De dood doodgedacht

‘Afscheid nemen van je ideeën over de dood geeft terminale opluchting.’ De dood doodgedacht; dwaalteksten over ziek zijn, doodgaan, vergankelijkheid en niet-weten.

(Tot voor kort heette deze pagina Doodgaan voor dummy’s)

Dwaalgids > Filosofie > De dood doodgedacht

Lees ook: Dementie, spiritualiteit en niet-weten, Lijden, is er een einde aan? Leven is geen kunst

Op deze pagina:

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de dood, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Tip: Meester Hans

Dooddenken is doordenken waar doordenkers ophouden

Denken, doordenken en dooddenken

Wat denken is hoef ik jou niet uit te leggen, anders kon je dit niet lezen. Doordenken is verder denken dan de goegemeente, waardoor je nieuwe horizonten ontsluit, hoger denken dan de goegemeente, waardoor je meer overzicht krijgt, dieper denken dan de goegemeente, waardoor je nieuwe lagen blootlegt, nieuwe onderscheidingen ontdekt, nieuwe verbanden legt, nieuwe inzichten opdoet. Dat hoef ik jou ook niet uit te leggen, anders was je nu al afgehaakt. Maar dooddenken is een ander verhaal. Weet je wat dat is, dooddenken?

Dooddenken is doordenken waar doordenkers ophouden.

Dooddenken is zo diep gaan dat je aan de andere kant weer opduikt.

Dooddenken slaat je zozeer met blindheid dat je het verschil met deze kant niet meer ziet. Noch de overeenkomst.

Dooddenken ontsluit geen nieuwe horizonten en levert geen nieuwe onderscheidingen, verbanden, inzichten op. Integendeel, je denkt ze allemaal stuk. Stukdenken, kapotdenken, het denken dooddoen, voel je wat ik bedoel?

Als je zo diep gaat dat je aan de andere kant weer opduikt, sta je vanaf dat moment met lege handen en een lege geest. Al je onuitgesproken aannames zijn aan het licht gekomen, gewogen en te licht bevonden. Al je denkhokjes en heilige huisjes liggen in puin. Al je inzichten zijn in rook opgegaan, de rook is verwaaid, de wind is gaan liggen en jij erbij, zij aan zij, verdrietig blij.

Groot uitzicht

Wat levert het op?

Niets, niemendal komt er door het dooddenken voor je voormalige inzichten in de plaats. Of toch: Groot Uitzicht. Omdat je nu niet langer tegen al die mentale muurtjes aan zit te kijken die je voorheen zonder meer voor werkelijk hield.

Ik schrijf Groot Uitzicht nu even met hoofdletters om er de nadruk op te leggen, maar het is niet zo dat je door het slechten van de tussenschotjes ineens de Onbemiddelde Werkelijkheid ziet, zoals mensen weleens opperen. Ook die gedachte valt ten prooi aan het dooddenken. En ook het onderscheid tussen een bemiddelde en een onbemiddelde werkelijkheid, tussen een lagere en een hogere werkelijkheid, tussen werkelijkheid en illusie et cetera gaat verloren.

Het enige resultaat van het dooddenken is dat je eindelijk van al die scheidingswandjes af bent. Je geest is niet langer een hokjesgeest. Je verstand is geen gekkenhuis vol gekooide denk-beelden meer, maar een balzaal waar gedachten op doorreis eventjes hun kunstjes komen vertonen, en na het applaus (of boegeroep) in ontvangst te hebben genomen welgemoed verder trekken. Erin en eruit, het kost je geen duit, zo werkt de weetnietgeest.

Tip: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Een relatief niet-weten en een absoluut niet-weten

Wie alles heeft doodgedacht, verblijft in niet-weten

Alles kan doodgedacht worden. Individuele woorden, zinnetjes, wijsheden, teksten, filosofieën, religies, tradities, hele thema’s zoals liefde, zingeving, waarheid, wijsheid, ethiek, metafysica, waarneming, God, het zelf, de vrije wil, het geloof, de weg, meditatie, verlichting en zelfs het denken zelf. Deze onderwerpen, en vele andere, worden stuk voor stuk stukgedacht op andere pagina’s van deze website.

Wie een bepaald thema heeft stukgedacht is op dat terrein tot niet-weten gekomen. Op andere terreinen misschien nog niet. Je zou in dat geval van een lokaal, een plaatselijk, een begrensd, een relatief niet-weten moeten spreken.

Wie alles heeft doodgedacht, zoals ik, of moet ik zeggen, in wie alles is doodgedacht, zoals in mij – die verblijft in niet-weten. In agnose, met een mooi woord. In dat geval kun je spreken van een algemeen, een generaal, een radicaal, een onbegrensd, een universeel, een structureel, een absoluut niet-weten.

Maar waarom zou je? Wie net als ik zelfs het denken zelf heeft doodgedacht, inclusief het zogenaamde dooddenken en het zogenaamde niet-weten in al zijn zogenaamde hoedanigheden, diegene zal het worst wezen hoe en wat en of hij denkt of gedacht wordt en hoe het heet en wat het waard is en waar het toe leidt. Weg ermee.

Afscheid nemen van je ideeën over de dood

Op deze pagina denken we de dood dood. We maken er althans een beginnetje mee. Verwacht dus geen nieuwe begrippen, onderscheidingen, verbanden of inzichten. Ik heb geen snelle troost te bieden, geen instant wijsheid, geen luisterend oor.

Uren, dagen, maanden praten over ziekte en dood, hetzij je eigen, hetzij die van anderen, hetzij in algemene zin, is fijn, pijnlijk, waardevol – in mijn ogen een onontbeerlijk onderdeel van het doorlopende rouwproces dat leven heet. Ik heb heel veel van dat soort gesprekken achter de rug, meer dan ik er voor de boeg heb, hoop ik, en daar prijs ik me gelukkig om. Maar hier, op deze webpagina, doen we het anders. Hier stellen we met zo min mogelijk omhaal je aannames over gezondheid, ziekte, sterven en de dood zelf ter discussie en nemen er als het even kan afscheid van, of zij van jou.

Terminale opluchting

Doe je het ervoor?

Afscheid nemen van je ideeën over de dood is moeilijk en kost veel tijd. Jaren, decennia in mijn geval. Het is een rouwproces op zich, maar wel een dat op den duur enorme verlichting geeft. Verlichting in de zin van opluchting, voor mij de kern van spiritualiteit. De beperkte opluchting van een beperkt niet-weten, of de radicale opluchting van een radicaal niet-weten. Terminale opluchting, als het om de dood gaat. Doe je het ervoor?

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Woekergedachten over woekerweefsel

Ik heb nooit kanker gehad. Niet dat ik weet tenminste. Ik waan mij kankervrij. Maar ik weet niet, ik kan niet weten, of ik het niet allang meedraag. Een traag groeiende brughoekkanker misschien of een ingekapselde longkanker of een snelgroeiende prostaatkanker die pas twee weken geleden op hol is geslagen.

Als er straks inderdaad kanker bij mij wordt vastgesteld, zal ik niet weten of de diagnose klopt. Misschien is er wel iets anders aan de hand. Een cyste. Een aneurysma dat dezelfde röntgenschaduw werpt als een vaatgezwel. Misschien camoufleert een relatief ongevaarlijke kanker wel een veel gevaarlijker systeemziekte. Misschien ben ik zo gezond als een vis en heeft de arts mijn dossier verwisselt met dat van een andere patiënt.

Als ik vervolgens genees weet ik niet of het door de behandeling komt of dat er sprake is van een spontane remissie, als ik al ziek was. Misschien voorkomt de behandeling wel een spontane remissie. Ook weet ik niet of de behandeling van het ene type kanker op termijn niet een ander type kanker in mij voortbrengt, bijvoorbeeld een stralingsgezwel of hormoonkanker.

Als ik na vijf jaar definitief genezen wordt verklaard, weet ik niet of ik werkelijk genezen ben. Een arts kan wel zoveel zeggen. Wie weet welke uitzaaiingen onopgemerkt zijn gebleven. Misschien heeft de radioloog verzuimd naar mijn röntgenfoto’s en scans te kijken. Misschien heeft hij mijn foto’s en scans verwisseld met die van een andere patiënt. Bovendien kan de kanker, de oude of een nieuwe van hetzelfde type of van een heel ander type, ieder moment weer toeslaan.

