Zen, leegte en nihilisme

‘Daar heb ik vrede mee, vrede van jewelste.’ Vissen in een lege vijver: brieven en dialogen over zen, sunyata, nihilisme en niet-weten.

Verder lezen: De illusie van de illusie, Metafysica in een wezenloze wereld, De wolk van niet-weten (over immanentie, transcendentie en neo-platonisme), De diamantsoetra (met name het nawoord over de leegte van de leegte) en het voorwoord van De hartsoetra.

Meer zenboeddhisme: Bodhisattvageloften, Brieven zen, De elf plaatjes van de ezel, Grote twijfel, grote verlichting, De Grote weg, Haiku op haiku, De Linji lu, Mediteren zonder mediteren, Meester Hans, Meester Zuetsu, De Poortloze Poort, Voorbij goed en kwaad, Wat is zen? Zen, leegte en nihilisme.

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de leegte, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Nietzsche noch zen; beweringen weerleggen zonder beweringen

(Nietzsche nor zen; overcoming propositions without propositions)

Beste Hans,

Zoekend naar nieuwe perspectieven op spiritualiteit stuitte ik op het proefschrift Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak. In dit boek interpreteert hij zen als een niet-propositionele weg naar een niet-propositionele waarheid. Ik moest meteen aan jou denken.

Zou jij een spiritueel niet-weten omschrijven als een niet-propositionele waarheid?
Zo ja, zou dat dezelfde kunnen zijn als de niet-propositionele waarheid van zen?
Is niet-weten net als zen behalve een niet-propositionele waarheid tevens een niet-propositionele weg?
Zo ja, wat houdt deze weg precies in en wat is het verschil met de niet-propositionele weg van zen?

Beste Izumi,

‘Niet-weten is een niet-propositionele waarheid’ is een propositie.
Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot het niet-weten dat ze probeert te definiëren.
Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid dan wel leugen?
Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.
Mij pakken ze niet meer; sinds mijn palingwording kan niets of niemand mij nog boeien.
Ik al helemaal niet.
Een kwestie van spartelen en spelen – dartele spiritualiteit.
Sowieso bedient de ‘dwijze’ zich niet van proposities of van non-proposities maar van opposities.
Spreken hoeft niet meer, behalve soms eens tegen.
Zijn gedachten zijn als contrapunten bij de punten van de wijze.
Hij biedt tegenwicht aan diens gewicht, om het evenwicht te bewaren.
Om zich van gewichtigheid te vrijwaren.
Om zijn gewichtloosheid te verzwaren.
Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen.
Probeer het anders eens bij André.

Izumi: Zie jij zen als een niet-propositionele waarheid?

Hans: ‘Zen is een niet-propositionele waarheid’ is een propositie.
Als deze propositie waar is behoort ze per definitie niet tot de zen die ze probeert te definiëren.
Wat is dat eigenlijk, een niet-propositionele waarheid, en wat is precies het verschil met een niet-propositionele onwaarheid?
Boeiende besognes die in bruisende breinen tot briljante boeken vol pakkende proposities leiden.
Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen.
Probeer het anders eens bij André.

Izumi: Even afgezien van de niet-propositionele waarheid, is niet-weten volgens jou net als zen een niet-propositionele weg?

Hans: Wat moet iemand die afziet van de niet-propositionele waarheid met een niet-propositionele weg?

Izumi: André van der Braak schrijft over Nietzsche, de filosoof van het nihilisme, maar allemachtig, jij kan er ook wat van.

Hans: Nihilisme is de niet-lege leer dat er geen grondwaarheden bestaan.
Als deze propositie waar is dan bestaat er toch een grondwaarheid en is ze alsnog onwaar.
Een prachtparadox waarin het fijn filosoferen is, maar geen niet-weten.
Ik vrees dat je in een lege vijver zit te vissen.
Probeer het anders eens bij André.

Izumi: Is dit soms een voorbeeld van een niet-propositionele weg?

Hans: Eerder een voorbeeld van een propositionele niet-weg.

Izumi: In zijn proefschrift voert André een ch’anmeester ten tonele, ene Linji, die stelt dat verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden.

Hans: Nooit van gehoord.

Izumi: Ha ha.

Hans: Waarheid is een woord. Verlichting is een woord. Voorbij de woorden is een woord.

Izumi: ‘Verlichting verwijst naar een waarheid voorbij de woorden’ is een propositie, wou je zeggen. En als die propositie waar is, dan behoort ze per definitie niet tot de verlichting die ze definieert.

Hans: ‘Verlichting’ ook niet. Als die propositie al waar is.

Izumi: André heeft het in zijn ondertitel over ‘Self-overcoming without a Self’. Ben jij het met hem eens dat wij geen zelf hebben en daarom voor de paradoxale opdracht staan zelfloos het illusoire zelf te doorzien?

Hans: Om nog maar te zwijgen over het illusoire niet-zelf.

Izumi: Dat wij geen zelf hebben is volgens jou ook een illusie?

Hans: Tenzij dat ook een illusie is.

Izumi: Bedoel je dat zelf en niet-zelf beide illusoir zijn? Geen atman, geen anatman?

Hans: Geen idee.

Izumi: Werk nou eens een beetje mee.

Hans: Probeer het eerst maar bij André.

