Zingeving voor zotten

Zingeving voorbij zin en onzin; de zen van het leven, de onzin van het denken en de zon van niet weten. Dwaalteksten over levenskunst(jes). Voor zotten.

Zot: 1. iemand die nog niet weet; 2. iemand die niet meer weet

Lees ook: Liefde voor dummy’s, Doodgaan voor dummy’s.

Meer filosofie: De illusie van de illusie, De Intergalactische Waarheidsconferentie, De lege leer, Metafysica in een wezenloze wereld, De non-dualist en de non-filosoof, Het regressieprobleem, Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken, Voorbij goed en kwaad, de ethiek van niet-weten, Vrije wil, onvrije wil en vrije onwil, Waarnemen of waargeven, Weetnietkunde, Wie ben je?

DEZE PAGINA IS IN ONDERHOUD, SORRY VOOR HET ONGEMAK

Op deze pagina:

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van de zin van het leven, Hans?’
‘Minder dan wie ook.’
‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’
‘Integendeel.’

De zin van welk leven?

Tara: Wat is de zin van het leven?

Hans: Welk leven?

Tara: Je weet toch zeker wel wat het leven is?

Hans: Gelukkig niet.

Tara: Hoezo gelukkig niet?

Hans: Daar komen alleen maar vragen van.

Tara: Wat voor vragen?

Hans: Dit soort vragen.

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Wat is de zin van ‘het leven’?

Zinspelen op een woordspel

Levy: Wat is de zin van het leven?

Hans: Wat is de zin van ‘het leven’?

Levy: Hoe bedoel je?

Hans: Wat versta jij onder het leven?

Levy: Ik heb geloof ik wel tien antwoorden op die vraag.

Hans: Ik heb er geloof ik wel honderd.

Levy: Wat nu?

Hans: Eerst maar eens vaststellen welke de juiste is.

Zes maanden later

Hans: En?

Levy: Ik ben er nog steeds niet uit.

Hans: Ik ook niet.

Levy: En dat na een half jaar.

Hans: En dat na een halve eeuw.

Levy: Dus wat is de zin van het leven?

Hans: Dus wat is de zin van ‘het leven’?

Levy: Is dat een retorische vraag?

Hans: Is dat een retorische vraag?

Levy: Is dat een retorische vraag?

Hans: Is dat een retorische vraag?

Levy: Dit duurt zeker nog wel even.

Hans: Zo hoef ik geen antwoord te geven.

Levy: Is dat soms de zin van het leven?

Hans: Wat is toch de zin van die vraag?

Tip: Denken, denken, denken

Hoe lang is de standaardmeter van Parijs?

Hoelang is een Chinees

Nilles: Wat is de zin van het leven?

Hans: Hoe lang is de standaardmeter van Parijs?

Nilles: Wat is dat nou weer voor vraag.

Hans: Zo wou ik het niet stellen.

Nilles: Aan jou heb je ook niks.

Hans: Nog een keertje dan.

Nilles: Wat is de zin van het leven?

Hans: Hoeveel weegt de zwaartekracht?

Nilles: Zo komen we nergens.

Hans: Was het maar zo makkelijk.

Tip: Wegen naar de onbekende vraag

Wat is de zin van de zin van het leven?

Doodvragen

Willie: Wat is de zin van het leven?

Hans: X is de zin van het leven.

Willie: Maar wat is X?

Hans: Als ik dat eens wist.

Willie: Want dat is nou net de vraag.

Hans: Dat is alleen maar de éérste vraag.

Willie: Wat is de volgende vraag?

Hans: Wat is de zin van X?

Willie: Waarom zou ik dat willen weten?

Hans: Omdat je anders nog niks weet.

Willie: En, wat is de zin van X?

Hans: Y is de zin van X.

Willie: En wat is de zin van Y?

Hans: Z is de zin van Y.

Willie: Enzovoort?

Hans: Nou, vóórt.

Willie: Dit noem ik nou dooddoen.

Hans: Dit noem ik nou doodvrágen.

Willie: Wat is de zin van doodvragen?

Hans: X is de zin van doodvragen.

Tip: Het regressieprobleem

Wat is de zin van het ontdekken van de zin van het leven?

Rekeninghouders

1.

Hans: Wat is de zin van het leven?

Zegert: Ontdekken wat de zin van het leven is.

Hans: Wat is de zin van het ontdekken van de zin van het leven?

Zegert: Wat doet dat er nou toe?

Hans: Wat doet de zin van het leven er nou toe?

Zegert: Ik zie de overeenkomst niet.

Hans: Ik zie het verschil niet.

Zegert: Nog een keertje dan.

2.

Hans: Wat is de zin van het leven?

Zegert: Ontdekken wat de zin van het leven is.

Hans: En dan?

Zegert: Kun je daar rekening mee houden.

Hans: Wat is de zin van het ontdekken van de zin van het leven?

Zegert: Wat doet dat er nou toe.

Hans: Dan kun je daar ook nog rekening mee houden.

Zegert: Wie wil daar nou ook nog rekening mee houden.

Hans: Wie wil er nou rekening houden met de zin van het leven.

Zegert: Ik zie de overeenkomst niet.

Hans: Ik zie het verschil niet.

