside: nadeel, basis, onderkant

2. In de Alagaddupama-Sutta staat de volgende gelijkenis:

“Stel dat een man die op reis is een grote stroom ziet, waarvan de oever aan zijn kant gevaarlijk, angstaanjagend is en de tegenoverliggende oever veilig en er is geen veerpont of een brug om over te steken. Hij zou zo denken: “Als ik nu eens gras, stukken hout, takken en bladeren zou verzamelen, een vlot zou bouwen en met behulp van dat vlot, peddelend met handen en voeten, veilig en wel naar de overkant zou oversteken?” Hij zou dat doen en aan de overkant aangekomen zou hij dit denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me. Als ik het nu eens op mijn hoofd of mijn schouders zou tillen en verder zou gaan?”

Wat denken jullie, zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden?”

“Zeker niet, Heer!”

“Hoe zou die man dan wel moeten handelen?”

“Welnu, die man zou, als hij overgestoken is, zo kunnen denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me geweest. Als ik het nu eens op het droge zou trekken of op het water laten wegdrijven en zelf verder zou gaan?” Zo handelend zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden. Net zo heb ik de Dhamma onderwezen, als te vergelijken met een vlot, bedoeld om mee over te steken, niet om vast te houden. De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten jullie zelfs de leringen opgeven, laat staan de dingen die in strijd zijn met de leringen.”

(overgenomen uit het artikel ‘Jij, dwaze man, zult bekend staan om deze slechte opinie van jou’ van André Baets)

En zo beroep ik mij in deze voetnoot op het gezag van woorden die al dan niet terecht aan de Boeddha worden toegeschreven en aan wie ze hun gezag ontlenen, om leringen te ondermijnen die al dan niet terecht aan de Boeddha worden toegeschreven en aan wie ze hun gezag ontlenen.

De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten wij uiteindelijk zelfs de gelijkenis van het vlot opgeven. Maar of dat de leringen kan redden?

Blub.

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Het laatste oordeel’.

Tips: Wat is non-dualisme? Wat is non-dualiteit?

Kimono of hemd? De nieuwe kleren van het seminarie

Tussen het nare en het ware zelf; het heen en weer van oosterse en westerse ontsnappingskunstenaars.

Waarde Arie,

Met stijgende verbazing heb ik je laatste werk gelezen. Je zingt weer als een koanarie. Inspireren, dat is jou wel toevertrouwd.

Zelf ben ik meer van het expireren. Tenslotte moet er ook een keer uitgeademd worden. Vraag maar aan Cheyne-Stokes.

Bij het lezen van je woorden voorbij de wijsheid trof mij opnieuw de ver bluffende overeenkomst tussen de christelijke obsessie met goed en kwaad gepersonifieerd in God en de duivel, en de boeddhistische obsessie met het Zelf en het ego.

Oude wijn in nieuwe zakken. Wat is dat met die oude zakken?

Wat was eerder, de koe of de wei? De soutane of de pij? Het Zelf of het Gij? Verschillende vingers naar dezelfde maan?

Over hemellichamen kan ik niet-oordelen. Ik ben niet zo’n licht. Maar vingers zijn allemaal hetzelfde. In welke van de tien richtingen ook: als ze maar kunnen wijzen.

Waarom hangt er nog steeds zo’n priestersfeertje om het boeddhisme van de lage landen? De Heilige Maagd Maria heeft zich in de kliniek van Schumacher zonder leest scheve ogen laten aanmeten en heet nu Kanzeon.

Je moet met je tijd meegaan. Kimono en rakusu: de nieuwe kleren van het seminarie. Traditie, trend of bombarie?

Zelf sta ik altijd in mijn hemd.

Hans in zijn hemd

Zo weten de mensen meteen wat ze aan me hebben. Nou ik nog.

Niks weet ik meer uit elkaar te houden, wat een sof. Wat is geest en wat is stof? Wat is kras en wat is plaat? Wat is goed en wat is kwaad?

Voor wie per se in dit soort termen wil denken: ik heb god op mijn ene schouder zitten en de duivel op mijn andere. Beiden hebben hoorntjes en ze schreeuwen om het hartst. Even diep in de penarie.

Ook het verschil tussen het vermaledijde ego en het gebenedijde zelf heeft zich aan mij niet geopenbarie. Hooguit de overeenkomst.

Wat mijn wijze hart betreft, dat geeft al net zoveel richting als mijn dwaze mind. Kompassen op de magnetische polen. Draaiend als een derwisj.

