Doe de verlichtingstest

Foolproof vragen en lijstjes om zelf vast te stellen of je verlicht (ontwaakt, gerealiseerd) bent. Geschikt voor alle tradities. Gratis en voor niks. Ook voor beginners.

De Kleinste Verlichtingsproef

Wil je weten of je verlicht bent?
Volgende keer beter.
Je mag de Kleinste Verlichtingsproef zo vaak afleggen als je wilt.

De Kleine Verlichtingsproef

Wil je weten of je verlicht bent?
Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende vragen:

  1. Denk je dat iedereen verlicht kan worden?
  2. Denk je dat iedereen al verlicht is?
  3. Denk je dat je kunt zien of iemand verlicht is?
  4. Denk je dat de verlichte weet dat hij verlicht is?
  5. Denk je dat de verlichte het lijden overwonnen heeft?
  6. Denk je dat de verlichte ingoed is?
  7. Denk je dat de verlichte probleemloos door het leven gaat?
  8. Denk je dat de verlichte zich altijd lekker voelt?
  9. Denk je dat de verlichte anderen kan verlossen?
  10. Denk je dat er een kikkerproef voor verlichting bestaat?

Heb je een of meer vragen weten te beantwoorden?
Volgende keer beter.
Je mag de Kleine Verlichtingsproef zo vaak afleggen als je wilt.

De Grote Verlichtingsproef

Wil je weten of je verlicht bent?
Beantwoord dan naar eer en geweten de volgende vragen.

