Hans van Dam

Niet wie je denkt. Malle babbels over de onbekende auteur van niet-weten.nl.

Tekst Hans van Dam, foto’s en illustraties Lucienne van Dam.

Dwaalgids > Over > Hans van Dam

Colofon, Publicaties


Mijn ware gezicht

Wie zou ik zijn zonder jou

Hierboven zie je een mozaïek van duizenden pixels (picture elements), monochrome beeldvlakjes die samen de illusie wekken van een substantieel mens in een substantiële wereld.
Overtuigend, nietwaar?
Vooral als we het mozaïek in kwestie een foto noemen, de illusie een naam geven, laten we zeggen Hans van Dam, en uitroepen tot auteur dezes.

Een en ander doen we natuurlijk niet op eigen kracht maar met behulp van honderden andere mozaïekjes in de vorm van letters en leestekens die zich ogenschijnlijk aaneenrijgen tot woorden, zinnen en alinea’s.
Daarin legt de lezer ongemerkt zelf de betekenis die hij vervolgens zonder meer aan auteur dezes toeschrijft.

Wie zou ik zijn zonder jou?


maya


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van jezelf, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Nog een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van het zelf, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


alle aanbevelingen op een rijtje


Curriculum vitae

Te gek voor woorden

Sommige mensen vragen zich af wie het is die al die dwaalteksten uit zijn duim zuigt.
Dat zou ik ook weleens willen weten.
Ongetwijfeld gaat iemand mij dat nog eens haarfijn uitleggen.
Een of andere roshi of goeroe.
Een priester of een humanist.
Een sjamaan of een vrijmetselaar.
Een astronoom of een astroloog.
Een monist of een non-dualist.
Een nihilist of een pluralist.
Een darwinist of een neuroloog.
Een fysioloog of een kwantumfysicus.
Een filosoof of een frenoloog.
Een psychiater of een psycholoog.
Maar tot die tijd zul je het met mijn cv moeten doen.

Als jongeling vlucht Hans zo lang mogelijk heen en weer tussen de Universiteit van Utrecht en Japan.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een brave burgerman, compleet met koopwoning, overheidsbetrekking en samenlevingscontract.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een ambachtelijke kunstenaar, compleet met tekentafel, lichtbak, episcopen, Leica, doka en thuisstudio.

Als dat echt niet langer gaat, doet hij zich vijf jaar lang voor als een filosoof, compleet met opschrijfboekje, dictafoon en tekstverwerker.

Als dat echt niet langer gaat, schept hij zich een vrijplaats, een oase van onrust, Idios genaamd, waarin, eindelijk, niets meer ongedacht of ongezegd hoeft te blijven; waarin ieder appeltje van iedere boom ongestraft gegeten mag worden.

Ten slotte doet hij nog één poging om iets van zijn leven te maken.
Hij moet en zal de waarheid vinden.
Het waarom, het waarheen, het waartoe!

Dan weet hij het helemaal niet meer.
Zelfs dáárvoor staat hij niet in.
Wel komt hij ervoor uit.
En dat is het verschil.

Maar hoe moeten we hem nou omschrijven.
Als een heraut zonder boodschap?
Als een illusionist zonder illusies?
Als een dominee zonder kansel?
Als een nar zonder hof?
Als een zwerver zonder ransel?
Als een kind met een rugzakje?
Een leeg rugzakje natuurlijk.
Dat dan weer wel.

Hans van Dam is gewoon te groot voor woorden.
Ik bedoel natuurlijk te klein voor woorden.
Te gewoon voor woorden.
Te gek voor woorden.
En wie is dat nou niet.
En wat is niet te gek voor woorden.


leven in de paradox


Niet wie je denkt

Ik ben geen theïst.
Ik ben geen atheïst.
Ik ben geen agnost.
Ik ben geen god.
Ik ben niet goddelijk.
Ik ben niet de bron.
Ik ben niet het zijn.
Ik ben niet het kennen.
Ik ben niet het gekende.
Ik ben niet het onkenbare.
Ik ben niet de onkenbare.
Ik ben niet het absolute.
Ik ben niet het relatieve.
Ik ben niet het zelf.
Ik ben niet de geest.
Ik ben niet het bewustzijn.
Ik ben niet de stilte.
Het is niet stil in mij.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet dit.
Ik ben niet dat.
Ik ben niet de vorm.
Ik ben niet de leegte.
Ik ben niet beide.
Ik ben niet geen van beide.
Ik ben niet het niets.
Ik ben niet het ene.
Ik ben niet twee.
Ik ben niet niet-twee.
Ik ben niet drie.
Ik ben niet vier.
Ik ben niet veel.
Ik ben niet alles.
Ik ben niet almachtig.
Ik ben niet eigenmachtig.
Ik ben niet machteloos.
Ik ben niet alwetend.
Ik ben niet onwetend.
Ik ben geen scepticus.
Ik ben niet wijs.
Ik ben niet dwaas.
Ik ben niet dwijs.
Ik ben niet wel.
Ik ben niet niet.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet gebonden.
Ik ben niet vrij.
Ik ben niet gehecht.
Ik ben niet onthecht.
Ik ben niet in de wereld.
Ik ben niet van de wereld.
De wereld is niet van mij.
De wereld is niet in mij.
Ik ben het lijden niet voorbij.
Ik ben het voorbij zijn niet voorbij.
Ik heb mijn gedachten niet overwonnen.
Mijn gedachten hebben mij niet overwonnen.
Ik heb de wereld niet verzaakt.
Ik heb mezelf niet verzaakt.
Ik heb het verzaken niet verzaakt.
Ik heb het antwoord niet.
Ik ben het antwoord niet.
Ik heb de vraag niet.
Ik ben de vraag niet.
Ik weet niet wat verlichting is.
Ik ben niet het licht.
Ik ben niet de duisternis.
Ik ben niet de liefde.
Ik weet niet wat liefde is.
Ik ben niet aan gene zijde.
Ik ben niet aan deze zijde.

Niet dat ik weet.

Ik ben geen rolmodel.
Ik ben geen dokter.
Ik ben geen psychiater.
Ik ben geen therapeut.
Ik ben geen consulent.
Ik ben geen coach.
Ik ben geen welzijnswerker.
Ik ben geen levenskunstenaar.
Ik ben geen humanist.
Ik ben geen idealist.
Ik ben geen realist.
Ik ben geen optimist.
Ik ben geen pessimist.
Ik ben geen nihilist.
Ik ben geen negativist.
Ik ben geen defaitist.
Ik ben geen fatalist.
Ik ben geen obscurantist.
Ik ben geen bodhisattva.
Ik ben geen meester.
Ik ben geen leraar.
Ik ben geen vriend.

Niet dat ik weet.

Ik behoor niet tot een bepaalde school.
Ik ben geen eclecticus.
Ik geef geen satsang.
Ik heb niets tegen satsang.
Ik heb geen sangha.
Ik heb niets tegen sangha’s.
Ik heb geen dharma.
Ik heb niets tegen dharma’s.
Ik heb geen goeroe.
Ik heb niets tegen goeroes.
Ik heb geen geloften afgelegd.
Ik heb niets tegen geloften.
Ik heb geen transmissie gekregen.
Ik heb niets tegen transmissie.
Ik mediteer niet.
Ik heb niets tegen meditatie.
Ik contempleer niet.
Ik heb niets tegen contemplatie.
Ik bid niet.
Ik heb niets tegen bidden.
Ik brand geen wierook.
Ik heb niets tegen wierook.
Ik heb geen huisaltaar.
Ik heb niets tegen huisaltaren.
Ik bezoek geen kerk, tempel of moskee.
Ik heb niets tegen kerken, tempels of moskeeën.
Ik voer geen rituelen uit.
Ik heb niets tegen rituelen.
Ik heb niets tegen bezwaren.
Ik heb niets tegen bezwaren tegen bezwaren.

