Zonder twijfel

Verlichting als niet weten (van verlichting); ontwaken uit de droom (van ontwaken).

Tekst Hans van Dam.

Dwaalgids > Verlichting > Zonder twijfel

Tips: Help ons uit de droom, Maya


Kleine twijfel

‘Ken jij het gezegde over twijfel en verlichting?’
‘Ach ja.’
‘Kleine twijfel, kleine verlichting, grote twijfel, grote verlichting.’
‘En?’
‘Wat?’
‘Geloof je dat?’


Grote twijfel

‘Ken jij het gezegde over twijfel en verlichting?’
‘Kleine twijfel, kleine verlichting, grote twijfel, grote verlichting.’
‘Ik betwijfel dat.’
‘Zeker weten?’
‘Ja. Ik bedoel… Nee. Ik bedoel… Verdraaid.’
‘Niet slecht.’


Zonder twijfel

‘Ken jij het gezegde over twijfel en verlichting?’
‘Nou?’
‘Kleine twijfel, kleine verlichting, grote twijfel, grote verlichting.’
‘Totale twijfel, geen twijfel.’
‘Totale twijfel, géén twijfel?’
‘Zijn we daar ook weer van verlost.’
‘En die verlichting dan?’
‘Zijn we daar ook weer van verlost.’


De deliramenta doctrinae

Razende geleerdheid of geleerde razernij? Wegwijzers voor wegwezers.

‘Wat is het grootste struikelblok op de weg naar verlichting?’
‘Verlichting.’
‘Hè?’
‘De weg.’
‘Hè?’
‘Het idee dat er struikelblokken zijn.’
‘Hè?’
‘De deliramenta doctrinae dan maar.’
‘De razernij der geleerden.’
‘Ha!’
‘Welke geleerden precies?’
‘Filosofen bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘De Rede.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Sceptici bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Twijfel.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Sofisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Retoriek
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Exegeten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Het Woord.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Mystici bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘God.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Boeddhisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Leegte.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Advaitavadins bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Bewustzijn.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Universalisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Eeuwige Wijsheid.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Monisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Eenheid.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Holisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Heelheid.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Non-dualisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Ondeelbaarheid.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Idealisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘De geest.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Pluralisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Veelheid.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Existentialisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Geworpenheid.’
‘Welke geleerden nog meer?’
‘Fatalisten bijvoorbeeld.’
‘Hoe heet hun razernij?’
‘Overgave.’
‘Wat voor geleerde ben jij?’
‘Hè?’
‘Ik bedoel, hoe heet jouw razernij?’
‘Hè?’
‘Niet-weten toch? Zelfs niet weten van niet-weten? Wetend niet-weten? De wijsheid zonder wijsheid? De wijsheid voorbij alle wijsheid? Een weten zonder woorden? De kennis zonder leraar?’
‘Hè?’
‘En dit wou jij verlichting noemen?’
‘En dit wou jij verlichting noemen?’
‘En hoe zou jij het noemen?’
‘Ha!’


Afgeleid

‘Draait het bij verlichting om de kaars of om de vlam?’
‘Om de mot.’

‘Draait het bij verlichting om de vinger of om de maan?’
‘Om de zon.’

‘Draait het bij verlichting om de maan of om de zon?’
‘Om de ruimte.’

‘Draait het bij verlichting om de zon of om de ruimte?’
‘Om het draaien.’


Lichtecht

‘Waarnaar verwijst de vinger?’
‘De maan.’
‘Waarnaar verwijst de maan?’
‘De zon.’
‘Waarnaar verwijst de zon?’
‘Het oog.’
‘Waarnaar verwijst het oog?’
‘De geest.’
‘Waarnaar verwijst de geest?’
‘Het brein.’
‘Waarnaar verwijst het brein?’
‘Het lichaam.’
‘Waarmee verwijst het lichaam?’
‘De vinger.’
‘Waarnaar verwijst de vinger?’


Vijf voertuigen

‘Is men op weg naar verlichting de passagier of de kapitein?’
‘Het schip.’

‘Is men op weg naar verlichting de kapitein of het schip?’
‘De zee.’

‘Is men op weg naar verlichting het schip of de zee?’
‘De passagier.’

‘Is men op weg naar verlichting de zee of de passagier?’
‘De kapitein.’

