Joost Lips

‘Het leven is mij volstrekt onbekend. Alles dat ik van het leven meende te weten bleek volstrekt onwaar.’ Citaten en gedichten van de non-dualist Joost Lips.

Redactie Hans van Dam; titels origineel.

Dwaalgids > Advaita > Joost Lips


Bron: Het stille oog


Joost mag het niet weten

Het leven is mij volstrekt onbekend.
Alles dat ik van het leven meende te weten
bleek volstrekt onwaar.
En daar stond ik dan, verlegen
met mijn grote bek.

De ommekeer, waar leringen van spreken,
is niet wéér een reis maar een verlies…
van al je bestemmingen hiervoor.

De Verlichting die zoekers zo zoeken
is wat er is als het zoeken stil ligt…
de zoeker zal nooit vinden.

Dus verlies ik mij,
ik verlies mij constant aan
niks aan de hand
nu het grijpen begrepen is als eigen actie,
cipier niet langer gevangene
van zijn gevangenen is,
controlezucht,
altijd al ten dode opgeschreven,
overleden is.

Vrijheid is onbegrijpelijk mooi.


Is het niet bezopen?

Verlichting kan bezopen Zijn. Ik las indertijd graag Gurdjieff omdat ie kon zuipen en roken. Nisargadatta was een kettingroker die tussen zijn wijsheden door zat te hoesten en zei dat niemand zijn lichaam is. Ik was een hoopje gewoonte die dat hoopje gewoonte wilde repareren. Ik weet nu wel beter en toch nog steeds niks. Ik heb competitie gevoeld en verloren met leraren en altaren, met idioten en wijzen, en ik vind ze allen in mij steeds weer. Drinken was zo gek nog niet en ik krijg die flessen maar niet leeg! Al een week lang mag ik weer drinken en het wil niet. Tis net of God zonder mijn medeweten Refusal in mijn drankjes heeft geworpen. Ik ga morgen naar de dokter om te vragen of ik me al zorgen moet maken. En ik weet me gedragen in wat ik niet weten kan en waar ik niet aan twijfelen kan tegelijkertijd omdat ik alles al heb betwijfeld en onwetendheid overhield als meest schitterende diamant die ik iedereen wil geven.


bron: Aanwezig In Deze Stap

titels origineel


De waarheid, helemaal gratis!

Ik ga mijn verstand voor de laatste keer de waarheid laten vertellen; let goed op want dat moet wel helemaal mis gaan. Tenzij het klopt wat ik zeg, want dan heb ik mazzel. Tenzij ze je er de keel voor afsnijden of ergens nog een kruis, hamer en wat spijkers hebben liggen, maar dat terzijde.

Om te beginnen wil ik stellen dat de waarheid niet op voorhand vast staat, want dat is fundamentalisme. Dus als we naar de waarheid gaan kijken beginnen we, netjes en onbeschaafd, met niks te weten. Eigenlijk is dit het antwoord al maar sommige studenten willen meer uitleg. Dat kan verzorgd worden, geen probleem.

Wat willen velen dan nog meer weten? Als het zo simpel is, waarom weet ik dan nog zoveel? Goeie vraag. Ik moet dan altijd lachen. Dan zeg ik: je weet helemaal niks. Jawel is dan meestal het antwoord en dan vraag ik wat ze dan wel menen te weten. Dan begint het gedoe pas goed. Dan krijg ik al die shit over me heen. Opvallend is dan meestal dat ik, aan het eind van een betoog en zonder dat ik wat gezegd heb, krijg te horen dat ik wijs ben. Dat is nergens op gestoeld, ik hield alleen aandacht en mijn mond. Blijkt vaak al genoeg te zijn. Rotzooi de wereld uit en een blij gezicht!

Ieder mens wil wat betekenen. Wat als je nou niks betekent? Geen fluit voorstelt en geen kut meemaakt? Zit je dan met gebakken peren of is dan de waarheid dat je zelfs nog geen fluitje van een cent bent? Wie durft dat in te zien? Slechte publiciteit vinden de meesten beter dan niks voorstellen. Toch stelt U helemaal niks voor, heeft U ´m?

[…]


Vormenspel in de nacht

I

al 1001 keer en meer mezelf uitgevonden,
toch steeds weer bleek iets niet te kloppen,
geen imago bleef staan,
velen vielen zeer rap na het ontstaan
velen verbleven jaren op troon overmoed
waardoor des te dieper de val
toen waar zicht een kijkje nemen kwam

probeerde maskers te repareren,
bezocht gedachtedoktoren en gurus
maar niemand kon me echt helpen,
ontmaskerd worden wilde ik niet

je gezicht verliezen
is je geestelijke tronie zien vallen,
het imago dat je van jezelf geschapen had
en die nu door iemand uitgelachen wordt,
waar je verrekte slecht tegen kan
omdat je op dat imago langdurig en hoog had ingezet
en nu bewijst even iemand ´t als waardeloos?

is het niet gek dat we redding zoeken
terwijl er van de menselijke opbouw
geen steen op de andere kan blijven?

ik kijk nog eens in de spiegel
krab wat op mijn hoofd en vraag me af
wie daar in die kop daar in de spiegel zit,
wat ie nog zou willen weten als ie al weet
dat al zijn vondsten op voorhand verloren zijn
— wend me af met een glimlach en besef:
als niets geweten wordt is er niets aan de hand,
alleen wie zichzelf overdenkt ziet raadselen

II

Aan het eind van mijn Latijn,
waar duisternis het met mijn licht moet doen,
voelt alles onbestemd, is koers onbekend,
implodeert de stuurman.

Hij kent zijn ijdelheid en gewoonte,
zit onwillekeurig nog veel aan het stuur
tot ie weer beseft dat ie op een draaimolen zit.

III

in de woestijn wordt gezien
dat het denkapparaat, altijd in functie gebracht,
hier machteloos staat

hetzelfde denken dat een probleem suggereert
weet wat ie zelf bedacht heeft niet op te lossen;
wat een afgang!

IV

Het verleden is ten einde,
de toekomst wil maar geen vorm aannemen,
dat is het lot van de arme stakker
die in de denkende geest zijn koninkrijk zocht.

Tis verdomd stil hier.

Misschien even geduld hebben,
die oude verwachtingen uitzetten
en wat beter luisteren
zonder al dat gekwaak.

[…]

VII

Ik vond wel dat God bestond
want ik voelde het wonder in alles
maar ik dacht niet aan wat God me verbiedt
of beter gezegd misschien, dat aspect
was ik vrij snel vergeten.
Deed alles wat verboden was.
In mijn jeugd dacht ik: niets moet, alles mag.
Dat liefde uit moorden ging leek me niet waarschijnlijk.

Tis een feit: de ijdelheid is ook aan mij niet voorbij gegaan
ook al zou je dat aan de buitenkant niet meteen zo aflezen.
IJdelheid is niet buiten maar de binnenkant die denkt:
¨Hoe ziet de ander mij?¨, zelfs nog als je alleen thuis zit.
IJdelheid is veel erger dan teveel in een handspiegeltje kijken,
tis gevoelig voor anderen en hun manipulaties
en wie die wetten weten te lezen rekenen je in.
Lover-boys, terroristen, wie je taal maar leert te verstaan.
IJdelheid maakt iemand traceerbaar als een masker.
Ik wist deze niet af te zetten en leed gezichtsverlies.

