Brieven niet-weten

Voorbij de twijfel; correspondenties over de hokjesgeest, de beginnersgeest en het weetnietfeest van de weetnietgeest.

Van Grote Vrees naar Grote Vrede

Oorspronkelijke Geest of weetnietfeest?

Grote vrede

Beste Hans,
Ken jij de Woorden van de Oude Cheng? Deze tekst, vertaald uit het Frans door wijlen Alexander Smit, leerling van Nisargadatta Maharaj, ademt dezelfde sfeer als de Linji lu. De Oude Cheng noemt het Uiteindelijke – dat wat overal aan voorbij gaat, dat wat alles overstijgt, het ene dat alles in zich draagt – de Oorspronkelijke Geest. Hoe noem jij het Uiteindelijke?

Beste X,
Na jaren van navelstaren en kennis vergaren teneinde het Uiteindelijke te ontwaren steek ik uiteindelijk nergens mijn hand meer voor in het vuur.
Zodoende kan ik niet bevestigen en niet ontkennen dat er een of ander dit of dat of niet-dit en niet-dat bestaat dat weliswaar voorbij de woorden is, maar niettemin bereikt of herkend of gerealiseerd of belichaamd of ingezien of aangevoeld of geleefd of doorleefd of gedaan of gelaten kan worden – zoals de gewone geest, de grote geest, de oorspronkelijke geest, de algeest, geen-geest, het zelf, geen-zelf, de ziel, het hart, de weg, de waarheid, het leven, het hoogste, het overstijgende, het absolute, het numineuze, het onnoemelijke, de bron, het zijn, essentie, het heden, de eeuwigheid, gewaarzijn, stilte, leegte, openheid, liefde, het ene, god, de menigvuldigheid, brahman, atman, anatman, dao, non-dualiteit, je ware aard, je oorspronkelijke gezicht, sunyata, nirwana en noem maar op.

Zulke termen gebruik ik daarom nooit, behalve om ze in vraag te stellen – maar dat doe ik dan ook graag.
Dat geldt eigenlijk voor alle termen.
Ook voor de wegwerpterm ‘niet weten’, al geniet die toevallig mijn voorkeur.
Niet weten verwijst bij mij echter niet naar een principieel onkenbaar bewustzijn, zoals in sommige non-dualistische tradities, niet naar een principieel onkenbare interdependentie of een principieel onkenbare boeddhanatuur, zoals in sommige boeddhistische tradities, niet naar een principieel onkenbare immanentie, zoals in sommige mystieke tradities, niet naar een principieel onkenbaar mysterium tremendum et fascinosum, zoals het in nuministische kringen heet, of naar welke hypo-, hyper- of metastase ook.

Als ik het over niet weten heb, bedoel ik alleen maar dat ik het, als het erop aankomt, allemaal niet meer weet.
Dit ook niet.
‘Dat wat overal aan voorbij gaat’ is ook aan mij voorbij gegaan.
Het moest wel.
‘Dat wat alles overstijgt’ gaat ook mij boven de pet.
Per definitie.
‘Dat wat mij boven de pet gaat’ is mijn definitie van transcendentie.

Uiteindelijk is er niets dat mij niet boven de pet gaat.
Alles is mij een raadsel.
Het zogenaamde eindelijke net zozeer als het zogenaamde uiteindelijke.
Het zogenaamde vele net zozeer als het zogenaamde ene.
Het zogenaamde weten net zozeer als het zogenaamde niet weten.
Zogenaamde ik net zozeer als zogenaamde niet-ik en jij en niet-jij.

Kijk eens, ik ben een dummy.
Mijn boek is zo leeg als mijn leer.
Mijn leer is zo leeg als mijn geest.
Zo vol ben ik van mijn leegte dat ik barst.
Leegte is mijn lied, ik zing als een parkiet en ik hoop maar dat je hoort of ziet wat ik niet zeggen kan omdat spreken nooit niet weten is.

Beste Hans,
Parkieten kunnen niet zingen.

Beste X,
Niet weten is dodecafonisch.
In het twaalftoonsysteem kan niemand niet zingen.

Beste Hans,
Ik was ervan overtuigd dat jij het Uiteindelijke gewoon de Weetnietgeest zou noemen.

Beste X,
De weetnietgeest heeft niets te melden over het uiteindelijke.

Beste Hans,
Bedoel je dat het Uiteindelijke niet bestaat?

Beste X,
Nee, ik bedoel niet dat het Uiteindelijke niet bestaat of dat het Uiteindelijke toch bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat én niet bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat noch niet bestaat of dat het Uiteindelijke vooraf- en/of voorbijgaat aan bestaan en/of niet bestaan of dat we ons oordeel daarover voor onbepaalde tijd moeten opschorten of dat inzake het Uiteindelijke niets te bewijzen valt of wat dan ook.
Ik bedoel alleen maar dat ik het uiteindelijk allemaal niet weet.
En dat ik daar vrede mee heb natuurlijk, Grote Vrede, want dat is het echte mirakel.
Grote Vrede vinden in hetzelfde niet weten dat mij een halve eeuw Grote Vrees aanjoeg.
Begeisterung vinden in mijn verbijstering.
Thuiskomen in den vreemde.
Mij is dat Uiteindelijk genoeg.
Mij is dat uiteindelijk Genoeg.

Beste Hans,
Mij lijkt dat niet de Oorspronkelijke Geest.

Beste X,
Ik noem het mijn weetnietfeest.


dummy: 1. iemand wiens boek leeg is (dan ben je nog wat); 2. het lege boek

het lege boek: symbool voor de lege leer (dan heb je nog wat)

de lege leer: niet weten, opgevat als een leer zonder leerstellingen (dan lijkt het nog wat)

niet weten: geen onderscheid weten te maken, geen oordeel weten te vellen, geen conclusie weten te trekken

weetnietgeest, lege geest: metafoor voor (het denken van) iemand die wel denkbeelden heeft maar geen denk-beelden (die wel denkbeelden leeft maar geen denkbeelden heeft)

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Dubbele lotus of dubbele houdgreep?

Zwichten voor het ongerichte

Hans mediteert

Beste Hans,
Hoe vaak mediteer jij, hoe lang achter elkaar, in welke houding en met welke techniek?

Beste X,
Ik mediteer nooit en ik mediteer nooit niet.
Je kunt je voorstellen dat het voor iemand die nooit mediteert onpraktisch is om daarbij steeds dezelfde houding aan te nemen.
Voor iemand die nooit niet mediteert ook.
Vandaar dat ik genoegen neem met de houding of activiteit van het moment, en de veranderingen die zich daarin van nature voordoen voor lief neem.

Beste Hans,
Doe jij weleens retraites?

Beste X,
Ik ben permanent in retraite, in mezelf of in niet weten of in een retraitewaan of wat het ook is en hoe het ook heet.
Daarom heeft het voor mij weinig zin om op retraite te gaan.
Misschien krijg ik nog eens behoefte om mij een poosje uit mijn retraite terug te trekken, als dat tot de mogelijkheden behoort, maar tot het zover is kan ik er niet over meepraten.

Beste Hans,
Wat versta jij onder de meditatieve staat?

Beste X,
In de meditatieve staat waarin ik nooit niet verkeer heb je geen idee of je in een meditatieve staat verkeert en maak je je daar geen moment zorgen om.
Maak je je er toch zorgen om dan maak je je dáár geen zorgen om, zou ik denken, maar dat heb ik nog niet meegemaakt.
Bij gebrek aan definitie en finaliteit valt er niets te doen of te laten, niets te cultiveren, niets te beheersen en niets te bezweren.
Iedere meditatietechniek of improvisatie daarop of simulatie ervan of weerstand ertegen of afwezigheid ervan is zonder meer welkom.

In deze weldadige niet-staat of niet-dadige welstaat is het niet alleen onduidelijk of er gemediteerd wordt, het is evenzeer onduidelijk of er wel iemand is die, of iets is dat, dit al dan niet mediteren doet of ondergaat.
De hang om hierin, of waarin ook, duidelijkheid te scheppen is allang geen partij meer voor de drang om elke vorm van duiding en eenduidigheid te onderscheppen.

Ongewild verwijlen in het wisse ongewisse, zo zou ik de staat omschrijven die mijn woorden doel doet missen, die mijn schrijven maakt tot wissen en zich toch niet laat verdrijven.

Beste Hans,
Maar wat heb je eraan? Word je er een beter mens van? Maakt het een eind aan het lijden?

Beste X,
Wat je eraan hebt weet ik precies niet.
Ik kan wel beweren dat je er een beter mens van wordt, maar wat is dat – iemand die net zo leeft en denkt en spreekt als ik?
Weinigen zullen dat beamen, ik ook niet, nog minder zullen erop uit zijn, ik al helemaal niet.
En ik kan wel liegen dat er in het ongewilde ongewisse geen lijden is, maar dat zou het op slag gewis en gewild maken, van jou een loser en van mij een verlosser, met alle lijden van dien.
Dit kan ik je verzekeren: ik krijg er nooit genoeg van.
Tot nog toe niet tenminste.

Beste Hans,
Wat kun je mij aan- of afraden?

Beste X,
Niets of niemand, aan noch af.
Welke richtlijn of verrichting kan het richten zelf ontwrichten?
Valt hier nog wat te oefenen en behalen of is het meer een kwestie van neerhalen en effenen wat nooit was?

Gelukkig is dit zo’n probleem dat verdwijnt zodra de oplossingen zijn doorzien.
Tot die tijd is alles best.
Na die tijd helemaal.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Waarschuwing uit het verleden

‘Mooie website, Hans. Ik kan me er helemaal in vinden.’
‘Ik kan me er helemaal in verliezen.’
‘Rainer Maria Rilke zei het al: Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij.’
‘Dat hoor je wel vaker. Ik heb het nooit begrepen.’

‘Mooie website, Hans. Ik kan me er helemaal in verliezen.’
‘Ik kan me er helemaal in vinden.’
‘Rainer Maria Rilke zei het al: Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij.’
‘Die kan me niet snel genoeg voorbijgaan.’

Een kwestie van geen kwestie

A small step for a man, a big step for a mind

A small step for a man, a big step for a mind

Beste Hans,
Is verlichting volgens jou iets wat je bereikt of iets wat je ontvangt? Is het een kwestie van oefening of een kwestie van genade? Van eigenmacht of van anderkracht, van inzet of van overgave?

Beste X,
Verlichting?

Beste Hans,
Sorry, niet-weten.

Beste X,
Niet-weten?

Beste Hans,
Ja, wat moet ik dan zeggen.

Beste X,
Puntje-puntje-puntje?

Beste Hans,
Is verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje iets wat je bereikt of iets wat je ontvangt? Is het een kwestie van oefening of een kwestie van genade? Van eigenmacht of van anderkracht, van inzet of van overgave?

Beste X,
Een kwestie van opgave als je het mij vraagt.

Beste Hans,
Verlichting of niet weten of puntje-puntje-puntje is geen kwestie van overgeven maar van opgeven?

Beste X,
Het weten opgeven. Het niet weten opgeven. Verlichting opgeven. Puntje-puntje-puntje opgeven. Het opgeven opgeven.

Beste Hans,
Dan zijn we gauw uitgepraat.

Beste X,
Goeie metafoor voor niet weten.

Beste Hans,
Uitgepraat zijn?

Beste X,
Uitgepraat, uitgedacht, uitgezwegen.

Beste Hans,
Maar is het niet-weten eerder iets dat je hebt bereikt of iets dat je hebt ontvangen?

Beste X,
Door te zeggen dat ik het heb bereikt, suggereer ik dat er een bestendige persoon is in een bestendige wereld die een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering in zichzelf heeft bewerkstelligd.
Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door dit te zeggen suggereer ik dat er niet zoiets is als een bestendige wereld of een bestendige persoon die in zichzelf een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft bewerkstelligd.
Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door te zeggen dat ik het niet-weten heb ontvangen, suggereer ik dat er een bestendige en almachtige gever bestaat en een onmachtige maar bestendige persoon die uitsluitend door de inspanning, goedgeefsheid of het blote bestaan van eerstgenoemde een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft ondergaan.
Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door dit te zeggen suggereer ik dat er niet zoiets is als een bestendige en almachtige gever en een onmachtige maar bestendige persoon die uitsluitend door de inspanning, goedgeefsheid of het blote bestaan van eerstgenoemde een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft ondergaan.
Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door keer op keer te verwijzen naar een drievoudige suggestie die haaks op niet-weten staat suggereer ik dat er zoiets is als een bestendig niet-weten dat het best tot uitdrukking komt door niet-suggereren.
Een suggestie die haaks staat op niet weten, evenals deze, et cetera ad nauseam.
Ben je er nog?

Beste Hans,
Ik zie je probleem.

Beste X,
Wat jij een probleem noemt is voor mij een oplossing, namelijk een manier van denken en spreken die zichzelf vrijmoedig en blijmoedig ondermijnt.
Helaas suggereert het woord oplossing meteen weer een bestendig probleem in een bestendige wereld en een bestendige oplossing van een bestendig persoon.
Een suggestie die haaks staat op niet weten.
Door dit te zeggen suggereer ik weer dat het bestaan onbestendig is of dat de mens en de wereld ledig zijn en dat we vooral niet moeten suggereren dat dit niet het geval is.
Een suggestie die haaks op niet weten staat.
En zo blijven we aan de gang en van de straat.
Wat maak jij van deze praat?

