Hans van Dam

‘Mijn levensloop? Het leven neemt een loopje met me.’ Hans van Dam: niet wie je denkt. Malle babbels over de onbekende auteur van niet-weten.nl.

Dwaalgids > Niet-weten > Hans van Dam

Niet-weten, je zal het maar hebben

Lees ook: Colofon, Dementie, spiritualiteit en niet-weten, Er is meer in mij dan liefde alleen, Meester ha-ha-Hans, Apologie voor mijn apologie van niet-weten, Publicaties.

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van jezelf, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘En van het Zelf?’

‘Idem dito.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Wie zou ik zijn zonder jou?

Hans van Dam

Hierboven zie je een mozaïek van duizenden pixels (picture elements), monochrome beeldvlakjes die samen de illusie wekken van een substantieel mens in een substantiële wereld. Overtuigend, nietwaar? Vooral als we het mozaïek in kwestie een foto noemen, de illusie een naam geven, laten we zeggen Hans van Dam, en uitroepen tot auteur dezes.

Een en ander doen we natuurlijk niet op eigen kracht maar met behulp van honderden andere mozaïekjes in de vorm van letters en leestekens die zich ogenschijnlijk aaneenrijgen tot woorden, zinnen en alinea’s. Daarin legt de lezer ongemerkt zelf de betekenis die hij vervolgens zonder meer aan auteur dezes toeschrijft.

Wie zou ik zijn zonder jou?

Mijn ware gezicht

Hans van Dam is te gek voor woorden (en wie is dat nou niet?)

Curriculum vitae

Mijn ware lichaam

Sommige mensen vragen zich af wie het is die al die dwaalteksten* uit zijn duim zuigt. Ja, dat zou ik ook weleens willen weten.

Ongetwijfeld gaat iemand mij dat nog eens haarfijn uitleggen. Een of andere roshi of goeroe. Een priester of een humanist. Een sjamaan of een vrijmetselaar. Een astronoom of een astroloog. Een monist of een non-dualist. Een nihilist of een pluralist. Een darwinist of een neuroloog. Een fysioloog of een kwantumfysicus. Een filosoof of een frenoloog. Een psychiater of een psycholoog.

Dat zal me een geouwehoer geven, zeg. Ik verheug me er nou al op. Maar tot die tijd zul je het met mijn cv moeten doen.

Als jongeling vlucht Hans zo lang mogelijk heen en weer tussen de Universiteit van Utrecht en Japan.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een brave burgerman, compleet met koopwoning, overheidsbetrekking en samenlevingscontract.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een ambachtelijke kunstenaar, compleet met tekentafel, lichtbak, episcopen, Leica, doka en thuisstudio.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een filosoof, compleet met opschrijfboekje, dictafoon en tekstverwerker.

Als dat echt niet langer gaat, schept hij zich een vrijplaats, Idios: een oase van onrust waarin niets meer ongedacht of ongezegd hoeft te blijven en ieder appeltje van iedere boom ongestraft gegeten en gedeeld mag worden.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij nog één poging om iets van zijn leven te maken. Hij moet en zal de waarheid vinden. Het waarom, het waarheen, het waartoe!

Dan weet hij het helemaal niet meer. Zelfs dáárvoor staat hij niet in. Wel komt hij er eindelijk voor uit. En dat is het verschil.

Maar hoe moeten we hem nou omschrijven? Als een heraut zonder boodschap? Als een illusionist zonder illusies? Als een dominee zonder kansel? Als een nar zonder hof? Als een zwerver zonder ransel? Of gewoon als een kind met een rugzakje. Een leeg rugzakje. Dat dan weer wel.

Ach, Hans van Dam is gewoon te groot voor woorden. Ik bedoel natuurlijk te klein voor woorden. Te gewoon voor woorden. Te gek voor woorden. En wie is dat nou niet? En wat is niet te gek voor woorden?

* dwaaltekst: tekst over niet-weten en/of geschreven vanuit niet-weten

Lees ook: Meester ha-ha-Hans

Brabbel en Krabbel: autobiografie van een doorgebrand brein

Want je kan misschien je mond wel houden maar verdomme nooit je kop

Eerst brabbel je maar wat
Maar je brabbelen
Wordt babbelen
En ineens zeg je
Mama
En dan zeg je
Lief
En dan zeg je
Stout
En dan zeg je
Ik
En dan zeg je
Ik … ben … lief
En dan zeg je ik ben stout
En dan zeg je ik ben goed
En dan zeg je ik ben slecht
En dan zeg je ik ben in wezen goed
En dan zeg je ik ben in wezen slecht
En dan zeg je ik ben eigenlijk goed noch slecht
En dan zeg je ik ben eigenlijk goed én slecht
En dan zeg je ik ben eigenlijk alles
En dan zeg je ik ben nu eens dit en dan weer dat
En dan zeg je ik ben nu
En dan zeg je ik ben
En dan zeg je ik ben niet
En dan zeg je ik ben en ik ben niet
En dan zeg je hoe zal ik het zeggen
En dan zeg je de waarheid is onuitsprekelijk
En dan zeg je wat bedoel ik eigenlijk met waarheid
En dan zeg je ik weet het niet meer
En dan zeg je ik weet niet eens meer of ik het niet weet
En dan zeg je ik zeg maar niets meer
En dan zeg je ik heb sowieso nooit iets gezegd
En dan zeg je werkelijk even niets meer
Tenminste niet hardop
Want je kan misschien je mond wel houden
Maar verdomme nooit je kop
Dan zegt zwijgen je ook niets meer
En open je je
Mond maar weer
Maar wat moet je nou nog
Zeggen, ach
Je zegt gewoon maar wat
Net als vroeger, net als altijd
Net als Jan en alleman alleen
Het zegt je niks meer
Wat je zegt
Het zegt je zelfs niet niks meer
En je schrijft het ook nog op
Dus nu krabbel je maar wat

Lees ook: Apologie voor mijn apologie van niet-weten

Als een dwarsligger zonder rails

Zelfportret

Als een vrijbuiter – zonder buit
Als een kaper – zonder kust
Als een boekanier – zonder boeken
Als een piraat – zonder raad
Als een oproerling – zonder roer
Als een dwarsligger – zonder rails

Als een dwarsligger zonder rails

Rijk zonder rijk

Gina: Hoe voelt niet-weten?