Het leven heeft steeds een andere zin

Eenduidiger kan niet

Wobbe: Het leven heeft geen enkele zin.

Hans: Integendeel.

Wobbe: Pardon?

Hans: Het heeft steeds een andere.

Wobbe: Het leven heeft steeds een andere zin?

Hans: Jij zegt het.

Wobbe: Maar wat is dan de ware?

Hans: Dat zeg ik.

Wobbe: Wat?

Hans: Steeds een andere.

Wobbe: Maar ik wil eenduidigheid.

Hans: Heb ik ook voor je.

Wobbe: Wat is volgens jou de enige zin van het leven?

Hans: Steeds een andere.

Tip: Zeg maar tja tegen het leven

Iedereen weet wat de zin van het leven is

Maar wie er nou gelijk heeft?

Nichelle: Niemand weet wat de zin van het leven is.

Hans: Iedereen weet wat de zin van het leven is.

Nichelle: Hè?

Hans: We zijn het er alleen niet over eens.

Nichelle: Met elkaar niet?

Hans: En met onszelf niet.

Nichelle: Daar ben ik het niet mee eens.

Hans: Zie je wel?

Tip: Standpunten, vluchtlijnen en raakvlakken

Is de enige waarheid een onverhoorde smeekbede?

Lang gewacht, nooit gezwegen

Sjors: Terwijl ik ten onder ga, begrijp ik dat de enige waarheid van de mens bestaat in een onverhoorde smeekbede.*

Hans: Wat zeg je me daar, is je smeekbede toch verhoord?

Sjors: Ik zeg toch juist van niet?

Hans: Je was toch op zoek naar de enige waarheid?

* Georges Bataille in De innerlijke ervaring, 1954/1989.

Tip: De wolk van niet-weten

Lever je niet uit aan je gedachten

Ook niet aan deze

Leerling: Ik wil groots en meeslepend leven.

Meester: Lever je niet uit aan het grote.

Jaren later

Leerling: Het zijn de kleine dingen die het doen.

Meester: Lever je niet uit aan het kleine.

Jaren later

Leerling: Zoek het in het grote én het kleine.

Meester: Lever je niet uit aan affirmaties.

Jaren later

Leerling: Zoek het in het grote noch het kleine.

Meester: Lever je niet uit aan negaties.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan affirmaties of negaties.

Meester: Lever je niet uit aan niet-uitleveren.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan niet-uitleveren.

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je iets te zeggen hebt.

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt.

Jaren later

Leerling: Lever je niet uit aan de gedachte dat je niets te zeggen hebt.

Meester: Lever je niet uit aan de gedachte dat je daar iets over te zeggen hebt.

Leerling: Godverdomme.

Meester: Lever je niet uit aan de duivel.

Leerling: Jezus Christus.

Meester: Lever je niet uit aan de heer.

Leerling: …

Meester: Lever je niet uit aan de stilte.

Tips: Vrije wil, onvrije wil en vrije onwil, Het stilte-evangelie, God is een poort

Is het leven er om begrepen of om geleefd te worden?

Niet begrijpen is de oervorm van begrijpen

1.

Steve: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.*

Hans: Toch weer iets begrepen?

2.

Leslie: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.

Hans: Begrijpen is ook een vorm van leven.

3.

Alana: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.

Hans: Leven is ook een vorm van begrijpen.

4.

Glenn: Het leven is er niet om begrepen maar om geleefd te worden.

Hans: Niet begrijpen is ook een vorm van begrijpen.

Glenn: Een randvorm dan toch?

Hans: De oervorm.

* uitspraak die onder meer wordt toegeschreven aan Osho

Leven is ook bang zijn

Motto’s voor angstige momenten

Hans: Wat is jouw motto?

Frida: Mens, durf te leven.

Hans: Hm.

Frida: Wat is jouw motto?

Hans: Dat varieert van moment tot moment.

Frida: Op dit moment?

Hans: Mens, durf bang te zijn.

Frida: Bang zijn is geen leven.

Hans: Leven is ook bang zijn.

Tip: Vrede sluiten met je onvrede

De gevangenis van het hier en nu

Berend: Ramses Shaffy leefde helemaal in het hier en nu.

Hans: Zelfs hij wist er niet aan te ontsnappen.

Tips: Metafysica in een wezenloze wereld, Advaita pedanta

Onderdrukken als er onderdrukken is

Onderstroom

Caren: Je moet met de stroom meegaan.

Hans: Wat houdt dat in?

Caren: Niet onderdrukken wat er is.

Hans: In concreto?

Caren: Woede als er woede is, verdriet als er verdriet is, vreugde als er vreugde is.

Hans: En als er onderdrukken is?

Tip: Byron Katie voor Workaholics

Meegaan met de tegenstroom

Farzad: Je moet met de stroom meegaan.

Hans: Waarom?

Farzad: Dan gaat alles vanzelf.

Hans: En als je er vanzelf tegenin gaat?

Voor wie zich tegen zijn verzet verzet

Engelien: Je moet je nooit verzetten tegen wat er is.

Hans: En als er verzet is?

Engelien: Je moet je ook niet verzetten tegen je verzet, wou jij zeggen.

Hans: Tenzij je je ertegen verzet.