Dat ook andermans hart weleens doorslaat blijkt uit de groeiende lijst gevallen boeddha’s. Weer een overeenkomst met de kerk. Vandaar die penitentiarie.

Missie of transmissie, het hart klopt overal. Ook in de Geest. Ook in de Tong. Ook in het Kruis. Ook in de Moordkuil. En echt niet alleen bij het graven. Het kropt en het weegt en het juicht. Niets aan te doen ofte niet-doen of teniet-tedoen.

Begrijp me niet of niet verkeerd. Van mij wordt niemand nog geleerd. De Grote Weg van Hans van Dam:

Vallen, vallen, almaar vallen
Vallen tot je niet meer opstaat
Vallen tot er niets meer klopt
Niets meer, van geen enkel Woord
Niemand meer aan niemands Poort

Ik hou van jou, mijn waarde Arie, benenwagen of Ferrari. Leve heel de lariefarie,

Tegengroet van Jan Contrarie


hemd: priestergewaad van de agnost

benenwagen: voertuig van de agnost

agnost: weetniet, dwijze

Een eerdere versie van deze tekst is samen met de volgende gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘De nieuwe kleren van het seminarie’.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel, De nieuwe kleren van de keizer

Vogelverschrikker in kimono

Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn

Lieve mensen, geloof me, ik vind kimono’s prachtig. Ik kreeg mijn eerste van mijn kamergenoot toen ik zestien was. Vogelverschrikker in klederdracht. Het moet lachwekkend geweest zijn, maar ik voelde me een hele samurai.

Op mijn zeventiende kreeg ik verkering met een Japans meisje. Ondanks mijn kimono. Ik heb haar een paar keer bezocht in Tokyo en toen ben ik bij haar ingetrokken.

In die tijd maakte ik voor het eerst kennis met zen en aikido. Het meisje heb ik nooit echt leren kennen (mezelf evenmin) en ook in zen en aikido bleef het bij een eerste kennismaking. Tot een band of een rakusu heb ik het nooit geschopt.

Ik zou het betreuren als de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen. Ik zou het evenzeer betreuren als het verzet tegen de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen.

Ik verkies het beeld van Kanzeon niet boven dat van Maria, het kruis niet boven het boeddhabeeld, het niet-verkiezen niet boven het verkiezen.

Ik heb geen moeite met beeldenvereerders, niet met beeldenbestormers en niet met mensen die wel moeite hebben met beeldenvereerders of beeldenbestormers.

Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Is zen dualistisch of non-dualistisch?

Beste Hans,

In de Linji-lu staat de volgende koan:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Tegelijkertijd slaakten ze een kreet: ‘Aaargh!’ Later die dag vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’

Wat betekent volgens jou de uitspraak ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden’? Ik vind dat namelijk nogal dualistisch klinken.

Beste Moreno,

Ouwe kul.

Moreno: Geef dan maar een nieuw antwoord.

Hans:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Tegelijkertijd slaakten ze een kreet. Later die dag vroeg de meester aan de ene hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘De gastheer is de gast.’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’

De volgende dag vroeg de meester aan de andere hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’ De meester zei: ‘De gastheer is de gast.’ Later vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was nou de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Wie niet.’ De volgende dag stelde iemand dezelfde vraag aan de hoofdmonnik. Die antwoordde: ‘Wie niet?’ De meester zei: ‘Wie wel.’

Moreno: Gaat het er dan alleen maar om alles tegen te spreken?

Hans: Meepraten, tegenspreken – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Moreno: Loslaten, is het devies.

Hans: Vasthouden, loslaten – een mens kan overal in vast komen te zitten

Moreno: Ik heb de antwoorden op de vraag ‘Wie is hier de gastheer, wie de gast?’ even op een rijtje gezet.

1. Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.
2. De gastheer is de gast.
3. Wie niet.
4. Wie wel.

Bij elkaar genomen klinkt het non-dualistisch genoeg, maar op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden mijns inziens onjuist.

Hans:

1. Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden juist
2. Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden onjuist
3. Bij elkaar genomen zijn de antwoorden juist
4. Bij elkaar genomen zijn de antwoorden onjuist.

Moreno: Ik bedoel natuurlijk onjuist vanuit non-dualistisch oogpunt.

Hans: Vanuit non-dualistisch oogpunt mogen de antwoorden op zichzelf beschouwd onjuist zijn, maar hoe zit het met het non-dualistische oogpunt zelf? Is dat op of vanuit zichzelf beschouwd of vanuit weer een ander oogpunt beschouwd juist of onjuist?

