De Poortloze Poort, koans 25-36

‘Niet om door te komen!’ De zenklassieker De Poortloze Poort (Wumenguan) volgens Hans van Dam; lachen en huilen om het raadsel van het leven. Deel 3: koans 25-36.

Dwaalgids > Zen > De Poortloze Poort, koans 25-36

Koans 1-12, Koans 13-24, Koans 37-48

Inleiding: Op leven en dood

‘Niet om door te komen! De Poortloze Poort’ verschijnt op dit moment als serie in het Boeddhistisch Dagblad.

Lees ook: De Linji lu, De Diamantsoetra, De Hartsoetra

Op deze pagina:

25. Een droom

Meester Yangshan Juaji droomde eens dat hij op bezoek ging bij de toekomstige boeddha Maitreya in de hemel van Tushita en de derde zetel toegewezen kreeg.

Een monnik sloeg met de voorzittershamer op de lessenaar en zei: ‘Vandaag worden wij toegesproken vanuit de derde zetel.’

Yangshan stond op, gaf op zijn beurt een klap met de voorzittershamer en zei: ‘De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen. Hoort!’

Lees ook: De Intergalactische Waarheidsconferentie.

Gegist bestek

‘Het lijkt waratje de werkelijkheid zelf wel’, peinsde de meester verder, nog altijd in zijn droom.

Meester Zuetsu droomde dat hij in de wachthemel op bezoek ging bij Maitreya, de toekomstige boeddha.

Hij nieste harder dan nodig, snoot harder dan nodig zijn neus, riep ‘Wakker worden’, sloeg herhaaldelijk met de voorzittershamer op de lessenaar, schoot zelfs een toekomstig kanon af om de toekomstige boeddha te wekken, maar niks hoor.

Omdat hij nou eenmaal niet eeuwig kon wachten, begon de meester zijn droomtoespraak voor geen gehoor.

Hij sprak tegen het zwerk over de vier bevestigingen en gaf ruiterlijk toe dat niemand meer weet welke dat zijn.

Vervolgens sprak hij tegen het zwerk over de honderd ontkenningen, en gaf ruiterlijk toe dat niemand meer weet welke dat zijn.

Het deed er ook niet toe, verklaarde hij, omdat de waarheid van het grote voertuig toch voorbij de vier onbekende bevestigingen en de honderd onbekende ontkenningen gaat, maar hij gaf ruiterlijk toe dat zoiets niet definitief of zelfs maar voorlopig valt vast te stellen zolang men niet definitief of zelfs maar voorlopig heeft vastgesteld om welke bevestigingen en ontkenningen het gaat, en om welke waarheid van welk groot voertuig, die zelf immers ook weer bestaat uit vier en honderd waarheden over elk van vier en honderd transportmiddelen over elk van vier en honderd wegen.

Het deed er ook niet toe, verklaarde hij, omdat er toch niemand luisterde, getuige het feit dat het beoogde gehoor, in het bijzonder de tijdelijk of misschien wel eeuwig toekomstige boeddha, in zijn droom in een droom genadeloos door zijn toespraak heen bleef zagen.

‘Het lijkt waratje de werkelijkheid zelf wel’, peinsde de meester verder, nog altijd in zijn droom.

Tip: Meester Zuetsu en het mom van niet-weten

Als de hemel valt

Welke droom is de ware?

Iedere nacht droomde meester Wu dat hij in de wachthemel een toespraak hield waar iedereen doorheen sliep.

De ene nacht zei hij: ‘De waarheid van het grote voertuig is vervat in de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen’, de andere: ‘De waarheid van het grote voertuig gaat voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen.’

De ene nacht zei hij: ‘De waarheid van het grote voertuig, dat is vriendelijkheid, mededogen, medeleven en gelijkmoedigheid’, de andere: ‘Als de waarheid van het grote voertuig gelijk zou zijn aan vriendelijkheid, mededogen, medeleven en gelijkmoedigheid, waar laten we dan de rest?’

Of hij zei ‘Het grote voertuig is meer dan christelijke naastenliefde’ of ‘Naastenliefde is meer dan het grote voertuig’ of ‘Het grote voertuig streeft naar verlossing voor iedereen’ of ‘Als eerst alle anderen verlost moeten worden, zal niemand zelf verlossing vinden’ of ‘Het is de waarheid die de leugen schept’, enzovoort.

Toen meester Wu dit bij een glaasje gemak aan de hoofdmonnik bekende, vroeg deze nieuwsgierig: ‘Welke toespraak is de juiste?’
‘Wat maakt het uit,’ antwoordde de meester, ‘iedereen slaapt er dwars doorheen.’
‘Als ze wakker waren geweest’, zei de hoofdmonnik.
‘Wat maakt het uit,’ antwoordde Wu, ‘het blijven dromen.’
‘Maar welke droom is de ware?’ hield de hoofdmonnik aan.
‘Moet je dat nog vragen?’ zei de meester verbaasd.
‘Toe, help een dolende ziel op weg’, smeekte de hoofdmonnik.
‘Deze’, zei Wu, en droomde dat hij wakker werd terwijl de hoofdmonnik in slaap viel.

Lees ook: Bodhisattvageloften

De groeten van Zhuang Zi

Op een dag droomde ik, Zhuang Zhou, dat ik een vlinder was…

Er was eens een rups die droomde dat hij een vlinder was die droomde dat hij een lezer was die droomde dat hij een tekst las van iemand die droomde dat hij commentaren schreef bij iemand die droomde dat hij een collectie had samengesteld van achtenveertig verhaaltjes van mensen die droomden dat ze leerlingen waren van mensen die droomden dat ze meester waren in de lijn van iemand die droomde dat hij een boeddha was en nooit had kunnen dromen wat er uit zijn naam allemaal gezegd, verzwegen, gedacht, geschreven, gedaan en nagelaten zou worden.


‘Op een dag droomde ik, Zhuang Zhou, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon ik me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhou was. Nu is de vraag of ik Zhou ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was. Toch bestaat er noodzakelijkerwijs een verschil tussen mij en die vlinder. Dat noemen we dan maar de verandering der dingen.’

(uit Zhuang Zi; De volledige geschriften, vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper, Uitgeverij Augustus, Amsterdam – Antwerpen, 2007, p71)

Lees ook: Huppelend als een musje

Een nachtmerrie

‘Maar dat staat in de Poortloze Poort!’

Monnik: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen.

Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.

Monnik: Nauwkeuriger gezegd, ik droomde dat de Waarheid van het Grote Voertuig voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen gaat.

Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.

Monnik: Ik bedoel, het is de waarheid dat ik dat droomde.

Meester: Maar daarom is het nog niet de Waarheid die je droomde.

Monnik: Wat is volgens u de Waarheid?

Meester: Niet bevestigen of ontkennen?

Monnik: Niet bevestigen of ontkennen is de Waarheid?

Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.

Monnik: Eerlijk gezegd was het niet ik, maar meester Yangshan Juaji die lang geleden droomde dat de Waarheid van het Grote Voertuig voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen gaat.

Meester: Dat kan ik niet bevestigen of ontkennen.

Monnik: Maar dat staat in de Poortloze Poort!

Meester: Maar daarom is het nog niet waar.

Monnik: Dat het de Waarheid is niet of dat hij dat droomde niet?

Meester: Wie zal het zeggen.

Monnik: Maar wat is nou de Waarheid van het Grote Voertuig?

Meester: Dat is nou de Waarheid van het Grote Voertuig.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Passen of passeren

Ook het Grote Voertuig gaat voorbij

Monnik: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen.

Meester: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij het Grote Voertuig.

Monnik: Wat?

Meester: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de Waarheid.

Monnik: Hè?

Meester: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij.

Monnik: Echt?

Meester: Het Grote Voertuig gaat voorbij.

Monnik: Goh.

Meester: Misschien mag je wel mee.

Lees ook: Eeuwige dwaasheid

Op eigen benen wagen

Ook de benenwagen gaat voorbij

Monnik: De Waarheid van het Grote Voertuig gaat voorbij de vier bevestigingen en de honderd ontkenningen.

Meester: Ook het Grote Voertuig gaat voorbij.

Monnik: Wat blijft er dan nog over?

Meester: De benenwagen.

Monnik: Waarheen gaat de benenwagen?

Meester: Je neus achterna.

Monnik: Is dat alles?

Meester: Voor zolang het duurt.

Monnik: Hoezo?

Meester: Ook de benenwagen gaat voorbij.

Monnik: Sta je net op eigen benen…

Meester: Je neus ook.

Monnik: Je neus gaat ook voorbij?

Meester: Wat dacht je dan.

Monnik: En dan?

Meester: Je neus achterna.

Tips: Eén ei is geen ei, De dood doodgedacht

26 De blinden oprollen

Toen de monniken na het mediteren bijeen kwamen voor een lezing, wees meester Fayan van Qingliang naar de bamboe jaloezieën. Twee monniken begonnen ze op te rollen. Fayan zei: ‘De ene doet het goed, de andere niet.’

26 rolgordijn

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Ho ho ho

Toen de monniken na het mediteren bijeen kwamen voor een lezing wees de meester naar de bamboe jaloezieën. Twee monniken begonnen ze op te rollen.

De meester riep: ‘Ho.’ De monniken hielden meteen op. De meester zei: ‘Is er wat?’ ‘U riep toch ho?’ ‘Kan een mens nou ook al geen ho meer roepen?’ ‘Waarom wees u dan naar de blinden?’ ‘Kan een mens nou ook al niet meer naar de blinden wijzen?’ De monniken keken hem met open mond aan.

De meester zei: ‘Ga door’, maar de monniken bleven als versteend staan. De meester zei: ‘Kan een mens nou ook al geen bevelen meer geven?’

Tip: Meester Spoorloos en agent Speurneus

Tien lange jaren

Twee monniken zaten te mediteren. De meester zei: ‘De houding van de ene is goed, die van de andere niet.’ Vanaf die dag bekeken ze elkaar met argusogen.

Na tien jaar hielden de monniken het niet meer uit. Ze meldden zich bij de meester en vroegen met trillende stem: ‘Wie van ons heeft de juiste houding en wie niet?’ De meester barstte in lachen uit en zei: ‘Jullie geloven ook alles.’

Lees ook: Grote Twijfel, Grote Verlichting

Tien lange dagen

Twee monniken zaten te mediteren. De meester zei: ‘De houding van de ene is goed, die van de andere niet.’ Vanaf dat moment bekeken ze elkaar met argusogen.

Na tien dagen hielden de monniken het niet meer uit. Ze meldden zich bij de meester en vroegen met trillende stem: ‘Wie van ons heeft de juiste houding en wie niet?’ De meester barstte in lachen uit en zei: ‘Jullie geloven ook alles.’ De monniken keken hem ontredderd aan.

Toen de meester hen wegwuifde, barstten de monniken op hun beurt in lachen uit. De meester zette grote ogen op. De monniken joelden: ‘U gelooft ook alles.’

Lees ook: Mediteren zonder mediteren

Tien lange seconden

Twee monniken zaten te mediteren. De meester zei: ‘De houding van de ene is goed, die van de andere niet.’ De monniken reageerden niet.

Na afloop riep de meester hen bij zich en zei: ‘Jullie geloven ook niets.’ De monniken glimlachten zelfvoldaan. De meester vervolgde ijzig: ‘Dus pak je biezen maar.’ De monniken keken hem ongelovig aan. De meester zei: ‘Zie je wel? En nou wegwezen.’