Beste Hans,
Volgens mij wil jij laten zien wat een mens zich allemaal op de hals haalt door te bevestigen of te ontkennen dat verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje een kwestie is van bereiken of ontvangen, oefening of genade, eigenmacht of anderkracht, inzet of overgave.

Beste X,
Dit suggereert alweer dat er zoiets is als een mens en dat die mens daar een keuze in heeft en er maar beter mee kan ophouden; en dit dat er geen mens is of dat hij geen keuze heeft en het maar heeft te ondergaan.

Beste Hans,
En dat wil jij laten zien.

Beste X,
Wil ik iets laten zien?

Beste Hans,
Waar hebben we het anders over?

Beste X,
Woorden tekenen de ruimte uit, zoals condenssporen de lucht en sterren de melkweg.
Ik ben dol op woorden, maar ze hebben de neiging de ruimte zelf aan het gezicht te onttrekken.
Wie veilig in een huisje van woorden wil wonen, prefab of zelfgebouwd, moet dat vooral doen.
Ik word er toevallig claustrofobisch van.
Bereiken versus ontvangen, oefening versus genade, eigenmacht versus anderkracht, inzet versus overgave, verlicht versus onverlicht, samsara versus nirwana, traditioneel versus seculier, boeddhist versus atheïst – aaargh!

Waar we het over hebben?
De eindeloze ruimte tussen de woorden.
Voor de zwe(r)vers onder ons.

Het is geen kwestie van bereiken.
Het is geen kwestie van ontvangen.
Het is geen kwestie van bereiken en ontvangen.
Het is geen kwestie van bereiken noch ontvangen.

Het is een kwestie van geen kwestie.

Het is geen kwestie van oefening.
Het is geen kwestie van genade.
Het is geen kwestie van oefening en genade.
Het is geen kwestie van oefening noch genade.

Het is een kwestie van geen kwestie.

Het is geen kwestie van eigenmacht.
Het is geen kwestie van anderkracht.
Het is geen kwestie van eigenmacht en anderkracht.
Het is geen kwestie van eigenmacht noch anderkracht.

Het is een kwestie van geen kwestie.

Het is geen kwestie van inzet.
Het is geen kwestie van overgave.
Het is geen kwestie van inzet en overgave.
Het is geen kwestie van inzet noch overgave.

Het is een kwestie van geen kwestie.

Het is geen kwestie van verlichting.
Het is geen kwestie van niet-weten.
Het is geen kwestie van verlichting en niet-weten.
Het is geen kwestie van verlichting noch niet-weten.

Het is een kwestie van geen kwestie.

Het is geen kwestie van spreken.
Het is geen kwestie van zwijgen.
Het is geen kwestie van spreken en zwijgen.
Het is geen kwestie van spreken noch zwijgen.

Het is een kwestie van geen kwestie.

Het is ook geen kwestie van boven en onder

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Hokjes, hekjes en haakjes

Beste Hans,
Sommige mensen noemen niet-weten onwetendheid, anderen noemen het een hoger weten. Wat is niet-weten voor jou?

Beste X,
Voor mij is niet weten geen onwetendheid en geen hoger weten.
Het is geen dwaasheid en geen wijsheid.
Het is het onvermogen dwaasheid te onderscheiden van wijsheid – of wat dan ook van wat dan ook.
Niet weten is steno voor: niet weten te onderscheiden.

Natuurlijk, ik kan wel onderscheid maken en dat doe ik ook, of moet ik zeggen, dat overkomt me ook – onophoudelijk.
Neem alleen al deze zinnen.
Maar ik kan geen enkel onderscheid hard maken.
Subject-object, binnen-buiten, lichaam-geest, lust-liefde, jij-ik, bezit-diefstal, per ongeluk-expres, feit-theorie, lijden-geluk, hoog-laag, leugen-waarheid, goed-kwaad, autochtoon-allochtoon, vriend-vijand, liefde-haat, gezond-ziek, valide-invalide, werelds-spiritueel, leerling-meester, normaal-gek, hoofd-hart, illusie-werkelijkheid, stoel-kruk, essentie-bijzaak, bewustzijn-gedachte, vroeger-nu-later, alles loopt in elkaar over.
Hoe dieper ik op een verschil inga, hoe meer het me ontglipt.
Hoe langer ik kijk, hoe minder ik zie.
Woordenboeken en encyclopedieën helpen niks: woorden verwijzen naar woorden, lemma’s naar lemma’s, meer dan ik ooit kan bevatten, meer dan ik ooit kan onthouden.
Bij nader inzien houden mijn onderscheidingen geen stand.
Ze zijn niet van schokbeton maar van chocola – ze smelten op mijn tong.
Ze zijn van kalksteen – ze verbrokkelen onder mijn voeten.
Ze zijn van drijfzand – ik zak er steeds dieper in weg.
Begrippen blijken zeepbellen, theorieën kaartenhuizen, visies oogkleppen, geboden schoten in het duister, leefregels slagen in de lucht.
Sommigen noemen dit non-dualiteit maar mij is dat te metafysisch.
Te triomfantelijk.
Te diep.
Ik heb geen duikbrevet gehaald; ik ben door het ijs gezakt.
Boven mij geen luchtruim, onder mij geen bodem, ik zweef maar wat, als zeewier – een vloeibaar onderzeedier.
Niet weten is voor mij een acuut, nee een chronisch, nee een chronisch-acuut besef van de grondeloosheid van ieder onderscheid.
Inclusief het onderscheid tussen gegrond en grondeloos.

Onderscheidingen verdwijnen niet in een radicaal niet weten, zoals mensen weleens menen; bij mij in elk geval niet.
Ze worden erdoor gerelativeerd.
Ze komen tussen haakjes te staan.
Tussen aanhalingstekens.
Tussen vraagtekens.
Steeds als zich een gedachte voordoet, een weten, een verschil, een oordeel, een standpunt, een stellingname, een dilemma, een paradox, haal ik spontaan mijn mondhoeken op.

Atman of anatman? Batman.
Soto of rinzai? Banzai.
Dana of franchise? Geef de Sint maar een naam.
Samsara of nirwana? Efteling.
Hinayana of mahayana? Benenwagen.
Theravada of advayavada? Nevada.
Traditioneel of seculier? Boekanier.
Beeldentuin of beeldenstorm? Allemaal sokkels.
Weten of niet-weten? Voor u wil ik niet heten.
Oorzakelijkheid of afhankelijk ontstaan? Kreten.
Intervisie of supervisie? Televisie.
Ego of zelf? Tja.
Oefenen of overgeven? Voorsteven.
Vrije wil of onvrije wil? Kikker in je bil.
Spreken of zwijgen? Sprijgen.
Hemd of pij? Sprei.
Eén, veel of twee? Ik tel niet meer mee.
Vorm of leegte? Mijn band is lek.
Immanent of transcendent? God, daar vraag je me wat.
Dualiteit of non-dualiteit? Ik zie het verschil niet.
Doen of laten? Laten we dat maar doen.
Iemand hier of niemand hier? Mij niet gezien.
In de wereld of ván de wereld? Van de wéreld.
Heilig of aards? Amen.
Pasta of ramen*? Basta!
Niet omdat ik beter weet maar omdat ik niet meer weet.
Ik ben niet onverschillig, heus; alleen wat on-verschillig.

Van zichzelf is niet weten wijs noch dwaas.
Daarom noem ik het maar dwijs.

Iemand die het heilige geloof in al zijn hokjes, hekjes en haakjes is kwijtgeraakt, heet dan een dwijsneus of een dwijze.
De dwijze is niet langer in de ban van onjuiste opvattingen, zoals de dwaas, maar ook niet meer in de ban van juiste opvattingen, zoals de wijze of de aspirant.
De dwijze is niet meer in de ban van welke opvatting dan ook, inclusief deze.
Voor hem geen essentialisme, geen nihilisme en geen middenweg.
Hij heeft de leegte gezien, maar ook de leegte van de leegte.
Hij heeft de illusie doorzien, maar ook de illusie van de illusie.
Hij heeft de boeddha gedood, maar ook de boeddhadoder.
Hij heeft de geest gekregen én gegeven.
Hij heeft zijn vaardige middelen ingeruild voor een open doel.
Zijn schepen verbrand van kiel tot want, zijn vlot gestrand op de kantloze kant, zijn zee met zand uit zee gedempt – ziedaar de zeeman in zijn hemd.

Niet alleen is de dwijze het weten voorbij maar ook het niet weten.
Vandaar dat hij zich ook niet het grote onbekende waant, of de eeuwige stilte of het wonderbaarlijke of het numineuze of het mysterie; noch weet hij zich de getuige daarvan of een non-entiteit die alleen maar is en luistert naar de naam niemand; noch weet hij zich kwetsbaar of onkwetsbaar, almachtig of almachteloos, alomvattend of alomledig, transcendent of ongeboren, gezegend of verloren.

Want de dwijze is het heilige geloof in al zijn hokjes, hekjes en haakjes kwijtgeraakt.
Ook die van de ‘wijze’ en de ‘dwaas’.
Laat staan dat van de ‘dwijze’.

* ramen: Japanse noedelsoep; metafoor voor de geest van de dwijze

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste:
Het juiste inzicht
De juiste intenties
Juist spreken
Juist handelen
Juiste levensonderhoud
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste concentratie
Juist, onjuist, duimpje, vuist
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van het universele mededogen
Van het zuivere altruïsme
Van het onverstoorbare gemoed
Van het onwankelbare geweten
Van de eeuwige wijsheid
Van de milde open aandacht
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
Van vruchteloos terugverlangen naar
Het tuinpad van mijn vader
De last van mijn zogenaamde toekomst
Van overspannen verwachtingen
Van fraaie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Alomvattend, nergens niet
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wie anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen up-to-date te moeten houden
Alles weg te moeten moffelen wat niet past
Mezelf tot eenduidigheid te moeten dwingen
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Vrij van ik en jijigheid
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Die last is van mijn schouders, zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen
Zo beeld ik mij soms in

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Stemmen horen, spoken zien

Wie spreekt er namens wie? Van engelenkoren en duivelsoren.

Die stem: is dat werkelijk jouw stem?

Vandaag wil ik het over je stem hebben.
De stem die in jou spreekt en die zich regelmatig via jouw neus en lippen een weg naar buiten baant.
De stem die de ene keer zulke vreselijke dingen beweert en de andere keer zulke sympathieke, de ene keer zulke diepzinnige en de andere keer zulke banale.
Die stem: is dat werkelijk jouw stem?
Ben jij daar de eigenaar van?
Ben jij de spreker of wordt er in en door jou heen gesproken of beide of geen van beide?

Als de stem in jou jouw stem is, waarom kun je hem dan niet het zwijgen opleggen?
Hoe komt het dat hij steeds dingen zegt waar je zelf nooit opgekomen zou zijn?
Als het niet jouw stem is, hoe kan het dat hij steeds klinkt als de jouwe?
Hoe kan het dat jij meestal de enige bent die hem hoort?
Hoe kan het dat je er toch een zekere mate van zeggenschap over schijnt te hebben?

Zeg mij, als het niet jouw stem is die in jou spreekt, van wie is hij dan wel?
Van niemand?
Van een ander?
Van de collectieve mensheid?
Van de geheime dienst?
Van het universum?
Van het bewustzijn?
Van de dharmakaya?
Van het ware zelf?
Van god?

Horen wij onbedoeld het vertoog in zichzelf mompelen of is het slechts het brein dat wauwelt in den blinde – de cortex om precies te zijn, het gebied van Broca om nog preciezer te zijn?
Of is het niet Broca maar Brahman die zijn stem in jou verheft?
Zeg het me, en zeg me wie het me zegt, en zeg me hoe ik weet of ik hem kan vertrouwen als hij over zichzelf spreekt, als hij zegt dat jij het bent of dat jij het niet bent of dat ik het ben of dat we helemaal niet kunnen weten wie het is die dit alles zegt.

Jouw stem, is die steeds dezelfde?
Is je kinderstem dezelfde als je volwassen stem?
Met welke stem sprak je voor je leerde spreken?
Met welke stem spreek je als je dronken bent?
Met welke stem spreek je in je dromen?
Met welke stem spreek je als je droomt dat je iemand anders bent?
Wiens stem is het die in jouw droom spreekt namens een ander?
Wiens stem is het die ijlt als je koorts hebt?
Wiens stem is het die in jouw herinneringen en toekomstdromen de rol van de ander vervult?
Wiens stem is het die raaskalt na een hersenbeschadiging door een auto-ongeluk?
Wiens stem is het die al na een paar maanden Alzheimer niets meer van euthanasie wil weten?
Wiens stem is het die je kromgebogen van de pijn hoort kreunen voordat je
hem als die van jezelf herkent?

