Voorbij nee en ja: de tao van tja

‘U mag mij best Meester Tja noemen, maar bedenk wel: mijn lering heeft geen woorden, mijn woorden geen daden, mijn daden geen baas, mijn baas geen opdracht en niemand om te knechten.’ Dwaalteksten geïnspireerd door de Daodejing.

Eretitel

Meester Tja zei: ‘Hoe u mij moet aanspreken? Zeg maar tja tegen mij.’


Meester Tja stelt zich voor

Vraagt u me wat ik ben dan zeg ik wederkerend noch eenmalig.
Van wederkerend noch eenmalig zeg ik bestaand noch onbestaand.
Van bestaand noch onbestaand zeg ik verlicht noch verduisterd.
Van verlicht noch verduisterd zeg ik vliedend noch inwonend.
Van vliedend noch inwonend zeg ik verdeeld noch verenigd.
Van verdeeld noch verenigd zeg ik meester noch gezel.
Van meester noch gezel zeg ik levend noch dood.
Van levend noch dood zeg ik wijs noch dwaas.
Van wijs noch dwaas zeg ik groot noch klein.
Van groot noch klein zeg ik ver noch nabij.
Van ver noch nabij zeg ik nee noch ja,
ach, noem mij maar meester Tja.


Meester van niets

Meester Tja heeft gezegd:

U mag mij best meester Tja noemen, maar bedenk wel: mijn lering heeft geen woorden, mijn woorden geen daden, mijn daden geen baas, mijn baas geen opdracht en niemand om te knechten.


Voor niemand

Niet-uitmunten heeft geen oefening nodig en niemand voelt zich minder.
Niet-verwerpen heeft geen vuisten nodig en niemand neemt aanstoot.
Niet-rekenen heeft geen telraam nodig en niemand maakt fouten.
Niet-binden heeft geen banden nodig en niemand kan losknopen.
Niet-helpen heeft geen handen nodig en niemand kan weigeren.
Niet-sluiten heeft geen grendel nodig en niemand kan openen.
Niet-weten heeft geen uitspraak nodig en niemand kan verdedigen.


Dwijsheid

Meester Tja heeft gezegd:

Ofschoon mijn tijd niet vervuld is, weet ik geen wortels te vormen.
Sommigen noemen dit wijsheid maar wat is er verstandig aan?
Anderen noemen het dwaasheid maar wat is er onverstandig aan?


Als water

als ijs bedekt het zee en land
als wolk brengt het regen en mist
als golf brengt het redding en dood
als stoom drijft het aan en verbrandt
als vloeistof vult het de diepste spleten
als sneeuw bedekt het de hoogste toppen
het is zacht bij lage snelheid, hard bij hoge
het holt grotten uit en vult ze met druipsteen
het verdrinkt de mensen en belucht de vissen
het doet planten groeien en wortels rotten
het vormt stranden en vernietigt duinen
nee, met water weet men maar nooit
toch treft het blaam noch faam
hierin komt water het tja nabij


Vragenvuur

Meester Tja zegt:

wie zoekt zal vragen vinden
zijn vragen zullen gepaard gaan met verbazing
zijn verbazing zal veranderen in verwondering
zijn verwondering zal overgaan in verbijstering
en zijn wereld zal erin opgaan
hijzelf zal erin opgaan
het opgaan zal erin opgaan
maar zijn verbijstering zal niet overgaan


In het land der blinden

Meester Tja zei verbaasd:

Een verstandig koopman verbergt zijn schatten en doet zich voor als een arme, maar de volmaakte dwijze vertoont vrijelijk zijn onwetendheid, en niemand die het ziet.


De gelijkenis van de vrouw

Men beeldt zich in: een vrouw.
Men kijkt naar haar en ziet haar niet.
Men luistert naar haar en hoort haar niet.
Men reikt naar haar en vat haar niet.
Men snuffelt aan haar en ruikt haar niet.
Men likt aan haar en proeft haar niet.
Haar naam: de onwaarneembare vrouw.
Men zoekt haar geslacht en vindt het niet.
Zijn naam: iemand.
Men zoekt zijn vorm en vindt het niet.
Zijn naam: wezen.
Men zoekt zijn wezen en vindt het niet.
Zijn naam: iets.
Men zoekt zijn zijn en vindt het niet.
Zijn naam: niets.
Men zoekt zijn niet-zijn en vindt het niet.
Men zoekt een naam…


Een brug te ver

Wie ongetwijfeld zegt, wéét.
Wie waarschijnlijk zegt, wéét.
Wie misschien zegt, wéét.
Wie onwaarschijnlijk zegt, wéét.
Wie onmogelijk zegt, wéét.

Hoe gering het verschil tussen ongetwijfeld en onmogelijk.
Hoe onmetelijk het verschil tussen weten en niet weten.


In essentie

Toen men hem vroeg: Leer ons de moeder aller dingen kennen
zei Meester Tja lachend: Leer eerst maar eens één ding kennen.

Bij een andere gelegenheid zei hij: U vraagt mij naar het wezen van de tienduizend dingen. Hoe zou ik het wezen kunnen doorgronden? Ik begrijp de verschijningsvorm al niet. En is die wel bijkomstig?

Bij een andere gelegenheid zei hij: Tja is waarlijk het wezen van de tienduizend dingen.


Ogenschijnlijk

Toen iemand vroeg ‘Met welk oog kan ik de Waarheid zien?’ zei meester Tja:

Kijk met beide ogen en je zult dubbel zien en van waarheid spreken.
Maak van twee ogen één en je zult ondiepte zien en van waarheid spreken.
Maak van één oog geen en je zult duisternis zien en van waarheid spreken.
Maak van je pijnappelklier een derde oog en je zult de leegte van je hersenpan zien en van waarheid spreken.
Maak van twee ogen duizend en je zult facetten zien en van waarheid spreken.

Daar liet hij het maar bij.


Wonderland

Toen iemand vroeg of er wonderen zijn in niet-weten, zei meester Tja:

Vlees is een wonder.
Geest is een wonder.
Woord is een wonder.
Geest uit vlees is een wonder.
Vlees in geest is een wonder.
Woord uit geest is een wonder.
Geest uit woord is een wonder.
Wonderen zien is een wonder.