Mocht ik ondanks alles werkelijk genezen zijn en nooit meer kanker krijgen, dan weet ik niet wat voor andere verrassingen het leven of de dood desondanks of juist daardoor voor mij in petto heeft. Ook weet ik niet welke waardevolle ervaringen ik heb moeten missen doordat ik niet chronisch of terminaal ziek ben geworden.

Kanker.

Je weet nooit of je het hebt.

Je weet nooit wat het teweegbrengt.

Je weet nooit hoe je ermee om moet gaan.

Je weet nooit of je er vanaf bent.

Je weet nooit wat je ervan moet vinden.

Je weet maar nooit.

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Naschrift

In de zomer van 2012, een paar jaar nadat ik bovenstaande tekst had geschreven, werden op een röntgenfoto naar aanleiding van algehele malaise en een een recidiverende longontsteking verdachte schaduwen geconstateerd in de punt (apex) en de stam (het hylum) van mijn linkerlong, en in de ruimte tussen de longen (het interstitium).

Gezien de slechte prognose van longkanker heb ik, tegen het uitdrukkelijke advies van mijn huisarts en oncoloog in, afgezien van verder onderzoek. Sindsdien leef ik in geleende tijd. Maar ach. Dat deed ik toch al.

Wordt vervolgd (of niet natuurlijk).

Naschrift 2

Iemand wees mij erop dat verder onderzoek toch ook had kunnen uitwijzen dat mijn longen gezond zijn. Dat klopt niet want hele kleine longtumoren kunnen met geen enkele methode zichtbaar gemaakt worden. Verder onderzoek had dus hooguit kunnen uitwijzen dat met de gebruikte methode geen tumoren aangetoond konden worden. Om over mijn andere organen en de rest van mijn lichaam nog maar te zwijgen.

Dus leef ik nog steeds in geleende tijd. Maar ach. Dat deed ik toch al.

Wordt vervolgd (of niet natuurlijk).

Naschrift 3

Iemand wees mij erop dat verder onderzoek een andere (long)ziekte aan het licht had kunnen brengen, die wel goed behandelbaar is. Dat klopt. De onderzoeken die ik heb geweigerd dienden alleen ter bevestiging van de diagnose longkanker. Een uitgebreid bloedonderzoek heeft niets opgeleverd.

Dus leef ik nog steeds in geleende tijd. Maar ach…

Naschrift 4

Iemand wees mij erop dat ik een hypochonder ben, iemand die altijd denkt dat hij iets ergs onder de leden heeft. Zij heeft in zoverre gelijk dat ik mij nooit gezond waan. Ze heeft in zoverre ongelijk dat ik mij ook niet ziek waan. Ook niet ziek én gezond. Ook niet ziek noch gezond.

Ik denk niet meer in dat soort termen. Al weet ik ze nog steeds prima te gebruiken wanneer de situatie dat vraagt. Bij de dokter bijvoorbeeld. Bij de apotheek. Bij de buurvrouw. Bij mensen die wel in dat soort termen denken.

Dan doe ik gewoon lekker mee.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Naschrift 5 (september 2017)

Ik ben niet zieker geworden of genezen, en ik word nergens meer op gewezen.

Deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Woekergedachten’.

Wat is van jou, je gezondheid of je ziekte?

De hebberd

Hans: Hoe gaat het met je kanker?

Allard: Ik heb het er vreselijk moeilijk mee gehad.

Hans: Dat kan ik me voorstellen.

Allard: Lang dacht ik dat welzijn mijn geboorterecht was, maar nu heb ik eindelijk mijn aandoening omarmd.

Hans: Tja.

Allard: Wat?

Hans: Eerst dacht je dat die gezondheid van jou was en nou denk je weer dat die ziekte van jou is.

Leef de dood! De Hartmantra

Leef de dood! De hartmantra

De Hartmantra is een minimalistische meditatie op de vergankelijkheid. Dit viervoudige memento mori (Latijn, gedenk te sterven) bestaat uit een achtvoudig woord, een achtvoudige mantra, een achtvoudig wiegelied en een achtvoudige hartenkreet. De Hartmantra eindigt met de woorden ‘Leef de dood!’

1. Het Achtvoudige Woord

Generale repetities

het

hart

stopt

even

vaak

als

het

klopt

Hoe vaak is jouw hart al gestopt?

2. De Achtvoudige Mantra

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Ohm

Het hart stopt even vaak als het klopt

Oh…

3. Het Achtvoudige Wiegelied

Het hart stopt…

Het hart klopt

Het hart stopt…

Het hart klopt

Het hart stopt…

Het hart klopt

Het hart stopt…

Het hart klopt

Niet

4. De Achtvoudige Hartenkreet

Leef de Boeddha!

Dood de Boeddha!

Leef de Boeddha!

Dood de Boeddha!

Leef de Boeddha!

Dood de Boeddha!

Leef de Boeddha!

Leef de dood!

Lees ook De Hartsoetra voor dummy’s, De Diamantsoetra voor dummy’s, Help ons uit de droom

Is de dood een realiteit of een concept?

Alice in Verhalenland

Beste Hans,

Is de dood voor jou een realiteit of een concept?

Beste Alice,

De dood is voor mij een concept.
Realiteit is voor mij ook een concept.
Jou is voor mij ook een concept.
Concept is voor mij ook een concept.

Concepten zijn ook realiteit.
Maar wat is realiteit?
Realiteit is een illusie, zeggen ze.
Of is dat ook maar een illusie?
Of is illusie ook maar een concept?

Alice: Ik bedoel, zal jij naar jouw mening gewoon sterven? Denk jij dat je geboren bent? Wie denk jij dat je bent?

Hans: Dat ik zal sterven is een gedachte.
Dat ik onsterfelijk ben is ook een gedachte.
Dat ik sterfelijk noch onsterfelijk ben ook.
Dat ik voorbij sterfelijkheid en onsterfelijkheid ben ook.

Dat ik geboren ben is een gedachte.
Dat ik ongeboren ben is ook een gedachte.
Dat ik geboren én ongeboren ben ook.
Dat ik voorbij geboren en ongeboren ben ook.

Dat ik iemand ben is een gedachte.
Dat ik niemand ben is ook een gedachte.
Dat het allemaal maar gedachten zijn ook.
Dat het een gedachte is dat het allemaal maar gedachten zijn ook.

Alice: Volgens mij is ons stoffelijke omhulsel vergankelijk, maar datgene wat het belichaamt niet.

Hans: Dat ik een stoffelijk omhulsel heb is een idee.
Dat het iets belichaamt is ook een idee.
Misschien wordt het zelf wel ergens door omhuld of belichaamd, al was het maar door een idee.
Wie of wat wordt er volgens jou door mijn stoffelijk omhulsel belichaamd?

Mijn ziel?
Mijn diepste wezen?
Mijn hoogste zelf?
Mijn ware aard?
Mijn oorspronkelijke gezicht?
Mijn boeddhaveld?
Niet-ik?
Bewustzijn?
Leegte?
Het Ene?
God?

Bestaan die eigenlijk wel?
Of zijn het ook maar ideeën?
Of is dat ook maar een idee?
Of is idealiteit ook een vorm van bestaan?
Of is bestaan ook een vorm van idealiteit?

Ik heb eigenlijk geen idee.
Of moet ik zeggen dat ik alleen maar ideeën heb?
Of moet ik zeggen dat ideeën mij hebben?
Of moet ik zeggen dat ze alleen maar langskomen, en zo ja, waarlangs precies?

Langs de kenner van het gekende zeker weer.
Of is de kenner van het gekende ook weer zo’n idee?
Ja vast, van de kenner van de kenner van het gekende.
En die dan?

Nee, ik kom er niet uit.
Wat een nachtmerrie.
Misschien kan jij me uit mijn droom helpen.
Of is dat ook weer zo’n idee?

