Brieven niet-weten; de twijfel voorbij

De twijfel voorbij; brieven over niet-weten. Van de hokjesgeest, de beginnersgeest en het weetnietfeest van de weetnietgeest.

Dwaalgids > Niet-weten > Brieven niet-weten; de twijfel voorbij

Van grote vrees naar Grote Vrede

Oorspronkelijke Geest of weetnietfeest?

Beste Hans,

Ken jij de Woorden van de Oude Cheng? Deze tekst, vertaald uit het Frans door wijlen Alexander Smit, leerling van Nisargadatta Maharaj, ademt dezelfde sfeer als de Linji lu. De Oude Cheng noemt het Uiteindelijke – dat wat overal aan voorbij gaat, dat wat alles overstijgt, het ene dat alles in zich draagt – de Oorspronkelijke Geest. Hoe noem jij het Uiteindelijke?

Beste Idse,

Na jaren van navelstaren en kennis vergaren teneinde het Uiteindelijke te ontwaren steek ik uiteindelijk nergens mijn hand meer voor in het vuur.

Zodoende kan ik niet bevestigen en niet ontkennen dat er een of ander dit of dat of niet-dit en niet-dat bestaat dat weliswaar voorbij de woorden is, maar niettemin bereikt of herkend of gerealiseerd of belichaamd of ingezien of aangevoeld of geleefd of doorleefd of gedaan of gelaten kan worden – zoals de gewone geest, de grote geest, de oorspronkelijke geest, de algeest, geen-geest, het zelf, geen-zelf, de ziel, het hart, de weg, de waarheid, het leven, het hoogste, het overstijgende, het absolute, het numineuze, het onnoemelijke, de bron, het zijn, essentie, het heden, de eeuwigheid, gewaarzijn, stilte, leegte, openheid, liefde, het ene, god, de menigvuldigheid, brahman, atman, anatman, dao, non-dualiteit, je ware aard, je oorspronkelijke gezicht, sunyata, nirwana en noem maar op.

Zulke termen gebruik ik daarom nooit, behalve om ze in vraag te stellen – maar dat doe ik dan ook graag. Dat geldt eigenlijk voor alle termen. Ook voor de wegwerpterm ‘niet weten’, al geniet die toevallig mijn voorkeur.

Niet weten verwijst bij mij echter niet naar een principieel onkenbaar bewustzijn, zoals in sommige non-dualistische tradities, niet naar een principieel onkenbare interdependentie of een principieel onkenbare boeddhanatuur, zoals in sommige boeddhistische tradities, niet naar een principieel onkenbare immanentie, zoals in sommige mystieke tradities, niet naar een principieel onkenbaar mysterium tremendum et fascinosum, zoals het in nuministische kringen heet, of naar welke hypo-, hyper- of metastase ook.

Als ik het over niet weten heb, bedoel ik alleen maar dat ik het, als het erop aankomt, allemaal niet meer weet. Dit ook niet. ‘Dat wat overal aan voorbij gaat’ is ook aan mij voorbij gegaan. Het moest wel. ‘Dat wat alles overstijgt’ gaat ook mij boven de pet. Per definitie. ‘Dat wat mij boven de pet gaat’ is mijn definitie van transcendentie.

Uiteindelijk is er niets dat mij niet boven de pet gaat. Alles is mij een raadsel. Het zogenaamde eindelijke net zozeer als het zogenaamde uiteindelijke. Het zogenaamde vele net zozeer als het zogenaamde ene. Het zogenaamde weten net zozeer als het zogenaamde niet weten. Zogenaamde ik net zozeer als zogenaamde niet-ik en jij en niet-jij.

Kijk eens, ik ben een dummy. Mijn boek is zo leeg als mijn leer. Mijn leer is zo leeg als mijn geest. Zo vol ben ik van mijn leegte dat ik barst. Leegte is mijn lied, ik zing als een parkiet en ik hoop maar dat je hoort of ziet wat ik niet zeggen kan omdat spreken nooit niet weten is.

Idse: Parkieten kunnen niet zingen.

Hans: Niet weten is dodecafonisch. In het twaalftoonsysteem kan niemand niet zingen.

Idse: Ik was ervan overtuigd dat jij het Uiteindelijke gewoon de Weetnietgeest zou noemen.

Hans: De weetnietgeest heeft niets te melden over het uiteindelijke.

Idse: Bedoel je dat het Uiteindelijke niet bestaat?

Hans: Nee, ik bedoel niet dat het Uiteindelijke niet bestaat of dat het Uiteindelijke toch bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat én niet bestaat of dat het Uiteindelijke bestaat noch niet bestaat of dat het Uiteindelijke vooraf- en/of voorbijgaat aan bestaan en/of niet bestaan of dat we ons oordeel daarover voor onbepaalde tijd moeten opschorten of dat inzake het Uiteindelijke niets te bewijzen valt of wat dan ook.

Ik bedoel alleen maar dat ik het uiteindelijk allemaal niet weet. En dat ik daar vrede mee heb natuurlijk, Grote Vrede, want dat is het echte mirakel.

Grote Vrede vinden in hetzelfde niet weten dat mij een halve eeuw Grote Vrees aanjoeg. Begeisterung vinden in mijn verbijstering. Thuiskomen in den vreemde.
Mij is dat Uiteindelijk genoeg. Mij is dat uiteindelijk Genoeg.

Idse: Mij lijkt dat niet de Oorspronkelijke Geest.

Hans: Ik noem het mijn weetnietfeest.


dummy: 1. iemand wiens boek leeg is (dan ben je nog wat); 2. het lege boek

het lege boek: symbool voor de lege leer (dan heb je nog wat)

de lege leer: niet weten, opgevat als een leer zonder leerstellingen (dan lijkt het nog wat)

niet weten: geen onderscheid weten te maken, geen oordeel weten te vellen, geen conclusie weten te trekken

weetnietgeest, lege geest: metafoor voor (het denken van) iemand die wel denkbeelden heeft maar geen denk-beelden (die wel denkbeelden leeft maar geen denkbeelden heeft)

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Tip: Brieven mystiek

Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij

Waarschuwingen uit het verleden

1.

‘Mooie website, Hans. Ik kan me er helemaal in vinden.’

‘Ik kan me er helemaal in verliezen.’

‘Rainer Maria Rilke zei het al: Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij.’

‘Dat hoor je wel vaker. Ik heb het nooit begrepen.’

2.

‘Mooie website, Hans. Ik kan me er helemaal in verliezen.’

‘Ik kan me er helemaal in vinden.’

‘Rainer Maria Rilke zei het al: Als je te veel begrijpt gaat de eeuwigheid aan je voorbij.’

‘Die kan me niet snel genoeg voorbijgaan.’

Tip: Zalig zijn de armen van geest

De eindeloze ruimte tussen de woorden

A small step for a man, a big step for a mind

De eindeloze ruimte tussen de woorden

Voor de zwe(r)vers onder ons

Beste Hans,
Is verlichting volgens jou iets wat je bereikt of iets wat je ontvangt? Is het een kwestie van oefening of een kwestie van genade? Van eigenmacht of van anderkracht, van inzet of van overgave?

Beste Selma,
Verlichting?

Selma: Sorry, niet-weten.

Hans: Niet-weten?

Selma: Ja, wat moet ik dan zeggen?

Hans: Puntje-puntje-puntje?

Selma: Is verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje iets wat je bereikt of iets wat je ontvangt? Is het een kwestie van oefening of een kwestie van genade? Van eigenmacht of van anderkracht, van inzet of van overgave?

Hans: Een kwestie van opgave als je het mij vraagt.

Selma: Verlichting of niet weten of puntje-puntje-puntje is geen kwestie van overgeven maar van opgeven?

Hans: Het weten opgeven. Het niet weten opgeven. Verlichting opgeven. Puntje-puntje-puntje opgeven. Het opgeven opgeven.

Selma: Dan zijn we gauw uitgepraat.

Hans: Goeie metafoor voor niet weten.

Selma: Uitgepraat zijn?

Hans: Uitgepraat, uitgedacht, uitgezwegen.

Selma: Maar is het niet-weten eerder iets dat je hebt bereikt of iets dat je hebt ontvangen?

Hans: Door te zeggen dat ik het heb bereikt, suggereer ik dat er een bestendige persoon is in een bestendige wereld die een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering in zichzelf heeft bewerkstelligd. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door dit te zeggen suggereer ik dat er niet zoiets is als een bestendige wereld of een bestendige persoon die in zichzelf een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft bewerkstelligd. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door te zeggen dat ik het niet-weten heb ontvangen, suggereer ik dat er een bestendige en almachtige gever bestaat en een onmachtige maar bestendige persoon die uitsluitend door de inspanning, goedgeefsheid of het blote bestaan van eerstgenoemde een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft ondergaan. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door dit te zeggen suggereer ik dat er niet zoiets is als een bestendige en almachtige gever en een onmachtige maar bestendige persoon die uitsluitend door de inspanning, goedgeefsheid of het blote bestaan van eerstgenoemde een bestendige, benoembare en beschrijfbare verandering heeft ondergaan. Een drievoudige suggestie die haaks staat op niet weten.