Moreno: Vanuit non-dualistisch oogpunt gezien is ieder onderscheid illusoir. Non-dualiteit is de ontkenning van ieder onderscheid. In de absolute werkelijkheid bestaat geen verschil.

Hans: Door staar aan mijn derde oog kan ik de relatieve werkelijkheid helaas niet meer onderscheiden van de absolute, de illusie niet meer van de realiteit. Ik moet je dus op je woord geloven.

Maar als ieder onderscheid werkelijk illusoir is, redeneer ik, dan ook het onderscheid tussen illusoir en werkelijk, en ook het onderscheid tussen relatief en absoluut, en ook het onderscheid tussen wijsheid en dwaasheid, dus daar sta je dan met je mooie praatjes.

Moreno: Pardon?

Hans: Non-dualiteit als de ontkenning van ieder onderscheid is al even dualistisch als de bevestiging van welk onderscheid ook. De ontkenning van dualiteit is zelf dualistisch.

Mij maakt het overigens niet uit, want ik weet mij dualist noch non-dualist, pluralist noch monist noch nihilist of hoe de tellers het ook allemaal noemen.

Moreno: Ik dacht dat jij een non-dualist was.

Hans: Ik onderscheid er vrolijk op los en schijt ieder onderscheid even zo vrolijk weer onder. Dat is pas vrijheid – vraag me niet waarvan of waartoe of van wie. En ik zit er niet eens in vast.

Moreno: Ken jij de eerste koan van de Poortloze Poort? Vraagt een monnik: ‘Heeft een hond ook de boeddhanatuur?’ Zegt meester Zhaozhou: ‘Nee!’ Dat is toch bizar?

Hans: Wat zou jij zeggen?

Moreno: Geen ja en geen nee. Als uitdrukking van non-dualiteit.

Hans: Volgens sommige boeddhisten hebben alle dingen en wezens de boeddhanatuur, dus het leerstellige antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft, luidt volgens die boeddhisten: ‘Ja.’

Volgens diezelfde en/of andere boeddhisten zijn alle dingen en wezens leeg, dus het leerstellige antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft, luidt volgens die boeddhisten: ‘Nee.’

Als je het een hond vraagt, blaft ze, en een hond kan naar men zegt niet liegen, dus het hondennatuurlijke antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt: ‘Woef.’

Ja, nee, woef – welk antwoord is het meest bizar?

Moreno: Nou?

Hans: De vraag natuurlijk.

Moreno: Hm. Nog één vraag: Wie van ons was hier de gastheer en wie de gast?

Hans: Aaargh!

Wie is hier de gastheer, wie de gast?

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Dwaalgasten en zwerfhonden’.

Lees ook: Wat is non-dualiteit? Wat is non-dualisme? Wat is zen? Honderd definities

Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft, zit je daarin vast

En als je denkt dat je vast kunt zitten, zit je daarin vast.

Beste Hans,

Volgens mijn zenleraar is niet-weten niet het laatste woord. Hoe zie jij dat?

Beste Lies,

Als je denkt dat niet-weten het laatste woord is, zit je daarin vast. Als je denkt dat niet-weten niet het laatste woord is, ga je zoeken naar het laatste woord en zit je daarin vast. Als je denkt dat er geen laatste woord is, stop je met zoeken en zit je daarin vast.

Lies: Maar heeft mijn zenleraar nou gelijk of niet?

Hans: Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft, zit je daarin vast. Als je denkt dat hij ongelijk heeft, zit je daarin vast. Als je denkt dat hij gelijk en ongelijk heeft, zit je daarin vast. Als je denkt dat hij gelijk noch ongelijk heeft, zit je daarin vast.

Lies: Moet ik hieruit opmaken dat mijn zenleraar voorbij gelijk en ongelijk is?

Hans: Mijn zenleraar dit, mijn zenleraar dat.

Lies: Hoe bedoel je?

Hans: Laten we het liever over jou hebben.

Lies: Bedoel je dat ik zelf voorbij gelijk en ongelijk moet gaan?

Hans: Als je denkt dat je voorbij gelijk en ongelijk moet gaan, zit je daarin vast.

Lies: Heeft een zenleraar volgens jou wel zin?