Engelien: Je moet je nooit verzetten tegen wat er is, ook niet tegen je verzet, en ook niet tegen je verzet tegen je verzet?

Hans: Hoe verzin je het.

Tip: Het regressieprobleem

Neem een voorbeeld aan de natureluurs

Leerling: Je moet met de stroom meegaan.
Meester: En bij een maalstroom?

Leerling: Je moet met de stroom meegaan.
Meester: En in een mui?

Leerling: Je moet met de stroom meegaan.
Meester: En als de stroom zich opsplitst?

Leerling: Je moet met de stroom meegaan.
Meester: En bij wisselstroom?

Leerling: Je moet met de stroom meegaan.
Meester: Maak dat de zalm maar wijs.

Ik weet altijd wat ik moet doen, maar nooit wanneer

Figuurzwemmen

Chiem: Go with the flow.

Hans: Ga met de vla.

Chiem: Je moet altijd met de stroom mee zwemmen.

Hans: Of haaks erop natuurlijk.

Chiem: Een redelijk alternatief.

Hans: Of ertegenin.

Chiem: Dat kan ook nog.

Hans: Maar vraag je me nou wanneer?

Tip: Metaforen voor niet-weten

Aan algemeenheden heb je niets, ook niet aan deze

Algemeenheden in een specifiek heden

Floyd: Je moet altijd met de stroom meegaan.

Hans: Ga jij altijd met de stroom mee?

Floyd: Eh… nee.

Hans: Nou dan.

Floyd: Maar meestal wel.

Hans: Maar dat zei je niet.

Floyd: Laat ik het dan zo zeggen, in het algemeen moet je met de stroom meegaan.

Hans: Wanneer precies?

Floyd: Jemig.

Hans: Of wanneer niet?

Floyd: Tja.

Hans: Zo zie je maar weer.

Floyd: Wat?

Hans: Aan algemeenheden heb je niets.

Floyd: Ik veronderstel van niet.

Hans: Ook niet aan deze.

Floyd: Hè?

Tip: Meester Tja en de tao van tja

Met de stroom meezwammen

Zwamles

Barre: Go with the flow.

Hans: Daar gaan we weer.

Barre: Je moet altijd met de stroom mee zwemmen.

Hans: Je moet nooit met de stroom mee zwammen.

Tip: Eufemismen voor niet-weten

Vooruitkijken voor strebers

Otis: Ik wil iets bereiken.

Hans: En dan?

Tip: Het regressieprobleem

Terugkijken voor losers

Dione: Jij hebt tenminste iets bereikt.

Hans: Juist niet.

Tips: VerduisterdHans van Dam, Meester Hans

Pieken en dalen in een eindeloze vlakte

Geognosie

Polly: Wat is het hoogst bereikbare?

Hans: Het diepste dal.

Polly: Wat is het diepste dal?

Hans: Een eindeloze vlakte.

Polly: Ben jij in die vlakte of is die vlakte in jou?

Hans: Een eindeloze vlakte.

Tok tok tok

Het hoogste woord

Sjef: Wat is het leven?

Hans: Een kippenhok.

Sjef: Hoe bedoel je?

Hans: Tok tok tok.

Sjef: Het is allemaal maar flauwekul.

Hans: Tok tok tok.

Sjef: Ook dat het allemaal maar flauwekul is.

Hans: Tok tok tok.

Sjef: Het leven is een kippenhok, verder wil je niet gaan.

Hans: Tok tok tok.

Sjef: Tok tok tok?

Hans: Tok tok tok!

Tip: Metaforen voor verlichting

Talk talk talk

Monnik: Wat zou u de kip omschrijven?

Meester: Tok tok tok.

Monnik: Hoe zou u de mens omschrijven?

Meester: Talk talk talk.

Monnik: Wat is dan het verschil?

Meester: Een kip staat er niet bij stil.

Donder toch op met je wijsheid voorbij alle wijsheid

Bij heldere hemel

Monnik: Wat is de diepste waarheid?

Meester: Tok tok tok.

Monnik: Bedoelt u dat zelfs het kakelen van een kip een manifestatie van de diepste waarheid is?

Meester: Donder toch op met je diepste waarheid.

Monnik: U verwijst toch naar het heilige hier-en-nu?

Meester: Donder toch op met je heilige hier-en-nu.

Monnik: Bedoelt u dat alleen stilte recht doet aan de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Meester: Donder toch op met je wijsheid voorbij alle wijsheid.

Monnik: Dan hou ik voortaan mijn mond wel.

Meester: Donder toch op met je stilte.

Monnik: Bedoelt u…

Meester: Donder toch op met je bedoelingen.

Monnik: Maar…

Meester: Donder toch op.

Monnik: Donder zelf op, ouwe chagrijn.

Meester: Opgedonderd met opdonderen.

Monnik: Ik…

Meester: Tok tok tok.

Het Boek des Levens bevat alle antwoorden

Teddy: Weet je wat het probleem is?

Hans: Nou?

Teddy: Dat het Boek des Levens geen enkel antwoord bevat.

Hans: Integendeel.

Teddy: Hoe bedoel je?

Hans: Het Boek des Levens bevat alle antwoorden.

Teddy: Wat is dan het probleem?