Hans: Rijk.

Gina: Heb je daarom tranen in je ogen?

Hans: Wie zal het zeggen.

Gina: Waar ben je dan zo rijk mee?

Hans: Geen idee.

Gina: Met de Waarheid?

Hans: Ken ik niet.

Gina: Met de Werkelijkheid?

Hans: Ken ik niet.

Gina: Met de Wijsheid voorbij alle wijsheid?

Hans: Heb ik niet.

Gina: Met het Ene?

Hans: Ken ik niet.

Gina: Met het Numineuze?

Hans: Ken ik niet.

Gina: Met je Oorspronkelijke Gezicht?

Hans: Heb ik niet.

Gina: Waar ben je dan zo rijk mee?

Hans: Dat zeg ik.

Gina: Wat?

Hans: Geen idee.

Tip: Loflied op niet-weten

Oorspronkelijke gezichtsverlies

Merel: Is niet-weten jouw oorspronkelijke gezicht?

Hans: Zeg maar gerust mijn oorspronkelijke gezichtsverlies.

Merel: Je ziet het niet als een triomf?

Hans: En ook niet als een debacle.

Merel: Hoe zie je het dan wel?

Hans: En ook niet als een het.

Merel: Wat zou jij zeggen?

Hans: Niet-weten is gewoon geen gezicht.

Mijn oorspronkelijke gezicht

Tip: Wat is niet-weten?

Ik heb vele gezichten, en geen daarvan is het mijne

Geef het kind maar geen naam

Maandag

‘Ben jij eigenlijk wel een boeddhist, Hans?’

‘Het boeddhisme heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een boeddhist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een non-dualist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Dinsdag

‘Ben jij eigenlijk wel een non-dualist, Hans?’

‘Advaita heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een non-dualist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een taoïst.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Woensdag

‘Ben jij eigenlijk wel een taoïst, Hans?’

‘Tao heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een taoïst. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een mysticus.’

‘Geef het kind maar een naam.

Donderdag

‘Ben jij eigenlijk wel een mysticus, Hans?’

‘Mystiek heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een mysticus. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een universalist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Vrijdag

‘Ben jij eigenlijk wel een universalist, Hans?’

‘Spiritualiteit heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een een universalist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een humanist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Zaterdag

‘Ben jij eigenlijk wel een humanist, Hans?’

‘De mensheid heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een een humanist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een boeddhist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Zondag

Hè hè.

Maandag

‘Ben jij eigenlijk wel een boeddhist, Hans?’

Leeg gezicht Hans

Deze tekst is samen met de volgende verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Geen gezicht’.

Lees ook: Ben je jezelf of je Zelf?

Ik heb geen gezicht, en ook dat is niet van mij

Gezichtspunten voor gezichtslozen

‘Ik heb veel gezichten, en elk daarvan is het mijne.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:12)

‘Ik heb veel gezichten, maar geen daarvan is het mijne.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:23)

‘Ik heb geen gezicht, maar dat is wel het mijne.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:32)

‘Ik heb geen gezicht, en ook dat is niet van mij.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:44)

Tip: Brieven niet-weten; de grootspraak voorbij

Ik wou dat ik drie neuzen had

Hoeveel neuzen zou jij wel willen hebben?

Drieneus

‘Je zal maar twee neuzen hebben’, zei de ene eenneus tegen de andere.

‘Je zal maar drie neuzen hebben’, zei de ene tweeneus tegen de andere.

‘Je zal maar één neus hebben’, zei de ene drieneus tegen de andere.

‘Je zal maar een neus hebben’, zei de ene platbek tegen de andere.

Wat zeg jij?

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Mijn ware snuit

Koning der kieren

‘Ben jij altijd zo kattig, Hans?’

‘Alleen tegen katten.’

‘Waarom?’

‘Omdat ik eigenlijk een muis ben.’

‘Ha ha, het ware gezicht van Hans van Dam.’

‘Mijn ware snuit.’

‘En ik maar denken dat jij een leeuw was.’

‘Weer een illusie armer.’

‘Die kan BRULLEN dat horen en zien je vergaat.’

Piep.’

‘Genade!’

‘En?’

‘Wat?’

‘Is horen en zien je al vergaan?’

‘Nog lang niet, Hans.’

‘Dan zal dat het verschil wel zijn.’

Ik speel nog met verve, al is het geen rol

Wat is het dat fascineert en doet beven? Het onoplosbare raadsel dat mijn naam draagt.

In den beginne wist ik niets.
Niemand hoefde mij de weg te wijzen.
Alles ging vanzelf.
Ik speelde met verve, al was het geen rol,
maar mijn ouders wisten wel beter:
Niet weten was niets voor mij.

Hans voorop op het hobbelpaard

Ik stierf als speelkind en verrees als kind van god.
Religie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de hoogste.
Kind zijn van god betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als kind van god en verrees als mens.
Humanisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep onze soort.
Mens zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als mens en verrees als denker.
Filosofie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de waarheid.
Filosoof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als denker en verrees als ziel.
Psychologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de psyche.
Ziel zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als ziel en verrees als lichaam.
Fysiologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het fysiek.
Lijf zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als lichaam en verrees als dier.
Biologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde het leven.
Dier zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als dier en verrees als stof.
Fysica zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de materie.
Stof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als stof en verrees als geest.
Spiritualiteit zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het bewustzijn.
Geest zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als geest en verrees als het al.
Holisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand vatte de kosmos.
Alles zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als alles en verrees als niets.
Boeddhisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde de leegte.
Niets zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als niets en verrees niet meer.
De weg is vergeten, ik blijf wel hier.
Ik speel nog met verve, al is het geen rol.
Soms denk ik dat niemand iets weet,
al ben ik ook daarvan niet zeker.

Deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘In den beginne’.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen

Bevers moeten knagen

Tjeu: Ik heb geloof ik nog nooit zo’n subversieve geest gezien als de jouwe.

Hans: De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.

Tjeu: Waar is dat goed voor?

Hans: Vraag dat maar aan de weetnietgeest.

Tjeu: Dat doe ik toch?

Hans: En wat zei de weetnietgeest?

Tjeu: Vraag dat maar aan de weetnietgeest.

Hans: Voilà.

Tjeu: Maar waarom doe je het dan?

Hans: Waarom doe ik wat dan?

Tjeu: Ondermijnen. Uithollen. Slopen.

Hans: Voor mij hoeft het niet.

Tjeu: Bedoel je dat je het niet kan laten?

Hans: Ook daar zit ik niet op te wachten.

Tjeu: Het hoeft niet en het hoeft niet niet?

Hans: En anders maar wel.

Tjeu: Rare snijboon.

Hans: Wie?

Tjeu: Bedoel je dat je niemand bent?

Hans: Bedoel je dat ik iets bedoel?

Tjeu: Geen-geest, geen-zelf, anatman, inessentie, sunyata?

Hans: Vraag het dan maar aan de weetnietgeest.

Tjeu: De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.

Hans: De wat?

Tjeu: Ik heb geloof ik nog nooit zo’n subversieve geest gezien als de jouwe.

De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen

Lees ook: Groot Ongeloof, Grote God

De geest groef zich in, de geest groef zich uit

Ik heb alleen maar geprakkiseerd

Rosanne: Wat was jouw weg?

Hans: Contractio mentis, dilatatio mentis.

Rosanne: Pardon?

Hans: De geest groef zich in, de geest groef zich uit.

Rosanne: En jij dan?

Hans: Ik dacht dat ik die geest was.

Rosanne: Nu niet meer?

Hans: Ik kan wel zoveel denken.

Rosanne: Er is alleen nog maar geest?

Hans: Ook uitgegraven.

Rosanne: Hoe zit het met ascese? Caritas? Meditatio? Contemplatio? Heb jij geloften afgelegd? Wat heb je allemaal gepraktiseerd?

Hans: Ik heb alleen maar geprakkiseerd.

Rosanne: Anders niets?

Hans: Een doorn verwijderd met een doorn.

Rosanne: Maar wat was dan de doorn?

Hans: De geest houdt de geest in zijn greep, de geest helpt de geest om zeep.

Rosanne: De geest was de doorn?

Hans: En de doorn gaf de geest.

Rosanne: Contractio mentis, dilatatio mentis.

Hans: Dan lijkt het nog wat.

Rosanne: En dat was jouw weg?

Hans: En weg was de weg.

Hans op het strand

Tip: 40 Wegen naar niet-weten

Grote woorden maken het kleiner

Recht voor zijn raap

Arlette: Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd?

Hans: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel: grote woorden maken het kleiner.

Arlette: Ik bedoel, ben jij aan de dualiteit ontstegen?

Hans: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel: grote woorden maken het kleiner.

Arlette: Recht voor zijn raap dan: ben jij verlicht?

Hans: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel: grote woorden maken het kleiner.

Arlette: En het stelt toch al niks voor, wou je zeggen.

Hans: Kleine woorden maken het kleiner.

Arlette: Geen woorden dan maar?

Hans: Stilte maakt het te groot.

Arlette: Geen woorden maar daden?

Hans: Woorden zijn ook daden.

Arlette: Wat voor daden?

Hans: Taaldaden.

Arlette: Geen grote woorden, geen kleine woorden, geen stilte en geen daden?

Hans: En geen opsommingen en geen negatieve definities.

Arlette: Mystiek hoor.

Hans: Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel…

Arlette: Mystisch, mystagogisch, mythisch, myrionymisch, mysterieus, numineus?

Hans: Grote woorden maken het kleiner.

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Tip: Wat is non-dualisme?

Geen fundamentalist en geen antifundamentalist

Wie wat realiseert die heeft wat

Carlos: Hoe noem je iemand die de ingrond heeft gerealiseerd?

Hans: De ongrond?

Carlos: De ingrond. De grond van alles. Het absolute. De leegte. De boeddhanatuur. Het onveranderlijke. Dát.

Hans: O, dat.

Carlos: Nou?

Hans: Een fundamentalist, zou ik zeggen.

Carlos: Pardon?

Hans: Wie wat realiseert die heeft wat.

Carlos: En jij dan?

Hans: Tja.

Carlos: Ik bedoel, hoe noem je iemand die de ongrond heeft gerealiseerd?

Hans: De ingrond?

Carlos: De ongrond. Ben je doof of zo?

Hans: Een fundamentalist, zou ik zeggen.

Carlos: Hè?

Hans: Wie wat realiseert die heeft wat.

Carlos: Wat maakt dat jou?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Carlos: Maar jij hebt toch de ongrond gerealiseerd?

Hans: Wat ben ik, een fundamentalist?

Carlos: Jij bent toch van niet-weten?

Hans: Wat ben ik, een fundamentalist?

Carlos: Heb jij soms iets tegen fundamentalisme?

Hans: Wat ben ik, een fundamentalist?

Carlos: Niet de ingrond, niet de ongrond, wat dan wel?

Hans: Tja.

