Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

‘Onze Vader die in de hemel zijt, help ons uit de droom, en verlos ons van het malen, amen.’ Lege mystiek voor een vol hart.


Help ons uit de droom

maar laat ons onze dromen

Hieronder een tweestemmig wisselgebed geïnspireerd op het Onze Vader, een van de oudste en meest verbreide christelijke gebeden.
De eerste versie is voor christenen, de tweede voor boeddhisten (Onze Boeddha) en de derde voor non-dualisten (Onze Atman).


Onze Vader

Onze Vader die in de hemel is

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons dromen

Help ons uit de droom dat U in de hemel bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet in de hemel bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er een hemel is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er geen hemel is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U onze Vader bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet onze Vader bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij U zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij U niet zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij niet zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij dromen

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij wakker zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Zoals wij U de Uwe laten

En anderen de hunne

En onszelf de onze

Laat ons onze dromen

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons nu maar dromen

Amen


Onze Boeddha

Onze Boeddha die in nirwana is

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons dromen

Help ons uit de droom dat U in nirwana bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet in nirwana bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er een nirwana is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er geen nirwana is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U een boeddha bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U geen boeddha bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij boeddha’s zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij geen boeddha’s zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij niet zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij dromen

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij wakker zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Zoals wij U de Uwe laten

En anderen de hunne

En onszelf de onze

Laat ons onze dromen

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons nu maar dromen

Ohm


Onze Atman

Omdat het individuele zelf, Atman, volgens de advaita vedanta gelijk is aan het universele zelf, Brahman, kun je in plaats van Onze Atman ook Onze Brahman zeggen.

Onze Atman, die universeel bewustzijn is

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons dromen

Help ons uit de droom dat U bewustzijn bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U geen bewustzijn bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er bewustzijn is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat er geen bewustzijn is

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U universeel bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet universeel bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat U niet bent

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij U zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij U niet zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij niet zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij dromen

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom dat wij wakker zijn

Help ons uit de droom

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Zoals wij U de Uwe laten

En anderen de hunne

En onszelf de onze

Laat ons onze dromen

Help ons uit de droom

Maar laat ons onze dromen

Laat ons nu maar dromen

Ohm


Verlos ons

Eenvoudig gebed in drie vormen.


1. Verticaal

Verlos ons

van het geloof

in onze gedachten

over verlossing

maar laat ons

onze gedachten

zoals wij

U de Uwe laten

anderen de hunne

en onszelf de onze.

Amen.


2. Diagonaal

Verlos ons.

Verlos ons van het geloof.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons onze gedachten.

Verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons onze gedachten, zoals wij U de Uwe laten, anderen de hunne en onszelf de onze.

Amen.


3. Horizontaal

Verlos ons, verlos ons van het geloof, verlos ons van het geloof in onze gedachten, en verlos ons van het geloof in onze gedachten over verlossing, maar laat ons, en laat ons onze gedachten, zoals wij U de Uwe laten, anderen de hunne en onszelf de onze.

Amen.


Ohm sjalom

Wisselgebed voor innerlijke vrede.


Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het ego
Help ons uit de droom van het zelf

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het lichaam
Help ons uit de droom van de geest

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het vele
Help ons uit de droom van het ene

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van de hel
Help ons uit de droom van de hemel

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het kwade
Help ons uit de droom van het goede

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van de haat
Help ons uit de droom van de liefde

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van de tijd
Help ons uit de droom van het heden

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het woord
Help ons uit de droom van de stilte

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van de vorm
Help ons uit de droom van de leegte

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het hoofd
Help ons uit de droom van het hart

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het worden
Help ons uit de droom van het zijn

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van de dualiteit
Help ons uit de droom van de non-dualiteit

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het relatieve
Help ons uit de droom van het absolute

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van het weten
Help ons uit de droom van niet-weten

Ohm, sjalom, help ons uit de droom

Help ons uit de droom van ontwaken
Help ons uit de droom van de droom

Ohm, sjalom, help ons uit de droom


Glaucoom

Tak, waar is je boom

‘Het leven is een droom.’
‘Of is dat ook maar een droom?’
‘Dat het leven een droom is, is ook maar een droom?’
‘Of is dat ook maar een droom?’
‘Dat het een droom is dat het leven een droom is, is ook maar een droom?’
‘Tak, waar is je boom?’