Hans: Het juiste eruit pikken.

Misschien zijn alle antwoorden wel juist

Lieke: Het Boek des Levens bevat alle antwoorden.

Hans: Dat zeg jij.

Lieke: Maar welk antwoord nou het juiste is?

Hans: Misschien zit het juiste antwoord er wel helemaal niet bij.

Lieke: Natuurlijk wel.

Hans: Waarom?

Lieke: Omdat het Boek des Levens alle antwoorden bevat.

Hans: Dat betekent toch niet dat er een juist antwoord bij zit?

Lieke: Hm.

Hans: Of misschien zitten er wel meerdere juiste antwoorden bij.

Lieke: Dat kan ook nog.

Hans: Of misschien zijn ze op hun eigen manier allemaal wel juist.

Lieke: Zo had ik het nog niet bekeken.

Hans: Of misschien is alleen het hele Boek des Levens juist.

Lieke: Maar niet de individuele antwoorden.

Hans: Of willekeurig welke deelverzameling daarvan.

Lieke: Of de machtsverzameling ervan.

Hans: Ja, wie weet.

Lieke: Maar hoe komen we daarachter?

Hans: Ik denk in het Boek des Levens.

Iedere vraag berust op drijfzand

Natascha: Wat is de zin van het leven?

Hans: Zou er maar eentje zijn?

Natascha: Wat is een zin van het leven?

Hans: Zou er wel eentje zijn?

Natascha: Wat zou een zin van het leven kunnen zijn als er een was?

Hans: Eerst maar eens vaststellen wat het leven is.

Natascha: Wat is het leven?

Hans: Eerst maar eens vaststellen of het is.

Natascha: Wou jij soms zeggen van niet?

Hans: Ik wil helemaal niets zeggen.

Natascha: Waar ben je dan mee bezig?

Hans: Ik wil alleen maar iets laten zien.

Natascha: Wat dan?

Hans: Dat iedere vraag berust op aannames.

Natascha: Wat is de zin daarvan?

Hans: Zou er maar eentje zijn?

Natascha: Wat is een zin daarvan?

Hans: Zou er wel eentje zijn?

Is het leven een mysterie?

Wat ik precies bedoel

Reinoud: Waarmee kun je het leven vergelijken?

Hans: Water.

Reinoud: Hoe bedoel je?

Hans: Hoe hard je ook karnt, je kunt er geen kaas van maken.

Reinoud: Bedoel je dat het leven een mysterie is?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat de waarheid voorbij de woorden is?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat er geen waarheid is?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat het is wat het is?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat je keuzeloos gewaar moet zijn?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat er niets te doen valt?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Of zelfs maar te laten?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat er niets te weten valt?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Of zelfs maar te vergeten?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je dat er niets te zeggen valt?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Of zelfs maar te zwijgen?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Wat bedoel je dan?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Bedoel je soms niets?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Doel je op niet-bedoelen?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Doel je op het niets?

Hans: Kaasmaker.

Reinoud: Verdraaid.

Hans: Wat?

Reinoud: Ik kan er geen kaas van maken.

Hans: Neem anders een slokje water.

Zonder je onbegrip te objectiveren

Teunis: Het leven is een mysterie.

Hans: Je objectiveert je onbegrip.

Teunis: Hè?

Hans: Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos object met als enige eigenschap dat het zich niet laat begrijpen.

Teunis: Welk object?

Hans: Schijnobject.

Teunis: Welk schijnobject?

Hans: Het schijnobject dat je het mysterie of het leven noemt.

Teunis: Wat zou jij zeggen om uitdrukking te geven aan een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen?

Hans: Dat ik er geen kaas van kan maken, bijvoorbeeld.

Teunis: Alsof kaas geen object is.

Hans: Daarom zeg ik dat ik het er niet van kan maken.

Tip: De mystiek van alledag

Zonder je onbegrip te subjectiveren

Sybren: Ik ben niet-weten.*

Hans: Je subjectiveert je onbegrip.

Sybren: Hè?

Hans: Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos subject met als enige eigenschap dat het niet begrijpt.

Sybren: Welk subject?

Hans: Schijnsubject.

Sybren: Welk schijnsubject?

Hans: Het schijnsubject dat je ik noemt.

Sybren: Wat zou jij zeggen om uitdrukking te geven aan een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen?

Hans: Joost mag het weten.

Sybren: Alsof Joost geen subject is.

Hans: Daarom zeg ik dat hij het mag weten.

‘Ik weet niet wie ik ben’ is de titel van een boek van Jan van den Oever.

Ook of er een geheim is blijft geheim

Paulette: Is er dan toch een geheim?

Hans: Zeker.

Paulette: Wat is het geheim?

Hans: Dat is geheim.

Paulette: Hoezo?

Hans: Anders zou het geen geheim meer zijn.

Paulette: Maar er is wel een geheim?

Hans: Ook dat is geheim.

Paulette: Net zei je nog zeker.

Hans: Zeker.

Paulette: Ook al weet je noch wat het geheim is, noch dat het geheim is?

Hans: Als dat geen geheim is…

Wat als het leven alleen maar een woord is?

1.

Tresi: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden maar een geheim dat geleefd moet worden.

Hans: Waarom verklap je het dan?

2.