Hans: Als je denkt dat een zenleraar zin heeft, ben je zijn leerling en zit je daarin vast. Als je denkt dat een zenleraar geen zin heeft, sta je er alleen voor en zit je daarin vast. Als je denkt dat dingen zin hebben, zit je daarin vast. Als je denkt dat dingen geen zin hebben, zit je daarin vast. Als je denkt dat je niet kunt weten of dingen zin hebben, zit je daarin vast. Als je alleen zinvolle dingen wilt doen, zit je daarin vast. Als je je niet meer door de zin van de dingen wilt laten leiden, zit je daarin vast.

Lies: Bedoel je dat ik niet meer moet denken?

Hans: Als je denkt dat je niet meer moet denken, zit je daarin vast.

Lies: Niet vastzitten is het devies.

Hans: Als je denkt dat je vast kunt zitten, zit je daarin vast.

Lies: Hè?

Hans: Zeg dat wel.

Lies: Nou weet ik nog niets.

Hans: Zeker weten?

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Het laatste woord’.

Tips: Wat is de mind?, Denkbeeldenstorm!, Zoeken naar het einde van het zoeken

Wat is je natuurlijke staat?

Van nature zijn wij in alle staten

Je natuurlijke staat

Beste Hans,

Zowel in zen als dzogchen en advaita wordt de toestand van verlichting die ons geboorterecht is, aangeduid als de natuurlijke staat. Een ander woord voor deze toestand is ‘moeiteloos zijn’ of ‘zonder zelf zijn’ (being without self). Zou jij niet-weten omschrijven als je natuurlijke staat? Is de staat van niet-weten naar jouw idee dezelfde als de staat van moeiteloos zijn?

Beste Natja,

Ja, wat een toestanden allemaal, hè. Zie ze dan nog maar uit elkaar te houden. Ik bedoel, zie ze dan maar weer bij elkaar te krijgen.

Dat iets automatisch gaat of natuurlijk aanvoelt, bewijst niks. Niet-weten gaat mij al net zo makkelijk af als vroeger mijn weten, en zelfs de ervaring dat alles moeite kost komt mij nog aanwaaien.

Maar verlichting laat het zich vanzelf niet noemen, niet door mij en niet door niet-mij, toen niet en nu niet en straks moet nog komen.

Zelfs ‘niet-weten’ gaat mij te ver én niet ver genoeg, om over zwijgen maar te zwijgen.

Of verlichting een geboorterecht is moet je aan de geboorterechter vragen. Het lijkt me niet iets waarvoor je op je strepen kunt gaan staan, maar (wie) ben ik?

Natja: Nou?

Hans: Van oorsprong Nederlander, van gedachtesprong stateloos, van bestemming as en gras of wat het ook wordt of is of was – de mensen zeggen zoveel en allemaal wat anders, ik doe het ze niet na.

Natja: Aan jou heb je ook niks.

Hans: Mijn natuurlijke staat.

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘De geboorterechter’.

Tip: 22 Metaforen voor verlichting, Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Juist spreken is onzinnig gepraat

Als je ook maar het geringste onderscheid maakt tussen juist en onjuist, splijten hemel en aarde oneindig ver uiteen.

1.

Leerling: Wat is juist spreken?

Meester: Spreken dat geen onderscheid maakt tussen juist en onjuist.

Leerling: Wat is spreken dat wel onderscheid maakt tussen juist en onjuist?

Meester: Onzinnig gepraat.

2.

Leerling: Wat is onzinnig gepraat?

Meester: Gepraat dat onderscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.

Leerling: Wat is gepraat dat geen onderscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?

Meester: Juist spreken.

3.

Leerling: Wat als je ook maar het geringste onderscheid maakt tussen juist en onjuist?

Meester: Dan splijten hemel en aarde oneindig ver uiteen.

Leerling: Wat als hemel en aarde oneindig ver uiteen splijten?

Meester: Dan blijf je maar foei zeggen.

Leerling: Tegen jezelf of tegen anderen?

Meester: Tegen jezelf en tegen anderen.

4.

Leerling: Wat als hemel en aarde oneindig dicht bijeen blijven?

Meester: Dan zeg je wat je zegt.

Leerling: Of je nou juist spreekt of onzinnig praat?

Meester: Dat zegt je dan niets meer.

Leerling: Van jezelf niet of van anderen niet?

Meester: Van jezelf niet en van anderen niet.

5.

Leerling: Wilt u nog weleens foei zeggen?

Meester: Ik verfoei het verfoeien niet.

Leerling: Van uzelf niet of van anderen niet?

Meester: Van mezelf niet en van anderen niet.