  1. Denk je dat de verlichte ergens anders is, bijvoorbeeld in de hemel of aan gene zijde?
  2. Denk je dat de verlichte buiten de tijd staat?
  3. Denk je dat verlichting een gemoedstoestand is?
  4. Denk je dat verlichting een ervaring is?
  5. Denk je dat de verlichte het geheim van het leven kent?
  6. Denk je dat de verlichte almachtig is of speciale gaven heeft?
  7. Denk je dat de verlichte onthecht is?
  8. Denk je dat de verlichte het leven volledig omarmt?
  9. Denk je dat de verlichte vol mededogen zit?
  10. Denk je dat de verlichte altijd nederig en bescheiden is?
  11. Denk je dat de verlichte helemaal in het nu leeft?
  12. Denk je dat de verlichte van alle problemen verlost is?
  13. Denk je dat de verlichte doet door niet te doen?
  14. Denk je dat de verlichte alles losgelaten heeft?
  15. Denk je dat de verlichte genoeg heeft aan zichzelf?
  16. Denk je dat de verlichte nooit oordeelt?
  17. Denk je dat de verlichte blijvend gelukkig is?
  18. Denk je dat de verlichte op handen gedragen wordt?
  19. Denk je dat het leven lijden is?
  20. Denk je dat alle levende wezens verlost moeten worden?
  21. Denk je dat er in het hele universum geen grassprietje verkeerd ligt?
  22. Denk je dat je liefde bent?
  23. Denk je dat je onschuld bent?
  24. Denk je dat je niets openheid bent?
  25. Denk je dat je authentiek bent?
  26. Denk je dat je bewustzijn bent?
  27. Denk je dat je de kenner bent?
  28. Denk je dat je de bron bent?
  29. Denk je dat je de waarheid belichaamt?
  30. Denk je dat je altijd het juiste doet?
  31. Denk je dat je goddelijk bent?
  32. Denk je dat je god bent?
  33. Denk je dat vrij bent?
  34. Denk je dat de verlichte volmaakt spontaan is?
  35. Denk je dat je je gedachten niet gelooft?
  36. Denk je dat dit de hemel al is?
  37. Denk je dat je onsterfelijk bent?
  38. Denk je dat je alles bent?
  39. Denk je dat je niets bent?
  40. Denk je dat je iemand bent?
  41. Denk je dat je niemand bent?
  42. Denk je dat je een vrije wil hebt?
  43. Denk je dat vrije wil niet bestaat?
  44. Denk je dat je één bent met de rest van de wereld?
  45. Denk je dat het leven een mysterie is?
  46. Denk je dat de werkelijkheid echt is?
  47. Denk je dat de werkelijkheid een illusie is?
  48. Denk je dat er een hogere werkelijkheid is?
  49. Denk je dat deze werkelijkheid de hogere is?
  50. Denk je dat je er een onbemiddelde werkelijkheid is?
  51. Denk je dat de werkelijkheid monistisch is?
  52. Denk je dat de werkelijkheid dualistisch is?
  53. Denk je dat de werkelijkheid non-dualistisch is?
  54. Denk je dat de werkelijkheid pluralistisch is?
  55. Denk je dat de dingen leeg zijn?
  56. Denk je dat er een weg naar verlichting is?
  57. Denk je dat er vele wegen naar verlichting zijn?
  58. Denk je dat er geen weg naar verlichting is?
  59. Denk je dat bij de transmissie van meester op leerling steeds hetzelfde wordt doorgegeven?
  60. Denk je dat er bij de transmissie van meester op leerling iets wordt doorgegeven?
  61. Denk je dat er bij de transmissie van meester op leerling niets wordt doorgegeven?
  62. Denk je dat de leerling zijn meester moet aftroeven of overtreffen?
  63. Denk je dat alle godsdiensten het over hetzelfde hebben?
  64. Denk je dat alle godsdiensten het over iets anders hebben?
  65. Denk je dat je steeds verlichter kunt worden?
  66. Denk je dat verlichting een kwestie van alles of niets is?
  67. Denk je dat je na je verlichting weer terug kunt vallen?
  68. Denk je dat je na je verlichting nog moet rijpen?
  69. Denk je dat verlichting alleen maar bereikt kan worden via het gevoel of de intuïtie of het derde oog of de hoofdchakra of de onderbuik?
  70. Denk je dat verlichting een transformatie van je huidige staat is?
  71. Denk je dat verlichting een terugkeer naar je oorspronkelijke staat is?
  72. Denk je dat iedereen al verlicht is maar het nog niet beseft?
  73. Denk je dat verlichting een kwestie is van caritas?
  74. Denk je dat verlichting een kwestie is van ascese?
  75. Denk je dat verlichting een kwestie is van overgave?
  76. Denk je dat je het denken overwonnen hebt?
  77. Denk je dat verlichting alleen bereikt kan worden via het denken?
  78. Denk je dat het denken tegen zichzelf ingezet moet worden?
  79. Denk je dat de verlichte geen gedachten meer heeft?
  80. Denk je dat de verlichte alleen maar positieve gedachten heeft?
  81. Denk je dat je een ego hebt?
  82. Denk je dat je het ego moet overwinnen?
  83. Denk je dat je het ego onoverwinnelijk is?
  84. Denk je dat het ego alleen maar een gedachte is?
  85. Denk je dat er een absolute waarheid is?
  86. Denk je dat er alleen relatieve waarheden zijn?
  87. Denk je dat er zelfs geen relatieve waarheden zijn?
  88. Denk je dat de waarheid zich onder woorden laat brengen?
  89. Denk je dat de waarheid zich alleen negatief laat omschrijven?
  90. Denk je dat de waarheid voorbij de woorden is?
  91. Denk je dat je beter kunt zwijgen?
  92. Denk je dat je beter kunt spreken?
  93. Denk je dat je kunt weten?
  94. Denk je dat je niet kunt weten?
  95. Geloof je in de kosmische grap?
  96. Denk je dat deze vragen ertoe doen?
  97. Denk je dat de opsteller van deze vragenlijst verlicht is?
  98. Denk je dat de verlichte al deze vragen weet te beantwoorden?
  99. Denk je dat de verlichte geen van deze vragen weet te beantwoorden?
  100. Denk je dat je uit deze vragenlijst kunt opmaken wat verlichting is?

