Dwijsheid

Dwaalgesprekken over de zwaarheid van de waarheid en het luwe niemandsland tussen wijsheid en dwaasheid.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

de Mont Fou, dwaalgids niet-weten


De waarheid voorbij


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de waarheid, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


alle aanbevelingen op een rijtje


De Intergalactische Waarheidsconferentie

Vannacht droomde ik dat ik een intergalactische waarheidsconferentie voorzat.
De zaal was zo groot als de kosmos zelf.
Alle zitplaatsen waren bezet.
Alle staanplaatsen waren bezet.
Alle hangplaatsen waren bezet.
Ik opende de conferentie en vroeg: Wie van ons heeft de waarheid in pacht?

Ik vroeg het de katholiek, de papist, de ultramontaan, de integralist, de gnosticus, de basilidiër, de bogomiel, de borboriet, de cainiet, de carpocratiër, de mandaeër, de chiliast, de marcionist, de ophiet, de arianist, de pelagiaan, de manicheeër, de doceet, de maroniet, de amish, de albigens, de waldenzer, de lollarde, de flagellant, de hussiet, de calixtijn, de gereformeerde, de protestant, de lutheraan, de calvinist, de zwingliaan, de anglicaan, de presbyteriaan, de episcopalist, de dissenter, de Boheemse Broeder, de Moravische Broeder, de puritein, de quaker, de doopsgezinde, de wederdoper, de methodist, de remonstrant, de contraremonstrant, de sociniaan, de jansenist, de apostolist, de adventist, de millerist, de Jehova-getuige, de restaurationist, de mormoon, de piëtist, de quiëtist, de evangelist, de unitariër, de zevendedagsadventist en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de benedictijn, de bernardijn, de augustijn, de cisterciënzer, de kartuizer, de trappist, de karmeliet, de premonstratenzer, de kruisheer, de celestijn, de johannieter, de tempelier, de serviet, de camaldulenzer, de miniem, de trinitaris, de franciscaan, de minoriet, de barrevoeter, de recollect, de kapucijn, de conventueel, de tertiaris, de dominicaan, de jezuïet, de redemptorist, de alexiaan, de camilliaan, de hiëronymiet, de marist, de salesiaan, de montfortaan, de passionist, de scheutist, de picpus, de begijn, de ursuline, de visitandine en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de orthodoxe jood, de modern-orthodoxe jood, de charedische jood, de chassidische jood, de mitnagdiem-jood, de reconstructionist, de reformist, de karaïtische jood, de talmoedist, de Sadduceeër, de Farizeeër, de Esseen, de Hasmoniet, de nazireeër, de ebioniet, de elkasiet, de maraan, de converso, de franksiet, de donmeh, de zeloot, de sikariër, de sabbatist, de kabbalist, de rabbinist, de talmidaïst en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de moslim, de ahmadiyyaist, de lahorist, de abadist, de mozabiet, de koranist, de panislamist, de soefiet, de salafiet, de sjiiet, de isma’iliet, de druze, de nizari, de jafari, de zaidiet, de soenniet, de hanafiet, de berailviet, de deobandiet, de hanbaliet, de salafist, de wahabist, de malikiet, de mu’taziliet, de shafiïet, de maraboet, de fakir, de derwisj, de kalender, de volksislamiet, de bektashiyyaist, de chishtiyyaist, de mevleviyyaist, de naqshbandiyyaist en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de agnost, de atheïst, de atheoloog, de deïst, de dystheïst, de eutheïst, de kakotheïst, de monotheïst, de suitheïst, de henotheïst, de polytheïst; de kathenotheïst, de maltheïst, de pantheïst, de panentheïst, de cosmotheïst, de transcendentalist, de asceet, de dualist, de zuivere non-dualist, de dualistische non-dualist, de gekwalificeerde non-dualist, de non-dualistisch dualistisch non-dualist, de alchemist, de antroposoof, de martinist, de vrijmetselaar, de rozenkruiser en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de absurdist, de activist, de aestheticus, de amoralist, de analytische wijsgeer, de anarchist, de atomist, de averroïst, de conceptualist, de consensualist, de constructivist, de cynicus, de decadentist, de decisionist, de defaitist, de deontoloog, de determinist, de indeterminist, de dialectisch materialist, de dualist, de eclecticus, de emationist, de empirist, de encyclopedist, de epicurist, de essentialist, de evolutionist, de existentialist, de falsificationist, de fatalist, de fenomenoloog, de freudiaan, de fysicalist, de hedonist, de historicist, de historist, de holist, de idealist, de illuminist, de immaterialist, de inductionist, de instrumentalist, de intuïtionist, de irrationalist, de jungiaan, de logicist, de logisch positivist, de materialist, de mentalist, de monist, de moralist, de naturalist, de natuurfilosoof, de neokantiaan, de neoplatonist, de pluralist, de neorealist, de neothomist, de nihilist, de nominalist, de objectivist, de obscurantist, de occasionalist, de parallellist, de peripateticus, de personalist, de perspectivist, de platonist, de pluralist, de positivist, de postmodernist, de pragmatist, de presocraat, de probabilist, de procesfilosoof, de pythagoreeër, de neopythagoreeër, de pyrrhonist, de rationalist, de realist, de reductionist, de relativist, de scepticus, de sciëntist, de sensualist, de situationist, de sofist, de solipsist, de stoïcijn, de structuralist, de poststructuralist, de subjectivist, de thomist, de traditionalist, de transcendentaal idealist, de utilitarist, de vitalist, de voluntarist en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de volksboeddhist, de hinayanaboeddhist, de mahayanaboeddhist, de theravadaboeddhist, de mahanikayaboeddhist, de dhammakayaboeddhist, de dhammauttikaboeddhist, de watrawilaboeddhist, de kandubodaboeddhist, de tapovanaboeddhist, de galduwaboeddhist, de delduwaboeddhist, de vajrayanboeddhist, de yogacaraboeddhist, de madhyamakaboeddhist, de prasamgikaboeddhist, de svatantrikaboeddhist, de vaibhasikaboeddhist, de shingonboeddhist, de zuiver-landboeddhist, de mantrayanaboeddhist, de tien-taiboeddhist, de san-lunboeddhist, de fa-hsiangboeddhist, de lu-tsungboeddhist, de hua-yenboeddhist, de wonboeddhist, de zenboeddhist, de soto-boeddhist, de rinzai-boeddhist, de tibetaanse boeddhist, de roodhoed, de geelhoed, de narmapaboeddhist, de kagyupaboeddhist, de amidist, de kadampaboeddhist, de neokadampboeddhist, de sakyapaboeddhist, de jonangpaboeddhist, de riméboeddhist en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de hindoe, de mayavadist, de shunyavadist, de brahmaan, de vedist, de lamaïst, de jaïnist, de parsist; de shaivist, de shaiva siddhantist, de kasjmir shaivist, de pashupati shaivist, de gorakshanatha shaivist, de shaiva advaitavadin, de vira shaivist, de shaktist, de smartist, de vaishnavist, de sampradayist, de ramanandavolgeling, de tengalaist, de vadagalaist, de agama hindoeïst, de bhakti yogi, de astanga yogi, de hatha yogi, de siddha yogi, de tantrist, de advaitavadin, de dvaitist, de keshadhari sikh, de sanatan sikh, de hozoori sikh, de ramgharia sikh, de namdhari sikh, de nirankari sikh, de nanaksar sikh, de sant nirankari sikh, de mona sikhs en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Ik vroeg het de taoïst, de shintoïst, de animist, de naturalist, de totemist, de sjamaan, de druïde, de idolatrist, de siderist, de xylolatrist, de dierenaanbidder, de slangenvereerder, de fetisjdienaar, de vuuraanbidder, de zonaanbidder, de manist, de Baälsdienaar, de voodoopriester, de wintipriester, de mithraïst, de pythagoreïst, de peyotist, de tengrist, de confucianist, de humanist, de neohumanist, de seculier humanist, de religieus humanist, de esotericus, de oscillantist, de spiritist, de hellenist, de neopaganist, de burkhanist, de umbandaïst, de aetherist, de raëlist, de scientologist, de urantist, de brianist, de vitalist, de purtillologist, de yoist, de mohist, de bahá’íist, de prometheïst, de demonist, de satanist, de setianist en vele anderen.

