Brieven zen

‘Vallen, vallen, almaar vallen tot je niet meer opstaat.’ Voorbij de leegte; brieven over zen en niet-weten.

Meer brieven over zen vind je op de pagina’s Eeuwige DwaasheidMediteren zonder mediteren, Meester Hans, De mystiek van alledag, Verder verder! Reistips voor spirituele zoekers, Voorbij goed en kwaad, Wat is spiritualiteit, Zen, leegte en nihilisme.

Meer zen: Bodhisattvageloften, De Diamantsoetra, De elf plaatjes van de ezel, Grote twijfel, grote verlichting, De Grote weg, Haiku op haiku, De Hartsoetra, De Linji lu, Meester Zuetsu, De Poortloze Poort, Wat is zen?

De nieuwe kleren van het seminarie

Tussen het nare en het ware zelf; het heen en weer van oosterse en westerse ontsnappingskunstenaars.

Waarde Arie,
Met stijgende verbazing heb ik je laatste werk gelezen.
Je zingt weer als een koanarie.
Inspireren, dat is jou wel toevertrouwd.
Zelf ben ik meer van het expireren.
Tenslotte moet er ook een keer uitgeademd worden.
Vraag maar aan Cheyne-Stokes.

Bij het lezen van je woorden voorbij de wijsheid trof mij opnieuw de ver bluffende overeenkomst tussen de christelijke obsessie met goed en kwaad gepersonifieerd in God en de duivel, en de boeddhistische obsessie met het Zelf en het ego.
Oude wijn in nieuwe zakken.
Wat is dat met die oude zakken?

Wat was eerder, de koe of de wei.
De soutane of de pij.
Het Zelf of het Gij.
Verschillende vingers naar dezelfde maan?
Over hemellichamen kan ik niet-oordelen.
Ik ben niet zo’n licht.
Maar vingers zijn allemaal hetzelfde.
In welke van de tien richtingen ook:
Als ze maar kunnen wijzen.

Waarom hangt er nog steeds zo’n priestersfeertje om het boeddhisme van de lage landen?
De Heilige Maagd Maria heeft zich in de kliniek van Schumacher zonder leest scheve ogen laten aanmeten en heet nu Kanzeon.
Je moet met je tijd meegaan.
Kimono en rakusu: de nieuwe kleren van het seminarie.
Traditie, trend of bombarie?
Zelf sta ik altijd in mijn hemd.

Hans in zijn hemd

Zo weten de mensen meteen wat ze aan me hebben.
Nou ik nog.
Niks weet ik meer uit elkaar te houden, wat een sof.
Wat is geest en wat is stof.
Wat is kras en wat is plaat.
Wat is goed en wat is kwaad.
Voor wie per se in dit soort termen wil denken:
Ik heb god op mijn ene schouder zitten en de duivel op mijn andere.
Beiden hebben hoorntjes en ze schreeuwen om het hartst.
Even diep in de penarie.
Ook het verschil tussen het vermaledijde ego en het gebenedijde zelf heeft zich aan mij niet geopenbarie.
Hooguit de overeenkomst.
Wat mijn wijze hart betreft, dat geeft al net zoveel richting als mijn dwaze mind.
Kompassen op de magnetische polen.
Draaiend als een derwisj.

Dat ook andermans hart weleens doorslaat blijkt uit de groeiende lijst gevallen boeddha’s.
Weer een overeenkomst met de kerk.
Vandaar die penitentiarie.
Missie of transmissie, het hart klopt overal.
Ook in de Geest.
Ook in de Tong.
Ook in het Kruis.
Ook in de Moordkuil.
En echt niet alleen bij het graven.
Het kropt en het weegt en het juicht.
Niets aan te doen ofte niet-doen of teniet-tedoen.
Begrijp me niet of niet verkeerd.
Van mij wordt niemand nog geleerd.
De Grote Weg van Hans van Dam:

Vallen, vallen, almaar vallen
Vallen tot je niet meer opstaat
Vallen tot er niets meer klopt
Niets meer, van geen enkel Woord
Niemand meer aan niemands Poort

Ik hou van jou, mijn waarde Arie –
Benenwagen of Ferrari.
Leve heel de lariefarie!

Tegengroet van Jan Contrarie

hemd: priestergewaad van de dwijze

dwijze: iemand die de wijsheid noch de dwaasheid in pacht heeft

benenwagen: voertuig van de dwijze

Naschrift

Lieve mensen, geloof me, ik vind kimono’s prachtig.
Ik kreeg mijn eerste toen ik zestien was.
Vogelverschrikker in klederdracht.
Het moet lachwekkend geweest zijn, maar ik voelde me een hele samurai.
Op mijn zeventiende kreeg ik verkering met een Japans meisje.
Ondanks mijn kimono.
Dat ik het nooit tot een rakusu heb geschopt is helemaal aan mezelf te wijten.
Ik zou het betreuren als de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen en ik zou het betreuren als het verzet tegen de folklore uit het boeddhisme zou verdwijnen.
Ik verkies het beeld van Kanzeon niet boven dat van Maria, het kruis niet boven het boeddhabeeld, het niet-verkiezen niet boven het verkiezen.
Ik heb geen moeite met beeldenvereerders, niet met beeldenbestormers en niet met mensen die wel moeite hebben met beeldenvereerders of beeldenbestormers.
Ook hierin wil ik geen voorbeeld zijn.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

De nieuwe kleren van de keizer

Het laatste woord

‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God’, heet het bij Johannes 1:1, dus daar zijn we wel uit.
Volgens sommigen is ook aan het einde het Woord, bij God of bij Boeddha of bij Tao of bij Bewustzijn of bij Gaia of bij de Mens of zo, daar is men het nog niet over eens – maar welk Woord dan wel, en zal het ook een Antwoord zijn, of, als dat teveel gevraagd is, welk Woord of Antwoord niet, en bij het einde of Einde waarvan eigenlijk?

Beste Hans,
Volgens mijn zenleraar is niet-weten niet het laatste woord. Hoe zie jij dat?

Beste X,
Als je denkt dat niet-weten het laatste woord is zit je daarin vast.
Als je denkt dat niet-weten niet het laatste woord is ga je zoeken naar het laatste woord en zit je daarin vast.
Als je denkt dat er geen laatste woord is stop je met zoeken en zit je daarin vast.

Beste Hans,
Maar heeft mijn zenleraar nou gelijk of niet?

Beste X,
Als je denkt dat je zenleraar gelijk heeft zit je daarin vast.
Als je denkt dat hij ongelijk heeft zit je daarin vast.
Als je denkt dat hij gelijk en ongelijk heeft zit je daarin vast.
Als je denkt dat hij gelijk noch ongelijk heeft zit je daarin vast.

Beste Hans,
Moet ik hieruit opmaken dat mijn zenleraar voorbij gelijk en ongelijk is?

Beste X,
Mijn zenleraar dit, mijn zenleraar dat.

Beste Hans,
Hoe bedoel je?

Beste X,
Laten we het liever over jou hebben.

Beste Hans,
Bedoel je dat ik zelf voorbij gelijk en ongelijk moet gaan?

Beste X,
Als je denkt dat je voorbij gelijk en ongelijk moet gaan zit je daarin vast.

Beste Hans,
Heeft een zenleraar volgens jou wel zin?

Beste X,
Als je denkt dat een zenleraar zin heeft ben je zijn leerling en zit je daarin vast.
Als je denkt dat een zenleraar geen zin heeft sta je er alleen voor en zit je daarin vast.
Als je denkt dat dingen zin hebben zit je daarin vast.
Als je denkt dat dingen geen zin hebben zit je daarin vast.
Als je denkt dat je niet kunt weten of dingen zin hebben zit je daarin vast.
Als je alleen zinvolle dingen wilt doen zit je daarin vast.
Als je je niet meer door de zin van de dingen wilt laten leiden zit je daarin vast.

Beste Hans,
Bedoel je dat ik niet meer moet denken?

Beste X,
Als je denkt dat je niet meer moet denken zit je daarin vast.

Beste Hans,
Niet vastzitten is het devies.