Niet dat ik weet.

Ik ben niet geroepen.
Ik ben niet uitverkoren.
Ik ben niet thuisgekomen.
Ik ben niet eeuwig onderweg.
Ik ben geen weg gegaan.
Ik ben niet mijn eigen weg gegaan.
Ik ben de weg niet.
Ik ken de weg niet.
De weg kent mij niet.
Ik ben geen ander.
Ik ben mezelf niet.
Ik ben niet iemand.
Ik ben niet niemand.
Mijn naam is geen Haas.
Ik weet zelfs niet van niets.

Niet dat ik weet.


whatever, lachgas


Zonder omhaal

Zelfportret

Als een vrijbuiter – zonder buit
Als een kaper – zonder kust
Als een boekanier – zonder boeken
Als een piraat – zonder raad
Als een oproerling – zonder roer
Als een dwarsligger – zonder rails


als een schrift zonder blad


Hemelrijk

Tot tranen toe

‘Hoe voelt niet weten?’
‘Rijk.’
‘Hoe rijk?’
‘Zo rijk als de hemel.’
‘Heb je daarom tranen in je ogen?’
‘Wie zal het zeggen.’
‘Waar ben je dan zo rijk mee?’
‘Geen idee.’
‘Met de Waarheid?’
‘Ken ik niet.’
‘Met de Werkelijkheid?’
‘Ken ik niet.’
‘Met de Wijsheid voorbij alle wijsheid?’
‘Heb ik niet.’
‘Met het Ene?’
‘Ken ik niet.’
‘Met het Numineuze?’
‘Ken ik niet.’
‘Met je Oorspronkelijke Gezicht?’
‘Heb ik niet.’
‘Waar ben je dan zo rijk mee?’
‘Dat zeg ik.’
‘Wat?’
‘Geen idee.’


zielsverrukt


Face job

‘Is niet-weten jouw oorspronkelijke gezicht, Hans?’
‘Zeg maar gerust mijn oorspronkelijke gezichtsverlies.’
‘Je ziet het niet als een triomf?’
‘En ook niet als een debacle.’
‘Hoe zie je het dan wel?’
‘En ook niet als een het.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Niet weten is gewoon geen gezicht.’


je oorspronkelijke gezicht


Geen gezicht

midden in de week maar zondags niet

Maandag

‘Ben jij eigenlijk wel een boeddhist, Hans?’

‘Het boeddhisme heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een boeddhist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een non-dualist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Dinsdag

‘Ben jij eigenlijk wel een non-dualist, Hans?’

‘Advaita heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een non-dualist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een taoïst.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Woensdag

‘Ben jij eigenlijk wel een taoïst, Hans?’

‘Tao heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een taoïst. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een mysticus.’

‘Geef het kind maar een naam.

Donderdag

‘Ben jij eigenlijk wel een mysticus, Hans?’

‘Mystiek heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een mysticus. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een universalist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Vrijdag

‘Ben jij eigenlijk wel een universalist, Hans?’

‘Spiritualiteit heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een een universalist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een humanist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Zaterdag

‘Ben jij eigenlijk wel een humanist, Hans?’

‘De mensheid heeft veel gezichten en een daarvan is het mijne. Welk van die gezichten het ware is moet ieder voor zich bepalen. Zelf kan ik ware noch onware ontwaren en daarom noem ik mezelf al jaren een een humanist. Voor wat het waard is.’

‘Volgens mij ben jij meer een boeddhist.’

‘Geef het kind maar een naam.’

Zondag

Hè hè.

Maandag

‘Ben jij eigenlijk wel een boeddhist, Hans?’

Leeg gezicht Hans

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


de Intergalactische Waarheidsconferentie


Gezichtspunten

‘Ik heb veel gezichten, en elk daarvan is het mijne.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:12)

‘Ik heb veel gezichten, maar geen daarvan is het mijne.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:23)

‘Ik heb geen gezicht, maar dat is wel het mijne.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:32)

‘Ik heb geen gezicht, en ook dat is niet van mij.’
(Hans van Dam, 17 januari 2016 om 07:57:44)


Geef het kind maar geen naam

Wat is het dat fascineert en doet beven?
Het onoplosbare raadsel dat mijn naam draagt.

In den beginne wist ik niets.
Niemand hoefde mij de weg te wijzen.
Alles ging vanzelf.
Ik speelde met verve, al was het geen rol,
maar mijn ouders wisten wel beter:
Niet weten was niets voor mij.

Hans voorop op het hobbelpaard

Ik stierf als speelkind en verrees als kind van god.
Religie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de hoogste.
Kind zijn van god betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als kind van god en verrees als mens.
Humanisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep onze soort.
Mens zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als mens en verrees als denker.
Filosofie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand kende de waarheid.
Filosoof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als denker en verrees als ziel.
Psychologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de psyche.
Ziel zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als ziel en verrees als lichaam.
Fysiologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het fysiek.
Lijf zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als lichaam en verrees als dier.
Biologie zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde het leven.
Dier zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als dier en verrees als stof.
Fysica zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorzag de materie.
Stof zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als stof en verrees als geest.
Spiritualiteit zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand begreep het bewustzijn.
Geest zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als geest en verrees als het al.
Holisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand vatte de kosmos.
Alles zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als alles en verrees als niets.
Boeddhisme zou mij de weg wel wijzen.
Ik speelde mijn rol met verve,
maar niemand doorgrondde de leegte.
Niets zijn betekende nog steeds:
Niet weten wie ik was.

Ik stierf als niets en verrees niet meer.
De weg is vergeten, ik blijf wel hier.
Ik speel nog met verve, al is het geen rol.
Soms denk ik dat niemand iets weet,
al ben ik ook daarvan niet zeker.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad met als titel ‘In den beginne’.


zoek je selfie


Weetnietbeest

Bevers moeten knagen

‘Ik heb geloof ik nog nooit zo’n subversieve geest gezien als de jouwe, Hans.’
‘De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.’
‘Waar is dat goed voor?’
‘Vraag dat maar aan de weetnietgeest.’
‘Dat doe ik toch?’
‘En wat zei de weetnietgeest?’
‘Vraag dat maar aan de weetnietgeest.’
‘Voilà.’
‘Maar waarom doe je het dan?’
‘Waarom doe ik wat dan?’
‘Ondermijnen. Uithollen. Slopen.’
‘Voor mij hoeft het niet.’
‘Bedoel je dat je het niet kunt laten?’
‘Ook daar zit ik niet op te wachten.’
‘Het hoeft niet en het hoeft niet niet?’
‘En anders maar wel.’
‘Rare snijboon.’
‘Wie?’
‘Bedoel je dat je niemand bent?’
‘Nou dat weer.’
‘Geen-geest, geen-zelf, anatman, inessentie, sunyata?’
‘Vraag het dan maar aan de weetnietgeest.’
‘De weetnietgeest wil alleen maar ondermijnen.’
‘De wat?’
‘Ik heb geloof ik nog nooit zo’n subversieve geest gezien als de jouwe.’


