De wijsheid voorbij alle wijsheid voorbij

Verlos ons van de wijsheid, en van de wijsheid voorbij alle wijsheid, en van de wijsheid voorbij alle wijsheid voorbij alle wijsheid et cetera. En verlos ons van de verlossers van de wijsheid, en van de verlossers van de wijsheid voorbij alle wijsheid, en van de verlossers van de wijsheid voorbij alle wijsheid voorbij alle wijsheid et cetera, amen.


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de Eeuwige Wijsheid?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Wezensvreemd

‘Verwijzen alle tradities niet naar hetzelfde?’
‘Wie overeenkomsten zoekt zal overeenkomsten vinden.’
‘Bedoel je dat iedere traditie uniek is?’
‘Wie verschillen zoekt zal verschillen vinden.’
‘Ja, zijn ze nou in wezen hetzelfde of in wezen verschillend?’
‘In wezen wel.’
‘In wezen hetzelfde of in wezen verschillend?’
‘In wezen niet.’


Voorbarig

‘Volgens mij hebben wij het allemaal over hetzelfde, Hans.’
‘Wij?’
‘Boeddhisten, daoïsten, non-dualisten, mystici, jij en ik.’
‘Waar heb jij het dan over?’
‘Tja.’
‘Is dat waar je het over hebt, of weet je het niet?’
‘Ik heb er geen woorden voor.’
‘En die boeddhisten, daoïsten, non-dualisten en mystici?’
‘Ook niet.’
‘Hoe weet je dan dat we het allemaal over hetzelfde hebben?’
‘Omdat we er allemaal geen woorden voor hebben, natuurlijk.’
‘Er is zoveel waar we allemaal geen woorden voor hebben.’
‘En?’
‘Daarom is het nog niet allemaal hetzelfde.’
‘Waar heb jij het over?’
‘Tja.’
‘Zie je wel?’
‘Wat?’
‘Jij hebt er ook geen woorden voor.’
‘Ik vind ‘tja’ een prima woord.’
‘Maar waar heb je het dan over?’
‘Ik weet niet eens of ik het wel ergens over heb.’
‘Wat?’
‘Wat?’
‘Dan zal dat het verschil wel zijn.’
‘Dan hebben we het niet allemaal over hetzelfde.’


Vierkamp

‘Wat is de Eeuwige Wijsheid?’
‘Ik ken alleen maar de Eeuwige Dwaasheid.’
‘Wat is de Eeuwige Dwaasheid?’
‘Daar bestaan vier vormen van.’
‘Wat is de eerste vorm?’
‘Denken dat je de Eeuwige Wijsheid in pacht hebt.’
‘Wat is de tweede vorm?’
‘Denken dat de Eeuwige Wijsheid bestaat, ook al heb je hem niet in pacht.’
‘Wat is de derde vorm?’
‘Denken dat de Eeuwige Wijsheid niet bestaat.’
‘Aha.’
‘Wat?’
‘Er begint me iets te dagen.’
‘Je wilt een gokje wagen?’
‘In alle drie is er sprake van denken…’
‘Vooruit met de geit.’
‘Dénken is de Eeuwige Dwaasheid.’
‘En dat is vier.’


Berg je gat

‘Wat is de Berg van de Eeuwige Wijsheid?’
‘Dat hangt helemaal van je standpunt af.’
‘Gezien vanuit de vallei?’
‘Een onneembaar bolwerk van opperste geleerdheid.’
‘Gezien vanaf de top?’
‘Een hoop flauwekul.’
‘En gezien vanuit de berg zelf?’
‘Dat moet je aan de berg zelf vragen.’
‘Ik dacht dat jij dat was.’
‘Dat hangt helemaal van je standpunt af.’


Eerlijk duurt het langst

‘Wat is de Eeuwige Wijsheid?’
‘Tja.’
‘Aan jou heb je ook niks.’
‘Tenzij dat de Eeuwige Wijsheid is.’
‘Is dat de Eeuwige Wijsheid?’
‘Tja.’


Eeuwig duurt het langst

‘Hoe noem je iemand die de Berg van de Eeuwige Wijsheid beklimt?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die op de top van de Berg van de Eeuwige Wijsheid staat?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die van de Berg van de Eeuwige Wijsheid afdaalt?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘O, ik snap het al. Hoe noem je iemand die de Berg van de Eeuwige Wijsheid voorgoed de rug heeft toegekeerd?’
‘Een Eeuwige Dwaas.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘Ik snap het niet.’
‘Hè hè.’


Zat als een tap en zot als een top

‘Wat vind je bovenop de Berg van de Eeuwige Wijsheid?’
‘De top.’
‘Ik bedoel, wat zie je als je bovenop de top staat?’
‘Niets bijzonders.’
‘Niet de Eeuwige Wijsheid?’
‘Op de top?’
‘Nou?’
‘Daar sta je dan boven.’
‘Wat vind je bovenop de Berg van de Eeuwige Dwaasheid?’
‘Dat zeg ik.’
‘Wat?’
‘De top.’
‘Ik bedoel, wat zie je als je bovenop de top staat?’
‘Dat zeg ik.’
‘Wat?’
‘Niets bijzonders.’
‘Niet de Eeuwige Dwaasheid?’
‘Op de top?’
‘Nou?’
‘Daar sta je dan boven.’