Alice: Volgens mij is het allemaal heel simpel. Je omhulsel is sterfelijk maar jij bent in wezen doodloos en ongeboren.

Hans: Miauw.

Alice: Hoe bedoel je?

Hans: Maak dat de kat maar wijs.

Alice: De Cheshire Cat? ;-)

Hans: Als we maar in Wonderland blijven.

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

De Cheshire Cat is een kat met een hele ondeugende glimlach in ‘Alice’s Adventures in Wonderland’ van Lewis Carroll.

Gedenk te sterven: ben je bereid?

De meeste mensen gaan ervan uit dat ze van ouderdom zullen sterven, maar is dat wel zo?

Memento mori (gedenk te sterven), want het kan ieder moment afgelopen zijn:

Over tien jaar

Verbeeld je dat je nog maar tien jaar te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om over tien jaar te sterven?

Over één jaar

Verbeeld je dat je nog maar één jaar te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om over één jaar te sterven?

Over één maand

Verbeeld je dat je nog maar één maand te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Ben je bereid om over één maand te sterven?

Over één week

Verbeeld je dat je nog maar één week te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om over één week te sterven?

Over één dag

Verbeeld je dat je nog maar één dag te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Ben je bereid over één dag te sterven?

Over één uur

Verbeeld je dat je nog maar één uur te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om over één uur te sterven?

Over één minuut

Verbeeld je dat je nog maar één minuut te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om over één minuut te sterven?

Over één seconde

Verbeeld je dat je nog maar één seconde te leven hebt.

Wat zou je nog willen doen in die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om over één seconde te sterven?

Nu

Gedenk te leven: ben je bereid?

Onsterfelijken onder ons

De meeste mensen gaan ervan uit dat ze minder dan een eeuw te leven hebben, maar is dat wel zo?

Volgens nieuwetijdsleraren zijn er allang onsterfelijken onder ons.

Volgens het boeddhisme kunnen en zullen wij vele malen reïncarneren.

Volgens de advaita vedanta zijn wij het tijdloze bewustzijn.

Volgens het spiritisme leven wij eeuwig voort als geesten.

Volgens christenen en moslims gaat onze ziel na het overlijden van het lichaam voorgoed naar de hemel of de hel.

Volgens futurologen evolueren wij naar een androïde bestaansvorm met onbeperkt vervangbare onderdelen.

Volgens sceptici zijn dit allemaal maar gedachten en wensdromen, maar misschien is dat ook maar een gedachte of een wensdroom.

Wie heeft er volgens jou gelijk?

Zeker weten?

Vaarwel of vaarniet?

Ook op kleinere schaal is de bestaansonzekerheid groot. Misschien ben jij een van de velen die op een dag van zijn arts of van een andere toekomstvoorspeller te horen krijgt dat hij nog maar een week, een maand, een jaar, een decennium te leven heeft. Je brengt je leven op orde, laat een testament opmaken, werkt je bucket list af (want wat is een mens zonder to-do lijst) en neemt uitgebreid afscheid.

Als de Dooie Dood dan op het aangekondigde tijdstip verstek laat gaan, en nog eens, en nog eens, raken jij en je dierbaren lelijk in de war. Je kan tenslotte niet aan de gang blijven met emmerlijstjes afwerken en afscheid nemen.

Daar hangen jullie dan, overal tussenin, in de wachtkamer van de dood. Echt leven lukt niet meer en echt doodgaan evenmin. Vaarwel of vaarniet?

Memento vivere (gedenk te leven), want Joost mag weten hoe lang en in welke vorm het nog doorgaat:

Nog honderd jaar

Verbeeld je dat je nog honderd jaar te leven hebt.

Wat ga je doen met al die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om nog honderd jaar te leven?

Nog duizend jaar

Verbeeld je dat je nog duizend jaar te leven hebt.

Wat ga je doen met al die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om nog duizend jaar te leven?

Nog tienduizend jaar

Verbeeld je dat je nog eens tienduizend jaar te leven hebt.

Wat ga je doen met al die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om nog tienduizend jaar te leven?

Voor eeuwig

Verbeeld je dat je het eeuwige leven hebt.

Wat ga je doen met al die tijd?

Waar ben je eindelijk van verlost?

Waar ben je bang voor?

Ben je bereid om voor eeuwig te leven?

Ben je bereid voor eeuwig te leven?

Of ik bang ben voor de dood? Niet bepaald

‘Ben jij bang voor de dood, Hans?’

‘Niet bepaald.’

‘Denk jij dat je onsterfelijk bent?’

‘Niet bepaald.’

‘Maar je hoopt van wel?’

‘Niet bepaald.’

‘Bedoel je dat je hoopt van niet?’

‘Niet bepaald.’

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Is er leven voor de dood?

‘Denk jij dat er leven na de dood is, Hans?’

‘Als dit het al is, dan zeker.’

‘Daar was ik nou nooit opgekomen.’

‘Maar is er ook leven vóór de dood?’

Denk je nou echt dat je (niet) doodgaat?

Klompenbal

Patrick: Ben jij bang voor de dood?

Hans: Wie zegt dat ik dood ga?

Patrick: Dacht jij soms van niet?

Hans: Ik stel alleen een wedervraag.

Patrick: Je steekt je kop in het zand.

Hans: De pot verwijt de ketel.

Patrick: Je wendt je af van het onafwendbare.

Hans: Wat weet jij van het onafwendbare?

Patrick: Hoezo?

Hans: Ooit eerder gestorven?

Patrick: Dat komt vanzelf wel.

Hans: O ja?

Patrick: Iedereen moet dood.

Hans: Heb je dat persoonlijk vastgesteld?

Patrick: Man, kijk toch om je heen.

Hans: Ik zie anders alleen maar levenden.

Patrick: Je hebt toch weleens iemand zien sterven?

Hans: En wat dan nog?

Patrick: Dat bewijst dat mensen doodgaan.

Hans: Maar niet dat iedereen doodgaat.

Patrick: Iedereen is het er anders over eens.

Hans: Heb je dat persoonlijk vastgesteld?

Patrick: Iedereen die goed bij zijn verstand is.

Hans: Je klampt je vast aan je verstand.

Patrick: Jij klampt je vast aan je onwetendheid.

Hans: Jij klampt je vast aan de dood.

Patrick: Denk je nou echt dat je niet doodgaat?

Hans: Denk jij nou echt dat je leeft?

Patrick: Nou breekt mijn klomp.

Hans: Nou je andere nog.

Tip: Wat is niet-weten?

Wat denk je allemaal niet

Senna: Hoe moet dat nou als jij dood bent?

Hans: Gewoon.

Senna: Maar dan zal ik je nooit meer zien!

Hans: Ik heb je al zo vaak verlaten, en jij mij.

Senna: Altijd maar voor eventjes.

Hans: Dat dacht je er zelf bij.

Senna: En nu voorgoed.

Hans: Dat denk je er zelf bij.

Senna: Bedoel je dat de dood een afscheid is als alle andere?

Hans: Dat denk je er zelf bij.

Senna: Zinspeel je op een hiernamaals?

Hans: Dat denk je er zelf bij.

Senna: Bedoel je dat het hiernamaals ook maar een sprookje is?

Hans: Dat denk je er zelf bij.

Senna: Probeer je mij duidelijk te maken dat ik alles er zelf bij denk?

Hans: Dat denk je er zelf bij.

Senna: Bedoel je dat ik er niet meer van alles zelf bij moet denken?

Hans: Dat denk je er zelf bij.

Senna: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Tip: Denken, denken, denken

Zonder verwachtingen sterft niemand te vroeg of te laat (of op tijd)

Nikai: Hoe komt het dat sommigen te vroeg sterven en anderen te laat?

Hans: Niemand sterft te vroeg of te laat.

Nikai: Hè?

Hans: Te vroeg betekent alleen maar eerder dan verwacht.

Nikai: Op die manier.

Hans: Te laat betekent alleen maar later dan verwacht.

Nikai: Prachtig.

Hans: Wat?

Nikai: Zonder verwachtingen sterft iedereen op tijd.

Hans: Welnee.

Nikai: Hè?

