Dadaïsme en surrealisme

‘We willen de breekbaarheid van het denken laten zien, en op welke onzekere gronden we onze wankele huizen hebben gebouwd.’ Citaten van Theo van Doesburg, André Breton en anderen.

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Filosofie > Dadaïsme en surrealisme


Theo van Doesburg

Theo van Doesburg


Uit Wat is Dada?, Theo van Doesburg, 1923:


Dada leven

Dada wil geleefd zijn.
Dada verlangt geen intellectueele bevattingsmogelijkheid.
Dada wijst elke logische begripsassociatie onverbiddelijk van de hand.


Spontaniteit

Den dadaïsten gedurig gestelde vraag »wat is dada« is theoretisch evenmin te beantwoorden als alle vragen betreffende andere levensphenomenen.
Het antwoord op de vraag »wat is dada« laat zich slechts in de spontane handeling omzetten.


Geen vragen, geen stellingname

Dada stelt überhaupt geen vragen.
Dada is de ontkenning van den algemeen gangbaren levenszin.
Dada is de sterkste negatie van alle cultureele waardebepalingen.
De werkelijke dadaïst neemt voor niets stelling, noch voor kunst, noch voor politiek, noch voor philosofie of godsdienst.


Louter etiketten

Dada ziet in alle imaginaties die ons van de werkelijkheid hebben afgeleid – we mogen ze Tao, Om, Bramah, Jaweh, God, getal, geest, enz. noemen, slechts verschillende etiketten voor een en hetzelfde artikel dat, »uit een niets zich ontwikkelend« met veel tam tam en boem boem den mensch wordt opgedrongen.


Altijd al dada

Dada heeft altijd bestaan, doch werd eerst in dezen tijd ontdekt.


Niet dit of dat

Uit een heiligen tegenzin voor de ivoren closets onzer »groote Mannen« pretendeert hij [de dadaïst] niet, kunstenaar, filosoof of hervormer te zijn. Vrij van eerzuchtige verlangens, beroemd te zijn of maatschappelijk te slagen, is hij de meest vrije, meest rustige, gelijkmoedige mensch ter wereld.


Zoals een boom groeit

Dada (aldus Richard Huelsenbeck) ruht in sich, und handelt aus sich, so wie die Sonne handelt, wenn sie am Himmel aufsteigt oder, wie wenn ein Baum wächst. Der Baum wächst ohne wachsen zu wollen. Dada schiebt seinen Handlungen keine Motive unter, die ein »Ziel« verfolgen. Dada gebiert nicht aus sich heraus Abstraktionen in Worten, Formeln und Systemen, die es auf die menschliche Gesellschaft angewendet wissen will. Es bedarf keines Beweises und keiner Rechtfertigung, weder durch Formeln noch durch Systeme.


Bébé, Sisi of Lollo

Dada – dit woord beteekent niets en had, zooals Hausmann opmerkt, evengoed Bébé, Sisi of Lollo kunnen zijn – is uit geen enkel a priori, uit geen enkele theorie ontstaan.


Rien de rien

De dadaïsten – waaronder zich thans gaarne de beste en intelligentste menschen van onzen tijd (als Einstein, Chaplin en Bergson) rekenen, verklaren in bijna al hun manifesten uitdrukkelijk, dat zij niets willen, niets weten en niets zijn:
DADA – zoo schrijft Picabia – lui ne sent rien, il n’est rien, rien, rien.
Il est comme vos espoir: rien.
Comme vos idoles: rien.
Comme vos paradis: rien.
Comme vos hommes politiques: rien.
Comme vos héros: rien.
Comme vos artistes: rien.
Comme vos réligions: rien.
Dada is niet gemaakt, maar ontstaan.
DADAIST kan men niet worden, slechts zijn.


Wanordening

Dada ziet van elke proefneming, om de oneindig varieerende, chaotische en ongelijkvormige massa, die men menschheid noemt, te ordenen geheel af.


