U.G. Krishnamurti

‘Begrijpen dat er niets valt te begrijpen, is waar het om gaat. En zelfs dat is een armzalige bewering.’ Citaten van anti-guru en non-filosoof Uppaluri Gopala Krishnamurti (1918-2007).

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Goeroes > U.G. Krishnamurti


uit De Denkbeeldige Geest, U.G. Krishnamurti, 2004 (vertaling van Mind is a myth, 1988):


Opbranden

Het heeft geen zin om al die vragentroep op mij af te vuren. Wat mij ook raakt, het zal onmiddellijk opbranden; dat is de aard van mijn energie. (39)


Redeloze zekerheid

De zekerheid die over mij gekomen is, kan ik niet overbrengen. Het betekent niet dat ik superieur ben, een uitverkorene, of iemand in wie alle deugdzaamheid samengekomen is. Niets van dat alles. Ik ben maar een gewone man en het heeft niets met mij te maken. Deze zekerheid doet alles uit elkaar spatten … (50)


Geen dialectiek

Het interesseert me niet om anderen onderuit te halen met wat ze hebben gezegd – dat is te gemakkelijk – maar wel om onderuit te halen wat ik zelf zeg. … Ik word door de aard van hoe jullie luisteren gedwongen om altijd de eerste bewering teniet te doen met een andere bewering. Dan wordt de tweede bewering teniet gedaan door een derde, enz. Mijn doel is niet een of andere gemakkelijke, dialectische thesis, maar het totale tenietdoen van alles dat kan worden uitgedrukt. Wat je ook probeert van mijn beweringen te maken, het is niet waar. (63)


Verlos ons van de verlosser

Je moet gered worden van het hele idee dat je gered moet worden. Je moet gered worden van de zaligmakers, verlost worden van de verlossers. … Vergeet de rozenkransen, de geschriften en de heilige as op je voorhoofd. Als je zelf het belachelijke van je zoektocht inziet, wordt de hele cultuur binnenin je tot as gereduceerd. Dan ben je eruit gestapt. Traditie bestaat dan niet meer voor je. Geen spelletjes meer. Vedanta betekent het einde van kennis, dus waarom nog meer heilige boeken schrijven, meer scholen openen en meer leringen behouden? (84)


Weet ik veel

Ik hoor zekerheid en autoriteit in wat je zegt. We willen weten …
Van wie wil je wat weten? Niet van mij. Ik weet het niet. Als jij aanneemt dat ik het weet, dan heb je het jammerlijk mis. Ik kan op geen enkele manier weten. (90)


Niet weten van niet-weten

Er valt niets te weten. De bewering dat er niets te weten valt, is voor jou een abstractie, want jij weet. Voor jou is niet-weten een mythe. Bij jou is er geen sprake van een niet-weten, maar van een weten dat ‘jezelf moeten bevrijden’ projecteert uit het bekende. (92)


Geen-waarheid

Jij komt hier op zoek naar begrip, terwijl ik er alleen maar geïnteresseerd in ben om glashelder te maken dat er niets te begrijpen valt. … Ik leg er altijd de nadruk op dat de waarheid: dat er niets te begrijpen valt, op de een of andere manier bij je moet gaan dagen. Zolang je denkt, accepteert en gelooft dat er iets te begrijpen valt en daarvan een doel maakt dat zoeken en strijden vereist, ben je de weg kwijt en leef je in ellende. (109)


Alleen praktische vragen

Bij mij leven er geen vragen, behalve de praktische vragen voor het dagelijks functioneren in deze wereld. (110)


Geen leidraad

Je moet het feit onder ogen zien dat je niets over het leven, of hoe het geleefd moet worden, weet. (110)


Zelfs niet vrij

De kennis dat je dit bent, dat je dat bent, dat je gelukkig bent, dat je ongelukkig bent, dat je een gerealiseerd mens bent, dat je niet een gerealiseerd mens bent, is bij mij volkomen afwezig. Jij en ik kunnen op geen enkele manier weten of we vrije mensen zijn. Niets zegt mij dat ik een vrij man ben. (132)