Gezichtsverlies is Genade.
Niet als je het meemaakt en protesteert, dan is het hel.
Maar als je het meemaakt en toestaat verlies je
je gezicht.
Je verliest berekening en strategie.
Je bent kwetsbaar geworden voor wat er ook verschijnt.
Zonder categorieën.


???

Wie wil wat weten?
Zichzelf weten is al nooit gelukt;
hij vond alleen maar buitenkant.
Nu zit ie er een beetje om te lachen
maar het deed lang reuze pijn.
Niet de pijn dat ie het niet wist
maar dat vreemde mentale gemartel
dat ie dacht het te moeten weten.
Op zijn leeftijd nog,
wat wil ie nou?


uit Flarden dagboek

Lopen, onbegrepen stappen
wandelen me door het wonder
niet te weten waar ik wandel,
wat ik zie.

Ik zie dat ik zie
maar wat ik zie dat zie ik niet
en daar wandel ik dan,
geheel open en onkwetsbaar.

Tranen in ogen, herkenning en toch:
ik weet nog steeds niks
en zie dat het hier juist om te doen was,
dat er niets kwijt was, eerder teveel.

Dit lijf ervaren als niemands bezit
gaat het vrij door stad en land
zonder aan betekenissen te kleven
die je uiteindelijk toch niet gelooft.

Zonder bestemming plaats van aankomst;
het was als liep ik door mezelf heen
verbaasd over moeilijkheden van gisteren
waar nu geen enkel gewicht meer op lag.


Uitgeblust

spraakwater´s taal valt uiteen
tot woorden, syllabes en letters
die verschrompelen tot zo klein
dat ze verdwijnen in gortdroog zand
mij latend de stilte van woestijn

van alle weten heeft onderzoek
steeds de kern weer opgevreten
totdat de kennisvergaring op voorhand
als faillissement al was gestrand

dat wat het brein niet kan behappen
of verteren gaat verloren, als iedere notie
sinds het begin der tijden

wat over is van alle creaties
is de opschepper, leek het even, maar zie:
ook de spiegel blijft leeg


Messias

Hogere waarheid valt altijd dus doe je best niet.
Slimme woorden kloppen niet dus geloof me niet.
Als ik al iets beteken
is het de waanzin van je bestaan.


Thuis

Er is geen dieper dan diep
maar mijn voorstellingsvermogen
kan iedereen bereiken
omdat dieper dan dieper dan diep
ik alle flauwekul al op wacht
met het gemak en de achteloosheid
van wie de hel allang kent.

God roept de duivel op
zoals de vrouw de man
en zo is alles samen
in alle combinaties,
iedere zorg louter verbeelding.

Ik verloor alle altaren
was nog steeds neuroot
en mag de kanker krijgen
net als iedereen.
En ik besta.

De meeste mensen ervaren pas vrijheid
als ze horen dat hun tijd bijna op is.
Ik heb nooit tijd gekregen en krijg het niet.
Ik deed maar alsof.


Genesis

…en in het het grote veld van niet begrijpen
raast de geest eens mij toevertrouwd door onwetenden
net als hun voorvaderen en moederen
toen er nog geen verdeeldheid heerste
en dan meen ik wat te weten
en breekt meteen de pleuris uit

niemand kan er wat aan doen
lees ik in alle heilige boeken
maar mijn humeur daalt ieder jaar
op het laatst begraaf je doden
en doet het ondertussen er niet meer toe

en dat is nog maar het begin van het einde


De ochtendwake

Wat begint er nou, de dag of ik?
Begint de wereld of mijn gekwetter?
Wie het weet kwettert zelf.

Als je verlichting zoekt moet je hier wezen.
En als je hier bent ga je verlichting zoeken.
Is dat niet gek en doorgedraaid?


Zelfkennis

Er is geen bereik of ergens heen,
dit toont gedachten armoedig,
ledigt ze voor mijn ogen.

En dan de paniek:
zonder gedachten geen wereld!

Ja, die autist ken ik,
die bestaat niet.

Het was leuk geprobeerd.


Een korte schets

Jezus, de eniggeboren zoon
Allah, de grootste
Adi Da, de beste
Jiddu Krishnamurti, de iconoclast
UG, de guruverdoemer;
– allen het hoogste woord
en ik weet nog steeds niks


Er is niks; das alles

Er is zoveel liefde die goed gaat, waarom ben ik blind?
Er is zoveel geweld, waarom zie ik de mogelijkheden?
Is het niet steeds gedans tussen zelf en niet-zelf
alsof er een verdeling in je leven bestaat?
Ik ben er klaar mee.
In gedachten.
Nooit werkelijk want werkelijkheid komt nooit klaar
en is zichzelf.

Ik vermijd niks meer.
Ik doe wat ik doe dat ik doe.
Een lichtelijk gecorrigeerde versie van
I am that I am
Dat heeft niks met hemel en hel te maken.
Omdat het allebei is bestaat het verschil niet.
Gewoon onzin dus.

Er is zoveel te zien
waarom ik me kan schamen
ook dat ik het niet toe wil geven
dat ik iets anders doe
dan wat anders spontaan gezien zou worden
zo bang als ik ben voor gezichtsverlies.
Wie ben ik zonder jou?

En opeens is dat probleem
weg!
Niet opgelost, want deze komt terug,
maar je gelooft het nooit meer.

Dan ben ik iemand met een enorme kater zonder jou
omdat mijn bestaan en geklaag gewoon doorgaat snap je wel?
Dan krijs ik hoog, dan krijs ik laag, en is Sinterklaas 114 jaar
omdat ik vanavond opeens het zoontje van mijn broer op tv zie

Ik vraag mijn eigen zelfreflectie
waarom ie bestaat;
hoe gek kun je wezen?!
Nou, ik kan er wat van!

Ik heb vannacht gelachen als iemand die de hoofdprijs won
en hetzelfde etmaal ben ik helemaal kapot gegaan.
Kapot gegaan aan de aanklacht die ik wie dan ook ooit bracht
om er wat voor terug te krijgen en niks anders.
Het was altijd de aanklacht tegen mezelf
en valse excuses hebben geen pas
dus geef me de kans dat ik het meen
voordat je al weet hoe al zit

Er is werkelijk geen enkele manier om de werkelijkheid te veranderen
en dat is een populaire droom van non-dualisten die elkaar bestrijden
en ik werd me vanmorgen toch uitgezogen wakker
omdat ik toevallig wel lucide droom!
Waar blijft de het kruisje van mijn huisje?
Op wie zit ik nou helemaal te wachten?
Er bestaat geen oplichting behalve die in mijn hoofd.
Die ik toegeef.

