Meester Schaap en Broeder Ezel

‘Een goede leraar maakt het begrijpelijke onbegrijpelijk.’ Dwaalteksten over meesterschap, broederschap, schapen, ezels, vroedvrouwen en putjesscheppers.

Dwaalgids > Zen > Meester Schaap en Broeder Ezel

De wijsheid van de wulk

Meesterschap of hersenverkalking? Gedachtekronkels op het schelpenpad

Meesterschap of hersenverkalking?

De wijsheid van de hindoe

Een vedaleraar wandelt langs het strand met een groepje leerlingen. Een van de discipelen raapt een kinkhoorn op en steekt hem opgetogen bij zich. De meester vraagt: ‘Wat wil je met die schelp?’ De leerling antwoordt: ‘Als ik hem aan mijn oor zet kan ik de zee horen ruisen.’ De meester zegt: ‘Waarom zou je naar een schelp luisteren als je de hele zee kunt verwerven?’ Teleurgesteld laat de jongen de kinkhoorn vallen.

De wijsheid van de boeddha

Een zenleraar wandelt langs het strand met een groepje leerlingen. De meester raapt een kinkhoorn op en steekt hem opgetogen bij zich. Een van de leerlingen vraagt: ‘Wat heb je nou aan een schelp als je de hele zee kunt verwerven? De meester antwoordt: ‘Waarom zou je over eenheid speculeren als je de zee kunt horen ruisen in een kinkhoorn?’ Hebberig houdt de jongen zijn hand op.

De wijsheid van de wulk

Twee wulken liggen naast elkaar op het strand. Ruist de ene: ‘Sst’. Ruist de andere: ‘Sst.’

De wulk van niet-weten

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

De ene afgrond roept tot de andere

Meesterschap in één woord

Leerling: Wat is de taak van de leraar volgens u?

Meester: Abyssus abyssum invocat.

Leerling: Wat betekent dat?

Meester: De ene afgrond roept tot de andere.

Laat je niet boeien

Sterrenschieten

Beste Hans,

Eens was ik aanwezig bij een lezing van wijlen Noud van den Eerenbeemt. Nooit heb ik iemand boeiender horen spreken. De zaal hing aan zijn lippen. Waar jij vooral oog hebt voor het lege, had Noud het over vol én ledig, samenkomend in vol-ledigheid. Hij zei ook dat de vrouw niet weet maar wel is en dat de man niet is en daarom zijn gedachten in realiteit moet omzetten. Wanneer een man en een vrouw elkaar ontmoeten, of wanneer iemand het mannelijke en het vrouwelijk in zich weet te verenigen, komen we tot het goddelijke. Ik (mannelijk) ben (vrouwelijk) God.

De uitspraak van Noud die me het beste is bijgebleven en waar ik eigenlijk voor schrijf is ‘ik weet niets, en zelfs daar ben ik niet zeker van’. En dat is eerlijker dan iemand als jij, die stelt dat hij niets weet en daar zeker van is. Hans, twijfel is voor vele dingen goed, maar niet om stil te staan. Twijfelend in vertrouwen te leven, dat is onze opdracht.

Beste Mies,

De gedachte ‘ik weet niets, maar daar ben ik wel zeker van’ wordt in de westerse filosofiegeschiedenis toegeschreven aan Socrates onder de noemer scepticisme.
De gedachte ‘ik weet niets, en zelfs daar ben ik niet zeker van’ wordt toegeschreven aan Pyrrho van Elis onder de noemer pyrronisme.

In mijn woordenboek is niet-weten geen scepticisme, maar ook geen pyrronisme.
Niet-weten is het einde van het heilige geloof in welke gedachte ook, inclusief deze.

Mies: Ken jij Noud van den Eerenbeemt?

Hans: Vreemd genoeg ken ik Van den Eerenbeemt niet, terwijl hij volgens de Wikipedia in 1955 toch de literatuurprijs van de gemeente Hilvarenbeek heeft gewonnen. Verder schijnt hij druk geweest te zijn met hekserij, magie, tarot, orakels, runen, Aquarius en psychedelica om het bewustzijn te verruimen.

