Nisargadatta

‘Ik heb de moed te zijn als niets en om de wereld te zien zoals hij is: niets. Het klinkt eenvoudig, maar probeer het maar eens!’ Citaten van advaitaleraar, goeroe en bidist Shri Nisargadatta Maharaj (1897-1981).

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Advaita > Nisargadatta


Uit Ik Ben, Shri Nisargadatta Maharaj, 1e editite, 1982, vertaald door Wolter Keers:


Voorbijtrekkende stoet

Bezoeker: U bent een bijzonder iemand. U zegt dat u het wezenlijke kent en dat beweer ik niet.
Maharaj: Heb ik je ooit verteld dat jij ‘niet weet’ en dat je daarom minder waard bent? Laat de mensen die dat soort onderscheid hebben uitgevonden maar bewijzen dat ze gelijk hebben. Ik beweer niet dat ik iets ken wat jij niet kent. In feite weet ik veel minder dan jij.
Bezoeker: Uw woorden zijn wijs, Uw gedrag is waardig, Uw tegenwoordigheid is een bron van kracht.
Maharaj: Daar weet ik allemaal niets van. Ik zie geen verschil tussen jou en mij. Mijn leven is net als het jouwe een opeenvolging van gebeurtenissen. Alleen ben ik nergens aan gehecht en ik zie de voorbijtrekkende stoet als een voorbijtrekkende stoet, terwijl jij jezelf aan allerlei dingen vastklampt en met ze meeholt. (3)


Meningen

Jullie hoge dunk van mij is alleen maar een mening. Die kun je elk ogenblik veranderen. Waarom zou je meningen belangrijk vinden – zelfs je eigen mening? (3)


Helemaal twijfelen

mijn Guru heeft mij ook geleerd dat ik aan alles moest twijfelen, maar dan ook helemaal. (62)


Genadeloos vernietigen

Alles moet nauwkeurig worden onderzocht en wat overbodig is moet genadeloos worden vernietigd. Geloof me als ik zeg dat er nooit genoeg vernietigd kan worden. Want in werkelijkheid is er niets dat waarde heeft. Wees alleen aan het onthechten gehecht. (63)


Bodemloze put

Ik ben aan niets gehecht. Ik ben niets en niets is bang van niets. Integendeel, alles is bang van het Niets, want als iets in aanraking komt met het Niets wordt het Niets. Het is als een bodemloze put: wat er ook in valt, alles verdwijnt. (66)


Probeer het maar eens

Bezoeker: bent u zich in uw dagelijkse leven altijd bewust van uw diepste wezen?
Maharaj: Noch bewust, noch onbewust. Ik heb geen overtuigingen nodig. […] Ik sta los van herinneringen en verwachtingen en ik trek me niets aan van wat ik al dan niet ben. Ik doe niet mee aan de gewoonte om jezelf in woorden te vatten. Uitspraken als soham en brahmasi (ik ben Hij, ik ben het Allerhoogste) zijn voor mij van geen enkel nut. Ik heb de moed te zijn als niets en om de wereld te zien zoals hij is: niets. Het klinkt eenvoudig, maar probeer het maar eens! (79)


Zelf gezien?

Bezoeker: Ik begon toen ik geboren werd.
Maharaj: Dat hebben ze je verteld. Maar is het ook waar? Heb je jezelf zien beginnen? (80)


Weg ermee

Bezoeker: Er zijn talloze theorieën over het wezen van de mens en het heelal: de scheppingstheorie, de illusietheorie, de droomtheorie – zoveel je maar wilt. Wat is nou de juiste?
Maharaj: Ze zijn allemaal juist en allemaal onjuist. Je kunt die theorie eruit pikken die je het meeste aanspreekt. … Theorieën kunnen hun nut hebben als vertrekpunt, maar hoe gauwer ze weggegooid worden hoe beter. (88)


Nu

Bezoeker: Maar ik besta toch in de tijd? Ik heb toch een verleden en een toekomst?
Maharaj: Dat is hoe je je het verbeeldt – nu.
Bezoeker: Er moet een begin geweest zijn!
Maharaj: Nu.
Bezoeker: En het einde?
Maharaj: Wat geen begin heeft, kan nooit eindigen. (100)


In omgekeerde richting

Je kunt woorden ook gebruiken om dingen af te breken; uit woorden komen voorstellingen op en door woorden kunnen ze weer teniet gedaan worden. Je bent in je huidige toestand verzeild geraakt door het geloof in woorden; nu moet je dezelfde weg gaan in omgekeerde richting. (107)


Dat ben ik niet

Ik ben vrij van welke beschrijving en identificatie dan ook. Wat je ook mag horen of zien of denken – dat ben ik niet. (113)


Jij

Voor alles moet je je realiseren dat jij het bewijs bent van alle dingen, met inbegrip van jezelf. Niemand kan jou bewijzen dat je bestaat, want dan moet eerst zijn bestaan door jou worden erkend. (119)


Zelfs geen ‘ik ben’

Als de geest verdwijnt, lost zelfs het ‘ik ben’-besef op. Zonder geest is er geen ‘ik ben’. (121)


Het onbekende

Bezoeker: Wat is er dan om zo bang voor te zijn?
Maharaj: Het onbekende. Het niet-zijn, niet-weten, niet-doen. De bodemloze afgrond. (128)


Nergens heen

Mensen in de trein reizen van de ene plaats naar de andere, maar de man die niet in de trein zit gaat nergens heen, want hij is niet onderweg naar ergens. Hij heeft nergens heen te gaan, niets om te doen, niets om te worden. (132)


Neutraal

Bezoeker: U lijkt zo verschrikkelijk onverschillig ten opzichte van alles.
Maharaj: Ik ben niet onverschillig maar onpartijdig. Ik geef geen voorrang aan het ‘mij’ en het ‘mijn’. Een mandje met grond of een mandje met juwelen – geen van beide heb ik nodig. Wat mij betreft zijn leven en dood precies hetzelfde. (138)


Vraagtekens

Leg in denken en in handelen steeds weer de nadruk op je eigen onafhankelijkheid. Ten slotte hangt alles af van wat je gelooft dat je bent; van het geloof dat alles wat je ziet en hoort en denkt en voelt, echt is. Waarom geen vraagtekens gezet bij dat geloof? (149)


Eerst woorden, dan stilte

Bezoeker: Ik ben meer gekomen om bij U te zijn dan om naar U te luisteren. Woorden zeggen zo weinig – de stilte kan veel meer overbrengen.
Maharaj: Eerst woorden, dan stilte. Voor de stilte moet je rijp zijn. (151)


Blindelings

Vecht met alle krachten die je op kunt brengen tegen het idee, dat je iets bent wat beschreven kan worden of een naam zou hebben. Dat ben je niet. Weiger om over jezelf te denken in termen van dit of dat. Er bestaat geen andere manier om de ellende kwijt te raken die je jezelf aandoet doordat je allerlei dingen blindelings accepteert zonder ze te onderzoeken. Wees niet te lui om te denken. (152)


Uit de boot

Zolang je aandacht blijft besteden aan ideeën en begrippen – die van jezelf of die van anderen – zit je in de boot. Maar als je elke leer en alle boeken, en alles wat onder woorden is gebracht laat vallen en je duikt diep in jezelf en je ontdekt wat je bent, dan zal alleen dat al je problemen oplossen. Daarna ben je over elke situatie volkomen de baas, want je wordt niet langer door je ideeën over de situatie getyranniseerd. (175)


Niets aannemen

Bezoeker: Ik moet U bekennen dat ik vandaag opstandig ben. Alles lijkt me twijfelachtig en waardeloos toe.
Maharaj: Dat is een heel nuttige stemming. Je moet alles in twijfel trekken, alles weigeren en onder geen voorwaarde dingen aannemen op gezag van anderen. (183)


Ook niet niet

Maak je nu los van het idee dat je het lichaam bent door gebruik te maken van het tegengestelde idee, namelijk dat je het lichaam niet bent. Ook dat is natuurlijk maar een begrip; behandel het daarom als iets dat je weer overboord kunt gooien als het zijn werk heeft gedaan. (189)


Uit Zijn, Shri Nisargadatta Maharaj, vertaald door Wolter Keers, 1983:


Geen enkele waarde

Totdat ik mijn goeroe ontmoette wist ik een heleboel. Nu weet ik niets, want elk kennen maakt deel uit van de droom en het heeft geen enkele waarde. (12)


Ik weet van niets

Bezoeker: Maar u moet toch geloven dat u al eens eerder geleefd hebt?
Maharaj: Dat is wat de traditionele geschriften zeggen, maar ik weet van niets. (13)


Bekijk het zoals je wilt

Je kunt het bekijken zoals je wilt. Je kunt een leidraad in je leven ontdekken of je kunt het zien als een aaneenschakeling van toevalligheden. Een uitleg dient alleen maar om je denken te bevredigen en die hoeft niet juist te zijn. De Realiteit kan niet worden gedefinieerd of beschreven. (51)


De grote verslinder

Ik ben de grote verslinder en vernietiger: alles wat ik aanraak lost op in de leegte. (57)


Web van woorden

Jouw wereld bestaat uit frasen. Wat heb je daaraan? Je zit verstrikt in een web van woorden, van definities en formuleringen. (63)


Geen achterkant

Bij mij zit nergens iets achter. Ik ben helemaal voorkant en ik heb geen achterkant! De leegte spreekt, de leegte blijft. (64)


Afbreken

Je neemt een heleboel dingen als vanzelfsprekend aan. Begin met vragen te stellen. De dingen die het meest voor de hand liggen, zijn het meest twijfelachtig. Stel jezelf eens zulke vragen als ‘Ben ik echt geboren?’, ‘Ben ik werkelijk meneer of mevrouw die-en-die?’, ‘Moet ik eigenlijk wel alles geloven wat me over mijzelf verteld wordt?’ Je hebt een geweldige hoeveelheid energie aan het bouwen van een gevangenis voor jezelf besteed. Besteed diezelfde moeite om haar af te breken. (70)


Eigen maaksel

Niets stoffelijks, geen denken of voelen kan je vrijheid geven. Je bent vrij zodra je begrijpt dat je gebondenheid je eigen maaksel is en je ophoudt de ketenen te smeden die je binden. (79)


Rookgordijn

Bezoeker: Wordt dat door je lot bepaald?
Maharaj: Dat woord legt ook niet veel uit. Als het gebeurt, weet je niet waarom het gebeurt en dan bedek je je onwetendheid met een rookgordijn door het karma of genade of ‘Gods wil’ te noemen. (79)


Geen waarheidsgedachten meer

Bezoeker: Hoe weet ik dat ik de waarheid gevonden heb?
Maharaj: Als er geen ideeën meer verschijnen van ‘Dit is waar’ en ‘Dat is onwaar’. (94)


Afleren

Bezoeker: Om een technicus te worden moet ik techniek leren. Wat moet ik leren om God te worden?
Maharaj: Daar moet je alles voor afleren. God is het eindpunt van alle verlangen en kennen. (127)


Zonder richtlijnen

Bezoeker: Hoe moet je met mensen omgaan?
Maharaj: Waarom zou je richtlijnen opstellen? (159)


Geen juiste ideeën

Laat je onjuiste ideeën los, dat is genoeg. Er bestaat geen behoefte aan juiste ideeën. Die bestaan niet. (166)


Wie durft?

Vrijheid is loslaten. Maar vind eens iemand die alles wil loslaten. (172)


Het bewijs bewijzen

Maar zie je niet dat je mij vraagt naar een bewijs voor de waarheid zonder te vertellen wat je met ‘waarheid’ bedoelt of met welk bewijs je tevreden zou zijn? Je kunt wat dan ook bewijzen, zolang je maar vertrouwen hebt in je bewijs. Maar wat kan bewijzen dat je bewijs correct is? (175)


Van horen zeggen

Ik vraag je alleen maar om de juiste vragen te stellen. In plaats van naar het bewijs te zoeken voor een waarheid die je niet kent, kun je beter afgaan op de bewijzen die je hebt van wat je denkt te weten. Je zult ontdekken dat er niets is dat je zeker weet – je vertrouwen is gebaseerd op horen zeggen. (180)


Weten wat je niet bent

Je hoeft niet te weten wat je bent. Het is genoeg om te weten wat je niet bent. (186)


Niet in het ontdekte

Bezoeker: Betekent dat eeuwig onwetend zijn?
Maharaj: het betekent dat onwetendheid nooit heeft bestaan. De waarheid zit in het ontdekken, niet in het ontdekte. (186)


Stralend

Ten slotte kom je terecht in een toestand van niet-begrijpen, van een stralend niet-gehecht zijn, van een onbeschrijfelijke innerlijke ongedwongenheid, die wonderbaarlijk reëel is. (192)


Op tijd afdanken

Bezoeker: Wat is de waarde van geestelijke lectuur?
Maharaj: Die kan helpen om onwetendheid te verdrijven. Zulke boeken zijn nuttig in het begin, maar later worden ze een obstakel. Je moet weten wanneer je ze moet afdanken. (193)


Niets te bereiken

Geloof me, er is geen doel en er is geen weg waarlangs je het zou kunnen bereiken. Jijzelf bent de weg en het doel, en buiten jouzelf is er niets te bereiken. (199)


Wat is er mis met niets weten?

Bezoeker: Hoe kan onwetendheid worden gekend? Het kennen van onwetendheid vooronderstelt kennen.
Maharaj: Natuurlijk! Alleen al het zeggen: ‘Ik ben onwetend’ is de dageraad van het Weten. Je kunt ook zeggen dat er geen onwetendheid bestaat, want op het ogenblik dat ze gezien wordt, is ze verdwenen. Alles wat je rondom je en in je ziet, is dat je niet weet en niet begrijpt, zelfs zonder te weten dat je niet weet en niet begrijpt. Ware kennis is weten dat je niets weet en niets begrijpt – dat is het Weten van een nederig hart.
Bezoeker: Ja, Jezus zei: ‘Zalig zijn de armen van geest.’
Maharaj: Hoe je het ook uitdrukt, het feit blijft dat kennis alleen bij onwetendheid hoort. Je weet dat je niets weet.
Bezoeker: Komt er ooit een eind aan onwetendheid?
Maharaj: Wat zou er mis zijn met niets weten? (206,207)


Stomverbaasd

Ik ontdekte dat ik steeds minder verlangde en wist, totdat ik – stomverbaasd – kon zeggen: ‘Ik weet niets en ik wil niets.’ (218)


Niets meer te doen

Bezoeker: Wat is dan uw eigenlijke verblijfplaats?
Maharaj: In de Leegte, die voorbij het zijn en het niet-zijn ligt, voorbij het mentaal bewustzijn. Die leegte is ook volheid – u hoeft geen medelijden met me te hebben. Ik ben als iemand die zegt: ‘Ik ben klaar met mijn werk, er valt niets meer te doen.’ (218)


Ik weet niets

De geest hield op met het fabriceren van gebeurtenissen. Er kwam een eind aan het oude en ononderbroken zoeken – ik wilde niets en ik verwachtte niets – ik accepteerde niets meer als mijn eigendom. Er was geen ík’ meer om voor op te komen. Zelfs het naakte ‘Ik ben’ vervaagde in het niets. Wat ik ook opmerkte, is dat ik al mijn gebruikelijke zekerheden kwijtraakte. Vroeger was ik van een heleboel dingen zeker, nu ben ik zeker van niets. Maar wat mij betreft heb ik niets verloren door niets te weten, want al mijn kennis berustte op een misverstand. Mijn niet-weten was op zichzelf gezien de herkenning van het feit dat de enige ware uitspraak die geest kan doen, is: ‘Ik weet niets.’ (219)


Geen kapstok meer

Zonder lichaam kun je niet worden gedood; zonder bezit kun je niet worden beroofd; zonder denken en voelen kun je niet worden teleurgesteld. Er is geen kapstok meer om angsten en verlangens aan op te hangen. (341)


Niets

Bezoeker: De ontdekking van wat?
Maharaj: Van het middelpunt van je wezen, dat vrij is van elke richting of middelen of doeleinden.
Bezoeker: Wees alles, ken alles, heb alles?
Maharaj: Wees niets, weet niets, heb niets. (389)


Verwondering

Verwondering is de dageraad van de wijsheid. Doorlopend en consequent verwonderd zijn, dat is sadhana. (446)


Zonde

Bezoeker: wat is zonde?
Maharaj: alles wat je bindt. (446)


In woord en beeld

Uit Nisargadatta Maharaj in woord en beeld, samensteller: Matthew Greenblatt, Samsara, Amsterdam 2008; oorspronkelijke titel: The Wisdom-Teachings of Nisargadatta Maharaj, A Visual Journey:

Geloof hechten aan je gedachten leidt tot ontgoocheling. (22)

De wereld zit in je denken. (25)

Het denkvermogen is een concept, en omgekeerd is dit concept het denkvermogen. Het laat alles ontstaan wat het wil. Dat is zijn aard. (25)

Als we ons realiseren wat concepten werkelijk zijn, realiseren we tegelijkertijd ‘Dat’, wat vrij is van concepten.(25)

Je hebt je nek in de strop van het denken gestoken. (26)

Het denken is alleen maar zo belangrijk omdat je het nog niet achter je hebt gelaten. (28)

Religieuze tradities zijn gebaseerd op ideeën. Als deze ideeën worden opgegeven, is er stilte. (35)

Mensen denken dat de wereld al heel oud is. In feite ontstaat ze tegelijkertijd met je bewustzijn. (39)

De persoon, de wereld en het hoogste Zelf zijn allemaal concepten. (43)

Laat grootsheid over aan anderen. Zorg dat je zo klein wordt dat niemand je kan zien. (48)

Zowel leraren als leerlingen gaan uiteindelijk allemaal dood. Wat je ook denkt dat je bent, het zal ooit verdwijnen. (53)

Ware spiritualiteit is alleen maar mogelijk als je alles loslaat. (55)

De wereld zal nooit een antwoord kunnen geven op je vragen. (64)

De wereld bestaat in onszelf. (64)

Net zoals jouw droom alleen van jou is en door niemand anders kan worden waargenomen, zo is ook de wereld die jij ziet alleen van jou. (67)

Wat we ‘weten’ wordt de bron van ons geluk of ons verdriet. (70)

Blijf niet steken in wat je is bijgebracht of wat je zelf hebt geleerd. Uiteindelijk zul je het allemaal overboord moeten gooien. (71)

Doe geen moeite om wat dan ook te krijgen of op te geven. (84)

Om de hoogste staat te bereiken heb je niets aan methoden. Daardoor krijg je alleen maar nog meer ideeën. Toch zul je doorgaan met in ideeën te zwelgen totdat je begrijpt wie je bent. (104)

Als je het Zelf hebt gerealiseerd, betekent dit niet dat je je op een bepaalde manier moet gaan gedragen. Dat zou een teken van onwetendheid zijn. (112)

Iemand die verlicht is weet dat dit alles het spel van onwetendheid is. (123)