De lege leer

Vrij als een vogel, licht als een veer, vol van de leegte – wat wil je nog meer? Dwaalteksten over de lege leer.

Monnik: Wat is een meester van het hoogste niveau?
Lung-ya: Een inbreker in een leeg huis.

(The Iron Flute, koan 28)

Door deze pagina te lezen voeg je spelenderwijs de volgende termen toe aan je lege woordenschat: de lege leer, de lege leerling, het lege denkbeeld, het lege symbool, het lege paradigma, de lege stelling, het lege woord, de lege zin, het lege gebaar, de lege mens, de lege geest, het lege lichaam, het lege nest, de lege filosofie, de lege spiritualiteit, de lege gelofte, het lege geloof, de lege wereld, het lege begrip, de lege blik, het lege boek en de lege boodschap.
Wat wil je nog minder.
Oh, en de volle leer.
Wat wil je nog meer.

De lege leer

Het is eigenlijk te gek voor woorden om metaforen voor niet-weten te verzinnen.
Niet-weten is zelf al een metafoor, en wát voor een.
Een heel ongelukkige als je het mij vraagt, door een heleboel mensen letterlijk genomen waardoor ze zich figuurlijk genómen voelen zonder in de gaten te hebben dat ze zichzelf in de boot nemen.
Metaforen voor niet-weten, begin er nooit aan.
Niet-weten is zelf al te gek voor woorden, en zelfs te gek voor stilte.
Niet-weten is gewoon te gék.

Ach, kon ik het hier maar bij laten.
Maar allee: je hebt nou eenmaal een spiegel nodig om de bril op je neus te kunnen zien.
Ik bedoel, je hebt nou eenmaal een bril nodig om de spiegel voor je neus te kunnen zien.
Ik bedoel, je hebt nou eenmaal een neus onder je bril nodig om in de spiegel te kunnen zien.
Ik bedoel, het is maar net hoe je het bekijkt.
Vandaar dat ik hier zonder verdere plichtplegingen durf te stellen: niet-weten is een lege leer aanhangen.

Een lege leer is een leer zonder leerstellingen.
Natuurlijk kan er maar één lege leer zijn.
Waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen?
Daarom kunnen we hem net zo goed dé lege leer noemen.
Vandaar dat ik hier zonder verdere plichtplegingen durf te stellen: niet-weten is de lege leer aanhangen.

De lege leer die ik verkondig heeft geen doel en geen inhoud.
Hij stuurt je nergens heen, behalve misschien het bos in.
Maar niet met opzet, want de lege leer heeft geen opzet.
Hij biedt geen enkel houvast, tenzij je het ontbreken van houvast als houvast wil zien, maar daarmee begeef je je alweer buiten het domein van de lege leer.
Sowieso kan niemand binnen het domein van de lege leer blijven want de lege leer heeft geen domein.
Jij wel?
Dan ben je niet één met de lege leer.
Dan ben je geen lege-leerling.

lege-geleerde

Omdat de lege leer geen leerstellingen bevat, kan je hem niet verifiëren of falsifiëren, niet bewijzen of ontkrachten, niet aanvallen of verdedigen, niet bevestigen of ontkennen, niet onthouden of vergeten, niet aanhangen of afwijzen.
Niet aanhangen: ik kijk er ook van op.
Vandaar dat ik hier zonder verdere plichtplegingen durf te stellen: niet-weten is de lege leer.

De lege leer is wetenschappelijk steriel en filosofisch onvruchtbaar.
Hij is niet religieus, niet antireligieus en niet areligieus.
Hij legt niets uit en is voor geen enkele uitleg vatbaar.

Bij gebrek aan inhoud is de lege leer onvoorstelbaar.
Je kan hem vergelijken met de lege verzameling in de wiskunde, de punt in de meetkunde, het getal nul of de wortel van -1 in de getallenleer, het nulde element van het periodieke systeem, de ether in de natuurkunde, het Ding an sich* in de metafysica, de witte vlek op de aardrijkskundige kaart, het neutrale land in oorlogstijd, de missing link in de biologie, het zwarte gat in de sterrenkunde, de stilte die geluid mogelijk maakt.
Meer dan beeldspraak is dit alles niet.
Beeldspraak voor beeldspraak voor beeldspraak.
Het moet niet gekker woorden.

Eigenlijk is een leer zonder leerstellingen sowieso geen leer maar een gat in het weten.
Of moet ik zeggen de achtergrond waartegen het weten figureert.
Of moet ik zeggen de ongrond waarop het weten (niet) rust.
Ja, ik kan wel zoveel zeggen, maar de lege leer zwijgt in alle talen.
Ook over zichzelf.

Laat ik daar maar een voorbeeld aan nemen.

Voor doven en slechthorenden

‘Wat is de kern van de lege leer?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Dat de werkelijkheid een illusie is?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat alle dingen leeg zijn?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat alle dingen vergankelijk zijn?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat de filosofie dood is?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat wetenschappers maar wat bazelen?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat de godsdiensten irrationeel zijn?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat mythen kant nog wal raken?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat esoterie oplichterij is?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat we niets weten?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Dat we dat ook niet weten?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Leert het ons dan helemaal niets?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Maar dan heb je er toch niks aan?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Bedoel je dat we er toch iets aan hebben?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Heb jij dan helemaal niets te zeggen?’
‘Dat zul je mij niet horen zeggen.’
‘Maar wat is nou de kern van de lege leer?’
‘Noem dat dan maar de kern van de lege leer.’

De keizer in zijn hemd

‘De lege leer is gewoon een oud verhaal in een nieuw jasje, Hans.’
‘De lege leer is gewoon een oud verhaal zonder jasje.’
‘De lege leer is gewoon een oud verhaal zonder jasje?’
‘Welnee.’
‘Dat zei je toch?’
‘De lege leer is gewoon een oud jasje.’
‘En dat verhaal dan?’
‘Ik ben al jaren de draad kwijt.’
‘En dit verhaal?’
‘Hetzelfde laken een pak.’

Academisch

‘Ben jij niet bang dat jouw lege leer net als iedere traditie ten prooi zal vallen aan academische haarkloverij?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom niet?’
‘Een lege leer laat zich niet klieven.’
‘Nou je het zegt.’
‘Bovendien is hij niet van mij.’

Geheugenkraam

‘Hoe kan ik de lege leer het best onthouden?’
‘Onthoud dat er niets te vergeten valt en vergeet dat er niets te weten valt.’
‘Hè?’
‘Dat komt op hetzelfde neer.’

Het lege denkbeeld

matroeska

Niet-weten vindt zelden bijval.
Het woord niet en waar het voor staat niet.
Wie wil er nou niet-weten?
Het gros van de mensen kent het begrip niet eens of gebruikt het als synoniem voor onwetendheid of struisvogelpolitiek – zaken om te ontkennen of, na een borreltje of twee, te bekennen; niet om te erkennen, laat staan om te verkennen.
Op een verjaardag hoef je echt niet met niet-weten aan te komen en ook bij een sollicitatie zou ik er uit mezelf niet over beginnen.
Lief en ik zijn zielsverwanten, of moet ik zeggen lotgenoten, en dat is een zeldzaam geluk; anderen mogen al blij zijn als ze eens een keertje eerlijk met zichzélf over hun niet-weten kunnen kletsen.

