Voorbij goed en kwaad

Moraal zonder mores; delinquente dwaalgesprekken over de ethiek van niet weten en niet weten van ethiek.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

de vrije wileen emergente ethiekde Grote Weg, dwaalgids filosofie


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van ethiek, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


alle aanbevelingen op een rijtje


Praktisch

‘Wat betekent ethiek voor jou?’
‘Geen moralisme, geen immoralisme, geen amoralisme.’
‘Wat betekent democratie voor jou?’
‘Niet voor zijn, niet tegen zijn, niet neutraal zijn.’
‘Wat betekent kiezen voor jou?’
‘Niet stemmen, niet blanco stemmen, niet thuisblijven.’
‘Hoe breng je een en ander in de praktijk?’
‘Dat hoef ik niet.’
‘O?’
‘Het is de praktijk die het in mij brengt.’


Maya maya

Sunyata sunyata voor non-dualisten

‘Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles een illusie is, waarom niet?’

‘Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles een illusie is, dan ook het niet-doen.’

‘Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles een illusie is, dan ook de illusie.’

‘Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles een illusie is, dan ook mijn antwoord.’

‘Als alles een illusie is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles een illusie is, dan ook jouw vraag.’


Sunyata sunyata

Maya maya voor boeddhisten

‘Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles leeg is, waarom niet?’

‘Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles leeg is, dan ook het niet-doen.’

‘Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles leeg is, dan ook de leegte.’

‘Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles leeg is, dan ook mijn antwoord.’

‘Als alles leeg is, waarom zou je dan nog wat doen?’
‘Als alles leeg is, dan ook jouw vraag.’


Krom

‘Wat is optimisme?’
‘Valse hoop.’
‘Wat is pessimisme?’
‘Valse wanhoop.’
‘Wat is realisme?’
‘Valse zekerheid.’
‘Wat is scepticisme?’
‘Valse twijfel.’

De volgende dag.

‘Wat is optimisme?’
‘Valse hoop.’
‘Wat is pessimisme?’
‘Valse wanhoop.’
‘Wat is realisme?’
‘Valse zekerheid.’
‘Wat is scepticisme?’
‘Valse twijfel.’
‘Valse wijsheid.’
‘Maar dat heb je zelf gezegd!’
‘Wanneer dan?’
‘Gisteren nog.’
‘Gisteren moest ik iets anders rechtzetten.’


Bekeken zaak

‘Ik wil het goede doen en het kwade laten.’
‘Niets is alleen maar goed of kwaad.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Wat goed is in het ene opzicht, is kwaad in het andere.’
‘Ik wil alleen maar doen wat goed is in ieder opzicht.’
‘Dan moet je alles laten.’
‘Ik wil alleen maar laten wat goed is in geen enkel opzicht.’
‘Dan moet je alles doen.’
‘Erg behulpzaam ben je niet.’
‘Bekijk het anders eens zonder opzicht.’
‘Hè?’
‘Bekijk het dan maar vanuit ieder opzicht.’


Dood brood

‘Geef eens een voorbeeld van goed en fout.’
‘Doden is fout, redden is goed.’
‘Men doodt ook om te redden.’
‘In de oorlog misschien, maar niet in het dagelijks leven.’
‘Driemaal daags. Tenminste, wie het zich kan veroorloven.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Eten.’
‘Wat heeft dat ermee te maken?’
‘Eten is redden door te doden.’
‘Je kunt toch vegetarisch eten?’
‘Vegetarisme is planten doden in plaats van dieren.’
‘Planten zijn lagere wezens dan dieren.’
‘Dan zullen we het maar niet hebben over de verdelgingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt om insecten te bestrijden.’
‘Met biologische landbouw kun je…’
‘Of over het vee dat de mest produceert en zelf opgegeten wordt.’
‘Maar niet door mij.’
‘Al is het maar door onze huisdieren.’
‘Het is een schande.’
‘Wat moeten ze dan eten?’
‘Hm.’
‘Of geef je ze liever een spuitje?’

