Liefde is puntje puntje puntje

Alles is liefde, maar wat is liefde? Liefde is puntje puntje puntje, weet je wel. Dwaalteksten over het raadsel van de liefde en de liefde voor niet-weten.

Dwaalgids > Filosofie > Liefde voor dummy’s

Op deze pagina onder meer: Achtenveertig definities van liefde, Aurelius Augustinus en een voorschrift dat uitleving behoeft, Hafiz over liefde, Krishnamurti en liefde als keuzeloos gewaar zijn, liefde als het onder ogen zien en erkennen van je haat, liefde volgens Anthony de Mello, liefde als verlichting, liefde en je oorspronkelijke gezicht, voorwaardelijke en onvoorwaardelijke liefde, liefde zonder liefde, liefde en eenzaamheid, liefde en onverschilligheid.

Op deze pagina:

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van liefde, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Achtenveertig definities van liefde

Liefde is puntje puntje puntje

Beste lezer,

Niemand is het erover eens wat liefde is. Om je te helpen oriënteren heb ik achtenveertig definities voor je op een rijtje gezet:

  1. Liefde is een vorm van eigenbelang
  2. Liefde is een kwestie van hormonen en feromonen
  3. Liefde is lust
  4. Liefde is een kwestie van pikorde
  5. Liefde is een evolutionair principe
  6. Liefde is een samenlevingsvorm met wederzijds voordeel
  7. Liefde is de hoeksteen van de beschaving
  8. Liefde is een vorm van hysterie
  9. Liefde is een soort psychose
  10. Liefde is projectie
  11. Liefde is introjectie
  12. Liefde is een gevoel
  13. Liefde is een houding
  14. Liefde is een functie
  15. Liefde is je ware aard
  16. Liefde is een keuze
  17. Liefde is overgave
  18. Liefde is niet-oordelen
  19. Liefde is alles in het midden laten
  20. Liefde is zelfloosheid
  21. Liefde is eenheidsbewustzijn
  22. Liefde is bewustzijn
  23. Liefde is bewust zijn
  24. Liefde is zijn
  25. Liefde is gewaar zijn
  26. Liefde is een weg
  27. Liefde is de weg
  28. Liefde is het doel
  29. Liefde is de bron
  30. Liefde is god
  31. Liefde is een expressie van het goddelijke
  32. Liefde is de hoogste waarheid
  33. Liefde is wat blind maakt
  34. Liefde is het levensprincipe
  35. Liefde is een epifenomeen van de materie
  36. Liefde is openheid
  37. Liefde is dit alles en nog veel meer
  38. Liefde is niets van dit alles
  39. Liefde is alles
  40. Liefde is niets
  41. Liefde is onzegbaar
  42. Liefde is een concept
  43. Liefde is een woord
  44. Liefde is een illusie
  45. Liefde is niet weten wat liefde is
  46. Liefde is niet weten
  47. Liefde is niet
  48. Liefde ís

Aan jou de vraag: Wat is liefde nou echt?

Weet niet, en doe wat je doet

Een naschrift dat inleving behoeft

Beste Hans,

Ken jij het morele motto van Aurelius Augustinus, ama, et fac quod vis? Het betekent: ‘Heb lief, en doe wat je wilt’. Augustinus schrijft:

‘Het is enkel vanuit de wortel van de liefde bekeken dat men een onderscheid kan maken tussen de handelingen van de mensen. Vele dingen kunnen goed lijken maar nochtans niet uit de wereld van liefde voortkomen. Ook doornstruiken hebben bloemen: sommige handelingen kunnen hard en brutaal lijken – en toch worden ze ingegeven door het verlangen iemand op te voeden.’

En hij vervolgt:

‘Ziehier een eenvoudig voorschrift dat ik je meegeef, eens en voor altijd: Heb lief, en doe wat je wilt. Indien je zwijgt, zwijg dan uit liefde; als je spreekt, spreek uit liefde; indien je iemand terechtwijst, doe het uit liefde; waar je vergeeft, vergeef je uit liefde. Zorg ervoor dat zich in de grond van je hart de wortel van liefde bevindt: en uit die wortel kan enkel het goede bloeien.’

(uit Laat heb ik je liefgehad, Boris Todoroff 2002, p135)

Prachtig, vind je niet? Een voorschrift dat naleving verdient. Wat is de plaats van liefde in jouw spiritualiteit?

Beste Aloysius,

Liefde is wel mijn ding maar niet mijn woord. Niet weten is niet mijn ding maar wel mijn woord. Andere woorden heb ik niet en daarom zet ik die van Augustinus er maar omheen:

Ziehier een eenvoudig voorschrift dat ik je meegeef, eens en voor altijd: Weet niet, en doe wat je doet. Indien je zwijgt, zwijg dan uit niet weten; als je spreekt, spreek uit niet weten; indien je iemand terechtwijst, doe het uit niet weten; waar je vergeeft, vergeef je uit niet weten. Zorg ervoor dat zich in de grond van je hart de wortel van niet weten bevindt: en uit die wortel kan enkel niet weten bloeien.

Goed genoeg, maar pas op: ‘Weet niet, en doe wat je doet’ is voor mij geen voorschrift dat naleving verdient, maar een naschrift dat inleving behoeft. Ook dat durf ik van niemand te vragen.


Verder lezen: Brieven mystiek; de stilte voorbij

Liefde behoeft geen woord, geen definitie, geen gedachten en geen krans

Een pak van mijn hart

Thalita: Wat is liefde?

Hans: Geen idee.

Thalita: Ik bedoel, in spirituele zin.

Hans: Dan helemaal niet.

Thalita: En als je toch wat moet zeggen?

Hans: Een gedachte?

Thalita: Maar die is zo voorbij.

Hans: Sneller dan je lief is.

Thalita: Ik denk dat liefde iets tijdloos is.

Hans: Wat voor iets?

Thalita: Het kennen. Bewustzijn. Gewaar zijn. Ontvankelijkheid. Leegte. De ruimte waarin alles verschijnt en verdwijnt. Een staat van zijn. Het zijn zelf van het zijnde. Je ware ik. Het allerhoogste. Het ene. De waarheid. God. Onschuld. Zoiets.

Hans: Allemaal gedachten.

Thalita: Wat is een gedachte?

Hans: Een eendagsvlieg.

Thalita: Is dat alles?

Hans: Maar dan vluchtiger.

Thalita: Een secondenvlieg.

Hans: Een flits in de duisternis.

Thalita: Maar een gedachte drukt toch een bepaald weten uit?

Hans: Dat is ook maar een gedachte.

Thalita: Wat zou een gedachte anders moeten uitdrukken?

