Meester Hans

Waarom Hans geen meester is, geen leraar en geen leerling? Dat komt, hij heeft geen meester en geen leerling en geen lering. Dwaalteksten over uw eigenste dwaalgids.

Verder lezen: Hans van Dam, de Lege leer, Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes, Idolen van de zoeker, Meester Schaap en Broeder Ezel.

Een duwtje in de rug

 

Beste Hans,
Het laatste wat ik zoek is een leraar of meester, en juist daarom meen ik er goed aan te doen jou te benaderen. Zou je mij een beetje kunnen begeleiden misschien? Een duwtje in de goede richting geven zodat ik wat meer mezelf word, waar nodig mijn verzet breken, op weg naar de wijsheid zonder wijsheid?

Beste Hielke,
Een duwtje geven lukt nog wel, maar in de goede richting?
Kan iemand die de weg kent zonder wijsheid wezen?
Kan iemand die de weg niet kent een wijze wezen?
Of er wat te breken valt en hoe dat dan zou moeten, weet ik ook al niet.
Mezelf heb ik in elk geval niet kunnen breken; ik kwam niet eens op het idee.
Mijns ondanks brak er iets.
O jee.

Mijn vlot?
Mijn taal?
Mijn hoop?
Mijn hoofd?
Mijn weten?
Mijn wezen?
Mijn vliezen?
Mijn valhelm?
Mijn dualiteit?
Mijn samadhi?
Mijn echtheid?
Mijn identiteit?
Mijn ruggengraat?
Mijn mindfulness?
Mijn non-dualiteit?
Mijn porseleinkast?
Mijn boeddhanatuur?
Mijn goedgelovigheid?
Mijn innerlijke goeroe?
Mijn bodhisattvagelofte?
Het licht in mijn wijsheidsoog?
Of waren het mijn denkbeelden maar.

Wat het ook was, het is gebroken en nu ben ik heel.
Terwijl ik het dolgraag deel, laat het zich niet vermenigvuldigen, tenminste niet door mij.
Het breekt mijn hart, dat kan er ook nog wel bij.
Maar troost je: ik ben niet beter en niet beter af dan jij.
En ook niet méér mezelf; alleen wat minder mij.

Je kunt niet wijzen naar geen kant

Vaders, moeders, bloggers, auteurs, opinieleiders, coaches, counselors, co-counselors, columnisten, commentatoren, consultants, opvoeders, ethici, beleidsmakers, wetgevers, raadgevers, medicijnmannen, mystagogen, pedagogen, sjamanen, rinpoche’s, roshi’s, engelen, geesten, voorouders, therapeuten, politici, dominees, ombudsmannen, mentoren, meesters, cabaretiers, goeroes, loodsen, reisgidsen, padvinders, verkenners en andere wegwijzers – ze zijn er en dat juich ik toe.
Ik snap ze geen van allen, daar heb ik me bij neergelegd.
Zij niet, dat nooit, ook daar heb ik me bij neergelegd.

Vooral vallende leraren koester ik; van hen leer ik het meest af.
Samen vallen schept een band.
’t Is wijds aan gene zijde van de mand.
Voorgoed ontvingerd en ontmand.
Geen wijzen hier in boterland;
Je kunt niet wijzen naar geen kant.

A blessing in disguise heet dit
Al is mijn leven tuchtig
Zo zonder wijzen blijft mijn denken
Zacht en licht en luchtig

boterland: (zeewezen) wolken die zich voordoen als verwijderd land, dat echter bij nadering ‘als boter wegsmelt’

Deze tekst de vorige zijn samen als één artikel gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Aanbevelingen voor meester Hans

‘Wat weet jij eigenlijk van de weg, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van de waarheid?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van het leven?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van god?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van liefde?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van tijd?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van het hier en nu?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van het ego?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van het zelf?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van jezelf?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van de mens?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van de boeddha?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van de dharma?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van zen?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van leegte?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van afhankelijk ontstaan?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van onthechting?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van transmissie?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van transcendentie?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van metta?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van karuna?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van mudita?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van upekkha?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van samsara?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van nirwana?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van karma?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van dualiteit?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van non-dualiteit?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van het bewustzijn?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van tao?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van lijden?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van geluk?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van de zin van het leven?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van bevrijding?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van verlichting?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

‘Wat weet jij eigenlijk van niet weten?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Waarvoor eigenlijk?’
‘Voor je geloofwaardigheid natuurlijk.’
‘Alsof ik mensen iets wil laten geloven.’
‘Jij wilt ze natuurlijk niets laten geloven.’
‘Geloof je dat nou echt?’