‘Om nog maar te zwijgen over de vernietiging van de oorspronkelijke ecosystemen die iedere vorm van landbouw met zich meebrengt.’
‘Misschien moest ik maar stoppen met eten.’
‘Niet eten is een vorm van zelfdoding die versterving wordt genoemd.’
‘In elk geval dood je er geen andere levende wezens mee.’
‘Vergeet je darmflora niet.’
‘Verdraaid.’
‘Maar de wormen zullen je dankbaar zijn.’


Onhandig

‘Ik wil het goede doen en het kwade laten.’
‘Niets is goed of kwaad van zichzelf.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Hetzelfde mes snijdt kelen en komkommers door.’
‘Maar een mitrailleur is zonder meer des duivels.’
‘Een mitrailleur kan redden en doden.’
‘De wereld zou beter af zijn zonder schiettuig.’
‘Het is met blote handen dat de meeste moorden worden gepleegd.’
‘En?’
‘Zou de wereld beter af zijn zonder handen?’


Goed fout

‘Geef eens een voorbeeld van iets dat alleen maar goed is.’
‘Helpen is alleen maar goed.’
‘Helpen is afhankelijk maken.’
‘Wanneer iemand in nood verkeert, is het onze morele plicht…’
‘Helpen is iemand zijn zelfrespect ontnemen
‘Wou jij beweren dat je beter niet kunt helpen?’
‘Niet helpen is iemand in zijn sop gaar laten koken.’
‘Wat moeten we dan doen?’
‘Wie zegt dat je iets moet doen?’
‘Moeten we dan alles maar laten?’
‘Wie zegt dat je iets moet laten?’
‘Ik wil de juiste keuzes maken.’
‘Wie zegt dat je een keuze hebt?’
‘Wou jij beweren van niet?’
‘Wat weet ik daarvan?’
‘Kun je mij dan helemaal niets aanraden?’
‘Niets is alleen maar goed.’
‘Niets of ‘niets’?’
‘ ‘Goed’.’


Uphill battle

‘Ga jij weleens stemmen?’
‘Volgens mij wel.’
‘Maar jij weet toch niks?’
‘Hoe weet ik dat nou.’
‘Hoe kun je dan stemmen?’
‘Is niet stemmen soms beter dan wel stemmen?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Nou, ik ook niet.’
‘Dus je gaat stemmen omdat er geen reden is om niet te stemmen?’
‘Ik weet niet of dat de reden is.’
‘Wat is dan de reden?’
‘Ik weet niet of er een reden is.’
‘Dus je zou net zo goed niet kunnen gaan stemmen?’
‘Niet stemmen is ook stemmen.’
‘Het is een wonder dat jij nog in beweging komt.’
‘Beweging is niet wonderlijker dan stilstand.’
‘Ik leer helemaal niets van jou.’
‘En een moeite dat het kost.’


Cynikusje

‘Bent jij niet gewoon een cynicus?’
‘Wat is cynisme volgens jou?’
‘De opvatting dat niets enige waarde heeft.’
‘Een waardeloze opvatting.’


Geen familie

‘Is niet weten niet gewoon een vorm van immoralisme?’
‘Wie zonder zeden is hoeft nog niet onzedelijk te zijn.’

‘Is niet weten niet gewoon een vorm van irrationalisme?’
‘Wie zonder rede is hoeft nog niet onredelijk te zijn.’


Hoger

Leerling: Ik weiger nog langer met dit belachelijke vaandel rond te lopen!
Meester: Nu al
Leerling: ‘Bovendien heb ik mijn lesje nu wel geleerd.
Meester: Welk lesje?
Leerling: ‘Dat je niets hoog in het vaandel moet dragen.
Meester: Schrijf dat dan maar hoog in je vaandel.