Dat er mensen menen dat ze van iedereen houden is niet slecht gedacht.
Ik ruik desondanks de leugen van afstand.
Das wel jammer voor de mensen die het echt menen te menen.
Die verlies ik ook met mijn gedoe
en gisteren heb ik er zo rijkelijk over gehuild
dat de brandweer langs kwam wegens wateroverlast
Ik wist gelukkig hun vuurtje te blussen.

Je kunt gerust stellen dat als iemand denkt dat ik het goed zie
die persoon vreselijk in de war is
en dan zeg ik nooit dat er wat te ontknopen valt
dan zeg ik gewoon dat de waarheid niet bestaat
en iedereen recht op liefde heeft.

Ja, soms kom ik moeilijk uit mijn woorden.

Dan sla ik een regel over
en probeer het gewoon opnieuw.
De waarheid bestaat niet,
dus diegene die de waarheid tegen houdt
ook niet.

Enjoy!


Toekomst

is dat niet waar iedere politicus
als touwtrekker aan zit te sjorren?
waarom zou ik politici de schuld geven
dat kan morgen altijd nog

er zijn spirituelen
die dan naar het heden verwijzen
maar tis arrogant om te verwijzen
wat nog niet vertaald is

je houdt niet zoveel over

ja,
jezelf,
reddeloos
hier en nu

best wel leuk eigenlijk


Verloren taal

nu de woorden ontvallen, verschrompelen en verschroeien
ik bedoel, de ouwe trouwe vrienden weigeren dienst
doen niet braaf meer wat ik met ze wilde
breng ze nu liever naar afdeling revisie

ze betekenen niet meer de betekenis van weleer
toen termen nog eenduidig leken en van waarheid gemaakt;
het zijn nu kruimels zonder taal geworden
manke momenten van geluid

de syllabes hebben toren van babel bijeengepraat
in de babbelboxen digitaal waar woorden valuta zijn
voor aandacht die zelden nog wat betekent,
waar diepgang ontbreekt en termen verslijten tot clichés

zie ze gaan, deze herfst, ze stormen weg van houvast,
maken verlegen, als wie opeens niks meer weet
en denkt: wat was die storm daarnet?
heb ik dat echt meegemaakt?


Paranoia in goede doen

Ik word afgeluisterd
want ik deed mijn mond open

ze willen toch horen
wat ze horen willen

het komt altijd uit


Vicieuze nonsense

Verleden is denkbaar
als katapult die mij afvuurde
zo tot heden bracht
maar waanzin zie ik telkens in de notie
het heden als katapult voor toekomst te zien
en zo laat ik de waan van alle jaren varen
en vallen in het ontijdig onbestemde.

Besteed mijn dagen en seconden
die niets te bewijzen meer hebben
en maak me al minder boos
om de cirkelredeneringen van hen die
zich meester van ‘het inzicht’ wanen
en leven van vicieuze redeneringen
die volgelingen blijkbaar graag smaken.
Vandaag las ik weer een fraaie:

“Concepten, woorden
zijn in weten niets zeggend,
want steunend op andere concepten
waarvoor hetzelfde geldt.”

Hier wordt bewijsvoering gesuggereerd
waarbij het bewijs uit het betwijfelde
juist wordt gevormd.
Het doet denken aan de uitspraak:
“Ik hou niet van spruitjes
en dat is maar goed ook
want als ik van spruitjes hield
dan moest ik spruitjes eten
en ik hou niet van spruitjes”.

In feite is de redenering:
“een woord is leeg omdat
andere woorden leeg zijn”
of
“water is geen ijs
want gisteren dooide het ook al”

Absurdistisch?
Luister eens goed naar non-dualisten
die elkaar zo vinden in hun jargon
en zet ze dan eens een week bij elkaar
met de verplichting nooit over verlichting
te mogen spreken en tel de verschillen.
En zie de kracht van concepten en woorden!

De brug waarover men meende te gaan
verdwijnt meteen onder de voeten
als het waanzinnig zoeken naar realiteit
door het vicieus jargon wordt bepaald
omdat het middel, de brug, belangrijker
dan realiteit geworden is.

Want hoe anders dan met taal
kun je zeggen dat taal leeg is omdat
al die andere woorden dat ook waren?
En waarom zou je het zeggen als je
het werkelijk meende?

Bullshit ontmanteld;
taal en concepten zijn fantastisch
en kennen de waarde van intentie.
De intentie die ik mis in wie zeggen
dat er geen weg is en vervolgens
het bedrag voor hun cursus noemen.

‘Verlichting’ en ‘ego’
worden ook als tegengesteld voorgesteld
en ik verklaar beiden tot UFO
van een malafide industrie


Grafschrift

de altaren die ik bezocht
werden altijd de altaren die ik bestreed
tot ik het bestrijden moe was geworden
en ik alle altaren in me vond,
wezenlijk verloor


Geen plek om het hoofd te rusten

iedere tekst een momentopname,
een standpunt even doorgenomen
en nooit een plek om te wonen,
ik ben nooit waar ik schrijf
langer dan een toon duurt.

ik ben alles
omdat zonder mij niets kan

ik ben niets
omdat ik niets vast kan houden


De rode loper

Wat een geluk
dat ik geen zorg meer ken
over geen te redden zaak!
Frustratie doorvoerd
gaf pas rust.

Niet gek
dat ik nu pas
simultaniteit herken;
toen je het wou begrijpen
had je er niet de ogen voor.

Valt niet uit te leggen;
de rode loper
is al alles

Ook als je je enkel verzwikt
of meent dat je je leven
geheel verneukt hebt
is het gewoon de rode loper
van je huidig feit,
dan alleen even met de afwijking
dat je je gedachte gelooft misschien
waardoor je nog nee en hel verkoopt.

Mensen die het louter film noemen
wantrouw ik
want als ik ze zacht in het gezicht sla,
wat ik kan doen als ik een leugen zie,
zijn ze meteen af van die notie
en geen acteurs meer
maar slachtoffers
zodat ze hersteld zijn
om het gesprek te voeren.

Ja, ik weet het: het klinkt absurd.

Ik ben een rode loper,
iedereen loopt over mij heen;
ik sla wel eens terug.

Toestemming geven was geen vraag
ieder mens is de rode loper waar overheen gegaan wordt
zoals de crucifix alles is waar je niet uitkomt
als je je gevangen voelt,
dus ik twijfel niet meer: dood is dood.
Crucifix is voor mij de rode loper
die het onvermijdelijke verticaal verbeeldt
waarop de dwarsbalk van Jezus armen werden getimmerd:
zijn machteloosheid de stommiteit van zijn moordenaars te ontmoeten.
“God waarom heeft U mij verlaten?”
God is de grootste beul?
Meest ernstig feit in mijn historische beleving zeker!
De Messias dat is iedereen!

Loop ik nu op
met vriend of vijand
dan valt het ook op dat vriend en vijand
beide opties benoemen
en ik nog louter de ijdelheid hoor.

En die zich non-dualisten noemen
zoeken zelf maar uit dat ze niet bestaan;
ik besta wel
en leg voortdurend de rode loper van liefde uit
aan wat niet blijven kan.

Tegendelen
?
Kan mij het schelen!
Mijn loper loopt niet uit,
bestaat niet ergens anders,
is niks
dan de fantasie
die onvermijdelijk is.
Genesis.