Fopneus

‘Ik heb in mijn leven letterlijk al honderden satsangs en ashrams bezocht, Hans. Hier te lande, in Engeland, Amerika, India en noem maar op. Het komt me zo langzamerhand de neus uit. Wat zou jij me adviseren?’
‘Gewoon volhouden.’
‘Hoe lang nog?’
‘Tot het je écht de neus uitkomt.’
‘En dan?’
‘Hou je vanzelf op naar anderen te luisteren.’
‘Volgens mij ben ik al zover.’
‘Ik dacht het niet.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Waarom vraag je anders mijn advies?’
‘Wat als ik eindelijk ophoud naar anderen te luisteren?’
‘Dan zul je ook niet meer naar mij luisteren.’
‘Zal ik dan alleen nog naar mezelf luisteren?’
‘Tot het je de neus uitkomt.’
‘En dan?’
‘Neemt niemand je nog bij de neus.’

Uitgesteld

‘Wat is het verschil tussen jou en andere leraren?’
‘Dat ik geen leraar ben.’
‘Waarom niet?’
‘Een leraar stelt steeds achter of bij of gelijk of gerust of in of onder of samen of tegenover of teleur of terecht of tevreden of te weer of te werk of uit of vast of voor of voorop.’
‘En jij?’
‘Ik ben voorgoed uitgesteld.’

Uitgeteld

‘Wat is het verschil tussen jou en andere leraren?’
‘Dat ik geen leraar ben.’
‘Waarom niet?’
‘Een leraar gelooft in de leegte van het boeddhisme of in de eenheid van het monisme of in de niet-tweeheid van het non-dualisme of in de tweeheid van het dualisme of in de drie-eenheid van het christendom of in de vier-eenheid van het hindoeïsme of in de veelheid van het pluralisme.’
‘En jij?’
‘Ik ben voorgoed uitgeteld.’

Een onwoord

Is niet weten een heilsboodschap?
Dan ben ik een heilsprofeet,
een toonbeeld van heelheid.
Dan is mijn leer een heilsleer,
mijn weg een heilsweg,
mijn land een heilsland.

Is niet weten een onheilsboodschap?
Dan ben ik een onheilsprofeet,
een schrikbeeld van verdeeldheid.
Dan is mijn leer een onheilsleer,
mijn weg een onheilsweg,
mijn land een onheilsland.

Is niet weten geen boodschap?
Dan ben ik een onprofeet,
toonbeeld noch schrikbeeld.
Dan is mijn leer een onleer,
mijn weg een onweg,
mijn land een onland.

Schiftgeleerden

‘Hans, mag ik jou een vraag stellen?’
‘Daar komen alleen maar antwoorden van.’
‘Het is de taak van de spirituele leraar om ons bij te staan op onze weg naar non-dualiteit, schrijft Nico Tydeman in zijn boek Transmissie en Transcendentie.
‘God sta ons bij.’
‘In zijn boek maakt de auteur onderscheid tussen drie aspecten van het spirituele leraarschap.’
‘Ik weet er wel driehonderd.’
‘Vriend, goeroe en mystagoog.’
‘Pijl, daar gaat je boog.’
‘Pardon?’
‘Scheiden doet lijden.’
‘Wat?’
‘Of was het nou andersom?’
‘Lijden doet scheiden?’
‘Wat zegt Nico daarover?’
‘Ik kan je even niet meer volgen.’
‘Ik al heel lang niet meer.’
‘Waar pas jij in zijn lerarenschema?’
‘Mooie koan.’
‘Werk nou even mee.’
‘Ik pas er niet in, ik sta er niet buiten, ra ra.’
‘Je staat erboven, wou je zeggen.’
‘Nee dank je, ik zit liever.’
‘Ben jij een vriend?’
‘Een vriend voor mijn vijanden, een vijand voor mijn vrienden.’
‘En voor jezelf?’
‘Een vrijhand.’
‘En voor je leerlingen?’
‘Een leerling.’
‘Heb jij leerlingen?’
‘Of hebben zij mij?’
‘Of ben je meer een goeroe.’
‘Of meer een ouwe hoeroe?’
‘Die de dharma demonstreert door zijn gedrag?’
‘Ik ben voorgoed uitgedemonstreerd.’
‘Dan moet je wel een mystagoog zijn.’
‘Een mis-agoog. Een mist-agoog. Een mista-goochem. Een mista-goochelaar.’
‘Afijn.’
‘Weet je wat ik wel zou willen zijn?’
‘Een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn.’
‘Ik dacht eerder aan een mistgordijn.’
‘Geen vriend, geen goeroe, geen mystagoog, maar een mistgordijn?’
‘Of doe maar een mistbank.’
‘Je zegt het maar.’
‘Dan kun je gezellig naast me komen zitten.’
‘Nee dank je, ik sta liever.’
‘Verschil moet er zijn.’
‘Ben je het er tenminste mee eens dat de spirituele leraar ons bij moet staan op onze weg naar non-dualiteit?’
‘Weg met de non-dualiteit.’
‘God sta ons bij.’
‘Hoe zit het eigenlijk met de schriftgeleerde?’
‘Die heeft geen plek gekregen in Nico’s typologie, Hans.’
‘Jammer.’
‘Hoezo, zie jij jezelf als schriftgeleerde?’
‘De beste die er is.’
‘Wat is jouw specialiteit?’
‘Het lege schrift.’
‘Hè?’
‘Maar daar weet ik dan ook alles van.’

Een afleraar

‘Wat voor spirituele leraar ben jij, Hans?’
‘Wat voor vader ben jij?’
‘Ik ben een vrouw, sufferd.’
‘Ik bedoel maar.’
‘Als jij een spirituele leraar was, wat voor een zou je er dan zijn?’
‘Een afleraar?’
‘Wat doet een afleraar?’
‘Afleren?’
‘Wie zit er nou te wachten op een afleraar!’
‘Een afleerling?’
‘Vanwaar al die vraagtekens?’
‘Ik moet de eerste afleerling nog tegenkomen.’
‘Voel jij je als auteur van niet-weten.nl eerder een goeroe, een vriend of een mystagoog?’
‘Een auteur, zou ik zeggen.’
‘Maar wat is het doel van je schrijverschap?’
‘Geen idee, schrijven?’
‘Ik dacht dat je ‘getuigen’ zou zeggen.’
‘God is mijn getuige.’
‘Maar waarvan?’
‘Vraag dat maar aan god.’
‘Die heeft kennelijk geen tijd voor mij.’
‘Er zijn nog zeven miljard wachtenden voor je.’
‘Daarom vraag ik het nu aan jou.’
‘Als ik het wist, hoefde ik geen getuigenis meer af te leggen.’
‘Dan zei je het gewoon.’
‘Dan hield ik het gewoon voor me.’
‘Kan een getuigenis niet tevens leerzaam zijn?’
‘En wat dan nog?’
‘Dan zou de getuige tevens leraar zijn.’
‘Vind jij mijn getuigenis leerzaam?’
‘Ik vind jouw getuigenis leerzamer dan alles wat ik op dit vlak ooit gelezen heb.’
‘Waarom vraag je het dan aan mij?’
‘Ik wou weten hoe jij erover dacht.’
‘Wat voor spirituele leerling ben jij?’

