Ben je jezelf of het Zelf?

Ben je jezelf of het Zelf? De kenner of het gekende? Iemand of niemand? Dwaalgesprek over het open geheim van Tony Parsons, het verschrikkelijke geheim van Adyashanti en het lege geheim van niet-weten.

Dwaalgids > Filosofie > Ben je jezelf of het Zelf?

Lees ook: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden, Brieven verlichting; de vrijheid voorbij, Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid

Ben je nou iemand of niemand?

Het idee van de onbemande mens is ook maar een idee

Ajani: Tony Parsons spreekt van het Open Geheim, Adyashanti van het Verschrikkelijke Geheim en jij van het Lege Geheim. Wat is precies het verschil?

Hans: Een van de gevleugelde uitdrukkingen van de non-dualist Tony Parsons luidt ‘niemand hier’. Daarmee bedoelt hij dat het individu als afgescheiden persoon en subject tegenover een onafhankelijk bestaande, objectieve wereld een illusie is, en dat vrije wil bijgevolg niet bestaat.

Volgens Parsons is er alleen maar Zijn. Hij noemt dit een geheim omdat niemand het wil toegeven en hij noemt het geheim open omdat het op straat ligt voor iedereen die ogen in zijn hoofd heeft en de moed om het onder ogen te zien.

Adyashanti noemt ditzelfde geheim – dat er niemand in je binnenste woont – verschrikkelijk omdat de meesten van ons de gedachte van de onbemande mens onverdraaglijk vinden.

Ajani: Ben jij het daarmee eens?

Hans: Ik weet niet wie ik ben. Ik weet niet wat ik ben. Ik weet niet of ik ben.

Ajani: Huh?

Hans: Dat er ‘iemand hier’ is valt niet te verdedigen, niet door mij. Dat er ‘niemand hier’ is ook niet. Niet door mij.

Ik sta er niet voor in dat ik een afgescheiden persoon en subject ben tegenover een onafhankelijk bestaande, objectieve wereld, maar ook niet dat ik het geheel, het ene, het leven zelf, god of universeel bewustzijn ben.

Ik sta er niet voor in dat ik een vrije wil heb, maar ook niet dat dat niet zo is of zelfs maar dat je dat niet kunt weten.

Maya, sunyata en anatman maken deel uit van de illusie

Als alles een illusie is, dan ook de illusie

Ajani: Er zijn toch goede argumenten voor de gedachte van de onbemande mens.

Hans: Overal zijn goede argumenten voor.

Ajani: Er zijn ook goede argumenten tegen het idee van de vrije wil.

Hans: Overal zijn goede argumenten tegen.

Ajani: Onweerlegbare argumenten.

Hans: Onweerlegbare argumenten bestaan niet.

Ajani: Bijvoorbeeld maya, de gedachte dat alles een illusie is, dus ook het ik.

Hans: Als alles een illusie is, dan ook de illusie, en ook de gedachte dat alles een illusie is. Nog meer onweerlegbare argumenten?

Ajani: De boeddhistische gedachte van sunyata – het idee dat alle dingen leeg zijn, dat wil zeggen, afhankelijk ontstaan en bestaan en geen eigen wezen, identiteit of werking hebben.

Hans: Als alle dingen leeg zijn, dan ook sunyata, en ook de gedachte dat alle dingen leeg zijn. Nog meer onweerlegbare argumenten?

Ajani: Maar als we sunyata toepassen op het idee van de persoon dan komen we toch vanzelf tot anatman, niet-ik, niemand hier, oftewel het Zelf, het Ene, en van daaruit…

Hans: Als alle dingen leeg zijn dan ook anatman en niet-ik en het zelf en het ene. Nog meer onweerlegbare argumenten?

Ajani: Volgens de advaita vedanta zijn wij de film, niet het doek…

Hans: Goeie film. Nog meer onweerlegbare argumenten?

Ajani: De kenner, niet het gekende…

Hans: Allemaal kennis. Nog meer onweerlegbare argumenten?