Brevier

Gebed van een ongelovige

Lieve God in de hemel,
Als u bestaat
waarom laat u me dan denken
van niet?

Gebed van een gelovige

Lieve God in de hemel,
Als u niet bestaat
waarom laat u me dan denken
van wel?

Gebed van een twijfelaar

Lieve God in de hemel,
Als u bestaat
waarom laat u me dan denken?

Gebed van een zoutpilaar

Lieve God in de hemel,
Als u bestaat
waarom laat u me dan niet denken?


Beeldenstorm

Is God maar een godsbeeld, of zijn godsbeelden ook God?


1. Want alles is maar een denkbeeld

‘God is maar een godsbeeld, Hans.’
‘Of is dat ook maar een godsbeeld?’
‘En de wereld is maar een wereldbeeld.’
‘Of is dat ook maar een wereldbeeld?’
‘En de mens is maar een mensbeeld.’
‘Of is dat ook maar een mensbeeld?’
‘En het lichaam is maar een lichaamsbeeld.’
‘Of is dat ook maar een lichaamsbeeld?’
‘En de hersens zijn maar een hersenbeeld.’
‘Of is dat ook maar een hersenbeeld?’
‘En de ziel is maar een zielenbeeld.’
‘Of is dat ook maar een zielenbeeld?’
‘En ikzelf ben maar een zelfbeeld.’
‘Of is dat ook maar een zelfbeeld?’
‘Want alles is maar een denkbeeld.’
‘Of is dat ook maar een denkbeeld?’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Of is dat ook maar een denkbeeld?’

2. Of is dat ook maar een denkbeeld?

‘Een godsbeeld is ook God, Hans.’
‘Of is dat ook maar een godsbeeld?’
‘En een wereldbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een wereldbeeld?’
‘En een mensbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een mensbeeld?’
‘En een lichaamsbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een lichaamsbeeld?’
‘En een hersenbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een hersenbeeld?’
‘En een zielenbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een zielenbeeld?’
‘En een zelfbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een zelfbeeld?’
‘En een denkbeeld is ook God.’
‘Of is dat ook maar een denkbeeld?’
‘Maar alles is toch God?’
‘Of is dat ook maar een godsbeeld?
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Of is dat ook maar een denkbeeld?’


Oogverblindend

Wat hebben God, Boeddha, Atman, jij en ik gemeen?

1. God

‘Hans, wat is God voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep, verblindend duister.’
‘Wat is een diep, verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘God mag het weten.’

2. Boeddha

‘Hans, wat is Boeddha voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep, verblindend duister.’
‘Wat is een diep, verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Boeddha mag het weten.’

3. Atman

‘Hans, wat is Atman voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep, verblindend duister.’
‘Wat is een diep, verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Atman mag het weten.’

4. Jij en ik

‘Hans, wat is de mens voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Een diep, verblindend duister.’
‘Wat is een diep, verblindend duister voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Niet weten.’
‘Wat is niet weten voor jou?’
‘Beeldspraak.’
‘Waarvoor?’
‘Joost mag het weten.’


Als geen ander

Er is geen zelf dat ik ken; zo goed ken ik ons nog wel.

ik ken mezelf als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik mezelf nog wel

ik ken mijn lief als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik mijn lief nog wel

ik ken God als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik God nog wel

ik ken Boeddha als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik Boeddha nog wel

ik ken Atman als geen ander
er is geen ander die ik ken
zo goed ken ik Atman nog wel

ik ken de ander als mezelf
ik ken mijn lief als mezelf
ik ken God als mezelf
ik ken Boeddha als mezelf
ik ken Atman als mezelf

er is geen Zelf dat ik ken
er is geen zelf dat ik ken
zo goed ken ik ons nog wel

Hoe goed ken jij jezelf?