Andre van der Braak met Nietzschesnor

André van der Braak bekleedt sinds 2012 de Nicolaas Pierson-leerstoel voor ‘Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2004 promoveerde hij op Hoe men wordt wat men is: zelfvervolmaking, zelfoverwinning en zelfvergetelheid bij Nietzsche. (Nietzsche and Zen. Self-overcoming without a Self). Zijn proefschrift is niet beschikbaar op het internet; je moet ervoor naar de bieb of naar de boekenwinkel.

Deze tekst is samen met de volgende ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Recensie Nietzsche and Zen van Jeroen Kuiper (Engelstalig).

De ongeboren boeddha en de doodgeboren filosoof

Nietzsche buddha

Dit is de Lachende Boeddha alias Maitreya, de ongeboren bodhisattva die lucht en licht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers. Het is ook de Lallende Basta alias Friedrich Nietzsche, de doodgeboren filosoof die lucht en licht wil brengen in bedompte bovenkamers en duistere achterkamers.

Zijn denken is een kango, zijn zitten is een tango zie je zo: hij popelt om op te staan en aan de slacht te gaan. Die snor is natuurlijk camouflage; daarmee verbergt hij zijn lach tot de mensen eraan toe zijn. Die buik is ook camouflage. Daarmee verbergt hij zijn leegte tot de mensen eraan toe zijn, en de leegte van zijn leegte tot hij er zelf aan toe is. En die broek?

Lees ook: Bodhisattvageloften voor iedereen en niemand.

In ontbinding

Begripsvorming van vrijheid en vrijheid van begripsvorming tussen de dood en de vorige geboorte.

Beste Hans,

In De monnik en de filosoof (Asoka, 1998) vertelt de Tibetaans boeddhistische Fransman Matthieu Ricard wat we volgens hem meemaken na het overlijden van ons lichaam:

‘Achtereenvolgens zullen we een grote helderheid en gelukzaligheid ervaren en een toestand die vrij is van begripsvorming. Dat is het moment waarop we even in verbinding staan met het absolute. Een doorgewinterde beoefenaar is bij machte in deze absolute staat te blijven en het ontwaken te bereiken. Als dat niet lukt, gaat het bewustzijn naar de tussenstaat, die de periode tussen de dood en de volgende geboorte beslaat.’
(p327)

Ken jij de toestand die vrij is van begripsvorming?

Beste Javan,

Nee, vrij van begripsvorming ben ik eigenlijk nooit.
Of het moest in de droomloze slaap zijn, maar hoe stel je zoiets vast?
Wel lossen mijn begrippen bijna net zo snel op als ze zich vormen.
Nou deze weer.
Hetzelfde geldt voor mijn gedachten.
Nou deze weer.
Wat een mirakel.
En ik heb er niet eens voor hoeven sterven.
Of zou ik ongemerkt overleden zijn?
Of zou ik nooit geboren zijn?
Dit een staat of toestand noemen is onzin, daar is het veel te beweeglijk voor.
Dit het absolute noemen is eveneens onzin want dat is ook maar een begrip en daarom al net zo relatief als, bijvoorbeeld, het begrip ‘relatief’.
Grote helderheid kan ik het ook al niet noemen, omdat mij uiteindelijk niets helder geworden is.
Dit ook niet.
Daarom spreek ik liever van niet weten.

Wat ik ook even recht wil zetten, voor het geval het scheef mocht staan:
Ik ben geen doorgewinterde beoefenaar van wat dan ook, behalve ademen (steeds sneller), praten (steeds dommer), eten (steeds minder) en slapen (steeds lichter).
Laat staan dat ik juist dankzij mijn doorgewinterde beoefening bij machte zou zijn in niet weten te verblijven.
Dat geeft niks want niet weten vraagt geen enkele machtsuitoefening mijnerzijds.
Ook van overgave is geen sprake.
Eerder ben ik onmachtig eraan te ontsnappen.
Dat geeft ook niks, want ik zit hier goed noch slecht, dat wil zeggen, best.
Wie die ‘ik’ en waar dat ‘hier’ ook mogen wezen.

Nooit heb ik iemand gezien die vrij was van begripsvorming.
Ook Gautama Boeddha niet.
Ook Tenzin Gyatso, de veertiende dalai lama niet.
Ook Franciscus, de tweehonderdzesenzestigste paus niet.
Ook Jezus van Nazareth niet.
Ook Bhagwan Sri Rajneesh niet.
Ook Maezumi Roshi niet.
Ook Ramana Maharshi niet.
Ook Thich Nat Hahn niet (hoewel hij er nu misschien dichtbij is).

De eerste boeddhist die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk nog geboren worden – of overlijden natuurlijk.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het boeddhisme wezen.
De eerste mysticus die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk ook nog geboren worden.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de mystici wezen.
De eerste yogi die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk ook nog geboren worden.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij het hindoeïsme wezen.
De eerste non-dualist die vrij is van begripsvorming moet waarschijnlijk ook nog geboren worden.
Sterker nog, als je echt wilt verdwalen in een ongecontroleerde wildgroei van begrippen moet je bij de advaita vedanta wezen.

Alleen de allergrootste idioten zijn mogelijk vrij van begripsvorming.
Voorwaar een benijdenswaardig lot.
Of zou het een keuze zijn?
Niet voor iemand die vrij is van begripsvorming, zou ik denken.
Maar ja.
Ik kan wel zoveel denken.