Lees ook: Verder, verder, reistips voor spirituele zoekers

De blinden lamslaan

Niets kan je dit toch niet noemen

Monnik: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat niet goed genoemd kan worden?

Meester: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat goed genoemd kan worden?

Jaren later

Monnik: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat goed genoemd kan worden?

Meester: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat genoemd kan worden?

Jaren later

Monnik: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat genoemd kan worden?

Meester: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat niet genoemd kan worden?

Jaren later

Monnik: Is er in de boeddhanatuur ook maar iets dat niet genoemd kan worden?

Meester: Is er ook maar iets dat de boeddhanatuur genoemd kan worden?

Jaren later

Monnik: Is er ook maar iets dat de boeddhanatuur genoemd kan worden?

Meester: Is er ook maar iets dat niet de boeddhanatuur genoemd kan worden?

Jaren later

Monnik: Is er ook maar iets dat niet de boeddhanatuur genoemd kan worden?

Meester: Is er ook maar iets dat niet wat dan ook genoemd kan worden?

Jaren later

Monnik: Is er ook maar iets dat niet wat dan ook genoemd kan worden?

Meester: Is er ook maar iets?

Jaren later

Monnik: Is er ook maar iets?

Meester: Niets kan je dit toch niet noemen.

Jaren later

Monnik: Niets kan je dit toch niet noemen.

De meester maakte een wegwerpgebaar.

De monnik maakte een wegwerpgebaar.

Meester: Niet slecht.

Tip: Spoken en spikken

De lamme blindslaan

Monnik: Door diepgaand te twijfelen kan de dualiteit van goed en fout overwonnen worden.

Meester: Door nog diepgaander te twijfelen kan ook de non-dualiteit van goed en fout overwonnen worden.

Monnik: En dan?

Meester: Door diepgaand te twijfelen kan de dualiteit van nu en dan overwonnen worden.

Monnik: En door nog diepgaander te twijfelen kan ook de non-dualiteit van nu en dan overwonnen worden, zeker.

Meester: En ook de dualiteit en de non-dualiteit van zekerheid en twijfel.

Monnik: Nou, dan heb je wel zo’n beetje alles overwonnen.

Meester: En ook die van alles en niets en die van overwinnen en verliezen.

Monnik: Ben je dan voorgoed meester van de situatie?

Meester: Dan ben je voorgoed monnik, zou ik zeggen.

Monnik: Dit noem ik nou meesterwerk.

Meester: Dit noem ik nou monnikenwerk.

Lees ook: Wat is non-dualiteit?

27. Een leer die nooit verkondigd is

Een monnik vroeg: ‘Is er een leer die nog nooit verkondigd is?’ ‘Jazeker’, zei meester Nanquan. ‘Wat is de leer die niemand ooit heeft onderwezen?’ ‘Het is niet de geest, het is niet de boeddha, het zijn niet de dingen’, antwoordde Nanquan.

27 boekschavot

Meer weten over ontkennend spreken? Apofase, via negativa en neti neti

Meester Eh

Moeten we dan maar zwijgen?

Monnik: Het is niet de geest, het is niet de boeddha, het zijn niet de dingen.

Meester: Het is ook geen het.

Monnik: Hoe kan je van iets dat geen het is, zeggen dat het niet de geest, niet de boeddha en niet de dingen is?

Meester: Het is ook geen iets.

Monnik: Hoe kan je iets zeggen van niet iets?

Meester: Het is ook geen niet iets.

Monnik: Hoe kan je iets zeggen van niets?

Meester: Het is ook geen niets.

Monnik: Hoe kan je iets zeggen van iets noch niet iets noch niets?

Meester: Dat is nog steeds teveel gezegd.

Monnik: Hoe kan je iets zeggen?

Meester: Waarover?

Monnik: Moeten we dan maar zwijgen?

Meester: Waarvan?

Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Ik dacht dat je het nooit zou zeggen.

Meer over negatieve theologie: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

Meester Baibai

Zeg maar dag met je handje

Niet de boeddha, niet de geest, niet de dingen

Niet de boeddha én de geest én de dingen

Niet de boeddha noch de geest noch de dingen

Niet iets hogers, niet iets diepers

Niet iets anders, niet het niets

Maar de dans ontsprongen

Meester O

Monnik: Is er een leer die nog nooit verkondigd is?

Meester: Jazeker.

Monnik: Wat is de leer die nog nooit verkondigd is?

Meester: De lege leer.

Monnik: Waarom heeft niemand die ooit verkondigd?

Meester: Omdat hij leeg is.

Lees ook: De lege leer

Meester Rara

Opgeven is de weg

Monnik: Hoe zou u uw leer samenvatten?

Meester: Zeg jij het maar.

Monnik: Niet de geest, niet de boeddha, niet de dingen.

Meester: En dat ook niet.

Monnik: En wat ook niet?

Meester: ‘Niet de geest, niet de boeddha, niet de dingen’ niet.

Monnik: De waarheid is voorbij de woorden.

Meester: Waarheid is een woord.

Monnik: Alle gedachten zijn grondeloos.

Meester: Dan ook deze.

Monnik: Alle verstaan is misverstaan.

Meester: Dan ook dit verstaan.

Monnik: Ik geef het op.

Meester: Goeie samenvatting.

Lees ook: Zoeken naar het einde van het zoeken

Meester Makkie

Wat is dan het probleem?

Monnik: Als iemand mij aanvalt vanwege de lege leer, hoe moet ik me dan verdedigen?

Meester: De lege leer kan je niet aanvallen.

Monnik: Wel op haar leegte.

Meester: De lege leer kan je niet verdedigen.

Monnik: Maar als iemand mij verwijt dat ik de lege leer aanhang?

Meester: De lege leer kan je niet aanhangen.

Monnik: En als iemand mij verwijt dat ik hem niet afwijs?

Meester: De lege leer kan je niet afwijzen.

Monnik: Maar hoe leg je zoiets uit?

Meester: De lege leer kan je niet uitleggen.

Monnik: Wat is dan de oplossing?

Meester: Wat is dan het probleem?

Lees ook: Meester Tja en de tao van tja

Meester Quatsch

Zand in de raderen van het verstand

Monnik: Waarom verkondigt u uw lege leer niet?

Meester: Wat valt eraan te verkondigen?

Monnik: Dat er niets te verkondigen valt?

Meester: Zou mijn leer leeg zijn als ik dat dacht?

Monnik: Maar u bent toch van mening dat wij niets weten?

Meester: Zou mijn leer leeg zijn als ik dat dacht?

Monnik: Bedoelt u dat we toch iets kunnen weten?

Meester: Zou mijn leer leeg zijn als ik dat dacht?

Monnik: Bedoelt u dat we niet eens weten of we niets weten?

Meester: Zou mijn leer leeg zijn als ik dat dacht?

Monnik: Ik snap er niks van.

Meester: Daarom verkondig ik mijn lege leer niet.

Monnik: Op die manier.

Meester: Bovendien is hij niet van mij.

Monnik: Ook dat nog.

Meester: Bovendien is het geen leer.

Monnik: De lege leer is geen leer?

Meester: Nou jij weer.

Monnik: Wat is het dan wel?

Meester: Zand in de raderen van het verstand.

Lees ook: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Meester Af

Het volle leven

Monnik: Hoe heet een student van de lege leer?

Meester: Een lege leerling.

Monnik: Hoe wordt een lege leerling een lege meester?

Meester: Door zelfs de lege leer achter zich te laten.

Monnik: Wat als je zelfs de lege leer achter je hebt gelaten?

Meester: Wat niet.

Monnik: Ik bedoel, hoe is het om een lege meester te zijn?

Meester: Lege meesters bestaan niet.

Monnik: Maar u zei toch net…

Meester: Behalve voor lege leerlingen.

Monnik: Wat als je zelfs het lege meesterschap achter je hebt gelaten?

Meester: Wat niet.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel

Meester Spoorloos

Offerfeest

Monnik: Steeds als ik u iets vraag, raadpleegt u uw lege boek.

Meester: Wat is de vraag?

Monnik: Wat betekent het lege boek voor u?

Meester: Even in mijn lege boek kijken.

Monnik: Dat bedoel ik nou.

Meester: Het is een plek om mijn antwoorden achter te laten.

Monnik: Wat gebeurt er met die antwoorden?

Meester: Die verdwijnen zonder een spoor na te laten.

Monnik: Waar is dat goed voor?

Meester: Even in mijn lege boek kijken.

Monnik: Steeds als ik u iets vraag, raadpleegt u uw lege boek.

Lees ook: Brieven niet-weten; de grootspraak voorbij

Meester Blanco

Is het goed om iedere situatie blanco tegemoet te treden?

Monnik: Wat staat er eigenlijk in uw lege boek?

Meester: Niets natuurlijk.

Monnik: Waarom kijkt u er dan steeds in?

Meester: Even in mijn lege boek kijken.

Monnik: En?

Meester: Dat staat er ook niet in.

Monnik: Is het om iedere situatie blanco tegemoet te treden?

Meester: Even in mijn lege boek kijken.

Monnik: En?

Meester: Dat staat er ook niet in.

Monnik: Is het goed om iedere situatie blanco tegemoet te treden?

Meester: Even in mijn lege boek kijken.

Monnik: En?

Meester: Dat staat er ook niet in.

Monnik: Ik zou graag iedere situatie blanco tegemoet treden.

Meester: Denk je dat dat kan?

Monnik: Wou u beweren van niet?

Meester: Even in mijn lege boek kijken.

Monnik: En?

Meester: Dat staat er ook niet in.

Lees ook: Niet-weten is geen openheid, Voorbij goed en kwaad

Meester Ziemaar

Een boekje voor het bloeden

Monnik: Wat betekent het lege boek voor u?

Meester: Niets.

Monnik: Waarom niet?

Meester: Het is maar een gimmick.

Monnik: Hoe lang blijft u het nog gebruiken?

Meester: Tot jouw innerlijke boek leeg is.

Monnik: Dan kan u lang wachten.

Meester: Jij bent het die ergens op wacht.

Monnik: U wil toch zeker…

Meester: Ik wil helemaal niets.

Monnik: Behalve dat u niets wil, zeker.

Meester: Dat al helemaal niet.

Monnik: Maar u gelooft toch…

Meester: Ik geloof helemaal niets.

Monnik: Behalve dat u niets gelooft, zeker.

Meester: Dat al helemaal niet.

Monnik: U gelooft toch in de lege leer?

Meester: Geloof jij dan in de lege leer?

Monnik: Waar zijn we anders mee bezig?

Meester: Ik ben anders nergens mee bezig.

Monnik: Waarom praat u dan met mij?

Meester: Omdat jij met mij praat.

Monnik: U wil mij toch veranderen?

Meester: Jij wil jou veranderen.

Monnik: Van u hoef ik niet te veranderen?

Meester: Van mij hoef je niet te veranderen.

Monnik: Van u mag ik dezelfde blijven?

Meester: Van mij hoef je niet dezelfde te blijven.

Monnik: U maakt me helemaal gek!

Meester: Vandaar dat lege boek.

Lees ook: Niet te geloven! De Linji lu

Meester Minder

Laat maar weg

Monnik: Als u een eigen klooster mocht stichten, hoe zou u het dan noemen?

Meester: De Lege Orde.

Monnik: Wat zou er boven de kloosterpoort staan?

Meester: De Lege Boodschap.

Monnik: Wat zou u onderrichten?

Meester: De Lege Leer.