Allen riepen: Wij!

Tenslotte vroeg ik het de vertegenwoordigers van de verenigende godsdiensten – de Arès Pilgrimage beweging, de Bahai, de Cao Dai, de Cultus van het Sprekende Kruis, de Falun Gong, de Huna, de Konkokyo, the Law of One, de Mahikari, het Rastafarianisme, de Seicho-no-le, de Tenrikyo, de theosofie, het Unitarian Universalism, de Universal Life Church en vele anderen.
Allen riepen: Wij!
Ik zei: Als jullie allemaal van mening zijn dat meerdere of alle religies op hetzelfde neerkomen, waarom verenigen tenminste jullie je dan niet?
De universalist zei: We zijn het er nog niet helemaal over eens waar we het precies over eens zijn.
Ik zei: Aha.
De universalist zei: Maar dat is slechts een kwestie van tijd.
De theosoof zei: Wij proberen eerst binnen de eigen gelederen tot eenheid te komen.
Ik zei: Aha.
De theosoof zei: Maar dat is slechts een kwestie van tijd.
Ik zei: Hoelang proberen jullie dat al?
De theosoof zei: Sinds anderhalve eeuw.
Ik zei: Hoelang bestaan jullie al?
De theosoof mompelde: Sinds anderhalve eeuw.
Ik zei: Wie was jullie grondlegger ook alweer?
De theosoof stotterde: Hè-hè-helena Bla-bla-blavatsky.
Ik zei niks.

Iemand riep: Wat is volgens u de waarheid, meneer de voorzitter?
Ik haalde mijn schouders op.
Even viel er een verbijsterde stilte.
Toen barstte de hele kosmos in lachen uit.
Tot in de verste uithoeken van het universum wezen ingewijden brullend naar mijn persoon terwijl de tranen over hun wangen rolden.
Ik stond daar maar en stond daar maar.
Van mijn gelaat valt niets af te lezen.
Toen ze eindelijk uitgelachen waren, zei iemand, nog nahikkend van de pret: Waarom zit uitgerekend u deze waarheidsconferentie voor?
Opnieuw barst de kosmos in lachen uit.
Ik hief mijn handen op.
Toen het lawaai was geluwd, zei ik: Daarom juist.
Er viel een doodse stilte, waar geen einde aan kwam.
Mij was het om het even.
Ik had toch niks te doen.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


wat is de mens, vragenvuur


Naar waarheid

‘Wat betekent niet weten?’
‘Ik heb geen idee.’
‘Betekent het in waarheid leven?’
‘Niet weten betekent geen idee hebben wat waarheid is, wat leven is, wie je bent of wat zijn is, laat staan dat je zou weten wat niet weten betekent of zelfs maar dat het iets betekent of zelfs maar dat het niets betekent of wat dan ook.’
‘Wat betekent in waarheid leven?’
‘Vraag dat maar aan iemand die in waarheid leeft.’
‘Want jij leeft niet in waarheid.’
‘Dat weet ik niet.’
‘O.’
‘Tenzij dat is wat het betekent om in waarheid te leven.’
‘Is dat wat het betekent om in waarheid te leven?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Wat betekent niet weten?’
‘Ik heb geen idee.’


De waarheid als een koe

‘Wat is de hoogste waarheid?’
‘Een koe.’
‘In welke zin?’
‘Wat je haar ook vraagt, ten antwoord zal ze loeien.’
‘Bedoel je dat de waarheid onuitsprekelijk is?’
‘Boe!’
‘Bedoel je dat de waarheid niet bestaat?’
‘Boe!’
‘Bedoel je dat de waarheid wel bestaat maar niet kenbaar is?’
‘Boe!’
‘Bedoel je dat de waarheid het kennen zelf is en niet het gekende?’
‘Boe!’
‘Bedoel je dat het loeien zelf de waarheid is?’
‘Boe!’
‘Bedoel je dat u het gewoon niet weet?’
‘Boe!’
‘Bedoel je dit alles tegelijk?’
‘Boe!’
‘Bedoel je niets van dit alles?’
‘Boe!’
‘Maar wat bedoel je dan?’
‘Boe!’
‘Bè!’
‘Dat komt op hetzelfde neer.’


Einde verhaal

‘De waarheid is dat er geen verhaal is.’
‘Dat is nog steeds een verhaal.’
‘Je hebt gelijk; de waarheid laat zich niet in woorden vatten.’
‘Dat is nog steeds een verhaal.’
‘Je hebt gelijk; ik zou mijn mond moeten houden.’
‘Dat is nog steeds een verhaal.’
‘Dan zeg ik wel niks meer.’
‘Dat is nog steeds een verhaal.’

‘Dat is nog steeds een verhaal.’
‘Dat het nog steeds een verhaal is ook!’
‘Kun je nagaan.’


Klein beginnen

‘Hoe kom je aan de waarheid?’
‘Dat is de vraag niet.’
‘Wat is de vraag wel?’
‘Hoe je ervan afkomt.’
‘Hoe kom je van de waarheid af?’
‘Zie er eerst maar eens aan te komen.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘Het ging er toch om hoe je ervan afkomt?’
‘Zie eerst maar eens van deze af te komen.’


Open en bloot

‘Ik wil de unverfroren waarheid!’
‘Al sla je me dood.’
‘Bedoel je dat de waarheid niet bestaat?’
‘Al sla je me dood.’
‘Bedoel je dat de waarheid voorbij de woorden is?’
‘Al sla je me dood.’
‘Bedoel je dat er niets te zeggen valt?’
‘Al sla je me dood.’
‘Geef nou eens antwoord, man!’
‘Je wilde toch de unverfroren waarheid?’


Zweverig

‘Wat is waarheid?’
‘Zwaarheid.’
‘Wat is niet weten?’
‘Gewichtloosheid.’


In de woestijn

‘Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren.’
‘Waardoor?’
‘De Waarheid.’
‘Ben jij geroepen of uitverkoren?’
‘Geroepen, vrees ik. En jij?’
‘Gevlucht.’


Bij hoog en bij laag

‘Wat is de allerhoogste waarheid?’
‘Zou je niet beginnen bij de allerlaagste?’
‘Wat is de allerlaagste waarheid?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Is dat de allerlaagste waarheid of weet je niet wat dat is?’
‘Dat is de allerhoogste waarheid.’