‘Is men op weg naar verlichting…’
‘De drenkeling.’


Hopeloos

‘Wat is het geheim van verlichting?’
‘Alles vergeten.’
‘Dat zal ik onthouden.’


Retour afzender

‘Moet men zich uit de wereld terugtrekken om tot verlichting te komen?’
‘Men trekt zich als vanzelf terug.’
‘Waaruit?’
‘Uit zichzelf.’
‘En dan?’
‘Uit de wereld.’
‘En dan?’
‘Uit de verlichting.’
‘En dan?’
‘Uit het terugtrekken.’
‘En dan?’
‘Uit het dan.’
‘Hm.’
‘Maar niet noodzakelijk in die volgorde.’


Een dubbele beveiliging

‘Is verlichting iets om naar te streven?’
‘Verlichting is niet iets.’
‘Wat is het dan wel?’
‘Noem het dan maar niet-iets.’
‘Kun je streven naar niet-iets?’
‘Dan moet je eerst niet-iemand zijn.’
‘En als je niet-iemand bent?’
‘Dan lukt het helemaal niet meer.’


Uit zicht

‘Waarom heb ik geen Groot Inzicht?’
‘Ik spreek liever van Groot Uitzicht.’
‘Waarom heb ik geen Groot Uitzicht?’
‘Omdat er een muur voor staat.’
‘Wat voor muur?’
‘Een muur van ideeën.’
‘En die moet weg?’
‘Och.’
‘Nou?’
‘Dat hij weg moet is ook maar een idee.’
‘Weg ermee.’
‘Die muur is ook maar een idee.’
‘Weg ermee.’
‘Degene die hem weg moet halen is ook maar een idee.’
‘Weg ermee.’
‘Dat het allemaal maar ideeën zijn is ook maar een idee.’
‘Weg ermee.’
‘Dat je ideeën zomaar kunt weggooien is ook maar een idee.’
‘Weg ermee.’
‘Je hebt er zin in vandaag.’
‘En als die muur van ideeën eenmaal weg is?’
‘Tja.’
‘Groot Uitzicht zei je toch?’
‘Och.’
‘Nee hè.’
‘Toch.’
‘Groot uitzicht is ook maar een idee?’
‘Weg ermee.’


Een klap

‘Waarom ben ik na al die jaren nog steeds niet verlicht?’
‘Waarom zou je verlicht willen zijn?’
‘Om in één klap van al mijn problemen af te zijn natuurlijk.’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’


Afgeschoten

‘Ben jij werkelijk alles kwijtgeraakt?’
‘Jij?’

‘Ben jij werkelijk alles kwijtgeraakt?’
‘Werkelijk?’

‘Ben jij werkelijk alles kwijtgeraakt?’
‘Alles?’

‘Ben jij werkelijk alles kwijtgeraakt?’
‘Kwijtgeraakt?’

‘Ben jij werkelijk alles kwijtgeraakt?’
‘Heb ik ooit iets gehad?’

‘Is kwijtraken dan het enige wat overblijft?’
‘Waarvan?’
‘Er is alleen maar kwijtraken.’
‘Ook weg.’
‘Bergen zijn weer bergen en rivieren weer rivieren.’
‘Tautologieën zijn tautologieën.’
‘Maar?’
‘Wat schiet je ermee op?’


Nestkastjes

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij er niet in zit.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij niet weet dat hij erin zit.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij niet weet dat hij verlicht is.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij niet weet wat een kast is.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat er geen kast is.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij de kast niet kan vinden.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij de kast is.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat de kast in hem zit.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat zijn kast de hele wereld omvat.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat het buiten net zo leeg is als binnen.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat het buiten net zo donker is als binnen.

Waarom komt de verlichte niet uit de kast?
Omdat hij er al uit is.


Lijkschouwing

‘Zie jij jezelf als verlicht?’
‘Zie jij mij als verlicht? Zie jij jezelf als verlicht?’
‘Ik was eerst.’
‘Dat was mijn antwoord al.’
‘Mijn antwoorden zijn respectievelijk ja en nee.’
‘Dan zal dat het verschil wel zijn.’
‘En als je niet mag antwoorden met wedervragen?’
‘Nee, ik zie mezelf niet als verlicht.’
‘Waarom niet?’
‘Ik zie mezelf niet.’
‘Echt niet?’
‘Niet echt.’
‘Wat bedoel je met niet echt?’
‘Dat ik mezelf op vele manieren zie.’
‘Dat is heel wat anders.’
‘Dat is precies hetzelfde.’
‘Begrijp ik het goed dat jij jezelf ziet als onverlicht?’
‘Zie jij mij als onverlicht? Zie jij jezelf als onverlicht?’