Als het steeds dezelfde stem is die tegen je spreekt, waarom spreekt hij zichzelf dan steeds tegen?
Als het steeds andere stemmen zijn, waarom klinken ze dan allemaal hetzelfde?
Klinken ze wel allemaal hetzelfde?
Als je steeds maar één stem tegelijk hoort, hoe weet je dan of alle stemmen in jou hetzelfde of anders klinken?
Wiens stem hoor je nu werkelijk terwijl je deze woorden leest: die van mij, die van de schrijver die jij je op dit moment inbeeldt of die van jezelf, je al dan niet ingebeelde ik – of spreken wij samen met dezelfde stem, of zijn wij allen slechts toehoorders?
Als je deze vragen niet alleen léést, zoals ik zelf denk ik zou doen, maar daadwerkelijk probeert te beantwoorden, zoals de bedoeling is (wie zegt dat en waarom?), van wie is dan de stem die antwoord probeert te geven op deze vragen?
Had hij ook géén antwoord kunnen geven?
Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe?
Of, als hij geen antwoord geeft, had hij dat ook wel kunnen doen?
Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe?

Als je denkt dat er meerdere stemmen in jou spreken, welke dan?
Zijn het evenzovele verstekelingen in je bovenkamer die allemaal wat anders willen: de krent, de vragensteller, de aanhouder, de bruinwerker, de hulpvaardige, de gevoelige, de verlegene, de susser en de twijfelaar?
Spreekt daar het kind in jou dat zijn zin wil doordrijven, de ouder in jou die hem dat verwijt en de volwassene in jou die de verantwoordelijkheid neemt, zoals de transactionele analyse het wil?
Liever een ander drietal?
Id, ego en superego?
Small mind, big mind en supermind?
Kwik, Kwek en Kwak?
Liever een tweetal?
Boeddha en Mara?
Hoofd en hart?
Geest en ziel?
Atman en anatman?
Papa en mama?
Durfniet en Durfal?
Weetniet en Weetal?
Dr. Jekyll en mr. Hyde?
Good cop and bad cop?
Is het de duivel zelf die je verleidt en je geweten dat zich verweert?
Of heeft iedereen een meervoudig persoonlijkheidssyndroom, met een eigen stem voor elk van zijn (zijn!) talloze persoonlijkheden?
Of heeft iedere gedachte zijn eigen stem?
Dat zou toch kunnen: iedere overweging een eenmalige, een wegwerpstem, telkens schijnbaar eigen en vertrouwd, en jijzelf niets meer of minder dan die ene zelfbedwelmende eigengedachte op dat ene onvergankelijke moment.
Natuurlijk niet.
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?
Natuurlijk niet.
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?
Natuurlijk niet.
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

Deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad onder de titel ‘Hoeveel tongen heeft een boeddha?’

Leven in de paradox

Leven in de paradox

De werkelijkheid is een wijd opengesperde muil die oorverdovend zwijgt.
Of rochelt.
Of schreeuwt, net hoe zijn pet staat.
Met miljarden stemmen door elkaar.
Maar gewoon antwoord geven is er niet bij.
Tenzij ik zijn taal niet versta.
Zijn kakofonie niet als taal herken.
Misschien spreekt hij perfect Rochels, wie zal het zeggen.
Snateren eenden maar wat, of kwekken ze over heer en sint.
Maar ik hoor er niks in, in die muil.
Zelfs dat hij geen antwoord geeft, hoor ik hem niet zeggen.
Zelfs dat er geen antwoorden zijn, hoor ik hem niet zeggen.
Een nihilist is hij ook al niet.

Niet weten betekent onverschrokken in de gapende muil van de werkelijkheid kijken.
Of verschrokken, dat mag ook.
Maar niet wegkijken.
Nooit.
Nou ja, bij wijze van spreken dan.
Zoals alles wat ik zeg.
Want wegkijken maakt deel uit van de werkelijkheid.
Niet willen wegkijken ook.
Niet willen weten dat je wegkijkt ook.
Niet willen weten dat je niet wilt weten dat je wegkijkt ook.
En die muil is ook maar beeldspraak.
Om nog maar te zwijgen over de werkelijkheid.
Dus waar hebben we het over?

Niet weten is leven in onduidelijkheid, dubbelzinnigheid en tegenspraak.
Je weet niet waar jij ophoudt en de wereld begint.
Je weet niet of je het voor het zeggen hebt of dat het alleen maar zo lijkt.
Je weet niet of je iemand bent of niemand, deelnemer of toeschouwer, alles of niets of beide of geen van beide of wat dan ook.
Je weet niet wie, wat of waar god is, en ook niet of hij bestaat of niet bestaat, of bestaat én niet bestaat, of bestaat noch niet bestaat, of voorbij bestaan en niet bestaan is, of wat dan ook.
Je weet niet of jij het bent die straks dood gaat of alleen je lichaam of je ziel of je geest of je hart, gesteld dat daar een verschil of een verband tussen is, gesteld dat er zoiets is, gesteld dat je op dit moment leeft, gesteld dat er een nu is en een straks.
Je weet niet waar lijden goed voor is en of het wel ergens goed voor is, maar ook niet dat het nergens goed voor is, als het al geen nare droom is, of een gedachte nu.
Je weet niet wat het leven is, als het al meer is dan een woord, laat staan wat de zin ervan is of de zin daar weer van of de zin daar weer van, wat niet betekent dat het allemaal geen zin heeft, als deze zin al zin heeft.

Je vat het niet en je krijgt er geen vat op.
Zelfs niet door niet-vatten.
Er is geen rust zo diep of hij maakt plaats voor onrust en omgekeerd.
Als ze al niet samen optrekken.
Zo ook met orde en wanorde.
Goed en kwaad.
Zin en onzin.
Lijden en vreugde.
Pijn en genot.
Verlies en winst.
Haat en liefde.
Vrede en oorlog.
Liefdadigheid en zelfzucht.
Wreedheid en mededogen.
Schoonheid en lelijkheid.
Voorspoed en tegenslag.
Nadeel en voordeel.
Ziekte en gezondheid.
Betrokkenheid en onverschilligheid.
Alles heeft zijn keerzijden, lijkt het wel, en voor je het weet slaat iets om in zijn tegendeel.
En nog eens.
En weer.

Niet weten betekent de paradox in je leven toelaten.
De strijd tegen de strijdigheid opgeven.
In de paradox verblijven.
Erin blijven.
Jezelf in de paradox verliezen.
De paradox in jezelf verliezen.
Jezelf en de paradox verliezen.
Alles verliezen.
Je zekerheden.
Je onzekerheden.
Zelfs het verliezen.
Echt waar, Hans?

Geloof het maar niet.
Ook dit is maar een verhaaltje voor het slapengaan.
Van a tot z uit mijn duim gezogen.
Welk leven, welke paradox, waar dan?
In je kop, man.
In je kop, man?
En die kop dan?

Niet weten is leven in onduidelijkheid, dubbelzinnigheid en tegenspraak

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Tussen aanhalingstekens

En steeds die innerlijke drang, zacht en zoet maar onweerstaanbaar, om alles zónder woorden onder woorden te brengen; mij zonder ze te dienen van woorden te bedienen.

Beste Hans,
Waarheen leidt de poortloze poort van niet-weten?

Beste X,
Wie zich met de moed der hoop of met de moed der wanhoop of met de moedeloosheid der ontmoedigden of hoe dan ook door het wormgat van niet-weten wurmt, of er net als ik zijns ondanks doorheen wordt geperst, vindt zichzelf terug in … (tromgeroffel)

Daar, of moet ik zeggen hier, of moet ik zeggen ‘hier’, ontdekt hij, of moet ik zeggen ‘hij’ of het of ‘het’ tot zijn of ‘zijn’ blijvende verwondering, als je de oogverblindende klaarheid van totale verwarring tenminste verwondering kunt noemen, dat er niets veranderd is – of toch?
Tja.
Wat kan ik zeggen zonder meteen te ver te gaan.
Of heb ik het al gezegd.
Of ben ik al te ver gegaan.
Alles lijkt nog bij het oude, maar het is net of het allemaal tussen haakjes is komen te staan.
Tussen aanhalingstekens.
Niet uitgegumd maar doorgestreept.
En steeds die innerlijke drang, zacht en zoet maar onweerstaanbaar, om alles zónder woorden onder woorden te brengen; mij zonder ze te dienen van woorden te bedienen.

Van een poortloze poort durf ik niet te spreken; die term is krachtens de ongeschreven regels van de xenofiele rede voorbehouden aan de gecertificeerde stamboekboeddhist, maar dit kan ik je wel vertellen: het wormgat van niet-weten voert niet van hier naar daar met achterlating van het aardse tranendal, niet van samsara naar nirwana waar alle begeerte is uitgedoofd, niet van het relatieve naar het absolute waar nog geen grassprietje verkeerd ligt, niet van de dualiteit der woorden naar de non-dualiteit voorbij de woorden.

Het wormgat van niet-weten voert van gaan naar ‘gaan’, van hier naar ‘hier’, waar ik ‘ik’ is, jij ‘jij’ en voeren ‘voeren’, waar vrije wil ‘vrije wil’ is en overgave ‘overgave’, waar bergen ‘bergen’ zijn en rivieren ‘rivieren’.
Waar werkelijkheid ‘werkelijkheid’ is en illusie ‘illusie’.
Waar dualiteit ‘dualiteit’ is en non-dualiteit ‘non-dualiteit’.
Waar wijsheid ‘wijsheid’ is, man ‘man’, vrouw ‘vrouw’, boeddha ‘boeddha’, zelf ‘zelf’ en god ‘god’.
Waar weten ‘weten’ is en niet weten ‘niet weten’.

Ja, zul je zeggen, alles goed en wel, maar wat moet dat met die aanhalingstekens?
Want als je dat weet dan weet je alles en daar is het uiteindelijk om te doen.
Tenminste, daar was het mij indertijd om te doen, denk ik weleens, denk ik nu eventjes.
Nou, die vraag is gauw beantwoord.
‘Met aanhalingstekens wil een schrijver aangeven dat hij niet bedoelt wat er staat’, zegt Krol.
De schrijver geeft er niet mee aan wat hij wél bedoelt.
Als hij dat wist zou hij het heus wel opschrijven.
Als ik met die aanhalingstekens bijvoorbeeld bedoelde dat de waarheid voorbij de woorden is dan zou ik dat toch gewoon even zeggen?

Jongleren met aanhalingstekens

Nee, het is niet uit onmacht dat ik mij van aanhalingstekens bedien, maar uit vernuft – en uit noodzaak.
Meer uit noodzaak dan uit vernuft, vrees ik.
Met aanhalingstekens wil deze schrijver, zeg maar gerust ‘schrijver’, aangeven dat hij nergens op staat.
Ook hierop niet.
Hij wil ermee aangeven dat hij nergens op slaat.
De spijker niet op de kop; de vuist niet op tafel en de vuist niet op de borst.
Met die aanhalingstekens geeft hij aan dat hij ten diepste niet weet wat hij zegt, en waarom hij het zegt en wie hier eigenlijk spreekt met wie.
Bij wijze van spreken.
En dat het niks geeft natuurlijk, want dat is het punt.
Wat is het punt?
Dat het me helemaal niet uitmaakt dat ik ten diepste niet weet wat ik zeg en waarom ik het zeg en wie hier spreekt met wie, als dat al het geval is.
Integendeel, ik ben blij toe.
Sterker nog, ik zou het wel van de daken willen schreeuwen:

Juist dat het niet uitmaakt, is wat het verschil maakt.

Mensenlief, wat een opluchting.
Een opluchting waar geen eind aan komt.
Het is hier fantastisch.
Herstel, het is hier ‘fantastisch’.
‘Hier’.
‘Hier’ in die ‘blijvende verwondering’ over de ‘oogverblindende klaarheid’ van ‘totale verwarring’.
‘Het is hier fantastisch.’

Begrijp je wat ik bedoel?

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Bubbels

Denken dat je kunt leren denken wat je wilt denken.

Bubbels in het denken over denken

Beste Hans,
Al ons denken is gebaseerd op ervaring en, erger nog, op conditionering. Hoe lang je ook je geheugen doorzoekt, het levert nooit nieuwe antwoorden op. Denken is dus niet alleen een trage en vermoeiende maar ook een heel beperkte activiteit. Hoe zwaar het is kun je wel zien aan De Denker van Rodin, die zijn enorme hoofd met zijn hand moet ondersteunen.

Denken is eigenlijk maar een zielige bezigheid. Het is in wezen leeg. Natuurlijk, je moet denken als je een Ikea-kast in elkaar wilt zetten, maar verder? Denken over gevoel doet je uiteindelijk bij de psychiater belanden. Die je problemen oplost met pilletjes. Denken over het leven leidt uiteindelijk tot zelfmoord.

Gelukkig is het denken geen mechanisme waar we niets over te zeggen hebben. Integendeel, het is een stuurbaar proces waar we wel degelijk invloed op uit kunnen oefenen. Alleen moeten we ons daar voortdurend op toeleggen. Fietsen leer je ook niet van de ene dag op de andere.

We moeten ons bewust leren worden van onze gedachten. We moeten afstand leren nemen van onszelf en onze gedachtestroom op de voet volgen. Dat is een bijzonder interessante en leerzame bezigheid die tot grote zelfkennis leidt. Zelfkennis is waar het in dit leven allemaal om draait.

