God is een poort

‘God is een poort, een pad uit het woord.’ Dwaalteksten uit de afgrond van het bestaan over de afgrond van het bestaan.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

zalig zijn de armen van geest, het stilte-evangelie, dwaalgids mystiek, dwaalgids niet weten


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van God, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


alle aanbevelingen op een rijtje


Brevier

Gebed van een ongelovige

lieve God in de hemel
als u bestaat
waarom laat u me dan denken
van niet

Gebed van een gelovige

lieve God in de hemel
als u niet bestaat
waarom laat u me dan denken
van wel

Gebed van een twijfelaar

lieve God in de hemel
als u bestaat
waarom laat u me dan denken

Gebed van een zoutpilaar

lieve God in de hemel
als u bestaat
waarom laat u me dan niet denken


Een kwestie van perspectief

– Wat is onze goddelijke grond?
– Eh…
– Eerlijk zeggen.
– Dat zeg ik.
– Eh…?
– Nee, ‘eh…’
– Zonder vraagteken.
– En zonder uitroepteken.
– En in normaal Nederlands?
– Een bodemloze afgrond dan maar.
– Een áfgrond?
– Neem me niet kwalijk.
– Toch wel een goddelijke, mag ik hopen?
– Alleen vanaf de grond gezien.
– En vanuit de afgrond gezien?
– Eh…


Geen cent te veel

H: Wie of wat is God?
X: De diepste grond van de ziel, Hans.
H: Bij wijze van spreken?
X: Letterlijk.
H: Hm.
X: Wie of wat is God volgens jou?
H: De grondeloosheid van de ziel?
X: Letterlijk?
H: Bij wijze van vragen.
X: Hoe kom ik bij de grondeloosheid van mijn ziel?
H: Misschien door je ziel te onderzoeken.
X: Wat zal ik dan vinden?
H: Tja.
X: Bedoel je dat we geen ziel hebben?
H: Dat behoort nog tot het vinden.
X: Dus God is de grondeloosheid van de onvindbare ziel?
H: Wie? Wat?
X: Zeg jij het maar.
H: Tja.
X: Tja is de grondeloosheid van de onvindbare ziel?
H: Bij wijze van vragen.


Rust roest

X: Rusten in God is de vrucht van mijn contemplatieve leven.
H: Wie is God?
X: Een Groot Mysterie, Hans. De Afgrond van het bestaan.
H: Wie rust er in God?
X: Ik.
H: Wie ben jij?
X: Een klein mysterie. De afgrond van mijn bestaan.
H: Dus met rusten in God bedoel je dat het onoplosbare mysterie dat je zelf bent, verblijft in het onoplosbare mysterie dat God heet?
X: Precies.
H: Dus jij maakt deel uit van God?
X: Nou…
H: Niet?
X: Dat maakt deel uit van het mysterie.
H: Want?
X: Misschien zijn God en ik wel identiek.
H: Op die manier.
X: Of misschien maakt God wel deel uit van mij.
H: Dat kan ook nog.
X: Vandaar.
H: Wat een raadselen allemaal.
X: Zeg dat wel.
H: En wie is eigenlijk die God?
X: Dat zeg ik.
H: Wat?
X: Een mysterie.
H: Wat betekent het dat God een mysterie is?
X: Dat… ik geen idee heb wie of wat Hij is.
H: Of dat hij is?
X: Hm.
H: Wat betekent het dat jij een mysterie bent?
X: Dat… ik geen idee heb wie of wat ik ben.
H: Of dat je bent?
X: Hm.
H: En dat zou de vrucht van jouw contemplatieve leven zijn?
X: Wat?
H: Dat iemand die niet weet wie of wat of dat hij is, verblijft in, of identiek is met, of als verblijfplaats dient voor, iets of iemand waarvan hij niet weet wie of wat of dat het is?
X: Ik zou het anders ook niet weten.
H: Misschien had je dat dan moeten zeggen.
X: Wat moeten zeggen?
H: De vrucht van mijn contemplatieve leven is rusten in niet weten.
X: Misschien wel.
H: Maar ja.
X: Wat?
H: Dat zou je dan ook niet weten.
X: Verdraaid.
H: En om dat nou rusten te noemen…


Sub silentio

‘Wat is het verband tussen een menselijk en een goddelijk stilzwijgen?’
‘Abyssus abyssum invocat.’
‘Wat betekent dat?’
‘De ene afgrond roept de andere.’
‘Welk stilzwijgen correspondeert met welke afgrond?’
‘Stilzwijgen is stilzwijgen.’
‘Welke afgrond is het diepst?’
‘Peilloos is peilloos.’
‘Waarom heet het eerste stilzwijgen dan menselijk en het tweede goddelijk?’
‘Omdat het eerste woorden nodig heeft.’
‘Is een menselijk stilzwijgen zonder woorden goddelijk?’
‘Vraag dat maar aan God.’
‘Is een goddelijk stilzwijgen met woorden menselijk?’
‘Vraag dat maar aan God.’


diep in de nacht


Vrouw Holle

Roept de ene afgrond: Hoor je mij?
Roept de andere: Hoor je mij?


