God is een poort (en woord is een god)

‘God is een poort, een pad uit het woord.’ Dwaalteksten over de afgrond van het bestaan vanuit de afgrond van het bestaan.

Dwaalgids > Mystiek > God is een poort (en woord is een god)

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van God, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Woord is een god

In den beginne was het Woord, en het Woord was god, en het Woord bleef god.1

Woord is een god
De god van de schijn
Woord is de heer
Die heerst in ons brein

GOD is een woord
DUIVEL is een woord
HEMEL is een woord
HEL is een woord
ZONDE is een woord
VERGEVING is een woord
JHANA is een woord
PRAJNA is een woord
MOKSHA is een woord
KENSHO is een woord
BHIKKHU is een woord
BOEDDHA is een woord
DHARMA is een woord
SANGHA is een woord
KARMA is een woord
SAMSARA is een woord
NIRWANA is een woord
SUNYATA is een woord
ANATMAN is een woord
ATMAN is een woord
BRAHMAN is een woord
ADVAITA is een woord
VEDANTA is een woord
YOGA is een woord
MANTRA is een woord
GITA is een woord
TANTRA is een woord
TAROT is een woord
I-TJING is een woord
TAO is een woord
TATHAGATA is een woord
MEESTER is een woord
LEERLING is een woord
EGO is een woord
ZELF is een woord
BEWUSTZIJN is een woord
VERLICHTING is een woord
WIJSHEID is een woord
DWAASHEID is een woord
WETEN is een woord
NIET-WETEN is een woord
WAARHEID is een woord
LEUGEN is een woord
SCHIJN is een woord
BEGRIP is een woord
BREIN is een woord
VERZOEKING is een woord
WOORD is een woord
GOD is een woord

Woord is een god
De god van de schijn
Die maakt dat begrippen
Verzoekingen2 zijn

Woord is een god
  1. Vrij naar Johannes 1.1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
  2. verzoeking: aanvechting, beproeving, bekoring, verlokking, verleiding, kwelling, valstrik, verovering

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

God is een poort

God is een zucht
Een naam voor de pijn

God is een woord
De vloek van ons brein

Brein is de hoop
De trots van de soort

Brein is een vloek
De god van het woord

God is een poort
Een pad uit het woord

Poort is het brein
Dat niemand behoort

Brein is de god
Die god heeft vermoord

God is het brein
Dat dit heeft verwoord

God is een poort

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

‘Woord is een god’ en ‘God is een poort’ zijn geïnspireerd op het nummer God van John Lennon. Dat nummer staat op het album John Lennon / Plastic Ono Band, het eerste dat hij maakte zonder de Beatles.

God is a concept by which
We measure our pain
I’ll say it again
God is a concept by which
We measure our pain

I don’t believe in Magic
I don’t believe in I-ching
I don’t believe in Bible
I don’t believe in Tarot
I don’t believe in Hitler
I don’t believe in Jesus
I don’t believe in Kennedy
I don’t believe in Buddha
I don’t believe in Mantra
I don’t believe in Gita
I don’t believe in Yoga
I don’t believe in Kings
I don’t believe in Elvis
I don’t believe in Zimmerman
I don’t believe in Beatles

I just believe in me
Yoko and me
And that’s reality
The dream is over
What can I say?
The dream is over
Yesterday
I was the dreamweaver
But now I’m reborn
I was the walrus
But now I’m John
And so dear friends
You’ll just have to carry on
The dream is over

Ook de volgende tekst, ‘What can I say’, is geïnspireerd op dit nummer:

Ik geloof zelfs niet in ongeloof

I don’t believe in disbelief

God is a concept by which
We measure our pain
But then again
Word is a concept by which
We measure our brain

I don’t believe in magic
I don’t believe in i-ching
I don’t believe in bible
I don’t believe in tarot
I don’t believe in hitler
I don’t believe in jesus
I don’t believe in kings
I don’t believe in buddha
I don’t believe in mantra
I don’t believe in gita
I don’t believe in tantra
I don’t believe in yoga
I don’t believe in oneness
I don’t believe in emptiness
I don’t believe in you
I don’t believe in me
I don’t believe in disbelief
And that’s reality

Reality is over
That’s the dream
The dream is over
This is the end
The end is past
What can I say?
Yesterday I was Hans
Is a concept by which
We measured
But now, dear friends…

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Onze goddelijke grond is een bodemloze afgrond

Een kwestie van perspectief

Elva: Wat is onze goddelijke grond?

Hans: Eh…

Elva: Eerlijk zeggen.

Hans: Dat zeg ik.

Elva: Eh…?

Hans: Nee, ‘eh…’

Elva: Zonder vraagteken.

Hans: En zonder uitroepteken.

Elva: En in normaal Nederlands?

Hans: Een bodemloze afgrond dan maar.

Elva: Een áfgrond?

Hans: Neem me niet kwalijk.