De kaars uit, de schaamte uit

‘Jij hebt een rotsvast vertrouwen, en daar benijd ik je om…’
‘Maar?’
‘Waar vertrouw je nou eigenlijk op?’
‘Tja.’
‘Nou?’
‘Dat was het al.’
‘Tja.’
‘Dat zeg ik.’
‘Ik bedoel, wat is dat nou voor vertrouwen.’
‘Een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt.’
‘Wat is een vertrouwen dat nooit beschaamd wordt?’
‘Een rotsvast vertrouwen waarom jij mij benijdt.’


Tempelheren

‘Twijfel is de voorhof die ieder doorgaan moet die de tempel der wijsheid wil binnentreden.’
‘Wijsheid is de voorhof die ieder doorgaan moet die de tempel der twijfel wil binnentreden.’


De wijsheid voorbij

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘Maar hoe het nou verder gaat?’

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘Maar waar het nou mee eindigt?’

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘En eindigt met het afleren van alle wijsheid voorbij alle wijsheid.’

‘De wijsheid voorbij alle wijsheid begint met het afleren van alle wijsheid.’
‘En eindigt met het afleren van het afleren.’


Gevangen

‘Je moet je van alle begrippen bevrijden.’
‘Waarom?’
‘Die zitten de wijsheid voorbij alle wijsheid alleen maar in de weg.’
‘De wijsheid voorbij alle wijsheid is een begrip.’
‘Je moet je van alle begrippen bevrijden, zelfs van de wijsheid voorbij alle wijsheid?’
‘Bevrijden is een begrip.’
‘Je moet je van alle begrippen…’
‘Begrip is een begrip.’
‘Je moet…’
‘Moeten is een begrip.’
‘Je…’
‘Je is een begrip.’

‘Zwijgen helpt niet.’
‘Wat moet ik dan?’
‘Je moet je van alle instructies bevrijden.’
‘Aha.’
‘Ook van deze.’
‘Je moet je van alle instructies bevrijden, zelfs van de instructie dat je je van alle instructies moet bevrijden?’
‘Je kan me nog meer vertellen.’
‘Ik vrees van niet.’
‘Hoe komt dat, denk je?’
‘Omdat er niets te vertellen valt?’
‘Behalve dit zeker.’
‘Omdat er niets te vertellen valt, zelfs niet dat er niets te vertellen valt?’
‘Waarom doe je het dan toch?’


Uitgesproken

‘Waarin onderscheidt niet weten zich van andere tradities?’
‘Nieuwe woorden voor een oud verhaal.’
‘Als het verhaal zelf de tand des tijds doorstaan heeft dan moet er wel een kern van waarheid in zitten.’
‘Of juist niet.’
‘Waarom niet?’
‘Anders was die kern wel weggeknaagd.’
‘Wou jij zeggen dat er géén kern van waarheid in zit?’
‘Alsof ik wat wil zeggen.’
‘Bedoel je dat er niks te zeggen valt?’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Maar waarin onderscheidt niet weten zich nou van andere tradities?’
‘Daarin onderscheidt niet weten zich nou van andere tradities.’


To the point

‘Niet weten is de kern van tientallen tradities, Hans’
‘Nou, kern…’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Gat?’
‘Niet weten is het gat in tientallen tradities?’
‘Nou, gat…’


Onvergelijkelijk

‘Wat is de overeenkomst tussen de lege leer en andere tradities?’
‘De lege leer lijkt nergens op.’
‘Hoe kan dat nou?’
‘Doordat hij leeg is natuurlijk.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Maar hij lijkt ook overal op.’
‘Hoe kan dat nou?’
‘Doordat hij zich nergens van onderscheidt.’


Niets is minder

‘Wat is het verschil tussen niet weten en andere tradities?’
‘Niets is minder waar.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Niet weten heeft geen aanbeveling nodig.’
‘Waarom niet?’
‘Niets is minder onwaar.’


De grootste en de kleinste

‘Wat is Eeuwige Wijsheid?’
‘De grootste gemene deler van alle tradities.’
‘Waaraan is de grootste gemene deler van alle tradities gelijk?’
‘Het kleinste gemene veelvoud.’
‘Waaraan is het kleinste gemene veelvoud van alle tradities gelijk?’
‘De lege leer.’
‘De lege leer is het enige wat alle tradities gemeen hebben?’
‘Ik zou het anders ook niet weten.’


Ten diepste

‘Wat ten diepste is Eeuwige Wijsheid?’
‘Grote Dwaasheid.’
‘Wat ten diepste is Grote Dwaasheid?’
‘Valse Hoop.’
‘Wat ten diepste is Valse Hoop?’
‘Bodemloze Wanhoop.’
‘Wat ten diepste is Bodemloze Wanhoop?’
‘Zeker Weten.’
‘Wat ten diepste is Zeker Weten?’
‘Niet weten.’
‘Wat ten diepste is niet weten?’
‘Eeuwige Wijsheid.’