Gewenste intimiteiten

Nader dan God

‘Wat betekent God voor jou?’
‘Alles, Hans.’
‘Is dat alles?’
‘Het hemd is nader dan de rok. Het lichaam is nader dan het hemd. De geest is nader dan het lichaam. De ziel is nader dan de geest. En God is nader dan de ziel.’
‘En wat is nader dan God?’
‘Ik zou het echt niet weten.’
‘Dan is niet weten het meest nabij.’
‘Wou jij beweren dat niet weten nader is dan God?’
‘Tenzij ze identiek zijn.’
‘Daar zeg je me wat.’
‘Ik stelde alleen maar een voorwaarde.’
‘En, zijn ze identiek?’
‘Ik zou het echt niet weten.’

Zo ook voor Boeddha, Allah, Atman et cetera.


Vergeet het maar

Kunt u mij de weg naar Hemelen vertellen, meneer?

‘Wat is de weg naar God?’
‘Vergeten waar God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten wie God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten wat God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten dat God is.’
‘En dan?’
‘Vergeten waar je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten wie je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten wat je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten dat je bent.’
‘En dan?’
‘Vergeten wat je bent vergeten.’
‘Hè?’
‘Maar niet noodzakelijk in die volgorde.’
‘En dat zou de weg naar God zijn?’
‘Wat?’

Zo ook voor Boeddha, Allah, Atman et cetera.


Hemelvaarders

en vallende sterren

X: Volgens Jan van het Kruis is het voertuig dat mij naar God zal brengen een soort tweetrapsraket.
H: Dan was hij zijn tijd ver vooruit.
X: Wil God ingaan, meende Jan van het Kruis, dan moet ik eerst uitgaan. Wil Hij mij opvullen dan moet ik mij eerst ontledigen. Wil ik Hem worden dan moet ik eerst ontworden.
H: Die Jan.
X: Wat?
H: Die God.
X: Wat was jouw voertuig?
H: Waarheen?
X: Toe nou.
H: Een eentrapsraket dan maar.
X: Hoe bedoel je?
H: Mijn uitgaan was reeds Zijn ingaan.
X: Dat snap ik niet.
H: Daartussen was geen enkel verschil.
X: Niet?
H: Het is niet dat er na mijn uitgaan nog iets stond te gebeuren. Uitgaan was wat er gebeurde. Het is niet dat ik na mijn ontlediging weer opgevuld werd. Ontlediging is wat mij opvulde. Het is niet dat ik na mijn ontwording in iets anders overging. Ontwording is wat ik werd.
X: Wat kan ik volgens jou verwachten na mijn uitgaan?
H: Tja.
X: Toe nou.
H: Niet verwachten dan maar.
X: Niet verwachten?
H: Zelfs niet dat je niets meer zult verwachten.
X: Het enige wat er zal gebeuren is mijn uitgaan?
H: Daar zou ik maar niet van uitgaan.
X: Waar moet ik dan wel van uitgaan?
H: Misschien wel nergens van.
X: Hè?
H: Zelfs niet dat je nergens van uit moet gaan.
X: En die ontlediging dan?
H: Die is al net zo ledig.
X: En die ontwording?
H: Ook ontworden.
X: En dat noem jij God?
H: En dat noem jij God?
X: Wat zou jij zeggen?
H: Zalig zijn de armen van geest.


Uit

en thuis

‘Hoe kan ik de Onkenbare vinden?’
‘Door niet vinden.’
‘Ik bedoel, hoe kan ik Hem leren kennen?’
‘Door niet kennen.’
‘Maar hoe weet ik dan dat Hij het is?’
‘Door niet weten.’
‘Dan ben je dus nog verder van huis.’
‘Dat is waar Hij woont.’


Een omweg

is geen rotonde

‘Gooi alles weg en wat je overhoudt is God.’
‘Zolang je nog wat overhoudt heb je niet alles weggegooid.’
‘Gooi alles weg en je vindt het niets?’
‘Gooi het niets weg, wat hou je over?’
‘Een onzinnige vraag, als je het mij vraagt.’
‘Het weggooien natuurlijk.’
‘Weggooien is het enige wat overblijft?’
‘Weggooien is het laatste dat je weggooit.’
‘En dan ben je eindelijk alles kwijt?’
‘En dan heb je eindelijk alles terug.’