Oude Cheng, ongekend


Geest om geest

Uitgegraven

‘Wat was jouw weg, Hans?’
‘Contractio mentis, dilatatio mentis.’
‘Pardon?’
‘De geest groef zich in, de geest groef zich uit.’
‘En jij dan?’
‘Ik dacht dat ik die geest was.’
‘Nu niet meer?’
‘Ik kan wel zoveel denken.’
‘Er is alleen nog maar geest?’
‘Ook uitgegraven.’
‘Hoe zit het met ascese? Caritas? Meditatio? Contemplatio? Heb jij geloften afgelegd?’ Wat heb je allemaal gepraktiseerd?’
‘Ik heb alleen maar geprakkiseerd.’
‘Ik snap het niet, Hans.’
‘Een doorn verwijderd met een doorn.’
‘Maar wat was dan de doorn?’
‘De geest houdt de geest in zijn greep, de geest helpt de geest om zeep.’
‘De geest was de doorn.’
‘De geest nam de geest en de geest gaf de geest. Of andersom natuurlijk.’
‘Contractio mentis, dilatatio mentis.’
‘Dan lijkt het nog wat.’
‘En dat was jouw weg?’
‘En weg was de weg.’

Hans op het strand

dwaalwegen


Grote woorden maken het kleiner

Recht voor zijn raap

‘Heb jij het Ware Zelf gerealiseerd, Hans?’
‘Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel: grote woorden maken het kleiner.’
‘Ik bedoel, ben jij aan de dualiteit ontstegen?’
‘Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel: grote woorden maken het kleiner.’
‘Recht voor zijn raap dan: ben jij verlicht?’
‘Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel: grote woorden maken het kleiner.’
‘En het stelt toch al niks voor, wou je zeggen.’
‘Kleine woorden maken het kleiner.’
‘Geen woorden dan maar?’
‘Stilte maakt het te groot.’
‘Geen woorden maar daden?’
‘Woorden zijn ook daden. Taaldaden.’
‘Geen grote woorden, geen kleine woorden, geen stilte en geen daden?’
‘En geen opsommingen en geen negatieve definities.’
‘Mystiek hoor.’
‘Ik weet niet wat mij is overkomen maar dit weet ik wel…’
“Mystisch, mystagogisch, mythisch, myrionymisch, mysterieus, numineus?”
‘Grote woorden maken het kleiner.’

Ingrid Heerkens

Illustratie Ingrid Heerkens.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


via negativa, apologie


Fundamenteler

Wie wat realiseert die heeft wat

‘Hoe noem je iemand die de ingrond heeft gerealiseerd?’
‘De ongrond?’
‘De ingrond. De grond van alles. Het absolute. Het onveranderlijke. Dát.’
‘O, dat.’
‘Nou?’
‘Een fundamentalist, zou ik zeggen.’
‘Pardon?’
‘Wie wat realiseert die heeft wat.’
‘En jij dan?’
‘Tja.’
‘Ik bedoel, hoe noem je iemand die de ongrond heeft gerealiseerd?’
‘De ingrond?’
‘De ongrond. Ben je doof of zo?’
‘Een fundamentalist, zou ik zeggen.’
‘Hè?’
‘Wie wat realiseert die heeft wat.’
‘Wat maakt dat jou?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Maar jij hebt toch de ongrond gerealiseerd?’
‘Wat ben ik, een fundamentalist?’
‘Jij bent toch van niet-weten?’
‘Wat ben ik, een fundamentalist?’
‘Heb jij soms iets tegen fundamentalisme?’
‘Wat ben ik, een fundamentalist?’
‘Niet de ingrond, niet de ongrond, wat dan wel?’
‘Tja.’


total loss


Fundamenteelst

Witte rook

‘Ik las ergens dat jij jezelf een allesbrander noemt, Hans. Bedoel je daarmee dat je tot geen enkele traditie behoort?’
‘Ik bedoel daarmee dat ik tot elke traditie behoor.’
‘Bedoel je daarmee dat er in elke traditie ruimte is voor niet-weten?’
‘Ik bedoel daarmee dat er in niet weten ruimte is voor elke traditie.’
‘Behalve fundamentalistische dan toch?’
‘Waaronder fundamentalistische, anti-fundamentalistische, fundamentele, ongefundeerde, en noem maar op.’
‘Maar die behoren toch allemaal tot het weten?’
‘Joost mag weten waartoe ze allemaal behoren.’
‘Maar wat is dan nog het verschil met niet-weten?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Wat jou betreft mag alles in de allesbrander.’
‘Zelfs de allesbrander.’


luisterrijk


Grieks

Of Latijn

‘Geloof jij in reïncarnatie, Hans?’
‘Eerst werd ik geboren in den vleze.’
‘Als mens.’
‘Dat was het einde van de vergetelheid.’
‘En toen?’
‘Werd ik geboren in de liefde.’
‘Voor Lucienne.’
‘Dat was het einde van mijn eenzaamheid.’
‘En toen?’
‘Werd ik geboren in den vreemde.’
‘Als weetniet.’
‘Dat was het einde van mijn wijsheid.’

‘Hoe oud ben je nu?’
‘Achtenvijftig, vijfentwintig en negen.’
‘Zitten er nog meer geboortes aan te komen?’
‘Weet ik niet.’
‘Waarom niet?’
‘Tot nog toe kwam iedere geboorte onverwacht.’
‘En na de dood?’
‘Eerst maar eens zien te sterven.’
‘Geloof jij dan niet in de dood?’
‘Misschien word je er wel in geboren.’
‘Denk je dat of weet je dat?’
‘Ik zeg maar wat.’
‘En waar zou dat het eind van zijn?’
‘Geen idee, van mijn Latijn?’


de dood


Malle Babbel

Je bent een goeroe of je bent het niet

Beste Hans,
Wat leuk dat er mensen zoals jij bestaan. Een zoeker die iets gevonden heeft en er volstrekt consequent mee omgaat. Je website is een kostelijk verblijf voor de rusteloze geest.

Ik heb een vraagje. Veel mensen hebben een spirituele naam die ze hebben gekregen toen ze bij hun meester in de leer gingen of toen ze geloften aflegden of toen ze ontwaakten. Wat is jouw spirituele naam?


Beste Khandra,
Mijn spirituele naam is Hans van Dam.
Hoe ik eraan gekomen ben weet ik niet.
Ineens had ik hem.
Hoe ik aan mezelf gekomen ben weet ik ook niet.
Ineens was ik er.
Mijn meester heeft mij geen naam gegeven omdat ik geen meester heb.
Als meester heb ik geen naam genomen omdat ik geen meester ben.
Heel onbevredigend allemaal.
Daarom heb ik het mijn innerlijke goeroe gevraagd en die deed er zoals gewoonlijk het zwijgen toe.
Je bent een goeroe of je bent het niet.
Uiteindelijk kwam hij toch met een voorstel:
‘Dai Baka.’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
Dai is Japans voor grote.’
‘Grote wat?’ zei ik.
Het zweet stond in mijn handen.
‘Baka is Japans voor idioot, stomkop, loser, grapjas, dwaas.’
‘Dai Baka?’
‘Grote Sukkel.’
‘Da’s voor het eerst dat ik jou iets verstandigs hoor zeggen.’
‘Nou jij nog’, zei mijn innerlijke goeroe.
‘Hoe heet jij eigenlijk?’ zei ik.
‘Tja’, zei hij.
Alsof ik dat niet wist.

Namasté,Grote Vrede met knipoog

Hans van Dam

p.s.
Zelf ben ik niet van mening dat ik iets gevonden heb.
Ik ben ook niet van mening dat ik niets gevonden heb.
Consequent ben ik vooral in mijn inconsequentie.


Beste Hans,
Waarom Japans?


Beste Khandra,
Mijn Koreaanse naam is Dae Babo.


Beste Hans,
Waarom Koreaans?