Op de vraag wat er voor nodig is om overal het wonder van in te zien, zei meester Tja: Niet overal het wonder van inzien is een wonder.


Op het scherp van de snede

Waar het op aankomt volgens meester Tja?

niet weten
en dat
net niet
vergeten


Niet wijs

meester Tja:

hij houdt geen wijsheid achter
hij spreekt geen wijsheid uit
hij slaat geen wijsheid op
hij stoot geen wijsheid af
en nog is hij niet wijs


Vanzelfsprekend

Meester Tja heeft gezegd:

Zelfs als hij spreekt gebruikt de dwijze geen woorden en gebruiken de woorden hem niet.


Weg van de hemel

Meester Tja legt uit:

De weg van de hemel is de weg van de aarde.
De weg van de aarde is de weg van de mensen.
De weg van de mensen is de weg van het weten.
De weg van het weten is de weg van niet weten.
De weg van niet weten is de weg van het tja.
De weg van het tja leidt overal van weg.
De weg die overal van wegleidt leidt weg van de hemel.
De weg die wegleidt van de hemel is de weg van de hemel.


Hoop doet beven

Nog vóór de mens wordt geboren is hij ten dode opgeschreven. Hij sterft zacht of stijf, sterk of zwak, afhankelijk van zijn leeftijd.
Nog voor ze geboren worden, de dingen, het gras, de bomen, zijn ze ten dode opgeschreven. Ze sterven zacht en teer, droog en schraal afhankelijk van hun leeftijd.
Stijfheid en sterkte, zachtheid en zwakte, alle zijn volgelingen van het leven. Alle zijn voorboden van de dood.
Want een boom die zwak staat zal zeker omwaaien. Een boom die sterk staat zal zeker verbranden. Een boom die staat als een berg zal zeker van binnenuit wegrotten.
Een leger dat zwak staat zal weggevaagd worden. Een leger dat sterk staat zal door list verslagen worden. Een leger dat onverslaanbaar is zal zich overbodig maken.
Onvergankelijk is alleen de hoop op een eeuwig leven.


Woord en doodslag

Meester Tja zei:

De man die doodt uit naam van de staat noemt men een scherprechter.
De man die doodt uit naam van zichzelf noemt men een moordenaar.
Wat is de overeenkomst?

De man die gedood wordt in naam der wet noemt men een dader.
De man die gedood wordt op persoonlijke titel noemt men een slachtoffer.
Wat is het verschil?


Brevet van onvermogen

Meester Tja heeft gezegd:

De dwijze kent zichzelf niet en alles is hem duister.
Soms houdt hij van zichzelf, soms niet, maar meestal geen van beide.
Daarom laat hij dit en neemt hij dat en weet zich toch niet wijzer.


Bij hoog en bij laag

Meester Tja vraagt:

Weten is hoog.
Niet weten is hoger.
Weten van niet weten is het hoogst.
Niet weten van niet weten is nog hoger.
Weten van niet weten van niet weten is hoger nog.
De slotzin van deze oneindige reeks kennen is het allerhoogst.
De hele reeks in één keer doorgronden is het aller-allerhoogst.
Het allerhoogste niet van het allerlaagste weten is dwijsheid.
Wie kan zeggen hoe hoog dat is?


Ervaring vereist

Een ervaren krijgsman zei: Ik durf niet te beginnen, ik wacht liever af.
Een tweede zei: Ik durf niet af te wachten, ik begin liever.
Een derde zei: Men moet beginnen én afwachten.
Een vierde zei: Men moet afwachten noch beginnen.

Een ervaren krijgsman zei: Ik durf geen duim vooruit te gaan, ik ga liever een voet terug.
Een tweede zei: Ik durf geen duim terug te gaan, ik ga liever een voet vooruit.
Een derde zei: Men moet achterwaarts vooruit gaan.
Een vierde zei: Men moet naar voren noch naar achteren gaan.

Een ervaren krijgsman zei: Men moet voorgaan zonder gaan.
Een tweede zei: Men moet gaan zonder voorgaan.
Een derde zei: Men moet gaande voorgaan.
Een vierde zei: Men moet gaan noch voorgaan.

Een ervaren krijgsman zei: Men moet dreigen zonder de armen te strekken.
Een tweede zei: Men moet de armen strekken zonder dreigen.
Een derde zei: Men moet dreigen en de armen strekken.
Een vierde zei: Men moet dreigen noch de armen strekken.

Een ervaren krijgsman zei: Men moet opdringen zonder weerstand te wekken.
Een tweede zei: Men moet weerstand wekken zonder op te dringen.
Een derde zei: Men moet weerstand wekken en opdringen.
Een vierde zei: Men moet opdringen noch weerstand wekken.

Een ervaren krijgsman zei: Men moet aangrijpen zonder te wapenen.
Een tweede zei: Men moet wapenen zonder aan te grijpen.
Een derde zei: Men moet wapenen en aangrijpen.
Een vierde zei: Men moet aangrijpen noch wapenen.

Een ervaren krijgsman zei: Goed dat ik ten strijde ben getrokken.
Een tweede zei: Was ik maar thuis gebleven.
Een derde zei: Ik had thuis ten strijde moeten trekken.
Een vierde zei: Was ik maar ten strijde getrokken noch thuisgebleven.

Meester Tja zei: Ik zeg niets; ik heb geen ervaring.


Vollediger

Meester Tja antwoordde:

U vraagt mij hoe wij tot volledige aanvaarding van de tienduizend dingen komen; is weigering niet één van die dingen?


Zonderbaar

Over zichzelf verzuchtte meester Tja:

De dwijze is als een blaasbalg: hij zwijgt terwijl hij inademt en spreekt terwijl hij uitademt, maar zonder iets te zeggen en zonder niets te zeggen.


Vrij op naam

Wie het zinnelijke op doet gaan in het geestelijke heet een idealist,
wie het geestelijke op doet gaan in het zinnelijke heet een materialist,
wie het zinnelijke naast het geestelijke plaatst heet een dualist,
wie tot veelheid komt en onverenigbaar wordt heet een pluralist,
wie tot eenheid komt en ondeelbaar wordt heet een monist,
maar wie heet er nou Meester Tja?