Helemaal niks (afscheidslied )

Er is niks in de wereld, de wereld is leeg.
Ja, ik weet ook wel: ze hebben me volgestopt,
net als iedereen, met wat ze dachten dat de wereld dan wel was
en allemaal dachten ze wat anders
en niemand wist het.

In de nadagen
van deze infiltratie in mijn ware ziel
kreeg ik alle verwarringen van de wereld binnen
met hun implicaties
zonder een uitgang te bekennen.

Je was intens blij als je eens een boek vond
van iemand die deze hel ook kende
en als je die dan las dan moest je somtijds lachen omdat je wist:
deze auteur kent dezelfde oplichting helemaal!
Daarom was het zijn laatste boek
ook al volgden er meer
die weer zijn laatste boeken zouden zijn!
Dat heet dan deftig ‘oeuvre’.

Ouwe koek in nieuwe dozen,
gemiste jeugd goedmaken met ouwe wijven
het laatste strontinzicht door een hogere vervangen
en steeds weer mensen ontmoeten die je beter begrijpen.

Omdat je niet alleen kunt zijn
het inzicht dat allang leeft uitlenen aan voorbeelden
omdat je de implicatie ervan niet erkennen wilt:
het voorbeeldloze.

In je gekke geest
nog even al die stapsgewijze waanzinnen van je betreden
en overal in en buiten jezelf hetzelfde zien
ook in die gasten die zeiden dat het aan jou lag.

Eindigen in ultieme eenvoud
en niet weten wat je er mee aan moet
want niemand wil het weten niemand wil het herkennen niemand wil het begrijpen niemand wil het zien.


De volle maan II (7 gedichten)

I

Jeugd

wist ik veel
je was een mens
en daar moest je wat mee

ik deed maar wat
beetje aanpassen hier en daar
en vooral introvert leven

mysticus was ik
eindeloos waaieren door de geest
dimensies verkennen, verdwalen

wijze boeken
levende leraren en therapeuten;
ze kwamen allemaal langs

en daar stond ik dan vannacht
te staren naar de volle maan
onwetend als toen

midden in de rumoerige stad
was het oorverdovend stil
toen de tranen kwamen

glashelder:
ieder zoeken
verliest de jeugd

II

In een reeks van flitsen

mijn blik op de tegels voor mijn voeten
in het oranje licht van straatlantaarns
zag ik de aandacht vrijvallen van iets te moeten
zag ik hoe interpretatie vrijheid weer besmeurt
en dit toonde evident dat het volstrekt overbodig is
aan welke suggestie dan ook langer geloof te hechten
dus welke nog opkwam gaf ik vrije doorgang

III

Onverbiddelijk

het is ook de absurditeit die zich kenbaar maakt,
mensen die hun leven inrichten alsof ze hier eeuwig verblijven

en we nemen niks mee, noppes, nul komma nul

we lopen rond in een wereld van aannames
waarvan er geen niet op magisch denken berust

taal, of we nu woorden of bijvoorbeeld wiskunde bedoelen,
is middel tot interpretatie van werkelijkheid,
zo vaak en onterecht als realiteit genomen

er blijft niks van heel

IV

Zien

ik zei dat ik naar de tegels keek
maar toen ik het gezegd had twijfelde ik al over de formulering
want er was een shift, een niet nader te duiden verspringing
in het waarnemen; zien en tegel waren een en ik was er niet

de geest is een draaideur: ik besta wel, ik besta niet, ik besta…
toen ik er weer was zag ik dat mijn hele construct
een kluwen is van aannames die, bij nader onderzoek,
niet vol te houden zijn

het kind dat naar de maan keek was de maan
totdat moeder het woordje ‘maan’ aanreikte en de kindermagie
verloren ging aan de verdeeldheid van weten wat de maan is

maar niemand weet wat de maan is
en wie goed kijkt verliest de maan

V

Nachtmerrie

had gisteren in de halfslaap meest akelige fantasie:
ik was in een klein kerkje dat instortte, iedere steen
kwam los van elke andere en ze vielen boven me, zo
dat ik opeens opgesloten zat in die enorme stapel

het werd nog gekker: ik fantaseerde dat ik
levend begraven werd, hoe dat voelde,
een schok van paniek door het lijf
en mijn oplossing was: polsen doorsnijden

als ze me echter hebben vastgebonden
dan komt het op uithongeren aan
maar misschien hebben de hufters me wel een
infuus aangelegd om de marteling te lengen!

gatverdamme, ik stond op en vroeg me af
waarom ik dit soort dingen eigenlijk dacht
en memoreerde de woorden van mijn vader die zei:
als je het kunt bedenken bestaat het

al was het fantasie voor mij, ik wist ook meteen
dat ontelbaar veel mensen in deze keiharde wereld
momenteel meest gruwelijke martelingen ondergaan;
genoeg reden om de banden met de wereld te breken

VI

Persona

achter iedere glimlach schuilt een zee van pijn,
het masker waarachter we verborgen gaan wanneer
we niet zeggen willen wat we werkelijk wel weten

ik hoor enorm veel geklets
maar wordt er nou echt wat gezegd?

je zou bijna gaan denken dat inhoud een beperkt goed is:
hoe meer mensen er zijn, des te minder beschikbaar per deelnemer
gelijk de toename van smartphones
de kwaliteit van communicatie bijzonder verslechterd heeft

de persona zit de hele dag tegen zichzelf te lullen

VII

“Voor iets in de wieg gelegd zijn; kent u dat ook?”

waartoe zijn we geboren?
om verlicht te worden.
wat is dat dan, verlichting?
je ik transcenderen
die was toch al transcendent,
vanwaar dan de geboorte?
kop dicht nu
en het spel spelen!


mazzeltje

ik greep mis
en het was helemaal raak

ik hoefde nooit meer
naar de universiteit

ik was genezen
van beter weten


Hallelujah!

Verlegenheid
niet de grote bek
heeft mijn lot geslagen
noodlot omgekeerd
met het gemak van stilte
en mij achtergelaten
in de volle leegte
dat ik onthand ben
mijn laatste woorden grijp
om te zeggen
wat eigenlijk niet kan.


Zonder titel

Dante samengevat:

dat je verhaal
uiteindelijk
onzin blijkt

daar ga ik dat dikke boek toch niet voor lezen?
dat zie ik zo wel


Smeltend bootje

Ga je met me mee
naar de grote zee
op mijn boot
van smeltend ijs?


