Hoera, verlicht?

Een vervloekte zegen (niet voor wattjes).

Tekst Hans van Dam.

Dwaalgids > Verlichting > Hoera, verlicht?

Tip: Een verlichte groeten en verder


Geen (oorspronkelijk) gezicht

Hans van Dam in zijn hemd, achteraanzicht

‘Wat is verlichting, Hans?’
‘Wat mij betreft of in zijn algemeenheid?’
‘Wat jou betreft.’
‘Met je billen bloot gaan.’
‘Wat?’
‘In je hemd staan.’
‘Dat is nog erger.’
‘Geen draad meer aan je lijf hebben.’
‘Nou, jij liever dan ik.’
‘Zei de voyeur tegen de naaktloper.’
‘En in zijn algemeenheid?’
‘Ik zou het ook niet weten.’


Hoera, verlicht!

Waarom kan ik niet van mijn voetstuk vallen?
Omdat ik er al naast lig.

Waarom kan ik niet door het ijs zakken?
Omdat ik geen gewicht meer in de schaal leg.

Waarom hoef ik niet met mijn billen bloot?
Omdat ik al niets meer om het lijf heb.

Waarom heb ik niets te verliezen?
Omdat ik alles al kwijt ben.

Waarom zit ik niet in de put?
Omdat hij geen bodem heeft.

Waarom heb ik nooit gelijk?
Omdat ik niet beter weet.

Waarom heb ik nooit ongelijk?
Omdat ik niet beter weet.

Waarom geloof ik dit allemaal niet?
Omdat ik het denken doorzie.

Waarom geloof ik niet dat ik dit allemaal niet geloof?
Omdat ik het denken doorzie.

Waarom geloof ik niet dat ik het denken doorzie?
Omdat ik het denken doorzie.


Door de mand genomen

Waarom kan ik niet door de mand vallen?
Omdat ik er al doorheen ben.

Waarom kan ik niet door de mand vallen?
Omdat er geen eind aan komt.

Waarom kan ik niet door de mand vallen?
Omdat ik de mand ben.

Waarom kan ik niet door de mand vallen?
Omdat ik geen mand heb.

Waarom kan ik niet door de mand vallen?
Omdat er geen mand is.


Uitvaller

Waarom val ik mezelf nooit mee?
Omdat ik niets meer van mezelf verwacht.

Waarom val ik mezelf nooit tegen?
Omdat ik niets meer van mezelf verwacht.

Waarom verwacht ik nooit meer dat ik niets meer van mezelf verwacht?
Omdat ik niets meer van mezelf verwacht.


Tegen delen

Waarom kom ik mezelf steeds tegen?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Waarom kom ik mezelf nooit tegen?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.


Ongeloof waardig

Waarom geloof ik niet meer in dualiteit?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Waarom geloof ik niet meer in non-dualiteit?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.

Waarom geloof ik niet meer dat ik geen onderscheid weet te maken?
Omdat ik geen onderscheid meer weet te maken.


Whatever

Ontwaken uit het kwaken over (onder meer) ontwaken; dromen zonder wanen van een kikker zonder pad.

kikker uitgekwaakt

Komt de gedachte in me op dat ik ontwaakt ben
dan neem ik niet aan dat ik ontwaakt ben
of dat ik het niet ben
of wat dan ook

Komt omgekeerd de gedachte in me op dat ik niet ontwaakt ben
dan neem ik niet aan dat ik het niet ben
of dat ik het toch ben
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op dat ik niet eens weet of ik ben,
laat staan of ik ontwaakt ben
dan neem ik niet aan dat ik twijfel aan mijn bestaan
of aan hét bestaan
of aan de mogelijkheid om te ontwaken
of aan mijn ontwaken
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op dat ontwaken mij koud laat
dan neem ik niet aan dat ik er onverschillig tegenover sta
of dat ik er toch verschillig tegenover sta
of dat ik er überhaupt tegenover sta
of dat er iets is om tegenover te staan
of dat dat niet zo is
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op dat de ontwaakte zich niet afvraagt of hij ontwaakt is
dan neem ik niet aan dat de ontwaakte zich dat niet afvraagt
of dat de ontwaakte het zich toch afvraagt
of dat ik dan wel ontwaakt zal zijn
of dat ik dan niet ontwaakt kan zijn
of dat het iets anders bewijst
of dat het niets bewijst
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt
of je het nou god, liefde, leegte, zen, tao, tja of iets anders noemt
dan neem ik niet aan dat ontwaken altijd op hetzelfde neerkomt
of dat er verschillende soorten van ontwaken bestaan
of dat ik daar ooit achter zal komen
of dat je daar nooit achter kunt komen
of wat dan ook