Eimert: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden maar een geheim dat geleefd moet worden.

Hans: Thomas Merton.

Eimert: Inderdaad.

Hans: Maar als het leven nou toch een probleem is?

Eimert: Wat dan?

Hans: Weet jij het dan op te lossen?

Eimert: Tot nog toe niet.

Hans: En als het leven inderdaad een geheim is?

Eimert: Wat dan?

Hans: Weet jij het dan te leven?

Eimert: Hm.

Hans: Nou?

Eimert: Tot nog toe niet.

Hans: Wat maakt het dan uit?

3.

Detje: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden maar een geheim dat geleefd moet worden.

Hans: Het wat?

Detje: Ik denk dat Thomas Merton bedoelde dat het probleem van het leven onoplosbaar is…

Hans: Van het wat?

Detje: En dat we daarmee moeten leren leven.

Hans: Waarmee?

Detje: Dat we daarnaar moeten leven.

Hans: Waarnaar?

Detje: Ja, waar hebben we het nou over.

Hans: Ja, dat zou ik ook weleens willen weten.

Detje: Het leven, man.

Hans: Wat als ‘het leven’ alleen maar een woord is?

Detje: Op die manier.

Hans: Zoals de nominalisten en de analytische wijsgeren beweren.

Detje: Nou?

Hans: Dan komt er vanzelf wel weer iemand die roept, ‘Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden of een geheim dat geleefd moet worden maar een woord dat doorzien moet worden.’

Detje: Mooi!

Hans: Die nieuwe kooi.

Detje: En als ik dat tegen jou had gezegd?

Hans: Dat weet ik pas als je het tegen me zegt.

Detje: Het leven is niet een probleem dat opgelost moet worden of een geheim dat geleefd moet worden maar een woord dat doorzien moet worden.

Hans: Door wie?

Tip: Eufemismen voor niet-weten

Reiziger in wijsheid

Spiegelbeeld

Op de markt staat een koopman achter een leeg kraampje. Hij roept: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Hele mooie antwoorden.’ Je vraagt: ‘Wat is mijn Oorspronkelijke Gezicht?’ De koopman kijkt je met open mond aan. Je zegt: ‘Op die manier.’ De koopman zegt: ‘Ziet u het ook eens bij een ander.’ Je zegt: ‘Ik was er al bang voor.’ De koopman relativeert: ‘Wat niet weet wat niet deert.’ Je vraagt: ‘Zeker weten?’ De koopman grijnst en begint weer te roepen: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Hele mooie antwoorden.’

Te waar om mooi te zijn

Op de markt staat een koopman achter een leeg kraampje. Hij roept: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Twee voor de prijs van één.’ Je vraagt: ‘Wat is de Hoogste Waarheid?’ De koopman zet zijn duim op zijn neus en beweegt zijn vingers heen en weer. Je vraagt: ‘Bedoelt u dat er geen Hoogste Waarheid is?’ De koopman laat een wind. Je haalt je schouders op. De koopman zegt: ‘Dat komt op hetzelfde neer.’ Je trekt je portemonnee en vraagt: ‘Wat krijgt u van me?‘ De koopman zegt: ‘Niets voor niets.‘ Je zegt: ‘Alle waar is naar zijn geld.’ De koopman begint weer te roepen: ‘Antwoorden op al uw levensvragen. Twee voor de prijs van één.’

Het leven is nergens onderdeel van; waarvoor zou het zin moeten hebben?

Ernesto: Volgens mij heeft het leven geen zin.

Hans: Heeft een letter zin?

Ernesto: Als onderdeel van een woord.

Hans: Heeft een woord zin?

Ernesto: Als onderdeel van een zin.

Hans: Heeft een zin zin?

Ernesto: Als onderdeel van een tekst.

Hans: Heeft een tekst zin?

Ernesto: Als onderdeel van een vertoog.

Hans: Heeft een vertoog zin?

Ernesto: Een vertoog is nergens onderdeel van. Waarvoor zou het zin moeten hebben?

Hans: Waarvan is het leven onderdeel?

Ernesto: Het leven is nergens onderdeel van. Het omvat alles.

Hans: Nou dan.

Leren naar niemand te luisteren, ook niet naar mij

Wat geen oor kan horen

Hans, wat is volgens jou het doel van de opvoeding?
Leren naar niemand te luisteren.
Wat zeg je me daar?
Je hoorde me wel.
Behalve naar jezelf natuurlijk.
Vooral niet naar jezelf.
Wat zeg je me daar?
Je hoorde me wel.
Hoe leer ik dat mijn kind?
Hoe leer ik wat mijn kind?
Naar niemand te luisteren, vooral niet naar zichzelf?
Waarom zou je dat willen?
Omdat jij me dat aanraadt, suffie.
Dan heb je niet goed geluisterd.
Wat is volgens jou het doel van de opvoeding?

In essentie

Wat is de essentie van het leven?
Het leven, zou ik zeggen.
De essentie van het leven is het leven?
Ik zou het anders ook niet weten.
Maar wat betekent dat dan nog?
Wat is de essentie van water?
Wat is de essentie van water?
Wat is de essentie van water, ja.
Water, ja.
Nou dan.
Bedoel je dat het leven onherleidbaar is?
Herleiden maakt deel uit van het leven.
Wat heeft dit gesprek dan nog voor zin?
Dit gesprek maakt deel uit van het leven.
Wat is de essentie van het leven?

