Unmani Liza Hyde

‘Ik ben volkomen verloren, en van daaruit is er verrukking over alles wat er gebeurt.’ Citaten van non-dualiste Unmani Liza Hyde.

Redactie en titels Hans van Dam.

Dwaalgids > Advaita > Unmani Liza Hyde


uit Ik ben het leven zelf, Unmani Liza Hyde, Samsara, 2009, vertaling van I am life itself, 2007:


Een gevoel van verbijstering

Ik weet niets. Ik ben volledig de weg kwijt. Het enige dat ik altijd heb geweten is dat ik het niet weet. In tijden waarin ik dacht: ik weet het of ik zou het moeten weten of ieder ander lijkt het te weten, is het enige dat altijd de overhand had, de enige constante, dat ik het niet weet. In ‘mijn hele levensgeschiedenis’ is er altijd het gevoel van verbijstering geweest, en van niet weten. Ook was er de pretentie het wel te weten, te geloven en te hopen, die dit ogenschijnlijk bedekte. Dat is allemaal het spel van het leven. (5)


Absoluut onschuldig niet-weten.

Herkenning van het leven zoals het is, is herkenning van wat er al is en altijd is geweest: niet-weten. Dit is wat ik ben. Absoluut onschuldig niet-weten. In niet-weten is er geen twijfel. In niet-weten is er absolute helderheid. (5)


Doen alsof

Voor mij als kind bestond alleen dit. Het leven bestond. Niets. Niet-weten. Onschuld. Ik wist dit altijd al. Er gebeurde nooit iets. Ik zag de grap ervan. Ik zag anderen doen alsof. (9)


De absolute gewoonheid van niet-weten

Op een zeker moment in deze periode kwam er herkenning van wat ik ben. Dit zie ik nu als wat sommige mensen ‘ontwaken’ noemen. Ik kan niet zeggen dat het iets bijzonders was, want er was niets en niemand die het kon beschrijven. Na deze non-gebeurtenis probeerde het denken er verslag van uit te brengen en uit te leggen dat het was gebeurd vanwege het een of ander. Maar eigenlijk gebeurde het simpelweg. Of, er gebeurde in feite niets. Het was eigenlijk het herkennen van de absolute gewoonheid van niet-weten, maar het ging gepaard met ontspanning en een grote opluchting, in tegenstelling tot de vertwijfeling van het zoeken. (17)


Slechts het verblijven in niet-weten

‘Kijk, we doen maar net alsof. Ha ha!’ Dit is wat men ‘ontwaken’ noemt. Je zou zelfs bijna kunnen zeggen dat er sprake was van versmelten met wat reeds geweten, maar over het hoofd gezien was. Er kwamen tranen van dankbaarheid – voor het leven. Eindelijk, eindelijk gevonden. Eindelijk weerspiegeld in de gedaante. Eindelijk kon de sluier afgaan en was er slechts het verblijven in niet-weten. (18)


Wegsmelten

Maar het geloof in iemand bij wie dit hoort was weggevallen. En daarmee verdween elke verwardheid en inspanning om iets te worden. Er was geen gebeurtenis die een specifiek moment markeerde, maar het wegsmelten van geloof en veronderstellingen. (19)


Volkomen verloren

Dit is wat sommige mensen ‘verlichting’ of ‘bevrijding’ noemen. Maar ik kan niet zeggen: ‘Ik ben bevrijd’, want het heeft niets met ‘mij’ te maken. Er is zelfs geen idee meer van een individueel ‘ik’ die iets zou kunnen doen en zeker niet een staat van ‘bevrijding’ bereiken. ‘Bevrijding’ is gewoon een woord dat verwijst naar het herkennen van absoluut niets. Er is niets te bereiken en niemand die het bereikt. Ik weet niets. Maar vanuit niet-weten is er volledig weten. Ik ben volkomen verloren, en van daaruit is er verrukking over alles wat er gebeurt. Ik val aan één stuk door en raak nooit de grond. (20)