Mobiel

Dada heft de algemeen erkende dualiteit tusschen materie en geest, man en vrouw, geheel op en schept hierdoor het »Indifferenzpunkt« een punt alzoo boven het menschelijk begrip van tijd en ruimte.
Hierdoor bezit dada het vermogen het vast oog- en distantiepunt, dat ons in onze (3 dim) waanvoorstellingen gevangen houdt, mobiel te maken. Zoo werd het mogelijk, inplaats van slechts één facet, het geheele wereldprisma als een geheel te zien. In dit verband is Dada een der sterkste manifesten der 4e Dimensie, getransponeerd in het subjekt.
Van elk »ja« ziet Dada gelijktijdig het »neen«. Dada is ja-neen: een vogel op vier pooten, een ladder zonder sporten, een kwadraat zonder hoeken. Dada bezit evenveel positiva als negativa. De meening is alleen destruktief is het leven, waarvan Dada de uitdrukking is, misverstaan. Dada bestrijden beteekent zichzelf bestrijden. Dada wil afrekenen met de scheiding tusschen een transcendentale en een alledaagsche werkelijkheid. Dada is de behoefte aan een eenvormige wereldrealiteit bestaande uit dissoneerende en contrasteerende verhoudingen.


Uit Dadaïsme, Theo van Doesburg, 1923:


Veelvormig

Daar de dadaïst aan niets eenige positieve waarde hecht, aangezien hij de waarheid onbestaanbaar acht, spreekt het vanzelf, dat het dadaïsme geen bepaalden vorm heeft. Dada kan onder vele vormen tot uiting komen.


Geen-standpunt

De vorm, die echter het meest overeenkomt met de dadaïstische levenshouding is […] de relatieve kunstvorm nl., waarbij de maker voor niets stelling neemt. Deze relatieve kunstvorm gaat altijd vergezeld van een lach.


Spiegel

Voor den dadaïstischen dichter is het geheele wereldbeeld ’n gedicht zonder bepaald verband of zonder bepaalden zin. Hij wil de wereld niet uit haar verband rukken, door de poëzie buiten haar te stellen. Handel is hem evenzeer poëzie als geplakte zakken; het lezen van de courant geeft hem een dichterlijk genot. Hij maakt zijn verzen zooals hij zijn Shimmy danst, zooals hij eet, drinkt, wandelt of een bad neemt. De dadaïst heeft geen bizondere extaze noodig. Hij is instrument, spiegel van het geheele wereldgebeuren en dit gebeuren is DADA.


Ja-neen

De dadaïst, — de naam „dada”, drukt reeds de sprakelooze erkenning van het bestaan uit — schept uit de negatie van elke traditioneele, vastgestelde, steriele realiteit het „ja” van zichzelf, in onmiddellijk en onafscheidelijk verband met alle tijd-ruimtelijke gebeurtenissen en verschijnselen. Niet aan tijd en ruimte gebonden, leeft de dadaïst het positief-negatieve, het ja-neen, het vol-ledige het gisteren-morgen en in de stoute vlucht van zijn scheppende verbeelding, plaatst hij de tegengestelden direct nevens elkaar.


Geen onderscheid

Hij is niet bemiddelaar tusschen a en z, maar hij is az. Hij zegt niet: ik lig hier in mijn bed buiten „mij” rijden de vrachtwagens, omnibussen, auto’s en treinen, jankt een hond of schreit een kind enz., maar hij is er zich van bewust, dat dit alles tegelijkertijd met dezelfde snelheid, in hetzelfde tempo en met dezelfde intensiteit plaats grijpt. Hij zoekt voor dit gebeuren (zichzelf, bed, buiten, vrachtwagens, omnibussen, auto’s, treinen, hond, kind enz.) geen analoge voorstelling, geen theorie, zelfs geen synthese, maar hij doordringt wezenlijk, de zintuigelijke en buitenzintuigelijke gewaarwordingssfeer.


Uit Karakteristiek van het Dadaïsme, Theo van Doesburg, 1923.


Omgekeerde boom

Voor den dadaïst is de wereld transparant. Hij ziet de meest tegenstrijdige en inconsequente handelingen op een en hetzelfde vlak in een en hetzelfde moment plaats grijpen.

De wereld komt voor hem voor als een afdruk van verschillende over elkâar geschoven photografische negatieven. Uitgezonderd het heimelijk bedrog, en de behoefte elkander moreel en physiek te vernietigen, bestaan er voor hem geen enkele wezenlijke contrôle om zich in deze chaos te oriënteeren.

Elke actie hoe goed gemeend en sterk ook wordt direct gevolgd door een reactie van gelijke intensiteit.

Elke schijnbare evolutie is slechts verandering van vorm, de zoogenaamde geestelijke inhoud onverschillig van welk product, wordt slechts bepaald door de oogenblikkelijke en subjectieve stemming.

Wanneer men b.v. in de Upanishade leest dat het universum gelijk is aan een boom wiens wortels in de hemel en wiens kruin in de aarde groeit dan is men hiervoor (vooral bij ’n schemerlamp) in groote
bewondering.

