Philip Renard

‘No-mind is de term voor de helderheid die overblijft als de heerschappij van het conceptuele denken stopt.’ Citaten van non-dualist Philip Renard.

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Advaita > Philip Renard


uit Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005:


Buigen

Door Niet-weten wordt me geleerd: in buigen ligt de vrijheid. (p14)


Het einde van alle ismes

Het is de bedoeling om met dit boek het non-dualisme op zich centraal te stellen, omdat dit naar mijn mening het essentiële punt is, essentiëler dan bijvoorbeeld Boeddhisme of Vedanta op zich (de non-dualistische stroming binnen de Vedanta bijvoorbeeld is in wezen veel meer verwant met een van de non-dualistische stromingen binnen het Boeddhisme dan met een van de dualistische stromingen binnen de Vedanta). Je zou kunnen zeggen dat non-dualisme het einde van alle ismes aanduidt – en uiteindelijk ook zijn eigen einde beoogt. (18)


De conceptloze ondergrond

Toen de latihan in de loop van een paar maanden op me begon in te werken, betekende dat de ontdekking van werkelijkheid, van vrede, en dan nu zonder middelen. Wat ik seconde na seconde meemaakte, was gewoon wat het was, zonder commentaar. Ik besefte dat dit het was wat in de teksten ‘Werkelijkheid’ werd genoemd. Dit was de Werkelijkheid die voorafgaat aan al ons weten – en die ik daarom ook wel aanduidde als ‘Niet-weten’. Tijdens de oefening zelf had ik herhaaldelijk de ervaring aan het eind te zijn gekomen van al mijn zoeken, omdat dit werkelijke vrijheid was, en diepe vervulling. (25)

[…]

De latihan zelf ben ik mijn leven lang blijven doen, als regelmatige aanraking met de vibratie van het Leven zelf, de conceptloze ondergrond van het lichamelijke bestaan. (26)


Divine Ignorance

Ik raakte geïnteresseerd in de benadering van de Amerikaans leermeester Da Free John. Door mijn jarenlange ervaring met latihan, en het daardoor ontstane diepgaande vertrouwen in Niet-weten, voelde Da’s nadruk op Divine Ignorance als een echte herkenning. (27)


Ondermijnd

Was de aanpak van Da al radicaal geweest, bij Alexander [Smit] bleek radicaliteit volledig de basis te zijn van het hele onderricht. Geheel in de lijn van Nisargadatta’s aanpak werd alles wat er maar aan concept aanwezig was volledig ondermijnd. Ik had geen poot meer om op te staan. Dacht ik dat de weg via rechts zou lopen, dan werd daar wel een bom onder gelegd. En precies zo via links. Hierdoor werd me duidelijk wat het belang is van de levende leermeester. Een dergelijke ondermijning van het psychische mechanisme dat we ‘de persoonlijkheid’ noemen, is via boeken uitgesloten. Wat door Da wakker was gemaakt maar waarin ik ook was teleurgesteld, werd nu direct voelbare realiteit. Hierdoor werd de traditie zelf, in dit geval de Advaita Vedanta, niet een nieuw bolwerk van concepten, maar een tijdelijke manier van spreken die na afloop weggegooid kan worden. Zo bleef geen enkel van buitenaf komend concept er meer tussen staan, en kwam het helemaal op mezelf neer: een besef dat ik mezelf nog steeds bleef vastklampen aan ideeën, en daardoor ‘mezelf’ bleef continueren. (29,30)


Eenvoud

Er valt in bereidheid niets te begrijpen, en het hoeft ook niet begrepen te worden. Deze eenvoud, door mij ‘Niet-weten’ genoemd, is de kern van de zaak. De eenvoud van het conceptloze, het putten uit Niet-weten, is voor mij dan ook de kern van het leraarschap. Door het daadwerkelijke contact in de satsangs is het me steeds duidelijker geworden wat de verhouding is tussen de beide niveaus van waarheid. Ze zijn vervat in een hiërarchie, waarin het eerste niveau (de realisatie zelf, Niet-weten) oneindig veel groter of ruimer is dan het tweede (de integratie met het daarbij behorende gedrag). (34)


Kennis en kennen

Kennis heeft met het gekende (en bekende) te maken, met de inhoud, en Kennen duidt op het altijd vrije zien, waar nog niets bekend is of geweten wordt. (41)


