Kosmische grappen

‘Uiteindelijk zie je in dat er nooit een kosmische grap is geweest.’ Kiezen uit niet-twee; lachen als een boer met kies-pijn. Kosmische grappen over de kosmische grap.

dialogen advaita, dwaalwegen

Verlichting is de grap

Leerling: Wat is verlichting volgens u?

Meester: Een geweldige grap.

Leerling: Bedoelt u de kosmische grap?

Meester: De wat?

Leerling: Dat de zoeker het gezochte is?

Meester: Laat me niet lachen.

Leerling: Wat bedoelt u dan?

Meester: Iets om eindeloos grappen over te maken.

Leerling: Verlichting?

Meester: Het woord alleen al!

Leerling: Omdat het een illusie is?

Meester: Als je dat wist was de lol eraf.

Leerling: Maar alles is toch een illusie?

Meester: ’t Idee!

Leerling: De waarheid is voorbij de woorden, wou u zeggen.

Meester: Wat een giller!

Leerling: Bent u eigenlijk wel verlicht?

Meester: Hou op, schei uit!

Leerling: Is iedereen niet al verlicht zonder het te weten?

Meester: Ik pis in mijn broek!

Leerling: Ik kan hier niet om lachen.

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Wat?

Meester: Een geweldige grap.

Wat is verlichting?

Denken is de grap

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Bedoel je de kleinste kosmische grap, de kleine kosmische grap, de grote kosmische grap of de grootste kosmische grap?

Leerling: Wat?

Meester: Nou?

Leerling: Doe eerst de kleinste kosmische grap maar.

Meester: Denken dat er een zoeker of een zoektocht is.

Leerling: En de kleine?

Meester: Denken dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Leerling: En de grote?

Meester: Denken dat de kleine grap ergens op slaat.

Leerling: En de grootste?

Meester: Denken dat de grote grap ergens op slaat.

Leerling: En dat waren ze?

Meester: Dat is ook een goeie.

Denken dat je het doorhebt

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Ik ken er zoveel.

Leerling: O.

Meester: Maar ze komen allemaal op hetzelfde neer.

Leerling: Waarop dan?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: Ik doelde op het inzicht dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: Bedoelt u dat er nooit een inzicht is geweest?

Meester: Zei ik het niet?

Leerling: Wat?

Meester: Denken dat je het doorhebt.

Leerling: De kosmische grap is denken dat je het doorhebt?

Meester: Je denkt nog steeds dat je het doorhebt.

Leerling: Ik kan hier niet om lachen.

Meester: Dat is nou net de grap.

De ene illusie na de andere

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Daar gaan we weer.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een kosmos of een grap is geweest.

Leerling: Wát?

Meester: Láchen.

Inzicht uit zicht

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Uiteindelijk zie je in dat dit inzicht nog steeds tot de zoektocht behoort.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat het inzicht dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest, nog steeds tot de zoektocht behoort?

Meester: Dit inzicht ook.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat het inzicht dat het inzicht dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest, nog steeds tot de zoektocht behoort, nog steeds tot de zoektocht behoort?

Meester: Dit inzicht ook.

Leerling: Uiteindelijk zie je in dat het inzicht dat het inzicht dat het inzicht dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest, nog steeds tot de zoektocht behoort, nog steeds tot de zoektocht behoort, nog steeds tot de…

Meester: En nou is het uit.

Leerling: Noem dat maar een inzicht.

Meester: Noem het dan maar een uitzicht.

Pa Radijs

Meester: Ken je die van de zoekers die naar het paradijs gingen?

Leerling: Nou?

Meester: Ze gingen niet.

Leerling: Omdat ze er al waren zeker.

Meester, lachend: Dat is ook een goeie.

Leerling: Omdat er geen paradijs is zeker.

Meester, gierend: Hoe verzin je het!

Leerling: Dit is zeker uw idee van de kosmische grap.

Meester, brullend: Ik heb geen idee!

Catch 22

Wie het best lacht

Meester, lachend: Is er wat?

Leerling, gierend: Ik heb geen idee!

Meester, brullend: ’t Idee!

Tikkertje voor verstoppertjes

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Daar gaan we weer.

Leerling: Er is nooit een zoeker of een zoektocht geweest.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Alleen maar het ene bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Welnee.

Leerling: Wat is de kosmische grap dan wel?

Meester: Dat de zoeker een ‘zoeker’ blijkt te zijn en de zoektocht een ‘zoektocht’.

Leerling: Tussen aanhalingstekens?

Meester: Vraagtekens, haakjes, maakt niet uit.

Leerling: Bedoelt u dat je niet met zekerheid kunt vaststellen of er nou wel of niet een zoeker en een zoektocht zijn geweest?

Meester: Ik in elk geval niet.

Leerling: En het bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf?

Meester: ‘Bewustzijn’ dan toch.

