Wat is de zin van het leven?

‘Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden, maar een woord dat doorzien moet worden.’ De zin van het leven, de onzin van het denken en de zon van niet-weten.

Dwaalgids > Filosofie > Wat is de zin van het leven?

Wat is de zin van het leven?

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien, Wat is mystiek?, Leven is geen kunst

Op deze pagina:

Een aanbeveling

Leerling: Wat weet u eigenlijk van de zin van het leven?

Meester: Minder dan wie ook.

Leerling: Dat lijkt me geen aanbeveling.

Meester: Integendeel.

De zin van welk leven?

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Welk leven?

Leerling: U weet toch zeker wel wat het leven is?

Meester: Gelukkig niet.

Leerling: Hoezo gelukkig niet?

Meester: Daar komen alleen maar vragen van.

Leerling: Wat voor vragen?

Meester: Dit soort vragen.

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Wat is de zin van ‘het leven’?

Zinspelen op een woordspel

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Wat is de zin van ‘het leven’?

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Wat versta jij onder het leven?

Leerling: Ik heb geloof ik wel tien antwoorden op die vraag.

Meester: Ik heb er geloof ik wel honderd.

Leerling: Wat nu?

Meester: Eerst maar eens vaststellen welke de juiste is.

Zes maanden later

Meester: En?

Leerling: Ik ben er nog steeds niet uit.

Meester: Ik ook niet.

Leerling: En dat na een half jaar.

Meester: En dat na een halve eeuw.

Leerling: Dus wat is de zin van het leven?

Meester: Dus wat is de zin van ‘het leven’?

Leerling: Is dat een retorische vraag?

Meester: Is dat een retorische vraag?

Leerling: Is dat een retorische vraag?

Meester: Is dat een retorische vraag?

Leerling: Dit duurt zeker nog wel even.

Meester: Zo hoef ik geen antwoord te geven.

Leerling: Is dat soms de zin van het leven?

Meester: Wat is toch de zin van die vraag?

Tip: Vrijdenkers hebben maling aan de mind, Denkbeeldenstorm!

Hoe lang is de standaardmeter van Parijs?

Hoelang is een Chinees

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Hoe lang is de standaardmeter van Parijs?

Leerling: Wat is dat nou weer voor vraag.

Meester: Zo wou ik het niet stellen.

Leerling: Aan u heb je ook niks.

Meester: Nog een keertje dan.

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Hoeveel weegt de zwaartekracht?

Leerling: Zo komen we nergens.

Meester: Was het maar zo makkelijk.

Tip: Wegen naar de onbekende vraag

Wat is de zin van de zin van het leven?

Doodvragen

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: X is de zin van het leven.

Leerling: Maar wat is X?

Meester: Als ik dat eens wist.

Leerling: Want dat is nou net de vraag.

Meester: Dat is alleen maar de éérste vraag.

Leerling: Wat is de volgende vraag?

Meester: Wat is de zin van X?

Leerling: Waarom zou ik dat willen weten?

Meester: Omdat je anders nog niks weet.

Leerling: En, wat is de zin van X?

Meester: Y is de zin van X.

Leerling: En wat is de zin van Y?

Meester: Z is de zin van Y.

Leerling: Enzovoort?

Meester: Nou, vóórt.

Leerling: Dit noem ik nou dooddoen.

Meester: Dit noem ik nou doodvrágen.

Leerling: Wat is de zin van doodvragen?

Meester: X is de zin van doodvragen.

Tip: Het regressieprobleem

Wat is de zin van het ontdekken van de zin van het leven?

Rekeninghouders

Meester: Wat is de zin van het leven?

Leerling: Ontdekken wat de zin van het leven is.

Meester: Wat is de zin van het ontdekken van de zin van het leven?

Leerling: Wat doet dat er nou toe?

Meester: Wat doet de zin van het leven er nou toe?

Leerling: Ik zie de overeenkomst niet.

Meester: Ik zie het verschil niet.

Leerling: Nog een keertje dan.

Meester: Wat is de zin van het leven?

Leerling: Ontdekken wat de zin van het leven is.

Meester: En dan?

Leerling: Kan je daar rekening mee houden.