Ajani: Maar als dezelfde gedachte van niet-ik, van het universele Zelf, van de Eeuwige Wijsheid nou in talloze tradities en in allerlei gedaanten blijft terugkeren dan moeten we toch concluderen…

Hans: De gedachte van een ik, een individueel persoon blijft ook in talloze tradities en in allerlei gedaanten terugkeren. Toch twijfel jij eraan. Nog meer onweerlegbare argumenten?

Piekervaringen bewijzen ook niets

Ben ik God omdat ik me God voel?

Ajani: Ik heb zelf tijdens meditatie meermalen de eenheid van binnen en buiten, van mijzelf en de kosmos mogen ervaren en het is mijn diepste overtuiging dat…

Hans: Zal best.

Ajani: Geloof je me niet?

Hans: Ik twijfel niet aan je ervaringen, maar wel aan je gedachten daarover. Mensen ervaren, voelen, dromen en hallucineren de gekste dingen. Vraag maar in een gekkenhuis. Maar wat het nou betekent?

Ajani: Wou jij beweren dat het niets betekent?

Hans: Ben ik god omdat ik me god voel? Ben ik de duivel omdat ik me de duivel voel? Ben ik Hans omdat ik me Hans voel? Ben ik niet-Hans omdat ik me niet-Hans voel? Ben ik verlicht omdat ik me verlicht voel? Ben ik niet verlicht omdat ik me niet verlicht voel? Is de wereld eigen omdat ik me ermee verbonden voel? Is de wereld oneigen omdat ik me ervan vervreemd voel? Is materie echt omdat ik me eraan kan stoten? Is materie ideëel omdat ik er een voorstelling van heb?

Ajani: Op die manier.

Hans: Je moest eens weten wat ik alleen al vandaag weer allemaal gedacht, gevoeld en ervaren heb. Je moest eens weten wat ik alleen al de afgelopen nacht weer allemaal gedroomd heb, gesteld dat het dromen waren.

Ajani: Maar als alles één is dan kan er toch niet iemand anders zijn dan het ene?

Hans: Als alles één is wel, maar dat proberen we nou net vast te stellen.

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Niet aanvallen, niet verdedigen

Ajani: Wat valt er eigenlijk wél te verdedigen volgens jou?

Hans: Zeg dat wel.

Ajani: Dat er niets te verdedigen valt, wou je zeggen.

Hans: Probeer maar.

Ajani: Zelfs dat er niets te verdedigen valt, valt niet te verdedigen?

Hans: En dat het niet te verdedigen valt dat er niets te verdedigen valt ook niet. Niet door mij.

Ajani: Enzovoort.

Hans: Nou, voort…

Ajani: Wat jou betreft is er geen open geheim en ook geen vreselijk geheim?

Hans: Wat weet ik daarvan?

Ajani: We kunnen niet weten of er een geheim is of niet, laat staan of het open of vreselijk of iets anders is.

Hans: Dat hoor je mij niet zeggen.

Ajani: Wat is jouw geheim?

Hans: Dat ik geen geheim heb?

Ajani: Omdat er geen geheim is?

Hans: Wat weet ik daarvan?

Ajani: Dat bedoel je toch?

Hans: Ik zeg alleen maar dat ik geen geheim heb, vraagteken.

Ajani: Daarmee verwijs je toch naar het lege geheim?

Hans: Er is helemaal geen leeg geheim.

Ajani: Ik heb die term anders niet uit mijn duim gezogen.

Hans: Nee, uit de mijne.

Ajani: Nou dan.

Het lege geheim stelt niets voor

Het is maar een gimmick van de weetniet

Hans: Ik gebruik de uitdrukking ‘het lege geheim’ alleen maar als mensen weer eens geheimzinnig beginnen te doen.

Ik gebruik hem om tegenwicht te bieden aan de gnostische gedachte dat er een of ander geheim zou zijn, open, vreselijk, hoog, diep, ontologisch, epistemologisch, esoterisch, mystiek, voorbij de woorden of anderszins.

Ik gebruik hem ook om tegenwicht te bieden aan de sceptische gedachte dat er geen geheim zou zijn.

Ik gebruik hem ook om tegenwicht te bieden aan de agnostische gedachte dat we niet kunnen weten of er een geheim is.

Ik gebruik de term ‘het lege geheim’ om tegenwicht te bieden, nergens anders voor. Dus niet om naar de laatste waarheid te verwijzen. Ook niet naar de middelste of de eerste.