Door keer op keer te verwijzen naar een drievoudige suggestie die haaks op niet-weten staat suggereer ik dat er zoiets is als een bestendig niet-weten dat het best tot uitdrukking komt door niet-suggereren. Een suggestie die haaks staat op niet weten, evenals deze, et cetera ad nauseam. Ben je er nog?

Selma: Ik zie je probleem.

Hans: Wat jij een probleem noemt is voor mij een oplossing, namelijk een manier van denken en spreken die zichzelf vrijmoedig en blijmoedig ondermijnt.

Helaas suggereert het woord oplossing meteen weer een bestendig probleem in een bestendige wereld en een bestendige oplossing van een bestendig persoon. Een suggestie die haaks staat op niet weten.

Door dit te zeggen suggereer ik weer dat het bestaan onbestendig is of dat de mens en de wereld ledig zijn en dat we vooral niet moeten suggereren dat dit niet het geval is. Een suggestie die haaks op niet weten staat.

En zo blijven we aan de gang en van de straat.
Wat maak jij van deze praat?

Selma: Volgens mij wil jij laten zien wat een mens zich allemaal op de hals haalt door te bevestigen of te ontkennen dat verlichting of niet-weten of puntje-puntje-puntje een kwestie is van bereiken of ontvangen, oefening of genade, eigenmacht of anderkracht, inzet of overgave.

Hans: Dit suggereert alweer dat er zoiets is als een mens en dat die mens daar een keuze in heeft en er maar beter mee kan ophouden; en dit dat er geen mens is of dat hij geen keuze heeft en het maar heeft te ondergaan.

Selma: En dat wil jij laten zien.

Hans: Wil ik iets laten zien?

Selma: Waar hebben we het anders over?

Hans: Woorden tekenen de ruimte uit, zoals condenssporen de lucht en sterren de melkweg. Ik ben dol op woorden, maar ze hebben de neiging de ruimte zelf aan het gezicht te onttrekken.

Wie veilig in een huisje van woorden wil wonen, prefab of zelfgebouwd, moet dat vooral doen. Ik word er toevallig claustrofobisch van.

Bereiken versus ontvangen, oefening versus genade, eigenmacht versus anderkracht, inzet versus overgave, verlicht versus onverlicht, samsara versus nirwana, traditioneel versus seculier, boeddhist versus atheïst – aaargh!

Waar we het over hebben? De eindeloze ruimte tussen de woorden. Voor de zwe(r)vers onder ons.

Deze tekst is samen met de volgende gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Een kwestie van geen kwestie’.

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Niet-weten is geen kwestie, maar het eind van alle kwesties

Een kwestie van geen kwestie

Niet-weten is geen kwestie van bereiken
Niet-weten is geen kwestie van ontvangen
Niet-weten is geen kwestie van bereiken én ontvangen
Niet-weten is geen kwestie van bereiken noch ontvangen

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van oefening
Niet-weten is geen kwestie van genade
Niet-weten is geen kwestie van oefening én genade
Niet-weten is geen kwestie van oefening noch genade

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van eigenmacht
Niet-weten is geen kwestie van anderkracht
Niet-weten is geen kwestie van eigenmacht én anderkracht
Niet-weten is geen kwestie van eigenmacht noch anderkracht

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van inzet
Niet-weten is geen kwestie van overgave
Niet-weten is geen kwestie van inzet én overgave
Niet-weten is geen kwestie van inzet noch overgave

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van verlichting
Niet-weten is geen kwestie van niet-weten
Niet-weten is geen kwestie van verlichting én niet-weten
Niet-weten is geen kwestie van verlichting noch niet-weten

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet-weten is geen kwestie van spreken
Niet-weten is geen kwestie van zwijgen
Niet-weten is geen kwestie van spreken én zwijgen
Niet-weten is geen kwestie van spreken noch zwijgen

Niet-weten is geen kwestie maar het eind van alle kwesties

Niet weten is geen kwestie, maar het eind van alle kwesties

Tip: De dans ontsprongen

Gevallen is mijn last (zo beeld ik mij soms in)

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last

Gevallen is mijn last
De last een beter mens te moeten worden
Redder van alle levende wezens
Modelman zonder ego
Bevrijd van reactiviteit
Gekluisterd aan het juiste:
Het juiste inzicht
De juiste intenties
Juist spreken
Juist handelen
Juiste levensonderhoud
Juiste inspanning
Juiste bewustzijn
Juiste concentratie
Juist, onjuist, duimpje, vuist
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van de onvoorwaardelijke liefde
Van het universele mededogen
Van het zuivere altruïsme
Van het onverstoorbare gemoed
Van het onwankelbare geweten
Van de eeuwige wijsheid
Van de milde open aandacht
Van louter zijn te moeten zijn
Van louter nog gewaar te zijn
Van dodelijk gewoon te zijn
Van altijd maar spontaan te zijn
Goedgeefs, bevrijd van mijn en dijn
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn zogenaamde verleden
Van schuldgevoelens over gedane zaken
Van spijt over gemiste kansen
Van schaamte over vermeende blunders
Van vruchteloos terugverlangen naar
Het tuinpad van mijn vader
De last van mijn zogenaamde toekomst
Van overspannen verwachtingen
Van fraaie beloftes
Van goede voornemens
Van grootse plannen
De last van mijn zogenaamde heden
Ongeboren en doodloos zou ik zijn
Tijdloos en oneindig
Alomvattend, nergens niet
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last mezelf te moeten doorgronden
Vast te moeten stellen wie ik ben
Te moeten blijven wie ik meen te zijn
Wie anderen menen dat ik ben of hoor te zijn
Mijn verhalen up-to-date te moeten houden
Alles weg te moeten moffelen wat niet past
Mezelf tot eenduidigheid te moeten dwingen
Vrij van ruis en negativiteit
Vrij van strijd en strijdigheid
Vrij van ik en jijigheid
Die last is van mijn schouders
Zo beeld ik mij soms in

Gevallen is mijn last
De last van mijn gedachten
Gedachten als hierboven
Gedachten als hieronder
De mijne noch de jouwe
Zijn er om vast te houden
En eeuwig te herkauwen
Zo beeld ik mij soms in

Deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Zo beeld ik mij soms in’.

Tip: Gebakken licht

Is het wel jouw stem die in jou spreekt?

Wie spreekt er namens wie? Van engelenkoren en duivelsoren.

Die stem: is dat werkelijk jouw stem?

Vandaag wil ik het over je stem hebben. De stem die in jou spreekt en die zich regelmatig via jouw neus en lippen een weg naar buiten baant. De stem die de ene keer zulke vreselijke dingen beweert en de andere keer zulke sympathieke, de ene keer zulke diepzinnige en de andere keer zulke banale.

Die stem: is dat werkelijk jouw stem? Ben jij daar de eigenaar van? Ben jij de spreker of wordt er in en door jou heen gesproken of beide of geen van beide?

Als de stem in jou jouw stem is, waarom kun je hem dan niet het zwijgen opleggen? Hoe komt het dat hij steeds dingen zegt waar je zelf nooit opgekomen zou zijn? Als het niet jouw stem is, hoe kan het dat hij steeds klinkt als de jouwe?
Hoe kan het dat jij meestal de enige bent die hem hoort? Hoe kan het dat je er toch een zekere mate van zeggenschap over schijnt te hebben?

Zeg mij, als het niet jouw stem is die in jou spreekt, van wie is hij dan wel?

  • Van niemand?
  • Van een ander?
  • Van de collectieve mensheid?
  • Van de geheime dienst?
  • Van het universum?
  • Van het bewustzijn?
  • Van de dharmakaya?
  • Van het ware zelf?
  • Van god?

Horen wij onbedoeld het vertoog in zichzelf mompelen of is het slechts het brein dat wauwelt in den blinde – de cortex om precies te zijn, het gebied van Broca om nog preciezer te zijn? Of is het niet Broca maar Brahman die zijn stem in jou verheft?

Zeg het me, en zeg me wie het me zegt, en zeg me hoe ik weet of ik hem kan vertrouwen als hij over zichzelf spreekt, als hij zegt dat jij het bent of dat jij het niet bent of dat ik het ben of dat we helemaal niet kunnen weten wie het is die dit alles zegt.

  • Jouw stem, is die steeds dezelfde?
  • Is je kinderstem dezelfde als je volwassen stem?
  • Met welke stem sprak je voor je leerde spreken?
  • Met welke stem spreek je als je dronken bent?
  • Met welke stem spreek je in je dromen?
  • Met welke stem spreek je als je droomt dat je iemand anders bent?
  • Wiens stem is het die in jouw droom spreekt namens een ander?
  • Wiens stem is het die ijlt als je koorts hebt?
  • Wiens stem is het die in jouw herinneringen en toekomstdromen de rol van de ander vervult?
  • Wiens stem is het die raaskalt na een hersenbeschadiging door een auto-ongeluk?
  • Wiens stem is het die al na een paar maanden Alzheimer niets meer van euthanasie wil weten?
  • Wiens stem is het die je kromgebogen van de pijn hoort kreunen voordat je
    hem als die van jezelf herkent?