Als iemand mij vraagt of ik ontwaakt ben
dan neem ik niet aan dat hij het is die me dat vraagt
of dat hij het niet is
of dat ik het zelf ben
of dat die vraag antwoord behoeft
of dat ik hem maar beter kan negeren
of dat het allemaal illusie is
of dat illusie ook illusie is
of dat dat niet zo is
of wat dan ook

Komt de gedachte in me op dat ik niets aanneem over mijn gedachten
dan neem ik niet aan dat ik niets aanneem over mijn gedachten
of dat ik er toch iets over aanneem
of dat ik dat kan weten
of dat ik dat niet kan weten
of dat ik het in de hand heb
of dat ik er niets over te zeggen heb
of dat ik weet wat gedachten zijn
of dat ik daar geen idee van heb
of dat ik ze heb
of dat ze mij hebben
of dat we elkaar hebben
of dat we uit hetzelfde bestaan
of dat we uit iets anders bestaan
of dat we bestaan
of dat we niet bestaan

of wat dan ook
of wat dan ook
of wat dan ook

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Cu-chi

‘Is er licht aan het einde van mijn tunnel?’
‘Er is een tunnel aan het einde van je licht.’


En dat is alles

Ik denk – en haal mijn schouders op.
Ik weet – en haal mijn schouders op.
Ik meen – en haal mijn schouders op.
Ik geloof – en haal mijn schouders op.
Ik veronderstel – en haal mijn schouders op.
Ik verklaar – en haal mijn schouders op.
Ik duid – en haal mijn schouders op.

En dat is alles.

Ik onderscheid – en haal mijn schouders op.
Ik weeg – en haal mijn schouders op.
Ik oordeel – en haal mijn schouders op.
Ik verwerp – en haal mijn schouders op.
Ik aanvaard – en haal mijn schouders op.
Ik bewonder – en haal mijn schouders op.
Ik minacht – en haal mijn schouders op.

En dat is alles.

Ik spreek – en haal mijn schouders op.
Ik vloek – en haal mijn schouders op.
Ik schreeuw – en haal mijn schouders op.
Ik antwoord – en haal mijn schouders op.
Ik vraag – en haal mijn schouders op.
Ik luister – en haal mijn schouders op.
Ik zwijg – en haal mijn schouders op.

En dat is alles.

Ik pieker – en haal mijn schouders op.
Ik verheug me – en haal mijn schouders op.
Ik schaam me – en haal mijn schouders op.
Ik haat – en haal mijn schouders op.
Ik koester – en haal mijn schouders op.
Ik rouw – en haal mijn schouders op.
Ik vier – en haal schouders op.

En dat is alles.

Ik heb – en haal mijn schouders op.
Ik hecht – en haal mijn schouders op.
Ik begeer – en haal mijn schouders op.
Ik neem – en haal mijn schouders op.
Ik geef – en haal mijn schouders op.
Ik win – en haal mijn schouders op.
Ik verlies – en haal mijn schouders op.

En dat is alles.

Ik wil – en haal mijn schouders op.
Ik streef – en haal mijn schouders op.
Ik plan – en haal mijn schouders op.
Ik pleit – en haal mijn schouders op.
Ik bid – en haal mijn schouders op.
Ik hoop – en haal mijn schouders op.
Ik wanhoop – en haal mijn schouders op.

En dat is alles.

Ik doe – en haal mijn schouders op.
Ik laat – en haal mijn schouders op.
Ik dank – en haal mijn schouders op.
Ik klaag – en haal mijn schouders op.
Ik leef – en haal mijn schouders op.
Ik wacht – en haal mijn schouders op.
Ik sterf – en zie ze zakken.

En wat heet alles.


Voordat het doek valt

‘Wat is verlichting?’
‘De laatste illusie.’
‘Voordat?’
‘Het licht definitief uitgaat.’


Raadselhoekje

Wat is het verschil tussen de verliezer en de verlichte?
De verliezer is alleen een illusie armer.

Wat is het verschil tussen de atheïst en de verlichte?
De atheïst is alleen zijn geloof in god kwijt.

Wat is het verschil tussen de nihilist en de verlichte?
De nihilist is alleen zijn geloof in de waarheid kwijt.

Wat is het verschil tussen ziekte en verlichting?
Van ziekte kun je tenminste nog genezen.