Wie wat realiseert die heeft wat

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Fundamenteler.

Lees ook: Wat is taoïsme? Meester Tja en de tao van tja

In niet-weten is ruimte voor elke traditie

Witte rook

Birger: Ik las ergens dat jij jezelf een allesbrander noemt. Bedoel je daarmee dat je tot geen enkele traditie behoort?

Hans: Ik bedoel daarmee dat ik tot elke traditie behoor.

Birger: Bedoel je daarmee dat er in elke traditie ruimte is voor niet-weten?

Hans: Ik bedoel daarmee dat er in niet-weten ruimte is voor elke traditie.

Birger: Behalve fundamentalistische dan toch?

Hans: Waaronder fundamentalistische, antifundamentalistische, fundamentele, ongefundeerde, en noem maar op.

Birger: Maar die behoren toch allemaal tot het weten?

Hans: Joost mag weten waartoe ze allemaal behoren.

Birger: Maar wat is dan nog het verschil met niet-weten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Birger: Wat jou betreft mag alles in de allesbrander, zelfs niet-weten.

Hans: Zelfs de allesbrander.

Allesbrander

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Fundamenteelst’.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Het einde van mijn Latijn

Tot nog toe kwam iedere geboorte onverwacht

Emke: Geloof jij in reïncarnatie?

Hans: In elk geval als metafoor.

Emke: Vertel.

Hans: Eerst werd ik geboren in den vleze.

Emke: Als mens.

Hans: Dat was het einde van de vergetelheid.

Emke: En toen?

Hans: Werd ik geboren in de liefde.

Emke: Voor Lucienne.

Hans: Dat was het einde van mijn eenzaamheid.

Emke: En toen?

Hans: Werd ik geboren in den vreemde.

Emke: Als weetniet.

Hans: Dat was het einde van mijn wijsheid.

Eerst werd ik geboren in den vleze, toen in de liefde en ten slotte in den vreemde

Emke: Hoe oud ben je nu?

Hans: Negenenvijftig, zevenentwintig en tien.

Emke: Zitten er nog meer geboortes aan te komen?

Hans: Weet ik niet.

Emke: Waarom niet?

Hans: Tot nog toe kwam iedere geboorte onverwacht.

Emke: En na de dood?

Hans: Eerst maar eens zien te sterven.

Emke: Geloof jij dan niet in de dood?

Hans: Misschien word je er wel in geboren.

Emke: Denk je dat of weet je dat?

Hans: Ik zeg maar wat.

Emke: En waar zou dat het eind van zijn?

Hans: Geen idee, van mijn Latijn?

Tip: De dood doodgedacht

Het einde van mijn gelijk

Laksha: Geloof jij in reïncarnatie?

Hans: Ik zal wel moeten.

Laksha: Hoe dat zo?

Hans: Ik ben alleen in dit leven al drie keer geboren.

Laksha: Vertel.

Hans: Eerst werd ik geboren in onwetendheid.

Laksha: Waar was dat het einde van?

Hans: Als ik dat eens wist.

Laksha: En toen?

Hans: Werd ik geboren in mijn gelijk.

Laksha: Waar was dat het einde van?

Hans: Mijn onwetendheid.

Laksha: En toen?

Hans: Werd ik geboren in niet-weten.

Laksha: Waar was dat het einde van?

Hans: Mijn gelijk.

Laksha: En nu?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Ik kwinkeleer een lege leer

Ik leer je niets
En niemand iets
Maar kwinkeleer
Een lege leer

Zij is mijn hoer
Mijn oudste zeer
Mijn loze roer
Mijn diepste meer

Ze leert me niets
En niemand iets
Ze kwinkeleert
De lege leer

Verder lezen: De lege leer

Ai ai, de steen der wijzen!

Ia

Grauw en ik zijn poot en been
We houden veel van reizen
Maar overal diezelfde steen
Ai ai, de steen der wijzen!

Ai ai, de steen der wijzen!

Geen poot meer om op te staan

Steenbreek

Nelson: Met welk dier zou jij jezelf vergelijken?

Hans: Ik ben nog stommer dan een ezel.

Nelson: Hoezo?

Hans: Zelfs een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen.

Nelson: En jij?

Hans: O, wel duizendmaal.

Nelson: Wat voor steen?

Hans: De steen der wijzen.

Nelson: En nu?

Hans: Heb ik geen poot meer om op te staan.

Nelson: En die steen?

Hans: Helemaal aan diggelen.

Nelson: Zal je je ooit nog stoten?

Hans: Waaraan?

Nelson: Daar vraag je me wat.

Hans: Waarmee?

Nelson: Hoe stom kun je zijn.

Hans: Ik ben nog stommer dan een ezel.

Nelson: Met welke plant zou jij jezelf vergelijken?

Lees ook: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Steenbreek: het plantengeslacht Saxifraga

Mijn weg was een lange reeks vernederingen

De val

Sjuul: Wat was jouw weg?

Hans: Wat zal ik vandaag weer eens zeggen.

Sjuul: Nou?

Hans: Een lange reeks vernederingen dan maar.

Sjuul: Wat was het resultaat daarvan?

Hans: Vernietiging van eigendunk.

Sjuul: Ik dacht dat de weg er een was van spirituele groei.

Hans: Bij mij is er niets gegroeid.

Sjuul: Of van toenemende vaardigheid.

Hans: Bij mij is er niets toegenomen.

Sjuul: Of van voortschrijdend inzicht.

Hans: Bij mij is er niets voortgeschreden.

Sjuul: Of van optrekkende mist.

Hans: Bij mij is er niets opgetrokken.

Sjuul: Wat zou jij zeggen?

Hans: Tja.

Sjuul: En die weg ben jij vrijwillig gegaan?

Hans: Ik heb de hele weg tegengestribbeld.