Het laatste woord

De meester ligt op sterven.
Een leerling zegt: Hier sterft de waarheid!
De meester hijgt: Die moet nog geboren worden.
Een leerling zegt: De waarheid wordt ieder moment opnieuw geboren!
De meester hoest: Dan mag jij haar vroedvrouw zijn.
Een leerling zegt: De waarheid is eeuwig en ongeboren!
De meester fluistert: Nou ik nog.
Een leerling zegt: Waarheid bestaat niet!
De meester piept: Bestaat niet bestaat niet.
Er valt een doodse stilte.
De meester rochelt: Hè hè.
Het zijn z’n laatste woorden.


Voortschrijdend inzicht

Leerling: Ik bied u een goudstuk voor de waarheid!
Meester: Ik bied je er tien.

vijf jaar later

Leerling: Ik bied u tien goudstukken voor de waarheid!
Meester: Ik bied je er honderd.

vijf jaar later

Leerling: Ik bied u honderd goudstukken voor de waarheid!
Meester: Ik bied je er duizend.

vijf jaar later

Leerling: Ik bied u duizend goudstukken voor de waarheid!
Meester: Ik bied je er een miljoen.

vijf jaar later

Leerling: Ik bied u een miljoen goudstukken voor de waarheid!
Meester: Ik geef er geen cent voor.

vijf jaar later

Leerling: Ik geef geen cent voor de waarheid!
Meester: Hij kan me gestolen worden.

vijf jaar later

Leerling: De waarheid kan me gestolen worden!
Meester: De wát?

vijf jaar later

Leerling: Waarheid bestaat niet!
Meester: Is dat waar?

vijf jaar later

Leerling: Wat zal ik er eens van zeggen.
Meester: Waarvan?

vijf jaar later

Leerling: Kent u die van de leerling die de waarheid zoekt?
Meester: Kostelijk!


Een woord een woord

Een rijkaard komt met een kruiwagen vol goudstukken bij meester Tja.
Rijkaard: Ik schenk u mijn hele vermogen in ruil voor de waarheid!
Meester: Afgesproken!
Rijkaard: En geen smoesjes, hè!
Meester: De naakte waarheid, niets meer en niets minder!
De rijkaard zet zijn kruiwagen neer en hijgt: Welnu, hoe luidt de waarheid?
Meester: Tja.
De rijkaard pakt zijn kruiwagen en loopt stampvoetend weg.
De meester roept: Hé daar!
De rijkaard roept over zijn schouder: Wat?
Meester: Ik heb me aan onze afspraak gehouden! Waarom u niet?


Een leugen

Niet weten is geen waarheid.
Geen waarheid die je kunt denken.
Geen waarheid die je kunt bewijzen.
Geen waarheid die je kunt aanvoelen.
Geen waarheid die je kunt leven.
Geen waarheid die je kunt worden.
Geen waarheid die je kunt zijn.
Geen waarheid die je kunt overdragen.
Geen waarheid die je kunt delen.
Geen waarheid die je kunt bemachtigen.
Geen waarheid met een hoofdletter.
Geen waarheid met een kleine letter.
Niet weten is geen waarheid.

En toch is het geen leugen.


De wijsheid voorbij


Wijsheid

Afgebroken richtingaanwijzer

 


Dwijsheid

Wijzers in alle richtingen


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van wijsheid?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Te licht bevonden

‘Wat is dwijsheid?’
‘Een röntgenstraal.’
‘Wat zie je als je hem op dwaasheid richt?’
‘Louter transparantie.’
‘En als je hem op wijsheid richt?’
‘Louter ondoorzichtigheid.’


Voor goudzoekers

‘Wat is dwijsheid?’
‘Niet claimen dat je iets weet, niet claimen dat je niets weet.’
‘No-claim.’
‘En geen verzekering.’


Een vis op het droge

‘Wat is het verschil tussen de dwaas en de wijze?’
‘De dwaas kiest het ruime sop, de wijze blijft aan land.’
‘En de dwijze?’
‘Die valt tussen de wal en het schip.’


Spijtoptanten

‘Wat is een dwaas?’
‘Iemand die wou dat hij wijs was.’
‘Wat is een wijze?’
‘Iemand die wou dat hij dwaas was.’


Stil verlangen

‘Wat is een dwaas?’
‘Iemand die wou dat hij niks meer wou.’
‘Wat is een wijze?’
‘Iemand die wou dat hij nog wat wou.’


De wonderlamp van Aladdin

‘Wat is het verschil tussen de dwaas en de wijze?’
‘De dwaas scherpt zijn geest en de wijze opent zijn geest.’
‘En de dwijze?’
‘Die heeft de geest gegeven.’


Grote stappen, snel thuis

‘Wat is domheid?’
‘Je vorige inzicht.’
‘Wat is wijsheid?’
‘Je huidige inzicht.’
‘Wat is hogere wijsheid?’
‘Je volgende inzicht.’
‘Zo kun je wel aan de gang blijven.’
‘Zeg dat wel.’
‘Wat is de hoogste wijsheid?’
‘De inzichten voorbij.’
‘En de allerhoogste?’
‘Het voorbij zijn voorbij.’
‘Wat heb je dan nog over?’
‘Tja.’
‘Noem dat maar wijsheid.’
‘Noem het dan maar dwijsheid.’


Geen vliegwerk

‘Wat is dwijsheid?’
‘Jezelf niets wijs maken.’


Geen kunst

‘Wat is dwijsheid?’
‘Jezelf niets maken.’


Door naar af

‘Wat is dwijsheid?’
‘Het ligt eraan voor wie.’
‘Waar denk je aan?’
‘De dwaas, de wijze of de dwijze.’
‘Wat is dwijsheid voor dwazen?’
‘Een almaar terugtrekkende beweging.’
‘Waaruit?’
‘Het almaar oprukkende weten.’
‘Wat is dwijsheid voor wijzen?’
‘Een almaar terugtrekkende beweging.’
‘Waaruit?’
‘Het almaar oprukkende niet weten.’
‘Wat is dwijsheid voor dwijzen?’
‘Een almaar terugtrekkende beweging.’
‘Waaruit?’
‘Een almaar terugtrekkende beweging.’


Een wegwerpwoord

‘Wat is dwijsheid?’
‘Wat jij denkt dat het is.’
‘Dan zeg ik, niet goedkeuren, niet afkeuren.’
‘Dan zeg ik, het goedkeuren en afkeuren niet goedkeuren of afkeuren.’
‘En als ik dat had gezegd?’
‘Dan had ik gezegd, het goedkeuren en afkeuren van het goedkeuren en afkeuren niet goedkeuren of afkeuren.’
‘En als ik dat had gezegd?’
‘Dan had ik gezegd, het goedkeuren en afkeuren van het goedkeuren en afkeuren van het goedkeuren en afkeuren niet goedkeuren of afkeuren.’
‘Zo blijft er niet veel over.’
‘Zeg maar gerust niets.’
‘Hoe bereik ik dat niets?’
‘Door niet te reiken.’
‘Ik bedoel, wat moet ik ervoor doen?’
‘Dat zou toch weer reiken zijn.’
‘Wat moet ik ervoor laten?’
‘Dat zou nog steeds reiken zijn.’
‘Wanneer komt daar een einde aan?’
‘Als je het allemaal niet meer weet.’
‘Dan heb je ook niet veel bereikt.’
‘Zeg maar gerust niets.’
‘Hét niets?’
‘Niets om over naar huis te schrijven.’
‘Omdat je geen huis meer hebt?’
‘En niets om over te schrijven.’
‘Omdat de waarheid voorbij de woorden is?’
‘Waarheid is een woord.’
‘Waarom geef je het dan een naam?’
‘Waarom geef ik wat een naam?’
‘Waar hebben we het nou de hele tijd over.’
‘Dat zou ik ook weleens willen weten.’
‘Dwijsheid toch?’
‘O, dat.’
‘Nou?’
‘Zodat het nog wat lijkt?’
‘Voor wie?’
‘Voor mensen zoals jij.’
‘Je geeft het een naam zodat het nog wat lijkt voor mensen zoals ik?’
‘Mensen die willen weten wat dwijsheid is.’
‘Wat is dwijsheid?’
‘Wat jij denkt dat het is.’