Monnik: Welke lectuur zou u voorschrijven?

Meester: Het Lege Geschrift.

Monnik: Welke eed zouden de monniken afleggen?

Meester: De Lege Gelofte.

Monnik: Met welke zegen zou u de dag openen?

Meester: Zalig zijn de armen van geest.

Monnik: U windt er ook geen doekjes om.

Meester: Nou je het zegt…

Monnik: Wat?

Meester: Laat dat zalig ook maar weg.

Monnik: En die armen van geest?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: En die lege gelofte?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: En dat lege geschrift?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: En die lege leer?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: En die lege boodschap?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: En die lege orde?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: En dat klooster?

Meester: Laat maar weg.

Monnik: U zou alles weglaten.

Meester: Ook het weglaten.

Monnik: Zo blijft er niets over.

Meester: Zelfs niet niets.

Monnik: Zo blijft er zelfs niet niets over?

Meester: Bij wijze van spreken.

Lees ook: De Diamantsoetra

Meester Sst

Een verre vriend

Monnik: Waar komt de lege leer volgens u het beste tot uitdrukking?

Meester: Buiten gehoorsafstand.

Lees ook: Dwaaltaal: de kunst van welsprekend niet-spreken

Meester Foe-Tsie

Meester Foe-Tsie was bijzonder vooruitstrevend.

Eerst hief hij het spreken op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de leer op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de geest op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de boeddha op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij het mediteren op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de gemeenschap op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de wereld op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij zichzelf op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij het zwijgen op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de niet-leer op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de niet-geest op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de niet-boeddha op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij het niet-mediteren op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de niet-gemeenschap op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij de niet-wereld op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij niet-zelf op.
Dat gaf me toch een ophef!

Toen hief hij het opheffen op.
Dat gaf totaal geen ophef.

En toen was alles weer gewoon.

Lees ook: Dwaalmeesters.

28. Een kaars uitblazen

Tot diep in de nacht spraken monnik Deshan en meester Longtan over zen. Ten slotte zei de meester: ‘Zullen we er maar een punt achter zetten?’ De monnik maakte een buiging, keek door de blinden naar buiten en zei: ‘Het is pikkedonker.’

Meester Longtan stak een papieren kaars voor hem aan, maar blies hem meteen weer uit. Op dat ogenblik ging de monnik een lichtje op. Longtan vroeg: ‘Is er wat?’ ‘Nooit zal ik meer twijfelen aan de woorden van de grootste zenmeester onder de zon’, riep Deshan.

De volgende dag besteeg meester Longtan het podium en zei: ‘Een van u heeft slagtanden als zwaarden en een bek vol bloed. Op een dag zal hij de hoogste piek bestijgen en de weg voor ons ontsluiten.’

Deshan trad naar voren met een stapel commentaren op de Diamantsoetra, wees ernaar met zijn fakkel en zei: ‘Zelfs de meest omvattende doctrines zijn nog geen haartje in het heelal. De grootste geheimen van de leer zijn nog geen druppel op een gloeiende plaat.’

Daarop verbrandde hij al zijn aantekeningen, maakte een buiging voor zijn leraar en vertrok.

28 een kaars uitblazen

Lees ook de Diamantsoetra

Tweemaal uit is aan

Het was al laat en een van de monniken zat nog steeds over zijn boeken gebogen. De meester zei: ‘Zie je het al?’ ‘Nog steeds niet.’ De meester deed het licht uit en vroeg: ‘Zo beter?’

Er viel een lange stilte. Ineens riep de monnik: ‘Wel heb ik ooit.’ ‘Wat?’ ‘Kan u het licht nogmaals uitdoen?’ De meester haalde de schakelaar over waardoor het licht weer aan ging.

De meester vroeg: ‘Wat heb je nu bereikt?’ ‘Niets’, zei de monnik perplex. ‘Zeker weten?’ ‘Zelfs niet niets.’ ‘Heb je het niet-bereiken bereikt?’ ‘Zelfs het niet-bereiken niet.’

‘Wat nu?’ vroeg de meester. ‘Ik zal nooit meer geloven in de woorden van de leraar.’ ‘Geloof je dat?’ ‘Ik zal nooit meer geloven in de woorden van de leerling.’ ‘Geloof je dat?’ ‘Natuurlijk niet.’ ‘Geloof je dát?’ ‘Natuurlijk niet.’

‘En je boeken?’ vroeg de meester. ‘Ik zou ze verbranden als ik dacht dat het wat uithaalde.’ ‘Dan weet ik het ook niet meer’, zei de meester. ‘Dan weet ik het ook niet meer’, zei de monnik. ‘Waak zacht.’ ‘Waak zacht.’

Tip: Niet te geloven! De Linji lu

Uitgedoofd

Monnik: Wanneer zal ik eindelijk verlicht zijn?

Meester: Als alles je eindelijk duister is.

Monnik: Wanneer zal alles mij eindelijk duister zijn?

Meester: Als je dat ook niet meer weet vast te stellen.

Monnik: Wat heb ik er dan nog aan?

Meester: Zelfs dat zul je niet meer weten.

Monnik: Zal ik dan nog steeds met mijn mond vol tanden staan?

Meester: Je zal je de vraag niet eens meer stellen.

Monnik: Jezus.

Meester: Wie?

Monnik: Boeddha, bedoel ik.

Meester: Maakt niet uit.

Monnik: Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen.

Meester: Wat?

Monnik: In nirwana’s naam, bedoel ik.

Meester: Maakt niet uit.

Monnik: Is dat dan verlichting?

Meester: Wat?

Monnik: Dat het allemaal niet meer uitmaakt?

Meester: Wat maakt het uit.

Monnik: Wanneer zal ik eindelijk verlicht zijn?

Meester: Als alles je eindelijk duister is.

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Nachtwaker

Monnik: Waarom geeft de verlichte geen licht?

Meester: Omdat hij verduisterd is.

Monnik: Waarom geeft de verduisterde geen duisternis?

Meester: Omdat er geen vraag naar is.

Lees ook: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Met distinctie

Monnik: Wat is verlichting?

Meester: De illusie doorzien.

Monnik: Wat is verduistering?

Meester: Je verlichting doorzien.

Monnik: Bent u nou verlicht of verduisterd?

Meester: Ik ben niet achterlijk.

Tip: De illusie van de illusie

Kale haren

1.

Monnik: Zelfs de meest omvattende doctrines zijn als een haartje in het heelal.

Meester: Het heelal ook.

2.

Monnik: Zelfs de meest omvattende doctrines zijn als een haartje in het heelal.

Meester: Zelfs een haartje in het heelal is als het heelal.

3.

Monnik: Zelfs de meest omvattende doctrines zijn als een haartje in het heelal.

Meester: Zelfs een haartje van de minst omvattende doctrines is als het heelal.

Monnik: Ik bedoel, wie snapt er nou het heelal.

Meester: Ik bedoel, wie snapt er nou een haartje.

Tip: De mystiek van alledag

Onderwaterbui

Monnik: Alle grote geheimen van de leer zijn maar een druppel in de oceaan.

Meester: Wie zegt dat de leer geheimen bevat?

Monnik: Wou u beweren dat de leer geen geheimen bevat?

Meester: Niet als hij leeg is.

Monnik: Is de leer leeg?

Meester: Wel als alles leeg is.

Monnik: Is alles leeg?

Meester: Wel volgens de leer.

Monnik: Die was toch leeg?

Meester: Dat zeg ik.

Monnik: Ja, is de leer nou leeg of niet?

Meester: Misschien is dat wel het grote geheim.

Monnik: Het grote geheim is of de leer wel geheimen bevat?

Meester: Als ik dat wist was het geen geheim meer.

Monnik: Ik snap er niets meer van.

Meester: De oceaan is maar een druppel in de grote geheimen van de leer.

Tip: Ben je jezelf of het Zelf?

Sst

Monnik: Commentaren op de Diamantsoetra zijn maar een druppel op een gloeiende plaat.

Meester: De Diamantsoetra ook.

Monnik: De Diamantsoetra is ook maar een druppel op een gloeiende plaat?

Meester: De Boeddha ook.

Monnik: De Boeddha is ook maar een druppel op een gloeiende plaat?

Meester: Sst.

Monnik: Wat is geen druppel op een gloeiende plaat?

Meester: Ik ben geen druppel op een gloeiende plaat.

Monnik: Wat bent u dan wel?

Meester: Een gloeiende plaat.

Jaren later

Monnik: De leer is maar een druppel op een gloeiende plaat…

Meester: Deze gedachte ook.

Monnik: En ik ben de gloeiende plaat.

Meester: Deze gedachte ook.

Monnik: Wat is geen druppel op een gloeiende plaat?

Meester: Deze ook.

Monnik: Wat is de gloeiende plaat?

Meester: Ook.

Jaren later

Monnik: Gedachten zijn maar een druppel op een gloeiende plaat.

Meester: Deze ook.

Jaren later

Monnik: Sst.

Meester: Nou dat weer.

Tip: Brieven zen; de dharma voorbij

Voordeeldeuren

De een probeert voordeel te behalen door geschriften te bestuderen. De ander probeert voordeel te behalen door ze te verbranden. Wat hebben ze gemeen?

De een probeert voordeel te behalen door bezit te vergaren. De ander probeert voordeel te behalen door het af te staan. Wat hebben ze gemeen?

De een probeert voordeel te behalen door het juiste te verlangen. De ander probeert voordeel te behalen door verlangens te overwinnen. Wat hebben ze gemeen?

De een probeert voordeel te behalen door zich in de wereld te begeven. De ander probeert voordeel te behalen door zich af te zonderen. Wat hebben ze gemeen?

De een probeert voordeel te behalen door met misdadigers om te gaan. De ander probeert voordeel te behalen door met heiligen om te gaan. Wat hebben ze gemeen?

Tip: Wegen naar de onbekende vraag

Twijfelachtig

Monnik: Vanaf nu zal ik nooit meer aan uw woorden twijfelen.

Meester: Dwaas.

Monnik: Nou zeg.

Meester: Je zou toch nooit meer aan mijn woorden twijfelen?

Monnik: Dat is waar ook.

Meester: Vanaf nu moet je altijd aan mijn woorden twijfelen.

Monnik: Zeker weten.

Meester: Dwaas.

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

Zes soorten blindheid

Monnik: ‘Volgens zen zijn er vijf soorten blindheid. Ten eerste de gewone blindheid van de onwetende die de boeddhistische leer nog niet kent. Ten tweede de opzettelijke blindheid van de ketter die de leer niet wil kennen. Ten derde de onopzettelijke blindheid van de leerling die de leer niet begrijpt. Ten vierde de verlichte blindheid van degene die alleen nog maar leegte ziet en ten slotte de ware blindheid van degene die geen verlichting meer ziet.’

Meester: ‘Ik zie het allemaal niet.’

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Ogentroost

Monnik: Volgens zen zijn er vijf soorten blindheid. Ten eerste de blindheid van de de onwetende. Ten tweede de blindheid van de betwetende. Ten derde de blindheid van de zoekende. Ten vierde de blindheid van degene die geen vormen meer ziet. Ten vijfde de blindheid van degene die geen leegte meer ziet.

Meester: Welke van deze vijf soorten blindheid is het die vijf soorten blindheid onderscheid?

Monnik: Hè? O… eh… de… vijfde soort blindheid, zou ik zeggen.

Meester: De wens is de vader van de gedachte.

Monnik: De vierde dan?

Meester: Optimist.