Meester: Wat is de zin van het ontdekken van de zin van het leven?

Leerling: Wat doet dat er nou toe?

Meester: Dan kan je daar ook nog rekening mee houden.

Leerling: Wie wil daar nou ook nog rekening mee houden?

Meester: Wie wil er nou rekening houden met de zin van het leven?

Leerling: Ik zie de overeenkomst niet.

Meester: Ik zie het verschil niet.

Het leven heeft steeds een andere zin

Eenduidiger kan niet

Wobbe: Het leven heeft geen enkele zin.

Meester: Integendeel.

Wobbe: Pardon?

Meester: Het heeft steeds een andere.

Wobbe: Het leven heeft steeds een andere zin?

Meester: Jij zegt het.

Wobbe: Maar wat is dan de ware zin van het leven?

Meester: Dat zeg ik.

Wobbe: Wat?

Meester: Steeds een andere.

Wobbe: Maar ik wil eenduidigheid.

Meester: Heb ik ook voor je.

Wobbe: Wat is volgens u de enige ware zin van het leven?

Meester: Steeds een andere.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Iedereen weet wat de zin van het leven is

Maar wie er nou gelijk heeft?

Leerling: Niemand weet wat de zin van het leven is.

Meester: Iedereen weet wat de zin van het leven is.

Leerling: Hè?

Meester: We zijn het er alleen niet over eens.

Leerling: Met elkaar niet?

Meester: En met onszelf niet.

Leerling: Daar ben ik het niet mee eens.

Meester: Zie je wel?

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Is de enige waarheid een onverhoorde smeekbede?

Lang gewacht, nooit gezwegen

Leerling: Terwijl ik ten onder ga, begrijp ik dat de enige waarheid van de mens bestaat in een onverhoorde smeekbede.*

Meester: Wat zeg je me daar, is je smeekbede toch verhoord?

Leerling: Ik zeg toch juist van niet?

Meester: Je was toch op zoek naar de enige waarheid?

* Georges Bataille in De innerlijke ervaring, 1954/1989.

Tip: Ledig de Geest in de Wolk van niet-weten

Lever je niet uit aan je gedachten

Ook niet aan deze

Leerling: Ik wil groots en meeslepend leven.

Meester: Lever je niet uit aan het grote.

Jaren later

Leerling: Het zijn de kleine dingen die het doen.

Meester: Lever je niet uit aan het kleine.

Jaren later

Leerling: Zoek het in het grote én het kleine.

Meester: Lever je niet uit aan affirmaties.

Jaren later

Leerling: Zoek het in het grote noch het kleine.

Meester: Lever je niet uit aan negaties.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan affirmaties of negaties.

Meester: Lever je niet uit aan niet-uitleveren.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan niet-uitleveren.

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je iets te zeggen hebt.

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt.

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Leerling: Godverdomme.

Meester: Lever je niet uit aan de duivel.

Leerling: Jezus Christus.

Meester: Lever je niet uit aan de Heer.

Leerling: …

Meester: Lever je niet uit aan de stilte.

Tips: Vrije wil, onvrije wil en ongewilde vrijheid, Het stilte-evangelie, God is een poort

Is het leven er om begrepen of om geleefd te worden?

Niet-begrijpen is de oervorm van begrijpen

1.

Leerling: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.*

Meester: Toch weer iets begrepen?

2.

Leerling: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.

Meester: Begrijpen is ook een vorm van leven.

3.

Leerling: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.

Meester: Leven is ook een vorm van begrijpen.

4.

Leerling: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.

Meester: Niet-begrijpen is ook een vorm van begrijpen.

Leerling: Een randvorm dan toch?

Meester: De oervorm.

* uitspraak die onder meer wordt toegeschreven aan Osho (Bhagwan Shree Rajneesh)

Tip: Zalig zijn de armen van geest

Pieken en dalen in een eindeloze vlakte

Geognosie

Leerling: Wat is het hoogst bereikbare?

Meester: Het diepste dal.

Leerling: Wat is het diepste dal?

Meester: Een eindeloze vlakte.

Leerling: Bent u in die vlakte of is die vlakte in u?

Meester: Een eindeloze vlakte.