Sjuul: Dan heb je weinig om trots op te zijn.

Hans: Zeg maar gerust niets.

Sjuul: Dan heb je niets om trots op te zijn.

Hans: Zeg maar gerust niemand.

Sjuul: Maar ook niemand om je voor te schamen zeker?

Hans: Je probeert de huid te verkopen voor je de beer geschoten hebt.

Sjuul: En als ik de beer geschoten heb?

Hans: Dan zijn je vragen overbodig.

Sjuul: Omdat ik de antwoorden dan weet?

Hans: Deze vraag ook.

Sjuul: Wie of wat is de beer?

Hans: Deze ook.

Sjuul: Wat moet ik doen om de weg van vernedering te gaan?

Hans: Je bent allang onderweg.

Sjuul: Wat moet ik onderweg doen?

Hans: Tegenstribbelen.

Sjuul: Maar ik wil juist meewerken.

Hans: Wou jij je de weg toe-eigenen?

Sjuul: Ik wil hem gaan, niet ondergaan.

Hans: Allemaal eigendunk.

Sjuul: Hoe moet ik tegenstribbelen?

Hans: Je doet al niet anders.

Sjuul: Hè?

Hans: Alleen al door mee te willen werken.

Sjuul: Dus eigenlijk doe ik het zo slecht nog niet.

Hans: Allemaal eigendunk.

Sjuul: Geef nog eens een voorbeeld van eigendunk.

Hans: Denken dat je ooit vrij zal zijn van eigendunk.

Sjuul: Wat is het toppunt van eigendunk?

Hans: Denken dat je eindelijk vrij bent van eigendunk.

Sjuul: Hoogmoed komt voor de val.

Hans: Deemoed net zo goed.

Sjuul: Wat komt er eigenlijk niet voor de val?

Hans: De val?

Mijn weg was een lange reeks vernederingen

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘De val’.

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Verlost van de verlossers en ontsnapt aan de snappers

Mijn geheim

Beste Hans,

In al je teksten, om het even welke, maak je op mij een vrije en verloste indruk. Trefzeker, ook al schiet je vanuit de heup. Wat is jouw geheim?

Trefzeker, ook al schiet je vanuit de heup

Beste Yori,

Dat ik niks meer uit te leggen heb? Behalve dat ik niks meer uit te leggen heb, God sta me bij.

Misschien is dit mijn geheim. Ik ben verlost van de verlossers. Ontsnapt aan de snappers. Verweesd van de wijzen. Bevrijd van de vrijheid. Ontdaan van de doener. Ook de getuige is afgetuigd. Zelfs niemand ben ik niet.

Hoe het zo gekomen is, weet ik precies niet. Maar om dat nou een geheim te noemen?

Yori: Wat was jouw weg?

Hans: Als ik een weg had, zou ik hem meteen openstellen. Het zou een weg zijn met tweerichtingsverkeer, zodat je op je schreden kan terugkeren. Dat is pas vrijheid.

Yori: Zou jij op je schreden terugkeren?

Hans: Schrijden is voor koningen.

Yori: Kruipen dan?

Hans: Ik zit hier goed, zei de nar op de aambei.

Yori: Pardon?

Hans: Wat kan ik zeggen. Niks zo lekker als honger. Er is nog nooit een put verdronken. Geen groter uitzicht dan geen inzicht. Begrijp je wat ik bedoel?

Yori: Nee.

Hans: Nou, ik ook niet. Des te beter. Praten over een terugweg, man, ik heb niet eens een heenweg.

Een eerdere versie van deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Als de put verdronken is’.

Lees ook: Bodhisattvageloften

Ik heb overal ruimte voor, zelfs voor bekrompenheid

En ik sta overal open voor, zelfs voor geslotenheid

Wibald: Heb jij overal ruimte voor?

Hans: Zelfs voor bekrompenheid.

Wibald: Ik bedoel, sta jij echt overal voor open?

Hans: Zelfs voor geslotenheid.

Wibald: Aanvaard jij werkelijk alles?

Hans: Zelfs afwijzing.

Wibald: Heb je het nou over anderen of over jezelf?

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Maar bedoel je nou dat je ruimte hebt voor andermans bekrompenheid of voor die van jezelf?

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Bedoel je dat je open staat voor andermans geslotenheid of voor die van je zelf?

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Bedoel je dat je andermans afwijzen aanvaardt of dat van jezelf?

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Mag ik hieruit concluderen dat jij zelf niet vrij bent van bekrompenheid, geslotenheid en afwijzen?

Hans: Niet dat ik weet.

Wibald: Is dat een kwestie van keuze of van overmacht?

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Bedoel je daarmee dat het je niet uitmaakt, of dat je het niet weet?

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Wat is niet-weten?

Hans: Wat een vraag.

Wibald: Overal ruimte voor hebben, zou ik zeggen.

Hans: Dan ook voor wel-weten.

Wibald: Jij bent toch van niet-weten.nl?

Hans: Ik ben nergens van.

Wibald: Ik bedoel, niet-weten.nl is toch van jou?

Hans: Niets is van mij.

Wibald: Hè?

Hans: Alles dan?

Wibald: Maar weten is toch juist…

Hans: Ik heb overal ruimte voor.

Wibald: Jij hebt echt overal ruimte voor!

Hans: Zelfs voor bekrompenheid.

Overal ruimte voor

Tip: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

Niet-weten is een blindganger

Losse flodders

‘Niet-weten is een BOM, Hans!’

‘Voor de meeste mensen is het een blindganger.’

‘Die ieder moment af kan gaan!’

‘Maar daar rijdt de explosievenopruimingsdienst alweer voor.’

Losse flodders

Tip: Niet-weten als passe-partout

‘Ik zou je graag eens interviewen’

Daar komen alleen maar verhalen van

Interview met de man zonder mond

1.