Monnik: De derde?

Meester: Lauw.

Monnik: De tweede?

Meester: Warm.

Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Nou, ik ook niet.

Monnik: Hoeveel soorten blindheid zijn er volgens u?

Meester: Eentje maar.

Monnik: Wat is de enige vorm van blindheid volgens u?

Meester: Denken dat je het ziet.

Monnik: Ik denk niet dat ik het zie.

Meester: Dat is de tweede.

Monnik: Ik dacht dat er maar één vorm van blindheid was?

Meester: En dat is drie.

Monnik: Hoeveel soorten blindheid zijn er wel niet?

Meester: Wel niet.

Monnik: Nou?

Meester: Evenveel als er gedachten zijn?

Monnik: Dan is dit zeker de vierde.

Meester: En de vijfde is denken dat het de vierde is.

Monnik: Komt hier ooit een eind aan?

Meester: Dat heb je goed gezien.

Tip: Vrijdenkers hebben maling aan de mind, Denkbeeldenstorm!

29. Vlag noch wind

Een tempelvlag wapperde in de wind en twee monniken begonnen erover te ruziën. De een zei dat de vlag bewoog, de ander zei dat de wind bewoog, en ze kwamen er niet uit.

De zesde patriarch hoorde het een tijdje aan en zei: ‘Niet de wind of de vlag is in beweging, maar je geest.’ De monniken waren met stomheid geslagen.

29 wind of geest of vlag

Lees ook: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Lichtvoetig

Zegt de eerste monnik: De vlag beweegt.

Zegt de tweede: De wind beweegt.

Zegt de derde: De geest beweegt.

Zegt de vierde: De tong beweegt.

Zegt de meester: Niet te lang bij stilstaan, jongens.

Lees ook: Dwijsheid, vrijplaats tussen dwaasheid en wijsheid

Raad van elf

Een monnik zei: De vlag is een illusie.

Een tweede zei: De wind is een illusie.

Een derde zei: Beweging is een illusie.

Een vierde zei: Onbeweeglijkheid is een illusie.

Een vijfde zei: De geest is een illusie.

Een zesde zei: De tong is een illusie.

Een zevende zei: Spreken is een illusie.

Een achtste zei: Zwijgen is een illusie.

Een negende zei: Jij bent een illusie.

Een tiende zei: Illusie is een illusie.

Een elfde zei: We moeten voorbij werkelijkheid en illusie gaan.

De meester zei: Vlaggen voor de hoeren.

Lees ook: De illusie van de illusie

De wakkerste

De eerste monnik zei: Alles is stof.

De tweede zei: Alles is geest.

De derde zei: De geest ontspringt aan de stof.

De vierde zei: De stof ontspringt aan de geest.

De vijfde zei: Stof is geest.

De zesde zei: Stof noch geest.

De zevende zei: Boeddha.

De achtste zei: Boeddha?

De Boeddha zei: Ik sliep.

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

De nulde oorzaak

Monnik: Niet de vlag, niet de wind, maar het zelf beweegt.

Meester: Wat brengt het zelf in beweging?

Monnik: Het zelf is de grond van het universum.

Meester: En wat is de grond van het zelf?

Monnik: Het zelf heeft geen grond nodig.

Meester: Waarom het universum dan wel?

Monnik: Het zelf is zijn eigen grond.

Meester: Waarom het universum dan niet?

Monnik: Bedoelt u dat het zelf het universum is?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of het wel bestaat.

Monnik: Bedoelt u dat het zelf niet bestaat?

Meester: Vraag maar aan het zelf.

Monnik: Bedoelt u dat het universum zelfscheppend is?

Meester: Misschien is deze gedachte wel zelfscheppend.

Monnik: Waar komen dan al die vormen vandaan?

Meester: Moet er dan per se een schepper zijn?

Monnik: Bedoelt u dat het universum ongeschapen is?

Meester: Bedoel je dat er een universum is?

Monnik: Bedoelt u dat het universum leeg is?

Meester: Bedoel je dat er leegte is?

Monnik: Wat bedoelt u dan?

Meester: Wie zegt dat ik iets bedoel?

Monnik: Waarom zou u anders al die vragen stellen?

Meester: Omdat jij al antwoord gaf?

Lees ook: Het regressieprobleem

Onbewogen

Monnik: Wat is de eerste oorzaak?

Meester: God, daar vraag je me wat.

Monnik: En hoe luidt het antwoord?

Meester: Dat zeg ik.

Monnik: Wat?

Meester: God, daar vraag je me wat.

Lees ook: God is een poort (en woord is een God)

Gulle gevers

Monnik: Alles heeft een oorzaak.

Meester: Alles krijgt een oorzaak.

Monnik: Van wie?

Meester: Van wie niet.

Lees ook: Metafysica in een wezenloze wereld

Afhankelijk heden

Zou de vlag wapperen als niemand hem had uitgehangen?

Zou de vlag wapperen als niemand hem had gemaakt?

Zou de vlag wapperen als niemand hem had bedacht?

Zou de vlag wapperen als niemand kon zien, horen of voelen?

Zou de vlag wapperen als de katoenplant niet bestond?

Zou de vlag wapperen als niemand katoen verbouwde?

Zou de vlag wapperen als niemand garen spon?

Zou de vlag wapperen als niemand doeken weefde?

Zou de vlag wapperen als niemand weefmachines maakte?

Zou de vlag wapperen als niemand staal fabriceerde?

Zou de vlag wapperen als niemand vlaggenstokken maakte?

Zou de vlag wapperen als er geen lucht was om hem in beweging te brengen?

Zou de vlag wapperen als er geen zon was om de lucht in beweging te brengen?

Zou de vlag wapperen als er geen waterstof was om te fuseren?

Lees ook: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object

De hoogste oven

Leegte versus afhankelijk ontstaan

Monnik: Wat heb ik hier?

Meester: Een vlag.

Monnik: De wereld.

Meester: Daar gaan we weer.

Monnik: Er was katoen nodig om het garen te spinnen.

Meester: Katoen is geen wereld.

Monnik: Er waren machines nodig om de stof te weven.

Meester: Machines zijn geen wereld.

Monnik: Er waren hoogovens nodig om die machines te maken.

Meester: Hoogovens zijn geen wereld.

Monnik: Er was een wereld nodig om die hoogovens te maken.

Meester: Nu ga je me zeker weer vertellen dat alles afhankelijk ontstaat.

Monnik: Ik wou het net zeggen.

Meester: En vervolgens dat alles één is.

Monnik: Hoe weet u dat?

Meester: Wat is één?

Monnik: Nou?

Meester: Een gedachte.

Monnik: Hè?

Meester: Waar is het ene als je het niet denkt?

Monnik: Eh…

Meester: Wat is afhankelijk onstaan?

Monnik: Zeker ook een gedachte.

Meester: Wat is denken dat het een gedachte is?

Monnik: En die hoogovens dan?

Meester: Wijs eens aan.

Monnik: En de wereld dan?

Meester: Waar is de wereld als je hem niet denkt?

Monnik: En deze vlag?

Meester: Waar is de vlag als je hem niet denkt?

Monnik: Idealist.

Meester: Waar is de idealist als je hem niet denkt?

Monnik: ‘Idealist’ is ook maar een gedachte?

Meester: Of is dat ook maar een gedachte?

Monnik: Nihilist.

Meester: Zelfde verhaal.

Monnik: Allemaal gedachten?

Meester: Deze ook.

Monnik: Wát?

Meester: Vinger in je kat.

Monnik: Maar hoe zit het dan wel?

Meester: Zoals het staat.

Monnik: Hoe staat het dan wel?

Meester: Waarmee?

Monnik: Nou weet ik weer niks.

Meester: Zou je denken?

Verder lezen: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Halfstok

De vrijplaats tussen dit en dat

Niet de vlag, niet de wind
Niet de vlag én de wind
Niet de vlag noch de wind
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de stof, niet de geest
Niet de stof én de geest
Niet de stof noch de geest
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het vele, niet het ene
Niet het vele én het ene
Niet het vele noch het ene
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de vorm, niet de leegte
Niet de vorm én de leegte
Niet de vorm noch de leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het deel, niet het geheel
Niet het deel én het geheel
Niet het deel noch het geheel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet het object, niet het subject
Niet het object én het subject
Niet het object noch het subject
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Niet de illusie, niet de werkelijkheid
Niet de illusie én de werkelijkheid
Niet de illusie noch de werkelijkheid
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Lees ook: Wat is non-dualisme?

30. De geest zelf

Daimei vroeg: ‘Wat is de boeddha?’ Meester Mazu antwoordde: ‘De geest zelf is de boeddha.’

30 boeddha geest

Lees ook: Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

Grote stappen, snel thuis

Monnik: Wat bent u?

Meester: Zeg jij het maar.

Monnik: Volgens mij bent u de boeddha.

Meester: Wat is de boeddha?

Monnik: De geest zelf is de boeddha.

Meester: Wat is de geest?

Monnik: Het bewustzijn zelf is de geest.

Meester: Wat is het bewustzijn?

Monnik: De leegte zelf is het bewustzijn.

Meester: Wat is de leegte?

Monnik: Het zelf zelf is de leegte.

Meester: Wat is het zelf?

Monnik: Ikzelf ben het zelf.

Meester: Wat ben jij zelf?

Monnik: …

Meester: Is dat het antwoord of weet je het niet?

Monnik: Ik heb werkelijk geen idee.

Meester: Nou, ik ook niet.

Lees ook: Ben je jezelf of het zelf?

Rust roest

Monnik: Wat is de boeddha?

Meester: Is de boeddha?

Monnik: Wat is de geest?

Meester: Is de geest?

Monnik: Wat is het bewustzijn?

Meester: Is het bewustzijn?

Monnik: Verwijst u naar de leegte?

Meester: Is de leegte?

Monnik: Wat als boeddha, geest, bewustzijn en leegte zelf leeg zijn?

Meester: Rust?

Monnik: Geen leegte?

Meester: Wat is leegte?

Monnik: Bewustzijn?

Meester: Wat is bewustzijn?

Monnik: Geest?

Meester: Wat is de geest?

Monnik: De boeddha?

Meester: Wat is de boeddha?

Lees ook: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Geestenbal

Meester: Wat is de boeddha?

Monnik: De geest zelf is de boeddha.

Meester: Welke geest?

Monnik: De gewone geest?

Meester: Wiens gewone geest?

Monnik: Die van mij, zou ik denken.

Meester: Niet die van mij?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Niet de grote geest?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Niet de universele geest?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Niet de algeest?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Niet de lege geest?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Niet de beginnersgeest?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Niet de weetnietgeest?

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Misschien zijn ze wel identiek.

Monnik: Dat kan ook nog.

Meester: Maar misschien ook niet.

Monnik: Hoe stel je zoiets vast?

Meester: Of misschien zijn ze wel leeg.

Monnik: Nou weet ik het helemaal niet meer.

Meester: Dat kan ook nog.

Lees ook: Zalig zijn de armen van geest

De tijdloze waarheid

Leerling: Wat is de geest?

Meester: De hoeveelste is het vandaag?

Leerling: De dertigste.

Meester: De geest is de boeddha.

Leerling: Gisteren zei u anders van niet.

Meester: Gisteren was een oneven dag.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel

Ontwoord

Monnik: Wat is de boeddha?

Meester: Een woord.

Monnik: De boeddha is voorbij de woorden.

Meester: Dan zou ik mijn mond maar houden.

Monnik: Hoe moet ik het dan zeggen?