Nu weet ik het zeker

In de droom voel ik mij thuis
geen eigen huis of kwellende hypotheek
en zwarte longen van de rook
in het spookverhaal van de te komen dood
die geen vrees is
want ik lig liever op bed deze dagen
en vind het wel eens jammer
als ik nog wakker word

en overdag, nou we het er toch over hebben,
is het al hetzelfde gedonder:
dan ben ik eindelijk wakker en wil ik niet naar bed
en gaat daar langdurig de rek niet uit,
zodat ik alle maatschappelijke schema’s overtreed
zonder dat iemand het weet

en bij mijn eerste boterham
denk ik aan: wat sta ik hier te doen?
hier staat honger te eten.
ik heb geen flauw idee.


gewetenloos weten is niks

je kunt je spullen wel opruimen
maar je raakt toch alles kwijt
dus waarom zou je?

cliché’s liggen altijd op de loer
om de mensen een weten aan te praten
waaronder ze later klagen

dus ruim jij nou
je eigen spullen maar op
en zeur niet over de mijne

misschien kunnen we daarna
wat leuks gaan doen


Lieve Moeder

1
Lieve Moeder aller dingen
ik heb een plan maar een beetje steun
kan ik ook wel gebruiken
want zonder U ben ik Niets.

Dat zeggen de mensen ook:
dat wij zelf de goden hebben verzonnen
maar zo onbezonnen zijn we toch niet
te vergeten dat U
al hun concepten vooraf verblijft?

Mijn plannetje is simpel:
in plaats van met open ogen
te zoeken naar U
geef ik voortaan probleemloos
mijn ogen aan U.

2.
Ik hoef U niet uit te leggen
hoe ik me zoek heb gezocht naar U;
wat een dédain had dat
dat ik U niet reeds zag!

Dwaas die ik was maakte ik mallen
waar U dan in zou moeten passen
zodat ik kon zeggen: kijk mensen
ik heb Haar gevonden!

Ik duwde iedereen opzij
om U te vinden
en al die tijd, zie ik nu,
duwde ik U opzij!

3.
Ja, het zal U niet ontgaan zijn:
ik heb wat gefoeterd deze tijden
dat al die mallen van de mallemolen
maar niet wilden deugen
en als ik dit hen bewijzen wilde
zette ik mijzelf steeds voor gek.

Die humor van U
das toch wel even wennen.

4.
Moeder, we hebben U
namen gegeven en namens
de namen vechten we oorlogen uit;
dat kan toch anders?

Heeft U nog een goede raad of
moet ik hiervoor helemaal niet bij U wezen;
dat kan ook: dat we gewoon onze eigen rotzooi
moeten opruimen en niet zeuren

Ik heb U Moeder genoemd
want ik heb U nodig,
en ik zal me niet meer vergissen U te beschrijven
dan met een poëtische aanraking.

Als ik ook U heb verzonnen
dan is de creatie die non-creatie in bron is
buitengewoon goed geslaagd
maar ik geloof U meer dan mij.

Uw waken over mij kent geen controle,
geen belang; het is het liefdevol aanschouwen
dat ik weten wil, als ik Uw Naam noem
om te ontkomen aan mijn klein gedoe.

5.
Als mensen me vragen wat ik bedoel
met ‘De Grote Moeder’ dan is het al zo
dat ik het niet weet; als een meditatie
werkt Haar Naam die bevrijdt van zorg.

En natuurlijk, dan gaan er mensen wijzen
dat die oude zuiplap zo vroom in de Moeder is
terwijl ie met en zonder fles
alleen maar loopt te klagen.

De Grote Moeder weet alles van me
en grijpt nergens in
omdat ik Haar schepping in alles ben
en ze geen fouten ziet.

6.
Als er dan mensen naar me komen
en die zeggen: Joost, heb je dan zelf
werkelijk niet in de gaten dat het fantasie is
dan zegt een stem met glimlach in mij:
“Lieve Moeder
Uw vermomming is weer prachtig vandaag:
ik neem de uitdaging graag weer aan”.

7.
Namens U wil ik tot slot zeggen Lieve Moeder:
het probleem met taal blijft altijd dat U vrij bent
en altijd buiten de netten die woorden willen werpen.

Ik zocht U buiten de wereld, als een Trofee
die ik kon vinden om ermee te pronken en alles,
steeds alles sloeg u me weer uit handen.

Maar niet mijn leven, niet dit bestaan;
mijn scherven waren louter van woorden gemaakt,
woorden die U nu met Liefde bezingen.


teruggespoeld

woorden, gevonden op volle zee,
naderden het land, buitelden
dicht bij het strand over elkaar heen
tot in onverstaanbaar geruis

ik nam het resultaat vanaf het zand
in handen, vond niets van waarde
schudde een volwaardig nee
en ging weer kopje onder


moe

sla mij
slaap door mijn bezwaren heen
want altijd als ik de zon riep
begon er weer een nacht

wil niet meer mijn begrip
zoals ik uwe goedkeuring niet vermag;
ontsla mij van de plicht te bestaan
in wiens ogen dan ook

want de toekomst waarvoor ik stond,
de vruchten eens beloofd,
vormen nu het rulle hete zand onder voeten
met niemand om iets in te lossen

ik hoor vroege vogels in ’t eerste licht
en als een verjaarde filosoof
schreeuw ik hen in tranen tegemoet:
begin die evolutie niet!

maar het is tevergeefs
ze eten van de liefdeskruimels die ik strooide
en van de gang der dingen
is niets te stoppen.


Yes, we zakken!

Het zakt.
Zoals alles zakt.
Alles zakt; wist je dat niet?
Ja hoor, alles.
Ook de theorie dat het universum uitbreidt
zakt, weliswaar niet met de snelheid van het licht,
maar toch al naar het graf voor je er erg in hebt.
Als je het niet met me eens bent
doe je net alsof er iets is
dat niet met jou meezakt,
zoals deze weerstand
zak en as van me!

Dan heb je nog van die zakken
die andere zakken vertellen dat ze zakken
en dat je goed voorbereid moet zakken
want als je er geen zak van begrijpt
ontspoor je na de dood van hemelweg
regelrecht de hel in;
maar ja, ook die notie vertoont de scheuren
waardoor het ware licht komt
dat geen flauwekul gelooft,
dus laat maar zakken, had ik gedacht:
die halfgare hap van hoogvliegers
die het even niet wilde snappen.


Oorverdovend

Waar nooit de taal kwam,
waarheid geen naam had, niet bestond,
houd ik mij op, de oren gespitst, horend
de luide stilte van wie het geluid vermag.

Alle verhalen doen me denken
aan de zolen van mijn oude schoenen;
je loopt er nog op
maar je kan ze net zo goed uit doen.


Evidentie

De maan hangt ginder
boven de duintoppen,
slaat lange schaduwen,
heeft geen haast
deze late nacht.

Een lang weifelende druppel
valt van de kraan
in het keukensop;
herinnert me eraan:
vandaag mijn best gedaan.

Het grote hoge dromen
gekalmeerd, plaats gemaakt
voor een gespreid vallen
dat niets over laat
dan dit kopje koffie nu.

Als ik eraan denk
hoe het met me verder moet
schrik ik me wezenloos;
dit is altoos mijn antwoord
gebleven


tijdwoords

de taal draait zich nog eens lekker om
in zijn mandje van betekenis
terwijl het beestje glimlachend droomt
van zijn niet-bestaan

wrijft nog eens in zijn handen
waarop hij zojuist nog spoog
om weer eens een ferme waarheid
ten beste te liegen

kom maar op zegt taalbeest
want alle woorden lust ie rauw,
verslindt ie en neemt ie mee
voor weer een vuurproef

je krijgt geen vat op hem
en zijn suggesties zijn leeg
als iedere gedachte die weerom
moet komen tot stilte

laat maar blaffen
want zonder geblaf geen universum;
eerst was het woord is een leugen echter
daar met het woord volgorde pas begon.