Wat is het verschil tussen ziekte en verlichting?
Aan ziekte kun je tenminste nog doodgaan.

Wat is het verschil tussen suïcide en verlichting?
Suïcide is tenminste vrijwillig.

Wat is het verschil tussen suïcide en verlichting?
Suïcide is tenminste zo voorbij.


Zoekpraatje

Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?
De eerste is op zoek en de tweede is zoek.

Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?
De eerste is op zoek en de tweede wordt gezocht.

Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?
De eerste wil de tweede zijn en de tweede ziet het verschil niet.


Een kwestie van ruimte

‘Wat is het verschil tussen de onverlichte en de verlichte?’
‘De eerste heeft te weinig ruimte.’
‘En de tweede?’
‘Te veel.’


Een hopeloze zaak

‘Waarom geef jij de mensen geen niet weten cadeau?’
‘Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?’
‘Iedereen is toch op zoek naar de waarheid?’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’

‘Waarom geef jij de mensen geen niet weten cadeau?’
‘Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?’
‘Iedereen is toch op zoek naar blijvend geluk?’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’

‘Waarom geef jij de mensen geen niet weten cadeau?’
‘Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?’
‘Iedereen is toch op zoek naar onverstoorbaarheid?’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’

‘Waarom geef jij de mensen geen niet weten cadeau?’
‘Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?’
‘Iedereen is toch op zoek naar god?’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’

‘Waarom geef jij de mensen geen niet weten cadeau?’
‘Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?’
‘Iedereen is toch op zoek naar verlichting?’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’

‘Waarom geef jij de mensen geen niet weten cadeau?’
‘Ik wil het wel geven, maar wie kan het ontvangen?’
‘Iedereen is toch op zoek naar niet weten?’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’


Dank je de koekoek

‘Wat is verlichting?’
‘Het einde van ieder besef, Hans.’
‘Hoe manifesteert zich dat?’
‘In mijn geval als een permanent gevoel van dankbaarheid.’
‘Waar komt dat gevoel vandaan?’
‘Ik heb me gerealiseerd dat ik nergens recht op heb. Dat alles mij toevalt door louter genade: elke beweging, iedere ademteug, elk lichtstraaltje, ieder geluidje, elk geurtje, ieder smaakje, elk appeltje, enzovoort.’
‘Dan heb je het einde van ieder besef nog niet bereikt.’


De laatste klap

‘Klopt het dat de verlichte geen enkele pretentie meer heeft?’
‘Ook die pretentie ben ik kwijt.’
‘Welke pretentie nog meer?’
‘Dat ik verlicht zou zijn, bijvoorbeeld.’
‘Welke pretentie nog meer?’
‘Dat ik niet verlicht zou zijn, bijvoorbeeld.’
‘Welke pretentie nog meer?’
‘Dat ik zou zijn, bijvoorbeeld.’
‘Welke pretentie nog meer?’
‘Dat ik niet zou zijn, bijvoorbeeld.’
‘Jij hebt werkelijk geen enkele pretentie meer?’
‘Ook die pretentie ben ik kwijt.’


Mond- en kopzeer

Ik pretendeer niet dat ik iets weet.
Ik pretendeer niet dat ik niets weet.
Ik pretendeer niet dat ik iemand ben.
Ik pretendeer niet dat ik niemand ben.
Ik pretendeer niet dat ik iets pretendeer.
Ik pretendeer niet dat ik niets pretendeer.
Man man, wat een spatjes weer.


Een ware herder

‘Jij hebt je schaapjes tenminste op het droge.’
‘Die is gek.’
‘Wat dan?’
‘Ik heb ze leren zwemmen.’


Te licht

‘Wat heb jij bereikt, Hans?’
‘Niets, en dat viel om de drommel niet mee.’
‘Wat heb je te zeggen?’
‘Niets, en dat valt om de drommel niet mee.’
‘Maak eens een beetje reclame voor jezelf.’
‘Ik kan niets, maar dat kan ik wel heel goed.’
‘Even serieus.’
‘Ik doe niets, maar dat doe ik wel de hele dag.’
‘Maar wat heb je dan bereikt?’
‘Niets, en dat viel om de drommel niet mee.’
‘Maar wat wil je dan zeggen?’
‘Niets, en dat valt om de drommel niet mee.’


