Wat is niet-weten?

Lichte inleiding in een duistere zaak; kennismaking met wat geen kennismaking veelt.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

Dwaalgids > Weetnietkunde > Wat is niet-weten?

Tips: Zalig zijn de armen van geest, De lege leer, Dwaaltaal


Welkom, dwaalgast

Ben je daar eindelijk, zou een goeroe zeggen, maar ja, ik ben geen goeroe.
Welkom thuis, zou hij zeggen, maar ja…

Welkom, dwaalgast, in mijn dwaaltuin, een uitgebreide website over niet-weten. Wat je insteek ook is – spiritualiteit, religie, psychologie, filosofie, levenskunst, kunst, cultuur of wetenschap – met duizenden teksten van eigen hand (dwaalteksten) en duizenden citaten van wel honderd auteurs ben je hier aan het juiste adres.

Niet weten.
Ruik eraan, snoep ervan of ga ervoor.
Je zult versteld staan.
Misschien wel voorgoed.

Zwervelingen 122


De mantel der wijsheid

Niet weten wordt zelden openlijk beleden.
Veel vaker blijft het verstopt.
Een goed bewaard geheim, toegedekt met de mantel der wijsheid.*
Alleen herkenbaar voor de goede verstaander.
Je moet het dan tussen de regels door lezen.
Een woordje hier, een zinnetje daar.
Alsof het eigenlijk een schande is om niet te weten.
Maar dat is het helemaal niet.
Integendeel; niet weten is de rode draad van ons bestaan.
De grootste gemene deler van ons gedachtegoed.
Ouder dan de weg naar Rome, actueler dan het laatste nieuws.

paus


* zen, daoïsme, non-dualisme, chassidisme, christendom, vedanta, mystiek, soefisme, quiëtisme, theosofie, monisme, holisme, structuralisme, idealisme, solipsisme, subjectivisme, scepticisme, radicaal scepticisme, praktisch scepticisme, therapeutisch scepticisme, empirisch scepticisme, pyrronisme, probabilisme, empirisme, pragmatisme, fallibilisme, falsificationisme, fideïsme, nominalisme, relativisme, contextualisme, pluralisme, perspectivisme, postmodernisme, poststructuralisme, deconstructivisme, cynisme, defaitisme, fatalisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, agnosticisme, atheïsme, existentialisme, anarchisme, irrationalisme, absurdisme, dadaïsme, fluxus, minimalisme, surrealisme, zero…


niet-weten als passe-partout


Mond vol tanden

Om het beter voor het voetlicht te kunnen brengen, heb ik het niet-weten uit de tradities gelicht.
Vrijgeprepareerd van religie, mythologie, kosmologie, metafysica, moraal, ideaal en couleur locale.
Ontdaan van lofspraak, grootspraak, kromspraak en kwaakspraak.
Waar het zo’n beetje op neerkomt?
Geen antwoorden hebben op de grote levensvragen.
Ook niet – laat ik er maar geen doekjes om winden – op de kleine.
Zelfs niet – dan hebben we het ergste meteen maar gehad – op de allerkleinste.

mond-vol-tanden

Met je mond vol tanden staan: daar komt niet-weten zo’n beetje op neer.


Te simpel voor woorden

Hoewel niet-weten te simpel is voor woorden, nee, doordat het te simpel is voor woorden, kan ik niet beloven dat je het zult begrijpen.
Begrijpen is hier sowieso een raar woord.
Wat valt er te begrijpen aan een leeg begrip?
Wat valt er te weten aan niet weten?
Wat valt er te leren aan een lege leer?
Wat valt er te lezen in een leeg boek?
Niet-weten is gewoon niet weten.
Een knipoog komt het meest nabij.
Of anders een glimlach.
Of anders een gassho.
Of alle drie tegelijk.

grote-vrede-met-knipoog


Sleutel zonder slot

Als niet weten al een sleutel is, dan een zonder slot.