Als men echter in onzen tijd van dada zegt: dat het is een vogel met vier pooten, een kwadraat zonder hoeken, dan is dit klinkklare onzin!

Dit is dada.


In dada leven

Dada is ondefinieerbaar, toch weet ieder wat dada is, omdat men in dada leeft.


Uit Holland Dada, K. Schippers, 2000:


Dada wil niets

Wanneer men den inhoud der dada-geschriften waarvan er hier een dertigtal voor mij liggen aan de rede toetst, pogende met gezonde burgermansdegelijkheid van elken zin den zin, van elk woord de logische beteekenis te vatten, komt men bedrogen uit. Dada wil dat niet. Maar wat wil Dada dan wel? Het wil niets. Maar ‘niets’ in positieven zin.
(35)


Te gronde

Ik heb zelf nog maar één hoop: als dadaïst te gronde te gaan.
(37)


Overzinnelijk

Wanneer achter ‘onzin’ een dieperen zin schuilt dan dien van de norm, is ‘onzin’ niet slecht geoorloofd maar zelfs noodzakelijk. Zoo zal het Dadaïsme nieuwe overzinnelijke normen scheppen.
(37)


André Breton

André Breton


Uit Le Manifeste du Surréalisme, André Breton, 1924:


Naamloos

De geest van de dromende mens wordt volledig bevredigd door wat hem overkomt. De beperkingen van de werkelijkheid doen zich niet langer gelden. Dood, vlieg sneller, heb lief zoveel je wilt. En als je erin blijft, weet je dan niet zeker dat je weer uit de dood zult ontwaken? Laat je meevoeren door gebeurtenissen die zich niet laten beïnvloeden. Je bent naamloos. Het gemak waarmee alles verloopt is onbetaalbaar.


Natuurlijk

Wat is het dat dromen zo natuurlijk maakt en mij in staat stelt zonder enige reserve een mengelmoes aan scènes te verwelkomen die zo bizar zijn dat ze me nog steeds verbijsteren terwijl ik dit schrijf? En toch kan ik mijn ogen geloven, mijn oren; deze grote dag is aangebroken, het beest heeft gesproken.


Surrealiteit

Zodra we het onderwerpen aan methodisch onderzoek … mogen we hopen dat de mysteriën die niet werkelijk zijn ruim baan maken voor het grote Mysterie. Ik geloof in de toekomstige versmelting van deze twee toestanden, droom en werkelijkheid, die schijnbaar zo tegenstrijdig zijn, tot een soort absolute realiteit, een surrealiteit zogezegd.


Surrealisme

[zelfstandig naamwoord] zuiver psychisch automatisme waarmee men hoopt in woord of geschrift of op welke wijze dan ook, de feitelijke werking van het denken tot uitdrukking te brengen. Gedicteerd door het denken zelf, niet gecensureerd door de rede, niet gehinderd door esthetische of morele overwegingen.


Hogere werkelijkheid

Het surrealisme berust op het geloof in de hogere werkelijkheid van bepaalde, tot nog toe veronachtzaamde associatievormen, in de almacht van de droom, in het belangeloze gedachtenspel. Het streeft ernaar alle andere psychische mechanismen te vernietigen en zichzelf daarvoor in de plaats te stellen bij het zoeken naar oplossingen voor de grote levensvragen.


Deze spiegel

Maar wij, die onze filters hebben uitgeschakeld, die onszelf in onze werken hebben opgesteld als holle vaten voor talloze echo’s, instrumenten in dienst van de tekeningen die we maken, wij dienen wellicht een nog hoger doel. Zo brengen we ons zogenaamde talent in de praktijk. Je zou net zo goed kunnen spreken van het talent van deze stalen meetlat, deze spiegel, deze deur, en van de lucht, zo je wilt.


Grenzeloze uitgestrektheden

De geest wordt zich bewust van de grenzeloze uitgestrektheden waarbinnen zijn verlangens eerst zichtbaar worden, waar de voors en de tegens voortdurend vernietigd worden, waar zijn duisternis geen verraad pleegt aan zichzelf.