‘Hans, ik zou je graag interviewen voor X.’

‘Leuk.’

‘Je mag helemaal zelf bepalen hoe of wat.’

‘Echt?’

‘Wat zou je het liefste willen?’

‘Dat jij de antwoorden geeft.’

‘Hè?’

‘Dan bedenk ik er wel weer vragen bij.’

2.

‘Hans, ik zou je graag interviewen voor Y.’

‘Daar komen alleen maar antwoorden van.’

‘Ik heb het niet over spirituele of religieuze vragen; het gaat mij om de mens achter de website. Mensen willen weten wie jij bent.’

‘Anders ik wel.’

‘Ze willen weten waar je het allemaal vandaan haalt.’

‘Bedenk maar wat.’

‘Dat kan ik niet verantwoorden.’

‘Of jij het nou doet of ik.’

‘Dus je wilt niet meewerken?’

‘Kan je hiermee uit de voeten?’

3.

‘Hans, ik zou je graag interviewen voor Z.’

‘Gaat het om de mens achter het verhaal of het verhaal achter de mens?’

‘Om de mens achter het verhaal.’

‘Als ik hem zie zal ik het doorgeven.’

‘Ik bedoel, om het verhaal achter de mens.’

‘Als ik het hoor zal ik het doorgeven.’

Het verhaal achter de ezel

De man die alles wist

Rieks: Hoe zou jij jezelf omschrijven?

Hans: Als de man die alles wist.

Rieks: Wat wist je allemaal?

Hans: Dat is de vraag niet.

Rieks: Wat is de vraag wel?

Hans: Wat ik allemaal wis.

Rieks: O, zo.

Hans: O zo.

Rieks: Wat wis je allemaal?

Hans: Wat niet.

Rieks: Wat blijft er over als je alles wist?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Rieks: Het enige wat overblijft is niet-weten?

Hans: Ook gewist.

Rieks: Het enige wat overblijft is wissen?

Hans: Ook gewist.

Rieks: Maar hoe moet ik jou nu omschrijven?

Hans: Zeg jij het maar.

Rieks: Als ik dat eens wist.

Hans: Niet als de man die alles wist.

De man die alles wist

Lees ook: De wolk van niet-weten

Eerst was ik een hele pief, nu sta ik aldoor paf

Pief, paf, poef

Odina: Ben jij veranderd door niet-weten?

Hans: Ik ben er niet door veranderd, niet-weten is de verandering.

Odina: Wat houdt die verandering in?

Hans: Eerst was ik een hele pief. Nu sta ik aldoor paf.

Odina: Denk je niet dat iedereen eigenlijk paf staat zonder het te weten of toe te geven?

Hans: Dat moet je aan iedereen vragen.

Odina: Wat als je aldoor paf staat?

Hans: Dan gaan je gedachten aldoor in rook op.

Odina: Behalve deze zeker.

Hans: Poef.

Dan gaan je gedachten aldoor in rook op, deze ook

Lees ook: Wat is spirituele verlichting?

Ik ben geen vertegenwoordiger, ook niet van niet-weten

Tegenwoordiger

Madhul: Welke traditie vertegenwoordig jij eigenlijk?

Hans: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

Madhul: Jij vertegenwoordigt alleen het niet-weten?

Hans: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

Madhul: Bedoel je dat je alleen jezelf vertegenwoordigt?

Hans: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

Madhul: O, ik snap het al.

Hans: Nou ik nog.

Madhul: Jij vertegenwoordigt het niet-vertegenwoordigen.

Hans: Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

Wat ben ik, een vertegenwoordiger?

Lees ook: Meester Spoorloos en agent Speurneus

Ik ben tegen woordigheid van geest

Bronja: Wat betekent mindfulness voor jou?

Hans: Tegen woordigheid van geest.

Bronja: En dat in het hier en nu zeker?

Hans: Dat is ook weer zo’n woord.

Bronja: Met volledige aandacht.

Hans: Dat is ook weer zo’n woord.

Bronja: Met volledige aandacht betekent anders hetzelfde als mindfulness.

Hans: Dat is ook weer zo’n woord.

Bronja: Ik ben ook tegen woordigheid.

Hans: Je zou het zo niet zeggen.

Bronja: Omdat de waarheid voorbij de woorden is.

Hans: Hoe kan je dat dan zeggen?

Bronja: Aan jouw tegenwoordigheid van geest mankeert duidelijk niets.

Hans: Dat is ook weer zo’n woord.

Bronja: Tegenwoordigheid of geest?

Hans: Woord.

Ik ben tegen woordigheid van geest

Lees ook: Denkbeeldenstorm!

Ik heb mijn kleinheid gerealiseerd

Je mag me gerust een nul noemen

Jente: Wat heb jij gerealiseerd?

Hans: Geen idee.

Jente: Is dat wat je hebt gerealiseerd of weet je het niet?

Hans: Dat zeg ik.

Jente: De Waarheid? De Werkelijkheid? De Wijsheid voorbij alle Wijsheid? De Geest? Het Zelf? Het Hart? Je Boeddhanatuur? Je Ware Aard? Je Oorspronkelijke Gezicht?

Hans: Daar weet ik allemaal niets van.

Jente: Wat dan wel?

Hans: Mijn kleinheid dan maar.

Jente: Jij hebt je Kleinheid gerealiseerd?

Hans: Met een kleine letter.

Jente: Vergeleken met wat?

Hans: Vergeleken met een hoofdletter.

Jente: Vergeleken met het Allerhoogste? Het Ene? Het Absolute? Het Goddelijke? Het Alomtegenwoordige? Het…

Hans: Daar weet ik allemaal niets van.

Jente: Ook al niet?

Hans: Sorry.

Jente: Bedoel je dat zoiets niet bestaat?

Hans: Ik kan alleen maar voor mezelf spreken.

Jente: En als je voor jezelf spreekt?

Hans: Geen idee.

Jente: Nou, daar kan je mee voor de dag komen.

Hans: Groter kan ik het niet maken.

Jente: Hoe klein ben jij wel niet?

Hans: Je mag me gerust een nul noemen.

Jente: Verwijs je daarmee naar Stilte, Leegte, Bewustzijn, Gewaarzijn, Kennendheid, Openheid, Ruimte, Niet-iets, Niets, Niet-zijn, Ledigheid, Vol-ledigheid, Inessentie, Sunyata, Geen-geest, Geen-zelf, Parabrahman, Anatman of zo?

Hans: Daar weet ik allemaal niets van.

Jente: Nee, dat dacht ik wel.

Hans: Ik ga er ook niet om liegen.

Jente: Wat blijft er dan nog over?

Hans: Waarvan?

Jente: Ik bedoel, wat heb jij gerealiseerd?

Hans: Geen idee.

Jente: Is dat wat je hebt gerealiseerd of weet je het niet?

Hans: Dat zeg ik.

Jente: Je kleinheid, zei je volgens mij.

Hans: Alleen maar om tegenwicht te bieden.

Jente: Ik geef het op.

Hans: Zo kan je het ook zeggen.

Je mag me gerust een nul noemen

Lees ook: 22 Metaforen voor verlichting

Masters of the universe

Spelende wijs

– Wat is momenteel jouw favoriete lectuur, Hans?

– Eh… Perry Rhodan.

– Science-fiction?

– Je moet toch wat.

– Ik bedoelde eigenlijk op het gebied van religie en spiritualiteit.

– Dat zeg ik.

– Wat?

– Perry Rhodan.

– En verder?

– Heb ik momenteel geen favoriete lectuur.

– Geen soetra’s, geen upanishaden, geen gita’s? Geen BoeddhaMagazine, geen Filosofie Magazine, geen InZicht? Geen boeken, geen bladen, geen blogs?

– Auteurs die schrijven over niet-weten hoef ik niet te lezen want die hebben geen boodschap. Aan auteurs met een boodschap heb ik geen boodschap, dus die hoef ik niet te lezen.

– Dus wat zal je nog.

– Dat zeg ik.

– Wat?

– Perry Rhodan.

– Wie is daarin je favoriete karakter?

– Gucky.

– Gekkie.

– Een pratende muisbever die alleen maar wil spelen en tuk is op wortelen.

– Niet Perry Rhodan?

– Stel je voor.

– Waarom niet?

– Perry is de held.

– Master of the Universe.

– Dat denkt hij tenminste.

– Jij denkt van niet.

– Het is maar een verhaal.

– En jij bent tuk op wortelen.

– En ik wil alleen nog maar spelen.

– Wat is iemand die alleen nog maar speelt?

– Master of the Universe.

Gucky de muisbever uit de science-fiction serie Perry Rhodan

Lees ook: Zalig zijn de armen van geest

Stillen getuigen niet

Zelfs niet van niet-getuigen

Cherlaine: Als jij een monnik was, wat voor een zou je er dan willen zijn?

Hans: Een stille.

Cherlaine: Waarom hou je dan je mond niet?

Hans: Omdat mensen mij van alles in de mond leggen.

Cherlaine: Wat voor mensen bijvoorbeeld?

Hans: Mensen zoals jij bijvoorbeeld.

Cherlaine: Dus eigenlijk ben jij een stille getuige?

Hans: Waarvan dan wel?

Cherlaine: Keuzeloos gewaar zijn, zou Jiddhu Krishnamurti zeggen.

Hans: Noem dat maar stil.

Cherlaine: Waarvan wil je dan getuigen?

Hans: Volgens mij ben jij hier degene die wil getuigen.

Cherlaine: Waarom hou je dan je mond niet?

Hans: Omdat mensen mij van alles in de mond leggen.

Cherlaine: Wat voor mensen bijvoorbeeld?

Hans: Mensen zoals jij bijvoorbeeld.

Lees ook: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Wie God kent spreekt niet van God

Achit: ‘Wie God kent, is met stomheid geslagen.’

Hans: Wie zegt dat?

Achit: Rumi, de soefimysticus, dacht ik.

Hans: Wie met stomheid geslagen is, spreekt niet van God.

Achit: Want wie met stomheid geslagen is, kent geen God?

Hans: Wie met stomheid geslagen is, spreekt niet van niet-God.

Achit: Want wie met stomheid geslagen is, kent geen niet-God?

Hans: Want wie met stomheid geslagen is, spreekt niet.

Achit: Betekent dit dat Rumi God niet kent?

Hans: Vraag dat maar aan Rumi.

Achit: Betekent het dat God Rumi niet kent?

Hans: Vraag dat maar aan God.

Achit: Wat betekent het dan wel?

Hans: Dat Rumi niet met stomheid geslagen is.

Achit: Ken jij God?

Hans: Ik ben met stomheid geslagen.

Achit: Bedoel je dat je God niet kent?

Hans: ….

Achit: Kent God jou?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat God jou niet kent?

Hans: …

Achit: Ken jij jezelf?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat jij jezelf niet kent?

Hans: …

Achit: Is er een jij om te kennen?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat er geen jij is om te kennen?

Hans: …

Achit: Ken jij de wereld?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat je de wereld niet kent?

Hans: …

Achit: Is er een wereld om te kennen?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat er geen wereld is om te kennen?

Hans: …

Achit: Ben jij het kennen zelf?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat jij niet het kennen zelf bent?

Hans: …

Achit: Is er zoiets als het kennen zelf?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat er niet zoiets is als het kennen zelf?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat je niets weet?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat je toch iets weet?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat er niets te zeggen is?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat er toch iets te zeggen is?