passe partout 2

De gedachte dat je er een poort mee opent, naar

  • de Waarheid
  • de Werkelijkheid
  • Wijsheid
  • God
  • onvoorwaardelijke liefde
  • onbegrensde vrijheid
  • openheid
  • spontaniteit
  • authenticiteit
  • gelukzaligheid
  • innerlijke vrede
  • onverstoorbaarheid
  • onsterfelijkheid
  • een einde aan het lijden
  • wat dan ook

is precies dat: een gedachte.
In niet weten geloof je je gedachten niet.
Zelfs niet de gedachte dat je je gedachten niet gelooft.
Ook niet de gedachte dat niet weten een sleutel zonder slot is.
Of de gedachte dat je van je verwachtingen af moet.
Dat je er vanaf kúnt.
Dat dat ergens goed voor zou zijn.
Of dat het nergens goed voor zou zijn.
Ook dat geloof je niet.

En geloof dat ook maar niet.


Niet te geloven! De Linji-lu


De schat van niet-weten

De schat van niet weten is helemaal leeg.
Zo leeg, dat is gewoonweg niet te vatten.
Behalve door niet-vatten.

leegste schatkisten

Bij niet weten valt niets te halen.
Er valt hooguit iets achter te laten.
Alles wat je meent te weten, bijvoorbeeld.
Maar ook alles wat je niet meent te weten.
Ik bedoel, wat je meent niet te weten.
Alles wat je meent dus.
Wat er dan nog overblijft?

Niet weten te vatten.
Niet weten te onderbouwen.
Niet weten te onderscheiden.
Niet weten te oordelen.
Niet weten te kiezen.
Niet weten uit te sluiten.
En bovenal: niet weten van niet weten.

Niets dus.


Verduisterd

Niet weten is geen verlichting.
Het is meer een soort verduistering.
Een eclips van het weten.
Geen hand voor ogen zien.

ogen-in-het-donker-schevelach

Wie niet weet, is een duisterling.
Tenminste, volgens mij.
Maar wie ben ik.
En wat weet ik ervan.


verduisterd


Blindelings

De meeste mensen nemen zonder meer aan dat hun gedachten* waar zijn.
Ze geloven erin.
Blindelings.
Ze laten zich er volledig door leiden.

blindemannetje

Maar zijn gedachten wel waar?

Als je probeert te bewijzen dat een gedachte waar is, doen zich… nieuwe gedachten voor.
Die op hun beurt bewezen moeten worden.
Enzovoort, zonder eind.
Het zingt maar rond!
Gedachten hebben geen wortels.
Geen grond om in te wortelen.
Gedachten zijn grondeloos.

Gedachten bewijzen met andere gedachten is als een marionet die aan zijn eigen touwtjes trekt:

blindelings

Dat kan alleen maar in een tekening.


* gedachten in de ruimste zin het woord, met inbegrip van waarnemingen, gevoelens, gemoedstoestanden, verlangens, oordelen, herinneringen, plannen, verwachtingen, ideeën, wanen, dromen, visioenen en andere bewustzijnsinhouden


Aan je geest gekluisterd

Stel dat je letterlijk aan de buis gekluisterd bent.
Dat je alleen maar televisie kunt kijken.
Dat alles wat je weet daarvandaan komt.
Ook alles wat je weet van de relatie tussen televisie en werkelijkheid.

  • Soms zeggen ze dat televisie een afspiegeling is van de werkelijkheid.
  • Soms zeggen ze dat de werkelijkheid heel anders is.
  • Soms zeggen ze dat de werkelijkheid onkenbaar is.
  • Soms zeggen ze dat televisie de enige werkelijkheid is.

Ze zeggen van alles en nog wat.
Maar als je nou alleen maar televisie kunt kijken,

tv-hoofd

hoe moet je dan weten wat waar is?

Zo is het ook met denken.
De televisie kun je vergelijken met je bewustzijn.
De uitzendingen met je gedachten.

