Douglas Harding

‘Het komt erop neer dat ik mezelf ken als onkenbaar. Ik ben geworteld en gegrond in volledig mysterie, onkenbaarheid, onuitsprekelijkheid, onbewustheid.’ Citaten van non-dualist Douglas E. Harding.

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Advaita > Douglas Harding


Uit Open voor de Bron, 2007:


Geen kijkgaatje

Ik loop vrij rond in de wereld.
Ik kan hier geen kijker ontdekken, noch daarginds iets dat bekeken wordt, geen kijkgaatje op de wereld, geen vensterruit, geen grens. (23)


Mysterie

Waar je vandaan komt, vanwaar je kijkt, is geen product van de wereld maar de oorsprong van de wereld, het mysterie. (26)


Centrum én periferie

Ik vind het onzin één van deze twee – het centrum of de periferie – uit te maken voor echt en het andere voor onecht, of anders voor iets minder echt en fundamenteel, minder echt IK, dan het andere. (27)


Basis noch projectie

Ik vind het ook weinig zin hebben te zeggen dat een van beide afhangt van het andere.
Dat mijn onlichamelijke bewustzijn hier die lichamelijke wereld als zijn basis heeft.
Of, andersom, dat die wereld een toevallige uiting – een onwillekeurig en onnodig spel of projectie – van dit bewustzijn is dat hieraan ten grondslag ligt. (27)


De diepten van het onkenbare

Juist uit die diepten van dat onkenbare stroomt het gekende zonder rede en zonder beperking, dat onvoorstelbare zaad van ieder leven en ieder denken – ook deze gedachte erover. (31)


Geen geest

Hoe ik ook zoek, ik kan geen beslissing of beslisser vinden, geen ideeën, gevoelens of indrukken die van mij zijn – geniaal of dom – helemaal geen geest, maar alleen dit naakte bewustzijn of wakker zijn, waarvan je zou kunnen zeggen dat het volmaakt stom, waardeloos, incompetent en idioot is. (31,32)


Tegelijkertijd

Dit betekent noch jezelf verliezen in je leegte, noch in dat wat haar vult, maar het iets waar je naar kijkt en het Niets van waaruit je kijkt, tegelijkertijd waarnemen. (39)


Teruggeven

Eigenlijk is de moeilijkheid met mijn geest de overtuiging dat ik er een heb.
Hem in zijn geheel teruggeven aan het Universum is genoeg om de situatie recht te trekken. (41)


Drijfzand

De gigantische bovenbouw van ons leven stort in omdat ze in hoge mate op drijfzand gebouwd is – op niet onderzocht drijfzand bovendien. (45)


Aannames

In klare taal, het zijn de fundamentele aannames die jij en ik hebben over onszelf en onze status in de wereld – en vandaar over de wereld zelf – die de moeilijkheid zijn. (46)


Vraagtekens zetten

[Ontwaken] is vraagtekens zetten bij alle denkpatronen en conventionele aannames, hoe verstandig en gewettigd ook.
Het is totale openheid van geest, transparantie, eenvoud, en niets vanzelfsprekend vinden. (57)


Helemaal opnieuw beginnen

Niet meer zo verdomde zeker dat ik weet hoe het is mij te zijn, durf ik helemaal opnieuw te beginnen en buig voor het bewijs – letterlijk en figuurlijk.
Ik buig en onderwerp me zo diep dat ik helemaal aan het eind van mij en mijn wereld geraak […]. (87)


Onkenbaar

Het komt erop neer dat ik mezelf ken als onkenbaar.
Ik ben geworteld en gegrond in volledig mysterie, onkenbaarheid, onuitsprekelijkheid, onbewustheid. (88)


Verbijsterend

Hier, waar ik mijn onderwerping aan het bewijs afsluit, kom ik tot de meest vergeten en ondergewaardeerde plaats ter wereld, de plaats die vervangen wordt door geen plaats, de eindbestemming van alle bestemmingen, uniek, verbijsterend, het mysterie dat mijn nederigste gehoorzaamheid meer dan waar is. (88)


Goochelaar

Het is geen wonder dat ergens anders gebeurt.
Het vindt precies hier plaats, hier, voor je neus.
Jij bent een goochelaar die zichzelf uit deze hoed van niet-zijn tevoorschijn tovert, en je hebt geen flauw idee hoe je het doet. (97)


Onbegrijpelijk

Ik spreek mij uit over wat ik niet kan begrijpen. (97)


Wonder

Ik ben dankbaar voor het wonder van zijn. (97)


Waarom niet niets?

In laatste instantie ben je dankbaar en verbijsterd dat er niet alleen maar niets is, een donkere nacht van niet-bestaan. (97)


Onmond

Ik weet niet wat ik denk tot ik hoor wat ik zeg – de woorden hoor die uit mijn on-mond komen. (98)


Niets weten

Het kost ons een leven van studie om ons ervan te overtuigen dat we hoegenaamd niets weten. (98)


Onbegrijpelijk

De mystici bevestigen deze conclusie en besluiten haar door te stellen dat volmaakte kennis van het object van de hoogste orde is: weten dat het volmaakte onbegrijpelijk is. (98)


Mysterieus maken van het alledaagse

De eerste taak is, als je iets wilt uitleggen, van het mysterieuze iets alledaags maken; maar dan volgt het mysterieus maken van het alledaagse; en het uitleggen is niet klaar zolang we nog het gevoel hebben dat we ook maar íets weten. (98)


Totale onwetendheid

Pas als we onze totale onwetendheid kennen overwinnen we haar. (98)


Cogito ergo non sum

[…] als ik denkend riet ben is het omdat ik, net als riet, geen kern heb. Cogito ergo NON sum. (107)


Einde van je Latijn

Het grote geheim van het leven, de belangrijke knowhow, is niet weten, je geen raad weten – nu juist aan het einde van je Latijn zijn […]. (145)


‘Keuze’

Elke ‘keuze’ die vanuit niet weten gedaan wordt, vanuit het niet allemaal doorhebben, vanuit het niet allemaal op een rijtje hebben, vanuit het niet hebben van een script of regel, maar vanuit de helderheid hier en wat haar vult, lijkt mij iets heel anders te zijn, de echte overgave. (145)


Maar weet het niet

Je zou de authentieke kunnen beoordelen als niet wetend.
Maar weet het niet. (146)


Neutraal

[Dit eenvoudige zien] is op zich zeker geen mystieke of religieuze ervaring, niet euforisch, geen plotseling opgaan in universele liefde of kosmisch bewustzijn, zeker niet een soort gevoel of gedachte of intuïtie.
Integendeel, [het] is volslagen vlak, kleurloos, neutraal. (151)


Vóór zijn

Je kunt je volledige aandeel aan mystieke of spirituele ervaringen zeker stellen, niet door er achteraan te gaan, maar alleen door te merken dat je ze eeuwig vóór bent […]. (152)


Geen principes

Als men van mij ziet dat ik naar ‘principes’ leef, is dit een toevallige en uiterlijke visie, want de Ene hier is onschuldig aan principes – en aan de rest. (155)


Geen wet

De leegte hier, die de bron is, niet alleen van liefde maar ook van het tegendeel, kent geen wet. (155)


A-alles

De eerste persoon is onvermijdelijk amoreel, a-alles, want mijzelf regels voorschrijven is een zaak maken van mezelf, een gezicht of imago cultiveren, mezelf in een hokje plaatsen, een herinnering worden, een derde persoon, iets aparts dat natuurlijk op zichzelf betrokken is. (155)