Zelf gebruik ik geen psychedelica om het bewustzijn te verruimen, want mijn bewustzijn is zonder psychedelica al zo ruim dat menigeen erin verdwaalt. Het lijkt mijn huid wel. Alles slobbert.

Hoe Astro-Noud zijn esoterie rijmt met zijn niet-weten is mij trouwens een raadsel, en dat wou ik graag zo houden.

Mies: Hoe denk jij over vol-ledigheid en over de vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke in het goddelijke?

Hans:

Niet de volheid, niet de leegte
Niet de volheid én de leegte
Niet de volheid noch de leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het vrouwelijke, niet het mannelijke
Niet het vrouwelijke en het mannelijke
Niet het vrouwelijke noch het mannelijke
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het menselijke, niet het goddelijke
Niet het menselijke en het goddelijke
Niet het menselijke noch het goddelijke
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Mies: Wat is onze opdracht volgens jou?

Hans: Het is mij persoonlijk niet bekend dat wij een opdracht hebben. Ook niet dat wij geen opdracht hebben. Over twijfels inzake levensvragen kan ik evenmin meepraten, die heb ik niet meer. Mijn zekerheden ben ik ook al kwijt, dus dat schiet niet op.

Ik heb best weleens vertrouwen in deze of gene en in dit of dat, maar nooit in ‘het leven’. Voor mij is dat niet meer dan een woord. Vandaar dat ik het ook niet weet te wantrouwen. Verder begrijp ik niet waarom je zo nodig moet vertrouwen in iets waaraan je twijfelt. Of waarom je zou twijfelen aan iets waarin je vertrouwt. Dat is net zoiets als inademen tijdens een nies of soep eten onder water.

Vertrouwen in datgene waaraan je twijfelt – dat verlangde frater Tarsisius lang geleden ook van mij. Hij noemde het ‘geloof’. Lang is de rij van mensen die ik niet heb weten te bevredigen.

Mies: Niet ‘twijfelend in vertrouwen leven’ dus. Wat betekent niet-weten dan voor jou?

Hans: Wat voor dag is het ook alweer? O, vandaag. Wie schrijf ik ook alweer? O, jou. Waarover? O, meneer van den Eerenbeemt. In dat geval betekent niet-weten: aan niemands lippen hangen. Ook niet aan de mijne. Ook niet aan je eigen. Laat je niet boeien!

Al zou ik eerlijk gezegd niet weten waarom niet. Je zult me dus op mijn woord moeten geloven.

Tip: De zin van het leven

Een goede meester maakt het begrijpelijke onbegrijpelijk

Leerling: Een goede meester maakt het onbegrijpelijke begrijpelijk.

Meester: Op school misschien.

Leerling: Wat zou u zeggen?

Meester: Een goede meester maakt het begrijpelijke onbegrijpelijk.

Leerling: Ga nou gauw.

Meester: Dan niet.

Leerling: Komt daar ooit een eind aan?

Meester: Dat merk je vanzelf.

Leerling: Wat zal ik dan merken?

Meester: Dat je het verschil niet meer weet.

Leerling: Waartussen?

Meester: Wat maakt dat nou uit.

Leerling: Ik snap er niets van.

Meester: Daar heb je het al.

Leerling: Wat?

Meester: Een goede meester maakt het begrijpelijke onbegrijpelijk.

Tip: Passe-partout voor poortloze poorten

Als je eventjes iets noch niets weet…

Ben je eventjes ontsnapt

Leerling: Wanneer ben je leerling?

Meester: Als je eventjes iets weet.

Leerling: Wanneer ben je meester?

Meester: Als je eventjes niets weet.

Leerling: En als je eventjes iets noch niets weet?

Meester: Dan ben je eventjes meester noch leerling.

Leerling: Ik snap het!

