Lijden, is er een einde aan?

‘Geen vulkaan zonder krater en geen roes zonder kater.’ Dwaalgesprek over het einde van het lijden, spiritueel materialisme, gouden bergen en gebakken licht.

Dwaalgids > Interviews, Verlichting, Zen > Lijden, is er een einde aan?

Gouden bergen en gebakken licht

Lees ook: Vrede sluiten met je onvrede, Leven is geen kunst

Lijden, is er een einde aan?

Lijden volgens de advaita vedanta

Volgens de advaita vedanta zijn er geen problemen, er is alleen een moeiteloos zien van ogenschijnlijke problemen. Er is geen lijden, er is alleen een moeiteloos zien van ogenschijnlijk lijden. Door je aandacht te verleggen van de problemen of van het lijden naar het zien, door je niet langer te vereenzelvigen met je problemen je lijden maar met het bewustzijn waarvan het een manifestatie is en waarvan jij een manifestatie bent, kun je je ervan distantiëren.

Nisargadatta had keelkanker in een vergevorderd stadium. Hij zei: Hier is verschrikkelijk veel pijn, daar niet.

Lijden volgens de Boeddha

Volgens het boeddhisme is er een uitweg uit het lijden. Die uitweg is vervat in de vier Edele Waarheden:

  1. Er is lijden
  2. Het lijden heeft een oorzaak
  3. De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden
  4. Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd

Degene voor wie het lijden beëindigd is, heet een boeddha. Degene die niet meer lijdt is ontsnapt aan de kringloop van geboorte en dood die samsara wordt genoemd, en verblijft voorgoed in nirwana.

In de praktijk is het achtvoudige pad een lang en zwaar pad. Het vergt volledige inzet gedurende vele levens. Hoewel er altijd uitzicht is op het einde van het lijden, is dat in dit leven maar voor een enkeling weggelegd. Een somber vooruitzicht.

Lijden volgens Byron Katie

De spiritueel-cognitief therapeute Byron Katie is van mening dat lijden een keuze is. Volgens haar kan je een einde maken aan je verdriet, angst en boosheid door je gedachten te onderzoeken volgens de methode van Het Werk, een set van vier standaardvragen die je moet stellen over iedere gedachte waar je onder lijdt:

  1. Is het waar?
  2. Kun je dat wel weten?
  3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?
  4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Het is veel Werk om al je gedachten te onderzoeken en te blijven onderzoeken, maar wie dat consequent een aantal jaren volhoudt, zoals zijzelf, zou zich van al het overbodige geestelijke lijden kunnen bevrijden.

Lijden volgens het christendom

Volgens het christendom lijdt de mensheid als geheel doordat Eva in het paradijs van de verboden appel van de boom van de kennis van goed en kwaad at. God was hier zo boos om dat hij Adam en Eva met schaamte sloeg en uit het paradijs verdreef. Ze mochten er nooit meer in. Hun nakomelingen evenmin, vandaar dat de zonde van Eva in het paradijs bekend staat als de erfzonde.

Een einde aan het lijden nog tijdens dit leven zit er voor christenen dus niet in, maar als ze zich christelijk gedragen dan mag na hun overlijden hun ziel voorgoed naar de hemel, die gelukzaligheid is. Hebben ze zich niet christelijk gedragen dan gaat hun ziel naar de hel, waar hen een verschrikkelijk, eeuwigdurend lijden wacht.

Lijden volgens de filosofie

Dé filosofie bestaat niet. Volgens deterministische filosofieën, zoals het defaitisme, het materialisme, het nihilisme en het fatalisme, is lijden onvermijdelijk.

Veel filosofieën zijn erop gericht het onvermijdelijke lijden te verlichten. Denk hierbij aan het (therapeutisch) scepticisme, het pyrronisme, het stoïcisme, het subjectivisme en het situationisme.

Andere filosofieën, zoals de Zijnsleer van Parmenides, de Ideeënleer van Plato, de monadenleer van Leibniz en de Wereldgeest van Hegel, proberen geestelijke onrust te bestrijden met behulp van eenvoudige, alomvattende verklaringen.

Weer andere, zoals het dialectisch materialisme, het communisme en het fascisme zijn activistisch en ideologisch van aard en proberen door een fundamentele omwenteling van de wereldorde het lijden van de mensheid te verminderen.

Lijden volgens de weetniet

Lijden, komt er ooit een einde aan? Het is maar net aan wie je het vraagt. De non-dualist geeft een heel ander antwoord dan de boeddhist, de christen, de existentialist, de obscurantist, de communist, de defaitist, de empirist, de rationalist et cetera. Ze zeggen allemaal wat anders en zweren stuk voor stuk bij hun gelijk. Jij zal ook wel van alles vinden.

En de weetniet?

We vragen het Hans van Dam.

Zijn er wel gouden bergen? Koning Midas is een pias

Lokesh: Veel spirituele leraren en schrijvers beloven gouden bergen. Een einde aan het lijden. Het hoogste geluk. Onvoorwaardelijke liefde. Universeel mededogen. De wijsheid voorbij alle wijsheid. Jij doet dat nadrukkelijk niet. Waarom niet?

Hans: Gouden bergen, zeg dat wel. Eenheid, harmonie, onverstoorbaarheid, innerlijke vrede, volmaaktheid, spontaniteit, authenticiteit, absolute waarheid, onsterfelijkheid, onbevreesdheid, zorgeloosheid – het kan niet op.

Lokesh: Wat is daarop tegen?

Hans: Niks. Ik gun iedereen een gouden berg. Ik gun iedereen een zoektocht naar een gouden berg. En iedereen die een afkeer heeft van gouden bergen gun ik zijn kruistocht. Maar: geen vulkaan zonder krater en geen roes zonder kater.

Lokesh: Wat voor kater?