Hans: Waarom zou een gedachte iets moeten uitdrukken?

Thalita: Denk jij dat gedachten niets uitdrukken?

Hans: Ik kan wel zoveel denken.

Thalita: Wat is iets als er niet aan gedacht wordt?

Hans: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Thalita: Ik meen het.

Hans: Niets?

Thalita: Zou je denken?

Hans: Misschien een paar seconden.

Thalita: En dan?

Hans: Poef.

Thalita: Poef?

Hans: Weg gedachte.

Thalita: Net zo makkelijk.

Hans: Gaat helemaal vanzelf.

Thalita: Geldt dat ook voor de gedachte dat liefde een voorbijgaande gedachte is?

Hans: Wat dacht je dan.

Thalita: En dan?

Hans: Zijn we daar ook weer van verlost.

Thalita: Een pak van mijn hart.

Hans: Waarom?

Thalita: Dan is er toch weer ruimte voor liefde.

Hans: Wat is liefde?

Tip: Knipperverlichting

Er is meer in ons dan liefde alleen

Beste meneer Van Dam,

Gisteren vond ik in een oud dagboek van zowat veertig jaar geleden een lied van J. Krishnamurti dat ik gedeeltelijk had overgeschreven. Het heet Het lied van de liefde. Krishnamurti schreef het kort na zijn verlichting, omdat zijn hart overstroomde. Op zoek naar de complete tekst kwam ik via Google op uw website terecht. En wat voor een website! Maar het mooiste vind ik toch de foto op uw autobiografische pagina. Zoals ze zeggen: de ogen zijn de spiegel van de ziel. Nu weet ik precies niet wat de ziel is, maar die foto’s zeggen mij alles. Ze doen me denken aan een prachtig gedicht van de grote soefimeester Hafiz:

The subject tonight is Love
And for tomorrow night as well,
As a matter of fact
I know of no better topic
For us to discuss
Until we all
Die!

In plaats van Love kun je ook lezen niet-weten.

Hans van Dam lacht zijn grote liefde toe. Wie is zij? (Deze foto stond in 2012 op mijn autobiografische pagina)

Beste mevrouw Brinkman,

Dank voor uw vriendelijke opmerkingen over mijn foto. Hij is weliswaar niet geacteerd, maar ik kan u verzekeren dat ik niet altijd zo kijk. Soms zie ik er bijvoorbeeld benepen uit, of kritisch of verveeld of angstig of moe.

Mijn ziel heeft vele facetten, maar dat maakt haar nog geen diamant. De beste spiegel om mijn ziel te bekijken is de lachspiegel. Die plaatst alles in de juiste wanverhoudingen. Ook de doorkijkspiegel en de aarsspiegel kan ik van harte aanbevelen als u mij beter wilt leren kennen. Of anders gewoon even bij uzelf naar binnen kijken zonder roze bril, kan niet missen.

Hoe u het ook bekijkt, ik hoop dat u mij niet aanziet voor een heilige vol vriendelijkheid en mededogen. Er is meer in mij dan liefde alleen, net als in alle mensen die ik ken, en mogelijk in alle mensen uit heden en verleden, maar die ken ik niet, net zomin als de mensen die ik ken. Het niet-weten dat op hen en mij het meest van toepassing is, luidt: dat wil je niet weten. Wedden dat u weet wat ik bedoel?

Iets niet willen weten en het dan toch onder ogen zien, mag van mij liefde heten, in elk geval tot het eind van deze brief.

Hafiz is dacht ik vooral een mysticus, een man van god, een man van blinde liefde voor god. Voor hem is God volstrekt onzichtbaar want beeldloos, net als voor mij en voor God zelf, naar men zegt. Net als niet-god, voeg ik er ten overvloede aan toe, die ook in dat opzicht niet voor Hem onderdoet. Mystieke liefde moet wel blind zijn, dus dat treft.

Ik heb bovenstaand gedicht overeenkomstig uw suggestie zo hertaald:

het onderwerp van vanavond is niet weten
evenals dat van morgenavond
en als het erop aankomt
weet ik niets beters
om bij stil te staan
totdat we allen
het leven
laten

Mij klinkt dit als muziek in de oren, of beter nog als stilte, maar wat Hafiz ervan zou denken?

Er zijn tegenwoordig heel wat mensen die niet-weten liefde noemen, en omgekeerd. Zelf vind ik dat te mooi. Of niet mooi genoeg, daar ben ik nog niet uit.

Ik mag dan inzake de grote levensvragen misschien niets weten – ik sta er niet voor in – maar daarom houd ik nog niet overal van. Ik omarm niet het hele leven, tenzij in die zin dat ik ook mijn weerstand tegen van alles en nog wat, eh… niet omarm natuurlijk, maar laten we zeggen, onder ogen zie. Die weerstand heb ik niet lief, maar ik ontken hem tenminste niet. Niet meer. Mijn weerstand tegen mijn weerstand ook niet. Denk ik weleens.

Noch weet ik mij de keuzeloze waarnemer van het waargenomene, die volgens Jiddu Krishnamurti de allerhoogste liefde zou zijn. Ook in die zin kan ik de liefde niet naar me toetrekken.

Noch weet ik mij het ene bewustzijn dat volgens de overlevering liefdevol met zichzelf speelt – ook al speel ik best weleens liefdevol met mezelf.

Enfin, u begrijpt het wel. De oersoep van niet-weten wordt al net zo lauw gegeten als ze wordt opgediend. Niet-weten is ook: niet weten wat liefde is. Laat staan wat het verband tussen liefde en niet-weten zou zijn.

Nou mevrouw, ik hoop dat ik u niet heb ontriefd. Ik wil u beslist niets afnemen, aanpraten, meegeven, opspelden of in de maag splitsen. Ik ben hier de laatste die beter weet. Maar om dat nou liefde te noemen?


Lees ook Hans van Dam, Meester Hans, Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes, Brieven mystiek; de stilte voorbij, God is een poort.

Liefde is je haat onder ogen zien

En als je dat niet kan dan zie je dat maar onder ogen.

Yentl: Wat is liefde?

Hans: Je haat onder ogen zien.

Yentl: Welke haat?

Hans: Je haat voor alles wat je haat iedere keer dat je het haat, inclusief alles wat je haat aan jezelf.

Yentl: Onder ogen zien?

Hans: Erkennen. Toegeven.

Yentl: Niet bestrijden?

Hans: Bestrijden behoort nog tot de haat.

Yentl: Hè?

Hans: Je haat de haat in anderen en daarom wil je hem bestrijden. Je haat de haat in jezelf en daarom wil je hem bestrijden. Strijd is haat.