Elva: Toch wel een goddelijke, mag ik hopen?

Hans: Alleen vanaf de grond gezien.

Elva: En vanuit de afgrond gezien?

Hans: Eh…

God, drie letters

Kruiswoord

Een monnik zit een kruiswoordpuzzel te maken.
Monnik: God, drie letters.
Meester: Tja.

Lees ook: Meester Tja en de tao van tja.

God is de grondeloosheid van de onvindbare ziel

Hans: Wie of wat is God?

Lotte: De diepste grond van de ziel.

Hans: Bij wijze van spreken?

Lotte: Letterlijk.

Hans: Hm.

Lotte: Wie of wat is God volgens jou?

Hans: De grondeloosheid van de ziel?

Lotte: Letterlijk?

Hans: Bij wijze van vragen.

Lotte: Hoe kom ik bij de grondeloosheid van mijn ziel?

Hans: Misschien door je ziel te onderzoeken.

Lotte: Wat zal ik dan vinden?

Hans: Tja.

Lotte: Bedoel je dat we geen ziel hebben?

Hans: Dat behoort nog tot het vinden.

Lotte: Dus God is de grondeloosheid van de onvindbare ziel?

Hans: Wie? Wat?

Lotte: Zeg jij het maar.

Hans: Tja.

Lotte: Tja is de grondeloosheid van de onvindbare ziel?

Hans: Bij wijze van vragen.

Lees ook: Zeg maar tja tegen het leven.

De vrucht van mijn contemplatieve leven is rusten in niet-weten

Wat een raadselen allemaal

Seth: Rusten in God is de vrucht van mijn contemplatieve leven.

Hans: Wie is God?

Seth: Een Groot Mysterie. De Afgrond van het bestaan.

Hans: Wie rust er in God?

Seth: Ik.

Hans: Wie ben jij?

Seth: Een klein mysterie. De afgrond van mijn bestaan.

Hans: Dus met rusten in God bedoel je dat het onoplosbare mysterie dat je zelf bent, verblijft in het onoplosbare mysterie dat God heet?

Seth: Precies.

Hans: Dus jij maakt deel uit van God?

Seth: Nou…

Hans: Niet?

Seth: Dat maakt deel uit van het mysterie.

Hans: Want?

Seth: Misschien zijn God en ik wel identiek.

Hans: Op die manier.

Seth: Of misschien maakt God wel deel uit van mij.

Hans: Dat kan ook nog.

Seth: Vandaar.

Hans: Wat een raadselen allemaal.

Seth: Zeg dat wel.

Hans: En wie is eigenlijk die God?

Seth: Dat zeg ik.

Hans: Wat?

Seth: Een mysterie.

Hans: Wat betekent het dat God een mysterie is?

Seth: Dat… ik geen idee heb wie of wat Hij is.

Hans: Of dat hij is?

Seth: Hm.

Hans: Wat betekent het dat jij een mysterie bent?

Seth: Dat… ik geen idee heb wie of wat ik ben.

Hans: Of dat je bent?

Seth: Hm.

Hans: En dat zou de vrucht van jouw contemplatieve leven zijn?

Seth: Wat?

Hans: Dat iemand die niet weet wie of wat of dat hij is, verblijft in, of identiek is met, of als verblijfplaats dient voor, iets of iemand waarvan hij niet weet wie of wat of dat het is?

Seth: Ik zou het anders ook niet weten.

Hans: Misschien had je dat dan moeten zeggen.

Seth: Wat moeten zeggen?

Hans: De vrucht van mijn contemplatieve leven is rusten in niet weten.

Seth: Misschien wel.

Hans: Maar ja.

Seth: Wat?

Hans: Dat zou je dan ook niet weten.

Seth: Verdraaid.

Hans: En om dat nou rusten te noemen…

De ene afgrond roept de andere

Thieu: Wat is het verband tussen een menselijk en een goddelijk stilzwijgen?

Hans: Abyssus abyssum invocat.

Thieu: Wat betekent dat?

Hans: De ene afgrond roept de andere.

Thieu: Welk stilzwijgen correspondeert met welke afgrond?

Hans: Stilzwijgen is stilzwijgen.

Thieu: Welke afgrond is het diepst?

Hans: Peilloos is peilloos.

Thieu: Waarom heet het eerste stilzwijgen dan menselijk en het tweede goddelijk?

Hans: Omdat het eerste woorden nodig heeft.

Thieu: Is een menselijk stilzwijgen zonder woorden goddelijk?

Hans: Vraag dat maar aan God.

Thieu: Is een goddelijk stilzwijgen met woorden menselijk?

Hans: Vraag dat maar aan God.

Uw lof, o God, stamelen wij in ons lied

Quadrophenia

Roept de ene afgrond: Hoor je mij?

Roept de andere: Hoor je mij?

Roept de ene: Hoor je mij?

Roept de andere: Hoor je mij?