Tip: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Tok tok tok, doet de kip

Het hoogste woord

Leerling: Wat is het leven?

Meester: Een kippenhok.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Tok tok tok.

Leerling: Het is allemaal maar flauwekul.

Meester: Tok tok tok.

Leerling: Ook dat het allemaal maar flauwekul is.

Meester: Tok tok tok.

Leerling: Het leven is een kippenhok, verder wilt u niet gaan.

Meester: Tok tok tok.

Leerling: Tok tok tok?

Meester: Tok tok tok!

Tip: Metaforen voor verlichting

Talk talk talk, doet de mens

Kip zonder kop

Leerling: Wat is een kip?

Meester: Tok tok tok.

Leerling: Wat is een mens?

Meester: Talk talk talk.

Leerling: Wat is dan het verschil?

Meester: Een kip staat er niet bij stil.

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Donder toch op met je wijsheid voorbij alle wijsheid

Bij heldere hemel

Leerling: Wat is de diepste waarheid?

Meester: Tok tok tok.

Leerling: Bedoelt u dat zelfs het kakelen van een kip een manifestatie van de diepste waarheid is?

Meester: Donder toch op met je diepste waarheid.

Leerling: U verwijst toch naar het heilige hier-en-nu?

Meester: Donder toch op met je heilige hier-en-nu.

Leerling: Bedoelt u dat alleen stilte recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Meester: Donder toch op met je wijsheid voorbij alle wijsheid.

Leerling: Dan hou ik voortaan mijn mond wel.

Meester: Donder toch op met je stilte.

Leerling: Bedoelt u…

Meester: Donder toch op met je bedoelingen.

Leerling: Maar…

Meester: Donder toch op.

Leerling: Donder zelf op, ouwe chagrijn.

Meester: Opgedonderd met opdonderen.

Leerling: Ik…

Meester: Tok tok tok.

Tip: Meester Schaap en Broeder Ezel

Het Boek des Levens bevat alle antwoorden

Leerling: Weet u wat het probleem is?

Meester: Nou?

Leerling: Dat het Boek des Levens geen enkel antwoord bevat.

Meester: Integendeel.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Het Boek des Levens bevat alle antwoorden.

Leerling: Wat is dan het probleem?

Meester: Het juiste eruit pikken.

Tip: De lege leer

Misschien zijn álle antwoorden wel juist

Leerling: Het Boek des Levens bevat alle antwoorden.

Meester: Dat zeg jij.

Leerling: Maar welk antwoord nou het juiste is?

Meester: Misschien zit het juiste antwoord er wel helemaal niet bij.

Leerling: Natuurlijk wel.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat het Boek des Levens alle antwoorden bevat.

Meester: Dat betekent toch niet dat er een juist antwoord bij zit?

Leerling: Hm.

Meester: Of misschien zitten er wel meerdere juiste antwoorden bij.

Leerling: Dat kan ook nog.

Meester: Of misschien zijn ze op hun eigen manier allemaal wel juist.

Leerling: Zo had ik het nog niet bekeken.

Meester: Of misschien is alleen het hele Boek des Levens juist.

Leerling: Maar niet de individuele antwoorden.

Meester: Of willekeurig welke deelverzameling daarvan.

Leerling: Of de machtsverzameling ervan.

Meester: Of misschien is het onderscheid tussen juist en onjuist een illusie.

Leerling: Maar hoe komen we daarachter?

Meester: Ik denk in het Boek des Levens.

Tip: Het lege boek

Iedere vraag berust op drijfzand

Leerling: Wat is de zin van het leven?

Meester: Zou er maar eentje zijn?

Leerling: Wat is een zin van het leven?

Meester: Zou er wel eentje zijn?

Leerling: Wat zou een zin van het leven kunnen zijn als er een was?

Meester: Eerst maar eens vaststellen wat het leven is.

Leerling: Wat is het leven?

Meester: Eerst maar eens vaststellen of het is.

Leerling: Wou u soms zeggen van niet?

Meester: Ik wil helemaal niets zeggen.

Leerling: Waar bent u dan mee bezig?

Meester: Ik wil alleen maar iets laten zien.

Leerling: Wat dan?

Meester: Dat iedere vraag berust op aannames.