Transmission impossible

‘Hoeveel mensen heb jij transmissie verleend, Hans?’
‘Wat ben ik, een transmissionaris?’
‘Ik bedoel, heb jij ooit iemands niet weten erkend?’
‘Ik heb niet eens mijn eigen niet weten erkend.’
‘Je heb niet eens je eigen niet weten erkend?’
‘Het is niet mijn zoon en ik ben niet zijn vader.’
‘Heeft niet weten jou erkend?’
‘Het is niet mijn vader en ik ben niet zijn zoon.’
‘Ik bedoel, kun jij zien of iemands niet weten authentiek is?’
‘In tegenstelling tot?’
‘Voorgewend?’
‘Voorwenden is een vorm van authenticiteit.’
‘Dat snap ik niet.’
‘Authenticiteit is een vorm van voorwenden.’
‘Bedoel je dat je geen onderscheid weet te maken?’
‘Waartussen?’
‘Niet weten is niet weten, wou je zeggen.’
‘Alsof ik iets wou zeggen.’
‘Bedoel je dat je niets wou zeggen?’
‘Alsof ik iets wou zeggen.’
‘Bedoel je dat er geen niet weten is?’
‘Hoe weet ik dat nou.’
‘Waar hebben we het dan nog over?’
‘Jij bent begonnen.’
‘Toch komt jouw niet weten op mij volstrekt authentiek over.’
‘Dan zal dat het verschil wel zijn.’
‘Al was het maar omdat jij zelfs je eigen niet weten weigert te erkennen.’
‘Ik weiger het zelfs te ontkennen.’
‘Je weigert het zelfs te ontkennen?’
‘Dat kan ik niet bevestigen.’
‘Laat staan dat je iemand transmissie zou verlenen.’
‘Wat ben ik, een transmissionaris?’

De overstijging ontstegen

‘Hans, wat is transcendentie volgens jou?’
‘Overstijging.’
‘Wat wordt er overstegen?’
‘Het is maar net aan wie je het vraagt.’
‘Volgens Nico Tydeman wordt de duale ervaring overstegen in de non-duale ervaring.’
‘Daar heb je het al.’
‘En als je het aan Hans van Dam vraagt?’
‘Geen idee, de overstijging?’
‘Jij hebt de transcendentie overstegen?’
‘Ik zou het anders ook niet weten.’
‘Waar kom je dan terecht?’
‘Waar niet.’
‘In niet weten, wou je zeggen.’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Wat is transcendentie volgens jou?’

Zielsverwanten

‘Zoek je iets?’
‘Ja, Hans.’
‘Dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.’
‘Ik bedoel, nee Hans.’
‘Dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.’
‘Wanneer ben je bij jou aan het juiste adres?’
‘Zoek je iets?’
‘Ja, ik bedoel, nee, ik bedoel… verdorie.’
‘Verdorie?’
‘Ik weet niet meer wat ik moet zeggen.’
‘Dan ben je bij mij aan het juiste adres.’

Onwezenlijk

‘Hans, wat is het wezenlijke verschil tussen jou en andere leraren?’
‘Dat ik geen leraar ben?’
‘Waarom dan al die dwaalteksten?’
‘Omdat ik geen leraar ben?’
‘Wat is een leraar volgens jou?’
‘Iemand die je vertelt hoe het zit?’
‘Waarom vertel jij me niet hoe het zit?’
‘Omdat ik dat niet weet?’
‘Waarom zou ik dan nog naar je luisteren?’
‘Misschien wel juist daarom?’
‘Waarom snap ik dat nou niet?’
‘Omdat ik geen leraar ben?’
‘Wat is het wezenlijke verschil tussen jou en andere leraren?’

De lege boodschap

‘Zien mensen tegen jou op?’
‘Daar heb ik geen boodschap aan.’
‘Als ze dat merken, laten ze je dan vallen?’
‘Daar heb ik geen boodschap aan.’
‘Doet het dan geen zeer?’
‘Soms wel, soms niet…’
‘Maar?’
‘Daar heb ik geen boodschap aan.’
‘En als je er toch een boodschap aan hebt?’
‘Kan gebeuren.’
‘Wat dan?’
‘Dan heb ik dáár geen boodschap aan.’
‘Enzovoort?’
‘Zonder eind.’
‘Tja.’
‘Wat?’
‘Inspirerend is anders.’
‘Daar heb ik geen boodschap aan.’

Hans staat voor niets

Waar ik voor sta?
Ik sta niet, ik dans.
Ik dans de tja-tja-tja.