Geen denkkader

Om te beginnen heb ik geen wereldbeeld, geen denkkader dat jou kan helpen.
Vragensteller: Maar misschien heb je een denkkader gemaakt dat jou helpt.
Niets helpt mij. De zekerheid die ik heb is iets dat niet kan worden overgedragen op iemand anders. En toch heeft deze zekerheid geen enkele waarde. (157)


En zelfs dat niet

Er valt niets te krijgen. Er valt niets te vinden of te ontdekken. Begrijpen dat er niets valt te begrijpen, is waar het om gaat. En zelfs dat is een armzalige bewering. Met andere woorden, er valt niets te begrijpen. (159)


Geen trek meer

Wat met mij lijkt te zijn gebeurd, is niet dat mijn honger bevredigd was, noch met broodkruimels, noch met een heel brood, maar dat mijn honger geen bevredigend antwoord vond en zichzelf heeft opgebrand. (159)


Niet verlicht

Dat betekent niet dat ik verlicht ben, of dat ik de waarheid ken. Degenen die dergelijke dingen hebben beweerd, hebben zichzelf en anderen voor de gek gehouden. Ze hebben het allemaal bij het verkeerde eind. Het is niet zo dat ik superieur ben aan hen of zo, maar het is alleen zo dat zij dingen beweren die helemaal geen feitelijke basis hebben. Dat was en is mijn zekerheid. Niets in de wereld kan mij van iets anders overtuigen. Dus ben ik niet in conflict met de machtsstructuur. Ik ben er niet in geïnteresseerd om iemand iets af te nemen. (170)


Geen copyright

Ik heb geen leer, alleen maar losse, onsamenhangende zinnen. Het enige wat er is, is jouw interpretatie van ofwel het geschreven, ofwel het gesproken woord, meer niet. De antwoorden die je krijgt, zijn van jou. Ze zijn jouw bezit, niet dat van mij. Om deze reden berust er geen enkel soort copyright op wat ik zeg; nu niet, noch in de toekomst. Ik doe nergens aanspraak op. (173)


Geen kennis, geen zoektocht

Nu is alle kennis, en de zoektocht die ze veroorzaakte, geheel en al uit mijn systeem gegooid. (185)


Gloeiende as

De dorst verdween geheel zonder gelest te zijn. Antwoorden zijn niet belangrijk. Het belangrijkste is het beëindigen van de vragen. Alhoewel alles opbrandde, is er nog steeds sprake van gloeiende as die zichzelf wil uitdrukken in een natuurlijk ritme. Welk effect dit uitdrukken kan hebben op de samenleving om mij heen, interesseert me niet. (192)


Uit The mystique of enlightenment, U.G. Krishnamurti:


Een staat van niet-weten

Als ik ergens naar kijk, weet ik gewoon niet wat ik zie – vandaar dat ik het een staat van niet-weten noem. Ik weet het echt niet. Daarom zeg ik dat je vanaf dat moment, door pure mazzel, of wat dan ook, vanaf dat moment gaat alles zijn eigen gang. Je bent altijd in samadhi; je gaat er niet meer in en uit; het gaat maar door. Ik wil dat woord eigenlijk niet gebruiken, dus noem ik het een staat van niet-weten. Je weet gewoon niet meer wat je ziet.


Verwondering

Deze toestand is een staat van niet-weten; je weet gewoon niet wat je ziet. Ik kan een half uur lang naar de wandklok kijken – zonder de tijd af te lezen. Ik weet gewoon niet dat het een klok is. Het enige wat ik voel is verbazing: Wat zit ik nou naar te kijken? Niet dat de vraag zich daadwerkelijk in deze woorden uitdrukt: mijn hele wezen is één groot vraagteken. Het is een toestand van verwondering omdat ik nou eenmaal niet weet wat ik zie. De kennis erover – alles wat ik heb geleerd – blijft op de achtergrond totdat er behoefte aan is. Ik loop in z’n vrij. Als je vraagt hoe laat het is, zeg ik “Kwart over drie” of zoiets – dat komt op als diarree – en dan ben ik terug in de staat van niet-weten, van verwondering.


Wat ligt daar?