Als het steeds dezelfde stem is die tegen je spreekt, waarom spreekt hij zichzelf dan steeds tegen? Als het steeds andere stemmen zijn, waarom klinken ze dan allemaal hetzelfde? Klinken ze wel allemaal hetzelfde? Als je steeds maar één stem tegelijk hoort, hoe weet je dan of alle stemmen in jou hetzelfde of anders klinken?

Wiens stem hoor je nu werkelijk terwijl je deze woorden leest: die van mij, die van de schrijver die jij je op dit moment inbeeldt of die van jezelf, je al dan niet ingebeelde ik – of spreken wij samen met dezelfde stem, of zijn wij allen slechts toehoorders?

Als je deze vragen niet alleen léést, zoals ik zelf denk ik zou doen, maar daadwerkelijk probeert te beantwoorden, zoals de bedoeling is (wie zegt dat en waarom?), van wie is dan de stem die antwoord probeert te geven op deze vragen? Had hij ook géén antwoord kunnen geven? Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe? Of, als hij geen antwoord geeft, had hij dat ook wel kunnen doen? Zo niet, waarom noem je hem dan toch de jouwe?

Als je denkt dat er meerdere stemmen in jou spreken, welke dan? Zijn het evenzovele verstekelingen in je bovenkamer die allemaal wat anders willen: de krent, de vragensteller, de aanhouder, de bruinwerker, de hulpvaardige, de gevoelige, de verlegene, de susser en de twijfelaar? Spreekt daar het kind in jou dat zijn zin wil doordrijven, de ouder in jou die hem dat verwijt en de volwassene in jou die de verantwoordelijkheid neemt, zoals de transactionele analyse het wil? Liever een ander drietal?

  • Id, ego en superego?
  • Small mind, big mind en supermind?
  • Kwik, Kwek en Kwak?
  • Liever een tweetal?
  • Boeddha en Mara?
  • Hoofd en hart?
  • Geest en ziel?
  • Atman en anatman?
  • Papa en mama?
  • Durfniet en Durfal?
  • Weetniet en Weetal?
  • Dr. Jekyll en mr. Hyde?
  • Good cop and bad cop?

Is het de duivel zelf die je verleidt en je geweten dat zich verweert? Of heeft iedereen een meervoudig persoonlijkheidssyndroom, met een eigen stem voor elk van zijn (zijn!) talloze persoonlijkheden? Of heeft iedere gedachte zijn eigen stem?

Dat zou toch kunnen: iedere overweging een eenmalige, een wegwerpstem, telkens schijnbaar eigen en vertrouwd, en jijzelf niets meer of minder dan die ene zelfbedwelmende eigengedachte op dat ene onvergankelijke moment.

‘Natuurlijk niet.’
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

‘Natuurlijk niet.’
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

‘Natuurlijk niet.’
Wie zegt dat?
Die stem in jou?
Vertrouw je hem dan nog steeds?

Deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad onder de titel ‘Hoeveel tongen heeft een boeddha?’

Tip: Wie ben je? Mensbeelden, zelfbeelden en drogbeelden

Niet-weten is leven in de paradox

Alles heeft zijn keerzijden, lijkt het wel, en voor je het weet slaat iets om in zijn tegendeel. En nog eens. En weer.

De werkelijkheid is een wijd opengesperde muil die oorverdovend zwijgt. Of rochelt. Of schreeuwt, net hoe zijn pet staat. Met miljarden stemmen door elkaar. Maar gewoon antwoord geven is er niet bij. Tenzij ik zijn taal niet versta. Zijn kakofonie niet als taal herken.

Misschien spreekt hij perfect Rochels, wie zal het zeggen. Snateren eenden maar wat, of kwekken ze over heer en sint? Maar ik hoor er niks in, in die muil. Zelfs dat hij geen antwoord geeft, hoor ik hem niet zeggen. Zelfs dat er geen antwoorden zijn, hoor ik hem niet zeggen. Een nihilist is hij ook al niet.

Niet weten betekent onverschrokken in de gapende muil van de werkelijkheid kijken. Of verschrokken, dat mag ook. Maar niet wegkijken. Nooit. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Zoals alles wat ik zeg.

Want wegkijken maakt deel uit van de werkelijkheid. Niet willen wegkijken ook. Niet willen weten dat je wegkijkt ook. Niet willen weten dat je niet wilt weten dat je wegkijkt ook. En die muil is ook maar beeldspraak. Om nog maar te zwijgen over de werkelijkheid. Dus waar hebben we het over?

Niet weten is leven in onduidelijkheid, dubbelzinnigheid en tegenspraak.

Je weet niet waar jij ophoudt en de wereld begint.

Je weet niet of je het voor het zeggen hebt of dat het alleen maar zo lijkt.

Je weet niet of je iemand bent of niemand, deelnemer of toeschouwer, alles of niets of beide of geen van beide of wat dan ook.

Je weet niet wie, wat of waar god is, en ook niet of hij bestaat of niet bestaat, of bestaat én niet bestaat, of bestaat noch niet bestaat, of voorbij bestaan en niet bestaan is, of wat dan ook.

Je weet niet of jij het bent die straks dood gaat of alleen je lichaam of je ziel of je geest of je hart, gesteld dat daar een verschil of een verband tussen is, gesteld dat er zoiets is, gesteld dat je op dit moment leeft, gesteld dat er een nu is en een straks.

Je weet niet waar lijden goed voor is en of het wel ergens goed voor is, maar ook niet dat het nergens goed voor is, als het al geen nare droom is, of een gedachte nu.

Je weet niet wat het leven is, als het al meer is dan een woord, laat staan wat de zin ervan is of de zin daar weer van of de zin daar weer van, wat niet betekent dat het allemaal geen zin heeft, als deze zin al zin heeft.

Je vat het niet en je krijgt er geen vat op. Zelfs niet door niet-vatten. Er is geen rust zo diep of hij maakt plaats voor onrust en omgekeerd. Als ze al niet samen optrekken.

Zo ook met orde en wanorde.
Goed en kwaad.
Zin en onzin.
Lijden en vreugde.
Pijn en genot.
Verlies en winst.
Haat en liefde.
Vrede en oorlog.
Liefdadigheid en zelfzucht.
Wreedheid en mededogen.
Schoonheid en lelijkheid.
Voorspoed en tegenslag.
Nadeel en voordeel.
Ziekte en gezondheid.
Betrokkenheid en onverschilligheid.

Alles heeft zijn keerzijden, lijkt het wel, en voor je het weet slaat iets om in zijn tegendeel. En nog eens. En weer.

Niet weten betekent de paradox in je leven toelaten. De strijd tegen de strijdigheid opgeven. In de paradox verblijven. Erin blijven. Jezelf in de paradox verliezen. De paradox in jezelf verliezen. Jezelf en de paradox verliezen.

Niet weten betekent alles verliezen. Je zekerheden. Je onzekerheden. Zelfs het verliezen. Echt waar, Hans?

Geloof het maar niet. Ook dit is maar een verhaaltje voor het slapengaan.
Van a tot z uit mijn duim gezogen. Welk leven, welke paradox, waar dan?

In je kop, man.
In je kop, man?
En die kop dan?

Leven in de paradox

Deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Leven in de paradox’.

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

Juist dat het niet uitmaakt, is wat het verschil maakt

Het is hier fantastisch!

Beste Hans,
Waarheen leidt de poortloze poort van niet-weten?

Beste Suzanne,
Wie zich met de moed der hoop of met de moed der wanhoop of met de moedeloosheid der ontmoedigden of hoe dan ook door het wormgat van niet-weten wurmt, of er net als ik zijns ondanks doorheen wordt geperst, vindt zichzelf terug in … (tromgeroffel)

Daar, of moet ik zeggen hier, of moet ik zeggen ‘hier’, ontdekt hij, of moet ik zeggen ‘hij’ of het of ‘het’ tot zijn of ‘zijn’ blijvende verwondering, als je de oogverblindende klaarheid van totale verwarring tenminste verwondering kunt noemen, dat er niets veranderd is – of toch?
Tja.
Wat kan ik zeggen zonder meteen te ver te gaan.
Of heb ik het al gezegd.
Of ben ik al te ver gegaan.
(Alles lijkt nog bij het oude, maar het is net of het allemaal tussen haakjes is komen te staan.)
“Tussen aanhalingstekens.”
Niet uitgegumd maar doorgestreept.
En steeds die innerlijke drang, zacht en zoet maar onweerstaanbaar, om alles zónder woorden onder woorden te brengen; mij zonder ze te dienen van woorden te bedienen.