Uitnodiging

Vanwege het kleurende en bindende element in het ‘weten’ benadruk in dit boek ‘Niet-weten’. Uiteraard wordt hier niet een aanval op intelligentie mee bedoeld. Integendeel. Ik beschouw Niet-weten als de bron van onmiddellijk opspringende intelligentie. Een intelligentie die niet gehinderd wordt door een raamwerk, en die daardoor als ‘vers’ kan aanvoelen, constant nieuw. Het weten dat bedoeld wordt in de term ‘Niet-weten’ is slechts een aanduiding voor alles wat je aan weten meetorst en als conclusies koestert –aangevuld door je reacties daarop, met alle aangeleerde methodes die je hebt aangewend om de jezelf hinderende conclusies te beëindigen. Het is precies dit ‘weten’ dat ervoor zorgt dat je de geloofwaardigheid van de persoon als entiteit blijft honoreren. Vandaar de uitnodiging tot het durven vertoeven in Niet-weten, in Dat waar je geen bescherming meer ondervindt van wat je in je herinnering hebt opgeslagen. (42)


Alles of niets

Tijdens een verblijf bij zijn leraar Ramana Maharshi, ten tijde van de bloedige scheiding tussen India en Pakistan in 1947, wees de Marharshi [Poonja] er een keer op dat zijn familie, levend in het westelijk deel van de Punjab dat aan het islamitische Pakistan was toebedeeld, groot gevaar liep, en eigenlijk Poonja’s hulp nodig had. “Waarom ga je er niet meteen naartoe?” vroeg hij, waarop Poonja antwoordde: “Ach, dat leven was alleen maar een droom. Ik droomde dat ik een vrouw en een gezin had. Toen ik u ontmoette, beëindigde u mijn droom.” De Maharshi zei hierop: “Maar als je weet dat je gezin een droom is, wat maakt het dan uit of jij in die droom blijft en daar je taak volbrengt? Waarom zou je bang zijn om er naartoe te gaan als het alleen maar een droom is?” (55)


Non-monisme

Het noemen van een Ene roept kennelijk gauw de associatie op van een objectiveerbaar Iets of Iemand. De term ‘non-dualisme’ laat zien dat het Echte werkelijk niet te benoemen valt, en dat er dus zeker niet een positieve formulering op past. ‘Monisme’ geeft te kennen dat alles ‘één’ is – alsof je dan weet wat dat is. Juist het besef niet te weten wat het Onkenbare is, vraagt om een term die negatief van taal is. Je zou daarom non-dualistisch ook ‘non-conceptueel’ kunnen noemen, ‘niet in een denkbeeld te vatten’. In de achtste eeuw voor onze jaartelling werd dit al uitgedrukt (sprekend over het Zelf) door een zekere Yajnavalkya, met de woorden “neti neti”: “het is niet dit, en het is niet dat.” Sommige leraren, bijvoorbeeld Nisargadatta Maharaj, vinden zelfs het woord non-dualisme nog te afgebakend; zij zeggen dan: ‘het gaat voorbij zowel dualisme als non-dualisme’. Non-dualisme is wat mij betreft een aanduiding voor het einde van alle isme: eventueel zou je het ook ‘non-isme’ kunnen noemen. (59)


Doorzien

De non-dualistische benadering is geheel gestoeld op het doorzien van ideeën en denkbeelden. (61)


No-mind

‘No-mind’ is de term voor de helderheid die overblijft als de heerschappij van het conceptuele denken stopt. De grote leermeester Huang-po (gestorven in 849) zei dan ook: “Niet-weten betekent: absoluut geen denkbeeld koesteren.” (96)


Een zucht van verlichting

Het tweede kenmerk [van universeel non-dualisme] is het element van het niet-conceptuele. ‘Non-conceptualiteit’ zou je zelfs een synoniem van non-dualiteit kunnen noemen. ‘Concept’ wordt hier gebruikt als term voor alle vorm die ons denken kan aannemen, al ons weten. Uiteindelijk komt non-dualisme dus neer op niet-weten, op de onmogelijk dat de Waarheid gekend kan worden met het denken. Het zien van deze onmogelijkheid kan een frustratie lijken, maar dat is het niet. Het is juist een zegen. Een zucht van verlichting dat niets begrepen hoeft te worden, want het kan niet begrepen worden. Zoals al in de oudste Upanishad gezegd wordt bij de poging het uiteindelijke Zelf te omschrijven: “neti neti“, ‘het is niet dit, en het is niet dat’; geen enkel begrip is in staat het te dekken. In feite komt dit overeen met wat de Madhyamaka-boeddhisten ‘leegte’ (shunyata) noemden: het niet-reële van afzonderlijke dingen, van het onafhankelijke bestaan van iets. Alle geloof in de echtheid van de verschijnselen wordt veroorzaakt door uit te blijven gaan van concepten, door ze voor waar te blijven aannemen. Zodra het blinde vertrouwen in concepten doorzien en opgelost is, is ook de afgescheidenheid en gebondenheid opgelost. (104,105)