Hoe lastig het door alle conditioneringen ook is, door ons bewust te worden van onze gedachten en deze zonder enig oordeel te volgen, komen we veel over onszelf en ons gevoelsleven te weten. Kijken, niet oordelen. Zo komen we weer in contact met onszelf. Natuurlijk is dat niet altijd even makkelijk want je komt heel wat tegen – bubbels die je alleen kunt aangaan met je eigen waarheid en je eigen wijsheid.

Aandacht voor je denken is puur liefdewerk. Het zal je laten zien dat denken een zeer beperkte maar heel goed stuurbare bezigheid is.

Beste X,
Leuk bedacht, al levert het geen nieuwe antwoorden op.

Beste Hans,
Daar neem ik geen genoegen mee. Mag ik aandringen op een inhoudelijke reactie?

Beste X,
Als jouw denken een zielige bezigheid is, waarom hou je je er dan nog mee bezig?
Waarom hou je mij ermee bezig?
Als het denken een domme zoekautomaat is die alleen maar oude antwoorden ophoest, wat verwacht je dan van jouw antwoord?
Wat verwacht je van mijn antwoord?

Is de gedachte dat het denken een stuurbaar proces is waar we wel degelijk veel invloed op uit kunnen oefenen een gedachte die ongewild in je opkwam of reeds het product van een stuurbaar proces waarop je wel degelijk veel invloed hebt kunnen uitoefenen?
En de gedachte dat het denken een proces is en niet bijvoorbeeld een toestand of een vermogen of intrinsiek leeg of afhankelijk ontstaan of wat dan ook?

Dat denken over gevoel je bij de psychiater doet belanden, is tot op heden niet mijn ervaring.
Dat denken over het leven tot zelfdoding leidt ook niet.
Misschien ben ik gewoon nog niet zover.
Heel wat mensen denken na over gevoel en over het leven, en sterven toch een natuurlijke dood, denk ik, of denkt het in mij of hoe zeg je dat, al kan ik niet uitsluiten dat ze, wanneer de natuurlijke dood maar lang genoeg op zich had laten wachten, uiteindelijk alsnog aan zelfdoding zouden bezwijken, die tegen die tijd misschien allang als een natuurlijke dood wordt gezien, maar dit terzijde.

Waar het om draait in het leven, bijvoorbeeld om zelfkennis, zoals jij oppert, is mij niet geopenbaard, maar misschien is dat een kwestie van zelfkennis.
Dát het ergens om draait in het leven ook niet.
Dat het nergens om draait ook niet.
Dat er zoiets is als een ‘zelf’ waarvan men zoiets als ‘kennis’ kan verwerven ook niet.
Dat er integendeel alleen maar een niet-zelf is in de vormeloze vorm van de onkenbare kenner van het gekende of de onveroorzaakte oorzaak van het oorzakelijke of de non-duale matrix van de dualiteit en ga zo maar door, evenmin.
Zelf of niet-zelf ben ik inzake deze en soortgelijke kwesties in ieder geval niet tot onomstotelijke conclusies gekomen.
Wat niet wil zeggen dat je inzake deze en soortgelijke kwesties niet tot onomstotelijke conclusies kunt komen.
Voor onomstotelijke conclusies moet je echter bij anderen wezen.
Het aanbod is gigantisch, dus dat zal het probleem niet zijn.

Ook tot kijken zonder oordeel ben ik persoonlijk niet in staat.
Wel worden mijn oordelen tegenwoordig voortdurend ondermijnd door vervolggedachten.
Dit oordeel ook.
Of ik dat zelf doe of alleen maar onderga of beide of geen van beide durf ik niet te zeggen.
Dat het een kwestie van bewustwording, aandacht of puur liefdewerk is, ook niet.
Ik heb mij er voor zover ik weet nooit bewust op toegelegd om mij ergens van bewust te worden of mijn aandacht ergens op te richten of mezelf of mijn gedachten liefdevol tegemoet te treden.
Net zomin als ik mij erop heb toegelegd mijn oordelen voortdurend te ondermijnen door middel van vervolggedachten.
Ik zou niet weten hoe.
Laat staan dat ik daarbij, of waarbij ook, gebruik zou maken van een eigen waarheid of van eigen wijsheid.
Waar haal ik die zo gauw vandaan?
Maar misschien heb ik wat dit laatste betreft gewoon pech.
Of mazzel.
Of misschien gaat het hier om de wijsheid zonder wijsheid, of om de waarheid van een leven zonder waarheid.
Of misschien ben ik gewoon een laatbloeier.
Een winterbloeier.
Een droogbloeier.
Een doodbloeier?

Al met al kan ik je verhaal dus niet bevestigen.
Anderzijds kan ik het ook niet ontkennen.
Neem je daar wel genoegen mee?

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

De wijsheid van het hart

Het wijze hart

Beste Hans,
Volgens mij zit jij helemaal vast in niet-weten. Kom uit je hoofd! Luister naar de wijsheid van je hart! Vergeet het denken! Durf te voelen!

Beste X,
Is dit de wijsheid van je hoofd of de wijsheid van je hart?

Beste Hans,
Dat bedoel ik dus.

Beste X,
Bij mijn weten zit ik niet vast.
Niet in weten, niet in niet-weten.
Niet in voelen, niet in niet-voelen.
Niet in denken, niet in niet-denken.
Niet in vastzitten, niet in loslaten.
Niet in wijsheid, niet in dwaasheid.
Niet in mijn hoofd, niet in mijn hart.
Niet in welles, niet in nietes.
Jij?

Beste Hans,
Ik wilde je niet in een hokje stoppen, hoor. Ik heb nog wat rondgekeken op je website en ik neem mijn woorden terug. Al is het maar omdat mijn hart me dat nu ingeeft. Nee, ik neem ze niet terug, ik gooi ze weg, dan ben ik er ook van af. Nou, als dat niet in de geest van jouw hart is dan weet ik het ook niet meer.

Beste X,
Je mag me rustig in een hokje stoppen, hoor.
Ik stop ook iedereen in een hokje.
Ik ken niemand die zich daar niet aan bezondigt.
Zelfs Anthonius Jozef, mijn demente vader, heeft een hokjesgeest, en Jorge Franciscus, de huidige paus, en Tenzin Gyatso, de huidige dalai lama, en Escherichia coli, de eeuwige poepbacterie.
Universele dwaasheid, zou je het kunnen noemen, of is dat weer een hokje?
Wel ben ik sinds een jaar of tien gezegend met een onweerstaanbare neiging mijn eigen hokjes af te breken.
Mijn eigen weten uit te braken.
Die neiging noem ik, bij gebrek aan beter, niet-weten.
Zodra Nauwe Weetal het woord neemt, snoert Wijde Weetniet hem de mond.
En omgekeerd.
En Hans is de lachende derde.
Ha ha.
Maak hij zich soms wijs.
Maakt hij jou nu wijs.
Maar ja.
Al die personificaties, hè.
Weetal, Weetniet, Haha.
Wie tuint daar nog in.
Wat ben ik: een eenzitter voor drie personen?
Id, ego, superego?
Kwik, Kwek en Kwak?
Wat ben jij, een eenzitter voor twee personen?
Hoofd en hart?
Verstand en gevoel?
God en Satan?
Boeddha en Mara?
Zeker weten dat het niet de keerzijden van dezelfde munt zijn?

Beste Hans,
Ken jij Jack Kornfield, het Wijze Hart?

Beste X,
Het wijze hart staat vol principes, vijfentwintig stuks als ik me goed herinner, een canon van de psychologische en boeddhistische inzichten van die ene auteur en zijn vele souffleurs uit heden en verleden.
Ik heb er geen bezwaar tegen dat mensen hun inzichten canoniseren en tegen betaling aan de man, de vrouw en het kind proberen te brengen.
Of die inzichten nou ontspringen aan hun hoofd, hart of duim.
Heb jij er bezwaar tegen dat ik hun canons negeer?
Hoeveel heb ik er in mijn leven al niet langs zien komen.
Religieuze canons, spirituele canons, filosofische canons, psychologische canons, politieke canons, een eindeloze parade, om over de myriaden lijfspreuken, slagzinnen, wapenkreten en schotschriften nog maar te zwijgen.
Kanonnen.
Geladen met wijsheid.
Legers des heils.
Je geest of je leven!
Toegegeven, niet weten is ook een canon.
Een lege canon.
Zeg maar gerust dé lege canon, want er kan maar één lege zijn.
Waarin zou de ene lege canon verschillen van de andere?

Beste Hans,
Ben jij bekend met het het Werk van Byron Katie?

Beste X,
Byron Katie voel ik beter aan dan Jack Kornfield.
Geen vijfentwintig principes maar vier vragen bij iedere gedachte die je dwarszit:

  1. Is het waar?
  2. Kun je dat wel weten?
  3. Wat gebeurt er als je dat gelooft?
  4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Het Werk is een combinatie van cognitieve therapie en spiritualiteit, dit laatste door Byron Katie opgevat als de voor het denken onbereikbare horizon van niet-weten waarin onze gedachten en onze persoonlijke wijsheid ingebed liggen.

Omdat ik er persoonlijk geen ervaring mee heb, kan ik het Werk niet aanbevelen of afraden.
Ik ervaar niet-weten echter niet als een voor het denken onbereikbare horizon, maar als een denken dat zichzelf met een korreltje zout neemt.
Met een zak zout.
Een berg.

Beste Hans,
Wat voor denken is niet-weten?

Beste X,
Niet-weten is een zelfkritisch denken dat spontaan zijn eigen denkbeelden verbrijzelt.
Zonder uitzondering.
Inclusief het denkbeeld van een zelfkritisch denken dat spontaan zijn eigen denkbeelden verbrijzelt.
Inclusief het denkbeeld van een voor het denken onbereikbare horizon waarin onze gedachten en onze persoonlijke wijsheid ingebed liggen.

Beste Hans,
Een bevrijd denken. Ontwaakt. Onthecht. Uitgedoofd (‘nirwana’). Verlicht?

Beste X,
Niet-weten is geen bevrijd denken, maar een denken dat zich keer op keer van zichzelf bevrijdt.
Ook van deze gedachte.

Niet-weten is geen ontwaakt denken, maar een denken dat keer op keer uit zichzelf ontwaakt.
Ook uit deze gedachte.

Niet-weten is geen onthecht denken, maar een denken dat zich keer op keer van zichzelf losmaakt.
Ook van deze gedachte.

Niet-weten is geen uitgedoofd denken, maar een denken dat zelfdovend is.
Wat er ook in opkomt.

Niet-weten is geen verlicht denken, maar een denken dat zucht van verlichting.
Keer op keer.
Nu ook weer.

Voel je wat ik bedoel?

Beste Hans,
Ik dacht werkelijk dat je teveel in je hoofd zat. Nu zie ik dat je er steeds uit zakt. Misschien ben ik wel ik degene die in zijn hoofd zit. En wil ik er eigenlijk wel uit?

Beste X,
Je leest ergens dat je een hoofd en een hart hebt, je slikt het voor zoete koek en begint je meteen druk te maken over de vraag waar je nu zit en waar je zou moeten zitten en hoe je daar kunt komen.
‘Wie zou je zijn zonder die gedachten?’

Beste Hans,
Inderdaad kijk ik voortdurend naar anderen en naar mezelf door de bril van het onderscheid tussen hoofd en hart. Hoe kom ik daarvan af?

Beste X,
Je leest iets over een leven zonder onderscheid tussen hoofd en hart, je slikt het voor zoete koek en begint je meteen druk te maken over de vraag hoe je daar kunt komen.

Beste Hans,
Inmiddels heb ik alweer een leven bedacht waarin ik me niet meer druk maak over de vraag hoe ik kan leven zonder me druk te maken over het onderscheid tussen hoofd en hart.

Beste X,
Niet te geloven.

Uit het hoofd, uit het hart

Niet het hoofd, niet het hart
Niet het hoofd én het hart
Niet het hoofd noch het hart
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Knollen voor citroenen

Beste Hans,
Niet-weten spreekt me erg aan. Zelf laat ik me tegenwoordig alleen nog maar leiden door de wijsheid van mijn hart. Het hart is de toegangspoort tot het Ene.

Beste X,
Zeker weten dat ‘de wijsheid van je hart’ niet de volgende dwaasheid van je hoofd is?

Beste Hans,
Ik bedoel dat ik steeds meer loslaat en me steeds minder identificeer met het droompersonage. Mijn ondervinding: echte vrijheid is vrij zijn van de persoon.

Beste X,
Zeker weten dat ‘vrij zijn van de persoon’ niet je volgende droom is?

Beste Hans,
Jij bent wel erg kort door de bocht, zeg.

Beste X,
Als ik mijn hart lijk te volgen, en dat komt weleens voor, dan weet ik oprecht niet of dat mijn keuze is of niet.
Net zomin als ik weet of er in zijn algemeenheid wel iets te kiezen valt of niet – wat mijn ervaring of mijn verstand, gesteld dat daar verschil tussen is, gesteld dat er zoiets is, mij daarover ook influistert.