Ik weet niet wat er in bed ligt; ik weet niet of ik op mijn linkerzijde lig of op mijn rechter-. Uren en Uren lig ik zo. Is er geluid buiten – een vogel of zo – dan is er alleen zijn echo in mij. Ik luister naar het flub-dub-flub-dub van mijn hart en weet niet wat het is. Er is geen lichaam tussen de twee lakens – de vorm van het lichaam is er niet. Als de vraag wordt gesteld: “Wat ligt daar?” dan is er alleen een bewustzijn van raakpunten, waar het lichaam in contact treedt met het bed en de lakens, en waar het in contact treed met zichzelf, bijvoorbeeld waar de benen elkaar kruisen. Er is alleen het bewustzijn van deze contactpunten, en de rest van het lichaam is er niet. Er is een zekere zwaarte, waarschijnlijk de zwaartekracht, iets heel vaags. Er is niets substantieels dat deze punten verbindt.


Iets doods

Er is niemand hier die gedachten denkt en dan met antwoorden op de proppen komt. Als je een bal naar me gooit, stuitert de bal terug, en dat noem jij dan een ‘antwoord’. Maar ik geef helemaal geen antwoord, deze toestand brengt zichzelf tot uitdrukking. Ik weet gewoon niet wat ik zeg, en wat ik zeg is van geen enkel belang. Je kunt mijn spreken opschrijven maar het zegt me niets – het is iets doods.


Gedachten zijn gedachten

Wat is denken? Je weet er niets van; alles wat je ervan weet heb je van horen zeggen. Hoe zou je er iets mee moeten doen – het modelleren, beheersen, vormgeven of stopzetten? Je probeert er aldoor iets mee aan te vangen omdat iemand je heeft verteld dat je dit moet veranderen en dat moet vervangen, de goede gedachten vast moet houden en niet de slechte. Gedachten zijn gedachten, ze zijn goed noch slecht.


Niet nodig

Weet je, dit gesprek helpt alleen als we beide tot tot het punt komen, tot de conclusie dat er geen dialoog mogelijk is, dat er geen dialoog nodig is. Als ik zeg ‘begrijpen’, ‘zien’, die woorden betekenen voor mij iets anders. Begrijpen is een zijnstoestand waarin de vraag er niet meer is; er is niets dat zegt “nou begrijp ik het!” – dat is de fundamentele moeilijkheid tussen ons. Begrijpen wat ik zeg brengt je nergens.


Het weten moet tot een einde komen

Je wilt weten in wat voor toestand ik verkeer en het onderdeel maken van het weten, jouw weten of de traditie; maar het weten moet tot een einde komen. Hoe kan je zoiets eenvoudigs begrijpen? Je behoefte om te weten maakt het weten alleen maar sterker. Het is niet mogelijk om te weten wat dit is zolang er kennis is die steeds sterker wordt. De continuïteit van het weten is het enige wat je interesseert.


Wat is het leven

Je zult nooit weten wat het leven is. Niemand kan een zinnig woord over het leven zeggen. Je kunt definities geven maar deze definities zijn zonder betekenis. Je kunt over het leven theoretiseren, maar dat heeft geen enkele waarde voor je – het zal je niet helpen om wat dan ook te begrijpen. Dus stel je geen vragen zoals “Wat is het leven?”, snap je? “Wat is het leven?” – die vraag heeft geen antwoord, dus de vraag heeft geen bestaansrecht. Je weet het echt niet, dus de vraag verdwijnt gewoon. Dat laat je niet gebeuren omdat je denkt dat er een antwoord moet zijn. Als je het antwoord niet weet, denk je dat er vast wel iemand in de wereld is die je het antwoord kan geven. “Wat is het leven?” – niemand kan die vraag beantwoorden – we weten het gewoon niet. Dus die vraag overleeft het niet, die raakt opgebrand, snap je.


