Jiddu Krishnamurti

‘Je hebt een nieuwe geest nodig, een geest zonder horizon, een geest zonder ankerplaats of veilige haven.’ Citaten van spiritueel leraar Jiddu Krishnamurti (1895-1986).

Titels en redactie Hans van Dam.

Dwaalgids > Goeroes > Jiddu Krishnamurti


uit Van dag tot dag, J. Krishnamurti, Synthese, Den Haag 2008, een vertaling van The book of life, 1995:


Een muur van kennis

Om iets, wat dan ook, te ontdekken dat nieuw is, moet je op eigen kracht van start gaan. Je moet een reis ondernemen, volledig van alles ontdaan, vooral van kennis, omdat het maar al te gemakkelijk is om via kennis en geloof ervaringen van alles te hebben, maar zulke ervaringen zijn niet anders dan producten van zelfprojectie en daardoor volstrekt onwerkelijk en onwaar. Als het erom gaat zelf te ontdekken wat het nieuwe is, is het zinloos de last van het oude met je mee te dragen, vooral die van kennis, kennis die afkomstig is van een ander, hoe verheven die ander ook mag zijn. Je gebruikt kennis als een middel tot zelfprojectie, tot veiligheid en je wilt er absoluut zeker van zijn dat je dezelfde ervaringen beleeft als de Boeddha of Christus of meneer X. Maar de mens die zich voortdurend achter een muur van kennis verschuilt, is duidelijk geen waarheidszoeker. (9 januari)


Heel dat huis

Om vrij te kunnen zijn moeten we het begrip gezag, heel het bestaande gezagsschema, onder de loep nemen en heel dat verachtelijke weefsel aan flarden scheuren. Daar is energie voor nodig, gewone lichamelijke energie, maar het vraagt ook psychische energie. Zolang je in conflict verkeert wordt er energie verspild, verknoeid… Waar daarentegen sprake is van inzicht in het hele proces van in conflict zijn, daar komt een einde aan het conflict en komt een overvloed aan energie vrij. Dan kun je doorgaan en heel dat huis gaan afbreken dat je eeuwenlang hebt opgebouwd en dat geen enkele betekenis heeft. (15 januari)


Afbreken is scheppen

Want, weet je, afbreken betekent ook scheppen. We moeten afbreken, niet de gebouwen, niet het maatschappelijke of economische stelsel – dat gebeurt dagelijks toch al – maar het psychische, alle onbewuste en bewuste veiligheden en verschansingen die we, zowel in de diepte als aan de oppervlakte, rationeel en individueel hebben opgebouwd. (15 januari)


Alle vormen van gezag

Daarmee vervalt het gezag dat van geleerdheid uitstraalt, het gezag van kennis, het gezag van talent, het gezag dat zich een functie toe-eigent en dat tot status wordt. Voor inzicht in alle vormen van gezag – in dat van de goeroes, van de Meesters en meer zulke figuren – is grote scherpte van geest nodig en een helder stel hersens, geen troebel, afgestompt brein. (15 januari)


Iets blijvends, iets veiligs

De kwestie waar we mee zitten, is de volgende: kan een geest die zo sterk geconditioneerd is, die grootgebracht is in ontelbaar verschillende sektes en godsdiensten met al hun bijgeloven en angsten, hoe kan die uit zichzelf wegbreken en daardoor een nieuwe geest doen ontstaan? De oude geest is in wezen een gezagsgebonden geest. Ik gebruik het woord gezag niet in de formalistische betekenis, maar ik bedoel ermee het gezag in de vorm van traditie, in de vorm van kennis, van ervaring, gezag als een middel je veiligheid te verschaffen en innerlijk of uiterlijk binnen die veiligheid te schuilen, want uiteindelijk is de menselijke geest daar steeds op uit, een plek waar hij zich veilig en ongestoord kan voelen. Soms is dat soort gezag het zelfopgelegde gezag van een bepaald idee of een zogenaamd religieus godsidee, iets wat voor een religieus mens totaal onwerkelijk is. Een idee is geen feit, het is een fictie. God is een fictie, al geloof je erin, het blijft een fictie. Terwijl je om God te vinden die fictie juist volledig moet afbreken, omdat de oude geest de angstige geest is, de eerzuchtige geest, die bang om te sterven en bang om te leven is, die bang is voor een relatie met een ander en die altijd weer, bewust of onbewust, zoekt naar iets blijvends, iets veiligs. (17 januari)


Steen voor steen

Als we inzicht kunnen krijgen in de dwangmatige achtergrond van onze behoefte te heersen en beheerst te worden, misschien kunnen we dan ook vrij zijn van de verminkende werking van alle gezag. We snakken ernaar ergens zeker van te zijn, gelijk te hebben, succes te hebben, dingen te weten en dat verlangen naar zekerheid, naar duurzaamheid bouwt in ons innerlijk steen voor steen het gezag op van het persoonlijk ervarene en schept uiterlijk het gezag van de maatschappij, van het gezin, van de godsdienst en wat al niet. Terwijl anderzijds het louter ontkennen van gezag en het afschudden van de uiterlijke symbolen daarvan van heel weinig betekenis is. (18 januari)


Een oppervlakkig gebaar

Je banden met de ene traditie verbreken en je voegen naar een andere, de ene leidersfiguur in de steek laten en een andere aanhangen is niet meer dan een oppervlakkig gebaar. Als we besef willen hebben van het hele proces van het gezag, als het erom gaat oog te hebben voor de verinnerlijking daarvan, inzicht te krijgen in het verlangen naar zekerheid en daaraan te ontstijgen, dan moeten we over een veelomvattend besef en inzicht beschikken, dan moeten we vrij zijn en dat niet aan het einde, maar al bij het begin. (18 januari)


Blind

Tot zelfbesef komen is een van de moeilijkste opgaven en aangezien de meesten van ons de gemakkelijke weg van de illusies verkiezen, roepen we de gezaghebbende figuur in het leven, die lijn en structuur aan ons bestaan zal geven. Die gezagsdrager kan even goed de collectiviteit, de staat zijn als de een of andere persoonlijkheid, de Meester, de verlosser, de goeroe. Gezag in welk vorm ook maakt ons blind en leidt tot onnadenkendheid. (21 januari)


Vrij van alle gezag

De meesten van ons ontlenen een zekere voldoening aan gezag, omdat het ons een gevoel van continuïteit, van zekerheid geeft, een gevoel dat iets ons beschermt. Maar iemand die inzicht wil hebben in wat deze diepgaande psychische revolutie inhoudt, moet vrij zijn van alle gezag, is het niet? Zo iemand kan zich op geen enkel gezag verlaten, of het nu dat van hem zelf is of dat wat hem door een ander wordt opgelegd. Is dat mogelijk? Kan ik leven zonder op het gezag van mijn eigen ervaring af te gaan? (22 januari)


Op jezelf vertrouwen?