Meester: Wat zeggen?

Monnik: Dat de boeddha voorbij de woorden is.

Meester: De wat?

Monnik: Dat puntje-puntje-puntje voorbij de woorden is.

Meester: Dat puntje-puntje-puntje wat is?

Monnik: Dat puntje-puntje-puntje puntje-puntje-puntje is.

Meester: Is?

Monnik: Dat puntje-puntje-puntje puntje-puntje-puntje puntje-puntje-puntje…

Meester: Dat?

Monnik: …

Meester: Nou dan.

Lees ook: Denkbeeldenstorm!

Krek

Monnik: Wat is de boeddha?

Meester: Zeg dat wel.

Tien jaar later

Monnik: De boeddha is…

Meester: Zeg dat niet.

Tien jaar later

Monnik: De boeddha ís.

Meester: Zeg dat niet.

Tien jaar later

Monnik: Is de boeddha?

Meester: Zeg dat wel.

Tien jaar later

Monnik: Ik zeg niks.

Meester: Boeddha zij dank.

Lees ook: Het Stilte-evangelie

Onderstebinnen

Monnik: Buiten de boeddha is geen geest en buiten de geest is geen boeddha.

Meester: Erbinnen ook niet.

Monnik: Binnen de boeddha is geen geest of binnen de geest is geen boeddha?

Meester: En ook geen binnen of buiten.

Monnik: Binnen en buiten de boeddha is geen geest en geen binnen of buiten en binnen en buiten de geest is geen boeddha en geen buiten of binnen?

Meester: Hoe bedenk je het.

Monnik: Bedoelt u dat boeddha, geest, binnen en buiten allemaal bedenksels zijn?

Meester: Hoe bedenk je het.

Lees ook: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object

Weetnietfeest

Niet de boeddha, niet de geest
Niet de boeddha én de geest
Niet de boeddha noch de geest
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Lees ook: Wat is non-dualiteit?

31. Een oud vrouwtje

Een monnik vroeg een oud vrouwtje de weg naar de tempel op de heilige berg Tai Shan. Het vrouwtje zei: ‘Almaar rechtdoor.’ Terwijl de monnik verder liep, voegde ze er zachtjes aan toe: ‘Dan kom je er nooit.’

Toen meester Zhaozhou hiervan hoorde, zei hij kordaat: ‘Ik zal dat vrouwtje weleens aan de tand voelen.’ De volgende dag zocht hij haar op, stelde dezelfde vraag en kreeg hetzelfde antwoord.

Naderhand zei Zhaozhou alleen maar: ‘Nou, ik heb haar aan de tand gevoeld, hoor.’

31 doorzien wijs de weg

Lees ook: De Grote Weg (is niet moeilijk voor wie hem kwijt is)

Heen en weer

Een monnik vroeg de weg aan een oud vrouwtje. Ze zong: ‘Doe een stapje naar voren’, en deed een stapje naar voren. Hoofdschuddend liep de monnik verder. Het vrouwtje zong: ‘Doe een stapje terug’, en deed een stapje terug. De monnik keek niet op of om. ‘Waarom vraag je het dan’, mopperde het oude vrouwtje.

Lees ook: Wegen naar de onbekende vraag

Pas de deux

Een monnik vroeg de weg aan een oud vrouwtje. Het vrouwtje pakte zijn handen vast en zong: ‘Doe een stapje naar voren. Doe een stapje terug.’ De monnik keek haar verbaasd aan maar verzette zich niet en begon al gauw mee te stappen.

Na een poosje gingen ze hijgend in de berm zitten. ‘Ik heb me in geen jaren zo vermaakt,’ lachte de monnik. ‘Waar ben ik toch mee bezig?’ ‘Ik heb me in geen jaren zo vermaakt,’ giechelde het vrouwtje. ‘Waar ben ik toch mee bezig?’

Plotseling betrok het gezicht van de monnik. ‘Ik weet het weer, ik zoek verlossing.’ Ook het gezicht van het vrouwtje betrok: ‘Ach ja, ik help verlossen.’

Kreunend stonden ze op en vervolgden hun weg.

Verder lezen: Zoeken naar het einde van het zoeken

Bestemmingsverkeer

Een monnik vroeg de weg aan een oud vrouwtje. Het vrouwtje zei: ‘Moet je ergens heen dan?’ ‘Bedoelt u dat we er al zijn?’ ‘Waar zijn?’ ‘Hier zijn.’ ‘En wat wou je daaraan doen?’ ‘Dat gewoon hier zijn onze bestemming is, bedoel ik.’ ‘Moet je ergens heen dan?’ vroeg het vrouwtje weer.

Hoofdschuddend liep de monnik verder. Hoofdschuddend keek het vrouwtje hem na.

Lees ook: Meester Spoorloos en agent Speurneus

Tegenlicht

Een monnik vroeg een oud vrouwtje de weg naar de tempel. Het vrouwtje zei: ‘Almaar rechtdoor.’ Terwijl de monnik verder liep, voegde ze er zachtjes aan toe: ‘Dan kom je er nooit.’

Toen de meester ervan hoorde, zei hij tegen de monniken: ‘Ik zal dat oude vrouwtje weleens testen.’ De volgende avond riep hij iedereen bij elkaar. ‘En?’ zei de hoofdmonnik. ‘Ze stelde mij dezelfde vraag en gaf hetzelfde antwoord.’

De monniken begonnen te discussiëren over haar zengehalte. De meester wilde net wegsluipen toen de hoofdmonnik vroeg: ‘Wat maakt u ervan?’

De meester zei: ‘Denk je nou echt dat ik haar dezelfde vraag zou stellen?’ ‘Wat hebt u dan gevraagd?’ ‘Denk je nou echt dat ik haar een vraag zou stellen?’ ‘Wat dan?’ ‘Denk je nou echt dat ik bij haar langs zou gaan?’ ‘Wat hebt u dan gedaan?’ vroeg de hoofdmonnik verbaasd. De meester zei: ‘Jullie getest’.

Verder lezen: Brieven zen; de dharma voorbij

Gekkenwerk

Een monnik vroeg een oud vrouwtje de weg naar de tempel. Het vrouwtje zei: ‘Almaar rechtdoor.’ Terwijl de monnik verder liep, voegde ze er zachtjes aan toe: ‘Dan kom je er nooit.’

Terug in het klooster vroeg de monnik aan de meester of hij het vrouwtje niet eens wilde testen. ‘Waarop?’ ‘Op haar zengehalte.’ ‘Wat is het zengehalte van iemand die een vrouwtje op haar zengehalte wil testen?’ vroeg de meester.

‘Eigenlijk wilde ik u testen’, bekende de monnik. ‘Waarop?’ ‘Ik was benieuwd of ik u zo gek kon krijgen iemand op zijn zengehalte te testen.’

‘Nou,’ zei de meester, ‘in ieder geval heb je iemand zo gek gekregen iemand op zijn zengehalte te testen.’ ‘Wie dan?’ vroeg de monnik verbaasd. ‘Jezelf natuurlijk.’ ‘En, wat is mijn zengehalte?’ ‘Oud wijf’, zei de meester.

Verder lezen: Grote Twijfel, Grote Verlichting

Een schijn van kans

Alleen zakken slagen

Monnik: Graag zou ik uw zengehalte eens testen.

Meester: Gezakt.

Monnik: Bedoelt u dat testgedrag wijst op een laag zengehalte?

Meester: Gezakt.

Monnik: Bedoelt u dat het onderscheid tussen hoog en laag een illusie is?

Meester: Gezakt.

Monnik: Bedoelt u dat het onderscheid tussen hoog en laag een illusie is in het absolute, maar bestaansrecht heeft in het relatieve?

Meester: Gezakt.

Monnik: Bedoelt u dat ik op eigen benen moet staan?

Meester: Gezakt.

Monnik: Wat bedoelt u dan?

Meester: Gezakt.

Monnik: Wat kan ik doen om te slagen?

Meester: Gezakt.

Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Hm.

Doe de verlichtingstest!

Een portie dharma mét

Een groepje monniken bezocht een oud eethuisje waarvan de uitbaatster, een oud vrouwtje, ontwaakt zou zijn.

Meteen bij aankomst riep een monnik: ‘Welkom in nirwana.’ De anderen brulden van het lachen. Het vrouwtje trok haar wenkbrauwen op.

Bij het openen van de gammele deur riep een monnik: ‘Met recht een poortloze poort.’ De anderen brulden van het lachen. Het vrouwtje liep naar de open haard.

Een monnik keek om zich heen in het sombere vertrek en riep: ‘Prima verlichting hier.’ De anderen brulden van het lachen. Het vrouwtje pakte een pook.

Een monnik riep: ‘Hebt u alleen staanplaatsen of kan men hier ook zitten?’ De anderen brulden van het lachen. Het vrouwtje pakte de as-emmer.

Een monnik riep: Doe mij maar een portie dharma mét.’ De anderen brulden van het lachen. Het vrouwtje stapte op het groepje af.

Een monnik riep: ‘Hoe maakt men zich uitgerekend in een eethuisje leeg?’ Het oude vrouwtje ramde de pook in zijn maagstreek en hield hem de emmer voor. Brullend boog de monnik voorover.

Verder lezen: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Kiezen of tanden

Op het hoogtepunt van zijn roem hield de eeuwige leerling Hans van Dam een openbare bijeenkomst in het Vondelpark, waar alleen een oud vrouwtje op afkwam.

Het vrouwtje sliste: ‘Wat is weten?’

Van Dam donderde: Een balk in je oog! Een steen in je maag! Een brok in je keel! Een last op je schouders! Een doorn in je voet! Een hand vol vliegen! Gal in je hart! Peper in je reet! Zout in je wonden!’

Het vrouwtje sliste: ‘Wat is niet-weten?’

Van Dam donderde: ‘Met je mond vol tanden staan!’

Het vrouwtje sliste: ‘Nou, dan zou ik het wel weten.’

Verder lezen: Meester Hans

32. Raspaarden

Een non-boeddhist zei tegen Boeddha: ‘Ik vraag niet om woorden, ik vraag niet om stilte.’ Boeddha bleef onbeweeglijk zitten. Daarop maakte de non-boeddhist een buiging en sprak vol bewondering: ‘Door de grenzeloze barmhartigheid van de Gezegende zijn de sluiers van mijn illusies opgelost en heb ik de grote weg betreden.’

Toen hij vertrokken was, vroeg Ananda: ‘Waarvoor was hij nou zo dankbaar? Boeddha zei: ‘Raspaarden rennen al bij de schaduw van een zweep.’

32 oogkleppen

Lees ook: Mediteren zonder mediteren

Over het paard getild

Een non-boeddhist zei tegen Boeddha: ‘Ik vraag niet om woorden, ik vraag niet om stilte.’ ‘Uitslover’, zei Boeddha.

Daarop maakte de non-boeddhist een buiging en sprak vol bewondering: ‘Door de grenzeloze barmhartigheid van de Gezegende zijn de sluiers van mijn illusies opgelost en heb ik de grote weg betreden.’ ‘Uitslover’, zei Boeddha weer.

Toen hij vertrokken was, vroeg Ananda: ‘Waarom deed hij nou zo dankbaar? Boeddha zei: ‘Hij wou voor raspaard worden aangezien.’

Lees ook: Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes

Een gat in de dag

Een non-boeddhist zei tegen Boeddha: ‘Ik vraag niet om woorden, ik vraag niet om stilte.’ Boeddha slaakte een zucht.