Overeenkomstig de diepste inzichten van broeder Ricard en zijn Tibetaanse leermeesters wens ik jou en iedereen die verbinding zoekt met het absolute een spoedige dood toe.

Javan: Grapjurk.

Hans: Staat mij beter dan een lijkwade, al zeg ik het zelf.

Javan: En hoe zit het met de gelukzaligheid waarmee de ‘toestand die vrij is van begripsvorming’ gepaard zou gaan?

Hans: Nogmaals, ik ben niet vrij van begripsvorming en nogmaals, niet weten is voor mij geen toestand.
Noch gaat niet weten steeds gepaard met dezelfde gemoedstoestand.
Bij mij begon het met een paar weken van stille euforie, toen een paar maanden van stille verbijstering, vervolgens een half jaar van stil verdriet, toen een paar jaar van stille gelatenheid en daarna een paar jaar van stil geluk.
Het laatste jaar is er sprake van stille jubel.
Het moet niet veel gekker worden.
Wat de toekomst brengen zal, weet ik niet.
Alles is welkom, en zo niet dan toch.
Mijn gemoedstoestand deed en doet voor mij niet ter zake.
Voor zover ik kan nagaan ben ik nooit uit geweest op innerlijke vrede, liefdevolle vriendelijkheid, universeel mededogen, sereniteit, heerlijkheid, gelukzaligheid, dankbaarheid, onverstoorbaarheid, extase en noem maar op.
Ik wou alleen maar weten wat waar was, écht waar – of het me nou uitkwam of niet.
Tot ik na een halve eeuw van zoeken, vinden, kwijtraken en weer verder zoeken als een donderslag bij heldere hemel de geest gaf, uit de fles ontsnapte, hoe zeg je dat.
Met ‘de geest’ bedoel ik hier gewoon het hele arsenaal van zelfbeelden, lichaamsbeelden, mensbeelden, wereldbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, heiligenbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, doodsbeelden en weet ik veel wat voor denkbeelden waarmee ik tevergeefs trachtte – ja, wat eigenlijk?
Al die verhalen over wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom.
Tjonge jonge.
Nou dit verhaal weer.
Weg ermee.
Niks ‘even in verbinding staan met het absolute’ maar een radicale ontbinding van zowel ‘het relatieve’ als ‘het absolute’.
Om over ‘radicale ontbinding’ nog maar te zwijgen.
Anders bereiken we nooit de toestand die vrij is van begripsvorming waarin we gelukzaligheid en grote helderheid ervaren.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Aas zonder aas

Een wijze van zwijgen (bij wijze van spreken)

vissen-zonder-aas

Beste Hans,
Ben jij niet gewoon een nihilist, net als iedere boeddhist?

Beste Fritjof,
Nihilist?

Fritjof: Je weet wel: er is geen god, er is geen ziel enzovoort.

Hans: Er is geen god, er is geen ziel enzovoort heet atheïsme.
Er is een god, er is een ziel enzovoort heet theïsme.
We kunnen niks bewijzen over god en ziel et cetera heet agnosticisme.

Wie niet weet is geen theïst, geen atheïst en geen agnosticus.
Wat maakt dat mij, denk jij?

Fritjof: Onder nihilisme versta ik de leer die de mogelijkheid om te komen tot een stellige overtuiging of tot grondwaarheden op ethisch, wijsgerig, spiritueel, religieus of sociaal gebied ontkent. Alles is leeg. Er is geen subject. Er is geen weg. Er valt niets te realiseren. Alle waarheid is subjectief. Iedere moraal is grondeloos. God bestaat niet. Vooruitgang is een illusie.

Hans: Ik weet niet dat alles leeg is, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat er een subject is, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat er een weg is, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat er iets te realiseren valt, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat alle waarheid subjectief is, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat alle moraal grondeloos is, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat god bestaat, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat vooruitgang een illusie is, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat het mogelijk is om te komen tot een stellige overtuiging of tot grondwaarheden op ethisch, wijsgerig of sociaal gebied, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat termen als alles, subject, weg, waarheid, moraal, god, vooruitgang, illusie en grondwaarheid met iets werkelijks corresponderen, ik weet ook niet van niet.
Ik weet niet dat je dit alles niet kunt weten, ik weet ook niet van niet.
Daar heb ik vrede mee, vrede van jewelste.

Wat maakt dat mij, denk jij?

Fritjof: Wat heeft het voor zin om op deze manier te spreken?

Hans: Ik weet niet dat het zin heeft om op deze manier te spreken, ik weet ook niet van niet.
Ook daar heb ik vrede mee, vrede van jewelste.

Fritjof: Wat is volgens jou het verband tussen niet weten en nihilisme?

Hans: Tja.

Fritjof: Is dat alles?

Hans: Voor de grap zou je niet weten kunnen definiëren als een hypernihilisme dat zelfs het nihilisme nietig verklaart.
Hypernihilisme is dan niet alleen het toppunt van nihilisme maar ook, en in dezelfde mate, dat wil zeggen totaal en onherroepelijk, het einde ervan.
Zoals het ook meteen, totaal en onherroepelijk het einde van zichzelf is.
Opgeruimd staat netjes.