Drie keer niks

‘Wat is de overeenkomst tussen nihilisme en perennialisme?’
‘Beide claimen ten grondslag te liggen aan alle tradities.’
‘En het verschil?’
‘Nihilisme claimt dat waarheid niet bestaat en perennialisme claimt dat waarheid universeel maar onuitsprekelijk is.’
‘Zo zeggen ze beide in zekere zin niets.’
‘Een claim is een claim.’
‘En niet weten?’
‘No claim.’
‘Zeker weten!’
‘En geen verzekering.’


Uitgegraven

‘Heb jij een voorkeur voor een bepaalde traditie?’
‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet graven.’
‘Bedoel je dat u niets hebt gevonden?’
‘Wie niets heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.’
‘Bedoel je dat je hét niets hebt gevonden?’
‘Wie het niets heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.’
‘Volgens mij heb jij het nihilisme gevonden.’
‘Wie het nihilisme heeft gevonden, is niet diep genoeg gegaan.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Bovendien heb ik geen voorkeur voor een bepaalde traditie.’


Een oude traditie

‘Heb jij een voorkeur voor een bepaalde traditie?’
‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Ja dus.’
‘Wat, ja dus?’
‘Een voorkeur voor een bepaalde traditie.’
‘Nee dus.’
‘Ja dus.’
‘Ik hecht eraan aan geen enkele traditie te hechten.’
‘Heel traditioneel.’
‘Hoe heet die traditie dan wel?’
‘De traditie van de Eeuwige Wijsheid.’
‘Wat houdt de Eeuwige Wijsheid in?’
‘Dat is even langs me heen gegaan.’
‘Hoezo?’
‘Ik was veel te hard aan het graven.’


Diep genoeg

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Zeker weten?’
‘Eerlijk gezegd niet.’
‘Hoe komt dat?’
‘Doordat ik hem nog niet gevonden heb.’
‘Stel dat je hem vindt, wat dan?’
‘Ik heb geen flauw idee.’
‘Al die inspanning en je weet niet eens waar het goed voor is?’
‘Ik dacht dat jij het wel zou weten.’
‘Wat denk je dat er door die ader stroomt?’
‘De Hoogste Waarheid?’
‘Welnee.’
‘Eeuwige Wijsheid?’
‘Welnee.’
‘Zuiver Bewustzijn?’
‘Welnee.’
‘Keuzeloos Gewaarzijn?’
‘Welnee.’
‘Zijn?’
‘Welnee.’
‘Boeddhanatuur?’
‘Welnee.’
‘Leegte?’
‘Welnee.’
‘Brahman?’
‘Welnee.’
‘God?’
‘Welnee.’
‘Het Ene?’
‘Welnee.’
‘Het Numineuze?’
‘Welnee.’
‘Geest?’
‘Welnee.’
‘Geen-geest?’
‘Welnee.’
‘Energie?’
‘Welnee.’
‘Het Eeuwige Heden?’
‘Welnee.’
‘Blijvend Geluk?’
‘Welnee.’
‘Niet weten?’
‘Welnee.’
‘Ik geef het op.’
‘Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.’


Smeltkroes

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de ader die onder alles door stroomt.’
‘Brand je niet.’
‘Wat stroomt er volgens jou door die ader?’
‘Magma.’
‘Magma is de hoogste waarheid?’
‘Magma is magma.’
‘Ik snap het niet.’
‘Wat voor effect heeft magma op zijn omgeving?’
‘Het doet alles smelten.’
‘Tot wat?’
‘Magma?’
‘En datgene wat het niet doet smelten?’
‘Dat gaat in rook op.’
‘Nou dan.’


Oppervlakkig

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk de waarheid.’
‘Als je dan nog even volhoudt, kom je weer aan de oppervlakte.’

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk een hoger weten.’
‘Als je dan nog even volhoudt, vind je niet weten.’

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet-weten.’
‘Als je dan nog even volhoudt, vind je niets.’

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet vinden.’
‘Daarvoor hoef je echt niet te gaan graven.’


Basta

‘Als je maar diep genoeg graaft, vind je uiteindelijk het niet graven.’
‘Nou ben ik er klaar mee.’
‘Waar ben je klaar mee?’
‘Dat gezwets over graven en vinden.’
‘Gaat het erom overal klaar mee te zijn?’
‘Wat zeg ik nou?’
‘Alsjeblieft!’
‘Zo blijven we aan de gang.’
‘Gaat het erom niet aan de gang blijven?’
‘Je probeert het nog steeds te pakken.’
‘Gaat het om niet-pakken?’
‘Bekijk het maar.’
‘Wat zal ik dan zien?’
‘Ik zeg niks meer.’
‘Wat zal ik dan horen?’



‘Gaat het erom te zwijgen?’


De wijsheid zonder wijsheid in vier talen

gate gate paragate1
wu wu wu2
nada nada nada3
tja tja tja4

  1. Sanskriet: verder, verder, almaar verder (hartsoetra)
  2. Chinees: niet, niet, niet (ch’anmeester Wumen)
  3. Spaans: niets, niets, niets (Johannes van het Kruis)
  4. Nederlands (Johannes zonder Kruis)