Oplosbaar

Het is misschien als kind dat men het dichtst bij het ware leven staat; de kindertijd, waarbuiten de mens maar weinig ijzers in het vuur heeft, behalve dan zijn laissez-passer; de kindertijd waarin niettemin alles reeds samenspant in de richting van een risicovrije zelfgenoegzaamheid. Dankzij het Surrealisme krijgen we wellicht een tweede kans. Het is alsof we ons nog altijd naar onze verlossing spoeden, of naar onze teloorgang. In de schaduwen zien we opnieuw een naamloze verschrikking. God zij dank, het is slechts het Vagevuur. Trillend van angst begeven we ons in wat occultisten gevaarlijk terrein noemen. In mijn kielzog wek ik slapende monsters; ze hebben het nog niet slecht met me voor en ik ben nog niet verloren, omdat ik ze vrees. Hier zijn “de olifanten met vrouwenhoofden en de vliegende leeuwen” die Soupault en mij zo’n schrik aanjaagden, hier is de “oplosbare vis” die me nog steeds een beetje bang maakt. POISSON SOLUBLE, ben ik niet de oplosbare vis, ik ben geboren onder het teken van de Vissen en de mens is oplosbaar in zijn gedachten. De flora en fauna van het Surrealisme zijn ontoelaatbaar.


Geen andere

De Surrealistische stem die Cumae, Dodona en Delphi schokten is geen andere dan de stem die mij mijn minder heftige toespraken influistert. Mijn tijd is niet de zijne, waarom zou deze stem mij helpen het kinderachtige probleem van mijn bestemming op te lossen?


Wat moet ik ermee aan?

Deze wereld, waarin ik te verdragen heb wat ik te verdragen heb (wat, dat wil je niet weten), deze actuele wereld, ik bedoel, wat voor den duivel moet ik ermee aan?


Spook

Deze zomer zijn de rozen blauw; het hout is van glas. De aarde, gekleed in zijn groene mantel, maakt net zo weinig indruk op me als een spook. Leven en ophouden met leven zijn denkbeeldige oplossingen. Het bestaan voltrekt zich elders.


Publicatie van het Surrealistische Manifest leidde tot heftige reacties. Het Bureau de Recherches Surrealistes publiceerde naar aanleiding daarvan in een tijdschrift een reactie in acht punten, waaraan ik (HvD) onderstaande citaten heb ontleend:


Onzekere gronden

We willen niet de moraal van de mensheid veranderen maar de breekbaarheid van het denken laten zien, en op welke onzekere gronden, op welke grotten we onze wankele huizen hebben gebouwd.


Wanhoopskreet

Surrealisme is geen dichtvorm. Het is de wanhoopskreet van het denken dat zichzelf bevraagd, vastbesloten zich van zijn kluisters te ontdoen , desnoods met stoffelijke hamers.


uit Dada en surrealisme, Dawn Ades, 1976:


Laat achter

Laat alles achter.
Laat Dada achter.
Laat je vrouw achter, je maîtresse achter.
Laat je hoop en je angst achter.
Zaai je kinderen in een hoek van het bos.
Laat de buit aan de schaduw…
Ga op weg.
(29)


Desoriënteren

Het is de bovennatuurlijke gave om twee ver uit elkaar gelegen werkelijkheden te creëren zonder buiten het domein van onze ervaringswereld te treden, ze samen te voegen en een vonkje aan hun samengaan te ontlokken; om binnen het bereik van onze zintuigen abstracte figuren bijeen te brengen die voorzien zijn van dezelfde intensiteit, dezelfde scherpte als andere figuren; en om ons in ons geheugen te desoriënteren door ons een referentiekader te onthouden – het is deze gave die op dit ogenblik Dada draagt. (30)


Lichamelijke verwarring

Hij blijft, zegt hij, totaal ongevoelig voor natuurlijke schouwspelen en kunstwerken die ‘mij niet onmiddellijk in een staat van lichamelijke verwarring brengen, die gekenmerkt wordt door een wind die langs mijn voorhoofd strijkt en in staat is mij werkelijk te doen huiveren.’ (hier citeert Dawn Ades André Breton uit diens essay Schoonheid zal konvulsief zijn) (54)


Jean Arp

Arp, Jean

Dada was eropuit het rationele bedrog van de mens te vernietigen en de natuurlijke en irrationele orde terug te winnen. Dada wilde de logische onzin van de mens van vandaag vervangen door het onlogische sans-sens. Om die reden sloegen wij uit alle macht op de grote trom van Dada en verkondigden we de lof van het onverstand. Dada gaf de Venus van Milo een lavement en stond Laokoon en z’n zonen toe om zich na duizenden jaren te bevrijden uit de worsteling met de goede worst Python. Filosofieën hebben voor Dada minder waarde dan een oude versleten tandenborstel en Dada slijt ze aan de grote wereldleiders. Dada klaagt de duivelse listen van het officiële woordenboek van de wijsheid aan. Dada is voor het zinloze, wat niet onzinnig wil zeggen. Dada is zinloos, net als de natuur. Dada is voor de natuur en tegen de kunst. Dada is direct, net als de natuur. Dada is voor oneindige zin en begrensde middelen. (Arp in een essay getiteld Meer en meer verwijderd van de esthetica) (16)