Heb je een of meer vragen weten te beantwoorden?
Volgende keer beter.
Je mag de Grote Verlichtingsproef zo vaak afleggen als je wilt.

Maar meester!

Geboren? U was toch verlicht?
Ongeboren? U was toch verlicht?
Sterfelijk? U was toch verlicht?
Onsterfelijk? U was toch verlicht?
Geen meditatie? U was toch verlicht?
Meditatie? U was toch verlicht?
Geen bedelnap? U was toch verlicht?
Een bedelnap? U was toch verlicht?
Geen goeroe? U was toch verlicht?
Een goeroe? U was toch verlicht?
Geen leerlingen? U was toch verlicht?
Leerlingen? U was toch verlicht?
Geen boeken? U was toch verlicht?
Boeken? U was toch verlicht?
Geen weg? U was toch verlicht?
Een weg? U was toch verlicht?
Geen waarheid? U was toch verlicht?
De waarheid? U was toch verlicht?
Geen ego? U was toch verlicht?
Een ego? U was toch verlicht?
Gehecht? U was toch verlicht?
Onthecht? U was toch verlicht?
Depressief? U was toch verlicht?
Vrolijk? U was toch verlicht?
Doodsverlangen? U was toch verlicht?
Doodsangst? U was toch verlicht?
Levensangst? U was toch verlicht?
Geen baan? U was toch verlicht?
Een baan? U was toch verlicht?
Spreken? U was toch verlicht?
Zwijgen? U was toch verlicht?
Oordelen? U was toch verlicht?
Niet oordelen? U was toch verlicht?
Onderscheid? U was toch verlicht?
Geen onderscheid? U was toch verlicht?
Idealen? U was toch verlicht?
Geen idealen? U was toch verlicht?
Mededogen? U was toch verlicht?
Geen mededogen? U was toch verlicht?
Liefde? U was toch verlicht?
Haat? U was toch verlicht?
Seks? U was toch verlicht?
Onthouding? U was toch verlicht?
Onvolmaakt? U was toch verlicht?
Volmaakt? U was toch verlicht?
Verlicht? U was toch volmaakt?

Maar Hans!

Geen charisma? Jij was toch verlicht?
Geen traditie? Jij was toch verlicht?
Geen geloften? Jij was toch verlicht?
Geen goeroe? Jij was toch verlicht?
Geen volgelingen? Jij was toch verlicht?
Geen oefeningen? Jij was toch verlicht?
Geen eenheid? Jij was toch verlicht?
Geen weg? Jij was toch verlicht?
Geen voertuig? Jij was toch verlicht?
Geen doel? Jij was toch verlicht?
Geen waarheid? Jij was toch verlicht?
Geen antwoord? Jij was toch verlicht?
Geen oplossing? Jij was toch verlicht?
Geen raad? Jij was toch verlicht?
Geen wijsheid? Jij was toch verlicht?
Geen ingrond? Jij was toch verlicht?
Geen essentie? Jij was toch verlicht?
Geen leer? Jij was toch verlicht?
Geen inzicht? Jij was toch verlicht?
Geen geest? Jij was toch verlicht?
Geen zelf? Jij was toch verlicht?
Geen transmissie? Jij was toch verlicht?
Geen transcendentie? Jij was toch verlicht?
Geen zekerheid? Jij was toch verlicht?
Geen clou? Jij was toch verlicht?
Geen aforismen? Jij was toch verlicht?
Geen woorden? Jij was toch verlicht?
Geen daden? Jij was toch verlicht?
Geen aureool? Jij was toch verlicht?
Geen boeddhaveld? Jij was toch verlicht?
Geen metta? Jij was toch verlicht?
Geen karuna? Jij was toch verlicht?
Geen mudita? Jij was toch verlicht?
Geen upekkha? Jij was toch verlicht?
Geen boodschap? Jij was toch verlicht?
Geen verlichting? Jij was toch… hè?