Apologeten brengen niet-weten graag in verband met wijsheid1, openheid2, liefde3 en mededogen4.
Wie dat letterlijk neemt, zadelt zichzelf op met allerlei ondersteunende denkbeelden: een mensbeeld, een wereldbeeld, een ideaalbeeld, een godsbeeld, een boeddhabeeld, een heiligenbeeld enzovoort.
Als Trojaans paarden dringen ze je geest binnen, en zie er dan maar weer van af te komen.
Ineens is je lege leer geen lege leer meer maar een beeldentuin.
Ineens ben jijzelf geen lege-leerling meer maar een beeldentuinier.
Niet-weten is toch-weten geworden, beeldenstorm beeldenverering.
Waarmee niet gezegd is dat we er geen mensbeelden, wereldbeelden, ideaalbeelden enzovoort op na mogen houden, of dat we de denkbeeldenstormer als enige op een sokkel zouden moeten hijsen.
Ook daarover spreekt een lege leer zich niet uit.
Pardon, dé lege leer.

Ergens snap ik het wel, die associatie van niet-weten met wijsheid, openheid, liefde, mededogen, zachtmoedigheid, nederigheid, vriendelijkheid, tolerantie, vrijheid, onthechting en noem het allemaal maar op.
Wie niet weet, is geneigd zijn oordeel op te schorten, zichzelf en zijn gedachten met een korreltje zout te nemen, minder in zijn gelijk / op zijn strepen te gaan staan, beter naar anderen te luisteren, verder dóór te vragen ongeacht de consequenties; onder ogen te zien, toe te geven, over te geven, los te laten.
Maar wat op het eerste gezicht wijsheid enzovoort lijkt, is in werkelijkheid een teken – aan de wand zo je wilt – van een diep doorleefd onvermogen.
Gevolg in plaats van oorzaak.
Van de spirituele en morele superioriteit die wij met knikkende knieën en glanzende ogen van superlatieven voorzien, is bij een radicaal niet-weten geen sprake.
Integendeel, niet-weten noopt alleen maar tot bescheidenheid, en het is uit bescheidenheid dat de weetniet plaats maakt voor wat ís.
Erkent wat is.
Wat het ook is.

Ach, was het maar zo eenvoudig.
Vaak zat maak ik helemaal geen plaats voor wat is.
Ook dat is wat er is, of ik nou wil of niet.
Erken ik dan tenminste mijn eigen kleingeestigheid?
Hm.
Erken ik dan tenminste mijn onvermogen om mijn kleingeestigheid te erkennen?
Afijn.
Hoe bekrompener ik blijk, hoe bescheidener ik word, hoe meer ruimte ik voel voor kleingeestigen zoals ik.
Maar om dat nou openheid te noemen…

Wie niet weet is eerder kind dan sint.
Hij heeft nog steeds grenzen, psychische, sociale en morele, rare en rationele, of die grenzen hebben hem of haar, zeg jij het maar.
Wijsheid, openheid, liefde, mededogen, zachtmoedigheid, nederigheid, vriendelijkheid, tolerantie, vrijheid, onthechting?
Schijngestalten van de maan.
In verband met niet-weten weiger ik die woorden te gebruiken, want ze slaan allemaal de plank mis en voor je het weet ga je jezelf weer op de borst slaan.
Doe ik trouwens toch wel.
O, wat vind ik mezelf soms geweldig – voor de duur van die gedachte.
Ook dat is wat er is.
Even later schaam ik me dan weer – voor de duur van die gedachte.
Ook dat is wat er is.
Even later schaam ik me misschien weer voor mijn schaamte – voor de duur van die gedachte.
Ook dat is wat er is.

Eufemismen, aforismen, weg ermee.
Niet-weten is een leeg denkbeeld.
Zeg maar gerust hét lege denkbeeld, want waarin zou het ene lege denkbeeld van het andere moeten verschillen?
Als een Trojaans paard dringt het je geest binnen en neemt hem in bezit.
Zonder enige ruimte in te nemen.

Dan ben je vol van de leegte.

Dan is de leegte vol van jou.

  1. De ‘wijsheid zonder wijsheid’ of de ‘wijsheid voorbij alle wijsheid’.
  2. Zie Jan Oegema in De stille stem en Edel Maex in Iedereen weet.
  3. Bijvoorbeeld door de non-dualisten Wolter Keers, Jan van Delden en Jean Klein.
  4. Zie de drie intenties van de Zen Peacemakers.

Het lege symbool

symbool-eh

Stel, je zoekt een kant-en-klaar symbool voor ‘de lege leer’ of ‘de lege leerling’ of ‘het lege denkbeeld’ of ‘niet-weten’, wat kies je dan?
Het vraagteken ?, een paar vraagtekens ¿?, een paar lege haakjes (), {}, [] of <>, een paar lege aanhalingstekens ‘’ of “”, het beletselteken …, het ongeveerteken ±, het oneindigheidsteken ∞, het niet-teken , de dubbelpijl ↔, het hartje ♥ of de schoppen ♠?
Ik heb er jaren over nagedacht en uiteindelijk gekozen voor het teken Ø, een doorgestreepte cirkel (of ellips of O of o of 0).
Waarom juist dit symbool?

Klankverwantschap
In het Deens, Faeröers en Noors en in het fonetisch alfabet staat Ø voor de klank ‘uh’, als in ‘deur’.
Onze taal heeft zelfs een woord dat uit niets dan deze klank bestaat.
Ja, zeg het maar…
Inderdaad, het tussenwerpsel ‘eh’, vormvariant ‘uh’, het meest gesproken woord van onze nederige landstaal en van heel wat andere talen, en toch zo jammerlijk ondergewaardeerd.
Laten we Ø daarom het eh-teken of het eh-symbool of kortweg (de) eh noemen.

Betekenisverwantschap
In de omgangstaal vult het tussenwerpsel ‘eh’ de stilte tussen twee woorden op.
Als eindwerpsel ontledigt het de voorafgaande zin van betekenis.
Alsof je je schouders ophaalt.
‘Eh’ is niet zozeer nietszeggend als wel niets zeggend.
In mijn dwaalteksten speelt dit tweeletterige onwoord, dat een kreun nabootst en daarom tot de onomatopeeën behoort, een glansrol als de kortst mogelijke gesproken uitdrukking van niet-weten, zwijgen daargelaten.

Dat de fonetische Ø uitgesproken wordt als ‘eh’ is op zich al reden genoeg om juist dit teken als symbool voor de lege leer te gebruiken, maar het wordt nog mooier.
In de wiskunde staat Ø voor de lege verzameling, ook wel aangeduid als {}, en voor de onmogelijke oplossingsverzameling.
Buiten de wiskunde staat Ø voor ‘niets’.
Stuk voor stuk uitmuntende metaforen voor de lege leer – gratis en, eh, voor niets.