Licht uit, spot aan

‘Wat is verlichting?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Waarom begin je er dan steeds over?’
‘Omdat anderen er steeds over beginnen.’
‘Wie bijvoorbeeld?’
‘Jij bijvoorbeeld.’
‘Anders zou je erover zwijgen?’
‘Ik heb niets met verlichting.’
‘Waar heb je wel iets mee?’
‘Geen idee.’
‘Misschien moet je er eens een boek over schrijven.’
‘Er hoeft alleen nog maar een kaft omheen.’
‘De teksten heb je al?’
‘Dat wil je niet weten.’
‘En de titel?
‘Ik verzin ze aan de lopende band.’
‘Welke gaat het worden?’
‘Licht uit, spot aan.’


Vreugdevuur

Voor mij is verlichting niet een hogere vorm van kennis, noch een intuïtief weten voorbij de woorden of het verstand, noch een zaak van het hart of het derde oog of de hara of de zevende chakra of een ander organisch, energetisch of spiritueel centrum, maar simpelweg een radicaal niet weten dat iedere uitspraak in twijfel trekt.
Ook deze.
Onzin natuurlijk om dat verlichting te noemen.
Alsof er iets helder is geworden dat voorheen in duisternis was gehuld.
Integendeel: iets is obscuur geworden dat voorheen helder leek.
Maar ja, om mezelf nou verduisterd te noemen.
Welke gesteldheid van het lumen zou de onbepaaldheid van een radicaal niet weten kunnen symboliseren?
Een white-out?
Blacklight?
De schemering?
Diffractie?
Een lichtekooi?
Of zullen we gewoon in een keer al onze metaforen in de hens steken?


Ontwaken in verbijstering

Zo luidt de titel van een boek van de neuropsycholoog Oliver Sacks over mensen die na een coma van veertig jaar wakker werden in een onthutsend nieuwe wereld.

Spiritueel ontwaken is voor mij de chronisch acute realisatie dat ik geen flauw benul heb van het hoe, wat en waarom van mijn bestaan, terwijl het mij even goed letterlijk en figuurlijk op het lijf geschreven is.

Ontwaken in verbijstering – een betere metafoor voor niet weten ken ik niet.


De realiteit van verlichting

‘Steeds als ik iets beweer, vraag je hoe ik dat weet.’
‘Je kan wel zoveel zeggen.’
‘Of wat ik precies bedoel, wat ik dan niet blijk te weten.’
‘Dat bedoel ik.’
‘Of je wijst op onuitgesproken aannames.’
‘Onbegonnen werk.’
‘Of je vraagt om een rechtvaardiging van de rede waarvan ik mij bedien.’
‘Louter retorisch.’
‘Of van de autoriteit of de intuïtie waarop ik mij beroep.’
‘Idem dito.’
‘Wat allemaal op hetzelfde neerkomt.’
‘Gesteld dat het ergens op neerkomt.’
‘Doe je dat om ruimte te scheppen voor de realiteit van verlichting?’
‘Welnee.’
‘Waarom dan wel?’
‘Het is al de realiteit van verlichting.’
‘Hè?’
‘Wat?’
‘Maar ik dacht…’
‘Welnee.’
‘Volgens mij heb jij er niets van begrepen.’
‘Volgens mij heb ik dat ook nooit beweerd.’
‘Volgens mij heb ik nog nooit iets beweerd.’
‘Volgens mij is dat geen doen.’
‘Iets beweren niet?’
‘Niets beweren niet.’
‘Het is anders ook geen laten.’
‘Het is anders ook geen het.’
‘Wat is het dan wel?’
‘Precies wat ik zeg.’
‘Jij zegt anders helemaal niks.’
‘Ik kan het ook niet helpen.’
‘Waarom niet?’
‘Dat is de realiteit van verlichting.’
‘Verlichting is toch de hoogste wijsheid?’
‘De wat?’
‘De wijsheid voorbij alle wijsheid?’
‘Dwaas.’
‘Wat is het dan wel?’
‘De wijsheid voorbij?’
‘Wat?’
‘De dwaasheid voorbij alle dwaasheid dan maar.’
‘Ik snap er niks meer van.’
‘Dat is nou net het punt.’
‘Welk punt?’
‘Geen punt.’
‘Soms vraag ik me af of jij ze wel allemaal op een rijtje hebt.’
‘Ook dat is de realiteit van verlichting.’


Shit

‘Ik hoop dat niet weten mij verlichting brengt.’
‘De duivel schijt altijd op de grootste hoop.’
‘Bedoel je dat alleen wanhoop tot verlichting leidt?’
‘De duivel schijt altijd op de grootste wanhoop.’
‘Bedoel je dat wij moeten hopen noch wanhopen?’
‘De duivel heeft overal schijt aan.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Wat heeft de duivel er trouwens mee te maken?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Ik hoop dat niet weten mij verlichting brengt.’