Goeroespotters

Waaraan herken je de verlichte?
Deze vraag stelde ik aan een groot aantal goeroes en goeroelopers uit verschillende tradities in binnen- en buitenland.
Ze mochten meerdere antwoorden geven.
Hieronder een lijstje van de vijftig meest genoemde kenmerken (in willekeurige volgorde).

  1. Aan zijn mysterieuze glimlach
  2. Aan zijn hemelse blik
  3. Aan zijn gelukzaligheid
  4. Aan zijn zachtmoedigheid
  5. Aan zijn onthechtheid
  6. Aan zijn onverstoorbaarheid
  7. Aan zijn charisma
  8. Aan zijn autoriteit
  9. Aan zijn openheid
  10. Aan zijn universele liefde
  11. Aan zijn grenzeloze mededogen
  12. Aan zijn onschuld
  13. Aan zijn eenvoud
  14. Aan zijn humor
  15. Aan zijn zelfspot
  16. Aan zijn goedheid
  17. Aan zijn integriteit
  18. Aan zijn gulheid
  19. Aan zijn hulpvaardigheid
  20. Aan zijn zelfverloochening
  21. Aan zijn vredelievendheid
  22. Aan zijn schaamteloosheid
  23. Aan zijn zelfvertrouwen
  24. Aan zijn goddelijke uitstraling
  25. Aan zijn flexibiliteit
  26. Aan zijn gratie
  27. Aan zijn bescheidenheid
  28. Aan zijn vrijmoedigheid
  29. Aan zijn spontaniteit
  30. Aan zijn authenticiteit
  31. Aan zijn onbevreesdheid
  32. Aan zijn soberheid
  33. Aan zijn kunstzinnigheid
  34. Aan zijn eruditie
  35. Aan zijn alwetendheid
  36. Aan zijn almacht
  37. Aan zijn exotische naam
  38. Aan zijn lendendoek
  39. Aan zijn rakusu
  40. Aan zijn elastieken polsgewrichten
  41. Aan zijn uitgedraaide heupen
  42. Aan zijn bewonderaars
  43. Aan zijn paranormale gaven
  44. Aan zijn geneeskundige krachten
  45. Aan zijn diepzinnigheid
  46. Aan zijn wijsheid
  47. Aan zijn mindfulness
  48. Aan zijn aura
  49. Aan zijn energie
  50. Aan zijn vrijheid

Hoeveel van deze kenmerken zijn kenmerkend voor jou?
Welke zijn volgens jou doorslaggevend?
Ken jij mensen met deze kenmerken die volgens jou toch niet verlicht zijn?
Ken jij mensen zonder deze kenmerken die volgens jou toch verlicht zijn?

Quod nego

‘Waaraan herken je de verlichte?’
‘Die weet het verschil tussen verlicht en onverlicht niet meer.’
‘Mooi zo.’
‘Wat?’
‘Ik weet het verschil tussen verlicht en onverlicht ook niet meer.’
‘En?’
‘Daaraan herken je toch de verlichte?’

Geven en nemen

‘Waaraan herken je de verlichte?’
‘De wat?’
‘Waarom geef je niet gewoon antwoord?’
‘Dat was mijn antwoord al.’
‘Maar waaraan herken je dan de verlichte?’
‘Geen idee.’
‘Waarom geef je verdomme geen antwoord.’
‘Dit is verdomme al mijn vierde antwoord.’
‘Volgens mij wil jij gewoon geen antwoord geven.’
‘Volgens mij wil jij gewoon geen antwoord nemen.’
‘Waaraan herken je de verlichte?’

Onmiskenbaar

‘Waaraan herken je de verlichte?’
‘Aan zijn onherkenbaarheid.’

Kenmerkend

‘De verlichte herken je aan zijn onherkenbaarheid.’
‘Toch weer een kenmerk gevonden?’