Ook al heb ik alle uiterlijke verschijningsvormen van gezag verworpen – boeken, leraren, priesters, kerken en geloofsovertuigingen – zelfs dan blijf ik ergens het gevoel houden dat ik tenminste op mijn eigen oordeel, mijn eigen ervaringen, mijn eigen analyses kan vertrouwen. Maar kan ik werkelijk op mijn eigen ervaring, op mijn eigen oordeel, mijn eigen analyse af gaan? (22 januari)


Conditionering

Mijn ervaring is een product van mijn conditionering, net als jullie ervaring het product is van jullie conditionering, is het niet? Ik ben misschien als moslim, als boeddhist of als hindoe opgevoed en mijn ervaring zal door mijn culturele, economische, maatschappelijke en religieuze achtergrond bepaald worden en voor jullie geldt hetzelfde. Kan ik daar dan nog op af gaan? Kan ik erop vertrouwen dat die me leiding en hoop zal geven en een visie die me vertrouwen in mijn eigen oordeel geeft? Want dat oordeel is een product van vergaarde herinneringen en ervaringen, zodat in feite in mijn leven het conditionerende verleden het heden tegemoet treedt. (22 januari)


Van het verleden ontdaan

Als ik nu mezelf al die vragen gesteld heb en me bewust ben van dit probleem, dan zie ik in dat er principieel maar één geestestoestand kan zijn waarin het werkelijke, het volledig nieuwe kan ontstaan, dat wat een revolutie teweegbrengt. Dat is de toestand waarin de menselijke geest volkomen van het verleden ontdaan is en waarin geen sprake is van een analyticus, van ervaring, van een oordeel of van wat voor gezag ook. (22 januari)


Er is geen methode

Een methode om zelfkennis te krijgen is er niet. Als je een methode wilt hebben houdt dat altijd in dat je het een of andere resultaat wilt bereiken en daar zijn we allemaal op uit. We onderwerpen ons aan gezag – als het niet dat van een persoon is, dan is het dat van een systeem of een ideologie – omdat we een bevredigend resultaat wensen dat ons zekerheid biedt. Als het erop aankomt, willen we geen inzicht in onszelf, in onze opwellingen en reacties, in heel het proces van ons denken, zowel het bewuste als het onbewuste denken. We willen liever een systeem dat ons het een of andere resultaat garandeert. Maar het streven naar een systeem vloeit zonder uitzondering voort uit ons verlangen naar zekerheid, naar geborgenheid en het resultaat is vanzelfsprekend nooit zelfinzicht. Als we voor een methode kiezen vragen we daarmee om gezagsdragers – een leraar, een goeroe, een verlosser, een Meester – die ons de vervulling van onze wensen zullen garanderen en dat is bepaald niet de weg naar zelfkennis. (26 januari)


Geloof

We kunnen zien hoe politieke en religieuze overtuigingen en nationale en diverse andere vormen van geloof mensen van elkaar scheiden, hoe ze conflicten, vijandschap en verwarring veroorzaken, dat is duidelijk een feit. En toch zijn we niet bereid ons geloof op te geven. Je hebt het geloof van de hindoes, van de christenen, van de boeddhisten, er zijn talloze sektarische en nationale vormen van geloof, diverse politieke ideologieën, ze strijden allemaal tegen elkaar en proberen elkaar te bekeren. We kunnen duidelijk zien hoe geloof mensen van elkaar gescheiden houdt en onverdraagzaamheid veroorzaakt. (13 februari)


Zonder geloof

Is het mogelijk zonder geloof te leven? Daar kun je alleen achter komen als je jezelf kunt bestuderen in je relatie tot een geloof. Is het mogelijk zonder geloof te leven in deze wereld – niet: van geloof veranderen, niet: het ene geloof voor het andere in de plaats stellen, maar volstrekt vrij zijn van alle geloof, zodat je iedere minuut van de dag het leven op een nieuwe manier tegemoet treedt? (13 februari)


Werkelijk leeg

Als we geen geloof hadden, wat zou er dan met ons gebeuren? Moeten we niet doodsbang zijn voor wat er dan zou kunnen gebeuren? Als we niet bepaalde gedragsregels hadden, op basis van een geloof, in God of in het communisme, het socialisme, het imperialisme of de een of andere religieuze formule, het een of andere dogma, waartoe we geconditioneerd zijn, zouden we ons volslagen verloren voelen, niet? En is dit aannemen van een geloof niet het verbergen van die angst, de angst werkelijk niets te zijn, leeg te zijn? (14 februari)


Geen pad en geen gids

Kun je God vinden door hem te gaan zoeken? Kun je zoeken naar het onkenbare? Om iets te kunnen vinden moet je weten wat je zoekt. Als je zoekt om te vinden zal wat je vindt altijd zelfprojectie zijn, het zal iets zijn wat je begeert en iets wat door begeerte is opgeroepen is niet de waarheid. Naar de waarheid zoeken is de waarheid ontkennen. De waarheid heeft geen vaste verblijfplaats, er leidt geen pad en geen gids heen, het woord is de waarheid niet. Is de waarheid in een bepaalde omgeving te vinden, in een bijzonder klimaat, onder bepaalde mensen? Is ze hier en niet daar? Is die ene de gids naar de waarheid en die ander niet? Is er eigenlijk wel een gids? (4 augustus)


Dat wat is

Als je een christen bent volgen je gedachtebeelden bepaalde lijnen, als je een hindoe, een boeddhist of een moslim bent volgen ze andere. Je hebt een beeld van Christus of van Krishna overeenkomstig de conditionering die je hebt ondergaan. Je opvoeding en de cultuur waarin je grootgebracht bent bepalen hoe je de dingen ziet. Wat is de realiteit, de visie, oftewel de geest die in een bepaalde vorm gekneed is? De visie is een projectie van de persoonlijke traditie die de achtergrond van de geest vormt. De realiteit, het feit, is dus die conditionering, niet de visie die van daaruit geprojecteerd wordt. Inzicht hebben in het feit is eenvoudig, maar het wordt bemoeilijkt door onze voorkeuren en afkeren, door ons veroordelen van de feiten, door de opinies of de oordelen die we hebben over een feit. Vrij zijn van die verschillende vormen van waardeoordelen betekent inzicht hebben in de realiteit, in dat wat is. (8 augustus)


Vergankelijkheid

We proberen erachter te komen of er al dan niet een toestand van duurzaamheid is, niet iets wat we wel prettig zouden vinden, maar de realiteit, de waarheid hieromtrent. Alles om ons heen, innerlijk zowel als uiterlijk, onze relaties, onze gedachten, onze gevoelens, is vergankelijk en verkeert in een voortdurende toestand van verandering. Omdat de geest dat beseft, hunkert hij naar duurzaamheid, naar een blijvende toestand van vrede, liefde, goedheid, een zekerheid die door geen tijdsverloop of gebeurtenissen tenietgedaan kan worden, daarom bedenkt hij de ziel, het atman en visioenen van een duurzaam paradijs. Maar die duurzaamheid is uit de vergankelijkheid voortgekomen en draagt daarom het zaad van de vergankelijkheid in zich. Er is maar één realiteit: vergankelijkheid. (10 augustus)


Het onkenbare

Je wilt dat ik je vertel wat het werkelijke is. Kan het onbeschrijflijke onder woorden gebracht worden? Kun je iets meten wat onmeetbaar is? Kun je de wind in je vuist vangen? Als je het doet, is het dan de wind? Als je meet wat onmeetbaar is, is dat dan het werkelijke? Als je het formuleert, is het dan het werkelijke? Vast en zeker niet, want zodra je iets beschrijft dat onbeschrijflijk is houdt het op het werkelijke te zijn. Zodra je het onkenbare vertolkt in het bekende houdt het op het onkenbare te zijn. (11 augustus)


Jij bent niets

Jij bent niets. Je kunt een naam en een titel hebben, bezittingen en een bankrekening, je kunt macht hebben en beroemd zijn, maar ondanks al die zekerheden ben je als niets. Misschien ben je je totaal niet bewust van die leegte, dat niets zijn, of misschien wil je je er eenvoudig niet bewust van zijn, maar het is er, wat je ook doet om het te ontlopen. Je kunt proberen er langs slinkse wegen aan te ontsnappen, door individueel of collectief geweld, door individuele of collectieve aanbidding, door kennis of verstrooiing, maar of je nu waakt of slaapt, het is er altijd. (13 augustus)


Alle vluchtwegen

Je relatie tot dat niets zijn en de angst ervoor kun je alleen ontdekken door keuzeloos alle vluchtwegen gewaar te zijn. Je staat er niet mee in relatie als een zelfstandig, individueel wezen, je bent niet een waarnemer die ernaar kijkt, zonder jou bestaat de denker, de waarnemer niet. Jij en het niets zijn één, jij en het niets zijn samen één verschijnsel, niet twee afzonderlijke processen. Als jij, de denker, er bang voor bent en het benadert als iets dat tegen jou gekeerd is zal ieder initiatief van jou in de richting ervan onvermijdelijk tot waanideeën en dus tot meer conflict en ellende leiden. Als je dat niets zijn ontdekt en ervaart als jou zelf zal die angst – die alleen bestaat als de denker gescheiden is van zijn gedachten en probeert een relatie met ze op te bouwen – volledig wegvallen. (13 augustus)


Een misleidend spelletje

Denken is het verwoorden van een gewaarwording, denken is reageren vanuit je herinneringen, is woorden, ervaringen, beelden. Het denken is voorbijgaand, veranderlijk, tijdelijk en het streeft naar duurzaamheid. Dus schept het denken de denker, die dan het duurzame wordt, hij gaat de rol spelen van de beoordelaar, de leider, de bedwinger, die het denken vorm geeft. Deze denkbeeldige duurzame figuur is een product van het denken, van het voorbijgaande. Hij is het denken, zonder het denken is hij er niet. De denker bestaat uit allerlei hoedanigheden, hoedanigheden die niet van hem te scheiden zijn. De bedwinger is zelf het bedwongene, hij speelt enkel een misleidend spelletje met zichzelf. (16 augustus)


Het onbekende vinden

Waarom richt je al je aandacht en bewustheid niet op dat wat is, in plaats van te vragen wie zich heeft verwerkelijkt of wat God is? Dan zul je het onbekende vinden, of liever, het zal tot je komen. Als je inzicht hebt in het bekende zul je dat uitzonderlijke stil zijn ervaren dat niet is afgeroepen en niet is afgedwongen, dat creatieve leeg zijn dat het enige is waar het werkelijke kan binnenkomen. (22 augustus)


Zonder vooropgezette ideeën

Je kunt jezelf alleen onopzettelijk leren kennen, als je nergens op rekent, als je niets beschermt, er niet steeds op uit bent iets in de goede richting te sturen, te veranderen, te onderdrukken of te beheersen, als je jezelf onverwachts ziet, dat wil zeggen, als de geest geen vooropgezette ideeën omtrent zichzelf heeft, als hij open is, als hij er niet op voorbereid is het onbekende tegemoet te treden. (7 september)