Hans: Dat hangt ervan af. Als je verlicht meent te zijn en op de top van de gouden berg denkt te staan, heb je veel te verliezen. Op de hoogte der hoogten kun je alleen nog maar omlaag. Is het wel goud wat er blinkt? Misschien is je berg alleen maar verguld. Ik ken persoonlijk enkele mensen die dat is overkomen. Hun ‘nirwana’ bleek niet meer dan het zoveelste masker van ‘samsara’ te zijn. Wat een strop. Uit getuigenissen in Halfway Up the Mountain: The Error of Premature Claims to Enlightenment van Mariana Caplan blijkt hoe pijnlijk het is om om te moeten toegeven dat je jezelf en anderen al die tijd, vele jaren soms, maar wat hebt wijsgemaakt.

Dan de zoeker. Wie een gouden toekomst najaagt, meent in een blikken heden te leven. Dat doet zeer. Je leven voldoet niet. Jijzelf voldoet niet. En steeds is er die angst. Zoek ik wel op de juiste plaats? Heb ik mij wel bij de juiste traditie aangesloten? Weet mijn leraar wel waar hij het over heeft of kletst hij uit zijn nek? Ben ik wel zuiver in de leer? Doe ik mijn oefeningen wel goed? Zullen mijn inspanningen ooit beloond worden? Kan ik dit wel of zal ik uiteindelijk tegen de muur van mijn eigen beperkingen op lopen? Wat als er helemaal geen gouden bergen zijn? Per slot van rekening vaart de zoeker per definitie blind op andermans kompas. Wetend dat er net zoveel kompassen als mensen zijn, die allemaal hun eigen kant op wijzen.

Ten slotte de scepticus. Wie gelooft dat gouden bergen luchtspiegelingen zijn, moet dat steeds voor zichzelf bewijzen. De gedachte dat je in dit korte en misschien enige leventje de boot mist door je eigen halsstarrigheid is nauwelijks te verdragen. Dus ga je verhalen verzamelen over goeroes die de boel oplichten, speur je spirituele teksten na op tegenstrijdigheden – altijd prijs – en word je lid van de Autonome Agnosten of de Anonieme Atheïsten in de hoop je wankele scepsis te bolsteren met een ongefundeerd geloof in andermans ongeloof.

Lokesh: Wat zou je tegen hen willen zeggen?

Hans: Tegen degenen die gevonden hebben zeg ik: Van harte! Tegen degenen die op zoek zijn zeg ik: Ga door! Tegen degenen die ten strijde trekken zeg ik: Houd moed!

Lokesh: Bespeur ik daar enig cynisme?

Hans: Nee hoor, ik meen het oprecht. Ieder zijn meug. Ik heb geen reden om wie dan ook te bekritiseren of ongevraagd op alternatieven te wijzen. Om dezelfde reden heb ik ook geen reden om wie dan ook aan te moedigen. Om dezelfde reden heb ik ook geen reden om mijn aanmoedigingen terug te nemen of mijn kritiek in te houden.

Lokesh: Wat zeg je tegen jezelf?

Hans: Tja.

Lokesh: Ik bedoel, heb jij gevonden, ben je op zoek of geloof je er gewoon niet in?

Hans: Dat bedoel ik.

Lokesh: Op die manier.

Hans: En jij?

Lokesh: Ik?

Hans: Wat is de reden dat je hier bent? Wat wil je echt van me weten? Wat is je meest brandende vraag?

Lokesh: Of er gouden bergen zijn, natuurlijk? Of jaag ik schimmen na?

Hans: Ik kan niet zeggen dat ze er zijn, ik kan niet zeggen dat ze er niet zijn. Dat moet je voor jezelf uitmaken. Tenzij je een ander wilt napraten. Mij bijvoorbeeld. Mag ook.

Lokesh: Heb jij het voor jezelf uitgemaakt?

Hans: Jazeker.

Lokesh: En?

Hans: Ik kan niet zeggen dat ze er zijn, ik kan niet zeggen dat ze er niet zijn.

Lokesh: Je weet het niet.

Hans: Ik ken het verschil niet tussen berg en dal. Maar jodelen kun je overal.

Lokesh: Wat?

Hans: Jodelahiti!

Lokesh: En je blijft er nog vrolijk onder ook.

Hans: En ik word er vrolijk van ook.

Lokesh: En je wordt er nog vrolijk van ook?

Hans: Niet weten is mijn gouden berg.

Lokesh: Mij lijkt het meer een gouden put.

Hans: Al was het een roestig blik.

Heb jij weleens iemand ontmoet die vrij van lijden was?

Hans: En wat is jouw gouden berg?

Lokesh: Een einde aan het lijden, Hans.

Hans: Welja, doe meteen de Mount Everest maar.

Lokesh: Maakt niet-weten een einde aan het lijden?

Hans: De dood maakt een einde aan het lijden, zeggen ze.

Lokesh: Niet-weten niet?

Hans: Niet dat ik weet.

Lokesh: Ik bedoel, maakt het jou…

Hans: Ben je gek. Niet weten maakt me niets. Het maakt me niet positief, zacht, heel, harmonieus, goddelijk, liefdevol, dankbaar, luchtig, optimistisch, extatisch, dynamisch of onkwetsbaar. Het maakt me ook niet neutraal, onverstoorbaar, gelijkmoedig, onpartijdig, open, onbevangen, ontvankelijk, verdraagzaam, wijs, realistisch of stoïcijns. Het maakt me ook niet negatief, opstandig, defaitistisch, fatalistisch, wanhopig, dwaas, rusteloos, cynisch, onverschillig, pessimistisch, moe, melancholiek, verdrietig of gelaten.

Lokesh: Wat maakt het je dan wel?

Hans: Dat zeg ik.

Lokesh: Wat?

Hans: Niet weten maakt me niets.

Lokesh: Niet weten maakt je niets?

Hans: Iets weten maakt je iets. Niets weten maakt je niets. Onzin natuurlijk, maar als benadering van hetzelfde niet weten dat me dit doet zeggen, is het nauwelijks te overtreffen.

Lokesh: Heb je weleens iemand ontmoet die vrij van lijden was?