Beste X,
Als je denkt dat je vast kunt zitten, zit je daarin vast.

Beste Hans,
Hè?

Beste X,
Zeg dat wel.

Beste Hans,
Nou weet ik nog niets.

Beste X,
Zeker weten?

* Wijde Weetniet is een figuur in de geschriften van Zhuang Zi.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

De geboorterechter

Verhaal halen of einde verhaal?

Je natuurlijke staat

Beste Hans,
Zowel in zen als dzogchen en advaita wordt de toestand van verlichting die ons geboorterecht is, aangeduid als de natuurlijke staat. Een ander woord voor deze toestand is ‘moeiteloos zijn’ of ‘zonder zelf zijn’ (being without self). Zou jij niet-weten omschrijven als je natuurlijke staat? Is de staat van niet-weten naar jouw idee dezelfde als de staat van moeiteloos zijn?

Beste X,
Ja, wat een toestanden allemaal, hè.
Zie ze dan nog maar uit elkaar te houden en zie ze dan maar weer bij elkaar te krijgen.

Dat iets automatisch gaat of natuurlijk aanvoelt, bewijst niks.
Niet weten gaat mij al net zo makkelijk af als vroeger mijn weten, en zelfs de ervaring dat alles moeite kost komt mij nog aanwaaien.
Maar verlichting laat het zich vanzelf niet noemen, niet door mij en niet door niet-mij, toen niet en nu niet en straks moet nog komen.
Zelfs ‘niet weten’ gaat mij te ver én niet ver genoeg, om over zwijgen maar te zwijgen.

Of verlichting een geboorterecht is moet je aan de geboorterechter vragen.
Het lijkt me niet iets waarvoor je op je strepen kunt gaan staan, maar (wie) ben ik?
Van oorsprong Nederlander, van gedachtesprong stateloos in alle staten, van bestemming as en gras of wat het ook wordt of is of was – de mensen zeggen zoveel en allemaal wat anders.
Ik doe het ze niet na.

Beste Hans,
Aan jou heb je ook niks.

Beste X,
Mijn natuurlijke staat.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Oneindig dicht bijeen

Juist spreken of vrijheid van meningsuiting? Een tweegesprek.

‘Wat is juist spreken?’
‘Spreken dat geen onderscheid maakt tussen juist en onjuist.’
‘Wat is spreken dat wel onderscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Onzinnig gepraat.’

‘Wat is onzinnig gepraat?’
‘Gepraat dat onderscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.’
‘Wat is gepraat dat geen onderscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?’
‘Juist spreken.’

‘Wat als je ook maar het geringste onderscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Dan splijten hemel en aarde oneindig ver uiteen.’
‘Wat als hemel en aarde oneindig ver uiteen splijten?’
‘Dan blijf je maar foei zeggen.’
‘Tegen jezelf of tegen anderen?’
‘Tegen jezelf en tegen anderen.’

‘Wat als hemel en aarde oneindig dicht bijeen blijven?’
‘Dan zeg je wat je zegt.’
‘Of je nou juist spreekt of onzinnig praat?’
‘Dat zegt je dan niets meer.’
‘Van jezelf niet of van anderen niet?’
‘Van jezelf niet en van anderen niet.’

‘Wil jij nog weleens foei zeggen?’
‘Ik verfoei het verfoeien niet.’
‘Van jezelf niet of van anderen niet?’
‘Van mezelf niet en van anderen niet.’
‘En als je het toch verfoeit?’
‘Dan verfoei ik dat niet.’

‘Is dit nu juist spreken of onzinnig gepraat?’
‘Het is maar net aan wie je het vraagt.’
‘Als je het aan jou vraagt?’
‘Dan zeg ik wat ik zeg.’
‘En als je het aan mij vraagt?’
‘Dan zeg je wat je zegt.’

‘Wat heb je nou gezegd?’
‘Dat heb ik niet gezegd.’
‘Wat heb je niet gezegd?’
‘Wat is juist spreken?’

Bovenstaande tekst is geïnspireerd op een Nederchinees tweegesprek tussen Foei! en Boei’en:

‘Wat is juist spleken?’
‘Spleken dat geen ondelscheid maakt tussen juist en onjuist.’
‘Wat is spleken dat wel ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Onzinnig geplaat.’
‘Wat is onzinnig geplaat?’
‘Geplaat dat ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig.’
‘Wat is geplaat dat geen ondelscheid maakt tussen zinnig en onzinnig?’
‘Juist spleken.’
‘Wat als je ook maal het gelingste ondelscheid maakt tussen juist en onjuist?’
‘Dan splijten hemel en aalde oneindig vel uiteen.’
‘Wat als hemel en aalde oneindig dicht bijeen blijven?’
‘Dan kun je zeggen wat je wilt.’
‘Is dit nu juist spleken of onzinnig geplaat?’
‘Dat kun je wel zeggen.’

Ch’anmeesters Foei! (842-849) en Boei’en (821-920) behoren samen met (onder meer) meester Zuetsu, meester Baibai, meesteres Oei! en meester Tia tot de zogenaamde Vergeten Dynastie, de zesde van vijf ch’anhuizen1 en de enige school die niet te boek staat als school en niet als boek. In werkelijkheid zijn haar leden niet vergeten maar bewust ondergedoken in het Collectief Onbewuste diep onder het Mentale Massief, door Cao Yung zo treffend omschreven als Limbo für Narren ohne Ausweiss während oben die Weisheit weiter wuchert.2

  1. Guiyang, Linji, Caodong, Yunmen en Fayan
  2. Onderwereld voor poortloze dwazen wijl bovenwerelds de wijsheid voortwoekert.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad ter gelegenheid van bevrijdingsdag.

Wees een dwaallicht voor jezelf

Voor Pali-ontologen

Beste Hans,
Ken jij deze passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

‘Daarom, Ananda, wees een licht voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd vast aan de waarheid als aan een lamp, zoek toevlucht in de waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders. […]
Want diegenen, Ananda, die nu of na mijn dood een licht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, maar vasthouden aan de waarheid als aan een lamp, en toevlucht zoeken in de waarheid, en toevlucht zoeken in zichzelf – zij zijn het die het hoogste doel zullen bereiken.’

(bron)

Ik dacht dat deze tekst een iconoclast als jij wel zou aanspreken.

Beste X,
Een iconoclast is een beeldenbreker die het beeld van de beeldenbreker aanbidt als zichzelf.
Breek het beeld van de beeldenbreker en de beeldenstorm gaat meteen liggen.
Dan gun je ieder zijn beeld.
Zelfs de beeldenbreker.

Beste Hans,
Oké, ieder zijn beeld. Maar wat vind je van die passage uit de Mahaparinibbana Sutta?

Beste X,
Ken jij deze passage uit de Suñña-suññata Sutta?

‘Wees een dwaallicht voor jezelf. Wees geen toevlucht voor jezelf. Zoek geen toevlucht buiten jezelf. Houd niet vast aan een waarheid als aan een lamp, zoek geen toevlucht in een waarheid. Zoek geen toevlucht in iemand anders.
Want diegenen die een dwaallicht zijn voor zichzelf, die geen toevlucht zoeken buiten zichzelf, niet vasthouden aan een waarheid als aan een lamp, die toevlucht zoeken noch in een waarheid noch in zichzelf – zij zijn het die niet langer reiken.’

Beste Hans,
Ik heb me rot gezocht naar de Suñña-suññata Sutta, maar ik kan hem nergens vinden. Hij lijkt geen deel uit te maken van de Pali-canon. Weet je zeker dat die passage daaruit afkomstig is en niet, bijvoorbeeld, uit de Cula-suññata Sutta of de Maha-suññata Sutta?

Beste X,
Ik moet bekennen dat de passage in kwestie niet afkomstig is uit de Suñña-suññata Sutta die, de naam zegt het al, dubbelleeg is – zelfs van leegte ontdaan.
In werkelijkheid is hij geschreven door mijn uitgever voor het achterplat van alweer mijn tweede dummy.
Ook de titel, de Suñña-suññata Sutta, is door hem bedacht.
Dat beklijft beter, zegt hij.
Dat is nou net het probleem, zeg ik.
Zonder titel geen ISBN, zegt hij.
ISBN-nummers kun je overal lezen, zeg ik.
Uiteindelijk kwamen we tot het volgende compromis:
De Suñña-suññata Sutta – Vergeet het maar.
Maar ik vrees het ergste.
Wedden dat iedereen het onthoudt?

