Haiku

‘Nooit boog het beeld van Boeddha / eens naar mij terug.’ Haiku op haiku; lettergrepen naar niet-weten.

Tekst Hans van Dam, tekening Lucienne van Dam.
Alle cursieve teksten zijn afkomstig uit Haiku, Een jonge maan, J. van Tooren, 1983.

dwaalgids zen


Haiku

vijf, zeven en vijf
lettergrepen naar de macht
woorden in de wind


Gassho Basho

Die bij de bliksem
géén inzicht heeft verworven,
hoe edel is hij!

(haiku van Basho, pagina 47)

die bij de bliksem
géén inzicht heeft verworven
hoe ijdel is hij


Kletsmajoor

O, dat is, dat is…
geen woord meer; … de bloeiende
Yoshinobergen!

(haiku van Teishitsu, 117)

o, dat is, dat zijn…
o dat is, dat zijn, dat is…
o, dat zijn, dat is…


Vorsers

O, oude vijver!
Een kikvors springt van de kant,
geluid van water.

(haiku van Basho, 119)

o oude denker
geluid van water: ‘hé, wat
sprong daar van de kant?’

o oude dichter
een plons, geplas, gemopper
kikkers op de kant


Doods verlangen

Een fazant, die schreeuwt;
naar vader en moeder, die
dood zijn, verlang ik!

(haiku van Basho, 119)

een schreeuw sterft weg
met in zijn kielzog mijn zucht
naar dierbare doden


Waar de klepel hangt

Wolken van bloesems;
een avondbel – Ueno?
of Asakusa?

(haiku van Basho, 117)

geen avond, geen bel
geen Ueno, geen Asakusa
enkel geklingel


Dag dromen

Ruisende regen;
In ’t duister van ons rijtuig
uw zacht fluisteren!

(haiku van Buson, 115)

een zacht fluisteren
in ’t duister van het rijtuig
denk ik u erbij

ruisen als van regen
een ratelen en schudden
als in een rijtuig


Hangop

Draag de droefheid, al
het verlangen van Uw hart,
over aan de wilgen!

(haiku van Basho, 119)

hang uw hang naar niet
verlangen aan de wilgen
en u hangt niet meer


Heel de dag

Heel de dag is niet
genoeg voor de leeuwrik,
die zingen wil, zingen!

(haiku van Basho, 125)

heel de dag is veel
te veel voor de leeuwerik
die zingen moet, zingen


Typisch

Uit de tempelpoort
komend, ’t lied van de thee-oogst:
– dat is Japan!

(haiku van Kikusha, 127)

Uit de tempelpoort
komend, ’t lied van de thee-oogst
– dat is China

Uit de tempelpoort
komend, ’t lied van de thee-oogst
– dat is India


Tijdverdrijf

Och, kijk, een mus sprong
helemaal langs de veranda
met natte voetjes!

(haiku van Shiki, 137)

och, kijk, die vlekjes
ik denk er een vogel bij
dan wordt het een spoor


Vorsen zonder kikken

Statig zit hij daar
de bergen te beschouwen,
die dikke kikvors!

(haiku van Issa, 139)

rustig zit hij daar
de bergen te negeren
die suffe kikvors


Schattig

Vlinder in de tuin –
het kindje graait, hij fladdert,
het graait, hij fladdert!

(haiku van Issa, 143)

vlinder in de tuin
het kindje graait, hij fladdert
het graait, verplettert


Alles

Wadende vrouwen
planten rijst; alles besmeurd,
behalve hun lied!

(haiku van Raizan, 159)

wadende vrouwen
planten rijst; alles besmeurd
en vunzig hun lied


Hoort

Wat viel in ’t water,
zo diep in het zomerbos,
– een bloem, een besje?

(haiku van Buson, 165)

wat viel in ’t water
zo diep in het zomerbos
een plan, een feestje?


Bekentenis

Totaal niets heb ik;
maar deze grote vrede,
en deze koelte!