Hans: Niet dat ik weet. Maar dat bewijst niks. Wat zou iemand in hemelsnaam kunnen doen of zeggen om mij daarvan te overtuigen? Volstaat het als iemand van zichzelf beweert dat hij het lijden voorbij is? Natuurlijk niet. Mensen zeggen zoveel. Is het genoeg als iedereen om hem heen het bevestigt? Natuurlijk niet. Mensen zijn het eens over de gekste dingen.

Stel dat ik een week, een maand, een jaar lang intensief met zo iemand samenleef en al die tijd geen spoor zie van pijn, angst, boosheid, verdriet, jaloezie of enige andere vorm van geestelijk lijden. Bewijst dit dat hij in die periode niet geleden heeft? Welnee, het bewijst hoogstens dat ik er niks van gemerkt heb. Of als ik er toch iets van gemerkt heb, dat ik het alweer vergeten ben tegen de tijd dat ik conclusies moet trekken. Laat staan dat het iets zegt over de periode voorafgaand aan dat jaar of de periode erna. Hoe zou ik dus ooit moeten vaststellen dat iemand het lijden overwonnen heeft?

Los daarvan heb ik nog nooit iemand ontmoet die mij de indruk gaf vrij van lijden te zijn, mezelf inbegrepen. Ik heb ook nog nooit iemand ontmoet die volmaakt was, of onbevreesd of zorgeloos, om maar eens wat te noemen. Ik kan me er niets bij voorstellen. Zelf ben ik in elk geval nergens vrij van. Ook niet van weten. Niets menselijks is mij vreemd. Niets onmenselijks is mij vreemd. Niets is mij vreemd. En niets is mij bekend.

Lokesh: Osho maakte destijds een volkomen serene indruk.

Hans: Op het podium wel ja. Een groot acteur voor licht-gelovigen. Maar achter de schermen kon hij kibbelen als een oud wijf. In zijn laatste decennium kreeg hij ronduit paranoïde trekjes. Bovendien leed hij aan een breed spectrum van kwalen die terecht of ten onrechte bekend staan als psychosomatisch. Dit alles heb ik alleen maar van horen zeggen en wat het bewijst weet ik ook niet, dat is aan jou.

Lokesh: Zen-meesters staan erom bekend dat ze onder alle omstandigheden…

Hans: Jan-Willem van de Wetering vertelt in een van zijn autobiografische boeken over een congres voor zenmeesters in Japan dat in het honderd liep door een tyfoon. Die zenmeesters raakten compleet overstuur en vluchtten met de eerste trein naar huis. Tot verbijstering van de monniken, die hun meesters voor onverstoorbaar hielden. Hoe nu? Is de verlichte toch verstoorbaar, speelt zijn onverstoorbaarheid zich af op een dieper niveau of wat? Aan jou de keus.

Lokesh: En als de keus aan jou was?

Hans: Wat mij betreft, als je zo meteen onverwachts probeert mijn ogen uit te steken dan zal ik je een levendige demonstratie van verstoorbaarheid geven. Mijn zak zal onwillekeurig samentrekken en ik zal defensief of offensief reageren, al dan niet met succes. Ik zal woedend worden, of verdrietig, of huilen van schrik. Misschien moet ik ook wel heel hard lachen of probeer ik jou je ogen uit te steken.

Lokesh: Zou jij in een neerstortend vliegtuig…

Hans: Zet mij in een neerstortend vliegtuig of in een stadion vol rossende hooligans of op een plein vol panikerende pelgrims, en er zal adrenaline door mijn aderen vloeien. Voor een ongetraind iemand als ik betekent adrenaline: eerst een ondoordachte en ongetwijfeld onhandige poging om te vechten of te vluchten, dan bibberen en daarna pas nadenken. Zelfs als ik er zonder kleerscheuren afkom, duurt het een hele tijd voordat ik een beetje ben bijgekomen en weer lekker in mijn vel zit.

Maar lijden zit niet alleen of primair in grote emoties of gebeurtenissen. Je zou het aan mijn overkalme exterieur misschien niet zeggen maar ik ben heel schrikachtig van aard. Er hoeft alleen maar een baby te janken of een hond te blaffen en ik verkeer subiet in staat van alarm. Dat was al zo toen ik nog iets meende te weten, dat bleef zo toen ik niets meer meende te weten en dat is nog steeds zo nu ik beide achter me heb gelaten – of zij mij. Ook ben ik niet vrij van dorst, vermoeidheid, frustratie en verveling, om maar eens wat voorbeelden van klein leed te noemen.

Lokesh: Huil je weleens?

Hans: Soms. Meestal probeer ik het weg te slikken want huilen doet zeer. Sommige mensen lucht het op om te huilen, mij niet. Natte ogen vind ik nog wel eens prettig, zolang ik het traanvocht weg kan knipperen. Lukt dat niet meer dan probeer ik me af te wenden, als de situatie het tenminste toestaat, bijvoorbeeld bij het televisie kijken. Mijn hele leven al mijd ik sterke emoties.

Lokesh: Waarom?

Hans: Zwakke zijn mij sterk genoeg. Misschien ben ik wat te fijn afgesteld. Ik weet het niet. Wat doet het ertoe, het is nou eenmaal zo.

Lokesh: Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat iemand die zo vol is van niet-weten nog steeds zou huilen. Betekent dat niet…

Hans: Voor mij niet. Voor mij betekent het niets.

Lokesh: Maar…

Hans: Iedereen mag er het zijne van denken. Zonder meer. Jij ook.

Lokesh: Volgens mij meen je het nog ook.

Hans: Dat is het fijne van niet-weten. Geen censuur. Denken staat vrij – ook al hoef ik niet altijd alles te horen.

Lokesh: Ze zeggen dat U.G. Krishnamurti nooit om zijn overleden zoon heeft gehuild. Byron Katie heeft naar eigen zeggen vredig glimlachend vastgesteld dat haar pasgeboren kleinzoon niet ademde.