Niets te vinden

Er zijn spirituele leraren die les geven in meditatie of zeggen dat je moet ophouden met oordelen. Er zijn leraren die zeggen dat het uiten van je emoties de weg naar vervulling is. Er zijn leraren die zeggen dat je verlicht zult worden als je ophoudt met denken. Sommige zeggen dat het universum voor je zal zorgen en dat moeder aarde van je houdt. Anderen zeggen dat, als je teruggaat naar je ware zelf en als man of vrouw goed vrijt, je misschien het uiteindelijke orgasme krijgt. De meeste leraren impliceren, of zeggen gewoon, dat er stappen zijn naar een wazig einddoel dat alleen bereikt kan worden door de geëerde, speciale mensen, en dat het voor de rest van ons iets is om eeuwig naar te streven. Misschien zouden we er aan het eind van het volgende leven een beetje dichter bij kunnen zijn! Dit zijn allemaal mooie verhalen, maar ze hebben niets te maken met hoe het werkelijk is. Zoeken is gewoon een spel dat gespeeld wordt tot aan de herkenning dat er niets te vinden is. (26)


Ik val

Het tapijt is me al onder de voeten vandaan gerukt. De hele vloer is zelfs verdwenen en ik val. (27)


Vallen in niet-weten

Zoeken is een mooi spel. Er is blijkbaar een wanhopig streven om te weten. Dat is soms heel pijnlijk. De gedachten vechten met loslaten. Ideeën dat er niets te doen of te vinden is, spreken het weten tegen dat er niets te doen en te bereiken is. De angst voor het vallen in niet-weten is groot, maar de aantrekkingskracht evenzeer. (30)


Niets en niemand

Er is niemand om iets aan te leren, niemand die iemand iets leert en niets te leren. (35)


Hokjes

We willen ervaringen en mensen vaak in een afgebakend hokje plaatsen, zodat we het hokje een naam kunnen geven; dan wordt alles wat door deze persoon wordt gezegd of gedaan geïnterpreteerd overeenkomstig dit hokje. Dat voelt veilig en zorgt ervoor dat alles bekend is. (39)


Een verlichte

Als iemand over ‘verlichting’, ‘bevrijding’ of ‘ontwaken’ praat, willen we weten of hij echt ‘bevrijd’ is, voordat we ook maar kunnen horen wat hij zegt. Als zo iemand zegt: ‘Ik ben bevrijd’ of zelfs als men gelooft dat hij bevrijd is, wordt vanaf dat moment alles wat men hoort, gehoord via de interpretatie die de luisteraar heeft van wat dat betekent. Het is een beeld van hoe een ‘bevrijd’ iemand moet zijn. Dat behelst vaak vriendelijkheid, ruimhartigheid, meditatief zijn, mededogen, zuiverheid en meer van dergelijke bijzondere eigenschappen. De meeste spirituele leraren passen mooi in het hokje dat men zich voorstelt. Ze dragen misschien wel wit, zitten heel stil, praten heel erg langzaam en sluiten vaak hun ogen. (39)


Geen hokjes

Als een ogenschijnlijke ‘verlichte’ iets doet dat niet pas in het hokjesidee over een ‘verlichte’, zoals boos worden of een sigaret roken, dan gaat de zoeker óf naar een andere spirituele leraar die beter past bij zijn idee van een ‘verlichte’, óf het hokje ontploft. In wat ik ben bestaat geen hokje. Er is geen veiligheid. Alles is open en bloot. Er is geen afgebakend hokje van een persoonlijkheid. Er kan van alles gebeuren. Zitten met gesloten ogen bijvoorbeeld, of in tranen uitbarsten. Niet één ding is belangrijker dan een ander. Er is gewoon wat er gebeurt. Er zijn geen regels. Er zijn geen grenzen. (40)


Heel gevaarlijk

Zeggen: ‘Ik ben een verlichte’ is volkomen belachelijk. Het is net zo idioot als zeggen dat je een stoffige oude map bent die netjes in een kast is opgeborgen. Dit opbergen van een idee in een hokje en het dan een naam geven betekent dat je het terug kunt vinden als je het moet vergelijken met andere ideeën. Welke referentiepunten zou ik hebben zonder namen of hokjes? Wat zou er anders zijn? Het zou heel gevaarlijk kunnen zijn… (40)


Niets

‘Niets’ als woord of idee lijkt een dode, dorre leegte. Waar hier op gewezen wordt is geen idee van niets. Het is helemaal: niets. Geen verbeelding van niets. Absoluut niets. Dit kan angstaanjagend zijn. We willen zo krampachtig iets zijn omdat we weten dat er eigenlijk niets is. Dit niets heeft geen paal en perk. Het is grenzeloos. Het is eindeloos. Het gaat voorbij ideeën van tijd of ruimte. (41)