(haiku van Issa, 167)

totaal niets heb ik
aan deze grote vrede
en deze koelte

totaal niets heb ik
maar deze grote vrede
en deze onrust


Beeldenstorm

Bij een bliksemflits
boog ik voor ’t beeld van Boeddha,
ver in de heide!

(haiku van Kakei, 171)

nooit boog het beeld van
boeddha ver in de heide
eens naar mij terug


Koefnoen

Hoe lang moeten de
krekels roepen in ’t naaldhout
eer het middag wordt?

(haiku van Issa, 191)

krekels roepen in
het naaldhout; middag wordt het
alleen voor mensen


Damocles

De zeis aanzettend,
zag ik het ganzebloempje
verdrietig kijken.

(haiku van Meisetsu, 191)

de zeis aanzettend
bleef toch het ganzebloempje
rustig doorbloeien


Een goede vraag

Een horen is kort,
een horen lang – waarover
zou die slak denken?

(haiku van Buson, 193)

een hoorn is kort of
een hoorn is lang – dus waarom
zou die slak denken?


Maya

Die oude pijnboom!
Hij is nog lang geen Boeddha,
maar heerlijk droomt hij!

(haiku van Issa, 193)

die oude pijnboom
hij is allang een boeddha
en nog steeds droomt hij


Leven

Wat werd geroepen
in deze zware nevel
tussen berg en schip?

(haiku van Kito, 227)

niets wordt verstaan
in de eeuwige nevel
tussen wal en schip


Het reine land

Zacht glanst een dauwdrop;
zachtmoedig koeren duiven:
Boeddha, behoed ons!

(haiku van Issa, 227)

zachtjes koert een duif
en onaangedaan glimlacht
de boeddha ons uit


Schijngestalten

Hij wordt gebroken
en weer gebroken; toch blijft
de maan in ’t water!

(haiku van Choshu, 231)

hij wordt gebroken
en gebroken; toch valt de
maan nooit in ’t water

hij wordt gebroken
en gebroken; zelfs de maan
valt steeds in ’t water


Gods wegen

O najaarswinden!
nader tot Boeddha gaan wij,
al verouderend.

(haiku van Issa, 233)

o najaarswinden
ook vandaag waaien wij weer
alle kanten op


Uit zicht

Zie, door de scheuren
in mijn papieren venster,
beeldschoon – de Melkweg!

(haiku van Issa, 235)

zie, in de krochten
van de melkweg, beeldschoon mijn
gescheurde venster


Maanblind

In mijn vensterruit
hangt nog steeds de maan, de dief
heeft hem vergeten!

(haiku van Ryokan, 235)

aan de hoogste boom
hangt nog steeds de dief, de maan
heeft hem vergeten


Nachtgedachten

Zou voor de vlooien
de herfstnacht ook zo lang zijn,
en ook zo eenzaam?

(haiku van Issa, 237)

zou voor de mensen
de wereld ook zo groot zijn,
zo harig en snel?


Kabbel en babbel

O, lang is de nacht.
het geluid van het water
zegt mijn gedachten!

(haiku van Buson, 239)

o, lang is de nacht
mijn gedachten zeggen het
geluid van water


Niet te geloven

Voor alle mensen
sta ik hier in de regen,
biddend tot Boeddha!

(haiku van Issa, 243)

alle mensen, sta
ik hier in de regen te
bidden tot boeddha


Heiligen

Zwervende priester
is in de mist verdwenen;
zijn bel klinkt nog voort.

(haiku van Meisetsu, 265)

ik hoorde hem, de
priester, bellend in de mist
maar het was een koe


Hoog spel

Wij speelden huishouden,
een kinderspel; – speelden,
tot de herfstavond.

(haiku van Shiki, 241)

wij speelden leven,
een kinderspel – speelden tot
het bittere eind


Nalatenschap

Reizend werd ik ziek;
over verdorde heiden
blijft mijn droom dwalen.

(doodshaiku van Basho, 265)

mijn leven loopt dood
in uitgedroogde woorden
blijft mijn droom steken


Knallers

Voor een gashouder
is ’t leven zo vervelend:
– zal ik ontploffen?