Meester: Dan ben je weer eventjes leerling.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Er woont een leerling en een meester in ieder van ons

Leerling: Ik zal blij zijn als ik geen leerling meer ben.

Meester: Er woont een leerling in ieder van ons.

Leerling: Ook in u?

Meester: Ook in mij.

Leerling: Maar u bent hier toch de meester?

Meester: Er woont een meester in ieder van ons.

Leerling: Ook in mij?

Meester: Ook in jou.

Leerling: Wat is dan het verschil tussen ons?

Meester: Bij jou voert de leerling het hoogste woord.

Leerling: En bij u?

Meester: Bij mij praten ze om de beurt.

Tip: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Een goede meester wil niets van jou…

Leerling: Wat wilt u eigenlijk van mij?

Meester: Niets…

Leerling: Maar?

Meester: Wel van harte.

Leerling: U hebt mij onvoorwaardelijk lief.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: U staat helemaal voor mij open.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: U bent mij keuzeloos gewaar.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Ik laat u helemaal koud.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: U wilt dat ik mezelf kan zijn.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: U wilt dat ik mezelf bén.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: U wilt dat ik bén.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Wat wilt u dan van mij?

Meester: Niets…

Leerling: Maar?

Meester: Wel van harte.

Maar wel van harte

Leerling: Wat wilt u eigenlijk van mij?

Meester: Niets…

Leerling: Maar?

Meester: Wel van harte.

Leerling: Moet ik ook niets van anderen willen?

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Moet ik niets van u willen?

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Moet ik niets van mezelf willen?

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Moet ik niets willen?

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Moet ik dan helemaal niets?

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Zolang het maar van harte gaat.

Meester: Dat heb ik niet gezegd.

Leerling: Wat wilt u dan van mij?

Meester: Niets…

Leerling: Maar?

Meester: Wel van harte.

Tip: Bodhisattvageloften

Gelijke monniken, ongelijke kappen

Leerling: Zal ik u vousvoyeren of wenst u als gelijke behandeld te worden?

Meester: Ik heb geen behandeling meer nodig.

Tip: De Poortloze Poort

Een spelletje menens

Leerling: Eindelijk heb ik uw spelletje door.

Meester: O?

Leerling: U wacht net zolang tot ik iets beweer en dan slaat u toe.

Meester: Dat is maar ten dele waar.

Leerling: Wat klopt er niet?

Meester: Het is geen spelletje.

Niets zo effectief als ‘Nou dat weer’

De hoogste wijsheid

Monnik: Ik zoek de…

Meester: Nou dat weer.

Monnik: Nou wat weer?

Meester: Houdt het dan nooit op?

Monnik: Wie steeds ‘nou dat weer’ zegt, moet nodig met pensioen.

Meester: Nou dat weer.

Monnik: En dan dat toontje.

Meester: Dat hoort er nou eenmaal bij.

Monnik: Niemand zo voorspelbaar als u.

Meester: Niets zo effectief als ‘nou dat weer’.

Monnik: Om wat te bereiken?

Meester: Nou dat weer.

Lees ook: Vinger-zen en verder

De beste leerling is geen leerling

Leerling: Wat is een goede leerling?

Meester: Iemand die niets aanneemt.

Leerling: Wat is een betere leerling?

Meester: Iemand die niets afwijst.

Leerling: Wat is de beste leerling?

Meester: Geen leerling.

De beste meester is een leerling

Leerling: Wat is een goede meester?

Meester: Een levende meester.

Leerling: Wat is een betere meester?

Meester: Een dode meester.

Leerling: Wat is de beste meester?

Meester: Een leerling.

Een meester verlost je van de Waarheid

en van de leugen

Leerling: Wat is een meester?

Meester: Een putjesschepper.

Leerling: Socrates noemde zichzelf tenminste nog een vroedvrouw.

Meester: Een vroedvrouw met een baard.

Leerling: Hij hielp de mensen bij het baren van de Waarheid.