Geen half werk

‘Volgens mij heb jij het kind met het badwater weggegooid, Hans.’
‘Een hele verlossing.’


On the rocks

‘Wat is ontwaken?’
‘Wat denk jij?’
‘Een warm bad.’
‘Welnee.’
‘Waarom niet?’
‘Daar word je alleen maar slaperig van.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Een koude douche.’


Bruis

‘Waarmee kun je verlichting vergelijken?’
‘Wat denk jij?’
‘Wijwater.’
‘Welnee.’
‘Waarom niet?’
‘Daar word je alleen maar rechtzinnig van.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Spuitwater.’
‘Wat word je daarvan?’
‘Nou?’
‘Scherpzinnig!’
‘Welnee.’
‘Diepzinnig!’
‘Welnee.’
‘Wat dan wel?’
‘Veelzinnig! Vrijzinnig! Onzinnig! Lichtzinnig! Uitzinnig!’


Armoe

‘Niets heeft enige betekenis.’
‘En?’
‘Wat een vloek.’
‘Toch weer betekenis gevonden?’

‘Alles heeft oneindig veel betekenis.’
‘En?’
‘Wat een rijkdom.’
‘Onder meer.’


Oostwest

‘Als je overal thuis bent, kun je nooit meer verdwalen.’
‘Als je nergens thuis bent ook niet.’
‘Ik voel me overal thuis.’
‘Ga dan maar in het riool wonen.’
‘Hoezo?’
‘Als het je toch niet uitmaakt.’

‘Wat is er?’
‘Eerlijk gezegd voel ik me nergens thuis.’
‘Ga dan maar in het riool wonen.’
‘Hoezo?’
‘Als het je toch niet uitmaakt.’

‘Wat is er?’
‘Ik geloof dat het me toch uitmaakt.’
‘Maakt niet uit.’
‘Maar ik was liever overal thuis geweest.’
‘Dan is dat de gedachte waarin je woont.’
‘Of desnoods nergens.’
‘Dan is dat de gedachte waarin je woont.’
‘Zo trekken wij van gedachte naar gedachte, wou je zeggen.’
‘Mij niet gezien.’
‘En is thuis gewoon de gedachte waarin je woont.’
‘Dan is dat de gedachte waarin je woont.’


Total loss

‘Wat is realisatie?’
‘De illusie kwijtraken, de werkelijkheid kwijtraken, het kwijtraken kwijtraken.’
‘Ben je dan niet terug bij af?’
‘Dan ben je als het ware af.’


Die kleine lettertjes

‘Heb jij de waarheid gerealiseerd?’
‘Eerder gederealiseerd.’

‘Wanneer heb je de waarheid gerealiseerd?’
‘Als je je niets meer realiseert.’


De Hoogste Waarheid

‘Ben jij thuisgekomen?’
‘Eerder van de pot gerukt.’
‘Van de pot?’
‘Wat moet je zonder boodschap nog op de pot?’
‘Jij hebt geen boodschap voor ons?’
‘Geen grote en geen kleine.’
‘Bedoel je dat er geen boodschap is?’
‘Dat zou nog steeds een boodschap zijn.’
‘Waarom zegt je gerukt?’
‘Wie van zijn fiets waait, zegt toch ook niet dat hij is afgestapt?’


Knipperverlichting

Niet weten is niet het einde van het weten en niet het einde van het denken.
Bij mij in elk geval niet.
Aan mijn geestesoog trekt nog steeds een eindeloze stroom van gedachten voorbij.
Oordelen, gevoelens, overtuigingen, ideeën, dagdromen, fantasieën, noem maar op.
Maar waar de dwaas en de wijze, die in dit opzicht niet van elkaar verschillen (in welk opzicht eigenlijk wel?), uren, dagen, maanden of jaren in de ban zijn van hun dwaze of wijze gedachten, is dat bij mij doorgaans een kwestie van seconden.
Dat geldt ook voor bovenstaande gedachten, en voor onderstaande, en voor deze.