Beste Khandra,
Mijn Latijnse naam is Baceolus Magnus.


Beste Hans,
Waarom Latijns?


Beste Khandra,
Mijn Indiase naam is Mala Baba.


Beste Hans,
Heb jij iets tegen namen?


Beste Khandra,
Hoe meer namen hoe meer vreugd.
Voor niet weten heb ik er honderd, maar de laatste ken ik niet.
Voor mijn lief heb ik er duizend, en ze klinken als een lied.

Deze tekst is in iets gewijzigde vorm ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


Vedantananda


Ia

Grauw en ik zijn poot en been
We houden best van reizen
Maar overal diezelfde steen
Ai ai, de steen der wijzen


Steenbreek

Helemaal aan diggelen

‘Met welk dier zou jij jezelf vergelijken, Hans?’
‘Ik ben nog stommer dan een ezel.’
‘Hoezo?’
‘Zelfs een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen.’
‘En jij?’
‘O, wel duizendmaal.’
‘Wat voor steen?’
‘De steen der wijzen natuurlijk.’
‘En nu?’
‘Heb ik geen poot meer om op te staan.’
‘En die steen?’
‘Helemaal aan diggelen.’
‘Zul je je ooit nog stoten?’
‘Waaraan?’
‘Daar vraag je me wat.’
‘Waarmee?’
‘Tja.’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Hoe stom kun je zijn.’
‘Ik ben nog stommer dan een ezel.’
‘Met welke plant zou jij jezelf vergelijken, Hans?’


de elf plaatjes van de ezel


De val

De weg van de vernedering

– Wat was jouw weg, Hans?
– Wat zal ik vandaag weer eens zeggen.
– Nou?
– Een lange reeks vernederingen dan maar.
– Wat was het resultaat daarvan?
– Vernietiging van eigendunk.
– Ik dacht dat de weg er een was van spirituele groei.
– Bij mij is er niets gegroeid.
– Of van toenemende vaardigheid.
– Bij mij is er niets toegenomen.
– Of van voortschrijdend inzicht.
– Bij mij is er niets voortgeschreden.
– Of van optrekkende mist.
– Bij mij is er niets opgetrokken.
– Wat zou jij zeggen?
– Tja.
– En die weg ben jij vrijwillig gegaan?
– Ik heb de hele weg tegengestribbeld.
– Dan heb je weinig om trots op te zijn.
– Zeg maar gerust niets.
– Dan heb je niets om trots op te zijn.
– Zeg maar gerust niemand.
– Maar ook niemand om je voor te schamen zeker?
– Je probeert de huid te verkopen voor je de beer geschoten hebt.
– En als ik de beer geschoten heb?
– Dan zijn je vragen overbodig.
– Omdat ik de antwoorden dan weet?
– Deze vraag ook.
– Wie of wat is de beer?
– Deze ook.
– Wat moet ik doen om de weg van vernedering te gaan?
– Je bent allang onderweg.
– Wat moet ik onderweg doen?
– Tegenstribbelen.
– Maar ik wil juist meewerken.
– Wou jij je de weg toe-eigenen?
– Ik wil hem gaan, niet ondergaan.
– Allemaal eigendunk.
– Hoe moet ik tegenstribbelen?
– Je doet al niet anders.
– Hè?
– Alleen al door mee te willen werken.
– Door mee te willen werken, stribbel ik tegen?
– Onder meer.
– Dus eigenlijk doe ik het zo slecht nog niet.
– Allemaal eigendunk.
– Geef nog eens een voorbeeld van eigendunk.
– Denken dat je ooit vrij zult zijn van eigendunk.
– Wat is het toppunt van eigendunk?
– Denken dat je vrij bent van eigendunk.
– Hoogmoed komt voor de val.
– Deemoed net zo goed.
– Wat komt niet voor de val?
– De val.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.


Nedermans, Yabba Dabba Doo, Inspirator, Expirator


Als de put verdronken is

Mijn geheim

Beste Hans,
In al je teksten, om het even welke, maak je op mij een vrije en verloste indruk. Altijd trefzeker, ook al schiet je meestal vanuit de heup. Wat is jouw geheim?


Beste X,
Wie zal het zeggen.
Misschien dat ik niks meer uit te leggen heb?
Behalve dat ik niks meer uit te leggen heb.
God sta me bij.

Misschien is dit mijn geheim:
Ik ben verlost van de verlossers.
Ontsnapt aan de snappers.
Verweesd van de wijzen.
Bevrijd van de vrijheid.
Ontdaan van de doener.
Ook de getuige is afgetuigd.
Zelfs niemand ben ik niet.
Hoe het zo gekomen is, weet ik precies niet.
Maar om dat nou een geheim te noemen?


Beste Hans,
Wat was jouw weg?


Beste X,
Als ik een weg had, zou ik hem meteen openstellen.
Het zou een weg zijn met tweerichtingsverkeer, zodat je op je schreden kunt terugkeren wanneer je maar wilt.
Dat is pas vrijheid.


Beste Hans,
Zou jij op je schreden terugkeren?


Beste X,
Schrijden is voor koningen.
‘Ik zit hier goed,’ zei Job op de mesthoop, ‘sinds ik niet meer op mest hoop.’


Beste Hans,
Pardon?


Beste X,
Pardon.
Wat kan ik zeggen.
Niets zo lekker als honger.
Er is nog nooit een put verdronken.
Geen groter uitzicht dan geen inzicht.
Maar waar hebben we het over.
Ik heb niet eens een heenweg.


gebakken licht, het lege geheim


Leefruimte

voor een bekrompen geest

– Heb jij echt overal ruimte voor, Hans?
– Zelfs voor bekrompenheid.
– Ik bedoel, sta jij echt overal voor open?
– Zelfs voor geslotenheid.
– Aanvaard jij werkelijk alles?
– Zelfs afwijzing.
– Heb je het nou over anderen of over jezelf?
– Ik heb overal ruimte voor.
– Maar bedoel je nou dat je ruimte hebt voor andermans bekrompenheid of voor die van jezelf?
– Ik heb overal ruimte voor.
– Bedoel je dat je open staat voor andermans geslotenheid of voor die van je zelf?
– Ik heb overal ruimte voor.
– Bedoel je dat je andermans afwijzen aanvaardt of dat van jezelf?
– Ik heb overal ruimte voor.
– Mag ik hieruit concluderen dat jij zelf niet vrij bent van bekrompenheid, geslotenheid en afwijzen?
– Niet dat ik weet.
– Is dat een keuze of overmacht?
– Ik heb overal ruimte voor.
– Bedoel je daarmee dat het je niet uitmaakt of dat je het niet weet?
– Ik heb overal ruimte voor.
– Wat is niet weten, Hans?
– Wat een vraag.
– Overal ruimte voor hebben, zou ik zeggen.
– Dan ook voor wel-weten.
– Jij bent toch van niet-weten.nl?
– Ik ben nergens van.
– Ik bedoel, niet-weten.nl is toch van jou?
– Niets is van mij.
– Hè?
– Alles dan?
– Maar weten is toch juist…
– Ik heb overal ruimte voor.
– Jij hebt echt overal ruimte voor, Hans.
– Zelfs voor bekrompenheid.


gemoedsrust


Inspirator

Moet spiritualiteit groter maken of kleiner? Inspireren of expireren? Engageren of degageren? Aansteken of uitdoven? Deel een van twee.