Definitief

‘Zie jij jezelf als een verlicht iemand?’
‘Ik zie mezelf niet als iemand, laat staan als verlicht.’
‘Is dat niet de definitie van verlichting?’
‘Wat?’
‘Jezelf als niemand zien?’
‘Kan best wezen.’
‘Maar?’
‘Ik zie mezelf ook niet als niemand.’
‘Ik bedoel daarmee, als het ene.’
‘Ik zie mezelf ook niet als alles.’
‘Dat wil zeggen, zuivere leegte.’
‘Ik zie mezelf ook niet als niets.’
‘Niet als iemand, niet als niemand, niet als alles, niet als niets; hoe zie jij jezelf dan wel?’
‘Ik zie mezelf niet.’
‘Überhaupt niet?’
‘Niet dat ik weet.’
‘Waarvan is dat de definitie?’
‘Tja.’


Verdeel en heers

‘Ben jij verlicht?’
‘Daarover zijn de meningen verdeeld.’
‘Wat denk je zelf?’
‘Geen mening.’
‘Is dat dan verlichting?’
‘Wat?’
‘Geen mening hebben.’
‘Daarover zijn de meningen verdeeld.’
‘Durf je er niet voor uit te komen?’
‘Ik kom er rond voor uit.’
‘Zal ik er dan ook maar rond voor uitkomen?’
‘Rond, vierkant…’
‘Volgens mij ben jij verlicht.’
‘Een kont is geen gezicht.’
‘Waarom altijd zo ontwijkend?’
‘Omdat ik niet in dat soort termen denk.’
‘Wat voor termen?’
‘ ‘Ik’ en ‘verlicht’ bijvoorbeeld.’
‘Want er is geen ik en er is geen verlichting?’
‘Of ‘niet-ik’ en ‘niet-verlicht’ bijvoorbeeld.’
‘Want die bestaan ook niet?’
‘Of ‘bestaan’ en ‘niet-bestaan’.
‘Verwijs je naar non-dualiteit?’
‘Twee, niet-twee…’
‘Maar ben je nou verlicht of niet?’
‘Daarover zijn de meningen verdeeld.’


Reikhals

‘Jij hebt tenminste iets bereikt.’
‘Jij zegt het.’
‘Maar wat?’
‘Zeg dat wel.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Het niet-bereiken heb ik bereikt.’
‘Wauw.’
‘Een hoogtepunt op mijn palmares.’
‘Maar niemand die het ziet natuurlijk.’
‘Ik tenminste niet.’
‘Bedoel je dat je het niet-bereiken toch niet hebt bereikt?’
‘Och.’
‘Bedoel je dat je het niet-niet-bereiken hebt bereikt?’
‘Ach.’
‘Bedoel je dat je het bereiken-en-niet-bereiken hebt bereikt?’
‘Och.’
‘Bedoel je dat je het bereiken-noch-niet-bereiken hebt bereikt?’
‘Ach.’
‘Bedoel je dat je het bereiken en het niet-bereiken en het niet-niet-bereiken en het bereiken-en-niet-bereiken en het bereiken-noch-niet-bereiken voorbij bent?’
‘Och.’
‘Bedoel je dat je zelfs het voorbij zijn voorbij bent?’
‘Ach.’
‘Wat bedoel je dan?’
‘Och.’
‘Bedoel je soms niets?’
‘Ach.’
‘Doel je op niet-bedoelen?’
‘Och.’
‘Doel je op het niets?’
‘Jij geeft niet op hè?’
‘Nooit.’
‘Wat drijft je?’
‘Ik wil bereiken wat jij hebt bereikt.’
‘Dan zul je toch een keer moeten ophouden.’


Gummiknuppel

Monnik: Ik heb altijd een opschrijfboekje bij me om waardevolle inzichten op te schrijven.
Meester: Ik heb altijd een gum bij me om ze weer uit te gummen.
De monnik schrijft gauw iets op.
Meester: Lees eens voor.
Monnik: Verlichting is al je inzichten uitgummen.
Zwijgend reikt de meester hem zijn gum.


