Dwaalspreuken

‘Aforismen zijn net bloemen: voor je het weet zijn ze verwelkt.’ Oneliners en flatliners over wijsheid en dwaasheid.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

Dwaalgids > Weetnietkunde > Dwaalspreuken

Geen Perzen en geen Meden, Aforismen


Volgens Van Dale is een aforisme of sententie een bondige spreuk die een bepaalde wijsheid uitdrukt.

Onder een anaforisme [Grieks, an-, niet] of insententie [Latijn, in-, niet] versta ik een eveneens bondige spreuk die een bepaalde dwijsheid uitdrukt – een niet weten voorbij wijsheid en dwaasheid.
Zoals een aforisme de weg wijst, zo leidt een anaforisme het bos in.

Nu houd ik erg van dure woorden, maar jij misschien niet, dus laat ik anaforismen en insententies verder maar dwaalspreuken noemen.

Een goede dwaalspreuk is – wat zal ik zeggen – nietszeggend.
Volgens dit criterium ben ik er nooit in geslaagd om ook maar één goede dwaalspreuk te schrijven.
Geen van de honderden probeersels op deze website is dan ook geschikt voor opname in het Lege Boek.
Toch neem ik ze niet terug, al was het alleen maar om te laten zien dat het project om niet weten in één zin te vangen net zo hopeloos is als ieder ander project om het te vangen – of vrij te laten.


Niet weten

Niet weten maar niet-weten.

Zelfs de twijfel betwijfelen.

Ook dat er geen antwoorden zijn, is niet het antwoord.

Zelfs niet geloven in niet geloven.

Wie niets meent te weten, meent nog steeds iets te weten.

Weven kun je aan de fabriek overlaten, maar uithalen is handwerk.

Je kunt nog beter vlooien hebben dan meningen.

Dat je nog beter vlooien kunt hebben dan meningen, is een mening.

Je kunt toch beter meningen hebben dan vlooien.

Achterdocht is de hoogste zelfkennis.

Wie zichzelf wil leren kennen, moet van zichzelf vervreemden.

Wie alleen het ene erkent zal eenkennig zijn.

Wie niets als zichzelf herkent zal alles erkennen.

Weten is waar iedereen mee trouwt maar niemand gelukkig van wordt.

Niet weten is waar iedereen mee flirt maar niemand mee trouwt.

Je bent wat je weet, maar je weet niet wat je bent.

Mensen willen maar niet begrijpen dat er niets te begrijpen valt.

Wie eindelijk begrijpt dat er niets te begrijpen valt, heeft nog steeds iets begrepen.

Alle verstaan is misverstaan – dit ook.

Waarom verandert de dwijze nooit van mening? Hij heeft er geen.

Wie meent dat de dwijze geen meningen heeft, is niet wijs.

De dwaas heeft overal een mening over, de wijze heeft nergens een mening over, en de dwijze niet.

Weten is exclusief, niet weten inclusief.


Regressie

Om één woord te definiëren, heb je tien andere nodig.

De zwaartekracht verklaart mijn val, maar wat verklaart de zwaartekracht?

Gravitonen verklaren de zwaartekracht, maar wat verklaart de gravitonen?

X is eigenlijk Y, maar wat is eigenlijk Y?

Wat is de oorzaak van de oorzaak?

Wat is het motief van het motief?

Wat is de betekenis van de betekenis?

Wat is de gedachte achter de gedachte?

Wat is de reden van de reden?

Wat is de functie van de functie?

Wat is de grond van de grond?

Wat is de zin van de zin?

Wat is de logica van de logica?

Wat is het wezen van het wezen?

Wat is het probleem van het probleem?

Wie autoriseert de autoriteit?

De vraag is wat de vraag is.

Niet vragen maar de vraag bevragen.

Geheim is of er een geheim is.

Als ik toch iets moet aannemen, dan liever de laatste oorzaak dan de eerste.

Als ik toch iets moet aannemen, dan liever het gevolg dan de oorzaak.

