Zen

Wat is zen? Dwaalteksten over de leer, de weg, je ware gezicht, geloften en het doden van de Boeddha.

Tekst Hans van Dam, tekening Lucienne van Dam.

Dwaalgids > Zen > Zen

Tips: Brieven zen, De Linji-lu, De diamantsoetra

Dwaalteksten over de zitpraktijk vind je onder koan 9 van de Poortloze Poort.
Dwaalteksten over de koanpraktijk vind je onder koan 44 van de Poortloze Poort.


Wat is zen?


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van zen, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


alle aanbevelingen op een rijtje


All-risk

‘Wat is zen?’
‘Niets claimen.’
‘No-claim.’
‘En geen verzekering.’


Only kidding

(S)words of wisdom; barbarismen voor puristen

‘Wat is zen?’
‘Only giving.’
‘Tja.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Te denken geven.’

‘Wat is zen?’
‘Only doing.’
‘Tja.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Maar wat doen.’

‘Wat is zen?’
‘Only sitting.’
‘Tja.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Laat maar zitten.’

‘Wat is zen?’
‘Only don’t know.’
‘Tja.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Weet ik veel.’

‘Wat is zen?’
‘Tja.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Only kidding.’
‘Echt waar?’
‘Only kidding.’

boeddha met narrenkop

barbarisme
woord, uitdrukking of grammaticale vorm uit een andere taal (only giving, only don’t know)

purisme
1. geloof in universele motto’s (alleen maar doen, alleen maar zitten), universele waarheden (leven is lijden, alles is vergankelijk) of universele verklaringen (alles is één, alles is leeg)
2. geloof in zuiverheid, bijvoorbeeld van ras, taal, cultuur, moraal, religie, spiritualiteit, traditie of levenswijze (juiste intenties, juist spreken, juist handelen) en een radicale afwijzing van alles wat niet in het zuiverheidsideaal past
3. (met betrekking tot de moedertaal) radicale afwijzing van barbarismen

zuivering
het ontkennen, onderdrukken, bestrijden, uitroeien of vernietigen van alles wat voor onzuiver wordt gehouden

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Wijsdom

‘Wat is zen?’
‘Crazy wisdom.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Gekkenwerk.’


Totaler

‘Wat is zen?’
‘Totale anarchie!’
‘Weg met de anarchie!’


Wensdenken, waanvoelen en droomdoen

1991

‘Wat is zen?’
‘Denken wat je wil denken.’
‘Denk je dat of wil je dat denken?’
‘Eh…’
‘Als ik het niet dacht.’

1994

‘Wat is zen?’
‘Voelen wat je wil voelen.’
‘Voel je dat of wil je dat voelen?’
‘Eh…’
‘Ik had al zo’n gevoel.’

1997

‘Wat is zen?’
‘Doen wat je wil doen.’
‘Doe je dat of wil je dat doen?’
‘Eh…’
‘Niets aan te doen.’

2000

‘Wat is zen?’
‘Willen denken wat je denkt.’
‘Wil je dat of denk je dat?’
‘Eh…’
‘Als ik het niet dacht.’

2003

‘Wat is zen?
‘Willen voelen wat je voelt.’
‘Wil je dat of voel je dat?’
‘Eh…’
‘Ik had al zo’n gevoel.’

2006

‘Wat is zen?’
‘Willen doen wat je doet.’
‘Wil je dat of doe je dat?’
‘Eh…’
‘Niets aan te doen.’

2009

‘Wat is zen?’
‘Denken wat je denkt.’
‘In plaats van?’
‘Eh…’
‘Als ik het niet dacht.’

2012

‘Wat is zen?’
‘Voelen wat je voelt.’
‘In plaats van?’
‘Eh…’
‘Ik had al zo’n gevoel.’

2015

‘Wat is zen?’
‘Doen wat je doet.’
‘In plaats van?’
‘Eh…’
‘Niets aan te doen.’

2018

‘Wat is zen?’
‘Wat jij wil.’
‘Hm.’
‘Wat is zen volgens jou?’
‘Hè?’

Geïnspireerd door het elfdelige monomentale levenswerk van Hannes G. Hannes: Denken wat je wil denken! (1991), Voelen wat je wil voelen! (1994); Doen wat je wil doen! (1997), Willen denken wat je denkt! (2000), Willen voelen wat je voelt! (2003); Willen doen wat je doet! (2006), Denken wat je denkt! (2009), Voelen wat je voelt! (2012), Doen wat je doet! (2015), het wat meer ingetogen Hm (2018) en als klap op de vuurpijl het minimentale Hè? (jaarlijkse heruitgave op de elfde van de elfde).

boekenstapel lopen

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad als onderdeel van de serie De Perongelukexpress.


bubbels


Over macht

‘Hans, wat is zen?’
‘Denken wat je denkt, voelen wat je voelt en doen wat je doet.’
‘Maar dat doe ik al mijn hele leven!’
‘Dus dat kan het probleem niet zijn.’
‘Waarom heet het dan zen?’
‘Zodat het nog wat lijkt.’
‘Voor wie?’
‘Voor mensen die méér willen.’
‘Zen is dus niet: willen denken wat je denkt, willen voelen wat je voelt en willen doen wat je doet?’
‘Dat mocht je willen.’
‘In de zin van omarmen wat er maar gebeurt, bedoel ik?’
‘Zen is omarmen wat je omarmt en afwijzen wat je afwijst.’
‘Maar dat doe ik al mijn hele leven!’
‘Dus dat kan het probleem niet zijn.’
‘Maar waarom heet het dan zen?’
‘Zodat het nog wat lijkt.’


Droge droom

‘Hans, wat is zen?’
‘Denken wat je denkt.’
‘Denk je dat?’
‘Voor zolang het duurt.’
‘En dan?’
‘Denk ik weer wat anders.’
‘Over zen?’
‘Over wat dan ook.’
‘Dan denkt je dus niet meer wat je denkt.’
‘Dan denk ik nog steeds wat ik denk.’
‘Ook al is het heel wat anders?’
‘Dat is nou net het punt.’
‘En dat wou jij zen noemen?’
‘Wat is zen?’


Simple minds

‘Hans, wat is zen?’
‘Het eeuwige streven van small mind naar big mind.’
‘Wat is small mind?’
‘Een hokje.’
‘Wat is big mind?’
‘Een hokje.’
‘Wat is dan het verschil?’
‘Zeg jij het maar.’
‘Small mind verschijnt in big mind, Hans.’
‘En big mind?’
‘Nou?’
‘Big mind verschijnt in small mind.’

Small mind is in de terminologie van de Amerikaanse zenboeddhist Genpo Roshi de geest die onderscheid maakt, big mind de geest die geen onderscheid maakt.


Klein geestig

‘Wat is small mind?’
‘Een hokjesgeest.’
‘Wat is big mind?’
‘Ook een hokjesgeest.’
‘Hè?’
‘Had je niet gedacht, hè?’
‘Wat is het dat beide tegelijk ziet?’
‘Een hokjesgeest.’
‘Hè?’
‘Had je niet gedacht, hè?’
‘Wat is het derde oog?’
‘Een hokjesgeest.’
‘Hè?’
‘Had je niet gedacht, hè?’
‘Wat is het voor geest die inziet dat het allemaal maar hokjes zijn?’
‘Een hokjesgeest.’
‘Hè?’
‘Hè? Hè? Hè? Hè?’
‘Hoe kan de geest die inziet dat het allemaal maar hokjes zijn nou een hokjesgeest zijn.’
‘Omdat ie overal hokjes ziet natuurlijk.’
‘Dus iedere geest is een hokjesgeest?’
‘Alleen maar voor een hokjesgeest.’