Yentl: We moeten het bestrijden bestrijden.

Hans: Strijd tegen strijd is haat.

Yentl: Wat is haat?

Hans: Afwijzen wat is.

Yentl: Dus liefde is het niet onder ogen zien van de haat onder ogen zien?

Hans: Of hoe je het ook noemt.

Yentl: En als ik het niet onder ogen zien nou niet onder ogen kan zien?

Hans: Dan zie je dat maar onder ogen.

Yentl: En als dat ook niet lukt?

Hans: Dan zie je dat maar onder ogen.

Yentl: Enzovoort?

Hans: Nou, voort…

Yentl: En dat zou liefde zijn?

Hans: Wat is liefde?

Hemels is het om niet te weten wat liefde is

Dat hoef ik allemaal niet te weten. En dat is heerlijk. Hemels gewoon.

Beste Hans,
Wat zie je als een vraagteken gespiegeld wordt? Bij een ‘Há, ja’ is het antwoord correct.

Beste Vicky,
Hè, nee.

Vicky: Een hint – het vraagteken ontmoet overal zijn spiegelbeeld en komt terecht in een hemelse heerlijkheid.

Hans: Narcissus?

Vicky: Dit is de oplossing,

Niet-weten is liefde en liefde is wat jij bent. Weten dat jij liefde bent, is verlichting. Niet-weten is verlichting.

Hans: In het eerste jaar van mijn website had ik op mijn startpagina een logo:

Dat had ik voor honderd dollar naar eigen ontwerp laten maken door mijn Braziliaanse nichtje, een grafisch ontwerpster. Van jou krijg ik het nota bene gratis toegestuurd. Met dit ‘wapen’ wilde ik mijn onverklaarbare maar onmiskenbare hartstocht voor dat rare niet-weten verbeelden, meer niet. Toen op een kwade dag iemand erin las dat niet-weten de hoogste liefde is, heb ik het prompt van mijn website verwijderd.

Vicky: Wat is niet-weten voor jou?

Hans: Gewoon, dat ik het niet meer weet. Hoe het allemaal zit, bedoel ik. Dus ook niet dat niet-weten liefde is, of zelfs maar dat het dat niet is. Ook niet dat ik liefde ben, of zelfs maar dat ik dat niet ben. Ook niet dat niet-weten verlichting is, of zelfs maar dat het dat is. Ook niet dat ik ben of dat ik niet ben of wat dan ook.

Vicky: Is dat alles?

Hans: En dat ik het niet meer hoef te weten, natuurlijk. Hoe het allemaal zit, bedoel ik. Dus ook niet wat niet weten dan wél is. Ook niet wat liefde dan wel is. Ook niet wat ik dan wel ben. Ook niet wat verlichting dan wel is.

Dus ook niet wat je ziet als een vraagteken gespiegeld wordt.
Dat hoef ik allemaal niet te weten.
En dat is zo heerlijk.
Hemels gewoon.


Lees ook: Wat is niet-weten? Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzienIk ben niet verlicht, ik ben verduisterd.

Hou je van de ander of van jouw beeld van de ander?

Desillusies

Norma: Liefde is een illusie.

Hans: O?

Norma: Je houdt nooit van de ander, alleen van jouw beeld van de ander.

Hans: Is dat liefde of jouw beeld van de liefde?

Norma: Vertrouwen is ook een illusie.

Hans: Ik geloof je meteen.

Norma: Je vertrouwt nooit op de ander, alleen op jouw oordeel van de ander.

Hans: Is dat vertrouwen of jouw beeld van vertrouwen?

Norma: Eigenlijk is de hele werkelijkheid een illusie.

Hans: Echt?

Norma: Je ziet nooit de werkelijkheid, alleen jouw beeld van de werkelijkheid.

Hans: Is dat de werkelijkheid of jouw beeld van de werkelijkheid?

Norma: Bedoel je dat de werkelijkheid toch geen illusie is?

Hans: Is dat de illusie of jouw beeld van de illusie?

Norma: Verdraaid.

Hans: Wat?

Norma: Nou weet ik het helemaal niet meer.

Hans: Dan noem je dat toch de werkelijkheid.

Norma: Is dat de werkelijkheid of jouw beeld van de werkelijkheid?

Hans: Waar zie je mij voor aan?


Geïnspireerd op een passage uit Awareness van Anthony de Mello:

You are never in love with anyone. You’re only in love with your prejudiced and hopeful idea of that person. Take a minute to think about that: You are never in love with anyone, you’re in love with your prejudiced idea of that person. Isn’t that how you fall out of love? Your idea changes, doesn’t it? ‘How could you let me down when I trusted you so much’? you say to someone. Did you really trust them? You never trusted anyone. Come off it! That’s part of society’s brainwashing. You never trust anyone. You only trust your judgment about that person. So what are you complaining about? The fact is that you don’t like to say, ‘My judgment was lousy’. That’s not very flattering to you, is it? So you prefer to say, ‘How could you have let me down’?

Lees ook: De illusie van de illusie, Advaita pedanta.

Ik reken mij niet rijk, ik reken mij niet arm, ik reken nergens op

Uitgerekend

Beste Hans,
Ik ben een grote fan van niet-weten. Hoe minder ik weet, hoe beter ik me voel. Hoe minder ik weet, hoe meer meer liefde ik voel. Hoe minder ik weet, hoe minder bang ik ben om mezelf kwijt te raken. Hoe minder ik weet, hoe minder bang ik ben om te sterven. Is het niet geweldig?

Beste Phoebe,
Fijn dat je je zo goed voelt; zeker weten dat het iets te maken heeft met niet weten?

Weken later

Phoebe: Je vraag heeft me overvallen. Ik heb er lang over nagedacht en ben tot de slotsom gekomen dat jij ondanks je prachtige website het echte niet-weten nog niet hebt gesmaakt.

Hans: Ik zou het echt niet weten. Intussen heb je mijn vraag niet beantwoord. Ik herhaal hem nog even. ‘Fijn dat je je zo goed voelt; zeker weten dat het iets te maken heeft met niet weten?’

Weken later

Phoebe: Zou je wat dieper op het verband tussen niet-weten en gevoelens van onvoorwaardelijke liefde, vriendelijkheid, mededogen, medevreugde, onverstoorbaarheid, gelukzaligheid en onbevreesdheid?

Hans: Bij dezen.

Phoebe: Is dat alles?

Hans: Minder nog.

Phoebe: Maar als die gevoelens zich nou voordoen?

Hans: Doen ze zich voor dan doen ze zich voor. Ik reken ze mij niet toe. Ik reken mij niet rijk.