Niemand zeggen

Huilend staat de jongste leerling naast zijn stervende meester.
Hij snottert: Alstublieft, zeg me de waarheid!
De meester zegt: Heb je een zakdoek, jongen?
De leerling knikt en trekt een schone katoenen zakdoek uit zijn zak.
Hij slaat hem uit en wil hem net aan de meester geven als deze beverig begint te zingen:

Zakdoekje leggen,
Niemand zeggen,
Kukeluku, zo kraait de haan.
De waarheid die is zo vergaan.
Au au au, wat doet dat zeer,
Hier leg ik mijn zakdoekje neer.

De leerlingen vallen in:

Kijk voor je,
Kijk achter je,
Wie hem vindt die mag hem hebben.

De meester neemt de zakdoek aan en snuit voor de laatste maal zijn neus.
Hij geeft hem terug en zegt vriendelijk: Hier jongen. Voor in je plakboek.


Een ongeluk bij een geluk

‘Wat is ontwaken?’
‘Thuiskomen.’
‘Aha!’
‘Van een koude kermis.’
‘Waarin?’
‘In den vreemde.’


Golgotha

‘Wat is ontwaken?’
‘Thuiskomen.’
‘Waarzo?’
‘Bovenop een berg.’
‘Aha!’
‘Aan je eigen kruis.’


Hetzelfde laken

‘Wat is ontwaken?’
‘Wakker worden in een nieuwe droom.’
‘Hoe heet die droom?’
‘Ontwaken.’


Ook goeiemorgen

‘Wat is ontwaken?’
‘Wakker worden uit de droom van ontwaken.’

Vijf jaar later:

‘Ontwaken is wakker worden uit de droom van ontwaken.’
‘Ook uit de droom van wakker worden uit de droom van ontwaken.’

Vijf jaar later:

‘Ontwaken is wakker worden uit de droom van wakker worden uit de droom van ontwaken.’
‘Ook uit de droom van wakker worden uit de droom van wakker uit de droom van ontwaken.’

Vijf jaar later:

‘Ontwaken is wakker worden uit iedere droom.’
‘Ook uit de droom van wakker worden uit iedere droom.’


Stroomdraad

‘Verlichting is ontwaken uit de droomstaat waarin…’
‘Droomstaat?’
‘Een toestand waarin wij niet in staat zijn de Werkelijkheid te zien en…’
‘Werkelijkheid?’
‘Datgene wat wij Zijn in plaats van…’
‘Zijn?’
‘Eh…’
‘Wij?’
….
‘Verlichting?’


R.I.P.

‘Waaruit moet ik ontwaken?’
‘Uit de droom dat je wakker moet worden.’
‘Waaruit nog meer?’
‘Uit de droom dat je al wakker bent maar het nog niet weet.’
‘Waaruit nog meer?’
‘Uit de droom dat je kunt weten of je wakker bent.’
‘Waaruit nog meer?’
‘Uit de droom dat je niet kunt weten of je wakker bent.’
‘Waaruit nog meer?’
‘Uit de droom dat je kunt weten.’
‘Waaruit nog meer?’
‘Uit de droom dat je niet kunt weten.’
‘En als ik daar eindelijk uit ontwaakt ben?’
‘Slaap zacht.’


Paradise lost

‘Ik denk dat er ergens een paradijs op mij ligt te wachten!’
‘Wakker worden!’
‘Ik denk niet dat er ergens een paradijs op mij ligt te wachten!’
‘Wakker worden!’
‘Ik denk dat dit het paradijs al is!’
‘Wakker worden!’
‘Ik denk niet dat dit het paradijs al is!’
‘Wakker worden!’
‘Ik denk dat niet denken het paradijs is!’
‘Wakker worden!’
‘Ik denk niet…’
‘Wakker worden!’
‘Ik denk…’
‘Wakker worden!’
‘Ik…’
‘Wakker worden!’

‘Dan niet.’


Hè hè

‘Ben jij voorgoed ontwaakt?’
‘Ik ben voorgoed ingeslapen.’


Ontslapen

‘Is ontwaken nou jezelf vinden of jezelf verliezen?’
‘Ik zie het verschil niet.’