Ondoenlijk

‘Wat is zen?’
‘Geen doen.’
‘Zen is geen doen?’
‘Maar ook geen laten.’
‘Zen is geen doen maar ook geen laten?’
‘Kun je daar iets mee?’
‘Wat is zen dan wel?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Misschien is zen wel niet-weten.’
‘Maakt niet uit.’
‘Waarom niet?’
‘Dat is ook geen doen.’
‘En ook geen laten, zeker.’
‘Niet dat ik weet.’


Veelslachtig

‘Wat is zen?’
‘Lachen als je lacht, huilen als je huilt.’
‘Je bedoelt, als je lacht, lach dan helemaal en als je huilt, huil dan helemaal?’
‘Halfslachtig lachen als je halfslachtig lacht, halfslachtig huilen als je halfslachtig huilt.’
‘Zolang het maar echt is.’
‘Echt zijn als je echt ben, nep zijn als je nep bent.’
‘We moeten het leven nemen zoals het komt.’
‘Als dat is wat er komt.’
‘En als dat niet is wat er komt?’
‘Dan nemen we het niet zoals het komt.’
‘En anders?’
‘Nemen we het zoals het niet komt.’
‘Want dat is hoe het komt?’
‘Als dat is hoe het komt.’
‘Bedoel je dat we niets moeten nastreven?’
‘Behalve als we iets moeten nastreven.’
‘Nou weet ik het helemaal niet meer.’
‘Weten als je weet, niet weten als je niet weet.’
‘Enfin.’
‘Een ander woord voor zen.’


Algemeenheden

‘Wat is zen?’
‘Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze, Hans.’
‘Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?’
‘Er is geen waarheid buiten mijzelf, ook al denk ik graag van wel.’
‘Is dat een waarheid in jezelf of buiten jezelf?’
‘Ik bedoel dat er geen algemeen geldige waarheid is.’
‘Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?’
‘Ik kan dus nergens aanspraak op maken.’
‘Behalve hierop zeker.’
‘Ik kan nooit zeggen dat ik wel de waarheid heb gevonden en de ander niet.’
‘Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?’
‘Dat lijkt jammer maar het is vooral een bevrijdend inzicht.’
‘Waarom?’
‘Omdat je als zenboeddhist niets fout kan doen.’
‘Behalve denken dat je als zenboeddhist iets fout kan doen, zeker.’
‘En ook niets goed.’
‘Behalve denken dat je als zenboeddhist iets goed kan doen, zeker.’
‘Je hoeft eigenlijk alleen nog maar te ontvangen.’
‘Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?’
‘En vanuit dit bevrijdende inzicht de moed hebben je eigen weg te gaan.’
‘Ja, moet je nou ontvangen of moet je nou eigen weg gaan?’
‘Mijns inziens uit de dharma zich louter op persoonlijke wijze, Hans.’
‘Geldt dat voor iedereen of alleen voor jou?’


Vandaar

‘Wat is zen?’
‘Hm.’
‘Volgens mij begrijp jij er niets van, Hans.’
‘Jij zeker wel.’
‘Ik toevallig wel, ja.’
‘Dan zal dat het probleem wel zijn.’


In of af

‘Wat is zen?’
‘Inkeren, Hans.’
‘Tot?’
‘Je diepste zelf.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Afkeren.’
‘Van?’
‘Je diepste zelfbeeld.’


Dieper

‘Wat is zen?’
‘Afkeren van je diepste zelfbeeld.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Afkeren van je diepste zenbeeld.’


Being without

‘Wat is zen?’
‘Het Zelf zijn.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Weg ermee.’

Vijf jaar later:

‘Wat is zen?’
‘Zonder zelf zijn.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Weg ermee.’

Vijf jaar later:

‘Wat is zen?’
‘Zonder zelfloosheid zijn.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Weg ermee.’

Vijf jaar later:

‘Wat is zen?’
‘Jezelf zijn.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Dat zeg ik.’
‘Wat?’
‘Hm.’
‘Niet ‘weg ermee’?’
‘Weg ermee.’

Vijf jaar later:

‘Wat is zen?’
‘Hm.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Hm.’
‘Hm.’


geïnspireerd door de titel van een boek en de website van de Amerikaanse zenboeddhist Jeff Shore: Being without self

non-beinglessness


De weg

dwaalwegen, de Grote Weg, uitgezocht


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de weg, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Licht als een veer

‘Wat is de weg?’
‘Een achtbaan van samsara naar nirwana.’
‘Hm.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Een veerboot tussen weten en niet weten.’
‘Een veerboot gaat alleen maar heen en weer.’
‘Een achtbaan gaat alleen maar op en neer.’


Helderder

‘Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.’
‘Dat gaat je de rest van je leven kosten.’
‘Desnoods.’
‘Zou je niet eerst je aannames onderzoeken?’
‘Welke dan, bijvoorbeeld?’
‘Dat je een geest hebt, bijvoorbeeld.’
‘En als dat niet het geval mocht zijn?’
‘Wat valt er dan nog te beheersen?’
‘Welke aannames nog meer?’
‘Dat je een vrije wil hebt, bijvoorbeeld.’
‘En als dat niet het geval mocht zijn?’
‘Wat valt er dan nog te streven?’
‘Welke aannames nog meer?’
‘Dat je een boeddhanatuur hebt, bijvoorbeeld. Dat je daar helder inzicht in kan krijgen, bijvoorbeeld. Dat je dan beter af bent, bijvoorbeeld.’
‘Potverdrie.’
‘Nou neem je weer aan dat er iets mis is en dat je onderscheid kan maken tussen mis en raak.’
‘Ik voel me zo stom.’
‘Nou neem je weer aan dat dit gesprek iets over jou zegt en dat er een jij is waarover iets gezegd kan worden.’
‘Wat zie jij alles toch helder.’
‘Nou neem je weer aan dat ik gelijk heb en dat er een ik is die ergens gelijk in kan hebben.’
‘Wou jij beweren van niet?’
‘Nou neem je weer aan dat ik ongelijk heb of dat er geen ik is of dat die ik nergens gelijk in kan hebben..’
‘Niets aannemen is het devies?’
‘Wat dát weer niet veronderstelt.’
‘Hoe zou jij het noemen?’
‘Helder inzicht in de boeddhanatuur?’


Het heerst

‘Helder inzicht in de boeddhanatuur vraagt volledige beheersing van de geest.’
‘Maar hoe beheerst men de geest.’
‘Door middel van meditatietechnieken natuurlijk.’
‘Niemand die er ook maar één volledig beheerst…’
‘Maar?’
‘Velen die er volledig door worden beheerst.’