Grafschrift

Er zijn geen woorden
die de wereld hoorde;
de wereld hoorde slechts binnenklank,
echo van eigen weerstand
tegen het feitenloze heden,
slachtbank van wetenschap
en hun leden.


Beetje raar

ik ken een website waarop iedereen
elkaar iedere dag vertelt
dat alles een is

en als het niet een lijkt
dan leggen ze je daar uit
dat het toch een is

en als je geen probleem hebt
kun je er daar een krijgen
omdat ze denken dat je nog niet een bent

zij die me daar zeggen
dat ik geen beeld hoef te geloven
vormen de nodeloze beelden


Hahaha!

tis zo klein
dat je het niet kan zien
zo groot

ik heb er niet
de woorden voor
die ik gebruik

filosofieën
lopen er stuk voor stuk
kaakbreuk bij op

hoe vertel je
wat
onmiddellijk is?

zet op mijn grafsteen
maar
dat het ijdel was


Meditatie

Oneindig ver weg vind ik,
in de wereld en onmetelijk ervandaan,
dit kleine lied dat slechts stotteren kan
en niet zeggen waar het stil is.

Feestelijk vliegen de sierlijke suggesties,
gracieus dansen zij om mij heen
om mij te behagen, mij glimlach laten
als ik de fantomen zie smelten.

Ik weet nog van toen, ik dacht
aan de toekomst en wat nog zou komen
en het meeste van wat nog komen zou
is ondertussen allang al geweest.

Dacht aan verlichting in het verschiet
maar vond ik al inzicht in mijn dromen
dan ging het weldra weer verloren;
verlichting als vergankelijk ding.

Zo vind ik mij hier, weer minder wijs
in het zwarte licht van inconsequentie
in de armen van onwetendheid
in de tuin van ongeboren wanen.


Bij nacht

Alle stemmen vallen diep zo diep,
cirkelen rondom oneindigheid,
een oorverdovend niets
slokt ze allen op.

Van de gezichten op de foto’s
zie ik de tijd voor het bestaan
waaruit de vormen opspelen,
mij intens verwonderend.

Geen goed, geen kwaad
in het licht achter alle ogen
van wie zichzelf niet bedacht,
een met de stroom.

Wonder dat zich niet kennen laat,
onze aandacht wekt en,
altijd onvangbaar, onze trage kennis
tot op de draad verslijt.


Naar onrust kijken

dus dit is alles
denk ik als ik ook denk
aan de dood,
de uitvlakking van dit al

slierten weemoed bezoeken me,
pijnen om wat niet mocht zijn
als ik de adem voel,
het mysterie dat hier ademt

en steeds weer duiken ze op:
gedachte zus, suggestie zo,
maar ik sleutel niet meer aan
de smaak van paranoia

dus ik ga dood
denk ik als ik ook denk
aan dit leven, het wonder
van bestaan

mijn leraar zei:
je kunt misschien niet
de inhoud van de geest veranderen;
erin geloven is echter niet nodig


Moeder

als ik uw naam roep
volgt er het diepe galmen
van mijn woorden in de leegte
tot er niets van over is

andermaal roep ik u
want haveloos ben ik
en moegestreden, vrede
in u is wat ik nog wil

met hand achter de oorschelp
verneem ik echter niets;
ik pak een pen, een vel papier
en schrijf de stilte op


’t Glorend duister

…en zo de dag zich in de nacht had begeven
verbleef ik, niet wachtend, nee, de duisternis
was mij licht genoeg tot ochtendschemering
haar weer verjoeg

tis waar: ik mag graag leven tegendraads,
waken als de mensen slapen; in het licht
komen mijn diepste dromen niet boven,
blijven verscholen tot aan het duister

want pas in de donkerte van eenzaamheid
gaat ‘t gesloten universum voor me open,
vallen gaten tussen de slierten van geloven
die de wereld maken, die de wereld breken

met slagmes door de jungle van de geest,
paden banend waar nooit iemand komt,
om me tenslotte verloren en uitgeput te vinden,
vanonder uitgespuwd door draaikolk fantasie

de deemstering schept eerlijke obscure ruimte
waarin geboden en verboden met voeten getreden,
geheimen niet langer om iemands wil vermeden
worden; niets blijft onbekend aan dit zwarte licht


wie is daar?

wat is dan die onrust
die nooit hier en altijd ver, liefst weg, moet zijn?
ik kan niet wachten dat adhdformuliertje in te vullen!

iedereen gaat dood
maar er valt heel wat te lachen.

mijn skelet is de enige parel
die ik achter laat; wees er maar zuinig op

de onsterfelijkheid de onsterfelijke grap
van de meerderheid die in graven ligt

de conclusie is de arrogantie van de mens


Waarmee kan ik u van dienst zijn?

Ik ben klaar met hoe het straks moet

ik ben klaar met hoe ik hier gekomen ben.

Ik ben klaar met waar het heen moet.

Lekker rustig hier.

Kus.


ter lering en vermaak

er bestaan vele scholen oké
maar moet ook het leven zelf
tot module worden verheven?

in iedere klas
zat ik te krap, ben uiteindelijk
nergens gebleven.


me taalmoeheid

de taal is moe vandaag
ligt gekronkeld in een warme mand
als een poes te snorren
tot deze gewekt wordt door iemand
die het woord ‘stilte’ uitspreekt

de waarheid is dit,
toch niet, het is anders
zegt een tweede stem
waarop een derde stelt:
nee, het is zoals ik het zeg!

…wat me doet denken aan
een verhaal…

drie monniken
die een stiltegelofte hadden afgelegd
zaten lekker te smikkelen
toen een van hen ‘heerlijk!’ zei,
de tweede hem erop wees:
‘we mogen niet praten!’ en de derde,
triomfantelijk, het laatste woord nam:
‘ik ben de enige die niets gezegd heeft!’

of neem die keer dat een leerling
de Boeddha vroeg of zijn vriend
eens mee mocht met een wandeling;
dat was goed en die vriend had
al de uren dat de wandeling duurde
alleen: ‘prachtige zonsondergang!’
gezegd, waarop Gautama de leerling
had toevertrouwd: ‘die ouwehoer
gaat volgende keer niet mee!’


Wonder

Als het denken neerligt,
gezien is dat wonder
niet gevangen kan worden,
gebeurt het wonder in alles,
ook in de stoel van de tandarts
als die boor het skelet in gaat
lachen even onmogelijk maakt

Als je wonder wilt doden
( alleen schijndood bestaat hier )
geef het dan een naam
en doe net alsof je dan weet
wat wonder is,
zeg dan ‘life is a bitch’ of
‘ik accepteer alleen maar bliss’
en weet dan dat je weet
zonder wonder nog te kennen.