Na een poosje vroeg de non-boeddhist: ‘Is uw zucht veelzeggend of juist nietszeggend?’ Boeddha slaakte een zucht.

‘Verwijst u naar de waarheid voorbij de woorden?’ Boeddha slaakte een zucht.

‘Bedoelt u dat we moeten zwijgen over datgene waarover we niet kunnen spreken?’ Boeddha slaakte een zucht.

‘Bedoelt u dat het absolute spreekt noch zwijgt?’ Boeddha slaakte een zucht.

‘Is uw zwijgen reeds een uitdrukking van het ene, net als mijn spreken nu?’ Boeddha slaakte een zucht.

‘Vallen wij niet geheel en al samen met iedere manifestatie van het zelf?’ Boeddha slaakte een zucht.

‘Zal ik toch niet liever zwijgen?’ Boeddha slaakte een zucht.

De non-boeddhist zweeg. Boeddha gaapte. Ananda gaapte. De non-boeddhist gaapte. Ze strekten zich uit en sliepen een gat in de dag.

Lees ook: De lege leer

Loos om loos

Een non-boeddhist zei tegen Boeddha: ‘Waarom ben ik een non-boeddhist en u niet?’ Boeddha reageerde niet. De non-boeddhist knikte en zei: ‘Waarom sta ik hier en zit u daar?’ Boeddha reageerde niet. De non-boeddhist maakte een buiging en vertrok.

Een monnik vroeg: ‘Waarom knikte hij naar u?’ ‘Hij zag in dat het onderscheid tussen boeddhist en non-boeddhist loos is.’ ‘Waarom maakte hij een buiging?’ ‘Hij zag in dat het niet-onderscheid tussen boeddhist en non-boeddhist loos is.’ ‘Waarom vertrok hij?’ ‘Zitten kan je overal.’

Na een poosje zei de monnik: ‘Maar is het onderscheid tussen boeddhist en non-boeddhist nou loos of niet?’ Boeddha reageerde niet. De monnik maakte een buiging en vertrok.

Lees ook: Wat is non-dualisme?

Tijdreizigers

Een monnik vroeg: ‘Bent u een boeddhist?’ Boeddha antwoordde: ‘Dat hebben anderen verzonnen; boeddhisme is van na mijn tijd.’ ‘Bent u een non-boeddhist?’ ‘Dat hebben anderen verzonnen; non-boeddhisme is van na mijn tijd.’ ‘Bent u een boeddha?’ ‘Dat hebben anderen verzonnen; boeddha’s zijn van na mijn tijd.’

De monnik zei: ‘Is Boeddha niet een eretitel?’ ‘Dat hebben anderen verzonnen, wat moet ik met een titel?’ ‘Zal ik u dan maar een non-boeddha noemen?’ ‘Wat zegt een naam.’ De monnik drong aan: ‘Geen boeddhist, geen non-boeddhist, geen boeddha, geen non-boeddha – wat dan wel?’ Boeddha antwoordde: ‘Dat mogen anderen verzinnen, ik ben van voor die tijd.’

Lees ook: Wat is non-dualiteit?

Rollenspel

Een monnik zei: ‘Ik vraag niet om woorden, ik vraag niet om stilte.’ ‘Geef gerust het goede voorbeeld’, zei Boeddha. ‘Dat was ik al van plan’, zei de monnik. ‘Komt er nog wat van?’ vroeg Boeddha.

De monnik schudde een bloem uit zijn mouw en hield die omhoog. ‘Zeg het met bloemen’, zei Boeddha mat. ‘U had moeten glimlachen, net als Mahakashyapa.’ ‘Ik kan wel huilen.’

‘Het was een test’, verklaarde de monnik. ‘Je bent aan het solliciteren,’ verklaarde Boeddha. ‘Maar u bent niet geslaagd’, zei de monnik. ‘Maar er is geen vacature’, zei Boeddha.

Lees ook: Zeg het met bloemen

Honds

Een monnik in lotushouding zei: ‘Ik vraag niet om woorden, ik vraag niet om stilte.’ ‘Ik toch ook niet’, antwoordde Boeddha.

De monnik ging nog mooier zitten. ‘Braaf’, zei Boeddha.

De monnik zat nu volmaakt onbeweeglijk. ‘De brokjes zijn op’, zei Boeddha.

De monnik fronste en zei: ‘Verwijst u naar de leegte?’ ‘Ik vraag niet om woorden’, zei Boeddha.

De monnik sloot zijn ogen. ‘Ik vraag niet om stilte’, zei Boeddha.

Plotseling begon de monnik te blaffen. Boeddha vroeg: ‘Heeft een monnik de hondennatuur?’

Lees ook: Geen hond

De onvoorwaardelijke wijs

Een monnik vroeg: ‘Zonder te spreken of te zwijgen, wat is de weg?’ Boeddha antwoordde: ‘Geen voorwaarden stellen aan de weg.’ ‘Welke voorwaarden niet, bijvoorbeeld?’ ‘Dat je niet moet spreken of zwijgen, bijvoorbeeld.’

Lees ook: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Doorzien

Boeddha vroeg: ‘Zonder te spreken of te zwijgen, wat is de weg?’ De monnik antwoordde: ‘Geen voorwaarden stellen aan de weg.’ ‘Behalve deze zeker,’ zei Boeddha ‘Welke?’ ‘Dat je geen voorwaarden mag stellen aan de weg.’

De monnik keek hem met open mond aan. Ineens ging hem een lichtje op. Hij maakte een buiging en zei met bevende stem: ‘Door uw meedogenloze genade heb ik nu al mijn illusies doorzien.’ ‘Behalve deze zeker’, zei Boeddha. ‘Welke?’ ‘Dat je door mijn meedogenloze genade nu al je illusies hebt doorzien.’

De monnik keek hem met open mond aan. ‘Ziedaar de weg’, zei de Boeddha.

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Kringloopmeditatie

Monnik: Wat als je de vorm doorziet?

Boeddha: Leegte.

Monnik: Wat als je de leegte doorziet?

Boeddha: Vorm.

Monnik: Wat als je vorm en leegte doorziet?

Boeddha: Vorm noch leegte.

Monnik: Wat als je vorm, leegte, vorm en leegte en vorm noch leegte doorziet?

Boeddha: Dan zit je daar weer in vast.

Monnik: Maar dan heb je toch alles doorzien?

Boeddha: Behalve het doorzien.

Monnik: Wat als je ook dat nog hebt doorzien?

Boeddha: Horen, zien, zwijgen.

Monnik: Wat als je er toch over spreekt?

Boeddha: Leerlingen.

Monnik: Wat als je leerlingen krijgt?

Boeddha: Zen, bijvoorbeeld.

Monnik: Wat is zen?

Boeddha: Steeds opnieuw beginnen.

Monnik: Waarmee?

Boeddha: De vorm doorzien.

Monnik: Wat als je de vorm doorziet?

Tip: Wat is zen? Honderd definities

Blinde paarden

Monnik: Er zijn vier soorten paarden. De eerste reageert al bij de schaduw van een zweep, de tweede als de zweep zijn vacht raakt, de derde als de zweep zijn vlees raakt en de vierde als de zweep zijn merg raakt.

Boeddha: En?

Monnik: Zo zijn er vier soorten monniken. De eerste ziet het bestaanskenmerk van vergankelijkheid al als er iemand in een ander dorp sterft, de tweede als er iemand in zijn eigen dorp sterft, de derde als er iemand van zijn eigen familie sterft en de vierde als hij zelf sterft.

Boeddha: Er zijn vier soorten blinden. De eerste ziet alleen zijn eigen vergankelijkheid, de tweede ziet alleen die van zijn familie, de derde ziet alleen alleen die van zijn dorpsgenoten en de vierde ziet alleen maar vergankelijkheid.

Monnik: Er waren toch vijf soorten blinden?

Boeddha: Nou je het zegt.

Monnik: En er waren toch drie bestaanskenmerken – vergankelijkheid, lijden en niet-zelf?

Boeddha: Goed dat je het zegt.

Monnik: Wat?

Boeddha: De vijfde soort blinde ziet maar drie bestaanskenmerken.*


* De Drie Karakteristieken van het Bestaan (Pali: tilakkhaa; Sanskrit: trilakaa): vergankelijkheid (anicca, anitya), lijden (dukkha, duḥkha), niet-zelf (anattā, anātman).

Lees ook: Denkbeeldenstorm!

33. Geest noch boeddha

Een monnik vroeg: ‘Wat is boeddha?’ Meester Mazu antwoordde: ‘Geen geest, geen boeddha.’

33 silhouet

Lees ook: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Een begin zonder einde

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Verzin eens wat nieuws.

Monnik: Wat is er er nieuw?

Meester: Boeddha.

Lees ook: Brieven zen; de dharma voorbij

Lijf aan lijf

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Wat een vraag.

Monnik: Boeddha is de verlichtingsleer, de verlichting en de verlichte.

Meester: Wat een antwoord.

Monnik: Ik verwijs naar de drie-lichamentheorie*.

Meester: En maar tellen.

Monnik: Wou u ontkennen dat boeddha de verlichtingsleer is?

Meester: Wou jij beweren dat je verlichting kan leren?

Monnik: Is boeddha verlichting?

Meester: Draagt een pantoffeldier pantoffels?

Monnik: Is boeddha de verlichte?

Meester: Is de verlichte?

Monnik: Doelt u op de leegte?

Meester: Waarvan?

Monnik: De drie lichamen.

Meester: Wat dacht je van je hoofd?

Monnik: Daarom stel ik zoveel vragen.

Meester: Je stelt alleen maar antwoorden.

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Is boeddha?

* de trikaya: dharmakaya, sambhogakaya en nirmanakaya

Lees ook: Metaforen voor verlichting

Zeven zegelen

Maandag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Een uitweg.

Dinsdag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Een gevangenis.

Woensdag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Geen antwoord.

Donderdag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Geen vraag.

Vrijdag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Is boeddha?

Zaterdag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: Wat is?

Zondag

Monnik: Wat is boeddha?

Meester: ’t Is wat.

Lees ook: De Diamantsoetra

In je fles

Meester: Wat is boeddha?

Monnik: Geest is boeddha.

Meester: Hoe bedenk je het.

Monnik: Ik bedoel, geest is niet boeddha.

Meester: Hoe bedenk je het.

Monnik: Ik bedoel, niet-geest is boeddha.

Meester: Hoe bedenk je het.

Monnik: Ik bedoel, niet-geest is niet boeddha.

Meester: Hoe bedenk je het.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Meester: Wat is boeddha.

Monnik: En dan?

Meester: Proost.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Drie erezaken

Hoe moeilijk de leer ook lijkt, ik beloof hem helemaal te doorgronden.

1.

Monnik: Hoe kunnen wij de boeddha de grootste eer bewijzen?

Meester: Door hem te doden.

Monnik: Ik zou u hierom moeten doden.

Meester: Je kunt me geen groter eer bewijzen.

2.

Monnik: Hoe kunnen wij de dharma de grootste eer bewijzen?

Meester: Door haar onophoudelijk te betwijfelen.

Monnik: Ik begin steeds meer aan u te twijfelen.

Meester: Je kunt me geen groter eer bewijzen.

3.

Monnik: Hoe kunnen wij de sangha de grootste eer bewijzen?

Meester: Door ons onafhankelijk op te stellen.

Monnik: Ik zou u hierom de rug moeten toekeren.

Meester: Je kunt me geen groter eer bewijzen.