Persoonlijk (ha!) heb ik niet kunnen vaststellen dat mijn hart een betrouwbaarder raadgever is dan mijn hoofd of mijn water of mijn grote teen of andermans hart of de Enkhuizer Almanak of Seungh Sahn of Jim Jones of het absolute of het ene.
Mijn innerlijke goeroe is al net zo inconsistent als mijn hoofdchakra, mijn onderbuik en mijn bijbel.

Verder ondervind ik onoverkomelijke problemen bij het vaststellen van het verschil tussen gevoelens en gedachten, tussen instinct, intuïtie en rede, tussen mind en hart, tussen het ego en het zelf, tussen mijzelf en de ander, tussen binnen en buiten.
Hoe zou ik me dan op het ene kunnen verlaten, maar niet op het andere?
En als ik me op het Ene moet verlaten, wat verlaat zich dan nog waarop?

Zolang je nog gelooft dat je vrij kunt zijn zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je onvrij kunt zijn zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je een persoon bent zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je geen persoon bent zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je twee bent zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je één bent zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je vast kunt zitten zit je daarin vast.
Zolang je nog gelooft dat je los kunt laten zit je daarin vast.

Beste Hans,
Moeten we dan niets meer geloven?

Beste X,
Zolang je nog gelooft dat je niets meer moet geloven zit je daarin vast.

Beste Hans,
Wat nu?

Beste X,
Wat niet.

Beste Hans,
Hoe bedoel je?

Beste X,
Gewoon.

Beste Hans,
‘Gewoon’ is volgens mij precies de wijsheid van het hart.

Beste X,
‘Want knollen zijn citroenen’, sprak de kramer tot de bard.

Hersenbaard

Pleinvree

Beste Hans,
Hierbij een link naar een interview met de spirituele leraar Puntje-puntje-puntje.
Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.

Beste X,
Dank voor je, even tellen, derde link alweer deze maand.
En we zijn pas op de helft.
Man, wat een saai filmpje weer.
Wat een ontstellende stelligheid.
Zoveel clichés, hoe krijg je ze bij elkaar.
Zitten er dan alleen maar klonen op Youdupe?
Niet om door te komen, zeg.
Wil je mij een lol doen?
Stuur me geen links meer.
Je mag er zoveel niet-sturen als je wilt.
Beter nog: stuur ze me maar allemáál niet.
Dan ben jij wel even zoet en ik wat minder zuur.

Beste Hans,
Hierbij het, even tellen, vijfde linkje deze maand. Sorry, maar ik ben ervan overtuigd dat deze je aan zal spreken. Je moet er wel even de tijd voor nemen, en het goed tot je laten doordringen. Ik zou je haast vragen om het voor mij te doen, maar je moet het natuurlijk voor jezelf doen.

Beste X,
Sinds ik online ben, worden mij voortdurend filmpjes, boekjes, mp3-tjes, verhaaltjes, gedichtjes, preken, teisho’s, links, satsangs, sangha’s, sensei’s, goeroes, meditatietechnieken, therapieën en waarheden aangereikt.
Dikwijls met klem.
Alsof mijn website sos.nl heet in plaats van niet-weten.nl.

In de mystiek spreekt men met Johannes van het Kruis weleens van de donkere nacht van de ziel waarin je zou verkeren nadat je je eindelijk van alle zelfbeelden en godsbeelden hebt verlost, maar voordat het de beeldloze godheid behaagt je ziel binnen te gaan.
Machteloos wachtend, smachtend naar de minne.
Ook in jouw ogen schijnt niet weten een noodzakelijk kwaad te zijn.
Een wachtkamer zonder dak of gemak.
De blote hemel tussen woonhuis en godshuis.
De bomkrater bij de ingang van het paradijs.

Zelf vind ik in dat gat juist ademruimte, denkruimte, speelruimte, leefruimte.
Geen inzicht, nee, maar wat een uitzicht.
Van je af kunnen kijken, dat geeft het gemoed rust.
Pleinvree, noem ik dat vandaag, pleinvrede, pleinvreugd, pleinlust, agorafilie.
Ik wil niemand naar buiten lokken, hoor; ik zeg alleen hoe het er is.
Hoe ik het beleef.
Voor wie het horen wil.
Voor wie het hebben kan.

Beste Hans,
Ik kan zo’n filmpje wel tien keer zien. Puntje-puntje-puntje weet het als geen ander te vertolken.

Beste X,
Integendeel, Puntje-puntje-puntje bedient zich van het standaard wijsheidsjargon, met termen als ego, identiteit, illusie, waarheid, karmisch pad, boeddhaveld, verlichting, een hogere bewustzijnstoestand, transcendentie, gelukzaligheid, universele liefde, totale openheid, heelheid, non-dualiteit, het absolute, de bron, eenheid, god, integratie, balans, et cetera.
Jaren geleden heb ik in een aanval van verstandsverbijstering door al deze en soortgelijke termen een streep gezet.
Dat beviel zo goed dat ik niet veel anders meer doe.
Nu ook weer.
Zó zet men een aanval van verstandsverbijstering om in een duurzame toestand.
Zó houdt men zijn vredesplein leeg.

Sterrenschieten

Beste Hans,
Eens was ik aanwezig bij een lezing van wijlen Noud van den Eerenbeemt. Nooit heb ik iemand boeiender horen spreken. De zaal hing aan zijn lippen. Waar jij vooral oog hebt voor het lege, had Noud het over vol én ledig, samenkomend in vol-ledigheid. Hij zei ook dat de vrouw niet weet maar wel is en dat de man niet is en daarom zijn gedachten in realiteit moet omzetten. Wanneer een man en een vrouw elkaar ontmoeten, of wanneer iemand het mannelijke en het vrouwelijk in zich weet te verenigen, komen we tot het goddelijke. Ik (mannelijk) ben (vrouwelijk) God.

De uitspraak van Noud die me het beste is bijgebleven en waar ik eigenlijk voor schrijf is ‘ik weet niets, en zelfs daar ben ik niet zeker van’. En dat is eerlijker dan iemand als jij, die stelt dat hij niets weet en daar zeker van is. Hans, twijfel is voor vele dingen goed, maar niet om stil te staan. Twijfelend in vertrouwen te leven, dat is onze opdracht.

Beste X,
De gedachte ‘ik weet niets, maar daar ben ik wel zeker van’ wordt in de westerse filosofiegeschiedenis toegeschreven aan Socrates onder de noemer scepticisme.
De gedachte ‘ik weet niets, en zelfs daar ben ik niet zeker van’ wordt toegeschreven aan Pyrrho van Elis onder de noemer pyrronisme.
In mijn woordenboek is niet-weten geen scepticisme, maar ook geen pyrronisme.
Niet-weten is het einde van het heilige geloof in welke gedachte ook, inclusief deze.

Beste Hans,
Ken jij Noud van den Eerenbeemt?

Beste X,
Vreemd genoeg niet, terwijl hij volgens de Wikipedia in 1955 toch de literatuurprijs van de gemeente Hilvarenbeek heeft gewonnen.
Verder schijnt hij druk geweest te zijn met hekserij, magie, tarot, orakels, runen, Aquarius en psychedelica om het bewustzijn te verruimen.
Zelf gebruik ik geen psychedelica om het bewustzijn te verruimen, want mijn bewustzijn is zonder psychedelica al zo ruim dat menigeen erin verdwaalt.
Het lijkt mijn huid wel.
Alles slobbert.
Hoe Astro-Noud zijn esoterie rijmt met zijn niet-weten is mij een raadsel, en dat wou ik graag zo houden.

Beste Hans,
Hoe denk jij over vol-ledigheid en over de vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke in het goddelijke?

Beste X,

Niet de volheid, niet de leegte
Niet de volheid én de leegte
Niet de volheid noch de leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het vrouwelijke, niet het mannelijke
Niet het vrouwelijke en het mannelijke
Niet het vrouwelijke noch het mannelijke
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het menselijke, niet het goddelijke
Niet het menselijke en het goddelijke
Niet het menselijke noch het goddelijke
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Beste Hans,
Wat is onze opdracht volgens jou?

Beste X,
Het is mij persoonlijk niet bekend dat wij een opdracht hebben.
Ook niet dat wij geen opdracht hebben.
Over twijfels inzake levensvragen kan ik evenmin meepraten, die heb ik niet meer.
Mijn zekerheden ben ik ook al kwijt, dus dat schiet niet op.

Ik heb best weleens vertrouwen in deze of gene en in dit of dat, maar nooit in ‘het leven’.
Voor mij is dat niet meer dan een woord.
Vandaar dat ik het ook niet weet te wantrouwen.
Verder begrijp ik niet waarom je zo nodig moet vertrouwen in iets waaraan je twijfelt.
Of waarom je zou twijfelen aan iets waarin je vertrouwt.
Dat is net zoiets als inademen tijdens een nies of soep eten onder water.

Vertrouwen in datgene waaraan je twijfelt – dat verlangde frater Tarsisius lang geleden ook van mij.
Hij noemde het ‘geloof’.
Lang is de rij van mensen die ik niet heb weten te bevredigen.

Beste Hans,
Niet ‘twijfelend in vertrouwen leven’ dus. Wat betekent niet-weten dan voor jou?

Beste X,
Wat voor dag is het ook alweer?
O, vandaag.
Wie schrijf ik ook alweer?
O, jou.
Waarover?
O, meneer van den Eerenbeemt.
In dat geval betekent niet-weten:
Aan niemands lippen hangen.
Ook niet aan de mijne.
Ook niet aan je eigen.
Laat je niet boeien.
Al zou ik eerlijk gezegd niet weten waarom niet.
Je zult me dus op mijn woord moeten geloven.

Aan niemands lippen hangen

Woorden in de wind

Beste Hans,
Op je website citeer je heel wat schrijvers uit heel wat tradities. Ik maak me sterk dat een aantal van hen weinig tot niets opheeft of opgehad zou hebben met jouw niet-weten. Ik denk hierbij onder meer aan Samuel Beckett, Nico Tydeman, Janwillem van de Wetering, Jean Baudrillard, Toon Hermans, André van der Braak, Byron Katie, Jan van Delden, Elisabeth Dinnissen, Ton Lathouwers en Jan van den Oever.

Beste X,
Niet weten betoogt niets en behoeft geen bewijs.
Mijn website bestaat geheel en al uit holle retoriek.
Noem het een publiciteitsstunt.
Een poging om de ‘lege leer’ onder de aandacht te brengen.
Waarom?
Nergens om.
Omdat ik er zo vol van ben.
Ik ruis van de leegte als een schelp van de zee.

De citaten heb ik niet uitgekozen om partijpolitieke redenen, maar omdat ze los van hun oorspronkelijke context iets van de geest van niet-weten uitstralen.
Wat dat over de geest van de auteurs zegt, weet ik niet.
Mogelijk zijn ze het roerend met je eens, maar tot nog toe heeft niemand bezwaar aangetekend.

‘Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor het werk of de auteur in kwestie of voor mij’, schrijf ik in de disclaimer die sinds jaar en dag prominent in mijn colofon staat.
Dat ik iemand citeer, betekent dus niet dat ik voor hem insta, of hij voor mij.
Duidelijker kan ik het niet maken.

Beste Hans,
Waarom iemand citeren voor wie je niet instaat?

Beste X,
Welbeschouwd sta ik voor niemand in, ook niet voor mezelf.
Nergens voor instaan – een ander woord voor niet weten.
Om het met Linji te zeggen:

Volgers van de Weg, geloof niets van wat ik zeg. Waarom niet? Mijn lering heeft geen grond. Mijn beweringen zijn onbewijsbaar. Het zijn condensstrepen in de lucht die meteen weer oplossen.

Mooie woorden die ik graag citeer.
Wat niet betekent dat ik nu namens Linji spreek en dat je de groeten van hem moet hebben.

Namens wie spreek jij eigenlijk?

Beste Hans,
Je citaat van Linji bevat een anachronisme. Of dacht jij dat er destijds al straalvliegtuigen rondvlogen? Ik geloof niets van wat je zegt.

Beste X,
Een mens kan niet achterdochtig genoeg wezen. Of dacht jij dat Chinezen destijds al Nederlands spraken? Geloof niets van wat ik zeg.

Wemelbeelden

Niet weten is het onvermogen om je eigen denkbeelden serieus te nemen.
Deze incluis.
De volgende incluis.
Je krijgt er smedige meningen van.
Floppy visies.
Een plooibare geest.
Het vermogen om snel tussen standpunten heen en weer te schakelen.
Of het onvermogen er lang in te blijven hangen, zeg jij het maar.
Ik wil het beslist niet ophemelen.
Of neersabelen.

Zo neutraal mogelijk gezegd is niet weten de verweking van min of meer stabiele, eenduidige en sluitende denk-beelden tot labiele, meerduidige en paradoxale, eh … wemelbeelden.
Wat voor beelden?
Wemelbeelden.
‘Wemelbeeld’ is volgens Van Dale een literair woord dat verwijst naar een onvast, steeds verschietend beeld:

’t water met zijn wemelbeeld

Ben ik ook eens literair.
‘Literair, verouderd’, voegt het woordenboek eraan toe.
Het is ook nooit goed.