Hopeloos

Misschien zit er wel niets achter

‘Volgens Meister Eckhart woont God op de bodem van je ziel. Om Hem te vinden hoef je alleen maar je ziel leeg te maken. Is dat ook jouw ervaring, Hans?’
‘Tot nog toe niet.’
‘Hoe komt dat?’
‘Doordat ik de bodem van mijn ziel niet kan vinden.’
‘Misschien zit er wel iets voor.’
‘Hoe kom ik daarachter?’
‘Heb je je ziel al leeggemaakt?’
‘Dat is het hem nou juist.’
‘Wat is het hem nou juist?’
‘Die kan ik ook al niet vinden.’
‘Waar moeten we God dan zoeken?’
‘Misschien wel in niet zoeken.’
‘Misschien wel in niet weten.’
‘Dan wordt het nooit bekend.’


Rookgordijnen

om doorheen te kijken

‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een goddelijk niet-weten dat de hoogste wijsheid is.’*
‘Niet-weten is goddelijk noch goddeloos, niet dat ik weet.’
‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van een niet-weten dat de hoogste wijsheid is.’
‘Niet-weten is wijs noch dwaas, niet dat ik weet.’
‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er de realisatie van niet-weten.’
‘Alsof er iets gerealiseerd moet worden.’
‘Als het gordijn van kennis wordt opengeschoven is er niet-weten.’
‘Alsof je zomaar het gordijn van kennis open kunt schuiven.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Nou dan.’


* Osho, geciteerd door Jan Foudraine in De man die uit zijn hersenen zakte; vingerwijzingen van een mysticus


Dust in the wind

‘Wat zie je als je het gordijn van kennis openschuift?’
‘Stof uit het gordijn van kennis.’
‘God? Stilte? Vrede? Leegte? Zijn? Bewustzijn? Gewaarzijn? Boeddha? Brahman? Atman? Anatman? Essentie? Dao?’
‘Stof in het gordijn van kennis.’


Godsbeeld

‘Hoe heet de mystieke vereniging met de Onveranderlijke?’
‘Rigor Mortis.’


Zelfbeeld

‘Wat staat degene te wachten die erin slaagt de Allerhoogste te aanschouwen?’
‘Volgens Genesis 19.26 een transfiguratie.’
‘Een hoopvolle gedachte. Waarin eigenlijk?’
‘Een zoutpilaar.’


Testbeeld

‘Wat is mystieke eenwording?’
‘De versmelting van mens en God.’
‘Wat is niet weten?’
‘Mystieke geenwording.’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Dat is precies de bedoeling.’


Kleur bekennen

‘Hans, ben jij nou een theïst, een atheïst of een agnosticus?’
‘Ik geloof het niet.’


De lege belijdenis

Geloof jij in niet geloven?

‘Ben jij een theïst, Hans?’
‘Theïsme is een geloof.’
‘Ben je dan een atheïst?’
‘Atheïsme is ook een geloof.’
‘Ben je dan een agnosticus?’
‘Agnosticisme is nog steeds een geloof.’
‘Ben je dan een gnosticus?’
‘Gnosticisme is opnieuw een geloof.’
‘Ben je dan een scepticus?’
‘Ook scepticisme is een geloof.’
‘Ben je dan een cynicus?’
‘Cynisme is nog altijd een geloof.’
‘Ben je dan een nihilist?’
‘Zelfs nihilisme is een geloof.’
‘Wat ben je dan wel?’
‘Wie zegt dat ik iets ben?’
‘Zijn is iets zijn.’
‘Daar zeg je wel wat bij.’
‘Dan ben je zeker niemand.’
‘Dat geloof ik ook niet.’
‘Geloof jij in niet geloven?’
‘Niet dat ik weet.’
‘In niet weten dan?’
‘Ik durf het niet te zeggen.’
‘In niet zeggen?’
‘Ik denk het niet.’
‘In niet denken?’
‘Ik zou niet weten hoe.’
‘Nou weet ik nog niks.’
‘Geloof je dat nou echt?’