Even afrekenen

‘Wat is een meesterstuk?’
‘Een werk waarmee je je meesterschap bewijst.’
‘Wat is een meesterstuk verlichting?’
‘Dat varieert per persoon.’
‘In mijn geval?’
‘Een afrekening met het idee dat je verlicht kunt zijn.’
‘Wat heb je daar nou aan.’
‘Zo reken je af met het idee dat je onverlicht kunt zijn.’

‘Wat is een meesterstuk?’
‘Een werk waarmee je je meesterschap bewijst.’
‘Wat is een meesterstuk verlichting?’
‘Dat varieert per persoon.’
‘In mijn geval?’
‘Een afrekening met het idee dat je onverlicht kunt zijn.’
‘Wat heb je daar nou aan.’
‘Zo reken je af met het idee dat je verlicht kunt zijn.’

Goedgelovig

‘Je bent pas verlicht als je niet meer denkt dat je verlicht bent.’
‘Het gaat er niet om of je het denkt.’
‘Waar gaat het dan wel om?’
‘Of je het gelooft.’

Hardgelovig

‘Je bent pas verlicht als je niet meer gelooft dat je verlicht bent.’
‘Geloof je dat nou echt?’

Onder professoren

‘Je bent pas verlicht als je je gedachten niet meer gelooft.’
‘Geloof je dat nou echt?’

‘Je bent pas verlicht als je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft.’
‘Geloof je dat nou echt?’

‘Je bent pas verlicht als je zelfs niet meer gelooft dat je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft.’
‘Eh…’

‘Je bent pas verlicht als je zelfs niet meer gelooft dat je zelfs niet meer gelooft dat je zelfs niet meer gelooft dat je pas verlicht bent als je je gedachten niet meer gelooft.’
‘Nou, dan kan ik het wel schudden.’

De credulitate

‘Je bent pas verlicht als je niet meer in verlichting gelooft.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik bedoel, je bent pas verlicht als je niet meer in jezelf gelooft.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik bedoel, niemand weet wanneer je verlicht bent.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik bedoel, niemand is verlicht.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik bedoel, niemand is onverlicht.’
‘Geloof je dat nou echt?’
‘Ik bedoel…’
‘Geloof je dat nou echt?’

‘Geloof je dat nou echt?’

Bij de spiriater

‘Soms speelt er urenlang een glimlach om je mond.’
‘Wat maak je daaruit op?’
‘Dat jij waarlijk verlicht bent.’
‘Zo zo.’
‘Maar soms kijk je urenlang bezorgd.’
‘Wat maak je daaruit op?’
‘Dat je er toch nog niet helemaal bent.’
‘Zo zo.’
‘Is dat alles wat je te zeggen heeft?’
‘Eigenlijk wel.’
‘Wat maak je er zelf uit op?’
‘Eigenlijk niets.’
‘Kijk, daar heb je die glimlach weer!’
‘Zo zo.’

Tetralogica

‘Ben jij verlicht?’

‘Dat is een strikvraag.’

‘Hoezo?’

‘Als ik ja zeg zit ik fout. Als ik nee zeg zit ik fout. Als ik ja en nee zeg zit ik fout. Als ik ja noch nee zeg zit ik fout. Als ik zeg dat de waarheid voorbij de woorden is zit ik fout. Als ik zeg dat er niets te zeggen valt zit ik fout. Als ik zwijg zit ik fout. Daarom is het een strikvraag.’

‘Als je denkt dat je fout kunt zitten, zit je fout.’

‘O?’

‘Geloof je dat?’

‘Eh…’

‘Als je denkt dat je fout zit als je denkt dat je fout kunt zitten, zit je fout.’

‘O?’

‘Geloof je dat?’

‘Eh…’

‘Als je denkt dat je fout zit als je denkt dat je fout zit als je denkt dat je fout kunt zitten…’

‘Bedoel je dat je altijd goed zit?’

‘Hè?’

‘Als ik ja zeg zit ik goed? Als ik nee zeg zit ik goed? Als ik ja en nee zeg zit ik goed? Als ik ja noch nee zeg zit ik goed? Als ik zeg dat de waarheid voorbij de woorden is zit ik goed? Als ik zeg dat er niets te zeggen valt zit ik goed? Als ik zwijg zit ik goed? Als ik denk dat je fout kunt zitten, zit ik goed? Als ik denk dat je fout zit als je denkt dat je fout kunt zitten, zit ik goed? Is dat wat je bedoelt?’

‘Allemaal strikvragen.’

‘Hoezo?’

‘Als ik ja zeg zit ik fout. Als ik nee zeg zit ik fout. Als ik ja en nee zeg zit ik fout. Als ik ja noch nee zeg zit ik fout. Als ik zeg dat de waarheid voorbij de woorden is zit ik fout. Als ik zeg dat er niets te zeggen valt zit ik fout. Als ik zwijg zit ik fout. Daarom zijn het allemaal strikvragen.’

‘Als je denkt dat je fout kunt zitten, zit je fout.’

‘O?’

‘Geloof je dat?’

‘Eh…’

‘Als je denkt dat je fout zit als je denkt dat je fout kunt zitten, zit je fout.’

‘O?’

‘Geloof je dat?’

‘Eh…’

‘Als je denkt dat je fout zit als je denkt dat je fout zit als je denkt dat je fout kunt zitten…’

‘Bedoel je dat je altijd goed zit?’

‘Hè?’

‘Als ik ja zeg zit ik goed? Als ik nee zeg zit ik goed? Als ik ja en nee zeg zit ik goed? Als ik ja noch nee zeg zit ik goed? Als ik zeg dat de waarheid voorbij de woorden is zit ik goed? Als ik zeg dat er niets te zeggen valt zit ik goed? Als ik zwijg zit ik goed? Als ik denk dat je fout kunt zitten, zit ik goed? Als ik denk dat je fout zit als je denkt dat je fout kunt zitten, zit ik goed? Is dat wat je bedoelt?’

‘Allemaal strikvragen.’

‘Hoezo?’

In naam der non-dualiteit

Na het bestuderen van talloze video’s, audio’s en teksten van een groot aantal meesters, goeroes, boeddha’s, bodhisattva’s, rinpoches, osho’s, roshi’s, sensei’s, zelfgerealiseerden en mystici uit binnen- en buitenland ben ik er eindelijk uit.
Luister goed en knoop het in je oren:

DE VERLICHTE HERKENT MEN HIERAAN DAT HIJ IN NAAM DER NON-DUALITEIT TIENDUIZEND ONDERSCHEIDINGEN OPVOERT, KOESTERT EN VERDEDIGT.

Voorbeelden van dergelijke onderscheidingen zijn: aards – heilig, relatief – absoluut, verlicht – onverlicht, ontwaakt – in slaap, gerealiseerd – ongerealiseerd, thuis – uit, weg – doel, zoeken – vinden, onwetend – wetend, bewust – onbewust, hier – daar, nu – toen – straks, dualiteit – non-dualiteit, een – twee, twee – niet-twee, waarheid – leugen, levende waarheid – dode waarheid, werkelijkheid – illusie, wijsheid – dwaasheid, hoog – laag, samsara – nirwana, ego – zelf, zelf – geen-zelf, geest – geen-geest, mind – hart, gehechtheid – onthechting, afhankelijk – zelfgenoeg, vrij – onvrij, iemand – niemand, tijdelijk – eeuwig, sterfelijk – onsterfelijk, geboren – ongeboren, veranderlijk- onveranderlijk, doener – getuige, bewustzijn – gedachte, doen – niet-doen, zijn – worden, zijn – niet-zijn, goeroe – discipel, de nieuwe mens – de oude mens, echt – onecht, onvoorwaardelijke liefde – voorwaardelijke liefde, oordelen – niet-oordelen, open – gesloten, primair – secundair, in de wereld – van de wereld, last – least, en last but not least: weten – niet-weten.

Kan het simpeler?

Welterusten.