Hans: Ze zeggen ook dat Nisargadatta regelmatig om zijn overleden vrouw huilde. Nou en? Mij zegt het allemaal niks. Ik ben Krishnamurti niet, ik ben Byron Katie niet en ik ben Nisargadatta niet. Ik trek er geen lering uit, het maakt geen enkel verlangen in me los, niet naar verdriet en niet naar vredig glimlachen bij iedere calamiteit. En maakte het wel een verlangen in me los of trok ik er wel lering uit, dan deed het dat.

Lokesh: Je wilt niet per se op ze lijken?

Hans: Ik hoef niet op ze te lijken, ik hoef niet van ze te verschillen. Wil ik dat morgen ineens wel of wil iemand anders op ze lijken of van ze verschillen, of op mij lijken, of van mij verschillen – allemaal goed.

Zelf heb ik het lijden niet overwonnen

Lokesh: Wat is lijden volgens jou?

Hans: Ja, wat niet.

Lokesh: Wat?

Hans: Een woord. Een feit. Een persoonlijke ervaring. Een gevoel. Een hypothese. Een wet. Een noodzakelijk kwaad. De keerzijde van vreugde. Een uitdaging. Een zienswijze. Een kokervisie. Een religie. Een motief. Een verhaal. Een sprookje. Een nachtmerrie. Onze natuur. Tegennatuurlijk. Een illusie. Een gesel Gods. De poort naar de hemel. Willen. Niet willen. Hoop. Wanhoop. Onwetendheid. Wetendheid. Iets geloven. Niets geloven. Een concept. Een teken. Een aanleiding. Een weg. Een wegversperring. Wat je denkt dat het is. Niet wat je denkt dat het is. Wat je denkt dat het niet is. Niet wat je…

Lokesh: Maar wat is lijden nou echt?

Hans: Daar is geen beginnen aan. We gaan er voor de duur van dit gesprek van uit dat er op grote schaal geleden wordt, zodat we een reden hebben om vragen te stellen als: Zijn er mensen die niet lijden? Kun je het lijden overwinnen? Kun je er vrij van zijn? Ook gaan we uit van een ik, zodat we tenminste zelf antwoord kunnen geven. Op grond van deze volstrekt ongegronde uitgangspunten zeg ik onbevangen: Ik ben niet vrij van lijden. Jij?

Lokesh: Ik ook niet. Nog niet. Maar iemand als Boeddha of in onze tijd Byron Katie misschien wel. De Vier Edele Waarheden die centraal staan in het boeddhisme gaan over het lijden, de oorzaak van het lijden, het einde van het lijden en de weg ernaartoe. Volgens Byron Katie is lijden een keuze en kun je een einde maken aan je verdriet, angst en boosheid door je gedachten te onderzoeken.

Hans: Ach ja. Het achtvoudige pad, het Werk, je gedachten niet geloven (Linji Yixuan), je Jantjes negeren (Jan van Delden), denken wat je wilt denken (Rients Ritskes), cognitieve therapie, neurolinguïstisch programmeren, dat soort dingen. Wat zal ik er vandaag weer eens over zeggen.

Voor een gezwel ga je naar de dokter, voor een fobie naar de psycholoog en voor een piekergedachte ga je mediteren of doe je ‘The Work’. Soms lijkt het net of het werkt, soms lijkt het net of het niet werkt.

Lokesh: Ja, werkt het nou of niet?

Hans: Wie zal het zeggen. Wie wil het horen. Rationeel-emotieve therapie – onrealistische gedachten onderzoeken en vervangen door realistische – maakte ergens in het grauwe gat dat ze de twintigste eeuw noemen deel uit van mijn opleiding. Nu vraag ik je: is het realistisch om te denken dat je onrealistische gedachten kunt onderzoeken en vervangen door realistische? Of omgekeerd, is het realistisch om te denken dat het onrealistisch is? Is het realistisch om te denken dat er realistische gedachten zijn? Of omgekeerd, is het realistisch om te denken dat alle gedachten onrealistisch zijn?

Lokesh: Tja.

Hans: Meer to the point: is het realistisch om te denken dat lijden een keuze is, dat er nog tijdens je leven een definitief einde aan kan komen?

Lokesh: Ik denk van wel.

Hans: Dit is mijn ervaring: ieder niet weten in mij lijkt een reactie op een weten in mij. Hoe sneller het niet weten hoe kortstondiger het lijden – én de vreugde – waarmee de voorafgaande gedachte gepaard ging. Maar wie schiet er sneller dan zijn eigen schaduw? Bovendien kan een fysiologische stressreactie op een gedachte minuten tot uren aanhouden. Veel langer dan de gedachte zelf, want zoveel tijd kost het om al die rare stofjes in je bloed weer af te breken.

Lokesh: Ik heb eens gelezen dat het ware niet-weten de gedachte al bij haar schepping ontmoet.

Hans: Ik ook.

Lokesh: Maar dat is niet jouw ondervinding?

Hans: Eerst maar eens vaststellen wat het verschil is tussen het ware niet weten en het onware.

Lokesh: Dat daargelaten.

Hans: Dan zeg ik: soms wel, soms niet. Het is altijd afwachten. En dan bedoel ik overdag. ’s Nachts hoef ik niet af te wachten. In mijn dromen ben ik als vanouds op de vlucht, gefrustreerd, woedend, angstig, jaloers, teleurgesteld, druk, agressief, hebberig, te vroeg, te laat, de hele mikmak. In mijn dromen weet ik meestal precies hoe het allemaal zit, wie ik ben, wat ik wil, wat goed is, wat slecht is, hoe het hoort, wat ik moet doen, wat ik moet laten. Met alle ellende van dien. En alle vreugde van dien. Dat ik in mijn dromen een keertje niet weet, is ook na negen jaar nog steeds een zeldzaamheid. Wat stel je voor dat ik eraan doe?

Lokesh: Wil je daarmee zeggen dat Byron Katie het lijden niet overwonnen kan hebben? In elk geval niet het nachtelijke?