  • Soms denk je dat gedachten een afspiegeling zijn van de werkelijkheid.
  • Soms denk je dat de werkelijkheid heel anders is.
  • Soms denk je dat de werkelijkheid onkenbaar is.
  • Soms denk je dat gedachten de enige werkelijkheid zijn.

Je denkt van alles en nog wat.
Maar als je nou alleen maar kunt denken,

regressie

hoe moet je dan weten wat waar is?


Het regressie-argument

 

Steeds wanneer de betrouwbaarheid van je kennis in het geding is doen zich vicieuze cirkels en regressies voor.

Om een gedachte te rechtvaardigen moet je je beroepen op andere gedachten die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een filosofische stelling of een wiskundig theorema te rechtvaardigen moet je je beroepen op andere stellingen en theorema’s die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een wetenschappelijke wet of theorie te rechtvaardigen moet je je beroepen op algemenere wetten en theorieën die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een gebeurtenis te verklaren moet je je beroepen op oorzaken die op hun beurt verklaring behoeven.

Om een daad of handeling te verklaren moet je je beroepen op redenen en motieven die op hun beurt verklaring behoeven.

schildpadden-globe

Om een algemeenheid1 te verklaren moet je je beroepen op doelen en functies die op hun beurt verklaring behoeven.

Om een opvatting of overtuiging te rechtvaardigen moet je je beroepen op fundamentelere opvattingen en overtuigingen die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een geloof of ongeloof te rechtvaardigen moet je je beroepen op een dieper geloof of ongeloof dat op zijn beurt rechtvaardiging behoeft.

Om een norm, waarde of ideaal te rechtvaardigen moet je je beroepen op algemenere normen, waarden en idealen die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een motto of principe te rechtvaardigen moet je je beroepen op hogere motto’s en principes die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een voorschrift of verbod te rechtvaardigen moet je je beroepen op algemenere voorschriften en verboden die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een begrip te verklaren moet je het definiëren in termen die op hun beurt definitie behoeven.

Om een redenering te rechtvaardigen moet je je beroepen op een logica2 die op zijn beurt rechtvaardiging behoeft.

Om een hypothese te toetsen moet je je beroepen op een toetsingscriterium3 dat op zijn beurt toetsing behoeft.

Om een autoriteit4 te rechtvaardigen moet je je beroepen op hogere autoriteiten die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om het gebruik van natuurlijke taal voor het uitdrukken van kennis te rechtvaardigen moet je gebruik maken van natuurlijke taal.

Om het gebruik van symbolische taal voor het uitdrukken van kennis te rechtvaardigen moet je gebruik maken van een hogere symbolische taal of natuurlijke taal.

Om je kenvermogen5 te rechtvaardigen moet je gebruik maken van datzelfde kenvermogen.

hijpalen


  1. ‘de wereld’, ‘het leven’, ‘de mens’, ‘het denken’, ‘een organisatie’, ‘een organisme’, ‘een orgaan’, ‘een organel’ enzovoort (om nog maar te zwijgen over ‘een doel’, ‘een functie’ en ‘een verklaring’)
  2. tweewaardig, driewaardig, meerwaardig, discreet, fuzzy, intuïtionistisch, modaal, dialogisch, paraconsistent
  3. verifieerbaarheid, falsifieerbaarheid, meetbaarheid, nut, consistentie, coherentie, consensus
  4. staat, kerk, bijbel, god, ratio, gezond verstand, empirie, wetenschap, opleiding, ervaring, hoofd, hart, buik, onderbuik, gevoel, intuïtie, instinct
  5. verstand, geheugen, zintuigen