Meester: Zelf ben ik meer een verloskundige.

Leerling: Waarvan verlost u de mensen?

Meester: Van het idee van de Waarheid.

Leerling: U verlost mensen van het idee van de Waarheid?

Meester: En van het idee van de leugen natuurlijk.

Leerling: Echt waar?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Anders was dat weer de waarheid.

Leerling: O ja.

Meester: Bovendien wil niemand van het idee van de Waarheid verlost worden.

Leerling: Maar wat is nou een meester?

Meester: Dat is nou een meester.

Tip: De Intergalactische Waarheidsconferentie

Een meester is succesvol als hij geen notie van succes meer heeft

Leerling: Wanneer is een meester succesvol?

Meester: Als hij geen leerlingen meer heeft.

Leerling: Wanneer is een leerling succesvol?

Meester: Als hij geen meester meer heeft.

Leerling: Meester en leerling zijn succesvol wanneer ze uit elkaar gaan?

Meester: Hoe kom je erop.

Leerling: Wanneer zijn ze dan wel succesvol?

Meester: Wanneer ze geen notie van succes meer hebben.

Tip: Wat is non-dualiteit?

Waarom aanhangers van niet-weten het altijd eens zijn

1.

Leerling: Waarom zijn aanhangers van niet-weten het altijd eens?

Meester: Dat zou je een aanhanger van niet-weten moeten vragen.

2.

Leerling: Waarom zijn aanhangers van niet-weten het altijd eens?

Meester: Omdat niet-weten geen aanhangers heeft.

3.

Leerling: Waarom zijn aanhangers van niet-weten het altijd eens?

Meester: Omdat ze niets aanhangen.

4.

Leerling: Waarom zijn aanhangers van niet-weten het altijd eens?

Meester: Daar ben ik het niet mee eens.

Alonwetendheid bestaat niet

Leerling: Zou u zichzelf alonwetend noemen?

Meester: Niemand kan zichzelf alonwetend noemen.

Hanne: Waarom niet?

Hans: Als je het bent weet je het niet en als je het weet ben je het niet.

Wie een kuil graaft voor zijn weten

Meester Schaap zei altijd:

‘Wie een kuil graaft voor zijn weten valt er zelf in.’

Of hij zei:

‘Wie een kuil graaft voor zichzelf loopt er steeds omheen.’

Tip: Dwaalspreuken voor in de vrolijke keuken

Zestien valkuilen op het spirituele pad

1.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat er zoiets is als een spiritueel pad.

2.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op de weg naar niet weten?

Meester: Denken dat er niet zoiets is als een spiritueel pad.

3.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je ergens heen moet.

4.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je nergens heen moet.

5.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je ergens heen kunt.

6.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je nergens heen kunt.

7.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat er valkuilen zijn.

8.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat er geen valkuilen zijn.

9.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je iemand bent.

10.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je niemand bent.

11.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je een vrije wil hebt.

12.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je geen vrije wil hebt.

13.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Denken.

14.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je niet moet denken.

15.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Denken dat je anders moet denken.

16.

Leerling: Wat is de grootste valkuil op het spirituele pad?

Meester: Niet denken.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Vallen is de weg

Leerling: Hoeveel valkuilen zijn er wel niet op het spirituele pad?

Meester: Wel niet.

Leerling: Nou?

Meester: Net zoveel als er gedachten zijn.

Leerling: Dat is toch geen doen?

Meester: Wie zegt dat je iets moet doen?

Leerling: Moeten we dan alles maar laten?

Meester: Laten is de grootste valkuil op het spirituele pad.

Leerling: Valkuilen omzeilen is de weg.

Meester: Valkuilen omzeilen is…

Leerling: … de grootste valkuil op het spirituele pad, wou u zeggen.

Meester: Welnee.

Leerling: Wat wou u dan zeggen?

Meester: Valkuilen omzeilen is niet de weg.

Leerling: Wat is dan in vredesnaam wel de weg?

Meester: Vallen is de weg.

Tip: Vrede sluiten met je onvrede

Zonder weg komt alles terug

Leerling: Wat is de weg?

Meester: Het weten doden.

Leerling: En dan?

Meester: Is alles weg.

Leerling: En dan?

Meester: Het niet-weten doden.

Leerling: En dan?

Meester: Is alles terug.

Leerling: En dat is de weg?

Meester: En dat was de weg.

Tip: Wegen naar de onbekende vraag

Verboden te plukken

Over het nut van instructies

Een leerling komt aangerend met een bord op een paal. ‘Waar heb je dat vandaan?’ vraagt de meester. ‘Uit een veldje narcissen in het park.’ ‘Wat staat erop?’ Triomfantelijk steekt de leerling het bord omhoog. De meester leest: ‘Pluk mij!’

Wanneer je iemand een meester noemt

De weg is geen egotrip

Leerling: Hoe noemt men hem die pertinente vragen stelt?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die impertinente vragen stelt?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die geen vragen meer stelt?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die weet?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die zich het ene weet?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die zich het bewustzijn weet?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die de waarheid kent?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die de vrijheid gevonden heeft?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die zich van de vrijheid bevrijd heeft?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die zijn gedachten de baas is?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die zijn gedachten niet meer als de zijne beschouwd?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die zichzelf in god gevonden heeft?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die god in zichzelf gevonden heeft?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die mededogen heeft met alle voelende wezens?

Meester: Leerling.

Leerling: Hoe noemt men hem die niet meer noemt?

Meester: Leerling.

Leerling: Wie noemt men dan in hemelsnaam een meester?

Meester: Die zich dat niet meer afvraagt.

Tip: Grote Twijfel, Grote Verlichting

Op dood spoor

Monnik: Wanneer mag ik in uw voetsporen treden?

Meester: Zodra je ze hebt uitgewist.

Tip: Meester Spoorloos en agent Speurneus

Wat je moet doen als iemand conclusies begint te trekken

Monnik: Wat moet ik doen als iemand conclusies begint te trekken?

Meester: Terugtrekken.

Onthechting van elk weten en niet-weten

Leerling: Als je het eenmaal ziet, is er niets geheimzinnigs meer aan. Geen conclusies trekken, is dat niet waar het op aankomt?

Meester: Toch weer een conclusie weten te trekken?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geef niks.

Leerling: Ik ben kennelijk nog steeds aan het weten gehecht.

Meester: Om over niet weten maar te zwijgen.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geef niks.

Leerling: Totale onthechting van elk weten én niet weten, is dat dan waar het op aankomt?

Meester: Toch weer een conclusie weten te trekken?

Leerling: Ik stelde toch een vraag?

Meester: Ik toch ook?

Leerling: Verdraaid.

Meester: Geef niks.

Hoe wij moeten omgaan met kennis

Balsem voor de wonde

Leerling: Hoe moeten wij omgaan met kennis?

Meester: Alsof het zalf is.

Leerling: Dik insmeren, goed uitwrijven.

Meester: Niet innemen, alleen voor uitwendig gebruik.

Je snapt het niet

Leerling: Alle verstaan is misverstaan.

Meester: Toch weer iets begrepen?

Aanschouwelijk onderricht

Op een dag neemt de meester plaats op het spreekgestoelte en zakt er prompt doorheen. Hij staat op, verliest zijn evenwicht, valt opnieuw, krabbelt weer overeind en slaat het stof van zijn pij. Niemand durft zich te verroeren. De meester zegt schor: ‘Beter had ik het niet kunnen zeggen.’ Hinkend verlaat hij de zaal.

Tip: Hans van Dam

Leren sterven doe je bij een dode

Leerling: Mag ik bij u in de leer?

Meester: Bij mij gaat men uit de leer.

Leerling: Ik wil leren leven.

Meester: Bij mij leert men sterven.

Leerling: Men heeft mij verzekerd dat ik bij u de hoogste wijsheid…

Meester: Als je in de leer wilt zoek je maar een levende leraar.