Blijven ze uit dan blijven ze uit. Ik reken het mij niet aan. Ik reken mij niet arm.

Ik reken nergens op. Ook hierop niet. Waarom, dat weet ik niet. Maar echt, het smaakt uitstekend.


Lees ook: Metaforen voor verlichting, Gebakken licht, Vrede sluiten met je onvrede.

Waarom ik niet weet wat liefde is

Elmar: Weet jij waarom ik niet weet wat liefde is?

Hans: Nou?

Elmar: Omdat ik liefde bén.

Hans: Weet jij waarom ik niet weet wat liefde is?

Elmar: Nou?

Hans: Omdat ik niet-weten ben.

Geïnspireerd op een anekdote van de non-dualist Jan van Delden, die volgens eigen zeggen een keer aan Wolter Keers vroeg: ‘Waarom weet ik niet wat liefde is?’ en als antwoord kreeg: ‘Omdat je liefde bént.’

Waarom ik weet wat liefde is

Ieke: Weet jij waarom ik niet weet wat liefde is?

Hans: Nou?

Ieke: Omdat ik liefde bén.

Hans: Weet jij waarom ik weet wat liefde is?

Ieke: Nou?

Hans: Omdat ik niet-weten ben.

Tip: Metaforen voor niet-weten

Waarom ik niet weet wat ik ben

Maykel: Weet jij waarom ik weet wat liefde is?

Hans: Nou?

Maykel: Omdat ik niet-weten ben.

Hans: Weet jij waarom ik niet weet wat liefde is?

Maykel: Nou?

Hans: Omdat ik niet weet of ik ben.

Tip: Zoek je selfie

Waarom jij niet weet wat liefde is

Pien: Waarom weet ik niet wat liefde is?

Hans: Omdat je niet wil weten wat haat is.

Waarom ik niet weet wat haat is

Gorik: Waarom weet jij niet wat haat is?

Hans: Omdat ik niet weet wat liefde is.

Tips: Wat is non-dualiteit? De dans ontsprongen

Hou je dan helemaal nergens van?

Kinderlijk eenvoudig

Xander: Waarom weet ik niet wat liefde is?

Hans: Hou jij dan helemaal nergens van?

Xander: Jawel, maar…

Hans: Meer valt er niet te weten.

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Als dit geen liefde is…

Bij hoog en bij laag

Chloë: Wat is liefde?

Hans: Daar vraag je me wat.

Chloë: Waarin onderscheidt liefde zich van aanverwante zaken?

Hans: Eh…

Chloë: Is liefde niet het allerbelangrijkste wat er is?

Hans: Jeetje.

Chloë: Ben je het er tenminste mee eens dat liefde de hoogste waarheid is?

Hans: Hoog, laag, een heg blijft een haag.

Chloë: Ik noem de liefde wáár.

Hans: Rookwaar, handelswaar of smokkelwaar?

Chloë: Liefde is ons oorspronkelijk gezicht.

Hans: En anders wel jouw ware masker.

Chloë: Verdraaid.

Hans: Ik wou het niet zeggen.

Chloë: Nou weet ik nog niet wat liefde is.

Hans: Dan noem je dat toch liefde.

Tip: De Intergalactische Waarheidsconferentie

Is liefde willen wat het leven wil?

Hans: Wat is liefde volgens jou?

Katie: Willen wat het leven wil. Wat het ook is.*

Hans: En als het leven haat wil?

* gevleugeld woord van Byron Katie

Is liefde willen wat de ander wil?

Hans: Wat is liefde voor jezelf?

Aukje: Willen wat je zelf wil. Wat het ook is.

Hans: Wat is liefde voor de ander?

Aukje: Willen wat de ander wil. Wat het ook is.

Hans: En als jullie nou wat anders willen?

Is liefde het beste voorhebben met iemand?

Hans: Wat is liefde volgens jou?

Bennie: Het beste voorhebben met iemand.

Hans: En als je nou niet weet wat het beste is voor iemand?

Bennie: Hm.

Hans: Zeg dat wel.

Bennie: Wat is liefde volgens jou?

Hans: Niet weten wat het beste is voor iemand.

Is liefde niet-weten wat het beste is voor iemand?

Givan: Liefde is niet-weten wat het beste is voor iemand.

Hans: Waarom?

Givan: Omdat eh… dat het beste, eh…

Hans: Ik was er al bang voor

Leren van jezelf te houden

Doe-het-zelver

Atman: Ik wil van mezelf leren houden.

Hans: Eerst maar eens een zelf zien te vinden.

Atman: Ik weet anders donders goed wie ik ben.

Hans: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Wil je van jezelf houden of wil je jezelf veranderen?

Gaan we nog voorwaarden stellen ook?

Badr: Ik wil van mezelf leren houden.

Hans: Ook als iemand die zichzelf soms haat?

Badr: Nee, als iemand die altijd van zichzelf houdt.

Hans: O, je wil jezelf veranderen.

Badr: Ja, stom hè.

Hans: Hoezo?

Badr: Ware liefde is onvoorwaardelijk.

Hans: Gaan we nog voorwaarden stellen ook?


Meer over onvoorwaardelijke liefde en niet-weten lees je in: Hoger kun je niet vallen en in het interview Passe-partout voor poortloze poorten.

Liefde zonder liefde

Fons: Wat is onvoorwaardelijke liefde?

Hans: Niet weten wat liefde is?

Fons: Alweer geen antwoord.

Hans: Onvoorwaardelijker kan niet.

Mag iedereen er zijn?

Dat valt op geen enkele manier te onderbouwen

Hans: Wat is liefde voor jou?

Louk: Dat ik er mag zijn. Dat we er allemaal mogen zijn.

Hans: Dat valt op geen enkele manier te onderbouwen.

Louk: Bedoel je dat ik er niet mag zijn?

Hans: Dat valt op geen enkele manier te onderbouwen.

Louk: Basta met wel en niet mogen zijn, wou je zeggen.

Hans: Dat valt op geen enkele manier te onderbouwen.

Louk: Niets valt op welke manier dan ook te onderbouwen.

Hans: Dat valt op geen enkele manier te onderbouwen.

Een vervreemdbaar recht

En zo ja, van wie?

Sanna: Ik mag er zijn. Jij mag er zijn. Iedereen mag er zijn. Alles mag er zijn.

Hans: Wie ben jij om wie of wat dan ook toestemming te verlenen?

Sanna: Ik bedoel alleen maar dat iedereen bij zijn geboorte een vrijkaart voor het leven krijgt.

Hans: Behalve de doodgeborenen zeker.

Sanna: Leven is een onvervreemdbaar recht zodra en zolang je leeft.