Verbergen

Gedachten verbergen en beheersen. Woorden beschermen en verdedigen. Waar moet je je voor verbergen? Niet weten? Nooit het antwoord vinden? (55)


Totale uitputting

In ieder geval is er op een bepaald moment sprake van totale uitputting en wanhoop. Je onderkent dat elke rustplaats in het spel slechts een tijdelijke is. Niets is meer bevredigend. Niets betekent nog iets. Je kunt je op geen enkele manier meer beschermen. Alles brokkelt af en valt uiteen. (58)


Verdwaald en in de war

Slimheid en intellectualiteit kunnen heel vermakelijk zijn; het is vaak een spel dat men speelt om niet te hoeven erkennen dat men niets weet, en volstrekt verdwaald en in de war is. Net doen of je veel weet en dus proberen het leven met woorden en ideeën te beheersen wekt de schijn van ‘mij kan niets gebeuren’. Proberen ‘erbij te horen’ en ‘het bij het juiste eind te hebben’ en de ‘juiste’ woorden te bezigen, horen allemaal bij dit intellectuele spelletje dat voorkomt uit de angst om te laten zien dat je het eigenlijk gewoon niet weet. (66)


De juiste woorden

De juiste woorden voor het leven kunnen er trouwens nooit komen. Non-dualiteit of advaita of ontwaken of bevrijding zijn lange, slim klinkende woorden die wijzen naar volkomen onschuldig niet-weten. Dit is het leven. Dit heeft geen enkel woord nodig om het te beschrijven, aangezien elk woord en geen enkel woord het al zijn. (67)


Onbegrijpelijk

Dit kan niet begrepen worden. Het kan alleen herkend worden. Tot de herkenning kan er een poging zijn om te begrijpen of de woorden vast te pakken die wijzen naar wat woorden te boven gaat. Herkenning kan niet geforceerd worden en er zijn geen bijzondere omstandigheden voor nodig. Maar je kunt wel moe worden van proberen te begrijpen wat nooit begrepen kan worden. Soms kan het haren duren voordat de pogingen om te begrijpen uitgeput zijn. (73)


Een sprong in het onbekende

Bij de herkenning is er nooit een verband met iets dat eraan vooraf is gegaan. Bij de herkenning is er geen sprake van verleden of toekomst. Er is geen tijd. Elk schijnbaar verhaal wordt herkend als eenvoudig een verhaal. Niets veroorzaakt de herkenning, omdat elke schijnbare oorzaak slechts een verhaal is. Herkenning is het einde van het geloof in het verhaal. Herkenning is een sprong voorbij ideeën. Voorbij geloof. Voorbij wat altijd werd aangenomen. Het is een sprong in het onbekende. (73,74)


Een ‘kalme geest’

Sommige leraren suggereren dat denken verkeerd is en dat een ‘kalme geest’ of niet denken het beste is. Ik was in het verleden zeer bereid het met hen eens te zijn, omdat ik voelde hoe pijnlijk het was je mee te laten slepen door gedachten. Ik vond dat ik beheerst werd door gedachten en emoties, die heel overweldigend waren. Gedachten betekenden altijd iets voor ‘mij’. Een gedachte was óf een goede, óf een slechte gedachte. Een bedacht verhaal ging vaak samen met een zeker geloof of aanname over ‘mij’. Gedachten waren zeer belangrijk. Toen ik hoorde dat denken verkeerd was, gaf dit gedachten nog meer macht, omdat elke gedachte gepaard ging met de gedachte dat die verkeerd was. (77,78)


Geest

Wat betekent ‘geest’ trouwens? Er is niet zoiets als een geest. Er zijn alleen losse gedachten die opkomen en weer verdwijnen. Er is geen ‘geestentiteit’ die denkt. Aangezien het woord ‘geest’ zo vaak wordt gebruikt in gesprekken, zou je kunnen veronderstellen dat ik de geest ben en dat ik denk. Maar waar is de geest? Waar bevindt deze entiteit zich? In de hersens? Ik zou kunnen geloven dat de geest zich in de hersens bevindt, door wat de wetenschap me verteld heeft. Ben ik in de hersens? Dit is een interessante gedachte, vooral in combinatie met de verbeelding. Maar op dit moment is dat alles wat het is – een gedachte. Alles wat ik weet is deze gedachte. Wanneer we ‘de geest’ zeggen, verwijzen we in werkelijkheid naar het denkproces. Maar zelfs dat is niet nauwkeurig, omdat er geen proces is. Er is alleen dit. Deze gedachte. Er is alleen de herinnering aan een eerdere gedachte. Eigenlijk is het enige wat er is deze gedachte en nu geen gedachte. (79)