Uw lof, o God, stamelen wij in ons lied

Roept de ene afgrond: Hoor je mij?
Roept de andere: Hoor je mij?
Roept de ene: Hoor je mij?
Roept de andere: Hoor je mij?
Roept de ene: Is het nou uit?
Roept de andere: Is het nou uit?
Roept de ene: Is het nou uit?
Roept de andere: Is het nou uit?
Roept de ene: Jij bent begonnen!
Roept de andere: Jij bent begonnen!
Roept de ene: Jij bent begonnen!
Roept de andere: Jij bent begonnen!
Roept de ene: Zullen we beginnen?
Roept de andere: Zullen we beginnen?
Roept de ene: Zullen we beginnen?
Roept de andere: Zullen we beginnen?
Roept de ene: Hoor je mij?
Roept de andere: Hoor je mij?
Roept de ene: Hoor je mij?
Roept de andere: Hoor je mij?


Uit de school geklapt

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Of er een geheim is.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Of er een bewaarder is.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Of er een universum is.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Het vanzelfsprekende.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Wat niet.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘God, zei de mens.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘De mens, zei God.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Jij, zei de psychiater.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Ik, zei de gek.’


Beeldenstorm

‘God is maar een godsbeeld.’
‘Of is dat ook maar een godsbeeld?’
‘De wereld is maar een wereldbeeld.’
‘Of is dat ook maar een wereldbeeld?’
‘De mens is maar een mensbeeld.’
‘Of is dat ook maar een mensbeeld?’
‘Het lichaam is maar een lichaamsbeeld.’
‘Of is dat ook maar een lichaamsbeeld?’
‘De hersens zijn maar een hersenbeeld.’
‘Of is dat ook maar een hersenbeeld?’
‘De ziel is maar een zielenbeeld.’
‘Of is dat ook maar een zielenbeeld?’
‘Ikzelf ben maar een zelfbeeld.’
‘Of is dat ook maar een zelfbeeld?’
‘Want alles is maar een denkbeeld.’
‘Of is dat ook maar een denkbeeld?’
‘Of is dát ook maar een denkbeeld?’
‘God mag het weten.’

‘Een godsbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een godsbeeld?’
‘Een wereldbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een wereldbeeld?’
‘Een mensbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een mensbeeld?’
‘Een lichaamsbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een lichaamsbeeld?’
‘Een hersenbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een hersenbeeld?’
‘Een zielenbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een zielenbeeld?’
‘Een zelfbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een zelfbeeld?’
‘Een denkbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een denkbeeld?’
‘Want alles is God.’
‘Of is dat ook maar een godsbeeld?


boeddhistische variant van deze tekst


Beeldentuin

Belijdenis van een universalist

‘Hans, wat is God voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep verblindend duister.’
‘Wat is een diep verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘God mag het weten.’

‘Hans, wat is Boeddha voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep verblindend duister.’
‘Wat is een diep verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Boeddha mag het weten.’

‘Hans, wat is Atman voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep verblindend duister.’
‘Wat is een diep verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Atman mag het weten.’

‘Hans, wat is de Mens voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep verblindend duister.’
‘Wat is een diep verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Joost mag het weten.’


Eerlijk duurt het langst

ik ken mijn lief als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik mijn lief nog wel

ik ken God als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik God nog wel

ik ken mezelf als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik mezelf nog wel


Ongewenste intimiteiten

‘Wat betekent God voor jou?’
‘Alles, Hans.’
‘Is dat alles?’
‘Het hemd is nader dan de rok, het lichaam is nader dan het hemd, de geest is nader dan het lichaam, de ziel is nader dan de geest en God is nader dan de ziel.’
‘En wat is nader dan God?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Dan is niet weten het meest nabij.’
‘Wou jij beweren dat niet weten nader is dan God?’
‘Tenzij ze identiek zijn.’
‘Daar vraag je me wat.’
‘Ik stelde alleen maar een voorwaarde.’
‘En, zijn ze identiek?’
‘Ik zou het ook niet weten.’


Vergeet het maar

‘Wat is de weg naar God?’
‘Vergeten waar God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten wie God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten wat God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten dat God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten waar je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten wie je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten wat je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten dat je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten wat je bent vergeten.’
‘Hè?’
‘Maar niet noodzakelijk in die volgorde.’
‘En dat zou de weg naar God zijn?’
‘Wat?’