Vluchtwegen

‘Wat is filosofie?’
‘Een poging om aan het denken te ontsnappen.’
‘Hoe?’
‘Door te vluchten in begrippen en theorieën.’
‘Wat is scepticisme?’
‘Een poging om aan het denken te ontsnappen.’
‘Hoe?’
‘Door te vluchten in twijfel en voorbehoud.’
‘Wat is meditatie?’
‘Een poging om aan het denken te ontsnappen.’
‘Hoe?’
‘Door te vluchten in leegte en herhaling.’
‘Dus filosofie, scepticisme en meditatie proberen alle drie aan het denken te ontsnappen?’
‘Inderdaad.’
‘Wat hebben ze nog meer gemeen?’
‘Dat het maar niet wil lukken.’


Denkbeelden

‘Wat is gehechtheid?’
‘Denken dat je ergens vanaf moet.’
‘Wat is onthechting?’
‘Denken dat je ergens vanaf bent.’
‘Welke gedachte is de juiste?’
‘Wie zegt dat er een juiste is?’

‘Wat is gehechtheid?’
‘Denken dat je ergens vanaf moet.’
‘Wat is onthechting?’
‘Denken dat je nergens vanaf moet.’
‘Wat moet je er dan mee?’
‘Ernaar kijken, ervan genieten, geen idee.’
‘Welke gedachte is de juiste?’
‘Wie zegt dat er een juiste is?’


De crux

‘Wat is gehechtheid?’
‘Denken dat je ergens vanaf moet.’
‘Wat is onthechting?’
‘Denken dat je nergens vanaf moet.’
‘Wat is de crux van deze kwestie?’
‘Denken.’
‘Vind jij dat we minder moeten denken?’
‘Vinden is een vorm van denken.’
‘Vind je dat we niet meer moeten denken?’
‘Vinden is een vorm van denken.’
‘Ben jij zelf gestopt met denken?’
‘Misschien, maar denken niet met mij.’
‘Ik snap er niks meer van.’
‘Wat dacht je van mij.’
‘Wat is dan het verschil tussen ons?’
‘Dat ik er niet meer mee zit?’
‘Ja, zit je er nou wel mee of zit je er nou niet mee?’
‘Ja, ik kan wel zoveel denken.’


Voor de eerlijke vinder

‘Vind jij dat we onze gehechtheden moeten overwinnen?’
‘Ik zou niet weten hoe.’
‘Vind je dat we onze gehechtheden moeten aanvaarden?’
‘Ik zou niet weten hoe.’
‘Vind je dat we onze gehechtheden keuzeloos gewaar moeten zijn?’
‘Ik zou niet weten hoe.’
‘Vind je dat we onze gehechtheden moeten negeren?’
‘Ik zou niet weten hoe.’
‘Vind je dat we niets meer moeten vinden?’
‘Dat is nog steeds een vorm van vinden.’
‘Vind jij dan helemaal niets?’
‘Ik zou niet weten hoe.’


Prijsvraag of vraagprijs?

Vind jij dat we onze gedachten moeten overwinnen?
Vind je dat we onze gedachten moeten aanvaarden?
Vind je dat we onze gedachten keuzeloos gewaar moeten zijn?
Vind je dat we onze gedachten moeten negeren?
Vind je dat we niets van onze gedachten moeten vinden?

Vind je dat we onze mind moeten overwinnen?
Vind je dat we onze mind moeten aanvaarden?
Vind je dat we onze mind keuzeloos gewaar moeten zijn?
Vind je dat we onze mind moeten negeren?
Vind je dat we niets van onze mind moeten vinden?

Vind je dat we ons ego moeten overwinnen?
Vind je dat we ons ego moeten aanvaarden?
Vind je dat we ons ego keuzeloos gewaar moeten zijn?
Vind je dat we ons ego moeten negeren?
Vind je dat we niets van ons ego moeten vinden?

Vind je dat gehechtheden, gedachten, mind en ego in wezen hetzelfde zijn?
Vind je dat gehechtheden, gedachten, mind en ego in wezen verschillend zijn?
Vind je dat gehechtheden, gedachten, mind en ego in wezen leeg zijn?

Vind je deze vragen onthullend?
Zo ja, wat onthullen ze, en aan wie?

Vind je deze vragen misleidend?
Zo ja, wie leiden ze af, en waarvan?


De vier ijdele oorzaken

‘Wat is de eerste oorzaak van het lijden?’
‘Denken dat er een oorzaak is.’
‘Wat is de tweede oorzaak van het lijden?’
‘Denken dat je er vanaf moet.’
‘Wat is de derde oorzaak van het lijden?’
‘Denken dat je er vanaf kan.’
‘Ja, hou maar op.’
‘O?’
‘Dénken is de oorzaak van het lijden.’
‘En dat is vier.’


Alles

‘Wat veroorzaakt lijden?’
‘Alles.’
‘Wat veroorzaakt genot?’
‘Alles.’
‘Dus mocht ik er ooit in slagen het lijden te overwinnen…’
‘Alles.’


Niets

‘Wat is lijden?’
‘De keerzijde van vreugde.’
‘Hoe bevrijd ik mij van het lijden?’
‘Door het verschil tussen leed en vreugde te onderzoeken.’
‘Wat zal ik dan ontdekken?’
‘Dat kun je alleen zelf vaststellen.’
‘Wat heb jij voor jezelf vastgesteld?’
‘Dat kun je alleen zelf vaststellen.’


Denkleed

Volgens een bekende tegeltjeswijsheid is denken de voornaamste bron van lijden:

De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest

Dit is de leidende gedachte achter de rationeel-emotieve therapie van Albert Ellis, het Werk van Byron Katie en diverse andere cognitieve therapieën.

Definiëren we lijden veroorzaakt door pijnlijke gedachten als denkleed dan kunnen we de vier edele waarheden van de Boeddha samenvatten reduceren tot de stelregel:

Alle leed is denkleed

Een prachtige, compacte gedachte, die in het verleden waarschijnlijk al heel wat leed heeft veroorzaakt, en dat ook in de toekomst wel zal blijven doen.’


Soto

‘Het gaat om de weg, niet om het doel.’
‘Toch weer een weg gevonden?’

‘Het gaat om de weg, niet om het doel.’
‘Toch weer een doel gevonden?’


Exclusief

 

Groepje mensen om bloem

‘Wat is mindfulness?’
‘Je aandacht op één ding richten om de rest van het heden niet te hoeven zien.’


Eenzijdig

‘Houd je aandacht bij de stilte en je zal vanzelf eenheid vinden.’
‘Wat is er buiten die eenheid?’
‘Niets.’
‘Ook herrie maakt deel uit van de eenheid?’
‘Alles maakt deel uit van de eenheid.’
‘Waarom dan je aandacht op de stilte gericht?’


Recht door zee

‘Wat is de weg van het midden?’
‘Het vermijden van uitersten.’
‘Waarheen leidt de weg van het midden?’
‘Nirwana natuurlijk.’
‘Weet je dat of denk je dat?’
‘Dat is mij plechtig verzekerd.’
‘Kennelijk heeft het indruk gemaakt.’
‘Zeker weten.’
‘Waar een beetje plechtigheid al niet goed voor is.’
‘Wat is de weg van het midden voor jou?’
‘Dat laat ik liever in het midden.’
‘Waarheen leidt de weg van het midden?’
‘Dat laat ik liever in het midden.’
‘Is er eigenlijk wel een weg van het midden?’
‘Dat laat ik liever in het midden.’
‘Wat betekent een en ander voor mij?’
‘Dat laat ik liever in het midden.’
‘En dit zou de weg van het midden zijn?’
‘Dat laat ik liever in het midden.’