Ongelovige Thomas

Dat is een groot geluk

‘Ze zeggen dat jij moeite hebt met het geloof.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik weet niet wat ik moet geloven.’
‘Ik ook niet.’
‘Jij hebt niets tegen het geloof?’
‘Geloof kan heel mooi zijn.’
‘En ook niet tegen gelovigen?’
‘Ik wens ze veel geluk.’
‘Mag ik hieruit concluderen dat jij moeite hebt met ongeloof?’
‘Ongeloof kan heel mooi zijn.’
‘En ongelovigen?’
‘Ik wens ze veel geluk.’
‘Heb je dan misschien moeite met twijfel?’
‘Twijfel kan heel mooi zijn.’
‘En twijfelaars?’
‘Ik wens ze veel geluk.’
‘Niet te geloven.’
‘Heb jij daar moeite mee?’
‘Aan de oppervlakte wel…’
‘Weerstand kan heel mooi zijn.’
‘Maar in de grond van mijn hart niet.’
‘Dat is een groot geluk.’


Beminde gelovigen

Lakmoesproef voor vrijwillenden

1. Theïsme

‘Dood aan alle theïsten!’
‘Omdat ze in God geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens in God.’
‘Mij niet gezien.’
‘Eén minuutje maar.’
‘Ik dacht het niet.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

2. Atheïsme

‘Dood aan alle atheïsten!’
‘Omdat ze in niet-God geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens in het atheïsme.’
‘Mij niet gezien.’
‘Eén minuutje maar.’
‘Ik dacht het niet.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

3. Agnosticisme

‘Dood aan alle agnostici!’
‘Omdat ze in onbewijsbaarheid geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens in het agnosticisme.’
‘Mij niet gezien.’
‘Eén minuutje maar.’
‘Ik dacht het niet.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

4. Scepticisme

‘Dood aan alle sceptici!’
‘Omdat ze in twijfel geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens in het scepticisme.’
‘Mij niet gezien.’
‘Eén minuutje maar.’
‘Ik dacht het niet.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’

5. Fatalisme

‘Dood aan alle fatalisten!’
‘Omdat ze in het lot geloven?’
‘Je kiest zelf wat je gelooft.’
‘Geloof dan maar eens in het fatalisme.’
‘Mij niet gezien.’
‘Eén minuutje maar.’
‘Ik dacht het niet.’
‘Geloof dan maar eens dat je niet zelf kiest wat je gelooft.’

‘En?’
‘Het lukt niet.’
‘Nou dan.’


Lauw

‘Waarmee kan je het geloof vergelijken?’
‘Een calidarium.’
‘Leg uit.’
‘Hoe langer je erin zit, hoe heter je het krijgt.’
‘Waarmee kan je ongeloof vergelijken?’
‘Een frigidarium.’
‘Leg uit.’
‘Hoe langer je erin zit, hoe kouder je het krijgt.’
‘Waarmee kan je niet-weten vergelijken?’
‘Een tepidarium.’
‘Leg uit.’
‘Hoe lang je er ook in zit, je word er niet warm of koud van.’


frigidarium: Romeins koudwaterbad
calidarium: Romeins heetwaterbad
tepidarium: Romeins lauwwaterbad


Leer om leer

‘Wat is het verschil tussen agnosticisme en niet weten?’
‘Agnosticisme is de leer dat je geen kennis kunt hebben van een boven de ervaring uitgaande orde.’
‘En niet weten?’
‘Niet weten is geen leer.’


Opmerking
Agnosticisme mag dan ongeschikt zijn om de onleer van niet weten aan te duiden, agnose (Grieks: a, niet + gnosis, kennis) kan mij wel bekoren.


De lege God

of de oneindige tussenruimte

1. Een theïstisch atheïst

‘Ben jij nou een theïst of een atheïst?’
‘Een theïstisch atheïst dan maar.’
‘Hoe zou jij jouw God omschrijven?’
‘Als een lege God. Of zeg maar gerust dé lege God, want waarin zou de ene lege God van de andere moeten verschillen?’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Zo kun je het ook zeggen.’