Ajani: Wat moet ik me precies voorstellen bij het lege geheim van niet-weten?

Hans: Dat zeg ik.

Ajani: Niets.

Hans: Leeg is leeg.

Ajani: Daar kan ik me niets bij voorstellen.

Hans: Nou dan.

Ajani: Maar wat betekent het dan?

Hans: Dat ik inzake ik versus niet-ik in het bijzonder en levensbeschouwelijke zaken in het algemeen, welke dan ook, niets te melden heb. Dus ook niet dat er inzake ik versus niet-ik in het bijzonder en levensbeschouwelijke zaken in het algemeen, welke dan ook, niets te melden valt.

Ajani: Niets?

Hans: En dat ook niet.

Ajani: Het leven is een mysterie.

Hans: Welk leven?

Ajani: Wat een onzin allemaal.

Hans: Jij bent begonnen.

Geen enkel onderscheid houdt stand

Waar houdt de werkelijkheid op en begint het beeld?

Ajani: Je weet toch zeker hoe je heet? je weet toch zeker hoe je je broek aan moet trekken?

Hans: Wat versta jij onder levensbeschouwelijk?

Ajani: Weten is weten.

Hans: Ik weet niets. Zelfs niet dat ik niets weet. Wel schijn ik van alles te weten. Hoe ik heet, hoe ik mijn broek aan moet trekken en andere levensbeschouwelijke zaken. Maar als ik het serieus onderzoek moet ik steeds opnieuw vaststellen dat zelfs mijn meest basale kennis in de lucht hangt. Deze ook. Ik heb geen grond onder mijn voeten. Geen poot om op te staan.

Onderscheidingen, hoe concreet of abstract, banaal of hoogstaand ook, houden bij nader inzien geen stand. Deze ook niet. Al mijn beweringen berusten op onbewezen aannames. Zo niet op het eerste gezicht, dan toch bij nader inzien. Deze ook.

Ajani: Wat je ook schijnt te weten, eigenlijk weet je niets.

Hans: Dit ook niet.

Ajani: Niets en dat ook niet.

Hans: Ga maar na. Ik daag je uit. Probeer maar eens vast te stellen wat het wezenlijke verschil is tussen, ik noem maar wat, een kruk en een stoel. Het lukt je niet.

Er zijn stoelen met één poot en krukken met vier; stoelen zonder rugleuning en krukken mét. Het verschil tussen een stoel en een tafel, idem. Tussen een tafel en een vloer, dito. Tussen een vloer en een plafond, hetzelfde. Tussen het relatieve en het absolute. Tussen gever en nemer. Tussen vorm en leegte. Tussen jou en mij. Tussen mij en die boom daar.

Alles loopt in elkaar over. Zit het groen in het blad of in mijn brein? Waar houdt de aardkorst op en begint de berg? Waar houdt de berg op en begint het dal? Waar houdt mijn arm op en begint mijn romp? Op welke hardware draait mijn dna? Brult de leeuw of brult de geest?

Je komt er niet uit. Niet in een uur, niet in een jaar, niet in tienduizend levens, bij wijze van spreken. Ik in elk geval niet. Mij is het nooit gelukt.

Noem het desnoods afhankelijk ontstaan of non-dualiteit

Duisternis kun je niet zien en stilte kun je niet horen

Ajani: Mij lukt het voortdurend.

Hans: Beweer iets, om het even wat, en onderzoek je aannames en begrippen, en de aannames en begrippen die daar weer aan ten grondslag liggen. Er komt geen eind aan. Het is allemaal drijfzand. Spaghetti. Erwtensoep. Waterpest. De boeddhist noemt dit met een chic woord afhankelijk ontstaan. De advaitavadin noemt het met een chic woord non-dualiteit. De filosoof noemt het met een chic woord regressie.

Ajani: Nergens vind je houvast.

Hans: Ook hierin niet.

Ajani: Dat moet ik van je aannemen.

Hans: Juist niet.

Ajani: En wat is daar geheim aan?