Als ik kon zou ik niets meer aannemen, maar ik neem niet aan dat dat kan.

Als iets ergens goed voor is, waar is dát dan goed voor?

Als iets nergens goed voor is dan is dat vast wel ergens goed voor.

De logica rechtvaardigt de redenering, maar wat rechtvaardigt de logica?

In beginsel heb ik geen beginsel.

In principe heb ik niets tegen principes.

Wiskunde berust volledig op onbewezen axioma’s.

Axioma’s berusten volledig op onbewezen wiskunde.

Betekenis wordt gemaakt, niet gevonden – maar wat dat nou betekent?

Betekenis wordt gevonden, niet gemaakt – wie vindt dat nou nog?

Je billen laten zich nog afvegen, maar wc-papier?

Kan ik het helpen dat ik het expres doe.

Spontaniteit betekent dingen expres per ongeluk doen.

Kan ik het helpen dat ik in de vrije wil geloof.

Heb ik een vrije wil of heeft hij mij?

Als ik kon kiezen zou ik nooit voor de vrije wil kiezen.


Spreekwoorden

Een spreekwoord komt nooit op tijd.

Komt tijd gaat raad.

Beter tien meningen in de lucht dan één in je hoofd.

Beter tien meningen in je hoofd dan één in je mond.

Beter tien meningen in je mond dan één in je hart.

Beter tien zienswijzen in je hoofd dan één.

Beter tien zienswijzen in je hoofd dan geen.

Beter geen zienswijzen in je hoofd dan één.

Zachte leermeesters maken stinkende wonden.

Harde leermeesters maken stinkende wonden.

Leermeesters maken stinkende wonden.

Leermeesters stinken.

Leermeesters leren het nooit.

Wijsheid komt voor de val.

Wie een kuil graaft voor zijn weten, valt er zelf in.

Wie een kuil graaft voor zijn weten, loopt er zelf omheen.

Al is de wijsheid nog zo snel, het leven achterhaalt haar wel.

Al is het leven nog zo snel, de wijsneus achterhaalt het wel.

Eén dwijze kan meer vragen stellen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden.

Eén dwijze kan meer vragen negeren dan honderd wijzen kunnen stellen.

Wie niet vraagt die niet wint.

Wie niet weet die niet deert.

Onderscheiden doet lijden.

Lijden doet onderscheiden.

Beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd.

Beter ten halve gedwaald dan ten hele gekeerd.

Beter ten halve verdwaald dan ten hele geleerd.

Vernietig de wereld, begin bij jezelf.

Vernietig jezelf, begin bij de wereld.

Dwijsheid is een olifant in een porseleinkast.

Wijzen en dwazen leren het leven uit boeken en glazen.

Dwaasheid is dichter bij dwijsheid dan wijsheid.


De weg

Alle wegen leiden uit Rome.

Alle Romes leiden naar wegen.

Alle wegen leiden naar wegen.

Alle wegen leiden naar lijden.

Alle wegen leiden.

Alle wegen wegen.

De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.

De Grote Weg is niet moeilijk voor wie nergens heen hoeft.

De Grote Weg is niet moeilijk voor wie klein wil blijven.

Het komt er niet op aan de weg te volgen maar de weg te verlaten.

Wie de weg verlaat om hem te vinden, is nog altijd onderweg.

Wie de weg kwijt is, wil ergens heen.

Wie ergens heen wil, is de weg kwijt.

Waar een wil is, is geen weg.

Waar een weg is, is een wil.

Waar geen weg is, is geen wil.

Wie geen schipbreuk wil lijden, moet in zee gaan wonen.

Wie in zee wil wonen, moet schipbreuk lijden.


Wijsheid

Het Boek der Dwijsheid is een dummy.

De dwaas negeert zijn ervaringen, de wijze leert ervan, de dwijze ziet wel.

Wijs is degene die het meest heeft geleerd, dwijs degene die het meest heeft afgeleerd.

Wijsheid is niet weten wat wijs is.