Onderstaande litanie combineert de beeldspraak van de wemelbeelden met het foefje van de aanhalingstekens:

Met het verweken van mijn zelfbeelden wordt ik ‘ik’.*
Met het verweken van mijn mensbeelden wordt jij ‘jij’.
Met het verweken van mijn godsbeelden wordt Hij ‘Hij’.
Met het verweken van mijn boeddhabeelden wordt leegte ‘leegte’.
Met het verweken van mijn heiligenbeelden worden iconen ‘iconen’.
Met het verweken van mijn voorbeelden worden idolen ‘idolen’.
Met het verweken van mijn wensbeelden wordt willen ‘willen’.
Met het verweken van mijn ideaalbeelden wordt hoop ‘hoop’.
Met het verweken van mijn schrikbeelden wordt wanhoop ‘wanhoop’.
Met het verweken van mijn angstbeelden wordt vrees ‘vrees’.
Met het verweken van mijn kruisbeelden wordt lijden ‘lijden’.
Met het verweken van mijn ziektebeelden worden gebreken ‘gebreken’.
Met het verweken van mijn doodsbeelden wordt sterven ‘sterven’.
Met het verweken van mijn lichaamsbeelden wordt stof ‘stof’.
Met het verweken van mijn denkbeelden wordt geest ‘geest’.
Met het verweken van mijn wereldbeelden wordt werkelijk ‘werkelijk’.
Met het verweken van mijn toekomstbeelden wordt later ‘later’.
Met het verweken van mijn herinneringsbeelden wordt vroeger ‘vroeger’.
Met het verweken van mijn tijdsbeelden wordt nu ‘nu’.
Met het verweken van mijn wemelbeelden …

Met het verweken van mijn zelfbeelden wordt ik ‘ik’

* Sommige lezers denken misschien dat ik mij vergis.
Dat met het verweken van mijn zelfbeelden ‘ik’ ik wordt.
Dat, met andere woorden, in de gang van weten naar niet weten het onware ik vervangen wordt door het ware ik.
Onwaar in de zin van bemiddeld door ideeën die tussen mij en de, laten we zeggen, absolute werkelijkheid in staan; wáár in de zin van onbemiddeld door ideeën, dus rechtstreeks aanschouwd.
Maar dat bedoel ik helemaal niet.
Want het onware ik en het ware ik en de relatieve werkelijkheid en de absolute werkelijkheid en de bemiddelde werkelijkheid en de onbemiddelde werkelijkheid behoren wat mij betreft allemaal tot het domein van de denk-beelden.
Het onderscheid tussen denk-beelden en wemelbeelden trouwens ook.
Het onderscheid tussen weten en niet-weten ook.
Dus waar hebben we het eigenlijk over?

Dromenvangers

Wie de maan probeert te vangen raakt bevangen door de maan

Beste Hans,
Voor mij ben jij gewoon de zoveelste duisterling die het internet misbruikt om zichzelf verlicht te verklaren. Je website en je rubriek in het Boeddhistisch Dagblad zijn alleen maar billboards voor de persoon Hans van Dam.

Beste X,
Ik denk niet dat ik verlicht ben; ik denk ook niet van niet.
Ik denk niet dat ik Hans van Dam ben; ik denk ook niet van niet.
Naar mijn motieven wil ik niet eens meer raden.
Bovendien zijn ze niet van mij.
Deze gedachten ook niet.
Andere gedachten ook niet.
Wat is jouw motief voor deze brief?

Beste Hans,
Wat is verlichting volgens jou?

Beste X,
Zo’n woord dat mensen ertoe verleidt zich obsessief bezig te houden met de vraag of het nou wel of niet van toepassing is op henzelf en op anderen.

Beste Hans,
Wie dat doet is niet verlicht, wou je zeggen.

Beste X,
En wie dát zegt?

Beste Hans,
Verlichting is niet jouw woord.

Beste X,
Woorden zijn niet mijn ding, maar wel mijn niet-ding.

Beste Hans,
Wat betekent niet-weten voor jou?

Beste X,
Dat ik niemand meer naar de mond praat.
Ook mezelf niet.
Dat ik mij niets meer in de mond laat leggen.
Ook niet door mezelf.
Ook dit niet.

Beste Hans,
Hoe ben jij tot niet-weten gekomen? Ben jij jaloers op jezelf? Zie jij jezelf als hoeder van de waarheid of als verlosser? Hoe kijk jij naar de wetende medemens?

Beste X,
Hoe het zo gekomen is weet ik niet.
Van een navolgbaar pad was geen sprake; eerder van een brownse beweging.
Ik benijd mij er niet om en ik beklaag me er niet over.
Evenmin benijd of beklaag ik anderen.
Ik denk niet dat mensen gevangen zitten en door mij bevrijd moeten of kunnen worden, of ik door hen; ik denk ook niet van niet.
Ik denk niet dat mensen een leugen leven en ik de waarheid of omgekeerd; ik denk ook niet van niet.
Ik sla mezelf niet hoger aan dan anderen of omgekeerd.
Toch zou ik met niemand willen ruilen.
Zeker niet met de ‘oude’ Hans.
Snap jij het?

Mijn website en mijn rubriek zijn voor iedereen wat anders en je mag ervan denken wat je wilt of moet.
Zelf zie ik ze bij voorkeur als een sprekend niet spreken of een zwijgend niet zwijgen dat uitdrukking geeft aan een wetend niet weten of een denkend niet denken, maar daarom zijn ze dat nog niet.
Ik verkoop niets wat ik niet gratis aanbied, ik meet mij niets aan, ik stel geen voorbeeld, ik duid niet, ik adviseer niet, ik instrueer niet, ik waarschuw niet, ik zoek niet naar aandacht, bewondering, bevestiging of erkenning, ik ben niet geïnteresseerd in mijn gelijk of in jouw geluk, ik ben er niet op uit ergens bij te horen of overal buiten te staan, ik wil mij niet vestigen als verlosser, biechtvader, goeroe, vriend, mystagoog, therapeut, inspirator, auteur, spreker of praatpaal.
Niet dat ik weet.
Deze eikel probeert alleen maar (z)onder woorden te brengen wat hij graag eens bij anderen had gelezen sinds hij in die merkwaardige herfst van 2007 tijdens een hevige windstilte zomaar uit de boom viel.

Beste Hans,
Uit de boom van de kennis.

Beste X,
Al heb ik nog al mijn kennis.
Al noem ik het liever ‘kennis’.
Al zeg ik liever ‘ik’.

Beste Hans,
Begrijp ik het goed dat jij net als ik niets ophebt met mensen die de waarheid verkopen?

Beste X,
Nee, dat begrijp je verkeerd.
Ik heb niets tegen mensen die de waarheid verkopen.
Ik heb ook niets tegen mensen die de waarheid kopen.
Ik heb ook niets tegen mensen die zich iets aanmeten.
Ik heb ook niets tegen mensen die een voorbeeld stellen.
Ik heb ook niets tegen mensen die duiden, adviseren, instrueren of waarschuwen.
Ik heb ook niets tegen mensen die naar aandacht, bewondering, bevestiging of erkenning zoeken.
Ik heb ook niets tegen mensen die geïnteresseerd zijn in hun eigen gelijk of in andermans geluk.
Ik heb ook niets tegen mensen die ergens bij willen horen of nergens bij willen horen.
Ik heb ook niets tegen mensen die zich willen vestigen als verlosser, biechtvader, goeroe, vriend, mystagoog, therapeut, inspirator, spreker of praatpaal.
Ik heb ook niets tegen mensen die wel iets tegen dit soort mensen hebben.
Ik heb ook niets tegen mensen die iets tegen mensen hebben die iets tegen dit soort mensen hebben.
Mocht ik op een gegeven moment toch iets tegen dit soort mensen krijgen, of tegen mensen die, zoals ik nu eventjes, onderscheid maken tussen soorten mensen, of tegen mensen die zich daartegen verzetten, of tegen mensen die zich daar weer tegen verzetten, et cetera, dan heb ik daar niets op tegen.
Op dit moment tenminste niet.
Je ziet:

Ik praat niemand meer naar de mond.
Ook mezelf niet.
Ik laat mij niets meer in de mond leggen.
Ook niet door mezelf.
Ook dit niet.

Grote twijfel, grote verlichting?

Kleine twijfel, kleine verlichting; grote twijfel, grote verlichting

Beste Hans,
Twijfel jij weleens aan niet-weten?

Beste X,
Twijfelen aan niet-weten?
Ik zou niet weten hoe.
Mijn leer is immers leeg.
Daarom noem ik hem de lege leer.
Onzin natuurlijk, een lege leer, maar ja.
Je moet toch wat zeggen, hè.
Leer of niet, leeg is leeg.
Leg mij maar eens uit aan welk deel van de lege leer ik zou moeten twijfelen.

Beste Hans,
Zelf twijfel ik overal aan. Als het te erg wordt, ga ik maar weer langs het strand wandelen of door de duinen zwerven. Ik of niet-ik? Zijn of niet-zijn? Eén of twee? Vorm of leegte? Alles of niets? God of mens? Boeddha of dada? Werkelijkheid of illusie? Maar vooral: weten of niet-weten? Is het leven eigenlijk wel een mysterie? Is er dan helemaal niets te doen of te zeggen? Mag ik er echt geen meningen op na houden? Kan een mens wel leven zonder oordelen? Soms weet ik het niet meer met dat niet weten.

Hoe is het om niet te twijfelen?

Beste X,
Wie niet twijfelt, zoals ik, is absoluut zeker.
Absoluut zeker van absoluut niets.
Een zekerheid die bij gebrek aan inhoud niks voorstelt.
Om over het absolute nog maar te zwijgen.
Dat is dus twee keer niets.
Daar maal ik niet om, want malen kun je alleen om iets.

Twijfelen is menselijk.
Al te menselijk.
Mensen twijfelen over hun identiteit, over hun geslacht, over de schepping, over de relatie tussen subject en object, over de kern van het boeddhisme, over de relatie tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, over de vraag of er wel echte communicatie mogelijk is, over de waarheid, over de zin van het leven, over de aard van het bewustzijn, over het bestaan van een hogere macht of van een leven na de dood …
Zelf was ik ook zo.
Een halve eeuw lang, non-stop.
Hans van Dam, aartstwijfelaar.

Twijfel is een symptoom, zeg ik achteraf.
Wie twijfelt, houdt er hardgebakken denkbeelden op na.
Zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, angstbeelden, lichaamsbeelden, doodsbeelden en noem maar op.
Of noem ze concepten, theoriën, paradigma’s, zienswijzen, geloofsovertuigingen, lijfspreuken, wereldbeschouwingen, filosofieën, meningen, maakt niet uit.
Denkbeelden roepen onvermijdelijk vragen op die beantwoord moeten worden.
Hypothesen die bevestigd moeten worden.
Paradoxen die opgelost moeten worden.
Idealen die afgedwongen moeten worden.
Kreukels die gladgestreken moeten worden.

Zelf heb ik geen theorieën, geen paradigma’s, geen zienswijzen geen geloofsovertuigingen, geen lijfspreuken, geen wereldbeschouwing, geen denkbeelden, geen begrippen meer, ze hebben mij niet meer, ze staan allemaal tussen haakjes, tussen aanhalingstekens, er is geen mij of niet-mij om te hebben – hoe zal ik het zeggen.
Waaraan zou ik dan moeten twijfelen?
Aan de gedachte dat twijfel een symptoom is, zeg je?
Welnee.
Weg ermee.
En weg ook met niet-weten.

Beste Hans,
Twijfel jij dan helemaal nergens over?

Beste X,
Natuurlijk twijfel ik weleens ergens over.
Of eigenlijk de hele dag.
Over alledaagse kwesties.
Je kent dat wel:
Thuisblijven of uitgaan.
Regenjas of vest.
Te fiets of te voet.
Spreken of zwijgen.
Kopen of huren.
Pijn stillen of pijn lijden.
Naar de dokter of afwachten.
Daarover heb ik zo mijn twijfels.
Maar over levensbeschouwelijke kwesties?
Spiritualiteit, religie, filosofie, ethiek?
Nooit meer.
Afgelopen uit.

Ik of niet-ik? Tja.
Zijn of niet-zijn? Tja.
Eén of twee? Tja.
Vorm of leegte? Tja.
Alles of niets? Tja.
God of mens? Tja.
Boeddha of dada? Tja.
Werkelijkheid of illusie? Tja.
Weten of niet weten? Tja.

Makkie.
Wat is mijn bestaan?
Een oog in een orkaan.
(Een been in een liaan.
Een heleboel methaan.
Oneindig misverstaan.
Een langgerekt vergaan.)

Beste Hans,
Dus niet-weten betekent niet steeds-twijfelen?

Beste X,
De gedachte dat een weetniet een zwaarmoedige twijfelaar zou zijn, zoals een brievenschrijfster onlangs weer eens opperde, berust op een wijdverbreid misverstand.
Net als de gedachte dat iemand die niet weet, van mening zou zijn dat je niets kunt weten of dat het leven een mysterie is of dat er niets te doen of te zeggen valt of dat je geen meningen mag hebben of keuzeloos gewaar moet zijn of wat dan ook.
Wat weet ik daar allemaal van.
Is mijn leer leeg of niet?