2. Een vrijdenkende mysticus

‘Ben jij nou een vrijdenker of een mysticus?’
‘Een vrijdenkende mysticus dan maar.’
‘Hoe zou jij jouw mystiek omschrijven?’
‘Als een lege mystiek. Of zeg maar gerust dé lege mystiek, want waarin zou de ene lege mystiek van de andere moeten verschillen?’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Zo kun je het ook zeggen.’

3. Een ongelovige gelovige

‘Ben jij nou een gelovige of een ongelovige?’
‘Een ongelovige gelovige dan maar, of een gelovige ongelovige.’
‘Hoe zou jij jouw geloof of ongeloof omschrijven?’
‘Als een leeg geloof of een leeg ongeloof. Of zeg maar gerust hét lege geloof en hét lege ongeloof, want waarin zou het ene lege geloof of ongeloof van het andere moeten verschillen?’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Zo kun je het ook zeggen.’

4. Een gnostisch agnosticus

‘Ben jij nou een gnosticus of een agnosticus?’
‘Een gnostisch agnosticus dan maar.’
‘Hoe zou jij jouw gnosis omschrijven?’
‘Als een lege gnosis. Of zeg maar gerust dé lege gnosis, want waarin zou de ene lege gnosis van de andere moeten verschillen?’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Zo kun je het ook zeggen.’

5. Een geleerde weetniet

‘Ben jij nou een geleerde of een weetniet?’
‘Een geleerde weetniet dan maar.’
‘Hoe zou jij jouw leer omschrijven?’
‘Als een lege leer. Of zeg maar gerust dé lege leer, want waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen?’
‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’
‘Zo kun je het ook zeggen.’


Als kinderen

‘Rozenkrans of mala?’
‘Snoepketting.’


Onnoemelijk

Geen kruis en geen munt

Een apologie is een verweerschrift waarin de orthodoxe leer wordt verdedigd, een apologeet is iemand die apologieën schrijft, maar hoe noem je iemand die de lege leer verdedigt?

Exegese is uitlegkunde, een exegeet is iemand die het heilige boek uitlegt, maar hoe noem je iemand die het lege boek uitlegt?

Het apostolaat is de activiteit ter verbreiding van de blijde boodschap, een apostel is iemand die zich daarvoor inspant, maar hoe noem je iemand die de lege boodschap verbreidt?


Algoed

‘God is goed en God is groot.’
‘Hoe groot?’
‘Alomvattend.’
‘Dan omvat hij ook het kwaad.’
‘Het kwaad is des duivels.’
‘Dan is hij niet alomvattend.’
‘Hij is wél alomvattend.’
‘Dan is hij niet algoed.’
‘Dat neem je terug!’
‘Al goed.’


Alwetend

‘God is wijs.’
‘Hoe wijs?’
‘Alwijs.’
‘God is alwetend?’
‘Hij weet alles.’
‘Weet hij ook van niet weten?’
‘Dat… zal haast wel.’
‘Dan is hij niet alwetend.’
‘Ik bedoel, dat zal haast niet.’
‘Dan is hij niet alwetend.’


Almachteloos

‘God is almachtig.’
‘Machtig genoeg om tegen zijn eigen wil in te gaan?’
‘Nou…’
‘Zo ja, dan is hij niet almachtig.’
‘Nee.’
‘En zo nee, dan is hij niet almachtig.’
‘Ja.’
‘Wat maakt het dan uit?’
‘En toch is God almachtig.’
‘Zo machtig dat hij zichzelf van zijn macht zou kunnen beroven?’
‘Dat lijkt me… niet.’
‘Dan is hij niet almachtig.’
‘Ik bedoel, dat lijkt me wel.’
‘Hoe weet je dat hij dat niet allang gedaan heeft?’
‘Wat?’
‘Zichzelf van zijn macht beroven?’
‘Allemachtig.’