Hans: Wat weet ik van Byron Katie? Misschien heeft ze alleen haar dagelijkse lijden voorgoed overwonnen. Misschien heeft ze al haar lijden voorgoed overwonnen. Misschien heeft ze het alleen tijdelijk overwonnen. Misschien betekent overwinnen voor haar alleen maar zonder weerstand ondergaan, aanvaarden of omarmen. Misschien weet ze alleen maar niet meer waar het lijden ophoudt en de vreugde begint. Misschien heeft ze niets overwonnen maar vertelt ze sprookjes om de mensen of zichzelf gerust te stellen. Misschien is ze een geweldige actrice. Misschien is ze een gewiekste zakenvrouw. Misschien is ze een begenadigd therapeute. Misschien is ze een oplichtster. Misschien is ze een verlichtster. Misschien dit alles tegelijk. Misschien niets van dit alles. Misschien is ze alleen maar een gedachte in je hoofd. Misschien dit, misschien dat. Wat maakt het uit wat ik denk dat zij is of doet of beweert of ervaart? Ik kan alleen maar voor mezelf spreken. Moet je ook eens proberen.

Lokesh: Zelf heb je het lijden niet overwonnen.

Hans: Stel dat ik je nu zou vertellen dat ik het lijden overwonnen heb, dat ik nooit meer bang, boos of verdrietig ben of zal zijn. Wie zegt dat die gedachte waar is? Misschien lieg ik wel om mezelf voor de gek te houden of om jou te intimideren of bewondering te wekken. Misschien ben ik wel oprecht maar geef ik alleen maar uitdrukking aan de waan van het moment. En zelfs als ik inderdaad mijn lijden overwonnen zou hebben – ik veronderstel nu even een bestendige wereld en een bestendige persoon waarover bestendige uitspraken kunnen worden gedaan – wie garandeert je dan dat daar zo direct geen einde aan komt? Hoe kun je ooit weten dat je lijden voorbij is tenzij je in de toekomst kunt kijken om de rest van je leven te overzien?

Lokesh: Kun jij in de toekomst kijken?

Hans: Ik kan niet eens in het heden kijken.

Lokesh: Hoezo niet in het heden?

Hans: Omdat ik niet weet wat dat is.

Pijn moet er zijn

Denk je soms dat Jezus genoot van zijn doornenkroon?

Lokesh: Dus persoonlijk geloof je niet dat er een einde aan het lijden kan komen?

Hans: Ik geloof het niet maar ik geef geen cent om wat ik wel en niet geloof. Ik weet het niet, wát ik ook geloof.

Sowieso gaat het bij spirituele en religieuze heilsboodschappen alleen maar om wat je denkleed zou kunnen noemen: lijden veroorzaakt door gedachten. Zelfs als ik volledige zeggenschap had over mijn denken en het perfect op orde zou weten te krijgen, zou dat niet het einde zijn van mijn lichamelijke pijn.

Lokesh: Jij gelooft ook niet dat lichamelijke pijn overwonnen kan worden?

Hans: Er zijn gevallen bekend van mensen die weinig of geen lichamelijke pijn kennen, maar die zijn er medisch gezien slecht aan toe. Ze kauwen hun lippen en hun wangen en hun tong stuk, lopen voortdurend breuken, snij- en brandwonden op, merken ziektes pas op in een laat stadium en hebben een aanzienlijk lagere levensverwachting dan hun pijn lijdende medemens. Meestal worden hun tanden en kiezen al heel jong getrokken. Het gaat hier om een ernstige aandoening, niet om verlichting.

Alle mensen die ik ooit ontmoet heb, wetend of niet wetend, gelovig of ongelovig, verlicht of onverlicht of verduisterd of wat ze ook claimden of ervoeren of toegedicht kregen, hadden en hebben iedere dag pijn of gedragen zich althans zoals ik me gedraag als ik pijn heb. Als ik jou knijp doet het zeer en als ik jou heel hard knijp doet het heel zeer, of niet soms? Leven is ook pijn lijden. Of je nou in de tijd leeft of in het eeuwige heden of in welk zelfbedacht of zelfgejat verhaal ook. En of ik nou aan mijn lichaam lijd of aan mijn gedachten, lijden is lijden.

Lokesh: En een fakir dan?

Hans: Dat moet je aan een fakir vragen.

Lokesh: Sommige mensen beweren dat je lichaam alleen maar uit gedachten bestaat.

Hans: Schrale troost als je crepeert van de pijn.

Lokesh: Mensen die verlicht zijn zeggen dan: er is wel pijn, maar die is niet van mij.

Hans: Kan best wezen, maar zeer doet het evenzeer. Of hij nou van mij is van jou of van het leven of van god of van iedereen of niemand, pijn is pijn.

Lokesh: Nisargadatta had keelkanker in een vergevorderd stadium. Hij zei: Hier is verschrikkelijk veel pijn, daar niet.

Hans: Maar hij was niet alleen maar daar. Anders had hij nooit geweten dat er hier verschrikkelijk veel pijn is. Je mag dan wel denken of weten of ervaren dat je met één been aan gene zijde staat, in de non-dualiteit, in het absolute, in het bewustzijn, in de bron, in niet-weten of hoe het ook allemaal mag heten, gesteld dat er zoiets is, maar met je andere been, natuurlijke net het zere, sta je gewoon aan deze zijde, in de wereld, in het relatieve, in de dualiteit, in het weten of hoe het ook allemaal mag heten, gesteld dat er zoiets is. Wie kan zich daaraan onttrekken? Ik niet. Ik zou niet weten hoe. Behalve misschien door zelfdoding.

Lokesh: Misschien?

Hans: Misschien, want ik weet niet of je er wel voor kunt kiezen om jezelf te doden, want ik weet niet of je wel een vrije wil hebt. Misschien, want ik weet niet of de dood wel het einde van de pijn en van het lijden is. Heb je er weleens bij stil gestaan dat dit al het leven na de dood zou kunnen zijn?

Lokesh: Geloof je dat nou echt?

Hans: Ik geloof het niet, maar ik geef geen cent om wat ik wel of niet geloof.

Lokesh: Waarom zeg je het dan?