Averechts

‘Waartoe leidt het gebod ‘gij zult niet doden’?’
‘Plagen.’
‘Waartoe leiden plagen?’
‘Misoogsten.’
‘Waartoe leiden misoogsten?’
‘Hongersnood.’
‘Waartoe leidt hongersnood?’
‘De hongerdood.’


Vicieus

‘Waartoe leidt het gebod ‘gij zult niet doden’?’
‘Overbevolking.’
‘Waartoe leidt overbevolking?’
‘Oorlog.’
‘Waartoe leidt oorlog?’
‘Doden.’
‘Waartoe leidt doden?’
‘Geboden.’


Linksom of rechtsom

‘Waartoe leidt het gebod ‘gij zult niet doden’?’
‘Het opheffen van de doodstraf.’
‘Waartoe leidt het opheffen van de doodstraf?’
‘Moord en doodslag.’

‘Waartoe leidt de doodstraf?’
‘Justitiële dwalingen met fatale afloop.’
‘Waartoe leiden justitiële dwalingen met fatale afloop?’
‘Moord en doodslag.’


Shiva

‘Zou jij kunnen doden?’
‘Ik dood en ik laat voor mij doden.’
‘Pardon?’
‘Kippen, duiven, kwartels, koeien, varkens, paarden, herten, zwijnen, vissen, kikkers, schildpadden, ratten, muizen, mollen, vissen, bomen, struiken, planten, grassen, bacteriën, virussen, schimmels, noem maar op.’
‘Ik bedoelde eigenlijk mensen.’
‘Ik wil je niet ongerust maken…’
‘Maar?’
‘Waarom zou iemand die alle levende wezens onder de zon doodt en laat doden, een uitzondering maken voor mensen?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet.’
‘Nou, ik ook niet.’


In memoriam

‘Zou jij kunnen doden?’
‘Natuurlijk.’
‘O?’
‘Ik dood en ik laat voor mij doden.’
‘Dieren en planten?’
‘En mensen.’
‘Wát?’
‘Er sterven voortdurend mensen voor mij en door mij.’
‘Hoe dan?’
‘In het verkeer, in fabrieken, in mijnen, in gevangenissen, in ziekenhuizen, in de lucht, onder water, op het slagveld, noem maar op. Mijn moeder is voor mij gestorven in het kraambed.
‘Ik bedoelde eigenlijk door je eigen hand.’
‘Ik wil je niet ongerust maken…’
‘Maar?’
‘Waarom zou iemand die zonder met zijn ogen te knipperen mensen voor zich laat sterven, moeite hebben eigenhandig te doden?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet.’
‘Nou, ik ook niet.’


Eigenhoofdig

‘Zou jij kunnen doden?’
‘Met mijn blote handen?’
‘Of met wapens.’
‘Ik kan mij tientallen situaties voorstellen waarin ik iemand om het leven breng, en dat doe ik dan ook regelmatig.’
‘Wat doet je regelmatig?’
‘Mij situaties voorstellen waarin ik iemand om het leven breng.’
‘O, gelukkig.’
‘Wat voorstellen betreft ben ik beslist een ervaringsdeskundige.’
‘Een ouwe rot.’
‘Mijn bloed kookt als ik alleen maar aan zo’n situatie denk.’
‘Heb je er ooit een bij de hand gehad?’
‘Niet echt.’
‘Stelt dat je gerust?’
‘Niet in het minst.’
‘Waarom niet?’
‘Je weet nooit wanneer het moment daar is.’