Fritjof: Volgens mij komt jouw lege leer in wezen neer op nihilisme.

Hans: De lege leer komt niet in wezen neer op nihilisme of obscurantisme of quiëtisme of subjectivisme of relativisme of perspectivisme of scepticisme of pyrronisme of situationisme of anti-intellectualisme of irrationalisme of agnosticisme of anarchisme of sunyavada of madhyamaka of yogachara of advaeta dvaeta advaeta vedanta of welk geloof of opgeschort geloof of ongeloof ook, hoe subtiel of minimalistisch ook.
Anders zou het geen lege leer zijn maar een leer over een of andere vorm van leegte.
De lege leer komt ook niet in wezen neer op een weerlegging of tegenhanger van welk geloof of opgeschort geloof of ongeloof ook, hoe subtiel of minimalistisch ook.
Anders zou het geen lege leer zijn maar een leer over een of andere vorm van niet-leegte.

Fritjof: Wat is de lege leer dan wel?

Hans: Een gimmick.
Een blinker.
Aas zonder aas.
Een non-entiteit.
Een gedachte, meer niet.
Of zullen we het een wijze van denken noemen.
Dat wil zeggen, een wijze van zwijgen.
Bij wijze van spreken.

Fritjof: Een wijze van denken?

Hans: Een katalysator die het denken smeert en in beweging houdt, maar bij gebrek aan inhoud zelf geen verbindingen aangaat.
Bij wijze van spreken.

Fritjof: Dus jij bent wel een boeddhist maar geen nihilist.

Hans: Boeddhist?

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Fatale strategieën

Beste Hans,
Goeie greep uit Baudrillard’s Fatale Strategieën. Ik herken de teksten meteen, want het zijn ook de teksten die het meest indruk op mij gemaakt hebben.

Je cv begon leuk maar zo te zien verval je aan het einde toch weer in het oncomfortabele en verwoede zin- en waarheidsvinden.

Beste Simon,
Geen woord teveel hè?
Wat denk jij, getuigen de fatale strategieën van Baudrillard van een oncomfortabel en verwoed zin- en waarheidsvinden zijnerzijds?
Getuigt jouw lectuur van en instemming met Baudrillard’s getuigenis van een oncomfortabel en verwoed zin- en waarheidsvinden jouwerzijds?
En je lectuur van mijn website?

Simon: Nee nee, ik ben niet zo bezig met zin- en waarheidszoeken. Hou me meer bezig met … eh … ‘ont-kennen’ en zal daarom wel vaker op jouw website stuiten.

Hans: Geeft ont-kennen zin aan je leven?

Simon: Om het met Nietzsche te zeggen (weer van jouw site): ‘De ‘ware wereld’, hoe men die tot dusver ook heeft geconcipieerd – het was steeds de schijnbare wereld nog een keer.’

Hans: ‘De ‘ware wereld’, hoe men die tot dusver ook heeft geconcipieerd – het was steeds de schijnbare wereld nog een keer‘ – is dit dan wel de ware wereld, of de schijnbare wereld nog een keer?

filosofen

[Een half jaar later]

Simon: Om nog even terug te komen op ‘De Ware Wereld’ … Plato was wrong! We moeten verder in de grot der simulakra! Baudrillard: ‘Alleen het simulakrum is waar.’ Toch?

Hans: Is dat waar of is het nog steeds het simulakrum?

Simon: De iconoplasten vermoedden een ware wereld achter de beelden en de iconoclasten vermoedden dat de beelden niets verborgen … maar het simulakrum is noch waar noch on-waar … verificatie overbodig …

Hans: Zeg dat wel.
Welk simulakrum eigenlijk?

Simon: Nietzsche: ‘einde van de ware wereld’ of: ‘hoe de ware wereld een fabel werd’.

Hans: De ware wereld is een fabel – is dat waar of is het de volgende fabel?
Per definitie loopt met het einde van de ware wereld ook het einde van de ware wereld ten einde. Wat nu?
Enzovoort, enzovoort.

Waar jij mee bezig bent is het ont-kennen van het (pre)moderne gedachtegoed door het citeren van het postmoderne gedachtegoed.
Dat is niet waar ik mee bezig ben.
Niet weten is geen gedachtegoed.
In niet-weten is geen gedachte goed (of fout).

Krijg je het benauwd van al die goede gedachten, dan weet je wat je laten moet.
En anders is het ook goed.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Postpostmodernisme

Verder, verder, almaar verder

Het postmodernisme is een verregaand cultuurrelativisme zonder heilige huisjes.
Toch is met het postmodernisme het einde van het relativeren nog niet bereikt.
Want we kunnen het cultuurrelativisme zelf nog relativeren, het heilige huisje van geen-heilige-huisjes nog omverhalen.

Mocht dit inderdaad de uiterste consequentie van het postmodernisme zijn, dan kunnen we op termijn een nieuw tijdperk tegemoet zien, dat we hier maar even het postpostmodernisme of gewoon het einde der tijden zullen noemen, waarin men zich niet meer in een volgend tijdperk waant, of terug in een vorig, of gevangen in een eeuwig heden, dat ook niet, en daaromtrent geheel vrij van verwachtingen en verlangens is.
Ook van de verwachting en het verlangen daaromtrent geheel vrij van verwachtingen en verlangens te zijn.
Daarmee zou het vooruitgangsdenken definitief tot een einde gekomen zijn, evenals het doemdenken, zodat we ook niet meer zouden kunnen vaststellen of we nou beter of slechter af waren.
Maar of we daarmee beter of slechter af zouden zijn?

Het schijnt dat Baudrillard al in 1992 in Illusion de la fin, waarin hij de lineaire opvatting van de tijd op de korrel neemt, het einde van het einde heeft verkondigd.
Hij werd daarin voorgegaan door talloze verkondigers van het einde van het een of ander: van de wereld (eschatologie*), van de filosofie (scepticisme*, pyrronisme*), van de oorlog (‘the war to end all wars’) van de kunst (Arthur Danto), van het subject (advaita vedanta, zen*), van het boek, van de roman, van de poëzie, van de schilderkunst, van de muziek, van de godsdienst, van de staat, van de geschiedenis (Francis Fukuyama), van het metaverhaal (Lyotard) en van de representatie (Derrida), om maar eens wat te noemen.
De onbedwingbare neiging om ergens het einde van te verkondigen, wordt endisme (‘endism’) genoemd, een term die zonder meer een plaatsje in een toekomstige DSM-versie verdient, als die er tenminste nog komt.

Naar verluid werkt voornoemde Baudrillard, een verwoed polemist die kennelijk nog steeds het laatste woord wil hebben, sinds zijn dood op 6 maart 2007 in alle rust aan een studie getiteld: Illusion de la fin de la fin.
Zelf werk ik aan een definitieve studie over het laatste woord, getiteld de illusie van het laatste woord.
Bij deze kondig ik ook het einde van het endisme aan, voordat iemand mij weer voor is, in de hoop ten minste één keer in mijn leven gelijk te krijgen.
Al is het maar postuum.

Dada, zei de dodo

Beste Hans,

Ik las ergens dat jij jezelf omschrijft als ‘de autarkische auteur van niet-weten.nl’. Nu is mijn woordenschat niet zo heel groot, dus ik heb het even opgezocht in Van Dale XIII:

Autarkisch
1. berustend op of strevend naar autarkie (1)
2. zelfvoorzienend

Autarkie
Grieks, autarkeia (‘zelf-genoeg’-zaamheid)
1. zelfgenoegzaamheid (zowel in filosofische als psychologische zin)
2. (in ’t bijzonder) volstrekte economische onafhankelijkheid van een staat, gesloten staatshuishouding; synoniem: zelfvoorziening

Hieruit maak ik op dat jij zelfgenoegzaam bent. Nu is mijn woordenschat niet zo heel groot, dus ik heb het even opgezocht in Van Dale XIII:

Zelfgenoegzaam
1. (verouderd, gunstig) zichzelf genoeg, geen anderen, niets anders nodig hebbend
2. (ongunstig) in de overtuiging van eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders vragend; synoniem: zelfvoldaan, zelfingenomen

Zelfgenoegzaamheid
1. het vervuld-worden door, tevredenheid met zichzelf
2. ijdele vervuldheid van zichzelf; synoniem: zelfvoldaanheid, zelfingenomenheid

Wat houdt jouw autarkie precies in? Ben jij jezelf genoeg of vraag jij in de overtuiging van je eigen voortreffelijkheid niet naar anderen of iets anders?

p.s. Heb je weleens gehoord van afhankelijk ontstaan (sunyata)?

Beste Pelle,

Nee, vervuld van mijn eigen voortreffelijkheid ben ik niet.
Ik vind mij noch in algemene zin noch in bepaalde opzichten beter of slechter dan wie ook.
Vind ik het toch dan geloof ik het niet.
Zelfvoorzienend waan ik mij al evenmin.
Alleen al om mij een banaantje in mijn ontbijt te bezorgen spant de hele wereld samen.
Afhankelijk ontstaan, hè.
‘Het is steeds een complex van factoren’, zei mijn vader altijd, die nog nooit van het boeddhisme had gehoord.
‘Wat een onzin’, dacht ik altijd, ook toen ik al meer van het boeddhisme gehoord dan me lief was.
De dwijsheid komt met de jaren.
Wat bleek?
Alles is zozeer met elkaar verknoopt dat ik het onmogelijk uit elkaar kan houden.
Geen idee meer waar het ene ding eindigt en het andere begint. Niet echt.
Geen idee meer waar de ene mens eindigt en de andere begint. Niet echt.
Geen idee meer waar de geest eindigt en de stof begint. Niet echt.
Geen idee meer waar het subject eindigt en het object begint. Niet echt.
Geen idee meer wat ik is en wat niet-ik. Niet echt.

De mensen en de dingen en de ideeën en de substanties en de oorzaken en de gevolgen; waarnemer en waargenomene, kenner, kennis en gekende, feit en fictie, werkelijkheid en illusie, deugd en ondeugd, goed en slecht, gelijk en ongelijk, gehechtheid en onthechting, vasthouden en loslaten, geven en nemen, keuze en overmacht, het eendere en het andere, dwaasheid en wijsheid, weten en niet-weten, ego en zelf, mind en heart – ze laten zich door mij niet van elkaar scheiden, niet echt.
Ze laten zich niet van mij scheiden, niet echt.
Ze laten zich door mij niet met elkaar ver-enigen, niet echt.
Ze laten zich niet met mij ver-enigen, niet echt.

Zo’n warboel is het, dat ik niet eens meer van afhankelijk ontstaan durf te spreken.
Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog afhankelijk moeten ontstaan?
Waaruit zou het bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog afhankelijk moeten ontstaan?
Zo’n warboel is het dat ik niet eens meer van sunyata durf te spreken.
Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk wezen nog dit of dat moeten zijn?
Wat zou er bij gebrek aan een duidelijk dit of dat nog leeg moeten wezen?

Autarkisch ben ik enkel en alleen in spiritueel opzicht.
Maar dan wel absoluut.
Hoe kan het ook anders, nu mijn boek helemaal leeg is?
Zelfs dat je niets kunt weten, staat er niet in.
Waarin zou ik dan bevestigd moeten worden?
En denk nou maar niet dat spirituele zelf-genoegzaamheid onverenigbaar is met het boeddhisme omdat het toevallig onverenigbaar lijkt met het idee van afhankelijk ontstaan of sunyata.
Integendeel.
Om het met de negende-eeuwse Chinese chanmeester Linji Yìxuán te zeggen:

‘Volgers van de Weg, als je het inzicht wilt verwerven dat overeenstemt met de dharma, laat je dan nooit misleiden door anderen. Of je nou naar binnen kijkt of naar buiten, wat je maar tegenkomt, dood het! Als je een boeddha tegenkomt, dood de boeddha. Als je een patriarch tegenkomt, dood de patriarch. Als je een arhat tegenkomt, dood de arhat. Als je je ouders tegenkomt, dood je ouders. Als je je familie tegenkomt, dood je familie. Alleen zo kun je echt loskomen, niet langer verstrikt in allerlei zaken, vrij om te gaan en te staan waar je wilt.’

(Watson, Burton, The Zen Teachings of Master Lin-Chi, 1999, p52)

Wordt de beginnende boeddhist nog geacht zijn toevlucht te nemen tot de Drie Juwelen (de Boeddha, de dharma en de sangha), aan het eind van de rit wordt diezelfde boeddhist geacht iedere toevlucht te ontvluchten.
Hij moet zijn boeddha’s en niet-boeddha’s doden, zijn dharma’s en niet-dharma’s opgeven (diamantsoetra) en zijn sangha’s en niet-sangha’s verlaten om terug te keren naar de marktplaats van het leven.
Hij moet het vlot waarmee hij de rivier overstak prijsgeven; zijn pij, zijn nap, zijn rakusu, zijn beeldjes, zijn matjes, zijn kussentjes, zijn aambeien, zijn geloften, zijn rituelen, zijn vaardige methoden, zijn edele wetten, zijn soetra’s, zijn shastra’s, zijn meester, zijn samsara, zijn nirwana – de hele bliksemse boel.
Inclusief het verhaal van afhankelijk ontstaan, dat ook maar afhankelijk ontstaan is.
Inclusief het idee van sunyata, dat ook maar sunyata is.

Als je alle kwijt bent, tot en met het kwijt zijn aan toe, wat valt er dan nog te bevestigen?
Hoe kan de spiritueel lege mens iets anders zijn dan zelf-genoeg?

Pelle: Moet jij dan niet bevestigd worden in je niet-weten?

Beste X,
Welk niet-weten?

Pelle: Ik dacht dat je zou zeggen: ‘Wie?’

Hans: En door wie?

Pelle: De Linji die jij aanhaalt is een van de kopstukken van het zenboeddhisme, dat bekend staat als de meest iconoclastische vorm van boeddhisme die er is. Toch hecht datzelfde zenboeddhisme veel waarde aan de ‘lineage’: een schematische voorstelling van de ononderbroken dharma-overdracht of transmissie ‘van hart tot hart’, van de historische Boeddha tot aan de hedendaagse leraar. In Zen Centrum Amsterdam, onder leiding van Niko Sojun Tydeman sensei, word ik als onderdeel van mijn zenpraktijk geacht de ketchimyaku, de stamboom met namen van alle Patriarchen en Zenmeesters uit de lijn van Taizan Maezumi Roshi, vanaf Shakyamuni Boeddha tot en met Niko Sensei, over te schrijven op een lang papier met daarop voorgedrukt een rode slingerlijn. Linji zegt: dood de Boeddha. Niko Sensei zegt: Leve de Boeddha. Wat zeg jij?

Hans: Linji doodde de Boeddha maar tegelijkertijd was hij boeddhist in hart en nieren.
Ik bedoel natuurlijk, hij doodde de Boeddha wánt hij was boeddhist in hart en nieren.
Niko Sensei vereert de Boeddha want hij is boeddhist in hart en nieren.
Tegelijkertijd is hij, voor zover ik dat vanaf hier kan beoordelen, een bedreven boeddhadoder.

Pelle: En wat zeg jij?

Hans: Ik zeg: Dood de Boeddha.
Dood de boeddhadoder.
Dood de boeddhadoderdoder.

Pelle: Moordenaar.

Hans: Laat ik het dan zo zeggen:
Leve de Boeddha.
Leve de boeddhadoder.
Leve de boeddhadoderdoder.

Pelle: En je bent niet eens een boeddhist.

Hans: En ik ben niet eens een niet-boeddhist.

Pelle: Wat ben je dan wel?

Hans: Ik ben een dodo.

Pelle: Doodt de dodo.

Beste X,
De dodo is al dood.

Pelle: Dood de dodododer.

Beste X,
De dodo was de doder.

Pelle: Maar wat ben je dan nu?

Hans: Ik ben mezelf genoeg.

Pelle: Ik ben mezelf teveel.

Hans: Dan zal dat het verschil wel zijn.

Malen in de maalstroom

Against the stream

Beste Hans,
Ben jij soms geaffilieerd met de boeddhistische organisatie Against The Stream van Noah Levine c.s.?

Beste Job,
Zeker, ik ben overal mee geaffilieerd. Hoezo?

Job: Vanwege je opstandigheid. Omdat jouw spiritualiteit ook wars van alle tradities is en toch aansluiting zoekt bij diezelfde tradities. Vanwege de tegendraadsheid van je teksten. Omdat je weleens ondertekent met Jan Contrarie.

Hans: Nee hoor, ik ben nergens mee geaffilieerd.
Ik ga in ieder geval niet bij voorkeur tegen de stroom in, zoals veel dharma punx.
Ik ga ook niet bij voorkeur met de stroom mee, zoals veel new agers.
Ik sta er ook niet liever middenin, zoals veel mahayana-boeddhisten.
Ik sta er ook niet liever buiten, zoals veel hinayana-boeddhisten.
Ik vind ook niet dat mensen bij voorkeur tegen de stroom in of met de stroom mee moeten gaan of er middenin moeten staan of erbuiten of wat dan ook.
Ik vind ook niet dat mensen daar geen voorkeur in mogen hebben.
Ik vind ook niet dat mensen geen voorkeur mogen hebben voor mensen die daar al dan niet een voorkeur in hebben.
Begrijp je wat ik bedoel?

Job: Waar gaat jouw voorkeur wel naar uit?

Hans: Soms ga ik tegen de stroom in en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms ga ik ertegenin terwijl ik er liever in mee zou gaan of er middenin of erbuiten zou staan.
Soms ga ik met de stroom mee en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms ga ik erin mee terwijl ik er liever tegenin zou gaan of er middenin of erbuiten zou staan.
Soms sta ik middenin de stroom en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms sta ik er middenin terwijl ik er liever in mee of tegenin zou gaan of erbuiten zou staan.
Soms sta ik buiten de stroom en is dat in overeenstemming met mijn voorkeur.
Soms sta ik erbuiten terwijl ik er liever in mee of tegenin zou gaan of er middenin zou staan.
Begrijp je wat ik bedoel?

Job: Nee, ik begrijp niet wat je bedoelt.

Hans: Ik bedoel dat die voorkeur mijn zaak niet is.
Hij maakt deel uit van de stroom.

Job: Heb je daar vrede mee of vecht je ertegen?

Hans: Meestal heb ik er vrede mee.
Een enkele keer vecht ik ertegen.
Ook daar heb ik vrede mee.
Begrijp je wat ik bedoel?

Job: Nee, ik begrijp niet wat je bedoelt.

Hans: Ik bedoel dat dat vechten en die vrede mijn zaak niet zijn.
Ze maken deel uit van de stroom.

Job: Wat is jouw zaak wel?

Hans: Dat is mijn zaak niet.

Job: Maakt zeker weer deel uit van de stroom.

Hans: Welke stroom?

Job: Klinkt als malen in de maalstroom.

Hans: Voelt als zweven in de dwaalstroom.
Waarmee ben jij trouwens geaffilieerd?

Job: Dat weet ik eigenlijk niet.

Hans: Ik begrijp wat je bedoelt.

Deze tekst is ook gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad.

Grootspraak voor kleinkunstenaars

En lulkoek voor dikdoeners

Sibren: Wat is verlichting?

Hans: Grootspraak van kleinkunstenaars.

Sibren: Hè?

Hans: Voel je je aangesproken?

Sibren: Wat is spiritualiteit?

Hans: Lulkoek voor dikdoeners.

Sibren: Wát?

Hans: Voel je je aangesproken?

Sibren: Wat is niet-weten?

Hans: Een manier van denken en spreken.

Sibren: Wat voor manier?

Hans: Zoals ik denk en spreek.

Sibren: Waarom noem je het niet-weten?

Hans: Om er afstand van te kunnen nemen.

Sibren: Waarom zou je er afstand van willen nemen?

Hans: Dat is nou eenmaal mijn manier van denken en spreken.

Sibren: Hoe denk jij over de waarheid voorbij de woorden?

Hans: Lulkoek voor dikdoeners.

Sibren: Hoe denk jij over de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Hans: Grootspraak van kleinkunstenaars.

Sibren: Verlichting heeft volgens jou geen inhoud?

Hans: Dat zou toch weer inhoud zijn.

Sibren: Wat voor inhoud?

Hans: ‘Verlichting’, ‘mij’, ‘inhoud’ en ‘verlichting heeft volgens mij geen inhoud’.

Sibren: Volgens mij ben jij een volstrekt onafhankelijk denker.

Hans: ‘Mij’, ‘jij’, ‘onafhankelijk’, ‘denker’ en ‘volgens mij ben jij een volstrekt onafhankelijk denker’.

Sibren: Jij ziet jezelf niet als onafhankelijk?

Hans: Onafhankelijk waarvan?

Sibren: Alles en iedereen.

Hans: Dan ook van mezelf.

Sibren: En anders?

Hans: Niet.

Sibren: Niet onafhankelijk of niet afhankelijk en niet onafhankelijk?

Hans: Mij niet gezien.

Sibren: Hoe zie jij jezelf?

Hans: Vroeg de ene blinde aan de andere.

Sibren: Nou?

Hans: Ik zie mezelf niet.

Sibren: Verwijs je naar datgene wat geen oog kan zien?

Hans: Ik zie het Zelf niet.

Sibren: Het Absolute, het Kennen, het Numineuze, de Bron, je Essentie, je Oorspronkelijke Gezicht…

Hans: Dikdoener.

Sibren: Bedoel je dat je eigenlijk niemand bent?

Hans: Waar zie je mij voor aan?

Sibren: Volgens de advaita vedanta…

Hans: Non-dualist.

Sibren: Het paliwoord anatta…

Hans: Boeddhist.

Sibren: Het begrip wu wei…

Hans: Daoïst.

Sibren: Ontlediging…

Hans: Mysticus.

Sibren: Maar het Ene…

Hans: Monist.

Sibren: Je kunt toch niet ontkennen dat de Wereldwil…

Hans: Fatalist.

Sibren: Zo blijft er niks over.

Hans: Nihilist.

Sibren: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Hangop

Lijsje: Waarom geeft jij altijd van die korte, nietszeggende antwoorden?

Hans: Doe ik dat?

Lijsje: Dat bedoel ik nou.

Hans: Het was anders een vraag.

Lijsje: Wat is daar de bedoeling van?

Hans: Waarvan?

Lijsje: Zie je wel?

Hans: Zeker weten dat er een bedoeling achter zit?

Lijsje: Wat kan anders de reden zijn?

Hans: Dat zou ik ook weleens willen weten.

Lijsje: Volgens mij hang jij de zenmeester uit.

Hans: Hang hem liever op.

Lijsje: Wát?

Hans: En ga er gezellig naast hangen.

Lijsje: Zo komen we nergens.

Hans: Waar wou je anders heen.

Lijsje: Bedoel je dat we er al zijn?

Hans: Wat dat weer niet veronderstelt.

Lijsje: Bedoel je dat we niet zijn?

Hans: Waarom stel jij altijd van die korte, nietszeggende vragen?

Requiem voor Bodhidharma

Hans: Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?

Erika: Alleen maar dit.

Hans: Pardon?

Erika: We zijn er nooit van gescheiden.

Hans: Waarvan in hemelsnaam?

Erika: Want ik reis in een onbegrensde wereld waar elk van mijn stappen mijn huis is.

Hans: Wereld? Onbegrensd? Huis?

Erika: Ik doel op de ultieme werkelijkheid die komt noch gaat…

Hans: Kom nou gauw.

Erika: …en tijd noch ruimte kent.

Hans: Ga toch heen.

Erika: Echt heilig is wat ons bevrijdt van onze mentale constructies en…

Hans: De ultieme werkelijkheid die komt noch gaat en tijd noch ruimte kent is een mentale constructie. Echt is een mentale constructie. Heilig is een mentale constructie. Ons is een mentale constructie. Bevrijding is een mentale constructie. Mentale constructie is een mentale constructie. Dat mentale constructies ons gevangen houden is een mentale constructie. Dat het allemaal mentale constructies zijn is een mentale constructie.

Erika: Ja, zijn het nou mentale constructies of is dat ook maar een mentale constructie?

Hans: Bedenk het maar.

Erika: Maar wat is nou de essentie van het boeddhisme?

Hans: Dat is nou de essentie van het boeddhisme.

* ‘in deze onbegrensde wereld waar elk van mijn stappen mijn huis is’, is een zinsnede uit een gedicht van Dogen:

Stappend in deze illusoire, op een droom lijkende wereld,
Zelfs de voetsporen niet bekijkend die ik mogelijks heb achtergelaten,
Het lied van de koekoek geeft me aan naar huis terug te keren.
Dit aanhorend, doet me achterom kijken om te zien wie me zei terug te keren.
Maar vraag me niet waar ik naartoe ga,
Want ik reis in deze onbegrensde wereld
Waar elk van mijn stappen mijn huis is.

(internetbron verdwenen)

Even afrekenen

Beste Hans,
Wat is NIET-WETEN.NL een afschuwelijke website, zeg. Het nihilisme walmt je tegemoet.

Beste Kloris,
De dwijze geest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke nihilistische gedachte ook.

Kloris: Zijn we het toch nog ergens over eens. Weg met het nihilisme!

Hans: De dwijze geest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke anti-nihilistische gedachte ook.

Kloris: De dwijze geest heeft geen seconde nodig om af te rekenen met welke gedachte ook, wou je zeggen.

Hans: Inclusief deze.

Kloris: Dus jij vindt dat we met al onze gedachten moeten afrekenen.

Hans: Inclusief deze.

Een goed teken

Beste Hans,
Ik vind jouw website mateloos verontrustend. :-(

Beste Yana,
Dat stelt mij dan weer gerust. :-)