De sangha

‘Waarheen leidt de weg?’
‘Naar een kamp met gelijkgestemden.’
‘Wat staat er boven de toegangspoort?’
‘Arbeit macht frei.’


Orenmaffia

‘Je moet niet naar je hoofd luisteren, maar naar je hart.’
‘Leuk bedacht.’


Aanschouwelijk onderricht

‘Hoofd of hart?’
De meester zwijgt.
In zijn kruis groeit een donkere vlek.
‘Meester!’
‘Blaas.’


Size matters

‘Waarvoor staat de boeddhistische term hinayana?’
‘Het kleine voertuig.’
‘Wat is er klein aan?’
‘Dat het zich alleen op de verlossing van de beoefenaar richt.’
‘Waarvoor staat de term mahayana?’
‘Het grote voertuig.’
‘Wat is er groot aan?’
‘Dat het zich ook op de verlossing van de medemens richt.’
‘Wat is het grote verschil tussen boeddhisme en niet weten?’
‘Dat het zich nooit voor mijn karretje laat spannen.’
‘Wat niet?’
‘Niet weten niet.’
‘Hoe komt dat?’
‘Doordat het geen voertuig is.’
‘Wat is het kleine verschil tussen boeddhisme en niet weten?’
‘Dat het mij nooit voor zijn karretje zal spannen.’
‘Wat niet?’
‘Niet weten niet.’
‘Hoe komt dat?’
‘Doordat het geen voertuig behoeft.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat het nergens heen gaat natuurlijk.’
‘Wat is volgens jou hoger, boeddhisme of niet-weten?’
‘Boeddhisme, zou ik zeggen.’
‘Waarom?’
‘Op niet weten staat geen maat.’


Je ware gezicht

Hoe oorspronkelijk is je oorspronkelijke gezicht? Wat is jouw ware masker?


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van het Zelf, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Dubbelzennigheid

‘Ik ben mezelf!’ zegt het dualistisch verstand.
‘Ik ben het zelf!’ zegt het hindoeïstisch verstand.
‘Niets heeft een zelf!’ zegt het boeddhistisch verstand.
Want wijsheid is van alle markten thuis.

X: Wie ben ik?
H: Klinkt als een retorische vraag.
X: Dat heb je goed gezien.
H: En hoe luidt het retorische antwoord?
X: Het is het ík dat antwoord eist; het is het ík dat moet worden doorzien.
H: Het is de vráág die antwoord eist; het is de vráág die moet worden doorzien.
X: En het ik dan?
H: Ook die vraag moet worden doorzien.
X: Maar het was toch het ik dat moest worden doorzien?
H: Ook die vraag moet worden doorzien.
X: Zijn wij dan niet het ware zelf?
H: Ook die vraag moet worden doorzien.
X: Of is alles zonder zelf?
H: Ook die vraag moet worden doorzien.
X: Wat als alle vragen zijn doorzien?
H: Ook die vraag is dan doorzien.
X: Is er dan geen antwoord meer?
H: Ook die vraag is dan doorzien.
X: Tja, dan weet ik het ook niet meer.
H: Ook dat antwoord is dan doorzien.
X: Omdat alles is doorzien?
H: Nee, zelfs dát wordt dan doorzien.
X: Een heldere visie, zonder meer.
H: Heb je hem al doorzien?
X: Klinkt als een retorische vraag.
H: Dat heb je goed gezien.
X: En hoe luidt het retorische antwoord?
H: Wie ben ík.

Dat volgens het boeddhistisch verstand niets een zelf heeft, is niet helemaal waar.
Heel wat boeddhisten, misschien wel de meeste, geven tegenwoordig een typisch voor-boeddhistisch, dat wil zeggen hindoeïstisch antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’
Zij weten zich het Ware Zelf, de Oorspronkelijke Geest, Big Mind™, het Onuitsprekelijke waarmee nu zelfs de oningewijde dankzij de wonderen van 4G voice dialogue draadloos kan communiceren.
Hun leer is een mengleer, laten we hem hinboedisme dopen, of atmanboeddhisme, of advayayana, of boeddhamystiek, of non-dualistisch boeddhisme, of dualistisch non-boeddhisme – maakt niet uit, zolang de postgautamische dubbelzennigheid maar eenpuntig tot uitdrukking komt.

In dit dubbelisme wordt onderscheid gemaakt tussen het relatieve, dat door en door zelfloos zou zijn, en het absolute, dat door en door zelvig zou zijn.
Eénzelvig, om precies te zijn, ongeboren, onvergankelijk, onveranderlijk en alomvattend, waardoor het als zelf van al het zelfloze kan dienen, als weeshuis voor wezenlozen, als thuishaven voor windjammers.
Het zelf als ongeschapen schipper, eerste oorzaak, hoogste doel en laatste verklaring, onze vader die in nirwana zijt – waar heb ik dat vaker gehoord?

Neoplatonisme heet deze oerchristelijke zienswijze die Meister Eckhart ten slotte in het gat van de godheid zou drijven, en de godheid in het gat van Meister Eckhart, en beiden in de behaarde handen van de inquisitie, maar dat is allang niet chique meer.
Zen, noemen de Franciscanen en de Benedictijnen en de Clarissen nu het bloed van Christus, en het smaakt weer opperbest.

Als je het mij vraagt, is alles wat er van het neoplatonisme kon worden gezegd en ontkend al in de vijfde eeuw na Christus gezegd en ontkend.
Door ene Pseudo-Dionysius, nou, dan weet je het wel.
Maar wie ben ik.

 


Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.


Demasqué

‘In de spiritualiteit draait het allemaal om authenticiteit.’
‘Echt?’
‘Steeds minder doen alsof, steeds meer jezelf zijn, alle maskers afzetten.’
‘Doe je nu alsof of ben je al jezelf?’
‘Wat is authenticiteit volgens jou?’
‘Niet weten wat echt is?’
‘Ik wil antwoorden, geen wedervragen.’
‘Een masker van echtheid dan maar.’
‘Authenticiteit is een masker van echtheid?’
‘Ik zou het anders ook niet weten.’
‘Wat is dan inauthenticiteit?’
‘Een masker van onechtheid?’
‘Ik snap er niks meer van.’
‘Nou dan.’
‘Waar draait het volgens jou allemaal om in de spiritualiteit?
‘Daar draait het volgens mij allemaal om in de spiritualiteit.’


Schimmenspel

 

 

Man met twee schaduwen

Wat is je ware schaduw?


Droog

‘Waarmee kan ik mijn essentie vergelijken?’
‘Met waterpoeder.’
‘Waarmee maak je waterpoeder aan?’
‘Met water.’
‘In welke verhouding?’
‘Eén sachet per liter.’
‘Hoeveel water krijg je dan?’
‘Eén liter, om en nabij.’
‘Noem dat maar waterpoeder.’
‘Noem het dan maar essentie.’


In wezen

‘Wat ben ik in wezen?’
‘Wezenloos.’


Wezenloos

‘In wezen ben ik wezenloos.’
‘Toch weer een wezen gevonden?’