Afgedacht

‘Ben jij nou iemand of ben je nou niemand?’
‘Jazeker.’
‘Wat?’
‘Nee hoor.’
‘Hè?’
‘Wat dacht jij dan?’
‘Niemand natuurlijk.’
‘Dan ben ik voor jou niemand.’
‘Ik bedoel, iemand natuurlijk.’
‘Dan ben ik voor jou iemand.’
‘En voor jezelf?’
‘Niemand als ik denk dat ik niemand ben en iemand als ik denk dat ik iemand ben.’
‘En als je over iets anders denkt?’
‘Tja.’
‘En als je helemaal niet denkt?’
‘Dat komt op hetzelfde neer.’
‘Ben je dan wat je denkt of denk je dan wat je bent?’
‘Jazeker.’
‘Wat?’
‘Nee hoor.’
‘Hè?’
‘Wat dacht je dan.’


All the way

‘Ontwaken is ontwording van het ik tot het Zelf.’
‘Ontwaken is ontwording van het ik en het zelf.’

‘Ontwaken is ontwording van het zelf tot God.’
‘Ontwaken is ontwording van het zelf en god.’

‘Ontwaken is ontwording…’
‘Van ontwaken en ontwording.’


Voor het slapen gaan

‘Als je ophoudt om nog in welk verhaal ook te geloven wordt het leven vanzelf een spel.’
‘Is dit nog een verhaal of al het spel?’

‘Als je ophoudt om nog in welk verhaal ook te geloven wordt het leven vanzelf een spel.’
‘En als je niet meer gelooft in het verhaal van het leven?’

‘Als je ophoudt om nog in welk verhaal ook te geloven wordt het leven vanzelf een spel.’
‘En als je ophoudt om nog in het verhaal van het ophouden om nog in welk verhaal ook te geloven?’


Praatjesmakers

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik denk van niet.’
‘Dat had je nou niet moeten zeggen.’

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik denk van wel.’
‘Dat had je nou niet moeten zeggen.’

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.’
‘Zeker weten?’
‘Honderd procent.’
‘Dat had je nou niet moeten zeggen.’

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.’
‘Zeker weten?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat dat ook maar een gedachte is.’
‘Vertrouw je mijn gedachten wel?’
‘Anders zou ik het niet vragen.’
‘Dat had je nou niet moeten zeggen.’

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.’
‘Zeker weten?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat dat ook maar een gedachte is.’
‘Vertrouw je mijn gedachten wel?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom vraag je het dan aan mij?’
‘Ik moet het toch aan iemand vragen.’
‘Dat had je nou niet moeten zeggen.’

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.’
‘Zeker weten?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat dat ook maar een gedachte is.’
‘Vertrouw je mijn gedachten wel?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom vraag je het dan aan mij?’
‘Deed ik dat?’
‘Het leek er wel op.’
‘Dat zegt niks.’
‘Dan mag ik je feliciteren.’
‘Waarmee?’
‘Jij bent waarlijk verlicht.’
‘Dank je wel.’
‘Dat had je nou niet moeten zeggen.’

‘Ben ik verlicht?’
‘Wat denk je zelf?’
‘Ik vertrouw mijn eigen gedachten niet.’
‘Zeker weten?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat dat ook maar een gedachte is.’
‘Vertrouw je mijn gedachten wel?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Waarom vraag je het dan aan mij?’
‘Deed ik dat?’
‘Het leek er wel op.’
‘Dat zegt niks.’
‘Dan mag ik je feliciteren.’
‘Waarmee?’
‘Jij bent waarlijk verlicht.’
‘Je kunt me nog meer vertellen.’
‘Ik denk het niet.


Uitgesproken

‘Wanneer zal ik eindelijk verlicht zijn?’
‘Als het je niets meer zegt.’


Klein beginnen

‘Ultieme realisatie is de transcendentie van alle kennis.’
‘In gewoon Nederlands?’
‘Je komt er door alle kennis te overstijgen.’
‘Zie eerst deze maar eens te overstijgen.’


Alle Wegen leiden naar Dromen

Eenmalige aanbieding voor noeste zoekers, het absolute meesterwerk: Alle Wegen Lijden Naar Dromen van drs. Johannes Nicolaas van Dam, honderddelig, goud op snee, hardcover. Inhoudsopgave:

  1. het sprookje van het materialisme
  2. het sprookje van het idealisme
  3. het sprookje van de persoon
  4. het sprookje van het ware zelf
  5. het sprookje van geen-zelf
  6. het sprookje van de ware geest
  7. het sprookje van geen-geest
  8. het sprookje van het doen
  9. het sprookje van niet-doen
  10. het sprookje van het loslaten
  11. het sprookje van de vrije wil
  12. het sprookje van de onvrije wil
  13. het sprookje van overgave
  14. het sprookje van genade
  15. het sprookje van de hel
  16. het sprookje van de hemel
  17. het sprookje van gehechtheid
  18. het sprookje van onthechting
  19. het sprookje van veelheid
  20. het sprookje van afgescheidenheid
  21. het sprookje van eenheid
  22. het sprookje van dualiteit
  23. het sprookje van non-dualiteit
  24. het sprookje van onuitsprekelijkheid
  25. het sprookje van de film en het doek
  26. het sprookje van het worden
  27. het sprookje van het zijn
  28. het sprookje van verlichting
  29. het sprookje van de bron
  30. het sprookje van essentie
  31. het sprookje van het absolute
  32. het sprookje van de hoogste waarheid
  33. het sprookje van de diepste grond
  34. het sprookje van de achterste stoel
  35. het sprookje van de eerste oorzaak
  36. het sprookje van alleen maar dit
  37. het sprookje van maya
  38. het sprookje van immanentie
  39. het sprookje van transcendentie
  40. het sprookje van het eeuwige nu
  41. het sprookje van transformatie
  42. het sprookje van realisatie
  43. het sprookje van een hogere werkelijkheid
  44. het sprookje van een onbemiddelde werkelijkheid
  45. het sprookje van je goddelijke natuur
  46. het sprookje van het totaal andere
  47. het sprookje van het bewustzijn
  48. het sprookje van het keuzeloos gewaarzijn
  49. het sprookje van niet-oordelen
  50. het sprookje van mindfulness
  51. het sprookje van spontaniteit
  52. het sprookje van authenticiteit
  53. het sprookje van de stilte
  54. het sprookje van de onschuld
  55. het sprookje van onverstoorbaarheid
  56. het sprookje van blijvend geluk
  57. het sprookje van onvoorwaardelijke liefde
  58. het sprookje van neutraliteit
  59. het sprookje van openheid
  60. het sprookje van de thuiskomst
  61. het sprookje van de kosmische grap
  62. het sprookje van het scepticisme
  63. het sprookje van het stoïcisme
  64. het sprookje van het postmodernisme
  65. het sprookje van het relativisme
  66. het sprookje van het existentialisme
  67. het sprookje van het absurdisme
  68. het sprookje van het nihilisme
  69. het sprookje van de grote weg
  70. het sprookje van geen-weg
  71. het sprookje van zelfvergetelheid
  72. het sprookje van verdienste
  73. het sprookje van devotie
  74. het sprookje van ascese
  75. het sprookje van het verzaken
  76. het sprookje van het derde oog
  77. het sprookje van het ego
  78. het sprookje van de mind
  79. het sprookje van het Werk
  80. het sprookje van autolyse
  81. het sprookje van meditatie
  82. het sprookje van de dharma
  83. het sprookje van niet-dharma
  84. het sprookje van samsara
  85. het sprookje van nirwana
  86. het sprookje van je boeddhanatuur
  87. het sprookje van het universele mededogen
  88. het sprookje van de geloften
  89. het sprookje van het kleine voertuig
  90. het sprookje van het grote voertuig
  91. het sprookje van de transmissie van hart tot hart
  92. het sprookje van de vinger en de maan
  93. het sprookje van je oorspronkelijke gezicht
  94. het sprookje van vorm en leegte
  95. het sprookje van de kennis zonder leraar
  96. het sprookje van de wijsheid voorbij alle wijsheid
  97. het sprookje van de sophia perennis
  98. het sprookje van het mysterie
  99. het sprookje van niet weten
  100. het sprookje van de lege leer

Zolang de voorraad strekt en uitsluitend verkrijgbaar bij uitgeverij Eeuwig Zweven onder vermelding van ‘Slaap zacht’.