Motie van wantrouwen

‘Getuigt dwijsheid niet van een diep wantrouwen?’
‘Jegens wat?’
‘Jegens de wereld?’
‘Zeker.’
‘Jegens de ander?’
‘Beslist.’
‘Jegens jezelf?’
‘Uiteraard.’
‘Jegens je gedachten?’
‘Nou en of.’
‘Zo wil ik echt niet leven.’
‘Hoe niet?’
‘Als een dwijze niet.’
‘Hoe leeft een dwijze volgens jou?’
‘In volstrekt wantrouwen.’
‘Welnee!’
‘Niet?’
‘Als de dwijze iets wantrouwt, dan is het wel het wantrouwen.’
‘Ja, is dwijsheid nou het toppunt van wantrouwen of het einde ervan?’
‘Daar zou ik maar niet op vertrouwen.’


Geloofshalve

‘Waar geloof jij eigenlijk in?’
‘Nergens in.’
‘Behalve in jezelf zeker.’
‘Ook niet.’
‘Behalve in niet geloven dan?’
‘Ook niet.’
‘Niet te geloven!’
‘Dat zeg ik.’
‘Dwaasheid!’
‘Dwijsheid.’


Coup de grâce

‘Wat is dwijsheid?’
‘Paranoia.’
‘Wat is paranoia?’
‘De laatste poging van de geest om de macht over te nemen.’
‘Dus jij gelooft dat wij een geest hebben?’
‘Ik niet.’
‘Geloof jedat we geen geest hebben?’
‘Ik niet.’
‘Maar je gelooft wel in macht?’
‘Ik niet.’
‘Je gelooft niet in macht?’
‘Ik niet.’
‘Waarom definieer je paranoia dan als de laatste poging van de geest om de macht over te nemen?’
‘Ik zeg maar wat.’
‘O.’
‘Wat ik ook zeg.’
‘Aha.’
‘Gesnopen?’
‘Je zegt maar wat.’
‘Ook als ik zeg dat ik maar wat zeg.’
‘Dus eigenlijk niet?’
‘Ook als ik zeg ‘ook als ik zeg dat ik maar wat zeg’.’
‘Dat mag gerust paranoia heten.’
‘En anders noem je het maar dwijsheid.’


Zeker weten

‘Wat voor twijfelen is dwijsheid, vraag ik mij af.’
‘Een twijfelen dat zich niets meer afvraagt.’


Letter lijk

‘Wat is het verschil tussen wijsbegeerte en dwijsbegeerte?’
‘De eerste is stellend, de tweede ontstellend.’


Lost and found

‘Wat is het verschil tussen wijsbegeerte en dwijsbegeerte?’
‘Wijsbegeerte wil de waarheid vinden, dwijsbegeerte wil zich ervan ontdoen.’
‘Wil jij de waarheid vinden of je ervan ontdoen?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Ik bedoel, heb jij de waarheid gevonden of je ervan ontdaan?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Laat ik het dan zo stellen, ben je beter af met de waarheid of zonder?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Hebben we hiermee de waarheid gevonden of ons ervan ontdaan?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Maar wat is nou het verschil tussen wijsbegeerte en dwijsbegeerte?’
‘Dat is nou het verschil tussen wijsbegeerte en dwijsbegeerte.’


Gek

‘Wat is dwijsheid?’
‘Het weten valt weg.’
‘Ben je dan onwetend geworden?’
‘Het niet weten valt weg.’
‘Alles valt weg?’
‘Het wegvallen valt weg.’
‘En dan is alles weer normaal?’
‘Doe even normaal.’


Uitgelezen

‘Waar kan ik meer over niet weten te weten komen?’
‘In iedere kantoorboekhandel.’
‘Waar moet ik om vragen?’
‘Een dummy.’


Een oneindige nul

‘Wat is het verschil tussen de dwaas, de wijze en de dwijze?’
‘De dwaas heeft het verstand op nul en de blik op oneindig. De wijze heeft het verstand op oneindig en de blik op nul.’
‘En de dwijze?’
‘Vraag dat maar aan de wijze.’
‘Waarom niet aan de dwijze?’
‘Dwaas.’


To have or not to have

‘Waarom verandert de dwijze nooit van mening?’
‘Omdat hij geen mening heeft.’

‘Waarom verandert de dwijze steeds van mening?’
‘Omdat meningen hem niet hebben.’


As

‘Wat is het verschil tussen dwijsheid en dementie?’
‘Bij dwijsheid is het denken nog intact.’
‘En de overeenkomst?’
‘Beiden leiden tot verstrooiing.’


Als kwikzilver

‘Wijsheid is beweeglijker dan alle weten.’
‘Niet weten is beweeglijker dan alle wijsheid.’


Pompen of verzuipen

‘Wat is de overeenkomst tussen de wijze en de dwijze?’
‘Beide zijn drenkelingen.’
‘Waarin verdrinkt de wijze?’
‘In de zee van weten.’
‘En de dwijze?’
‘In de zee van niet weten.’
‘Maar ik wil helemaal niet verdrinken!’
‘Ik weet het.’
‘Hoe moet dat nou?’
‘Ik weet het niet.’


Wis of mis

‘Wat is dwaasheid?’
‘Kijken naar wat je weet.’
‘Wat is wijsheid?’
‘Kijken naar wat je niet weet.’
‘Wat is dwijsheid?’
‘Kijken.’
‘Wat zie je dan?’
‘Als ik dat eens wis.’


Alle waar is naar zijn geld

‘Wat is dwaasheid?’
‘Geestelijke rijkdom.’
‘Wat is wijsheid?’
‘Geestelijke armoe.’
‘Wijsheid is geestelijke armoe?’
‘Zeg maar gerust geestelijk bankroet.’
‘Wat is de wijsheid voorbij alle wijsheid?’
‘Het faillissement van het bankroet.’
‘Heb je dan nog minder dan niets of toch weer iets?’
‘Zeg maar gerust alles.’


Van de wijs

‘Wat is wijsheid?’
‘Niet weten wat wijs is.’

‘Wijsheid is niet weten wat wijs is.’
‘Wijsneus.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Dwaas.’


Honderd tegen een

‘Eén dwaas kan meer vragen stellen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden.’
‘Eén dwaas kan meer vragen beantwoorden dan honderd wijzen kunnen stellen.’

‘Eén dwaas kan meer vragen beantwoorden dan honderd wijzen kunnen stellen.’
‘Wat leid je daaruit af?’
‘Dat vragen van meer wijsheid getuigt dan antwoorden.’
‘Dwaas.’


Simpel

‘Wat is het verschil tussen de wijze, de dwaas en de dwijze?’
‘De wijze weet je precies te vertellen hoe het zit.’
‘En de dwaas?’
‘Ook.’
‘En de dwijze?’
‘Niet.’
‘Wat is dan het verschil tussen de wijze en de dwaas?’
‘Ik zou het ook niet weten.’