Op het moment dat een gedachte mij invalt ben ik even wetend als de dwaas en de wijze.
Net als bij hen wekt de gedachte soms gevoelens in mij op (als het al niet andersom is), veroorzaakt wellicht een adrenalinestoot of de uitstort van cortisol of andere hormonen in mijn bloedbaan of van bepaalde neurotransmitterstoffen in mijn hersenen – we hoeven niet te doen alsof we nog nooit van de medische wetenschap hebben gehoord – waarvan de effecten een minuut of een kwartier later misschien nog steeds merkbaar zijn.
Maar vrijwel onmiddellijk treedt het niet weten in werking in de vorm van een figuurlijk, soms letterlijk schouderophalen of hoofdschudden of een tegengedachte die de vorige gedachte, of meteen maar alle voorafgaande gedachten, ontkracht, en de effecten ervan dempt of opheft.
Deze lokale, kortstondige ‘verlossing’, waarbij ik mij ontdoe of ontdaan wordt van mijn vorige gedachte, zou je een ‘microverlichting’ kunnen noemen.
‘Micro’ vanwege het plaatselijke en tijdelijke karakter ervan, ‘verlichting’ voor zover het de last van de vorige gedachte wegneemt.
Van een diep en blijvend inzicht in zoiets als de hoogste Waarheid, Werkelijkheid of Wijsheid is bij mij dus geen sprake.
Ook dit is niet zo’n inzicht.
Ook dat er niet zoiets zou zijn als de hoogste Waarheid, Werkelijkheid of Wijsheid, is mij niet geopenbaard.

De pendelbeweging van weten naar niet weten, van antwoord naar vraag, van oplossing naar raadsel, van schokbeton naar drijfzand, van volheid naar leegte, van houvast naar laatlos, van gedachte naar tegengedachte, van leerling naar meester, van ja naar tja – deze pendelbeweging, die zich voltrekt binnen het bestek van één zo’n microverlichting, herhaalt zich onophoudelijk.
Ik hoef niet eerst tot rust te komen, ik hoef me niet uit de wereld terug te trekken, ik hoef niet mindful (waakzaam) te zijn, ik hoef niet op een kussen te gaan zitten of op mijn hoofd te gaan staan, ik hoef geen wierook te branden, ik hoef niet te mediteren of te bidden of te chanten, ik hoef er niets voor te doen en ik kan er niets tegen doen.
Net als ademen, met dit verschil dat je je adem tenminste nog in kunt houden, hoe kortstondig ook.
Niet weten is er in de supermarkt, het is er in de kerk; het is er bij de tandarts, het is er in het park; het is er bij ruzie en het is er in rust, het is er als ik spreek en het is er als ik zwijg, het is er als ik huil en het is er als ik lach.
Alleen als ik droom is het er vaak niet.

Wat anderen ook claimen, voorwenden, praktiseren, ondergaan of tegenwerpen, voor mij is verlichting niet meer dan, of moet ik zeggen, niet minder dan een repeterende beweging van mijn denken.
Het perpetuum mobile van de tja-knikker.
Ik ben een narcolepticus die met iedere gedachte in slaap valt om er meteen weer uit te ontwaken.
De wekker van mijn verlichting is een repeteerwekker, het licht van mijn verlichting een knipperlicht.
Mijn verlichting is stroboscopisch.
Het is een soort knipperverlichting.
Daarom kan ik ook niet zeggen dat ik ‘verlicht’ of ‘onverlicht’ ben.
Ook niet dat ik wetend of niet wetend ben.
Ook niet dat ik mezelf of het Zelf ben.
Ook niet dat ik ben of niet ben.
Enzovoort, enzovoort.
Ik heb die woorden ook niet nodig.
Evenmin als de woorden ‘microverlichting’, ‘transformatie van het denken’, ‘knipperverlichting’, ‘tja-knikker’ en ‘tegengedachte’.
Integendeel, ze zetten mijn denken, ik bedoel, ‘mijn’ ‘denken’, meteen weer vast in een gevangenis van eigen makelij.
Ze scheppen alleen maar verwarring over iets wat van zichzelf doodeenvoudig is en prima zonder beschrijving of verklaring kan.
Ze scheppen alleen maar duidelijkheid over iets wat van zichzelf onnavolgbaar, onbeschrijflijk en onverklaarbaar is.

Veel mensen zijn teleurgesteld als ze horen dat ik niet alleen verlichting ondervind van de last van mijn gedachten, maar ook van de lust.
Niet weten maakt geen onderscheid tussen fijne gedachten en nare.
Het ‘verlicht’ beide in dezelfde mate.
Of dit een fijne gedachte is of een nare weet ik niet.
Maakt niet uit; ik doe er toch meteen weer afstand van.
Hebben?