Zonder professoren

Hans, wat is het wonder van het zijn?
Het wonder is niet zozeer dat er iets is en niet veeleer niets…*
Nee?
Het wonder is dat we daarover niets weten en niet veeleer iets…
O.
Of liever, dat we niet eens weten of we daarover niets weten en niet veeleer iets.
Aha.
En zelfs niet of er wel iets is en niet veeleer niets.
Eh…
Laat staan wat nou het wonder van het zijn zou zijn.
Hm.
Dat komt op hetzelfde neer.
Wat komt op hetzelfde neer?
Hm.
Hm.
Dat zeg ik.
En dat zou volgens jou het wonder van het zijn zijn?
Ik zou het anders ook niet weten.

* Leibniz: Pourquoi il y a plutôt quelque chose que rien?(Principes de la Nature et de la Grace fondés en Raison, §7).

Heidegger: Warum ist überhaupt Seiendes und nicht vielmehr Nichts?(Was ist Metaphysik?).

Parmenides: Het zijn bestaat, het niet-zijn niet.

Mysteriespel

Zou jij het leven een mysterie noemen?
Natuurlijk niet.
Waarom niet?
Als ik wist dat het een mysterie was, zou het geen mysterie meer zijn.
Waarom niet?
Omdat ik dan wist wat het was.
En als je niet wist wat het was?
Wat is de vraag?
Zou je het dan wel een mysterie noemen?
Natuurlijk niet.
Waarom niet?
Omdat ik dan niet wist wat het was.

Een raadsel

Het leven is een raadsel.
Toch weer een oplossing gevonden?
Noem dat maar een oplossing.
Noem dat maar een raadsel.

Zoenoffer

De opdracht van het leven is je met je lot te verzoenen.
En als onverzoenlijkheid je lot is?

Zeg dat wel.
Ik zei anders niks.
De spraak heeft jou echt niet nodig.
Wat is volgens jou de opdracht van het leven, Hans?
Inzien dat je dat niet weet?
Daar zou ik wel mee kunnen leven.
Tot je dat ook niet meer weet.
Hè?
Zeg dat wel.
Daar zou ik niet mee kunnen leven.
Niet weten heeft jou echt niet nodig.

Dag droom

Droom jij van een betere wereld, Hans?
Wat heet beter.
Jij mag het zeggen.
Noem het een droom, noem het een nachtmerrie.

Droom jij van een betere wereld?
Wat heet wereld.
Jij mag het zeggen.
Noem het een droom, noem het een nachtmerrie.

Droom jij van een betere wereld?
Wat heet droom.
Jij mag het zeggen.
Noem het een nachtmerrie, noem het een wereld.

Droom jij van een niet wetende wereld, Hans?
Ik leef al in een niet wetende wereld.
Is een niet wetende wereld een betere wereld?
Een niet wetende wereld is er een waarin niemand beter weet.
Maar droom jij niet stiekem van zon wereld?
Ik zou niet weten wat er goed aan is.
Je moet er niet aan denken.
Ik zou niet weten wat er slecht aan is.
Wat is niet weten?
Noem het een droom, noem het een nachtmerrie.
Niet weten is geen werkelijkheid?
Jij mag het zeggen.

Ideáál

Wat is volgens jou de opdracht van het leven?
Alle idealen achter je laten, Hans.
Behalve deze zeker.

Sui profusus

Als ik niets meer wist zou ik zelfmoord plegen, Hans.
Hoe weet je dat?

Als ik niets meer wist zou ik zelfmoord plegen.
Als je niets meer wist zou je niet weten waarom.

Als ik niets meer wist zou ik nooit zelfmoord plegen.
Als je niets meer wist zou je niet weten waarom niet.

Als ik niets meer wist zou ik zelfmoord plegen.
Als je zelfmoord pleegde zou je niets meer weten.

Als ik zelfmoord pleegde zou ik niets meer weten.
Dat weet je pas als je zelfmoord hebt gepleegd.

Ver gezocht

Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen leven?
Als je niets meer weet, waarom niet.

Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen geven?
Als je niets meer weet, waarom niet.

Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen streven?
Als je niets meer weet, waarom niet.

Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen sterven?
Als je niets meer weet, waarom niet.

Als je niets meer weet, waarom zou je dan nog willen zwerven?
Als je niets meer weet, waarom niet.

Als je niets meer weet…
Zijn conclusies ver te zoeken.

Lijkschouwing

Wat is jouw levensbeschouwing?
Wat valt er te beschouwen? Wie zou dat moeten doen? Met welk doel?
Weiger jij erover na te denken?
Integendeel, ik heb er decennia over nagedacht.
Wat heeft dat opgeleverd?
Vragen.
Zoals?
Wat valt er te beschouwen? Wie zou dat moeten doen? Met welk doel?
Maar wat is nou jouw levensbeschouwing?
Ja dat is nou mijn levensbeschouwing.
Ik bedoel, welke antwoorden heb je gevonden?
Dat zeg ik.
Hou me niet langer in spanning.
Wat valt er te beschouwen? Wie zou dat moeten doen? Met welk doel?