Kippenkoorts

Maakt allemaal niet uit, zei meester Tja:

Terwijl de poorten des hemels zich openen kan de dwijze rondrennen als een kip zonder kop, doodzitten als een broedende hen of piekeren als een kop zonder kip, en het zich toch niet euvel duiden.


Allicht

Meester Tja zei menigmaal:

Wiens duisternis de vier richtingen doordringt, is daarom nog niet blind.


Zeker weten

Het tja ken ik als de beste.
De beste ken ik als de hemel.
De hemel ken ik als de aarde.
De aarde ken ik als mijn lichaam.
Mijn lichaam ken ik als mijn geest.
Mijn geest ken ik als mijn ziel.
Mijn ziel ken ik als mijn hart.
Mijn hart ken ik als mijn wezen.
Mijn wezen ken ik als mezelf.
Mezelf ken ik wel het slechtst.
Het slechtste ken ik wel het tja.


Volkomen onvolkomen

Over de tjaïsten van weleer sprak meester Tja liefdevol:

De dwijze van ouds, hij was niet dwaas, hij was niet wijs.
Hij wist en wist niet.
Hij was licht en tastbaar, duister en ongrijpbaar als het eeuwige tja.
Zijn diepte was ondiepte, zijn oppervlakkigheid bodemloos.
Daar niets gekend kan worden zal ik een denkbeeld geven.
De dwijze was behoedzaam als wie zijn vrienden vreest en zijn vijanden vertrouwt.
Ingetogen als een gast en opgetogen als een kind.
Wijkend en kruiend als smeltend ijs.
Massief als een berg en leeg als een vallei.
Troebel als modder en helder als smeltwater.
Wie klaart de troebel niet op en verstoort niet de helderheid?
Wie neemt rust in beweging en beweging in rust?
De dwijze van ouds.
Vol en leeg, rijk en berooid, in en uit de tijd is hij volkomen onvolkomen.


Loochenaars

Meester Tja waarschuwt:

Wie zuiver geluk zoekt verloochent zijn lijden.
Wie opperste leegte zoekt verloochent zijn volheid.
Wie bestendige rust zoekt verloochent zijn onrust.
Wie diepe wijsheid zoekt verloochent zijn dwaasheid.
Wie ongerept niet weten zoekt verloochent zijn weten.
Wie oneindige eeuwigheid zoekt verloochent zijn vergankelijkheid.
Wie het einde van het loochenen zoekt verloochent zijn loochenen.


Op zicht

Meester Tja zei glimlachend:

niets is goed in ieder opzicht
niets is goed zonder opzicht
niets is goed van zichzelf

niets is slecht in ieder opzicht
niets is slecht zonder opzicht
niets is slecht van zichzelf

ook dit is van zichzelf
niet goed en niet slecht

En bij een andere gelegenheid:

Absoluut is het verschil tussen goed en kwaad voor de dwaas.
Relatief is het verschil tussen goed en kwaad voor de wijze.
Onbepaald is het verschil tussen goed en kwaad voor de dwijze.


Meester Tja weet raad

Waarom nieuwe problemen maken als u kunt leven met de oude.
Waarom met oude problemen leven als u nieuwe kunt maken.
De oplossing van vandaag is het probleem van morgen.
Het probleem van vandaag is de oplossing van morgen.
Geen problemen zonder oplossingen.
Geen oplossingen zonder problemen.
Het grootste probleem is problemen zien.
Problemen zien als het grootste probleem zien is ook geen oplossing.


Zeg nou zelf

zeg maar tja tegen vasthouden
zeg maar tja tegen loslaten

zeg maar tja tegen het antwoord
zeg maar tja tegen de vraag

zeg maar tja tegen spreken
zeg maar tja tegen zwijgen

zeg maar tja tegen weten
zeg maar tja tegen niet weten

zeg maar tja tegen oorlog
zeg maar tja tegen vrede

zeg maar tja tegen de aarde
zeg maar tja tegen de hemel

zeg maar tja tegen lijden
zeg maar tja tegen geluk

zeg maar tja tegen doen
zeg maar tja tegen laten

zeg maar tja tegen het leven
zeg maar tja tegen de dood

zeg maar tja tegen de ander
zeg maar tja tegen uzelf

zeg maar tja tegen het vele
zeg maar tja tegen het ene

zeg maar tja tegen de weg
zeg maar tja tegen het doel

zeg maar tja tegen haat
zeg maar tja tegen liefde

zeg maar tja tegen de tijd
zeg maar tja tegen het heden

zeg maar tja tegen uw ja
zeg maar tja tegen uw nee
zeg maar tja tegen uw tja

zeg maar tja


Deugniet

Wie kan zonder dienen de wereld dienen? Alleen die tja heeft.
Wie kan zonder wereld de wereld dienen? Alleen die tja heeft.
Wie kan zonder wereld? Alleen die tja heeft.
Wie kan zonder dienen? Alleen die tja heeft.
Wie kan zonder zelf? Alleen die tja heeft.
Wie kan zonder Tja? Alleen die tja heeft.
Wie kan zonder zonder? Alleen die tja heeft.
Daarom: de dwijze doet en laat, verwerft verdienste en raakt haar weer kwijt, verwerft kennis en verliest haar weer en leert zijn deugd nooit kennen.


Zonderweg

Meester Tja zei:

Niet wetende waarheen te gaan, blijf ik kennelijk toch niet staan.
Gaande blijf ik nochtans op mijn plaats.
Thuis ben ik immer in den vreemde.
Zwervende ben ik nimmer onderweg.