Ensō
In plaats van de Ø (eh) kan je ook gewoon de 0 (nul), de hoofdletter O, de kleine letter o of een willekeurige cirkel zonder schuine streep gebruiken als symbool voor de lege leer.
Leeg is leeg, wat maakt het uit.
In zen kennen we de ensō (円相, ‘ensoo’, Japans voor ‘cirkel’): een open of gesloten cirkel getrokken ‘met een lege geest die het calligraferen aan het lichaam overlaat’.

ensoo

De ensō staat traditioneel voor leegte, verlichting, het absolute, het ene, de kosmos, het zelf en dergelijke; de onderbreking in de cirkelomtrek staat voor openheid of beweging.
Hoewel de lege leer zich per definitie nergens over uitspreekt, dus ook niet over verlichting, het absolute enzovoort, is het vanwege de vorm en de leegte van de ensō, in concreto de cirkelomtrek en het gat, niet vergezocht de ensō in te lijven bij de symbolen van de lege leer.
Nog mooier: een ensō met een streep erdoor.
Een soort inrij-verbod.
De diagonaal geeft aan dat je de poortloze ensōpoort alleen door mag als je bereid bent alle praatjes, over zen, verlichting, de leegte, niet-weten, poortloze poorten, inrij-verboden en wat dan ook, achter te laten.

ensoo-streep

Een universeel symbool
Zo hebben we ineens heel wat tekens voor de lege leer tot onze beschikking, allemaal gebaseerd op de cirkel.
Omgekeerd kunnen we deze groep van vormverwante tekens niet alleen symbool laten staan voor de lege leer, maar voor alle betekenisverwante begrippen die op deze pagina aan de orde komen: de lege leerling, het lege denkbeeld, de lege stelling, het lege woord, de lege zin, het lege gebaar, de lege mens, de lege geest, het lege lichaam, het lege nest, de lege filosofie, de lege spiritualiteit, de lege gelofte, het lege geloof, de lege wereld, het lege begrip, de lege blik, het lege boek, de lege boodschap en de volle leer.
Begrippen die allemaal op hetzelfde neerkomen.
Waarop?
Eh…

Ook ‘niet-weten’ kunnen we met een Ø aanduiden, evenals de vele andere wegwerptermen die samen ‘het lege paradigma’ vormen, waaronder weteloosheid, verduistering, mindlessness, de dwaalweg, agnose, filasofie, adoxie, Groot Wantrouwen, Groot Uitzicht, Groot Doorzicht, Groot Ongeloof, Groot Voorbehoud, een Groot Schouderophalen, het Grote Tja en niet te vergeten de eretitels voor het legioen der duisterlingen, zoals dwaalgast, dwaalgeest, dwaalgids, dwaallicht, weetniet, nitwit, dummy en dwijsneus.
Nou, kan het eenvoudiger?

Cirkelzinnen
Hoewel niet-weten zich principieel niet onder woorden laat brengen, en ook niet zónder woorden, kom je een heel eind met behulp van zogenaamde cirkelzinnen: zinnen in cirkelvorm waardoor het laatste woord aansluit op het eerste en je almaar rond kan lezen, één keer, twee keer, drie keer, zo vaak je wil.
Voorbeelden van cirkelzinnen zijn ‘niet geloven in’, ‘het denken doorzien door’, ‘het denken doorziet’ en ‘niet weten van’.

zinnewiel

Door een slinger aan het zinnenwiel ‘niet weten van’ te geven, ontstaan de volgende zinnen (haakjes toegevoegd voor de leesbaarheid):

  1. niet weten
  2. niet weten van niet weten
  3. niet weten van (niet weten van niet weten)
  4. niet weten van (niet weten van (niet weten van niet weten))
  5. niet weten van (niet weten van( niet weten van (niet weten van niet weten)))

Iedere zin gaat een stapje verder, maar de limiet Ø (eh, niet-weten, de lege leer…) wordt nooit bereikt, al blijf je rondjes lezen tot je een ons weegt.
Gewichtloos word je niet door lezen alleen.

eh-sterren

De macht van niet weten
Elders op deze site gebruik ik in plaats van de Ø ook weleens het vraagteken ? of de vraagtekenexpressie ??, lees ‘vraagteken kwadraat’ of niet-wetenniet-weten of ‘niet-weten tot de macht niet-weten’ of ‘de macht van niet-weten’ in de betekenis van ‘zelfs niet weten van niet-weten’ (wat weer overeenkomt met de tweede zin van het zinnenwiel ‘niet weten van’: het keerwoord ‘niet weten van niet weten’).

In plaats van een vraagteken kan je ook het ontkenningsteken gebruiken.
?? wordt dan , lees ‘niet tot de macht niet‘ of ‘zelfs niet niet’.

In plaats van het ontkenningsteken kan je ook het eh-teken gebruiken.
?? wordt dan ØØ, lees ‘eh tot de macht eh’ of eheh of eh2 of sunyata-sunyata of sunyatasunyata of ‘de leegte van de leegte’ of leegteleegte ensōvoort.

Hè hè.
Het ziet er maar eng uit met al die formules, vindt een lezer.
Kan best wezen, maar het is een wiskunde van niks.
Om niet te zeggen dé wiskunde van niks.

 

Toetscombinaties
Op het in Nederland veelgebruikte Amerikaans-internationale toetsenbord, maak je de grote eh, Ø, met de toetscombinatie SHIFT + ALT GR + de letter l.
Zonder shift krijg je de kleine eh, ø.
Probeer maar eens.
Op Apple-computers gebruik je de toetscombinaties SHIFT + OPTION + o respectievelijk OPTION + o.
En anders wordt het knippen-en-plakken.

De lege stelling

De lege leer bevat maar één stelling: geen stelling.
Een ander woord voor geen stelling is een lege stelling.
Natuurlijk kan er maar één lege stelling zijn.
Waarin zou de ene lege stelling van de andere moeten verschillen?
Daarom kunnen we hem net zo goed dé lege stelling noemen.
Familiewapen Ø, roepnaam ‘Eh’.

de-lege-stelling

Om het idee van de lege stelling concreet te maken kan je denken aan een stellig stilzwijgen, of aan een ontstellend spreken, door middel van loze uitspraken die niets beweren en niets voorschrijven of door middel van een reeks van tegenstrijdige uitspraken die gezamenlijk niets gezegd laten.

Net als de lege leer heeft de lege stelling geen vorm en geen inhoud.
Ik bedoel, geen vorm en geen leegte.
Leer mij de zenboeddhist kennen.
Sterker nog, er is geen lege stelling.
Er is ook geen lege lering.
Het zijn allebei maar gimmicks van de lege leerling.
Net zoals de lege leerling zelf.
Zoals nul de gimmick is van de rekenaar.
Zoals papier de gimmick is van de tekenaar.
Het stelt niets voor en toch, of juist daardoor, kan hij absoluut niet zonder.
Kan ik absoluut niet zonder.
Laat staan relatief.
Wat donder.

Het lege woord

‘Niet-weten is niet het laatste woord’, klinkt het door de eeuwen heen vanuit verscheidene tradities die zich met de grenzen van de kennis hebben beziggehouden.
Wat is het laatste woord dan wel?
Volgens sommige non-dualisten verschijnt niet-weten in het ideële niets dat Bewustzijn heet.
Volgens sommige boeddhisten verschijnt niet-weten in het goddeloze niets dat de Boeddhanatuur of het Ware Zelf heet.
Volgens sommige mystici verschijnt niet-weten in het religieuze niets dat God heet of geen naam mag hebben.

De lege leer verzet zich niet tegen deze of andere vormen van fundamentalistisch denken, anders zou de lege leer niet leeg zijn maar een vorm van fundamentalistisch denken.
Onder fundamentalistisch denken versta ik hier een denken dat uitgaat van een of ander absoluut, onwrikbaar geacht fundament dat absolute, onwrikbare oordelen mogelijk maakt – een laatste woord, bij voorkeur geschreven met een hoofdletter, zoals Bewustzijn, Boeddhanatuur of God.
Het laatste woord van de lege leerling is altijd het lege woord.*
Wat hij verder ook zegt, wat zijn verstand hem ook influistert, wat zijn stream of consciousness hem ook voortovert, al was het precies deze zin – zijn laatste woord is altijd ‘eh’.

woord-lucht

Het enige fundamentele en absolute aan de lege leer is zijn leegte.
De lege leer stelt pertinent niets.
Ook niet dat er niets te stellen valt of dat er niets gesteld mag worden of dat we daar (n)iets over te zeggen hebben.
Niet-weten is radicaal ont-stellend.
Het dwijze denken vertoont een ontstellend gebrek aan stelligheid.
Dat gaat ver hoor, onvoorstelbaar ver – tot het je zelf overkomt.
Vanaf dat moment is juist je vroegere stelligheid onvoorstelbaar.
Dat onbegrensde geloof in je eigen gedachten.
Wakker worden!

‘Vanaf dat moment is juist je eerdere stelligheid onvoorstelbaar’ – zal best.
‘Dat onbegrensde geloof in je eigen gedachten’ – nee, deze dan.
‘Wakker worden!’ – ook hieruit.
Niet-weten? Ken ik niet.
De lege leer? Uitgepoetst.
Geen Ø meer te zien, geen eh meer te horen.
Schoon is mijn lei, zelfs van leegte ontledigd.

Een zucht van verlichting: Hèhè.
Een bevrijd(end)e lach: Haha.
En daar is de volgende gedachte alweer: Hoho.

* Er zijn heel wat lege woorden (‘eh’, ‘tja’, ‘hm’, ‘o’, ‘goh’, ‘och’, ‘ach’), lege zinnen (‘geen idee’, ‘zou het’, ‘wie weet’, ‘zeg jij het maar’, ‘wie zal het zeggen’, ‘laat maar’) en lege gebaren (je schouders ophalen, je handpalmen laten zien, je wenkbrauwen optrekken, je onderlip naar voren steken, je hoofd schudden, een pirouetje draaien, een boer of een wind laten, glimlachen, knipogen).
Toch verschillen ze als uitdrukking van niet-weten alleen qua vorm, niet qua leegte.
We kunnen daarom net zo goed spreken over hét lege woord, dé lege zin en hét lege gebaar en ze alle zonder onderscheid aanduiden met het universele lege symbool Ø (‘eh’).

Mwah

‘Zijn er synoniemen voor de lege leer?’
‘Niet-weten natuurlijk.’
‘Ja, hè hè.’
‘Dwijsheid.’
‘Wauw.’
‘Tja.’
‘Ha ha.’
‘Tjee.’
‘Wat?’
‘Ja ja.’
‘Nou nou.’
‘Hm.’
‘Huh.’
‘Bè.’
‘Ach.’
‘Ia.’
‘Poe.’
‘Goh.’
‘Oink.’
‘Ik heb het!’
‘O?’
‘X.’
‘Korter kan niet.’
‘O nee?’
‘Nou?’

‘Awel.’
‘Kon het toch korter.’
‘Pf.’
‘Zat er iets voor je bij?’
‘Eh…’
‘Die van jou waren anders ook niet mis.’
‘Hè?’

Lettergrepen naar de onmacht

‘Wat is de kern van jouw leer, Hans?’
‘Ach.’
‘Bedoel je dat je het niet weet?’
‘Och.’
‘Bedoelt je dat jouw leer geen kern heeft?’
‘Jeetje.’
‘Bedoel je dat dat de kern ervan is?’
‘Eh…’
‘Bedoel je dat jouw leer geen leer is?’
‘Tja.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Je veronderstelt dat ik iets bedoel.’
‘Ach.’
‘Nou veronderstel je weer dat ik niets bedoel.’
‘Och.’
‘Nou veronderstel je weer dat ik tegen veronderstellingen ben.’
‘Jeetje.’
‘Zie je het patroon?’
‘Eh…’
‘Dat bedoel ik dus.’
‘Tja.’
‘Gesnopen?’
‘Maar wat is nou de kern van jouw leer, Hans?’
‘Ach.’

De lege mens

Wie is het die zowel zijn identiteit als het kwijtraken daarvan aan de lege leer is kwijtgeraakt?
Inderdaad: de lege mens.

Hij beeldt zich niet in dat hij iemand is.
Hij beeldt zich niet in dat hij niemand is.
Hij beeldt zich niet in dat hij iemand en niemand is.
Hij beeldt zich niet in dat hij iemand noch niemand is.
Hij beeldt zich niet in dat hij iedereen is.
Hij beeldt zich niet in dat hij alles is.
Hij beeldt zich niet in dat hij niets is.
Hij beeldt zich niet in dat hij alles en niets is.
Hij beeldt zich niet in dat hij alles noch niets is.
Hij beeldt zich niet in dat hij de eerste oorzaak is.
Hij beeldt zich niet in dat hij de laatste grond is.
Hij beeldt zich niet in dat hij essentie is.
Hij beeldt zich niet in dat hij bewustzijn is.
Hij beeldt zich niet in dat hij de getuige is.
Hij beeldt zich niet in dat hij alles weet.
Hij beeldt zich niet in dat hij iets weet.
Hij beeldt zich niet in dat hij niets weet.
Hij beeldt zich niet in dat alles inbeelding is.
Hij beeldt zich niet in dat hij niets inbeelding.
Hij beeldt zich niet in dat hij de lege mens is.

Hij beeldt zich zelfs niet in dat hij zowel zijn identiteit als het kwijtraken daarvan aan de lege leer is kwijtgeraakt.

Ken jij zo’n mens?
Ben jij zo’n mens?

De lege mens niet.

uitgummen

De lege geest

Een lege geest is geen geest zonder gedachten (meningen, oordelen, filosofieën), maar een geest waarin gedachten niet blijven hangen.
Ze komen en gaan.
Dat geldt ook voor de gedachte dat gedachten in een lege geest niet blijven hangen maar komen en gaan.

Het is niet zozeer dat de lege geest zijn gedachten loslaat als wel dat ze hem ongeloofwaardig voorkomen.
Ze overtuigen niet en ze beklijven niet.
Dat geldt ook voor de gedachte dat de lege geest zijn gedachten niet zozeer loslaat als wel dat ze hem ongeloofwaardig voorkomen en daardoor niet overtuigen of beklijven.

Daar al zijn gedachten slechts op doorreis zijn, krijgt het denken van de lege geest een merkwaardige vluchtigheid die makkelijk voor lichtzinnigheid of oppervlakkigheid wordt aangezien.
Maar wat betekent vluchtigheid nog bij ontstentenis van bestendigheid, zo die inderdaad ontbreekt?

mini-hoofd-zonnebloem

Het lege lichaam

Ik zie het lichaam niet als bestaand en niet als onbestaand.
Niet als beschrijfbaar en niet als onbeschrijflijk.
Niet als bewoond en niet als onbewoond.
Niet als bezield en niet als onbezield.
Niet als objectief en niet als subjectief.
Niet als inwendig en niet als uitwendig.
Niet als hier en niet als daar.
Niet als persoonlijk en niet als onpersoonlijk.
Niet als middel en niet als doel.
Niet als mijn en niet als dijn.
Niet als privé en niet als openbaar.
Niet als vrijheid en niet als gevangenis.
Niet als zegen en niet als vloek.
Niet als reëel en niet als illusoir.
Niet als materieel en niet als ideëel.
Niet als ziek en niet als gezond.
Niet als substantieel en niet als etherisch.
Niet als aards en niet als goddelijk.
Niet als wezenlijk en niet als accidenteel.
Niet als begrensd en niet als onbegrensd.
Niet als duaal en niet als non-duaal.
Niet als geboren en niet als ongeboren.
Niet als sterfelijk en niet als onsterfelijk.
Niet als vlees en niet als vis.

Het lichaam is voor mij niet zozeer onbemand als wel onbestemd.
Leeg van intrinsieke betekenis.
Leeg zelfs van betekenisleegte en onbestemdheid.
Ik ben niet in staat het mij toe te eigenen, niet in staat het af te stoten, niet in staat erin op te gaan, niet in staat ervandaan te gaan.
Niet in staat, maar in alle staten – verenigd onverenigd.

leeg-lichaam

Het lege nest

Waar verblijft de lege mens?
In het lege nest.
De leegte daarvan wordt niet aangetast door de aanwezigheid daarin van de lege mens, wiens geest immers een lege geest is en wiens lichaam een leeg lichaam en wiens leer een lege leer, zodat zijn aanwezigheid in elk geval overdrachtelijk omschreven kan worden als een totale absence.

Wie nestelt in het lege nest komt nooit vast te zitten, zelfs niet in loslaten, zelfs niet in het idee of de waan of de werkelijkheid van het lege nest.
Evenmin raakt hij erin verdwaald want dat was hij allang.
De weg naar het lege nest kwijtraken kan hij ook niet want er is geen weg, er was geen weg, er kan nooit een weg geweest zijn, anders had hij die heus wel weten te vermijden.

lege-nest

Bevindt de weg naar het lege nest zich soms in het lege nest?
Was de lege mens er altijd al maar waande hij zich erbuiten?
Is hij er nog steeds niet, maar waant hij zich erin?
Of waant hij zich wanende.
De lege mens – hij weet het niet.
Of is dat ook verbeelding.
Of is dat ook verbeelding.
Of is dat ook verbeelding.

De lege filosofie

Niet-weten kun je zien als een lege filosofie, dat wil zeggen een filosofie zonder vraagstellingen, leerstellingen, voorstellingen, doelstellingen, normstellingen, geruststellingen of instellingen en zonder uitzicht daarop.
Natuurlijk kan er maar één lege filosofie zijn.
Waarin zou de ene lege filosofie van de andere moeten verschillen?
Daarom kunnen we hem net zo goed dé lege filosofie noemen en aanduiden met het universele lege symbool, Ø (‘eh’).

De lege filosofie kun je op zijn beurt zien als het eeuwigdurende eindspel van een denken uit alle macht dat, gevangen in een terminale lus, maar blijft concluderen dat het maar niet tot conclusies weet te komen, zelfs niet tot de conclusie dat het maar blijft concluderen dat het maar niet tot conclusies weet te komen.

Je kunt de lege filosofie ook zien als een praxis van meedogenloze deconstructie, op het laatst alleen nog om de deconstructie zelf, ten slotte alleen nog van de deconstructie zelf.

Je kunt de lege filosofie ook zien als die gemoedstoestand waarin men zich verwonderd afvraagt waar de verwondering gebleven is terwijl de antwoorden toch uitgebleven zijn.

Ja, zo kun je de lege filosofie allemaal zien, en nog wel anders ook, maar hoe je hem ook bekijkt, het blijft een lege filosofie.

lege-professor

Lege spiritualiteit

Lege spiritualiteit is spiritualiteit zonder weg, waarheid of leerstelling.
Zonder mensbeeld, wensbeeld, wereldbeeld of godsbeeld.
Zonder metafysica, kosmologie of esoterie.
Zonder boeddha, dharma, sangha, samsara of nirwana.
Zonder ziel, geest, zelf, hart, id, ego of superego.
Zonder tao of tê.
Zonder canons, instituten of bibliotheken.
Zonder geboden, verboden of geloften.
Zonder symbolen, methoden, technieken of rituelen.
Zonder meesters, leerlingen, goeroes, discipelen, ingewijden, leken of adepten.
Zonder bezwaar tegen welke andere vorm van spiritualiteit ook.
Zonder bezwaar tegen welk bezwaar tegen welke andere vorm van spiritualiteit ook.

Bij de lege spiritualiteit gaat het er niet om dat hij gespeend is van inhoud, maar dat hij zich onophoudelijk ontledigt van de inhoud die zich nou eenmaal onophoudelijk aandient.*
De leegte van de lege spiritualiteit is geen statische toestand maar een dynamisch proces.
Ledigheid is bijzaak, een onvermijdelijk gevolg van ontlediging.
Lege spiritualiteit – een denken dat steeds opnieuw begint.
Innemen, doorvoeren, uitscheiden.
Uitscheiden, opnieuw beginnen en weer uitscheiden.

vegen

Echt lege spiritualiteit is zelfs van ledigen ontledigd.
Zijn inhoud is slechts ‘inhoud’, net als deze tekst.

* Een en ander geldt ook voor de lege leer, het lege woord, de lege geest, het lege lichaam en noem maar op.
De leegte van niet-weten wordt niet voor eens en voor altijd bereikt maar voortdurend gerealiseerd, nu en nu en nu.
‘Ruimte krijg je door op te ruimen; ruimte hou je door op te blijven ruimen’, zo luidt de tweede wet van de psychodynamica die me zojuist samen met het bijbehorende vakgebied ongevraagd inviel.
Weg ermee.
Aan de eerste hoofdwet kan ik je ook niet helpen; die ben ik al vergeten of hij is er nooit geweest.

De lege gelofte

Ik weet niet of ik een vrije wil heb.
Ik weet niet wie of wat of dat ik ben en wie of wat of dat jij bent.
Ik weet niet wat of dat de wereld is.
Ik weet niet wat goed of slecht is, op korte termijn, op lange termijn, in welk opzicht en voor wie.
Ik weet niet eens of ik dit alles werkelijk niet weet en of het wel wat uitmaakt.
Geen wonder dat ik er moeite mee heb geloften af te leggen.
Lekengeloften, kloostergeloften, de zwijggelofte, de bodhisattvagelofte – welke gelofte ook.

Het is niet dat ik iets tegen het afleggen van geloften heb, ik betwijfel alleen of aan alle voorwaarden is voldaan die mijn geloften mogelijk, geloofwaardig en haalbaar maken, of aan zelfs maar één zo’n voorwaarde enigszins.
De enige gelofte die ik zonder meer af durf te leggen in iedere zin van het werkwoordelijk gezegde is de lege gelofte, Ø (‘eh’).

lege-gelofte

Wat niet betekent dat ik nooit geloften afleg, beloften doe of contracten onderteken, want dat doe ik wel, of droom ik dat alleen maar?
Is er een verschil tussen mijn toezeggingen en die van een romanfiguur of een filmfiguur?
Kan ik zelf kiezen welke toezeggingen ik doe en kan ik zelf bepalen of ik ze nakom?
Het is maar net aan wie je het vraagt.
Over de vrije wil kan je bomen tot ze de hemel in groeien.
Zelf ben ik meer van het snoeien en het kappen, zelfs met snoeien.
Als vanzelf verlaat ik mij op de lege leer.

Het lege geloof

lege-religie

Als religie is niet-weten een leeg geloof, gespeend van gebruikelijke infernalia als goden, duivels, hemelen, vagevuren, hellen, heilige geschriften, openbaringen, gebeden, voorschriften, priesters, gewaden, ornamenten, relikwieën, rituelen, gebedshuizen, biechthokjes en crypten.

Omdat dit lege geloof geen enkele vorm van afleiding of voorstelling biedt, is het wellicht de meest geconcentreerde religie onder de zon.
Maar waarop concentreert het zich?
Niet op de zon of de andere hemellichamen.
Op de tussenruimte.
Zijn het niet de uitsparingen die de letters, de spaties die de woorden, de interlinies die de regels, de marges die de pagina’s maken?
Het lege geloof aanhangen, dat is rondzweven in het niemendal.
Maar maar waarin zweeft men dan rond en wat hangt men dan aan

Geen idee, zei de tussenruimtevaarder ademloos, maar dit kan ik je wel vertellen:
Het lege geloof koestert geen enkele overtuiging, positief, negatief of neutraal, over willekeurig wat.
Dus ook niet over de gevestigde godsdiensten, het lege geloof of het koesteren van overtuigingen, positief, negatief of neutraal, over willekeurig wat.
Van mij heeft niemand iets te vrezen, behalve die de ruimte vrezen, en dan nóg.

De lege wereld

lege-wereld

Wat de wereld van de weetniet zo leeg maakt is niet het ontbreken van verschijnselen als zodanig maar het ontbreken van fundamentele inzichten in hun bestaan, wezen, karakter, betekenis, zin en samenhang.
Volgens de een is de wereld een woord, volgens de ander een realiteit.
Volgens de een is de wereld materieel, volgens de ander ideëel.
Volgens de een zijn wij in de wereld, volgens de ander is de wereld in ons.
Volgens de een is de wereld zelfscheppend, volgens de ander geschapen.
Volgens de een is alles toeval, volgens de ander is niets toeval.

Wereldbeelden, mensbeelden, zelfbeelden, godsbeelden als deze en andere zonder tal – nee, daar waagt de nitwit zich niet meer aan.
Ik in elk geval niet, als ik zo vrij mag zijn mezelf voor de duur van deze zin, dus totdat we de door het woord punt aangekondigde punt bereikt hebben, te geloven, punt.
(Was dit nou wéér zo’n zelfbeeld?)

Als de wereld werkelijk leeg was van inzichtelijkheid, realiteit, essentie, betekenis, zin en samenhang, wat ik niet beweer (of ontken), dan zou hij tevens leeg zijn van onverklaarbaarheid, irrealiteit, inessentie, betekenisloosheid, zinloosheid en onsamenhangendheid, die immers alleen in symbiose met hun tegenhanger bestaan of gedacht kunnen worden, zodat we met evenveel recht, namelijk geen enkel, kunnen zeggen dat de wereld totaal inzichtelijk, hyperreëel, vol essentie, betekenis en zin is, voor mijn part zelfs uit inzicht, betekenis en zin bestáát – maar inzicht, betekenis en zin waarvan en voor wie?

En zo blijft de wereld in zekere (on)zin leeg.

Het lege begrip

Neem een emmer, vul hem met wijsheid, gooi hem leeg en je hebt een emmer zonder dwaasheid.
Neem een emmer, vul hem met dwaasheid, gooi hem leeg en je hebt een emmer zonder wijsheid.
Twee lege emmers: een zonder wijsheid en een zonder dwaasheid.
Identiek of niet?

Niet-weten is een leeg begrip:

  • een filosofie zonder leerstellingen (een ‘filosofie’)
  • een godsdienst zonder god (een ‘godsdienst’)
  • een oordeel zonder gelijk (een ‘oordeel’)
  • waarheid zonder inhoud (‘waarheid’)
  • vrijheid zonder eigenmacht (‘vrijheid’)
  • overgave zonder onmacht (‘overgave’)
  • spiritualiteit zonder geest (‘spiritualiteit’)
  • eenheid zonder getal (‘eenheid’)
  • niets zonder leegte (‘niets’)
  • essentie zonder wezen (‘essentie’)
  • helderheid zonder inzicht (‘helderheid’)
  • bewustzijn zonder besef (‘bewustzijn’)
  • wijsheid zonder verstand (‘wijsheid’)
  • dwaasheid zonder onwetendheid (‘dwaasheid’)
  • weten zonder weten (‘weten’)

Identiek of niet?
Zeg jij het maar.
O, moet ik het zeggen.

Niet-weten: of je een emmer leeggooit.

fuikman

De lege blik

Niet weten is kijken met een lege blik.
Kijken zonder standpunten, perspectieven, theorieën of denkbeelden.
Door je standpunten, perspectieven, theorieën en denkbeelden heen kijken.
Kijken zonder denken.

Dus ook zonder te denken dat je ergens naar kan kijken zonder denken.
Ook zonder te denken dat je door te kijken zonder denken toegang krijgt tot, hoe zegt men dat, ‘de onbemiddelde werkelijkheid’ of zo.
Ook zonder te denken dat dat niet zo is.
Ook zonder te denken dat het aan jou is om te bepalen hoe je kijkt, of dat het niet aan jou is, of dat je dat niet kan weten.
Ook zonder te denken dat je door je standpunten, perspectieven, theorieën en denkbeelden heen kan kijken.
Ook zonder te denken dat er een je is of dat er geen je is of dat hij er is én niet is of noch is noch niet is of dat je dat niet kan weten of wat dan ook.