Rare dingetjes

Zoeken naar

  • elementaire gedachten
  • grondbegrippen
  • archetypen
  • vaststaande feiten
  • fundamentele stellingen
  • eeuwige wetten
  • absolute waarden
  • universele rechten
  • oerprincipes
  • een laatste instantie
  • een steen der wijzen
  • een onweerlegbare logica
  • een archimedisch punt
  • een eerste oorzaak
  • de echte reden
  • de ware toedracht
  • de uiteindelijke betekenis
  • het hoogste doel
  • de diepste zin

is net zoiets als zoeken naar elementaire deeltjes.
Fysici vinden weliswaar steeds meer deeltjes, maar elementaire, ho maar.
En is het nog wel vinden?
En zijn het nog wel deeltjes, die rare dingetjes die

  • geen massa hebben
  • geen ruimte innemen
  • op meerdere plaatsen tegelijk verschijnen
  • elkaar sneller dan het licht beïnvloeden
  • zich eerder gedragen als golven
  • zich alleen laten beschrijven als waarschijnlijkheidsfuncties
  • zich uitsluitend vertonen aan geschoolde waarnemers
  • zomaar verschijnen en verdwijnen in het ziedende niets dat kwantumvacuüm heet?

Als we al geen elementaire deeltjes kunnen vinden, hoe groot is dan de kans op elementaire gedachten?*

fantasietjes-2


* en omgekeerd natuurlijk


Het illusie-argument

Stel dat ik er ondanks de vicieuze cirkels en regressies toch in zou slagen mijn kennis van de werkelijkheid zeker te stellen.
Hoe weet ik dan of die werkelijkheid echt is?
Hoe weet ik of mijn leven meer is dan een idee of een waan of een visioen of een hypnotische suggestie of een goddelijke of duivelse illusie?
Dat weet ik niet.
Misschien ben ik wel Zhuang Zi die droomt dat hij een vlinder is die droomt dat hij Zhuang Zi is.

monniksvlinder

Misschien ben ik alleen maar een toeschouwer van andermans leven (Being John Malkovich).
Misschien ben ik alleen maar een databestand op een computerchip (Total Recall).
Misschien ben ik alleen maar een lichaam in een bad (The Matrix).
Misschien ben ik alleen maar een brein in een vat (William and Mary).
Misschien lig ik op dit moment wel in coma.
Misschien…


maya, Zhuang Zi, een kwade geest


Het onzekerheidsprincipe

Wat ik ook meen te weten, bewijzen kan ik niets.
Al mijn kennis hangt in de lucht.

Eigenlijk weet ik niets.

regressie-1

Laten we deze stelling maar even het onzekerheidsprincipe* noemen, en het tweeledige bewijs ervan – regressie-argument plus illusie-argument – het onzekerheidsbewijs.


* vrij naar het gelijknamige principe van de natuurkundige Werner Heisenberg


Het on-onzekerheidsprincipe

Maar wacht eens even.
Wat hebben we nou eigenlijk bewezen?
Niets.
Waarom niet?
Omdat het onzekerheidsbewijs zichzelf ontkracht.
Ga maar na:

  • het maakt zonder enige rechtvaardiging gebruik van ongedefinieerde termen als regressie, illusie, bewustzijn en bewijs
  • het stelt zonder enige rechtvaardiging dat een gedachte pas waar kan zijn als ze bewezen is
  • het beroept zich zonder enige rechtvaardiging op een tweewaardige logica

en zo verder langs onze lijst met vicieuze cirkels en regressies.
Om nog maar te zwijgen over het illusie-argument.
Waarmee ook het onzekerheidsprincipe op losse schroeven komt te staan:

Eigenlijk weet ik zelfs niet dat ik niets weet.

Allemachtig.
Hoe moeten we dit nog noemen.
Het on-onzekerheidsprincipe?

regressie-twee


Het on-on-onzekerheidsprincipe

Maar de vraag is natuurlijk niet hoe we het moeten noemen.
De vraag is: kunnen we het on-onzekerheidsprincipe dan wel bewijzen?
Natuurlijk niet.
Opnieuw vanwege het regressie-argument en het illusie-argument.
Kunnen we dan misschien bewijzen dat het on-onzekerheidsprincipe onwaar is?
Natuurlijk niet.
Nog steeds vanwege het regressie-argument en het illusie-argument.
Zodat we hooguit kunnen zeggen:

Het is waar noch onwaar dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.