Leerling: Wat is de zin daarvan?

Meester: Zou er maar eentje zijn?

Leerling: Wat is een zin daarvan?

Meester: Zou er wel eentje zijn?

Leerling: Wat is de zin van dit gesprek?

Meester: Misschien wel de zin van het leven.

Tips: Wat is niet-weten?

Wat is de essentie van water?

Herleiden maakt deel uit van het leven

Leerling: Wat is de essentie van het leven?

Meester: Het leven, zou ik zeggen.

Leerling: De essentie van het leven is het leven?

Meester: Ik zou het anders ook niet weten.

Leerling: Maar wat betekent dat dan nog?

Meester: Wat is de essentie van water?

Leerling: Wat is de essentie van water?

Meester: Wat is de essentie van water, ja.

Leerling: Water, ja.

Meester: Nou dan.

Leerling: Bedoelt u dat het leven onherleidbaar is?

Meester: Herleiden maakt deel uit van het leven.

Leerling: Wat heeft dit gesprek dan nog voor zin?

Meester: Dit gesprek maakt deel uit van het leven.

Leerling: Wat is de essentie van het leven?

Tip: Wat is soefisme? De derwisj en de dwaas

Is het leven een mysterie?

Wat ik precies bedoel

Leerling: Waarmee kun je het leven vergelijken?

Meester: Met water.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Hoe hard je ook karnt, je kunt er geen kaas van maken.

Leerling: Bedoelt u dat het leven een mysterie is?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat de waarheid voorbij de woorden is?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat er geen waarheid is?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat het is wat het is?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat je keuzeloos gewaar moet zijn?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat er niets te doen valt?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Of zelfs maar te laten?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat er niets te weten valt?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Of zelfs maar te vergeten?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u dat er niets te zeggen valt?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Of zelfs maar te zwijgen?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Wat bedoelt u dan?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Bedoelt u soms niets?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Doelt u op niet-bedoelen?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Doelt u op het niets?

Meester: Je probeert er nog steeds kaas van te maken.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Wat?

Leerling: Ik kan er geen kaas van maken.

Meester: Neem anders een slokje water.

Tip: De mystiek van alledag

Zonder je onbegrip te objectiveren

Leerling: Het leven is een mysterie.

Meester: Je objectiveert je onbegrip.

Leerling: Wat?

Meester: Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos object met als enige eigenschap dat het zich niet laat begrijpen.

Leerling: Welk object?

Meester: Schijnobject.

Leerling: Welk schijnobject?

Meester: Het schijnobject dat je het mysterie of het leven noemt.

Leerling: Wat zou u zeggen om uitdrukking te geven aan een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen?

Meester: Dat ik er geen kaas van kan maken, bijvoorbeeld.

Leerling: Alsof kaas geen object is.

Meester: Daarom zeg ik dat ik het er niet van kan maken.

Tip: Passe-partout voor poortloze poorten

Zonder je onbegrip te subjectiveren

Leerling: Ik ben niet-weten.*

Meester: Je subjectiveert je onbegrip.

Leerling: Wat?

Meester: Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos subject met als enige eigenschap dat het niet begrijpt.

Leerling: Welk subject?

Meester: Schijnsubject.

Leerling: Welk schijnsubject?

Meester: Het schijnsubject dat je ik noemt.

Leerling: Wat zou u zeggen om uitdrukking te geven aan een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen?

Meester: Joost mag het weten.

Leerling: Alsof Joost geen subject is.

Meester: Daarom zeg ik dat hij het mag weten.

* ‘Ik weet niet wie ik ben’ is de titel van een boek van Jan van den Oever.

Tip: Waarnemen of waargeven? De illusie van subject en object

Ook of er een geheim is blijft geheim

Leerling: Is er dan toch een geheim?

Meester: Zeker.

Leerling: Wat is het geheim?

Meester: Dat is geheim.

Leerling: Hoezo?

Meester: Anders zou het geen geheim meer zijn.

Leerling: Maar er is wel een geheim?

Meester: Ook dat is geheim.

Leerling: Net zei u nog, ‘Zeker’.

Meester: Zeker.

Leerling: Ook al weet u noch wat het geheim is, noch dat het geheim is?