Hugo Ball

Ball, Hugo

Wat wij Dada noemen, is een narrenspel uit het niets, waarin alle hogere vragen aan de orde komen, een gladiatorengebaar, een spel met schamele overblijfselen, een terechtstelling van geposeerde moraal en overvloed. (Hugo Ball in zijn dagboek Die Flucht aus der Zeit) (5)

Wat wij celebreren, is tegelijk een klucht en een dodenmis… Aangezien het bankroet van het idee de mensheid tot in haar binnenste delen heeft vernietigd, komen thans op pathetische wijze de instincten en de grondmotieven naar boven. Daar geen enkele kunst, politiek of geloof tegen deze maalstroom is opgewassen, blijft ons slechts de blague en de bloedige pose over. (14)


Paul Eluard

Eluard, Paul

Het is niet ver – via de vogel – van de wolk naar de mens; het is niet ver – via de beelden – van de mens naar zijn visioenen, van de aard der werkelijke dingen naar de aard der denkbeeldige dingen. Hun waarde is gelijk. Materie, beweging, behoefte en wens zijn onscheidbaar. Stel je een bloem voor, een vrucht of het hart van een boom; zij dragen jouw kleuren, zij zijn noodzakelijke aanduidingen van je bestaan, omdat het jouw voorrecht is te geloven dat alles verwisselbaar is voor iets anders. (Paul Eluard over Max Ernst in Beyond Painting) (45)


Francis Picabia

Francis Picabia

Alleen Dada stinkt niet, het is niets, niets, niets.
Het is als al jullie hoop en verwachtingen: niets.
Als jullie paradijs: niets.
Als jullie idolen: niets.
Als jullie politici: niets.
Als jullie helden: niets.
Als jullie kunstenaars: niets.
Als jullie religies: niets.
Fluit, schreeuw, sla me op m’n bek, nou en? Ik zal steeds weer herhalen dat jullie idioten zijn.
(Manifeste cannibale dada van Francis Picabia, voorgelezen tijdens de Dada soirée in het Théâtre de la Maison de l’Oeuvre, Parijs, 27 maart 1920; geciteerd in Dada en surrealisme, Dawn Ades, 1976, p4)

Evert Rinsema

Rintsema, Evert

Je schreef me, over het Dadaïsme m’n meening te zeggen. Welnu, Als ieder denkbeeld zijn tegendenkbeeld of contrast heeft, zonder dat het eèn meer ‘waard’ is dan het andere, zouden we dan niet kunnen zeggen, de waarde van de ‘betrekkelijke’ waarheid is juist dat zij ‘prikkelt’ tot denken.
In het betrèkkelijke, dat zich laàt denken zijn we denkend betrokken.
Ik vòel zoo, dat het in het Dadaïsme gaat om opheffing van het verstandelijk denken, het gaat om het geestelijke accent: de onttrekking.
De dadaist erkènt de waarde van het denken, zoo we zelfstandig denken. Het subject moet zijn, het ledig, een niets. Immers wat zich aan het niets verwerkelijkt is eenheid van het sub en objectieve.
(geciteerd in Holland Dada, K. Schippers, 2000, p221)


Tristan Tzara

Tzara, Tristan

Filosofie is deze vraag: van welke kant zullen we het leven, God, de idee of andere verschijnselen bekijken? Alles wat men bekijkt, is vals. Ik acht het relatieve resultaat niet belangrijker dan de keuze tussen gebak of kersen na het diner. De methode snel naar de keerzijde van iets te kijken, met ’t doel je eigen mening indirect op te dringen, noemt men dialectiek, m.a.w. over de geest van gebakken aardappelen kibbelen terwijl men de methode voor de gek houdt.
Als ik uitroep:
Ideaal, ideaal, ideaal,
Kennis, kennis, kennis,
Boemboem, boemboem, boemboem,

heb ik een vrij nauwkeurige beschrijving gegeven van de vooruitgang, wet, moraal en al die andere prachtige eigenschappen die al door verscheidene zeer geleerde heren in zovele boeken zijn besproken.
[…]
Ik schrijf een manifest en ik wil niets, toch zeg ik zekere dingen, en in principe ben ik net zo tegen manifesten als tegen principes.

(Tzara in zijn Dada-manifest 1918) (20)