Niets mis mee

Gedachten lijken te zoeken naar meer. Meer dan wat is. Dat is de aard van het denken. De aard van het denken is de agitatie, de beweging. Daar is niets mis mee. Er is niet minder vrijheid omdat er denken is! Gedachten zijn slechts verschijnselen zoals alle andere. Zoals een stoel of een tafel. (79)


Aannames

Mijn hele leven is me geleerd en heb ik aangenomen dat ik in het lichaam ben en dat het lichaam vijf zintuigen heeft om de wereld te ervaren. In werkelijkheid is dit een van de vele aannames die niet onderzocht worden. (89)


Gedachtespinsels

Wat betekent het om gecentreerd te zijn? Je kalm voelen, de situatie meester zijn, met de stroom mee gaan, jezelf kennen… Dit zijn allemaal lichamelijke gewaarwordingen, fantasie- of gedachtespinsels die plaatsvinden in dat wat niets hoeft te weten, zich niets hoeft te verbeelden of te voelen. (92)


Ongecentreerdheid

Als emotie zich aandient, is emotie het enige dat er is. Wanneer er sprake is van ongecentreerd zijn, is ongecentreerd zijn het enige dat er is. Daar is niets aan te doen. Dit zijn slechts verschijnselen die optreden als het leven. Feitelijk is de aard van het leven ongecentreerdheid. Er is niets mis met je gecentreerdheid verliezen, want er is geen centrum. Het leven heeft geen grenzen en geen centrum. (92)


Onbekend, nooit gekend

Angst is gewoon het optreden van een lichamelijke gewaarwording. Hij gaat vaak vergezeld van denken en emotie, die ook alleen maar optreden. Binnen het spel lijkt angst het vasthouden aan een spookbeeld te zijn. Het is een schijnbare verkramptheid ten opzichte van het leven. Het is een vasthouden aan wat bekend, herkenbaar en definieerbaar is. Het onbekende is angstaanjagend voor wat beweert te weten. Het is zoals een kind zich vasthoudt aan zijn mammie of pappie. Mammie en pappie zijn het bekende, maar op eigen benen staan zonder autoriteit boven je, is onbekend. Nooit gekend. (95)


Geen verhaal

Er is vaak sprake van een pretentie van weten, die de angst voor niet weten bedekt. Dit doen alsof, klampt zich vast of zijn leven ervan afhangt. De zogenaamde persoon gaat naar therapie om geholpen te worden een bekender verhaal te creëren, die de waarheid dat er geen verhaal is moet bedekken. Relaties worden gebruikt als schuilplaatsen en situaties waarin men ingebeelde drama’s kan opvoeren, tot ze ook daar blootgelegd worden. De pretentie kan zich niet eeuwig verbergen. Uiteindelijk valt ze uiteen, en wordt er ingezien dat niets ooit geweten kan worden. (95,96)


Volkomen verloren

Eigenlijk heeft wat ik ben geen idee. Ik weet niets. Ik ben volkomen verloren. Er is alleen maar absoluut niets en daarin treedt het gevoel van angst op. (96)


Geen mening

Ik heb een herinnering aan een gesprek met mijn vader toen ik ongeveer zeven of acht jaar was. Ik was heel boos en overstuur uit school thuisgekomen. Ik vertelde mijn vader dat iedereen op school van die uitgesproken meningen had over alles, en dat ik nergens een mening over had. De mensen om me heen hadden blijkbaar allemaal van alles te zeggen over een menigte onderwerpen. Ik was duidelijk overstuur omdat ik dacht dat ik net zo moest zijn als zij, maar niet wist hoe. Mijn vader deed zijn best om me te helpen door te vragen of ik een mening had over een aantal onderwerpen. Na een poosje besefte hij dat ik echt geen bepaalde mening had, en opperde dat ik dan maar iets origineels moest verzinnen. (101)