Wonder is dat plastic zakje
opgejaagd door de wind
schurend over straat
de snellende auto’s in het donker
en het besef dat hier
iemand dit plastic zakje ziet
in de prachtige dynamiek
van verstilde natuur

Een uitpuilende afvalbak
toont geschiedenis
die ik fantaseer
als ik er langs loop
en ook niks behouden kan
van wat ik meen te zien.

Wonder, zo overstromend
van rijkdom, hoe kan het toch
dat mensen U zoeken?


gedichie van de nacht

er bestaat iets dat heet advaita
maar is helemaal doorgedraaid ja
een na ander citeert guru en maharaja
en gaat ook bij therapeuten te raden
maar bij aanbod stilte zegt ieder: laat maar!


Luister! Hoor je de stilte?

Gedachten vallen als natte sneeuwvlokken;
op het wegdek dat weg is blijft niets achter.

Soms is het net of ik mezelf heb uitgevonden;
soms is het net of ik me versta, maar nee,
steeds ijdel ieder weten van hoog en laag
en het ongebreideld vergelijken.

Onder het vriespunt valt de arrogantie
en laat lelijke plekken achter in de sneeuw
maar nu zijn de gedachten vredig en stevig
en goed voor een dik pak die alle betekenis
overschrijft gewis.

Zo nog maar even de bergschoenen aan,
en het knisperen onder de zolen beluisteren
de onbestendigheid van geluid,
de luisteraar die zich in stilte verliest.


Niemand deed het

…want uit niets de eerste suggestie die ze eerste oorzaak noemen maar er lag iets voor, ik wist het zeker!

de zoektocht was begonnen
en zoeken is alles;
wijs mij het eerste aan dat geen zoeken is
en ik zal je tonen dat het zoeken is

ik bleek in mijzelf te spreken

nu is zoeken zo gewoon als crisis en onlust
en schijnt geheel een ander licht;
ik praat nog steeds in mezelf
vertel mezelf moppen die ik nog niet kende
geheel verwonderd

de heiligen maakten de zondaren
waar ik in beide domeinen verbleef;
het verschil niet maakte

zo kwam van het zoeken het volle boek
tot mijn kiezen en in mijn lijf van tegenstelling;
zal me niet verbazen als dit een vreemde ziekte oplevert
maar toch nooit een ziekte die al niet bestond:
angst voor de dood

de dood is mijn voorbeeld zonder beeld
om te onthouden wat ik niet vergeten kan
het altaarloos geluk

de dood,
waar het me ook laat,
krioelt van leven

machtig mooie schitterende dood
waarom zijn de mensen U gaan vrezen?
Eigen winkeltjes en praktijkjes,
het zal het oude liedje wel weer wezen.


Met iedere dode vergaat de wereld

de waanzin mij toebedacht
ik snap ze wel met hun kritieken
en laat me er niets aan gelegen liggen;
tis mijn waanzin,
daar blijft iedereen van af

het is de goddelijke gekte in de goot
hoog van torens die niet bestaan te blazen
en nog aanspraak vinden op die manier ook

het is het gloedvolle hart
dat sterft, telkens weer, met alles sterft,
en blijft, op het laatst vergeet,
de doden te tellen

iedere naam
als een grafsteen van wax
smeltend in de zon van nooit bestaan

ieder weten
een stille tocht later
omdat het toch anders was.


Ik ben dat ik denk

Wilde mij altijd nooit
laten zien,
was verlegen totdat ik moest.

Toen ik zag
bleek ik slim jongetje
van domme avonturen.

De domme noties
werden slimmer en slimmer
tot ik er zelf in verdronk

Ze zeiden dat ik niet moest drinken
maar juist zwemmen en ik zoop voort
naar de achterhaalde toekomst

En ik begreep hen ook wel
want op een dag
wilde ik mezelf zelfs niet in huis.

Och ja, die vragen,
naar oorsprong en zin van dit al
natuurlijk!

Neem niemand iets meer kwalijk
heb eenvoudig mijn kaarten
neergelegd.


genesis en ondergang

het gif van alle talen
talent van alle eeuwen
sluit ik nu de tijd weldra af is

nog een paar woorden
en dan is de snoep op
van oorlogspropaganda,
literatuur
en boekverbranding

het vrije woord heeft nooit bestaan
dan als verzinsel in die boeken;
het woord is een gevangenis
waar je alleen uit komt
als je je je eigen waanzin doorziet
het spreken van betekenis verleert
en waanzin toont
gewoon
zoals het is


ik ben

vanuit zielkrochten
gezakt nog door hellebodem,
viel opeens geheel nieuw licht
in wat louter verbeelding bleek
zelf geen ziel of zelf kende

niet hoogjuichende vreugden
diepgaande pijnen doorbraken
de impasse die overleven zocht
om eeuwigheid van verbeelding vocht
steeds oorspronkelijkheid verspelend

toen, moegestreden en opgebrand,
nog altijd de adem
opnieuw de adem die aan het wonder proefde
voor het eerst te bestaan,
met gek verleden als een echo van weleer

open gebroken hart zonder grenzen
schreeuwde e-mailboxen, menig voicemail vol
want het geluk deed pijn, was veel te eenzaam
midden in de nacht, met dit vreemde licht,
die des morgens bij zon gewoon weer schaamte was

‘t merkwaardig lot dat mijn leven heet
dat ik boeddhistisch zelf wel op wilde vreten
is sterker dan mijn wil gebleken; kon vergeten
mijn heilige boeken op twee woorden na:
ik ben

en nu dan verbaas ik mij
alsof ik er ooit een hand in had
geleefd te hebben als wat ik dacht
met reminiscenties die dit heden
nu bepalen, zonder oude inhoud

dus sorry dat ik ooit bestond
of dank dat je blij bent dat ik eens was
want morgen als mijn wekker gaat
spring ik op als een jong hert
en ren daar in Haarlems centrum

niets wijzer geworden
maar met meer plezier dan gisteren
toen ik jullie nog begrijpen wilde
of wilde dat jullie mij begrepen:
zie mijn dartele sprongen, wees verblijd


wolkwandelingen

het voeten onder grond kleppert niet meer zo
als ik mijn kosmologisch lijf nog eens uit strek en rek
en gaap om de dingen die ik verzon

tijd voor avondzon en nachtwake
en wie non is neukt niet
maar verboden is wel lekkerder

soms lig ik in mijn bed en denk:
als dat beton nu op mij stort en ik overleef
maar word niet gevonden: hoe lang is dan
claustrofobie en hongersdood resultaat
van mijn feestje geweest?

er gaat nogal eens wat mis in brein
maar zoals de mens als een natie
( klinkt als: nazi )
is:
we tellen de gouden medailles
en huilen om dingen ver weg makkelijker
dan onze ware pijn
alsof we het pas zien
nadat we het ontkend hebben.

geloof het of niet
Walt Whitman valt na deze woorden van tafel,
de bundel ging rechtreeks naar de grond,
zojuist,
sloeg stijl achterover
en ik wist wel dat ie smaak had
dus ik heb Walt snel weer opgepakt.