Roept de ene: Is het nou uit?

Roept de andere: Is het nou uit?

Roept de ene: Is het nou uit?

Roept de andere: Is het nou uit?

Roept de ene: Jij bent begonnen!

Roept de andere: Jij bent begonnen!

Roept de ene: Jij bent begonnen!

Roept de andere: Jij bent begonnen!

Roept de ene: Zullen we beginnen?

Roept de andere: Zullen we beginnen?

Roept de ene: Zullen we beginnen?

Roept de andere: Zullen we beginnen?

Roept de ene: Hoor je mij?

Roept de andere: Hoor je mij?

Roept de ene: Hoor je mij?

Roept de andere: Hoor je mij?

‘Quadrophenia’ is het zesde album van The Who (De Wie)

De best bewaarde geheimen van het universum

Ik, zei de gek

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Of er een geheim is.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Of er een bewaarder is.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Of er een universum is.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Het vanzelfsprekende.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Wat niet.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘God, zei de mens.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘De mens, zei God.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Jij, zei de psychiater.’

‘Wat is het best bewaarde geheim van het universum?’
‘Ik, zei de gek.’

Tip: De mystiek van alledag

Onoplosbare raadselen

Lucht en leegte

– ‘Je kent de wegen van de wind niet, je kent het kind dat in de moederschoot groeit niet, zo ken je ook de daden niet van God, die alles maakt.’
– Pardon?
– Prediker 11:5.
– En?
– ‘Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?’
– Om over je eigen gedachten nog maar te zwijgen.
– Romeinen 11:34.
– Wat wil je nou eigenlijk zeggen?
– Dat het numineuze mij voor onoplosbare raadselen stelt.
– Het wat?
– Het leven is een mysterie, Hans.
– Het leven is een woord.
– Ik doel op het grote onbekende waarin… waarvan…
– Probeer het eens zo eenvoudig mogelijk te zeggen.
– Dan komt er niks.
– Dat lijkt me niet onjuist, maar ook niet erg precies.
– In de diepte der diepten… daar waar niets of niemand…
– Doe maar alsof je een kind voor je hebt.
– Hoi, eh…
– Zie je wel.
– Wat?
– Dat je het best in je eigen woorden kon zeggen.
– Huh?
– Zie je wel.

Tip: Eufemismen voor niet-weten

Het Kinderevangelie

Je begint met een woord, en het woord is ‘eh…’
En het zingt maar rond, tot je laatste ‘huh?’

Tip: Het stilte-evangelie

Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand

Sarah: ‘Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de Heer.’

Hans: Jij zegt het.

Sarah: Spreuken 21:30.

Hans: De bijbel zegt het.

Sarah: Wat zou jij zeggen?

Hans: Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand.

Sarah: Lekker kort.

Hans: Maar of het stand houdt?

Sarah: Geloof jij niet in de Heer?

Hans: Daar gaat het niet om.

Sarah: Waar gaat het wel om?

Hans: Dat ik Hem liever niet in een hokje stop.

Sarah: In welk hokje?

Hans: Dat van een mannelijk lid van de heersende klasse der mensheid.

Sarah: Heer.

Hans: Onder meer.

Sarah: Geloof je wel in het Onbenoembare?

Hans: Het Onbenoembare of de Onbenoembare?

Sarah: Daar vraag je me wat.

Hans: Geloof ik wel in mezelf?

Sarah: Wat?

Hans: Als ik niet ben, kan ik niet geloven in wat dan ook.

Sarah: Dus jij gelooft niet?

Hans: Als ik niet ben, kan ik ook niet ongelovig zijn.

Sarah: Zijn of niet-zijn, is dat dan de vraag?

Hans: Voor mij niet.

Sarah: Omdat je hem al beantwoord hebt?

Hans: Omdat ik hem niet meer stel.

Sarah: Dus als ik het goed heb, geloof je noch geloof je niet in jezelf noch in de of het Onbenoembare?

Hans: Gesteld dat daar verschil tussen is.

Sarah: Waartussen?

Hans: Tussen geloven en niet geloven. Tussen mezelf en de of het Onbenoembare. Tussen de en het Onbenoembare. Tussen mezelf en geloven of niet geloven.

Sarah: Wou jij beweren dat je de of het Onbenoembare zelf bent?

Hans: Hoe kan ik nou de identiteit bevestigen van zaken waarvan ik niet eens het bestaan of niet-bestaan weet vast te stellen?

Sarah: Bedoel je dat… begrijp ik het goed dat… zou je kunnen zeggen dat…

Hans: Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand.

Gelouterd door het vragenvuur

Tot de vragen uitblijven

Melchior: Waarom verbreekt God nooit het stilzwijgen?

Hans: Omdat God het stilzwijgen is.

Melchior: Waarin onderscheidt het goddelijk stilzwijgen zich van andere vormen van stilzwijgen?

Hans: In dat het nooit verbroken wordt.