Hans: Voor sommigen blijkt het een vervreemdbaar recht.

Sanna: Dat is nog steeds een recht.

Hans: Wie of wat verleent dat recht?

Sanna: Er is een instantie groter dan jou en mij…

Hans: Ken jij die instantie?

Sanna: Natuurlijk niet.

Hans: Hoe komt dat?

Sanna: Omdat hij groter is dan jou en mij.

Hans: Hij of zij?

Sanna: Dat weet ik niet.

Hans: Hoeveel groter?

Sanna: Dat weet ik niet.

Hans: Waarom niet?

Sanna: Omdat ik zijn of haar grenzen niet ken.

Hans: Ken je zijn of haar inhoud?

Sanna: Ook niet.

Hans: Ben je absoluut zeker van zijn of haar bestaan?

Sanna: Eerlijk gezegd niet.

Hans: Hoe komt dat?

Sanna: Doordat hij of zij mogelijk voorbij bestaan en niet-bestaan is.

Hans: Wat weet je eigenlijk wel van die instantie?

Sanna: Eigenlijk niets.

Hans: Is dat soms de essentie ervan?

Sanna: Wat?

Hans: Onkenbaarheid?

Sanna: Eh…

Hans: Dat weet je ook al niet?

Sanna: …

Hans: Volgens mij zeg je maar wat.

Sanna: Dat is te zeggen…

Hans: Nou?

Sanna: Eigenlijk wel.

Hans: Ach, wie niet.

Sanna: Jij geeft het tenminste toe.

Hans: Wat geef ik toe?

Sanna: Dat je maar wat zegt.

Hans: Mij niet gezien.

Sanna: Dat zeg je net zelf.

Hans: Wat zeg ik net zelf?

Sanna: Toen ik toegaf dat ik maar wat zei, vroeg jij: ‘Ach, wie niet’.

Hans: Een vraag is nog geen conclusie.

Sanna: Hoe het ook zij, je hebt een punt.

Hans: Ik?

Sanna: Ik doe de hele tijd maar alsof.

Hans: Alsof wat?

Sanna: Alsof ik het allemaal wel doorheb.

Hans: Mag dat er soms niet zijn?

Sanna: Verdraaid.

Hans: Wat?

Sanna: Ook dat mag er zijn!

Hans: Wie ben jij om wie of wat dan ook toestemming te verlenen?

Lees ook: Lege mystiek op de hoogste piek: ‘nada, nada, nada!’, Brieven mystiek; de stilte voorbij

Ben jij het leven waardig?

Standpunten zijn het leven niet waardig

Thymen: Ik ben het leven niet waardig.

Hans: Wat dat aangaat zijn er wel tienduizend standpunten mogelijk.

Thymen: Welke dan bijvoorbeeld?

Hans: Dat alleen gezonde mensen het leven waardig zijn. Dat alleen slimme mensen het leven waardig zijn. Dat alleen ariërs of Israëlieten of Roma of indianen of negers of agrariërs of stedelingen het leven waardig zijn. Dat alleen edelen of arbeiders of rijkaards of vrijdenkers of christenen of moslims of boeddhisten of Hutu’s of Tutsi’s of Ajacieden of Feyenoorders het leven waardig zijn. Dat alleen filantropen of kinderen of ouden van dagen of harde werkers of levensgenieters of dieren of aliens het leven waardig zijn. Dat alleen ik het leven waardig ben. Dat alleen anderen het leven waardig zijn. Dat iedereen het leven waardig is. Dat niemand het leven waardig is. Dat je het soms wel waardig bent en soms niet. Dat je het tegelijk waardig en onwaardig bent, of waardig noch onwaardig. Dat waardig een onwaardige term is. Enzovoort, enzovoort. Je kan het zo gek niet bedenken of iemand vindt het wel.

Thymen: Nou je het zegt…

Hans: Of ik het nou zeg of niet.

Thymen: Eigenlijk wist ik het allang.

Hans: Maar je hebt het nooit met je gevoel van minderwaardigheid in verband gebracht?

Thymen: Nee.

Hans: Vanuit welk standpunt ben jij het leven niet waardig?

Thymen: Ik ben geen productief lid van de maatschappij.

Hans: Werkeloos?

Thymen: Ik haat dat woord.

Hans: Vanuit het standpunt dat je je plekje met werken moet verdienen is je leven inderdaad niet te rechtvaardigen.

Thymen: Wát?

Hans: Maar hoe rechtvaardig je dat standpunt?

Thymen: Het valt goed te verdedigen dat…

Hans: Op welke gronden berust die zienswijze?

Thymen: Uitgaand van de gedachte dat…

Hans: Op welke gronden berusten die gronden?

Thymen: Gezien het feit dat…

Hans: En die?

Thymen: …

Hans: Daar heb je het al.

Thymen: Standpunten zijn het leven niet waardig.

Hans: Dat is nog steeds een standpunt.

Tips: Het regressieprobleem, Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken.

Was ik maar verlicht, dan was mijn bestaan gerechtvaardigd

Als ‘verlichte’ zul je het verschil tussen waardig en onwaardig niet meer kennen

Hans: Waar ben je toch steeds zo druk mee?

Macy: Verlicht worden.

Hans: Waarom?

Macy: Dan zal ik eindelijk het leven waardig zijn.

Hans: Als verlichte zul je het verschil tussen waardig en onwaardig niet meer kennen.

Macy: Des te beter.

Hans: Noch het verschil tussen beter en slechter.

Macy: Maakt niet uit.

Hans: Noch het verschil tussen verlicht en onverlicht.

Macy: Als ik maar geen loser meer ben.

Hans: Noch het verschil tussen winnen en verliezen.

Macy: Maar mijn leven…

Hans: Noch het verschil tussen leven en dood.

Macy: Maar mijn…

Hans: Noch het verschil tussen mijn en dijn.

Macy: Zal ik dan niets meer weten?

Hans: Noch het verschil tussen weten en niet weten.

Macy: Maar als ik verlicht wordt…

Hans: Noch het verschil tussen worden en zijn.

Macy: Dan weet ik eerlijk gezegd niet of ik nog wel verlicht wil worden.

Hans: Dan heb je de eerste stap gezet.

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzienWat is non-dualiteit?

Niemand is het leven onwaardig in ieder opzicht

Zie het anders eens zonder opzicht

Roel: Ik ben het leven niet waardig.

Hans: En anderen?

Roel: Wel.

Hans: In welk opzicht?

Roel: In welk opzicht dan ook.

Hans: Niemand is het leven waardig in ieder opzicht.

Roel: Maar ik ben het in geen enkel opzicht.