Je zit nergens aan vast

Ieder concept is een beperking, en Werkelijkheid is onbeperkt. Iedere vorm die zich aandient is ‘leeg’ wat betreft zijn werkelijkheidsgehalte. Het herkennen van dit aspect van leegheid en conceptloosheid geeft helderheid over de ware aard van alle verschijnselen, inclusief ‘jezelf’ als persoonlijkheid. Het belang hiervan is het zien dat alle verschijnselen in feite zonder verleden zijn, altijd nu beginnend, dus schoon en nieuw. Ze zijn onbesmet, waardoor de noodzaak wegvalt van ‘eerst de weg terug, naar het onbesmette begin’. Je zit nergens aan vast. (105)


Twijfelloos

De boeddhisten bedoelen met ‘leegte’ niet een staat die blanco is. De term duidt aan dat objecten niet onafhankelijk kunnen zijn (want altijd in onderlinge betrekking en afhankelijkheid optredend), en in feite ook niet concreet, hoe ‘concreet’ een object empirisch gesproken ook is.
De boeddhistisch nadruk op leegte is ook een hulp om bepaalde valkuilen van bewoording in de Advaita Vedanta te kunnen omzeilen. In de vedantische taal zitten elementen die de neiging hebben om van zaken als ‘het Absolute’ en ‘het Zelf’ toch substantiële entiteiten te maken, een soort ‘Hoogste Entiteit’. Nisargadatta Maharaj heeft dit heel goed begrepen, en heeft daarom het non-conceptuele zelfs tot handelsmerk van zijn onderricht gemaakt. Een van zijn vele uitspraken over dit wezenlijke punt is bijvoorbeeld: “Het is een raadsel dat moeilijk te ontwarren is. Wat je ook maar weet, en wat je ook maar hebt gelezen moet je weggooien, en je moet totaal twijfelloos worden over Dat waarover niemand iets weet.” (105)


Einde verhaal

Door alle fenomenen, ook de meest subtiele, te herkennen als volkomen transparant en leeg, zonder enige entiteitswaarde, en zo ook te herkennen dat geen enkele doctrine of verhaal waar is, hoe nobel ook beschreven, ga je daadwerkelijk ervaren hoe eenvoudig de werkelijkheid is. Al het zogenaamde ‘weten’ wordt dan doorzien als een onnodige toevoeging aan iets dat oneindig onbevattelijk is, open en oorsprongloos. Het niet-weten blijkt de Waarheid, waarin alle verschijnselen spontaan oprijzen. (105)


Natuurlijk niet-weten

In het kort zou je [dit] hoofdstuk kunnen samenvatten in de volgende vijfvoudige definiëring van non-dualisme: het Natuurlijke, Onmiddellijke Besef van Constant Niet-weten. (112)


Weggevaagd

Dit betekent ook het einde van alle concepten, van alle beschrijvingen. Vandaar dat verlichten herhaaldelijk zeggen voorbij alle indelingen te zijn, zelfs voorbij zoiets als ‘non-dualisme’ of ‘dualisme’. Iedere mogelijkheid om te worden vastgepind wordt weggevaagd. (119,120)


Voorbij

In deze uiteindelijke realisatie van de oorspronkelijke, natuurlijke staat (sahaja) kun je in feite niet meer in een ‘traditie’ zijn. Je kunt wel via een traditie tot deze realisatie gekomen zijn, maar de realisatie zelf is voorbij ieder onderscheid. Pas zodra er gesproken wordt, als aan anderen over deze realisatie onderricht wordt gegeven, zal de noodzaak zich weer voordoen indelingen te gebruiken, en dan wordt meestal gebruik gemaakt van de reeds binnen de eigen traditie geleerde teksten en methodes, aangevuld met wijzigingen op basis van de eigen realisatie.


Negatieve terminologie

Ook al valt iedere omschrijving voor het hoogste stadium weg, ik geef er, als ik het wil aanduiden, toch de voorkeur aan te blijven spreken van ‘non-dualiteit’, en als het om de verschillende uitingsvormen ervan gaat, te blijven spreken van ‘non-dualisme’, omdat deze termen, zoals eerder gezegd, juist door hun negatieve benoeming het ‘minst vergissing biedend’ zijn. Iedere positieve term blijft nog steeds ruimte bieden voor een vergissing, omdat (bijvoorbeeld bij ‘monisme’) te veel nadruk valt op een eenheid, die opnieuw een veronderstelling kan blijken te zijn, een concept. Juist het conceptloze kan niet genoeg benadrukt worden: zoals eerder gezegd zou daarom een term als ‘non-conceptualisme’ ook passen. Beide termen tonen het nut van de negatieve terminologie, die alle relativiteit die nu eenmaal in begrippen aanwezig is, laat zien en doet oplossen. (120)


Een groot mysterie

Veel mensen geloven in vrije wil (bijvoorbeeld Dzogchen-leraren), en anderen, veel moderne satsang-leraren bijvoorbeeld, vinden dat een lachwekkend idee. Wat mij betreft is dit onderwerp een groot mysterie, iets dat het beste Niet-weten genoemd kan worden. Je weet dit niet. Dit gaat dieper dan weten. (270)