Van een poortloze poort durf ik niet te spreken; die term is krachtens de ongeschreven regels van de xenofiele rede voorbehouden aan de gecertificeerde stamboekboeddhist, maar dit kan ik je wel vertellen: het wormgat van niet-weten voert niet van hier naar daar met achterlating van het aardse tranendal, niet van samsara naar nirwana waar alle begeerte is uitgedoofd, niet van het relatieve naar het absolute waar nog geen grassprietje verkeerd ligt, niet van de dualiteit der woorden naar de non-dualiteit voorbij de woorden.

Het wormgat van niet-weten voert van gaan naar ‘gaan’, van hier naar ‘hier’, waar ik ‘ik’ is, jij ‘jij’ en voeren ‘voeren’, waar vrije wil ‘vrije wil’ is en overgave ‘overgave’, waar bergen ‘bergen’ zijn en rivieren ‘rivieren’.
Waar werkelijkheid ‘werkelijkheid’ is en illusie ‘illusie’.
Waar dualiteit ‘dualiteit’ is en non-dualiteit ‘non-dualiteit’.
Waar wijsheid ‘wijsheid’ is, man ‘man’, vrouw ‘vrouw’, boeddha ‘boeddha’, zelf ‘zelf’ en god ‘god’.
Waar weten ‘weten’ is en niet weten ‘niet weten’.

Ja, zul je zeggen, alles goed en wel, maar wat moet dat met die aanhalingstekens?
Want als je dat weet dan weet je alles en daar is het uiteindelijk om te doen.
Tenminste, daar was het mij indertijd om te doen, denk ik weleens, denk ik nu eventjes.
Nou, die vraag is gauw beantwoord.
‘Met aanhalingstekens wil een schrijver aangeven dat hij niet bedoelt wat er staat’, zegt Krol.
De schrijver geeft er niet mee aan wat hij wél bedoelt.
Als hij dat wist zou hij het heus wel opschrijven.
Als ik met die aanhalingstekens bijvoorbeeld bedoelde dat de waarheid voorbij de woorden is dan zou ik dat toch gewoon even zeggen?

Nee, het is niet uit onmacht dat ik mij van aanhalingstekens bedien, maar uit vernuft – en uit noodzaak. Meer uit noodzaak dan uit vernuft, vrees ik. Met aanhalingstekens wil deze schrijver, zeg maar gerust ‘schrijver’, aangeven dat hij nergens op staat. Ook hierop niet.

Hij wil ermee aangeven dat hij nergens op slaat. De spijker niet op de kop; de vuist niet op tafel en de vuist niet op de borst.

Met die aanhalingstekens geeft de schrijver aan dat hij ten diepste niet weet wat hij zegt, en waarom hij het zegt en wie hier eigenlijk spreekt met wie. Bij wijze van spreken.

En dat het niks geeft natuurlijk, want dat is het punt. Wat is het punt? Dat het me helemaal niet uitmaakt dat ik ten diepste niet weet wat ik zeg en waarom ik het zeg en wie hier spreekt met wie, als dat al het geval is. Integendeel, ik ben blij toe. Sterker nog, ik zou het wel van de daken willen schreeuwen:

Juist dat het niet uitmaakt, is wat het verschil maakt!

Mensenlief, wat een opluchting. Een opluchting waar geen eind aan komt. Het is hier fantastisch.

Herstel. Het is hier ‘fantastisch’. ‘Hier’. In die ‘blijvende verwondering’ over de ‘oogverblindende klaarheid’ van ‘totale verwarring’.

Of laat ik het zo zeggen: ‘Het is hier fantastisch.’

Begrijp je wat ik bedoel?

Tips: Wat is non-dualiteit? Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

 

Hoe je je vredesplein leeg houdt

Ook in jouw ogen schijnt niet-weten een noodzakelijk kwaad te zijn. Een wachtkamer zonder dak of gemak. De blote hemel tussen woonhuis en godshuis. De bomkrater bij de ingang van het paradijs. Zelf vind ik in dat gat juist ademruimte, denkruimte, speelruimte, leefruimte.

Beste Hans,

Hierbij een link naar een interview met de spirituele leraar Puntje-puntje-puntje.
Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.

Beste Laurens,

Dank voor je, even tellen, derde link alweer deze maand. En we zijn pas op de helft.

Man, wat een saai filmpje weer. Wat een ontstellende stelligheid. Zoveel clichés, hoe krijg je ze bij elkaar. Zitten er dan alleen maar klonen op Youdupe? Niet om door te komen, zeg.

Wil je mij een lol doen? Stuur me geen links meer. Je mag er zoveel niet-sturen als je wilt. Beter nog: stuur ze me maar allemáál niet. Dan ben jij wel even zoet en ik wat minder zuur.

Laurens: Hierbij het, even tellen, vijfde linkje deze maand. Sorry, maar ik ben ervan overtuigd dat deze je aan zal spreken. Je moet er wel even de tijd voor nemen, en het goed tot je laten doordringen. Ik zou je haast vragen om het voor mij te doen, maar je moet het natuurlijk voor jezelf doen.

Hans: Sinds ik online ben, worden mij voortdurend filmpjes, boekjes, mp3-tjes, verhaaltjes, gedichtjes, preken, teisho’s, links, satsangs, sangha’s, sensei’s, goeroes, meditatietechnieken, therapieën en waarheden aangereikt. Dikwijls met klem. Alsof mijn website sos.nl heet in plaats van niet-weten.nl.

In de mystiek spreekt men met Johannes van het Kruis weleens van de donkere nacht van de ziel waarin je zou verkeren nadat je je eindelijk van alle zelfbeelden en godsbeelden hebt verlost, maar voordat het de beeldloze godheid behaagt je ziel binnen te gaan. Machteloos wachtend, smachtend naar de minne.

Ook in jouw ogen schijnt niet-weten een noodzakelijk kwaad te zijn. Een wachtkamer zonder dak of gemak. De blote hemel tussen woonhuis en godshuis. De bomkrater bij de ingang van het paradijs.

Zelf vind ik in dat gat juist ademruimte, denkruimte, speelruimte, leefruimte.
Geen inzicht, nee, maar wat een uitzicht. Van je af kunnen kijken, dat geeft het gemoed rust. Pleinvree, noem ik dat vandaag, pleinvrede, pleinvreugd, pleinlust, agorafilie.

Ik wil niemand naar buiten lokken, hoor; ik zeg alleen hoe het er is. Hoe ik het beleef. Voor wie het horen wil. Voor wie het hebben kan.

Laurens: Ik kan zo’n filmpje wel tien keer zien. Puntje-puntje-puntje weet het als geen ander te vertolken.

Hans: Integendeel, Puntje-puntje-puntje bedient zich van het standaard wijsheidsjargon, met termen als ego, identiteit, illusie, waarheid, karmisch pad, boeddhaveld, verlichting, een hogere bewustzijnstoestand, transcendentie, gelukzaligheid, universele liefde, totale openheid, heelheid, non-dualiteit, het absolute, de bron, eenheid, god, integratie, balans, et cetera.

Jaren geleden heb ik in een aanval van verstandsverbijstering door al deze en soortgelijke termen een streep gezet. Dat beviel zo goed dat ik niet veel anders meer doe. Nu ook weer.

Zó zet men een aanval van verstandsverbijstering om in een duurzame toestand.

Zó houdt men zijn vredesplein leeg.

Tip: De nodeloze angst voor een grondeloos bestaan

Niet-weten is nergens voor instaan

Geloof niets van wat je leest. Dit ook niet.

Beste Hans,

Op je website citeer je heel wat schrijvers uit heel wat tradities.* Ik maak me sterk dat een aantal van hen weinig tot niets opheeft of opgehad zou hebben met jouw niet-weten. Ik denk hierbij onder meer aan Samuel Beckett, Nico Tydeman, Janwillem van de Wetering, Jean Baudrillard, Toon Hermans, André van der Braak, Byron Katie, Jan van Delden, Elisabeth Dinnissen, Ton Lathouwers en Jan van den Oever.

Beste Alco,

Niet weten betoogt niets en behoeft geen bewijs. Mijn website bestaat geheel en al uit holle retoriek. Noem het een publiciteitsstunt. Een poging om de ‘lege leer’ onder de aandacht te brengen.

Waarom? Nergens om. Omdat ik er zo vol van ben. Ik ruis van de leegte als een schelp van de zee.

De citaten heb ik niet uitgekozen om partijpolitieke redenen, maar omdat ze los van hun oorspronkelijke context iets van de geest van niet-weten uitstralen. Wat dat over de geest van de auteurs zegt, weet ik niet. Mogelijk zijn ze het roerend met je eens, maar tot nog toe heeft niemand bezwaar aangetekend.

‘Citaten op deze website zijn over het algemeen niet representatief voor het werk of de auteur in kwestie of voor mij’, schrijf ik in de disclaimer die sinds jaar en dag prominent in mijn colofon staat. Dat ik iemand citeer, betekent dus niet dat ik voor hem insta, of hij voor mij. Duidelijker kan ik het niet maken.