Hans: Helemaal niets. Toch lijken weinigen het te beseffen. Of mensen willen het niet toegeven, dat weet ik niet. Of ze zien het gewoon niet. Of het interesseert ze niet. Of ze nemen het voetstoots aan, als overgeleverde wijsheid uit de traditie die toevallig hun voorkeur geniet. Waardoor het weer weten uit tweede hand wordt in plaats van niet-weten uit eerste.

Ajani: Ik zie het gewoon niet.

Hans: Duisternis kun je niet zien en stilte kun je niet horen en een bananenschil merk je meestal pas op als je erover bent uitgegleden.

Tip: De lege leer

Kennis is een gammel vlot

Er zijn dieptes in je hart of in je geest of in je ziel of waar ze ook zitten of ontbreken die zich niet door kennis laten peilen en zich niet door kennis laten dempen.

Ajani: De mensheid weet ontzaglijk veel. De mensheid weet steeds meer.

Hans: Dat ga ik niet ontkennen.

Ajani: Waarom zou je stil blijven staan bij de grenzen van je kennis als je ze steeds kunt verleggen?

Hans: Waarom zou je je grenzen steeds verleggen als je stil kunt blijven staan?

Ajani: Obscurantist.

Hans: De wereld vergaat niet als je er even bij gaat zitten.

Ajani: Stilstand is achteruitgang. Kennis is macht. De hele maatschappij is ingericht op het vergaren en overdragen van kennis, en terecht. Wetenschap is een wereldomspannend front waarbij de Chinese Muur in het niet valt. Overal zijn bibliotheken, databases, informatiecentra, opleidingsinstituten.

Dat is allemaal niet voor niets. Onwetendheid is lijden, leven is groeien. Je moet je blijven ontwikkelen en je bent nooit te oud om te leren. Kübler-Ross noemt de dood de laatste leerervaring en zo is het maar net. Niet weten is voor zombies.

Hans: Kennis is een schitterende obsessie. Ik heb er altijd enthousiast aan meegedaan. Maar het is niet het hele verhaal.

Er zijn dieptes in je hart of in je geest of in je ziel of waar ze ook zitten of ontbreken die zich niet door kennis laten peilen en zich niet door kennis laten dempen.

Je kunt studeren tot je uit elkaar barst en je nog steeds leeg voelen. Lang niet iedereen heeft daar last van, maar ik toevallig wel, en niet zo’n beetje. Dat leidde uiteindelijk geheel onverwacht tot een radicale doorbraak, of liever, een radicale uitbraak.

In dit stadium van mijn leven is kennis niet meer dan een gammel vlot, drijvend in een oceaan van niet-weten.

Grondeloosheid is ook maar een woord

Alleen als je eraan denkt krijg je het er koud van

Ajani: Maar op zich heb jij niets tegen weten?

Hans: Niet-weten heeft nergens iets op tegen. Anders was het geen niet-weten.

Ajani: Raar.

Hans: Hoe kijk jij tegen niet-weten aan?

Ajani: Weten biedt hoop op een betere toekomst voor onszelf en de generaties na ons. Bovendien is het spannend. Het geeft je iets te doen. Het is concreet, afgebakend, overzichtelijk.

Hans: En niet-weten?

Ajani: Niet-weten is niks. Het biedt geen perspectief. Het is niet sexy. Het geeft je niks te doen. Het leidt nergens toe. Het is deprimerend. Het is vormeloos. Het maakt je leven onbegrijpelijk. Beangstigend. Onoverzichtelijk.

Hans: Onbeheersbaar.

Ajani: Overweldigend.

Hans: Daarom kijken mensen liever naar het vlot of naar hun knieën of handen of naar de andere schipbreukelingen. Of ze speuren de horizon af naar een schip of een eiland. Wat dan ook, als het maar afleiding biedt. Want de zee is zo wijd en zo diep en zo duister en zo leeg.

Ajani: Zo leeg als het firmament.

Hans: Als je ’s nachts naar de hemel kijkt, zoeken je ogen vanzelf de maan op, of de sterren. Want in de grenzeloze tussenruimte ga je verloren.

Ajani: Ik krijg het er koud van als ik er alleen al aan denk.

Hans: Alleen als je eraan denkt krijg je het er koud van.

Arjani: Verdomd.