[wijze met een rammelaar]


Hemelvaarders

X: Volgens Jan van het Kruis is het voertuig dat mij naar God zal brengen een soort tweetrapsraket.
H: Dan was hij zijn tijd ver vooruit.
X: Wil God ingaan, meende Jan van het Kruis, dan moet ik eerst uitgaan. Wil Hij mij opvullen dan moet ik mij eerst ontledigen. Wil ik Hem worden dan moet ik eerst ontworden.
H: Die Jan.
X: Wat?
H: Die God.
X: Wat was jouw voertuig?
H: Waarheen?
X: Toe nou.
H: Een eentrapsraket dan maar.
X: Hoe bedoel je?
H: Mijn uitgaan was reeds Zijn ingaan.
X: Dat snap ik niet.
H: Daartussen is geen enkel verschil.
X: Niet?
H: Het is niet dat er na mijn uitgaan nog iets stond te gebeuren. Uitgaan was wat er gebeurde. Het is niet dat ik na mijn ontlediging weer opgevuld werd. Ontlediging is wat mij opvulde. Het is niet dat ik na mijn ontwording in iets anders overging. Ontwording is wat ik werd.
X: Wat kan ik volgens jou verwachten na mijn uitgaan?
H: Tja.
X: Toe nou.
H: Niet verwachten dan maar.
X: Niet verwachten?
H: Zelfs niet dat je niets meer zult verwachten.
X: Het enige wat er zal gebeuren is mijn uitgaan?
H: Daar zou ik maar niet van uitgaan.
X: Waar moet ik dan van uitgaan?
H: Misschien wel nergens van.
X: Hè?
H: Zelfs niet dat je nergens van uit moet gaan.
X: En die ontlediging dan?
H: Die is al net zo ledig.
X: En die ontwording?
H: Ook ontworden.
X: En dat noem jij God?
H: En dat noem jij God?
X: Hoe zou jij het noemen?
H: Tja.


Johannes van het Kruis (backlink opnemen)


Uit

‘Hoe kan ik de Onkenbare vinden?’
‘Door niet vinden.’
‘Ik bedoel, hoe kan ik Hem leren kennen?’
‘Door niet kennen.’
‘Maar hoe weet ik dan dat Hij het is?’
‘Door niet weten.’
‘Dan ben je dus nog verder van huis.’
‘En dat is waar Hij woont.’


Een omweg

‘Gooi alles weg en wat je overhoudt is God.’
‘Zolang je nog wat overhoudt heb je niet alles weggegooid.’
‘Gooi alles weg en je vindt het niets?’
‘Gooi het niets weg, wat hou je over?’
‘Een onzinnige vraag, als je het mij vraagt.’
‘Het weggooien natuurlijk.’
‘Weggooien is het enige wat overblijft?’
‘Weggooien is het laatste dat je weggooit.’
‘En dan ben je eindelijk alles kwijt?’
‘En dan heb je eindelijk alles terug.’


Hopeloos

‘Volgens Meister Eckhart woont God op de bodem van je ziel. Om Hem te vinden hoef je alleen maar je ziel leeg te maken. Is dat ook jouw ervaring, Hans?’
‘Tot nog toe niet.’
‘Hoe komt dat?’
‘Doordat ik de bodem van mijn ziel niet kan vinden.’
‘Misschien zit er wel iets voor.’
‘Hoe kom ik daar achter?’
‘Heb je je ziel al leeggemaakt?’
‘Dat is het hem nou juist.’
‘Wat is het hem nou juist?’
‘Die kan ik ook al niet vinden.’
‘Waar moeten we God anders zoeken?’
‘Misschien wel in niet zoeken.’
‘Of anders in niet weten.’
‘Dan wordt het nooit bekend.’


Meister Eckhart


Rookgordijnen

‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een goddelijk niet-weten dat de hoogste wijsheid is.’*
‘Niet-weten is goddelijk noch goddeloos, niet dat ik weet.’
‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een niet-weten dat de hoogste wijsheid is.’
‘Niet-weten is wijs noch dwaas, niet dat ik weet.’
‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van niet-weten.’
‘Alsof er iets gerealiseerd moet worden.’
‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er niet-weten.’
‘Alsof je zomaar het gordijn van kennis open kunt schuiven.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Nou dan.’


* Osho, geciteerd door Jan Foudraine in De man die uit zijn hersenen zakte; vingerwijzingen van een mysticus


Dust in the wind

‘Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?’
‘Stof uit het gordijn van kennis.’
‘De Leegte? Het Niets waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat? Stilte? Vrede? Zijn? Bewustzijn? Gewaarzijn? Boeddha? Brahman? Atman? Anatman? Essentie? Dao? God?’
‘Stof in het gordijn van kennis.’


Godsbeeld

‘Hoe heet de mystieke vereniging met de Onveranderlijke?’
‘Rigor Mortis.’