Krumpie

Een gevleugelde uitspraak, meen ik, van het olifantje Krumpie, dacht ik, in mijn favoriete jeugdboek, geloof ik, De zeven wonderdaden van Kevertje Plop, of zoiets, van ene Jean Dulieu, of wie het ook was, luidt: ‘Misschien wel, maar misschien ook niet.’

Al rond mijn zevende, toen mijn vader dit verhaal aan mij voorlas onder een Philips hoogtezon, heeft deze uitspraak zich althans in deze vorm in mij vastgezet, ook al zou het nog decennia duren voor ik zelf een Krumpie werd.
Als definitie van dwijsheid kan hij zich misschien meten met de beste – maar misschien ook niet.


Grondzee

Dwijsheid is niet het einde van het weten.
Daarvoor zou er eerst een weten moeten zijn.
Een weten waarvan?
Op welke gronden?
Geen gronden te vinden.
Zonder gronden geen weten.
Zonder weten geen einde van het weten.
Zonder einde van het weten geen niet weten.
Dwijsheid is het einde van niet weten.


De wijsheid voorbij de wijsheid voorbij


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de Eeuwige Wijsheid?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Wezensvreemd

‘Verwijzen alle tradities niet naar hetzelfde?’
‘Wie overeenkomsten zoekt zal overeenkomsten vinden.’
‘Bedoel je dat iedere traditie uniek is?’
‘Wie verschillen zoekt zal verschillen vinden.’
‘Ja, zijn ze nou in wezen hetzelfde of in wezen verschillend?’
‘In wezen wel.’
‘In wezen hetzelfde of in wezen verschillend?’
‘In wezen niet.’


Voorbarig

‘Volgens mij hebben wij het allemaal over hetzelfde.’
‘Wij?’
‘Boeddhisten, daoïsten, non-dualisten, mystici, jij en ik.’
‘Waar heb jij het dan over?’
‘Tja.’
‘Is dat waar je het over hebt, of weet je het niet?’
‘Ik heb er geen woorden voor.’
‘En die boeddhisten, daoïsten, non-dualisten en mystici?’
‘Ook niet.’
‘Hoe weet je dan dat we het allemaal over hetzelfde hebben?’
‘Omdat we er allemaal geen woorden voor hebben, natuurlijk.’
‘Er is zoveel waar we allemaal geen woorden voor hebben.’
‘En?’
‘Daarom is het nog niet allemaal hetzelfde.’
‘Waar heb jij het over?’
‘Tja.’
‘Zie je wel?’
‘Wat?’
‘Jij hebt er ook geen woorden voor.’
‘Ik vind ‘tja’ een prima woord.’
‘Maar waar heb je het dan over?’
‘Ik weet niet eens of ik het wel ergens over heb.’
‘Wat?’
‘Wat?’
‘Dan zal dat het verschil wel zijn.’
‘Dan hebben we het niet allemaal over hetzelfde.’


Vierkamp

‘Wat is de Eeuwige Wijsheid?’
‘Ik ken alleen maar de Eeuwige Dwaasheid.’
‘Wat is de Eeuwige Dwaasheid?’
‘Daar bestaan vier vormen van.’
‘Wat is de eerste vorm?’
‘Denken dat je de Eeuwige Wijsheid in pacht hebt.’
‘Wat is de tweede vorm?’
‘Denken dat de Eeuwige Wijsheid bestaat, ook al heb je hem niet in pacht.’
‘Wat is de derde vorm?’
‘Denken dat de Eeuwige Wijsheid niet bestaat.’
‘Aha!’
‘Wat?’
‘Er begint me iets te dagen.’
‘Je wilt een gokje wagen?’
‘In alle drie is er sprake van denken…’
‘Vooruit met de geit.’
‘Denken is de Eeuwige Dwaasheid!’
‘En dat is vier.’


Berg je gat

‘Wat is de Berg van de Eeuwige Wijsheid?’
‘Dat hangt helemaal van je standpunt af.’
‘Gezien vanuit de vallei?’
‘Een onneembaar bolwerk van opperste geleerdheid.’
‘Gezien vanaf de top?’
‘Een hoop flauwekul.’
‘En gezien vanuit de berg zelf?’
‘Dat moet je aan de berg zelf vragen.’
‘Ik dacht dat jij dat was.’
‘Dat hangt helemaal van je standpunt af.’


Eerlijk duurt het langst

‘Wat is de Eeuwige Wijsheid?’
‘Tja.’
‘Aan jou heb je ook niks.’
‘Tenzij dat de Eeuwige Wijsheid is.’
‘Is dat de Eeuwige Wijsheid?’
‘Tja.’


Eeuwig duurt het langst

‘Hoe noem je iemand die de Berg van de Eeuwige Wijsheid beklimt?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die op de top van de Berg van de Eeuwige Wijsheid staat?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die van de Berg van de Eeuwige Wijsheid afdaalt?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die de Berg van de Eeuwige Wijsheid voorgoed de rug heeft toegekeerd?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘Ik snap het niet.’
‘Hè hè.’


Zat als een tap en zot als een top

‘Wat vind je bovenop de Berg van de Eeuwige Wijsheid?’
‘De top.’
‘Ik bedoel, wat zie je als je bovenop de top staat?’
‘Niets bijzonders.’
‘Niet de Eeuwige Wijsheid?’
‘Op de top?’
‘Nou?’
‘Daar sta je dan boven.’
‘Wat vind je bovenop de Berg van de Eeuwige Dwaasheid?’
‘Dat zeg ik.’
‘Wat?’
‘De top.’
‘Ik bedoel, wat zie je als je bovenop de top staat?’
‘Dat zeg ik.’
‘Wat?’
‘Niets bijzonders.’
‘Niet de Eeuwige Dwaasheid?’
‘Op de top?’
‘Nou?’
‘Daar sta je dan boven.’


De kaars uit, de schaamte uit

‘Jij hebt een rotsvast vertrouwen, en daar benijd ik je om…’
‘Maar?’
‘Waar vertrouw je nou eigenlijk op?’
‘Tja.’
‘Nou?’
‘Dat was het al.’
‘Tja.’
‘Dat zeg ik.’
‘Ik bedoel, wat is dat nou voor vertrouwen.’
‘Een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt.’
‘Wat is een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt?’
‘Een rotsvast vertrouwen waarom jij mij benijdt.’


Tempelheren

Monnik: ‘Twijfel is de voorhof die ieder doorgaan moet die de tempel der wijsheid wil binnentreden.’
Meester: ‘Wijsheid is de voorhof die ieder doorgaan moet die de tempel der twijfel wil binnentreden.’


De wijsheid voorbij

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘Maar hoe het nou verder gaat?’

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘Maar waar het nou mee eindigt?’

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘En eindigt met het afleren van alle wijsheid voorbij alle wijsheid.’

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘En eindigt met het afleren van het afleren.’


Gevangen

‘Je moet je van alle begrippen bevrijden.’
‘Waarom?’
‘Die zitten de wijsheid voorbij alle wijsheid alleen maar in de weg.’
‘De wijsheid voorbij alle wijsheid is een begrip.’
‘Je moet je van alle begrippen bevrijden, zelfs van de wijsheid voorbij alle wijsheid?’
‘Bevrijden is een begrip.’
‘Je moet je van alle begrippen…’
‘Begrip is een begrip.’
‘Je moet…’
‘Moeten is een begrip.’
‘Je…’
‘Je is een begrip.’