Dat onbekende ben je zelf

Als je geest er wel op voorbereid is, kun je uiteraard het onbekende niet kennen, want je bent zelf dat onbekende. Als je tegen jezelf zegt: ‘Ik ben God’ of ‘ik ben alleen maar een massa maatschappelijke invloeden of een bundel hoedanigheden’, als je een vooropgezet idee omtrent jezelf hebt, kun je het onbekende, dat wat spontaan is, niet doorgronden. (7 september)


Mysterieus, geheimzinnig, ongeweten

Spontaniteit kan zich alleen maar voordoen als het intellect niet op zijn hoede is, als het zichzelf niet in bescherming neemt, als het niet langer bang is voor wat het overkomen kan en dat kan alleen van binnenuit ontstaan. Met andere woorden, het spontane moet het nieuwe zijn, het onbekende, het onvoorspelbare, het creatieve, dat wat tot uiting gebracht moet worden, met liefde tegemoet getreden moet worden en waarin de wil, als het proces van het verstandelijk beheersen en dirigeren, geen rol speelt. Let eens op je eigen gevoelstoestanden, dan zul je zien dat de momenten van intense vreugde, grote extase, spontaan optreden, ze gebeuren gewoon, mysterieus, geheimzinnig, ongeweten. (7 september)


Ongekende diepten

De denker denkt zijn gedachten uit gewoonte, door herhaling, door te kopiëren en het gevolg daarvan is onwetendheid en verdriet. Is gewoonte niet een onnadenkend zijn? Gewaarzijn schept orde, maar het vormt nooit gewoonten. Gevestigde neigingen leiden alleen tot onnadenkendheid. Waarom zijn we onnadenkend? Omdat nadenken onaangenaam is, het werkt storend, roept tegenstand op en kan ertoe leiden dat onze daden tegen vaste leefpatronen in gaan. Verreikend denken/voelen, keuzeloos gewaar worden kan tot ongekende diepten leiden en de geest verzet zich tegen het onbekende, dus beweegt hij zich van het ene bekende naar het volgende, van de ene gewoonte naar de volgende en van het ene leefpatroon naar het volgende. Een dergelijke geest laat het bekende nooit los om het onbekende te ontdekken. (10 september)


Voor anker

Als machines gaan we door met onze saaie dagelijkse sleur. Met hoeveel gretigheid accepteert de geest een bepaald leefpatroon en met hoeveel hardnekkigheid houdt hij eraan vast! Als door een in het hout geslagen spijker wordt onze geest vastgehouden door een bepaald idee en rondom dat idee richt hij zijn leven in en leidt hij zijn bestaan. Nooit is de geest vrij, plooibaar, want hij is altijd verankerd, hij beweegt zich binnen de enge of wijde actieradius van zijn eigen kern. Van die kern durft hij niet af te dwalen en als hij dat wel doet verdwaalt hij in de angst. Angst, niet voor het onbekende, maar voor het verloren gaan van het bekende. (23 september)


Nooit veilig

De waarheid is dat we het feit dat er geen veiligheid bestaat niet onder ogen willen zien, daardoor zijn we altijd op jacht naar veiligheid, met de daaruit voortvloeiende angst niet veilig te zijn. (24 september)


Inbrekers

In de woning van je overtuigingen, je bezittingen, je gehechtheden en geruststellende manieren van denken wordt voortdurend ingebroken. Maar de geest blijft zoeken naar veiligheid en dat veroorzaakt een conflict tussen dat wat je wilt en dat wat het proces van het leven van je vraagt. (28 september)


Ongebonden

Een religieuze geest is aan geen enkel gezag gebonden. Nu is het ongelooflijk moeilijk aan geen enkel gezag gebonden te zijn, niet aan het je door een ander opgelegde gezag, maar ook niet aan het gezag van de door jezelf opgedane ervaring die deel uitmaakt van het verleden en dus de traditie is. De religieuze geest kent geen geloofsovertuigingen, hij houdt er geen dogma’s op na, hij beweegt zich van het ene feit naar het volgende, daarom is de religieuze geest ook de wetenschappelijke geest is niet de religieuze. De religieuze geest is ook de wetenschappelijke, maar de in wetenschappelijke kennis getrainde geest is geen religieuze geest. (30 september)


Verenging

Een religieuze geest houdt zich bezig met de totaliteit, niet met één bepaalde functie, maar met het totale functioneren van het menselijk bestaan. Het brein daarentegen houdt zich bezig met één speciale functie; het specialiseert zich. Het functioneert gespecialiseerd, net als een wetenschapper, een arts, een technicus, een musicus, een beelden kunstenaar of een schrijver. Juist die gespecialiseerde, zich afgrenzende technieken veroorzaken verdeeldheid, niet alleen innerlijk maar ook op het uiterlijke vlak. De wetenschapper wordt vermoedelijk op het ogenblik beschouwd als de belangrijkste man die de maatschappij nodig heeft, net als de arts. De functie wordt dus het allerbelangrijkste en daarmee de status, die prestige betekent. Overal waar specialisatie is moet tegenstrijdigheid en verenging van visie zijn en dat is de functie van het brein. (30 september)


Aan het eind van mijn Latijn

Je zit met een probleem, je denkt erover na, wat er voor en wat er tegen is, je tobt erover; alles wat er binnen de grenzen van je denken mogelijk is breng je in het geweer om het te begrijpen. Tenslotte zeg je: ‘Ik ben aan het eind van mijn Latijn.’ Niemand, geen goeroe, geen boek kan je helpen het te begrijpen. Je blijft met het probleem zitten en er is geen uitweg. Omdat je met inzet van alles wat je kon opbrengen het probleem hebt onderzocht laat je het nu rusten. Je geest tobt er niet langer over, hij zit niet meer aan het probleem te trekken en zegt niet langer: ‘Ik moet absoluut een antwoord vinden’, dus hij wordt stil, niet? In dat stil zijn ontdek je het antwoord. (9 oktober)


Een keuzeloos gewaarzijn

De geest heeft zijn vermogen tot denken ten volle ingezet en staat nu op het uiterste randje van alle denken zonder een antwoord gevonden te hebben; daardoor wordt hij stil, niet uit matheid, niet uit vermoeidheid, niet door te zeggen: ‘Ik zal stil zijn en daardoor het antwoord vinden’. Omdat hij alles wat voor het vinden van het antwoord mogelijk is al heeft gedaan wordt de geest spontaan stil. Er is dan een keuzeloos gewaarzijn, zonder iets te verlangen, het is een gewaarzijn waaraan alle ongerustheid vreemd is. (9 oktober)


Aftakeling van de geest

Waarom veroudert de menselijke geest? Hij is oud – niet? – in de zin dat hij aftands raakt en aftakelt, dat hij zich herhaalt en verstrikt zit in gewoonten, seksuele zowel als religieuze of beroepsgewoonten, of diverse eerzuchtige gewoonten. De geest is zo overladen met talloze ervaringen en herinneringen, hij is zo verstoord en gekneusd door verdriet, dat hij niets meer onbevangen kan zien, maar altijd wat hij ziet uitlegt in termen van zijn eigen herinneringen, conclusies en formules. Voortdurend citeert hij anderen, hij is gezagsgebonden, het is een oude geest. Je kunt wel zien waarom dit gebeurt. Heel onze opvoeding is enkel het cultiveren van de herinneringen. En dan hebben we nog de massacommunicatie via dagbladen, radio en televisie, de professoren die colleges geven die die dezelfde dingen onmetelijk herhalen, tot je brein gedrenkt is in hun eeuwige herhalingen en je die kunt ophoesten op een examen en je titel kunt behalen, waarna je het hele proces voortzet, het baantje, de sleur, de onophoudelijke herhaling. En niet alleen dat, maar er is ook nog onze eigen innerlijke strijd van de eerzucht met zijn frustraties, de wedijver, niet alleen om een baan, maar ook om God, je wilt nader tot hem komen en je vraagt naar de kortste weg tot hem. (15 oktober)


Worden

Ik denk dat het voortdurend proberen iets te zijn, iets te worden, de werkelijke oorzaak is van het destructieve in de menselijke geest en van zijn veroudering. Kijk maar eens hoe snel we ouder worden, niet alleen mensen van boven de zestig, maar jonge mensen net zo. We zijn geestelijk al oud! (17 oktober)


Een zelfverzekerde geest

Met jong bedoel ik niet de geest die het alleen maar prettig wil hebben, die wil genieten, maar de geest die onaangetast is, niet beschadigd, verwrongen, vol complexen door de ongelukken en de gebeurtenissen van het leven, een niet door strijd, door verdriet, door voortdurend streven uitgeputte geest. Dat het nodig is dat je een jonge geest hebt, spreekt vanzelf, omdat de oude zo vol zit met de littekens van herinneringen, dat hij niet tot leven, niet tot serieuze ernst in staat is, het is een dode geest, een zelfverzekerde geest. Een geest die een besluit genomen heeft en op grond daarvan leeft is dood. Maar een jonge geest beslist telkens opnieuw, een onbevangen geest sleept niet de last mee van de talloze herinneringen. De geest die niet de schaduw van het lijden met zich draagt zal, ook al gaat hij door de vallei van het verdriet, ongeschonden blijven. (17 oktober)


Geen methode

Hoe moet de religieuze geest of de nieuwe geest tot stand komen? Zal dat gaan met een systeem, een methode? Met behulp van een methode, een methode die een systeem is, een praktijk, iets dat je dag aan dag herhaalt? Zal een methode een nieuwe geest voortbrengen? […] Zo niet, dan moeten we elke methode, in de zin van gewoontevorming, volledig overboord gooien, omdat het iets onwaars is. Een methode conditioneert de geest alleen maar overeenkomstig het gewenste resultaat. Je moet alle werktuiglijke processen van de geest van de hand wijzen. De geest moet alle werktuiglijke processen van denken volledig verwerpen. Het idee dat een methode, een systeem, een training, een gewoontevorming zo’n geest tot stand zal brengen is onjuist. Dat alles moet dus, omdat het werktuiglijk is, volledig van de hand worden gewezen. Een werktuiglijk functionerende geest is een traditionele geest, die kan het leven, dat niet werktuiglijk is, niet het hoofd bieden. Alle methoden moeten dus van de hand gewezen worden. (18 oktober)


Zonder veilige haven

Je hebt een nieuwe geest nodig, een geest die vrij van de tijd is, die niet meer denkt in termen van afstand of ruimte, een geest zonder horizon, een geest zonder ankerplaats of veilige haven. (19 oktober)


Zonder te weten

Wil er een volledige mutatie in het bewustzijn plaatsvinden, dan moet je het analyseren en zoeken afwijzen en niet langer onder enige invloed staan en dat is een enorm moeilijke opgave. De geest die ziet wat onwaar is heeft het onware volledig overboord gegooid, zonder nog te weten wat waar is. Als je al weet wat waar is, wissel je alleen dat wat je als onwaar beschouwt in tegen iets waarvan je denkt dat het waar is. Als je weet wat je ervoor terugkrijgt is er geen sprake van iets totaal opgeven. Van iets opgeven is alleen sprake als je iets opgeeft zonder te weten wat er gaat gebeuren. Die toestand van afwijzing is absoluut noodzakelijk. Volg dit vooral aandachtig, want als je zo ver gekomen bent, zul je zien dat je in die toestand van afwijzing ontdekt wat waar is, omdat afwijzing het bewustzijn van het bekende ontledigt. (25 oktober)


Absolute leegte

Het bewustzijn is tenslotte gebaseerd op kennis, op ervaring, op de erfenis van het ras, op herinneringen, op de dingen die je hebt ervaren. Ervaringen zijn altijd het verleden dat inwerkt op het heden, door het heden wordt aangepast en zich voortzet in de toekomst. Dat alles is het bewustzijn, dat enorme pakhuis van voorbije eeuwen. Het heeft alleen waarde voor een werktuiglijke manier van leven. Het zou absurd zijn al de wetenschappelijke kennis die in vele eeuwen vergaard is af te wijzen. Maar om een mutatie in het bewustzijn tot stand te kunnen brengen, een revolutie in heel die structuur, is volslagen leegte vereist. Die leegte is alleen mogelijk als je ontdekt, als je echt inziet wat onwaar is. Dan, als je zo ver gekomen bent, zul je zien dat die leegte zelf een totale revolutie in het bewustzijn tot stand brengt, het heeft zich dan voltrekken. (25 oktober)


Naar het onbekende

Verandering is alleen mogelijk van het bekende naar het onbekende, niet van het ene bekende naar het andere bekende. Denk hierover vooral met me mee. In een verandering van het ene bekende in het andere bekende ligt een element van gezag, een hiërarchische levensvisie, jij weet het en ik weet het niet. Daarom vereer ik jou, ik bouw een systeem op, ik volg een goeroe, ik word jouw volgeling, omdat jij me dat aanreikt wat ik juist wil weten, omdat jij me een zekerheid in mijn gedrag biedt die tot de gewenste uitkomst zal leiden, tot het beoogde succes en het resultaat. Het succes is het bekende. Ik weet wat het betekent succes te hebben. Daar ben ik op uit. Zo gaan we dus van het ene bekende naar het andere bekende, waarbij gezag onmisbaar is, het gezag van een sanctie, het gezag van de leider, de goeroe, de hiërarchie, van de een die het weet en de ander die het niet weet. En degene die het weet moet mij het succes garanderen, het succes bij mijn streven, bij mijn veranderen, zodat ik gelukkig word en krijg wat ik verlang. Is dat bij de meesten van ons niet de beweegreden om te veranderen? Bekijk je eigen manier van denken en je zult zien langs welke lijnen je eigen leven en je gedrag verloopt. Als je dat zo bekijkt, is dat dan verandering? Een verandering, een revolutie is een overgang van het bekende naar het onbekende, zonder dat daar gezag een rol bij speelt, terwijl het gevolg een totale mislukking zou kunnen zijn. (28 oktober)


De geest die iedere dag afsterft

Je lichaam wordt oud – en dat geldt ook voor je geest als hij beladen is met alle ervaringen, narigheden en vermoeienissen van het leven. En zo’n geest is nooit in staat te ontdekken wat waarheid is. De geest kan alleen ontdekkingen doen als hij jong, fris en onbedorven is. Maar onbedorvenheid is niet een kwestie van leeftijd. Niet alleen een kind is onbedorven – misschien is hij het niet – maar ook de geest die in staat is te ervaren zonder de neerslag van de ervaring op te slaan. De geest moet ervaren, dat is onvermijdelijk. Hij moet reageren op alles, op de rivier, op een ziek dier, op een dood lichaam dat wordt weggedragen om verbrand te worden, op de arme dorpelingen die over de weg hun lasten dragen, op de kwellingen en de ellende van het leven, anders is hij al dood. Maar hij moet kunnen reageren zonder door de ervaring te worden vastgehouden. De traditie, de opgeslagen ervaring, de sintels van de herinnering, ze maken de geest oud. De geest die iedere dag afsterft aan de herinneringen van gisteren, aan alle vreugden en alle verdriet van het verleden, zo’n geest is fris, onbedorven, leeftijdloos. (10 november)


Als de dood daar is

Om er zowel achter te komen wat leven is als te ontdekken wat sterven is moeten we met de dood in aanraking komen, dat wil zeggen, we moeten iedere dag een einde maken aan alles wat we gekend hebben. We moeten afsterven aan het beeld dat we ons hebben gevormd van onszelf, van onze familie, van onze relatie, het beeld dat we hebben opgebouwd op basis van genot, van onze verhouding tot de samenleving, van alles. Dat is wat er zal gebeuren als de dood daar is. (11 november)


Geen concreet bewijs

Er is angst voor pijn. Lichamelijke pijn is een reactie van de zenuwen, maar psychische pijn ontstaat als ik vasthoud aan dingen die me bevredigen, want dan ben ik bang voor iedereen die en alles wat me die dingen kan afnemen. Psychische verworvenheden verhinderen psychische pijn zolang er niet aan ze getornd wordt. Dat wil zeggen, ik ben een bundel herinneringen en ervaringen die het ontstaan van serieuze stoornissen verhinderen en ik wil niet gestoord worden. Daarom ben ik bang voor iedereen die storing oplevert. Ik ben dus bang voor het bekende, ik ben bang voor de fysieke of de psychische verworvenheden die ik verzameld heb als middel om me pijn te besparen of verdriet te voorkomen. Ook kennis helpt als bescherming tegen pijn. Zoals medische kennis helpt fysieke pijn te voorkomen, helpen geloofsovertuigingen psychische pijn te verhinderen. Daarom ben ik bang mijn overtuigingen te verliezen, ook al heb ik geen volmaakte kennis of concreet bewijs van de realiteit ervan. (13 november)


Iedere dag sterven

Weet je wat het betekent in aanraking te komen met de dood, zonder overleg of protest te sterven? Als de dood komt overlegt die niet met je. Om hem tegemoet te kunnen treden, moet je elke dag aan alles afsterven, aan je verontrusting, aan je eenzaamheid, aan de relatie waaraan je je vastklampt, je moet afsterven aan je denken, aan je gewoonten, aan je vrouw, zodat je met nieuwe ogen naar je vrouw kunt kijken, je moet zodanig afsterven aan de samenleving dat je als mens nieuw, fris en jong bent en er zo naar kunt kijken. Maar je kunt de dood niet tegemoet treden als je niet iedere dag sterft. (15 november)


Een niet-fysieke dood

Een eind maken aan het verdriet betekent dus terwijl je leeft in aanraking komen met de dood door af te sterven aan je naam, je huis, je eigendommen, aan de goede zaak waarvoor je je hebt ingezet, zodat je fris, jong en helder bent en de dingen kunt zien zoals ze zijn, zonder de minste vertekening. Dat is wat er zal gebeuren als je sterft. Maar wij hebben de dood beperkt tot het fysieke. (15 november)


Stervend leven

We moeten dus elke dag stervend leven, stervend omdat je dan in aanraking bent met het leven. (15 november)


In elke minuut

Iets beëindigen betekent vernieuwing, nietwaar? Alleen in het sterven komt iets nieuws tot stand. Ik wil jullie geen troost geven. Dit is niet iets waaraan geloofd kan worden, iets waarover gedacht moet worden of wat met het verstand onderzocht en dan aanvaard moet worden, want dan maak je er weer iets van dat troost geeft, zoals je nu gelooft in reïncarnatie of voortbestaan in het hiernamaals en zo meer. Maar het concrete feit is dat iets dat voortbestaat geen wedergeboorte, geen vernieuwing kent. Daarom is er vernieuwing, wedergeboorte als we elke dag sterven. Dat is onsterfelijkheid. In sterven ligt onsterfelijkheid, niet in het sterven waar je bang voor bent, maar in het sterven van voorafgegane conclusies, herinneringen en ervaringen, waarmee je je als ‘ik’ hebt vereenzelvigd. In elke minuut sterven van het ‘ik’ ligt eeuwigheid, onsterfelijkheid, iets dat je ervaren moet, niet iets om over na te denken of lezingen over te houden, zoals je doet over reïncarnatie en al dat soort dingen. (16 november)


Open voor het onbekende

Als je niet bang meer bent, omdat er elke minuut een beëindiging en dus een vernieuwing plaatsvindt, sta je open voor het onbekende. Het werkelijke is het onbekende. De dood is ook het onbekende. Maar de dood mooi noemen, zeggen hoe geweldig hij is omdat we in het hiernamaals zullen voortbestaan en al die onzin, daaraan ontbreekt alle realiteit. Wat reëel is, is de dood zien zoals hij is, een beëindiging, een beëindiging waarin vernieuwing, wedergeboorte ligt en geen continuïteit. Want dat wat doorgaat vergaat en dat wat het vermogen heeft zicht te vernieuwen is eeuwig. (16 november)


Naakt

Je moet je bevrijden van het netwerk van valse waarden dat je milieu je heeft opgelegd. Het komt erop aan volslagen naakt te staan. (17 november)


Tweedehands

Wij zijn niet alleen. We zijn een product van duizenden invloeden, duizenden conditioneringen, van geestelijk erfgoed, van propaganda en cultuur. Wij zijn niet alleen en daarom zijn we tweedehands mensen. Als je alleen bent, volstrekt alleen en niet tot een familie hoort (ook al heb je misschien een gezin), geen deel uitmaakt van een bepaalde natie of een bepaalde cultuur, nergens aan gebonden bent, heb je het gevoel een buitenstaander te zijn, vreemd aan elke vorm van denken, actievoering, familie of natie. Alleen de mens die volledig alleen is, is onbedorven. (5 december)


In gezelschap van ideeën

Dat houdt de noodzaak in van verzet tegen conformisme, verzet tegen eerzaamheid, want de eerzame mens is altijd middelmatig, omdat hij iets wil hebben dat hij niet heeft, zijn geluk is afhankelijk van invloed, van wat zijn buurman of zijn goeroe denkt, van wat de Bhagavad-Gita of de Oepanishads of de Bijbel of Christus zegt. Zijn geest is nooit alleen. Hij is nooit alleen op weg, hij is steeds in gezelschap op weg, het gezelschap van zijn ideeën. (6 december)


Speelbal

Bij onze opvoeding, in onze verhouding tot de regering, op allerlei manieren worden we beïnvloed opdat we ons zullen aanpassen door anderen te imiteren. En als we ons door een bepaalde beïnvloeding laten overhalen voor een bepaalde instelling of handelwijze te kiezen, bouwen we vanzelfsprekend weerstand op tegen andere invloeden. Worden we door weerstand op te bouwen tegen andere invloeden er niet juist op een negatieve manier de speelbal van? (7 december)


Altijd in opstand

Moet onze geest niet altijd in opstand zijn om inzicht te kunnen krijgen in de invloeden die aldoor op hem inwerken, die hem storen, zich met hem bemoeien en hem een bepaalde vorm opdringen? Is het niet een van de factoren van de middelmatige geest dat hij altijd angstig is en dat hij omdat hij in een toestand van verwarring verkeert, orde wil, consequentheid, een vaste vorm, een kader waarbinnen hij geleid en gestuurd kan worden? Toch scheppen die kaders, die diverse invloeden, tegenstrijdigheden in de mens, ze brengen verwarring in hem teweeg… Elke keuze tussen de verschillende op je inwerkende invloeden verraadt duidelijk nog een toestand van middelmatigheid. (7 december)


De religieuze geest

Kunnen we zelfstandig ontdekken wat een religieuze geest is? De wetenschapper in zijn laboratorium is echt een wetenschapper; hij wordt niet beïnvloed door zijn nationalistische gevoelens, zijn angsten, zijn ijdelheden, door zijn gevoelens van eerzucht en door de eisen van de omstandigheden, hij is daar alleen met onderzoek bezig. Maar buiten het laboratorium is hij net als ieder ander, iemand met eigen vooroordelen, eigen ambities, zijn eigen nationaliteit, zijn ijdelheden, zijn jaloezie en wat niet al meer. Een dergelijke geest kan geen contact maken met de religieuze geest. De religieuze geest functioneert niet vanuit een kern van gezag, of dat nu het gezag is van als traditie verzamelde kennis of van eigen ervaring, die in feite een voortzetting is van de traditie, van de conditionering. De religieuze geest denkt niet in termen van tijd, van directe resultaten, van een onmiddellijke hervorming binnen het patroon van de maatschappij. (9 december)


Het onbekende binnengegaan

We zeiden al dat de religieuze geest niet ritueel ingesteld is; hij hoort tot geen enkele kerk, tot geen enkele groepering of denkrichting. De religieuze geest is de geest die het onbekende is binnengegaan. De religieuze geest is de werkelijk revolutionaire geest en de revolutionaire geest is niet een reactie op wat voorafging. De religieuze geest is echt explosief, creatief, niet in de gangbare betekenis van het woord creatief, zoals in een gedicht, in sierwerk, in een gebouw of in de architectuur, de muziek, de poëzie, enzovoort. (9 december)


Het werkelijke is het onbekende

God, de waarheid of het werkelijke is dus niet te kennen door een verwarde, geconditioneerde, beperkte geest. Hoe zou zo’n geest zich het werkelijke of God kunnen voorstellen? Hij moet zich eerst van alle conditionering bevrijden. Hij moet zich vrij maken van zijn eigen begrenzingen, alleen dan kan hij weten wat God is, uiteraard niet eerder. Het werkelijke is het onbekende. Iets wat bekend is, is het werkelijke niet. (17 december)


Open staan voor het onbekende

Als je open staat voor het werkelijke kun je niet in het werkelijke geloven. Als je open staat voor het onbekende kun je daar niet in geloven. […] Zolang er geloof is, blijft het onbekende onbereikbaar, over het onbekende valt niet na te denken, het denken heeft er geen maatstaven voor. De geest is een product van het verleden, hij is het resultaat van de dag van gisteren, kan zo’n geest openstaan voor het onbekende? (18 december)


Ik weet het niet

In welke toestand verkeert de geest die zegt: ‘Ik weet niet of er een God bestaat, ik weet niet of er zoiets als liefde bestaat’, iets wat betekent dat er geen reageren vanuit herinneringen plaatsvindt? Geef jezelf op die vraag nu niet onmiddellijk antwoord, want als je dat doet, zal je antwoord alleen een bevestiging zijn van wat je zelf denkt dat het al of niet zou moeten zijn. Als je zegt: ‘Het is een toestand van ontkenning’ vergelijk je het met iets dat je al kent, waardoor er dan geen sprake is van de geestestoestand waarin je ‘Ik weet het niet’ zegt. (19 december)


In een toestand van niet-weten

Dus de enige toestand waarin ooit iets ontdekt kan worden is die van de geest die ‘Ik weet het niet’ kan zeggen. Maar iemand die ‘Ik weet het’ zegt, die uitgebreid alle schakeringen van de menselijke ervaring bestudeerd heeft en bij wie de geest beladen is met informatie, met encyclopedische kennis, zal die ooit in staat zijn iets te ervaren dat niet aan het al verzamelde kan worden toegevoegd? Dat zal hij uiterst moeilijk vinden. Als de geest alle kennis die hij heeft opgedaan aan de kant zet, als er voor hem geen Boeddha’s, geen Christussen, geen Meesters, geen leraren, geen religies en geen citaten bestaan, als die geest volstrekt alleen en onaangetast is, wat betekent dat aan het proces van het bekende een einde is gekomen, alleen dan bestaat de mogelijkheid van een enorme revolutie, een fundamentele verandering. Een religieus mens is iemand die tot geen enkele religie, tot geen enkele natie, tot geen enkel ras hoort, die innerlijk volstrekt alleen is, in een toestand van niet-weten. (19 december)


Nederigheid

Als je werkelijk de geestestoestand kan bereiken die ‘Ik weet het niet’ zegt wijst dat op een uitzonderlijk gevoel van nederigheid. Er is dan geen sprake van de arrogantie van de kennis, van aanmatigende antwoorden, bedoeld om indruk te maken. Als je echt ‘Ik weet het niet’ kunt zeggen – en maar heel weinigen zijn daartoe in staat – verdwijnt in die geestestoestand alle angst, omdat er een eind gekomen is aan ieder gevoel van herkenning, aan het raadplegen van het geheugen; er wordt niet langer een antwoord gezocht in het gebied van het bekende. Dan gebeurt er iets bijzonders. Als je tot zover gevolgd hebt waar ik het over heb, en dan niet alleen de woorden ervan, maar als je het echt ervaart zul je merken dat als je kunt zeggen ‘Ik weet het niet’ alle conditionering heeft opgehouden. (20 december)


Geen antwoord

Ik moet inzien dat elke gedachte, hoe subtiel, hoe verheven of hoe verachtelijk of dom ook, wortelt in het bekende, in herinneringen. Als ik dat echt heel duidelijk inzie is de geest, als hij voor een enorm probleem komt te staan, in staat ‘Ik weet het niet’ te zeggen, omdat hij geen antwoord heeft. (20 december)


De geest moet zelf het onbekende worden

Het denken moet inzicht krijgen in zijn eigen functioneren en als je jezelf in werking ziet zul je merken dat het denken zich altijd van het ene bekende naar het volgende beweegt. Je kunt niet denken over het onbekende. Wat je kent is niet het werkelijk, omdat het zich alleen in de tijd afspeelt. Vrij zijn van het web van de tijd is daarom onze belangrijkste zorg, niet het denken over het onbekende, want over het onbekende kun je niet denken. De antwoorden op je gebeden horen tot het terrein van het bekende. Om open te kunnen staan voor het onbekende moet de geest zelf het onbekende worden. (22 december)


Niets zijn

Niets zijn, daarmee begint de vrijheid. (24 december)


Prijsgeven

Meditatie is niet alleen ononderbroken zelfbesef, maar ook ononderbroken prijsgeven van het ‘zelf’.


Een grote ruimte

Meditatie is het leegmaken van de geest van alles wat hij bijeengebracht heeft. Wanneer je dat doet – misschien zul je het niet doen maar dat hindert niet, luister hier alleen maar naar – zul je constateren dat de geest een buitengewoon grote ruimte bevat en die ruimte is vrijheid. (27 december)


Een proces van het onbekende

Een stille geest is op geen enkel soort ervaring uit. Als hij daar niet op uit is en dus volkomen stil is, zonder enige beweging vanuit het verleden en daarom helemaal vrij van het bekende, zul je merken, als je eenmaal zo ver bent gegaan, dat er een proces van het onbekende gaande is, dat niet herkend wordt, dat niet te vertolken, niet in woorden te vatten is, je zult ontdekken dat er een proces gaande is dat deel uitmaakt van het immense. (28 december)


Ontstegen aan het weten

Meditatie is een proces waarbij je ogenblikkelijk, onmiddellijk de grondslag legt en daarmee spontaan, zonder enige inspanning die toestand van stil zijn teweegbrengt. Alleen dan is er sprake van een geest die is ontstegen aan de tijd, aan de ervaring en aan het weten. (28 december)