Ik ben inzake levensvragen geen zwaarmoedige twijfelaar, maar lichtvoetig als een ballerina.
Een ballerina op de maan.
Vluchtig als een briesje.
(Een flatus van methaan.)
Trefzeker als het dappere snijdertje dat in één klap zeven vliegen sloeg.
Klits, klats, klandere, van de ene kijk naar de andere.

Dat kun je geen weten meer noemen.
Dat kun je geen niet weten meer noemen.
Dat kun je geen twijfel meer noemen.
Dat kun je geen zekerheid meer noemen.
Dat kun je niet benoemen.
Wat valt er te verbloemen?
Geen woord zo snel of ik achterhaal het wel.

Beste Hans,
Betekent dit dat je nooit meer bedroefd of terneergeslagen bent? Dat je voorgoed immuun bent voor melancholie en depressiviteit?

Beste X,
Wie zegt dat dergelijke gemoedstoestanden uitsluitend of zelfs maar mede veroorzaakt worden door denkbeelden, al dan niet illusoir?
Zelfs voor cognitief therapeuten is dat eerder een werkhypothese dan een geloofsartikel.
Afgezien daarvan: waarom zou het weten (‘het weten’) mij na een respijt van tien jaar over tien seconden niet opnieuw in een houdgreep nemen.
Al was het maar doordat een herseninfarct of een blikseminslag in één klap mijn zelfbewustzijn vernietigt.

Nee, ik reken nergens op.
Ook hierop niet.
Maar daarom twijfel ik nog niet.
Nóg niet …

* bekend zengezegde: Kleine twijfel, kleine verlichting; grote twijfel, grote verlichting.

Twijfelzucht

Beste Hans,
Het spijt me dat ik het moet zeggen maar ik vind je dwaalteksten een verschrikking. Nooit heb ik een duidelijker geval gezien van de ziekte die twijfelzucht heet.

Beste X,
Er is geen spoor van twijfel in mij.

Beste Hans,
Dan wil ik weleens weten waar jij voor staat.

Beste X,
Er is geen spoor van zekerheid in mij.

Beste Hans,
Het enige wat je weet is dat je niets weet?

Beste X,
Er is geen spoor van weten in mij.

Beste Hans,
Ook dat je niets weet, weet je niet?

Beste X,
Er is geen spoor van niet weten in mij.

Beste Hans,
Waarom heet jouw site dan niet-weten.nl?

Beste X,
Mijn site gaat niet over twijfel maar over het einde van de twijfel.
Niet over zekerheid maar over het einde van de zekerheid.
Niet over weten maar over het einde van het weten.
Niet over niet weten maar over het einde van niet weten.
En daar dan weer het einde van.

Beste Hans,
Doel je op de leegte die wij zijn?

Beste X,
Er is geen spoor van leegte in mij.

Beste Hans,
Heb je liever dat ik van vol-ledigheid spreek?

Beste X,
Er is geen spoor van vol-ledigheid in mij.

Beste Hans,
Zullen we dan maar zeggen dat je spoorloos bent?

Beste X,
Of dat ik niet spoor?

Beste Hans,
Waarom praat je zo raar?

Beste X,
Even normaal dan maar.
Al dit obstinate ontkennen is niet bedoeld om te mystificeren.
Ik vertegenwoordig niet een of ander metafysisch negativisme.
Ik wil niet apofatisch verwijzen naar een waarheid of werkelijkheid voorbij de woorden waarvan alleen intuïtieve kennis mogelijk is.
Ik ben er niet op uit mijn mind, verstand, wijsheidsoog, ziel, hart of enig ander lichaams- of geestesdeel te ontledigen teneinde ruimte te maken voor (een teken van) het absolute, het numineuze, de liefde, god of de bron.
Ik wil alleen maar niets gezegd laten.
Een even eenvoudige als onmogelijke opdracht die tot vreemde capriolen leidt waarvan niet iedereen even blij schijnt te worden als ik.
Veel keus heb ik niet.
Onze taal is nou eenmaal bedoeld om iets te zeggen en niet om niets te zeggen.
Om zelfs niet niets te zeggen.
Want ook dat ik niets te zeggen heb, zul je mij niet horen zeggen.

Beste Hans,
Ik snap niet waar je het allemaal vandaan haalt.

Beste X,
Misschien moet je zelf eens proberen zelfs niet niets te zeggen.
Voor je het weet klink je net zo gek als ik.

Beste Hans,
Waarom durf je niets gezegd te laten?

Beste X,
Met durven heeft het niets te maken; het is gewoon hoe mijn hoofd werkt sinds ik het verloor.
In de bovenkamer blijft weinig ongedacht en niets gedacht.
Waarom niet?
Weet ik niet.
Is het ergens goed voor?
Wat heet goed.
Waarom doe ik het dan?
Gaat vanzelf.
Daar zit geen Hans of niet-Hans meer tussen.
Ik werk niet mee, ik werk niet tegen, ik ben niet keuzeloos gewaar.
Niet dat ik weet.
Noem het desnoods denken zonder denken (wu nien).
Zodat het nog wat lijkt.
Of geest zonder geest (wu hsin).
Weten zonder weten.
Niet-weten zonder niet-weten.

Mijn schrijven zonder schrijven, spreken zonder spreken en doen zonder doen zijn simpelweg uitdrukkingen (of vormen of aspecten of afgeleiden of bijverschijnselen of parallellen of spiegelbeelden of originelen) van een denken zonder denken.
Van een denken zonder denk-beelden.
Dat zichzelf net als de Baron van Münchhausen aan zijn eigen haren uit het moeras trekt – en dan gewoon weer loslaat.
Telkens weer.

Beste Hans,
Het is me nog steeds niet duidelijk waarom je website niet-weten.nl heet.

Beste X,
Elke naam is onjuist maar géén naam is nog onjuister.
Een website zonder naam is een website zonder lezers.
Niet-weten.nl is een flutnaam die net als de term ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ of ‘weten zonder weten’ tot eindeloze misverstanden leidt.
De-brand-erin.nl.
Ik-kan-alleen-niks-beters-verzinnen.nl.

  • de-lege-leer.nl?
  • het-lege-geheim.nl?
  • parasamgate.nl?1
  • sunyanta.nl?2
  • antavedanta.nl?3
  • mont-fou.nl?4
  • dwijsheid.nl?
  • de-wereld-tussen-haakjes.nl?
  • puntjepuntjepuntje.nl?
  • tralala.nl?

Afijn.nl.
Ik-sta-open-voor-suggesties.nl.

Beste Hans,
Ik geloof dat ik je ten onrechte van twijfelzucht beschuldigd heb.

Beste X,
Zeker weten?

Beste Hans,
Lelijke klier.

Beste X,
Zenboeddhisten hebben minder moeite met twijfelzucht dan jij.
‘Kleine twijfel, kleine verlichting; grote twijfel, grote verlichting’, zeggen ze daar.

Beste Hans,
Zou het?

Beste X,
Niet slecht.

  1. parasamgate: laatste woord van de mantra waarmee de hartsoetra eindigt, gate gate paragate parasamgate (Sanskriet; vrij vertaald: verder verder, almaar verder, almaar verder gaan)
  2. sunyanta: neologistische samentrekking van sunya (Sanskriet, leeg) en anta (einde), oftewel het einde van (zelfs) de leegte
  3. antavedanta: neologistische samenvoeging van anta (Sanskriet, einde) en vedanta, dat zelf weer een samentrekking is van veda (wijsheid) en anta; oftewel het einde van (zelfs) het einde van de wijsheid
  4. Mont Fou: Frans voor, laten we zeggen, de Gekkenberg, tegenhanger van de Berg van de Eeuwige Wijsheid. Die ik heus wel wil beklimmen, als ik maar wist waar hij stond.

The sound must go on

Beste Hans,
Wat ik je nu opstuur zijn de stukken en brokken die overgebleven zijn na een etmaal van schrijven, wissen, niet verzenden, overwegen, snacken, dommelen en weer van voren af aan beginnen. Je ziet, er is bitter weinig van overgebleven.

Steeds als ik denk dat iets niet goed is zoals het is, ontstaat er een paradox en daar sabbel ik dan op. En als het niet goed lijkt te zijn, is dat ook weer wat er is en ik zou willen dat dat ook goed was, dat niet goed ook goed is… maar als iets dan eindelijk eens een keer helemaal goed lijkt, zelfs als het niet goed is, herinnert iets anders me er wel weer aan dat er toch iets niet goed is en begint het lieve leven opnieuw…

Wat wil ik nou eigenlijk? Ik wil niet meer willen. Dat lukt me niet dus kan ik beter stoppen met te willen niet meer te willen, maar dan wil ik dát weer en dat wil ik óók niet…

Een en al perplexiteit dus. Ik wil het leven omarmen! Ik wil niet meer willen! Wat moet ik hiermee?

Beste X,
Denken dat iets niet goed is zoals het is, is ook wat er is, of je nou wilt of niet.
Denken dat het niet goed is dat je denkt dat iets niet goed is zoals het is, is nog steeds wat er is, of je nou wilt of niet.
Dus dat zit wel goed.
Of het zit wel fout, goed fout, als je dacht in deze formule de weg uit het denken te vinden.
Als je dacht jezelf het denken uit te kunnen denken.

Sommige mensen hopen rust te vinden is in een onvoorwaardelijke omarming van het leven.
Willoos worden als een doodgeboren lam.
Hoe gaat iemand die alles verwelkomt, om met innerlijk verzet, denk je.
Het verzet omarmen?
Dan blijft er verzet.
Het verzet bestrijden?
Dan komt er nog meer verzet.
Dénken dat je alles moet omarmen is al een daad van verzet.
Rust zoeken is vechten tegen je onrust.
Rust zoeken in je onrust is nog steeds een vorm van onrust en nog altijd een daad van verzet.

De eerste wereldoorlog werd door H.G. Wells, de beroemde science-fiction schrijver, the war to end all wars genoemd.
Nou, dat hebben we geweten.
Spiritualiteit: the inner war to end all inner wars.
Zoektocht naar the thought to end all thoughts.
The knowledge to end all knowing.
The truth to end all truths.
The will to end all willing.
Stap in je Zero, nul, en stort je op de vijand.
Verdwijn voor eeuwig in zijn zwarte gat.
Oh bron van goddelijke wind.
Bel van gebakken lucht.
Bol van gebakken licht
Banzai!
En wat is het eerste dat je ziet vanonder de zoden?
Zelfs het groenste gras bestaat van dichtbij uit blauwe en gele sprietjes.
Pointillistische fopperij.
Divisionistische grondslag van de non-dualiteit.
De hoogste waarheid de laagste leugen.
Ben je daar nou voor neergestort?

Beste Hans,
Wat is perplexiteit?

Beste X,
Een weten dat is vastgelopen, maar nog altijd niet van ophouden weet?
Een denken dat dol draait, maar nog steeds tot rust hoopt te komen door een tandje bij te schakelen?

Beste Hans,
Maar wat moet ik dan?

Beste X,
Moet je dan wat?
Dit is mijn ervaring:
Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je schrijven zul je haar wissen.
Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen.
Zolang je haar probeert te vangen zul je perplex staan.

Beste Hans,
Niet proberen te vangen dus.

Beste X,
Je kunt het proberen, het blijft forceren.
Bij mij is er iets doorgebrand.
Het lijntje brak.
Het schip zonk.
Zo van:

Wat een gezeik.
Ik ben het zat.
Slijk is slijk.
Dan maar nat.
Vinger uit de dijk.
Schaak zonder mat.
Koning te kijk.
Vinger in mijn gat.
Rijk zonder rijk.
Mond zonder blad.
Dood zonder lijk.
Dat was dat.

Beste Hans,
Waarom ben jij zo lekker aan het schrijven en ik alleen maar aan het wissen?

Beste X,
Schrijven is vaststellen, wissen is vrijstellen.
Niet-weten is beide tegelijk.
Zowel in gedachte als op schrift.
Vangen om te bevrijden.
Schrijvend wissen.
Aanzuigend uitblazen.
Als een didgeridoo:
The sound must go on.

Visserslatijn

Beste Hans,
Ik heb al heel wat ‘dwaalteksten’ gelezen, maar ik snap nog altijd niet waar je op uit bent. Vaak zeg je dat je niets te zeggen hebt. Dat wil er bij mij niet in. Je schrijft toch niet voor niets? Bovendien zeg je ook weleens dat je zelfs niet niets te zeggen hebt. Zelfs niet niets is gewoon weer iets, of niet soms. Welk iets?

Bij jou vang je altijd bot. Je zegt jezelf niet als iemand te zien en niet als niemand, niet als iets en niet als niets. Ik kan niet uit de voeten met alleen maar negatieve aanduidingen. Toe nou, zeg eens iets.

Beste X,
Een mysticus gebruikt negatieve uitspraken om het onzegbare te zeggen of het onduidbare te duiden, maar dat is niet het enige wat je ermee doen kan.
Ikzelf gebruik ze om het denken aan de kaak te stellen.
De ongelooflijke goedgelovigheid waarmee we voortdurend onze eigen en toegeëigende gedachten bejegenen, waaronder deze.
Gedachten, bevestigende én ontkennende, over onze persoon, over onze ware aard, over god, over ethiek, over de weg, over de zin van het leven, over het denken, over liefde, mededogen, lijden, geluk, bejegening en goedgelovigheid, over wat dan ook.