Dwaasheid is de ander in de lachspiegel zien, wijsheid is jezelf in de lachspiegel zien, dwijsheid is de lachspiegel.

De wijze wil steeds meer weten, de dwijze steeds minder.

De wijze zoekt het antwoord op de vraag, de dwijze de vraag op het antwoord.

De wijze zoekt het antwoord op de vraag, de dwijze zoekt het in de vraag.

Een specialist is iemand die bijna alles weet van bijna niets, een dwijze iemand die werkelijk niets weet van werkelijk alles.

Een generalist is iemand die bijna niets weet van bijna alles, een dwijze iemand die werkelijk alles weet van werkelijk niets.

De wijze kent zichzelf steeds beter, de dwijze steeds slechter.

Wijs is wie niet wijs wil zijn.

De wijze weet, de dwijze ‘weet’.

De wijze weet niet, de dwijze ‘weet niet’.

De dwaas weet, de wijze weet niet, de dwijze weet en weet niet.

Dwijs is wie het verschil tussen dwaas en wijs niet weet.

De dwaas weet niet, de wijze weet dat hij niet weet en de dwijze weet ook dat niet meer.

Wijsheid is schrappen tot je de waarheid overhoudt.

Dwaasheid is schrappen tot je niets overhoudt.

Dwijsheid is schrappen tot je niets overhoudt, en dat schrappen.

Dwijsheid is het vreugdevuur waarin alles verbrandt en niets verloren gaat.

Dwijsheid is een lamp aan de achtersteven die alleen zichzelf verlicht.

Humor is lachen om je vroegere ideeën, dwijsheid is lachen om je huidige.

Humor is lachen om je vroegere ideeën, wijsheid is lachen om je huidige, dwijsheid is lachen.

Dwaasheid is lachen om andermans ideeën, dwijsheid is lachen om je eigen.

Dwaasheid is lachen om andermans ideeën, wijsheid is lachen om je eigen ideeën, dwijsheid is lachen om jezelf.

Dwaasheid is lachen om jezelf, dwijsheid is lachen om je zelf.

Dwaasheid is lachen om anderen, wijsheid is lachen om jezelf, dwijsheid is lachen om niets.

Dwijzen houden er meningen op na, meningen dwazen.

De dwaas spreekt, de wijze zwijgt, de dwijze niet.

De dwaas zegt ik, de dwijze ‘ik’.

De dwaas zegt jij, de dwijze ‘jij’.

De dwaas zegt Hij, de dwijze ‘Hij’.

De dwaas zegt lichaam, de dwijze ‘lichaam’.

De dwaas zegt geest, de wijze ‘geest’.

De dwaas zegt liefde, de wijze ‘liefde’.

De dwaas zegt haat, de dwijze ‘haat’.

De dwaas zegt werkelijkheid, de dwijze ‘werkelijkheid’.

De dwaas zegt illusie, de dwijze ‘illusie’.

De dwaas zegt leven, de dwijze ‘leven’.

De dwaas zegt dood, de dwijze ‘dood’.

De dwaas zegt eeuwig, de dwijze ‘eeuwig’.

De dwaas zegt toen en straks, de dwijze ‘toen’ en ‘straks’.

De dwaas zegt nu, de dwijze ‘nu’.

De dwaas zegt waarheid, de dwijze ‘waarheid’.

De dwaas zegt verlicht, de dwijze ‘verlicht’.

De dwaas zegt dwaas, de dwijze ‘dwaas’.

De dwaas zegt wijs, de dwijze ‘wijs’.

Iemand die zichzelf zoekt, is als een hond die zijn staart najaagt.

Iemand die zijn staart najaagt, is als een hond die zichzelf zoekt.

De dwaas rekent iedereen alles aan, de wijze rekent niemand iets aan en de dwijze rekent nergens op.

De dwijze rekent er niet op dat hij nergens op rekent.


Ervaring

De ervaring van een heel leven weegt niet op tegen de verbijstering van één ogenblik.

Ervaring is de regel waarop de volgende gebeurtenis een uitzondering is.