Beste Hans,
In plaats van een iconoclast had ik je misschien beter een nihilist kunnen noemen.

Beste X,
De nihilist stelt dat er geen waarheden zijn.
Zonder deze stelling verdwijnt je nihilisme subiet in het niets dat het nota bene weigert te ontkennen.
Dan gun je ieder zijn leer.
Zelfs de nihilist.

Beste Hans,
Zelfs de Boeddha?

Beste X,
Gautama is toch dood meneer.
Wat moet een dode met een leer?

Beste Hans,
Ik bedoel, zelfs een boeddha?

Beste X,
Een boeddha heeft vanzelf geen leer.
En anders gun ik hem dat zeer.

Wees een dwaallicht voor jezelf

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Dwaalgasten en zwerfhonden

Heeft een hond nou de boeddhanatuur of niet? Hans blaft zijn bek voorbij.

Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!
Wu! Wu! Wu! Wu! Wu!

(Ontwaakgedicht van Wumen Huikai of van zijn hond)

Beste Hans,
In de Linji-lu staat de volgende koan:

De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Tegelijkertijd slaakten ze een kreet: ‘Aaargh!’ Later die dag vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’

Wat betekent volgens jou de uitspraak ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden’? Ik vind dat namelijk nogal dualistisch klinken.

Beste X,
Ouwe kul.

Beste Hans,
Geef dan maar een nieuw antwoord.

Beste X,
De hoofdmonniken van twee zalen kwamen elkaar tegen. Tegelijkertijd slaakten ze een kreet. Later die dag vroeg de meester aan de ene hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘De gastheer is de gast.’ De meester zei: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’ De volgende dag vroeg de meester aan de andere hoofdmonnik: ‘Wie was hier de gastheer, wie de gast?’ De hoofdmonnik antwoordde: ‘Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.’ De meester zei: ‘De gastheer is de gast.’ Later vroeg een monnik aan de meester: ‘Wie was nou de gastheer, wie de gast?’ De meester zei: ‘Wie niet.’ De volgende dag stelde iemand dezelfde vraag aan de hoofdmonnik. Die antwoordde: ‘Wie niet?’ De meester zei: ‘Wie wel.’

Beste Hans,
Gaat het er dan alleen maar om alles tegen te spreken?

Beste X,
Meepraten, tegenspreken – een mens kan overal in vast komen te zitten.

Beste Hans,
Loslaten, is het devies.

Beste X,
Vasthouden, loslaten – een mens kan overal in vast komen te zitten

Beste Hans,
Ik heb de antwoorden op de vraag ‘Wie is hier de gastheer, wie de gast?’ even op een rijtje gezet.

1. Gastheer en gast zijn duidelijk onderscheiden.
2. De gastheer is de gast.
3. Wie niet.
4. Wie wel.

Bij elkaar genomen klinkt het non-dualistisch genoeg, maar op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden mijns inziens onjuist.

Beste X,
1. Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden juist
2. Op zichzelf beschouwd zijn de antwoorden onjuist
3. Bij elkaar genomen zijn de antwoorden juist
4. Bij elkaar genomen zijn de antwoorden onjuist.

Beste Hans,
Ik bedoel natuurlijk onjuist vanuit non-dualistisch oogpunt.

Beste X,
Vanuit non-dualistisch oogpunt mogen de antwoorden op zichzelf beschouwd onjuist zijn, maar hoe zit het met het non-dualistische oogpunt zelf? Is dat op of vanuit zichzelf beschouwd of vanuit weer een ander oogpunt beschouwd juist of onjuist?

Beste Hans,
Vanuit non-dualistisch oogpunt gezien is ieder onderscheid illusoir. Non-dualiteit is de ontkenning van ieder onderscheid. In de absolute werkelijkheid bestaat geen verschil.

Beste X,
Door staar aan mijn derde oog kan ik de relatieve werkelijkheid helaas niet meer onderscheiden van de absolute, de illusie niet meer van de realiteit.
Ik moet je dus op je woord geloven.
Maar als ieder onderscheid werkelijk illusoir is, redeneer ik, dan ook het onderscheid tussen illusoir en werkelijk, en ook het onderscheid tussen relatief en absoluut, en ook het onderscheid tussen wijsheid en dwaasheid, dus daar sta je dan met je dwaasheid voorbij alle wijsheid.

Beste Hans,
Pardon?

Beste X,
Non-dualiteit als de ontkenning van ieder onderscheid is al even dualistisch als de bevestiging van welk onderscheid ook.
De ontkenning van dualiteit is zelf dualistisch.
Mij maakt het niet uit, want ik weet mij dualist noch non-dualist, pluralist noch monist noch nihilist of hoe de tellers het ook allemaal noemen.
Ik onderscheid er vrolijk op los en schijt ieder onderscheid even zo vrolijk weer onder.
Dat is pas vrijheid – vraag me niet waarvan of waartoe of van wie.
En ik zit er niet eens in vast.

Beste Hans,
Ken jij de eerste koan van de Poortloze Poort? Vraagt een monnik: ‘Heeft een hond ook de boeddhanatuur?’ Zegt meester Zhaozhou: ‘Nee!’ Dat is toch bizar?

Beste X,
Wat zou jij hebben gezegd?

Beste Hans,
Geen ja en geen nee. Als uitdrukking van non-dualiteit.

Beste X,
Volgens sommige boeddhisten hebben alle dingen en wezens de boeddhanatuur, dus het leerstellige antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt volgens die boeddhisten: ‘Ja.’

Volgens diezelfde en/of andere boeddhisten zijn alle dingen en wezens leeg, dus het leerstellige antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt volgens die boeddhisten: ‘Nee.’

Als je het een hond vraagt, blaft ze, en een hond kan naar men zegt niet liegen, dus het hondennatuurlijke antwoord op de vraag of een hond de boeddhanatuur heeft luidt: ‘Woef!’

Ja, nee, woef – welk antwoord is het meest bizar?

Beste Hans,
Nou?

Beste X,
De vraag.

Beste Hans,
Nog één vraag: Wie van ons was hier de gastheer en wie de gast?

Beste X,
Aaargh!

Wie is hier de gastheer, wie de gast?

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Non-beinglessness

Beste Hans,
Ben jij bekend met Being without self van Jeff Shore?

Beste X,
Een vroeg werk van Jeff. Sure heeft zichzelf sindsdien keer op keer overtroffen. In het bijzonder kan ik aanbevelen de titels Being your Selfie, Being someone else’s selfie, Being someone else, Being everybody else, Selfie without being, Being without selflessness, Being without, Being within beinglessness en de opvolger daarvan, net verschenen: Non-beinglessness.
Gauw naar de boekwinkel dus.

Laat je niets wijsmaken

Beste Hans,
Steeds als ik op je website kom om een paar dwaalteksten te slikken, moet ik denken aan mijn favoriete koan uit de Poortloze Poort. Ik heb het over nummer twaalf, waarin meester Zuigan zichzelf iedere morgen bij het ontwaken (!) aanspoort om zich door niemand iets te laten wijsmaken:

Zuigan riep elke dag tegen zichzelf uit: Meester. Vervolgens antwoordde hij zichzelf: Ja, heer. En daarna voegde hij er aan toe: Matig u. Opnieuw antwoordde hij: Ja, heer. En als u zover bent, ging hij verder, laat u niet door anderen bedriegen. Ja, heer; ja, heer, antwoordde hij.

(uit Zen-zin, Zen-onzin, Paul Reps, 1972)

Een mens moet alert blijven want de mind is er altijd op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte!

Beste X,
Probeer jij mij iets wijs te maken?

Beste Hans,
Ha ha.

Beste X,
Heeft meester Zuigan, of degene die die koan heeft opgetekend, of degene die hem uit zijn duim heeft gezogen, jou iets weten wijs te maken?