Tjemig.
En dan moeten we dit zeker het on-on-onzekerheidsprincipe noemen?
Dat is geen spreken meer.
Dat is stotteren.

regressie-3


Het on-on-on…

Maar is het on-on-onzekerheidsprincipe dan tenminste wel waar?
Of onwaar?
Natuurlijk niet.
Nog steeds vanwege het regressie-argument en het illusie-argument.
Zodat we hooguit kunnen zeggen:

Het is waar noch onwaar dat het waar noch onwaar is dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.

En zo kunnen we maar doorgaan.
Tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen.
Tot sint-juttemis.
Tot het Koninkrijk kome.
Want het ligt nou eenmaal in de aard van een bewering dat ze steeds een of ander weten uitdrukt.
Een oneindige bewering net zo goed.

Hoe we dit nog moeten noemen?
Het on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on…

regressie-6


dwaalspreuken


‘Weten’ en ‘niet weten’

Wat is het dat zich in geen enkele bewering laat vangen?
Zelfs niet in een oneindige?
Zelfs niet in een eeuwig stamelen?
Inderdaad: niet weten.
Precies dit onbewijsbare, zelfvernietigende van-niets-weten.
Dat dus eigenlijk een niet weten tussen aanhalingstekens is.
Een ‘niet weten’.

Zelfs van niet weten weet het niet, en daarmee keert het weten als een boemerang terug.
Maar niet het voormalige, het vanzelfsprekende, het verleidelijke, het grootste, het meeslepende weten.
Slechts de schaduw daarvan.
Een weten tussen aanhalingstekens.
Een ‘weten’.
Voorgoed gegijzeld door niet weten.
Dat zelf ook al tussen aanhalingstekens stond.

schaduw

 


Wetend niet weten

Niet weten is geen onwetendheid.
Het is geen hoger weten.
Het is ‘weten’ en ‘niet weten’ tegelijk.
Het is het smeltpunt van ‘weten’ en ‘niet weten’.

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent iets te weten en niet langer meent niets te weten.
Het is wetend niet weten.1

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent iets te doen en niet langer meent niets te doen.
Het is doende niet doen.2

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent iemand te zijn en niet langer meent niemand te zijn.
Het is zijnde niet zijn.

Niet weten is denkend niet denken.
Oordelend niet oordelen.
Sprekend niet spreken.
Voelend niet voelen.
Hebbend niet hebben
Willend niet willen.

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent op een of ander punt te zijn.

punt


1. ‘Weten het niet weten’: Daodejing hoofdstuk 71
2. wei wu wei; Daodejing hoofdstuk 37

van wielzinnen en zinnenwielen


De macht van niet weten

De crux van niet weten is niet dat je niets weet.
De crux van niet weten is dat je dat óók niet weet.
De crux van niet weten is: zelfs niet weten van niet weten.
Dat wil zeggen: niet weten in het kwadraat.
In formulevorm: niet-wetenniet-weten.
En als we een vraagteken schrijven voor niet weten:

de-macht-van-het-vraagteken

oftewel: de crux van niet weten is de macht van niet weten.

Geestig hè.
Maar laat je niet misleiden.
De macht van niet weten is een eufemisme.
Een naam ontleend aan een wiskundige vorm.
De macht van niet weten is niets anders dan de onmacht van het weten.


het lege symbool


Een eindeloze vrije val

Misschien lees je dit en denk je:
‘Theoretisch gedoe. Daar heb ik geen boodschap aan.’
Doet me denken aan mijn favoriete cartoon.
Die waarin de held onbekommerd over de rand van de afgrond stapt.
Recht zo die gaat, dwars door de lucht.
Totdat hij naar beneden kijkt.