Hans: Op tijd is nog steeds een verwachting.

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Als je nergens op rekent

Een misrekening

‘Als je nergens op rekent kan de dood je nooit overvallen, Hans.’

‘Daar zou ik maar niet op rekenen.’

Als je alles verwacht kan je ook niet echt geschokt zijn

In verwachting zonder verwachtingen

Margo: Gecondoleerd met je doodgeboren kindje.

Hans: Dank je.

Margo: Vreselijk hè.

Hans: Och.

Margo: Wat?

Hans: Het was een mooie zwangerschap en een mooie bevalling.

Margo: Hoe zag het kindje eruit?

Hans: Helemaal gaaf en helemaal slap.

Margo: Dat moet een zware klap geweest zijn.

Hans: Toch niet.

Margo: Had je het zien aankomen?

Hans: Alleen in algemene zin.

Margo: Hoe bedoel je?

Hans: Iedereen is sterfelijk. Vooral ongeboren kindjes.

Margo: Je maakt niet echt een geschokte indruk.

Hans: Als je niets verwacht, kun je ook niet echt geschokt zijn.

Margo: En je vrouw?

Hans: Wat is daarmee?

Margo: Ze is toch negen maanden in verwachting geweest.

Hans: Zwanger, bedoel je.

Margo: Niet in verwachting?

Hans: Niet dat ik weet.

Margo: Ze verwachtte niets?

Hans: Of eigenlijk alles. Ze hield overal rekening mee.

Margo: Net als jij.

Hans: Net als ik.

Margo: Zij was ook niet geschokt.

Hans: Als je alles verwacht kan je ook niet echt geschokt zijn.

Margo: Wat is het verschil tussen niets verwachten en alles verwachten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Margo: Wat is het verschil tussen alles verwachten en niets weten?

Hans: Zelfde verhaal.

Margo: Wat is het verschil tussen niets weten en niets verwachten?

Hans: Idem dito.

Margo: …

Hans: Waarom huil je nou?

Margo: Die lege kinderkamer! Hoe kun je hier nog binnengaan?

Hans: Dat kost me geen enkele moeite.

Margo: Niet?

Hans: Er was geen baby en er is geen baby. Wat is er nieuw?

Margo: Je kunt er geen traan om laten?

Hans: O, zo vaak.

Margo: Hè?

Hans: Wat?

Margo: Als je niet geschokt bent, waarom zou je dan nog huilen?

Hans: Ben jij altijd geschokt als je moet huilen?

Margo: Ik bedoel, als je niets weet, waarom zou je dan nog huilen?

Hans: Ik bedoel, als je niets weet, waarom niet?

Nota bene: deze dialoog is fictief. Lucienne en ik hebben nooit een doodgeboren kindje gehad.

Als je verwacht dat je nooit geschokt zal zijn, verwacht je niet niets

Leandro: Als je niets verwacht, kun je nooit geschokt zijn.

Hans: Als je verwacht dat je nooit geschokt zult zijn, verwacht je niet niets.

Leandro: Ik bedoel, als je alles verwacht, kun je nooit geschokt zijn.

Hans: Ik bedoel, als je niet verwacht dat je nog ooit geschokt zult zijn, verwacht je niet alles.

Wie weet is de dood wel erger dan het leven

Van de andere kant

1.

Katheleine: Ik ben als de dood om te sterven.

Hans: Wie weet is het leven wel erger dan de dood.

2.

Humphrey: Was ik maar dood.

Hans: Wie weet is de dood wel erger dan het leven.

3.

Jennefer: Als je niet weet of het leven erger is dan de dood, moet je dan verder ploeteren of zelfmoord plegen?

Hans: Beslist.

Straks is er misschien ook geen straks meer

Hans: Is er wat?

Gerian: Ik heb terminale pancreaskanker.

Hans: Zit je daarom zo te sippen?

Gerian: Straks zal ik dit allemaal moeten missen.

Hans: Straks is er misschien ook geen gemis meer.

Gerian: Verdraaid.

Hans: Ja, weet jij veel.

Gerian: Dan zou ik er denk ik wel vrede mee kunnen hebben.

Hans: Straks is er misschien ook geen vrede meer.

Gerian: Dat vind ik nou weer wat minder.

Hans: Straks is er misschien ook geen minder meer.

Gerian: Dan zou ik er toch weer vrede mee kunnen hebben.

Hans: Straks is er misschien ook geen ik meer.

Gerian: Dat vind ik nou weer wat minder.

Hans: Straks is er misschien ook geen straks meer.

Gerian: Dan zou ik er toch weer vrede mee kunnen hebben.

Hans: Maar misschien ook niet.

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Waardig sterven is niet moeilijk zonder waarden

Waardenloos

Eeke: Hoe moeten wij sterven?

Hans: Gewoon.

Eeke: Gewoon?

Hans: Zoals wij sterven.

Eeke: We moeten sterven zoals we sterven?

Hans: Kan niet misgaan.

Eeke: Maar ik wil wáárdig sterven.

Hans: Waardiger kan niet.

Eeke: Zeker nooit in een verzorgingshuis geweest.

Hans: Zo vaak.

Eeke: Dan weet je wat ik bedoel.

Hans: Wat versta jij onder waardig?

Eeke: Berustend en liefdevol.

Hans: Niet vloekend en tierend?

Eeke: Kom nou.

Hans: Niet lachend en huilend?

Eeke: Stel je voor.

Hans: Niet lallend en brallend?

Eeke: Nou ja!

Hans: Niet ijlend en kwijlend?

Eeke: Wat versta jij onder waardig?

Hans: Geen idee.

Eeke: Geef eens een definitie.

Hans: In overeenstemming met je waarden?

Eeke: Ik bedoel, wat is waardig sterven volgens jou?

Hans: Gewoon.

Eeke: Gewoon?

Hans: Zoals wij sterven.

Eeke: We moeten sterven zoals we sterven?

Hans: Kan niet misgaan.

Eeke: Maar wat is daar waardig aan?

Hans: Geen idee.

Eeke: Waarom weet je dat niet?

Hans: Omdat ik geen waarden heb?

Eeke: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Eeke: Niet of niet meer?

Hans: Of nog niet.

Eeke: Pas dan maar op.

Hans: Waarop?

Eeke: Straks lig je op je sterfbed nog te krijsen als een mager speenvarken.

Hans: Niets in mij zal zich daartegen verzetten.

Eeke: En als je je er nou toch tegen verzet?

Hans: Dan zal niets in mij zich dáártegen verzetten.

Eeke: En als je je daar nou toch tegen verzet?

Hans: Dan zal niets in mij zich dáártegen verzetten.

Eeke: Het maakt jou niet uit of je straks op je sterfbed ligt te krijsen als een mager speenvarken of je daartegen verzet of je daar weer tegen verzet?

Hans: En anders maar wel.

Eeke: We moeten sterven zoals we sterven.

Hans: We moeten niks.

Eeke: We sterven zoals we sterven.

Hans: Kan niet misgaan.

Eeke: Maar ik wil wáárdig sterven.

Hans: Waardiger kan niet.

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

Waardenloos zijn is niet makkelijk

Gerrit: Ik zal mij niet verzetten tegen de manier waarop ik dood in ga.

Hans: Dat moet je nog maar afwachten.

Gerrit: Al krijs ik erop los.

Hans: Dat moet je nog maar afwachten.

Gerrit: Niks hoor.

Hans: Hoe weet je dat?

Gerrit: Omdat ik geen waarden meer heb.

Hans: Echt niet?

Gerrit: Geen spoortje.

Hans: En als je ze op je sterfbed toch zou blijken te hebben?

Gerrit: Dat zou me vies tegenvallen van mezelf.

Hans: Ik was er al bang voor.

Tip: De Grote Weg (is niet moeilijk voor wie hem kwijt is)

Het is pas zover als het zover is

Hans: Ik denk dat ik mij niet zal verzetten tegen de manier waarop ik dood ga, maar dat weet ik pas als het zover is.

Fredy: En als je je er toch tegen verzet?

Hans: Dan zal ik mij daar niet tegen verzetten, denk ik, maar dat weet ik pas als het zover is.