Beste Hans,
Als je het zo wilt stellen: ja. Hij heeft me weten wijs te maken dat ik mij door niemand iets moet laten wijsmaken. Mij lijkt dat opperste wijsheid, vandaar dat ik hiervoor een uitzondering maak. Anders kun je wel ophouden.

Beste X,
Volgens mij heb jij je onder meer het volgende laten wijsmaken.

  1. dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken
  2. dat je daadwerkelijk kunt voorkomen dat iemand je iets wijsmaakt
  3. dat je dat kunt voorkomen door de hele dag alert te blijven
  4. dat het mogelijk is de hele dag alert te blijven
  5. dat je beter af bent wanneer je je door niemand iets laat wijsmaken
  6. dat de nadelen van zo’n houding opwegen tegen de voordelen

Geloof je dat werkelijk?
Heb je het zelf onderzocht of neem je het op gezag aan?
In het laatste geval, op wiens gezag?

Denk je nou echt dat je wel kunt ophouden als je geen uitzondering maakt op de gedachte dat je je door niemand iets moet laten wijsmaken?

Is er wel zoiets als een mind of is dat ook maar weer ‘een mooie gedachte’?
Als je inderdaad een mind hebt, is hij, zij of het er dan werkelijk steeds op uit om je te bedotten met weer een mooie gedachte, of is dat ook maar weer een mooie gedachte?

Beste Hans,
Jij laat een mens weinig speelruimte zeg!

Beste X,
Integendeel.
Iedereen krijgt van mij alle ruimte van de wereld.
In die ruimte mag je spreken of zwijgen, contempleren of mediteren, spelen, werken of rusten of wat je maar wilt.
Mijn enige zorg is dat je jezelf onbewust klem zet met bepaalde gedachten.
Als ik dat gevoel krijg wijs ik daarop.
Wil je me niet horen of kun je me niet verstaan of heb ik het mis dan is er wat mij betreft geen vuiltje aan de lucht.
Je doet er iets mee of je doet er niets mee; even goede vrienden.

Beste Hans
De ware betekenis van de koan over Zuigan is volgens mij dat je niemand moet geloven. Dat je alleen op jezelf kunt bouwen. Dat je alleen naar je innerlijke goeroe moet luisteren en naar niemand anders. De Hoogste Waarheid zit in jou! Jij bent de eerste, de laatste en de enige toetssteen.

Beste X,
Iedere ochtend zegt meester Tja tegen zichzelf:
‘Laat je door niemand iets wijsmaken hè!’
‘Nee meester.’
‘Vooral niet door jezelf!’
‘Nee meester.’

Beste Hans,
Wie of wat is jouw laatste toetssteen, als je het zelf niet bent?

Beste X,
Wie heeft jou wijsgemaakt dat er een laatste toetssteen is?

Beste Hans,
Ik weiger te geloven dat er geen laatste toetssteen is.

Beste X,
Heel goed.

Beste Hans,
‘Heel goed’ omdat ik iets weiger te geloven of omdat er toch een laatste toetssteen is?

Beste X,
Heel goed.

Beste Hans,
Bedoel je dat er geen laatste toetssteen is?

Beste X,
Laat je door mij niets wijsmaken.

Beste Hans,
Dan ga ik ervan uit dat er toch een laatste toetssteen is.

Beste X,
Laat je door jezelf niets wijsmaken.

Beste Hans,
Waardoor dan wel? Het Ene?

Beste X,
Laat je door niets of niemand iets wijsmaken.

Beste Hans,
Oké.

Beste X,
Ook niet door mij.

Lees ook: Meester Tja en de tao van tja, Zeg maar tja tegen het leven.

Een goed verstaander

‘Wat zeg jij iedere morgen tegen jezelf, Hans?’
‘Niks.’
‘Omdat je niks te zeggen hebt?’
‘Omdat ik toch niet luister.’

Uitwaaien

Beste Hans,
Jij noemt je dwaalgesprekken ergens ‘polderkoans’, maar voor mij missen ze de diepgang en de literaire kwaliteiten van de originele Chinese gong-an. Erg hartelijk en ingeleefd zijn ze trouwens ook niet.

Beste X,
Met die term, ‘polderkoan’, wilde ik in de eerste plaats aangeven dat mijn dialogen eerder geïnspireerd zijn door het nabije westen dan door het verre oosten.
Mijn protagonisten luisteren niet naar onuitsprekelijke namen, eten niet alleen maar rijst en houden zich niet alleen maar bezig met rare vragen als ‘Waarom kwam Bodhidharma uit het westen’, ‘Waarom heeft Bodhidharma geen baard’, ‘Heeft een hond de boeddhanatuur’, ‘Is de volmaakte verlichte nog onderhevig aan de wet van oorzaak en gevolg’, ‘Waarom kan de os wel ontsnappen maar zijn staart niet’ en ‘Van wie zijn alle vroegere en toekomstige boeddha’s dienaren’.

Dat mijn teksten gespeend zijn van diepzinnigheid kan ik zonder meer beamen.
Mijn geest, wat dat ook moge wezen, gesteld dat er zoiets is, kent geen dieptes of hoogtes meer.
Nog een reden om de polder als metafoor te kiezen.
Voor de hemel en de hel moet je bij onze oosterburen wezen, al heten ze daar samsara en nirwana.
Bij gebrek aan focus heb ik geen wijsheid of dwaasheid meer te vergeven; gezegend zijn de schelen want wij zien alles van twee kanten.
Geen antwoorden meer, geen vragen meer, maar zagen aan je stoelpoten tot je met beide billen stevig op de grond zit.
Waarom denk je dat mijn website niet-weten.nl heet?

Literaire, spirituele of religieuze pretenties heb ik niet.
Dwaalteksten moeten gewoon hun werk doen: een indruk geven van een ontregeld en ontregelend denken dat zichzelf liefdevol in de staart bijt – noem dit desnoods wijsheid.
En als het even kan van de zielsverrukking, om niet te zeggen zielsverrücktheid waarmee dat ongevraagd en onverwacht en onverdiend gepaard gaat.
Leeg is mijn windei, hoezee en joechei!

Ik kan me best voorstellen dat je mijn schrijfsels niet bijzonder sympathiek vindt.
Het is nou eenmaal niet alleen metta, karuna en mudita wat het dwijze hart slaat.
Mij zul je bijvoorbeeld nooit horen zeggen dat je al verlicht bent.
Ook niet dat je god, de liefde, de bron, geest, bewustzijn, de waarheid, de onschuld of het leven zelf bent.
Ook niet dat je alles bent, dat alles één is, dat jij dat ene bent, dat je bent, dat je niet bent of dat je er zijn mag.
Ook niet dat er nog geen grassprietje verkeerd ligt.
Zelfs het tegendeel beweer ik niet.
Ik zeg alleen maar niets.
Uitruimen, kaalslaan en platbranden; dat is niet weten.
‘Maak je ook maar het geringste onderscheid, dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen’, zei Seng-ts’an, de derde zenpatriarch al.
Daarmee maakte hij onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit, en weken hemel en aarde oneindig ver uiteen.
Dat had hij er best even bij kunnen zeggen; is dat nou zo moeilijk?
Weg ermee dus, en weg ook met het weg ermee.
Leeg is mijn windei, joechei en hoezee!

Sympathiek of niet, in mijn schrijverij word ik gedreven door een grote hartstocht en een redeloos verlangen om de balzaal van mijn bovenkamer open te stellen voor iedereen die ook eens een keertje met zijn gedachten wil dansen.
Met de leegte wil sjansen.
Als het je inspireert, welkom, als het je irriteert, nietkom.

Beste Hans,
Je hebt het over de ‘balzaal van je bovenkamer’, maar ik ervaar bij jou helemaal geen ruimte voor welke gedachte ook. Integendeel, soms lijkt het wel of er helemaal niets gedacht mag worden van Hoofdinspecteur Van Dam van de Gedachtenpolitie.