Insjallah

‘Alles is de wil van God.’
‘Zelf bedacht?’
‘Wat?’
‘Of verschijnt deze gedachte nu in jou door de wil van God?’
‘Eh…’
‘Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?’
‘God zou mij nooit bedriegen.’
‘Zelf bedacht?’
‘Wat?’
‘Of verschijnt deze gedachte nu in jou door de wil van God?’
‘Eh…’
‘Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?’
‘Jij bent de Duivel.’
‘Zelf bedacht?’
‘Wat?’
‘Of verschijnt deze gedachte nu in jou door de wil van de duivel?’
‘Eh…’
‘Of toch door de wil van God?’

‘Zo ja, hoe weet je dan of hij waar is?’
‘Alles is de wil van God.’
‘Zelf bedacht?’


Wik noch wak

‘De mens wikt maar God beschikt.’
‘Waarover?’
‘Overal over.’
‘Beschikt hij ook dat de mens wikt?’
‘Eh… dat is te zeggen… ik denk… ik geloof niet…’
‘Ben jij het die nu wikt of heeft God dat beschikt?’
‘De mens wikt, maar God beschikt.’
‘Jij gelooft toch dat de mens in God is?’
‘Jazeker.’
‘Dan is het ook God die wikt.’
‘Hm.’
‘En jij gelooft toch ook dat God in de mens is?’
‘Als mysticus…’
‘Dan is het ook de mens die beschikt.’
‘Verdraaid.’


Compleet volmaakt

‘God zou nooit tegen mij liegen.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat Hij volmaakt is.’
‘Is de volmaakte incompleet?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Zonder leugens zijn, is dat niet incompleet?’
‘In zekere zin.’
‘Dan is hij niet zonder leugens.’
‘En toch is Hij volmaakt.’
‘Misschien is jouw idee van volmaaktheid wel incompleet.’
‘En toch is Hij compleet.’
‘Misschien is jouw idee van compleetheid wel onvolmaakt.’


Niet voor één gat te vangen

De hoogste waarheid

‘God liegt nooit.’
‘Je doet hem tekort.’
‘Je gaat me toch niet vertellen dat Hij liegt?’
‘Ken jij het verhaal van de erfzonde?’
‘Adam en Eva eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, ook al heeft God het hen uitdrukkelijk verboden.’
‘Wat heeft God gezegd dat er zou gebeuren als ze zijn gebod zouden overtreden?’
‘Dat ze onherroepelijk zouden sterven.’
‘Wat gebeurde er uiteindelijk?’
‘Ze werden uit het paradijs verdreven.’
‘Wat heeft de slang gezegd toen hij Eva tot het eten van de verboden vrucht verleidde?’
‘Dat hun ogen zouden opengaan. Ze zouden als Goden worden en kennis van goed en kwaad krijgen.’
‘En, kregen ze kennis van goed en kwaad?’
‘Jazeker.’
‘Wie sprak er dus de waarheid?’

‘Nou?’
‘De slang?’
‘Wie heeft er dus gelogen?’