Ik bedoel maar.
Hoe leeg kan een blik zijn zonder verblind te raken door zijn eigen leegte?

blikjes-extra

Het lege boek

Het zinnebeeld van de lege leer is het lege boek.
De dummy.
Een dummy is niet alleen een weetniet maar ook een boek van niets.
Een boek van niets heeft geen titel, geen colofon, geen inhoudsopgave, geen tekst, geen noten, geen dankwoord en geen index.

Het lege boek is al net zo leeg als de lege leer.
Het bevat alles waarvoor de lege leerling zijn hand in het vuur steekt, dat wil zeggen niets:

  • niet wie hij is,
  • niet wat hij is,
  • niet dat hij is,
  • niet dat hij niet is,
  • niet wat de wereld is,
  • niet dat de wereld is,
  • niet dat de wereld niet is,
  • niet wie god is,
  • niet wat god is,
  • niet dat god is,
  • niet dat god niet is,
  • niet wat goed is,
  • niet wat slecht is,
  • niet wat het leven is,
  • niet dat het leven is,
  • niet dat het leven niet is,
  • niet wat de zin van het leven is,
  • niet dat het leven geen zin heeft,
  • niet wat hij moet doen,
  • niet wat hij moet laten,
  • niet of hij kan kiezen,
  • niet dat je niets kan weten,
  • niet dat je dat ook niet kan weten,

en ga zo maar door.
Zelfs dat zijn boek leeg is, staat er niet in.

De vraag is nu: wat moet je met zo’n boek.
Maar ja.
Dat staat er ook niet in.

lege-boek

Meesterwerk

‘Wat ben jij nou voor schrijver, Hans.’
‘Hoezo?’
‘Jouw boek is helemaal leeg.’
‘Ik heb er jaren aan gegumd.’

Twee dummy’s

‘Waarheen leidt de weg van niet weten?’
‘Sla je dummy er maar op na.’
‘Daar staat toch niks in, dummy.’
‘Sla jezelf er dan op na, dummy.’
‘Daar word ik ook al niet wijzer van.’
‘Nou dan.’

Vier dummy’s

‘Niet-weten leidt alleen maar tot obscurantisme.’
‘Niet weten leidt tot niets.’
‘Maar het ziet kennis toch als iets slechts?’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
‘Omdat weten… omdat niet weten…’
‘Sla dan je dummy er maar op na.’

‘Niet-weten leidt alleen maar tot anti-intellectualisme.’
‘Niet weten leidt tot niets.’
‘Maar het verzet zich toch tegen de rede?’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
‘Omdat weten… omdat niet weten…’
‘Sla dan je dummy er maar op na.’

‘Niet-weten leidt alleen maar tot non-dualisme.’
‘Niet weten leidt tot niets.’
‘Maar het ontkent toch alle onderscheidingen?’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
‘Omdat weten… omdat niet weten…’
‘Sla dan je dummy er maar op na.’

‘Niet-weten leidt alleen maar tot nihilisme.’
‘Niet weten leidt tot niets.’
‘Maar het betwist toch alle grondwaarden en grondwaarheden?’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
‘Omdat weten… omdat niet weten…’
‘Sla dan je dummy er maar op na.’

De lege boodschap

De lege boodschap is niet de boodschap dat de waarheid voorbij de woorden is, niet dat de wereld een illusie is, niet dat wij geen zelf hebben, niet dat alle dingen leeg zijn, niet dat het leven zinloos is, niet dat wij elk oordeel moeten opschorten, niet dat wij niks weten.

boodschap

De lege boodschap is niet de boodschap dat er geen boodschap is, en ook geen andere nihilistische, obscurantistische, fatalistische of defaitistische boodschap die het bestaan of het nut van het een of ander of meteen maar van alles en iedereen ontkent.

De lege boodschap is niet de boodschap dat wij iedere vorm van nihilisme of relativisme moeten verwerpen, niet dat wij het verwerpen van iedere vorm van nihilisme of relativisme moeten verwerpen, niet dat wij het verwerpen van het verwerpen van iedere vorm van nihilisme of relativisme moeten verwerpen, enzoterug.

De lege boodschap is geen boodschap maar leeg.
Dus lezer, laat je boodschappentas maar thuis.

Super

‘Heb jij dan helemaal geen boodschap voor ons?’
‘Voor boodschappen moet je naar de markt.’
‘Bedoel je dat er helemaal geen boodschap is?’
‘Voor boodschappen moet je naar de markt.’

Niets voor niets

‘Ik zoek de blijde boodschap, Hans.’
‘Dan moet je niet bij mij zijn.’
‘Waarvoor moet ik wel bij jou zijn?’
‘De lege boodschap.’
‘Heeft die iets met universele liefde of blijvend geluk of eeuwige vrede te maken?’
‘De lege boodschap heeft nergens mee te maken.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij leeg is natuurlijk.’
‘Wat kost hij?’
‘Niks natuurlijk.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij leeg is natuurlijk.’
‘Dan kan het niet veel wezen.’
‘Zeg dat wel.’
‘Waar moet ik me vervoegen voor de blijde boodschap?’
‘Probeer de boekhandel eens.’
‘En dan?’
‘Een boek kopen natuurlijk.’
‘Hoe weet ik dat het over de blijde boodschap gaat?’
‘Dan hangt er een prijskaartje aan.’
‘En als ik dat niet wil?’
‘Ga je naar een goeroe.’
‘Hoe weet ik dat het daar over de blijde boodschap gaat?’
‘Dan hangt er een prijskaartje aan.’
‘Misschien moet ik eerst de lege boodschap maar eens proberen.’
‘Zie hem eerst maar eens te vinden.’
‘Wat kost hij?’
‘Niks, natuurlijk.’
‘Dan kan het niet veel wezen.’
‘Zeg dat wel.’

Zeven soorten leegte

wadloopgeest

Om te laten zien wat de leegte van niet-weten, eh, inhoudt, vergelijk ik hem hieronder met zes andere soorten leegte.
Ik kan er nog wel meer bedenken, en hele andere indelingen maken ook, maar daar gaat het niet om.
Ik ben geen filosoof of antifilosoof, niet gelovig of ongelovig, niet gnostisch of agnostisch en mijn gezond verstand laat het ook al jaren afweten, dus ik kan je niet zoals de meeste andere mensen vertellen hoe het allemaal zit en loopt en hoort, of zelfs maar hoe het allemaal niet zit en niet loopt en niet hoort.
Ik wil alleen wat misverstanden over de leegte van de lege leer uit de weg ruimen.
Tip van de gesluierde: welke lege leer?

1. Een materieel niets: de lege ruimte
In realistische kringen, zowel filosofische als wetenschappelijke, wordt onder leegte vaak het niets of de ruimte verstaan waarin het iets, de materie, het zijnde, ís.

Sommige denkers zien deze ruimte als een object van een hogere of de hoogste of een lagere of de laagste orde, andere slechts als een bestaansvoorwaarde voor materiële objecten, weer andere als het product van diezelfde objecten, die naar hun mening de ruimte niet innemen maar produceren en definiëren.

Immanuel Kant ziet ruimte als een categorie van het verstand, een manier om de werkelijkheid te ordenen die zelf niet als object in die werkelijkheid gegeven is.

2. Een ideëel niets: het lege bewustzijn
In idealistische kringen wordt leegte vaak opgevat als het bewustzijn zelf; een ongrijpbaar, tijdloos, plaatsloos, voor- of bovenzinnelijk medium, hetzij persoonlijk, hetzij universeel, waarin de ‘tienduizend verschijnselen’ zich kenbaar maken en waardoor ze gekend worden.

3. Een religieus niets: de lege godheid
In godsdienstige kringen verstaat men onder leegte dikwijls een kosmisch niets van goddelijke aard waarin de dingen ontstaan en vergaan; een niets dat als schepper en vernietiger van het iets fungeert; de eerste oorzaak en de laatste bestemming ervan, het alfa en omega.

De godheid van een Plotinus, een Pseudo-Dionysius de Areopagiet of een Meister Eckhart lijkt een leegte zonder substantie of eigenschappen waarop zelfs het gezegde ‘bestaat wel’ of ‘bestaat niet’ niet meer van toepassing is.

4. Een boeddhistisch niets: de lege wereld
In boeddhistische kringen verstaat men onder leegte het idee dat dingen en mensen bij nader inzien geen eigen wezen of werking hebben en volstrekt wederkerig zijn (interzijn, afhankelijk ontstaan).
Je zoekt de betekenis van een woord en je vindt andere woorden.
Je zoekt de auteur en je vindt het discours en omgekeerd.
Je zoekt het subject en je vindt het object en omgekeerd.
Je zoekt jezelf en je vindt de ander en omgekeerd.
Je zoekt de essentie van een ding en je vindt andere dingen.
Je zoekt een oorzaak of aanleiding en je vindt de hele historie.
Je zoekt scherpe grenzen en je vindt vloeiende overgangen.
Alles wijst naar iets anders, alles sluit het andere in.

5. Een spiritueel niets: de lege geest
Voor veel zoekers is leegte hun idee over de geestestoestand van de ontwaakte: minimale mentale activiteit tegen de achtergrond van een ononderbroken oceanisch gevoel van liefde, vrede en geluk.

Persoonlijk moet ik de eerste mens wiens geest op die manier functioneert nog tegenkomen.
Zelf heb ik een dynamisch verstand en een dito gemoed, misschien omdat ik er constant voor waak, of simpelweg niet meer in staat ben, wie dan ook op te sluiten in het hokje van de ontwaakte, het hokje van de slaper, het hokje van de hokjesgeest, het hokje van de vrijgeest of in welk hokje of niet-hokje dan ook.

Tamelijk lege geesten ben ik wel tegengekomen – op de afdeling dementie van verpleeghuis Tamarinde in Utrecht bijvoorbeeld – maar voor zover ik kon beoordelen was er bij deze alzheimerpatiënten, waaronder mijn beide ouders, van een ononderbroken oceanisch gevoel van liefde, vrede en geluk geen sprake.

6. Een ethisch niets: de lege moraal
Voor nihilisten, cynici, pessimisten, anarchisten, absurdisten, dadaïsten, defaitisten, fatalisten, existentialisten, relativisten, subjectivisten, pluralisten, postmoralisten en postmodernisten duidt het begrip leegte op het ontbreken van absolute, onbetwijfelbare, universele normen en waarden die als basis kunnen dienen voor individuele en maatschappelijke keuzes.

7. Een epistemologisch niets: de lege leer
In tegenstelling tot bovenstaande doctrines doet de lege leer geen uitspraak over het al dan niet bestaan van welke vorm van leegte of niet-leegte ook – materieel, ideëel, religieus, boeddhistisch, spiritueel, ethisch of anderszins.
De lege leer, Ø, is geen lege ruimte als in (1), geen leeg bewustzijn (2), geen lege god (3), geen leeg zelf (4), geen lege geest (5) en geen lege moraal (6).

Ook dat we niets kunnen weten staat niet in de lege leer, want dan zou het geen lege leer zijn maar een vorm van scepticisme.
Ook dat we maar beter kunnen zwijgen staat niet in de lege leer, want dan zou het geen lege leer zijn maar een vorm van quïetisme of mutisme.

De lege leer is gewoon leeg.

Noem dat maar een leer.

wadgeest

De volle leer

De lege leer kent zijn gelijke niet, maar er bestaat een equivalente tegenhanger, de volle leer.

Een volle leer is een verzameling van iedere denkbare leerstelling, inclusief de lege, en iedere denkbare combinatie van leerstellingen, inclusief de lege.

Natuurlijk kan er maar één volle leer zijn.
Waarin zou de ene volle leer van de andere moeten verschillen?
Daarom kunnen we hem net zo goed dé volle leer noemen.
Vandaar dat ik hier zonder verdere plichtplegingen durf te stellen: niet weten is de volle leer aanhangen.

Net als de lege leer kan je de volle leer niet verifiëren of falsifiëren, niet bewijzen of ontkrachten, niet aanhangen of verdedigen, niet kennen of ontkennen, niet onthouden of vergeten, niet aanhangen of afwijzen.
Niet aanhangen: ik kijk er niet van op.
Vandaar dat ik hier zonder verdere plichtplegingen durf te stellen: niet weten is de volle leer.

De volle leer wordt net als de lege aangeduid met een Ø, zeg ‘eh’.
Als het nodig is de volle leer te onderscheiden van de lege leer, {}, dan schrijven we {…}.
Het beletselteken tussen accolades staat voor alle denkbare leerstellingen en combinaties daarvan.
Dat de lege leer equivalent is aan de volle, schrijven we zo: {} ≡ {…} of Øleeg ≡ Øvol.

De volle leer ontledigt en de lege leer vervult.
Wie niet weet is vervuld van weten en wie vervuld is van weten, weet niet.

volle-leer

Natuurlijk is de volle leer net zozeer een bedenksel als de lege leer.
Laat dat maar aan Hans van Dam over.
Hoe groter het ruim, hoe groter de duim.
Het zijn maar hulpmiddelen om iets duidelijk te maken over niet weten.
Formules uit de categorieën ‘abracadabra’, ‘samsara’, ‘sesam open u’ en ‘simsalabim’.

Niet weten is ook maar een hulpmiddel om iets duidelijk te maken.
Of onduidelijk, daar wil ik vanaf zijn.
Maar wat?
En aan wie?
Of om ergens vanaf te komen, dat is me niet duidelijk.
Maar waarvan?
Of van wie?

Ik zeg niks.
Of alles.

Wat jij wil.

enso-ginkp