Beste X,
Welnee joh, dat denk je maar.
Noem het een speelzaal, noem het een snijzaal, noem het een spiegelzaal, noem het een slaapzaal, noem het een feestzaal.
Ik noem het een balzaal omdat het er leeg is.
Het is er leeg omdat er geen gedachten wonen.
Er wonen geen gedachten omdat ze wegwaaien.
Ze waaien weg omdat het er altijd tocht.
Het tocht er er omdat alle deuren tegen elkaar open staan.
Wat voor deuren en wie of wat heeft ze tegen elkaar opengezet?
Daar kun je eindeloos over nadenken, maar ook die gedachten komen niet in mij wonen, of ik niet in hen.
Het is in ieder geval niet zo dat ik een vestigings- of samenscholingsverbod heb uitgevaardigd, of dat ze niet in mijn oorsprongs- of bestemmingsplan passen, of dat ik de hele dag een potje mindful loopt te wezen, of heen en weer de weetnietgeest praktiseer of soetra’s bestudeer of onverdroten mediteer tot mijn zitvlak niet meer te onderscheiden is van mijn oorspronkelijke gezicht en mijn gat één wordt met de lege heer, ken je dat?
Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar gedachten trekken zich over het algemeen bar weinig van mij aan.
Net zomin als honden, regenbuien en kinderen.
Ook niet in de lange jaren dat ik wél voor politieagent probeerde te spelen.

Voor straf trek ik me niets meer van mijn gedachten aan.
Ook niet van de vorige.
Ook niet van deze.
Ook niet van de volgende.
Negeren is regeren.
Want zie: ze waaien vanzelf weer weg.
En blijven vanzelf maar wegwaaien.
Nu deze weer!
Nu deze weer!
Nu deze weer!

In de polder gaat de wind nooit liggen.

Het Laatste Oordeel

vel jezelf

Beste Hans,
Over zijn boek Ontwaakte aanwezigheid zegt Maurice Knegtel Sensei:

‘Ontwaakte aanwezigheid gaat over wat we volgens zen in wezen zijn: een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.’

‘Een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid’ lijkt mij een prima definitie van niet-weten.

Beste X,
Het klinkt als een klok, maar ik galm het niet na.

Beste Hans,
Waarom niet?

Beste X,
Omdat ik ‘mezelf’ en ‘ons’ liever niet meer vastleg.
Niet op positieve wijze als dit of dat; niet op negatieve wijze als niet zus of niet zo, niet op paradoxale wijze als dit en niet dit, niet op overtreffende wijze als boven of voorbij dit of dat, en niet als principieel onbepaalbaar.
Dus ook niet als een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid; en ook niet als géén in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Beste Hans,
En als je jezelf toch moest vastleggen?

Beste X,
Dan zou ik zoveel mogelijk in particuliere termen spreken: namens mezelf en voor mezelf en over mezelf en alleen maar voor dit moment in deze context.
Dus niet in algemene termen: namens zen voor iedereen over iedereen op alle plaatsen in alle tijden.
Het ligt mij nou eenmaal niet om een definitieve waarheid over ons wezen te debiteren.
Al was het alleen maar omdat ik daarmee iedere (zen)boeddhist en iedere wereldling die er anders over denkt of die er helemaal niet over denkt – zowat de hele mensheid dus – impliciet voor gek verklaar.
Wanneer we er tenminste van uitgaan dat er maar één definitieve waarheid definitief waar kan zijn.

Mijn enige ambitie is niets definitiefs over mezelf te zeggen zolang ik niets definitiefs over mezelf te weten ben gekomen, en niets definitiefs over óns te zeggen zolang ik niets definitiefs over ons te weten ben gekomen.
Misschien is dat wel definitief, aangezien ik er niet meer op uit ben iets definitiefs over mezelf of over ons of over wat dan ook te weten te komen – als er al zoiets is en als het al door ons geweten kan worden.
Aan Maurice Knegtel en zijn meesters (Meestels) zou je daarom nog wel wat kunnen hebben, op voorwaarde dat ze niet uit hun nek kletsen of anderen napraten die op hun beurt uit hun nek kletsen of anderen napraten die… en zo helemaal terug via Bodhidharma naar de Boeddha, de downside1 van de lineage.
Aan mij heb je hoe dan ook niets.

Beste Hans,
Laat dat mijn zorg zijn.

Beste X,
Mijn zorg is het jou niks wijs te maken.
Lukt het een beetje?

Beste Hans,
Iets te goed naar mijn smaak. Ik weet niet eens of je nou al antwoord hebt gegeven op de stelling waarmee ik opende, dat niet-weten verwijst naar dat wat we in wezen zijn, de in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid.

Beste X,
Ik weet niet wat wij in wezen zijn; ik weet niet eens of wij in wezen zijn.
Ik weet ons geen aanwezigheid en geen afwezigheid, niet volmaakt helder of onvolmaakt helder of volmaakt onhelder, niet volmaakt vrij of onvolmaakt vrij of volmaakt onvrij.
Ik zie geen kans vast te stellen of wij alles omvatten of iets of niets, en mocht ik daar op een gegeven moment toch in slagen dan zou ik niet weten hoe ik dat moest verifiëren.

Beste Hans,
En die openheid?

Beste X,
Mochten wij inderdaad alles omvatten dan is het onzin om onszelf open te noemen, aangezien er buiten ons niets is om voor open te staan.
Mochten wij inderdaad open zijn dan is het onzin om onszelf alles omvattend te noemen, aangezien er buiten ons iets moet zijn om voor open te staan.
Mochten wij open en niet alles omvattend zijn dan is het onzin om te zeggen dat wij in onszelf rusten.
Mochten wij in onszelf rusten dan hebben we per definitie geen toegang tot iets buiten onszelf, waardoor we onmogelijk kunnen vaststellen of we alles omvattend zijn.
Mochten we alles omvatten dan is het onzin om onszelf vrij te noemen, want wat zouden we in dat geval anders kunnen dan voortdurend alles omvatten, aanwezig zijn en met onszelf samenvallen.

Hoe langer ik over die prachtzin nadenk, hoe meer de zin en de pracht ervan mij ontgaan.
Is dit nou zen?
Welja.
Prachtzen.
Vol denkbeelden.
Van mij mag je ze houwen en van mij mag je ze houden of weggeven of duur verkopen aan iedereen die liever onderaan een lineage bungelt dan op eigen benen staat, maar mijn dwaaltuin komen ze niet in.

Kan het zijn dat we deze prachtzin niet letterlijk moeten nemen maar, bijvoorbeeld, dichterlijk of overdrachtelijk of pedagogisch of zelfs ironisch?
Dan valt mijn weerwoord in het water.
Des te beter, dan hoef ik het er zelf niet in te gooien.

Beste Hans,
Heeft zo’n prachtzin dan geen enkele aantrekkingskracht op jou?

Beste X,
Vroeger zou ik wát graag geloofd en ervaren en verkondigd hebben dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn.
Helaas, geloven kan ik dit soort gedachten niet (meer), en dromen zijn ook ervaringen, dus ervaringen bewijzen sowieso niks.
Wat valt er dan te verkondigen?
Geen nood, zei de uitgang, ik ben al weg
Zwevend boven heg noch steg
Lome vlucht van ijle bel
Vederlicht is nu mijn juk
Niet te verklaren mijn geluk
Niet te verklaren en niemand de weg te wijzen
Niet aan te raden maar te raden overlaten.
Jou werpt het terug op jezelf, gesteld dat er zo iemand is.
Wie weet is dat net waar je wezen moet, en anders is er maar een vrouw overboord.
Berg je voor de reddingsboys.

Beste Hans,
Maurice Knegtel Sensei zuigt het toch ook niet uit zijn duim allemaal. Net als Nico Tydeman Sensei is hij een loot van een ononderbroken lineage die via Genpo Roshi, Maezumi Roshi en de zenpatriarchen helemaal terug gaat op de historische Boeddha zelf.