Fredy: En als je je nou toch verzet tegen je verzet?

Hans: Dan zal ik mij daar niet tegen verzetten, denk ik, maar dat weet ik pas als het zover is.

Fredy: Dus eigenlijk maakt het je geen bal uit hoe je dood gaat?

Hans: Op dit moment niet, maar dat weet ik pas als het zover is.

Fredy: Lig je er weleens wakker van?

Hans: Tot nog toe niet, maar dat weet ik pas als het zover is.

Tip: Vrede sluiten met je onvrede

Voortdurend afscheid nemen

Leerling: Leven is voortdurend afscheid nemen.

Meester: Ook van je lijfspreuken.

Jaren later

Leerling: Leven is voortdurend afscheid nemen, ook van je lijfspreuken.

Meester: Ook van je lijfspreuken.

Tip: Dwaalspreuken voor in de vrolijke keuken

Terminale logica

Treze: Van verdriet kun je doodgaan.

Hans: Geef eens een voorbeeld.

Treze: Twee maanden na mijn moeder is mijn vader van verdriet overleden.

Hans: Hoe weet je dat het van verdriet was?

Treze: Omdat hij terminaal bedroefd was.

Hans: En als hij toevallig in jubelstemming was gestorven?

Treze: Wat?

Hans: Zou je dan hebben gezegd dat hij van opluchting was gestorven?

Treze: Hm.

Hans: Nou dan.

Sterven van verdriet is geen sinecure

Wedden dat je na mijn dood nog minstens drie keer zult ademhalen?

De meester ligt op zijn sterfbed.

Leerling: Ik denk niet dat ik zonder u kan.

Meester: Je kan wel zoveel denken.

Leerling: Ik meen het hoor, ik kan echt niet zonder u.

Meester: Dat mocht je willen.

Leerling: Ik weet het zeker.

Meester: Wacht maar.

Leerling: Ik zal nog sterven van verdriet.

Meester: Wedden dat je na mijn dood nog minstens drie keer zult ademhalen?

Leerling: Nou ja, dat red ik nog wel.

Meester: Zónder mij.

Leerling: Het autonome zenuwstelsel, hè.

Meester: En daarna nog wel dertig keer.

Leerling: En nog wel driehonderd keer ook.

Meester: En nog wel drieduizend keer ook.

Leerling: Maar dan is het ook mooi geweest.

Meester: Daar heb je niets over te zeggen.

Leerling: Desnoods pleeg ik zelfmoord.

Meester: Durf jij dat?

Leerling: Nou en of.

Meester: Zo zo.

Leerling: En ik weet al precies hoe ik het doen zal ook.

Meester: Zie je wel dat je best zonder mij kunt?

Top kut

Leerling: Ik voel me kut.

Meester: Alles gaat voorbij.

Leerling: Top.

Jaren later

Leerling: Ik voel me top.

Meester: Alles gaat voorbij.

Leerling: Kut.

Jaren later

Meester: Ik voel me kut.

Leerling: Alles gaat voorbij.

Meester: En?

Jaren later

Meester: Ik voel me top, en zeg nou niet dat alles voorbij gaat.

Leerling: Alles gaat voorbij.

Meester: Hou daar nou eens mee op.

Je bent als de dood voor je voorstelling van de dood

Neal: Ik ben als de dood voor de dood.

Hans: Welnee.

Neal: Wat?

Hans: Dat kan helemaal niet.

Neal: Waarom niet?

Hans: Ooit dood geweest?

Neal: Niet dat ik weet.

Hans: Nou dan.

Neal: Maar ik stel me voor dat…

Hans: Precies.

Neal: Wat precies?

Hans: Je bent als de dood voor je voorstelling ervan.

Tip: Byron Katie voor Workaholics

Kun je zelf bepalen wat je je voorstelt van de dood?

Kun je zelf bepalen welke voorstelling je gelooft?

Stijnie: Je bent niet bang voor de dood zelf, maar voor je voorstelling ervan.

Hans: Dat is ook maar een voorstelling.

Stijnie: Pardon?

Hans: Dat je niet bang bent voor de dood maar voor je voorstelling ervan, is gewoon de volgende voorstelling.

Stijnie: Je snapt het niet.

Hans: Wat niet?

Stijnie: Het betekent dat je er iets aan kunt doen.

Hans: Waaraan?

Stijnie: Aan je doodsangst.

Hans: Hoe dan?

Stijnie: Gewoon, door je voorstelling van de dood te onderzoeken en te veranderen of op te geven.

Hans: Dat is ook maar een voorstelling.

Stijnie: Hè?

Hans: Dat je ervoor kunt kiezen om je voorstellingen te onderzoeken en te veranderen of op te geven, is gewoon de volgende voorstelling.

Stijnie: Ik bepaal toch zeker zelf wat ik mij voorstel?

Hans: Misschien.

Stijnie: Maar?

Hans: Bepaal je ook zelf wat je gelooft?

Tip: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid

Hoe weet je dat de as van je moeder in die urn zit?

Wat ben jij toch goedgelovig

Bouwe: Zie je die urn daar?

Hans: Die blauwe?

Bouwe: De as van mijn moeder, God hebbe haar ziel.

Hans: Hoe weet je dat er as in zit?

Bouwe: Daar is het een urn voor.

Hans: Heb je er ooit in gekeken?

Bouwe: Eigenlijk niet.

Hans: Je hebt toch wel even geschud?

Bouwe: Ook niet.

Hans: Dus hij zou best leeg kunnen zijn.

Bouwe: Ik kan het me nauwelijks voorstellen.

Hans: Dat zegt niets.

Bouwe: Denk je nou heus…

Hans: Welnee.

Bouwe: Nou dan.

Hans: Stel dat er as in zit, hoe weet je dat die van je moeder is?

Bouwe: Dat staat hier, op het naamplaatje.

Hans: Wat?

Bouwe: De naam van mijn moeder.

Hans: En?

Bouwe: Geen twijfel mogelijk. De namen en data kloppen precies.

Hans: Waarmee?

Bouwe: Met die van mijn moeder.

Hans: Zal best.

Bouwe: Maar?

Hans: Komen ze ook overeen met de as?

Bouwe: Daar… ben ik altijd van uitgegaan.

Hans: Terecht, denk je?

Bouwe: Wat ben jij toch een rare kwast.

Hans: Wat ben jij toch goedgelovig.

Bouwe: Hoezo?

Hans: Iedereen kan overal een naambordje op plakken met willekeurig welke tekst.

Bouwe: Maar waarom zouden ze er de verkeerde as in doen?

Hans: Of het verkeerde bordje opplakken.

Bouwe: Maar waarom?

Hans: Per ongeluk. Voor de lol. Als een bakker die in het beslag tuft.

Bouwe: Ik geloof er niets van.

Hans: Ooit een asla schoongemaakt?

Bouwe: Zo vaak.

Hans: Vertel eens.

Bouwe: Kolenkachels, open haarden.

Hans: Hoe gaat dat in zijn werk?

Bouwe: Je trekt de la eruit en gooit hem leeg.

Hans: En dan is hij leeg?

Bouwe: Nou nee, er blijft altijd wel wat achter.

Hans: Net als op het stookrooster.

Bouwe: Onvermijdelijk.

Hans: Zou het in de ovens van het crematorium ook zo gaan, denk je?

Bouwe: …

Hans: Wat zie je wit ineens?

Bouwe: Dan zou deze urn niet alleen de as van moeder…

Hans: Waarschijnlijk niet.

Bouwe: En dan zitten er natuurlijk ook asresten van moeder in andere…

Hans: Waarschijnlijk wel.

Bouwe: En ik maar denken…

Hans: En jij maar denken.

Bouwe: …

Hans: Kom kom, trek het je niet aan.

Bouwe: …

Hans: Misschien is het niet eens de as van je moeder.

Bouwe: …

Hans: Als er al iets in zit.

Tip: De illusie van de illusie

Gehecht, onthecht, ononthecht

Wat je van niet-weten mag verwachten

Kirsten: Hecht jij aan het leven?

Hans: Van mij mag het wel doorgaan.