Hoop

Je zult de waarheid nooit kennen, want waarheid is een beweging. Het is een beweging! Je kunt hem niet vangen, je kunt hem niet uitdrukken. Het is niet een logisch vaststelbare premisse waarin we geïnteresseerd zijn. Dus, je moet het zelf ontdekken. Wat heb je nou aan mijn ervaring? Er zijn duizenden en duizenden ervaringen op schrift gesteld – ze hebben je niet geholpen. Het is de hoop die je voortstuwt – “Als ik dit nog eens tien of vijftien jaar vol hou, dan zal eens de dag komen dat ik…” – het is de hoop die ’t hem doet.


Het onbekende

Ik kan het alleen maar zo zeggen: wat er ook moge wezen, het kan niet ervaren worden – of er überhaupt iets is, weet ik niet – ik kan dat op geen enkele manier weten. Om het in je eigen vedantische terminologie te zeggen, er is helemaal niet zoiets als het onbekende. Wat je ook maar weet over het onbekende, kan niet het onbekende zijn. Of er zoiets is als het onbekende weet ik gewoon niet. Wat je ook maar weet van dat onbekende, wat je ook maar ervaart van datgene wat je het onbekende noemt, is niet het onbekende, want het maakt deel uit van je kennis.


Hoe weet je dat?

Daarom zeg ik dat het een staat van niet-weten is. Je weet het gewoon niet. Maar hoe weet je dat je het niet weet?


Geen onderscheid

Dus, ben ik wakker, ben ik in slaap? Ik kan dat op geen enkele manier vaststellen. Vandaar dat ik zeg dat in deze staat van bewustzijn ieder onderscheid tussen de toestanden van wakker zijn, dromen en diepe slaap, ontbreekt.


Levend of dood

Met betrekking tot de realiteit die je aan de dingen toekent, zou je deze staat van niet-weten een droom noemen. Zelf weet ik niet eens of ik levend of dood ben.


Niets te begrijpen

Er valt niets te begrijpen – dit besef is er op de een of andere manier en waar het vandaan komt weet niemand en ik zou niet weten hoe ik je dit duidelijk moet maken.


Mijn onderricht

Daarom vraag ik dikwijls: Wat is mijn onderricht? Zeg het me. Ik weet niets van mijn onderricht.


Onschuld

Je hebt het over onschuld. Wat weet jij van die onschuld? In die toestand weet je gewoon niet wat je ziet. Je weet niet dat je naar je vrouw kijkt. Kan er een relatie zijn? Kan er een vrouw zijn? Kunnen er kinderen zijn? Zie je, je kunt het wel over onschuld hebben, maar wat is een onschuldige geest als er geen geest is? Waar is de geest, of de oorspronkelijke geest? Deze frasen zijn heel misleidend en je hebt er helemaal niets aan.


Er valt niets te realiseren

Wat mij betreft is er niet zoiets als de geest, de geest is een sprookje. Aangezien er niet zoiets is als de geest, is de ‘transformatie van de geest’ waar J. Krishnamurti het over heeft betekenisloos. Er valt niets te transformeren, radicaal of anderszins. Er is geen zelf dat gerealiseerd kan worden. De hele religieuze structuur die op dit fundament gebouwd is stort in want er valt niets te realiseren.


Precies dat

Er is een boek dat je daar op de plank kunt vinden, Freedom from the Known. Het is een heel eigenaardige titel. Dus, je bent dat boek aan het lezen. Dat is nou precies waar je vrij van moet zijn om vrij te zijn: wat je daar leest, daar moet je vrij van zijn.


Uit Thought is your enemy, U.G. Krishnamurti:


Het bekende

Dus, als ik luister naar iemand als jij die spreekt over de noodzaak om vrij te zijn van het bekende, dan is je overtuiging dat men zich van het bekende moet bevrijden alweer deel geworden van het bekende.


Geen idee

Wat mij is overkomen is mij overkomen ondanks alles wat ik deed. Het was als een bliksemschicht of een aardbeving, zogezegd. Alles dat ieder mens ooit gedacht, gevoeld en ervaren heeft spoelde in een keer uit mijn ssysteem. Dit is niet te danken aan enige inspanning of wilsuitoefening mijnerzijds. Daarom zeg ik dat het acausaal is, en ik heb geen idee waar ik nu sta.