Zelfbeeld

‘Wat staat degene te wachten die erin slaagt de Allerhoogste te aanschouwen?’
‘Volgens Genesis 19.26 een transfiguratie.’
‘Een hoopvolle gedachte. Waarin eigenlijk?’
‘Een zoutpilaar.’


Testbeeld

‘Wat is mystieke eenwording?’
‘De versmelting van mens en God.’
‘Wat is niet weten?’
‘Mystieke geenwording.’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Zo kun je het ook zeggen.’


Kleur bekennen

‘Hans, ben jij nou een theïst, een atheïst of een agnosticus?’
‘Ik geloof het niet.’


Belijdenis

‘Ben jij een theïst?’
‘Dat is een geloof.’
‘Ben je dan een atheïst?’
‘Dat is ook een geloof.’
‘Ben je dan een agnosticus?’
‘Dat is nog steeds een geloof.’
‘Ben je dan een gnosticus?’
‘Dat is opnieuw een geloof.’
‘Ben je dan een scepticus?’
‘Ook dat is een geloof.’
‘Ben je dan een cynicus?’
‘Dat is nog altijd een geloof.’
‘Ben je dan een nihilist?’
‘Zelfs dat is een geloof.’
‘Wat ben je dan wel?’
‘Wie zegt dat ik iets ben?’
‘Zijn is iets zijn.’
‘Daar zeg je wel wat bij.’
‘Dan ben je zeker niemand.’
‘Dat geloof ik ook niet.’
‘Geloof jij in niet geloven?’
‘Niet dat ik weet.’
‘In niet weten dan?’
‘Ik durf het niet te zeggen.’
‘In niet zeggen?’
‘Ik denk het niet.’
‘In niet denken?’
‘Ik zou niet weten hoe.’
‘Nou weet ik nog niks.’
‘Geloof je dat nou echt?’


Ongelovige Thomas

‘Ze zeggen dat jij moeite hebt met het geloof.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik weet niet wat ik moet geloven.’
‘Ik ook niet.’
‘Jij hebt niets tegen het geloof?’
‘Geloof kan heel mooi zijn.’
‘En ook niet tegen gelovigen?’
‘Ik wens ze veel geluk.’
‘Mag ik hieruit concluderen dat jij moeite hebt met ongeloof?’
‘Ongeloof kan heel mooi zijn.’
‘En ongelovigen?’
‘Ik wens ze veel geluk.’
‘Heb je dan misschien moeite met twijfel?’
‘Twijfel kan heel mooi zijn.’
‘En twijfelaars?’
‘Ik wens ze veel geluk.’
‘Niet te geloven.’
‘Heb jij daar moeite mee?’
‘Ergens wel.’
‘Weerstand kan heel mooi zijn.’
‘En ergens niet.’
‘Dat is een groot geluk.’


Beminde gelovigen

‘Dood aan alle theïsten!’
‘Omdat zij in God geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

‘Dood aan alle atheïsten!’
‘Omdat zij in niet-God geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

‘Dood aan alle agnostici!’
‘Omdat zij in onbewijsbaarheid geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

‘Dood aan alle sceptici!’
‘Omdat zij in twijfel geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

‘Dood aan alle fatalisten!’
‘Omdat zij in het lot geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’


de vrije wil


Lauw

‘Waarmee kan je het geloof vergelijken?’
‘Een calidarium.’
‘Waarom?’
‘Hoe langer je erin zit, hoe heter je het krijgt.’
‘Waarmee kan je ongeloof vergelijken?’
‘Een frigidarium.’
‘Waarom?’
‘Hoe langer je erin zit, hoe kouder je het krijgt.’
‘Waarmee kan je niet-weten vergelijken?’
‘Een tepidarium.’
‘Waarom?’
‘Hoe lang je er ook in zit, je word er niet warm of koud van.’


frigidarium: Romeins koudwaterbad
calidarium: Romeins heetwaterbad
tepidarium: Romeins lauwwaterbad


Leer om leer

‘Wat is het verschil tussen agnosticisme en niet weten?’
‘Agnosticisme is de leer dat je geen kennis kunt hebben van een boven de ervaring uitgaande orde.’
‘En niet weten?’
‘Niet weten is geen leer.’


Als kinderen

‘Rozenkrans of mala?’
‘Snoepketting.’


Onnoemelijk

Een apologie is een verweerschrift waarin de orthodoxe leer wordt verdedigd, een apologeet is iemand die apologieën schrijft, maar hoe noem je iemand die de lege leer verdedigt?

Exegese is uitlegkunde, een exegeet is iemand die het heilige boek uitlegt,
maar hoe noem je iemand die het lege boek uitlegt?

Het apostolaat is de activiteit ter verbreiding van de blijde boodschap, een apostel is iemand die zich daarvoor inspant, maar hoe noem je iemand die de lege boodschap verbreidt?