Kirsten: Aha!

Hans: Maar het mag ook wel ophouden.

Kirsten: Hè?

Hans: Niet goed?

Kirsten: Komt dat door niet weten?

Hans: Wat?

Kirsten: Dat het leven van jou zowel mag doorgaan als ophouden?

Hans: Welnee.

Kirsten: Niet?

Hans: Altijd al gehad.

Kirsten: Komt dat even goed uit.

Hans: Hoezo?

Kirsten: Kan het fijn voor onthechting doorgaan.

Hans: Voor mij mag die onthechting zo ophouden.

Kirsten: Bedoel je dat je het niet erg zou vinden om aan het leven te hechten?

Hans: Of aan de dood. Of aan het leven én de dood.

Kirsten: Komt dat dan wel door niet weten?

Hans: Wat?

Kirsten: Dat die onthechting je ook niets kan schelen?

Hans: Kan mij het schelen.

Kirsten: Zeker ook altijd al gehad.

Hans: Kan jou het schelen.

Kirsten: Ik probeer te ontdekken wat ik van niet weten verwachten mag.

Hans: Zeg dat dan meteen.

Kirsten: Wat mag ik van niet weten verwachten?

Hans: Je mag er alles van verwachten.

Kirsten: Maar dat is goed nieuws!

Hans: Maar of het ook uitkomt?

Tip: Brieven zen; de dharma voorbij

Ik ben niet gehecht aan het leven tot het tegendeel blijkt

Melissa: Ben jij gehecht aan het leven?

Hans: Niet echt.

Melissa: Wat als je ineens ontdekt dat je er toch aan gehecht bent?

Hans: Geen probleem.

Melissa: In een noodsituatie bijvoorbeeld, waarin je tot je eigen verbazing voor je leven blijkt te vechten.

Hans: Geen probleem.

Melissa: Daar zou je niet mee zitten?

Hans: Nu tenminste niet.

Melissa: En als het zover is?

Hans: Dat valt niet te voorspellen.

Melissa: Dat je in een noodsituatie niet zou vechten of dat je daar niet mee zult zitten?

Hans: Dat valt niet te voorspellen.

Mijn vriend Wim verhing zich op zestienjarige leeftijd

Vredesgebed

Mijn vriend Wim verhing zich op zestienjarige leeftijd

Vrede zij met hem

De zestienjarige Hans nam het hem heel erg kwalijk

Vrede zij met hem

De zestienjarige Hans nam het zichzelf ook heel erg kwalijk dat hij het vriend Wim heel erg kwalijk nam

Vrede zij met hem

De zestienjarige Hans gaf zichzelf ook nog eens de schuld dat vriend Wim zich verhing

Vrede zij met hem

Wim’s familie nam het Wim ook heel erg kwalijk dat hij zich verhing

Vrede zij met hen

Wim’s familie geeft zichzelf nog steeds de schuld dat Wim zich verhing

Vrede zij met hen

Ikzelf denk iedere dag aan zelfmoord

Vrede zij met mij

Sommigen vinden dat je het zelfdoding moet noemen

Vrede zij met hen

Sommigen nemen het mij kwalijk dat ik iedere dag aan zelfmoord denk

Vrede zij met hen

Sommigen nemen het mij niet kwalijk dat ik iedere dag aan zelfmoord denk maar wel dat ik het niet voor me hou

Vrede zij met hen

Ik zal mezelf geen strobreed in de weg leggen als ik daadwerkelijk de hand aan mezelf sla

Vrede zij met mij

Sommigen nemen het mij kwalijk dat ik zeg dat ik mezelf geen strobreed in de weg zal leggen als ik daadwerkelijk de hand aan mezelf wil slaan

Vrede zij met hen

Als ik mezelf toch tegen wil houden als ik daadwerkelijk de hand aan mezelf wil slaan dan zal ik mezelf geen strobreed in de weg leggen

Vrede zij met mij

Mijn lief zal mij ook geen strobreed in de weg leggen als ik daadwerkelijk de hand aan mezelf wil slaan

Vrede zij met haar

Sommigen nemen het haar kwalijk dat ze mij geen strobreed in de weg zal leggen als ik daadwerkelijk de hand aan mezelf wil slaan

Vrede zij met hen

Als mijn lief mij toch tegen wil houden als ik daadwerkelijk de hand aan mezelf wil slaan dan zal ik haar geen strobreed in de weg leggen

Vrede zij met ons

Sommigen vinden dat je niet dood mag willen

Vrede zij met hen

Sommigen denken dat je daar iets over te zeggen hebt

Vrede zij met hen

Sommigen denken dat je er niets over te zeggen hebt

Vrede zij met hen

Sommigen denken dat zelfdoding een recht is.

Vrede zij met hen

Sommigen denken dat niemand over zelfdoding mag oordelen.

Vrede zij met hen

Sommigen denken dat iedereen vrij mag oordelen over zelfdoding.

Vrede zij met hen

Sommigen denken dat iedereen vrij mag oordelen over wat ook.

Vrede zij met hen

Sommigen vinden dat niemand vrij mag oordelen over wat ook.

Vrede zij met hen

Jij vindt waarschijnlijk ook van alles.

Vrede zij met hen

Of misschien vind je wel niks.

Vrede zij met hen

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Tip: Brieven niet-weten; de twijfel voorbij

Waarom je broer zich heeft opgehangen

Wat had hij dan moeten zeggen?

Quintijn: Als ik maar wist waarom mijn broer zich heeft opgehangen.

Hans: Wat dan?

Quintijn: Dan zou ik er vrede mee kunnen hebben.

Hans: Ongeacht het antwoord?

Quintijn: Als ik het maar wist.

Hans: En als hij zou zeggen dat hij geen idee heeft?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, daar kom je niet mee weg.

Hans: En als hij zou zeggen dat het door zijn hormonen kwam?

Quintijn: Dan zou ik zeggen,wat weet jij van fysiologie?

Hans: En als hij zou zeggen dat het zenuwzwakte was?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, waar heb je dat nou weer gelezen?

Hans: En als hij het aan zijn homofilie zou wijten?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, daarvoor hoef je toch niet dood?

Hans: Of aan zijn autisme?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, autist zijn we allemaal.

Hans: Of aan zijn Weltschmerz?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, de wereld zorg wel voor zichzelf.

Hans: En als hij zou zeggen dat hij misbruikt was?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, ik toch ook?

Hans: En als hij zou zeggen dat hij zichzelf niet meer kon aanzien?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, ik ben nog lelijker dan jij.

Hans: En als hij zou zeggen dat hij er geen gat meer in zag?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, je kwam pas net kijken.

Hans: En als hij zou zeggen dat hij andere mensen alleen maar ongelukkig maakte?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, nee, van je dood worden we vrolijk.

Hans: En als hij zou zeggen dat hij zich eenzaam voelde?

Quintijn: Dan zou ik zeggen, maar we hielden toch van je?

Hans: Wat had hij dan moeten zeggen?

Quintijn: …

Hans: Nou?

Quintijn: Misschien wel niets.

Hans: Dat heeft hij dan goed aangevoeld.

Tip: Meester Tja en de tao van tja

Waarom je zus voor de trein is gesprongen

Rocco: Ik snap niet waarom mijn zus voor de trein is gesprongen.

Hans: Nee.

Rocco: Wat zou ik er niet voor over hebben als ik het hem kon vragen.

Hans: Heb jij overal een goede reden voor?

Rocco: Niet overal voor, maar…

Hans: Begrijp jij alles van jezelf?

Rocco: Niet alles, maar…

Hans: Kun jij je omstandigheden overzien?

Rocco: Niet helemaal, maar…

Hans: Waarom je zus dan wel?

Waarom je vader een overdosis heeft genomen

Verklaringen afleggen

Vinnie: Ik snap niet waarom mijn vader een overdosis heeft genomen.

Hans: Heb je nog gedroomd vannacht?

Vinnie: Je weet hoeveel ik droom.

Hans: Als iemand je vraagt je dromen uit te leggen, wat zeg je dan?

Vinnie: Die is gek.