Een voorwendsel

Op deze manier kon ik net doen als alle anderen. Op een verbijsterend eenvoudige manier liet mijn vader, waarschijnlijk zonder het te beseffen, me zien dat dit allemaal maar doen alsof was, en dat het er echt niet toe deed wat ik zei of wie ik voorgaf te zijn. De mensen om me heen gaven allemaal voor ‘iemand’ te zijn. Om tussen hen te kunnen overleven, begon ik te geloven in mijn eigen pretenties. Ik geloofde dat ik een iemand was, die een geschiedenis en een mogelijke toekomst had. Ik geloofde dat er dingen ‘met mij’ gebeurden. Ik geloofde dat ik met de wereld moest onderhandelen. Afgescheidenheid. Al die schijnbare tijd waarin ik deed alsof ik iemand was, was het daar bovenuit altijd bekend dat dit een voorwendsel was. Wat ik ben, werd privé en innerlijk altijd geweten, maar eenvoudig vergeten. De onschuldige eenvoud van niet weten is altijd geweest wat ik ben. Er was heel vaak sprake van de overtuiging dat andere mensen het wel weten en dat het onmogelijk is dat ik het weet. Zo werd aan het weten van het niet weten voorbijgezien. (102)


Niet weten is wat ik ben

Ik dacht altijd dat ik zou moeten weten. Ik dacht altijd dat als ik niet wist, dat er iets mis was met mij. Het leek of andere mensen wisten, maar ik niet. Bij het herkennen van wat ik ben, is gezien dat ik nooit iets hoefde te weten. Niet weten is wat ik ben. Iets weten is slechts de schijn van weten, en gebeurt in volstrekt niet-weten. (103)


Nooit weten

Niet weten is dit. Nooit weten. Gedachten proberen te weten. Dat houdt misschien nooit op, want het is de aard van het denken. Boven het denken uit wordt dit allemaal geweten. Het denken blijft proberen te definiëren en zegt: ‘Dit is het!’ Het herkent de stilte voorbij het denken en zegt: ‘Ik heb het!’ Vervolgens glijdt de stilte weg en dan zegt het denken: ‘O nee, ik ben het kwijt!’ Het herinnert zich hoe vredig en heerlijk het was en probeert het via de verbeelding te herscheppen. ‘Ik moet proberen het vast te houden.’ (103,104)


Immer vallend

Dit gaat misschien allemaal door, maar boven al deze pogingen uit om vast te houden aan iets imaginairs, is het weten dat het nooit vastgehouden kan worden. Het kan nooit gekend worden, het kan nooit gevonden worden, en daarom kan het nooit verloren worden. Het kan nooit herinnerd worden, daarom is het niet nodig me zorgen te maken dat ik het vergeet. Ik ben verloren en vergeten. Voor eeuwig verloren en nooit herinnerd. Dit is, eeuwig, het. Immer vallend in niet-weten en nimmer landend. (104)


In totale betekenisloosheid

De gedachte: ‘Ik doe dit’ is slechts een gedachte die in werkelijkheid geen verband houdt met de handeling die plaatsvindt. De ‘ik doe dit’-gedachte is gebaseerd op de ‘ik ben iemand’-gedachte of overtuiging. Bij het geloof in een afzonderlijk individu lijkt het of dat individu kan kiezen iets te doen of niets te doen. Wat ik ben is geen geloof, aanname of gedachte. Wat ik ben is het ‘nergens’, waarin dingen eenvoudig gebeuren in totale betekenisloosheid. (110)


De dood van een veronderstelling

Gedachten pakken het idee van dood op en maken er een heel spannend verhaal van. In werkelijkheid is de dood slechts het eind van de veronderstelling dat er iemand is die het leven bezit. Het is het eind van het verhaal van ‘mij’ en ‘mijn leven’. (123)


Ik weet niet waarom of hoe

Niet weten. Dat is de aard van dit. Gedachten en woorden proberen altijd te weten en meester te zijn. Wat dit alles weet is eenvoudig, onschuldig niet-weten. Er is totale vrijheid in niet-weten. De vrijheid van nooit iets hoeven weten. Vrijheid voorbij het idee van vrijheid. Dit is een vrijheid voorbij elk ogenschijnlijk lijden of gebondenheid. Vrijheid voorbij de zalige genietingen die komen en gaan en nooit vastgehouden kunnen worden. Vrijheid voorbij elk geloof in een persoon die vrij kan zijn. Dit is vrijheid die niet begrepen, niet uitgelegd kan worden. Ik weet niet waarom of hoe ik vrij ben, maar ik ben de vrijheid zelf. (125)


Niets in dit spel is bekend

Ik dacht altijd dat volwassenheid betekende: verantwoordelijkheid nemen voor mijn daden. Serieus zijn. Ik heb anderen vaak op een voetstuk gezet en aangenomen dat anderen gelijk hadden zonder ook maar te onderzoeken wat ik al wist. Deze zienswijze was gebaseerd op angst. Er is alleen maar onschuldig niet weten. Niets in dit spel is bekend, ook al doen mensen net alsof ze heel veel weten. (127)


Geen autoriteit

Volwassenheid onderkent dat er geen autoriteit bestaat. Er is niemand die weet. De waarheid is dat niemand iets weet. Alleen in niet weten wordt dit alles geweten. Onschuldig niet weten is wat ik ben. De rest is slechts pretentie. Volwassenheid is het besef dat er geen moeder of vader is. Ik ben volkomen alleen. Ik kan niet langer gewoon geloven wat anderen zeggen of doen. Ik kan niet meer in een filosofie of spirituele leer geloven. Ik kan niet meer in de pretentie geloven. Ik ben zover dat ik zie hoe het werkelijk is. Ik ben de enige autoriteit en alleen in niet weten, weet ik. (127,128)


Als een kind

Volwassenheid is de bereidheid om wakker te worden uit de droom. Volwassenheid is inzien dat ik nooit iets anders ben geweest dan als een kind. (128)


Niets te zeggen

Niets te zeggen en niemand die het zegt. Er kan iets gezegd worden, maar niemand zegt iets. Er kan niets gezegd worden, maar er is niemand die besluit iets te zeggen of niet te zeggen. Alles gebeurt in zijn gewone eenvoud. Niets is speciaal, maar tegelijk is alles speciaal. Voorbij verbeelding en ideeën over wat het is. Daar is het veel te eenvoudig voor. (137)


Brullend in niet-weten

Vreugde zonder ooit blij te hoeven zijn. Liefde zonder ooit liefdevol te hoeven zijn. Stilte zonder ooit rust nodig te hebben. Onbeweeglijkheid die de onbeweeglijkheid van lichaam of geest overstijgt. Mild maar kan meedogenloos zijn. Mededogen zonder ooit aardig te hoeven zijn. Vrede onder elk oorlogsgeweld. Waarlijk vrij ondanks welke muren dan ook. Vrijheid voorbij fysieke vrijheid. De enige autoriteit voorbij elke autoriteit. Geen grenzen. Voorbij elke ervaring, hetzij spiritueel, fysiek, emotioneel of mentaal. Het einde van hoop. Dood. Zozeer voorbij woorden dat elk woord een leugen lijkt. Maar toch kunnen er woorden komen. Het moet wel overstromen in expressie. Onschuld. Beminnelijkheid. Intimiteit. Kracht. Alle goede eigenschappen en niet één eigenschap. Nooit een bepaalde goede eigenschap te hoeven zijn. Niet-iets. Niets, voorbij elke fantasie over niets. Dit is wat ik ben. Totaal verloren voor alles wat er gevonden wordt. Nooit wetend. Brullend in niet-weten. (138)


Uit InZicht; wegen van radicaal zelfonderzoek, jaargang 13, nummer 1, februari 2011, pp 20-22:


Weten en begrijpen

In de meeste samenlevingen wordt heel veel autoriteit toegekend aan weten. Men gelooft dat weten en begrijpen ons verder helpen in ons leven. Er wordt van ons verwacht dat we alle antwoorden in huis hebben. Iets weten en begrijpen geeft het denken een tijdelijk gevoel van ontspanning en zekerheid en veiligheid. Het onbekende boezemt angst in en is te onbegrensd om te kunnen bevatten. Daarom vult het denken dat gat met concepten en overtuigingen.


Een eind aan het bekende

Leegte en dood zijn taboes. We kijken liever niet al te nauwkeurig naar de dood, want die maakt een eind aan het bekende. De dood laat je niet langer rusten in het idee ‘ik ben iemand die zich in een lichaam bevindt en zijn/haar eigen leven leidt’. De dood ontneemt je het gevoel veilig te zijn in een duidelijk omschreven identiteit die zich ergens bevindt.


Een grote open ruimte

Toen ik nog een kind was, wist ik in al mijn onschuld niets. Ik wist niet hoe of wat ik in de wereld moest zijn. Ik wist niet wat de dingen betekenden. Ik wist niet wat goed of slecht voor me was. Ik wist niet waar ik bang voor moest zijn of wat ik moest zien te bereiken. Ik kende de regels van de samenleving niet, ik wist niet hoe ik me moest gedragen of wat beleefdheid was. Ik wist niet wat er taboe was of waar ik wel over mocht spreken. Mijn gedachten hadden nog niet alle autoriteit overgenomen. Ik was een grote open ruimte. In dat niet-weten was ik leeg – er was alleen maar leegte. Ik had geen idee wie ik was of diende te zijn.


Ik weet niet wie

Ik weet niet wie ik in de wereld dien te zijn, maar ik merk wel dat ik dingen zeg en doe. Als ik mezelf probeer te vinden, vind ik niets anders dan leegte. Tegelijkertijd lijkt er iemand te zijn die leeft en omgaat met de wereld. Ik weet niet wie dat is of wie dat verondersteld wordt te zijn. Alles wat ik doe is met nieuwsgierigheid en verwondering naar haar kijken.


Trillen van angst

Het niet-weten is ook een gevoel van onzekerheid dat zich kenbaar maakt in het lichaam. Of het nu gaat om het gevoel van onzekerheid dat verschijnt als je op een gladde ondergrond loopt of om het gevoel van onzekerheid dat je hebt als je niet weet welke kant je op wilt gaan of wat je wilt gaan doen, het lichaam is zich gewaar van de angst die gepaard gaat met het ongewisse van de uitkomst. Je kunt uitglijden en vallen. Je kunt alles riskeren en falen. Je kunt jezelf voor schut zetten. Lichaam en geest stellen zich mogelijke scenario’s voor die lichamelijk gevoeld worden. Als ik zie dat ik echt niet weet, kan het lichaam gaan trillen van angst.


Niets kan me beschermen

Maar als het denken niet geloofd wordt, ga je zien dat er eigenlijk geen zekerheid bestaat, en ook geen permanente schuilplaats en niets waar je je aan vast kunt klampen om je veilig te voelen. Dan wordt gezien dat het leven nu op dit moment in alle frisheid spontaan plaatsvindt zonder reden of betekenis. Dat kan heel ongemakkelijk en beangstigend zijn, maar ook heel levendig aanvoelen. Niets kan me beschermen.


Weten in niet-weten

Het enige wat ik zonder twijfel weet is dat ik niet weet. Wat het denken denkt te weten is onbetrouwbaar. Je denkt de ene dag iets te weten, maar de volgende dag besef je dat het allemaal anders is en denk je weer iets anders te weten. Je denkt dat je weet hoe iemand in elkaar steekt, maar dan plaatst die persoon je voor een verrassing door iets heel anders te doen. … Het weten van het denken is onbetrouwbaar, maar er bestaat een ander soort weten – weten in niet-weten. Niet weten wordt in absolute zin gekend. Wat een paradox! Het wordt niet gekend door het denken, maar is boven elke twijfel verheven. Het is in absolute zin rust vinden in niet-weten en nooit-weten. Niet-weten is het enige wat ooit werkelijk gekend kan worden. Dat slaat nergens op. Gelukkig maar!


‘weten’ en ‘niet-weten’ en verder


Geen permanente rustplaats

Tijdens onze hele zoektocht denken we dat we het einddoel van werkelijke kennis en werkelijk inzicht kunnen bereiken. Wat een teleurstelling is het dan om te merken dat het tegendeel het geval is! Het gaat juist om een twijfelloos weten dat er niets te weten of te vinden valt. Er bestaat geen permanente rustplaats. Je kunt je nergens op vastpinnen.


Ik tast volkomen in het duister

Ik weet niet wat niet-weten is. Ik weet niet eens wat dit allemaal betekent. Ik weet niet wat er gaande is of wie ik ben. Ik tast volkomen in het duister. Ik ga niet af op wat het denken zegt als het etiketjes plakt op de dingen die gebeuren. Ik geloof niet in iets concreets. Ik geloof nergens in en koester geen enkele hoop. Er is niets en niemand waar ik altijd op kan bouwen. Ik geloof niet in een juiste of onjuiste manier van zijn, doen, spreken of denken.


Van Unmani’s vorige website, non-knowing.com (huidige website).


Volslagen onzekerheid

Het Leven herkennen zoals het is betekent herkennen wat al is en altijd al geweest is: niet-weten. Herkennen wie Jij bent betekent eindelijk datgene onder ogen zien wat nooit ergens anders is geweest dan precies hier. Nooit meer doen alsof je iets weet of proberen iets te weten. Dit is absoluut Niet-Weten. Een eeuwigdurende vrije val in volslagen onzekerheid. Dit is wat ik ben.


Dit is wat ik ben

Dit is wat ik ben. Volmaakt onschuldig niet-weten. In niet-weten zit geen sppor van twijfel. Niet-weten is volmaakt helder. Niets dan de onmiddellijke herkenning van wat is. Dit is wat ik ben.


Geen grenzen

Wat ik ben is niet afgebakend. Er is geen veiligheid. Alles ligt uitgestald. Ik heb geen karakter. Alles is mogelijk. Zitten met mijn ogen dicht kan gebeuren of in tranen uitbarsten kan gebeuren. Niets betekent meer dan iets anders. Er is alleen maar wat er is. Er zijn geen regels. Er zijn geen grenzen.


Waarvoor?

Gedachten dekken toe en heersen. Woorden beschermen en verdedigen. Waarvoor zouden we ons moeten schamen? Niet-weten? Nooit het antwoord vinden?


Een sprong in het duister

Herkenning is een sprong voorbij de concepten. Voorbij het geloof. Voorbij alles wat men altijd alleen maar verondersteld heeft. Het is een sprong in het duister.


Geen autoriteit

Volwassenheid is erkennen dat er geen autoriteit is. Er is niemand die weet. De waarheid is dat niemand iets weet. Alleen in het niet-weten kan men dit zien.


Je weet maar nooit

Wat zou je in hemelsnaam moeten doen om helemaal niets te weten? Als je helemaal niets weet, dan weet je dat. Je hoeft er niets voor te doen. Maar je weet nooit wat er zal gebeuren.


Net als jij

Ik weet niets meer dan jij. Wat jij niet weet is wat ik niet weet!


Nooit

Heb je nou nog niet genoeg van het rondrennen op zoek naar een rustplaats, een blijvende oplossing voor al je problemen en lijden? Geef het op en rust nu uit. Laat maar waaien. Geef toe aan het niet weten. Nooit weten. Nooit vinden. Niets om aan vast te houden. Begrijp je dan niet dat je nooit het antwoord zult weten? Nooit zul je de blijvende vrede en rustplaats vinden die je zoekt.


Hoe lang nog?

Je hebt geprobeerd uit te zoeken wie je bent in een wereld vol maskers. Je hebt gezocht in je gedachten en in je verbeelding. Je hebt geprobeerd jezelf te leren kennen in een leven van eindeloze reflecties en betekenissen. Er zijn zoveel vragen en geen echte antwoorden. Is het je nooit opgevallen dat, zodra je denkt dat je het doorhebt, er weer iets gebeurt dat aantoont dat je er faliekant naast zit? Denk je eindelijk het juiste antwoord te hebben, komt er weer iemand aanzetten met een beter antwoord. Er komt nooit een eind aan de antwoorden in je gedachten. Hoe vaak zul je er nog intrappen?


Niets

Je kunt deze boodschap aanhoren en te zeggen: ‘Nou, én?’ Ernaar luisteren als naar een intellectuele theorie of filosofie, en het ermee eens of oneens te zijn. Je zou het zelfs als nieuwe houding of overtuiging kunnen aannemen. Maar wat ik bedoel wordt direct herkend of helemaal niet. Ik heb het over het einde van alle overtuigingen en zienswijzen. Ze allemaal kwijtraken. Alle referentiekaders kwijtraken, en alle grenzen. Alle hoop verliezen dat het op een dag wel beter zal gaan. Niets, geen bal overhouden.


Naakt

Loos alles wat je als heilig en bijzonder beschouwd. Verlies alle hoop. Hou alleen nu, dit, over. Geef je over aan wat is. Helemaal naakt. Geen ‘misschien’ meer. Geen ‘stel dat’ meer. Nooit meer ‘misschien weet iemand anders het wel’.


Niet te begrijpen

Niet-wetend, weet ik. Dit is niet te begrijpen. Dit valt niet te beredeneren. Dit kun je niet ‘vatten’. Dit kan niet bedacht worden. Dit kan niet gevonden of verloren worden. Dit kan niet ervaren worden. Maar op een of andere manier weet ik dit al, voorbij alle ervaring.


Altijd aan het vallen

Er valt niets te bereiken en er is niemand die iets zou kunnen bereiken. Ik weet helemaal niets. Maar aan dat niet-weten ontspringt een volmaakt weten. Ik ben helemaal de weg kwijt en juist daarom geniet ik intens van wat er ook maar gebeurt. Ik ben altijd maar aan het vallen en ik land nooit.