Meester: Als dat geen geheim is…

Tip: Het lege geheim

Wat als het leven alleen maar een woord is?

1.

Tresi: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden maar een geheim dat geleefd moet worden.

Meester: Waarom verklap je het dan?

2.

Leerling: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden maar een geheim dat geleefd moet worden.

Meester: Thomas Merton.

Leerling: Inderdaad.

Meester: Maar als het leven nou toch een probleem is?

Leerling: Wat dan?

Meester: Weet jij het dan op te lossen?

Leerling: Tot nu toe niet.

Meester: En als het leven inderdaad een geheim is?

Leerling: Wat dan?

Meester: Weet jij het dan te leven?

Leerling: Hm.

Meester: Nou?

Leerling: Tot nu toe niet.

Meester: Wat maakt het dan uit?

3.

Leerling: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden maar een geheim dat geleefd moet worden.

Meester: Het wat?

Leerling: Ik denk dat Thomas Merton bedoelde dat het probleem van het leven onoplosbaar is…

Meester: Van het wat?

Leerling: En dat we daarmee moeten leren leven.

Meester: Waarmee?

Leerling: Dat we daarnaar moeten leven.

Meester: Waarnaar?

Leerling: Ja, waar hebben we het nou over.

Meester: Ja, dat zou ik ook weleens willen weten.

Leerling: Het leven, man.

Meester: Wat als ‘het leven’ alleen maar een woord is?

Leerling: Op die manier.

Meester: Zoals de nominalisten en de analytische wijsgeren beweren.

Leerling: Nou?

Meester: Dan komt er vanzelf wel weer iemand die roept, ‘Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden of een geheim dat geleefd moet worden maar een woord dat doorzien moet worden.’

Leerling: Mooi.

Meester: Die nieuwe kooi.

Leerling: En als ik dat tegen u had gezegd?

Meester: Dat weet ik pas als je het tegen me zegt.

Leerling: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden of een geheim dat geleefd moet worden maar een woord dat doorzien moet worden.

Meester: Door wie?

Tip: Eufemismen voor niet-weten

Antwoorden op al je levensvragen

Spiegelbeeld

Op de markt staat een koopman achter een leeg kraampje. Hij roept: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Hele mooie antwoorden.’ Je vraagt: ‘Wat is mijn Oorspronkelijke Gezicht?’ De koopman kijkt je met open mond aan. Je zegt: ‘Op die manier.’ De koopman zegt: ‘Ziet u het ook eens bij een ander.’ Je zegt: ‘Ik was er al bang voor.’ De koopman relativeert: ‘Wat niet weet wat niet deert.’ Je vraagt: ‘Zeker weten?’ De koopman grijnst en begint weer te roepen: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Hele mooie antwoorden.’

Tip: Kosmische grappen

Twee voor de prijs van één

Te waar om mooi te zijn

Op de markt staat een koopman achter een leeg kraampje. Hij roept: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Twee voor de prijs van één.’ Je vraagt: ‘Wat is de Hoogste Waarheid?’ De koopman zet zijn duim op zijn neus en beweegt zijn vingers heen en weer. Je vraagt: ‘Bedoelt u dat er geen Hoogste Waarheid is?’ De koopman laat een wind. Je haalt je schouders op. De koopman zegt: ‘Dat komt op hetzelfde neer.’ Je trekt je portemonnee en vraagt: ‘Wat krijgt u van me?’ De koopman zegt: ‘Niets voor niets.‘ Je zegt: ‘Alle waar is naar zijn geld.’ De koopman begint weer te roepen: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Twee voor de prijs van één.’

Tip: Meester Spoorloos en agent Speurneus

‘Het leven’ is geen onderdeel; waarvoor zou het zin moeten hebben?

Leerling: Volgens mij heeft het leven geen zin.

Meester: Heeft een letter zin?

Leerling: Als onderdeel van een woord.

Meester: Heeft een woord zin?

Leerling: Als onderdeel van een zin.

Meester: Heeft een zin zin?

Leerling: Als onderdeel van een tekst.

Meester: Heeft een tekst zin?

Leerling: Als onderdeel van een vertoog.