In essentie

‘Wat ben ik in essentie?’
‘Inessentie.’


Inessentie

‘In essentie ben ik inessentie.’
‘Toch weer een essentie gevonden?’


Het onware

‘Weten wat je bent, dat is het ware.’
‘Niet weten wat je bent gaat nog een stapje verder.’

‘Niet weten wat je bent, dat is het ware.’
‘Niet weten dat je bent gaat nog een stapje verder.’

‘Niet weten dat je bent, dat is het ware.’
‘Niet weten wat het ware is gaat nog een stapje verder.’

‘Niet weten wat het ware is, dat is het ware.’
‘Wat is dan het onware?’
‘Eh…’
‘En weer een stapje verder.’


Een stapje terug

‘Wat is mijn ware aard?’
‘Wie zegt dat je die hebt?’
‘Wou jij beweren van niet?’
‘Mij niet gezien.’
‘Wat wil je dan zeggen?’
‘Ik attendeer je alleen maar op een aanname.’


Slabbekakkers

De zenboeddhistische uitdrukking ‘je ware aard’ heeft niet mijn voorkeur. Niet alleen vanwege de suggestie dat je een aard hebt maar vooral vanwege de suggestie dat je een wáre aard hebt, die je moet zien te ontdekken, te realiseren of terug te vinden door op een rare manier te zitten en op een rare manier te lopen en op een rare manier te reciteren en te zingen en te lezen en te studeren en te klappen en te buigen en te zuigen en te doen en te laten en in te zien en af te zien dat het een aard heeft.
Voor je het weet ben je dertig jaar verder en draag je weer een slabbetje.


Slokop (zenversie)

‘Zou je kunnen zeggen dat jouw ego is opgeslokt door het Zelf?’
‘Zeker, net als het Zelf.’
‘Wat is daarmee?’
‘Ook opgeslokt.’
‘Misschien had ik moeten zeggen, door niet-zelf?’
‘Ook opgeslokt.’
‘Door het Ene, het Ware, het Hoogste, het Absolute, Zoheid, Boeddhanatuur?’
‘Allemaal opgeslokt.’
‘Misschien had ik moeten zeggen, door de Gewone Geest, de Oorspronkelijke Geest, de Grote Geest, de Weetnietgeest, de Lege Geest, Geen-geest?’
‘Allemaal opgeslokt.’
‘Niet-weten dan?’
‘Opgeslokt en uitgekakt.’
‘O, ik snap het al!’
‘Ook dat nog.’
‘Je bedoelt natuurlijk de concepten.’
‘In tegenstelling tot?’
‘De Geleefde Werkelijkheid.’
‘Ook opgeslokt.’
‘Zo blijft er niets… aha… Het Niets. De Leegte. Sunyata?’
‘Opgeslokt.’
‘Is opslokken dan het enige wat overblijft?’
‘Burp.’


Geloften

‘Ik beloof dat ik niets zal beloven.’ Dwaalteksten over boeddhistische geloften.

voorbij goed en kwaad, de vrije wil, de lege moraal, geloften


Lood om oud ijzer

‘Hoe talrijk de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden. Hoe onpeilbaar de oorzaak van lijden ook is, ik beloof die geheel te verwijderen.’
‘Je veronderstelt nogal wat.’
‘Wat dan?’
‘Dat er levende wezens zijn, dat je ze weet te onderscheiden van dode en van levenloze materie, dat die veronderstelde wezens lijden, dat jij weet wat lijden is, dat lijden ongewenst is, dat er een oorzaak voor is, dat die verwijderd kan worden, dat het redden van de een niet ten koste hoeft te gaan van de ander en dat er een jij is met een vrije wil die beloften kan doen en zich daaraan kan houden, bijvoorbeeld.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Hoe talrijk mijn aannames ook zijn, ik beloof er niet in mee te gaan.’
‘Prachtig.’
‘Maar ja.’
‘Nee, hè…’
‘Wat dat allemaal weer niet veronderstelt.’


Doei

‘Wat houdt de bodhisattva-gelofte in?’
‘Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.’
‘Oei.’
‘Ja, daar ben je wel even zoet mee.’
‘Waarvan moeten de wezens eigenlijk bevrijd worden?’
‘Oei.’
‘Begin jij nou ook al?’
‘Foei.’
‘Van het lijden?’
‘Van de bodhisattva’s?’
‘Dat zal het zijn.’
‘Of van de bodhisattva-gelofte natuurlijk.’
‘Nou je het zegt.’
‘Of van de gedachte dat ze bevrijd moeten worden van de bodhisattva-gelofte natuurlijk.’
‘Dat kan ook nog.’
‘Ik zou het anders ook niet weten.’


Van de regen in de drup

‘Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te redden.’
‘En ze hebben het al zo moeilijk.’

 

Bloem onder paraplu


Vrijer

Bodhisattvagelofte voor beginners
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.

Bodhisattvagelofte voor mingevorderden
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijding behoeven.

Bodhisattvagelofte voor gevorderden
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijding behoeven van de gedachte dat ze bevrijding behoeven.

Bodhisattvagelofte voor meergevorderden
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijding behoeven van de gedachte dat ze bevrijding behoeven van de gedachte dat ze bevrijding behoeven.

Bodhisattvagelofte voor vergevorderden
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden van de gedachte dat ze bevrijding behoeven van de gedachte dat ze bevrijding behoeven van de gedachte dat ze bevrijding behoeven van de gedachte dat ze bevrijding behoeven.

Bodhisattvagelofte voor zeer vergevorderden
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets.

Bodhisattvagelofte voor bodhisattva’s


Fluisteren twee bodhisattva’s

– Ik zeg niks.
– Zeg dat niet.
– Hoe talrijk de wezens ook zijn.
– Zeg dat wel.


The ascent of man

Shiguseigan 1.0
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.
Hoe monsterlijk de driften ook zijn, Ik beloof ze alle te weerstaan.
Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof ze alle te verwerven.
Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof ze alle te evenaren.

Shiguseigan 2.0
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof ze alle van mij te bevrijden.
Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof ze alle te onderkennen.
Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof ze alle te weerstaan.
Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof ze alle te doden.

Shiguseigan 3.0
Hoe talrijk de wezens ook zijn, ik beloof niets
Hoe monsterlijk de driften ook zijn, ik beloof niets.
Hoe geleerd de dharma’s ook zijn, ik beloof niets.
Hoe volmaakt de boeddha’s ook zijn, ik beloof niets.

Shiguseigan 4.0
Ik beloof niet dat ik niets beloof.

Shiguseigan 5.0
Tralala.


Shiguseigan: Japans voor ‘de vier geloften van de Bodhisattva’


De hinayanagelofte

Hoe talrijk de boeddhisten ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden van de bodhisattvagelofte.


Apologie

‘Waarom wil jij mensen bevrijden van hun bodhisattvagelofte?’
‘Vanwege mijn bodhisattvagelofte.’


En anders maar wel

ik veroordeel niet mijn oordelen
of mijn veroordeling daar weer van
of mijn veroordeling daar weer van
of mijn veroordeling daar weer van

ik vervloek niet mijn vloeken
of mijn vervloeking daar weer van
of mijn vervloeking daar weer van
of mijn vervloeking daar weer van

ik weersta niet mijn weerstand
of mijn weerstand daar weer tegen
of mijn weerstand daar weer tegen
of mijn weerstand daar weer tegen


Doordelen

‘Hoe kom ik van het oordelen af?’
‘Wie zegt dat je er vanaf moet?’

‘Hoe kom ik van het oordelen af?’
‘Wie zegt dat je er vanaf kan?’

‘Hoe kom ik van het oordelen af?’
‘Wie zegt dat het van jou is?’

‘Hoe kom ik van het oordelen af?’
‘Je komt er niet vanaf.’
‘Wat moet ik er dan mee?’
‘Dat onder ogen zien.’
‘Maar ik kan het gewoon niet aanzien.’
‘Omdat je erover oordeelt.’
‘Hoe kom ik van het oordelen af?’


Eer de haan kraait

‘Ik ben een slecht mens.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik anderen veroordeel.’
‘Dat waren twee oordelen.’
‘Oordelen is verkeerd.’
‘En dat is drie.’


Afgestudeerd

‘Wat is de toegevoegde waarde van niet weten?’
‘Niet weten voegt geen waarde toe.’
‘Is het dan een soort ontwaarding?’
‘Niet weten neemt geen waarde weg.’
‘Wat is niet weten dan wel?’
‘Dat wat alles in zijn waarde laat.’
‘Om precies te zijn?’
‘Dat wat nergens de waarde van kent.’
‘Ik dacht even dat je op iets moois aanstuurde.’
‘Zoals?’
‘Onvoorwaardelijke liefde, indifferentie, keuzeloos gewaarzijn, niet oordelen.’
‘O, dat.’
‘Nou?’
‘Daar weet ik allemaal niks van.’
‘Niet weten klinkt meer als een brevet van onvermogen.’
‘Wou je nog een diploma ook?’


Schuldeiser

‘Hoe kom ik van dat oordelen af?’
‘Je veronderstelt dat je er verantwoordelijk voor bent.’
‘Wie anders?’
‘Is het jouw schuld dat je blauwe ogen hebt?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Is het jouw schuld dat je iedere dag moet eten?’
‘Natuurlijk niet.’
‘Is het jouw schuld dat je je moerstaal spreekt?’
‘Nee, maar …’
‘Is het jouw schuld dat je de normen en waarden van je cultuur met je meezeult?’
‘Ik neem aan van niet, maar…’
‘Is het dan jouw schuld dat er voortdurend allerlei oordelen in je opkomen conform de normen en waarden van je cultuur?’
‘Bedoel je dat ik er niets aan kan doen?’
‘Wie?’
‘Ik.’
‘Is het jouw schuld dat je denkt dat je iemand bent?’
‘Jij niet soms?’
‘Is het jouw schuld dat je denkt dat ik iemand ben?’
‘Ik kies ervoor…’
‘Is het jouw schuld dat je denkt dat je een vrije wil hebt?’
‘Wou jij soms zeggen…’
‘Is het jouw schuld dat je denkt dat ik niet in de vrije wil geloof?’
‘Moet ik hieruit opmaken…’
‘Is het jouw schuld dat je altijd maar conclusies trekt en goede voornemens maakt?’
‘Ik zal het nooit meer doen.’
‘Dat is opnieuw een voornemen.’
‘Ik neem hem terug.’
‘Dat had je gedroomd.’
‘Bedoel je dat ik daar ook niets over te zeggen heb?’
‘Zie je wel?’


Het kan verkeren

‘Waarom is oordelen verkeerd?’
‘Als oordelen verkeerd is, dan ook het oordeel dat oordelen verkeerd is.’
‘En als oordelen niet verkeerd is?’
‘Dan ook niet het oordeel dat oordelen verkeerd is.’
‘Nou weet ik nog niks.’
‘Dat is niet verkeerd.’


Vroeg gras, vroeg hooi

‘In het hele universum ligt nog geen grassprietje verkeerd.’
‘In het hele universum ligt nog geen grassprietje goed.’

‘In het hele universum ligt nog geen grassprietje goed.’
‘In het hele universum ligt nog geen grassprietje verkeerd.’

‘In het hele universum ligt nog geen grassprietje…’
‘Goed of verkeerd.’

‘In het hele universum ligt nog geen grassprietje goed of verkeerd.’
‘Heb je ze allemaal gecontroleerd?’

‘In het hele universum…’
‘In het wat?’

‘Zelfs over het kleinste grassprietje heb ik niets te melden.’
‘Waarom doe je het dan toch?’


Keerzijden

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Strafrecht.’

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Ongewenste kinderen.’

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Uitzichtloos lijden.’

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Overbegrazing.’

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Epidemieën.’

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Levenslang.’


Hangen en wurgen

‘Waartoe leidt de gelofte niet te doden?’
‘Schuld en schaamte.’
‘Waartoe leiden schuld en schaamte?’
‘Zelfhaat.’
‘Waartoe leidt zelfhaat?’
‘Zelfdoding.’


Collateral damage

‘Wat betekent ‘Gij zult niet doden’?’
‘Uiteindelijk?’
‘Uiteindelijk.’
‘Gij zult niet leven.’
‘Dat snap ik niet.’
‘Kun jij leven zonder te eten?’
‘Nee, natuurlijk niet.’
‘Kun jij eten zonder te doden?’


Diefje-zonder-verlos

‘Wat is de oorzaak van diefstal?’
‘Bezit.’
‘Wat is de oorzaak van bezit?’
‘Diefstal.’


Voor- en naschrift

‘Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen?’
‘Overtredingen.’

‘Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen?’
‘Gevangenissen.’

‘Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen?’
‘Armoede.’

‘Waartoe leidt het voorschrift om niet te stelen?’
‘Kindersterfte.’

‘Als het voorschrift om niet te stelen leidt tot overtredingen, gevangenissen, armoede en kindersterfte, kunnen we het dan niet beter opheffen?’
‘Joost mag weten waar dat weer toe leidt.’


Om bestwil

‘Wat is niet liegen in de praktijk?’
‘Niet spreken?’
‘Wat is niet spreken?’
‘Liegen zonder woorden?’
‘Wat is spreken?’
‘Liegen met woorden?’
‘Wat is liegen?’
‘Een woord?’
‘Dus gelogen?’
‘Probeer je mij te laten liegen?’
‘Waarom stel je alleen maar wedervragen?’
‘Dat is niet liegen in de praktijk.’


Belofte maakt schuld

‘Ik heb beloofd nooit meer te liegen.’
‘Je kan niet spreken zonder te liegen.’
‘Dan hou ik voortaan mijn mond wel.’
‘Je kan niet zwijgen zonder te liegen.’
‘Dan beloof ik voortaan wel niks meer.’
‘Daar hou ik je aan.’

‘Ik heb beloofd nooit meer te stelen.’
‘Je kan niet ontvangen zonder te stelen.’
‘Dan deel ik alleen nog maar uit.’
‘Je kan niet weggeven zonder te stelen.’
‘Dan beloof ik voortaan wel niks meer.’
‘Daar hou ik je aan.’

‘Ik heb beloofd nooit meer te doden.’
‘Je kan niet leven zonder te doden.’
‘Dan sterf ik nog liever.’
‘Je kan niet sterven zonder te doden.’
‘Dan beloof ik voortaan wel niks meer.’
‘Daar hou ik je aan.’


Buddhists Anonymous

Hoe monsterlijk de aandrift om beloften te doen ook is, ik beloof hem altijd te weerstaan.


Bij de wortel

‘Ik beloof…’
‘Zou je dat nou wel doen?’

‘Ik zweer…’
‘Zal ik de dokter bellen?’


De nulde

‘Wat is de belangrijkste boeddhistische gelofte?’
‘De nulde natuurlijk.’
‘Hoe luidt de nulde gelofte?’
‘Ik beloof niets dat ik niet kan waarmaken.’
‘En die andere geloften dan?’
‘Die kan ik niet waarmaken.’
‘Is de nulde gelofte niet een bijzonder geval van de derde*?’
‘Jawel.’
‘Maar?’
‘Die kan ik niet waarmaken.’
‘De nulde wel?’
‘Dat kan ik niet beloven.’
‘Dus eigenlijk beloof je niets?’
‘Dat kan ik niet beloven.’
‘Jij staat nergens voor in?’
‘Ook daar sta ik niet voor in.’
‘Maar wat is nou de nulde gelofte?’
‘Dat is nou de nulde gelofte.’

* niet liegen.


Paard van Troje

‘Ik heb beloofd geen middelen te gebruiken die schadelijk zijn voor de geest.’
‘Dat kan de beste overkomen.’
‘Welke middelen zijn volgens jou het meest schadelijk voor de geest?’
‘Geloften.’


Het toppunt

‘Als je mij instructies moest geven, wat zou je dan zeggen?’
‘Volg geen instructies.’
‘Maar daarin zit de ongehoorzaamheid al ingebouwd!’
‘Hoezo?’
‘Als ik hem opvolg moet ik me ertegen verzetten, als ik mij ertegen verzet volg ik hem op.’
‘Tja.’
‘Dan kun je nog beter geen instructies geven.’
‘Je hebt er zelf om gevraagd.’
‘Niet om deze.’
‘Je hebt vooraf geen voorwaarden gesteld.’
‘Maar deze wekt alleen maar verwarring.’
‘En dat is wel het laatste wat je wil.’
‘Dat kun je wel zeggen.’
‘Waarvoor kom je dan?’
‘Helderheid, zou ik zeggen.’
‘Ook als helderheid het toppunt van verwarring blijkt te zijn?’
‘Wát?’
‘Maak je niet druk.’
‘Hoezo niet?’
‘Zover ben je nog lang niet.’


Leugenaars

‘Zie jij jezelf als boeddhist?’
‘Beslist.’
‘Heb je dan geloften afgelegd?’
‘Beslist niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik niet wou liegen.’
‘Waarom noem jij jezelf dan toch boeddhist?’
‘Daarom noem ik mezelf dan toch boeddhist.’


Dood de Boeddha

Dood de Boeddha, begin bij jezelf; dood jezelf, begin bij de Boeddha.


Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de Boeddha, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’


Een anachronisme

‘Ben jij boeddhist?’
‘Was Boeddha boeddhist?’
‘Daar moet ik eens heel diep over nadenken.’
‘En?’
‘Ik zou het oprecht niet weten.’
‘Nou, ik ook niet.’
‘Heb je het nou over de Boeddha of over jezelf?’
‘Daar moet ik eens heel diep over nadenken.’


Rarissimo

‘Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?’
‘Rare vraag voor een boeddhist.’
‘Volgens mij is sunyata de essentie van het boeddhisme.’
‘Raar antwoord voor een boeddhist.’
‘Vanwege die essentie zeker.’
‘Zeker.’
‘Sunyata is de essentie van het boeddhisme.’
‘Raar woord voor een boeddhist.’
‘Sunyata?’
‘Zeker.’
‘Omdat sunyata zelf sunyata is, zeker.’
‘Zeker.’
‘Sunyata-sunyata.’
‘Raar woord voor een boeddhist.’
‘Omdat sunyata-sunyata ook weer sunyata is, zeker.’
‘Zeker.’
‘Sunyata-sunyata-sunyata.’
‘Enzovoort.’
‘Niemand gaat zo ver als jij.’
‘Ik hoef nergens heen.’
‘Raar.’
‘Al ben ik nergens thuis.’
‘Heel raar.’
‘Raar raar, waar ben ik.’
‘Volgens mij ben jij een echte boeddhist.’
‘Raar woord voor een boeddhist.’
‘Vanwege dat echt, zeker.’
‘Zeker.’
‘Of vanwege die boeddhist?’
‘Rare vraag voor een boeddhist.’
‘Wat is volgens jou de essentie van het boeddhisme?’


Het lege hart

‘Wat is de essentie van de hartsoetra?’
‘Inessentie.’
‘Doel je op de leegte?’
‘En de leegte van de leegte.’
‘Het begrip ‘leegte’ is zelf leeg.’
‘Weg ermee.’
‘De hartsoetra heeft geen hart.’
‘Als hij waar is niet.’
‘En als hij niet waar is?’
‘Dan helemaal niet.’
‘Wat moet je er dan nog mee?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Maar wat is nou de essentie van de hartsoetra?’
‘Dat is nou de essentie van de hartsoetra.’


Nog verder van de wijs

‘Wat is de essentie van de hartsoetra?’
‘Gate gate paragate parasamgate.*
‘Wat betekent dat?’
‘Alles achter je laten.’
‘Behalve de hartsoetra, zeker.’
‘Die ook.’
‘Behalve het achterlaten dan?’
‘Dat ook.’
‘Behalve het zelf?’
‘Dat ook.’
‘Behalve niet-zelf?’
‘Dat ook.’
‘Zo hou je niets over.’
‘Dat ook niet.’
‘Maar moet ik de hartsoetra nou achter me laten of juist niet?’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Maar wat is nou de essentie van de hartsoetra?’
‘Dat is nou de essentie van de hartsoetra.’

* Sanskriet; letterlijk ‘gegaan, gegaan, voorbij gegaan, volledig voorbij gegaan’, op deze website hertaald als ‘verder, verder, almaar verder, zelfs het verder gaan voorbij’


Sunyata-sunyata

‘Wat is de essentie van het boeddhisme?’
‘De Boeddha.’
‘Wat is de essentie van de Boeddha?’
‘Sunyata.’
‘Wat is de essentie van sunyata?’
‘Sunyata.’
‘De leegte is zelf leeg?’
‘Als sunyata algemeengeldig is wel.’
‘En als sunyata niet algemeengeldig is?’
‘Dan helemaal.’
‘Wat blijft er dan nog over?’
‘Waarvan?’
‘Als sunyata de essentie van sunyata is.’
‘Ik zou het ook niet weten.’
‘Niets?’
‘Zelfs niet niets.’
‘Zelfs niet niets is de essentie van sunyata?’
‘In wezen wel.’
‘En sunyata is de essentie van de Boeddha?’
‘In wezen wel.’
‘En de Boeddha is de essentie van het boeddhisme?’
‘In wezen wel
‘Dus de essentie van het boeddhisme is zelfs niet niets?’
‘Ik zou het anders ook niet weten.’


De waarste

‘Vind jij dat we de Boeddha moeten doden?’
‘Doden, vereren, negeren…’
‘Maar de ware boeddhist doodt de Boeddha?’
‘De ware boeddhist maakt geen onderscheid tussen de ware boeddhist en de valse boeddhist.’
‘Want de ware boeddhist maakt geen onderscheid?’
‘Ook niet tussen mensen die wel en geen onderscheid maken.’
‘Waarom niet?’
‘Ken jij mensen die geen onderscheid maken?’
‘Persoonlijk?’
‘Hoe dan ook.’
‘Er zijn boeken waarin sprake is van…’
‘Schrijven is onderscheiden.’
‘Dan ken ik niemand die geen onderscheid maakt.’
‘Nou, ik ook niet.’
‘Dus?’
‘Wat heeft het voor zin om onderscheid te maken tussen mensen die wel en geen onderscheid maken?’
‘Is dit nou het doden van de Boeddha?’
‘Eerder het doden van de boeddhist.’
‘Van de ware boeddhist.’
‘En daarmee van de valse.’


Des doods

‘Wat zou je willen zeggen tegen de boeddhist?’
‘Dood de Boeddha.’
‘En tegen de zenboeddhist?’
‘Dood Kanzeon.’
‘En tegen de hindoe?’
‘Dood Brahman.’
‘En tegen de taoïst?’
‘Dood de Tao.’
‘En tegen de mohammedaan?’
‘Dood de Profeet.’
‘En tegen de derwisj?’
‘Dood de Vriend.’
‘En tegen de gnosticus?’
‘Dood Jezus.’
‘En tegen de christen?’
‘Dood de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.’
‘En tegen de jood?’
‘Dood JWHW.’
‘En tegen de chassidim?’
‘Dood de Ba’al Shem Tov.’
‘En tegen de humanist?’
‘Dood de Mens.’
‘En tegen de nihilist?’
‘Dood het Niets.’
‘En tegen mij?’
‘Dood mij.’

‘Wat zou je willen zeggen tegen de boeddhist die de Boeddha heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods boeddhisme.’
‘En tegen de zenboeddhist die Kanzeon heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods mededogen.’
‘En tegen de hindoe die Brahman heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods hindoeïsme.’
‘En tegen de taoïst die de Tao heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods taoïsme.’
‘En tegen de moslim die de Profeet heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods mohammedanisme.’
‘En tegen de derwisj die de Vriend heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods soefisme.’
‘En tegen de gnosticus die Jezus heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods gnosticisme.’
‘En tegen de christen die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods christendom.’
‘En tegen de jood die JWHW heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods jodendom.’
‘En tegen de chassidim die de Ba’al Shem Tov heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods chassidisme.’
‘En tegen de humanist die de Mens heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods humanisme.’
‘En tegen de nihilist die het Niets heeft weten te doden?’
‘Noem dat desnoods nihilisme.’
‘En tegen degene die jou heeft weten te doden?’
‘Opgeruimd staat netjes.’


Als ieder zijn vloer keert

‘Leve de Boeddha!’
‘Dood de Boeddha.’

‘Dood de Boeddha!’
‘Leve de Boeddha.’

‘Dood de Boeddha!’
‘Dood de Boeddhadoder.’

‘Dood de Boeddhadoder!’
‘Dood de Boeddhadoderdoder.’

‘Spreek alles tegen!’
‘Daar ben ik het niet mee eens.’
‘Waarom niet?’
‘Dan zit je daar weer in vast.’

‘Laat alles los!’
‘Daar ben ik het niet mee eens.’
‘Waarom niet?’
‘Dan zit je daar weer in vast.’

‘Volg geen voorschriften!’
‘Daar ben ik het niet mee eens.’
‘Waarom niet?’
‘Dan zit je daar weer in vast.’

‘Weg met alle meningen!’
‘Daar ben ik het niet mee eens.’
‘Waarom niet?’
‘Dan zit je daar weer in vast.’
‘Wat zou jij zeggen?’
‘Leve de Boeddha?’
‘Val dood.’


Eeuwige to-do list voor de eeuwige zenboeddhist

  1. Dood de boeddha
  2. Dood de dharma
  3. Dood de sangha
  4. Dood kanzeon
  5. Dood je leraar
  6. Dood je kussen
  7. Dood jezelf
  8. Dood het zelf
  9. Dood niet-zelf
  10. Dood het doden
  11. Naar 1

Het meest nabij

‘Volgens de Boeddha is verlichting niet lijden. Volgens Nagarjuna is verlichting niet zijn. Wat is verlichting volgens jou?’
‘Niet weten.’
‘Wat niet?’
‘Wie de boeddha eigenlijk was of is en of hij wel was of is. Wie Nagarjuna eigenlijk was of is en of hij wel was of is. Wie of wat ik zelf ben en of ik eigenlijk wel ben. Wat niet-lijden is en of de boeddha wel vrij van lijden was, gesteld dat hij was. Wat niet-zijn is en of Nagarjuna inderdaad niet was, gesteld dat hij was. Wat verlichting is, als het al is, en al dan niet voor wie.’
‘Maar wat is dan niet weten?’
‘Niet weten is het meest nabij.’


Hangop

‘Waarom geeft jij altijd van die korte, nietszeggende antwoorden?’
‘Doe ik dat?’
‘Dat bedoel ik nou.’
‘Het was anders een vraag.’
‘Wat is daar de bedoeling van?’
‘Waarvan?’
‘Zie je wel?’
‘Zeker weten dat er een bedoeling achter zit?’
‘Wat kan anders de reden zijn?’
‘Dat zou ik ook weleens willen weten.’
‘Volgens mij hang jij de zenmeester uit.’
‘Hang hem liever op.’
‘Wát?’
‘En ga er gezellig naast hangen.’
‘Zo komen we nergens.’
‘Waar wou je anders heen.’
‘Bedoel je dat we er al zijn?’
‘Wat dat weer niet veronderstelt.’
‘Bedoel je dat we niet zijn?’
‘Waarom stel jij altijd van die korte, nietszeggende vragen?’


Requiem voor Bodhidharma

‘Wat is de essentie van het boeddhisme?’
‘Alleen maar dit.’
‘Pardon?’
‘We zijn er nooit van gescheiden.’
‘Waarvan in hemelsnaam?’
‘Deze onbegrensde wereld waar elk van mijn stappen mijn huis is.1
‘Wereld? Onbegrensd? Huis?’
‘Ik doel op de ultieme werkelijkheid die komt noch gaat…’
‘Kom nou gauw.’
‘… en tijd noch ruimte kent.’
‘Ga toch heen.’
‘Echt heilig is wat ons bevrijdt van onze mentale constructies en…’
‘De ultieme werkelijkheid die komt noch gaat en tijd noch ruimte kent is een mentale constructie. Echt is een mentale constructie. Heilig is een mentale constructie. Ons is een mentale constructie. Bevrijding is een mentale constructie. Mentale constructie is een mentale constructie. Dat mentale constructies ons gevangen houden is een mentale constructie. Dat het allemaal mentale constructies zijn is een mentale constructie.’
‘Ja, zijn het nou mentale constructies of is dat ook maar een mentale constructie.’
‘Bedenk het maar.’
‘Maar wat is nou de essentie van het boeddhisme?’
‘Dat is nou de essentie van het boeddhisme.’


* zinsnede uit een gedicht van Dogen