‘Nou?’
‘God?’
‘Zeker weten?’
‘Dat kan niet!’
‘Misschien niet nee.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Misschien heeft God zich alleen maar bedacht.’
‘Ik hoop het maar.’
‘Hoezo?’
‘Dan zou Hij tenminste niet gelogen hebben.’
‘Of misschien bedoelde hij het alleen maar figuurlijk. Uit het paradijs gezet worden is ook een beetje doodgaan.’
‘Dat kan ook nog.’
‘Of misschien kon hij het, toen puntje bij paaltje kwam, gewoon niet over zijn hart verkrijgen hen te doden.’
‘Ja, zo is Hij wel.’
‘Of misschien kon hij in dat stadium al wel scheppen maar nog niet vernietigen.’
‘Hm.’
‘Of misschien wilde God wel laten zien dat hij zich niet gehouden voelt aan zijn eigen beloftes en voorspellingen.’
‘Wie weet.’
‘Of misschien hadden Adam en Eva het gewoon verkeerd begrepen.’
‘Dat is niet uitgesloten.’
‘Of misschien is het verhaal wel allegorisch bedoeld.’
‘Tja.’
‘Of misschien heeft de schrijver van Genesis zich wel vergist.’
‘Die mogelijkheid was nog niet bij me opgekomen.’
‘Of misschien heeft de schrijver het verhaal niet uit eerste hand.’
‘Ik denk…’
‘Of misschien heeft hij het gewoon uit zijn duim gezogen.’
‘Nu ga je te ver.’
‘Als er al een schrijver was.’
‘Wou jij soms beweren…’
‘Misschien was het wel een schrijverscollectief.’
‘Als we zo gaan beginnen…’
‘Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer foutief doorverteld en toen pas opgeschreven.’
‘Misschien, misschien…’
‘Misschien is het verhaal in de loop der tijd wel een aantal keer herschreven naar de laatste godsdienstige inzichten.’
‘Kom nou.’
‘Of misschien is het de lezer zelf wel die…
‘Hou nou eendelijk eens je waffel!’
‘Eendelijk?’
‘Eindelijk.’
‘Of misschien is dit alleen maar een droom waarin we…’
‘STOP.’
‘Ik ben net zo lekker op dreef.’
‘Ik wil alleen de waarheid horen.’
‘Welke waarheid?’
‘De waarheid over God.’
‘Waar denk je dan dat we mee bezig zijn?’
‘Hoe luidt de waarheid over God dan wel?’
‘Tja.’
‘Nou?’
‘Dat hij niet voor één gat te vangen is?’


Gatsgeleerdheid

Sunyata sunyata

‘Waarom is God niet voor één gat te vangen?’
‘Omdat hij dat gat is?’
‘Huh.’
‘Wat huh?’
‘Wat weet jij nou van God.’
‘Insgelijks.’
‘Dus God is een gat?’
‘Maak er nou niet meteen weer een object van.’
‘Waarom niet?’
‘Voor je het weet bouwt iemand er weer een religie omheen.’
‘Gatsdienst.’
‘En gaan de academici er weer mee aan de haal.’
‘Gatsgeleerdheid.’
‘Om over de grapjassen nog maar te zwijgen.’


Voorkennis

Appeltje eitje

‘Eet nooit van de boom van de kennis van goed en kwaad.’
‘Waarom niet?’
‘Dan vlieg je subiet het paradijs uit.’
‘Waarom?’
‘Omdat het een zonde is natuurlijk.’
‘Wat is dat, een zonde?’
‘Iets wat niet mag.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat God het verboden heeft.’
‘Waarom heeft God het verboden?’
‘Omdat het slecht is.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Wat?’
‘Dat het slecht is.’
‘Hoezo?’
‘Daarvoor moet je toch eerst van die boom eten?’
‘Verdraaid.’
‘Zeg dat wel.’
‘Maar je mag toch niet doen wat verboden is?’
‘Waarom niet?’
‘Omdat het slecht is.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Verdraaid.’
‘Zeg dat wel.’
‘Die God.’
‘Hij had ook een zware week achter de rug.’


Een heldendrank

Ineens voel je je een hele bink

‘Wat voor boom is de boom van de kennis van goed en kwaad?’
‘Een naaldboom.’
‘O.’
‘Prik je niet.’
‘Want?’
‘Dan krijg je kennis binnen.’
‘Wat voor kennis?’
‘De kennis van goed en kwaad.’
‘Wat is de kennis van goed en kwaad?’
‘Een soort heroïne.’
‘Een heldendrank?’
‘Ineens voel je je een hele bink.’
‘En dan?’
‘Begint het oordelen.’
‘Een kwalijke zaak.’
‘O jee.’
‘Wat?’
‘Je hebt je al geprikt.’


O lord

help
me
to keep
my
big mouth
shut
until
I know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t even know
that I
don’t know
what I am
talking about
I mean
until
I know
that I
don’t know
what I am
I mean
what am I
talking about
oh lord
help me
I mean
if you are
help me
to keep
my
big mouth
shut
I mean
if you can
I mean
if I am
I mean
if it is mine
or is it yours
and is it you
asking me
to help you
keep
your
big
mouth
shut
or
what

o lord


Geïnspireerd op de smeekbede ‘O lord, help me to keep my big mouth shut until I know what I’m talking about’.