De Grote Schrijver

‘Zou jij als het erop aankomt iemand kunnen doden?’
‘Als het erop aankomt?’
‘Bijvoorbeeld om je eigen leven of dat van je geliefde te redden?’
‘Ik mag het graag denken…’
‘Maar?’
‘Ik ben nogal bang aangelegd.’
‘Ik eerlijk gezegd ook.’
‘Dus ik reken nergens op.’
‘Denkt jij dat je het doden achterwege kunt laten als het nergens voor nodig is?’
‘Ik mag het graag denken…’
‘Maar?’
‘Ik ben nogal bang aangelegd.’
‘Hè?’
‘Als je bang bent, heb je jezelf niet meer in de hand.’
‘Op die manier.’
‘Dus ik reken nergens op.’
‘Heeft een mens die niet bang is zichzelf wél in de hand?’
‘Ik mag het graag denken…’
‘Maar?’
‘Waarom zou angst de enige onzekere factor zijn?’
‘Waar denk je nog meer aan?’
‘Lust. Woede. Drank. Sadisme. Paranoia. Jaloezie. Stoerheid. Groepsdruk. Massahysterie. Hongersnood. Een hersentumor. Ik noem maar wat.’
‘Op die manier.’
‘Dus ik reken nergens op.’
‘Hebben wij dit gesprek wel in de hand?’
‘Ik mag het graag denken…’
‘Maar?’
‘Wie weet of de Grote Schrijver het ons niet oplegt.’
‘Ook daar zullen we wel nooit achter komen.’
‘Zelfs dáár ben ik nog niet achter.’
‘Ik eerlijk gezegd ook niet.’
‘Dus ik reken nergens op.’


’s Lands wijs

‘Wat is de belangrijkste oorzaak van verkeersongelukken in India?’
‘De heilige koe.’


Een gevaarlijke zaak

‘Wat is eer?’
‘Iets waarin men aangetast kan worden.’

‘Wat is eer?’
‘De kiem van eerwraak.’

‘Wat is eer?’
‘Iets dat niet bestaat en daarom onophoudelijk verdedigd moet worden.’


Zandhazen

‘Wat is het veld van eer?’
‘De plaats waar je roemloos ten onder gaat.’


Ereleed

‘Wat is eer?’
‘Blinde trouw.’
‘Waartoe leidt blinde trouw?’
‘Afhankelijkheid.’
‘Wat nog meer?’
‘Misbruik.’
‘Wat nog meer?’
‘Sektes.’
‘Wat nog meer?’
‘Nationalisme.’
‘Wat nog meer?’
‘Oorlog.’
‘Wat nog meer?’
‘Concentratiekampen.’
‘Wat nog meer?’
‘Kamikaze.’
‘Wat nog meer?’
‘Harakiri.’
‘Is eer dan nergens goed voor?’
‘Wat is goed?’


Onvermijdelijk

‘Waartoe leidt het idee van de vrije wil?’
‘Geboden.’
‘Waartoe leiden geboden?’
‘Overtredingen.’
‘Waartoe leiden overtredingen?’
‘Rechtszaken.’
‘Waartoe leiden rechtszaken?’
‘Schuldbekentenissen.’
‘Waartoe leiden schuldbekentenissen?’
‘Het idee van de vrije wil.’


Levenslang

‘Wat is christendom?’
‘Een gebed zonder end.’
‘Wat is boeddhisme?’
‘Een gebod zonder end.’


Lest best

‘Wat is vergeving?’
‘Een zevenvoudig misverstand.’
‘Zevenvoudig?’
‘Eerst is er het misverstand dat je iets fout kunt doen.’
‘Dat is een.’
‘Dan is er het misverstand dat je iets kunt doen.’
‘Dat is twee.’
‘Dan is er het misverstand dat je bent.’
‘Dat is drie.’
‘Dan is er het misverstand dat je bij iemand anders in het krijt kunt staan.’
‘Dat is vier.’
‘Dan is er het misverstand dat de ander je die schuld kan kwijtschelden.’
‘Dat is vijf.’
‘En ten slotte is er het misverstand dat de ander ís.’
‘Dat is zes.’
‘Voilà.’
‘En het zevende dan?’
‘Het zevende?’
‘Je zei dat er zeven misverstanden zijn.’
‘Dat is het zevende.’