Woord is een god

In den beginne was het Woord, en het Woord was god, en het Woord bleef god.1

Woord is een god
De god van de schijn
Woord is de heer
Die heerst in ons brein

GOD is een woord
DUIVEL is een woord
HEMEL is een woord
HEL is een woord
ZONDE is een woord
VERGEVING is een woord
JHANA is een woord
PRAJNA is een woord
MOKSHA is een woord
KENSHO is een woord
BHIKKHU is een woord
BOEDDHA is een woord
DHARMA is een woord
SANGHA is een woord
KARMA is een woord
SAMSARA is een woord
NIRWANA is een woord
SUNYATA is een woord
ANATMAN is een woord
ATMAN is een woord
BRAHMAN is een woord
ADVAITA is een woord
VEDANTA is een woord
YOGA is een woord
MANTRA is een woord
GITA is een woord
TANTRA is een woord
TAROT is een woord
I-TJING is een woord
TAO is een woord
TATHAGATA is een woord
MEESTER is een woord
LEERLING is een woord
EGO is een woord
ZELF is een woord
BEWUSTZIJN is een woord
VERLICHTING is een woord
WIJSHEID is een woord
DWAASHEID is een woord
WETEN is een woord
NIET-WETEN is een woord
WAARHEID is een woord
LEUGEN is een woord
SCHIJN is een woord
BEGRIP is een woord
BREIN is een woord
VERZOEKING is een woord
WOORD is een woord
GOD is een woord

Woord is een god
De god van de schijn
Die maakt dat begrippen
Verzoekingen2 zijn

Woord is een god

  1. Vrij naar Johannes 1.1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Zie ook het Stilte-evangelie.
  2. verzoeking: aanvechting, beproeving, bekoring, verlokking, verleiding, kwelling, valstrik, verovering

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


God is een poort

God is een zucht
Een naam voor de pijn

God is een woord
De vloek van ons brein

Brein is de hoop
De trots van de soort

Brein is een vloek
De god van het woord

God is een poort
Een pad uit het woord

Poort is het brein
Dat niemand behoort

Brein is de god
Die god heeft vermoord

God is het brein
Dat dit heeft verwoord

God is een poort

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Mijn teksten ‘Woord is een god’ en ‘God is een poort’ zijn geïnspireerd op het nummer God van John Lennon. Dat nummer staat op het album John Lennon / Plastic Ono Band, het eerste dat hij maakte zonder de Beatles.

God is a concept by which
We measure our pain
I’ll say it again
God is a concept by which
We measure our pain

I don’t believe in Magic
I don’t believe in I-ching
I don’t believe in Bible
I don’t believe in Tarot
I don’t believe in Hitler
I don’t believe in Jesus
I don’t believe in Kennedy
I don’t believe in Buddha
I don’t believe in Mantra
I don’t believe in Gita
I don’t believe in Yoga
I don’t believe in Kings
I don’t believe in Elvis
I don’t believe in Zimmerman
I don’t believe in Beatles

I just believe in me
Yoko and me
And that’s reality
The dream is over
What can I say?
The dream is over
Yesterday
I was the dreamweaver
But now I’m reborn
I was the walrus
But now I’m John
And so dear friends
You’ll just have to carry on
The dream is over

Ook de volgende tekst, ‘What can I say’, is geïnspireerd op dit nummer:


What can I say?

God is a concept by which
We measure our pain
But then again
Word is a concept by which
We measure our brain

I don’t believe in magic
I don’t believe in i-ching
I don’t believe in bible
I don’t believe in tarot
I don’t believe in hitler
I don’t believe in jesus
I don’t believe in kings
I don’t believe in buddha
I don’t believe in mantra
I don’t believe in gita
I don’t believe in tantra
I don’t believe in yoga
I don’t believe in oneness
I don’t believe in emptiness
I don’t believe in you
I don’t believe in me
I don’t believe in disbelief
And that’s reality

Reality is over
That’s the dream
The dream is over
This is the end
The end is past
What can I say?
Yesterday I was Hans
Is a concept by which
We measured
But now, dear friends…

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Algoed

‘God is goed en God is groot.’
‘Hoe groot?’
‘Alomvattend.’
‘Dan omvat hij ook het kwaad.’
‘Het kwaad is des duivels.’
‘Dan is hij niet alomvattend.’
‘Hij is wél alomvattend.’
‘Dan is hij niet algoed.’
‘Dat neem je terug!’
‘Al goed.’


Alwetend

‘God is wijs.’
‘Hoe wijs?’
‘Alwijs.’
‘God is alwetend?’
‘Hij weet alles.’
‘Weet hij ook van niet weten?’
‘Dat… zal haast wel.’
‘Dan is hij niet alwetend.’
‘Ik bedoel, dat zal haast niet.’
‘Dan is hij niet alwetend.’


Almachteloos

‘God is almachtig.’
‘Machtig genoeg om tegen zijn eigen wil in te gaan?’
‘Nou…’
‘Zo ja, dan is hij niet almachtig.’
‘Nee.’
‘En zo nee, dan is hij niet almachtig.’
‘Ja.’
‘Dus wat maakt het eigenlijk uit?’
‘Allemachtig.’

‘God is machtig.’
‘Hoe machtig?’
‘Almachtig.’
‘Zo machtig dat hij zichzelf van zijn macht zou kunnen beroven?’
‘Dat lijkt me… niet.’
‘Dan is hij niet almachtig.’
‘Ik bedoel, dat lijkt me wel.’
‘Hoe weet je dat hij dat niet allang gedaan heeft?’
‘Wat?’
‘Zichzelf van zijn macht beroven?’
‘Allemachtig.’


Insjallah

‘Alles is de wil van God.’
‘Zelf bedacht?’
‘Wat?’
‘Of verschijnt deze gedachte in jou door de wil van God?’
‘Eh…’
‘Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?’


Wik noch wak

‘De mens wikt maar God beschikt.’
‘Waarover?’
‘Overal over.’
‘Beschikt hij ook dat de mens wikt?’
‘Eh… dat is te zeggen… ik denk… ik geloof niet…’
‘Ben jij het die nu wikt of heeft God dat beschikt?’
‘De mens wikt, maar God beschikt.’
‘Jij gelooft toch dat de mens in God is?’
‘Jazeker.’
‘Dan is het ook God die wikt.’
‘Hm.’
‘Jij gelooft toch ook dat God in de mens is?’
‘Nou en of.’
‘Dan is het ook de mens die beschikt.’
‘Verdraaid.’


Compleet volmaakt

‘God zou nooit tegen mij liegen.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat Hij volmaakt is.’
‘Is de volmaakte incompleet?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Zonder leugens zijn, is dat niet incompleet?’
‘In zekere zin.’
‘Dan is hij niet zonder leugens.’
‘En toch is Hij volmaakt.’
‘Misschien is jouw idee van volmaaktheid wel incompleet.’
‘En toch is Hij compleet.’
‘Misschien is jouw idee van compleetheid wel onvolmaakt.’


Niet voor één gat te vangen

‘God liegt nooit.’
‘Je doet hem tekort.’
‘Je gaat me toch niet vertellen dat Hij liegt?’
‘Ken jij het verhaal van de erfzonde?’
‘Adam en Eva eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, ook al heeft God het hen uitdrukkelijk verboden.’
‘Wat heeft God gezegd dat er zou gebeuren als ze zijn gebod zouden overtreden?’
‘Dat ze onherroepelijk zouden sterven.’
‘Wat gebeurde er uiteindelijk?’
‘Ze werden uit het paradijs verdreven.’
‘Wat heeft de slang gezegd toen hij Eva tot het eten van de verboden vrucht verleidde?’
‘Dat hun ogen zouden opengaan. Ze zouden als Goden worden en kennis van goed en kwaad krijgen.’
‘En, kregen ze kennis van goed en kwaad?’
‘Jazeker.’
‘Wie sprak er dus de waarheid?’

‘Nou?’
‘De slang?’
‘Wie heeft er dus gelogen?’

‘Nou?’
‘God?’
‘Zeker weten?’
‘Dat kan niet!’
‘Misschien niet nee.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Misschien heeft God zich alleen maar bedacht.’
‘Ik hoop het maar.’
‘Hoezo?’
‘Dan zou Hij tenminste niet gelogen hebben.’
‘Of misschien bedoelde hij het alleen maar figuurlijk. Uit het paradijs gezet worden is ook een beetje doodgaan.’
‘Dat kan ook nog.’
‘Of misschien kon hij het, toen puntje bij paaltje kwam, gewoon niet over zijn hart verkrijgen hen te doden.’
‘Ja, zo is Hij wel.’
‘Of misschien kon hij in dat stadium al wel scheppen maar nog niet vernietigen.’
‘Hm.’
‘Of misschien wilde God wel laten zien dat hij zich niet gehouden voelt aan zijn eigen beloftes en voorspellingen.’
‘Wie weet.’
‘Of misschien hadden Adam en Eva het gewoon verkeerd begrepen.’
‘Dat is niet uitgesloten.’
‘Of misschien is het verhaal wel allegorisch bedoeld.’
‘Tja.’
‘Of misschien heeft de schrijver van Genesis zich wel vergist.’
‘Die mogelijkheid was nog niet bij me opgekomen.’
‘Of misschien heeft de schrijver het verhaal niet uit eerste hand.’
‘Ik denk…’
‘Of misschien heeft hij het gewoon uit zijn duim gezogen.’
‘Nu ga je te ver.’
‘Als er al een schrijver was.’
‘Wou jij soms beweren…’
‘Misschien was het wel een schrijverscollectief.’
‘Als we zo gaan beginnen…’
‘Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer foutief doorverteld en toen pas opgeschreven.’
‘Misschien, misschien…’
‘Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer herschreven naar de laatste godsdienstige inzichten.’
‘Kom nou.’
‘Of misschien is het de lezer zelf wel die…
‘Hou nou eendelijk eens je waffel!’
‘Eendelijk?’
‘Eindelijk.’
‘Of misschien is dit alleen maar een droom waarin we…’
‘STOP.’
‘Ik ben net zo lekker op dreef.’
‘Ik wil alleen de waarheid horen.’
‘Welke waarheid?’
‘De waarheid over God.’
‘Waar denk je dan dat we mee bezig zijn?’
‘Hoe luidt de waarheid over God dan wel?’
‘Tja.’
‘Nou?’
‘Dat hij niet voor één gat te vangen is?’