Hans: Omdat het zou kunnen. Omdat ik het niet weet.

Lokesh: Sta jij met één been aan gene zijde?

Hans: Ik heb het verschil met deze zijde nooit begrepen.

Lokesh: Bedoel je dat deze zijde al gene zijde is?

Hans: Ik heb de overeenkomst nooit begrepen.

Lokesh: Misschien ligt dat wel aan jou.

Hans: De tijd dat ik het als een tekortkoming kon zien, ligt ver achter me.

Lokesh: Zie je het als een inzicht?

Hans: De tijd dat ik het als een verdienste kon zien, ligt ver achter me.

Lokesh: Voor Jezus was het koninkrijk der hemelen…

Hans: Jezus! Denk je soms dat Jezus genoot van zijn doornenkroon? Hoe zou het voelen om aan een houten kruis te hangen met dikke spijkers door je polsen en voeten en een gat in je zij? Wat riep Jezus ook alweer? Wat waren zijn laatste woorden volgens Marcus?

Lokesh: Nou?

Hans: Always look on the bright side of life.

Lokesh: Dat was Brian, volgens mij. In The life of Brian van Monty Python.

Hans: Jezus riep ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani’: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten!

Lokesh: Juist.

Hans: Wat zou jij geantwoord hebben als je erbij was geweest? ‘Hé Jezus, heb je het achtvoudige pad al eens geprobeerd?’ Of ‘Doe The Work en verlos je van je kwade gedachten, amen’? Dan veronderstel je dat hij leed onder de gedachte dat God hem verlaten had. Terwijl die gedachte misschien alleen maar een irrationele uitdrukking was van een overweldigend lichamelijk lijden.

Lokesh: Dat is niet ondenkbaar.

Hans: Als er al iets uitgedrukt werd. Als Marcus dat ‘lema sabachtani’ al niet verzonnen heeft. Als hij die kruisiging al niet verzonnen heeft. Als hij die Jezus al niet verzonnen heeft. Als Marcus al meer is dan mijn projectie op grond van het Nieuwe Testament. Als het Nieuwe Testament al meer is dan een projectie van mijn geest. Als mijn geest al meer is dan een projectie van mijn huidige gedachte. Als mijn huidige gedachte al van mij is. Als er al een mij is.

Is spiritualiteit dan allemaal gebakken licht?

Lokesh: Ik begin zo langzamerhand te begrijpen waarom je geen gouden bergen wilt beloven.

Hans: Gouden bergen beloven is makkelijk. Niets beloven, dat is pas moeilijk. Wie wil er nou luisteren naar iemand die alleen maar roept dat hij het allemaal niet meer weet? Naar de lege leer? Naar het lege verhaal van een lege geest?

Lokesh: Want voor jou is spiritualiteit allemaal gebakken lucht.

Hans: Gebakken licht.

Lokesh: Ja. Ha ha. Is dat zo? Is het voor jou allemaal gebakken licht?

Hans: Natuurlijk niet. Dat het allemaal gebakken licht is, is op zijn beurt gebakken licht. En dat het op zijn beurt gebakken licht is ook. En dat ook, en dat ook, en dat ook. Een zee van licht, gebakken, gekookt, gerookt en rauw, alles door elkaar. Lichter dan niet-weten wordt het niet.

Lokesh: Je gaat me een beetje te snel, Hans.

Hans: Stel dat ik zou zeggen: ja, voor mij is het allemaal gebakken licht. Of: volgens mij bestaan gouden bergen wel degelijk maar zelf ben ik helaas nog steeds verdwaald. Of: ik woon al jaren bovenop de hoogste. Is het dan waar? Omdat ik het zeg?

Je knikt. Je gelooft mij. Voor jou is het waar als ik het zeg. Omdat ik het zeg. Maar voor mij niet. Voor mij is het alleen maar de gedachte van het moment. Dat het de gedachte van het moment is, is op zijn beurt de gedachte van het moment. Ik heb nog niet met mijn ogen geknipperd of de gedachte van het moment, hoe scherpzinnig of stompzinnig, vreugdevol of ellendig ook, is alweer voorbij. En hup, daar is de volgende alweer. Het is net een lichtkrant.

Hoe weet ik wat ik werkelijk denk? Wanneer kun je zeggen: ‘Dit is mijn mening?’ Als je tien keer per dag hetzelfde denkt? Hoe dacht ik er dan over tussen de herhalingen in, toen ik ergens anders aan dacht, of nergens aan dacht? Zelfs als ik ergens werkelijk, bestendig, iets van zou vinden, zou kúnnen vinden, hoe weet ik dan of ik er over tien seconden nog steeds zo over denk?

Ik kan nog verder gaan. Is de tijd eigenlijk wel echt, de ‘afgelopen dag’ waarop ik ‘tienmaal’ iets gedacht heb, die ‘tien seconden’ die moeten verstrijken voordat ik kan verifiëren of ik iets ‘nog steeds’ vindt? Of zijn dat ook alleen maar gedachten? En de gedachte dat het misschien alleen maar gedachten zijn, is dat niet opnieuw een gedachte? En de ‘ik’ die dit allemaal ‘denkt’?

Lokesh: Is het niet altijd nu?

Hans: Ja, wie zal het zeggen. Ik niet. Mij zegt het niks. ‘Nu’ is een woord. ‘Het is altijd nu’: vier woorden. Vier luchtbellen. Je kunt er nog geen blad mee in beweging brengen.

Lokesh: Pfff.

Hans: Snap je? Wie zijn gedachten niet gelooft, deze ook niet, vind nergens houvast. Ook niet in het hier en nu. Hij zit nergens aan vast. Ook niet aan het hier en nu. Zijn denken heeft geen zwaarte, zijn woorden geen gewicht, zijn ogen zijn vol klaarte, al heeft hij geen gezicht.

Lokesh: Vandaar dat je zegt: ik weet het niet. Omdat je niet over een fundament, een wereldbeeld, een wereld beschikt.