Lees ook: Eerbetoon aan zen

Een aanbeveling

Monnik: Wat weet u eigenlijk van de boeddha?

Meester: Minder dan wie ook.

Monnik: Dat lijkt me geen aanbeveling.

Meester: Integendeel.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel

Eenentwintigen

Monnik: Zen onderscheidt twee soorten ziekten.

Meester: Wat is de eerste ziekte?

Monnik: Denken dat de waarheid buiten jezelf is te vinden.

Meester: Hoe kom je erop.

Monnik: Daarom zei Mazu, ‘De geest zelf is boeddha’.

Meester: Wat is de tweede ziekte?

Monnik: Denken dat de geest zelf de waarheid is.

Meester: Hoe kom je erop.

Monnik: Daarom zei Mazu: ‘Geen geest, geen boeddha.’

Meester: Wat is de derde ziekte?

Monnik: Nou?

Meester: Denken dat er maar twee ziekten zijn.

Monnik: Wat is de vierde ziekte?

Meester: Denken dat je een geest hebt.

Monnik: Wat is de vijfde ziekte?

Meester: Denken dat je geen geest hebt.

Monnik: Wat is de zesde ziekte?

Meester: Denken dat je een geest bent.

Monnik: Wat is de zevende ziekte?

Meester: Denken dat je geen geest bent.

Monnik: Wat is de achtste ziekte?

Meester: Denken dat er maar één geest is.

Monnik: Wat is de negende ziekte?

Meester: Denken dat er vele geesten zijn.

Monnik: Wat is de tiende ziekte?

Meester: Denken dat je een boeddha bent.

Monnik: Wat is de elfde ziekte?

Meester: Denken dat je geen boeddha bent.

Monnik: Wat is de twaalfde ziekte?

Meester: Denken dat de waarheid zowel buiten als in jezelf is te vinden.

Monnik: Wat is de dertiende ziekte?

Meester: Denken dat de waarheid noch buiten noch in jezelf is te vinden.

Monnik: Wat is de veertiende ziekte?

Meester: Denken dat er een buiten en een binnen is.

Monnik: Wat is de vijftiende ziekte?

Meester: Denken dat er geen buiten of binnen is.

Monnik: Wat is de zestiende ziekte?

Meester: Denken dat er een waarheid is.

Monnik: Wat is de zeventiende ziekte?

Meester: Denken dat er geen waarheid is.

Monnik: Wat is de de achttiende ziekte?

Meester: Denken dat er ziekten zijn.

Monnik: Wat is de negentiende ziekte?

Meester: Denken dat er geen ziekten zijn.

Monnik: Ik weet er ook een.

Meester: Ja, het is besmettelijk.

Monnik: Dénken is de twintigste ziekte.

Meester: Zou je denken?

Monnik: Er zijn net zoveel ziekten als gedachten.

Meester: En dat is eenentwintig.

Lees ook: Vrijdenkers hebben maling aan de mind

34. Geest noch begrip

Nanquan zei: ‘Geest is niet boeddha. Begrijpen is niet de weg.’

34 boeddha noch begrip

Verder lezen: Zoeken naar het einde van het zoeken

Wegwerker

Monnik: Begrijpen is niet de weg.

Meester: Toch weer iets begrepen?

Lees ook: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Wegwijzer

Monnik: Begrijpen is niet de weg.

Meester: Dat begrijp ik niet.

Monnik: Wat niet?

Meester: Welke weg?

Lees ook: De Grote Weg is niet moeilijk voor wie hem kwijt is

Wegwezer

Monnik: Begrijpen is niet de weg.

Meester: Waarheen?

Monnik: Je ware zelf natuurlijk.

Meester: Toch weer iets begrepen?

Lees ook: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Pang

Chinese wijsheid

Monnik: Begrijpen is niet de weg.

Meester: Niet begrijpen ook niet.

Monnik: Dat hebt u anders zelf gezegd.

Meester: Toen moest ik iets anders rechtzetten.

Monnik: Met u weet je het maar nooit.

Meester: Dat moest er nog bijkomen.

Monnik: De ene keer is het Ping, de andere keer Pong.

Meester: Je zou er het heen en weer van krijgen.

Monnik: Maar bent u nou Ping of bent u Pong?

Meester: Tegen Ping ben ik Pong, tegen Pong ben ik Ping.

Monnik: En tegen Pingpong?

Meester: Die speelt wel met zichzelf.

Lees ook: Meester Schaap en Broeder Ezel.

Een opsteker

Monnik: Ik leer helemaal niets van u.

Meester: Dat is op dit moment het hoogst haalbare.

Monnik: Wat?

Meester: Het zal nog wel even duren voor we aan afleren toekomen.

Monnik: En ik maar denken dat ik iets van u kon opsteken.

Meester: Weer wat geleerd.

Lees ook: Leven is geen kunst

Redeloos

Monnik: Wordt u blij als u het bij iemand ziet dagen?

Meester: Duisteren zul je bedoelen.

Monnik: Wordt u blij als u het bij iemand ziet duisteren?

Meester: Niet weten is nooit een reden voor blijdschap.

Monnik: Waarvoor dan wel?

Meester: Niet weten is nooit een reden.

Monnik: Dan heb je er dus niks aan.

Meester: Waar vind je dat nog.

Lees ook: Loflied op niet-weten

Bekentenis

Monnik: Wat is de overeenkomst tussen de leraar en de leerling?

Meester: Beiden snappen er niks van.

Monnik: En het verschil?

Meester: De leraar geeft het toe.

Lees ook: Meester Tja en de tao van tja

Lakmoesproef

Monnik: Hoe herken je de ware leraar?

Meester: Door hem een vraag te stellen.

Monnik: En als hij het antwoord weet?

Meester: Dan maak je dat je wegkomt.

Monnik: En als hij het niet weet?

Meester: Dan maak je dat je wegkomt.

Monnik: Ik ben al weg.

Meester: Een ware leerling.

Verder lezen: Goeroes, goeroelopers en ouwehoeroes

Wiswijs

Monnik: Wanneer zal ik net zo wijs zijn als u?

Meester: Wanneer je niet meer weet wat wijs is.

Monnik: Maar dat weet ik nu al niet.

Meester: Maar dat weet je nu nog niet.

Lees ook: Eeuwige Wijsheid voor Eeuwige Dwazen

Second opinions

1.

Monnik: Als u blijft zwijgen, zoek ik wel een andere leraar.

Meester: Wie bedonderd wil worden zal een oplichter vinden.

2.

Monnik: Als u uw mond niet houdt, zoek ik wel een andere leraar.

Meester: Wie bedonderd wil worden zal een oplichter vinden.

Verder lezen: Idolen van de zoeker

Spel zonder grenzen

Monnik: Hoe lang duurt deze kwelling nog?

Meester: Tot alle vragen gesteld zijn.

Monnik: Zal ik dan eindelijk antwoorden hebben?

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Blijf ik zeker met de vragen zitten.

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Zal ik dan eindelijk mezelf zijn?

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Doordat ik het zelf realiseer?

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Doordat ik niet-zelf realiseer?

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Je zou er wanhopig van worden.

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Er blijft toch nog iets te hopen over?

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Monnik: Volledige verlossing, zogezegd.

Meester: Ook daarvan ben je dan verlost.

Verder lezen: Bodhisattvageloften

Uitzonderlijk

Monnik: Aan u heb je ook niks.

Meester: Waar vind je dat nog.

Lees ook: Meester Hans

35. De ware Qian

Wuzu vroeg aan zijn monniken: ‘Qian leidde een dubbelleven. Wie was de ware Qian?’

35 januskop

Lees ook: De dans ontsprongen

Het ware verhaal

Moraal halen

Na de ochtendmeditatie vertelde de meester het volgende verhaal.

Er was eens een oude man met een mooie dochter, Qian, van wie hij zielsveel hield. Hij wilde haar net uithuwelijken toen zij verliefd werd op haar neef.

De geliefden sloegen op de vlucht naar een ver land, waar ze trouwden en kinderen kregen. Die herinnerden Qian aan haar vader, en overmand door schuldgevoelens besloten de weglopers hem op te zoeken om vergiffenis te vragen.

Na terugkeer bleef Qian achter op de boot terwijl haar neef vooruit snelde om zijn schoonvader te vertellen wat er gebeurd was. ‘Over wie heb je het?’ reageerde de oude man. ‘Uw dochter, Qian.’ ‘Maar die ligt gewoon in bed. Ze is kort na je vertrek ziek geworden en heeft nooit meer een woord gesproken.’

‘Wacht hier’, zei de neef en holde terug naar de boot. Intussen ging de oude man naar de slaapkamer en deed het verhaal. Zonder een woord te zeggen stond de zieke Qian op en schuifelde voetje voor voetje naar buiten, waar ze versmolt met de gezonde Qian die net aan kwam lopen.

‘Wat kunnen we hiervan leren?’ vroeg een monnik toen de meester uitverteld was. ‘Moet ieder verhaal dan een moraal hebben?’ vroeg de meester.

‘Aan welke Qian moeten wij een voorbeeld nemen?’ vroeg een monnik. ‘Moet ieder verhaal dan een moraal hebben?’ vroeg de meester.

‘Wie was de ware Qian?’ vroeg een monnik. ‘Moet ieder verhaal dan een moraal hebben?’ vroeg de meester.

‘De moraal van het verhaal is dat niet ieder verhaal een moraal hoeft te hebben’, verklaarde de hoofdmonnik. ‘Moet ieder verhaal dan een moraal hebben?’ vroeg de meester.

Verder lezen: Ben je jezelf of het zelf?

Drie pond zegge

Monnik: Wat is mijn ware zelf?

Meester: Wat niet denkt in termen van waar en vals of zelf en niet-zelf.

Monnik: Omdat het niet denkt of omdat het niet in die termen denkt?

Meester: En ook niet in termen van het en niet-het of termen en niet-termen of zus denken en zo denken of denken en niet-denken.

Monnik: Omdat het niet bestaat zeker.

Meester: En ook niet in termen van bestaan en niet-bestaan.

Monnik: Geheimzinnig hoor.

Meester: Juist niet.

Monnik: En dat zou mijn ware zelf zijn?

Meester: Wat?

Monnik: Wat niet denkt in termen van waar en vals of zelf en niet-zelf?

Meester: Wat is je ware zelf?

Verder lezen: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

 

Spiegeltje spiegeltje

Monnik: Wat ziet u toch in mij.

Meester: Mezelf.

Monnik: Bevalt het?

Meester: Het is geen gezicht.

Lees ook: Brieven zen; de dharma voorbij

Gezichtsverlies

Monnik: Wat is mijn oorspronkelijke gezicht?

Meester: Geen gezicht.

Monnik: Wat is geen gezicht?

Meester: Iemand die zijn oorspronkelijke gezicht probeert te zien.

Verder lezen: Zoeken naar het einde van het zoeken

Demasqué

Monnik: Wat zit er onder mijn oorspronkelijke gezicht?

Meester: Je ware masker.

Monnik: Wat zit er onder mijn ware masker?

Meester: Het volgende maskergezicht.

Monnik: Masker of gezicht?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Monnik: Bedoelt u dat het allemaal manifestaties van het ware zelf zijn?

Meester: Het ware wat?

Monnik: Wat als we alle maskers afleggen?

Meester: Tja.

Monnik: Is dat wat eronder zit of weet u het niet?

Meester: Ik zie het verschil niet.

Verder lezen: Meester Tja en de tao van tja

Hoe je je van je ego verlost

Meltdown

1.

Monnik: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Monnik: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: Ego en zelf.

Monnik: Hoe verlos ik mij van mijn ego?

Meester: Door de munt om te smelten.

Monnik: Maar dan raak ik het zelf ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Monnik: Maar dat wil ik helemaal niet.

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

2.

Monnik: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Monnik: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: Vorm en leegte.

Monnik: Hoe verlos ik mij van mijn vorm?

Meester: Door de munt om te smelten.

Monnik: Maar dan raak ik de leegte ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Monnik: Maar dat wil ik helemaal niet.

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

3.

Monnik: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Monnik: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: Leerling en leraar.

Monnik: Hoe verlos ik mij van de leerling?

Meester: Door de munt om te smelten.

Monnik: Maar dan raak ik de leraar ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Monnik: Maar dat wil ik helemaal niet.

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

4.

Monnik: Wat ben ik?

Meester: Een munt.

Monnik: Wat zijn de keerzijden daarvan?

Meester: Mens en boeddha.

Monnik: Hoe verlos ik mij van de mens?

Meester: Door de munt om te smelten.

Monnik: Maar dan raak ik de boeddha ook kwijt.

Meester: Als dat geen bevrijding is.

Monnik: Maar dat wil ik helemaal niet.

Meester: Dan blijf je toch lekker jezelf.

Verder lezen: Wat is non-dualiteit?

Foundation

1.

Piet: Onder deze schminklaag ben ik helemaal mezelf.

Sint: Onder deze schminklaag ben ik een en al schmink.

2.

Piet: Onder deze schminklaag ben ik helemaal mezelf.

Sint: Onder mezelf ben ik een en al schmink.

3.

Piet: Onder deze schminklaag ben ik helemaal mezelf.

Sint: Onder mezelf ben ik helemaal zonder mezelf.

4.

Piet: Onder deze schminklaag ben ik helemaal mezelf.

Sint: Zonder mezelf ben ik helemaal mezelf.

Verder lezen: Kosmische grappen

Het Grootste Boek

Piet: Wat staat er allemaal in uw grote boek?

Sint: Eerlijk zeggen?

Piet: Eerlijk zeggen.

Sint: Helemaal niets.

Piet: Maar u leest er toch uit voor?

Sint: Ik doe alleen maar alsof.

Piet: Mag ik u wat vragen?

Sint: Ga je gang.

Piet: Wat staat er in over mij?

Sint: Eerlijk zeggen?

Piet: Eerlijk zeggen.

Sint: Helemaal niets.

Piet: Zo slecht kent u mij?

Sint: Zo goed ken ik jou.

Verder lezen: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Een kwestie van ontbinding

Monnik: Wat moet ik doen om mijn ware ik te zien?

Meester: Wat denk jij?

Monnik: De puntjes verbinden.

Meester: De lijntjes uitgummen.

Monnik: Wou u beweren dat ik alleen maar uit losse puntjes besta?

Meester: Zie eerst die lijntjes nou maar weg te krijgen.

Monnik: En dan?

Meester: Die puntjes natuurlijk.

Monnik: En dan krijg ik eindelijk mijn ware ik te zien?

Meester: En dan het gummen nog ongedaan maken.

Verder lezen: De dood doodgedacht

Onder stellingen

Monnik: Wie bent u ten diepste?

Meester: Die vraag veronderstelt dat ik ben.

Monnik: Wou u beweren van niet?

Meester: Ik zou het niet in mijn hoofd halen.

Monnik: Ziet u uw bestaan als hypothetisch?

Meester: Dat is ook maar een hypothese.

Monnik: Die u koestert?

Meester: Die jij oppert.

Monnik: Wie bent u ten diepste, gesteld dat u bent?

Meester: In plaats van?

Monnik: Oppervlakkig gezien.

Meester: Die vraag veronderstelt dat er meerdere niveaus zijn.

Monnik: Wou u beweren van niet?

Meester: Ik zou het niet in mijn hoofd halen.

Monnik: Als in ‘alleen maar dit’ of ‘what you see is what you get’?

Meester: Die vraag veronderstelt dat er van alles is.

Monnik: Wou u beweren van niet?

Meester: Ik zou het niet in mijn hoofd halen.

Monnik: Ziet u het bestaan als hypothetisch?

Meester: Dat is ook maar een hypothese.

Monnik: Wat als alles een illusie is?

Meester: Die vraag veronderstelt dat de illusie echt is.

Monnik: Wou u beweren van niet?

Meester: Ik zou het niet in mijn hoofd halen.

Monnik: Is alles dan alleen maar hypothetisch?

Meester: Dat is ook maar een hypothese.

Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dat ook.

Verder lezen: Denkbeeldenstorm!

36. Een verlichte groeten

Wuzu zei: ‘Kom je op de weg een verlichte tegen dan is spreken al even ongepast als zwijgen. Hoe zou jij hem begroeten?’

36 spreken of zwijgen

Carnavalsgroeten

Maandag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Een wat?

Dinsdag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Zonder spreken of zwijgen.

Woensdag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Ja, dáág.

Donderdag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Hoe dan ook.

Vrijdag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Met deze vraag.

Zaterdag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Waarom zou je?

Zondag

Monnik: Hoe groet je een verlichte zonder spreken of zwijgen?

Meester: Denk je dat hij daarmee bezig is?

Monnik: Waarschijnlijk niet.

Meester: Waarom jij dan wel?

Gemaakt wijs

Monnik: Een verlichte groet je niet door te spreken of te zwijgen.

Meester: Wie heeft je dat nou weer wijsgemaakt.

Monnik: Wat verstaat u onder een verlichte?

Meester: Iemand die het niet uitmaakt hoe je hem groet?

Monnik: En als het hem toch uitmaakt?

Meester: Maakt niet uit.

Monnik: Hoe weet je dan of hij verlicht is?

Meester: Wat maakt het uit.

Monnik: U of hem?

Meester: Maakt niet uit.

Monnik: Mij maakt het wel uit.

Meester: Het is te merken.

Monnik: Het maakt mij ook uit of ik zelf verlicht ben.

Meester: Je bent er maar druk mee.

Monnik: Ik wou dat het mij ook niet meer uitmaakte.

Meester: Waarom?

Monnik: Een verlichte is iemand die het allemaal niet meer uitmaakt.

Meester: Wie heeft je dat nou weer wijsgemaakt?

De keizer heeft geen veren

Monnik: Een verlichte groet je niet door te spreken of te zwijgen.

Meester: Ook goeiemorgen.

Monnik: Dat zou namelijk ongepast zijn.

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Monnik: Realisatie van het ware zelf.

Meester: Goeiedag.

Monnik: Wat zou u zeggen?

Meester: Doei.

Monnik: Even serieus.

Meester: Zie je mij lachen?

Monnik: Wat is verlichting volgens u?

Meester: In je hemd staan.

Monnik: Wát?

Meester: Met je billen bloot gaan.

Monnik: Dat is nog erger.

Meester: Geen draad meer aan je lijf hebben.

Monnik: Wat zeg je tegen zo iemand?

Meester: De keizer heeft geen kleren.

Monnik: Bij wijze van groet, bedoel ik.

Meester: Koud hè.

Monnik: En zonder te spreken?

Meester: Brr.

Lees ook: Hoera, verlicht.

Twee zielen

Zegt de ene meester: Eh…

Zegt de andere: U haalt me de woorden uit de mond.

Poep op je hoed

1.

Zegt de ene meester: Alles goed?

Zegt de andere: Alles wel, maar verder?

2.

Zegt de ene meester: Alles goed?

Zegt de andere: Poep op je hoed.

Zegt de ene: Ik heb geen hoed.

Zegt de andere: En ik geen goed.

3.

Zegt de ene meester: Alles goed?

Zegt de andere: Wat heet alles.

Zegt de ene: Beter had ik het niet kunnen zeggen.

Zegt de andere: En met jou?

Zegt de ene: Wat heet goed.

Zegt de andere: Beter had ik het niet kunnen zeggen.

4.

Zegt de ene meester: Alles goed?

Zegt de andere: Wat heet goed.

Zegt de ene: Beter had ik het niet kunnen zeggen.

Zegt de andere: Wat heet beter.

5.

Zegt de ene meester: Alles goed?

Zegt de andere: Beter had ik het niet kunnen zeggen.

Zegt de ene: Je had het beter niet kunnen zeggen.

Zegt de andere: Wat heet.

Reiziger in knoopsgaten

Monnik: Wat is verlichting?

Meester: Vertrekken.

Monnik: Hè?

Meester: Je klinkt verrast.

Monnik: Ik dacht dat verlichting aankomen was.

Meester: Maar het is vertrekken.

Monnik: Waarvandaan?

Meester: Van waar je maar denkt te zijn.

Monnik: En als je nou nergens denkt te zijn?

Meester: Dan is dat je vertrekpunt.

Monnik: En als je niet denkt ergens of nergens te zijn?

Meester: Dan ben je al vertrokken.

Monnik: En dat zou verlichting zijn?

Meester: Wat?

Monnik: Vertrokken zijn?

Meester: Denken dat je vertrokken bent is alweer aangekomen zijn.

Monnik: Waar dan?

Meester: Dat hangt ervan af.

Monnik: Waarvan af?

Meester: Of je verlicht bent of onverlicht.

Monnik: Als je verlicht bent?

Meester: Dan is dat je vertrekpunt.

Monnik: En als je onverlicht bent?

Meester: Dan is dat je vertrekpunt.

Monnik: En anders?

Meester: Ben je al vertrokken.

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Nablijver

Monnik: Verlichting is vertrekken.

Meester: Dan is dat je uitgangspunt.

Monnik: Ik bedoel, verlichting is onderweg zijn.

Meester: Dan is dat je uitgangspunt.

Monnik: Wat moet ik nou met een uitgangspunt.

Meester: Achter je laten natuurlijk.

Monnik: Maar ik zeg toch dat verlichting vertrekken is.

Meester: Wat draal je dan?

Lees ook: Metaforen voor verlichting.

Binnenkruier

Meester: Wat is verlichting volgens jou?

Monnik: Reizen zonder bagage.

Meester: Dan is dat je bagage.

Monnik: Wat?

Meester: Het idee dat verlichting reizen zonder bagage is.

Monnik: Wat is verlichting volgens u?

Meester: Ik zeg niks.

Monnik: Verlichting is eigenlijk niks, wou u zeggen.

Meester: Dan is dat je bagage.

Monnik: Verlichting is niks zeggen, wou u zeggen.

Meester: Dan is dat je bagage.

Monnik: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan is dat je bagage.

Lees ook: Grote Twijfel, Grote Verlichting

Koekenbakkers

Monnik: Wat is de overeenkomst tussen de verlichte en de onverlichte?

Meester: Beide kletsen maar wat.

Monnik: En het verschil?

Meester: De laatste gelooft erin.

Monnik: U niet?

Meester: Wou jij beweren dat ik verlicht ben?

Monnik: Wou u beweren van niet?

Meester: Mij niet gezien.

Monnik: Bedoelt u van wel?

Meester: Mij niet gezien.

Monnik: Wat bedoelt u dan?

Meester: Ik klets maar wat.

Monnik: Dus er is geen enkel verschil tussen de verlichte en de onverlichte?

Meester: Kletskoek.

Monnik: Maar u gelooft nergens meer in?

Meester: Jij gelooft ook alles.

Koans 1-12, Koans 13-24, Koans 37-48