Alco: Waarom iemand citeren voor wie je niet instaat?

Hans: Welbeschouwd sta ik voor niemand in, ook niet voor mezelf. Nergens voor instaan – een ander woord voor niet weten.

Om het met Linji te zeggen:

Volgers van de Weg, geloof niets van wat ik zeg. Waarom niet? Mijn lering heeft geen grond. Mijn beweringen zijn onbewijsbaar. Het zijn condensstrepen in de lucht die meteen weer oplossen.

Mooie woorden die ik graag citeer. Wat niet betekent dat ik nu namens Linji spreek en dat je de groeten van hem moet hebben.

Namens wie spreek jij eigenlijk?

Alco: Je citaat van Linji bevat een anachronisme. Of dacht jij dat er destijds al straalvliegtuigen rondvlogen? Ik geloof niets van wat je zegt.

Hans: Een mens kan niet achterdochtig genoeg wezen. Of dacht jij dat Chinezen destijds al Nederlands spraken?

* In 2017 heb ik mijn hele verzameling van 5500 citaten over niet-weten van deze website verwijderd.

Tip: Verder, verder! reistips voor spirituele zoekers

Niet weten is het onvermogen om je eigen denkbeelden serieus te nemen

Je krijgt er smedige meningen van. Floppy visies. Een plooibare geest.

Niet weten is het onvermogen om je eigen denkbeelden serieus te nemen. Deze incluis. De volgende incluis.

Je krijgt er smedige meningen van. Floppy visies. Een plooibare geest. Het vermogen om snel tussen standpunten heen en weer te schakelen. Of het onvermogen er lang in te blijven hangen, zeg jij het maar. Ik wil het beslist niet ophemelen. Of neersabelen.

Zo neutraal mogelijk gezegd is niet weten de verweking van min of meer stabiele, eenduidige en sluitende denk-beelden tot labiele, meerduidige en paradoxale, eh … wemelbeelden. Wat voor beelden? Wemelbeelden.

‘Wemelbeeld’ is volgens Van Dale een literair woord dat verwijst naar een onvast, steeds verschietend beeld:

’t water met zijn wemelbeeld

Ben ik ook eens literair. ‘Literair, verouderd’, voegt het woordenboek eraan toe. Het is ook nooit goed.

Onderstaande litanie combineert de beeldspraak van de wemelbeelden met het foefje van de aanhalingstekens:

Wemelbeelden

Met het verweken van mijn zelfbeelden wordt ik ‘ik’.*

Met het verweken van mijn mensbeelden wordt jij ‘jij’.

Met het verweken van mijn godsbeelden wordt Hij ‘Hij’.

Met het verweken van mijn boeddhabeelden wordt leegte ‘leegte’.

Met het verweken van mijn heiligenbeelden worden iconen ‘iconen’.

Met het verweken van mijn voorbeelden worden idolen ‘idolen’.

Met het verweken van mijn wensbeelden wordt willen ‘willen’.

Met het verweken van mijn ideaalbeelden wordt hoop ‘hoop’.

Met het verweken van mijn schrikbeelden wordt wanhoop ‘wanhoop’.

Met het verweken van mijn angstbeelden wordt vrees ‘vrees’.

Met het verweken van mijn kruisbeelden wordt lijden ‘lijden’.

Met het verweken van mijn ziektebeelden worden gebreken ‘gebreken’.

Met het verweken van mijn doodsbeelden wordt sterven ‘sterven’.

Met het verweken van mijn lichaamsbeelden wordt stof ‘stof’.

Met het verweken van mijn denkbeelden wordt geest ‘geest’.

Met het verweken van mijn wereldbeelden wordt werkelijk ‘werkelijk’.

Met het verweken van mijn toekomstbeelden wordt later ‘later’.

Met het verweken van mijn herinneringsbeelden wordt vroeger ‘vroeger’.

Met het verweken van mijn tijdsbeelden wordt nu ‘nu’.

Met het verweken van mijn wemelbeelden …

Met het verweken van mijn zelfbeelden wordt ik ‘ik’

* Sommige lezers denken misschien dat ik mij vergis. Dat met het verweken van mijn zelfbeelden ‘ik’ ik wordt. Dat, met andere woorden, in de gang van weten naar niet-weten het onware ik vervangen wordt door het ware ik. Onwaar in de zin van bemiddeld door ideeën die tussen mij en de, laten we zeggen, absolute werkelijkheid in staan; wáár in de zin van onbemiddeld door ideeën, dus rechtstreeks aanschouwd.

Maar dat bedoel ik helemaal niet. Want het onware ik en het ware ik en de relatieve werkelijkheid en de absolute werkelijkheid en de bemiddelde werkelijkheid en de onbemiddelde werkelijkheid behoren wat mij betreft allemaal tot het domein van de denk-beelden.

Het onderscheid tussen denk-beelden en wemelbeelden trouwens ook. Het onderscheid tussen weten en niet-weten ook. Dus waar hebben we het eigenlijk over?

Tip: Wat is non-dualiteit?

Wie de maan probeert te vangen raakt bevangen door de maan

Ik praat niemand meer naar de mond. Ook mezelf niet. Ik laat mij niets meer in de mond leggen. Ook niet door mezelf. Ook dit niet.

Beste Hans,
Voor mij ben jij gewoon de zoveelste duisterling die het internet misbruikt om zichzelf verlicht te verklaren. Je website en je rubriek in het Boeddhistisch Dagblad zijn alleen maar billboards voor de persoon Hans van Dam.

Beste Hindrik,
Ik denk niet dat ik verlicht ben; ik denk ook niet van niet. Ik denk niet dat ik Hans van Dam ben; ik denk ook niet van niet. Naar mijn motieven wil ik niet eens meer raden. Bovendien zijn ze niet van mij. Deze gedachten ook niet. Andere gedachten ook niet.

Wat is jouw motief voor deze brief?

Hindrik: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Zo’n woord dat mensen ertoe verleidt zich obsessief bezig te houden met de vraag of het nou wel of niet van toepassing is op henzelf en op anderen.

Hindrik: Wie dat doet is niet verlicht, wou je zeggen.

Hans: En wie dát zegt?

Hindrik: Verlichting is niet jouw woord.

Hans: Woorden zijn niet mijn ding, maar wel mijn niet-ding. Ik spreek ze alleen maar uit om de ruimte tussen de woorden zichtbaar te maken.

Hindrik: Wat betekent niet-weten voor jou?

Hans: Dat ik niemand meer naar de mond praat. Ook mezelf niet. Dat ik mij niets meer in de mond laat leggen. Ook niet door mezelf. Ook dit niet.

Hindrik: Hoe ben jij tot niet-weten gekomen? Ben jij jaloers op jezelf? Zie jij jezelf als hoeder van de waarheid of als verlosser? Hoe kijk jij naar de wetende medemens?

Hans: Hoe het zo gekomen is weet ik niet. Van een navolgbaar pad was geen sprake; eerder van een brownse beweging.

Ik benijd mezelf er niet om en ik beklaag me er niet over. Evenmin benijd of beklaag ik anderen.

Ik denk niet dat mensen gevangen zitten en door mij bevrijd moeten of kunnen worden, of ik door hen; ik denk ook niet van niet.

Ik denk niet dat mensen een leugen leven en ik de waarheid of omgekeerd; ik denk ook niet van niet.

Ik sla mezelf niet hoger aan dan anderen of omgekeerd. Toch zou ik met niemand willen ruilen. Zeker niet met de ‘oude’ Hans. Snap jij het?

Mijn website en mijn rubriek zijn voor iedereen wat anders en je mag ervan denken wat je wilt of moet. Zelf zie ik ze bij voorkeur als een sprekend niet spreken of een zwijgend niet zwijgen dat uitdrukking geeft aan een wetend niet weten of een denkend niet denken, maar daarom zijn ze dat nog niet.

Ik verkoop niets wat ik niet gratis aanbied, ik meet mij niets aan, ik stel geen voorbeeld, ik duid niet, ik adviseer niet, ik instrueer niet, ik waarschuw niet, ik zoek niet naar aandacht, bewondering, bevestiging of erkenning, ik ben niet geïnteresseerd in mijn gelijk of in jouw geluk, ik ben er niet op uit ergens bij te horen of overal buiten te staan, ik wil mij niet vestigen als verlosser, biechtvader, goeroe, vriend, mystagoog, therapeut, inspirator, auteur, spreker of praatpaal. Niet dat ik weet.

Deze eikel probeert alleen maar (z)onder woorden te brengen wat hij graag eens bij anderen had gelezen sinds hij in die merkwaardige herfst van 2007 tijdens een hevige windstilte zomaar uit de boom viel.

Hindrik: Uit de boom van de kennis.

Hans: Al heb ik nog al mijn kennis. Al noem ik het liever ‘kennis’. En zeg ik liever ‘ik’.

Hindrik: Begrijp ik het goed dat jij net als ik niets ophebt met mensen die de waarheid verkopen?

Hans: Nee, dat begrijp je verkeerd.