Hans: Zelfs dat ik daar niet over beschik is teveel gezegd. Dat is nog steeds een fundament, een nabeeld van een wereld. Ook dat ik nergens een zinnig woord over kan zeggen, kan ik niet zeggen. Dat is nog steeds een zinnig woord.

Lokesh: Je hebt jezelf aardig in de hoek geverfd.

Hans: Niet weten heeft geen hoeken.

Lokesh: In het midden dan.

Hans: Niet weten heeft geen midden, want het heeft geen randen. Het midden is overal. Niet weten heeft geen randen want het heeft geen midden. De rand is overal. Niet weten is alles in het midden laten. Immer langs het randje lopen.

Lokesh: Is dat dan wat je ontdekt hebt?

Hans: Niet weten is niet iets wat je ontdekt.

Lokesh: Wat is het dan wel?

Hans: Niet ontdekken.

Lokesh: Wat je bereikt hebt dan?

Hans: Niet weten is niet iets wat je bereikt. Het is niet bereiken. Opgeven. De handdoek in de ring gooien. Zitten waar je zit. Waar anders?

Lokesh: ‘Het midden is overal’ klinkt toch een beetje als ‘het is altijd nu’.

Hans: ‘Het midden is overal’ is een metafoor voor niet-weten, dat zelf ook maar een metafoor is, maar waarvoor? ‘Het is altijd nu’ daarentegen is een metafysische uitspraak met waarheidspretentie.

Lokesh: Niets ontdekken, niets bereiken, laten we het daarop houden.

Hans: ‘God spreekt in de mislukking van het denken’, zei de Duitse filosoof Immanuel Kant. Niet-weten is de terminale mislukking van het denken. Wat in zekere zin de absolute triomf van datzelfde denken is.

Lokesh: Hè?

Hans: Omdat het zichzelf eindelijk tot de orde roept. Omdat het uiteindelijk zichzelf tot de orde roept. Het is niet iets anders dat of iemand anders die het tot de orde roept. Sowieso roept het zichzelf niet op een welbepaald historisch moment voor eens en voor altijd tot de orde, maar wordt het tot de orde roepen, het herroepen, onderdeel van het denken zelf. Ook deze gedachten over een of ander ‘denken’ dat ‘zichzelf’ ‘steeds’ ‘tot de orde roept’ houden geen stand. Weg ermee.

Lokesh: Zo blijft er niks over.

Hans: En toch valt er niks weg. Zien, horen, voelen, proeven, ruiken, denken, dromen, doen, laten, zwijgen, praten, liefhebben, haten – alles gaat gewoon door. Als we deze gedachte tenminste mogen geloven.

Lokesh: Wat is dan het verschil?

Hans: Dat je niet meer weet wat het ten diepste, of ten hoogste, of op welk niveau dan ook, allemaal te betekenen heeft – als het al iets te betekenen heeft. Zo fluistert deze gedachte mij nu in.

Lokesh: Bedoel je dat het allemaal niets te betekenen heeft?

Hans: Dan wist je toch weer iets.

Lokesh: Dat alles een illusie is?

Hans: Smachtende gedachten.

Lokesh: Je gedachten niet geloven, daar komt het op neer.

Hans: Zou je denken?

Lokesh: Het enige wat je weet is dat je niets weet.

Hans: Zeker weten?

Lokesh: Dit gaat wel héél ver.

Hans: Niet-weten is het meest nabij.

Lokesh: Ik dacht dat je zou zeggen: ‘En daar nog weer voorbij’.

Hans: Dat komt op hetzelfde neer.

Ik lijd niet meer aan gedachten over het einde van het lijden

Hoger kun je niet vallen

Lokesh: Is niet weten jouw thuis geworden? Is dat waar je nu verblijft, in niet weten? In je oorspronkelijke natuur? Zou je niet weten kunnen omschrijven als het wáre…

Hans: Daar ga je weer. Niet weten laat zich niet in woorden vangen. Ook niet in deze. Het heeft geen inhoud of betekenis. Het is geen thuis. Het is geen dogma of geloof. Het is geen vaardigheid of verworvenheid. Het is geen plaats of functie of proces of gebeurtenis of ervaring. Het is geen oorzaak of gevolg. Het is geen ding of toestand. Het is geen hogere of diepere werkelijkheid. Noch het tegendeel daarvan. Noch de afwezigheid daarvan.

Lokesh: Klinkt spannend.

Hans: Juist niet. Ik zeg dit niet om te mystificeren, maar om te demystificeren. Om te voorkomen dat je er iets bijzonders van maakt. Om te voorkomen dat je er iets gewoons van maakt. Om te voorkomen dat je er iets van maakt. En om te voorkomen dat je er niets van maakt.

Lokesh: Ben jij zelf…

Hans: Kijk, misschien denk jij dat er hier iemand is, ene ‘Hans van Dam’ die het allemaal niet meer weet, maar ik niet. Ik denk ook niet van niet. Dat ‘Hans van Dam’ zijn ‘ware aard’ heeft ontdekt en zijn intrek in ‘niet weten’ genomen heeft, is daarom voor mij niet zozeer onwaar als wel betekenisloos.

Lokesh: Jij woont niet in niet-weten. Woont niet-weten in jou?

Hans: Het woont mij uit, zou ik haast zeggen, maar daarmee verklaar ik mezelf ongewild weer tot fundament en dramatiseer ik wat maar al te gewoon is. En hiermee verklaar ik mezelf ongewild tot non-entiteit en banaliseer ik wat maar al te bijzonder is. Zie je het patroon? Het is steeds hetzelfde liedje. Gedachte op gedachte, het houdt niet op. Sirenes die verleiden willen. Nou deze weer.

Lokesh: Is niet weten in wezen…

Hans: Zolang je nog denkt dat niet weten in wezen dit of dat is, weet je nog iets.

Lokesh: Niet weten wordt dikwijls omschreven als onvoorwaardelijke liefde. Wat vind jij van die gedachte?

