De non-dualist en de non-filosoof

Is niet-weten een opstapje naar het non-dualisme? Is advaita een filosofie? Was Wittgenstein een non-dualist? Briefwisseling over dualisme en filosofie tussen een non-dualist en een non-filosoof.

Meer non-dualisme vind je onder meer op de pagina’s: Advaita pedanta, Brieven advaita, Byron Katie voor Workaholics, Kosmische grappen, Het lege geheim, De non-dualist en de non-filosoof, Wat is non-dualiteit, Wie ben je?


Beste Hans,
Een tijdje geleden heb ik op internet gezocht naar verbanden tussen Wittgenstein en Advaita. Bijgaand een diepgravende dissertatie over dit onderwerp (view/open file pdf).

Toen ik als student de Tractatus las dacht ik dat erom ging de mogelijkheden en grenzen van de wetenschap af te bakenen. Nu weet ik beter. Wittgenstein had andere prioriteiten dan Russel. Kennelijk schreef hij zijn boek alleen maar om aan te geven waar hij het eigenlijk over wilde hebben maar niet kon.


Beste Norman,
Nou, een trouvaille kun je zoiets wel noemen.
Als ik het goed begrijp wilde ene Daniel Goldenberg in de jaren zeventig van de vorige eeuw doctor in de filosofie worden door te bewijzen dat Wittgenstein’s Tractatus Logico-Philosophicus eigenlijk non-dualistisch is.
Zijn bewijsvoering gaat me helaas boven de pet en ligt, hoe zeg ik dit netjes, enigszins buiten mijn interessesfeer.
Wat me wel interesseert is dit: waarom zou iemand zoiets willen bewijzen?
Wat doet het ertoe of de Tractatus non-dualistisch is?
Dat lijkt me hoogstens van belang voor iemand die zelf het non-dualisme onderschrijft, en behoefte heeft aan een westers gezagsfiguur om zijn eigen wankele overtuiging te schragen.
Of je je daarbij wel moet beroepen op het werk van iemand die er zelf nadrukkelijk afstand van nam, is de vraag.
Of je je daarbij überhaupt moet beroepen op het werk van iemand anders, is nadrukkelijk de vraag.
Ik bedoel, mensen kunnen wel zoveel zeggen.
Ook Wittgenstein wist zijn mond niet te houden.
Vooral niet over datgene waarover hij wou zwijgen.
Net als Bertrand Russel, God hebbe zijn atheïstische ziel, die mij in de jaren zeventig nota bene tot zijn grootste fans mocht rekenen.
Net als de Upanishaden, waar ik nooit doorheen gekomen ben, terwijl ik er toch niet in ben blijven steken.

Ben jij eigenlijk non-dualist of weet je het niet?

p.s.
Net even je twitter bekeken.
Goed gevoel voor humor en tegenspraak.
Heb je nog meer geschreven?


Norman: Twitter heb ik al lang geleden opgegeven. Ik merkte dat ik ging proberen de leukste thuis te zijn. Gewiekste opmerkingen maken, en zo. Dat is alleen leuk voor het ego, en alleen als anderen bereid zijn te bevestigen dat je inderdaad zo leuk bent als je wilt lijken. Nu maak ik mijn grappen binnenskamers. Ik krijg meteen bevestiging en hoef niet steeds op mijn telefoon te kijken. Zouden meer mensen moeten doen. En minder proberen grappige opmerkingen te maken. Het leven is al vrolijk genoeg zonder grappen, dus waarom zou je het erger maken dan het is?

Wat ik me afvroeg, is het niet vermoeiend om voortdurend niet-wetend te zijn? Dan komt er iemand met een interessant verhaal, en dan moet je daar toch weer een moeite gaan doen om de indruk te vermijden dat je er een mening of standpunt over hebt. Ik ben zelf een rastwijfelaar, dus ik weet hoe het is, maar ik vind het bij tijd en wijle doodvermoeiend.
En als je niet uitkijkt gaan andere mensen je mijden, want dat is toch wat mensen als sociaal verkeer beschouwen: meningen en standpunten uitwisselen, kennis delen, aftasten wat iemand weet en niet weet. Niet-weten is dan de dood in de pot, of een vermoeiende krachttoer in het vermijden van de indruk dat je iets weet.

Hoe herken je een non-dualist? Word je zo geboren, en duurt het vervolgens een half leven voordat je jezelf als zodanig herkent, of is het iets wat je kunt verwerven?
Als ik kijk naar wat voor soort teksten en filmpjes mij aanspreekt, en waar ik mezelf in herken, dan schaar ik mezelf inderdaad onder de non-dualisten. Maar met al mijn aangeboren en gecultiveerde twijfel beschouw ik mezelf ook zeker als een niet-weter. Is dat eigenlijk hetzelfde als een agnost? Nee, dit is geen grapje, dat vraag ik me echt af.

Om nog even terug te komen op de dissertatie van Goldenberg: het is toch mooi om te ontdekken dat er, ondanks de vele tegenstellingen en verschillende sporen een soort universele wijsheid is, die je terugvindt in zowel de Advaita als de Tractatus? En fascinerend dat die universele wijsheid zo goed verstopt zit, dat je er jarenlang onderzoek aan moet wijden om die boven water te krijgen?
Ik hoop binnenkort weer wat meer tijd te hebben voor dit soort zaken. Ben op dit moment bezig me te ontworstelen aan een huwelijk van vijftien jaar, met kindertjes erin, dus dat gaat even voor…


Hans: Nu ik weet dat je niet van humor houdt zal ik proberen geen grappen meer te maken.
Al was het alleen maar om te verhullen wat een egotripper ik eigenlijk ben.

Half en half had ik verwacht dat je mij zou kapittelen omdat ik toch ook Wittgenstein citeer.
Schraag ik niet zelf mijn wankele niet-weten met de autoriteit van deze filosofische halfgod?
Nee, zou ik geantwoord hebben, niet weten heeft geen inhoud.
Wat valt er dan te schragen?
Waarom citeer je hem dan, zou jij tegenwerpen.
Om mensen naar mijn dwaalteksten te lokken, zou ik gezegd hebben.
Maar ja.
Het liep anders.