Eigen schuld

Als dwijsheid een levensbeschouwing was, hoe zou je haar dan kenschetsen?
Als niet beschouwen.
Hoe ziet het leven eruit voor iemand die niet beschouwt?
Welk leven?
Je gaat met toch niet vertellen dat het leven niet bestaat?
Wie?
Je gaat me toch niet vertellen dat jij niet bestaat?
Wat weet ik daarvan?
Wou jij beweren dat alles een illusie is?
Dan ook de illusie.
Als alles een illusie is dan ook de illusie?
Tenzij alles toch geen illusie is.
Als we zo gaan redeneren…
Hoe wou je anders redeneren?
Bedoel je dat er niets te zeggen valt?
Dat zul je mij niet horen zeggen.
Jou hoor je zelfs niet niets zeggen.
Moet je maar niet naar mijn levensbeschouwing vragen.

De weg

Wat is onze universele spirituele roeping?
Het roepen negeren.
En dan?
Het negeren negeren.
En dan?
Genegeerd worden.

Het rumineuze

Wat is mijn roeping?
Dezelfde als die van iedereen.
Namelijk?
Napraten tot je uitgepraat bent.
Wanneer zal ik uitgepraat zijn?
Waarom zou je uitgepraat raken?
Dat zeg je net zelf.
Naprater.

Op afroep

Wat is mijn roeping?
Daar ga ik niet over.
Wie gaat er dan over?
Daar ga ik niet over.
Waar ga je wel over?
Daar ga ik niet over.
Wat doe ik dan hier?
Daar ga ik niet over.
Waar gaat dit over?
Daar ga ik niet over.
Gaat dit nog over?
Daar ga ik niet over.
Ik geef het op.
Zie je wel?

Roeperdepoep

Wat is mijn roeping?
Dat merk je vanzelf.
En als ik nou nergens toe geroepen wordt?
Dan is dat je roeping.
Ik moet er niet aan denken.
Dan is dat je roeping.
Dan zoek ik nog wel even verder.
Dan is verder zoeken je roeping.
Verder zoeken is mijn roeping?
Vanwaar anders al die vragen?
Wanneer zal ik mijn roeping gevonden hebben?
Als je niet meer zoekt?
Misschien heb ik het dan wel opgegeven.
Dan was opgave je roeping.
Is dat-wat-gebeurt mijn roeping?
Dit vragen is wat gebeurt.
Dat is geen antwoord.
Dit antwoorden is wat gebeurt.
Ja, dat weet ik ook wel.
Wat maakt het dan uit hoe het heet?
Wat is jouw roeping?
Steeds iets anders roepen?
Wat heeft dat voor zin?
Wie zegt dat het zin heeft?
Bedoel je dat het geen zin heeft?
Dan had ik dat wel gezegd.
Is niet-zeggen jouw roeping?
Wie zal het zeggen.
Waarom zeg je dat dan niet?
Omdat ik maar wat roep?

Waanzin

Niet-streven is mijn doel.
Dat is nog steeds een vorm van streven.
Wat moet ik dan doen?
Wie zegt dat je iets moet doen?
Moet ik dan alles maar laten?
Wie zegt dat je iets moet laten?
Hoe kom ik van dat streven af?
Waarom moet je er zo nodig vanaf?
Dat heb je net zelf gezegd.
Dat heb je net zelf gehoord.
Dat zeg ik.
Maar daarom heb ik het nog niet gezegd.
Wat heb je dan gezegd?
Ik heb alleen maar iets gevraagd.
Moet ik mijn streven dan maar aanvaarden?
Waarom zou je je er niet tegen mogen verzetten?
Dat heb je net zelf gezegd.
Zou ik zoiets zeggen?
Je maakt me helemaal gek!
Ik hou je alleen een spiegel voor.
Wou jij zeggen dat de waanzin in mij zit?
Wou jij zeggen dat jij je spiegelbeeld bent?

Vluchten kan nu weer

Ik wil niet langer vluchten voor de werkelijkheid.
Vluchten maakt deel uit van werkelijkheid.
Vluchten maakt deel uit van de werkelijkheid?
Dus dat kan het probleem niet zijn.

Echter

Ik wil niet langer vluchten voor de werkelijkheid.
Je kunt niet vluchten voor de werkelijkheid.
Waarom niet?
Omdat alles even werkelijk is.
Maar vluchten is toch zeker geen…
Vluchten is precies even werkelijk als niet-vluchten.
Maar ik wil écht leven!
Echt willen leven is ook echt leven.
Iets willen is toch heel iets anders dan iets doen?
Willen is ook een manier van doen.
Misschien ben jij het wel die voor de werkelijkheid vlucht.
Dan is dat de werkelijkheid.
Misschien is niet weten wel een vlucht uit de werkelijkheid.
Misschien is de werkelijkheid wel een vlucht uit niet weten.
Maar alles was toch even werkelijk?
Ik zou het ook niet weten.

Het alternatief

Ik wil niet langer vluchten voor de werkelijkheid.
Wat moet je er anders mee?

Ik wil niet langer vluchten voor de werkelijkheid.
Waar wou je anders voor vluchten?