Daarom

Meester Tja bekent:

Nu eens lig ik stil zonder teken als een baby die niet weet wat lachen is.
Dan weer straal ik van lust als wie zich vergast aan het stierenoffer.
Dan weer keer ik naar binnen als wie in de zomer terrassen bestijgt of zich des winters verwarmt aan een vuur.
Waarom, dat vraag ik niet. Vraag ik het toch dan vraag ik niet
Waarom, dat vraag ik niet. Vraag ik het toch dan vraag ik niet
Waarom…


Verzaak de wijsheid

Wijze raad van meester Tja:

Verzaak de wijsheid en u zult geen idee van liefde hebben, en toch niet zonder zijn.
Verzaak de wijsheid en u zult geen afkeer van begeerte hebben noch onverschilligheid begeren.
Verzaak de wijsheid en de laatsten zullen de eersten zijn, de eersten weer de laatsten.
Verzaak de wijsheid en het gerepte dat u zozeer veracht zal op zijn eigen wijze maagdelijk blijken.
Verzaak de wijsheid en uw ik-zucht zal de uwe niet zijn, zij zal u niet dienen en aan anderen geen schade berokkenen.
Verzaak de wijsheid en u zult het recht niet meer kennen, niet meer vaardig wezen, rechtvaardig noch onrechtvaardig zijn over anderen of uzelf.
Verzaak de wijsheid en u zult het volk niet meer kennen, geen voordeel kennen, door niemand meer bevoordeeld worden en niemand nog bevoordelen.


Schemering

Hoofdschuddend zei meester Tja:

De mensen zijn verduisterd, maar weten het niet meer.
Zelf weet ik niet eens meer of ik verduisterd ben.


Hersenschimmen

Ik dacht: Alle mensen hebben over; ik alleen ben leeg.
Ik dacht: Alle mensen zijn leeg; ik alleen heb over.
Ik dacht: Ik alleen heb over; toch ben ik leeg.
Ik dacht: Niets heb ik over; toch ben ik niet leeg.
Ik dacht: Wist ik nou maar hoe het zat.
Ik dacht: Of toch maar liever niet.
Heel even dacht ik niets.
Ook dat was zo.
Ook dat was zo voorbij.


Lichter

De dwijze stelt zich niet in het licht, maar daarom schittert hij nog niet.
Hij slaat zichzelf niet hoog aan, maar daarom blinkt hij nog niet uit.
Want wie zichzelf in het licht stelt zal een schaduw werpen, maar wie zichzelf in de schaduw stelt werpt daarom nog geen licht.


Een ongelijke strijd

Meester Tja heeft gezegd:

De dwijze kent zijn vijanden niet.
Hij kent zijn vrienden niet.
Hij kent zichzelf niet.
Hij weet niet wat strijden is.
Hij weet niet waarvoor te strijden.
Hij weet niet wat terugtrekken is of waar zich terug te trekken.
Daarom kan niets ter wereld met hem strijden of de strijd met hem vermijden.


Geen stom woord

Tijdens een stiltebijeenkomst fluisterde meester Tja:

Wie veel spreekt zegt niet veel, wie weinig spreekt des te meer, maar wie echt wil zwetsen moet zijn mond eens houden.


Menens

De enige mislukking is menen te falen.
Het enige succes is menen te slagen.
Het enige weten is menen te weten.
Het enige niet weten is menen niet te weten.
Het enige menen…


Knock-out

Wie één wil zijn moet op zijn tellen passen, maar wie één wordt met het tja is voorgoed uitgeteld.


Ontworteld

Wat zwaar is voor het kind is licht voor de ouder.
Zwaar kan de wortel van licht niet zijn, licht niet de wortel van zwaar.

Wat rust is vanuit de zon is beweging vanuit de aarde.
Rust kan de wortel van beweging niet zijn, beweging niet de wortel van rust.

Wat koud is voor een warme hand voelt warm aan voor een koude.
Kou kan de wortel van warmte niet zijn, warmte niet de wortel van kou.


Een trouwe metgezel

Ik verloor mijn soevereiniteit en mijn kwetsbaarheid
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn vijanden en mijn vrienden
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn meervoud en mijn enkelvoud
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor de ander en mezelf
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn deugd en mijn ondeugd
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn hel en mijn hemel
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn doen en mijn laten
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn weg en mijn doel
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn dwaasheid en mijn wijsheid
maar ben nimmer zonder tja.

Ik verloor mijn weten en mijn niet weten
maar ben nimmer zonder tja.


Raadsel

De honderd geslachten richten naar zijn hart hun oor, maar horen het niet kloppen.
De honderd geslachten richten tot zijn verstand hun vragen, maar zien het niet werken.
Verdienste kent hij niet, noch rekent hij zich arm.
Hij slaagt omdat hij faalt en delft het onderspit waar hij zegeviert.
De geringste onder de magistraten doet niet voor hem onder en de grootste onder hen overtreft hem niet.


Ontwapenend

hoofden zijn wapens
tanden zijn wapens
handen zijn wapens
vingers zijn wapens
ellebogen zijn wapens
schouders zijn wapens
geslachten zijn wapens
knieën zijn wapens
schenen zijn wapens
voeten zijn wapens

hoeven zijn wapens
horens zijn wapens
tentakels zijn wapens
stekels zijn wapens
klauwen zijn wapens
poten zijn wapens
vleugels zijn wapens
angels zijn wapens
tentakels zijn wapens

stenen zijn wapens
kiezels zijn wapens
grit is een wapen
zand is een wapen
kuilen zijn wapens
diepten zijn wapens
hoogten zijn wapens

water is een wapen
ijs is een wapen
gas is een wapen
lucht is een wapen
slijm is een wapen
lijm is een wapen
olie is een wapen
vuur is een wapen

stokken zijn wapens
ploegen zijn wapens
spaden zijn wapens
hamers zijn wapens
sikkels zijn wapens
vijzels zijn wapens
messen zijn wapens
vorken zijn wapens

ziekten zijn wapens
medicijnen zijn wapens
kinderen zijn wapens
dierbaren zijn wapens
rijkdom is een wapen
armoede is een wapen
kracht is een wapen
zwakte is een wapen

hersens zijn wapens
kennis is een wapen
onkunde is een wapen
gedachten zijn wapens
emoties zijn wapens
woorden zijn wapens
zwijgen is een wapen

zonder wapens geen wereld
ook wie tja heeft voert ze
in vrede, bestand en oorlog
links, rechts en in het midden


Bekentenis

Het is tot mijn verdriet dat ik in het doden vreugde vindt.
Het is tot mijn vreugde
dat ik in het doden verdriet vindt.