Hans: Niemand is het leven onwaardig in ieder opzicht.

Roel: Hoe moet ik het dan zien?

Hans: Wie zegt dat je het moet zien?

Roel: En als ik het nou toch moet zien?

Hans: Zie het dan maar zonder opzicht.

Lees ook: Denken, denken, denken, Voorbij goed en kwaad.

Heeft ware liefde plaats voor iedereen?

Sagar: Vind jij dat iedereen er mag zijn?

Hans: Welk standpunt zal ik vandaag eens verkondigen.

Sagar: O, waait de wind uit die hoek.

Hans: Ik zou het eerder een windstilte noemen.

Sagar: Wat?

Hans: Vind jij dat iedereen er mag zijn?

Sagar: Ware liefde heeft…

Hans: O, waait de wind uit die hoek.

Sagar: … plaats voor iedereen, wou ik zeggen.

Hans: Ook voor mensen die dat niet hebben?

Sagar: …

Hans: Is dit nou de stilte of de storm?

Wie zou je zijn zonder liefde?

Tim: Ik ben het leven niet waardig.

Hans: Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Tim: Gaan we Byron Katie nadoen?

Hans: Wie zou je zijn zonder Byron Katie?

Tim: Zo ken ik je weer.

Hans: Nou?

Tim: Mezelf?

Hans: Wie is mezelf?

Tim: Degene die het leven niet waardig is.

Hans: Wie zou je zijn zonder het leven?

Tim: Wat?

Hans: Vertel me dan maar wie je zou zijn zonder jezelf.

Tim: Nou moet ik zeker zeggen dat ik zou dansen als een derwisj.*

Hans: Wie zou je zijn zonder benen?

Tim: Nou moet ik zeker zeggen dat ik…

Hans: Wie zou je zijn zonder tong?

Tim: …

Hans: Wat klets je dan.

* gevleugeld woord van Byron Katie

Wou jij de ene leugen vervangen door de andere?

Gise: Niemand houdt van mij.

Hans: En?

Gise: Dat betekent dat ik onwaardig ben.

Hans: Want anders hielden ze wel van je?

Gise: Inderdaad.

Hans: Dus iedereen heeft gelijk?

Gise: Dat zou ik denken.

Hans: Waarom zou iedereen niet ongelijk hebben?

Gise: Zou je denken?

Hans: Ik heb geen idee.

Gise: Je wordt bedankt.

Hans: Wou jij de ene leugen vervangen door de andere?

Wou jij zeggen dat het leven zinvol is als er iemand van je houdt?

Violet: Niemand houdt van mij.

Hans: En?

Violet: Dat maakt mijn leven zinloos.

Hans: Hoezo?

Violet: Het is toch zeker zo.

Hans: Wou jij zeggen dat het leven zinvol is als er iemand van je houdt?

Violet: Ja.

Hans: Wat zeg je dan tegen degenen die innig geliefd worden en het leven toch als zinloos ervaren?

Violet: Eh…

Hans: Niet slecht.

Violet: Hè?

Hans: En tegen degenen die zich niet geliefd weten en het leven toch als zinvol ervaren?

Violet: Eh…

Hans: En tegen jezelf?

Violet: Hè?

Hans: Niet slecht.

En wat dan nog als niemand van je houdt?

Tamar: Niemand houdt van mij.

Hans: En?

Tamar: Dat betekent…

Hans: Waarom stop je nou?

Tamar: Omdat je toch weer gaat vragen hoe ik dat weet.

Hans: En vroeger of later moet je toegeven…

Tamar: Dat ik dat niet weet.

Hans: En daarna zou ik je vragen…

Tamar: Of dingen überhaupt wel iets betekenen. En dan zou ik zeggen…

Hans: ‘Wou jij soms zeggen van niet?’ En dan zou ik zeggen…

Tamar: ‘Wie zegt dat ik iets wil zeggen?’

Hans: Hoe weet je dat allemaal?

Tamar: Niet dan?

Hans: Daar zullen we nou wel nooit achter komen.

Hoe weet je dat er niemand van je houdt?

Lizzy: Niemand houdt van mij.

Hans: Zeker weten?

Lizzy: Ik denk het wel.

Hans: Heb je het aan iedereen gevraagd?

Lizzy: Niet aan iedereen.

Hans: Aan wie wel?

Lizzy: Aan niemand, eerlijk gezegd.

Hans: Hoe weet je het dan?

Lizzy: Dat weet ik gewoon.

Hans: Weet je het gewoon of denk je het gewoon?

Lizzy: Ik denk het gewoon.

Hans: Ben je van plan het te onderzoeken?

Lizzy: Ik denk het… niet.

Hans: Waarom niet?

Lizzy: Misschien wil ik het wel niet weten.

Hans: Stel dat het niet waar zou zijn, wat dan?

Lizzy: Dat zou niet best wezen.

Hans: Waarom niet?

Lizzy: Waar zou ik anders boos en verdrietig over moeten zijn?

Hans: Wie zegt dat je daar een reden voor moet hebben?

Lizzy: Misschien kan ik wel niet boos of verdrietig zijn zonder reden.

Hans: Dan maar niet.

Lizzy: Joost mag weten hoe ik me dan zou voelen.

Hans: En daarom zeg je dat niemand van je houdt?

Lizzy: Kennelijk neem ik liever het zekere voor het onzekere.

Hans: Wat is er zeker aan de ongeverifieerde gedachte dat niemand van je houdt?

Lizzy: Inmiddels niets meer.

Hans: Kijk eens aan.

Lizzy: Het is niet zeker dat niemand van mij houdt.

Hans: Zeker weten?

Betrouwbaar gezelschap in een liefdeloze wereld

Vrienden voor het leven

Gera: Niemand houdt van mij.

Hans: Ik hou van je.

Gera: Maar verder niemand.

Hans: Je hond?

Gera: Maar verder niemand.

Hans: Je moeder?

Gera: Maar verder niemand.

Hans: Je vader?

Gera: Die is dood.

Hans: Hield hij niet van je?

Gera: Dat was toen.

Hans: Je buren of buurtgenoten?

Gera: Dat weet ik niet, dus dat telt niet.

Hans: Dus niemand houdt van je.

Gera: Dat zeg ik.

Hans: Je koestert die gedachte, hè?

Gera: Ik haat die gedachte.

Hans: Maar ze verlaat je nooit?

Gera: Ze verlaat me nooit.

Hans: Betrouwbaar gezelschap in een liefdeloze wereld.

Omdat ik niet weet wat liefde is

Wat moet je met al die ideeën

Kussende tapirs

Edwin: Niemand houdt van mij.

Hans: Dat weet je niet.

Edwin: Houden er veel mensen van jou?

Hans: Dat weet ik niet.

Edwin: Hoe komt dat?

Hans: Omdat ik niet weet wat liefde is.

Edwin: Heb je het nog nooit meegemaakt?

Hans: Ik heb van alles meegemaakt.

Edwin: Maar geen liefde?

Hans: Dat weet ik niet.

Edwin: Heb je nog nooit gekust?

Hans: Zo vaak.

Edwin: Heb je nog nooit lieve woordjes uitgewisseld?

Hans: Zo vaak.

Edwin: Heeft nooit iemand zielsgraag bij je willen zijn?

Hans: Zo vaak.

Edwin: Nou dan.

Hans: Hoe bedoel je?

Edwin: Dat betekent dat er iemand van je hield.

Hans: Waarom zou het iets betekenen?

Edwin: Wou jij zeggen van niet?

Hans: Jij bent het die wat wil zeggen.

Edwin: Bedoel je…

Hans: En maar concluderen.

Uitgesproken over liefde

Naud: Niemand houdt van mij.

Hans: En?

Naud: Dat weet ik eigenlijk niet.

Hans: Hè hè.

Naud: Poe poe.

Hans: Was dat nou zo moeilijk?

Naud: Kennelijk.

Hans: Waarom?

Naud: Het betekent immers…

Hans: Daar gaan we weer.

Naud: … niets.

Hans: Nou dat weer.

Zeker lang geen kerst gevierd

Dorus: Niemand houdt van mij.

Hans: Daar weet je niets van.

Dorus: Waarom moet ik de kerstdagen dan weer alleen doorbrengen?

Hans: Wou jij beweren dat je weet wat het betekent als je de kerstdagen alleen moet doorbrengen?

Dorus: Dat niemand van je houdt natuurlijk.

Hans: En de mensen die de kerstdagen wel samen doorbrengen?

Dorus: Die houden wel van elkaar.

Hans: Zeker lang geen kerst gevierd.

Waarom klaag je over eenzaamheid op feestdagen?

Tweede kerst

Barend: Alweer een eenzame kerst.

Hans: Waarom klaag je nooit over eenzaamheid op gewone dagen?

Barend: Omdat ik het dan niet zo sterk voel.

Hans: Wat is het verschil tussen alleen zijn op 25 juni en alleen zijn op 25 december?

Barend: Een half jaar.

Hans: Nou en?

Barend: Met kerst kruipt iedereen bij elkaar.

Hans: Je moest eens weten hoeveel mensen op 25 juni bij elkaar kruipen.

Barend: Ja, hou maar op.

Hans: Hoezo?

Barend: Straks ga ik me op 25 juni ook nog eenzaam voelen.

Zit eenzaamheid tussen je oren?

Ertussen genomen

Audrey: Alweer een eenzame kerst.

Hans: Eenzaamheid zit tussen je oren.

Audrey: Daar is wat voor te zeggen.

Hans: Maar het idee dat het tussen je oren zit ook.

Audrey: Wát?

Hans: Het idee dat eenzaamheid tussen je oren zit, zit ook tussen je oren.

Audrey: Bedoel je dat eenzaamheid toch niet tussen je oren zit?

Hans: ’t Idee.

Tip: Denken, denken, denken

Is niet-weten onvoorwaardelijke liefde?

De tao van tja

Cecile: Is niet-weten hetzelfde als onvoorwaardelijke liefde?

Hans: Dat weet ik niet.

Cecile: Waarom niet?

Hans: Omdat ik niet weet wat onvoorwaardelijke liefde is.

Cecile: O.

Hans: Bovendien weet ik niet wat niet-weten is.

Cecile: Ook niet?

Hans: Hoe zou ik ze dan moeten vergelijken?

Cecile: Betekent niet weten dan niet dat er overal ruimte voor is?

Hans: Jij kan het weten.

Cecile: Zou je ‘overal ruimte voor’ niet kunnen vertalen als onvoorwaardelijke liefde?

Hans: Vertalen staat vrij.

Cecile: Maar?

Hans: In niet weten ook ruimte is voor haat.

Cecile: Ai.

Hans: En bekrompenheid.

Cecile: Oei.

Hans: En onverschilligheid.

Cecile: Au.

Hans: Maar ook voor het haten van de haat.

Cecile: Ha.

Hans: En het veroordelen van bekrompenheid.

Cecile: Fijn.

Hans: En verontwaardiging over onverschilligheid.

Cecile: Mooi.

Hans: Onvoorwaardelijk genoeg?

Cecile: Dat wel.

Hans: Maar?

Cecile: Of je het nog liefde kan noemen?

Hans: Hoe zou jij het noemen?

Cecile: Tja.

Hans: Ik ook.

Cecile: Wat ‘ik ook’?

Hans: Zo zou ik het ook noemen.

Cecile: Maar ik zei helemaal niks.

Hans: Precies.

Cecile: Ik snap er niks meer van.

Hans: Nou dan.

Lees ook: Meester Tja en de tao van tja, Zeg maar tja tegen het leven.

Zie jij je eigen onverschilligheid onder ogen?

Uitgeleefd

Gerjan: Zie jij je eigen onverschilligheid onder ogen?

Hans: Volledig.

Gerjan: Hoe kan je dan nog met jezelf leven?

Hans: Wie zegt dat ik met mezelf moet leven?

Gerjan: Niet dan?

Hans: Is die onverschilligheid soms van mij?

Gerjan: Van wie anders?

Hans: Wie zegt dat hij van iemand anders is?

Gerjan: Bedoel je dat hij van niemand is?

Hans: Iemand, niemand…

Gerjan: Verwijst je naar het Ene?

Hans: Ken ik niet.

Gerjan: En je liefde?

Hans: Wat is daarmee?

Gerjan: Is die wel van jou?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Gerjan: En je haat?

Hans: Zelfde verhaal.

Gerjan: En je mededogen?

Hans: Idem dito.

Gerjan: Wat is er eigenlijk wel van jou?

Hans: Ja, wat niet.

Gerjan: Hè?

Hans: Wat?

Gerjan: Wat is er niet van jou?

Hans: Ja, wat wel.

Gerjan: Ik snap er niks meer van.

Hans: Dat bedoel ik.

Gerjan: En niet weten?

Hans: Ik zou het ook niet weten.

Gerjan: Hoe kan jij in hemelsnaam nog met jezelf leven?

Hans: Wie zegt dat ik met mezelf moet leven?

Tip: Ben je jezelf of het Zelf? Het lege geheim

Kijk liever zelf

Laat je niks wijsmaken

Floriska: Bent jij de liefde zelf?

Hans: Hoe kom je daar nou bij?

Floriska: Volgens mensen als Jezus van Nazareth, Wolter Keers, Byron Katie…

Hans: Kijk liever zelf.

Floriska: Dat is nou eenmaal niet mijn sterkste kant.

Hans: Een sterkere heb je niet.

Floriska: Het is niet te hopen.

Hans: Wat zie je als je naar mij kijkt?

Floriska: Wat ziet jij als je naar jezelf kijkt?

Hans: Liefde, haat, vertrouwen, achterdocht, mededogen en onverschilligheid.

Floriska: Het hele pakket?

Hans: Het hele pakket.

Floriska: Dat valt me tegen.

Hans: Ooit zal het je meevallen.

Floriska: En als je naar mij kijkt?

Hans: Hetzelfde als bij iedereen.

Floriska: Wat dan?

Hans: Liefde, haat, vertrouwen, achterdocht, mededogen en onverschilligheid.

Floriska: Het hele pakket?

Hans: Het hele pakket.

Floriska: Dat valt me tegen.

Hans: Ooit zal het je meevallen.

Floriska: Ik ben er dus niet in geslaagd jou te laten denken…

Hans: Geenszins.

Floriska: Al die tijd wist je…

Hans: Net als jij, al wou je het niet toegeven.

Floriska: Hoe is het mogelijk.

Hans: Ik kijk liever zelf.

Tips: Idolen van de zoeker, Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes, Meester Hans.

Eigen je niet toe wat niet van jou is

Hart tegen hard

Kurijn: Wat ben ik toch voor iemand dat ik zo onverschillig omga met mijn medeschepsels.

Hans: Eigen je niet toe wat niet van jou is.

Kurijn: Wat bent jij toch een harde.

Hans: Dicht mij niet toe wat niet van mij is.

Kurijn: Bedoel je dat ik projecteer?

Hans: Eigen je niet toe wat niet van jou is.

Kurijn: Of zeg je dit allemaal uit liefde?

Hans: Dicht mij niet toe wat niet van mij is.

Lees ook de Hartsoetra voor dummy’s en de Diamantsoetra voor dummy’s.

Niets onmenselijks is mij vreemd

Bekentenissen

Jelmer: Niets menselijks is mij vreemd.

Hans: Niets onmenselijks is mij vreemd.

Jelmer: Mij eigenlijk ook niet.

Hans: Niets is mij vreemd.

Jelmer: Mij eigenlijk ook niet.

Hans: Niets is mij bekend.

Jelmer: Mij eigenlijk ook niet.

Hans: En niets is mij onbekend.

Jelmer: Vreemd eigenlijk.

Hans: En toch eigen.

Lees ook: Loflied op niet-weten.

Liefde is niet alles

Maar dan ook helemaal

Linda: Het universum is er helemaal voor mij.

Hans: En als je het nou niet wil?

Linda: Overal wordt je door de aarde gedragen.

Hans: Behalve als je valt.

Linda: Maar verder overal.

Hans: En?

Linda: Is dat op zich al niet genoeg reden tot dankbaarheid?

Hans: Ik heb niet om zwaartekracht gevraagd.

Linda: Overal is lucht zodat je vrij kan ademen.

Hans: Behalve onder water.

Linda: Dat is toch zeker voldoende reden tot dankbaarheid?

Hans: Ik heb niet om longen gevraagd.

Linda: Overal is eten, dat kan je toch niet ontkennen?

Hans: Ik heb niet om honger gevraagd.

Linda: En dan is er natuurlijk de liefde.

Hans: Ik wist het.

Linda: Liefde overwint alles.

Hans: Haat ook.

Linda: Ik bedoel dat de liefde alles omarmt.

Hans: De wurgslang ook.

Linda: Ik heb het hier over totale openheid.

Hans: Waarom probeer je dan uit alle macht de helft buiten te sluiten?

Linda: De helft van wat?

Hans: De helft van het universum.

Linda: Wat sluit ik uit?

Hans: Het afwijzen. Het vallen. Het stikken. Honger. Geslotenheid. Haat.

Linda: Hm.

Hans: Misschien is het universum er inderdaad voor jou…

Linda: Maar?

Hans: Dan wel helemaal.

Linda: Wil je mij helpen de andere helft te omarmen?

Hans: Daar gaan we weer.

Tip: Vrede sluiten met je onvrede

Onbegrensd mijn onverschilligheid

Als ik eerlijk naar mezelf kijk, moet ik toegeven dat mijn liefde beperkt blijft tot mijn naasten. Mijn mededogen blijft beperkt tot enkele diersoorten en doelgroepen. Ook mijn haat is exclusief. Maar mijn onverschilligheid is onbegrensd.

Vragen wie god is dat hij zo onverschillig omgaat met zijn eigen schepselen is een projectie van mijn eigen onverschilligheid op god.

Vragen wat voor wereld het is die zo onverschillig omgaat met zijn eigen schepselen, is een projectie van mijn eigen onverschilligheid op de wereld.

Vragen wat voor natuur het is die zo onverschillig omgaat met zijn eigen schepselen, is een projectie van mijn eigen onverschilligheid op de natuur.

Vragen wat voor dier het is dat zo onverschillig omgaat met zijn soortgenoten, is een projectie van mijn eigen onverschilligheid op de mens.

Vragen wat voor iemand het is die zo onverschillig omgaat met zijn medeschepselen is een projectie van onverschilligheid op mezelf.

Wie of wat ik ook de schuld geef, steeds veronderstel ik boze opzet en daarmee een vrije wil. De veronderstelling van een vrije wil schept een dader. Een dader kan je verantwoordelijk stellen. Je kan hem beschuldigen, vrijspreken, veroordelen, bestraffen, reclasseren, beleren en bekeren.

Zonder vrije wil is er geen sprake van eigenmacht. Als alle macht overmacht is, wat betekenen woorden als haat, liefde, achterdocht, mededogen en onverschilligheid dan nog?

Is alle macht overmacht?
Ik weet het niet.

Bestaat de de vrije wil?
Ik weet het niet.

Kan je ervoor kiezen in de vrije wil te geloven?
Niet dat ik weet.

Is projectie werkelijkheid of illusie?
Ik weet het niet.

Kan ik ophouden met projecteren of ben ik er misschien al mee opgehouden of zal het onvermijdelijke projecteren onvermijdelijk op niet-weten blijven stranden zoals golven op een rotskust?
Ik weet het niet.

Dacht je nou echt dat iemand als ik je kon vertellen hoe het allemaal zit?

Tips: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid, Voorbij goed en kwaad, de ethiek van niet-weten.