Meester: Heeft een vertoog zin?

Leerling: Een vertoog is nergens onderdeel van. Waarvoor zou het zin moeten hebben?

Meester: Waarvan is het leven onderdeel?

Leerling: Het leven is nergens onderdeel van. Het omvat alles.

Meester: Nou dan.

Tip: Lege mystiek op de hoogste piek: ‘nada, nada, nada!’

Als je weet dat het leven een mysterie is, is het geen mysterie meer

Mysteriespel

Leerling: Zou u het leven een mysterie noemen?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Als ik wist dat het een mysterie was, zou het geen mysterie meer zijn.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat ik dan wist wat het was.

Leerling: En als u niet wist wat het was?

Meester: Wat is de vraag?

Leerling: Zou u het dan wel een mysterie noemen?

Meester: Natuurlijk niet.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Omdat ik dan niet wist wat het was.

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Als je weet dat het leven een raadsel is, heb je het opgelost

Quint: Het leven is een raadsel.

Meester: Toch weer een oplossing gevonden?

Quint: Noem dat maar een oplossing.

Meester: Noem dat maar een raadsel.

De opdracht van het leven is inzien dat je dat niet weet

Zoenoffer

Leerling: De opdracht van het leven is je met je lot te verzoenen.

Meester: En als onverzoenlijkheid je lot is?

Leerling: …

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Ik zei anders niks.

Meester: De spraak heeft jou echt niet nodig.

Leerling: Wat is volgens u de opdracht van het leven?

Meester: Inzien dat je dat niet weet?

Leerling: Daar zou ik wel mee kunnen leven.

Meester: Tot je dat ook niet meer weet.

Leerling: Hè?

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Daar zou ik echt niet mee kunnen leven.

Meester: Niet weten heeft jou echt niet nodig.

Tip: Loflied op niet-weten

Alle idealen achter je laten is ook niet ideaal

Meester: Wat is volgens jou de opdracht van het leven?

Leerling: Alle idealen achter je laten.

Meester: Behalve deze zeker.

Leerling: Wat is volgens u de opdracht van het leven?

Meester: Alle opdrachten achter je laten.

Leerling: Mooi.

Meester: Deze ook.

Tip: Voorbij goed en kwaad; de ethiek van niet-weten

Niet weten is geen defaitisme

Leerling: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen leven?

Meester: Als je niets meer weet, waarom niet?

Leerling: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen geven?

Meester: Als je niets meer weet, waarom niet?

Leerling: Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen streven?

Meester: Als je niets meer weet, waarom niet?

Leerling: Als je niets meer weet…

Meester: Zijn conclusies ver te zoeken.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Mijn levensbeschouwing bestaat geheel uit vragen

Leerling: Wat is uw levensbeschouwing?

Meester: Wat valt er te beschouwen? Wie zou dat moeten doen? Met welk doel?

Leerling: Weigert u erover na te denken?

Meester: Integendeel, ik heb er decennia over nagedacht.

Leerling: Wat heeft dat opgeleverd?

Meester: Vragen.

Leerling: Zoals?

Meester: Wat valt er te beschouwen? Wie zou dat moeten doen? Met welk doel?

Leerling: Maar wat is nou uw levensbeschouwing?

Meester: Noem dat desnoods mijn levensbeschouwing.

Leerling: Ik bedoel, welke antwoorden hebt u gevonden?

Meester: O, zeg dat dan meteen.

Leerling: Hou me niet langer in spanning.

Meester: Wat valt er te beschouwen? Wie zou dat moeten doen? Met welk doel?

Tip: Brieven niet-weten; de grootspraak voorbij

Niet-beschouwen als levensbeschouwing

Leerling: Als dwijsheid een levensbeschouwing was, hoe zou u haar dan kenschetsen?

Meester: Als niet beschouwen.

Leerling: Hoe ziet het leven eruit voor iemand die niet beschouwt?

Meester: Welk leven?

Leerling: U gaat met toch niet vertellen dat het leven niet bestaat?

Meester: Wie?

Leerling: U gaat me toch niet vertellen dat u niet bestaat?

Meester: Wat weet ik daarvan?

Leerling: Wou u beweren dat alles een illusie is?

Meester: Dan ook de illusie.

Leerling: Als alles een illusie is dan ook de illusie?

Meester: Tenzij alles toch geen illusie is.

Leerling: Als we zo gaan redeneren…

Meester: Hoe wou je anders redeneren?

Leerling: Bedoelt u dat er niets te zeggen valt?

Meester: Dat zul je mij niet horen zeggen.

Leerling: U hoor je zelfs niet niets zeggen.

Meester: Moet je maar niet naar mijn levensbeschouwing vragen.

Tip: De illusie van de illusie

Onze universele spirituele roeping is negeren en genegeerd worden

Leerling: Wat is onze universele spirituele roeping?

Meester: Het roepen negeren.

Leerling: En dan?

Meester: Het negeren negeren.

Leerling: En dan?

Meester: Genegeerd worden.

Tip: Bodhisattvageloften

Napraten tot je uitgepraat bent

Het rumineuze

Leerling: Wat is mijn roeping?

Meester: Dezelfde als die van iedereen.

Leerling: Namelijk?

Meester: Napraten tot je uitgepraat bent.

Leerling: Wanneer zal ik uitgepraat zijn?

Meester: Waarom zou je uitgepraat raken?

Leerling: Dat zegt u net zelf.

Meester: Naprater.

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Als je nergens toe geroepen wordt (is dat je roeping)

Leerling: Wat is mijn roeping?

Meester: Dat merk je vanzelf.

Leerling: En als ik nou nergens toe geroepen wordt?

Meester: Dan is dat je roeping.

Leerling: Ik moet er niet aan denken.

Meester: Dan is dat je roeping.

Leerling: Dan zoek ik nog wel even verder.

Meester: Dan is verder zoeken je roeping.

Leerling: Verder zoeken is mijn roeping?

Meester: Vanwaar anders al die vragen?

Leerling: Wanneer zal ik mijn roeping gevonden hebben?

Meester: Als je niet meer zoekt?

Leerling: Misschien heb ik het dan wel opgegeven.

Meester: Dan was opgave je roeping.

Leerling: Is dat-wat-gebeurt mijn roeping?

Meester: Dit vragen is wat gebeurt.

Leerling: Dat is geen antwoord.

Meester: Dit antwoorden is wat gebeurt.

Leerling: Ja, dat weet ik ook wel.

Meester: Wat maakt het dan uit hoe het heet?

Leerling: Wat is uw roeping?

Meester: Steeds iets anders roepen?

Leerling: Wat heeft dat voor zin?

Meester: Wie zegt dat het zin heeft?

Leerling: Bedoelt u dat het geen zin heeft?

Meester: Dan had ik dat wel gezegd.

Leerling: Is niet-zeggen uw roeping?

Meester: Wie zal het zeggen.

Leerling: Waarom zegt u dat dan niet?

Meester: Omdat ik maar wat roep?

Tip: Verder, verder!

Streven naar niet-streven is ook geen leven

Leerling: Niet-streven is mijn doel.

Meester: Dat is nog steeds een vorm van streven.

Leerling: Wat moet ik dan doen?

Meester: Wie zegt dat je iets moet doen?

Leerling: Moet ik dan alles maar laten?

Meester: Wie zegt dat je iets moet laten?

Leerling: Hoe kom ik van dat streven af?

Meester: Waarom zou je er vanaf moeten?

Leerling: Dat hebt u net zelf gezegd.

Meester: Dat heb je net zelf gehoord.

Leerling: Dat zeg ik.

Meester: Maar daarom heb ik het nog niet gezegd.

Leerling: Wat hebt u dan gezegd?

Meester: Ik heb alleen maar iets gevraagd.

Leerling: Moet ik mijn streven dan maar aanvaarden?

Meester: Waarom zou je je er niet tegen mogen verzetten?

Leerling: Dat hebt u net zelf gezegd.

Meester: Zou ik zoiets zeggen?

Leerling: U maakt me helemaal gek.

Meester: Ik hou je alleen een spiegel voor.

Leerling: Wou u zeggen dat de waanzin in mij zit?

Meester: Wou jij zeggen dat jij je spiegelbeeld bent?

Tip: De Poortloze Poort