Beste X,
Niemand weet wat de eventuele historische Boeddha precies gezegd heeft, maar als metafysicus heeft hij hoegenaamd geen naam gemaakt.
Na het oversteken van de stroom en het achterlaten van het vlot2 is er hoe dan ook geen sprake meer van leringen – dus ook niet van atman, anatman of brahman, niet van small mind of big mind en niet van het bewustzijn dat of de aanwezigheid die wij zijn; zodat de vraag gerechtvaardigd is of je je terecht op zijn gezag beroept.

Al met al lijkt de Boeddha mij tamelijk streng in de non-leer.
Eeuwen later zag Bodhidharma er al geen been meer in om ‘alles leeg en niets heilig’ te roepen.
Millennia later heet het steeds vaker – ik parafraseer – ‘alles aanwezig en alles heilig’.

Op wiens gezag wou jij je beroepen?

Beste Hans,
Niet op het jouwe.

Beste X,
Een goed begin.
Je kunt je wel verschuilen achter een of andere levende of dode autoriteit, maar het boeddhisme kent nou eenmaal niet zoiets als het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid.
Vandaar misschien al die stamboomklevers.
Kende het boeddhisme wel zo’n dogma dan was het weer de vraag aan wie of wat de pauselijke boeddha zijn gezag ontleent, enzovoort.
We zullen ons erover buigen zodra het eerste rooms-boeddhistische concilie bijeenkomt.
Tot die tijd is alles wat je beweert voor eigen rekening.
Iedere lineage begint en eindigt bij jou, of je het nou ziet of niet.
Daarom is de enso rond.

Iedere lineage begint en eindigt bij jou

Het eerste oordeel is aan jou, het middelste oordeel is aan jou en het laatste oordeel is aan jou.
Ook als je het uit handen geeft.
Alleen het allerlaatste oordeel velt zichzelf.
Daar kun je op wachten.

Beste Hans,
Welk oordeel heb je het over?

Beste X,
Elk oordeel op zijn eigen tijd.
Durf jij op dit moment je hand in het vuur te steken voor de gedachte dat wij in wezen een in zichzelf rustende, open, alles omvattende, volmaakt vrije en heldere aanwezigheid zijn?

Beste Hans,
Nee.

Beste X,
Waarvoor wel?

Beste Hans,
Ik pas.

Beste X,
Dat lijkt mij een prima definitie van niet-weten.

Voetnoten

1. downside: 1. nadeel; 2. basis; 3. onderkant

2. In de Alagaddupama-Sutta staat de volgende gelijkenis:

“Stel dat een man die op reis is een grote stroom ziet, waarvan de oever aan zijn kant gevaarlijk, angstaanjagend is en de tegenoverliggende oever veilig en er is geen veerpont of een brug om over te steken. Hij zou zo denken: “Als ik nu eens gras, stukken hout, takken en bladeren zou verzamelen, een vlot zou bouwen en met behulp van dat vlot, peddelend met handen en voeten, veilig en wel naar de overkant zou oversteken?” Hij zou dat doen en aan de overkant aangekomen zou hij dit denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me. Als ik het nu eens op mijn hoofd of mijn schouders zou tillen en verder zou gaan?”

Wat denken jullie, zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden?”

“Zeker niet, Heer!”

“Hoe zou die man dan wel moeten handelen?”

“Welnu, die man zou, als hij overgestoken is, zo kunnen denken: “Dit vlot is een grote hulp voor me geweest. Als ik het nu eens op het droge zou trekken of op het water laten wegdrijven en zelf verder zou gaan?” Zo handelend zou die man doen wat er met dat vlot gedaan moet worden. Net zo heb ik de Dhamma onderwezen, als te vergelijken met een vlot, bedoeld om mee over te steken, niet om vast te houden. De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten jullie zelfs de leringen opgeven, laat staan de dingen die in strijd zijn met de leringen.”

(overgenomen uit het artikel ‘Jij, dwaze man, zult bekend staan om deze slechte opinie van jou’ van André Baets)

En zo beroep ik mij in deze voetnoot op het gezag van woorden die aan de Boeddha worden toegeschreven en aan wie ze hun gezag ontlenen, om leringen die aan de Boeddha worden toegeschreven en aan wie ze hun gezag ontlenen, te ondermijnen.
Een hachelijke zaak.
De gelijkenis van het vlot begrijpend, moeten wij zelfs de gelijkenis van het vlot opgeven, maar of dat de leringen kan redden?
Blub.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Verkeerd verbonden

Beste Hans,
Wat ik denk ik het meeste mis op niet-weten.nl is verbondenheid. Verbondenheid met het leven, verbondenheid met alle voelende wezens, verbondenheid met dit moment, verbondenheid met wat zich maar voordoet, precies zoals het zich voordoet. Is verbinding niet waar het in het leven om draait? Wat er ook is, wend je niet af!

Beste X,
Wat als er afwenden is?

Beste Hans,
Het gaat erom dat je je helemaal overgeeft aan dit moment, zonder opsmuk, angst of reserve.

Beste X,
Wat als er opsmuk is? Wat als er angst is? Wat als er reserve is?

Beste Hans,
Maar dat is nou net het punt: alles mag er zijn!

Beste X,
Waarom dan dat ‘wend je niet af’? Mag afwenden er soms niet zijn? Waarom ‘zonder opsmuk, angst of reserve’? Mogen opsmuk, angst en reserve er soms niet zijn?

Beste Hans,
Nu hoor ik pas wat je zegt.

Beste X,
Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

Beste Hans,
Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen.

Beste X,
Geef je daar dan maar eens helemaal aan over. Of wend je ervan af – ook goed.

Beste Hans,
Dus eigenlijk geef ik mij met mijn verzet tegen afwenden, opsmuk, angst en reserve helemaal niet over aan dit moment?

Beste X,
Tenzij verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve is wat er zich op dit moment aan je voordoet.

Beste Hans,
Ook verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve mag er zijn, wou je zeggen.

Beste X,
En verzet tegen verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve. En verzet tegen verzet tegen verzet tegen afgescheidenheid, opsmuk, angst en reserve.

Beste Hans,
Want?

Beste X,
Als alles er mag zijn, dan ook dat niet alles er mag zijn en ook dat alles er niet mag zijn. Is dat niet fijn?

Beste Hans,
Maar wat zeg je dan nog helemaal?

Beste X,
Dat zou ik ook weleens willen weten.

Niet te geloven

‘Waar geloof jij in, Hans?’
‘In niet geloven.’
‘Echt?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom zeg je het dan?’
‘Omdat het zo is.’

 

Maapsluts

Beste Hans,
Het heeft lang geduurd, maar inmiddels ben ik praktisch zover dat ik NIETS meer zeker weet. Ik geef me steeds meer over aan het eeuwige HIER EN NU!

Beste X,
Heb jij iets tegen weten?
Heb jij iets tegen het daar en toen?
Wat is er eeuwig aan het hier en nu?
Is overgeven beter dan beheersen?

Beste Hans,
Er is NIEMAND hier. Wie zou zich dan moeten overgeven? Niemand zijn, dat is pas overgave. Overgeven doe je niet, dat ONDERGA je. Wie ondergaat het? NIEMAND ondergaat het. We leven niet, we WORDEN geleefd. Waardoor? Door HET LEVEN. Door HET MYSTERIE. Dat is het enige wat ik zeker weet. Verder is er alleen maar NIET-WETEN.

Beste X,
Ik zou het echt niet weten.

Beste Hans,
Wat niet?

Beste X,
IEMAND hier of NIEMAND hier? Gooi maar in mijn pet.
DOEN of ONDERGAAN? Gooi maar in mijn pet.
LEVEN of GELEEFD WORDEN? Gooi maar in mijn pet.
WETEN of NIET-WETEN? Gooi maar in mijn pet.
HOED of PET? Muts.

Liefs,

Kabouter Muntputs.

p.s.
Je exclameert dat het leven een mysterie is.
Welk leven?

Beste Hans,
DIT leven. Het TIJDLOZE NU. Is het soms geen WONDER?

Liefs, je Slaapmuts.

Beste X,
ALLEEN wanneer je dat weer EVEN denkt.
TIJD voor een MYSTERECTOMIE?

Welterusten, je Maapsluts.