Hans: Als jij je dromen van afgelopen nacht niet eens kunt verklaren, waarom je vader dan wel zijn nachtmerrie van zoveel jaar geleden?

Als je niet meer aan betekenis doet…

Wie wil er nou voor jou blijven leven

Rienk: Stel dat je vrouw dood wil, wat zegt dat dan over jou?

Hans: Dat ze dood wil.

Rienk: Meer niet?

Hans: Ik doe niet aan betekenis.

Rienk: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Rienk: Wat zegt het over haar liefde voor jou?

Hans: Wat heeft dat er nou weer mee te maken.

Rienk: Zegt ze eigenlijk niet dat jij niet de moeite waard bent om voor te blijven leven?

Hans: Ze is mans genoeg om dat rechtstreeks tegen me te zeggen.

Rienk: Stel dat ze het rechtstreeks tegen je zou zeggen, wat dan?

Hans: Dan zou ze het rechtstreeks tegen me zeggen.

Rienk: Welke conclusies zou je eraan verbinden?

Hans: Mezelf kennende, geen enkele.

Rienk: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Rienk: Er zou geen enkele conclusies in je opkomen?

Hans: Mezelf kennende zouden er talloze conclusies in me opkomen.

Rienk: Maar?

Hans: Ik zou ze nergens aan verbinden.

Rienk: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Rienk: Maar zou het niet een enorme klap zijn?

Hans: Voor wie?

Rienk: Voor jou.

Hans: Ken ik niet.

Rienk: Echt niet?

Hans: Niet echt.

Rienk: Als iemand zoiets tegen mij zou zeggen…

Hans: Wie wil er nou voor jou blijven leven.

Rienk: Nou zeg!

Hans: Nog geen handjevol mensen, wed ik.

Rienk: Wat dacht je van mijn man en kinderen?

Hans: Dat staat nog te bezien.

Rienk: Dat is nog waar ook.

Hans: Je moeder?

Rienk: Ik vrees van niet…

Hans: O?

Rienk: Die heeft al euthanasie laten plegen.

Hans: Nou dan.

Rienk: Volgens mij betekent dat…

Hans: Dat ze euthanasie heeft laten plegen.

Rienk: Dat ze mij niet de moeite waard vond om voor te blijven leven.

Hans: En alle andere mensen die er dag in dag uit op los sterven?

Rienk: Wat is daarmee?

Hans: Wat zegt het dat ze zich daarbij niets van jou aantrekken?

Rienk: Volgens mij niks.

Hans: Echt niet?

Rienk: Niet echt.

Hans: Waarom dan zo veeleisend voor je naasten?

Tip: Liefde is puntje puntje puntje

Betekenis doet nog steeds aan mij

‘Klopt het dat jij niet meer aan betekenis doet, Hans?’

‘Zou zomaar kunnen.’

‘Maar?’

‘Betekenis nog wel aan mij.’

Tip: Zingeving voor zotten

Doen alsof we niet doen alsof

1.

‘Hoe voelde het toen je vrouw verongelukte?’

‘Alsof de grond onder mijn voeten verdween, Hans.’

‘Welke grond?’

2.

‘Hoe voelde het toen toen je kind verongelukte?’

‘Alsof de grond onder mijn voeten verdween, Hans.’

‘Welke voeten?’

Terra infirma

1.

‘Toen mijn moeder stierf, was het alsof de wereld verging, Hans.’

‘Welke wereld?’

2.

‘Toen mijn vader stierf, was het alsof de wereld verging, Hans.’

‘Toen pas?’

Huil je nou om je dochtertje of om je wereldje?

Otto: Ik hoorde van de week dat mijn dochtertje leukemie heeft.

Hans: Hoe voelde dat?

Otto: Alsof de wereld verging.

Hans: Welke wereld?

Otto: Zo’n jong kind, het is gewoon niet eerlijk.

Hans: Denk je nou echt dat je in een rechtvaardige wereld leeft?

Otto: Iedereen heeft recht op een gezonde…

Hans: Je haalt twee dingen door elkaar.

Otto: Welke dingen?

Hans: Het verdriet om je kind en het verdriet om je wereld.

Otto: Wát?

Hans: Je kind is er nog, ook al is het ziek. Maar je wereld is ingestort.

Otto: Niet mijn wereld, dé wereld.

Hans: Jouw wereld.

Otto: En welke wereld mag dat wezen?

Hans: Een zelfbedachte wereld vol regels en rechten. Een overzichtelijke wereld waarin alles volgens plan verloopt. Een betrouwbare wereld waarin jij je veilig waande.

Otto: Hoe dan ook, die wereld is nu ingestort.

Hans: Die wereld is er nooit geweest.

Otto: …

Hans: Huil je nou om je dochtertje of om je wereldje?

Otto: Klootzak.

Hans: Maak je niet dik.

Otto: Hoezo?

Hans: Voor je het weet geloof je er weer in.

Tip: Het regressieprobleem

Een wereldje van eigen wereldjes

‘Iedereen leeft in zijn eigen wereldje, Hans.’

‘In jouw wereldje misschien.’

Of er nooit een eind aan komt

‘Ik heb alles opgegeven, Hans.’

‘Wat dan allemaal?’

‘Mijn gevoelens, mijn gedachten, mijn gezondheid, mijn lichaam, mijn leven, mijn dood, mijn naasten, mijn bezittingen, mijn veiligheid, mijn werk, mijn doelen, mijn prestaties, mijn concepten, mijn theorieën, mijn zekerheden, de hele mikmak.’

‘Wie?’

‘Ik, zei ik toch?’

‘Dan heb je nog niet alles opgegeven.’

2.

‘Niet-ik heeft alles opgegeven, Hans.’

‘Wie?’

‘Geen-zelf. Bewustzijn. Het Ene. Zijn. Het Leven dat door mij leeft.’

‘Dan heb je nog niet alles opgegeven.’

3.

‘Alles is opgegeven, Hans.’

‘Behalve het opgeven zeker.’

4.

‘Alles is opgegeven, Hans, zelfs het opgeven.’

‘En het opgeven van het opgeven?’

Tip: Catch 22 Metaforen voor verlichting

Onzekerheden over zekerheden

1.

‘Ik heb al mijn zekerheden opgegeven, Hans.’

‘Je hebt ze nooit gehad.’

2.

‘Ik heb mijn zekerheden niet opgegeven, ik heb ze nooit gehad.’

‘Behalve deze zeker.’

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Ik zeg liever waar het op staat

Aan mij heb je ook niks

Gloria: Niets biedt ware troost.

Hans: Zeg liever waar het op staat.

Gloria: Oké, ik voel me kut.

Hans: Mag ik ook eens voelen?

Gloria: Wát?

Hans: Grapje.

Gloria: Net wat ik nodig heb.

Hans: Waarom voel je je kut?

Gloria: Omdat ik nooit meer beter zal worden.

Hans: Je kunt het niet aanvaarden.

Gloria: Ik ben de hele dag woedend.

Hans: Ik ken dat.

Gloria: En mediteren helpt ook al niet.

Hans: Ik weet het.

Gloria: Maar ik wil het niet weten.

Hans: Zo gaat dat.

Gloria: En dat wil ik ook niet weten.

Hans: Wie wel.

Gloria: Aan jou heb je ook niks.

Hans: Ik zeg liever waar het op staat.

Gloria: Schrale troost.

Hans: Niets biedt ware troost.

Tip: Mediteren zonder mediteren

Opbeurende woorden van Meester Proost

1.

Leerling: Niets biedt ware troost.

Meester: Dan maar iets.

2.

Leerling: Niets biedt ware troost.

Meester: Dan maar valse.

3.

Leerling: Niets biedt ware troost.

Meester: Dan maar schrale.

4.

Leerling: Niets biedt ware troost.

Meester: De wind is oostnoordoost.

Een ogenblik op de eeuwigheid

Sub specie aeternitatis

Donovan: Gecondoleerd met het verlies van je dierbare ouders.

Hans: Waar vind ik ware troost?

Donovan: Bekijk het eens vanuit het oogpunt van de eeuwigheid.

Hans: Heb ik al gedaan.

Donovan: En?

Hans: Het hielp maar even.