Het is niet dat ik voortdurend probeer niet-wetend te zijn; ik weet het gewoon niet meer.
Niets zo makkelijk.
Weten, dat is pas moeilijk.
Dan komt er iemand met een interessant verhaal, en dan moet je daar toch weer moeite gaan doen om de indruk te wekken dat je er een mening of standpunt over hebt.
Weten is opletten, redeneren, delibereren, voortdurend op je tenen lopen om al je verhalen op elkaar en op die van anderen af te stemmen en in overeenstemming te brengen met de stroom der gebeurtenissen.
Niet weten heeft meer het karakter van verwonderd aanzien, glimlachen, knipogen, je schouders ophalen, loungen zou ik haast zeggen, terwijl de gebeurtenissen zichzelf voltrekken en de gedachten zichzelf denken en de verhalen zichzelf vertellen en weer uitblazen, vooral dat laatste.
Ook dit verhaal.
Daarom zijn verlichting, ontwaken, realisatie en mindfulness ook zulke misleidende metaforen voor niet weten.
Doe mij maar verduistering, inslapen, derealisatie en mindlessness (mindfoolness), als we dan toch zo nodig moeten beeldspreken.
Bijkomend voordeel: je kunt je er minder makkelijk op laten voorstaan.

Zoals je ziet heb ik meningen en standpunten te over.
Ik ben alleen niet meer bereid of in staat ze als de mijne te beschouwen of koste wat het kost te verdedigen.
Ik heb ze niet, of zij hebben mij niet, of er is geen mij om te hebben; daar wil ik vanaf zijn.
Geopinieerdheid is voor mij een soort Tourette; kreten die ongevraagd in mij opkomen.
Ik kak ze gedachteloos weer uit, hoef er verder niks mee.
Ik ga mijn stront toch ook niet verkopen?

Veel mensen denken dat niet weten hetzelfde is als twijfelen maar die twee hebben weinig met elkaar uit te staan.
Twijfelen is het voorgeborchte van weten, een noodgedwongen uitgesteld weten, een denken op drift dat nog niet tot een conclusie heeft weten te komen of het concluderen voor onbepaalde tijd heeft opgeschort.
Een denken dat nog altijd in blijde of angstige verwachting verkeert.
Niet weten daarentegen is gewoon niet weten.
Geen antwoorden, geen vragen, geen zekerheden, geen twijfels, geen streven, geen kramp.

Dat ik niet weet betekent natuurlijk niet dat ik niet denk.
Beschouwen, speculeren – ik kan het nog als vanouds maar in de praktijk is dat tegenwoordig vooral een inventarisatie van mogelijke gezichtspunten en argumenten in plaats van een zoektocht naar de enige juiste zienswijze.
Een mengeling van constructief en deconstructief denken die altijd in het ongewisse eindigt.
Met de meeste mensen kan dat inderdaad niet, met mijn lief, Lucienne, gelukkig wel.
We praten vrijuit, uren per dag, alles mag gevoeld, gedacht en gezegd worden.
Niet weten betekent dus niet dat je voorgoed bent uitgevoeld, uitgedacht of uitgepraat, of steeds moet doen alsof.
Voor mij in elk geval niet.
Integendeel.

Ik schaar mij niet onder de non-dualisten en ook niet onder de dualisten, maar dat had je waarschijnlijk al wel begrepen.
Een radicaal niet weten als het mijne is kennelijk niet te verenigen met welk isme ook.
Vreemd genoeg zijn er heel wat overtuigde non-dualisten die toch een of andere vorm van ‘niet-weten’ belijden.
Dikwijls staat die term voor het ene, onkenbare kennen dat de noodzakelijke en voldoende voorwaarde voor het hele leven zou zijn, en ook wel voor de onkenbaarheid van dat kennen zelf.
Ik snap dat allemaal niet zo maar van mij mogen mensen geloven en verklaren wat ze willen.
Komt goed uit, want dat doen ze toch wel.

Een agnost is in het gewone taalgebruik iemand die gelooft dat je niet kunt bewijzen dat god bestaat en ook niet dat hij niet bestaat.
Ik schaar mij niet onder de agnosten en ook niet onder de gnostici; niet onder de theïsten en ook niet onder de atheïsten, maar dat had je waarschijnlijk al wel begrepen.
Letter lijk is een a-gnost iemand die niet weet, maar wat heb je aan een woord dat op niemand van toepassing is?
Toeval of niet, ik tel meer dodo’s onder mijn vrienden dan a-gnosten.
Om over de rest van het mensdom nog maar te zwijgen.
Agnost wordt ook weleens gebruikt als synoniem van scepticus: iemand die gelooft dat je niets kunt weten.
Wat opnieuw heel wat anders is dan niet weten, dat immers zonder inhoud is.

Over de kwestie van universele wijsheid heb ik genoeg geschreven, onder andere de pagina Eeuwige wijsheid.
Ik kan niet beweren dat er geen universele wijsheid is – hoe stel je zoiets vast? – wel dat ik hem zelf niet heb kunnen vinden.
Tenzij dát de universele wijsheid is – maar hoe stel je zoiets vast?
Er is bij mijn weten geen enkel dogma dat, geen enkele waarde, leefregel of praktijk die alle tradities gemeenschappelijk hebben.
Zelfs niet het cliché dat de waarheid voorbij de woorden is.
Ook de verenigende godsdiensten (de Arès Pilgrimage beweging, de Bahai, de Cao Dai, de Cultus van het Sprekende Kruis, de Falun Gong, de Huna, de Konkokyo, the Law of One, de Mahikari, het Rastafarianisme, de Seicho-no-le, de Tenrikyo, de theosofie, het Unitarian Universalism, de Universal Life Church…) zijn het onderling radicaal oneens.
Mij verbaast het eerlijk gezegd niets.
Ik kon het al nooit eens worden met mezelf.
Laat staan met anderen.
Laat staan met iedereen.
Nog steeds niet, maar ik probeer het ook niet meer – en dat is het verschil.
En mocht er uiteindelijk toch zo’n dogma, waarde, leefregel of praktijk worden gevonden, wat dan nog?
Was de aarde plat toen iedereen het erover eens was?
Is hij rond nu iedereen het erover eens is?