Melchior: Hoe wek ik het goddelijk stilzwijgen op?

Hans: Door vragen te stellen.

Melchior: Aan wie?

Hans: Aan wie dan ook.

Melchior: Aan God? Aan mezelf? Aan een leraar?

Hans: Allemaal goed.

Melchior: Wat voor vragen?

Hans: Levensbeschouwelijke vragen. Spirituele vragen. Religieuze vragen. Filosofische vragen. Psychologische vragen. Metafysische vragen. Existentiële vragen. Ethische vragen. Wat er maar in je opkomt.

Melchior: Leiden vragen niet tot antwoorden?

Hans: Talrijk als de sterren.

Melchior: Hoe moet ik daarmee omgaan?

Hans: Inventariseren. Onderzoeken. Omarmen. Verwerpen. Negeren. Wat er maar in je opkomt.

Melchior: Hoe lang moet ik doorgaan met vragen stellen?

Hans: Tot de antwoorden uitblijven.

Melchior: Bij wie?

Hans: Bij wie dan ook.

Melchior: En dan?

Hans: Doorgaan met vragen stellen.

Melchior: Aan wie?

Hans: Aan wie dan ook.

Melchior: Hoe lang?

Hans: Tot de vragen uitblijven.

Melchior: En dan?

Hans: …

Melchior: Nou?

Hans: …

Melchior: …

Hans: …

Melchior: Is dit nou het stilzwijgen van God?

Hans: Vraag het dan maar aan God.

Vragen aan de vraagmuur

Geen half woord

‘Waarom verbreekt God nooit het stilzwijgen?’

‘Omdat God het stilzwijgen is?’

‘Waarin onderscheid het goddelijk stilzwijgen zich van andere vormen van stilzwijgen?’

‘In dat het nooit verbroken wordt?’

‘Hoe wek ik het goddelijk stilzwijgen op?’

‘Door vragen te stellen?’

‘Aan wie?’

‘Aan wie dan ook?’

‘Aan God? Aan mezelf? Aan een leraar?’

‘Allemaal goed?’

‘Wat voor vragen?’

‘Levensbeschouwelijke vragen? Spirituele vragen? Religieuze vragen? Filosofische vragen? Psychologische vragen? Metafysische vragen? Existentiële vragen? Ethische vragen? Wat er maar in me opkomt?’

‘Leiden vragen niet tot antwoorden?’

‘Talrijk als de sterren?’

‘Hoe moet ik daarmee omgaan?’

‘Inventariseren? Onderzoeken? Omarmen? Verwerpen? Negeren? Wat er maar in me opkomt?

‘Hoe lang moet ik doorgaan met vragen stellen?’

‘Tot de antwoorden uitblijven?’

‘Bij wie?’

‘Bij wie dan ook?’

‘En dan?’

‘Doorgaan met vragen stellen?’

‘Aan wie?’

‘Aan wie dan ook?’

‘Hoe lang?’

‘Tot de vragen uitblijven?’

‘En dan?’

‘Nou?’

‘Is dit nou het stilzwijgen van God?’

‘Zal ik het dan maar aan God vragen?’

Niet-weten is de geboortegrond van God

Groot nieuws voor Piet Snot

Elke: Is God een metafoor voor stilte?

Hans: Zou best kunnen.

Elke: Of is stilte een metafoor voor God?

Hans: Zou best kunnen.

Elke: Ik bedoel, het een of het ander.

Hans: Of beide of geen van beide.

Elke: Maar wat staat hier voor wat?

Hans: De leegte voor een gat?

Elke: Waar staat het gat dan voor?

Hans: Ik denk een metafoor.

Elke: Ik sta hier voor Piet Snot.

Hans: Geboortegrond van God.

Dichter bij God

Dichter bij mij

Ik zwijg in alle talen
God zwijgt in alle talen
Hij peilt de stilte in mij

Ik zwijg in alle talen
God zwijgt in alle talen
Zo blijft Hij heel dicht bij mij

Een stille aanbidder

Birte: Hoe heet jouw God?

Hans: Sst.

Birte: Geloof je in Sst?

Hans: Sst.

Een goddelijke stilte

Verboden vruchten

Myrte: Wie is God?

Hans: Sst.

Myrte: Wat is God?

Hans: Sst.

Myrte: Is God?

Hans: Sst.

Myrte: Is God in mij?

Hans: Sst.

Myrte: Ben ik in God?

Hans: Sst.

Myrte: Ben ik?

Hans: Sst.

Myrte: Wie ben ik?

Hans: Sst.

Myrte: Wat ben ik?

Hans: Sst.

Myrte: Ben ik een woord?

Hans: Sst.

Myrte: Ben ik een ding?

Hans: Sst.

Myrte: Ben ik de dingen?

Hans: Sst.

Myrte: Ben ik in de dingen?

Hans: Sst.

Myrte: Zijn de dingen in mij?

Hans: Sst.

Myrte: Zijn de dingen?

Hans: Sst.

Myrte: Zijn de dingen woorden?

Hans: Sst.

Myrte: Zijn de dingen God?

Hans: Sst.

Myrte: Zijn de dingen in God?

Hans: Sst.

Myrte: Is God in de dingen?

Hans: Sst.

Myrte: Is God in de woorden?

Hans: Sst.

Myrte: Is God een woord?

Hans: Sst.

Myrte: Is God het Woord?

Hans: Sst.

Myrte: Wat is het Woord Gods?

Hans: Sst.

Myrte: Is God stilte?

Hans: Sst.

Myrte: Is God in de stilte?

Hans: Sst.

Myrte: Is de stilte in God?

Hans: Sst.

Myrte: Is Stilte het Woord?

Hans: Sst.

Myrte: Is het Woord?

Hans: Sst.

Myrte: Is stilte?

Hans: Sst.

Myrte: Wat is?

Hans: Sst.

Myrte: Sst?

Hans: …

Myrte: Is er wat?

Hans: God, begin je nou weer?

Vader, waarom kan ik u niet horen?

Hoe het komt

‘Vader, waarom kan ik u zien?’
Vader legt zijn hand op mijn ogen.
‘Komt het door mij?’
Vader gaat achter het kamerscherm staan.
‘Komt het door de leegte tussen ons?’
Vader doet het licht uit.
‘Komt het door de lamp?’
Vader verlaat de kamer.
‘Komt het door u?’
‘Vader?’
‘Vader, waarom kan ik u niet zien?’
Ik leg mijn hand op mijn ogen.
Ik ga achter het kamerscherm staan.
Ik doe het licht aan.
Ik verlaat de kamer.
Daar staat vader.
‘Vader, waarom kan ik u zien?
Komt het door Edison?
Komt het door het lichtnet?
Komt het door de krachtcentrales?
Komt het door de materie?
Komt het door mijn hersenen?
Komt het door opa en oma?
Komt het door de voortplanting?
Komt het door de evolutie?
Komt het door de aarde?
Komt het door de zon?
Komt het door God?
Komt het door alles?
Komt het door niets?’
Ik pak zijn hand.
Waarom kan ik hem voelen?
‘Vader, waarom kan ik u niet horen?’

Wie ook maar één deur opent, gooit alle andere dicht

Jacob: Hoeveel vragen heb jij God gesteld?

Hans: Wel tienduizend.

Jacob: Welke vragen waren dat?

Hans: Alle vragen die ik maar kon bedenken.

Jacob: Jemig.

Hans: En dat vele malen.

Jacob: Hoeveel van die vragen heeft Hij beantwoord?

Hans: Hij heeft ze allemaal beantwoord.

Jacob: Allemaal?

Hans: Zonder uitzondering.

Jacob: Kon je al die informatie wel verwerken?

Hans: Daar heb ik nooit moeite mee gehad.

Jacob: Ben jij zo briljant?

Hans: Dat was helemaal niet nodig.

Jacob: Waarom niet?

Hans: Omdat ik steeds hetzelfde antwoord kreeg.

Jacob: Namelijk?

Hans: Een onverbiddelijk stilzwijgen.

Jacob: Hm.

Hans: Zelfs dat was er niet bij.

Jacob: Op alle vragen?

Hans: Zonder uitzondering.

Jacob: Dus eigenlijk heeft Hij geen enkele vraag beantwoord.

Hans: Zo heb ik dat lange tijd gezien.

Jacob: Maar nu niet meer?

Hans: Nee.

Jacob: Hoe was het om steeds hetzelfde antwoord te krijgen?

Hans: Om gek van te worden.

Jacob: Je klinkt nog steeds boos.

Hans: Integendeel.

Jacob: Dat snap ik niet.

Hans: Ik ben Hem eeuwig dankbaar dat Hij niet één keer is gezwicht.

Jacob: Waarvoor?

Hans: Voor de verleiding om mij een waarheid op de mouw te spelden.

Jacob: Op de mouw te spelden?

Hans: Ik was zonder meer bereid de laagste leugen te aanvaarden als de hoogste waarheid.

Jacob: Maar Hij was niet zonder meer bereid je er een te verkopen.

Hans: Zonder meer niet.

Jacob: Waarom ben je daar dankbaar voor?

Hans: Wie ook maar één deur opent, gooit alle andere dicht.

Jacob: Zijn onafgebroken stilzwijgen betekent toch alleen maar dat er geen enkele deur is opengegaan?

Hans: Zijn onafgebroken stilzwijgen betekent tevens dat er geen enkele deur is dichtgegaan.

Jacob: Niet open en niet dicht.

Hans: Voilà.

Jacob: Mooi.

Hans: Och.

Jacob: Lelijk dan?

Hans: Zeg mooi, en alle andere deuren gaan dicht; zeg lelijk, en alle andere deuren gaan dicht.

Jacob: Moet ik dit verhaal over God nou letterlijk nemen of figuurlijk?

Hans: Zeg letterlijk, en alle andere deuren gaan dicht; zeg figuurlijk, en alle andere deuren gaan dicht.

Jacob: Jij houdt alles liever open.

Hans: Zeg jij, en alle andere deuren gaan dicht; zeg open, en alle andere deuren gaan dicht.

Waarom ik geen antwoord geef

Schipper naast God

Geja: Waarom geeft God nooit antwoord?

Hans: Vraag maar aan God.

Geja: Ik vraag het nu aan jou.

Hans: Omdat Hij uitsluitend de waarheid spreekt.

Geja: Bedoel je dat er geen waarheid is?

Hans: Dan had ik dat wel gezegd.

Geja: Bedoel je dat de waarheid alleen door niet-antwoorden kan worden uitgedrukt?

Hans: Welke waarheid?

Geja: Je ontkende toch dat er geen waarheid zou zijn?

Hans: Dan had ik dat wel gezegd.

Geja: Bedoel je dat de waarheid voorbij de woorden is?

Hans: Dan had ik dat wel gezegd.

Geja: Dat de waarheid zelfs geen waarheid mag heten?

Hans: Dan had ik dat wel gezegd.

Geja: Waarom geef jij geen antwoord?

Hans: Omdat jij niets van wat ik zeg als antwoord herkent.

Geja: Wat heb je dan geantwoord?

Hans: Vraag het dan maar aan God.

Het verschil tussen Gods stilzwijgen en het mijne

Uiteindelijk

Buran: Wat is het verschil tussen God en diens stilzwijgen?

Hans: Uiteindelijk?

Buran: Nou?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Buran: Wat is het verschil tussen Gods stilzwijgen en het jouwe?

Hans: Uiteindelijk?

Buran: Nou?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Buran: Wat is het verschil tussen jouw stilzwijgen en jezelf?

Hans: Uiteindelijk?

Buran: Nou?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Buran: Als er geen verschil is tussen God, diens stilzwijgen, jouw stilzwijgen en jezelf, zijn ze dan niet identiek?

Hans: Uiteindelijk?

Buran: Nou?

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Vuur met vuur bestrijden

Wat we met onze metaforen proberen uit te drukken

Abram: Wat is het dat we met onze metaforen proberen uit te drukken?

Hans: Klinkt als een retorische vraag.

Abram: God. De Bron. De Tao. Het Zelf. De Leegte. Het Ene. Het Onzegbare. Het Mysterie. Het Numineuze. De Non-dualiteit. Het Absolute. Het Oneindige.

Hans: Alsof dat geen metaforen zijn.

Abram: Wat proberen we dan uit te drukken?

Hans: Misschien wel onze metaforen.

Abram: Met onze metaforen proberen we onze metaforen uit te drukken?

Hans: Vuur met vuur bestrijden.

Abram: Stel je voor.

Hans: Wat?

Abram: Hoe stil het dan zou worden.

Hans: Sst.

Abram: Misschien is dat wel wat we met onze metaforen proberen uit te drukken.

Hans: Wat?

Abram: De Stilte.

Hans: Mislukt.

De waarheid voorbij de woorden is een woord

Onzegbaar is een woord

Barbera: De Waarheid is voorbij de woorden.

Hans: De waarheid is een woord.

Barbera: Ik heb het over God.

Hans: God is een woord.

Barbera: Zie je hoe onzegbaar het is?

Hans: Onzegbaar is een woord.

Barbera: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Niet-weten is een woord.

Barbera: Wat zou jij zeggen?

Hans: Waarover?

Barbera: Vind je dat we moeten zwijgen?

Hans: Waarvan?

Barbera: Tja.

Hans: Niet slecht.

Als Zijn stem de jouwe is

Hans: Waar is al die stilte goed voor?

Kristian: Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen.

Hans: En als Zijn stem de jouwe is?

Als Hij in jou wil zwijgen

Hans: Waar is al die stilte goed voor?

IJsbrecht: Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen.

Hans: En als Hij in jou wil zwijgen?

Als Hij niets te zeggen heeft

Hans: Waar is al die stilte goed voor?

Carianne: Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen.

Hans: En als Hij niets te zeggen heeft?

Carianne: Ik denk dat jij Hem ernstig onderschat.

Hans: Ik denk dat jij Hem ernstig onderschat.

Een hoger stilzwijgen

Daarvoor hoeft Hij echt zijn mond niet te houden

Hannelore: Als God het stilzwijgen nooit verbreekt, van wie komen dan al die antwoorden?

Hans: Van God?

Hannelore: Is dat een antwoord of een vraag?

Hans: Voor mijn part.

Hannelore: Maar God zegt toch juist niets?

Hans: Daarvoor hoeft Hij echt zijn mond niet te houden.

Voorbij gelijk en ongelijk en daar nog weer voorbij

WereldWijde Waanzin

Ignatius: Hoe klinkt het Woord van God?

Hans: Als zeven miljard mensen die ieder hun gelijk willen halen.

Ignatius: Hoe komt het dat we daarin het Woord van God niet herkennen?

Hans: Omdat we nog steeds denken dat er maar één gelijk kan hebben.

Ignatius: Wou jij beweren dat de Waarheid een wereldwijde kakofonie is?

Hans: Je denkt nog steeds dat er maar één gelijk kan hebben.

Ignatius: Volgens mij heeft iedereen gelijk.

Hans: Je denkt nog steeds dat er maar één gelijk kan hebben.

Ignatius: Ik bedoel, volgens mij heeft niemand gelijk.

Hans: Je denkt nog steeds dat er maar één gelijk kan hebben.

Ignatius: Zo te horen heb ik geen gelijk.

Hans: Je denkt nog steeds dat je ongelijk kan hebben.

Ignatius: Bedoel je dat het Woord van God voorbij gelijk en ongelijk is?

Hans: Je denkt nog steeds dat je gelijk kan hebben.

Ignatius: Wat als je niet meer denkt dat iedereen gelijk heeft, en ook niet meer dat niemand gelijk heeft, en ook niet meer dat er maar één gelijk kan hebben, en ook niet meer dat je gelijk kan hebben, en ook niet meer dat je ongelijk kan hebben, en ook niet meer dat het Woord van God voorbij gelijk en ongelijk is?

Hans: Dan klinkt het Woord van God.

Omdat iedereen zo nodig het Hoogste Woord moet voeren

Babbelonië

Nadieh: Wat is het Hoogste Woord?

Hans: Het Diepste Stilzwijgen.

Nadieh: Hoe komt het dat wij het Diepste Stilzwijgen niet herkennen?

Hans: Door de wijze waarop het zich manifesteert.

Nadieh: Hoe manifesteert het Diepste Stilzwijgen zich?

Hans: Als een Babylonische Spraakverwarring.

Nadieh: Waarom manifesteert het Diepste Stilzwijgen zich als een Babylonische Spraakverwarring?

Hans: Omdat iedereen zo nodig het Hoogste Woord moet voeren.

Oost-Indische wijsheid

Voor mij is het maar een idee

Rumold: Is het letterlijk stil in jou?

Hans: Natuurlijk niet.

Rumold: Wat hoor jij zoal?

Hans: Hetzelfde gekakel en gekrakeel als altijd.

Rumold: Dezelfde vragen en dezelfde antwoorden?

Hans: Onder meer.

Rumold: Het is niet dat je niets meer hoort.

Hans: Het is meer dat ik niet meer luister.

Rumold: Dat lijkt mij een prima idee.

Hans: Dat komt doordat jij nog luistert.

Rumold: Voor jou is het geen goed idee?

Hans: Voor mij is het maar een idee.

hardhorend-kakelen

Opklaringen in de wolk van niet-weten

in de wolk van niet weten

Marlijn: God benadert men via de wolk van niet weten.

Hans: Heb je dat ondervonden of gelezen?

Marlijn: Gelezen.

Hans: Dus eigenlijk weet je het niet.

Marlijn: Eigenlijk niet.

Hans: Behoort de benaderingswijze van God soms niet tot de wolk van niet weten?

Marlijn: Daar had ik nog niet bij stil gestaan.

Hans: Waar is de wolk van niet weten?

Marlijn: Ik zou het ook niet weten.

Hans: Ben jij het die God vindt in de wolk van niet weten, of is het God die jou vindt in de wolk van niet weten, of vinden jullie elkaar in de wolk van niet weten, of wat?

Marlijn: Het schijnt dat God jou vindt in de wolk van niet weten.

Hans: Zou het niet eerder een kwestie zijn van verliezen in de wolk van niet weten dan van vinden in de wolk van niet weten?

Marlijn: Wat verliezen in de wolk van niet weten?

Hans: God verliezen in de wolk van niet weten. Jezelf verliezen in de wolk van niet weten. Al je denkbeelden verliezen in de wolk van niet weten. Het verliezen verliezen in de wolk van niet weten.

Marlijn: Daar is het een wolk van niet weten voor, wou je zeggen.

Hans: Is er eigenlijk wel een wolk van niet weten, wou ik weten.

Marlijn: Niet in de wolk van niet weten, zou ik zeggen.

Hans: Of zitten we er al middenin?

Marlijn: Is er dan helemaal niets over God te zeggen?

Hans: Sommigen schijnen Zijn naam te weten.

Marlijn: Is er dan helemaal niets over te zeggen?

Hans: Waarover?

Marlijn: Is er dan helemaal niets te zeggen?

Hans: Wie zal het zeggen.

Marlijn: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Marlijn: …

Hans: God, wat ben je stil.