Dienaren

Beste Hans,
Soms vraag ik me af: sta jij nou in dienst van je correspondenten of staan zij in dienst van jou?

Beste X,
Op deze website staan we allemaal in dienst van niet weten.

Beste Hans,
En daarbuiten?

Beste X,
Ik zou het ook niet weten.


Ho-en zei: De vroegere en toekomstige Boeddha’s, beiden zijn zijn dienaren. Wie is hij? (koan 45 van de poortloze poort)

Metta of zonda

Beste Hans,
Wat ben jij tegendraads, zeg. Waar is je liefdevolle vriendelijkheid? Omhels het leven! Een echte Boeddha is naar mijn mening zacht, warm en ontvankelijk.

Beste X,
Wat kan ik zeggen?
Een pamper ben ik niet.
Er wordt hier niet geluierd.

Simple minds

Beste Hans,
Wanneer het niet aflatende verstand, uitgeput door de vele vragen, bezwijkt onder het niet-weten, neemt big mind het stokje over van small mind. Dan resteert alleen de eerlijkheid van de overgave en de ontmaskerende stilte van de dood.

Beste X,
Mijn verstand, aangenomen dat er een verstand ten grondslag ligt aan mijn gedachten, aangenomen dat ik meer gedachten heb dan deze ene nu, is geenszins bezweken of uitgeput maar alive and kicking.
Het danst rond, bekijkt de zaken steeds van alle kanten en trekt voortdurend aan de losse eindjes van de zelfbreiende trui die weten heet, wat ook maar weer een hypostase is, als dat is wat het is.
Het zou ook niet best zijn als mijn verstand uitgeput raakte en bezweek want wie of wat moet het anders opnemen tegen alle praatjes die mij voortdurend, wie weet vanuit of via datzelfde verstand, ter ore en onder ogen komen?

Er wordt geweten, ook in ‘mij’ (neem alleen al deze zin) en er wordt niet geweten, en dat is een wilde stoeipartij, als het al geen domme opeenvolging van ongerelateerde gedachten is, die, neem ik aan, pas ophoudt als ik dood neerval.
Of de stilte van de dood inderdaad iets of iemand ontmaskert of dat de dood integendeel zelf ontmaskerd wordt, moet ik maar afwachten want ik ben nog niet dood.
Tenzij dit de dood al is.
Maar wat is dan het leven?

Wat er door de stilte van de dood wél ontmaskerd wordt, weet ik ook niet, of het moet het weten zelf zijn, maar dat wordt toch al voortdurend ontmaskerd, door, of liever in niet weten, dus daar hebben we de dood niet voor nodig.
Ook niet voor het ontmaskeren van niet weten of voor het ontmaskeren van het ontmaskeren, als we mij tenminste als maatstaf mogen nemen.
Of de dood de gedaante van stilte aan zal nemen wacht ik ook nog even af.
Die stilte zal in elk geval niet van de nabestaanden komen, zo leert de ervaring, maar er is beslist een kans dat small mind dan eindelijk zijn kwek houdt.
Big mind heeft sowieso nog nooit iets van zich laten horen, geen kwik en geen kwak, dat zul je met me eens zijn, tenzij dit is hoe hij, zij of het van zich laat horen – dus wie weet?

Het woord ‘eerlijkheid’ suggereert dat ‘het verstand’ of zijn veronderstelde product, ‘de gedachte’, oneerlijk of vals of illusoir is.
Maar dan is ‘eerlijkheid’ ook zo’n product van het verstand en zelf vals.
Persoonlijk ervaar ik niet weten niet als een vorm van al dan niet vrijwillige overgave, noch als een daad, en zeker niet als een vorm van eerlijkheid.
Eerder zou ik zeggen dat ik, als het erop aan komt, geen onderscheid meer weet te maken tussen eerlijk en vals, small mind en big mind, verstand en gedachte, strijd en overgave, masker en gezicht, levend en dood.
En ook niet tussen onderscheid en eenheid, weten en niet-weten.
Noem het desnoods een onvermogen.
Nog liever zeg ik niets, maar in mijn ervaring doet men dat best met woorden.
Want niets wekt zoveel misverstand als stilte – en niets is zo doods.

Waarvan is de mind een constructie?

Beste Hans,
Van de week las ik in een zenboekje: ‘oorspronkelijk is er geen binnen en geen buiten’. Daar ben ik het helemaal mee eens. Alles is één. In het ene kan geen binnen en buiten zijn. Binnen plus buiten is twee. Een hond maakt ook geen onderscheid tussen binnen en buiten. Ik bedoel daarmee, tussen zichzelf en de wereld. Tussen subject en object. Tussen de waarnemer en het waargenomene. Dat zijn alleen maar constructies van de mind. Dus ja, oorspronkelijk is er geen binnen en buiten.

Beste X,
Wie bij de hond slaapt krijgt vlooien.

Beste Hans,
Wat voor vlooien?

Beste X,
Uitgaande van de wijsheid van onze trouwe viervoeter:

  1. Maakt een hond onderscheid tussen oorspronkelijk en nadien?
  2. Kan een hond tot één tellen?
  3. Als een hond zijn spiegelbeeld aanvalt, is hij dan met zichzelf aan het spelen?
  4. Laat een hond zich binnenstebuiten keren?
  5. Waarom wil mijn hond niet naar buiten als het regent?

Voor je losbrandt, eerst even je woef raadplegen.

Beste Hans,
Dat er oorspronkelijk geen binnen en geen buiten is, is ook een constructie van de mind, wou je zeggen.

Beste X,
Alsof ik wat wou zeggen.
Ik wou nog wel wat vragen:
Waarvan is de mind een constructie?

Smid zonder geheim

Beste Hans,
Jij spreekt voortdurend alles tegen. Meer heeft je zogenaamde niet-weten niet om het lijf. Op mij komt het tenminste over als een truc. Als ik het mis heb moet je het maar rechtzetten.

Beste X,
Trucs zijn op den duur niet vol te houden.
Dat weet je net zo goed als ik.
Probeer bijvoorbeeld maar eens ‘mindful’ te blijven.
Je aandacht op je aandacht te houden, of op je ademhaling.
Een eeuwigdurende bodyscan te doen om ontspannen te blijven.
Een erectie in stand te houden door louter verbeelding.
Vriendelijk te blijven door alleen maar liefdevolle gedachten te denken.
Je hoofd leeg te maken door nergens aan te denken.
Misschien dat het eventjes lukt, of schijnt te lukken, maar vroeg of laat ga je voor de bijl.
Ik in ieder geval wel.

Niet weten houd ik nu al zeven jaar vol.
Voor mij is dat te doen want ik hoef het niet te doen.
Wat me juist geen doen lijkt is om het niet meer te doen.
Weer net als vroeger heilig in mijn gedachten te moeten geloven, welke dan ook.
Al was het maar de gedachte dat ik niet weten nu al zeven jaar volhoud, dat dit voor mij te doen is omdat ik het niet hoef te doen en dat het voor mij geen doen zou zijn om het niet meer te doen.
Dat zou pas een truc zijn.
Een grote truc.
Volgens mij zou ik binnen vijf minuten door de mand vallen.
Sterker nog, ik zou niet weten waar ik moest beginnen.
Denk ik nu eventjes.
Maar ja…

Wat jij aanziet voor een maniertje is in werkelijkheid een ongekend ontkennend denken dat elke gedachte (be)proeft en geen enkele slikt.
Dat geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.
Dat zijn gedachten het vuur na aan de schenen legt, uit elkaar trekt, binnenstebuiten keert en in steeds nieuwe configuraties aaneensmeedt.
Zonder effectbejag en zonder winstoogmerk.