‘Ik weet het niet met dat niet-weten, Hans.’
‘Zeg dat wel.’
‘Ware spiritualiteit inspireert.’
‘Ware spiritualiteit kent geen valse spiritualiteit.’
‘Het geeft je lucht; het maakt je groter.’
‘Zijn we al niet groot genoeg?’
‘Het versterkt je betrokkenheid.’
‘Zijn we al niet betrokken genoeg?’
‘Het geeft je energie om dingen te doen.’
‘Doen we al niet genoeg?’
‘Om dingen te veranderen.’
‘Verandert er al niet genoeg?’
‘Om jezelf te verbeteren.’
‘Zijn we al niet goed genoeg?’
‘Je groeit ervan, je leven lang.’
‘Zijn we al niet groot genoeg?’
‘Ik weet het niet met dat niet-weten, Hans.’
‘Zeg dat wel.’
‘Ware spiritualiteit inspireert.’
‘Ik zou het echt niet weten.’


Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

de achtvoudige groeten


Expirator

Moet spiritualiteit groter maken of kleiner? Inspireren of expireren? Engageren of degageren? Aansteken of uitdoven? Deel twee en slot.

‘Ik weet het niet met dat niet-weten, Hans.’
‘Zeg dat wel.’
‘Ware spiritualiteit expireert.’
‘Ware spiritualiteit kent geen valse spiritualiteit.’
‘Het beneemt je de adem; het maakt je kleiner.’
‘Zijn we al niet klein genoeg?’
‘Het vermindert je gehechtheid.’
‘Zijn we al niet onthecht genoeg?’
‘Het geeft je de kracht om dingen op hun beloop te laten.’
‘Laten we al niet genoeg dingen op hun beloop?’
‘Om jezelf te nemen zoals je bent.’
‘Ik ben een echte streber.’
‘Het brengt je bij de stilte in jezelf.’
‘Verzwijgen we al niet genoeg?’
‘Je krimpt ervan, je leven lang.’
‘Zijn we al niet klein genoeg?’
‘Ik weet het niet met dat niet-weten, Hans.’
‘Zeg dat wel.’
‘Ware spiritualiteit expireert.’
‘Ik zou het echt niet weten.’


Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

de blijde boodschap


Wat baten kaars en bril

Kijk eens wat vaker…

‘Wat is niet-weten.nl?’
‘Een spiegel.’
‘Voor wie?’
‘Wijze uilen.’
‘Wat ziet een wijze uil die in jouw spiegel kijkt?’
‘Als hij goed kijkt?’
‘Nou?’
‘Zijn ware gezicht.’
‘Namelijk?’
‘Een uilskuiken.’
‘En als hij niet goed kijkt?’
‘Wat hij wíl zien.’
‘Namelijk?’
‘Een wijze uil.’
‘Wat zie je als je er zelf in kijkt?’
‘Als ik goed kijk?’
‘Nou?’
‘Een uilenspiegel.’
‘En als je niet goed kijkt?’
‘Een uilskuiken.’
‘Is dat dan niet jouw ware gezicht?’
‘Wat?’
‘Een uilskuiken?’
‘Uilskuiken.’

Wat baten kaars en bril, als den uil niet zien en wil (Oud-Hollands spreekwoord)


Goeroe Boeroe


Iets heel dieps en wonderlijks

Ga er maar even rustig voor zitten

– Ik bestudeer al maanden je teksten, Hans, en ik kan er maar niet achter komen waar je naar verwijst.
– Misschien is dat wel waarnaar ik verwijs.
– Hoewel je het voortdurend tegenspreekt, heb ik van binnen steeds het gevoel: dit denken, deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks.
– Dat gevoel heb ik nou ook.
– Wat is het precies waarnaar ze verwijzen?
– Ik betwijfel of je daar al aan toe bent.
– Spaar me niet.
– Ga er maar even rustig voor zitten.
– Ik ben er klaar voor.
– Dit denken en deze teksten.
– Hè?
– Dat komt op hetzelfde neer.
– Dit denken en deze teksten verwijzen naar iets heel dieps en wonderlijks, namelijk dit denken en deze teksten?
– Is dat niet diep en wonderlijk?
– Zit je mij in de maling te nemen?
– Zit je mij in de maling te nemen?
– Ik doelde op iets als hun goddelijke oorsprong: de Bron, Essentie, het Numineuze, het Absolute, de Waarheid voorbij de woorden.
– Jij bent net als de verzamelaar die tegen Mona Lisa zei: doe mij maar het schilderij.
– Ik ben toevallig een groot liefhebber van vrouwelijk schoon.
– Of als als de museumgast die bij de Mona Lisa zei: doe mij maar die vrouw.
– Bedoel je dat ik niet verder moet kijken dan mijn neus lang is?
– Of als de verzamelaar die bij de Mona Lisa zei: pak maar in.
– Bedoel je dat het om de maan gaat, niet om de vinger?
– Of als de bezoeker die tegen Mona Lisa zei: zullen we?
– Ik zie iets wezenlijks over het hoofd, hè?
– Volgens jou wel.
– Wat is het wezenlijke dat ik over het hoofd zie?
– Dit denken, deze teksten.

 


wonderlijk gewoon


Losse flodders

‘Niet weten is een BOM, Hans!’
‘Voor de meeste mensen is het een blindganger.’
‘Die ieder moment af kan gaan!’
‘Maar daar rijdt de explosievenopruimingsdienst alweer voor.’


Vragenvuur

Het verhaal achter het verhaal

‘Beste Hans, ik zou je graag interviewen voor …’
‘Leuk.’
‘Je mag helemaal zelf bepalen hoe of wat.’
‘Echt?’
‘Wat zou je het liefste willen?’
‘Dat jij de antwoorden geeft.’
‘Hè?’
‘Dan bedenk ik er wel weer vragen bij.’


‘Beste Hans, ik zou je graag interviewen voor …’
‘Daar komen alleen maar antwoorden van.’
‘Ik heb het niet over spirituele of religieuze vragen; het gaat mij om de mens achter de website. Mensen willen weten wie jij bent.’
‘Anders ik wel.’
‘Ze willen weten waar je het allemaal vandaan haalt.’
‘Bedenk maar wat.’
‘Dat kan ik niet verantwoorden.’
‘Of jij het nou doet of ik.’
‘Dus je wilt niet meewerken?’
‘Kun je hiermee uit de voeten?’


‘Beste Hans, ik zou je graag interviewen voor …’
‘Gaat het om de mens achter het verhaal of het verhaal achter de mens?’
‘Om de mens achter het verhaal.’
‘Als ik hem zie zal ik het doorgeven.’
‘Ik bedoel, om het verhaal achter de mens.’
‘Als ik het hoor zal ik het doorgeven.’


interviews


De man die alles wist

‘Hoe zou jij jezelf omschrijven?’
‘Als de man die alles wist.’
‘Wat wist je allemaal?’
‘Dat is de vraag niet.’
‘Wat is de vraag wel?’
‘Wat ik allemaal wis.’
‘O, zo.’
‘O zo.’
‘Wat wis je allemaal?’
‘Wat niet.’
‘Wat blijft er over als je alles wist?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Het enige wat overblijft is niet-weten?’
‘Ook gewist.’
‘Het enige wat overblijft is wissen?’
‘Ook gewist.’
‘Maar hoe moet ik jou nu omschrijven?’
‘Als ik dat eens wist.’


wis-kunde


Pief paf poef

‘Ben jij veranderd door niet-weten, Hans?’
‘Ik ben er niet door veranderd, niet weten is de verandering.’
‘Wat houdt die verandering in?’
‘Eerst was ik een hele pief. Nu sta ik aldoor paf.’
‘Denk je niet dat iedereen eigenlijk paf staat zonder het te weten of toe te geven?’
‘Dat moet je aan iedereen vragen.’
‘Wat als je aldoor paf staat?’
‘Dan gaan je gedachten aldoor in rook op.’
‘Deze ook?’
‘Poef.’