Wat zegt een naam

Mensen doden en laten doden, maar ze noemen het geen doden

Ze noemen het een voorbeeld stellen
Ze noemen het terechtstellen
Ze noemen het gerechtigheid
Ze noemen het euthanasie
Ze noemen het verdedigen
Ze noemen het beveiligen
Ze noemen het Gods Wil
Ze noemen het eerwraak
Ze noemen het zuiveren
Ze noemen het voorkómen
Ze noemen het genezen
Ze noemen het beheersen
Ze noemen het bestrijden
Ze noemen het ontsmetten
Ze noemen het pasteuriseren
Ze noemen het steriliseren
Ze noemen het bestralen
Ze noemen het afmaken
Ze noemen het slachten
Ze noemen het ruimen
Ze noemen het vissen
Ze noemen het jagen
Ze noemen het wieden
Ze noemen het rooien
Ze noemen het onderhouden
Ze noemen het oogsten
Ze noemen het bereiden
Ze noemen het eten
Ze noemen het van alles

Ze noemen het geen doden, maar mensen doden en laten doden


Tot uw dienst

dezelfde boom draagt de vrucht
en verstikt de zaailing

hetzelfde mes snijdt het vlees aan
en de hals door

dezelfde mond zoent de vriend
en bijt de vijand

hetzelfde vuur gaart de kool
en verkoolt het brood

hetzelfde water laaft de koe
en verdrinkt het kalf

de dienaren des levens
zijn de dienaren des doods


Ongelooflijk

Tja is eeuwig noch onnoembaar. Hoe gering het in zijn eenvoud ook is, onderwerpt het de ganse wereld, maar weet de ganse wereld het niet te onderwerpen.


Eeuwige ontlediging

Tja is als het uitvloeien van beek in rivier,
het uitstromen van rivier in zee,
het opstijgen van zee naar wolk,
het breken van wolk op aarde,
het sijpelen van plas in beek,
het uitvloeien van beek in rivier…


Onbegonnen werk

De put van het tja is bodemloos. Met alle kennis van de wereld is hij niet te dempen.


De smaak van tja

Komt tja de mond uit:
Hoe laf de ene keer!
Hoe smakelijk de andere!


Overmacht

De dwijze slokt alles op,
zowel links als rechts.

De tienduizend wezens
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Verdienste en berekening
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Liefde en haat
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Begeerte en apathie
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Wijsheid en dwaasheid
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Weten en niet-weten
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Weigering en aanvaarding
verschijnen aan hem
en verdwijnen in hem
en hij weigert niet.

Hij zou niet weten hoe.


Vrij spel

Het net der dwijsheid wordt vergeefs uitgeworpen. De mazen zijn ontzaglijk en iedereen ontsnapt.


Tussen de klippen door

De dwijze wijst geen kennis af.
Zo vermijdt hij dwaasheid.
De dwijze stapelt geen kennis op.
Zo vermijdt hij wijsheid.


Non-stop

af

onaf

gebroken

ongebroken

onafgebroken

onafgebroken offer

onafgebroken offer ik

onafgebroken offer ik
mijn bezittingen op

onafgebroken offer ik
mijn gezondheid op

onafgebroken offer ik
mijn veiligheid op

onafgebroken offer ik
mijn wereld op

onafgebroken offer ik
mijn familie op

onafgebroken offer ik
mijn kennis op

onafgebroken offer ik
mijn liefde op

onafgebroken offer ik
mezelf op

onafgebroken offer ik
mijn tja op

onafgebroken offer ik

onafgebroken offer

onafgebroken

ongebroken

gebroken

onaf

af


De kracht van het tja

Wat ontmaskert zonder moeite

de oorzaken zonder aanleiding
de woorden zonder betekenis
de autoriteiten zonder gezag
de stellingen zonder bewijs
de zinnen zonder verband
de logica zonder rede
de redenen zonder motief
de doelen zonder oogmerk
de waarden zonder belang
de dingen zonder substantie
de gedachten zonder grond?

De kracht van het tja:
Weinigen onder de hemel zijn eraan toe.


Slim

Waarom trachten te doorgronden?
Houdt u liever van de domme.
Houdt u liever van de domme tot u niet meer hoeft.
Houdt u liever van de domme tot u niet meer hoeft te doen.
Houdt u liever van de domme tot u niet meer hoeft te doen alsof.


Weg van de weg

wie doet
zonder doen
die slaagt
noch faalt

wie laat
zonder laten
laat toch
niet na

wie strijdt
zonder strijden
weerstaat
noch berust

wie zegt
zonder zeggen
die spreekt
noch zwijgt

wie gaat
zonder gaan
is wég
van de weg

wie weet
zonder weten
is weg
van de wég


Voor eeuwige beginners

De tienduizend dingen dragen het lichtbeginsel buiten, het duister beginsel binnen.
Ze tonen zich, maar laten zich niet kennen.
Het tja keert ze binnenstebuiten.
Binnenstebuiten tonen ze hun duister beginsel.
Dit heet: het doden van de tienduizend dingen.
De tienduizend dingen keren het tja binnenstebuiten en openbaren zijn lichtbeginsel.
Dit heet: het doden van het tja.


Levenskunstjes

Ik houd mij aan de kern noch aan de schors.
Ik houd mij aan de bloem én aan de vrucht.
Ik doe eens dit, ik doe eens dat,
ach ja, ik doe maar wat.

Ik ken de geest niet van de stof.
Ik ken de jade niet van de kiezel.
Ik zeg eens dit, ik zeg eens dat,
ach ja, ik zeg maar wat.


Lachen, gieren, brullen

Horen zuigelingen van het tja, ze reageren niet.
Horen ongeschoolden van het tja, ze grinniken erom.
Horen laaggeschoolden van het tja, ze lachen erom.
Horen hooggeschoolden van het tja, ze gieren erom.
Horen dwijzen van het tja, ze brullen erom.
Ze brullen om illusie en werkelijkheid.
Ze brullen om weten en niet weten.
Ze brullen om veelheid en eenheid.
Ze brullen om leugen en waarheid.
Ze brullen om ondeugd en deugd.
Ze brullen om duisternis en licht.
Ze brullen om vorm en essentie.
Ze brullen om zijn en niet zijn.
Ze brullen om aarde en hemel.
Ze brullen om tja en om tjee.
Ze brullen om ja en om nee.
Ze brullen om tao en tê.
Wie brult er eens
met ons mee?


Slapende rijk

Als het rijk tja heeft ziet het zonden als een kans op vergeving, vergeving als een oorzaak van zonde.
Als het rijk tja heeft ziet het rampspoed als tijding van voorspoed, voorspoed als tijding van rampspoed.
Als het rijk tja heeft bemesten renpaarden de akker en bevuilen ze het erf.
Als het rijk tja heeft kan niemand de grenzen vinden waar de hengsten strijden.
Daarom: heeft men tja dan heeft men niets.
Heeft men niets dan heeft men het rijk.


Een vreemde zaak

de dwijze loopt maar
arriveert niet

hij spreekt maar
zegt niet

hij doet maar
volbrengt niet

hij denkt maar
niet na


Ongehoord

Nooit heb ik gehoord van wie het leven beheerst.
Het land doortrekkend mijdt u neushoorn en tijger, maar neushoorn en tijger mijden u niet.
Ingaand in legers mijdt u pantser en wapen, maar pantser en wapen mijden u niet.
De neushoorn vindt altijd een plaats om zijn hoorn in te stoten.
De tijger vindt altijd een plaats om zijn klauw in te slaan.
Het wapen vindt altijd een plaats om het scherp in te steken.
Is het niet een wapen dan is het wel uw familie.
Is het niet uw familie dan is het wel een buurman.
Is het niet een buurman dan bent u het wel zelf.
Bent u het niet zelf dan is het wel een ziekte.
Is het niet een ziekte dan is het wel een gedachte zoals:
Nooit heb ik gehoord van wie het leven beheerst.


Hoe het niet moet

reken niet als eigen, niet als oneigen
wees niet als meester, niet als leerling
zoek niet de uitersten, niet het midden
houd niet vast, laat niet los
spreek niet, zwijg niet

en zeg vooral niet
hoe het moet


Wezensvreemd

Nooit heb ik de tienduizend wezens gezien.
Nooit heb ik ook maar één wezen gezien.
Nooit heb ik meer dan een stukje van zijn buitenkant gezien.
Kan dat het wezen van een wezen wezen?

Nooit heb ik mijn achterkant gezien.
Nooit heb ik mijn binnenkant gezien.
Nooit heb ik meer dan een stukje van mijn buitenkant gezien.
Zou dat het wezen van mijn wezen zijn?


Openbaring

Indien ik een weinig kennis had en daarmee door het grote tja wandelde, zo zou ik de openbaring ervan vrezen. Maar nu ik alle kennis ontbeer herken ik dát als het wezen van het grote tja.

Ik herken het
in velden met gras
en met onkruid.

Ik herken het
in volle graanschuren
en in lege.

Ik herken het
in renpaarden
en in karkassen.

Ik herken het
in klederen rijk van kleur
en verschoten.

Ik herken het
in wandelstokken
en in knuppels.

Ik herken het
in teleurstelling
en in hoop.

Ik herken het
in gierigheid
en in gulheid.

Ik herken het
in soberheid
en in zwelgen.

Ik herken het
in bescheidenheid
en in praalzucht.

Ik herken het
in zorgzaamheid
en in roof.

Ik herken het
in geboorte
en in dood.

Ik herken het
in de duivel
en in god.

Ik herken het
in vrede
en in oorlog.

Ik herken het
in goederen
en in afval.

Ik herken het
in opbouw
en verval.

Ik herken het
en ik vrees het
niet.


Over vloed

wie overvloed aan tja heeft
lijkt op een pasgeboren kindje

het kindje wordt gestoken
en het snapt niet waardoor

wilde beesten bespringen het
en het weet niet waarvandaan

roofvogels pikken het
en het weet niet waarmee

zijn beenderen geven steun
maar het vermoedt ze niet

het grijpt al stevig
maar het weet niet waarnaar

zijn ogen zijn scherp
maar het kan ze niet zien

het is altijd moe
maar het weet niet waarvan

zijn plasser wordt stijf
maar het weet niet waarvoor

het brabbelt maar door
en het weet niet waarvoor

het schreeuwt en het schreeuwt
en het weet niet naar wie en
het weet niet waarmee en
het weet niet waarom
maar dan komt de borst
en de melk vloeit
vanzelf


Via via

Ons treft het grote leven via het lichaam,
ons treffen grote gedachten via het lichaam,
ons treffen grote geneugten via het lichaam,
ons treffen grote rampen via het lichaam,
ons treft de grote dood via het lichaam,
ons treft het hele lichaam via het lichaam,
maar kennen kunnen wij het lichaam niet.

Daarom:

Wie zijn geest kent als zijn lichaam
kan men het grote tja toevertrouwen.


Gelukkig mijn ongeluk

volkomen is mijn onvolkomenheid
harmonieus mijn disharmonie
verheffend mijn ondergang
vredig mijn onrust en
weteloos mijn weten


Rauw

tja lust begeerte
tja lust onthouding

tja lust de aarde
tja lust de hemel

tja lust ondeugd
tja lust deugd

tja lust onrust
tja lust rust

tja lust oorlog
tja lust vrede

tja lust lijden
tja lust vreugde

tja lust meedogenloosheid
tja lust mededogen

tja lust de leugen
tja lust de waarheid

tja lust het relatieve
tja lust het absolute

tja lust het antwoord
tja lust de vraag

tja lust de illusie
tja lust de realiteit

tja lust het weten
tja lust niet weten

tja lust het zoeken
tja lust het vinden

tja lust het hoofd
tja lust het hart

tja lust mij
tja lust jou

tja lust alles
rauw


Ingewikkeld

De wijze ontwart zijn verwikkeling.
De dwijze ontwikkelt zijn verwarring.


Stille mis

Hem treft geen voorspoed zelfs als hem voorspoed treft.
Hem treft geen rampspoed zelfs als hem rampspoed treft.

Hem treft geen liefde zelfs als hem liefde treft.
Hem treft geen haat zelfs als hem haat treft.

Hem treft geen blaam zelfs als hem blaam treft.
Hem treft geen eer zelfs als hem eer treft.

De ganse wereld ziet hij
door de vingers.

De ganse wereld ziet hem
over het hoofd.


Als een hoge berg zonder hoogte

als een groot vierkant zonder hoeken
als een groot geluid zonder volume
als een grote cirkel zonder straal
als een groot beeld zonder vorm
is het grote weten zonder weten


Na-vragen

Met redelijkheid regeert men de staat
maar waarmee regeert men de redelijkheid?

Met wijsheid overwint men dwaasheid
maar waarmee overwint men wijsheid?

Met wetten beheerst men de misdaad
maar waarmee beheerst men de wet?

Met wapens bestrijdt men de vijand
maar waarmee bestrijdt men de wapens?

Met niet doen wint men het rijk
maar waarmee wint men het niet doen?

Met woorden voert men het debat
maar waarmee voert men de woorden?

Met listen voert men oorlog
maar waarmee voert men de listen?


Keerzijden

Bestuur is waardoor wanorde zich handhaaft.
Wanorde is waarmee bestuur zich billijkt.

Welvaart is waarin het gebrek zich toont.
Gebrek is waarin welvaart ontluikt.


Spel zonder grenzen

Kent niemand zijn grenzen dan is er geen rijk om te regeren.
Die het tja van geen-rijk heeft, kan lang aanblijven.


Tegenwicht

De dwijze spreekt recht door krom te spreken en mee in tegenspraken.
Hij vermenigvuldigt ter deling en verdeelt ter meerdering.
Hij is zacht in zijn hardheid en eenduidig in zijn ambiguïteit.
Hij vertroebelt ter opheldering en vangt ter bevrijding.
Hij verzwaart en verduistert, maar steevast ter verlichting.


Stomweg

Er is geen weg voor een lang leven en durend inzicht; er is alleen een doolhof voor een onbepaald leven en wisselend uitzicht.
Er is ook geen doolhof voor een onbepaald leven en wisselend uitzicht,
behalve voor zoekers naar een lang leven en durend inzicht.


Het geheim van de smid

Men bestuurt een staat zoals men een provincie bestuurt.
Men bestuurt een provincie zoals men een stad bestuurt.
Men bestuurt een stad zoals men een dorp bestuurt.
Men bestuurt een dorp zoals men een wijk bestuurt.
Men bestuurt een wijk zoals men een straat bestuurt.
Men bestuurt een straat zoals men zijn gezin bestuurt.
Men bestuurt zijn gezin zoals men zijn leven bestuurt.
Men bestuurt zijn leven zoals men zijn lichaam bestuurt.
Men bestuurt zijn lichaam zoals men zijn geest bestuurt.
Men bestuurt zijn geest zoals men zijn hart bestuurt.
Men bestuurt zijn hart zoals men kleine visjes braadt.
Men braadt kleine visjes zoals men ter wereld komt.
Wie weet hoe men ter wereld komt?
Zoals men ter wereld komt braadt men kleine visjes.
Zoals men kleine visjes braadt bestuurt men zijn hart.
Zoals mijn zijn hart bestuurt bestuurt men zijn geest.
Zoals men zijn geest bestuurt bestuurt men zijn lichaam.
Zoals men zijn lichaam bestuurt bestuurt men zijn leven
Zoals men zijn leven bestuurt bestuurt men zijn gezin.
Zoals men zijn gezin bestuurt bestuurt men een straat.
Zoals men zijn straat bestuurt bestuurt men een wijk.
Zoals men zijn wijk bestuurt bestuurt men een dorp.
Zoals men zijn dorp bestuurt bestuurt men een stad.
Zoals men een stad bestuurt bestuurt men een provincie.
Zoals men een provincie bestuurt bestuurt men een staat.


Alles en niets

tja
is
alles
zien
en
niets
vatten


Naakt

Al draagt de dwijze niets, men looft hem om zijn kleed.
Al draagt de dwijze iets, men hoont hem om zijn huid.


Geen raadsel

Wat is de toevlucht die geen toevlucht is
Wat is de schat die geen schat is
Wat is de steun die geen steun is
Wat is het weten dat nergens van weet


Meester Eh

Wie is de toeverlaat die nergens toe verleidt?


Meester Wie

Wie is het die sterft
zonder gedenken

Wie is het die gedenkt
zonder doden

Wie is het die doodt
zonder schieten

Wie is het die schiet
zonder wortel

Wie is het die wortelt
zonder grond


Alles of niets

Spreekt het tja over zichzelf dan spreekt het in alle toonaarden.

Noemt het zich vrij dan noemt het zich gevangen.
Noemt het zich eeuwig dan noemt het zich tijdelijk.
Noemt het zich geest dan noemt het zich lichaam.
Noemt het zich licht dan noemt het zich duister.
Noemt het zich waarheid dan noemt het zich leugen.
Noemt het zich vrede dan noemt het zich oorlog.
Noemt het zich wijs dan noemt het zich dwaas.
Noemt het zich goed dan noemt het zich kwaad.
Noemt het zich hemel dan noemt het zich aarde.
Noemt het zich poort dan noemt het zich muur.
Noemt het zich leven dan noemt het zich dood.
Noemt het zich leegte dan noemt het zich vorm.
Noemt het zich één dan noemt het zich twee.
Noemt het zich weg dan noemt het zich doel.
Noemt het zich diep dan noemt het zich plat.
Noemt het zich piek dan noemt het zich dal.

Zwijgt het tja over zichzelf dan zwijgt het in alle toonaarden.


Ver licht

Sterk is wie zijn kracht niet kent.
Machtig is wie zijn wil niet kent.
Stand houdt wie zijn plaats niet kent.
Wijs is wie de mens niet kent.
Thuis is wie de weg niet kent.
Vrij is wie zichzelf niet kent.
Licht is wie het duister kent.


Een geluk bij een ongeluk

Hoe het kwade te overwinnen en het goede te behouden?
Erkennen allen onder de hemel de goedheid van het kwade en de kwaadheid van het goede dan zijn het goede en het kwade behouden en overwonnen.


Uitgerekend

Laat er een kleine staat met weinig volk zijn of een grote staat met veel volk.
Laat er hoofden zijn over tien- en honderdtallen of over duizend- en tienduizendtallen.
Volk dat de dood vreest zal daarom of ergens anders om of zonder duidelijke reden tijdelijk of voorgoed thuis blijven, in de buurt blijven of wegtrekken.
Als er schepen en wagens zijn zal men reden vinden erin te gaan en reden eruit te blijven.
Zijn er geen schepen of wagens dan zal men reden vinden ze te vervaardigen en reden dat te verbieden.
Als er kurassen zijn zal men reden vinden ze aan te doen en reden ze uit te laten.
Als er wapenen zijn zal men reden vinden ze te hanteren en reden ze te laten liggen.
Zijn er geen kurassen of wapenen dan zal men reden vinden ze te maken en reden dat te verbieden.
Keert het volk terug tot het gebruik der geknoopte koorden dan zal men reden vinden voor het schrift en reden om het schrift voorgoed te verbieden.
Houdt het volk het bij het schrift dan zal het reden vinden terug te keren tot geknoopte koorden en reden die voorgoed af te danken.
Vind het volk smaak in zijn voedsel, is het trots op zijn klederen, vindt het vrede in zijn woning en verblijdt het zich in zijn zeden dan zal het reden vinden iets anders te proberen.
Doet het dan iets anders dan zal het reden vinden terug te keren tot het oude.
Al ligt een naburige staat ver weg, zodat de hanen en honden van weerskanten elkanders geluid niet kunnen horen, het volk zal reden vinden er gemeenschap mee te hebben.
Heeft het volk gemeenschap met een naburige staat dan zal het reden vinden de banden te verbreken.
Want het volk vindt overal reden voor; maar nooit vindt het reden voor zijn reden, of daar weer reden voor.

Daarom houdt de dwijze overal rekening mee en rekent nergens op.


Een eindeloze vlakte

dragen
neerzetten
laten vallen

gevuld houden
opdrinken
leeggieten

wetten om te scherpen
wetten tot men zich snijdt
wetten tot het lemmet weg is
wetten tot men het kan laten
meteen het wetten laten

een zaal vullen met juwelen en goud
die zaal inrichten als gevangenis
die zaal aan de vijand schenken
die zaal inrichten als restaurant
die zaal aan het volk schenken
die zaal onder water zetten
die zaal in brand steken
die zaal bombarderen
die zaal dichtmetselen

aardig zijn bij rijkdom of eer
waardig zijn bij rijkdom of eer
onaardig zijn bij rijkdom of eer
hovaardig zijn bij rijkdom of eer
boosaardig zijn bij rijkdom of eer
boetvaardig zijn bij rijkdom of eer
strijdvaardig zijn bij rijkdom of eer
nietswaardig zijn bij rijkdom of eer

tja is geen weg
tja is geen wegennet
tja is een eindeloze vlakte


De schepper

Wat schept Tao en Tê? Deze vraag.
Wat schept deugd en ondeugd? Deze vraag.
Wat schept doen en niet-doen? Deze vraag.
Wat schept wezen en verschijningsvorm? Deze vraag.
Wat schept licht en duisternis? Deze vraag.
Wat schept hemel en aarde? Deze vraag.
Wat schept hoog en laag? Deze vraag.
Wat schept heerser en onderdaan? Deze vraag.
Wat schept relatief en absoluut? Deze vraag.
Wat schept werkelijkheid en illusie? Deze vraag.
Wat schept leven en dood? Deze vraag.
Wat schept vrijheid en gebondenheid? Deze vraag.
Wat schept oost en west? Deze vraag.
Wat schept rust en onrust? Deze vraag.
Wat schept eenheid en veelheid? Deze vraag.
Wat schept meester en discipel? Deze vraag.
Wat schept waarheid en leugen? Deze vraag.
Wat schept wijsheid en dwaasheid? Deze vraag.
Wat schept weten en niet-weten? Deze vraag.


Melkweg

meester Tja beschermt iedere weg
In hem loopt geen enkele weg
dood

iedere weg beschermt hij
in hem loopt geen enkele weg
verder


Als blad

wie tja heeft is als een boom
geplant aan stromend water

vanzelf loopt hij uit
vanzelf draagt hij bloesem
vanzelf draagt hij vrucht
vanzelf verdorren zijn bladeren
vanzelf breken zijn takken
vanzelf rotten zijn wortels
vanzelf valt hij om

niets wordt hem onthouden
niets blijft hem bespaard
zijn wijsheid is als blad
dat verwaait in de wind


Als een onbekende taal

zuiver zijn de woorden van het tja
als het snateren van eidereenden
het borrelen van ingewanden
het klateren
van wateren
en het balken van de brij


Die niet weet

gelukkig de mens
die niet weet
wat goed is

gelukkig de mens
die niet weet
wat waar is

gelukkig de mens
die niet weet
wat werkelijk is

gelukkig de mens
die niet weet
wat wijs is

gelukkig de mens
die niet weet
wat de mens is

gelukkig de mens
die niet weet
wat geluk is

gelukkig de mens
die niet weet
van niet weten

gelukkig de mens
die niet weet


Het laatste woord

Meester Tja heeft vele namen en gezichten, vele kaften en titels, vele maten en gewichten, maar slechts één boodschap: geen boodschap.

Niet-weten is vereenzelviging met het tja, dat wil zeggen, het einde van iedere vereenzelviging, ook met niet-vereenzelvigen.

Het einde van vereenzelviging is het einde van het ik, het einde van niet-ik, het einde van de illusie, het einde van de werkelijkheid, het einde van het ja, het einde van het nee, het einde van het tja en het einde van het einde.
Wat dan wel een nieuw begin zal zijn.
Maar waarvan?