Als ik zeg dat ik niet iemand en niet niemand ben dan bedoel ik daarmee niet dat ‘ik’ een illusie is die gekend wordt door het ware zelf of zo, maar dat de persoon Hans van Dam, ooit een vast uitgangspunt van mijn denken, voor mij op losse schroeven is komen te staan, zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen.
Ik kan niet heilig geloven in Hans, vorm, ziel, atman, brahman god of zelf, maar ook niet in niet-Hans, leegte, geen-ziel, anatman, parabrahman, niet-zelf of niet-geloven.
Geen idee of dat alleen maar ideeën zijn of namen van realiteiten, terwijl ook het onderscheid tussen idee en realiteit mij bij nader inzien ontglipt.

Hoe groot is de kans dat je een vis vangt als je in een pot met pieren zit te hengelen?

Beste Hans,
De geest is een pot met pieren?

Beste X,
Dan is dit een van die pieren.

Beste Hans,
We moeten ons niet aan de haak laten slaan.

Beste X,
Ook niet door deze gedachte.

Beste Hans,
Niet weten is knabbelen, niet bijten.

Niet hengelen, niet bijten

Beste X,
Klinkt meer als niet-eten.

Beste Hans,
Hoe zou jij het zeggen?

Beste X,
Je zit nog steeds te hengelen.

Beste Hans,
Ik denk dat ik maar ga vissen.

Beste X,
Niet tegen de wind in pissen.

Allemaal niet

Nooit meer bang

Beste Hans,
Ik heb weleens gehoord dat de verlichte nooit meer bang is.

Beste X,
Ik ook.

Beste Hans,
Ik bedoel, ben jij nog weleens bang?

Beste X,
Ik bedoel, denk jij dat ik verlicht ben?

Beste Hans,
Ik bedoel, is iemand die niets weet weleens bang?

Beste X,
Ik bedoel, denk jij dat ik niets weet?

Beste Hans,
Maar als je nou niets weet…

Beste X,
Denk jij dat alle angst uit weten voortkomt?

Beste Hans,
Het lijkt me heerlijk om nooit meer bang te zijn.

Beste X,
Denk jij dat ik je van je angst kan verlossen?
Denk jij dat iets, wat dan ook, of iemand, wie dan ook, je van je angst kan verlossen?
Denk jij dat er op deze aardbol angstvrije mensen rondlopen?
Denk jij dat angstvrije mensen beter af zijn?

Beste Hans,
Ik denk het eigenlijk niet.

Beste X,
Nou denk je weer van niet.
Wat denk je allemaal niet.

Een jaar later.

Beste Hans,
Die vraag, ‘Wat denk je allemaal niet’, draag ik de rest van mijn leven met me mee.

Beste X,
Wat denk je allemaal niet.

Demissionaris

Beste Hans,
Van tijd tot tijd bezoek ik je ‘dwaaltuin’. Jij bent een zendeling met de dodelijke ernst van een roepende in de woestijn. Die maar blijft roepen dat we niets kunnen weten. Natuurlijk weten we niets zeker, zeker weten. Nee nee, zelfs dat niet, ja ja, zo kunnen we doorgaan. Maar we hoeven ook helemaal niets zeker te weten. Wat ik weet, denk, voel, daarvan kan ik voor tussen de twintig en tachtig procent op aan. Daar kan ik best mee leven.

Beste X,
Je mag mij gerust een zendeling noemen, maar gezonden heeft mij niemand en een zending heb ik niet.
Ik roep om te herroepen.
Dat gaat mij aardig af, al zeg ik het zelf, tot ergernis van menig lezer.
Ernstig lijk ik alleen voor wie de lol er niet van inziet.
Daar kan ik best mee leven.

Beste Hans,
Maar niet-weten is toch geen probleem zolang je maar met een zekere waarschijnlijkheid kunt weten? Voor mij is dat genoeg.

Beste X,
Daar kan ik best mee leven.

Beste Hans,
Maar waarom is het voor jou niet genoeg?

Beste X,
Dat maak jij ervan.
Wat mij betreft is het vraagstuk van de binnendijkse waarschijnlijkheidsgraad van onze kennis in goede handen bij de hooggeleerde wetenschapsfilosoof met gegrond verstand en zijn rechterhand, de hooggeëerde medemens met gezond verstand, god hebbe hun zaligheid.
Sterker nog, ik weet precies hoeveel standaarddeviaties mijn intelligentiequotiënt van het gemiddelde afwijkt (ik verklap niet in welke richting) en zelfs weers- en winstverwachtingen zijn aan mij besteed.
De r is weer in de maand; hoe vind je mijn zuidwester?

Beste Hans,
Waar gaat het jou dan om?

Beste X,
Mij gaat het erom dat ik geen antwoorden meer heb op wezens- en levensvragen.
Niet dat er geen antwoorden zijn – dat zou nog steeds een antwoord zijn – maar dat ik ze niet meer heb en niet meer zoek.

Geen hel meer onder mijn grond
Geen grond meer onder mijn voeten
Geen voeten meer onder mijn benen
Geen benen meer onder mijn kont
Geen kont meer onder mijn romp
Geen romp meer onder mijn hoofd
Geen hoofd meer onder mijn dak
Geen dak meer boven mijn hoofd
Geen hemel meer boven mijn dak

Alles hangt in de lucht, dit ook.
Voor menigeen een schrikbeeld, maar dan heb je nog nooit een ruimtewandeling gemaakt.
Niets zo genoeglijk als een vrije val, eens je je dieptevrees overwonnen hebt.
Bed zonder grenzen.

Beste Hans,
Niet-weten betekent dus niet dat alle kennis een onzekerheidsmarge heeft.

Beste X,
Dat mag iedereen zelf weten. Niemand heeft patent op die term.

Beste Hans,
Wat jou betreft, bedoel ik.

Beste X,
Voor mij is niet-weten dispensatie van duidingsdrang.
Vrijstelling van verklaringsdienst.
Rouwen om wat wanen zijn geweest.
Lachen om de spatjes van je geest.

Beste Hans,
En dan?

Beste X,
Roepen in de woestijn natuurlijk.
Wat dacht jij?

Schoon schip

Schoon schip maken

Beste Hans,
Waar sta jij voor?

Beste X,
Voor niets.

Beste Hans,
Voor niet-weten toch?

Beste X,
Mij niet gezien.

Beste Hans,
Pardon?

Beste X,
Wie weet er nou niks.

Beste Hans,
Wat ik vragen wilde: kun je niet-weten oefenen?

Beste X,
Niet-weten is de afwezigheid van hardgebakken kennis.
Hoe kun je oefenen in de afwezigheid van iets dat er nog is?
Van de ander kant: waarom oefenen als het al afwezig is?

Beste Hans,
Hoe kom je er anders vanaf?

Beste X,
Als je íets kunt, dan is het je hardgebakken kennis kritisch onderzoeken: je hokjes, denk-beelden, aannames, normen, waarden en zekerheden.
Maar hoe krijg je jezelf zo gek?
Waarom zou je twijfelen aan je projecties zolang je ze voor werkelijk houdt?
Waarom zou je onderzoeken wat voor jou vanzelf spreekt?
Is er eigenlijk wel zoiets als hardgebakken kennis, waarom zou je ervan af moeten, is er wel een ‘je’ om over te halen, is ‘projectie’ niet zelf een projectie, wat heet ‘werkelijk’?

Beste Hans,
Jij denkt niet dat het kan?

Beste X,
Byron Katie denkt dat het kan; haar methode heet Het Werk.
Jed McKenna denkt dat het kan, zijn methode heet autolyse.
Seung-Sahn denkt dat het kan, zijn methode heet ‘Only don’t know.’
Vipassana, shikantaza, konmari, als we maar lol hebben.

Beste Hans,
Is niet-weten volgens jou een methode, een houding, een filosofie, een vorm van mystiek, of eerder een anti-methode, een anti-houding, een anti-filosofie, anti-mystiek?

Beste X,
Voor mij is niet-weten een grensoverschrijdend denken, vrij en onvervaard, dat zichzelf onophoudelijk bevraagt, en onverbiddelijk schoon schip maakt.
Niet door zichzelf krampachtig te onderdrukken, integendeel, maar door elk weten dat het nou eenmaal debiteert, elk onderscheid dat het nou eenmaal aanbrengt, iedere gedachte die het nou eenmaal oppert tegen het licht te houden.
Dus ook de gedachte dat niet weten een methode of anti-methode is, een houding of anti-houding, een filosofie of anti-filosofie, een vorm van mystiek of anti-mystiek.
Ook de gedachte dat niet-weten een grensoverschrijdend denken is, vrij en onvervaard, dat zichzelf onophoudelijk bevraagt, en onverbiddelijk schoon schip maakt.
Want is er eigenlijk wel zoiets als ‘een niet-weten’ of ‘een denken’, is ‘het’ wel ‘grensoverschrijdend’, ‘vrij’ en ‘onvervaard’, kan ‘het’ ‘zichzelf’ wel bevragen, doet ‘het’ dat inderdaad ‘onophoudelijk’ of alleen overdag of alleen tussen de bedrijven door, of lijkt het allemaal maar zo?

Beste Hans,
Hoe voelt dat?

Beste X,
Hoe voelt wat?

Beste Hans,
Vrij en onvervaard denken. Jezelf onophoudelijk bevragen. Onverbiddelijk schoon schip maken.

Beste X,
Toen het me onverwacht overkwam was ik wekenlang gebiologeerd en euforisch.
Daarna heb ik maandenlang gehuild en jarenlang gerouwd voor ik de smaak een beetje te pakken kreeg.
Hoewel ik allang vrede heb gevonden in de leegte van mijn uitgeruimde geest –grote leegte, grote ruimte, grote vrede – is er nog steeds die ondertoon van verlies.
De tijd krijgt geen tijd om de wonden te helen want het verlies blijft niet beperkt tot een tijdstip of periode in het verleden (‘het verleden’) waarin je (‘je’) je geest (‘je geest’) voor eens en voor altijd uitgeruimd hebt; het gaat maar door.
Tot op de dag van vandaag.
Iedere gedachte, elk onderscheid, hoe fraai of dierbaar ook, gaat in rook op.
Nu deze gedachte weer.
Zonde.
Vaarwel.

Beste Hans,
Volgens mij heb jij desondanks veel plezier in de schrijverij.

Beste X,
Dat heb ik en ik ben blij dat het over komt.
Wat niet altijd over komt is dat ik voor niets sta.
Dat ik zelfs niet voor niets sta.
Ik mag dan wel getuigen van ‘een denken dat, eigener beweging, onophoudelijk en onverbiddelijk schoon schip maakt’, maar uitsluitend bij wijze van spreken, niet als een onbetwistbaar feit.
Laat staan dat ik ervoor pleit.
In die geest zijn mijn teksten geschreven, maar in die geest worden ze niet per se gelezen.

Beste Hans,
Bijvoorbeeld?

Beste X,
Als ik schrijf:

Niet het ego, niet het zelf
Niet het ego en het zelf
Niet het ego noch het zelf
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

dan bedoel ik alleen maar dat ik het denken in termen van het vermaledijde ego en het gebenedijde zelf achter me heb gelaten, of hét mij, en dat ik blij ben dat ik ervan af ben.
Maar dat is niet wat de mensen erin lezen.
Die denken dat ik een verklaring afleg, dat ik iets beweer, verdedig of aanbeveel.
Bijvoorbeeld dat het ego niet bestaat of dat er geen zelf is of dat er niets te doen of te bereiken valt of een andere onomstotelijke waarheid of werkelijkheid of waarde of weg, of het ontbreken daarvan.
Met een radicaal niet-weten heeft dat natuurlijk niets te maken.

Hoe vaak ik ook roep dat mijn dwaalteksten alleen maar het zelfreinigende denken demonstreren dat sinds jaar en dag in mij huishoudt, mensen blijven er opvattingen, ideeën, idealen en instructies in zien en kritiek in lezen en aanstoot aan nemen.

Beste Hans,
Niks van aantrekken. We zijn de kenner, niet de doener. Het is allemaal de film.

Beste X,
Die film ken ik. Hij heet ‘advaita vedanta’.

Beste Hans,
Non-dualisme is ook de film?

Beste X,
Als het allemaal de film is wel.

Beste Hans,
Doener of kenner, wat denk jij?

Beste X,
Bezigheidstherapie voor de geest.
Wat mij betreft, ik voel mij net zomin activist als fatalist of defaitist of nihilist of non-dualist of wat voor -ist, non- of anti- ook.

Beste Hans,

‘Niet de doener, niet de kenner
Niet de doener en de kenner
Niet de doener noch de kenner
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen’

Beste X,
Ik had het zelf kunnen zeggen.
Maar alleen als uiting van opluchting en blijdschap over een kwestie die ik achter me heb gelaten, of zij mij; niet als uitdrukking van een weten dat een non-dualistische fatalisme of een dualistisch activisme onderschrijft of weerspreekt of de tegenstelling fatalisme-activisme overstijgt of wat dan ook.

Beste Hans,
Jij staat helemaal voor niets.

Beste X,
Mij niet gezien.