Zelf heb je vast weleens in de afgrond gekeken.
Misschien al zo vaak.
In redeloze verliefdheid.
In diepe rouw.
In totale ontreddering.
Verbijsterd door de gebeurtenissen.
In de greep van je onbegrip.
Het niet weten voor het grijpen.

Maar je dacht: ‘Het leven is een mysterie.’
Of: ‘Eigenlijk weet ik niets.’
Of: ‘Ik moet in overgave leven.’
Of: ‘Hier heb ik geen boodschap aan.’
Of iets anders, wat dan ook.
En je gelóófde het.
Of je geloofde het juist niet.
Je geloofde het tegendeel.
Wat op hetzelfde neerkomt:
Je gedachten grepen jou weer.

Wie weet kijk je op een dag opnieuw naar beneden.
Misschien wel vandaag.
Misschien wel nu.
En je denkt: Tja.
Je denkt: Wat zal ik er eens van zeggen.
Je haalt je schouders op en HOP, daar ga je.

Je valt, en valt, en valt.
Een eindeloze vrije val.
Met niets om op te pletter te slaan.

vallen


Niet gedachtenvrij

In niet weten ben je niet vrij van gedachten.
Het is niet stil van binnen.
Je geest is niet leeg.
Er zijn niet alleen maar goede gedachten.
Of mooie.
Of diepe.

Zijn er gedachten dan zijn er gedachten.
Zijn ze er even niet dan zijn ze er even niet.
Zijn ze er helemaal niet meer dan ben je dood.
Maar welke gedachte er ook in je opkomt:
Je neemt niet aan dat hij waar is.
Je neemt niet aan dat hij onwaar is.
Niets neem je erover aan.
Zelfs niet dat je er niets over aanneemt.

zwervelingen-335


‘Tussen aanhalingstekens’

Als je niets meer aanneemt over je gedachten is het alsof ze hun uitroeptekens kwijtraken.
Alsof ze in een kleinere letter staan.
Alsof ze tussen haakjes staan.
Tussen vraagtekens.
Tussen aanhalingstekens.

Niet GEDACHTEN!
maar gedachten
of (gedachten)
of ¿gedachten?
of ‘gedachten’.

Niet WETEN! maar ‘weten’.
Niet DOEN! maar ‘doen’.
Niet DENKEN! maar ‘denken’.
Niet OORDELEN! maar ‘oordelen’.
Niet SPREKEN! maar ‘spreken’.
Niet HEBBEN! maar ‘hebben’.
Niet WILLEN! maar ‘willen’.
Niet ZIJN! maar ‘zijn’.

Niet IK! maar ‘ik’.
Niet JIJ! maar ‘jij’.
Niet GOD! maar ‘god’.
Niet BEWUSTZIJN! maar ‘bewustzijn’.
Niet BOEDDHA! maar ‘boeddha’.
Niet LEEGTE! maar ‘leegte’.

Niet TUSSEN AANHALINGSTEKENS! maar ‘tussen aanhalingstekens’.

Misschien denk je nu dat je met je gedachten tussen aanhalingstekens wel de onverstoorbaarheid zelve zult zijn.
Een heerlijke gedachte, niet?
Zo zonder aanhalingstekens.
Maar tussen aanhalingstekens?

Hm.

tekens-vrouwtje


leve de koning


Een gedachtengum

Niet weten betekent niet dat je geen gedachten meer hebt.
Het betekent dat ze jou niet meer hebben.
Je wordt een soort gedachtengum.
Voortaan lach je om je gedachten.
Ook om de gedachte dat je voortaan om je gedachten zult lachen.
Dat dat waar zou zijn.
Dat je de rest van je leven een vrolijke Frans zult zijn.
Dat dát niet weten is.

Je lacht om de gedachte dat je gedachten jou niet meer hebben.
Je lacht om de gedachte dat er een jou is om te hebben.
Je lacht om de gedachte dat er geen jou is om te hebben.
Je lacht om de gedachte van een gedachtengum.
Je lacht om de gedachte hoe jammer het is om die gedachte te moeten lachen.
Je lacht om het idee van niet weten.
’t Idee!
Om je dood te lachen.

gummetjes


Dwijs

Wijs is wie het bij het rechte eind heeft – of bij het langste.
Dwaas is wie het bij het verkeerde eind heeft – of bij het kortste.
Wie niet weet, kent het rechte eind niet van het verkeerde.
Het langste eind niet van het kortste.
Wie niet weet is wijs noch dwaas.
Daarom noem ik hem maar dwijs.

Niet weten heet dan dwijsheid
wie niet weet een dwijze
of een dwijsneus
of een dwijsgeer
die dwijsbegeerte bedrijft
(of erdoor bedreven wordt)
en dwijselijk zijn gang gaat.

januskop


dwijsheid, de Mont Fou


Tja

Korte woorden zijn krachtig.
Hoe korter hoe krachtiger.

dada
nada
niks

tao
zero
zen

god
kut
oei

Wat kan daar tegenop?

Hadden we maar zo’n ultrakort woord voor niet weten.
Hadden we in het Nederlands maar een woord dat…
Maar wacht eens even… Dat hebben we.
Ziehier niet weten in drie letters: tja.
Drie letters!
Korter kan echt niet.

Als iemand je dus weer eens vraagt wat niet weten is…

mr-tja

dan weet je wat je moet zeggen.


meester Tja, sst, dada, god, zen, oei, het aller-allerlaatste inzicht


Wu

WuWuWu
Heeft een hond de boeddhanatuur?

Ch’anmeester Wumen Huikai (Mumon Ekai, 1183-1260) schreef op de dag na zijn ontwaken het volgende gedicht:

wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu*

Ik zou zeggen:

tja tja tja tja tja
tja tja tja tja tja
tja tja tja tja tja

of

bla bla bla bla bla
bla bla bla bla bla
bla bla bla bla bla

of

ha ha ha ha ha
ha ha ha ha ha
ha ha ha ha ha

 

Niet weten: je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.


* Wu is Chinees voor nee of niet. Het is ook een klankwoord voor de blaf van een hond (woef) waarmee Wumen Huikai zich bevrijdde van de koan waarover hij zich zes jaar lang het hoofd brak: ‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’ en waarmee de beroemde koancollectie opent die hij later zou samenstellen, de Poortloze Poort.


Nada

De Spaanse mysticus Johannes van het Kruis (1542 – 1591) vergeleek het spirituele pad met de bestijging van een berg en schreef:

nada, nada, nada
nada, nada, nada
aún en el monte
nada*

Ik zou zeggen:

tja, tja, tja
tja, tja, tja
en ook op de top
tja

Niet weten: je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.

zwervelingen-446-1


* Nada is Spaans voor niets


nada, nada, nada, lachgas, dwaalgids mystiek


Het lege boek

Als je niets weet, heb je niets te zeggen.
Je innerlijke boek is leeg.
Het boek met al je antwoorden en oplossingen.
Al je constateringen en conclusies.
Al je waarheden en zekerheden.
Niets staat erin.
Niets heb je te zeggen.
Zelfs niet dat je niets te zeggen hebt.
Zelfs niet dat je innerlijke boek leeg is.
Zelfs niet dat…

Is jouw innerlijke boek leeg?
Niet bijna leeg maar helemaal?
Zelfs van leegte ontdaan?
Hyperleeg zogezegd?
Heb je echt niets meer te zeggen?
Zelfs niet dat de waarheid niet bestaat?
Zelfs niet dat er geen antwoorden zijn?
Zelfs niet dat je het allemaal niet meer weet?
Zelfs niet dat…
Zeker weten?
Nee?
Dan mag je jezelf verduisterd noemen.
Verduisterd ja.
Of wou je dit soms verlicht noemen?
Je zegt het maar.
Zolang je het maar niet opschrijft.
Waarom niet, vraag je nog?
Omdat je boek dan niet meer leeg zou zijn, dummy.