Een huwe lijk van vijftien jaar ontbinden met kindertjes erin, lijkt mij een hele toer.
Helpt het als ik zeg dat je het wat mij betreft niet fout kunt doen?
Vast niet.
Des te minder als ik erbij zeg dat je het wat mij betreft ook niet goed kunt doen.
Des te minder als ik erbij zeg dat hetzelfde geldt voor je echtgenoot.

Al met al zullen jullie jezelf wel aardig tegengekomen zijn, en tegenkomen.
Ik zou jullie erom benijden, ware het niet dat ik mezelf al vaak genoeg ben tegengekomen.
Om niet te zeggen, onophoudelijk.


Norman: Wel begrijpen en niet weten, kan dat? Dat gevoel heb ik in ieder geval: dat wij elkaar begrijpen.

Wat mijn twijfel betreft: misschien is dat wel mijn woord voor niet-weten. Als je je twijfel omarmt, er geen last van hebt, dan kom je in de buurt van, of heb je bereikt: niet-weten.
Ik wilde erachter typen ‘wie weet’. Dat soort achtervoegsels zie ik jou ook steeds gebruiken. Ik dacht steeds dat dat een soort grap was, of een ontkrachting van wat je daarvoor gezegd hebt, zodat men je er niet op kon vastpinnen. Het irriteerde me. Irritatie is altijd waard om onderzocht te worden. Zucht. Ontspanning.

Er zijn allerlei dingen die ik nog met je wil bespreken, onder andere de raakvlakken tussen Ayn Rand en het boeddhisme. Ik heb niet zoveel boeken gelezen, maar wel de Tractatus en The Fountainhead. Ook heb ik zo mijn gedachten over de voordelen van vooroordelen. Ik wil mijn vooroordelen over jou bijvoorbeeld graag met je bespreken.

Als ik mezelf nou eens niet definieer als non-dualist, maar als gebruiker van non-dualisme? Dan heb ik de afgelopen weken een grote stap gezet op dat gebied. Mijn echtscheiding beleef ik dan ook heel anders dan je zou verwachten. Het is echt een avontuur, mijn zelfgeschapen soap, met telkens een nieuwe aflevering en een onbekend einde. Onze kinderen zijn 13, 12 en 10, en tot nu toe varen ze er wel bij.

Klinkt het hooghartig, als ik beweer dat ik sinds kort verlicht ben, en nu mijn man help om aan het lijden te ontsnappen?


Hans: Begrijpen in de zin van verklaren is een groot woord, maar ik kan me voorstellen dat je iets van jezelf in mij of in mijn website meent te zien of te herkennen, of dat je je door mij gezien of erkend weet of waant in een opzicht dat normaal niet op begrip of erkenning hoeft te rekenen.
Voor mij is het echter de vraag of we het wel over hetzelfde hebben.
Met name of we het wel over hetzelfde niet weten hebben.

Achtervoegsels als ‘wie weet’ zijn inderdaad bedoeld als grap en ontkrachting van wat ik daarvoor gezegd heb.
Alleen doe ik dat niet om te voorkomen dat men mij vastpint.
Ik doe het omdat ik geen andere manier ken om niet weten tot uitdrukking te brengen.
Geen andere manier dan dingen roepen en herroepen.
Geen andere, laat staan een betere.
Ik heb mijn schrijfprocedé op diverse plaatsen verklaard en verantwoord, met name op de pagina Weetnietkunde en in het interview Verduisterd.

Wat ik ook doe of zeg, mensen zullen me vastpinnen.
Jij ook.
Al was het maar op de gedachte dat ik eigenlijk een gladjanus ben die er alleen maar op uit is zich nergens op te laten vastpinnen.
Kan best wezen.
Met welk voordeel, vraag ik je?
Kon ik dan niet beter mijn website opheffen?

Door je irritatie en de suggestie in je vorige brief dat het wel vermoeiend moet zijn om steeds maar niet te weten, krijg ik het gevoel dat je mijn dwaalteksten gekunsteld en overtrokken vind.
Alsof ik iets probeer te bewijzen.
Alsof ik bedacht heb hoe ik wil overkomen en mij dienovereenkomstig gedraag.
Misschien ben ik inderdaad een charlatan, een egotripper op jacht naar bewonderaars en voetvegen.
Of misschien zoek jij spijkers op laag water omdat je het niet kunt hebben dat iemand echt zo zou denken als ik.
Wie weet.
Zeg jij het maar.

Van Ayn Rand en het objectivisme weet ik niets, behalve wat mijn vrouw mij zojuist heeft meegedeeld.
Mijn kennis van het boeddhisme is ook flinterdun.
Ik ben geen boeddhist of objectivist, ook geen gebruiker van het boeddhisme of van het objectivisme, zelfs geen non-boeddhist of non-objectivist of anti-boeddhist of subjectivist, dus ik ben niet de aangewezen persoon om eventuele raakvlakken mee te bespreken.
En natuurlijk kunnen we bomen over de voordelen van vooroordelen tot we bossen zijn maar voor je het weet heb ik het over de nadelen van de voordelen en de voordelen van die nadelen en de nadelen daar weer van en de vooroordelen daar weer over, tot je van voren niet meer weet dat je van achteren leeft.
Is dat werkelijk wat je zoekt?
Dan verwijs ik je graag naar mijn website.

Van mij mag je jezelf definiëren zoals je wilt: een non-dualist, een gebruiker van het non-dualisme, een kenner van het non-dualisme, een criticus van het non-dualisme en straks misschien weer iemand die het non-dualisme heeft ingeruild voor de levende waarheid van de non-dualiteit of iemand die zowel het non-dualisme als de non-dualiteit achter zich heeft gelaten.
Je mag jezelf verlicht noemen of verduisterd, op een voetstuk gaan staan of ernaast gaan liggen, je echtscheiding als een grap, drama, blijspel, leerschool of film zien en jezelf als de schepper, dader, verslaggever of getuige daarvan; je mag jezelf erin verliezen of erbuiten terugvinden, je man aan je kruis nagelen of uit zijn lijden verlossen of van het ene type lijden in het andere leiden.
Je mag jezelf wijs, wetend, twijfelend, sceptisch, niet-wetend of dwaas noemen.
Je mag je aan mij ergeren, van mij genieten, op mij neerkijken, tegen me opkijken, mij ten voorbeeld stellen en mij aan de kaak stellen.
Allemaal goed.

Zolang ik het maar niet hoef te bevestigen.


Hans: Nog niks van je gehoord.
In je tweede brief aan mij schreef je over het lot van de ‘rastwijfelaar’:
‘En als je niet uitkijkt gaan andere mensen je mijden, want dat is toch wat mensen als sociaal verkeer beschouwen: meningen en standpunten uitwisselen, kennis delen, aftasten wat iemand weet en niet weet.’
Om te voorkomen dat onze correspondentie over niet weten zou ontaarden in een uitwisseling van meningen en standpunten, het delen van kennis en het aftasten van wat ik wel en niet weet, heb ik tot nog toe geweigerd inhoudelijk met je te praten over, onder meer, non-dualisme, Wittgenstein, advaita, agnosticisme, universele wijsheid, Ayn Rand, boeddhisme, de voordelen van vooroordelen en verlichting.

Is dit voor jou een reden om mij verder te mijden?


Norman: Nee, de reden van mijn lange stilte lag meer in de drukte op mijn werk en mijn echtscheiding. Intussen heb ik zitten broeden op het verband tussen Ayn Rand en boeddhisme. Niet om gelijk te krijgen, maar om een paar gedachten op een rij te zetten die ik zelf interessant vind.

Ik vind het erg moeilijk om erachter te komen waar ik met jou wél over kan praten. Tot nu toe zijn vooral onderwerpen gepasseerd die jou niet interesseren. Ik wil het daarom in de menselijke maat zoeken: gevoelens, je rol in het leven, dat soort praktische dingen. Zaken op een niveau waar je nog wel de illusie van wel-weten hoog kunt houden.

Aan de andere kant vind ik het toch het meest interessant om de grenzen van ons/mijn niet-weten af te tasten. Ik ben heel leergierig, dus als ik aan de hand van jouw kennis een beetje zicht op het niet-weetbare kan krijgen, kunnen we leuke en leerzame gesprekken hebben.

Misschien moeten we even een stap terug doen, en samen vaststellen waar we het over kunnen hebben. Voor de duidelijkheid: ik heb zelf niet echt meningen en standpunten, eerder ideeën die ik in de lucht gooi.


Hans: Gek, dat verschil in beleving.
Jij hebt het gevoel dat we nog steeds niet begonnen zijn.
Ik heb het gevoel dat ik alles al gezegd heb.
Jij wilt de illusie van een praktisch wel-weten hoog houden.
Ik wil helemaal niets hoog houden.
Zelfs niet de illusie van niet-weten.
Of de illusie van de illusie.
Jij zoekt nog steeds naar onderwerpen om het over te hebben.
Voor mij stond het onderwerp van meet af aan vast: niet weten.
Jij denkt dat er zoiets is als ‘het niet-weetbare’ waarvan men kennis kan verkrijgen en/of waarop men zicht kan krijgen, met leergierigheid als drijfveer.
Voor mij is ‘het niet-weetbare’ een hypostase, een reïficatie van niet weten, vergelijkbaar met ‘god’, ‘het mysterie van het leven’, de ‘wijsheid voorbij alle wijsheid’ en ‘de waarheid voorbij de woorden’.*

Zie je het verschil?

In je derde brief schreef je dat je je ergerde aan mijn eeuwige ‘wie weet’, dat irritatie altijd de moeite van het onderzoeken waard is, en toen: ‘Zucht. Ontspanning.’
Wat heb je ontdekt dat je moest zuchten en tot ontspanning kwam?

In diezelfde brief zei je dat je je vooroordelen over mij graag met mij wilde bespreken.
Wat zijn jouw vooroordelen over mij?

Kun je niet beter eerst je leven een beetje op orde brengen voor je erover gaat filosoferen?
En als je per se met iemand wilt filosoferen over niet weten of over gevoelens, je rol in het leven of wat ook, kun je dan niet beter een filosoof of een wijze zoeken?
Een scepticus, een postmodernist, een boeddhist, een objectivist, een non-dualist desnoods?
Ze zitten bij bosjes op het internet.
Gratis of betaald, man, vrouw of seksloos, in spijkerbroek of gewaad, in het Nederlands, Engels, Chinees, Tibetaans, Japans of Sanskriet, via skype, e-mail, telefoon of in den vleze, wat je maar wilt.
Wat moet je toch met die uitgebluste Van Dam?

* Ik zal niet zeggen dat het niet-weetbare et cetera niet bestaat; dat weet ik ook al niet.
Wel dat ik niet jouw poort tot het al dan niet hypothetische niet-weetbare kan zijn omdat ik er zelf geen toegang toe of kennis van of inzicht in of uitzicht op heb, of zelfs maar probeer te krijgen.


Norman: Ik ben gewend om zaken sneller en beter te begrijpen dan de meeste mensen. Op den duur wordt dat een soort gewenning, of misschien zelfs een verslaving. Dat non-dualisme, waar ik op een gegeven moment tegenaan liep, was iets wat ik eerst niet onder de pet kreeg. Dan word ik een terriër, gedreven door het vermoeden dat er iets voor me te winnen valt, en laat ik niet meer los tot ik het helemaal begrijp (of de illusie heb dat ik het helemaal begrijp). Dan kan ik weer ontspannen en voel ik veel voldoening. En bevestiging hoe slim ik ben. Zo zit mijn motor in elkaar, denk ik. En zodoende ben ik gegrepen geraakt door jouw niet-weten. Zinloos, want ik heb altijd zonder gekund, en ik hou mezelf steeds voor dat ik mijn tijd (en jouw tijd) wel beter kan besteden. Dus ja, wat moet ik met die uitgebluste Van Dam?

Ergens had ik het idee dat ik jou kon motiveren om jezelf en je kennis beschikbaar te stellen voor de lijdende medemens, maar ik ken je inmiddels goed genoeg om te weten dat jij je niet in de eindeloze reeks van goeroes en andere praatjesmakers gaat voegen. Dat soort lui meent zichzelf uit compassie beschikbaar te moeten stellen of door een hogere kracht uitverkoren te zijn. Daar heb jij geen last van, is mijn indruk. Jouw manier is, om een openbare website in te richten en te beheren. Lijkt mij een prima manier. Hij past bij jou, en is ook helemaal van deze tijd. Dus waarom zou ik daar iets aan willen veranderen?

Ik zou mijn tocht door het non-dualisme kunnen beschouwen als een opstapje naar het volgende niveau van niet-weten. Alsof het een na het ander komt, of het een voortbouwt op het ander. Waarschijnlijk verkeer ik nu in de illusie dat ik toe ben aan de volgende stap, terwijl mijn leven nog een rommeltje is. Je schrijft dat ik het eerst maar eens op orde moet brengen, maar ik had eigenlijk net besloten om meer los te laten, en het leven in vreugde te aanvaarden zoals het zich aandient. Ik had de indruk dat niet-weten daar goed op aansluit, maar blijkbaar moet er nog iets (heel wat) gebeuren. We wachten het maar rustig af. Zo lang ik nog niet weet in welke richting ik mijn leven moet veranderen, valt er voor mij nog niks te doen. Komt tijd, komt raad.

Je schrijft dat alles al gezegd is. Waarschijnlijk heb je gelijk, en zitten we een beetje langs elkaar heen te beppen. Toch zou ik het leuk vinden als we nog af en toe kunnen mailen. Ook zal ik zo nu en dan nog wel eens langskomen op je site, want ik lees je graag. Tegelijkertijd ben ik als de dood dat ik het nooit helemaal ga snappen.

Als je Google Analytics hebt draaien (wat erg handig is), kun je me terugvinden als die bezoeker uit […]. Wie weet ontmoeten we elkaar nog eens?

P.S. Vind jij jezelf echt uitgeblust, of denk je dat ik jou uitgeblust vind?


Hans: Dank voor je brief, fijn dat je me wat meer over jezelf vertelt.
Nou snap ik je wat beter.
Ik beantwoord je brief achterstevoren.

Google Analytics heb ik na één jaar uitgezet.
Ik werd er alleen maar onrustig van, wist me geen raad met al die statistieken.
Zou die lezer uit Gouda Douwe Tiemersma wezen?
Wat moeten die Taiwanezen nou op mijn site?
Waarom klikt 40% van de lezers meteen weg?
Al die idiote vragen.
Ik heb een dwaaltuin, geen pretpark, de toegang is vrij, evenals de uitgang, er valt voor mij niets te verdienen en voor anderen niets te halen.
Wat doet het er dan toe?
Exit Analytics.

Natuurlijk ben ik niet uitgeblust.
Niet in algemene zin tenminste.
Zoals je aan mijn mailtjes en dwaalteksten kunt zien, ben ik zo strijdlustig als een dolle stier.
Ik strijd echter uitsluitend voor niet weten.
Of strijd, strijd… ik leen niet-weten mijn stem.
Als het al niet omgekeerd is.
Of die nou verstaan wordt of niet.
Het is mijn verlangen om te wéten dat is uitgeblust.
Zeker vergeleken met iemand als jij, die zoekt naar kennis en inzicht, die wil filosoferen en redeneren en vatten en inzien en doorzien.
Ga jij de hemel maar bestormen.
Ik ben er klaar mee.
Ik weet het allemaal niet meer.
Niet waar de hemel is.
Niet of er een hemel is.
Niet dat er geen hemel is.
Niet dat dit de hemel al is.
Niet of niet weten de hemel is.
Het kan me ook niets meer schelen.
Waarom niet, weet ik ook al niet.
Het is nou eenmaal zo.
Dit is wat ik bedoel met uitgeblust.*
Dit is wat ik bedoel met niet weten.

(* Wist je dat ‘nirwana’ eigenlijk ‘uitgedoofd’ betekent, in de zin van onthecht, zonder verlangens? Of er wel zoiets is als onthechting en wat zich waarvan onthecht, is vers twee, maar mijn verlangen naar antwoorden op de grote levensvragen is beslist zo dood als een pier.)

Nee, een goeroe ben ik niet.
Anti-goeroe ook niet.
Een verlosser ook niet, ik zou niet weten hoe ik anderen moest verlossen.
Ik zou niet weten hoe ik mezelf moest verlossen.
Als het erop aankomt weet ik niet eens waar lijden ophoudt en vreugde begint.
Ook niet dat ze één zijn.
Als het erop aankomt, weet ik niet eens waar ik ophoud en anderen beginnen.
Ook niet dat we één zijn.
Gedachten over verlossing komen op in mensen met zelfbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden en ideaalbeelden.
Boeddhisten, christenen, fascisten, communisten, humanisten, feministen, daoïsten, monisten, dualisten, non-dualisten, pluralisten, nihilisten, noem maar op.
Ik wens ze veel sterkte.
Hun naasten ook.
Ik voel heus weleens compassie maar dat is niet waarom ik over niet weten schrijf.
Ik schrijf erover omdat ik er vol van ben.
Zo vol dat ik overstroom.
Als een fountainhead.
Het kan best zijn dat ik daarmee meer lijden veróórzaak dan verlicht.
Wat zou het?
Niet weten is geen doel en geen middel tot een doel.
Niet dat ik weet.

Zitten wij langs elkaar heen te beppen?
Tot en met je voorlaatste brief had ik inderdaad het gevoel dat ik niet tot je doordrong.
Met evenveel recht kun je zeggen dat jij niet tot mij doordrong.
Misschien lijkt er niets te gebeuren maar is er toch een spanningsboog opgebouwd die de boel op springen zet.
Welke boel?
Wie springt mag het zeggen.

Dat jij je leven misschien eerst op orde moest brengen, zei ik omdat ik de indruk kreeg dat je gepreoccupeerd bent met je echtscheiding en je werk; niet omdat ik vind dat je iets moet ordenen of vasthouden.
Ik vind ook niet dat je iets los moet laten.
Ik vind ook niet dat je minder moet filosoferen, ook al heb ik er zelf geen belangstelling meer voor.
Ik vind ook niet dat je het leven in vreugde moeten aanvaarden zoals het zich aandient.
Zeg eens eerlijk, kun jij dat?
Alleen door ertoe te besluiten?
Ik niet.
Afweer en weerzin maken nog steeds deel uit van mijn leven.
Of ik ze nou omarm of niet.

Ja, misschien is non-dualisme een opstapje naar niet weten.
Of misschien is het een afstapje.
Voor mij was het geen van tweeën, het non-dualisme heeft mij nooit in zijn greep gekregen.
Ik was meer van het scepticisme en het perspectivisme en aanverwanten, waar ik lange jaren naar bleef haken zonder er ooit echt in te kunnen geloven.
Zo hebben we allemaal onze hang-ups.

Zelf heb ik mijn intelligentie lang overschat.
Als ziekelijke, in alle opzichten onopmerkelijke slungel was het heel belangrijk voor me om het slimste jongetje van de klas te zijn.
Te lijken.
Wat ik miste aan talent compenseerde ik met inzet.
Het heeft lang geduurd voor ik doorkreeg hoe stom ik wel niet moest zijn om te denken hoe slim ik wel niet was.
Terugblikkend ben ik nooit iemand tegengekomen, nog geen meervoudig complex gehandicapte zwakzinnige, nog geen kip, nog geen vlo, nog geen bacterie, die niet van alles kon wat ik niet kon.

Misschien ben jij wel geniaal.
Dat kan goed van pas komen in je werk, bij het filosoferen over Wittgenstein en advaita en verbanden tussen deze en gene, dit en dat en zus en zo.
Om mijn site te snappen helpt het niks.
Niet weten: Exit Analytics.
Maar misschien geldt dat alleen voor mij.


Norman: Je schreef in een van je brieven dat ik mijn leven eerst maar eens op orde moest krijgen. Die aansporing is blijkbaar in mijn achterhoofd terechtgekomen, want toen ik wat in de schuur aan het rommelen (opruimen is een groot woord) was, kreeg ik ineens een ingeving.

Mijn neiging om over van alles te willen filosoferen – een uitnodiging waar jij terecht niet op in ging – kun je zien als inruimen. Blijkbaar wil het verstand dingen met elkaar in verband brengen en een plekje geven. Zoals je een schuur kunt inruimen. Wat je ook kunt doen, is je schuur opruimen. Al je spullen / denkbeelden eens goed aankijken en zo nodig in de kliko mikken. Niet-weten is een soort van opruimen van alles waar je niks aan hebt. En als je een beetje kritisch bent op denkbeelden en meningen, zit er weinig waardevols tussen.

Van de week dacht ik ook nog: niet-weten is een soort bijsluiter bij elke boodschap over de grote vragen des levens, waarin staat dat zij misschien wel kennis bevat, maar dat er geen garanties zijn, en mogelijk bijwerkingen (misverstanden).

In een van je teksten verwijs je naar de oorspronkelijke betekenis van de term ‘advaita vedanta’ (niet-twee, het einde van de wijsheid). Dat vond ik heel verhelderend. De stap naar ‘alles is één’, die vaak gemaakt wordt, hoeft helemaal niet! Wat een opluchting.
Voor mezelf had ik er wel een verhaaltje bij, dat we met zijn allen één mierenvolk zijn, en dat het Universele Bewustzijn ergens tussen en door ons heen zweeft, maar echt geloven deed ik het niet.

Als je met non-dualisme, boeddhisme en zo aan de slag gaat, krijg je allerlei tips en trucs om makkelijker en gelukkiger te leven. Daar zijn ze heel lang geleden al achter gekomen. In die zin is het nuttig, en bewezen technologie.
Kun je dat van niet-weten ook zeggen: dat het helpt om gelukkiger te worden? Of heeft het alleen jou geholpen om rust te vinden? Of zelfs dat niet?
Is jouw niet-weten niet gewoon non-dualisme, of non-dualisme-min? Heb je enig idee hoe het werkt in jouw brein? Wat is de aard van het dwijze denken? Wat doet jouw besef van niet-weten in je dagelijks leven? Of is dat niet relevant?

Ik hoor enthousiaste verhalen over Nisargadatta van anderen. Ik vond jouw samenvatting mooi om te lezen. Je schrijft het echt als een samenvatting, zonder toelichting. Is hij voor jou een belangrijke inspiratiebron geweest? Is Parabrahmadatta Maharaj (Alexander Smit) voor jou een inspiratiebron geweest? Vind jij die Indiase namen ook zo mooi?

Wat ik me ook afvroeg: in mijn situatie, met een drukke baan, pubers, een echtgenoot met wie het niet zo botert, kun je wel wat spirituele steun gebruiken. En zelfs dan valt het geregeld zwaar, het leven. Maak jij je er niet makkelijk van af door als een kluizenaar te gaan leven? ‘Zo kan ik het ook’, denk ik dan. Het lijkt wel een beetje op de dorpspastoor die seksuele voorlichting moet geven. Is de rust die jij ervaart niet veeleer toe te schrijven aan je situatie dan aan je niet-weten?


Hans: Ja, niet-weten kun je een beetje vergelijken met het opruimen van je schuur.
Uit je opmerkingen dat er weinig waardevols tussen zit als je een beetje kritisch bent op denkbeelden en meningen, en dat je je bij het weggooien hoopt te kunnen beperken tot alles waar je niks aan hebt, maak ik op dat je iets hoopt te behouden.
Vandaar misschien dat je het woord ‘opruimen’ gebruikt in plaats van ‘uitruimen’.
Zelf ervaar ik niet weten meer als uitruimen, of gewoon ruimen, zeg maar gerust slopen.
Met schuur en al.
En daarna je stoepje schoonvegen.
Iedere dag, elk uur, iedere minuut.

Diezelfde hoop zie ik terug in je bijsluiter, die weliswaar waarschuwt voor misverstanden, maar tegelijk suggereert dat er kennis te halen is uit de boodschap waar hij bij zit.
Waarmee ik niet wil suggereren dat dat niet zo is.
Wat hoop jij te behouden?
Je non-dualisme, wed ik.
Met of zonder Eenheid.
Met of zonder Bewustzijn.
Dead or alive.
Wat denk jij dat ik heb weten te behouden?

Waar advaita precies voor staat, weet ik niet.
Dat stukje waarin ik betoog dat niet-twee iets heel anders is dan één, is historisch noch academisch verantwoord.
Interessant wel dat het een opluchting voor je was.
Mogen we daaruit opmaken dat je in je zucht naar waarheid of geluk of gemoedsrust of verlichting, of wat het ook maar is dat je voortdrijft, of terughoudt, bereid bent dingen te slikken die er eigenlijk niet in gaan?
Zo ja, dan verblindt die zucht je voor je innerlijke twijfels.
Het zou me niet verbazen als je zodra je dit leest besluit om je nooit meer te laten verblinden.
Zeker weten dat het volstaat om daartoe te besluiten?
Zeker weten dat dit besluit niet voortkomt uit diezelfde zucht?
Denk jij dat ik die zucht heb overwonnen en/of nergens meer door verblind wordt?
Denk jij dat ik ergens toe besloten heb?
Of met een stapeltje bijsluiters rondloop misschien?

Geluk is niet mijn specialiteit.
Rust ook niet.
Misschien heeft dat te maken met mijn extreme gevoeligheid, waardoor ik al mijn hele leven lang dag en nacht geplaagd wordt door zelfs de geringste prikkels.
Het is niet dat ik er mijn neus voor ophaal, maar voor mezelf heb ik nooit echt in blijvend geluk of in een onverstoorbaar gemoed kunnen geloven.
Waarmee ik niet wil suggereren dat zoiets voor niemand is weggelegd.
Dat ik persoonlijk niemand ken die het zelfs maar bij benadering gerealiseerd heeft, helpt natuurlijk niet.
Wel ken ik, zowel persoonlijk als via via en uit de literatuur, een heel aantal zelfverklaarde c.q. geautoriseerde verlichten van allerlei pluimage die voor het oog van de wereld graag de hemelbewoner uithangen terwijl ze privé danig in de rats zitten.
Misschien is het een bacterie of een virus, misschien is het de crisis of het internet, misschien is het het ego of het zelf, misschien is het de film of het doek.
Hoe dan ook: het heerst.
Het heerst, niet wij.
Koning, keizer, admiraal, pauwen zijn we, allemaal.

Mijn levenslange obsessie was niet een of andere onveranderlijke gemoedstoestand, maar kennis, wijsheid, inzicht.
Ik wou het geheim van het bestaan ontsluieren.
Ik moest en zou weten hoe het zat.
(Dit is op zijn best een veel te eenvoudige voorstelling van zaken, maar we doen het ermee, anders valt deze alinea nog eerder op z’n gat dan gepland.)
Het is daarom niet onlogisch dat juist deze eenzijdige oriëntatie op het weten bij mij tot niet-weten heeft geleid.
Al zou het logischer zijn geweest als ze mij, net als zoveel anderen, een eeuwige waarheid had gebracht, of tot eeuwig zoeken had genoopt, of tot terminale wanhoop had gedreven, of alle drie tegelijk, of achtereenvolgens, of cyclisch, waarom niet?
Wat niet-weten jou zal brengen, en belangrijker nog, of het wel iets zal brengen, en belangrijker nog, wat het je zal ontnemen, merk je vanzelf wel, als het ooit zover mocht komen.
Hoe je zover moet komen, weet ik niet.
Hoe je het kunt voorkomen als het eenmaal zover is, weet ik ook niet.

Je ziet, ik ben geen dorpspastoor die seksuele voorlichting geeft.
Of wat voor voorlichting ook.
Jij?
Hoeveel mensen heb je het afgelopen jaar al getrakteerd op je nieuwste inzichten?
Waarmee ik niet wil suggereren dat je voortaan je kop moet houden, hoor.
Als je dat al zou kunnen.

Mijn pagina over Nisargadatta* is geen samenvatting van zijn werk maar een niet-representatieve verzameling uitspraken uit zijn naam die enigszins aan niet weten doen denken.
Ik zeg ‘uit zijn naam’ omdat er vertalers tussen hem en ons in staan waarvan bekend is dat ze niet altijd even neutraal en objectief waren.
Om over ons lezers nog maar te zwijgen.
Wat de bidijunk zelf heeft gezegd, is net als zijn lichaam en zijn wind en zijn rook en zijn keelkanker en zijn voorouders en zijn nageslacht voorgoed verloren gegaan.
Maar wat zijn exponenten ervan hebben gemaakt, is maar al te goed gedocumenteerd.
Een inspiratiebron is hij voor mij niet geweest, ik heb hem pas een paar jaar geleden ontdekt, toen ik citaten begon te verzamelen.
Afgaand op de bundels Ik Ben/Zijn is Maharaj, of liever het collectief van vertolkers dat uit zijn naam het woord deed, een (on)gelikte praatjesmaker die heel wat mensen heel wat heeft wijsgemaakt, en tot overmaat van ramp diezelfde mensen tot oeverloos napraten en overschrijven heeft geïnspireerd.
Neem alleen al mijn citatenpagina.
Ik durf dit haast niet te zeggen, met al die Nisargadattafluisteraars om ons heen.
Jezus, straks word ik nog gehackt, of gekruisigd.
Of heb jij ooit ook maar één kritisch woord over hem gelezen?
Of zelfs maar gedacht?

Voor Parabrahmadatta Maharaj (Alexander Smit) geldt in grote lijnen hetzelfde.
Behalve dat van die vertalers natuurlijk
Hij heeft mooie dingen gezegd die niet misstaan op een site over niet-weten, maar met zijn karakteristieke speculatieve stelligheid ook enorme wegversperringen opgeworpen.
Ali S. zei graag over zichzelf dat hij een geboren verkoper was, en alles en iedereen aan de man wist te brengen.
Een bijsluiter bij zijn eigen boodschap, die nog steeds niemand ter harte schijnt te nemen.

Of niet-weten hetzelfde is als non-dualisme-min, wat dat ook moge wezen, moet je zelf vaststellen.
Het is niet te hopen voor je, want dan zou non-dualisme-min, wat dat ook moge wezen, equivalent zijn aan de lege leer.
Die, zoals je weet, niks voorstelt.
Mocht je net als veel mensen liever nalezen dan nadenken, dan vind je in mijn interview Passe-partout, een halfbakken poging om een aantal spirituele begrippen, waaronder non-dualiteit, terug te voeren op niet-weten.
Uiteraard is dat allemaal holle retoriek, bedoeld om twijfel te zaaien onder de Zelf-zekeren.
Na lezing verbranden en de as uitstrooien over zee.
Wat kan het trouwens schelen of niet weten hetzelfde is als non-dualisme?
Hoop je op die manier niet-weten enig cachet te geven?
Of hoop je je non-dualisme verder uit te hollen?

Hoe niet weten werkt in mijn brein, weet ik niet.
Ik ben geen neuroloog.
Ook de biologie, fysiologie, chemie, fysica en quantummechanica van niet-weten zijn abacadabra voor mij.
Gesteld dat er iets dergelijks aan ten grondslag ligt, of uit voorkomt, of mee gepaard gaat, of wat dan ook.
Ook de logica van niet-weten heeft zich nog altijd niet aan mij geopenbaard.
Vandaar dat het bij holle retoriek blijft.
Pijnlijk, maar ach, dat kan er ook nog wel bij.

De aard van het dwijze denken zul je zelf moeten afleiden uit mijn brieven aan jou, en uit mijn website, die niet alleen tal loze gedachtengangen, om niet te zeggen gedachtenafgangen bevat, maar ook een aantal concrete beschrijvingen.
Het zijn weliswaar verdichtingen, zoals al mijn schrijfsels, zoals mijn gedichten slechts verschrijvingen zijn, maar ze geven toch een indruk.
De verkeerde natuurlijk.
Alsof ik dat niet doorheb.
Helaas, iets beters heb ik niet.
Of je moet toevallig telepaat zijn.

Of er wel zoiets is als het dwijze denken, en zo ja, of zich dat ook in of aan anderen dan Hans van Dam voordoet, of voor zou kunnen doen, zeker in deze mate, is ook voor mij nog steeds de vraag.
Misschien ben ik wel gewoon ontspoord of gestoord, en is niet-weten.nl slechts het dagboek van een gek.
Blijkt deze fase van je zoektocht naar de waarheid een case-study psychiatrie te zijn.
Ja, weet jij veel.
Of misschien zijn alle anderen wel gek, jij ook.
Blijkt mijn zoektocht naar het juiste woord een stratenmaker-op-zee-show te zijn.
Ja, weet ik veel.

De vraag wat mijn besef van niet weten doet in mijn dagelijks leven, is misleidend.
Om te beginnen is niet weten geen besef zoals, bijvoorbeeld, het scepticisme of het pyrronisme.
Ten tweede ken ik geen ander leven dan mijn dagelijks leven.
Ten derde ervaar ik geen verschil (of overeenkomst) tussen mijn dagelijks leven en niet-weten.
Net zomin als ik verschil (of overeenkomst) ervaar tussen mijn dagelijks leven en mijn ademhaling, of mijn dagelijks leven en mijn waarneming, of mijn dagelijks leven en mijn lichaam, en noem maar op.

Geen nood.
Ook zonder in details te treden, begrijp je vast wel dat je hele leven, dus ook het zogenaamd alledaagse, onomkeerbaar op z’n kop staat wanneer al je zelfbeelden, mensbeelden, godsbeelden, wereldbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, angstbeelden, kruisbeelden, ziektebeelden, doodsbeelden, lichaamsbeelden, denkbeelden, wereldbeelden, toekomstbeelden, herinneringsbeelden en tijdsbeelden van hun sokkel zijn getrokken.
Waarmee niet gezegd is dat ik niks meer denk of vind of vrees, et cetera.

Genoeg gekoketteerd.
Hoe vond je mijn staart?
Dank voor je leuke vragen, excuses voor mijn ontwijkende antwoorden.
Ontwijken, dat is het enige meesterschap waarop ik aanspraak maak.
En dan nog.

Sterkte met je scheiding, mooie lente,

Rarablablawatte Haharats


* De pagina over Nisargadatta bestaat inmiddels niet meer, sorry.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers