Het Stilte-evangelie

‘Maar het schepsel dat haar hoort, wordt de minstreel van het woord, stil.’ Dwaalteksten over God, niet-weten en stilte.

Tekst Hans van Dam, illustraties Lucienne van Dam.

zalig zijn de armen van geest, god is een poort, dwaalgids mystiek

Het eerste deel van deze pagina (tot aan ‘Een boek met zeven zegelen’) is als serie verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


in-den-beginne
In den beginne

En het Woord was stil

In den beginne was het Woord, en het Woord was stilte, en het was stil.

Stilte-evangelie 1:1


Noot
Vers 1:1 van het Stilte-evangelie is een variatie op Johannes 1:1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

Een andere variatie op Johannes 1:1 vind je in mijn tekst woord is een god: In den beginne was het Woord, en het Woord was god, en het Woord bleef god.

En in het Kinderevangelie hieronder: Je begint met een woord, en het woord is eh, en het zingt maar rond, tot je laatste huh.


Stil gebed










dageraad
Dageraad

Onuitgesproken

Toen het woord was uitgesproken, bleek het woord al uitgesproken, en het bleef stil.

Stilte-evangelie 1:2


Stille smeekbede

Voor ons allemaal

Lieve God
Zwijg voor mij
Voor ons allebei
Zolang ik het zelf
Nog niet kan

lucifers-rode-kruis


Lucifer

Lucifer is een samentrekking van het Latijnse ‘lux’ (licht) en ‘ferre’ (drager), en betekent lichtdrager.
Daarnaast is Lucifer ook de naam van de duivel.
Lucifer verleidt de mensen met Woorden, God verleidt hen met Stilte.
God versus Lucifer, dat is de Stilte versus het Woord.
‘Bij wijze van spreken’, zegt Lucifer erbij.
Bij wijze van zwijgen, denkt God erbij.


En de stilte is geen ding

In de stilte zijn de dingen, en de dingen zijn in stilte, en het blijft stil.

Stilte-evangelie 1:3


Stille deal

Lieve God

Van u wil ik zwijgen
Zolang de gelovigen
Van u spreken

Van u wil ik spreken
Zolang de ongelovigen
Van u zwijgen

Voor u wil ik zwijgen
Zolang de gelovigen
Voor u spreken

Voor ons wil ik spreken
Zolang u maar
zwijgt

lucifers-kruis


Als een oordeel

In de stilte schreeuwt het leven, en het overschreeuwt de stilte, en ze zwijgt stil.

Stilte-evangelie 1:4


de schreeuw


Stille geloften

Mijn God…

Ik…
U…
Zal…
Nu…

Ik zál u…

Ik zal u…

Niet meer de mijne noemen…
Geen God meer noemen…
Geen u meer noemen…
Geen mij meer noemen…

Ik zal mij…

Niet meer de uwe noemen…
Geen ik meer noemen…
Geen mij meer noemen…
Geen ons meer noemen…

Ik zal ons…

Niet meer aanroepen…
Niet meer inroepen…
Niet meer herroepen…
Niet meer naroepen…

mijn god…

Ik zal…

Niet ik…
Niet u…
Niet straks…
En nu?

afgebrande-lucifers-kruisiging


Min, streel

deel, heel

Maar het schepsel dat haar hoort, wordt de minstreel van het woord, stil.

Stilte-evangelie 1:5


Stille hoop

Gebed van een zoeker

Lieve God
Zwijg voor mij
Zolang ik mezelf
Nog niet ken

Gebed van een non-dualist

Lieve God
Zwijg voor mij
Zolang ik het zelf
Nog niet ken

Gebed van een boeddhist

Lieve God
Zwijg voor mij
Zolang ik het zelf
Nog ken

Gebed van een individualist

Lieve God
Zwijg voor mij
Zolang ik mezelf
Nog niet ben

Gebed van een mysticus

Lieve God
Zwijg voor mij
Zolang ik mezelf
Nog ben

Gebed van een dwaas

Lieve God
Spreek voor mij
Zolang ik het zelf
Nog niet kan

Gebed van een wijze

Lieve God
Zwijg voor mij
Zolang ik het zelf
Nog niet kan

Gebed van een weetniet

Lieve God
Zwijg met mij
Zolang ik het zelf
Nog kan

afgebrande-lucifersen-2e-versie


Speelzin

En het zinspeelt op het woord, dat noch nimmer is gehoord, stil.

Stilte-evangelie 1:6


Stilte

  1. [letterlijk] weinig of geen geluid;
  2. [figuurlijk] innerlijke rust, vrede
  3. [met hoofdletter] persoon of god die de stilte verbeeldt
  4. [symbolisch] antwoord van de Stilte (3) op elke levensvraag
  5. [ironisch] kakofonie van antwoorden van de mens op elke levensvraag; synoniem: ruis
stilte-meeuw
Stilte

Sst

– Is de Stilte echt of fictief, Hans?

– Sst.

– Is Stilte voorbij bestaan en niet-bestaan?

– Sst.

– Is Stilte de oorsprong en bestemming van alle dingen en wezens?

– Sst.

– Is Stilte absoluut, eeuwig en oneindig?

– Sst.

– Is Stilte God of goddelijk of menselijk?

– Sst.

– Schrijf je Stilte of stilte?

– Sst.

– Is Stilte ongeboren en doodloos?

– Sst.

– Is Stilte atman, anatman of sunyata?

– Sst.

– Is Stilte ons Ware Zelf of onze Ware Natuur of Boeddhanatuur?

– Sst.

– Zijn wij allen één en dezelfde Stilte?

– Sst.

– Is de Waarheid voorbij de woorden?

– Sst.

– Hoe vind je de Stilte in jezelf?

– Sst.

– Is Stilte hetzelfde als niet-weten?

– Sst.

– Ben jij voorgoed de Stilte ingegaan?

– Sst.

Is de Stilte?

– Sst.

– Zijn wij?

– Sst.

– Je zegt alleen maar sst, Hans.

– Vraag het dan maar aan de Stilte.


Sstiltecentrum


Het Stilte-evangelie

  1. In den beginne was het Woord, en het Woord was stilte, en het was stil.
  2. Toen het woord was uitgesproken, bleek het woord al uitgesproken, en het bleef stil.
  3. In de stilte zijn de dingen, en de dingen zijn in stilte, en het blijft stil.
  4. In de stilte schreeuwt het leven, en het overschreeuwt de stilte, en ze zwijgt stil.
  5. Maar het schepsel dat haar hoort, wordt de minstreel van het woord, stil.
  6. En het zinspeelt op het woord, dat noch nimmer is gehoord, stil.
ruimtevaart-luit
Maar het schepsel dat haar hoort, wordt de minstreel van het woord, stil

Evangelie van Johannes 1


Stil leven

Oordloos in dit loze oord

Niet te kloppen zonder poort, leeft het weerloos zonder woord, stil.

Stilte-evangelie 1:7 (apocrief)


de poortloze poort


Titelitis

Het leuke van stukjes schrijven is dat je zelf de titels mag bedenken.
Het vervelende is dat je maar één titel per stukje mag gebruiken.
Vaak weet ik er wel tien, die steeds een ander accent leggen.
Voor het omstreden zevende vers van het Stilte-evangelie hierboven zou ik in plaats van de titel ‘Stil leven’ liever de volgende titellijst hebben gebruikt:

  • Kloppen
  • Te kloppen
  • Niet te kloppen
  • Poort
  • Zonder poort
  • Kloppen zonder poort
  • Niet te kloppen zonder poort
  • Leeft het?
  • Zonder poort leeft het
  • Zonder poort leeft het weerloos
  • Weerloos
  • Zonder woord
  • Weerloos zonder woord
  • Weer zonder woord
  • Weerwoord
  • Leeft weerloos
  • Niet te kloppen zonder woord
  • Zonder poort zonder woord
  • Leeft het stil
  • Niet te stil
  • Leeft het woord
  • Weerloos woord
  • Poort zonder woord
  • Poortwoord
  • Woordstil
  • Stil

Bij deze titels heb ik me beperkt tot de woorden en de woordvolgorde van het vers, anders is het hek helemaal van Van Dam.
Met zo’n lange lijst krijg je evengoed weer behoefte aan een titel, vind je niet, en wat is er nou logischer dan een van de titels uit de lijst te gebruiken?
En wat is met het oog op de leesbaarheid nou logischer dan de titellijst te presenteren als een gedicht?


Weerloos zonder woord

Kloppen
Te kloppen
Niet te kloppen
Poort
Zonder poort
Kloppen zonder poort
Niet te kloppen zonder poort
Leeft het?
Zonder poort leeft het
Zonder poort leeft het weerloos
Weerloos
Zonder woord
Weerloos zonder woord
Weer zonder woord
Weerwoord
Leeft weerloos
Niet te kloppen zonder woord
Zonder poort zonder woord
Leeft het stil
Niet te stil
Leeft het woord
Weerloos woord
Poort zonder woord
Poortwoord
Woordstil
Stil

in-den-beginne
Eeuwig beginnen

Een boek met zeven zegelen

Hieronder het stilte-evangelie inclusief het apocriefe zevende vers.
Ik noem deze variant Het Boek met Zeven Zegelen, of gewoon De Zeven Zegelen.

  1. In den beginne was het Woord, en het Woord was stilte, en het was stil.
  2. Toen het woord was uitgesproken, bleek het woord al uitgesproken, en het bleef stil.
  3. In de stilte zijn de dingen, en de dingen zijn in stilte, en het blijft stil.
  4. In de stilte schreeuwt het leven, en het overschreeuwt de stilte, en ze zwijgt stil.
  5. Maar het schepsel dat haar hoort, wordt de minstreel van het woord, stil.
  6. En het zinspeelt op het woord, dat noch nimmer is gehoord, stil.
  7. Niet te kloppen zonder poort, leeft het weerloos zonder woord, stil.

Wie ze nog denkt te kunnen verbreken zal de Zeven Zegelen misschien liever de Zeven Heuvelen noemen.

Wie ze tevergeefs heeft beklommen zal de Zeven Heuvelen misschien liever de Zeven Smarten noemen.

Wie berust in zijn verlies zal de Zeven Smarten misschien liever de Zeven Zuchten noemen.

Wie ontspant in zijn berusting zal de Zeven Zuchten misschien liever de Zeven Vreugden noemen.

7-vreugden
De Zeven Vreugden

De Zeven Heuvelen, de Zeven Smarten, de Zeven Zuchten en de Zeven Vreugden, ik ken ze van binnenuit.
‘Ken’ tussen aanhalingstekens, want het zijn veel te grove bakens voor de wildpaadjes en sluipweggetjes van het innerlijk leven.
Duidelijk maken is te duidelijk maken, met alle onduidelijkheid van dien.

Nog meer woorden:

De gemoedstoestand waarin je de Zeven Heuvelen beklimt is die van verwatenheid.

De gemoedstoestand waarin je de Zeven Smarten ondergaat is die van verlatenheid.

De gemoedstoestand waarin je de Zeven Zuchten slaakt is die van gelatenheid.

De gemoedstoestand waarin je de Zeven Vreugden viert is die van uitgelatenheid.

De labels van verwatenheid, verlatenheid, gelatenheid en uitgelatenheid lijden natuurlijk aan dezelfde Zeven Euvelen als de metaforen van de Zeven Heuvelen, de Zeven Smarten, de Zeven Zuchten en de Zeven Vreugden.
Zo stond bij mij de gemoedstoestand van verwatenheid min of meer op zichzelf, terwijl die van gelatenheid en uitgelatenheid zich meteen bij aanvang van de verlatenheid al aankondigden.
Tot op de dag van vandaag ben ik wat verwaten, verlaten en gelaten.
Tussen de gemoedstoestanden van verwatenheid en verlatenheid in ben ik een maand lang euforisch geweest; zal ik die periode de Zeven Pieken noemen en inlassen tussen de Zeven Heuvelen en de Zeven Smarten?
Wat is dan het verschil tussen de Zeven Vreugden en de Zeven Pieken?
Wat komt er na de Zeven Vreugden, als er na de Zeven Vreugden wat komt?
Et cetera ad infinitum.

Zo word je vanzelf weer een femel.
De val van de Zevende Hemel.


femel
zemel, memel, kwezel, wezel, ezel

verwatenheid
ouderwets woord voor hoogmoed, hier gebruikt omdat het rijmt op verlatenheid

De Zevende Hemel
Volgens de Talmoed, de Koran en het kabbalisme de hoogste en heerlijkste van de zeven hemelen; verblijfplaats van God.

Een Boek met Zeven Zegelen
Geïnspireerd op een beeldspraak uit het boek Openbaringen:

‘En ik zag in de rechterhand van Hem die op de troon zat, een boek, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegelen.’

(Openbaringen 5:1)

Volgens Van Dale staat de uitdrukking ‘een boek met zeven zegels’ voor een groot geheim, een zaak waarvan niets bekend is.

De Zeven Heuvelen
Geïnspireerd op een van de bijnamen van Rome, de stad der zeven heuvelen.

De Zeven Pieken
Geïnspireerd op de Seven Summits, de hoogste bergen van de zeven continenten.

De Zeven Smarten
Geïnspireerd op een van de bijnamen van de Heilige Maagd Maria, de Moeder der Zeven Smarten, ook wel Onze Lieve Vrouw van Smarten genoemd.

De Zeven Zuchten
Ongeïnspireerd.

De Zeven Vreugden
Geïnspireerd op de Zeven Vreugden van Maria.

De Zeven Zegelen
De Zeven Zegelen waarnaar de titel van dit stukje verwijst, vind je terug in de zeven stilteverzen:

  1. Het Woord
  2. Het woord
  3. De dingen
  4. Het leven
  5. Het loflied
  6. De zinspeling
  7. De weerloosheid

Wat een willekeurig rijtje weer.
Net zo willekeurig als de zeven verzen van het Stilte-evangelie, dat verre van stil is.
In feite zijn er evenveel zegelen als dingen die je niet begrijpt, zolang je ze meent te kunnen en te moeten begrijpen.
Voor wie ze niet meer wil verbreken zijn zegelen was en is het Boek met Zeven Zegelen nooit geweest.


Stilte lijkt een gesel Gods; stilte blijkt een gave Gods


Bovenstaande teksten zijn als serie verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Vangelo del silenzio

Na publicatie van het Stilte-evangelie in het Boeddhistisch Dagblad maakte G.J. Smeets, die in Italië woont, een dichterlijke bewerking die ik hier graag opneem:

Eerst was er het woord
en het woord was stilte
en het werd stil

Het woord was uitgesproken
en het was uitgesproken stil
In stilte zijn de dingen
en de dingen zijn in stilte
In stilte schreeuwt het leven
en de stilte zwijgt stil

Nu is er het woord
en het woord is stilte
en de stilte zwijgt
met het woord


Zeg nou zelf

– ‘Je kent de wegen van de wind niet, je kent het kind dat in de moederschoot groeit niet, zo ken je ook de daden niet van God, die alles maakt.’
– Pardon?
– Prediker 11:5.
– En?
– ‘Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?’
– Tja.
– Romeinen 11:34.
– Wat wil je nou zeggen?
– Dat het numineuze mij voor onoplosbare raadselen stelt.
– Het wat?
– Het leven is een mysterie, Hans.
– Het leven is een woord.
– Ik doel op het grote onbekende waarin… waarvan…
– Probeer het eens zo eenvoudig mogelijk te zeggen.
– Dan komt er niks.
– Dat lijkt me niet onjuist, maar ook niet erg precies.
– In de diepte der diepten… daar waar…
– Doe maar alsof je een kind voor je hebt.
– Hoi, eh…
– Zie je wel.
– Wat?
– Dat je het best in je eigen woorden kan zeggen.
– Huh?
– Zie je wel.


niet-weten als passe-partout


Het Kinderevangelie

Je begint met een woord, en het woord is eh
En het zingt maar rond, tot je laatste huh