Sunyata

‘Waarom is God niet voor één gat te vangen?’
‘Omdat hij dat gat is?’
‘Huh’
‘Wat huh?’
‘Wat weet jij nou van God.’
‘Insgelijks.’
‘Dus God is een gat?’
‘Maak er nou niet meteen weer een object van.’
‘Waarom niet?’
‘Voor je het weet bouwt iemand er weer een religie omheen.’
‘Gatsdienst.’
‘En gaan de academici er weer mee aan de haal.’
‘Gatsgeleerdheid.’
‘Om over de grapjassen nog maar te zwijgen.’


Voorkennis

‘Eet nooit van de boom van de kennis van goed en kwaad.’
‘Waarom niet?’
‘Dan vlieg je subiet het paradijs uit.’
‘Waarom?’
‘Omdat het een zonde is natuurlijk.’
‘Wat is dat, een zonde?’
‘Iets wat niet mag.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat God het verboden heeft.’
‘Waarom heeft God het verboden?’
‘Omdat het slecht is.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Wat?’
‘Dat het slecht is.’
‘Hoezo?’
‘Daarvoor moet je toch eerst van die boom eten?’
‘Verdraaid.’
‘Zeg dat wel.’
‘Zat God zeker even niet op te letten.’
‘Hij had ook een zware week achter de rug.’


Odyssee

‘Wat voor boom is de boom van de kennis van goed en kwaad?’
‘Een naaldboom.’
‘O.’
‘Pas maar op dat je je er niet aan prikt.’
‘Want?’
‘Dan krijg je kennis binnen.’
‘Wat voor kennis?’
‘De kennis van goed en kwaad.’
‘Wat is de kennis van goed en kwaad?’
‘Een soort heroïne.’
‘Een heldendrank?’
‘Ineens voel je je een hele bink.’
‘En dan?’
‘Begint het oordelen.’
‘Een kwalijke zaak.’
‘O jee.’
‘Wat?’
‘Je hebt je al geprikt.’


Weesgegroet voor weifelaars

o lord

help
me
to keep
my
big mouth
shut
until
I know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t even know
that I
don’t know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t know
what I am
I mean
what am I
talking about
oh lord
help me
I mean
if you are
help me
to keep
my
big mouth
shut
I mean
if you can
I mean
if I am
I mean
if it is mine
or is it yours
and is it you
asking me
to help you
keep
your
big
mouth
shut
or
what

o lord


geïnspireerd op de smeekbede ‘O lord, help me to keep my big mouth shut until I know what I’m talking about


Help ons uit de droom

maar laat ons onze dromen

Smeekbede geïnspireerd op het eerste deel van de eerste zin van het Onze Vader.*
Ik heb drie versies geschreven, de eerste voor mystici, de tweede voor boeddhisten en de derde voor non-dualisten.


Voor mystici

1. (Refrein)

Onze Vader die in de hemel is

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons dromen

2.

Help ons uit de droom dat U in de hemel bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet in de hemel bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

3.

Help ons uit de droom dat er een hemel is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er geen hemel is

Help ons uit de droom

(Refrein)

4.

Help ons uit de droom dat U onze Vader bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet onze Vader bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

5.

Help ons uit de droom dat U bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

6.

Help ons uit de droom dat wij U zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij U niet zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

7.

Help ons uit de droom dat wij zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij niet zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

8.

Help ons uit de droom dat wij dromen

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij wakker zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

9.

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Zoals wij U de Uwe laten

En anderen de hunne

En onszelf de onze

Laat ons onze dromen

(Refrein)

10.