Hans: …

Achit: Bedoel je dat je met stomheid geslagen bent?

Hans: Dan had ik dat wel gezegd.

Achit: Wie met stomheid geslagen is spreekt niet, zei je toch?

Hans: Wat heb ik dan gezegd?

Een blad voor de mond

Lees ook: God is een poort (en woord is een god)

Hans van Dam in honderd ontkenningen

Niet wie je denkt

Ik ben geen theïst.
Ik ben geen atheïst.
Ik ben geen agnost.
Ik ben geen god.
Ik ben niet goddelijk.
Ik ben niet de bron.
Ik ben niet het zijn.
Ik ben niet het kennen.
Ik ben niet het gekende.
Ik ben niet het onkenbare.
Ik ben niet de onkenbare.
Ik ben niet het absolute.
Ik ben niet het relatieve.
Ik ben niet het zelf.
Ik ben niet de geest.
Ik ben niet het bewustzijn.
Ik ben niet de stilte.
Het is niet stil in mij.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet dit.
Ik ben niet dat.
Ik ben niet de vorm.
Ik ben niet de leegte.
Ik ben niet beide.
Ik ben niet geen van beide.
Ik ben niet het niets.
Ik ben niet het ene.
Ik ben niet twee.
Ik ben niet niet-twee.
Ik ben niet drie.
Ik ben niet vier.
Ik ben niet veel.
Ik ben niet alles.
Ik ben niet almachtig.
Ik ben niet eigenmachtig.
Ik ben niet machteloos.
Ik ben niet alwetend.
Ik ben niet onwetend.
Ik ben geen scepticus.
Ik ben niet wijs.
Ik ben niet dwaas.
Ik ben niet dwijs.
Ik ben niet wel.
Ik ben niet niet.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet gebonden.
Ik ben niet vrij.
Ik ben niet gehecht.
Ik ben niet onthecht.
Ik ben niet in de wereld.
Ik ben niet van de wereld.
De wereld is niet van mij.
De wereld is niet in mij.
Ik ben het lijden niet voorbij.
Ik ben het voorbij zijn niet voorbij.
Ik heb mijn gedachten niet overwonnen.
Mijn gedachten hebben mij niet overwonnen.
Ik heb de wereld niet verzaakt.
Ik heb mezelf niet verzaakt.
Ik heb het verzaken niet verzaakt.
Ik heb het antwoord niet.
Ik ben het antwoord niet.
Ik heb de vraag niet.
Ik ben de vraag niet.
Ik weet niet wat verlichting is.
Ik ben niet het licht.
Ik ben niet de duisternis.
Ik ben niet de liefde.
Ik weet niet wat liefde is.
Ik ben niet aan gene zijde.
Ik ben niet aan deze zijde.

Niet dat ik weet.

Ik ben geen rolmodel.
Ik ben geen dokter.
Ik ben geen psychiater.
Ik ben geen therapeut.
Ik ben geen consulent.
Ik ben geen coach.
Ik ben geen welzijnswerker.
Ik ben geen levenskunstenaar.
Ik ben geen humanist.
Ik ben geen idealist.
Ik ben geen realist.
Ik ben geen optimist.
Ik ben geen pessimist.
Ik ben geen nihilist.
Ik ben geen negativist.
Ik ben geen laxist.
Ik ben geen fatalist.
Ik ben geen obscurantist.
Ik ben geen bodhisattva.
Ik ben geen meester.
Ik ben geen leraar.
Ik ben geen vriend.

Niet dat ik weet.

Ik behoor niet tot een bepaalde school.
Ik ben geen eclecticus.
Ik geef geen satsang.
Ik heb niets tegen satsang.
Ik heb geen sangha.
Ik heb niets tegen sangha’s.
Ik heb geen dharma.
Ik heb niets tegen dharma’s.
Ik heb geen goeroe.
Ik heb niets tegen goeroes.
Ik heb geen geloften afgelegd.
Ik heb niets tegen geloften.
Ik heb geen transmissie gekregen.
Ik heb niets tegen transmissie.
Ik mediteer niet.
Ik heb niets tegen meditatie.
Ik contempleer niet.
Ik heb niets tegen contemplatie.
Ik bid niet.
Ik heb niets tegen bidden.
Ik brand geen wierook.
Ik heb niets tegen wierook.
Ik heb geen huisaltaar.
Ik heb niets tegen huisaltaren.
Ik bezoek geen kerk, tempel of moskee.
Ik heb niets tegen kerken, tempels of moskeeën.
Ik voer geen rituelen uit.
Ik heb niets tegen rituelen.
Ik heb niets tegen bezwaren.
Ik heb niets tegen bezwaren tegen bezwaren.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet geroepen.
Ik ben niet uitverkoren.
Ik ben niet thuisgekomen.
Ik ben niet eeuwig onderweg.
Ik ben geen weg gegaan.
Ik ben niet mijn eigen weg gegaan.
Ik ben de weg niet.
Ik ken de weg niet.
De weg kent mij niet.
Ik ben geen ander.
Ik ben mezelf niet.
Ik ben niet iemand.
Ik ben niet niemand.
Mijn naam is geen Haas.
Ik weet zelfs niet van niets.

Niet dat ik weet.

Hengelen naar Hans

Lees ook: Apofase, via negativa, neti neti

Zelfportret en schietgebed

O schamele schim

Holler dan het holst van de

Wacht

Aangezegd door de slepende

Smacht

Onheid in het onheden

Zonderdeel van het onene

O schimmele waan

Slaak zacht

Tip: De nodeloze angst voor een grondeloos bestaan

Nog vijf ware gezichten van Hans van Dam

Je zal het maar hebben

Waar is mijn gezicht 1
Waar is mijn gezicht 2
Waar is mijn gezicht 3
Waar is mijn gezicht 4
Waar is mijn gezicht 5