Hans: Angst voor het nachtelijk duister wordt door psychiaters scotofobie genoemd. Angst voor de grondeloosheid van het bestaan is ook een soort scotofobie. Die angst is natuurlijk net zo ongegrond als wat dan ook. Net zo ongegrond als de zogenaamde grondeloosheid zelf.

Ajani: Zogenaamd?

Hans: Grondeloosheid is ook maar een woord.

Ajani: Jij bent niet bang?

Hans: Niet voor grondeloosheid.

Ajani: Waarom niet?

Hans: Op de eerste plaats zou ik niet weten wat er eng aan is. Op de tweede plaats zou ik niet weten of het bestaan grondeloos is.

Als het erop aankomt weet ik niet eens wat ‘bestaan’ of ‘grondeloos’ betekent. Zoek maar op in het woordenboek, dan krijg je er twee keer tien andere woorden voor in de plaats, en zo verder.

Waar is dat ‘bestaan’, waar is die die ‘grondeloosheid’ behalve in het woordenboek? Wijs eens aan?

Ajani: Wie is er nou bang voor een woord, wou je zeggen.

Niet de doener, niet de commentator, niet de getuige

Voor mij zijn het allemaal maar gedachten. Deze ook. Ze komen zich ongevraagd laten zien en trekken zonder aandringen verder. Deze ook. Ik sta nergens meer voor in. Ook hiervoor niet.

Hans: Bang ben je voor wat je weet of meent te weten. Grondeloosheid is niet angstwekkend door wat het is maar door wat je denkt dat het is, of wat je denkt dat het niet is, of doordat je denkt dat het is, of denkt dat het niet is.

Ajani: Wie niet weet is niet bang?

Hans: Vraag dat maar aan iemand die niet weet.

Ajani: Jij hebt het weten toch overwonnen?

Hans: Ik niet. En mijn angst ook niet. Ik heb er hoogstens iets tegenover gesteld. Of iets heeft zich ertegenover gesteld.

Ajani: Niet-weten.

Hans: Niet weten zet de bijl in mijn weten. Weten zet de bijl in mijn niet weten. Ze hakken elkaar voortdurend om. Een perpetuum mobile. Eeuwige kaalslag. Zo komt het mij nu even voor. En hop, de bijl erin.

Ajani: Je bent er maar druk mee.

Hans: Welnee. Ik sta erbij en ik kijk ernaar.

Ajani: Je bent alleen maar de getuige?

Hans: Ook van de gedachte dat ik alleen maar de getuige zou zijn.

Ajani: Krishnamurti noemde dat keuzeloos gewaarzijn.

Hans: En hop, de bijl erin.

Ajani: Waarom?

Hans: De theorie dat ik alleen maar de getuige zou zijn kan mij net zomin overtuigen als de theorie dat ik de doener zou zijn, of de commentator, of iets of iemand anders of helemaal niemand of alles of niets of wat dan ook.

Voor mij zijn het allemaal maar gedachten. Deze ook. Ze komen zich ongevraagd laten zien en trekken zonder aandringen verder. Deze ook. Ik sta nergens meer voor in. Ook hiervoor niet.

Ajani: Zeker weten?

Hans: Wat?

Ajani: Dat je nergens meer voor instaat?

Hans: Ik zit liever.

Arjani: Toe nou.

Hans: Als het belangrijk voor je is, zul je er zelf mee aan de slag moeten. Tot je zelf nergens meer voor staat, als je het mag of moet meemaken. Dan kun je er ook bij gaan zitten.

Ajani: Zitten als in zazen?

Hans: Nee, gewoon maar zitten. Lékker zitten. Zonder iets te forceren. Weet je nog?

Tip: Het regressieprobleem

Ik ken mijn wezen niet, als ik er al een heb

Afgeleerd is niet geleerd

Ajani: Wat is ons diepste wezen?

Hans: In tegenstelling tot?

Ajani: Onze verschijningsvorm.

Hans: Ik zie het verschil niet.

Ajani: Waartussen niet?

Hans: Tussen mijn diepste wezen en mijn verschijningsvorm, bijvoorbeeld.

Ajani: Bedoel je dat ze identiek zijn, of de keerzijden van dezelfde munt misschien?