lege-boek


dummy
1. het lege boek
2. iemand wiens boek leeg is


het lege boek, offerfeest, carte blanche, een boekje voor het bloeden


De lege leer

Als je niets weet, heb je geen leer.
Heb je er toch een dan is het een lege.
Nou kan er maar één leer zonder inhoud bestaan.
Waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen?
Kijk eens, 0 = 0, en daarmee basta.
Jouw lege leer is mijn lege leer.
Jouw niet weten is mijn niet weten.
Jouw duisternis is mijn duisternis.
Jouw tja is mijn tja.
Hoezeer we als mens ook verschillen, we zijn allemaal even dwijs.
Daarom noem ik niet weten gewoon dé lege leer.

veel-beentjes


de lege leer, nooit verkondigd, het toppunt


Klaar ben je ermee

Wat kun je met de lege leer?
Niets natuurlijk.
Helemaal niets.
Dat is nou net het mooie ervan.
Dat is nou net het vervelende ervan.
Ja, wat is het nou?
Het is maar net hoe je het bekijkt.
En als je het nou niet bekijkt?
En als je het van alle kanten bekijkt?

struisvogel-ruimte


uitgezocht


Niets

De lege leer:

Je kunt er niets om doen.
Je kunt er niets om laten.

Je kunt er niets mee opwekken.
Je kunt er niets mee bezweren.

Je kunt er niets mee wettigen.
Je kunt er niets mee veroordelen.

  • geen enkele gedachte
  • geen enkel gevoel
  • geen enkel idee
  • geen enkele opvatting
  • geen enkele overtuiging
  • geen enkel geloof
  • geen enkel ongeloof
  • geen enkele norm
  • geen enkele waarde
  • geen enkel ideaal
  • geen enkel motto
  • geen enkel principe
  • geen enkel voorschrift
  • geen enkel verbod
  • geen enkel recht
  • geen enkele plicht
  • geen enkele filosofie
  • geen enkele anti-filosofie
  • geen enkele traditie

Niets kun je met de lege leer.
Klaar ben je ermee.

op-de-bal


dubbele lotus of dubbele houdgreep, meditatie


Niemand

De lege leer:

Je kunt er niemand mee vervloeken.
Je kunt er niemand mee zegenen.

Je kunt er niemand mee vangen.
Je kunt er niemand mee bevrijden.

Je kunt er niemand mee kwetsen.
Je kunt er niemand mee helen.

Je kunt er niemand mee neerhalen.
Je kunt er niemand mee verheffen.

Niets kun je met de leer.
Klaar ben je ermee.

zwervelingen-meeuwr


Niemendal

Je kunt de lege leer niet aanleren.
Je kunt de lege leer niet afleren.

Je kunt de lege leer niet kennen.
Je kunt de lege leer niet ontkennen.

Je kunt de lege leer niet verstaan.
Je kunt de lege leer niet misverstaan.

Je kunt de lege leer niet bewijzen.
Je kunt de lege leer niet ontkrachten.

Je kunt de lege leer niet aanvallen.
Je kunt de lege leer niet verdedigen.

Je kunt de lege leer niet aanhangen.
Je kunt de lege leer niet afvallen.

Je kunt de lege leer niet opleggen.
Je kunt de lege leer niet verbieden.

Je kunt de lege leer niet ontvangen.
Je kunt de lege leer niet weggeven.

Je kunt de lege leer niet hebben.
Je kunt de lege leer niet kwijtraken.

Niets kun je met de lege leer.
Klaar ben je ermee.

gedachten-wolk


welkom in het niemendal


Dizang: Waar ga je heen?
Fayan: Op bedevaart.
Dizang: Waar is dat goed voor?
Fayan: Dat weet ik eigenlijk niet.
Dizang: Niet weten is het meest nabij.

(koan 20 van het Boek van Sereniteit)