Leerling: Waarom?

Meester: Ooit bewustzijn gezien?

Leerling: Bewustzijn is wat voorafgaat aan het zien.

Meester: Nooit gezien dus.

Leerling: Hoe kun je nou zien wat vooraf gaat aan het zien.

Meester: Over verstoppertje gesproken.

Leerling: Ik weet niet of ik dit nog wel leuk vind.

Meester: Het is ook maar een ‘grap’.

Allemaal veronderstellingen

Leerling: Wat vindt u van de kosmische grap?

Meester: Welke?

Leerling: Dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Alleen maar Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Kijk eens aan.

Leerling: De persoon, de vrije wil en de wereld zijn illusies.

Meester: Waarom zou ‘Bewustzijn’ verstoppertje spelen met zichzelf?

Leerling: Om in de opheffing van het zogenaamde individu de eigen eenheid weer te kunnen ervaren.

Meester: Nogal omslachtig voor de Grote Tovenaar.

Leerling: Een grap van kosmisch formaat.

Meester: Ik kom niet meer bij.

Leerling: Vindt u hem niet leuk?

Meester: Ik heb er eerlijk gezegd nooit de lol van ingezien.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Al die veronderstellingen.

Leerling: Welke veronderstellingen?

Meester: Dat er zoiets is als bewustzijn bijvoorbeeld.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke veronderstellingen nog meer?

Meester: Dat alles bewustzijn is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke veronderstellingen nog meer?

Meester: Dat er maar één bewustzijn is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke veronderstellingen nog meer?

Meester: Dat bewustzijn spelletjes moet spelen om eenheid te kunnen ervaren.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke veronderstellingen nog meer?

Meester: Dat bewustzijn eropuit is eenheid te ervaren.

Leerling: In plaats van?

Meester: Veelheid bijvoorbeeld.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke veronderstellingen nog meer?

Meester: Dat bewustzijn ergens op uit is.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Welke veronderstellingen nog meer?

Meester: Dat de persoon, de vrije wil en de wereld illusies zijn.

Leerling: Wou u beweren van niet?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Nou dan.

Meester: Maar jij beweert van wel.

Leerling: Op die manier.

Meester: En dat is het verschil.

Leerling: Wat een veronderstellingen allemaal.

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Wat is volgens u de kosmische grap?

Meester: Dat is volgens mij de kosmische grap.

De Ene wast de Andere de Ore

Leerling: Kent u de kosmische grap?

Meester: Welke precies?

Leerling: Dat er nooit een zoeker of een zoektocht is geweest.

Meester: Wat dan wel?

Leerling: Alleen maar Bewustzijn dat verstoppertje speelt met zichzelf.

Meester: Speelt het nou nog steeds verstoppertje?

Leerling: Ja, vreemd eigenlijk.

Meester: Zalig zijn de zwakzinnigen.

Leerling: Nou zeg.

Meester: Ik weet nog een kosmische grap.

Leerling: Is er dan nog een?

Meester: Nog wel meer ook.

Leerling: Vertel.

Meester: Dat mensen nog steeds denken dat er een kosmische grap is, bijvoorbeeld.

Leerling: Lachen.

Meester: Dat volstrekte gemoedsrust voorkomt bij zowel heiligen als psychopaten, bijvoorbeeld.

Leerling: Ha ha.

Meester: Dat er mensen zijn die pesten, martelen en moorden, bijvoorbeeld.

Leerling: U hebt een griezelig gevoel voor humor.

Meester: Ik niet.

Leerling: Wie dan wel?

Meester: Bewustzijn, zei je toch?

Leerling: Wou u beweren dat Bewustzijn pest, martelt en moordt?

Meester: Wie anders?

Leerling: Daar hebt u me te pakken.

Meester: Grappig hè?

Leerling: Niet echt.

Meester: Ik weet er nog veel meer.

Leerling: U bent me er eentje.

Meester: Dat de Eeuwige Wijsheid niet valt te onderscheiden van de Eeuwige Dwaasheid, bijvoorbeeld.

Leerling: Door wie niet?

Meester: Bewustzijn, zei je toch?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Ken je die van Sam en Moos die naar het paradijs gingen?

Leerling: Ik heb nou wel genoeg gelachen.

Meester: Ze gingen niet.

Leerling: Tjonge jonge.

Meester: En die van Sam en Moos die niet naar het paradijs gingen?

Leerling: Zeg, blijft u aan de gang?

Meester: Ze gingen toch.

Leerling: Ja, gingen ze nou wel of gingen ze nou niet?

Meester: Precies.

Leerling: Maar wat is dan de grap?

Meester: Dat is dan de grap.

Leerling: Ik kan er niet om lachen.

Meester: En dat is het verschil.

de vrije wil, zalig zijn de armen van geest, gemoedsrust