Hans: Ik ken mijn wezen niet en ik ken mijn verschijningsvorm niet. Voor jou zijn het misschien realiteiten, voor mij zijn het woorden. Klanken.

Hoe kan ik de identiteit vaststellen van zaken waarvan ik het bestaan niet eens kan bevestigen of zelfs maar ontkennen? Laat staan dat ik hun relatie zou kunnen beschrijven. Hoeveel engelen gaan er op de punt van een naald?

Ik haal alleen mijn schouders op

De glimlach komt vanzelf

Ajani: Geen wezen, geen verschijningsvorm, geen zelf, geen niet-zelf – is dit wat je bedoelt als je het geheim van niet-weten leeg noemt?

Hans: Ik zeg niet dat wezen en verschijningsvorm niet bestaan, ik zeg niet dat ze toch bestaan. Ik zeg niet dat niemand dat weet, ik zeg niet dat je het niet kunt weten. Ik haal alleen mijn schouders op. De glimlach komt vanzelf.

Ajani: Geheel in tegenspraak met Adyashanti en Parsons dus.

Hans: Niet in tegenspraak, want ik spreek niets tegen. Ook aan voorspraak doe ik niet. Niet-spreken is wat ik doe. Voor mij is dat de zuiverste uitdrukking van niet-weten. Zuiverder nog dan zwijgen.

Mijn ‘lege geheim’ is helemaal geen geheim maar een vorm van nietszeggendheid, een manier van ontstellen.

Het geheim van Adyashanti en Tony Parsons, hun ‘niemand hier’ en ‘alleen maar zijn’ is daarentegen een vorm van stelligheid, een voorstelling, een invulling.

Zozeer hameren ze erop in hun boeken en satsangs dat ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat het om geloofsartikelen gaat. Loopgraven. Uitgangsputten. Valkuilen in de vorm van diepzinnigheden. Ik heb ze er in ieder geval nog nooit hun schouders over zien ophalen.

Welnu, iets roepen is een koud kunstje, maar hard maken is andere koek. Ben ik nou iemand of ben ik nou niemand? Zeg jij het maar. Ik weet het niet meer en ik hoef het niet meer te weten.

Het is heerlijk om in onwetendheid te leven

Ik heb geen spoortje behoefte meer aan levensbeschouwelijke duidelijkheid of metafysische zekerheid, en ik slaap er geen minuut minder om

Ajani: Zeker weten?

Hans: Als ik er niet bij stilsta, waan ik mij Hans van Dam, maar als ik hem zoek kan ik hem niet vinden. Wie is hij? Is hij? Ben ik soms ‘niemand’ of ‘energie’ of ‘het leven’ of ‘het ene’ of ‘de tao’, ‘het zelf’, ‘god’, ‘het absolute’, ‘de bron’, ‘het bewustzijn’ of wat?

Ajani: Nou?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt.

Ajani: Als je het jou vraagt?

Hans: Niemand heeft me weten te overtuigen van welk antwoord ook. Tony Parsons niet. Adyashanti niet. Lao Tse niet. Zhuang Zi niet. Meister Eckhart niet. Johannes van het kruis niet. Ramana Maharshi niet. Dogen Zenji niet. Linji Yixuan niet. Boeddha niet.

De Boeddha wees trouwens de gedachte van niet-zelf net zo consequent af als de gedachte van een zelf, heb ik me laten wijsmaken. Hij had het kennelijk niet zo op metafysica. In dit opzicht zou het boeddhisme dan leger zijn en dichter bij een radicaal niet-weten staan dan bijvoorbeeld mystiek, de advaita vedanta of het taoïsme. In andere opzichten weer niet.

Weet je wat het mooie is? Het maakt mij geen bal meer uit. Het is gewoonweg heerlijk om in totale onwetendheid te leven. Ik koester het.

Niet langer Hans van Dam te hoeven spelen zonder meteen weer de verlosser uit te moeten hangen, dat is pas verlossing. Geen vaste rollen meer, alledaagse noch spirituele noch religieuze. Niets meer te verklaren, verdedigen of uit te dragen, dit ook niet.

Ik heb geen spoortje behoefte meer aan levensbeschouwelijke duidelijkheid of metafysische zekerheid, en ik slaap er geen minuut minder om. Integendeel.