Ik heb niets tegen mensen die de waarheid verkopen.

Ik heb ook niets tegen mensen die de waarheid kopen.

Ik heb ook niets tegen mensen die zich iets aanmeten.

Ik heb ook niets tegen mensen die een voorbeeld stellen.

Ik heb ook niets tegen mensen die duiden, adviseren, instrueren of waarschuwen.

Ik heb ook niets tegen mensen die naar aandacht, bewondering, bevestiging of erkenning zoeken.

Ik heb ook niets tegen mensen die geïnteresseerd zijn in hun eigen gelijk of in andermans geluk.

Ik heb ook niets tegen mensen die ergens bij willen horen of nergens bij willen horen.

Ik heb ook niets tegen mensen die zich willen vestigen als verlosser, biechtvader, goeroe, vriend, mystagoog, therapeut, inspirator, spreker of praatpaal.

Ik heb ook niets tegen mensen die wel iets tegen dit soort mensen hebben.

Ik heb ook niets tegen mensen die iets tegen mensen hebben die iets tegen dit soort mensen hebben.

Mocht ik op een gegeven moment toch iets tegen dit soort mensen krijgen, of tegen mensen die, zoals ik nu eventjes, onderscheid maken tussen soorten mensen, of tegen mensen die zich daartegen verzetten, of tegen mensen die zich daar weer tegen verzetten, et cetera, dan heb ik daar niets op tegen. Op dit moment tenminste niet.

Je ziet: ik praat niemand meer naar de mond. Ook mezelf niet. Ik laat mij niets meer in de mond leggen. Ook niet door mezelf. Ook dit niet.

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Twijfel is een verklikker van starre denkbeelden

Denkbeelden roepen onvermijdelijk vragen op die beantwoord moeten worden. Hypothesen die bevestigd moeten worden. Paradoxen die opgelost moeten worden. Idealen die afgedwongen moeten worden. Kreukels die gladgestreken moeten worden.

Beste Hans,
Twijfel jij weleens aan niet-weten?

Beste Izar,
Twijfelen aan niet-weten? Ik zou niet weten hoe. Mijn leer is immers leeg. Daarom noem ik hem de lege leer.

Onzin natuurlijk, een lege leer, maar ja. Je moet toch wat zeggen, hè. Leer of niet, leeg is leeg. Leg mij maar eens uit aan welk deel van de lege leer ik zou moeten twijfelen.

Izar: Zelf twijfel ik overal aan. Als het te erg wordt, ga ik maar weer langs het strand wandelen of door de duinen zwerven. Ik of niet-ik? Zijn of niet-zijn? Eén of twee? Vorm of leegte? Alles of niets? God of mens? Boeddha of dada? Werkelijkheid of illusie? Maar vooral: weten of niet-weten? Is het leven eigenlijk wel een mysterie? Is er dan helemaal niets te doen of te zeggen? Mag ik er echt geen meningen op na houden? Kan een mens wel leven zonder oordelen? Soms weet ik het niet meer met dat niet weten.

Zeg eens Hans, hoe is het om niet te twijfelen?

Hans: Wie niet twijfelt, zoals ik, is absoluut zeker. Absoluut zeker van absoluut niets. Een zekerheid die bij gebrek aan inhoud niks voorstelt. Om over het absolute nog maar te zwijgen. Dat is dus twee keer niets. Daar maal ik niet om, want malen kun je alleen om iets.

Twijfelen is menselijk. Al te menselijk. Mensen twijfelen over hun identiteit, over hun geslacht, over de schepping, over de relatie tussen subject en object, over de kern van het boeddhisme, over de relatie tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, over de vraag of er wel echte communicatie mogelijk is, over de waarheid, over de zin van het leven, over de aard van het bewustzijn, over het bestaan van een hogere macht of van een leven na de dood…

Zelf was ik ook zo. Van kindsbeen af, bijna een halve eeuw lang, non-stop. Hans van Dam, aartstwijfelaar.

Twijfel is een symptoom, zeg ik achteraf. Wie twijfelt, houdt er hardgebakken denkbeelden op na. Zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, angstbeelden, lichaamsbeelden, doodsbeelden en noem maar op. Of noem ze concepten, theoriën, paradigma’s, zienswijzen, geloofsovertuigingen, lijfspreuken, wereldbeschouwingen, filosofieën, meningen, maakt niet uit.

Denkbeelden roepen onvermijdelijk vragen op die beantwoord moeten worden. Hypothesen die bevestigd moeten worden. Paradoxen die opgelost moeten worden. Idealen die afgedwongen moeten worden. Kreukels die gladgestreken moeten worden.

Zelf heb ik geen theorieën, geen paradigma’s, geen zienswijzen geen geloofsovertuigingen, geen lijfspreuken, geen wereldbeschouwing, geen denkbeelden, geen begrippen meer, ze hebben mij niet meer, ze staan allemaal tussen haakjes, tussen aanhalingstekens, er is geen mij of niet-mij om te hebben – hoe zal ik het zeggen.

Waaraan zou ik dan moeten twijfelen? Aan de gedachte dat twijfel een symptoom is, zeg je? Welnee. Weg ermee. En weg ook met niet-weten.

Izar: Twijfel jij dan helemaal nergens over?

Hans: Natuurlijk twijfel ik weleens ergens over. Of eigenlijk de hele dag. Over alledaagse kwesties. Je kent dat wel:

  • Thuisblijven of uitgaan.
  • Regenjas of vest.
  • Te fiets of te voet.
  • Spreken of zwijgen.
  • Kopen of huren.
  • Pijn stillen of pijn lijden.
  • Naar de dokter of afwachten.

Daarover heb ik zo mijn twijfels. Maar over levensbeschouwelijke kwesties? Spiritualiteit, religie, filosofie, ethiek? Nooit meer. Afgelopen uit.

Ik of niet-ik? Tja.

Zijn of niet-zijn? Tja.

Eén of twee? Tja.

Vorm of leegte? Tja.

Alles of niets? Tja.

God of mens? Tja.

Boeddha of dada? Tja.

Werkelijkheid of illusie? Tja.

Weten of niet weten? Tja.

Makkie.

Wat is mijn bestaan?
Een oog in een orkaan.
Een been in een liaan.
Oneindig misverstaan.
Een langgerekt vergaan.

Izar: Dus niet-weten betekent niet steeds-twijfelen?

Hans: De gedachte dat een weetniet een zwaarmoedige twijfelaar zou zijn, zoals een brievenschrijfster onlangs weer eens opperde, berust op een wijdverbreid misverstand.

Net als de gedachte dat iemand die niet weet, van mening zou zijn dat je niets kunt weten of dat het leven een mysterie is of dat er niets te doen of te zeggen valt of dat je geen meningen mag hebben of keuzeloos gewaar moet zijn of wat dan ook.

Wat weet ik daar allemaal van. Is mijn leer leeg of niet?

Izar: Zeg jij het maar.

Hans: Ik ben inzake levensvragen geen zwaarmoedige twijfelaar, maar lichtvoetig als een ballerina. Een ballerina op de maan. Vluchtig als een briesje. Een briesje van methaan. Trefzeker als het Dappere Snijdertje dat in één klap zeven vliegen sloeg. Klits, klats, klandere, van de ene kijk naar de andere.

Dat kun je geen weten meer noemen.
Dat kun je geen niet-weten meer noemen.
Dat kun je geen twijfel meer noemen.
Dat kun je geen zekerheid meer noemen.
Dat kun je niet benoemen.
Wat valt er te verbloemen?

Geen woord zo snel of ik achterhaal het wel.

Izar: Betekent dit dat je nooit meer bedroefd of terneergeslagen bent? Dat je voorgoed immuun bent voor melancholie en depressiviteit?

Hans: Wie zegt dat dergelijke gemoedstoestanden uitsluitend of zelfs maar mede veroorzaakt worden door denkbeelden, al dan niet illusoir? Zelfs voor cognitief therapeuten is dat eerder een werkhypothese dan een geloofsartikel.

Afgezien daarvan: waarom zou het weten (‘het weten’) mij na een respijt van tien jaar over tien seconden niet opnieuw in een houdgreep nemen? Al was het maar doordat een herseninfarct of een blikseminslag in één klap mijn zelfbewustzijn vernietigt.

Nee, ik reken nergens op. Ook hierop niet. Maar daarom twijfel ik nog niet.
Nóg niet…

* bekend zengezegde: Kleine twijfel, kleine verlichting; grote twijfel, grote verlichting.

Lees ook: Zeg maar tja tegen het leven.

Niet-weten is geen twijfelzucht

Noem het desnoods denken zonder denken (wu nien). Zodat het nog wat lijkt. Of geest zonder geest (wu hsin). Weten zonder weten. Niet-weten zonder niet-weten. Allemaal goed, allemaal fout.

Beste Hans,
Het spijt me dat ik het moet zeggen maar ik vind je dwaalteksten een verschrikking. Nooit heb ik een duidelijker geval gezien van de ziekte die twijfelzucht heet.