Shit

‘Ik ben veganist.’
‘Wat houdt dat in?’
‘Dat ik niets dierlijks eet en niets gebruik waarvoor dieren nodig zijn.’
‘Dat mocht je willen.’
‘Ik gebruik zelfs geen gelatine meer.’
‘Maar je eet nog wel?’
‘Uitsluitend plantaardig en biologisch.’
‘Je eet gewassen?’
‘Is daar iets mis mee?’
‘Arme planten.’
‘Planten hebben geen gevoel.’
‘Wat eten die planten eigenlijk?’
‘Hè?’
‘Wat eten de planten die jij eet?’
‘Planten eten niet.’
‘Kunstmest?’
‘Ik ben tegen kunstmest.’
‘Poep dus.’
‘Wat heeft dat er nou weer mee te maken?’
‘Waar komt die poep vandaan?’
‘O.’
‘Nou?’
‘Van koeien en zo.’
‘En waarvoor worden die koeien nog meer gebruikt?’

‘Of denk je dat ze uitsluitend voor de poep worden gehouden?’

‘Dat een boer van mest alleen kan leven?’

‘Koeien leveren melk en als ze niet genoeg melk meer leveren gaan ze naar het slachthuis. Als ze al niet rechtstreeks naar het slachthuis gaan.’
‘Maar niet voor mij!’
‘Zonder vleeseters geen veganisten.’


Bont en blauw

‘Stop dierenleed! Draag geen bont!’
‘Zou je liever te jong sterven of nooit zijn geboren?’
‘Te jong sterven. Daar hoef ik echt niet over na te denken.’
‘Waarom zou dat voor pelsdieren anders zijn?’
‘Ben jij soms voor het gebruik van bont?’
‘Niet dat ik weet.’
‘Dan moet je er wel op tegen zijn.’
‘Niet dat ik weet.’
‘Dan moet je wel neutraal zijn.’
‘Niet dat ik weet.’
‘Het zou een zootje worden als iedereen zich zo opstelde.’
‘Ik stel me niet op.’
‘Doe niet zo moeilijk.’
‘Niets zo makkelijk.’
‘Lekker makkelijk.’
‘Niets zo moeilijk.’
‘Heb jij dan helemaal geen medelijden?’
‘Met wie?’
‘Met de dieren die geslacht worden om hun pels natuurlijk.’
‘Ook.’
‘Met wie dan nog meer?’
‘Met jou.’
‘Waarom?’
‘Omdat jij aan dierenleed lijdt.’
‘Schei toch uit!’
‘Met de fokkers.’
‘Nou wordt ‘ie helemaal mooi!’
‘Denk je dat het leuk is om bedreigd te worden?’
‘Ze vragen er toch om?’
‘Ik heb nog nooit iemand om een dreigement horen vragen.’
‘Je weet best wat ik bedoel.’
‘En met de liefhebbers van bont natuurlijk.’
‘Wát?’
‘Omdat ze zich steeds schuldiger voelen.’
‘Dat is ze verdomme geraden ook.’
‘En omdat zomaar door iedereen uitgescholden kunnen worden.’
‘En dan komen ze er nog goed vanaf.’
‘Ben je zelf ooit in die positie geweest?’
‘Ik draag geen bont.’
‘Ben je weleens gepest?’
‘Op school. Jarenlang.’
‘Een fijne herinnering zeker?’

‘Nou dan.’


Over macht

‘Draag geen bont!’
‘Waarom niet?’
‘Dat is zielig voor pelsdieren.’
‘Hou je van pelsdieren?’
‘Nou en of.’
‘Zou je ook niet van ze kunnen houden?’
‘Ondenkbaar.’
‘Is dat de reden dat je actie moet voeren?’
‘Beslist.’
‘Sommige mensen houden van bont.’
‘En?’
‘Zouden ze er ook niet van kunnen houden?’
‘Ze, eh…’
‘Zou dat de reden kunnen zijn dat ze bont moeten dragen?’

‘Tussen twee haakjes…’
‘Wat?’
‘Je draagt leren schoenen.’


Gemeen

‘Waarom kopen mensen in hemelsnaam nog bont?’
‘Misschien wel omdat ze zo van pelsdieren houden.’
‘Een dodelijke liefde.’
‘Ze weten ze in ieder geval te waarderen.’
‘Ze zitten helemaal vast in hun eigen voorkeuren.’
‘Ook dat hebben jullie gemeen.’


Close-up

‘Wanneer noem jij iets gemeen?’
‘Als het gemeen is.’
‘Gemeen is gemeen?’
‘Leve de duidelijkheid.’
‘Stel, je wordt onder bedreiging van een mes beroofd van je portemonnee.’
‘Nou, dat mag je gerust gemeen noemen.’
‘Ook als je een rijke vrek bent die bestolen wordt door de mensen die je zelf uitperst?’
‘Dan niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Gerechtigheid?’
‘En als de dader Robin Hood heet en de buit verdeeld onder de armen?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Solidariteit?’
‘En als degene die jou beroofd eerder op de dag door jou beroofd is?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een koekje van eigen deeg?’
‘En als de dader een figurant is en jij een politieman-in-opleiding tijdens een arrestatie-oefening?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een simulatie?’
‘En als het mes van plastic is, de portemonnee Monopoly-geld bevat en de dader een vriendje is waarmee je boefje speelt?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Kinderspel?’
‘En als het een scène in een misdaadfilm is?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Fictie?’
‘En als de beroving een grap is met een verborgen camera?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Leedvermaak?’
‘En als de dader het geld steelt als laatste redmiddel voor zijn doodzieke kind?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Verantwoordelijkheidsgevoel?’
‘En als de beroving in scène is gezet om iemand van zijn naïviteit af te helpen?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een reality check?’
‘En als de dader zelf is opgevoed met geweld en nooit geleerd heeft te werken voor zijn geld?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Onmacht?’
‘En als de dader wordt gechanteerd om te stelen voor een bende?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Overmacht?’
‘En als je het allemaal droomt?’
‘Dan ook niet natuurlijk.’
‘Hoe zou je het dan noemen?’
‘Een illusie?’
‘Wanneer dan eigenlijk wel?’
‘Wat?’
‘Wanneer is gemeen dan wel gemeen?’
‘Dat is gemeen.’


Tour d’expression

‘Als een boom omwaait en een voorbijganger velt, heeft de boom het dan gedaan?’
‘Sleep hem voor de rechter!’
‘Zou je de boom gemeen noemen?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Als een dakdekker uitglijdt en op een voorbijganger valt, heeft de dakdekker het dan gedaan?’
‘Onzin.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat hij het niet expres deed.’
‘Zou je hem gemeen noemen?’
‘Hij gleed toch uit?’
‘Als iemand vanaf een viaduct een tegel op een passerende auto…’
‘Dat is gemeen.’
‘Waarom?’
‘Omdat er boos opzet in het spel is.’
‘Ook als de dader in een psychose handelt?’
‘Dat is wat anders.’
‘Of om een andere reden echt niet anders kon?’
‘Zoals?’
‘Er is iets ernstigs gebeurd, of hij heeft bepaalde gevoelens, herinneringen of gedachten die hem onafwendbaar tot zijn daad aanzetten.’
‘Tja.’
‘Zou je hem dan nog steeds gemeen noemen?
‘Tenzij hij echt niet anders kon.’
‘Weet je ooit of iemand op enig moment anders kon?’
‘Ik…’
‘Hoe stel je zoiets onomstotelijk vast?’
‘Eh…’
‘Nou?’

‘Kun je iemand ooit met zekerheid een dader noemen?’
‘Als we zo gaan redeneren.’
‘Wat dan?’
‘Dan hebben we straks alleen nog maar slachtoffers.’
‘Maar weet je ooit of iemand op enig moment niet anders kon?’