de mind


Tegenwoordiger

‘Welke traditie vertegenwoordig jij eigenlijk, Hans?’
‘Wat ben ik, een vertegenwoordiger?’
‘Jij vertegenwoordigt alleen niet-weten?’
‘Wat ben ik, een vertegenwoordiger?’
‘Bedoel je dat je alleen jezelf vertegenwoordigt?’
‘Wat ben ik, een vertegenwoordiger?’
‘O, ik snap het al.’
‘Nou ik nog.’
‘Jij vertegenwoordigt het niet-vertegenwoordigen.’
‘Wat ben ik, een vertegenwoordiger?’


topzwaar


Tegen woordigheid

‘Hans, wat betekent mindfulness voor jou?’
‘Tegen woordigheid van geest.’
‘En dat in het hier en nu zeker?’
‘Dat is ook weer zo’n woord.’
‘Met volledige aandacht.’
‘Dat is ook weer zo’n woord.’
‘Met volledige aandacht betekent anders hetzelfde als mindfulness.’
‘Dat is ook weer zo’n woord.’
‘Ik ben ook tegen woordigheid.’
‘Je zou het zo niet zeggen.’
‘Omdat de waarheid voorbij de woorden is.’
‘Hoe kun je dat dan zeggen?’
‘Aan jouw tegenwoordigheid van geest mankeert duidelijk niets.’
‘Dat is ook weer zo’n woord.’
‘Tegenwoordigheid of geest?’
‘Woord.’

 


woord is een god, waar de mind vol van is, iedereen weet, spontaniteit


Werkeloos toezien

‘Wat is spiritualiteit voor jou?’
‘Keuzeloos gewaarzijn, Hans.’
‘Werkeloos toezien, zul je bedoelen.’
‘Jij weet het altijd zo fraai te zeggen.’
‘Ik mag het beestje graag bij de naam noemen.’
‘Zie jij ook werkeloos toe?’
‘Nee, ik doe uitzichtloos werk.’
‘Wat dan?’
‘Niet weten onder woorden brengen.’
‘Wat is daar uitzichtloos aan?’
‘Dat niet weten inzichtloos is.’
‘Dan breng je het toch zonder woorden?’
‘Dat is helemaal afzien.’


Tips: Keuzeloos gewaarzijn, De derwisj en de dwaas


Oeverloos herzien

‘Wat is spiritualiteit voor jou?’
‘Keuzeloos gewaarzijn, Hans.’
‘Nou, daar kun je mee voor de dag komen.’
‘Wat is spiritualiteit voor jou?’
‘Waardeloos gewoonzijn?’
‘Waardeloos of waardenloos?’
‘Doe dan maar woordenloos.’
‘Hè?’
‘Wijzeloos, wijsheidsloos, wezenloos, weerloos, wetteloos?’
‘Noem dat maar woordenloos.’
‘Noem het dan maar weergaloos.’
‘Noem dat maar gewoon.’
‘Noem het dan maar een wonder.’
‘En de wijze is het wonder slechts gewaar.’
‘En de dwijze vindt het allemaal maar raar.’


wonderland


De eeuwige vraag

Waar ben je nou eigenlijk bang voor?

‘Wat is het wezen van jouw spiritualiteit, Hans?’
‘Eh…’
‘Daar was ik al bang voor.’
‘Waar was je al bang voor?’
‘Jouw spiritualiteit heeft geen body.’
‘En niets om het lijf.’
‘Heb jij dan helemaal geen antwoorden meer?’
‘Sst.’
‘Heb jij dan helemaal geen vragen meer?’
‘Alleen maar de eeuwige.’
‘En die luidt?’
‘Waar ben je nou eigenlijk bang voor?’


tussen sst en sst


Pakkie uit

Voor naaktlopers

‘Wat is het wezen van jouw spiritualiteit, Hans?’
‘De keizer draagt geen kleren.’
‘Wie is hier de keizer?’
‘Daar gaat het niet om.’
‘Waar gaat het wel om?’
‘Dat hij niets aanheeft.’
‘Jij hebt niets om het lijf, zogezegd.’
‘Alles leeg en niets heilig.’
‘Zei Bodhidharma tegen keizer Liang Wu Ti.’
‘Dwijsheid kent geen tijd.’
‘En Jezus dan? Lao-Tze? Boeddha? Huangbo? Rumi? Hafiz? Meister Eckhart? Johannes van het Kruis? Baäl Sjem Tov? Ramana Maharshi? Nisargadatta Maharaj? Krishnamurti? Osho? Dogen? Linji?’
‘Dit gaat niet over anderen.’
‘Hadden zij ook niets om het lijf?’
‘Dat is hun pakkie-an.’
‘En ik?’
‘Zelfde laken een pak.’
‘Maar wat is nou het wezen van jouw spiritualiteit?’
‘Dat is nou het wezen van mijn spiritualiteit.’
‘Hier heb ik dus weer niks aan.’
‘Zie dan maar dat je keizer wordt.’

 


een spijker zonder kop, uit de kast


Grootspraak voor kleinkunstenaars

En lulkoek voor dikdoeners

– Wat is verlichting, Hans?
– Grootspraak van kleinkunstenaars.
– Hè?
– Voel je je aangesproken?
– Wat is spiritualiteit?
– Lulkoek voor dikdoeners.
– Wát?
– Voel je je aangesproken?
– Wat is niet-weten?
– Een manier van denken en spreken.
– Wat voor manier?
– Zoals ik denk en spreek.
– Waarom noem je het niet-weten?
– Om er afstand van te kunnen nemen.
– Waarom zou je er afstand van willen nemen?
– Dat is nou eenmaal mijn manier van denken en spreken.
– Hoe denk jij over de waarheid voorbij de woorden?
– Lulkoek voor dikdoeners.
– Hoe denk jij over de wijsheid voorbij alle wijsheid?
– Grootspraak van kleinkunstenaars.
– Verlichting heeft volgens jou geen inhoud?
– Dat zou toch weer inhoud zijn.
– Wat voor inhoud?
– ‘Verlichting’, ‘mij’, ‘inhoud’ en ‘verlichting heeft volgens mij geen inhoud’.
– Volgens mij ben jij een volstrekt onafhankelijk denker.
– ‘Mij’, ‘jij’, ‘onafhankelijk’, ‘denker’ en ‘volgens mij ben jij een volstrekt onafhankelijk denker’.
– Jij ziet jezelf niet als onafhankelijk?
– Onafhankelijk waarvan?
– Alles en iedereen.
– Dan ook van mezelf.
– En anders?
– Niet.
– Niet onafhankelijk of niet afhankelijk en niet onafhankelijk?
– Mij niet gezien.
– Hoe zie jij jezelf?
– Vroeg de ene blinde aan de andere.