dus kom maar op vuil vuur,
meld je maar met je schurkenstreken
want de pijn ken ik beter dan de liefde genoemd;
de liefde genoemd als een droom die eens was
niet langer die ranke hand meer over mijn wang

pijn, dat is toch de code,
waarmee mensen elkaar berichten zenden?
dat wist ik toch al toen ik zeven was?
waar was ik al die tijd?
ik leerde de wereld en het was niet best.
het was de wereld zoals ik deze zag.
de wereld kon ik niet doortrekken
en voor mij bestond ook geen verder.
het heeft me hartelijker gemaakt.

die vlieg bijvoorbeeld
die me al de hele dag zo niet weken lastig valt
is vanavond mijn beste vriend geworden
en ik hoef niet eens voer voor het wondertje te halen
dat mij maar blijft kietelen deze zwoele nacht

of noem de lichte bries
die steeds hernieuwde kus
over de huid

de wolk waarop ik zit te dromen
is van mijn gedachte gemaakt; de echtheid ervan
vraagt zich pas mij af als lijden het diepst in dringt.

maar wat raar dat pijn mij moet wekken
waar leven reeds wonder is; waar was ik al die tijd?
was ik ooit?


kosmologie

aandacht, domme verkrampte bedelaar,
viel voor mijn voeten maar ik negeerde dit,
liet deze sterven in zichzelf,
was niet langer van node

de adem, die grote ouwehoer,
heeft op een dag de mens verzonnen,
een huis vol botten, beelden en bloedsomloop
tot de afloop achtergelaten verdriet.

ecologie, valse notie van controle,
zal eenvoudig met de mensheid verdwijnen
zonder dat er iets ooit wist
dat eens evenwicht verstoord leek.


Genesis

Mijnheer Lips zei:
“Eerst besta je niet. En niet vanuit geschiedenis nu bekeken hè, das te makkelijk, nee, ik bedoel hier niet bestaan. Dat niets bestaat. Dat er niks is. Kun je het je voorstellen? Niemand kan dat.

En toen was het woord. Nou, toen ik het woord kreeg werd ik eerstens en heel langdurig ernstig verlegen. Het voelde als eeuwen van marteling. Was ik nou gek of waren zij het. Ik was nog jong en onwetend en probeerde te luisteren. Ik hoorde. Ik nam over wat er gezegd werd, combineerde verschillende standpunten en werd zo zelf geschift. Iedereen die een autobiografie schrijft is geschift. Dus dat gaan we niet doen.”

De rest van de wereld zei:
“Mag ik trouwens even inbreken in dit melodisch geleuter over andermaal niks?”

Mijnheer Lips, die allang niemand meer thuis ontving, bleef keurig netjes en zei:
“Natuurlijk, iedereen is welkom in mijn domein.”
Maar het begon zelfs mijnheer Lips ondertussen wel stevig op te vallen dat niemand meer in zijn domein wilde leven.

De rest van de wereld zei:
“Mijnheertje Lips heeft vast nog wel een guru of zeven achter de hand”
en opeens was Lipsie snel in zijn antwoord:
“Nee hoor, eentje slechts!”

De rest van de wereld weerklonk:
“Lips kent maar een guru!”

Toen was Lips het zat
en heeft ie die hele wereld
eruit geknikkerd.


Korte studie filosofie

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: non-dualisten zijn grote oplichters. Ze zeggen dat alles een is en zo een zelfs dat je hen moet betalen; het is nooit andersom. Iedereen is gelijk, maar de een een beetje meer dan de ander. Laat maar.


Zo stom!

Mensen zeggen domme dingen.
Ze zeggen bijvoorbeeld dat het koud is als het koud is.
Dat weet ik ook wel: dom, dom, dom.

Maar het kan altijd erger weet je.
Keek vanmiddag nog naar de Tour de France
waar een commentator zei:
“als je te laat bent dan zit je er niet bij.”
Vertel mij wat.

Onlangs stond iemand mij uit te leggen
dat hij eigenlijk ergens anders moest wezen;
ik zei: als je je uitleg weg laat
kun je ergens anders zijn.
De sufferd vroeg me, werkelijk waar,
wat ik in godsnaam bedoelde.

Nou ben ik de mensen, door aanleg,
welgezind, maar ik heb er toch een beetje moeite mee
als iemand me komt vertellen dat ie niet bestaat!
Die mensen heb je, echt waar.

Maar stom is dan toch ook weer niet
immer ongewenst, ik was zo stom ze allemaal
te geloven en ik moet zeggen, alles welbeschouwd:
het heeft mij geen windeieren gelegd.


De kern van de zaak

De kern van de zaak is natuurlijk dat het geen kern kent.
Door vergelijkend onderwijs tuin je in die illusie.
Maar er is geen kern van de zaak.
Er is louter de zaak.
De buitenkant en de kern zijn allebei niets.
Geeft niks.
Geniet ervan.


oerknal

prof robert dijkgraaf
zeilt van de aarde melkwegstelsel uit
zo langs de Andromedanevel
naar miljarden andere sterrenstelsels
en daarachter, en nog meer
om bij de snaartheorie uit te komen
een universum te suggereren
dat wij nooit zullen kunnen kennen
waarmee de beperking van de wetenschap
met een harde klap was aangetoond,
gevoel voor lebensraum
claustrofobisch achter latend


134

Zelfreflectie
hangt altijd al
halfstok.

Gast
in je eigen
waarneming.

Verdenk ook mijn poëzie
van een pauwenstaart
zonder publiek.


133

Na vele jaren studie de conclusie:
het leven is niet te begrijpen.


123

Je zag iemand liggen in een tuin
toen het beeld uit zoomde
door de dampkring, langs de maan,
sterrenstelsels voorbij en verder.
Vervolgens terug, weer de aarde in zicht,
de mens in de tuin en de focus
ging een been in, onder de huid,
tot op celniveau en verder.
Wat hebben we nou gezien?
We keken in de opvattingen
van mensen.


117

Even een sigaretje
dus de regen in.
Een paraplu wordt opgestoken
want het permanent
is niet zo permanent.
Voorzichtig,
niet met de naaldhakken
op het rooster staan.
Sieraden worden besproken;
de scherpte van de punten
en de pijn van het dragen.
Op de koffiebekers
lipstickresten
als de dames alweer aan
guru’s lippen hangen
die zeggen: je bent je lijf niet.


111

Wat het leven mij gaf
was nooit goed genoeg;
alles moest wijken want
ik zocht de verlichting.

Nu zit ik
eenzaam en berooid
terug te verlangen
naar wie ik de deur wees.


61

Mijn filosofie is uiterst simpel.
Dat was ‘m.


34. Van de zaak

De kern afpellen
tot je alles over houdt.


17

Mijn leven is een ochtendboot,
uitgevaren om geen wil
met als bestemming: uitzicht onderweg
ook in de diepste nacht.

Zo koers ik tussen betekenissen
en ontsla mij bij schipbreuk
van de plicht te varen
op het vlot algemeen compromis.

Tussen wal en schip,
gedwongen tot geen richting
maar zwemmen, adem ik
het water van mijn val.


Sacred hymns – G.I. Gurdjieff

tis heel laag

hogere waarde te suggereren

en niemand komt er zomaar van af

de grondtoon

waarop alles gebeurt

blijft onbekend