‘Zwijgen helpt niet.’
‘Wat moet ik dan?’
‘Je moet je van alle instructies bevrijden.’
‘Aha.’
‘Ook van deze.’
‘Je moet je van alle instructies bevrijden, zelfs van de instructie dat je je van alle instructies moet bevrijden?’
‘Je kan me nog meer vertellen.’
‘Ik vrees van niet.’
‘Hoe komt dat, denk je?’
‘Omdat er niets te vertellen valt?’
‘Behalve dit zeker.’
‘Omdat er niets te vertellen valt, zelfs niet dat er niets te vertellen valt?’
‘Waarom doe je het dan toch?’


Uitgesproken

‘Waarin onderscheidt niet weten zich van andere tradities?’
‘Nieuwe woorden voor een oud verhaal.’
‘Als het verhaal zelf de tand des tijds doorstaan heeft dan moet er wel een kern van waarheid in zitten.’
‘Of juist niet.’
‘Waarom niet?’
‘Anders was die kern wel weggeknaagd.’
‘Wou jij zeggen dat er géén kern van waarheid in zit?’
‘Alsof ik wat wil zeggen.’
‘Bedoel je dat er niks te zeggen valt?’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Maar waarin onderscheidt niet weten zich nou van andere tradities?’
‘Daarin onderscheidt niet weten zich nou van andere tradities.’


To the point

‘Niet weten is de kern van tientallen tradities!’
‘Nou, kern…’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Gat?’
‘Niet weten is het gat in tientallen tradities?’
‘Nou, gat…’


Onvergelijkelijk

‘Wat is de overeenkomst tussen de lege leer en andere tradities?’
‘De lege leer lijkt nergens op.’
‘Hoe kan dat nou?’
‘Doordat hij leeg is natuurlijk.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Maar hij lijkt ook overal op.’
‘Hoe kan dat nou?’
‘Doordat hij zich nergens van onderscheidt.’


Niets is minder

‘Wat is het verschil tussen niet weten en andere tradities?’
‘Niets is minder waar.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Niet weten heeft geen aanbeveling nodig.’
‘Waarom niet?’
‘Niets is minder onwaar.’


De grootste en de kleinste

‘Wat is Eeuwige Wijsheid?’
‘De grootste gemene deler van alle tradities.’
‘Waaraan is de grootste gemene deler van alle tradities gelijk?’
‘Het kleinste gemene veelvoud.’
‘Waaraan is het kleinste gemene veelvoud van alle tradities gelijk?’
‘De lege leer.’
‘De lege leer is het enige wat alle tradities gemeen hebben?’
‘Ik zou het anders ook niet weten.’


Ten diepste

‘Wat ten diepste is Eeuwige Wijsheid?’
‘Grote Dwaasheid.’
‘Wat ten diepste is Grote Dwaasheid?’
‘Valse Hoop.’
‘Wat ten diepste is Valse Hoop?’
‘Bodemloze Wanhoop.’
‘Wat ten diepste is Bodemloze Wanhoop?’
‘Zeker Weten.’
‘Wat ten diepste is Zeker Weten?’
‘Niet weten.’
‘Wat ten diepste is niet weten?’
‘Eeuwige Wijsheid.’


Drie keer niks

‘Wat is de overeenkomst tussen nihilisme en perennialisme?’
‘Beide claimen ten grondslag te liggen aan alle tradities.’
‘En het verschil?’
‘Nihilisme claimt dat waarheid niet bestaat en perennialisme claimt dat waarheid universeel maar onuitsprekelijk is.’
‘Zo zeggen ze beide in zekere zin niets.’
‘Een claim is een claim.’
‘En niet weten?’
‘No claim.’
‘Zeker weten!’
‘En geen verzekering.’


Uitgegraven

‘Heb jij een voorkeur voor een bepaalde traditie?’
‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet graven.’
‘Bedoel je dat u niets hebt gevonden?’
‘Wie niets heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.’
‘Bedoel je dat je hét niets hebt gevonden?’
‘Wie het niets heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.’
‘Volgens mij heb jij het nihilisme gevonden.’
‘Wie het nihilisme heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Bovendien heb ik geen voorkeur voor een bepaalde traditie.’


Een oude traditie

‘Heb jij een voorkeur voor een bepaalde traditie?’
‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Ja dus.’
‘Wat, ja dus?’
‘Een voorkeur voor een bepaalde traditie.’
‘Nee dus.’
‘Ja dus.’
‘Ik hecht eraan aan geen enkele traditie te hechten.’
‘Heel traditioneel.’
‘Hoe heet die traditie dan wel?’
‘De traditie van de Eeuwige Wijsheid.’
‘Wat houdt de Eeuwige Wijsheid in?’
‘Dat is even langs me heen gegaan.’
‘Hoezo?’
‘Ik was veel te hard aan het graven.’


Diep genoeg

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Zeker weten?’
‘Eerlijk gezegd niet.’
‘Hoe komt dat?’
‘Doordat ik hem nog niet gevonden heb.’
‘Stel dat je hem vindt, wat dan?’
‘Ik heb geen flauw idee.’
‘Al die inspanning en je weet niet eens waar het goed voor is?’
‘Ik dacht dat jij het wel zou weten.’
‘Wat denk je dat er door die ader stroomt?’
‘De Hoogste Waarheid?’
‘Welnee.’
‘Eeuwige Wijsheid?’
‘Welnee.’
‘Zuiver Bewustzijn?’
‘Welnee.’
‘Keuzeloos Gewaarzijn?’
‘Welnee.’
‘Zijn?’
‘Welnee.’
‘Boeddhanatuur?’
‘Welnee.’
‘Leegte?’
‘Welnee.’
‘Brahman?’
‘Welnee.’
‘God?’
‘Welnee.’
‘Het Ene?’
‘Welnee.’
‘Het Numineuze?’
‘Welnee.’
‘Geest?’
‘Welnee.’
‘Geen-geest?’
‘Welnee.’
‘Energie?’
‘Welnee.’
‘Het Eeuwige Heden?’
‘Welnee.’
‘Blijvend Geluk?’
‘Welnee.’
‘Niet weten?’
‘Welnee.’
‘Ik geef het op.’
‘Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.’


Smeltkroes

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Brand je niet.’
‘Wat stroomt er volgens jou door die ader?’
‘Magma.’
‘Magma is de hoogste waarheid?’
‘Magma is magma.’
‘Ik snap het niet.’
‘Wat voor effect heeft magma op zijn omgeving?’
‘Het doet alles smelten.’
‘Tot wat?’
‘Magma?’
‘En datgene wat het niet doet smelten?’
‘Dat gaat in rook op.’
‘Nou dan.’


Oppervlakkig

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de waarheid.’
‘Als je dan nog even volhoudt, kom je weer aan de oppervlakte.’

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk een hoger weten.’
‘Als je dan nog even volhoudt, vind je niet weten.’

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet-weten.’
‘Als je dan nog even volhoudt, vind je niets.’

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet vinden.’
‘Daarvoor hoef je echt niet te gaan graven.’


Basta

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet graven.’
‘Nou ben ik er klaar mee.’
‘Waar ben je klaar mee?’
‘Dat gezwets over graven en vinden.’
‘Gaat het erom overal klaar mee te zijn?’
‘Wat zeg ik nou?’
‘Alsjeblieft!’
‘Zo blijven we aan de gang.’
‘Gaat het erom niet aan de gang blijven?’
‘Je probeert het nog steeds te pakken.’
‘Gaat het om niet-pakken?’
‘Bekijk het maar.’
‘Wat zal ik dan zien?’
‘Ik zeg niks meer.’
‘Wat zal ik dan horen?’