‘Wees jij nu maar blind, en geef alle verlangen om het te begrijpen op, want dit zou je meer hinderen dan helpen.’

(De Wolk van niet-weten, Sint-Adelbertabdij, Egmond, 1994; vertaling van The cloud of unknowing, auteur onbekend, circa 1380, hoofdstuk 34, pagina 102).

Lees ook: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

Omdat puntje puntje puntje niet noemen is

Toby: Waarom kan ik God niet vinden?

Hans: Omdat God niet vinden is?

Toby: Waarom spreekt Hij niet tegen mij?

Hans: Omdat God niet spreken is?

Toby: Waarom weet ik niet wie Hij is?

Hans: Omdat God niet weten is?

Toby: Als God niet vinden, niet spreken en niet weten is, waarom noemen we Hem dan nog God?

Hans: Hem?

Toby: Het?

Hans: Substantialist.

Toby: Leegte?

Hans: Boeddhist.

Toby: Het oerprincipe?

Hans: Daoïst.

Toby: De matrix?

Hans: Non-dualist.

Toby: Bewustzijn?

Hans: Idealist.

Toby: Het ene?

Hans: Monist.

Toby: Energie?

Hans: Materialist.

Toby: Intelligentie?

Hans: Nieuwetijdskind.

Toby: Puntje puntje puntje dan maar?

Hans: Vooruit dan maar.

Toby: Waarom noemen wij puntje puntje puntje nog God?

Hans: God?

Toby: Waarom noemen wij puntje puntje puntje nog puntje puntje puntje?

Hans: Wij?

Toby: Waarom noemt puntje puntje puntje, puntje puntje puntje nog puntje puntje puntje?

Hans: Omdat puntje puntje puntje niet noemen is?

Steeds dieper in de afgrond zinken

De weg der geleidelijkheid

Abt: Wat is de weg naar God?

Monnik: Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken tot al het geroezemoes verstomd is en in de stilte eindelijk het Woord Gods verstaanbaar wordt.

Abt: Jij zegt het.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Abt: Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken, tot al het geroezemoes verstomd is.

Monnik: En het Woord Gods dan?

Abt: Dat is gewoon die stilte.

Jaren later

Abt: Wat is de weg naar God?

Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken tot al het geroezemoes verstomd is.

Abt: Jij zegt het.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Abt: Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken.

Monnik: En de stilte dan?

Abt: Dat is gewoon het geroezemoes.

Jaren later

Abt: Wat is de weg naar God?

Monnik: Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken.

Abt: Jij zegt het.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Abt: Steeds dieper in de afgrond zinken.

Monnik: En je ziel dan?

Abt: Dat is gewoon die afgrond.

Jaren later

Abt: Wat is de weg naar God?

Monnik: Steeds dieper in de afgrond zinken.

Abt: Jij zegt het.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Abt: Tja.

Monnik: En die afgrond dan?

Abt: Dat komt op hetzelfde neer.

Jaren later

Abt: Wat is de weg naar God?

Monnik: Tja.

Abt: Jij zegt het.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Abt: …

Monnik: En God dan?

Abt: Dat komt op hetzelfde neer.

Jaren later

Abt: …

Monnik: …

Abt: …

Monnik: …

Abt: …

Monnik: …

Abt: …

God zwijgt in de mislukking van ons denken, en dat is ons geluk

En dat is ons geluk

Wibrich: God spreekt in de mislukking van het denken.

Hans: Hier spreekt nog steeds het denken.

Wibrich: Het was anders een uitspraak van de grote Duitse filosoof Immanuel Kant.

Hans: Kant sprak over de mislukking van zijn denken.

Wibrich: Wat zou jij zeggen?

Hans: God zwijgt in de mislukking van ons denken.

Wibrich: God zwijgt in de mislukking van ons denken?

Hans: En dat is ons geluk.

Over God raak je nooit uitgesproken

Monnik: God spreekt…

Abt: Wat?

Monnik: Ik was nog niet klaar.

Abt: O.

Monnik: God spreekt in de mislukking van het denken.

Abt: Over God.

Monnik: Wat?

Abt: Je was nog niet klaar.

Monnik: God spreekt in de mislukking van het denken over God?

Abt: Ik was nog niet klaar.

Monnik: O.

Abt: God spreekt in de mislukking van het denken over ‘God spreekt in de mislukking van het denken over God’.

Monnik: Goeiendag.

Abt: Ik was nog niet klaar.

Monnik: Pardon.

Abt: God spreekt in de mislukking van het denken over ‘God spreekt in de mislukking van het denken over ‘God spreekt in de mislukking van het denken over God’.’

Monnik: U kan er anders ook wat van.

Abt: Ik was nog niet klaar.

Monnik: Schei uit.

Abt: Ik ben nog niet eens begonnen.

Monnik: Hoe is het mogelijk.

Abt: Over God raak je nooit uitgesproken.