(gedicht van Itsuko, 48)

voor een gashouder
is ’t leven zo spannend:
– zal ik ontploffen?


Sisyphus

Dikke huisjesslak;
ook jij, beklim de Fuji
maar langzaam, langzaam!

(haiku van Issa, 20)

arme huisjesslak
ook jij raakt al klimmende
steeds verder van huis

arme huisjesslak
ook op de Fuji blijf jij
aan huis gebonden


Vlieg er eens uit

die vlieg niet doodslaan!
hij wast voor u zijn handjes
hij wast zijn voetjes!

(haiku van Issa, 177)

de mepper zwiept, hoor
het zuchten van de lucht, kijk
bromvlieg op zijn rug

op z’n rug een vlieg
hij spreidt voor u zijn vleugels
hij toont u zijn buik


Blaren

Een blik in de eeuwigheid
ontdek ik in de gevallen blaren
in mijn tuin

(gedicht van Kyorai)

een blik in de eeuwigheid
verlies ik in de gevallen blaren
in mijn tuin

mij verlies ik
in de gevallen blaren
in mijn tuin


Glad

gevallen ben ik
in de gevallen blaren
in mijn tuin


Een moeilijke keus

Zegt de naaktslak tegen de huisjesslak: Your place or mine?


Mededogen

Nog weer eens vergeefs
opent hij zijn snaveltje,
eenzaam vogeljong!

(haiku van Issa, 137)

nog weer eens vergeefs
opent hij zijn tere kelk
eenzaam krokusje?

mussenjong in nest
spert zijn keeltje open, ah!
zonlicht in z’n buik

krokus in het gras
moedermus vliegt af en aan
kelkje vol met brood


Tempelcomplex

De schalen en de kommen van ieder huis
in het Hemelse Jeruzalem zullen zijn
als de schalen en de kommen van de tempel!

(gedicht van Sokan, 206)

de schalen
en de kommen
van de tempel
zullen zijn
als de schalen
en de kommen
van ieder huis


Laat het

Van het natte pad
naar het nooit-meer-natte-pad,
onderweg rustend:
laat het waaien als het waait,
regenen als het regent!

(gedicht van Ikkyu, 206)

op het nooit meer natte pad
laat het klagen als het klaagt
vloeken als het vloekt


Welbeschouwd

– Helemaal niemand / een rietstoel in de schaduw / en dennenaalden.*
– Die naalden en die rietstoel zie ik ook.

* haiku van Shiki, 20


Onbegrijpelijk

– Waarom ter wereld / hebben ze groene rupsen / horens gegeven?*
– Waarom ter wereld niet?

– Waarom ter wereld / hebben ze groene rupsen / horens gegeven?
– Waarom ter wereld groene?

– Waarom ter wereld / hebben ze groene rupsen / horens gegeven?
– Waarom ter wereld rupsen?

– Waarom ter wereld / hebben ze groene rupsen / horens gegeven?
– Waarom ter wereld?

– Waarom ter wereld / hebben ze groene rupsen / horens gegeven?
– Waarom ter wereld / hebben ze alle mensen / woorden gegeven?

* haiku van Buson, 20


Daarom ter wereld

– Waarom ter wereld hebben ze alle mensen woorden gegeven?
– Waar zouden we het anders de hele dag over moeten hebben?

– Waarom ter wereld hebben ze alle mensen woorden gegeven?
– Hoe had je die vraag anders moeten stellen?


Raadsel

– Een rij van poppen, / en middenin daartussen / Daruma Boeddha!*
– Wacht even… Ik heb het. Poppenkast?

* haiku van Issa, 139


Grijpgraag

Leerling: Het oneindige in de hand gegrepen!*
Meester: Oneindig duurt alleen het grijpen.

* Uitroep van R.H. Blyth, 24


Ontwaakt!

wakkerder dan ooit
o lettergrepenteller
haiku in de nacht