Beste Fidelia,
Er is geen spoor van twijfel in mij.

Fidelia: Dan wil ik weleens weten waar jij voor staat.

Hans: Er is geen spoor van zekerheid in mij.

Fidelia: Het enige wat je weet is dat je niets weet?

Hans: Er is geen spoor van weten in mij.

Fidelia: Ook dat je niets weet, weet je niet?

Hans: Er is geen spoor van niet weten in mij.

Fidelia: Waarom heet jouw site dan niet-weten.nl?

Hans: Mijn site gaat niet over twijfel maar over het einde van de twijfel. Niet over zekerheid maar over het einde van de zekerheid. Niet over weten maar over het einde van het weten. Niet over niet weten maar over het einde van niet weten. En daar dan weer het einde van.

Fidelia: Doel je op de leegte die wij zijn?

Hans: Er is geen spoor van leegte in mij.

Fidelia: Heb je liever dat ik van vol-ledigheid spreek?

Hans: Er is geen spoor van vol-ledigheid in mij.

Fidelia: Zullen we dan maar zeggen dat je spoorloos bent?

Hans: Of dat ik niet spoor?

Fidelia: Waarom praat je zo raar?

Hans: Even normaal dan maar.

Al dit obstinate ontkennen is niet bedoeld om te mystificeren. Ik vertegenwoordig niet een of ander metafysisch negativisme. Ik wil niet apofatisch verwijzen naar een waarheid of werkelijkheid voorbij de woorden waarvan alleen intuïtieve kennis mogelijk is. Ik ben er niet op uit mijn mind, verstand, wijsheidsoog, ziel, hart of enig ander lichaams- of geestesdeel te ontledigen teneinde ruimte te maken voor (een teken van) het absolute, het numineuze, de liefde, god of de bron.

Ik wil alleen maar niets gezegd laten. Een even eenvoudige als onmogelijke opdracht die tot vreemde capriolen leidt waarvan niet iedereen even blij schijnt te worden als ik. Veel keus heb ik niet. Onze taal is nou eenmaal bedoeld om iets te zeggen en niet om niets te zeggen. Om zelfs niet niets te zeggen. Want ook dat ik niets te zeggen heb, zul je mij niet horen zeggen.

Fidelia: Ik snap niet waar je het allemaal vandaan haalt.

Hans: Misschien moet je zelf eens proberen zelfs niet niets te zeggen.
Voor je het weet klink je net zo gek als ik.

Fidelia: Waarom durf je niets gezegd te laten?

Hans: Met durven heeft het niets te maken; het is gewoon hoe mijn hoofd werkt sinds ik het verloor.

In de bovenkamer blijft weinig ongedacht en niets gedacht. Waarom niet? Weet ik niet. Is het ergens goed voor? Wat heet goed.

Waarom doe ik het dan? Gaat vanzelf. Daar zit geen Hans of niet-Hans meer tussen. Ik werk niet mee, ik werk niet tegen, ik ben niet keuzeloos gewaar. Niet dat ik weet.

Noem het desnoods denken zonder denken (wu nien). Zodat het nog wat lijkt. Of geest zonder geest (wu hsin). Weten zonder weten. Niet-weten zonder niet-weten. Allemaal goed, allemaal fout.

Mijn schrijven zonder schrijven, spreken zonder spreken en doen zonder doen zijn simpelweg uitdrukkingen (of vormen of aspecten of afgeleiden of bijverschijnselen of parallellen of spiegelbeelden of originelen) van een denken zonder denken. Van een denken zonder denk-beelden. Dat zichzelf net als de Baron van Münchhausen aan zijn eigen haren uit het moeras trekt – en dan gewoon weer loslaat. Telkens weer.

Fidelia: Het is me nog steeds niet duidelijk waarom je website niet-weten.nl heet.

Hans: Elke naam is onjuist, maar géén naam is nog onjuister. Een website zonder naam is een website zonder lezers. Niet-weten.nl is een flutnaam die net als de term ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ of ‘weten zonder weten’ tot eindeloze misverstanden leidt. De-brand-erin.nl. Ik-kan-alleen-niks-beters-verzinnen.nl.

  • de-lege-leer.nl?
  • het-lege-geheim.nl?
  • parasamgate.nl?1
  • sunyanta.nl?2
  • antavedanta.nl?3
  • mont-fou.nl?4
  • dwijsheid.nl?
  • de-wereld-tussen-haakjes.nl?
  • puntjepuntjepuntje.nl?
  • tralala.nl?

Afijn.nl. Ik-sta-open-voor-suggesties.nl.

Fidelia: Ik geloof dat ik je ten onrechte van twijfelzucht beschuldigd heb.

Hans: Zeker weten?

Fidelia: Lelijke klier.

Hans: Zenboeddhisten hebben minder moeite met twijfelzucht dan jij.
‘Kleine twijfel, kleine verlichting; grote twijfel, grote verlichting’, zeggen ze daar.

Fidelia: Zou het?

Hans: Niet slecht.

  1. parasamgate: laatste woord van de mantra waarmee de hartsoetra eindigt, gate gate paragate parasamgate (Sanskriet; vrij vertaald: verder verder, almaar verder, almaar verder gaan)
  2. sunyanta: neologistische samentrekking van sunya (Sanskriet, leeg) en anta (einde), oftewel het einde van (zelfs) de leegte
  3. antavedanta: neologistische samenvoeging van anta (Sanskriet, einde) en vedanta, dat zelf weer een samentrekking is van veda (wijsheid) en anta; oftewel het einde van (zelfs) het einde van de wijsheid
  4. Mont Fou: Frans voor, laten we zeggen, de Gekkenberg, tegenhanger van de Berg van de Eeuwige Wijsheid. Die ik heus wel wil beklimmen, als ik maar wist waar hij stond.

Tips: Grote twijfel, grote verlichting? De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzichtDwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Een denken dat dol draait om tot rust te komen

Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je schrijven zul je haar wissen. Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen. Zolang je haar probeert te vangen zul je perplex staan.

Beste Hans,

Wat ik je nu opstuur zijn de stukken en brokken die overgebleven zijn na een etmaal van schrijven, wissen, niet verzenden, overwegen, snacken, dommelen en weer van voren af aan beginnen. Je ziet, er is bitter weinig van overgebleven.

Steeds als ik denk dat iets niet goed is zoals het is, ontstaat er een paradox en daar sabbel ik dan op. En als het niet goed lijkt te zijn, is dat ook weer wat er is en ik zou willen dat dat ook goed was, dat niet goed ook goed is… maar als iets dan eindelijk eens een keer helemaal goed lijkt, zelfs als het niet goed is, herinnert iets anders me er wel weer aan dat er toch iets niet goed is en begint het lieve leven opnieuw…

Wat wil ik nou eigenlijk? Ik wil niet meer willen. Dat lukt me niet dus kan ik beter stoppen met te willen niet meer te willen, maar dan wil ik dát weer en dat wil ik óók niet…

Een en al perplexiteit dus. Ik wil het leven omarmen! Ik wil niet meer willen! Wat moet ik hiermee?

Beste Elise,

Denken dat iets niet goed is zoals het is, is ook wat er is, of je nou wilt of niet. Denken dat het niet goed is dat je denkt dat iets niet goed is zoals het is, is nog steeds wat er is, of je nou wilt of niet. Dus dat zit wel goed. Of het zit wel fout, goed fout, als je dacht in deze formule de weg uit het denken te vinden. Als je dacht jezelf het denken uit te kunnen denken.

Sommige mensen hopen rust te vinden is in een onvoorwaardelijke omarming van het leven. Willoos worden als een doodgeboren lam.

Hoe gaat iemand die alles verwelkomt, om met innerlijk verzet, denk je. Het verzet omarmen? Dan blijft er verzet. Het verzet bestrijden? Dan komt er nog meer verzet. Dénken dat je alles moet omarmen is al een daad van verzet. Rust zoeken is vechten tegen je onrust. Rust zoeken in je onrust is nog steeds een vorm van onrust en nog altijd een daad van verzet.

De eerste wereldoorlog werd door H.G. Wells, de beroemde science-fiction schrijver, the war to end all wars genoemd. Nou, dat hebben we geweten. Spiritualiteit: the inner war to end all inner wars. Zoektocht naar the thought to end all thoughts. The knowledge to end all knowing. The truth to end all truths. The will to end all willing.

Stap in je Zero, nul, en stort je op de vijand. Verdwijn voor eeuwig in zijn zwarte gat. Oh bron van goddelijke wind. Bel van gebakken lucht. Bol van gebakken licht. Banzai!

En wat is het eerste dat je ziet vanonder de zoden? Zelfs het groenste gras bestaat van dichtbij uit blauwe en gele sprietjes. Pointillistische fopperij. Divisionistische grondslag van de non-dualiteit. De hoogste waarheid de laagste leugen. Ben je daar nou voor neergestort?

Elise: Wat is perplexiteit?

Hans: Een weten dat is vastgelopen, maar nog altijd niet van ophouden weet?
Een denken dat dol draait, maar nog steeds tot rust hoopt te komen door een tandje bij te schakelen?

Elise: Maar wat moet ik dan?

Hans: Moet je dan wat?

Dit is mijn ervaring:

Zolang je je perplexiteit probeert te vangen in je schrijven zul je haar wissen.
Zolang je haar probeert te vangen in stilte zul je het uitschreeuwen.
Zolang je haar probeert te vangen zul je perplex staan.

Elise: Niet proberen te vangen dus.

Hans: Je kunt het proberen, het blijft forceren.

Bij mij is er iets doorgebrand. Het lijntje brak. Het schip zonk. Zo van:

Wat een gezeik
Ik ben het zat
Slijk is slijk
Dan maar nat
Vinger uit de dijk
Schaak zonder mat
Koning te kijk
Vinger in mijn gat
Rijk zonder rijk
Mond zonder blad
Dood zonder lijk
Dat was dat

Elise: Waarom ben jij zo lekker aan het schrijven en ik alleen maar aan het wissen?

Hans: Schrijven is vaststellen, wissen is vrijstellen. Niet-weten is beide tegelijk. Zowel in gedachte als op schrift.

Vangen om te bevrijden. Schrijvend wissen. Aanzuigend uitblazen. Als een didgeridoo: The sound must go on.

Tips: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid, Brieven advaita

Bij mij vang je altijd bot

Visserslatijn

Beste Hans,

Ik heb al heel wat ‘dwaalteksten’ gelezen, maar ik snap nog altijd niet waar je op uit bent. Vaak zeg je dat je niets te zeggen hebt. Dat wil er bij mij niet in. Je schrijft toch niet voor niets? Bovendien zeg je ook weleens dat je zelfs niet niets te zeggen hebt. Zelfs niet niets is gewoon weer iets, of niet soms. Welk iets?

Bij jou vang je altijd bot. Je zegt jezelf niet als iemand te zien en niet als niemand, niet als iets en niet als niets. Ik kan niet uit de voeten met alleen maar negatieve aanduidingen. Toe nou, zeg eens iets.

Beste Joren,

Een mysticus gebruikt negatieve uitspraken om het onzegbare te zeggen of het onduidbare te duiden, maar dat is niet het enige wat je ermee doen kan.

Ikzelf gebruik ze om het denken aan de kaak te stellen. De ongelooflijke goedgelovigheid waarmee we voortdurend onze eigen en toegeëigende gedachten bejegenen, waaronder deze. Gedachten, bevestigende én ontkennende, over onze persoon, over onze ware aard, over god, over ethiek, over de weg, over de zin van het leven, over het denken, over liefde, mededogen, lijden, geluk, bejegening en goedgelovigheid, over wat dan ook.

Als ik zeg dat ik niet iemand en niet niemand ben dan bedoel ik daarmee niet dat ‘ik’ een illusie is die gekend wordt door het ware zelf of zo, maar dat de persoon Hans van Dam, ooit een vast uitgangspunt van mijn denken, voor mij op losse schroeven is komen te staan, zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen.

Ik kan niet heilig geloven in Hans, vorm, ziel, atman, brahman god of zelf, maar ook niet in niet-Hans, leegte, geen-ziel, anatman, parabrahman, niet-zelf of niet-geloven. Ik heb geen idee of dat alleen maar ideeën zijn of namen van realiteiten, terwijl ook het onderscheid tussen idee en realiteit mij bij nader inzien ontglipt.

Hoe groot is de kans dat je een vis vangt als je in een pot met pieren zit te hengelen?

Joren: De geest is een pot met pieren?

Hans: Dan is dit een van die pieren.

Joren: We moeten ons niet aan de haak laten slaan.

Hans: Ook niet door deze gedachte.

Joren: Niet-weten is knabbelen, niet bijten.

Hans: Klinkt meer als niet-eten.

Joren: Hoe zou jij het zeggen?

Hans: Je zit nog steeds te hengelen.

Joren: Ik denk dat ik maar ga vissen.

Hans: Niet tegen de wind in pissen.

Tips: Brieven mystiek, Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Wat denk je allemaal niet?

Beste Hans,
Ik heb weleens gehoord dat de verlichte nooit meer bang is.

Beste Nanko,
Ik ook.

Nanko: Ik bedoel, ben jij nog weleens bang?

Hans: Ik bedoel, denk jij dat ik verlicht ben?

Nanko: Ik bedoel, is iemand die niets weet weleens bang?

Hans: Ik bedoel, denk jij dat ik niets weet?

Nanko: Maar als je nou niets weet…

Hans: Denk jij dat alle angst uit weten voortkomt?

Nanko: Het lijkt me heerlijk om nooit meer bang te zijn.

Hans: Denk jij dat ik je van je angst kan verlossen? Denk jij dat iets, wat dan ook, of iemand, wie dan ook, je van je angst kan verlossen? Denk jij dat er op deze aardbol angstvrije mensen rondlopen? Denk jij dat angstvrije mensen beter af zijn?

Nanko: Ik denk het eigenlijk niet.

Hans: Nou denk je weer van niet. Wat denk je allemaal niet?

Een jaar later

Beste Hans,
Die vraag, ‘Wat denk je allemaal niet’, draag ik de rest van mijn leven met me mee.

Beste Nanko,
Wat denk je allemaal niet.

Tip: Vrede sluiten met je onvrede

Niet-weten is vrijstelling van verklaringsdienst

Voor mij betekent niet-weten dispensatie van duidingsdrang. Vrijstelling van verklaringsdienst. Rouwen om wat wanen zijn geweest. Lachen om de spatjes van mijn geest.

Beste Hans,

Van tijd tot tijd bezoek ik je ‘dwaaltuin’. Jij bent een zendeling met de dodelijke ernst van een roepende in de woestijn. Die maar blijft roepen dat we niets kunnen weten. Natuurlijk weten we niets zeker, zeker weten. Nee nee, zelfs dat niet, ja ja, zo kunnen we doorgaan. Maar we hoeven ook helemaal niets zeker te weten. Wat ik weet, denk, voel, daarvan kan ik voor tussen de twintig en tachtig procent op aan. Daar kan ik best mee leven.

Beste Klaartje,

Je mag mij gerust een zendeling noemen, maar gezonden heeft mij niemand en een zending heb ik niet.

Ik roep om te herroepen. Dat gaat mij aardig af, al zeg ik het zelf, tot ergernis van menig lezer.

Ernstig lijk ik alleen voor wie de lol er niet van inziet.

Daar kan ik best mee leven.

Klaartje: Maar niet-weten is toch geen probleem zolang je maar met een zekere waarschijnlijkheid kunt weten? Voor mij is dat genoeg.

Hans: Daar kan ik best mee leven.

Klaartje: Maar waarom is het voor jou niet genoeg?

Hans: Dat maak jij ervan. Wat mij betreft is het vraagstuk van de binnendijkse waarschijnlijkheidsgraad van onze kennis in goede handen bij de hooggeleerde wetenschapsfilosoof met gegrond verstand en zijn rechterhand, de hooggeëerde medemens met gezond verstand, god hebbe hun zaligheid.

Sterker nog, ik weet precies hoeveel standaarddeviaties mijn intelligentiequotiënt van het gemiddelde afwijkt (ik verklap niet in welke richting) en zelfs weers- en winstverwachtingen zijn aan mij besteed. De r is weer in de maand; hoe vind je mijn zuidwester?

Klaartje: Waar gaat het jou dan om?

Hans: Mij gaat het erom dat ik geen antwoorden meer heb op wezens- en levensvragen. Niet dat er geen antwoorden zijn – dat zou nog steeds een antwoord zijn – maar dat ik ze niet meer heb en niet meer zoek.

Geen hel meer onder mijn grond.

Geen grond meer onder mijn voeten.

Geen voeten meer onder mijn benen.

Geen benen meer onder mijn kont.

Geen kont meer onder mijn romp.

Geen romp meer onder mijn hoofd.

Geen hoofd meer onder mijn dak.

Geen dak meer boven mijn hoofd.

Geen hemel meer boven mijn dak.

Alles hangt in de lucht, dit ook. Voor menigeen een schrikbeeld, maar dan heb je nog nooit een ruimtewandeling gemaakt. Niets zo genoeglijk als een vrije val, eens je je dieptevrees overwonnen hebt. Bed zonder grenzen.

Klaartje: Niet-weten betekent dus niet dat alle kennis een onzekerheidsmarge heeft.

Hans: Wat niet-weten betekent, mag je zelf bepalen. Niemand heeft patent op die term.

Klaartje: Wat jou betreft, bedoel ik.

Hans: Voor mij betekent niet-weten dispensatie van duidingsdrang. Vrijstelling van verklaringsdienst. Rouwen om wat wanen zijn geweest. Lachen om de spatjes van mijn geest.

Klaartje: En dan?

Hans: Roepen in de woestijn natuurlijk.

Tip: Metaforen voor niet-weten