Ondanks

Wat mij ook overkomen moge zijn is mij overkomen ondanks het feit dat ik naar deze of gene leraar heb geluisterd, of dit deed, of dat, of wat dan ook. Maar als ik dit alles zeg, is het iets wat mensen niet zo interessant vinden. Ze willen weten, en ik vertel ze dat ik het zelf niet weet.


No mind

Weet je, de hele boeddhistische filosofie is gebaseerd op het fundament van geen-geest. En toch hebben ze zichzelf geweldige technieken geschapen om zich van de geest te bevrijden. Al die meditatietechnieken van zen proberen je van de geest te bevrijden.


Uit Spiritueel incorrecte verlichting, Jed McKenna 2007:


Verlichting bestaat niet

Mensen noemen mij een ‘verlichte man’ – ik verafschuw dat woord – omdat ze geen ander woord kunnen vinden om de manier waarop ik functioneer te beschrijven. Tegelijkertijd moet ik erop wijzen dat zoiets als ‘verlichting’ helemaal niet bestaat. Ik zeg dit omdat ik mijn hele leven lang heb gezocht omdat ik verlicht wilde zijn, en ik heb ontdekt dat zoiets als verlichting volstrekt niet bestaat. De vraag of een bepaald persoon verlicht is of niet, doet dus helemaal niet ter zake. Ik geef geen moer om een Boeddha uit de zesde eeuw voor Christus, om van al die andere zogenaamd verlichten onder ons maar te zwijgen. (78)


Mokerslag

Ik heb zelf ontdekt dat er geen zelf is dat gerealiseerd kan worden – en dat is de realisatie waar ik het over heb. Die komt als een mokerslag. Het is alsof je door de bliksem getroffen bent. Alles had je op één kaart gezet: zelfrealisatie, en dan ontdekt je plotseling dat er helemaal geen zelf te ontdekken, geen zelf te realiseren valt, waarna je tegen jezelf zegt: ‘Waar ben ik verdomme mijn hele leven lang mee bezig geweest?’ En dat is de definitieve klap (78)


Vals

Onthechting, onbaatzuchtigheid, vriendelijkheid – dat soort dingen betekent helemaal niets voor mij. Het zijn valse begrippen, en niet alleen zijn ze vals, ze vervalsen mij. Ik ben klaar met dat hele gedoe. (79)


Ervaringen

Al die heilige mannen zijn charlatans – ze vertellen mij alleen maar wat er in boeken staat. En wat lees ik daarin? ‘Doe steeds hetzelfde’ – en dat wil ik niet. Ik wil geen ervaringen. Ze proberen een ervaring met mij te delen, maar ik ben niet geïnteresseerd in ervaringen. … Het interesseert mij niet om Brahman te ervaren. Het interesseert mij niet om de werkelijkheid te ervaren. En het interesseert mij ook niet om de waarheid te ervaren. (80)


Al die begrippen

Al die begrippen waar jullie mij mee bombarderen interesseren mij niet. Zit er nog iets achter die begrippen? (80)


Verdwenen

Ik was op een punt gekomen waarop ik tegen mezelf zei: ‘Boeddha heeft zichzelf misleid, en hij heeft anderen misleid. Al die leraren en redders der mensheid waren verdomde gekken – ze hielden zichzelf voor de gek! In dit soort gedoe ben ik niet meer geïnteresseerd.’ En zo is het helemaal uit mijn systeem verdwenen. (81)


Geen oase

Verderop ligt geen oase. Je staart je blind op een luchtspiegeling. (82)


Nog met geen tang

Weet je, de mensen stellen zich gewoonlijk voor dat de zogenaamde verlichting of zelfrealisatie of Godrealisatie, of hoe je het ook wilt noemen (woorden die in niet graag gebruik) een soort extase is, dat je in zo’n toestand altijd gelukkig bent en permanent opgaat in gelukzaligheid. Dit is het beeld dat ze van verlichte mensen hebben… Maar dit beeld heeft absoluut niets te maken met wat het werkelijk is… Daarom zeg ik heel vaak tegen mensen: ‘Als ik je een glimp zou kunnen geven van wat het werkelijk is, dan zou je het met nog geen tang willen aanpakken.’ Je zou maken dat je wegkwam, want dit is niet wat je wilt. Maar wat je wel wilt, zie je, bestaat niet. (82)


Waardeloos

Als iemand mij iets vraagt probeer ik te antwoorden, waarbij ik altijd met nadruk erop wijs dat er op die vraag geen antwoord is. Wat ik voornamelijk doe is de vraag anders formuleren, hem herstructureren, en hem naar jou terugspelen. Het is geen spelletje dat ik speel want het interesseert mij niet om jou van mijn standpunt te overtuigen. Het is geen kwestie van meningen naar voren schuiven – natuurlijk heb ik over alles mijn eigen mening, van ziekte tot goddelijkheid, maar ze zijn net zo waardeloos als die van wie dan ook. (83)


Een halve debiel of zo

Druk je eenvoudig uit. Een ingewikkelde gedachteconstructie kan ik niet volgen – daar heb ik problemen mee, zie je. Misschien ben ik wel een halve debiel of zo, weet ik veel – een abstracte manier van denken is te moeilijk voor me. Als je iets wilt zeggen, gebruik dan heel simpele woorden. Wat is je vraag precies? Het antwoord is er namelijk al, ik hoef het antwoord niet te geven. Wat ik gewoonlijk doe is de vraag herstructureren en hem zodanig formuleren dat de vraag je zinloos voorkomt. (83)


Mystiek gedoe

In alles wat ik zeg zit niets wat met religie te maken heeft of met mystiek gedoe. De mens moet gered worden van de redders der mensheid! (253)


Een lijk

Jij hoopt dat je het probleem van verlangen kunt oplossen via het denken, omdat je in de veronderstelling verkeert dat de een of andere modelheilige zijn verlangen onder controle heeft, of heeft vernietigd. Als die persoon, zoals jij denkt, geen verlangen meer heeft, dan is het een lijk. Geloof er geen woord van! (257)


Zin

Je vraagt me: ‘Wat voor zin heeft alles?’ Kijk eens hier, je hebt al een heleboel zingeving en bestaansredenen gekregen. Waarom ben je nog steeds op zoek naar de zin van het leven? Allemaal hebben ze de zin van het leven aan de orde gesteld – allemaal! Alle redders, alle heiligen en wijzen die de mensheid heeft voortgebracht – in India zijn er duizenden – hebben die vraag beantwoord, en nu stel je nog steeds dezelfde vraag: ‘Wat is de zin van het leven?’ Of je bent niet tevredengesteld, of het interesseert je niet voldoende om er zelf achter te komen. Ik beweer dat het je niet echt interesseert, want het is heel beangstigend. Héél erg beangstigend. Bestaat er wel zoiets als de waarheid? Heb je je dat ooit afgevraagd? Heeft ooit iemand je de waarheid verteld? (257)


De allerhoogste waarheid

Mensen die beweren dat ze naar de waarheid hebben gezocht en haar hebben verkondigd zijn allemaal leugenaars, beunhazen, blaaskaken en oplichters. Oké, jij wilt dus zelf uit zien te vinden wat de waarheid is. Kun je dat? Kun je de waarheid beetpakken en vasthouden en zeggen: ‘Dit is de waarheid?’ … Je gaat ervan uit dat er zoiets als waarheid is en dat er zoiets als de werkelijkheid (de allerhoogste werkelijkheid of wat dan ook) bestaat, maar juist het feit dat je dit zomaar aanneemt is de oorzaak van je probleem, van je lijden. (258)


Een schokkende ervaring

Vrager: En op die manier kun je wel je hele leven doorgaan en uiteindelijk ontdekken dat je niets hebt ontdekt.
Niets, dat is wat je ontdekt. Zogenaamde zelfrealisatie betekent dat je zelf, op eigen kracht, ontdekt dat er geen zelf te ontdekken valt. Dat zal buitengewoon schokkend zijn – ‘Waar ben ik mijn hele leven in godsnaam mee bezig geweest?’ Het is een schokkende ervaring, omdat ze iedere zenuw, iedere cel, tot in het merg van je botten, zal vernietigen. (259)


Buiten het kader

Jij kent aan dingen werkelijkheid toe, zie je – en niet alleen aan voorwerpen, maar ook aan gevoelens en aan ervaringen – en je gelooft dat het allemaal echt is. Als je niet probeert ze te plaatsen binnen het kader van alle kennis die je hebt vergaard, dan zijn het geen dingen; dan weet je werkelijk niet wat ze zijn. (260)


Welk nu?

Mocht er een heden bestaan, dan zou je dit heden nooit kunnen ervaren, want je ervaart enkel wat je weet van het heden, en wat je daarvan weet is het verleden. Wat heeft het dus voor zin om het moment dat jij ‘het nu’ noemt, te willen ervaren? Het nu kún je nooit ervaren; wat je ook mag ervaren, het is niet het nu. Het nu kan dus nooit deel uitmaken van je bewuste bestaan, je kunt het nooit tot uitdrukking brengen. Het ‘nu’ bestaat, voor zover het jou betreft, alleen als concept. Ik praat nooit over het nu. (260)


Dit lied

Dit lied zal ik de rest van mijn leven zingen totdat ik dood neerval; of iemand ernaar luistert of niet speelt voor mij geen enkele rol. (349)


Bij de neus

Als iemand jou laat geloven dat er iets te halen valt, neemt hij je bij de neus. Hij is misschien wel eerlijk hoor, maar wantrouw alle eerlijke lui! Weg met hen! Er is niemand die op dit gebied eerlijk is. Geen enkele macht van buitenaf kan jou helpen. (349)


Flikker ze in de rivier

(Naar aanleiding van een vraag over Boeddha en Christus)
Wat kunnen die twee kerels jou nou schelen? Ze zijn dood. Flikker ze in de rivier. Maar dat zul je nooit doen. Je blijft maar luisteren (het maakt niet uit naar wie) en je blijft maar hopen dat je door steeds beter te luisteren op de een of andere manier, morgen of overmorgen, uit de hele mallemolen kunt stappen. Je luistert naar je ouders en naar je leraren op school, en die zeggen dat je braaf moet zijn en gehoorzaam en dat je niet boos mag worden enzovoorts, maar daar schiet je niks mee op. Dus ga je yoga leren, of er komt de een of andere ouwe kerel langs die zegt dat je keuzeloos gewaar moet zijn. (351)


Volstrekt hulpeloos

Het is niet iets wat je te pakken kunt krijgen, iets wat je kunt bevatten of waar je uitdrukking aan kunt geven. Ik weet niet of je wel door hebt hoe volstrekt hulpeloos je bent en dat iemand die denkt dat hij je kan helpen, je onvermijdelijk misleidt, dat hoe minder nep hij is, des te krachtiger hij is, en hoe meer hij verlicht is, des te meer narigheid en tegenspoed hij je zal bezorgen. (352)


Loskomen

Je leraar moet verdwijnen, het maakt niet uit wie hij is. Wat je aan het lezen bent is juist hetgeen waar je los van moet komen. (354)


Boodschap

Vraagsteller: Wat is uw boodschap, mijnheer?
Die is heel eenvoudig. Er valt hier niets te halen. Je verknoeit je tijd. Pak je spullen en ga weg! Dat is mijn boodschap. Ik heb niets te geven; je kunt niets meenemen. Als je daar maar blijft zitten, verknoei je je tijd. Het enige wat je moet doen is opstaan en weggaan. (354)


uit Amigo 1:


Ingebeelde hulpeloosheid

Dus … wat moet je aanvangen in zo’n situatie? NIETS NIEMENDAL! Dan loopt de zaak af. Niemand, geen macht in de hele wereld kan je helpen, punt uit! Dus zolang je afhankelijk bent van enige instantie buiten je, blijf je hulpeloos. Als dit eenmaal duidelijk is begrepen, is er geen hulpeloosheid meer, dan bestaat je hulpeloosheid niet langer. Dan weet je werkelijk niet wat te doen. In die situatie moet je verzeild raken, van werkelijk niet meer weten wat te doen.