Ik heb mijn lesje afgeleerd

Het verhaal van niet weten hangt zelf in de lucht. Het is onbewijsbaar. Bovendien is het met zichzelf in tegenspraak. Als je niets kunt weten dan ook niet dat je niets kunt weten. Klaar. Weg ermee.

Ajani: Dat was vroeger wel anders.

Hans: Zeker. Ooit had ik een dagtaak aan het uitvogelen, vaststellen en onderbouwen van levensbeschouwelijke kwesties. Ik spreek nu over de eerste vijftig jaar van mijn leven. Toen ik nog dacht dat het mogelijk was om op dat vlak iets uit te vogelen, vast te stellen en te onderbouwen.

Ajani: Nu weet je dat het onmogelijk is.

Hans: Ook daarover doe ik geen uitspraken meer.

Ajani: Nee.

Hans: Ik heb mijn lesje afgeleerd.

Ajani: Welk lesje?

Hans: Afgeleerd zeg ik toch?

Ajani: Jouw geheim is helemaal leeg.

Hans: Ik zeg niks.

Ajani: Zelfs niet dat het leven een mysterie is?

Hans: Wat dat allemaal weer niet veronderstelt.

Ajani: Jij hebt niks te zeggen.

Hans: Dat zul je mij niet horen zeggen.

Ajani: Omdat je het allemaal niet meer weet.

Hans: Jij zegt het.

Ajani: Maar dan weet je dát toch?

Hans: Welnee. Het verhaal van niet weten hangt zelf in de lucht. Het is onbewijsbaar. Bovendien is het met zichzelf in tegenspraak. Als je niets kunt weten dan ook niet dat je niets kunt weten. Klaar. Weg ermee.

Geloof het maar niet

Mijn leer, mijn boodschap en mijn geheim zijn leeg. Maar alleen als iemand anders beweert van niet.

Ajani: Klaar?

Hans: Of niet natuurlijk. Voor pyrronisten was deze innerlijke tegenstrijdigheid een reden om zelfs het radicale scepticisme terzijde te schuiven. Reductio ad absurdum: wat tot een tegenspraak leidt moet wel onjuist zijn.

Binnen de spelregels van de logica klopt dat wel, maar kloppen de spelregels van de logica wel? Redeneringen zijn gebaseerd op logica maar waarop is de logica gebaseerd? Met welke redenering wou je de logica onderbouwen zonder van diezelfde logica gebruik te maken?

Ajani: Ja, moeten we het niet-weten nou terzijde schuiven of niet?

Hans: Je veronderstelt een vrije wil.

Ajani: En volgens Tony Parsons en Adyashanti hebben we die niet.

Hans: Moeten we die vraag eigenlijk wel willen beantwoorden?

Ajani: Welke vraag?

Hans: Welke niet.

Ajani: In plaats van?

Hans: Hem rustig onder ogen zien. Er middenin gaan staan. Ermee leven. Je schouders erover ophalen. Erom glimlachen. Eraan voorbijgaan.

Ajani: Tja.

Hans: En hebben we dáár eigenlijk wel een keuze in?

Ajani: Jezus, Hans.

Hans: Doorhalen wat niet van toepassing is.

Ajani: Wat eens te meer aantoont hoe alomvattend jouw niet-weten wel is.

Hans: Of had kunnen zijn, als ik maar in mijn eigen gedachten kon geloven.

Ajani: Maar dat kun je niet?

Hans: Ik kan wel nee zeggen, maar geloof ik het ook?

Ajani: Je staat met lege handen en een mond vol tanden, zeg je op je startpagina.

Hans: Kronen.

Ajani: Wat?

Hans: Twaalf kronen en een brug. Een mond vol porselein. Koffiekopjes in plaats van kaken.*

Ajani: Je bent geen twintig meer.

Hans: Of nooit geweest.

Ajani: Maar je leer is leeg, je boodschap is leeg en je geheim is leeg.

Hans: Maar alleen als iemand anders beweert van niet.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

* Vijftien kronen inmiddels. En die brug is een gat van drie kiezen breed geworden.

Verder lezen: Wat is mystiek?, Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten