Tony Parsons

‘Wat ik overbreng gaat over weer volkomen open komen staan voor het absolute wonder en de naakte, bezielde onschuld van het kind-zijn. Het is ongelooflijk bevrijdend, maar het is ook gevaarlijk. Het is verkeren in onwetendheid.’ Citaten van non-dualist Tony Parsons.

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Advaita > Tony Parsons


Uit Alles en Niets, Tony Parsons, 2007:


Het ongegronde

Het ongegronde verschijnt als gegrond. (5)


Het onbekende

Het onbekende verschijnt als het bekende. (5)


Geen bijzondere toestanden

Totdat je je leven verliest, zul je je altijd blijven afvragen waarom… want dat wat wordt gezocht is nooit kwijtgeraakt, en wat degene die zoekt probeert te begrijpen kan nooit gekend worden. Daarom bevat de boodschap van het open geheim niets waar degene die zoekt zich aan kan vastklampen of zich de bezitter van kan noemen… er zijn geen bijzondere toestanden van gelukzaligheid, kalmte of aanwezigheid in de aanbieding. (17)


Geen spiritueel snoepgoed

De misvatting dat oprechtheid, acceptatie of verfijning van het lichaam-geest-mechanisme dingen zijn die de moeite waard zijn om na te streven, wordt hier aan de kaak gesteld. Je wordt niet uitgenodigd je aandacht naar binnen te richten en ‘je ware natuur’ te ontdekken, of een bepaalde bewustzijnstoestand die veel belooft maar heel snel komt en gaat. Er is hier geen spiritueel snoepgoed in welke vorm dan ook in de aanbieding. (17)


Niets te koop

Er wordt niet tegemoet gekomen aan de behoefte van de zoeker om bij de hand genomen te worden, een proces door te maken of iets te worden. Er zijn hier geen speciale mamma’s of pappa’s, geen spirituele gezinnetjes waar je bij kunt horen. Er is geen sprake van magie, charisma of overdracht in welke vorm dan ook… er is niets te koop, maar het sprookje van het kleine ‘ik’ zou wel eens ten einde kunnen komen. (18)


Onbeschrijflijke volheid en verwondering

Het geschenk van het bijeenzijn in deze tastbare grenzeloosheid is dat wat je al bent gezien wordt als heelheid, zonder verwachtingen of eisen. Verwarring en weerstand kunnen oplossen in het licht van een openheid waarin niets achterblijft. Uit die nietsheid verrijst de onbeschrijflijke volheid en verwondering van puur zijn. (18)


Nog steeds niet

De boodschap is niet dat er iemand is die niets kan doen of niets hoeft te doen. Daar gaat deze boodschap helemaal niet over. Deze boodschap houdt in dat er geen afzonderlijk persoon is met vrije wil en keus. Dat is een fundamenteel verschil.

Heb je dat altijd geweten?

O nee, ik wist dat helemaal niet. Nog steeds niet. Maar ik voelde het wel aan. Dit wordt gezegd vanuit een niet-weten. Hier spreekt niets over niets. Er is niemand om dit te weten, en niets om te weten. (20)


Gevangenis

Tegen het hele idee van verlicht zijn […] wordt door het denken op een bepaalde manier aangekeken. Je weet wel, dat gaat allemaal om mooi zijn en liefdevol en vergevingsgezind en begripvol en rustig en stil. Onzin! Dat is zo’n gevangenis. (23)


Ruimte zijn

Wat er gebeurt is dat je op een stoel zit en ademt, dit ziet, een stem hoort, dat is wat er gebeurt. Dat is dit. Dit is alles wat er is. En als je opstaat en deze ruimte uitloopt, zal dat dit zijn. En als je niet echt hoort wat er gezegd wordt, zal dat dit zijn. En als er wel echt gehoord wordt wat er gezegd wordt, zal dat dit zijn. En als je vanavond naar huis gaat om te eten, zal dat dit zijn. Je kunt niet aan dit ontsnappen. Er is alleen zijn. Dit is zijn, een ruimte zijn, lichamen op stoelen zijn, Tony Parsons zijn die met zijn armen zwaait. (32)


Alleen dit

Er is niets te vinden. Dit is het. Er is alleen dit. (33)


Geen antwoord

En als je een vraag stelt, zul je geen antwoord krijgen. Tot op zekere hoogte krijg je antwoord, maar dat antwoord zal de vraagsteller voortdurend tot het besef brengen dat er niet meer is dan dit. Het hele antwoord op het leven is dat er geen antwoord is. Er is slechts leven.
Dit is niet mijn waarheid. Het is geen waarheid. Er is geen waarheid. Dit is niet meer dan een weergave, een beschrijving van dat wat de enige constante is. Het is een herontdekking. En de enorme eenvoud ervan brengt het denken in verwarring. We zullen vanmiddag horen hoe het denken hiermee in gevecht gaat… want het denken houdt van verhalen. Het denken wil deel uitmaken van een verhaal waarin gezocht en gevonden wordt. En wat we vandaag met elkaar delen is dat er niets te vinden valt. Dit is het al. (35)


Verbijsterend

Zolang de zoeker er is, zegt hij in feite: ‘Waarom ben ik het paradijs kwijtgeraakt? Waar is het paradijs?’ Maar dit is het paradijs. Zelfs de zoektocht ernaar, zelfs de verwarring, het zoeken, is de volkomen vlekkeloze uitdrukking van het oneindige. Je kunt nergens heen. Er is niets goed of fout. Er is geen boven of onder. Er is geen voor en na. Alles wat er is, is dit. Het is verbijsterend. (37)


Hier krijg je niets

Je kunt dus naar leraren gaan die op zo’n magische manier te werk gaan. Je kunt naar leraren gaan met een enorme uitstraling. Je kunt naar leraren gaan die je van alles leren om te doen. Alles wat je hier krijgt is niets. (42)


Wie gaat er een bank beroven?

In het leven zijn er mensen die denken dat het hun leven en hun ervaring is. Het afzonderlijke individu gelooft, en ervaart, dat wat er gebeurt, gebeurt met een centrale entiteit die hij ‘ik’ noemt. Maar het enige wat er is is het leven dat plaatsvindt… schijnbaar. Het is uiterst eenvoudig.

En uiterst betekenisloos.

Uiterst betekenisloos. Behalve voor de schijnbaar afzonderlijke entiteit.

Maar dat doet er in feite niet toe.

Niets doet ertoe. Kijk, en dan denkt het schijnbare individu: ‘O, nou, ik kan doen wat ik wil.’ Nee, je kunt niet doen wat je wilt, want je kunt ‘verlicht zijn’ niet doen, je kunt ‘niet verlicht zijn’ niet doen. Je kunt helemaal niets doen, want er is geen sprake van een individu dat iets wil. Je kunt ‘niets doen’ niet doen. Je kunt ‘iets doen’ niet doen. Er is niemand. Aan de ene kant is deze boodschap ongelooflijk bevrijdend; aan de andere kant is hij bijzonder frustrerend voor het individu dat op zoek is. Je kunt hier nu niet weggaan en een bank beroven. Wie gaat er een bank beroven? (44)


Het wonder van de onwetendheid

Dit is grenzeloos zijn zonder oorzaak, dus er is geen behoefte aan informatie. Dit is het wonder van de onwetendheid waarin alles reeds nieuw is. Er is geen behoefte meer aan informatie. (45)


Hier noch nu

Een moment veronderstelt op de een of andere manier een volgend moment. Er is geen moment. Het is net als met het idee van hier en nu aanwezig zijn. Er is niemand die hier kan zijn, en er is geen nu. (51)


De draad kwijt

Ik volg het niet goed meer.

Dat geeft niets. De hele bedoeling van je aanwezigheid hier is dat je de draad kwijtraakt.
(52)


Werkelijk én onwerkelijk

Ik zou de term ‘illusie’ niet gebruiken. Ik denk dat dat verwarrend is. Dit is zowel werkelijk als onwerkelijk. (52)


München bestaat niet

München bestaat niet, London ook niet, buiten dit bestaat er niets. Als je opstaat en naar buiten loopt, zal dat wat zich dan voordoet niets zijn dat verschijnt als alles, en dat zal eruit zien als een trap. Je hoeft dus helemaal nergens heen te gaan of iets te weten te komen. Verlichting heeft niets te maken met alles weten, alles zien, zien wat er in Afrika gebeurt, want dit is alles. Dit is alles in zijn totaliteit. (55)


Onbegrijpelijke, onwetende isheid

Heet het zin dat eenheid zichzelf kent?

Eenheid hoeft niets te kennen. Er is alleen maar eenheid. Alles wat er is, is dit. Het valt volkomen buiten het doen. Maar in de eenheid verschijnt ogenschijnlijk doen. In de droom waarin je een afzonderlijk individu bent, verschijnt alles nog steeds puur omdat er slechts dat is. In die droom is alles dus volkomen en alleen maar daarvoor. Bij bevrijding, als eenheid gerealiseerd wordt, is die uniciteit er nog steeds. Het verschil is dat er niemand inzit waarvoor dat gebeurt. Het lijkt alleen maar te gebeuren. Het is niet-iets dat verschijnt als uniciteit. Het is volkomen onbegrijpelijke, onwetende isheid zonder iemand die weet. (57)


Zolang je probeert het te snappen

Het blijft een geheim zolang er iemand is die het probeert te snappen. Dan blijft het geheim. En alleen als er niemand naar op zoek is wordt het geopenbaard. (59)


Zolang

We gaan het dus niet hebben over het bereiken van een bepaalde toestand – we zullen hier niet proberen bepaalde toestanden van gelukzaligheid of kalmte of stilte of zelfs gewaarzijn te vinden. Hoeveel hij ook aan zelfonderzoek doet, het zal degene die zoekt niet bij dat brengen wat al is. We zullen hier dus niet ergens naar op zoek zijn, want er is niets te vinden en niets te krijgen. Waar we over praten is zo duidelijk dat het uiterst vaag is, en het is zo openbaar dat het uiterst geheim is. Zolang er iemand is die het probeert te snappen, blijft het verborgen. Zolang we er naar zoeken wordt het gewoon niet gezien. Het kan niet bereikt worden, het kan niet verloren worden, het kan niet gegeven worden en het kan niet weggenomen worden. (64)


Er is iets verdwenen

Waar we hier over praten heeft niets te maken met jou of mij – absoluut niets te maken met jou of mij. Het heeft niets te maken met persoonlijke ervaring. Je zult het niet krijgen, niemand heeft het ooit gekregen, want het heeft te maken met het feit dat er niemand is. Ik heb het ook niet. Ik weet niets dat jij niet weet – ik heb niets dat jij niet hebt, maar er is wel iets verdwenen. (64)


Alles verliezen

Dit gaat over verlies, dit gaat over alles verliezen. En het is een verlies van iets waar we van jongs af aan in zijn gaan geloven – van jongs af aan geloven we dat we individuen zijn – dat we afzonderlijke individuen zijn met vrije wil en keus, en dat we iets kunnen doen om ons leven tot een succes te maken in de wereld, en op een of andere manier probeert het denken ons te helpen om dat te doen. … En het denken schildert dan een beeld van wat verlichting ongeveer is. Verlichting is gelukzaligheid, alomtegenwoordigheid, almachtigheid, iedereen houdt van je, jij houdt van iedereen en je loopt rond in zo’n heerlijke roze wolk. … We hebben er dus een beeld bij – het denken heeft een beeld van hoe het is om verlicht te zijn; het is de loterij, de spirituele loterij. Het is de grootste loterij die je kunt winnen. Het is beter dan de honderd miljoen winnen, want je hebt dan alles, je bent er gewoon, je bent volkomen veilig, je hebt gelukzaligheid en alles is prachtig.
En dat is de moeilijkheid, want natuurlijk lijkt verlichting daar in werkelijkheid totaal niet op. Verlichting, bevrijding, is volkomen en geheel en al alledaags. Het is niet prachtig. Het is niet gelukzalig, het is niet het antwoord op alles. Het leven gaat door. Het gaat net zo door als voorheen. Maar het verschil bij bevrijding is dat elk gevoel dat er iemand is waaraan het leven zich voltrekt, wegvalt. Bevrijding is afwezigheid, bevrijding is verlies – het verlies van afgescheidenheid. En door dat verlies wordt de leegte gevuld. (64-66)


Zoeken naar niet-weten

Zijn stelt geen eisen. Maar wat binnen zijn verschijnt is een schijnbare dwingende behoefte om te ontdekken dat er geen sprake is van een dwingende behoefte.

En dat is gewoon een ondoorgrondelijk mysterie – het is gewoon een mysterie.

En de zoektocht daarnaar wordt weerspiegeld in de wereld waarin we leven, want alles wat we doen is een zoektocht naar dat mysterie. Alle religie, alle ogenschijnlijke persoonlijke inspanning is niets anders dan een zoeken naar dat niet-weten. (67)


Een lus

En ik zie nu dat die vraag voortkomt uit het gezichtspunt van afgescheidenheid, en dus is hij vanzelfsprekend niet te beantwoorden. … Die vraag is dus niets anders dan een lus die verschijnt, waardoor je steeds op hetzelfde punt uitkomt.

Ja, het is een lus, en je hebt helemaal gelijk, afscheiding brengt de vraag ‘waarom’ voort en het zoeken. En het is waar, als er niemand is, is er geen lus en zullen er geen vragen meer opkomen. Er is geen vraag en er zijn geen antwoorden. Er is niemand die iets weet en niets dat gekend wordt… er is dus niemand die kan vragen waarom. (69)


En de duivel zegt:

Dit is het verhaal van de man in de woestijn die de waarheid vindt, en dat God dan tegen de Duivel zegt: ‘De mens heeft nu de waarheid gevonden, wat ga je daar aan doen?’ En de Duivel zegt: ‘Nou, ik ga hem helpen het op poten te zetten.’ (78)


Er blijft niets meer over

De hypnotische droom dat alles zich aan ‘mij’ voordoet is heel krachtig, en het is het basisgeloof van de meeste mensen. Daarom is deze boodschap een volslagen revolutie, want het zet alles op zijn kop. Alles waar we in geloven stort in elkaar, en er blijft niets meer over. (80)


Geen hoop

Dit gaat niet over zoeken of niet zoeken; het gaat verder dan de concepten van advaita en non-dualisme, en ook verder dan het idee dat er bepaalde staten van bewustzijn of oplettendheid te bereiken zijn. Er is geen doel. Er wordt niets aangeboden. Dit kan op geen enkele wijze gekend worden. Het individu kan zich nergens slechter op zijn plaats voelen, want er kan nergens hoop uit geput worden. (85)


Niemand heeft het geheim ontraadseld

En sommigen gaan op zoek naar iets wat ‘verlichting’ genoemd wordt, want men heeft het gevoel dat verlichting hetgeen is wat dat gevoel van verlies kan compenseren; dat het een of ander geheim dat we niet goed snappen zou kunnen ontraadselen. En het klinkt, als we over verlichting lezen, alsof iemand anders het geheim heeft ontraadseld. Maar niemand heeft het geheim ontraadseld. (86)


Geen antwoorden

Nou, we kunnen met elkaar praten, er er zullen weliswaar vragen komen, maar in feite zijn er geen antwoorden. Het leven kent geen antwoord, want het leven is zijn eigen antwoord (klapt in zijn handen). Het is al aan de gang. Het is al dit. (88)


Niets te halen of te weten

Er wordt hier absoluut niets aangeboden. Het heeft geen waarde, er wordt niets aangeboden. Het meest verbazingwekkende wat hier uit voort zou kunnen komen is niets. Als je hier met iets vandaan komt, ben je nog steeds iemand met iets. ‘Nu heb ik dit. Dit is van mij, en ik kan er iets mee doen.’ Als dit echt gehoord wordt, zal gezien worden dat er niets te halen of te weten valt. Dan is er alleen maar wat er schijnbaar gebeurt. (93)


Het is ont-weten

Hoe komt het dan dat je dit niveau van begrijpen bereikt hebt?

Dat heb ik niet bereikt. Daar gaat het juist om. Dat heb ik niet bereikt. Dat heeft nooit iemand bereikt. Het is geen niveau van begrijpen… het is ont-weten. (94)


Onkenbaar

Dus je weet niet van tevoren wat er hierna komt?
Nee, en jij ook niet. Je wilt alleen geloven dat je kunt weten wat er zo dadelijk gaat gebeuren zodat je het gevoel krijgt dat je er controle over hebt. Het is een droom genaamd ‘ik die het weet’. (lacht)

Ik denk het.

Ja, dat is het ‘m, we denken dat we kunnen anticiperen. We groeien op in een wereld van afgescheidenheid, en we zijn er bang van, en dus proberen we er controle te krijgen. Wat we dus doen is proberen in het bekende te leven. We proberen te anticiperen en antwoorden te vinden. Maar het is wel zo dat als we in die bekende wereld proberen te leven, dat die dan een beetje saai lijkt te worden. Maar het vreemde is dat zijn onkenbaar is. Wat hier wordt aangegeven, en in werkelijkheid plaatsvindt, is volkomen onkenbaar. Er is niemand in deze ruimte die enig idee heeft van wat er staat te gebeuren. (95)


De grenzeloosheid in

Ontwaken is energetisch… je groeit op in verkrampte toestand, en dan explodeer je gewoon de grenzeloosheid in. Ik weet niets. (96)


Denkvermogen bestaat niet

Denkvermogen bestaat niet. Er doet zich een gedachte voor, en dan nog een en nog een… en het denken zit graag op de troon om je te vertellen dat het je zal brengen waar je wezen moet. Het zal zorgen dat je een hoop geld verdient, of dat hij van je houdt. Het zal van alles lijken te doen. Het belooft je te helpen met je leven, en het zal je ook rampspoed beloven. Het zal al die dingen tegen je zeggen. En het denken gaat altijd over morgen. Het gaat altijd morgen gebeuren, als je urenlang gemediteerd hebt, of aan zelfonderzoek hebt gedaan, of geprobeerd hebt te vasten, of celibatair geworden bent of verlangens afzweert… het is altijd later, nadat dit of dat gebeurd is, gewoon omdat het denken schijnbaar alleen functioneert in de tijd, in het persoonlijke verhaal. Het zoekt altijd naar het antwoord, maar er is geen antwoord. (96)


Weer een spirituele lolly

Tegenwoordig is er veel te doen rond zelfonderzoek. Wie maakt er thee? Wie bestuurt je auto? Wie zit er te luisteren naar Tony Parsons? Wie ben ik? Wie ben ik? Zelfonderzoek kan je een speciale plaats binnen jezelf bieden, genaamd onthechting… het is weer een spirituele lolly. Het is net als met in het hier en nu zijn. Mensen horen over in het hier en nu zijn en doen heel hard hun best om in het hier en nu te zijn, en ze houden het soms wel een half uur vol, maar het is niet meer dan een nieuwe toestand binnen het persoonlijke verhaal. (97)


Op zijn kop

Alles wat er is, is zijn. Niemand kan je dat leren. Ik probeer je niet iets te leren. Ik kan je niet leren om op een stoel te zitten. Ik kan je niet leren ademen. Ik kan niemand leren om te zijn, want er is alleen maar zijn. Het is gewoon een verschuiving, van ‘ik sta los van wat er gebeurt’ naar dat er alleen maar is wat er gebeurt. Heel simpel. … Er is alleen maar ruimte waarin dingen gebeuren. En het hele idee dat je een leven had, dat je een leven hebt en zult hebben, valt gewoon weg. Het hele idee van karma, oorzaak en gevolg, handeling, doen, paden, stort gewoon in elkaar. Deze boodschap zet alles op zijn kop. (117)


Alles verloren

Bevrijding heeft geen betrekking op het individu, dus dit is van geen enkele waarde voor het individu. Er valt dus niets te winnen en alles te verliezen. Dit (wijst op zichzelf) heeft alles verloren en jullie hebben nog steeds jezelf.

Wat zou dit wezen er na bevrijding toe aanzetten om op te staan, te eten, naar zijn werk te gaan et cetera?

Vóór bevrijding geloof je dat je een motief hebt, want je hebt een leven en ‘jij’ bent het die alles doet… die alles teweegbrengt. ‘Ik heb mijn leven en ik ga elke dag naar mijn werk, want dat zorgt ervoor dat ik een inkomen heb en de rekeningen kan betalen.’ Na bevrijding vindt er opstaan, werken en de rekeningen betalen plaats. Vreemd genoeg was dat altijd al het geval, maar jij voegt er ‘jezelf’ aan toe. Je voegt er het verhaal aan toe dat jij naar je werk gaat. (128)


Niemand heeft ooit iets gedaan

Mij lijkt het dat je dan een beetje achterover zou kunnen gaan zitten en de boel de boel zou kunnen laten.

Maar wie kiest ervoor om dat te doen? Er is geen iemand. Niemand heeft ooit iets gedaan. Niemand zal ooit iets doen. Men gelooft alleen maar dat men het doet, in de droom. Gaan liggen, opstaan, eten, ontbijt, werken, is wat er ogenschijnlijk gebeurt, maar jij gelooft nog dat je iets moet doen om het te laten plaatsvinden… ‘Ik ben het aan het doen.’ (129)


Concepten

Er is ook geen heden?

Dit is niets dat plaatsvindt. Er is geen verleden, er is geen toekomst, er is geen boven, er is geen onder, er is geen binnen, er is geen buiten. Er is geen huidig moment. Laat me het huidige moment eens zien… waar zou het zijn?

Is dat omdat dat concepten zijn?

Ja. Ze creëren alleen maar de droom of het geloof en de ervaring van een afzonderlijk persoon die nu verschijnt, doelen, betekenis, opzet, oorzaak en gevolg, karma, vroegere levens… dat hele droomverhaal verschijnt als dit. (132)


Het moet betekenis hebben

Vanaf het moment dat we afzonderlijke entiteit worden hopen we op een antwoord, en daarom verbinden we aan die hoop het idee: ‘O, het moet betekenis hebben. Waarom gebeurt dit? Waarom ben ik niet in het paradijs? Waar is het goede? Waarom ben ik het kwijtgeraakt? Dit leven wat ik heb moet betekenis hebben, dus wat ik moet doen is die betekenis vinden.’ En dan gaan we naar mensen die ons leren wat de betekenis is. We gaan naar verlichte meesters die zeggen: ‘Ja, er is betekenis. Ik zal je leren hoe je de betekenis kunt vinden door middel van inspanning, opoffering, toewijding, verandering, persoonlijke verfijning van het lichaam-geest-mechanisme of welke andere wordingsleer dan ook.’ (132)


Spirituele luiheid?

Als het allemaal geen betekenis heeft, wat houdt je dan tegen om de hele dag op de bank te hangen?

Niets. Als op de bank hangen gebeurt, gebeurt het. Er is niemand die ervoor kan kiezen om de hele dag op de bank te hangen of niet. Een hele hoop mensen – leraren – zeggen: ‘Die Tony Parsons bevordert spirituele luiheid.’ Ze horen natuurlijk niet echt wat er gezegd wordt. Ze denken dat Tony Parsons zegt: ‘Je kunt niets doen, dus ga maar voor de tv hangen’, maar dat is de boodschap niet. De fundamentele boodschap is dat er helemaal geen sprake is van een afzonderlijke entiteit met vrije wil of keus, en daarom kan niemand ervoor kiezen om voor de tv te gaan hangen of niet. (133)


Daar is het onbekende weer

Het vreemde is dat volwassenen de illusie van afgescheidenheid in stand houden, maar die illusie is niet te stoppen, want zodra je je kind een naam geeft, heb je hem een identiteit gegeven.

Daar is niets mis mee. Dat is zijn dat een identificatiespel speelt. En alles in de wereld versterkt dat. Etiketten, namen, alles wat je geleerd wordt om met de wereld om te kunnen gaan. Je groeit dus op en probeert je leven tot een succes te maken. En een van de manieren om dat te doen is proberen om alles te weten. ‘Ik moet alles weten zodat ik er controle op kan uitoefenen.’ Misschien word je als je achttien bent wel verliefd op een absoluut goddelijke vrouw. Je wordt verliefd en plotseling is daar weer het onbekende, want verliefd worden heeft heel veel weg van dit.

En wat gebeurt er dan?

En dan probeer je haar te leren kennen. En dan tikt de klok weer en ben je weer terug bij iets te weten komen zodat je er controle op kunt uitoefenen. Of droom je dat je dat doet. (145)


Verkeren in onwetendheid

We proberen dus schijnbaar een wereld te maken die we denken te kennen. We denken dat we aan het roer zitten. Het is zijn dat het doet. We blijven geloven dat wij het doen, en de wereld wordt dan bekend en saai… en ogenschijnlijk veilig. Wat ik overbreng gaat over weer volkomen open komen staan voor het absolute wonder en de naakte, bezielde onschuld van het kind-zijn. Het is ongelooflijk bevrijdend, maar het is ook gevaarlijk. Het is verkeren in onwetendheid.

Is er angst?

O, angst kan nog steeds verschijnen. Er verschijnt van alles… voor niemand. (146)


Het geschenk van het niet-weten

Waar je over spreekt roept echt tastbare, diepe gevoelens op.

Ja. Dit gaat allemaal over het voelen van de rechtstreekse, zinderende levendigheid in de zintuigen die het geschenk van het niet-weten vormt. (148)


Alleen maar naaktheid

Oké, wat ik ervaar – het is echt waar – is een ongelooflijk gevoel van kwetsbaarheid, alsof mijn beschermlaag eraf is gegaan.

Ja.

En ik voel me een beetje alsof ik kippenvel heb. Ik voel me gewoon echt…

Riskant?

Ja. Het voelt alsof er iets van me afgepeld is. Als bij een garnaal of zo. Als je het omhulsel eraf pelt is er geen bescherming meer. En het voelt ongemakkelijk. Als ik er geen verhaal van maak, voelt het in elk geval ongemakkelijk in lichamelijk opzicht.

De manier om weer jezelf te zijn en je veilig te voelen is terugkeren naar het schijnbare verhaal van jou in de tijd.

Ja, maar moet je dan gewoon maar leren omgaan met die kwetsbaarheid en er in meegaan?

Nee, er is niemand die ergens mee kan leren omgaan, er is alleen maar naaktheid.

Het gebeurt dus allemaal alleen maar?

Het is naakt en open staan voor alles, en dat voelt op een bepaalde manier riskant aan. Alles is plotseling onbekend en heel levendig… er zijn geen filters meer. (150)


De kaart zelf

In zekere zin zeg je dus dat je in plaats van een oriëntatiepunt op een kaart, de kaart zelf wordt?

Ja, dat vind ik leuk gezegd. Maar er is geen jij die waar dan ook kan zijn.

Het gevoel van plaatselijkheid is iets dat zonder meer doorgaat?

Bij bevrijding kan er nog steeds sprake zijn van een gevoel van locatie waar er gewoon is wat er gebeurt. Er zijn geen referentiepunten. Er is niets dat aan de gang is voor iets. Er is alleen maar wat er aan de gang is. (151)


Verbazingwekkend

Ik weet niet of iemand anders dit wel eens heeft meegemaakt. Een paar keer was ik met iets heel gewoons bezig, zoals mijn handen afdrogen, en dan keek ik plotseling naar beneden alsof ik mijn handen voor de eerste keer zag. Het was zo anders dan alle andere keren dat ik ze gezien leek te hebben, maar ik kon het niet loslaten, ik wilde ze, nou dat deed ik ook, ik hield ze gewoon stil tot het eindelijk overging.

Ja, het is verbazingwekkend, het is de onmiddellijkheid van dit, daar bevindt het zich, het geheim zit ‘m in de essentie van de levendigheid. (156)


Wow

Je voorbeeld is perfect als je in je handen klapt, omdat dat precies is wat het is. Het is gewoon klappen, gewoon een moment van verbazing, wow, het is gewoon wow. Het is zo gewoon, het is zo volkomen gewoon, maar het is ook zo mooi.

Mijn vrouw zegt altijd: het is een plotseling ‘wow’ dat een zacht, subtiel, constant ‘wow’ wordt. (156)


De verwondering van het niet weten

Zoals ik al eerder heb gezegd is het idee dat de boeddhisten hebben van ultieme verlichting het kennen van het bekende. Maar daar is een kenner en iets dat gekend wordt voor nodig, en daarom zitten zij nog steeds vast in het verhaal van twee, net als gewaarzijn of mindfulness. Alles wat er is, is zijn… het kan niet gekend worden… het is het mysterie en de verwondering van het niet weten… Ondefinieerbare, niet uit te drukken isheid. Het is niet een of andere prachtige plek om te zijn, ergens anders, het is wat er nu in deze ruimte is, dat is alles. Volkomen, absoluut, natuurlijk, heel gewoon dit. (160)


Vrije val

Ik maak me er weliswaar helemaal geen zorgen over, maar is het mogelijk dat andere aspecten van het mysterie op een gegeven moment onthuld worden?

Waarom willen we altijd maar meer hebben! Die volslagen waanzin en niet te stuiten hebzucht die meer wil dan alles. […]

Maar je gebruikte het woord ‘mysterie’, snap je?

Maar voor mij is het mysterie het niet-weten, de schitterende riskante levendigheid in vrije val. Het denken kan nooit begrijpen dat er alleen maar zijn zou kunnen zijn, dat er iets zou kunnen zijn dat er is en niet gekend wordt, want het denken wil weten, wil de controle hebben. Wat ik dus zeg is dat het voor het denken een absoluut mysterie is. Voor bevrijding is er geen mysterie, er is alleen maar wat er is, maar het verschijnt ogenschijnlijk in niet-weten. (161)


Niet uit te leggen

Dus als je ‘mysterie’ zegt, bedoel je dat het niet uit te leggen is?

Het valt in wezen niet uit te leggen aan het denken, terwijl er bij bevrijding niet langer sprake is van iets dat uitleg behoeft… dat gekend dient te worden. (161)


Dit

Alles wat er is, is dit. En dit is zijn. Zijn… ruimte zijn, lichamen stoelen zijn. (169)


De strijd opgeven

Misschien zullen we samen ervaren dat er vragen kunnen opkomen, en in zekere zin zullen er geen antwoorden komen, want er is geen antwoord. Het antwoord op het leven is dat er geen antwoord is. Het leven is het antwoord. Het denken blijft zich dus waarschijnlijk verzetten en blijft proberen iets te vinden om te doen en te kiezen, maar hier kan ontdekt worden dat dat onmogelijk is. Er wordt gezegd dat het stellen van vragen zichzelf door dialogen in stand houdt, maar dat hoeft hier niet te gebeuren. Het denken ontdekt hier dat het geen kant op kan, en dan kan het de strijd opgeven. (171)


Geen vooruit of terug

Het lijkt erop dat wat hier aan de gang is op een bepaalde manier heel gevaarlijk is, want je slaat de droom aan diggelen…

Ja. Maar het is alleen gevaarlijk voor het denkbeeldige individu dat vastzit in afgescheidenheid. Er is niemand die een schijnbare droom aan diggelen slaat. De onwetendheid van de droom van het worden wordt ontmaskerd.

En we kunnen niet meer terug?

Er is geen vooruit of terug. Mededogen vernietigd illusies, het helpt geen oude dametjes de weg over, het helpt mensen niet het leven door. Mededogen helpt het afgescheiden individu niet, het ontmaskert de droom van afgescheidenheid en laat vrijheid over. (177)


Uit Niemand hier, Tony Parsons, 2003:


Het krijgt niets

Ik denk dat het denken hier (of elders) binnenwandelt met de bedoeling […] om iets te krijgen – en dan beseft dat het niets zal krijgen omdat er niets te geven is. Het komt steeds weer om de hoek kijken, steeds weer met het idee iets te pakken te krijgen, en het krijgt niets… En dat gaat net zolang door tot het denken het opgeeft. (62)


Niets aan te doen

Waar ik over praat, is de realisatie dat je niets kunt doen aan het zoeken, of het stoppen met zoeken, of het niet-zoeken. Wat ik zeg, is dat er dáár niemand is. En als het zoeken door blijft gaan en als meditatie door blijft gaan en als het zuiveren van chakra’s door blijft gaan en als eerlijk zijn door blijft gaan, dan is dat wat er gebeurt. (105)


Vergeet het

Er is geen methode om dit te ontdekken… Ook is het niet zo dat er geen methode is – er is niet iemand die dit kan ontdekken; er is niet iemand die zich op een bepaalde manier of een andere manier gedraagt. Vergeet dus gewoon alles over zoeken en niet-zoeken. (105)


Niet iemand

Ik zeg je nog steeds dat ontwaken het wegvallen is van degene die denkt dat er iets te vinden is. Daarom zeg ik niet: ‘Stop met zoeken’. Ik kán niet tegen je zeggen: ‘Stop met zoeken’ – er is niet iemand daarbinnen met wie ik kan praten. (105)


Dilemma

[…] als ik tegen jou ga zeggen dat je moet zoeken, versterk ik in feite het idee dat er daarbinnen iemand is die een keuze kan maken. En als ik tegen je zeg: ‘Stop met zoeken’, versterk ik eveneens het idee dat er daarbinnen iemand is! (105,106)


Niets hoeft anders

Niets hoeft anders te zijn dan het is. Niemand in deze ruimte moet anders worden, moet ‘volmaakter’ worden. Niemand hoeft rustig te worden in zijn hoofd, niemand moet verlangens loslaten, niemand hoeft zijn ego te doden. Wat is er mis met ego? (117)


Pure waanzin

Het idee dat je je op een bepaalde manier zou moeten gedragen is pure waanzin. Het idee dat er een of andere manier zou zijn waarop je je gedraagt om iets te bereiken… er valt niets te bereiken. Het idee, de lessen die voorschrijven dat je eerlijk moet zijn, volstrekt eerlijk tegen iedereen, en dat je verlichting serieus dient te nemen… Het is zo belachelijk – serieus over verlichting! (123)


Realisatie van hulpeloosheid

De ambiërende kan niet ambiëren niet te ambiëren. Waar we het hier over hebben, is de realisatie van hulpeloosheid. (124)


Geen hindernis

Er is geen hindernis. Het denken is niets anders dan een verzameling gedachten, en gedachten zijn niet de hindernis. Niets is de hindernis – behalve het idee dat er een hindernis is. (133)


Helemaal niets

Voor het verstand is het echt heel beangstigend, want alles valt weg. Alles wat je denkt te zijn, valt weg – tijd, overeenkomsten… alles valt weg. Er is alleen maar ‘dit’. Dus blijf je achter met helemaal niets. (142)


Niets mis

Er is niets mis met tijd-denken, met plannen, met je zorgen maken, met angst voelen – met het voelen van wat dan ook. […] Zelfs het verdringen van dingen, of de weerstand voor wat er gebeurt – ook dat is iets wat zich gewoon voltrekt. (145)


Welk leven?

Heel veel mensen zeggen tegen me dat ik hun leven verpest heb! Daar gaat het hier over: de illusie verbrijzelen dat je een leven hebt. (163)


Uit Het open geheim, Tony Parsons:


Een ruimte van onwetendheid

Door tegenwoordigheid toe te laten, omhelzen wij echter een soort dood. Alle verwachtingen, oordelen, en pogingen iets te worden, sterven. Wat sterft is het element van afgescheidenheid, het identiteitsgevoel, dat alleen kan functioneren in de misleidende wereld van verleden en toekomst, herinnering en verwachting. Want we zullen ontdekken dat als we eenvoudig opgaan in dat wat is, we ons bevinden in een ruimte van onwetendheid. (57)


De levende paradox

Als er tegenwoordigheid is, is er geen zelf meer. Wij behoren tot de levende paradox en laten toe dat er vrijheid oprijst uit het aanhoudende bewegen om iets te bereiken. Het is het verwelkomen van het open geheim. (59)


Uit Amigo 2:


Chaos

Maar hoe kan ik weten wat goed of slecht is voor mij en voor de mensen die mij lief zijn?
Dat kun je niet weten en dat heb je nooit geweten. Sta open voor het idee de rest van je leven in chaos te leven; geef op dat je alles zou moeten weten. Het is prachtig.


Uit: ontwaken in het alledaagse, Joan Tollifson, 2004:
[de spreker is Tony Parsons, geciteerd door Joan Tollifson]


Leraar die niets geeft

Ik zou een leraar uitzoeken die je helemaal niets geeft, geen hoop, geen methode, geen persoonlijk offer om je daar te brengen, want er is natuurlijk niets om naartoe te gaan. Zoek iemand die al je geloofsovertuigingen vernietigt en die je altijd terugwerpt op ‘wat er is’, hier, op deze plaats. (123)


Niets te bereiken

Er valt absoluut niets te bereiken behalve het besef dat er absoluut niets te bereiken valt. (152)