Wat is spiritualiteit?

‘Ware spiritualiteit kent geen valse spiritualiteit.’ Dwaalteksten over gezond verstand, spiritueel verstand, ghost busters en de geest van niet-weten.

Wat is niet-weten?

De Nacht van de Spiritualiteit

Komt er ooit een eind aan?

De Nacht van de Spiritualiteit

Tijdens de Nacht van de Spiritualiteit draagt de meester een gedicht voor in de categorie De Hoogste Werkelijkheid.
Hij neemt plaats op het spreekgestoelte, stelt de microfoon af, schraapt zijn keel, recht zijn rug en haalt zijn schouders op.
Met een knikje bedankt hij het publiek en verlaat het spreekgestoelte.

Later die nacht draagt de meester nog een gedicht voor, ditmaal in de categorie Wat is Spiritualiteit?
Zoals gebruikelijk begint hij met de titel.
Hij zegt: De Langste Nacht.
Met een knikje bedankt hij het publiek en verlaat het spreekgestoelte.

De volgende ochtend maakt de meester zijn opwachting in de Ontbijtshow.
De gastvrouw vraagt hem of hij niet beter helemaal had kunnen zwijgen.
Meester: Waarover?
Gastvrouw: De Hoogste Werkelijkheid.
Meester: De wat?
Gastvrouw: Wel een beetje meewerken, hè.
Meester: Ik heb toch niks gezegd?
Gastvrouw: U hebt uw schouders toch opgehaald?
Meester: En?
Gastvrouw: Dat had u ook kunnen laten.
Meester: Mij te veelzeggend.
Gastvrouw: Wilt u op deze wijze de Mind aan de kaak stellen?
De meester haalt zijn schouders op.

Een poosje later vraagt de gastvrouw hem of De Langste Nacht naar zijn mening eindig of eeuwig is.
Meester: Welke langste nacht?
Gastvrouw: Komt er ooit een eind aan?
Meester: Komt er ooit een eind aan de Ontbijtshow?
Gastvrouw: Aan deze aflevering of aan de hele Ontbijtshow?
Meester: Zeg dat wel.
De gastvrouw haalt haar schouders op.
Nou dan, zegt de meester.

De Ontbijtshow

Gezond verstand, spiritueel verstand en onverstand

De spiritualiteit van niet-weten en niet weten van spiritualiteit

Beste Hans,
De enige vraag die een mens, ieder mens, zich mijns inziens onophoudelijk zou moeten stellen is deze: Wie ben ik? Niet: ‘Waarom kwam Bodhidharma naar China?’ Niet: ‘Beweegt de wind of beweegt de vlag?’ Niet: ‘Is de verlichte nog onderhevig aan de wet van oorzaak en gevolg?’ Alleen maar: Wie ben ik? Drie simpele woordjes.

Dan nog is het moeilijk om in het spoor te blijven, want ‘the discursive mind is devious’ (Osho). Verwijzingen naar de boeddhanatuur door mijn zenleraren, close reading van Ramana Maharshi en Jed McKenna, internationale retraites bij de Oneness University (waar ik deeksha leerde geven) konden niet verhinderen dat ik jaar na jaar ziende blind en horende doof bleef. Wie ben ik? Wie ben ik? Wie ben ik? De vraag der vragen, en ik bleef er maar omheen draaien. Het Ene dat rondjes om zichzelf draait! Maar wat ik vragen wilde: wie ben jij?

Beste Greeta,
Ja, veel mensen maken zich druk over de vraag wie ze zijn, en veel van hen vinden een antwoord, waaronder jij.
Vreemd genoeg niet allemaal hetzelfde antwoord, integendeel, maar onder gelijkgestemden dondert dat niet, daarom zoeken ze elkaar op.
Ramana Maharshi beveelt de vraag ‘Wie ben ik?’ van harte aan, waaruit we kunnen opmaken dat hij zoals iedereen denkt dat iedereen denkt zoals hij, maar hij heeft hem natuurlijk niet zelf bedacht.
En hij mag hem dan hebben aanbevolen, het is zeker niet de enige levensvraag die je kunt stellen, of de spannendste.

De spannendste levensvragen zijn misschien de vragen, welke dan ook, die zich onontkoombaar aan je opdringen.
Je eigen vragen.
De mijne was ‘Zeker weten?’
Daar zat ik al op de lagere school mee in mijn maag.
Arm joch.
Arme leraren.
Andere mensen zitten in hun maag met vragen als ‘Wat ben ik?, ‘Ben ik?’, ‘Is dit alles?’, ‘Wat is de mens?’, ‘Wat is de wereld?’, ‘Wat is tijd?’, ‘Wat is echt?’, ‘Wat is waar?’, ‘Wat is de zin van mijn leven?’, ‘Wat is liefde?’, ‘Hoe word ik gelukkig?’, ‘Wat is wijsheid?’, ‘Bestaat god?’, ‘Waarom heb ik een piemel?’, ‘Waarom heb ik geen piemel?’ ‘Hoe moet ik sterven?’, ‘Waarom moet ik dood?’
Mijn vader heeft hoogstpersoonlijk de vraag ‘Waarom ben ik nou ik?’ bedacht, als we hem tenminste mogen geloven.
Maar hij vond het leuker om ermee te pronken dan erover na te denken.

De appel valt niet ver van de boom.
Ook ik maak liever goede sier met lastige vragen dan met doorwrochte antwoorden.
Meer dan ooit, eerlijk gezegd.
Al was het maar om ’s mensens woordenvloed te stelpen.
Helpen doet het niet, want een vraag stellen is een antwoordapparaat aanzetten, dat na een hemelse stilte vanzelf begint te ratelen tot je er een nieuwe vraag in stopt.

Zelf ben ik geen haar beter, en wat doe je eraan.
Gek: ooit wist ik niet goed wat ik moest zeggen en durfde ik dat niet goed te zeggen.
Tegenwoordig weet ik helemaal niet meer wat ik moet zeggen en kan ik daar niet meer over ophouden.
Wie ben ik?
Zo ben ik.
Zo ik ben.

Dat de ene hamvraag beter of effectiever of fundamenteler is dan de andere zie ik niet.
Ham is ham.
Het is maar net wat je aanspreekt, als het stellen van levensvragen je überhaupt al aanspreekt.
Mijn lief heeft er bijvoorbeeld niets mee.
Ze kijkt je hooguit glazig aan vanuit een onverworven helderheid waarin antwoorden noch vragen ronddrijven.
Denk je dat ze ooit mijn stukken leest?
Maar als een levensvraag je werkelijk obsedeert, kan hij als breekijzer van het gezond verstand werken, zeggen ze.
Trek er één kaart uit, welke dan ook, en je hele kaartenhuis stort in.
Een vraag als ‘Wie ben ik?’ kan op den duur je hele zelfbeeld vernietigen, je wereldbeeld en al je andere denkbeelden in zijn val meeslepend.
Maar hoe vaak gebeurt dat?

Eerder inspireert een levensvraag tot een hoop getob en tot de vorming van een nieuw verstand dat de plaats van het gezond verstand inneemt en dat ik hier maar even een spiritueel verstand zal noemen.
De denkbeweging die het ene kaartenhuis omverwerpt, schept meteen het volgende.
Het maatschappelijk correcte antwoord van het gezond verstand op de vraag ‘Wie ben ik?’, bijvoorbeeld mijn persoon, mijn lichaam, mijn verleden, mijn gedachten, mijn teksten, Amsterdammer, minnaar, patiënt, snoepkous, wordt mettertijd vervangen door een spiritueel correct antwoord als Bewustzijn, het Kennen, de Geest, Geen-geest, het Zelf, Geen-zelf, Atman, Anatman, het Absolute, het Alomvattende, het Onzegbare, Tao, de Bron, Boeddha, Boeddhanatuur, Essentie, Liefde of, in jouw geval, het Ene.

Triomfantelijk zetten we het masker van de persoon af en noemen het masker van de non-persoon dat eronder tevoorschijn komt ons oorspronkelijk gezicht.
Als uien die hun buitenste schil afwerpen om hun ware schil te tonen.
Kleine ik maakt plaats voor grote ik, persona non grata voor grata non persona.
Het ego heeft afgedaan – de hoogmoedige die steeds maar roept: ik ben de grootste, ik heb de dikste, ik heb de duurste, ik ben de snelste! – en het zelf heeft het stokje overgenomen – de deemoedige die steeds maar roept: ik ben het ene, ik ben alles, ik ben allen, ik ben liefde, ik ben goed, ik ben god, ik ben boeddha, ik ben de verlosser, ik ben de schepper, ik ben dit, ik ben dat, ik bén, ik ben niet!
Waarop we plechtig spreken van spirituele groei, verlichting, realisatie, transformatie of transcendentie en onszelf of elkaar transmissie, exotische namen, aanspreektitels, stambomen, kledingstukken, lesbevoegdheden en privileges verlenen.

Transmissie en transcendentie

Prachtig allemaal, wat een schouwspel, maar voor hetzelfde geld of heel wat meer is het spiritueel verstand, die zogenaamde bevrijder, gewoon de volgende bezetter van je bovenkamer.
Voorgoed, of tot zich een nieuwe bevrijder-bezetter aandient.
Zo verruilde Niko Tydeman het seminarie voor zen; Katinka Hesselink de theosofie voor het Tibetaans boeddhisme; Paul van der Sterren vipassana voor advaita, Alexander Smit het non-dualisme voor new age en jijzelf naar eigen zeggen Calvijn voor Osho, Osho voor tantra, tantra voor zen, zen voor advaita en advaita voor oneness.

Greeta: Wat is spiritualiteit voor jou?

Hans: In ieder geval niet het vervangen van het oude, afgeleefde, niet meer zo gezonde verstand door een tijdloos en superieur spiritueel of religieus verstand, en ook niet het vervangen van een bij nader inzien tijdelijk en inferieur spiritueel of religieus verstand door een ditmaal toch echt tijdloos en superieur exemplaar.
Spiritualiteit is voor mij niet de ene geest bezweren en de volgende uit de fles laten.

Greeta: Wat is het dan wel?

Hans:
Geesten doden.
Deze ook.
Zonder uitzondering.
Deze ook.
Nu, en nu, en nu.
Deze ook.

Greeta: Geestdodend, zeg.

Hans: Geestdodend voor wie gedachten spaart.
Ik spaar ze niet en zeg geest-dodend.
Maar in feite zijn ze zelfdodend, ik spaar mezelf.
Daarom zeg ik liever geestverruimend, want zo voelt het – dope is er niks bij, juicht het in mij – maar dat leidt meteen weer tot de hypostase van een geest, ditmaal van het verruimbare type, laten we zeggen de uitvouwgeest, en daarmee tot een spiritueel project, namelijk het uitvouwen ervan, dat natuurlijk weer ontelbare kalpa’s van niet-aflatende oplettendheid, studie, exegese, oefening, caritas en dana vergt, om over vanitas en eros maar te zwijgen.
Maak je zafu maar nat, zei de ijdeltuit, en schonk zich dampend in haar uit.

Greeta: Welke geesten moeten er allemaal dood?

Hans: Onder geesten versta ik gedachten, zoals deze.
Onder gedachten versta ik geesten, zoals deze.

Greeta: De oorspronkelijke geest, de universele geest, de lege geest, de grote geest, de algeest?

Hans:

If you’re seeing things
Running through your head
Who can ya call?
Ghost Busters!

Greeta: En de weetnietgeest dan?

Hans: Pang!

Greeta: En de killer mind?

Hans: Pang!

Greeta: Wat blijft er dan nog over?

Hans: Álles natuurlijk.
Alles natúúrlijk.

Dood de Boeddha(doder)

gezond verstand: denken dat overheerst wordt door algemeen gangbare denk-beelden

spiritueel verstand: denken dat overheerst wordt door in spirituele en religieuze kringen gangbare denk-beelden

denk-beeld: versteend denkbeeld, dat wil zeggen een denkbeeld dat als uitgangspunt en toetssteen voor het denken fungeert maar zelf buiten schot blijft

zelf-beeld: versteend zelfbeeld

Zo ook wereld-beeld, mens-beeld, gods-beeld, boeddha-beeld, ideaal-beeld, schrik-beeld et cetera.

wegwerpwoord: woord om gauw te vergeten, bijvoorbeeld denk-beeld, zelf-beeld, wereld-beeld, mens-beeld, gods-beeld, boeddha-beeld, ideaal-beeld, schrik-beeld, gezond verstand, spiritueel verstand en wegwerpwoord

Deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Ghost busters!’

Denk jij dat je ziet wat is?

‘Ziet een berg? Hoor, ik regen.’ Spiritualiteit tussen aanhalingstekens.

Beste Hans,
Op de website van Zentrumculemborg zag ik dit gedicht:

Is er een berg, dan zien we een berg.
Als het regent, horen we regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Ochtend goed, avond goed.

Dat leek me wel iets voor jou.

Beste Yara,

Zien we een berg dan is er nog geen berg.
Horen we regen dan is er nog geen regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Wat heet goed.

Yara: Misschien helpt deze evergreen:

Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren.
Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.
Nu zijn bergen weer bergen en rivieren rivieren.

Hans:

Ziet, een berg. Ziet een berg?
Hoor ik regen? Hoor, ik regen.
Lente, zomer, herfst, winter:
Wat heet beter.

Yara: Voor mij zit jij vast in het tweede stadium.

Hans: Waarvan?

Yara: ‘Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.’

Hans: Toen waren stadia geen stadia meer.

Yara: Voor mij zijn bergen weer bergen en rivieren weer rivieren.

Hans: Zit jij vast in het derde stadium?

Yara: Een gewetensvraag: zie jij wat je denkt of zie jij wat is?

Hans: Denk jij dat je ziet wat is?

Yara: Jouw berg laat zich niet verplaatsen. Het ga je goed.

Hans: Mijn plaats laat zich niet verbergen. Ik zit hier goed.

Een jaar later

Beste Hans,
Ik heb veel tijd op je website doorgebracht en vastgesteld dat jij je wel degelijk bezondigt aan stadiumdenken. Zo maak je in Ghost busters onderscheid tussen het gezonde verstand, het spirituele verstand en het onverstand, waarbij het tweede het eerste vervangt, en (naar jouw oordeel bij hoge uitzondering) het derde het tweede. Meestal zijn er voor jou echter maar twee stadia: weten en niet-weten. In een bespreking van de donkere nacht van de ziel van Jan van het Kruis zeg je bijvoorbeeld: ‘Mijn uitgaan is reeds Zijn ingaan.’

Wel ga je heel vrij om met de diverse modellen, vind ik. Je zit er niet in vast. Je provoceert, maar gaat de strijd niet aan en blijft altijd dicht bij je hart. En al weet je heg noch steg, je wringt je niet in bochten maar stevent recht op je doel af. Dit is volgens mij in een notendop jouw spiritualiteit:

Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren.
Nu zijn bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren.

Wat zeg jij?

Hans:

Eerst waren bergen bergen en rivieren rivieren.
Nu zijn bergen ‘bergen’ en rivieren ‘rivieren’.

Yara: Dat komt op hetzelfde neer, toch?

Hans: Voor mij niet.
‘Nu zijn bergen ‘bergen’ en rivieren ‘rivieren’ is een samentrekking van ‘Toen waren bergen geen bergen meer en rivieren geen rivieren’ en ‘Nu zijn bergen weer bergen en rivieren weer rivieren.’
Want voor mij zullen bergen nooit meer bergen zijn, ook al zijn het dan weer bergen.
Rivieren zullen nooit meer rivieren zijn, ook al zijn het dan rivieren.

Yara: Dat snap ik niet.

Hans:

Krom is ‘krom’ en recht is ‘recht’
Goed is ‘goed’ en slecht is ‘slecht’

Strijd is ‘strijd’ en vrede ‘vrede’
Hart is ‘hart’ en rede ‘rede’

Ik ben ‘ik’ en jij bent ‘jij’
Vast is ‘vast’ en vrij is ‘vrij’

Heg is ‘heg’ en steg is ‘steg’
Doel is ‘doel’ en weg is weg

En ook het dichten
Gaat voorbij

De Waterberg

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Polderspiritualiteit

Geen bergen, geen rivieren

Niet weten is als de polder.

Vlak en open.
Een groene woestijn.
Een zee van gras.

De grootste hoogte is de grootste diepte.
Je voetstuk steekt niet boven het maaiveld uit, het maaiveld niet boven je voetstuk.
Geen weg om te vinden, geen weg om te volgen, geen weg om kwijt te raken.

Geen bergen, geen rivieren.
Geen bergen die geen bergen meer zijn, geen rivieren die geen rivieren meer zijn.
Geen bergen die weer bergen zijn, geen rivieren die weer rivieren zijn.

Niets om je achter te verbergen, niets om te bedwingen, niets om in te verdrinken.
Niets om naartoe te lopen, niets om vandaan te lopen.
Niets dan meer van hetzelfde, schijnbaar ingesloten door een onbereikbare einder.

De ene polder is de andere.
Gene zijde is deze zijde.
Daar is hier.

De polder biedt maat noch houvast.
Wat je ziet is wat je krijgt.
In de polder zijn is blind zijn voor de polder.*

Niet weten is als de polder.

De Polderberg

* polderblindheid: onvermogen tot het schatten van de juiste afstand, door het ontbreken van markante herkenningspunten in een polderlandschap (Van Dale)

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Spiritualiteit maakt plaats

Als de bom barst

Meester: Wat is spiritualiteit?
Leerling: Persoonlijke groei.
Meester: Wat groeit er volgens jou?
Leerling: Kennis. Inzicht. Wijsheid.
Meester: Hm.
Leerling: Wat groeit er volgens u?
Meester: Twijfel?
Leerling: Spiritualiteit is groeiende twijfel?
Meester: Tot de bom barst.
Leerling: Waarom barst de bom?
Meester: Zeg jij het maar.
Leerling: Om plaats te maken voor een hoger weten. Toch?
Meester: Och.
Leerling: Wat zou u zeggen?
Meester: Om plaats te maken?
Leerling: Maar waarvoor?
Meester: Moet iedere ruimte dan meteen weer ingenomen worden?

Moet iedere ruimte dan meteen weer ingenomen worden?

Ware spiritualiteit kent geen valse spiritualiteit

Moet spiritualiteit groter maken of kleiner? Inspireren of expireren? Engageren of degageren? Aansteken of uitdoven?

Inspirator

Leerling: Ik weet het niet met dat niet-weten.
Meester: Zeg dat wel.
Leerling: Ware spiritualiteit inspireert.
Meester: Ware spiritualiteit kent geen valse spiritualiteit.
Leerling: Het geeft je lucht; het maakt je groter.
Meester: Zijn we al niet groot genoeg?
Leerling: Het versterkt je betrokkenheid.
Meester: Zijn we al niet betrokken genoeg?
Leerling: Het geeft je energie om dingen te doen.
Meester: Doen we al niet genoeg?
Leerling: Om dingen te veranderen.
Meester: Verandert er al niet genoeg?
Leerling: Om jezelf te verbeteren.
Meester: Zijn we al niet goed genoeg?
Leerling: Je groeit ervan, je leven lang.
Meester: Zijn we al niet groot genoeg?
Leerling: Ik weet het niet met dat niet-weten.
Meester: Zeg dat wel.
Leerling: Ware spiritualiteit inspireert.
Meester: Ik zou het echt niet weten.

Gebakken licht

Expirator

Leerling: Ik weet het niet met dat niet-weten.
Meester: Zeg dat wel.
Leerling: Ware spiritualiteit expireert.
Meester: Ware spiritualiteit kent geen valse spiritualiteit.
Leerling: Het beneemt je de adem; het maakt je kleiner.
Meester: Zijn we al niet klein genoeg?
Leerling: Het vermindert je gehechtheid.
Meester: Zijn we al niet onthecht genoeg?
Leerling: Het geeft je de kracht om dingen op hun beloop te laten.
Meester: Laten we al niet genoeg dingen op hun beloop?
Leerling: Om jezelf te nemen zoals je bent.
Meester: Ik ben een echte streber.
Leerling: Het brengt je bij de stilte in jezelf.
Meester: Verzwijgen we al niet genoeg?
Leerling: Je krimpt ervan, je leven lang.
Meester: Zijn we al niet klein genoeg?
Leerling: Ik weet het niet met dat niet-weten.
Meester: Zeg dat wel.
Leerling: Ware spiritualiteit expireert.
Meester: Ik zou het echt niet weten.

Gebakken lucht

Een variatie op deze tekst is verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Spiritualiteit zonder spiritualiteit

Daar sta je dan met je mooie woorden

Beste Hans,
Ik bespeur bij jou een grote afstand tot het denken; de afstand die door Jiddhu Krishnamurti ‘keuzeloos gewaarzijn’ werd genoemd. Is dat niet de quintessens van spiritualiteit?

Beste Werner,
Inderdaad schijnt er een grote afstand te zijn, maar vraag me niet waartussen.
Anders ga ik domme dingen roepen als: ‘tussen mij en het denken’, en zadel ik ons meteen weer op met een ‘denker’ en een ‘denken’.
Zie er dan nog maar eens van af te komen.
Om over ‘afstand’, ‘ons’ en ‘opzadelen’ nog maar te zwijgen.
Als er werkelijk een grote afstand tot het denken is, dan ook, en niet in de laatste plaats, tot de gedachte dat er een grote afstand tot het denken is.
Dus daar sta je dan met je mooie inzicht.

Hetzelfde geldt voor het keuzeloos gewaar zijn van J. Krishnamurti.
Als je werkelijk keuzeloos gewaar bent, dan ook van de gedachte dat je werkelijk keuzeloos gewaar bent, en ook van de gedachte dat er een ‘je’ is en dat er ‘gedachten’ zijn waarvan die ‘je’ zich ‘keuzeloos gewaar is’, of juist geen ‘je’ of geen ‘gedachten’ of geen ‘keuzeloos gewaar zijn’ daarvan, et cetera, enzovoort.
Dus daar sta je dan met je mooie woorden.

Werner: Ben jij naar jouw gevoel helemaal onthecht – ook van algemeen erkende spirituele termen als keuzeloos gewaarzijn?

Hans:
En ook van de gedachte dat ik naar mijn gevoel helemaal onthecht ben – ook van algemeen erkende spirituele termen als keuzeloos gewaarzijn.
Ook van de gedachte dat er een ik is, of onthechting, of geen ik en geen onthechting.
Ook van de gedachte dat keuzeloos gewaarzijn een algemeen erkende spirituele term is, of dat dat niet zo is.
Ook van de gedachte dat er algemeen erkende spirituele termen zijn, of dat die er niet zijn.
Ook van de gedachte dat er zoiets is als de quintessens van spiritualiteit, of dat die er niet is.

Werner: Dat bedoel ik. Jij gelooft niets meer. Jij weet niets meer, zelfs niet niets. Jij bent overal van onthecht.

Hans:
Ook van de gedachte en het verlangen niets meer te geloven.
Ook van de gedachte en het verlang niets meer te weten, zelfs niet niets.
Ook van de gedachte en het verlangen overal van onthecht te zijn.

Werner: Dus daar sta je dan.

Hans: Met lege handen.

Werner: En een mond vol tanden.

Hans: Maar om dat nou ‘keuzeloos gewaar zijn’ te noemen?

Maanden later

Beste Hans,
Ik heb er lang over nagedacht en ik kan het maar niet met mezelf eens worden: is niet-weten nou het toppunt van keuzeloos gewaarzijn is of het einde ervan?

Hans: Dan neem je toch afstand van beide.

Werner: Ik denk dat Jiddhu je in zijn armen zou sluiten.

Hans: Krishna is al een tijdje murti.

Werner: Laat ik het dan zo zeggen: er is een keuzeloos gewaarzijn van de gedachte: ‘Ik denk dat Jiddhu Krishnamurti je in zijn armen zou sluiten.’

Hans: Dan neem je toch afstand van beide.

Werner: Is afstand iets wat je neemt of iets wat je overkomt?

Hans: Of beide of geen van beide.

Werner: Waarom zwijg je niet als je toch niets te zeggen hebt?

Hans: Wie zegt dat ik niets te zeggen heb?

Werner: Waarom zeg je het dan niet?

Hans: Maar ik doe al niet anders.

Werner: Maar niet met zoveel woorden.

Hans: Zoveel woorden heb ik niet.

Spiritualiteit is: werkeloos toezien

Uitzichtloos werk

‘Wat is spiritualiteit voor jou?’
‘Keuzeloos gewaarzijn, Hans.’
‘Werkeloos toezien, zul je bedoelen.’
‘Jij weet het altijd zo fraai te zeggen.’
‘Ik mag het beestje graag bij de naam noemen.’
‘Zie jij ook werkeloos toe?’
‘Nee, ik doe uitzichtloos werk.’
‘Wat dan?’
‘Niet weten onder woorden brengen.’
‘Wat is daar uitzichtloos aan?’
‘Dat niet weten inzichtloos is.’
‘Dan breng je het toch zonder woorden?’
‘Dat is helemaal afzien.’

Spiritualiteit is: oeverloos herzien

Noem het dan maar een wonder

‘Wat is spiritualiteit voor jou?’
‘Keuzeloos gewaarzijn, Hans.’
‘Nou, daar kun je mee voor de dag komen.’
‘Wat is spiritualiteit voor jou?’
‘Waardeloos gewoonzijn?’
‘Waardeloos of waardenloos?’
‘Doe dan maar woordenloos.’
‘Hè?’
‘Wijzeloos, wijsheidsloos, wezenloos, weerloos, wetteloos?’
‘Noem dat maar woordenloos.’
‘Noem het dan maar weergaloos.’
‘Noem dat maar gewoon.’
‘Noem het dan maar een wonder.’
‘En de wijze is het wonder slechts gewaar.’
‘En de dwijze vindt het allemaal maar raar.’

Waar ben je nou eigenlijk bang voor?

De eeuwige vraag

‘Wat is het wezen van jouw spiritualiteit, Hans?’

‘Eh…’

‘Daar was ik al bang voor.’

‘Waar was je al bang voor?’

‘Jouw spiritualiteit heeft geen body.’

‘En niets om het lijf.’

‘Heb jij dan helemaal geen antwoorden meer?’

‘Sst.’

‘Heb jij dan helemaal geen vragen meer?’

‘Alleen maar de eeuwige.’

‘En die luidt?’

‘Waar ben je nou eigenlijk bang voor?’

Pakkie uit: spiritualiteit voor naaktlopers

Dit gaat niet over anderen

‘Wat is het wezen van jouw spiritualiteit, Hans?’

‘De keizer draagt geen kleren.’

‘Wie is hier de keizer?’

‘Daar gaat het niet om.’

‘Waar gaat het wel om?’

‘Dat hij niets aanheeft.’

‘Jij hebt niets om het lijf, zogezegd.’

‘Alles leeg en niets heilig.’

‘Zei Bodhidharma tegen keizer Liang Wu Ti.’

‘Dwijsheid kent geen tijd.’

‘En Jezus dan? Lao-Tze? Boeddha? Huangbo? Rumi? Hafiz? Meister Eckhart? Johannes van het Kruis? Baäl Sjem Tov? Ramana Maharshi? Nisargadatta Maharaj? Krishnamurti? Osho? Dogen? Linji?’

‘Dit gaat niet over anderen.’

‘Hadden zij ook niets om het lijf?’

‘Dat is hun pakkie-an.’

‘En ik?’

‘Zelfde laken een pak.’

‘Maar wat is nou het wezen van jouw spiritualiteit?’

‘Dat is nou het wezen van mijn spiritualiteit.’

‘Hier heb ik dus weer niks aan.’

‘Zie dan maar dat je keizer wordt.’

dwijsheid

Terra incognita: de spiritualiteit van het onbekende

Wit is de kleur van niet-weten

Terra incognita is Latijn voor onbekend gebied. Het is een term uit de cartografie waarmee je een oord aanduidt waarover niets bekend is.

Op globes en kaarten werd terra incognita vroeger aangegeven met witte vlekken, en soms met de tekst ‘Hier zijn draken’ (Latijn: Hic sunt dracones) of ‘hier zijn leeuwen’ (Hic sunt leones), want het onbekende werd en wordt als vreeswekkend ervaren. Desondanks of juist daarom werden er met name vanaf de vijftiende eeuw vanuit Europa tal van ontdekkingsreizen georganiseerd om de witte vlekken op de Europese kaarten in te vullen en het areaal van het terra incognita te verkleinen.

Het spirituele pad kan je opvatten als een uitnodiging om het bekende terrein van je eigen persoon, je eigen gedachten, de medemens en de wereld waarin je leeft, diepgaand te onderzoeken. Je weet nooit wat je daarbij zult ontdekken of kwijtraken, ook al denk je van wel. Zelf moest ik tot mijn ontsteltenis constateren dat het oppervlakkig bekende ten diepste onbekend was. Mijn weg werd geen ontdekkingsreis waarbij onbekende gebieden ontsloten werden, maar een toedekkingsreis waarbij ik met gum en witkwast in de hand en met pijn in het hart mijn terra cognita stukje bij beetje prijsgaf aan het onbekende, waarvan het natuurlijk, zeg ik achteraf, al die tijd deel was blijven uitmaken.

Naarmate mijn persoon, mijn gedachten, mijn medemens en mijn wereld witter werden, kon ik ze steeds moeilijker uit elkaar houden, en ten slotte heb ik het maar opgegeven. Wat niet betekent dat alles één is, want hoe kan iets dat je niet kunt onderscheiden nou verifieerbaar of zelfs maar falsifieerbaar één zijn met iets dat je ook niet kunt onderscheiden?

In de beeldspraak van het terra incognita is wit de kleur van niet-weten. Witten is het uitgummen van al je uitgangspunten, waarden, idealen en zekerheden met betrekking tot waarheid, vrijheid, bewustzijn, metafysica, vrije wil, waarneming, geloften, mededogen, God, mystiek, denken, logica, identiteit, gemoedsrust, verlichting, liefde, de dood, ethiek, de zin van het leven enzovoort. Wit noem je iemand die het allemaal niet meer weet.

Na het witten rest de witte alleen nog het witten van het witten zelf. Pas als hij ook zijn witte bril heeft afgezet, is hij werkelijk wit, dat wil zeggen, niet. Want werkelijk wit bevat alle kleuren van de regenboog. Kleurrijk is mijn persoon, kleurrijk zijn mijn gedachten, kleurrijk is mijn medemens en kleurrijk is de wereld.

Een masker van echtheid

Waar het allemaal om draait

Meester: Wat is spiritualiteit volgens jou?

Leerling: Authenticiteit.

Meester: Echt?

Leerling: Steeds minder doen alsof, steeds meer mezelf zijn, alle maskers afzetten.

Meester: Doe je nu alsof of ben je al jezelf?

Leerling: Wat is authenticiteit volgens u?

Meester: Niet weten wat echt is?

Leerling: Ik wil antwoorden, geen wedervragen.

Meester: Een masker van echtheid dan maar.

Leerling: Authenticiteit is een masker van echtheid?

Meester: Ik zou het anders ook niet weten.

Leerling: Wat is dan inauthenticiteit?

Meester: Een masker van onechtheid?

Leerling: Ik snap er niks meer van.

Meester: Nou dan.

Leerling: Waar draait het volgens u allemaal om in de spiritualiteit?

Meester: Daar draait het volgens mij allemaal om in de spiritualiteit.

Spiritualiteit zonder wijsheid

Vrijheid zonder vrijheid

Beste Hans,
Laatst werd ik na een bijeenkomst door een bezoeker geprezen om mijn ‘spiritualiteit’ en mijn ‘wijsheid’ en door een andere bezoeker om mijn ‘vrijheid van geest’. Ik was met stomheid geslagen. Alsof het daarom gaat.

Waar het wel om gaat? Dat is nou net wat ik zo waardeer aan niet-weten: volbloed spiritualiteit zonder een greintje wijsheid.

Beste Bodhi,
Het woord ‘wijsheid’ schept wijzen en dwazen, raadgevers en raadzoekers, meesters en leerlingen, autoriteiten en horigen, winnaars en verliezers; onderscheid en afstand, hoog en laag, doel en middel, bestemming en pad.
Zolang mensen denken dat het bij niet-weten om wijsheid gaat, zal ik ze tegenspreken.

Zodra mensen denken dat het bij niet-weten niet om wijsheid gaat, zal ik ze tegenspreken.
Een weetniet kan best weleens als een wijze overkomen, zeg nou zelf.
Dat wervelende derwisjdenken, die soevereine aikidokigeest die alleen nog van wijken weet – ik vind het magisch.
Ik benijd mezelf, ook al heeft het jaren moeten duren voordat ik de bittere smaak ervan leerde waarderen.
Voordat de agorafoob agorafiel werd.

Spiritueel is in mijn beleving niet deze of die gedachte maar de wijze waarop de geest (‘de geest’) afrekent met déze én die gedachte.
Dus ook met de gedachte dat de wijze met iedere gedachte kan en moet afrekenen.
Wie zo denkt, wie denkend niet denkt, maakt op sommigen kennelijk een vrije indruk.
Al valt iedere gedachte aan vrijheid bij hem- of haarzelf meteen ten prooi aan diezelfde vrijheid.
Gelukkig maar, anders was het met de vrijheid gauw gedaan.

Nazeggers en neezeggers

Het is maar net wie je napraat

Leerling: Wat is spiritualiteit?
Meester: Het ligt eraan.
Leerling: Waaraan?
Meester: Of je een nazegger bent of een neezegger.
Leerling: In het eerste geval?
Meester: Zeg je voortdurend na.
Leerling: Wat dan?
Meester: Andermans woorden. Je eigen woorden.
Leerling: En in het tweede geval?
Meester: Zeg je voortdurend nee.
Leerling: Waartegen?
Meester: Andermans woorden. Je eigen woorden.
Leerling: Wat ben ik volgens u?
Meester: Een nazegger.
Leerling: Waarom?
Meester: Anders had je dit onderscheid niet aanvaard.
Leerling: En als ik er nee tegen had gezegd?
Meester: Dan was je een neezegger.
Leerling: Waarom?
Meester: Anders had je het onderscheid niet afgewezen.
Leerling: Er is dus geen ontkomen aan.
Meester: Jij zegt het.
Leerling: Moeten we alle onderscheidingen dan maar aanvaarden?
Meester: Het is maar net wie je napraat.
Leerling: Of moeten we ze toch allemaal afwijzen?
Meester: Het is maar net wie je napraat.
Leerling: Ik dacht eigenlijk dat u hier de neezegger was.
Meester: Ik zeg niks.
Leerling: Maar wat is nou spiritualiteit?
Meester: Dat is nou spiritualiteit.

Nazeggers en tjazeggers

Dan had ik dat wel gezegd

Leerling: Wat is spiritualiteit?
Meester: Het ligt eraan.
Leerling: Waaraan?
Meester: Of je een nazegger bent of een tjazegger.
Leerling: In het eerst geval?
Meester: Zeg je almaar na.
Leerling: En in het tweede?
Meester: Zeg je almaar tja.
Leerling: Wat ben ik volgens u?
Meester: Een nazegger.
Leerling: Waarom?
Meester: Anders had je deze vraag niet gesteld.
Leerling: Wat bent u?
Meester: Tja.
Leerling: Een tjazegger dus.
Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Meester Tja

Nuzeggers en nouzeggers

Je zegt het maar

Leerling: Wat is spiritualiteit?
Meester: Het ligt eraan.
Leerling: Waaraan?
Meester: Of je een nuzegger bent of een nouzegger.
Leerling: Wat is een nuzegger?
Meester: Iemand die almaar nu zegt.
Leerling: Waarom zou hij dat doen?
Meester: Omdat hij zich (in) het eeuwige heden waant.
Leerling: Of weet.
Meester: Je zegt het maar.
Leerling: Dan ben ik een nuzegger.
Meester: Al jaren, volgens mij.
Leerling: En wat bent u?
Meester: Nou…
Leerling: Een nouzegger dus.
Meester: Nou…