‘Gaat het erom te zwijgen?’


De wijsheid zonder wijsheid in vier talen

gate gate paragate1
wu wu wu2
nada nada nada3
tja tja tja4

  1. Sanskriet: verder, verder, almaar verder (hartsoetra)
  2. Chinees: niet, niet, niet (ch’anmeester Wumen)
  3. Spaans: niets, niets, niets (Johannes van het Kruis)
  4. Nederlands (Johannes zonder Kruis)

Meester Zuetsu

Dwaalgesprek met Hans van Dam over het boekje Wat is wijsheid? van Jan Bor.


Geloofshalve

Hoort ge dat niet-weten zich tot een mens heeft gewend, geloof het.
Hoort ge dat een mens zich tot niet-weten heeft gewend, geloof het niet.

Meester Zuetsu


Ken uzelf

Hans, ken jij het gedicht ‘Ik. Wie?’ van…

Wie? Ik?

Nee, ‘Ik. Wie?’ Daarmee begint het boek Wat is wijsheid? van filosoof en zenboeddhist Jan Bor.

Ik had liever gezien dat het ermee eindigde.

En daarmee ook zijn zoektocht naar wijsheid.

Berg je dan maar.

Waarvoor?

Voor de antwoorden natuurlijk.

Alsof jij geen antwoorden hebt.

Waarop?

Of wou jij beweren dat jouw zoektocht is geëindigd met vragen?

Zeker niet.

Nou dan.

Maar ook niet met antwoorden.

De zoektocht van Jan gelukkig wel.

Daar heb je het al.

Hij eindigt zijn kleinood met de volgende woorden:

‘Wat is dus wijsheid? Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar besef inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet (zoals je ook niet weet wie je in de grond bent). Wat in ieder geval helpt is om jezelf niet zo serieus te nemen, niet te denken dat jij de waarheid in pacht hebt, wel je eigen toevluchtsoord te zijn (zoals de Boeddha zei) en dus niets voor zoete koek te slikken; om je niets aan te trekken van de meningen van anderen (zoals een Engelse vriend ooit in het grijze verleden zei en lang voor hem Seneca), maar die anderen – los van hun oordelen – wel lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden; om vooral ook zelf niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt (zei Jezus), en niet aan anderen op te leggen wat je zelf niet wilt (zei Confucius al); om geen doelen in de verre toekomst te stellen en zo voorbij te gaan aan het levende nu, niet je hele leven van a tot z willen controleren, je oogkleppen af te doen, en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen.’ (p108, 109)

Voor iemand die adviseert om je niets aan te trekken van de meningen van anderen, haalt hij wel erg veel meningen van anderen aan.

Ja, ha ha.

Bovendien is dat ook maar een mening.

Nou je het zegt…

Niet voor zoete koek slikken dus, om het met Jan te zeggen, maar ja, of we dat nou wél voor zoete koek moeten slikken?

Hm.

Als hij het nou maar bij die eerste zin had gelaten.

‘Wat is dus wijsheid?’

Of bij de tweede desnoods.

‘Tja, ik weet het natuurlijk ook niet, maar…’

Altijd weer die ‘maar’. Ik bedoel, weet hij het nou wel of weet hij het nou niet?

Hij zegt van niet.

Maarrr beseft ‘inmiddels wel dat juist daarin de toegang tot dit mysterie ligt, in het weten dat je het niet weet.’

En?

Weten dat je het niet weet, is weten, geen niet weten. Dat het leven een mysterie zou zijn, en niet, bijvoorbeeld, een vanzelfsprekendheid of een gewoonte of een illusie of een geschenk van god of een kosmische grap of een strijd om te overleven of een spel of een queeste om je ware aard te realiseren of een queeste om je daarvan te bevrijden of een queeste om een eind te maken aan je queeste of een gruwel of een gedachte nu of een woord zonder tegenhanger in de werkelijkheid of wat dan ook, is weten, geen niet-weten. En dat je er toegang toe zou krijgen door niet-weten, is opnieuw weten.

Weten, weten, weten.

Jan Bor lijkt Jan Oegema wel. Die polemiseert er ook op los onder de vlag van niet-weten.*

En het advies om jezelf niet zo serieus te nemen?

Niet zo serieus nemen. Behoort tot het weten, niet tot niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daar iets over te zeggen hebt.

En het advies om je eigen toevluchtsoord te zijn?

Behoort tot het weten, niet tot niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daar iets over te zeggen hebt. Eerst maar eens vaststellen of er iets te vluchten valt, waarvoor en waarheen en door wie.

En het advies om anderen lief te hebben en zo nodig de helpende hand te bieden?

Behoort tot het weten, niet tot niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daar iets over te zeggen hebt. Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik word al mijn hele leven op ongezette tijden bezocht door gevoelens van antipathie, weerzin, wrok, jaloezie en haat. Zelfs jegens de mensen die ik liefheb. Ik weet ook niet waarom. Het is niet dat ik erom gevraagd heb. Een leven vrij van negativiteit is voor mij hooguit een natte droom. Of een nachtmerrie, dat moet nog blijken. Verder keer ik al mijn hele leven mensen de rug toe, of ze nou hulpbehoevend zijn of niet. Een leven waarin ik niemand meer de rug toekeer, is voor mij als hooggevoelig jongetje in een wereld met zeven miljard soortgenoten domweg onvoorstelbaar.

En het advies om niet te oordelen opdat je zelf niet geoordeeld wordt?

Behoort tot het weten, niet tot niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daar iets over te zeggen hebt. Om nog maar te zwijgen over de wensgedachte dat je niet geoordeeld zult worden als je zelf niet oordeelt. Hoe naïef kun je zijn. Dit oordeel van Hans van Dam over de naïviteit van Jan Bor bijvoorbeeld; dacht hij dat nou werkelijk te voorkomen door zelf niet te oordelen? Of heeft hij het alleen maar niet weten te voorkomen doordat hij zelf, tegen alle goede voornemens en blijde verwachtingen in, nog steeds oordeelt? Of heeft hij misschien net als ik zelfs bij volle maan maar een piepklein boeddhaveldje dat hoegenaamd geen invloed heeft op zijn onafzienbare omgeving? Ja, weet ik veel.

En het advies om anderen niets op te leggen wat je zelf niet wilt?

Behoort tot het weten, niet tot niet-weten. Net als de onuitgesproken aanname dat je daar iets over te zeggen hebt. Net als de onuitgesproken suggestie dat je anderen wel mag opleggen wat je zelf wilt. Je moest eens weten wat ik
allemaal zelf wil. Dat zou ik anderen echt niet willen opleggen. Wat ben ik, een dictator? Wat zijn dit voor principes? Waar haalt hij ze vandaan? Laat je vooral niet opleggen anderen niets op te leggen wat je zelf niet wilt als je dat niet wilt, zou ik zeggen als ik het voor het zeggen had en dacht dat anderen het voor het zeggen hadden.

Niemand minder dan Jezus van Nazareth heeft gezegd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’

Waarom heeft diezelfde Jezus dan staan razen en tieren in de tempel? Waarom heeft Hij de schriftgeleerden en de autoriteiten tot het uiterste getergd? Waarom heeft Hij zich zomaar laten vangen, berechten en ophangen, daarmee anderen gelegenheid gevend tot moord? Of was dat allemaal daarvóór?