– Nou?
– Ik zie mezelf niet.
– Verwijs je naar datgene wat geen oog kan zien?
– Ik zie het Zelf niet.
– Het Absolute, het Kennen, het Numineuze, de Bron, je Essentie, je Oorspronkelijke Gezicht…
– Dikdoener.
– Bedoel je dat je eigenlijk niemand bent?
– Waar zie je mij voor aan?
– Volgens de advaita vedanta…
– Non-dualist.
– Het paliwoord anatta…
– Boeddhist.
– Het begrip wu wei…
– Daoïst.
– Ontlediging…
– Mysticus.
– Maar het Ene…
– Monist.
– Je kunt toch niet ontkennen dat de Wereldwil…
– Fatalist.
– Zo blijft er niks over, Hans.
– Nihilist.
– Dan weet ik het ook niet meer.
– Dan weet ik het ook niet meer.


hoera verlicht


Brussels lof

Dronkemanstaal

– Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen, Hans.
– Volgens mij had jij je website lof-der-zoheid.be moeten noemen.
– Een obscure term, de zoheid der dingen, ik geef het toe – maar spot-on.
– Bhutatathata.
– Kan ik het helpen.
– Klinkt als patattepatat.
– Ja ja.
– Of patati patata.
– Ha ha.
– Zelf heb ik meer met de zusheid der dingen.
– Jij houdt niet op, hè?
– Natuurlijk wel.
– Maar?
– Ik begin steeds opnieuw.
– Dan zal dat het probleem wel zijn.
– De oplossing, zul je bedoelen.
– Volgens mij had jij je website lof-der-zatheid.nl moeten noemen, Hans.
– Vind je mij dronken?
– Dronken van niet-weten.
– Of ben je me zat?
– Zot.
– Volgens mij had jij je website lof-der-zitheid.be moeten noemen.
– Awel, ik ben een echte zitzak. Tweemaal daags vijftig minuten.
– De uren op de sofa niet meegerekend.
– Om over retraites nog maar te zwijgen.
– Ik zal je voortaan aanspreken als Zijne Zennelijke Zitheid.
– Eindelijk een titel.
– En dat zonder transmissie.
– Ik heb genoeg aan transcendentie.
– Ik zal voor je bidden.
– Bidden?
– Heb ik iets verkeerd gezegd?
– Waar haalt Zijne Zinnelijke Zotheid zo gauw een godheid vandaan?
– Weet je dat niet? Ik ben de laatste katholieke non-boeddhist van Europa. Of de laatste non-katholieke boeddhist, daar ben ik nog niet uit.
– Dan komen we goed weg.
– Wie?
– Wij Zennelijke Zitheden.
– Wier heden zitten is.
– Zitheden met een zitverleden en een dito toekomst.
– Onverzittelijke doorzatters.
– Een zenboeddhist heeft altijd wat te doen.
– Waar is al dat zitten goed voor?
– Metta, karuna, mudita, upekkha.
– Moeder Maria.
– De godin van het mededogen.
– Met twaalf vagina’s en honderd borsten.
– En nochtans onbevlekt.
– Zitten zonder paal.
– Onzedelijke taal.
– Volgens mij had jij je website lof-der-zoetheid.be moeten noemen.
– Je kunt het zenboeddhisme veel verwijten, maar geen zoetheid. Ga zelf maar eens een tijdje zitten, dan weet je wat ik bedoel.
– Waarom zou ik het mezelf moeilijk maken?
– Volgens mij had jij je website lof-der-zwakheid.nl moeten noemen, Hans.
– Wie niet sterk is moet zwak zijn.
– Wat hoop jij al schrijvend te vinden?
– Hoop ik al schrijvend iets te vinden?
– Waar is al dat schrijven goed voor?
– Ik hoopte dat jij het wel zou weten.
– Volgens mij had jij je website niet-weten.nl moeten noemen, Hans.
– Wat hoop jij al zittend te vinden?
– Mijn zelf hoop ik al zittend te vinden.
– Misschien zit je er wel bovenop.
– Misschien zit jij er wel naast.
– Het ware zelf of het valse?
– Het enige.
– En dat voor iemand die het zelf nog moet vinden.
– Die zit.
– Volgens mij had jij je website lof-der-zelfheid.be moeten noemen.
– Ik wéét dat er zoiets is.
– Volgens mij had jij je website weten.bè moeten noemen.
– Weten zonder woorden.
– Is als een schaap zonder gras.
– Bè.
– Bhutatathata.
– Ja ja, ha ha.
– Nou nog een website zonder woorden.
– Verbeter de wereld, begin bij jezelf.
– Verbêter de wereld, begin bij het zelf.
– Bête.
– Verpletter je wereld, dan gaat het vanzelf.
– Volgens mij had jij je website lof-der-zotheid.nl moeten noemen, Hans.

opgedragen aan mijn Vlaamse kompaan XXX


Dubbele lotus of dubbele houdgreep, zittenblijver (en verder)


Nul is niet niks

Ik ga er niet om liegen

– Wat heb jij gerealiseerd, Hans?
– Geen idee.
– Is dat wat je hebt gerealiseerd of weet je het niet?
– Dat zeg ik.
– De Waarheid? De Werkelijkheid? De Wijsheid voorbij alle Wijsheid? De Geest? Het Zelf? Het Hart? Je Boeddhanatuur? Je Ware Aard? Je Oorspronkelijke Gezicht?
– Daar weet ik allemaal niets van.
– Wat dan wel?
– Mijn kleinheid dan maar.
– Jij hebt je Kleinheid gerealiseerd?
– Met een kleine letter.
– Vergeleken met wat?
– Een hoofdletter natuurlijk.
– Vergeleken met het Allerhoogste? Het Ene? Het Absolute? Het Goddelijke? Het Alomtegenwoordige? Het…
– Daar weet ik allemaal niets van.
– Ook al niet?
– Sorry.
– Bedoel je dat zoiets niet bestaat?
– Ik kan alleen maar voor mezelf spreken.
– En als je voor jezelf spreekt?
– Geen idee.
– Nou, daar kun je mee voor de dag komen.
– Groter kan ik het niet maken.
– Hoe klein ben jij wel niet?
– Je mag me gerust een nul noemen.
– Verwijs je daarmee naar Stilte, Leegte, Bewustzijn, Gewaarzijn, Kennendheid, Openheid, Ruimte, Niet-iets, Niets, Niet-zijn, Ledigheid, Vol-ledigheid, Inessentie, Sunyata, Geen-geest, Geen-zelf, Parabrahman, Anatman of zo?
– Daar weet ik allemaal niets van.
– Nee, dat dacht ik wel.
– Ik ga er ook niet om liegen.
– Wat blijft er dan nog over?
– Waarvan?
– Maar wat heb jij nou gerealiseerd, Hans?
– Geen idee.
– Is dat wat je hebt gerealiseerd of weet je het niet?
– Dat zeg ik.
– Je kleinheid, zei je volgens mij.
– Alleen maar om tegenwicht te bieden.
– Ik geef het op.
– Zo kun je het ook zeggen.


de lege leer


Masters of the Universe

Spelende wijs

– Wat is momenteel jouw favoriete lectuur, Hans?
– Eh… Perry Rhodan.
– Science-fiction?
– Je moet toch wat.
– Ik bedoelde eigenlijk op het gebied van religie en spiritualiteit.
– Dat zeg ik.
– Wat?
– Perry Rhodan.
– En verder?
– Heb ik momenteel geen favoriete lectuur.
– Geen soetra’s, geen upanishaden, geen gita’s? Geen BoeddhaMagazine, geen Filosofie Magazine, geen InZicht? Geen boeken, geen bladen, geen blogs?
– Auteurs die schrijven over niet weten hoef ik niet te lezen want die hebben geen boodschap. Aan auteurs met een boodschap heb ik geen boodschap, dus die hoef ik niet te lezen.
– Dus wat zal je nog.
– Dat zeg ik.
– Wat?
– Perry Rhodan.
– Wie is daarin je favoriete karakter?
– Gucky.
– Gekkie.
– Een pratende muisbever die alleen maar wil spelen en tuk is op wortelen.
– Niet Perry Rhodan?
– Stel je voor.
– Waarom niet?
– Perry is de held.
– Master of the Universe.
– Dat denkt hij tenminste.
– Jij denkt van niet.
– Het is maar een verhaal.
– En jij bent tuk op wortelen.
– En ik wil alleen nog maar spelen.
– Wat is iemand die alleen nog maar speelt?
– Master of the Universe.


een kaars uitblazen, vergeet het maar


Een onwoord

van een onprofeet

Is niet weten een heilsboodschap?
Dan ben ik een heilsprofeet,
een toonbeeld van heelheid.
Dan is mijn leer een heilsleer,
mijn weg een heilsweg,
mijn land een heilsland.

Is niet weten een onheilsboodschap?
Dan ben ik een onheilsprofeet,
een schrikbeeld van verdeeldheid.
Dan is mijn leer een onheilsleer,
mijn weg een onheilsweg,
mijn land een onheilsland.

Is niet weten geen boodschap?
Dan ben ik een onprofeet,
toonbeeld noch schrikbeeld.
Dan is mijn leer een onleer,
mijn weg een onweg,
mijn land een onland.


uitvegen maar


Verlossersdilemma

of De Bodhisattva Blues

laat de waan niet
aan de mensen
laat de maan niet
aan de schijn, dus

laat ze willen
wat ze worden
laat ze denken
wat ze zijn, dus

laat de waan maar
aan de mensen
laat de maan maar
aan de schijn, dus

laat ze worden
wat ze willen
laat ze denken
dat ze zijn, dus

laat de waan niet
aan de mensen
laat de maan niet
aan de schijn, dus

laat ze willen
wat ze worden
laat ze denken
wat ze zijn, dus

laat de waan maar
aan de mensen
laat de maan maar
aan de schijn, dus

laat ze worden
wat ze willen
laat ze denken
dat ze zijn, dus

serieparadox: recursieve redenering die zijn eigen gevolgtrekking als premisse neemt en bij iedere doorloop tot een tegengestelde conclusie leidt


Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

De mensen denken


Zelfportret en schietgebed

o schamele schim

holler dan het holst van de wacht

aangezegd door de slepende smacht

onheid in het onheden

zonderdeel van het onene

o schimmele waan

slaak zacht


een kwestie van geen kwestie


Credo

De tja-tja-tja

‘Als iemand je vraagt naar de Heilige Vader, de Heilige Zoon, de Heilige Geest, de Heilige Drie-eenheid, JWHW, Allah, Brahman, Parabrahman, Atman, An-Atman, de Logos, het numineuze, het pleroma, de onnoemelijke, Zeus en zo, wat zeg je dan, Hans?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor God of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de bron, de grond, volmaaktheid, het goede, het licht, het iets, het zijn, het ik-ben, het over-bestaande, het worden, het eendere, het zelf-identieke, de aseïteit, het ene, het al, hét, dit, dat, het ultieme, het absolute, het oneindige, het over-oneindige en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw naam voor het hoogste of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar het niets, niet-iets, kosmisch bewustzijn, vol-ledigheid, geen-geest, geen-zelf, inessentie, sunyata en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de leegte of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar meditatie, inkeer, gebed, devotie, contemplatie, ascese, caritas, het werk, autolyse, het kleine voertuig, het grote voertuig, de weg van het hoofd, de weg van het hart en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de weg of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de innerlijke waarheid, het ultieme weten, het diepste inzicht, zelfkennis, de wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, de eeuwige wijsheid, de kennis zonder leraar, de woorden voorbij de woorden, datgene wat geen oog kan zien en geen oor kan horen, de dharma, prajnaparamita en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de hoogste wijsheid of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar wu wei, niet doen, doende niet doen, meegaan met de stroom, overgave, overlaten, meedrijven, meewaaien, aanvaarding, onthechting, willoosheid en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor loslaten of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de apocalyps, het einde der tijden, nietiging, ontlediging, het eschaton, de kleine dood, de grote dood, ontwording, niet-zijn en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het einde of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar eenvoud, eerlijkheid, nederigheid, zelfloosheid, altruïsme, mededogen, dankbaarheid, spontaniteit, directheid, authenticiteit, mindfulness, aandachtigheid, in het moment zijn en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor levenskunst of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de hemel, utopia, eldorado, elysium, het koninkrijk der hemelen, nirwana, het hier-en-nu, dit, gene zijde en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het paradijs of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar innerlijke vrede, sereniteit, onverstoorbaarheid, gelijkmoedigheid, ataraxia, apatheia, contenance, laconisme, gelatenheid, lijdzaamheid, berusting, flegma, indifferentie en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor gemoedsrust of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar satori, kensho, samadhi, jhana, extase, epectase, exaltatie, de unio mystica, henosis, unitus, collectus en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de eenheidservaring of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar non-dualiteit, indifferentie, epoche, agnose, niet oordelen, keuzeloos gewaarzijn en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor neutraliteit of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar openheid, ruimte, ontvankelijkheid, acceptatie, mededogen, medemenselijkheid, compassie, kanzeon, kwannon, avalokiteshvara en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor liefde of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar het hier-en-nu, het eeuwige heden, dit ogenblik, het onvergankelijke, het ongeborene, het tijdloze, de onbewogen beweger, de eerste oorzaak, het onveranderlijke en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het eeuwige of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar je oorspronkelijke gezicht, je ware aard, je hogere ik, de geest, het zelf, je boeddhanatuur, big mind, essentie en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor ons diepste wezen of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar realisatie, verwezenlijking, zelfverwerkelijking, transcendentie, bewustwording, ontwaken, illuminatie, helderheid, thuiskomen en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor verlichting of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de ongrond,
het wonder, het raadsel, het onkenbare, het onbekende, het onbegrijpelijke, het oneindige, het bovenzinnelijke, het bovenrationele, het onzegbare, het ondenkbare, het onvoorstelbare, het verbijsterende, het totaal vreemde, het gans andere, differantie, archè, het onzegbare, het onuitsprekelijke, het onnoemelijke, het ineffabele en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het mysterie of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar het scepticisme, pyrronisme, relativisme, subjectivisme, structuralisme, post-structuralisme, postmodernisme, amoralisme, defaitisme, fatalisme, cynisme, stoïcisme, nihilisme, agnosticisme, atheïsme, obscurantisme, spiritualisme of welke (net) niet lege leer dan ook, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de waarheid of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de lege leer, het lege boek, de lege boodschap, de lege mens, weteloosheid, verduistering, dwijsheid, de Mont Fou, geen-inzicht, elk-inzicht en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor niet weten of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Vind je dat iedereen overal tja tegen zou moeten zeggen, Hans?’

‘Ik kan wel zoveel vinden.’

‘Is dat een bevestiging of een ontkenning?’

‘Tja.’


belijdenis van een onnozelaar, een universeel geloof, groot wantrouwen, en dat ook niet, catch 22, de dans ontsprongen


Bekentenis

‘Wanneer het over liefde gaat, schaam ik me voor al wat ik erover heb gezegd.’

(Rumi in Het pad van de soefi, Javad Nurbakhsh, 2006, pagina 2)

Ik schaam me voor alles wat ik over niet-weten heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik erover had gezwegen.

Ik schaam me dat ik er zoveel over heb gezegd.
Meer nog zou ik me schamen als ik me had ingehouden.

Ik schaam me dat ik van niet-weten spreek.
Meer nog zou ik me schamen als ik god of liefde of waarheid had gezegd.

Ik schaam me dat ik me overal voor schaam.
Meer nog zou ik me schamen als ik me nergens voor had geschaamd.

(Hans in De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is.)


De waan van de nacht, Dwaaltaal, Brieven mystiek