Leerling: En als u het toch verfoeit?

Meester: Dan verfoei ik dat niet.

6.

Leerling: Is dit nu juist spreken of onzinnig gepraat?

Meester: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Leerling: Als je het u vraagt?

Meester: Dan zeg ik wat ik zeg.

7.

Leerling: Wat hebt u nou gezegd?

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Noem dat maar juist spreken.

Meester: Daarom zwijg ik juist.

Een eerdere versie van deze tekst is als ‘Oneindig dicht bijeen’ verschenen in het Boeddhistisch Dagblad ter gelegenheid van bevrijdingsdag.

Lees ook: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten, Wat is non-dualiteit?

Zelf of niet-zelf?

Beste Hans,

Ben jij bekend met het boek Being without self van Jeff Shore?

Beste Thimotheus,

Jazeker, dat is een vroeg werk van Jeff. Sure heeft zichzelf sindsdien keer op keer overtroffen.

In het bijzonder kan ik aanbevelen Being your Selfie, Being someone else’s selfie, Being someone else, Being everybody else, Selfie without being, Being without selflessness, Being without, Being within beinglessness en de opvolger daarvan, net verschenen: Non-beinglessness.

Gauw naar de boekwinkel dus.

Lees ook: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Laat je door niemand iets wijsmaken (dit ook niet)

Wie heeft je wijsgemaakt dat er een laatste toetssteen is?

Beste Hans,

Steeds als ik op je website kom om een paar dwaalteksten te slikken, moet ik denken aan mijn favoriete koan uit de Poortloze Poort. Ik heb het over nummer twaalf, waarin meester Zuigan zichzelf iedere morgen bij het ontwaken (!) aanspoort om zich door niemand iets te laten wijsmaken:

Zuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u. Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij.

(uit Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972)

Een mens moet alert blijven want de mind is er altijd op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte!

Beste Vester,

Probeer jij mij iets wijs te maken?

Vester: Ha ha.

Hans: Heeft meester Zuigan, of degene die die koan heeft opgetekend, of degene die hem uit zijn duim heeft gezogen, jou iets weten wijs te maken?

Vester: Als je het zo wilt stellen, ja. Hij heeft me weten wijs te maken dat ik mij door niemand iets moet laten wijsmaken. Mij lijkt dat opperste wijsheid, vandaar dat ik hiervoor een uitzondering maak. Anders kun je wel ophouden.

Hans: Volgens mij heb jij je onder meer het volgende laten wijsmaken.

  1. dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken
  2. dat je daadwerkelijk kunt voorkomen dat iemand je iets wijsmaakt
  3. dat je dat kunt voorkomen door de hele dag alert te blijven
  4. dat het mogelijk is de hele dag alert te blijven
  5. dat je beter af bent wanneer je je door niemand iets laat wijsmaken
  6. dat de nadelen van zo’n houding opwegen tegen de voordelen

Geloof je dat werkelijk? Heb je het zelf onderzocht of neem je het op gezag aan? In het laatste geval, op wiens gezag? Denk je echt dat je wel kunt ophouden als je geen uitzondering maakt op de gedachte dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken?

Is er wel zoiets als een mind of is dat ook maar weer ‘een mooie gedachte’? Als je inderdaad een mind hebt, is die er dan werkelijk steeds op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte, of is dat ook maar weer een mooie gedachte?

Vester: Jij laat een mens weinig speelruimte zeg.

Hans: Iedereen krijgt van mij alle ruimte van de wereld. In die ruimte mag je spreken of zwijgen, contempleren of mediteren, spelen, werken of rusten, of wat je maar wil.

Mijn enige zorg is dat je jezelf onbewust klem zet met bepaalde gedachten. Als ik dat gevoel krijg wijs ik daarop.

Wil je me niet horen of kun je me niet verstaan of heb ik het mis dan is er wat mij betreft geen vuiltje aan de lucht. Je doet er iets mee of je doet er niets mee, even goede vrienden.

Vester: De ware betekenis van de koan over Zuigan is volgens mij dat je niemand moet geloven. Dat je alleen op jezelf kunt bouwen. Dat je alleen naar je innerlijke goeroe moet luisteren en naar niemand anders. De Hoogste Waarheid zit in jou! Jij bent de eerste, de laatste, de enige toetssteen.

Hans: Iedere ochtend zegt Meester Tja tegen zichzelf,

‘Laat je door niemand iets wijsmaken hè!’
‘Nee meester.’
‘Vooral niet door jezelf!’
‘Nee meester.’