Mijn denken zoekt geen houvast en biedt geen houvast.
Ook niet in de gedachte dat het geen houvast zoekt en geen houvast biedt.
Ook niet in de gedachte dat het zonder effectbejag of winstoogmerk zijn gedachten het vuur na aan de schenen legt, uit elkaar trekt, binnenstebuiten keert en in steeds nieuwe configuraties aaneensmeedt.
Ook niet in de gedachte dat het elke gedachte (be)proeft en geen enkele slikt.
Ook niet in de gedachte dat het geen vonken vreest en zichzelf niet spaart.
Ook niet in de gedachte dat er een entiteit bestaat die ‘denken’ heet en een andere entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid en van dat denken de eigenaar of de denker of de getuige is.
Ook niet in de gedachte dat er géén entiteit bestaat die ‘denken’ heet of geen entiteit die met ‘mij’ kan worden aangeduid, of van dat denken niet de eigenaar of de denker of de getuige is.
Je ziet, ik schilder mij met reuzenstreken uit iedere hoek.
Daardoor kom ik nooit vast te zitten.
Ook niet in de gedachte dat ik nooit vast kom te zitten.

Is dit wat je bedoelt met ‘tegenspreken’ en ‘een truc’?

Beste Hans,
Misschien is het geen truc maar ik blijf het een raar verhaal vinden waarin ik me niet kan herkennen. Zelf zit ik in de hoek van het taoïsme en het zenboeddhisme, waarin niet-weten verwijst naar een simpel en deemoedig leven, en naar een onkenbaar en onnoembaar principe voorbij de woorden (tao, geest, zelf, boeddhanatuur, leegte).

In een interview met Erna Heijligers* zegt zenleraar Maarten Houtman:

‘Het is een kunst om echt eenvoudig te worden. Daar moet je je dagelijks in oefenen. Het begint al ‘s ochtends als je wakker wordt, dat je eigenlijk kans moet zien om niks te zijn. Helaas lukt mij dat niet altijd.’

En even verderop:

‘Waar het om gaat is dat je een balans vindt tussen het Grote Mysterie en je dagelijks leven. Vaak is er die aandacht niet waarin dat Andere mee kan spelen. Dat is spijtig, maar zo is het gewoon. Ik zeg ook altijd tegen mijn leerlingen: ‘Jullie denken misschien dat het bij mij anders is, maar ik ben een gewone sterveling en heel gelukkig als die twee gelijktijdig aanwezig zijn”.

Eenvoudig worden, een balans vinden tussen het Mysterie en je dagelijks leven, dat is mijns inziens waar het op aankomt. En ruiterlijk erkennen dat die aandacht er vaak niet is, waardoor het dagelijks leven steeds weer aan het langste eind trekt. Durf jij dat?

Beste X,
Mijn denken is zo eenvoudig als wat, maar dat komt eenvoudig doordat ik het allemaal niet meer weet, niet doordat ik zo eenvoudig als wat probeer te zijn.
Eenvoud is voor mij sowieso geen norm, ik zie niet wat er mis is met complexiteit, als ik het verschil al weet vast te stellen.
Ik zou ook niet weten waarom je al ”s ochtends als je wakker wordt […] kans moet zien om niks te zijn.’
Ingewikkeld gedoe.
Ik moet er niet aan denken.
Zoiets kan alleen maar mislukken.
Vraag maar aan Maarten.
Zelf sta ik ’s ochtends gewoon op.
Kan ik je ook aanraden.
Is nog nooit misgegaan.
Ongelooflijk, vind je niet?

Heel kenmerkend, dat terminale streven.
Zenboeddhisten zijn nooit tevreden en mogen graag het onmogelijke proberen:

Onbeweeglijk zitten met de aandacht eenpuntig op de ademhaling gericht, om na iedere sessie vast te moeten stellen dat het je weer niet gelukt is.
Volgende keer beter.

Onoplosbare raadsels oplossen, om bij iedere daisan vast te moeten stellen dat je er weer naast zit.
Volgende keer beter.

De grote weg gaan zonder enige verwachting, om na iedere oefening vast te moeten stellen dat je nog steeds op satori hoopt.
Volgende keer beter.

Helemaal spontaan zijn, om in iedere situatie vast te moeten stellen dat je nog steeds secundair reageert.
Volgende keer beter.

Geloften afleggen, om aan het eind van iedere dag vast te moeten stellen dat je ze weer niet hebt nageleefd.
Volgende keer beter.

Alles met volledige overgave doen, om aan het eind van iedere handeling vast te moeten stellen dat je je kop er weer niet bij had.
Volgende keer beter.

Er is altijd een volgende keer, menen ze, het kan altijd beter, geloven ze, en daarom hebben zenboeddhisten levenslang.
Misschien is het ze daar juist wel om te doen.
Uit angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.
Of is dat te eenvoudig gedacht?
Zelf heb ik geen angst voor de leegte van een voortijdig voltooid leven.
Waarom zou ik ook.
Ik zit er al middenin.
Hoe dat voelt?
Eerst moest ik oeverloos huilen.
Maanden mijn tuil laten tuilen.
Huilen werd pruilen, pruilen werd suilen en nu zit ik dikwijls te smuilen.
Ruilen?

Balans tussen het mysterie en het dagelijks leven zegt mij niets.
Als je het mysterie zoekt vind je het dagelijks leven en als je het dagelijks leven onderzoekt begrijp je er niks meer van.
Dus wat is het verschil?
Hiermee stort het denksysteem waarbinnen het gewone en het Andere eerst als afzonderlijke entiteiten kunnen verschijnen (en uit balans kunnen raken, en weer in balans moeten worden gebracht en gehouden) als een kaartenhuis ineen.
En Klaar is Kees, zei de transseksueel.
Waarmee ik niet wil zeggen dat het gewone en het Andere in werkelijkheid leeg of illusoir zijn, of een ondeelbaar geheel vormen, of een eenheid van tegendelen, of de keerzijden van een munt, of dat dat niet zo is.
Wat weet ik van de werkelijkheid?

Afijn, je kunt je inmiddels wel voorstellen dat juist ‘die aandacht […] waarin dat Andere mee kan spelen’, op mij overkomt als een trucje, om niet te zeggen een grote truc, om niet te zeggen een illusie, om niet te zeggen waanzin.
Hoe je het ook noemen of verzwijgen wilt, ‘vaak is er die aandacht niet’.
Zelfs niet na een zenpraktijk van een halve eeuw – en wie kan daarop bogen?
Geen wonder dat Maarten Houtman heel gelukkig is als ‘die twee’ eens een keertje gelijktijdig aanwezig zijn.
Was, moet ik zeggen, want de voormalige streveling heeft het alledaagse sterven alweer een poosje achter zich gelaten.
Tijdelijk of voorgoed, dat moet nog blijken.
Of hij ook het mysterie met kleine of hoofdletter achter zich heeft gelaten of er nog steeds deel van uitmaakt of erin op is gegaan of het heeft ingelijfd of overwonnen of begrepen of doorzien of nog iets anders of niets van dat alles, kan ik je zo een, twee, drie niet vertellen.
Ik beken, van mij is nog nooit iemand wijzer geworden.

Om misverstanden te voorkomen: ik heb niets tegen trucs.
Ik heb niets tegen mensen die een poosje of levenslang of levens lang naar eenvoud, balans, onbeweeglijkheid, spontaniteit, volmaaktheid, aandachtigheid, overgave of wat dan ook streven, of schijnen te streven, wie zal het zeggen, en/of proberen niks te zijn.
Ik ga er niet van uit dat ze daarvoor kiezen.
Ik ga er ook niet van uit dat ze niet anders kunnen.
Ik ga er niet van uit dat het ergens goed voor is.
Ik ga er ook niet van uit dat het nergens goed voor is.

Als ik het mis heb moet je het maar rechtzetten

Beste Hans,
Wou jij de nestor van de Nederlandse zenbeweging naar de kroon steken?

Beste X,
Dat ik voor eeuwig in Zijn Schaduw moge staan.

Beste Hans,
Als iemand die wél permanent in niet-weten verkeert en er nooit eens uitvalt, bedoel ik?

Beste X,
Welnee joh.
Ik verkeer nergens in.
Vandaar dat ik er nooit eens uitval.
Snappie?

Beste Hans,
Nee.

Beste X,
Eenvoudiger kan ik het niet maken.

Beste Hans,
Toch bedankt.

Beste X,
Volgende keer beter.

* Het Verhaal is nog niet uit in De Tao van Zen; Feestschrift bij Maarten’s 90e verjaardag