Leerling: Bent u dan geen levende leraar?

Meester: Ik ben een dode leraar.

Leerling: Wie noemt zichzelf nou een dode leraar.

Meester: Iemand die niets meer te zeggen heeft, zelfs dit niet.

Leerling: Minder kan haast niet.

Meester: Net als de doden.

Een goede meester heeft niets met je voor en niets op je tegen

Een brug te ver

Leerling: Wat heeft u toch met mij voor?

Meester: Niets, snap dat dan.

Leerling: Wat heb ik daar nou aan.

Meester: Niets, snap dat dan.

Leerling: Maar wat doe ik dan hier?

Meester: Niets, snap dat dan.

Leerling: Maar wat doet u dan hier?

Meester: Niets, snap dat dan.

Leerling: Ik geloof u niet.

Meester: Ik ook niet.

Leerling: En toch geloof ik u.

Meester: Ik ook.

Leerling: Ik snap er niets meer van.

Meester: Ik ook niet.

Leerling: En toch snap ik het.

Meester: Ik ook.

Leerling: Ik geloof werkelijk dat ik het vat!

Meester: Dan ben je het alweer kwijt.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Het heen-en-weer van Meester Pingpong

Chinese wijsheid

Leerling: Bent u Ping of bent u Pong?

Meester: Tegen Ping ben ik Pong, tegen Pong ben ik Ping.

Leerling: En tegen Pingpong?

Meester: Die speelt wel met zichzelf.

Steeds opnieuw beginnen

Leerling: Wat is de les van vandaag?

Meester: Het afleren van de les van gisteren.

Leerling: Wat is de les van morgen?

Meester: Het afleren van die van vandaag.

Leerling: Enzovoort.

Meester: Nou, voort…

Leerling: Wat is de laatste les?

Meester: Het afleren van het afleren.

Leerling: En dan?

Meester: Ben je weer terug bij af.

De leerling en de meester doen allebei alsof

Leerling: Wat is de overeenkomst tussen de leerling en de meester?

Meester: Beiden doen alsof.

Leerling: En het verschil?

Meester: De leerling doet alsof hij weet, de meester doet alsof hij niet weet.

De meester kan erop schijten maar de leerling moet zijn eigen ramen lappen

Leerling: Hoe onderscheid je bonafide leraren van malafide?

Meester: Ze zijn allemaal malafide.

Leerling: Hoe bedoel je?

Meester: De leraar kan erop schijten, maar de leerling moet zijn eigen ramen lappen.

Leerling: Er zijn toch zeker oplichters onder de leraren?

Meester: Maakt niet uit.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Stront is stront.

Leerling: Dus?

Meester: Betaal er niet te veel voor.

Tip: Idolen van de zoeker

Zoekers zijn uitzuigers

Leerling: Volgens mij speelt u een spelletje met mij.

Meester: Welk spelletje speel ik volgens jou?

Leerling: Pak me dan.

Meester: Waarom zou ik dat doen?

Leerling: Om mij te slim af te zijn.

Meester: Volgens mij speel jij een spelletje met mij.

Leerling: Welk spelletje dan?

Meester: Ik zal je pakken.

Leerling: Waarom zou ik dat doen?

Meester: Om mij in woorden te vangen.

Leerling: En dan?

Meester: De waarheid uit mij te zuigen.

Leerling: En die waarheid luidt?

Meester: Zie je wel?

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Een leermeester is een dwarskop

Leerling: Wat is de beste leermeester?

Meester: Een ezel.

Leerling: Waarom?

Meester: Omdat hij blijft staan zolang je nog wilt vertrekken, en blijft lopen zolang je nog wilt afstijgen.

Tip: Meester Hans

Als je voorgoed de weg kwijt bent

Leerling: Wat is de beste leermeester?

Meester: Een ezel.

Leerling: Waarom?

Meester: Omdat hij altijd de andere kant op gaat.

Leerling: Altijd?

Meester: Tot je voorgoed de weg kwijt bent.

Leerling: Dan wordt hij eindelijk gezeglijk?

Meester: Dan is er geen andere kant meer.

Tip: Kosmische grappen

Het temmen van de ezel

Leerling: Ik wil hebben wat u hebt.

Meester: Je veronderstelt dat ik iets heb.

Leerling: Dan wil ik kwijtraken wat u kwijt bent.

Meester: Je veronderstelt dat ik iets kwijt ben.

Leerling: Ik wil ervoor doen wat u ervoor gedaan hebt.

Meester: Je veronderstelt dat ik er iets voor gedaan heb.

Leerling: Dan wil ik laten wat u ervoor gelaten hebt.

Meester: Je veronderstelt dat ik er iets voor gelaten heb.

Leerling: Maar ik wil weten wat…

Meester: Je veronderstelt dat het een kwestie van weten is.

Leerling: Dan wil ik afleren wat…

Meester: Je veronderstelt dat het een kwestie van niet weten is.

Leerling: Waarvan is het dan wel een kwestie?

Meester: Je veronderstelt dat het een kwestie is.

Leerling: Maar wilt u me dan tenminste zeggen…

Meester: Je veronderstelt dat ik iets wil zeggen.

Leerling: Maar u kunt toch wel…

Meester: Je veronderstelt dat ik iets kan.

Leerling: Maar u hebt toch…

Meester: Je veronderstelt dat je iemand voor je hebt.

Leerling: Maar…

Meester: Of dacht je soms dat je niemand voor je had?

Leerling: Ik…

Meester: Je veronderstelt dat je iemand bent.

Leerling: …

Meester: En denk nou maar niet dat je niemand bent.

Tip: Het regressieprobleem

Meesterwerk is monnikenwerk

Leerling: Wat is cognitieve therapie?

Meester: Een methode om irreële gedachten te vervangen door reële.

Leerling: Wat is filosofie?

Meester: Een methode om onware gedachten te vervangen door ware.

Leerling: Wat is wetenschap?

Meester: Een methode om speculatieve gedachten te vervangen door empirische.

Leerling: Wat is religie?

Meester: Een methode om aardse gedachten te vervangen door hemelse.

Leerling: Wat is spiritualiteit?

Meester: Een methode om negatieve gedachten te vervangen door positieve.

Leerling: En wat is niet weten?

Meester: Gewoon.

Leerling: Gewoon wat?

Meester: Dat je het niet weet.

Leerling: Ik bedoel, wat voor methode is niet weten?

Meester: Niet weten is geen methode.

Leerling: Ik bedoel, wat is het doel van niet weten?

Meester: Niet weten heeft geen doel.

Leerling: Wat is dan het verband tussen niet weten en je gedachten?

Meester: Dat je niet weet of je ze moet geloven?

Leerling: Maar waar is dat goed voor?

Meester: Wie zegt dat het ergens goed voor is?

Leerling: Bedoelt u dat het nergens goed voor is?

Meester: Ik zou het echt niet weten.

Leerling: Hoe voelt niet weten?

Meester: Nu eens zus, dan weer zo.

Leerling: Maakt het je zacht of vredig?

Meester: Niet weten maakt je niets.

Leerling: Maakt het je liefdevol of vriendelijk?

Meester: Niet weten maakt je niets.

Leerling: Maakt het je mededogend of dankbaar?

Meester: Niet weten maakt je niets.

Leerling: Wat is de weg naar niet weten?

Meester: Is er een weg naar niet weten?

Leerling: Er is geen weg naar niet weten?

Meester: Ik zou het ook niet weten.

Leerling: Hoe kom je er dan?

Meester: Door de weg kwijt te raken?

Leerling: Hoe bent u de weg kwijtgeraakt?

Meester: Waar heeft opa zijn verstand verloren?

Leerling: Nou weet ik nog niks.

Meester: En een moeite dat het kost.