Vester: Wie of wat is jouw laatste toetssteen als je het zelf niet bent?

Hans: Wie heeft jou wijsgemaakt dat er een laatste toetssteen is?

Vester: Bedoel je dat er geen laatste toetssteen is?

Hans: Laat je door mij niets wijsmaken.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel

Wat ik iedere morgen tegen mezelf zeg (maar niet heus)

‘Wat zeg jij iedere morgen tegen jezelf, Hans?’

‘Niks.’

‘Omdat je niks te zeggen hebt?’

‘Omdat ik toch niet luister.’

Tip: De lege leer

Waar ik in geloof (maar niet heus)

‘Waar geloof jij in, Hans?’

‘In niet geloven.’

‘Echt?’

‘Natuurlijk niet.’

‘Waarom zeg je het dan?’

‘Omdat het zo is.’

Tip: De Linji lu, Groot Ongeloof, Grote God, Zalig zijn de armen van geest

Polderkoans voor platdenkers

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar gedachten trekken zich over het algemeen bar weinig van mij aan. Net zomin als honden, regenbuien en kinderen. Voor straf trek ik me niets meer van mijn gedachten aan. Ook niet van de vorige. Ook niet van deze. Ook niet van de volgende.

Beste Hans,

Jij noemt je dwaalgesprekken ergens ‘polderkoans’, maar voor mij missen ze de diepgang en de literaire kwaliteiten van de originele Chinese gong-an. Erg hartelijk en ingeleefd zijn ze trouwens ook niet.

Beste Michael,

Met die term, ‘polderkoan’, wilde ik in de eerste plaats aangeven dat mijn dialogen eerder geïnspireerd zijn door het nabije westen dan door het verre oosten.

Mijn protagonisten luisteren niet naar onuitsprekelijke namen, eten niet alleen maar rijst en houden zich niet alleen maar bezig met rare vragen zoals ‘Waarom kwam Bodhidharma uit het westen’, ‘Waarom heeft Bodhidharma geen baard’, ‘Heeft een hond de boeddhanatuur’, ‘Is de volmaakte verlichte nog onderhevig aan de wet van oorzaak en gevolg’, ‘Waarom kan de os wel ontsnappen maar zijn staart niet’ en ‘Van wie zijn alle vroegere en toekomstige boeddha’s dienaren’.

Dat mijn teksten gespeend zijn van diepzinnigheid kan ik zonder meer beamen. Mijn geest, wat dat ook moge wezen, gesteld dat er zoiets is, kent geen dieptes of hoogtes meer. Nóg een reden om de polder als metafoor te kiezen. Voor de hemel en de hel moet je bij onze oosterburen wezen, al heten ze daar samsara en nirwana.

Bij gebrek aan focus heb ik geen wijsheid of dwaasheid meer te vergeven. De meeste mensen zien de wereld door een monocle. Gezegend zijn de schelen, want zij zien alles van twee kanten. Zelfs zie ik alles van alle kanten, voor zover dat in mijn vermogen ligt. Ik kan het niet laten. Geen eenduidige antwoorden meer, geen fundamentele vragen meer, maar zagen aan je stoelpoten tot je met beide billen stevig op de grond zit. Meer heeft niet-weten niet om het lijf.

Literaire, spirituele of religieuze pretenties heb ik niet. Dwaalteksten moeten gewoon hun werk doen: een indruk geven van een ontregeld en ontregelend denken dat zichzelf liefdevol in de staart bijt – noem dit desnoods wijsheid. En als het even kan van de zielsverrukking, om niet te zeggen zielsverrücktheid waarmee dat ongevraagd en onverwacht en onverdiend gepaard gaat.
Leeg is mijn windei, hoezee en joechei.

Ik kan me best voorstellen dat je mijn schrijfsels niet bijzonder sympathiek vindt. Het is nou eenmaal niet alleen metta, karuna en mudita wat het agnostische hart slaat.

Mij zul je bijvoorbeeld nooit horen zeggen dat je al verlicht bent. Ook niet dat je god, de liefde, de bron, geest, bewustzijn, de waarheid, de onschuld of het leven zelf bent. Ook niet dat je alles bent, dat alles één is, dat jij dat ene bent, dat je bent, dat je niet bent of dat je er zijn mag. Ook niet dat er nog geen grassprietje verkeerd ligt. Ook het tegendeel beweer ik niet. Ik zeg alleen maar niets.

‘Maak je ook maar het geringste onderscheid, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen’, zei Seng-ts’an, de derde zenpatriarch al. Daarmee maakte hij onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit, en weken hemel en aarde oneindig ver uiteen. Dat had hij er best even bij kunnen zeggen, is dat nou zo moeilijk?

Sympathiek of niet, in mijn schrijverij word ik gedreven door een grote hartstocht en een redeloos verlangen om de balzaal van mijn bovenkamer open te stellen voor iedereen die ook eens een keertje met zijn gedachten wil dansen. Met de leegte wil sjansen.

Als het je inspireert, welkom, als het je irriteert, nietkom.

Beste Hans,

Je hebt het over de ‘balzaal van je bovenkamer’, maar ik ervaar bij jou helemaal geen ruimte voor welke gedachte ook. Integendeel, soms lijkt het wel of er helemaal niets gedacht mag worden van Hoofdinspecteur Van Dam van de Gedachtenpolitie.

Beste Michael,

Dat denk je maar. Noem het een speelzaal, noem het een snijzaal, noem het een spiegelzaal, noem het een slaapzaal, noem het een feestzaal. Ik noem het een balzaal omdat het er leeg is. Het is er leeg omdat er geen gedachten wonen. Er wonen geen gedachten omdat ze allemaal wegwaaien. Ze waaien allemaal weg omdat het er altijd tocht. Het tocht er er omdat alle deuren tegen elkaar open staan. Lekker man.

Het is dus niet zo dat ik een vestigings- of samenscholingsverbod heb uitgevaardigd tegen gedachten, of dat ze niet in mijn bestemmingsplan passen, of dat ik de hele dag een potje mindful loopt te wezen, of heen en weer de weetnietgeest praktiseer of soetra’s bestudeer of onverdroten mediteer tot mijn zitvlak niet meer te onderscheiden is van mijn oorspronkelijke gezicht en mijn gat één wordt met de lege heer, ken je dat?

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar gedachten trekken zich over het algemeen bar weinig van mij aan. Net zomin als honden, regenbuien en kinderen. Ook niet in de lange jaren dat ik wél voor politieagent probeerde te spelen.

Voor straf trek ik me niets meer van mijn gedachten aan. Ook niet van de vorige. Ook niet van deze. Ook niet van de volgende. Negeren is regeren.

En zie, ze waaien vanzelf weer weg. En blijven vanzelf maar wegwaaien. Nu deze weer. Nu deze weer. Nu deze weer.

In de polder gaat de wind nooit liggen.

Tips: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Je hoeft je niet over te geven, weerstand hoort erbij

Als alles er mag zijn, dan ook dat soms niet alles er mag zijn en ook dat alles er soms niet mag zijn. Is dat niet fijn?

Beste Hans,

Wat ik denk ik het meeste mis op niet-weten.nl is verbondenheid. Verbondenheid met het leven, verbondenheid met alle voelende wezens, verbondenheid met dit moment, verbondenheid met wat zich maar voordoet, precies zoals het zich voordoet. Is verbinding niet waar het in het leven om draait? Wat er ook is, wend je niet af!

Beste Asmara,

Wat als er afwenden is?

Asmara: Het gaat erom dat je je helemaal overgeeft aan dit moment, zonder opsmuk, angst of reserve.

Hans: Wat als er opsmuk is? Wat als er angst is? Wat als er reserve is?

Asmara: Maar dat is nou net het punt. Alles mag er zijn.

Hans: Waarom dan dat ‘wend je niet af’? Mag afwenden er soms niet zijn? Waarom ‘zonder opsmuk, angst of reserve’? Mogen opsmuk, angst en reserve er soms niet zijn?

Asmara: Nu hoor ik pas wat je zegt.

Hans: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

Asmara: Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen.

Hans: Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

Asmara: Dus eigenlijk geef ik mij met mijn verzet tegen afwenden, opsmuk, angst en reserve helemaal niet over aan dit moment?

Hans: Tenzij verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve is wat er zich op dit moment aan je voordoet.

Asmara: Ook verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve mag er zijn, wou je zeggen.

Hans: En verzet tegen verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve. En verzet tegen verzet tegen verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve.

Asmara: Want?

Hans: Als alles er mag zijn, dan ook dat niet alles er mag zijn en ook dat alles er niet mag zijn. Is dat niet fijn?

Asmara: Maar wat zeg je dan nog helemaal?

Hans: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Tip: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

Wij zijn allen dienaren van niet-weten

Ho-en zei: De vroegere en toekomstige Boeddha’s, beiden zijn zijn dienaren. Wie is hij? (koan 45 van de poortloze poort)

Beste Hans,

Soms vraag ik me af: sta jij nou in dienst van je correspondenten of staan zij in dienst van jou?

Beste Cheyenne,

Op deze website staan we allemaal in dienst van niet-weten.

Cheyenne: En daarbuiten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Tip: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Heeft iemand mijn liefdevolle vriendelijkheid gezien?

Metta of zonda

Beste Hans,

Wat ben jij tegendraads, zeg. Waar is je liefdevolle vriendelijkheid? Omhels het leven! Een echte Boeddha is naar mijn mening zacht, warm en ontvankelijk.

Beste Huggy,

Wat kan ik zeggen? Een pamper ben ik niet. Er wordt hier niet geluierd.

Lees ook: Bodhisattva zonder mededogen

Van kleine geesten, grote geesten en simpele geesten

Als simple mind het stokje overneemt van small mind en Big Mind…

Beste Hans,

Wanneer het niet aflatende verstand, uitgeput door de vele vragen, bezwijkt onder het niet-weten, neemt Big Mind het stokje over van small mind. Dan resteert alleen de eerlijkheid van de overgave en de ontmaskerende stilte van de dood.

Beste Guillaume,

Mijn verstand, aangenomen dat er een verstand ten grondslag ligt aan mijn gedachten, aangenomen dat ik meer gedachten heb dan deze ene nu, is geenszins bezweken of uitgeput maar alive and kicking.

Het danst rond, bekijkt de zaken steeds van alle kanten en trekt voortdurend aan de losse eindjes van de zelfbreiende trui die weten heet, wat ook maar een hypostase is, als dat is wat het is.

Het zou ook niet best zijn als mijn verstand uitgeput raakte en bezweek, want wie of wat moet het dan opnemen tegen alle praatjes die mij voortdurend, wie weet vanuit of via datzelfde verstand, ter ore en onder ogen komen?

Er wordt geweten, ook in ‘mij’ (neem alleen al deze zin) en er wordt niet geweten, en dat is een wilde stoeipartij, als het al geen domme opeenvolging van ongerelateerde gedachten is, die, neem ik aan, pas ophoudt als ik dood neerval.

Of de stilte van de dood inderdaad iets of iemand ontmaskert of dat de dood integendeel zelf ontmaskerd wordt, moet ik maar afwachten want ik ben nog niet dood. Tenzij dit de dood al is. Maar wat is dan het leven?

Wat er door de stilte van de dood wél ontmaskerd wordt, weet ik ook niet, of het moet het weten zelf zijn, maar dat wordt toch al voortdurend ontmaskerd, door, of liever in niet-weten, in agnose, dus daar hebben we de dood niet voor nodig. Ook niet voor het ontmaskeren van niet-weten of voor het ontmaskeren van het ontmaskeren, als we mij tenminste als maatstaf mogen nemen.

Of de dood de gedaante van stilte aan zal nemen wacht ik ook nog even af. Die stilte zal in elk geval niet van de nabestaanden komen, zo leert de ervaring, maar er is beslist een kans dat small mind dan eindelijk zijn kwek houdt. Big Mind heeft sowieso nog nooit iets van zich laten horen, geen kwik en geen kwak, dat zul je met me eens zijn, tenzij dit is hoe hij, zij of het van zich laat horen – dus wie weet?

Het woord ‘eerlijkheid’ suggereert dat ‘het verstand’ of zijn veronderstelde product, ‘de gedachte’, oneerlijk of vals of illusoir is. Maar dan is ‘eerlijkheid’ ook zo’n product van het verstand en zelf vals.

Persoonlijk ervaar ik agnose niet als een vorm van al dan niet vrijwillige overgave, noch als een daad, en zeker niet als een vorm van eerlijkheid. Eerder zou ik zeggen dat ik, als het erop aan komt, geen onderscheid meer weet te maken tussen eerlijk en vals, small mind en big mind, verstand en gedachte, strijd en overgave, masker en gezicht, levend en dood. En ook niet tussen onderscheid en eenheid, weten en niet-weten.

Noem dit desnoods een onvermogen. Nog liever zeg ik niets. In mijn ervaring doet men dat best met woorden. Want niets wekt zoveel misverstand als stilte – en niets is zo doods.

Tips: Wat is non-dualisme?, Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)