Hans: Een verkooppraatje. Zie je niet weten als onvoorwaardelijke liefde? Dan wéét je nog iets. Zie je het als de hoogste vorm van intimiteit? Dan weet je nog iets. Zie je het als het toppunt van nederigheid of bescheidenheid of deemoed? Dan weet je nog iets. Zie je het als totale kwetsbaarheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als blind vertrouwen? Dan weet je nog iets. Zie je het als laatste zekerheid of totale onzekerheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als kinderlijke onschuld? Dan weet je nog iets. Zie je het als spontaniteit of vrijmoedigheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als authenticiteit? Dan weet je nog iets. Zie je het als…

Lokesh: Maar niet weten betekent toch dat je overal voor open staat?

Hans: Zie je het als openheid? Dan weet je nog iets. Zie je het als een keuze? Dan weet je nog iets. Zie je het als een weg? Dan weet je nog iets. Zie je het als overgave? Dan weet je nog iets. Zie je het als genade? Dan weet je nog iets. Zie je het als een onbemiddelde blik op de werkelijkheid zelf? Dan weet je nog iets. Zie je het als een eeuwig heden? Dan weet je nog iets. Zie je het als zelfverwerkelijking? Dan weet je nog iets. Zie je het als eenwording met het geheel of met god? Dan weet je nog iets. Zie je het als het zijn zelf? Dan weet je nog iets. Zie je het als het einde van de werkelijkheid, als de leegte, als het niets? Dan weet je nog iets. Zie je het als…

Lokesh: Je wilt toch niet ontkennen dat niet weten bevrijdend werkt?

Hans: Zie je het als verlossing? Dan weet je nog iets. Zie je het als het oog van de orkaan? Dan weet je nog iets. Zie je het als het paradijs van voor de zondeval? Dan weet je nog iets. Zie je het als volledige aanvaarding van al wat is? Dan weet je nog iets. Zie je het als neutraliteit, onpartijdigheid, niet-oordelen? Dan weet je nog iets. Zie je het als keuzeloos gewaarzijn? Dan weet je nog iets. Zie je het als…

Lokesh: Maar een heleboel leraren beweren dat niet weten…

Hans: Beweren is weten.

Lokesh: Het is dus niet het einde van het lijden?

Hans: Niet-weten is niet het einde van het lijden, maar wel het einde van het geloof in het einde van het lijden. En het einde van het ongeloof in het einde van het lijden. En het einde van het streven naar het einde van het lijden, zowel van mezelf als van anderen, en het einde van het streven naar het einde van het geloof in het lijden, als je me nog kunt volgen. Niet weten is het einde van het geloof in alle gedachten over het einde van het lijden en van welke gedachten dan ook, inclusief deze. Een groter vreugde ken ik niet en heb ik nooit gekend – geloof het of niet.

Lokesh: En ook niet het hoogste geluk?

Hans: Niet-weten is niet het hoogste geluk, maar wel het einde van het geloof in het hoogste geluk. En het einde van het ongeloof in het hoogste geluk. En het einde van het streven naar het hoogste geluk, zowel voor mezelf als voor anderen, en het einde van het streven naar het einde van het streven naar het hoogste geluk, als je me nog kunt volgen. Niet weten is het einde van het geloof in alle gedachten over het hoogste geluk of welk geluk ook en van welke gedachten ook, inclusief deze. Een groter geluk ken ik niet en heb ik nooit gekend – geloof het of niet.

Lokesh: En ook geen onvoorwaardelijke liefde?

Hans: Niet weten is geen onvoorwaardelijke liefde, maar wel het einde van het geloof in onvoorwaardelijke liefde. En het einde van het ongeloof in onvoorwaardelijke liefde. En het einde van het streven naar onvoorwaardelijke liefde, zowel voor mezelf als voor anderen, en het einde van het streven naar het einde van het streven naar onvoorwaardelijke liefde, als je me nog kunt volgen. Niet weten is het einde van het geloof in alle gedachten over onvoorwaardelijke liefde of welke liefde ook en van welke gedachten ook, inclusief deze. Een groter liefde ken ik niet en heb ik nooit gekend – geloof het of niet.

Lokesh: En ook geen universeel mededogen.

Hans: Niet weten is geen universeel mededogen, maar wel het einde van het geloof in universeel mededogen. En het einde van het ongeloof in universeel mededogen. En het einde van het streven naar universeel mededogen, zowel voor mezelf als voor anderen, en het einde van het streven naar het einde van het streven naar universeel mededogen, als je me nog kunt volgen. Niet weten is het einde van het geloof in alle gedachten over universeel mededogen of welk mededogen ook en van welke gedachten ook, inclusief deze. Een groter mededogen ken ik niet en heb ik nooit gekend – geloof het of niet.

Lokesh: En ook geen wijsheid voorbij alle wijsheid.

Hans: Niet weten is geen wijsheid voorbij alle wijsheid, maar wel het einde van het geloof in de wijsheid voorbij alle wijsheid. En het einde van het ongeloof in de wijsheid voorbij alle wijsheid. En het einde van het streven naar de wijsheid voorbij alle wijsheid, zowel voor mezelf als voor anderen, en het einde van het streven naar het einde van het streven naar de wijsheid voorbij alle wijsheid, als je me nog kunt volgen. Niet weten is het einde van het geloof in alle gedachten over de wijsheid voorbij alle wijsheid of welke wijsheid ook en van welke gedachten ook, inclusief deze. Een grotere wijsheid ken ik niet en heb ik nooit gekend – geloof het of niet.

Lokesh: Tja.

Hans: Goeie samenvatting.

Lokesh: Maar om dat nou gouden bergen te noemen…

Hans: Eerder eindeloze vlakten.

Lokesh: Hoogvlakten, laagvlakten?

Hans: Vlak is vlak.

Lokesh: Hoger kun je niet klimmen.

Hans: Dieper kun je niet vallen.

Lokesh: Dieper kun je niet zinken, als je het mij vraagt.

Hans: Bodemloos zijn de wateren van niet weten.

Lees ook: Liefde is puntje puntje puntje, Meester Tja en de tao van tja, Zeg maar tja tegen het leven.