Spreuken 21:30

– ‘Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de Heer.’
– Jij zegt het.
– Wat zou jij zeggen, Hans?
– Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand.
– Lekker kort.
– Maar of het stand houdt?
– Geloof jij niet in de Heer?
– Daar gaat het niet om.
– Waar gaat het wel om?
– Dat ik Hem liever niet in een hokje stop.
– In welk hokje?
– Dat van een mannelijk lid van de heersende klasse der mensheid.
– Heer.
– Onder meer.
– Geloof je wel in het Onbenoembare?
– Het Onbenoembare of de Onbenoembare?
– Daar vraag je me wat.
– Geloof ik wel in mezelf?
– Wat?
– Als ik niet ben, kan ik niet geloven in wat dan ook.
– Dus jij gelooft niet?
– Als ik niet ben, kan ik ook niet ongelovig zijn.
– Zijn of niet-zijn, is dat dan de vraag?
– Voor mij niet.
– Omdat je hem al beantwoord hebt?
– Omdat ik hem niet meer stel.
– Dus als ik het goed heb, geloof je noch geloof je niet in jezelf noch in de of het Onbenoembare?
– Gesteld dat daar verschil tussen is.
– Waartussen?
– Tussen geloven en niet geloven. Tussen mezelf en de of het Onbenoembare. Tussen de en het Onbenoembare. Tussen mezelf en geloven of niet geloven.
– Wou jij beweren dat je de of het Onbenoembare zelf bent?
– Hoe kan ik nou de identiteit bevestigen van zaken waarvan ik niet eens het bestaan of niet-bestaan weet vast te stellen?
– Bedoel je dat… begrijp ik het goed dat… zou je kunnen zeggen dat…
– Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand.


Vragenvuur

‘Waarom verbreekt God nooit het stilzwijgen?’

‘Omdat God het stilzwijgen is.’

‘Waarin onderscheidt het goddelijk stilzwijgen zich van andere vormen van stilzwijgen?’

‘In dat het nooit verbroken wordt.’

‘Hoe wek ik het goddelijk stilzwijgen op?’

‘Door vragen te stellen.’

‘Aan wie?’

‘Aan wie dan ook.’

‘Aan God? Aan mezelf? Aan een leraar?’

‘Allemaal goed.

‘Wat voor vragen?’

‘Levensbeschouwelijke vragen. Spirituele vragen. Religieuze vragen. Filosofische vragen. Psychologische vragen. Metafysische vragen. Existentiële vragen. Ethische vragen. Wat er maar in je opkomt.’

‘Leiden vragen niet tot antwoorden?’

‘Talrijk als de sterren.’

‘Hoe moet ik daarmee omgaan?’

‘Inventariseren. Onderzoeken. Omarmen. Verwerpen. Negeren. Wat er maar in je opkomt.

‘Hoe lang moet ik doorgaan met vragen stellen?’

‘Tot de antwoorden uitblijven.’

‘Bij wie?’

‘Bij wie dan ook.’

‘En dan?’

‘Doorgaan met vragen stellen.’

‘Aan wie?’

‘Aan wie dan ook.’

‘Hoe lang?’

‘Tot de vragen uitblijven.’

‘En dan?’

‘Nou?’

‘Is dit nou het stilzwijgen van God?’

‘Vraag het dan maar aan God.’


de intergalactische waarheidsconferentie


Kloostermuur

‘Waarom verbreekt God nooit het stilzwijgen?’

‘Omdat God het stilzwijgen is?’

‘Waarin onderscheid het goddelijk stilzwijgen zich van andere vormen van stilzwijgen?’

‘In dat het nooit verbroken wordt?’

‘Hoe wek ik het goddelijk stilzwijgen op?’

‘Door vragen te stellen?’

‘Aan wie?’

‘Aan wie dan ook?’

‘Aan God? Aan mezelf? Aan een leraar?’

‘Allemaal goed?’

‘Wat voor vragen?’

‘Levensbeschouwelijke vragen? Spirituele vragen? Religieuze vragen? Filosofische vragen? Psychologische vragen? Metafysische vragen? Existentiële vragen? Ethische vragen? Wat er maar in me opkomt?’

‘Leiden vragen niet tot antwoorden?’

‘Talrijk als de sterren?’

‘Hoe moet ik daarmee omgaan?’

‘Inventariseren? Onderzoeken? Omarmen? Verwerpen? Negeren? Wat er maar in me opkomt?

‘Hoe lang moet ik doorgaan met vragen stellen?’

‘Tot de antwoorden uitblijven?’

‘Bij wie?’

‘Bij wie dan ook?’

‘En dan?’

‘Doorgaan met vragen stellen?’

‘Aan wie?’

‘Aan wie dan ook?’

‘Hoe lang?’

‘Tot de vragen uitblijven?’

‘En dan?’

‘Nou?’

‘Is dit nou het stilzwijgen van God?’

‘Zal ik het dan maar aan God vragen?’


Geboortegrond van God

‘Is God een metafoor voor stilte?
‘Zou best kunnen.’
‘Of is stilte een metafoor voor God?’
‘Zou best kunnen.’
‘Ik bedoel, het een of het ander.’
‘Of beide of geen van beide.’
‘Maar wat staat hier voor wat?’
‘De leegte voor een gat?’
‘Waar staat het gat dan voor?’
‘Ik denk een metafoor.’
‘Ik sta hier voor Piet Snot.’
‘Geboortegrond van God.’


Dichter bij God

Ik zwijg in alle talen
God zwijgt in alle talen
Hij peilt de stilte in mij

Ik zwijg in alle talen
God zwijgt in alle talen
Zo blijft Hij heel dicht bij mij


Een stille aanbidder

‘Hoe heet jouw God?’
‘Sst.’
‘Geloof je in Sst?’
‘Sst.’


Een goddelijke stilte

‘Wie is God?’
‘Sst.’
‘Wat is God?’
‘Sst.’
‘Is God?’
‘Sst.’
‘Is God in mij?’
‘Sst.’
‘Ben ik in God?’
‘Sst.’
‘Ben ik?’
‘Sst.’
‘Wie ben ik?’
‘Sst.’
‘Wat ben ik?’
‘Sst.’
‘Ben ik een woord?’
‘Sst.’
‘Ben ik een ding?’
‘Sst.’
‘Ben ik de dingen?’
‘Sst.’
‘Ben ik in de dingen?’
‘Sst.’
‘Zijn de dingen in mij?’
‘Sst.’
‘Zijn de dingen?’
‘Sst.’
‘Zijn de dingen woorden?’
‘Sst.’
‘Zijn de dingen God?’
‘Sst.’
‘Zijn de dingen in God?’
‘Sst.’
‘Is God in de dingen?’
‘Sst.’
‘Is God in de woorden?’
‘Sst.’
‘Is God een woord?’
‘Sst.’
‘Is God het Woord?’
‘Sst.’
‘Wat is het Woord Gods?’
‘Sst.’
‘Is God stilte?’
‘Sst.’
‘Is God in de stilte?’
‘Sst.’
‘Is de stilte in God?’
‘Sst.’
‘Is Stilte het Woord?’
‘Sst.’
‘Is het Woord?’
‘Sst.’
‘Is stilte?’
‘Sst.’
‘Wat is?’
‘Sst.’
‘Sst?’

‘Is er wat?’
‘God, begin je nou weer?’


Ongehoord

‘Vader, waarom kan ik u zien?’
Vader legt zijn hand op mijn ogen.
‘Komt het door mij?’
Vader gaat achter het kamerscherm staan.
‘Komt het door de leegte tussen ons?’
Vader doet het licht uit.
‘Komt het door de lamp?’
Vader verlaat de kamer.
‘Komt het door u?’
‘Vader?’
‘Vader, waarom kan ik u niet zien?’
Ik leg mijn hand op mijn ogen.
Ik ga achter het kamerscherm staan.
Ik doe het licht aan.
Ik verlaat de kamer.
Daar staat vader.
‘Vader, waarom kan ik u zien?
Komt het door Edison?
Komt het door het lichtnet?
Komt het door de krachtcentrales?
Komt het door de materie?
Komt het door mijn hersenen?
Komt het door opa en oma?
Komt het door de voortplanting?
Komt het door de evolutie?
Komt het door de aarde?
Komt het door de zon?
Komt het door God?
Komt het door alles?
Komt het door niets?’
Ik pak zijn hand.
Waarom kan ik hem voelen?
‘Vader, waarom kan ik u niet horen?’


Tussendeuren

– Hoeveel vragen heb jij God gesteld?
– Wel tienduizend.
– Welke vragen waren dat?
– Alle vragen die ik maar kon bedenken.
– Jemig.
– En dat vele malen.
– Hoeveel van die vragen heeft Hij beantwoord?
– Hij heeft ze allemaal beantwoord.
– Allemaal?
– Zonder uitzondering.
– Kon je al die informatie wel verwerken?
– Daar heb ik nooit moeite mee gehad.
– Ben jij zo briljant?
– Dat was helemaal niet nodig.
– Waarom niet?
– Omdat ik steeds hetzelfde antwoord kreeg.
– Namelijk?
– Een onverbiddelijk stilzwijgen.
– Hm.
– Zelfs dat was er niet bij.
– Op alle vragen?
– Zonder uitzondering.
– Dus eigenlijk heeft Hij geen enkele vraag beantwoord.
– Zo heb ik dat lange tijd gezien.
– Maar nu niet meer?
– Nee.
– Hoe was het om steeds hetzelfde antwoord te krijgen?
– Om gek van te worden.
– Je klinkt nog steeds boos.
– Integendeel.
– Dat snap ik niet.
– Ik ben Hem eeuwig dankbaar dat Hij niet één keer is gezwicht.
– Waarvoor?
– Voor de verleiding om mij een waarheid op de mouw te spelden.
– Op de mouw te spelden?
– Ik was zonder meer bereid de laagste leugen te aanvaarden als de hoogste waarheid.
– Maar Hij was niet zonder meer bereid je er een te verkopen.
– Zonder meer niet.
– Waarom ben je daar dankbaar voor?
– Wie ook maar één deur opent, gooit alle andere dicht.
– Zijn onafgebroken stilzwijgen betekent toch alleen maar dat er geen enkele deur is opengegaan?
– Zijn onafgebroken stilzwijgen betekent tevens dat er geen enkele deur is dichtgegaan.
– Niet open en niet dicht.
– Voilà.
– Mooi.
– Och.
– Lelijk dan?
– Zeg mooi, en alle andere deuren gaan dicht; zeg lelijk, en alle andere deuren gaan dicht.
– Moet ik dit verhaal over God nou letterlijk nemen of figuurlijk?
– Zeg letterlijk, en alle andere deuren gaan dicht; zeg figuurlijk, en alle andere deuren gaan dicht.
– Jij houdt alles liever open.
– Zeg jij, en alle andere deuren gaan dicht; zeg open, en alle andere deuren gaan dicht.


Schipper naast God

‘Waarom geeft God nooit antwoord?’
‘Vraag maar aan God.’
‘Ik vraag het nu aan jou.’
‘Omdat Hij uitsluitend de waarheid spreekt.’
‘Bedoel je dat er geen waarheid is?’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Bedoel je dat de waarheid alleen door niet-antwoorden kan worden uitgedrukt?’
‘Welke waarheid?’
‘Je ontkende toch dat er geen waarheid zou zijn?’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Bedoel je dat de waarheid voorbij de woorden is?’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Dat de waarheid zelfs geen waarheid mag heten?’
‘Dan had ik dat wel gezegd.’
‘Waarom geef jij geen antwoord?’
‘Omdat jij niets van wat ik zeg als antwoord herkent.’
‘Wat heb je dan geantwoord?’
‘Vraag het dan maar aan God.’


Uiteindelijk

‘Wat is het verschil tussen God en diens stilzwijgen?’
‘Uiteindelijk?’
‘Nou?’
‘Ik zou het echt niet weten.’

‘Wat is het verschil tussen Gods stilzwijgen en het jouwe?’
‘Uiteindelijk?’
‘Nou?’
‘Ik zou het echt niet weten.’

‘Wat is het verschil tussen jouw stilzwijgen en jezelf?’
‘Uiteindelijk?’
‘Nou?’
‘Ik zou het echt niet weten.’

‘Als er geen verschil is tussen God, diens stilzwijgen, jouw stilzwijgen en jezelf, zijn ze dan niet identiek?’
‘Uiteindelijk?’
‘Nou?’
‘Ik zou het echt niet weten.’


Uitdrukken

‘Wat is het dat we met onze metaforen proberen uit te drukken?’
‘Zeg jij het maar.’
‘God. De Bron. De Tao. Het Zelf. De Leegte. Het Ene. Het Onzegbare. Het Mysterie. Het Numineuze. De Non-dualiteit. Het Absolute. Het Oneindige.’
‘Alsof dat geen metaforen zijn.’
‘Wat proberen we dan uit te drukken?’
‘Misschien wel onze metaforen.’
‘Met onze metaforen proberen we onze metaforen uit te drukken?’
‘Vuur met vuur bestrijden.’
‘Stel je voor.’
‘Wat?’
‘Hoe stil het dan zou worden.’
‘Sst.’
‘Misschien is dat wel wat we met onze metaforen proberen uit te drukken.’
‘Wat?’
‘De Stilte.’
‘Mislukt.’


Een waarheid als een krant

‘De Waarheid is voorbij de woorden.’
‘De Waarheid is een woord.’
‘Ik heb het over God.’
‘God is een woord.’
‘Zie je hoe onzegbaar het is?’
‘Onzegbaar is een woord.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Niet-weten is een woord.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Waarover?’
‘Vind je dat we moeten zwijgen?’
‘Waarvan?’
‘Tja.’
‘Niet slecht.’


Meester Tja


De stem des Heren

‘Waar is al die stilte goed voor?’
‘Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen, Hans.’
‘En als Zijn stem de jouwe is?’

‘Waar is al die stilte goed voor?’
‘Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen, Hans.’
‘En als Hij in jou wil zwijgen?’

‘Waar is al die stilte goed voor?’
‘Wil God in mij spreken dan moet ik zwijgen, Hans.’
‘En als Hij niets te zeggen heeft?’
‘Ik denk dat jij Hem ernstig onderschat.’
‘Ik denk dat jij Hem ernstig onderschat.’


Een hoger stilzwijgen

‘Als God het stilzwijgen nooit verbreekt, van wie komen dan al die antwoorden?’
‘Van God?’
‘Is dat een antwoord of een vraag?’
‘Voor mijn part.’
‘Maar God zegt toch juist niets?’
‘Daarvoor hoeft Hij echt zijn mond niet te houden.’


Het Woord van God

– Hoe klinkt het Woord van God?
– Als zeven miljard mensen die ieder hun gelijk willen halen.
– Hoe komt het dat we daarin het Woord van God niet herkennen?
– Omdat we nog steeds denken dat er maar één gelijk kan hebben.
– Wou jij beweren dat de Waarheid een wereldwijde kakofonie is?
– Je denkt nog steeds dat er maar één gelijk kan hebben.
– Volgens mij heeft iedereen gelijk.
– Je denkt nog steeds dat er maar één gelijk kan hebben.
– Ik bedoel, volgens mij heeft niemand gelijk.
– Je denkt nog steeds dat er maar één gelijk kan hebben.
– Zo te horen heb ik geen gelijk.
– Je denkt nog steeds dat je ongelijk kan hebben.
– Bedoel je dat het Woord van God voorbij gelijk en ongelijk is?
– Je denkt nog steeds dat je gelijk kan hebben.
– Wat als je niet meer denkt dat iedereen gelijk heeft, en ook niet meer dat niemand gelijk heeft, en ook niet meer dat er maar één gelijk kan hebben, en ook niet meer dat je gelijk kan hebben, en ook niet meer dat je ongelijk kan hebben, en ook niet meer dat het Woord van God voorbij gelijk en ongelijk is?
– Dan klinkt het Woord van God.


Babbelonië

‘Wat is het Hoogste Woord?’
‘Het Diepste Stilzwijgen.’
‘Hoe komt het dat wij het Diepste Stilzwijgen niet herkennen?’
‘Door de wijze waarop het zich manifesteert.’
‘Hoe manifesteert het Diepste Stilzwijgen zich?’
‘Als een Babylonische Spraakverwarring.’
‘Waarom manifesteert het Diepste Stilzwijgen zich als een Babylonische Spraakverwarring?’
‘Omdat iedereen zo nodig het Hoogste Woord moet voeren.’


Oost-Indische wijsheid

‘Is het letterlijk stil in jou, Hans?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Wat hoor jij zoal?’
‘Hetzelfde gekakel en gekrakeel als altijd.’
‘Dezelfde vragen en dezelfde antwoorden?’
‘Onder meer.’
‘Het is niet dat je niets meer hoort.’
‘Het is meer dat ik niet meer luister.’
‘Dat lijkt mij een prima idee.’
‘Dat komt doordat jij nog luistert.’
‘Voor jou is het geen goed idee?’
‘Voor mij is het maar een idee.’

hardhorend-kakelen


Koekoektekst

Een koekoekstekst is een halfplagiaat waarin sleutelwoorden van de oorspronkelijke auteur zijn vervangen door die van jezelf, zoals een koekoek haar eieren in het nest van een vreemde vogel legt.
Dankzij kieskeurig jatwerk wordt zelfs een onverbeterlijke woordenpoester voor eventjes een ster, al is het maar een vallende.

Hieronder vier koekoeksteksten gebaseerd op Ruusbroec, Roemi en Pseudo-Dionysius.


oude cheng


Het Woord Gods

Want de hemelse vader wil dat wij horen, hij is immers vader van de stilte. En daarom spreekt hij altijd, ongehinderd en onophoudelijk, één enkel onuitputtelijk woord, en niet meer, in de verborgenheid van onze geest. Met dit woord spreekt hij zichzelf en alle dingen uit, en dit woord luidt niet anders dan: ‘Sst!’ Dit is de kiem van het mysterie, van de eeuwige stilte, de stilte waarin men alle zaligheid hoort en kent.

Koekoekstekst gebaseerd op een fragment van De geestelijke bruiloft van Jan van Ruusbroec vertaald uit het Middelnederlands door Jos van den Hoek (2008, p189):

‘Want de hemelse Vader wil dat wij zien, hij is immers vader van het licht. En daarom spreekt hij altijd, ongehinderd en onophoudelijk, één enkel onuitputtelijk woord, en niet meer, in de verborgenheid van onze geest. Met dit woord spreekt hij zichzelf en alle dingen uit, en dit woord luidt niet anders dan: ‘Zie.’ Dit is de geboorte en de verschijning van de Zoon, van het eeuwige licht, het licht waarin men alle zaligheid ziet en kent.’


Bestaans-wijzen

Wie zegt ‘Ik ben de knecht van God’, zegt dat er twee bestaanswijzen zijn, die van hemzelf en die van God. Wie zegt: ‘Ik ben God’, heeft zichzelf niet-bestaand gemaakt, zichzelf opgegeven en zegt eigenlijk: ‘Ik ben Hij, Hij is alles, er is geen zijn dan Gods zijn.’ Maar wie naar waarheid zegt: ‘Ik weet het niet’, laat alles open. Dit is het uiterste van de nederigheid en de zelfmindering.

Koekoekstekst gebaseerd op een uitspraak van Roemi:

‘Wie zegt ‘Ik ben de knecht van God’, zegt dat er twee bestaanswijzen zijn, die van hemzelf en die van God, maar wie zegt: ‘Ik ben God’, heeft zichzelf niet-bestaand gemaakt, zichzelf opgegeven en zegt ‘Ik ben God’, dat wil zeggen: ‘Ik ben niets, Hij is alles: er is geen zijn dan Gods zijn.’ Dit is het uiterste van de nederigheid en de zelfmindering.’

Bron: Encyclopedie van de mystiek; fundamenten, tradities en perspectieven, Joris Baers (redactie), Kampen: Kok, 2003, p78.


Voorbij aan alles

Veelwoordig is niet-weten en minbespraakt en woordloos tegelijk, aangezien er geen woorden van zijn en geen begrip; want het verschijnt alleen onverhuld en naar waarheid voor wie al het geheiligde en al het loutere doorloopt en boven de hele bestijging van al de heilige toppen uitgaat en alle goddelijke lichten en hemelse klanken en woorden achter zich laat en ingaat in het duister waar werkelijk zijn degenen die aan alles voorbij zijn.

Koekoekstekst gebaseerd op een fragment van deel 3 van Over mystieke theologie I:

Veelwoordig is de goede oorzaak van alles en minbespraakt en woordloos tegelijk, aangezien er geen woorden zijn en geen begrip van haar; want ze bevindt zich boven alles, als meer dan zijndheid, en verschijnt alleen onverhuld en naar waarheid voor wie al het geheiligde en al het loutere doorloopt en boven de hele bestijging van al de heilige toppen uitgaat en alle goddelijke lichten en hemelse klanken en woorden achter zich laat en ingaat in het duister waar werkelijk is, zoals de geschriften zeggen, degene die aan alles voorbij is.


Eine kleine Nachtmystik

In dat duister, dat meer dan licht is, te belanden, daarom bidden wij, en om door blikloosheid en kennisloosheid te zien en te kennen wat voorbij aanschouwing is en voorbij kennis, juist door het niet zien en het niet kennen. Alles nemen we weg, om onverhuld die kennisloosheid te kennen die door al het kenbare in alle zijnden omhuld is, en om dat duister te zien dat door al het licht in de zijnden verborgen is.

Koekoekstekst gebaseerd op een fragment van Over mystieke theologie II:

In dat duister, dat meer dan licht is, te belanden, daarom bidden wij, en om door blikloosheid en kennisloosheid te zien en te kennen wat boven aanschouwing is en boven kennis, juist door het niet zien en het niet kennen. [Zo nemen we] alles weg, om onverhuld die kennisloosheid te kennen die door al het kenbare in alle zijnden omhuld is, en om dat duister te zien dat meer dan zijndheid is en dat door al het licht in de zijnden verborgen is.


Opklaringen

‘God benadert men via de wolk van niet weten.’
‘Heb je dat ondervonden of gelezen?’
‘Gelezen, Hans.’
‘Dus eigenlijk weet je het niet.’
‘Eigenlijk niet.’
‘Behoort de benaderingswijze van God soms niet tot de wolk van niet weten?’
‘Daar had ik nog niet bij stil gestaan.’
‘Waar is de wolk van niet weten?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Ben jij het die God vindt in de wolk van niet weten, of is het God die jou vindt in de wolk van niet weten, of vinden jullie elkaar in de wolk van niet weten, of wat?’
‘Het schijnt dat God jou vindt in de wolk van niet weten.’
‘Zou het niet eerder een kwestie zijn van verliezen in de wolk van niet weten dan van vinden in de wolk van niet weten?’
‘Wat verliezen in de wolk van niet weten?’
‘God verliezen in de wolk van niet weten. Jezelf verliezen in de wolk van niet weten. Al je denkbeelden verliezen in de wolk van niet weten. Het verliezen verliezen in de wolk van niet weten.’
‘Daar is het een wolk van niet weten voor, wou je zeggen.’
‘Is er eigenlijk wel een wolk van niet weten, wou ik weten.’
‘Niet in de wolk van niet weten, zou ik zeggen.’
‘Of zitten we er al middenin?’
‘Is er dan helemaal niets over God te zeggen?’
‘Sommigen schijnen Zijn naam te weten.’
‘Is er dan helemaal niets over te zeggen?’
‘Waarover?’
‘Is er dan helemaal niets te zeggen?’
‘Wie zal het zeggen.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’
‘Dan weet ik het ook niet meer.’

‘God, wat ben je stil.’


de wolk van niet-weten


Tot in de puntjes

– Waarom kan ik God niet vinden?
– Omdat God niet vinden is?
– Waarom spreekt Hij niet tegen mij?
– Omdat God niet spreken is?
– Waarom weet ik niet wie Hij is?
– Omdat God niet weten is?
– Als God niet vinden, niet spreken en niet weten is, waarom noemen we Hem dan nog God?
– Hem?
– Het?
– Substantialist.
– Leegte?
– Boeddhist.
– Het oerprincipe?
– Daoïst.
– De matrix?
– Non-dualist.
– Bewustzijn?
– Idealist.
– Het ene?
– Monist.
– Energie?
– Materialist.
– Intelligentie?
– Nieuwetijdskind.
– Puntje puntje puntje dan maar?
– Vooruit dan maar.
– Waarom noemen wij puntje puntje puntje nog God?
– God?
– Waarom noemen wij puntje puntje puntje nog puntje puntje puntje?
– Wij?
– Waarom noemt puntje puntje puntje, puntje puntje puntje nog puntje puntje puntje?
– Omdat puntje puntje puntje niet noemen is?


De weg der geleidelijkheid

‘Wat is de weg naar God?’
‘Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken, Hans, tot al het geroezemoes verstomd is en in de stilte eindelijk het Woord Gods verstaanbaar wordt.’
‘Jij zegt het.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken, tot al het geroezemoes verstomd is.’
‘En het Woord Gods dan?’
‘Dat is gewoon die stilte.’

Jaren later

‘Wat is de weg naar God?’
‘Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken, Hans, tot al het geroezemoes verstomd is.’
‘Jij zegt het.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken.’
‘En de stilte dan?’
‘Dat is gewoon het geroezemoes.’

Jaren later

‘Wat is de weg naar God?’
‘Steeds dieper in de afgrond van je ziel zinken, Hans.’
‘Jij zegt het.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Steeds dieper in de afgrond zinken.’
‘En je ziel dan?’
‘Dat is gewoon die afgrond.’

Jaren later

‘Wat is de weg naar God?’
‘Steeds dieper in de afgrond zinken, Hans.’
‘Jij zegt het.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Tja.’
‘En die afgrond dan?’
‘Dat komt op hetzelfde neer.’

Jaren later

‘Wat is de weg naar God?’
‘Tja.’
‘Jij zegt het.’
‘Wat zou jij zeggen?’

‘En God dan?’
‘Dat komt op hetzelfde neer.’

Jaren later








Knollen voor citroenen

‘God spreekt in de mislukking van het denken.’
‘Hier spreekt nog steeds het denken.’
‘Het was anders een uitspraak van de grote Duitse filosoof Immanuel Kant.’
‘Kant sprak over de mislukking van zijn denken.’
‘Wat zou jij zeggen, Hans?’
‘God zwijgt in de mislukking van ons denken?’
‘God zwijgt in de mislukking van het denken?’
‘Hier spreekt nog steeds het denken.’


Uitgesproken

X: God spreekt…
H: Wat?
X: Ik was nog niet klaar.
H: Waarmee?
X: God spreekt in de mislukking van het denken.
H: Over God.
X: Wat?
H: Je was nog niet klaar.
X: God spreekt in de mislukking van het denken over God?
H: Ik was nog niet klaar.
X: Wat?
H: God spreekt in de mislukking van het denken over ‘God spreekt in de mislukking van het denken over God’.
X: Goeiendag.
H: Ik was nog niet klaar.
X: Ga door.
H: God spreekt in de mislukking van het denken over ‘God spreekt in de mislukking van het denken over ‘God spreekt in de mislukking van het denken over God’.’
X: Jij kan er anders ook wat van.
H: Ik was nog niet klaar.
X: Je moet toch een keer ophouden.
H: Ik ben nog niet eens begonnen.
X: Hoe is het mogelijk.
H: Over God raak je nooit uitgesproken.


Basic