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons nu maar dromen

Amen


* Je kan de smeekbede ‘Help ons uit de droom’ in je eentje bidden of samen.
In het laatste geval neemt een voorganger de oneven (ongecursiveerde) regels van de negen coupletten voor zijn rekening en de gemeente (de sangha) of het koor of allen tezamen de even regels.
Je kunt ook het koor en/of de gemeente in tweeën delen, naar geslacht of plaats, die dan de oneven respectievelijk even regels van het refrein respectievelijk de coupletten voor hun rekening nemen.
Wie het gebed te lang of te repetitief vindt, kan het refrein tussen de coupletten weglaten.
Wie dat nog steeds te lang vindt, kan zich beperken tot het refrein, het slotcouplet (10) of de titel met of zonder subtitel.
Zwijgen mag ook.


Het oneindigheidsteken, ∞, staat symbool voor een korte rust voor en na ieder couplet, waarin men gezamenlijk of naar eigen inzicht knikt, buigt, de handen vouwt, de handpalmen toont of op andere wijze of juist op geen enkele wijze het gezegde bekrachtigt en/of ontkracht


Voor boeddhisten

1. (Refrein)

Onze Boeddha die in nirwana is

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons dromen

2.

Help ons uit de droom dat U in nirwana bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet in nirwana bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

3.

Help ons uit de droom dat er een nirwana is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er geen nirwana is

Help ons uit de droom

(Refrein)

4.

Help ons uit de droom dat U een boeddha bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U geen boeddha bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

5.

Help ons uit de droom dat U bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

6.

Help ons uit de droom dat wij boeddha’s zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij geen boeddha’s zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

7.

Help ons uit de droom dat wij zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij niet zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

8.

Help ons uit de droom dat wij dromen

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij wakker zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

9.

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Zoals wij U de Uwe laten

En anderen de hunne

En onszelf de onze

Laat ons onze dromen

(Refrein)

10.

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons nu maar dromen

Ohm


Voor non-dualisten

1. (Refrein)

O Atman, die universeel bewustzijn is

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons dromen

2.

Help ons uit de droom dat U bewustzijn bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U geen bewustzijn bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

3.

Help ons uit de droom dat er bewustzijn is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er geen bewustzijn is

Help ons uit de droom

(Refrein)

4.

Help ons uit de droom dat U universeel bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet universeel bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

5.

Help ons uit de droom dat U bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet bent

Help ons uit de droom

(Refrein)

6.

Help ons uit de droom dat wij U zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij U niet zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

7.

Help ons uit de droom dat wij zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij niet zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

8.

Help ons uit de droom dat wij dromen

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij wakker zijn

Help ons uit de droom

(Refrein)

9.

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Zoals wij U de Uwe laten

En anderen de hunne

En onszelf de onze

Laat ons onze dromen

(Refrein)

10.

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons nu maar dromen

Ohm


Verlos ons

Eenvoudig gebed in drievoud.*


1.

Verlos ons

van het geloof

in onze gedachten

over verlossing

maar laat ons

onze gedachten

zoals wij

U de Uwe laten

anderen de hunne

en onszelf de onze.

Amen.


2.

Verlos ons.

Verlos ons van het geloof.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons onze gedachten.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons onze gedachten, zoals wij U de Uwe laten, anderen de hunne en onszelf de onze.

Amen.


3.

Verlos ons, verlos ons van het geloof, verlos ons van het geloof in onze gedachten, en verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons, en laat ons onze gedachten, zoals wij U de Uwe laten, anderen de hunne en onszelf de onze.

Amen.


* De eerste versie van ‘Laat ons’ zou je serieel kunnen noemen, de tweede progressief en de derde parallel.


Sjalom

Help ons uit de droom van
Help ons uit de droom van

Help ons uit de droom van het ego
Help ons uit de droom van het zelf

Help ons uit de droom van het lichaam
Help ons uit de droom van de geest

Help ons uit de droom van het vele
Help ons uit de droom van het ene

Help ons uit de droom van de hel
Help ons uit de droom van de hemel

Help ons uit de droom van het kwade
Help ons uit de droom van het goede

Help ons uit de droom van de haat
Help ons uit de droom van de liefde

Help ons uit de droom van de tijd
Help ons uit de droom van het heden

Help ons uit de droom van het woord
Help ons uit de droom van de stilte

Help ons uit de droom van de vorm
Help ons uit de droom van de leegte

Help ons uit de droom van het hoofd
Help ons uit de droom van het hart

Help ons uit de droom van het worden
Help ons uit de droom van het zijn

Help ons uit de droom van de dualiteit
Help ons uit de droom van de non-dualiteit

Help ons uit de droom van het relatieve
Help ons uit de droom van het absolute

Help ons uit de droom van het weten
Help ons uit de droom van niet-weten

Help ons uit de droom van ontwaken
Help ons uit de droom van de droom

Ohm


Glaucoom

‘Het leven is een droom.’
‘Of is dat ook een droom?’
‘Hè?’
‘Zeg dat wel.’
‘Dat het leven een droom is, is ook een droom?’
‘Of is dat ook een droom?’