De regel maakt de uitzondering.

De verwachting creëert het onverwachte.

In de regel zijn er niet alleen maar uitzonderingen.

Ervaring stelt ons in staat het verleden te voorspellen.

Ervaring stelt ons in staat het verleden en de toekomst te voorspellen, maar nooit het heden.

Het verleden brengt de ervaring niet voort, maar de ervaring het verleden.

Het verleden brengt de ervaring niet voort, maar de ervaring het heden.

De toekomst brengt het heden voort, het heden het verleden.

Het onverwachte is een uitnodiging je verwachtingen op te geven.

Wie verwacht van zijn verwachtingen af te komen, kan lang wachten.

Het inzicht van gisteren is de dwaling van vandaag.

De dwaling van gisteren is het inzicht van vandaag.

Geschiedenis is wat voortdurend herschreven wordt.

Herschrijven is wat voortdurend geschiedenis wordt.

Iedereen heeft ervaring, maar niemand met de huidige situatie.

Ervaring is een karikatuur van de werkelijkheid.

Dat ervaring een karikatuur van de werkelijkheid is, is een karikatuur van de werkelijkheid.

De werkelijkheid is een karikatuur van de ervaring.

Verheugenis is een lening op de toekomst, herinnering een lening op het verleden.

Tijd is een illusie in het heden, het heden is een illusie in de tijd.

Eerst leren hoe het moet, dan leren hoe het niet moet, dan leren dat je het niet fout kunt doen, dan leren dat je het niet goed kunt doen, dan afleren dat je het niet fout of goed kunt doen.


Diversen

Niet oordelen over oordelen.

Als ik niet oordeelde zou ik nooit voor niet oordelen kiezen.

Elke keerzijde heeft zijn keerzijden.

Wees van je gedachten noch de meester noch de slaaf.

Wees van je woorden noch de meester noch de slaaf.

Wees van je daden noch de meester noch de slaaf.

Wees van je weten noch de meester noch de slaaf.

Wees van niet weten noch de meester noch de slaaf.

Wie in zijn gedachten een spiegel van de ziel ziet, zal zichzelf haten.

Wie zichzelf haat zal in de wereld een spiegel van zijn gedachten zien.

Wie niet weet wat onkruid is, hoeft nooit te wieden.

Wie niet wiedt, zal onkruid oogsten.

Als alles een illusie is, dan ook de illusie.

Iedere vraag is een uitdaging om het antwoorden te overwinnen.

Iedere antwoord is een uitdaging om het vragen te overwinnen.

Iedere vraag is een uitdaging om het vragen te overwinnen.

Ieder antwoord is een uitdaging om vragen te verzinnen.

Zijn of niet zijn – dat is de vraag ook niet.

Veel problemen kun je oplossen door onder ogen te zien dat je ze niet kunt oplossen.

Veel problemen kun je oplossen door onder ogen te zien dat iedere oplossing nieuwe problemen geeft.

Veel problemen kun je oplossen door ze niet onder ogen te zien.

Wanneer het vanzelfsprekende eindelijk zwijgt, kan het vanzelfzwijgende eindelijk van zich doen spreken.

Ook het vanzelfzwijgende heeft niets te zeggen.

Ook dat er geen laatste waarheid is, is niet de laatste waarheid.

Als het niet tegenstrijdig is, is het niet waar.

Normale dingen zijn wonderen waaraan je gewend bent geraakt.

Wonderen zijn normale dingen die hun vanzelfsprekendheid zijn kwijtgeraakt.

Dingen zijn niet gewoon of wonderlijk behalve in gedachten.

Dingen zijn niet werkelijk of leeg behalve in gedachten.

Gedachten zijn niet waar of onwaar behalve in gedachten.

Alles is wat het denken ervan maakt.

Dat alles is wat het denken ervan maakt, is wat het denken ervan maakt.

Vinden is voortijdig stoppen met zoeken.

Zoeken is niet willen vinden.

Ik zocht om te vinden maar vond het niet zoeken.

Ik zocht om het zoeken en vond het niet vinden.

Vinden begint met zoeken, niet zoeken met niet vinden.

Wie zichzelf wil vinden, moet zijn hoofd verliezen.

Wie zijn hoofd wil verliezen, moet zichzelf zoeken.

Wie zichzelf wil vinden, heeft zijn hoofd verloren.

Je kunt jezelf wel in een ander verliezen, maar hoe kom je dan weer van die ander af?

Het afwijzen niet afwijzen.

Wie het afwijzen aanvaardt, hoeft niets te aanvaarden.

Wie het afwijzen van het afwijzen aanvaardt, hoeft zelfs het afwijzen niet te aanvaarden.

Een goede meester neemt je alles af zonder iets voor zichzelf te houden.

Een betere meester neemt je zelfs het afnemen af.

De beste meester geeft je meteen alles terug.

Diep lijkt degene bij wie we geen voet aan de grond krijgen. Dieper is degene die geen voet aan de grond heeft. Diepst is degene die geen grond heeft.

Oppervlakkig is degene die de diepte zoekt.

Als je maar diep genoeg gaat, duik je vanzelf weer op.

Zeg onuitsprekelijk en je hebt het al onder woorden gebracht.

Of er een waarheid voorbij de woorden is weet ik nog steeds niet, maar dat er woorden voorbij de waarheid zijn lijdt geen twijfel.

Wie iets heeft, heeft iets te verliezen.

Wie iets weet, heeft iets uit te leggen.

Wie iemand is, heeft iemand te verdedigen.

Wie niets heeft, heeft nog steeds iets te verliezen.

Wie niets weet, heeft nog steeds iets uit te leggen.

Wie niemand is, heeft nog steeds iemand te verdedigen.


Boeken

Boek: bevestiging van wat je meent te weten door een auteur die het ook niet weet.

Occulte geschriften zijn niet duister omdat ze een geheim onthullen maar omdat ze het ontbreken daarvan verhullen.

Dat er zoveel boeken gepubliceerd worden kan alleen maar betekenen dat het juiste er nog steeds niet bij zit.

Als ik een boek over de waarheid moest schrijven, zou het een dummy worden.

Om een boek over de waarheid te schrijven, moet ik een dummy worden.

Een goed boek haalt je meningen onderuit zonder er nieuwe voor in de plaats te stellen.

Boeken lees je om je ervan te vergewissen dat er niets lezenswaardigs in staat.

Ik lees alleen nog om mij te oefenen in tegenspraak.

Schrijvers van boeken zouden de mensheid een dienst bewijzen door zich voortaan te beperken tot titels.

Schrijvers van titels zouden de mensheid een dienst bewijzen door zich voortaan te beperken tot zuchten.

Boeken verslinden mensen.

Een goed boek bevrijdt je van het vorige.

Een beter boek bevrijdt je van zichzelf.

Het beste boek bevrijdt je van het boek.

Het allerbeste boek bevrijdt je van bevrijding.


Aforismen

Aforisme: kei in de hand van een dwaas.

Als geen enkele dooddoener werkt, is daar altijd nog het aforisme.

Wijze: iemand die niet in aforismen gelooft.

Niemand zo dwaas als de schrijver van aforismen – behalve de lezer.

Aforismen hebben dit op boeken voor dat je ze zo uit hebt.

Aforismen zijn net bloemen: voor je het weet zijn ze verwelkt.

Het eerste ware aforisme moet nog geschreven worden.

Aforisme: stoffelijk overschot van een gedachte.

Aforismen verschillen alleen in hun bondigheid van andere leugens.

Aforisme: fopspeen voor de dwaas.

Niet dat er aforismen zijn is verwonderlijk, maar dat we ze geloven.

Aforismen bedenken is eenvoudiger dan ze negeren.

Dwaas is niet wie de spreuk bedenkt maar wie de spreuk gelooft.

Het enige ware aforisme is het lege aforisme.

Iedere algemene uitspraak is onwaar.