‘Als iemand je vraagt naar de Heilige Vader, de Heilige Zoon, de Heilige Geest, de Heilige Drie-eenheid, JWHW, Allah, Brahman, Parabrahman, Atman, An-Atman, de Logos, het numineuze, het pleroma, de onnoemelijke, Zeus en zo, wat zeg je dan, Hans?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor God of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de bron, de grond, volmaaktheid, het goede, het licht, het iets, het zijn, het ik-ben, het over-bestaande, het worden, het eendere, het zelf-identieke, de aseïteit, het ene, het al, hét, dit, dat, het ultieme, het absolute, het oneindige, het over-oneindige en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw naam voor het hoogste of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar het niets, niet-iets, kosmisch bewustzijn, vol-ledigheid, geen-geest, geen-zelf, inessentie, sunyata en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de leegte of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar meditatie, inkeer, gebed, devotie, contemplatie, ascese, caritas, het werk, autolyse, het kleine voertuig, het grote voertuig, de weg van het hoofd, de weg van het hart en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de weg of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de innerlijke waarheid, het ultieme weten, het diepste inzicht, zelfkennis, de wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, de eeuwige wijsheid, de kennis zonder leraar, de woorden voorbij de woorden, datgene wat geen oog kan zien en geen oor kan horen, de dharma, prajnaparamita en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de hoogste wijsheid of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar wu wei, niet doen, doende niet doen, meegaan met de stroom, overgave, overlaten, meedrijven, meewaaien, aanvaarding, onthechting, willoosheid en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor loslaten of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de apocalyps, het einde der tijden, nietiging, ontlediging, het eschaton, de kleine dood, de grote dood, ontwording, niet-zijn en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het einde of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar eenvoud, eerlijkheid, nederigheid, zelfloosheid, altruïsme, mededogen, dankbaarheid, spontaniteit, directheid, authenticiteit, mindfulness, aandachtigheid, in het moment zijn en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor levenskunst of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de hemel, utopia, eldorado, elysium, het koninkrijk der hemelen, nirwana, het hier-en-nu, dit, gene zijde en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het paradijs of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar innerlijke vrede, sereniteit, onverstoorbaarheid, gelijkmoedigheid, ataraxia, apatheia, contenance, laconisme, gelatenheid, lijdzaamheid, berusting, flegma, indifferentie en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor gemoedsrust of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar satori, kensho, samadhi, jhana, extase, epectase, exaltatie, de unio mystica, henosis, unitus, collectus en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de eenheidservaring of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar non-dualiteit, indifferentie, epoche, agnose, niet oordelen, keuzeloos gewaarzijn en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor neutraliteit of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar openheid, ruimte, ontvankelijkheid, acceptatie, mededogen, medemenselijkheid, compassie, kanzeon, kwannon, avalokiteshvara en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor liefde of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar het hier-en-nu, het eeuwige heden, dit ogenblik, het onvergankelijke, het ongeborene, het tijdloze, de onbewogen beweger, de eerste oorzaak, het onveranderlijke en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het eeuwige of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar je oorspronkelijke gezicht, je ware aard, je hogere ik, de geest, het zelf, je boeddhanatuur, big mind, essentie en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor ons diepste wezen of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar realisatie, verwezenlijking, zelfverwerkelijking, transcendentie, bewustwording, ontwaken, illuminatie, helderheid, thuiskomen en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor verlichting of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de ongrond, het wonder, het raadsel, het onkenbare, het onbekende, het onbegrijpelijke, het oneindige, het bovenzinnelijke, het bovenrationele, het onzegbare, het ondenkbare, het onvoorstelbare, het verbijsterende, het totaal vreemde, het gans andere, differantie, archè, het onzegbare, het onuitsprekelijke, het onnoemelijke, het ineffabele en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor het mysterie of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar het scepticisme, pyrronisme, relativisme, subjectivisme, structuralisme, post-structuralisme, postmodernisme, amoralisme, defaitisme, fatalisme, cynisme, stoïcisme, nihilisme, agnosticisme, atheïsme, obscurantisme, spiritualisme of welke (net) niet lege leer dan ook, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor de waarheid of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Als iemand je vraagt naar de lege leer, het lege boek, de lege boodschap, de lege mens, weteloosheid, verduistering, dwijsheid, de Mont Fou, geen-inzicht, elk-inzicht en zo, wat zeg je dan?’

‘Tja.’

‘Is dat jouw woord voor niet weten of weet je het gewoon niet?’

‘Zo kun je het ook zeggen.’

‘Vind je dat iedereen overal tja tegen zou moeten zeggen, Hans?’

‘Ik kan wel zoveel vinden.’

‘Is dat een bevestiging of een ontkenning?’

‘Tja.’