Eh…

Je haalt me de woorden uit de mond.

En het advies om geen doelen in de verre toekomst te stellen en zo voorbij te gaan aan het levende nu?

Doelen in de verre toekomst stellen maakt deel uit van het levende nu. Het verre nu maakt deel uit van de levende toekomst. Dromen dat je nooit meer doelen in de verre toekomst zult stellen en zo nooit meer voorbij zult gaan aan het levende nu, is een doel stellen voor de verre toekomst en voorbijgaan aan het levende nu.

En het advies om niet je hele leven van a tot z te willen controleren?

Je leven niet meer van a tot z willen controleren is een poging controle uit te oefenen op je verlangen het leven van a tot z te controleren.

En het advies om je oogkleppen af te doen en je open te stellen voor het wonder van alles en iedereen?

Oogkleppen en geslotenheid maken deel uit van het wonder. Alles en iedereen tot een wonder reduceren is jezelf afsluiten voor andere zienswijzen op, en ervaringen van, alles en iedereen.

Jan Bor vervolgt:

‘Wijs is om ervan doordrongen te zijn dat je het inderdaad niet weet en het niet kunt weten. (De goeroes van de nieuwe spiritualiteit die allemaal zeggen het wel te weten, zijn dus allemaal on-wijs).’

Jan kan het weten.

En tenslotte:

‘Het is steeds weer terugkeren tot dit niet-weten. Uiteindelijk is het iets van het hart. Het is daarmee van een andere orde dan weten en de ontkenning ervan, botte onwetendheid. Het ontspringt aan een andere bron, een die onkenbaar is, in duisternis gehuld. De Laozi zegt daarover … ‘Dit [oorspronkelijk] eenzijn heet: het duistere. In het duistere van dat duistere schuilt de poort tot de massa mysteriën.’ Of in een andere mooie vertaling van dit slot van het eerste hoofdstuk van de Laozi (in de vertaling van Jan De Meyer): ‘Die gezamenlijke bron duiden we aan als het mysterie, het nog mysterieuzere dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten.’ ‘

Voor iemand die adviseert om je niets aan te trekken van de meningen van anderen, haalt hij wel erg veel meningen van anderen aan.

Ja, ha ha.

Man man, wat een subtiliteiten allemaal. En alles natuurlijk weer onder het mom van niet weten. Het grootste mom onder de zom.

Zelfs hierin kun je je niet vinden?

Niet vinden en niet verliezen. Zo ben ik er bijvoorbeeld nooit in geslaagd onderscheid te maken tussen mijn hoofd en mijn hart. Van een of andere bron die, of een of ander oorspronkelijk eenzijn dat, onkenbaar zou zijn, in duisternis gehuld, nog mysterieuzer dan het mysterie, de poort van alle subtiliteiten, weet ik niets. Ik? Wie? Bron? Eenzijn? Mysterie? Poort? Voor mij is dit alles vooralsnog onbekend, in duisternis gehuld, nog mysterieuzer dan het mysterie. Noem het desnoods niet-weten. Maar wat niet is, kan nog komen. Voorgangers genoeg.

En ik maar denken dat dit jou wel aan zou spreken.

En jij maar denken.

Wat zou jij Jan Bor adviseren?

Wie?

Toe nou.

Ik kijk wel linker uit.

Niet-adviseren?

Adviseer je mij Jan Bor te adviseren niets meer te adviseren?

Het is maar een idee.

Wat ben ik, een hypocriet?

Is er iets wat je tegen Jan zou willen zeggen?

Hetzelfde wat ik tegen alleman zou willen zeggen.

En dat is?

Niets.

Niet eens dat we niks kunnen weten?

Weet ik dat.

Dat weet je natuurlijk ook weer niet.

Jij met je niet weten.

Jij bent hier degene die voortdurend onderscheid maakt tussen weten en niet-weten.

Alleen maar om je gedachtenwereld te ondermijnen.

Zelf geloof je er niet in?

Geloof je dat nou echt?

Bedoel je dat je er toch in gelooft?

Geloof je dat nou echt?

Alles om mijn gedachtenwereld te ondermijnen.

Geloof je dat nou echt?

Dus er is niets wat je tegen Jan en alleman zou willen zeggen?

Dat zeg ik.

Dan kunnen we er net zo goed een punt achter zetten.

Of toch…

Nou gaan we het krijgen.

Hoi.


* in De stille stem, niet-weten als levenshouding, Jan Oegema 2011


Geloofshalve (2)

Hoort ge dat een mens wijsheid zoekt, geloof het.
Hoort ge dat een mens wijsheid heeft gevonden, geloof het niet.

Meester Zuetsu


Mysterium dementum

Mag ik nog een vraag stellen, Hans?

En nog een.

Wat weet jij eigenlijk van het Mysterie?

Van het wat?

Ik dacht dat je zou zeggen: ‘Meer dan wie ook.’

Ik ook.

Of desnoods ‘Minder dan wie ook.’

Precies.

Maar je zei: ‘Van het wat?’

Zo zie je maar weer.

Wat?

Je weet maar nooit.

Bedoel je dat je zelfs niet weet of het Mysterie bestaat?

Het wat?

Soms heb ik het gevoel dat je met je houding van niet-weten het Mysterie vergroot en soms heb ik het gevoel dat je met je houding van niet-weten het Mysterie bezoedelt.

Met mijn wat?

Je houding van niet-weten.

Daar is geen houden aan.

Waaraan niet?

Aan niet-weten niet.

Niet-weten is geen houding?

Voor mij niet.

Wat is het dan wel?

Gewoon.

Gewoon wat?

In ieder geval niet iets wat ik mij hoef aan te meten.

Maar wat denk jij?

Ja, wat niet.

Ik bedoel, is jouw niet-weten nou een bevestiging van het Mysterie of een ontkenning?

Zeg dat wel.

Aan jou heb je ook niks.

Zou je denken?

Wil je mij het Mysterie soms afnemen?

Wie?

Ik dacht dat je zou zeggen: ‘Het wat?’

Zo zie je maar weer.


Geloofshalve (3)

Hoort ge dat een dwaas wijsheid zoekt, geloof het.
Hoort ge dat een wijze dwaasheid heeft gevonden, geloof het niet.

Meester Zuetsu


Brutaaltjes

Maar wie ben jij om Jan Bor de les te lezen, Hans?

Ik zou het ook niet weten.

Als je dat maar weet.

Maar wie ben jij om mij de les te lezen?

Ik zou het ook niet weten.

Naprater.

Voorganger.

Wie is Jan Bor om ons de les te lezen?

Filosoof en zenboeddhist zei ik toch.

Dan zal dat het probleem wel zijn.

Denk jij soms dat je de wijsheid in pacht hebt?

Denk jij soms dat je de wijsheid in pacht hebt?

Nee, natuurlijk niet.

Nee, natuurlijk niet.

Nee, natuurlijk niet?

Denk jij soms dat ik met een website die niet-weten.nl heet stiekem mijn geleerdheid wil etaleren?

Nee, natuurlijk niet.

Dan zitten we op één lijn.

Wat ben ik toch een dwaas.

Denk jij soms dat je de dwaasheid in pacht hebt?


Geloofshalve (4)

Hoort ge dat ik een onwaarheid heb gesproken, geloof het niet.
Hoort ge dat ik een waarheid heb gesproken, geloof het niet.

Meester Zuetsu