Twee dooddoeners bij het overlijden van mijn ouders

1.

Camilla: Troost je, Hans, de doden leven voort in onze gedachten.

Hans: Alsof die niet vergankelijk zijn.

2.

Amadeus: Troost je, Hans, de doden leven voort in onze gedachten.

Hans: Ik benijd ze niet.

Waar leven onze gedachten voort?

Eendagsvliegen

Cees: Troost je, Hans, de doden leven voort in onze gedachten.

Hans: Hebben ze ooit ergens anders geleefd?

Cees: Wat een rare vraag.

Hans: Geef dan maar een raar antwoord.

Cees: In de wereld natuurlijk.

Hans: De wereld leeft voort in onze gedachten.

Cees: Bedoel je dat er geen wereld is buiten onze gedachten?

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Cees: Bedoel je dat we nooit aan onze gedachten kunnen ontsnappen?

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Cees: Het zijn allemaal maar gedachten.

Hans: Deze ook.

Cees: En gedachten zijn zo voorbij, wou je zeggen.

Hans: Deze ook.

Cees: Wat bedoel je dan?

Hans: Bedoelingen ook.

Cees: Deze ook.

Hans: Kun je nagaan.

Tip: Metaforen voor niet-weten

Je hebt me nooit gehad

Daarvoor hoef ik heus niet dood te gaan

Leerling: Als u nu doodgaat heb ik niets meer.

Meester: Daarvoor hoef ik heus niet dood te gaan.

Leerling: Maar dan ben ik u ook nog kwijt.

Meester: Je hebt me nooit gehad.

Leerling: En u dan?

Meester: Ik ook niet.

Leerling: Uzelf niet of mij niet?

Meester: Ammenooit niet.

Voor degenen die me vast willen pakken

Eindelijk een concreet antwoord

Leerling: Zelfs op uw sterfbed geeft u nog geen strobreed toe.

Meester: Wie?

Leerling: Verwijst u naar niet-zelf?

Meester: Aan wie?

Leerling: Gaat het erom ons met lege handen achter te laten?

Meester: Wie zegt dat het ergens om gaat?

Leerling: Bedoelt u dat het nergens om gaat?

Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Leerling: Gaat het erom niets te zeggen?

Meester: Heb ik dat gezegd?

Leerling: U bent zo glad als een aal.

Meester: Alleen voor degenen die me vast willen pakken.

Leerling: Loslaten, is dat het dan?

Meester: Alleen voor degenen die me vast willen pakken.

Leerling: Bedoelt u dat er niets is om vast te pakken?

Meester: Je probeert me nog steeds vast te pakken.

Leerling: Gaat het erom niets vast te pakken?

Meester: Ik heb niets tegen vastpakken.

Leerling: Gaat het erom nergens tegen te zijn?

Meester: Op welke grond?

Leerling: Bedoelt u dat er geen grond is om waar dan ook tegen te zijn?

Meester: Hoe stel je zoiets vast?

Leerling: Bedoelt u dat wij niets kunnen vaststellen?

Meester: Dat heb ik persoonlijk niet kunnen vaststellen.

Leerling: Verdorie.

Meester: Waarom niet hoera?

Leerling: Omdat u dan zou zeggen ‘Waarom niet verdorie?’

Meester: Joost mag weten wat ik zou zeggen.

Leerling: U weet toch zeker wel wat u gaat zeggen?

Meester: Gelukkig niet.

Leerling: Hè hè.

Meester: Wat?

Leerling: Eindelijk een concreet antwoord.

Tip: Het regressieprobleem

De dood mag dan mijn meester zijn, zijn leerling ben ik niet

Afgeleerd is afgedaan

Leerling: In de dood zult u toch uw meerdere moeten erkennen.

Meester: De dood mag dan mijn meester zijn, zijn leerling ben ik niet.

Leerling: Wiens leerling bent u wel?

Meester: Iets leer je van iemand, niets leer je van niemand.

Leerling: Bedoelt u dat u uzelf alles hebt afgeleerd?

Meester: Zelfs mezelf heb ik afgeleerd.

Leerling: Verwijst u naar de boeddhistische doctrine van geen-zelf?

Meester: Ook afgeleerd.

Leerling: Is afleren dan het enige wat overblijft?

Meester: Ook afgeleerd.

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

Afscheid nemen (van je veronderstellingen)

Ach ja, ik zeg maar wat

Leerling: Dan wens ik u een goede reis.

Meester: Je veronderstelt dat ik wegga.

Leerling: Dan wens ik u een behouden thuiskomst.

Meester: Je veronderstelt dat ik terugkeer.

Leerling: Dan wens ik u een zalig uiteinde.

Meester: Je veronderstelt dat het voorbij is.

Leerling: Dan wens ik u een prettige voortzetting.

Meester: Je veronderstelt dat het doorgaat.

Leerling: Gecondoleerd dan?

Meester: Valt er iets te betreuren?

Leerling: Gefeliciteerd?

Meester: Valt er iets te vieren?

Leerling: Ach ja, ik zeg maar wat.

Meester: Ik ook, jongen, ik ook.

Tip: Groot Ongeloof

Hoe lang heb jij nog te leven? Vakmanschap noch meesterschap

Hoewel de dokter hem maar een week had gegeven, leefde de meester nog een maand. Zijn leerlingen waren onder de indruk van zijn geweldige geestkracht.

Hoewel de dokter hem een jaar had gegeven leefde de meester nog maar een maand. Zijn leerlingen waren teleurgesteld over zijn geringe geestkracht.

Hoewel de dokter hem maar een week had gegeven, leefde de meester nog een maand. Zijn leerlingen waren blij dat hij hen zo lang mogelijk wilde bijstaan.

Hoewel de dokter hem een jaar had gegeven, leefde de meester nog maar een maand. Zijn leerlingen waren teleurgesteld dat hij hen zo gauw in de steek liet.

Hoewel de meester nog maar een maand leefde, had de dokter hem een jaar gegeven. De leerlingen waren niet onder de indruk van zijn vakmanschap.

Hoewel de meester nog een maand leefde, had de dokter hem maar een week gegeven. De leerlingen waren onder de indruk van zijn vakmanschap.

Wat is sterven?

Puzzelaars

Een leerling zit met een opschrijfboekje aan het sterfbed van zijn meester.

Leerling: Wat is sterven?

Meester: Welke letters heb je al?

Wie kent het verschil tussen het tijdelijke en het eeuwige?

De ruimte tussen hoop en vrees

De meester ligt op sterven.

Leerling: Het tijdelijke maakt plaats voor het eeuwige.

Meester: Dat hoop ik niet meer mee te maken.

Tip: Eeuwige Wijsheid voor Eeuwige Dwazen

Wie kent het verschil tussen lichaam en geest?

Grensgangers

De meester ligt op sterven.

Leerling: Het lichaam gaat dood maar de geest leeft door.

Meester: Wist ik het verschil maar.

Tip: De dans ontsprongen

De lege nalatenschap

De meester ligt op sterven.

Leerling: Wat wilt u ons nog meegeven?

Meester: Eigenlijk niets.

Leerling: Hét niets?

Meester: Gewoon niets.

Leerling: Bedoelt u dat er niets is om mee te geven?

Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Leerling: Wat een nalatenschap.

Meester: Over de verdeling zal geen onenigheid ontstaan.

Tip: De lege leer

Het is nooit te laat, te vroeg of op tijd, ra ra

Hints

De meester ligt op sterven.

Leerling: Geef me ten minste een hint, voor het te laat is!

Meester: Het is nooit te laat, te vroeg of op tijd.

Leerling: De tijd?

Meester: Mispoes.

Leerling: De eeuwigheid?

Meester: Mispoes.

Leerling: Het Nu?

Meester: Mispoes.

Leerling: Wat dan?

Meester: Mispoes.

Tip: Kosmische grappen

Ik is dood, ik niet

ik

ik wil

ik wil niet

ik wil niet dood

ik wil niet niet dood

ik-wil-niet is dood

niet-ik is dood

ik-wil is dood

dood is dood

ik is dood

ik niet

dood

Tip: Wie ben je?