Ik wil niet langer vluchten voor de werkelijkheid.
Dan vlucht je voor het vluchten.

Jetz gehts los

Als je alles loslaat, word je gedragen door het oneindige, Hans
Als je alles loslaat, dan ook het oneindige.

Als je alles loslaat, word je gedragen, al weet je niet waardoor.
Als je alles loslaat, dan ook het idee dat je gedragen wordt.

Als je alles loslaat, zul je in een vrije val geraken.
Als je alles loslaat, dan ook het idee dat je val vrij zal zijn.

Als je alles loslaat…
Dan ook het idee dat je iemand bent.

Als je alles loslaat, ben je niemand meer.
Als je alles loslaat, dan ook het idee dat je niemand bent.

Loslaten, nu!
Instrueren is een vrije wil, een weg en een doel veronderstellen.
Dan weet ik het ook niet meer.
Dan weet ik het ook niet meer.

Een dieptepunt

Meester: Wie gelooft dat het hoogtepunt van zijn leven nog moet komen?
De meeste leerlingen steken hun hand op.
Meester: Wie gelooft dat het hoogtepunt van zijn leven al voorbij is?
Sommige leerlingen steken hun hand op.
Meester: Wie heeft er nog niet gereageerd?
Geen enkele leerling steekt zijn hand op.
Meester: Ik was er al bang voor.

Drie maanden later.

Meester: Wie gelooft dat het hoogtepunt van zijn leven nog moet komen?
Geen enkele leerling steekt zijn hand op.
Meester: Wie gelooft dat het hoogtepunt van zijn leven al voorbij is?
Geen enkele leerling steekt zijn hand op.
Meester: Wie gelooft dat nú het hoogtepunt van zijn leven is?
Alle leerlingen steken hun hand op.
Meester: Ik was er al bang voor.

Drie maanden later.

Meester: Wie gelooft dat het hoogtepunt van zijn leven al geweest is, nu plaatsvindt of nog moet komen?
Geen enkele leerling steekt zijn hand op.
Meester: Wie gelooft dat er meerdere hoogtepunten zijn?
De meeste leerlingen steken hun hand op.
Meester: Wie gelooft dat er helemaal geen hoogtepunten zijn?
De overige leerlingen steken hun hand op.
Meester: Ik was er al bang voor.

Drie maanden later.

Meester: Wie gelooft dat hoogtepunt en leven alleen maar woorden zijn?
Alle leerlingen steken hun hand op.
Meester: Ik was er al bang voor.

Drie maanden later.

Meester: Wie gelooft er iets over hoogtepunten?
Geen enkele leerling steekt zijn hand op.
Meester: Wie gelooft er niets over hoogtepunten?
Alle leerlingen steken hun hand op.
Meester: Ik was er al bang voor.

Drie maanden later.

Meester: Wie gelooft er iets of niets over hoogtepunten?
Geen enkele leerling steekt zijn hand op.
Meester: Napraters.
Leerling: Maar we zeiden toch niks?
Meester: Lafaards.
De leerlingen zwijgen verbijsterd.
Meester: Is dit nou een hoogtepunt of niet?
Zonder antwoord af te wachten verlaat hij de zaal.

Een geluk bij een ongeluk

Er is geen weg naar geluk, Hans. Geluk is de weg.*
Er is geen weg. Dat is geluk.

Er is geen weg naar geluk. Geluk is de weg.
Er is geen geluk. Dat is de weg.

Er is geen weg naar geluk. Geluk is de weg.
Geluk is zo weer weg.

Er is geen weg naar geluk. Geluk is de weg.
Weg met geluk. Dat brengt ongeluk.

Er is geen weg naar geluk. Geluk is de weg.
Ongeluk is de weg. Dat brengt geluk.

* Uitspraak toegeschreven aan de Boeddha. Hans is waarschijnlijk een anachronisme.

Geluk of gelijk

Wie het geluk zoekt moet afzien van zijn gelijk en wie het gelijk zoekt moet afzien van zijn geluk, Hans.
Wie zegt dat?
Mijn leraar.
Was hij gelukkig?
Zou best kunnen.
Dan zal hij wel gelijk hebben.

Wie het geluk zoekt moet afzien van zijn gelijk en wie het gelijk zoekt moet afzien van zijn geluk.
Je hebt helemaal gelijk.
Daar gaat het niet om.
Gelukkig.

Wie het geluk zoekt moet afzien van zijn gelijk en wie het gelijk zoekt moet afzien van zijn geluk.
Wie zegt dat er iets te kiezen valt?
We hebben allemaal een vrije wil.
Je hebt helemaal gelijk.
Gelukkig.

Wie het geluk zoekt moet afzien van zijn gelijk en wie het gelijk zoekt moet afzien van zijn geluk.
Kan mij dat gelijk nou schelen.
Dan heb je geluk.
Kan mij dat geluk nou schelen.
Hè?

Wie het geluk zoekt moet afzien van zijn gelijk en wie het gelijk zoekt moet afzien van zijn geluk.
Ik word gelukkig van mijn gelijk.
Je kunt niet altijd gelijk hebben.
Je kunt niet altijd geluk hebben.

Wie het geluk zoekt moet afzien van zijn gelijk en wie het gelijk zoekt moet afzien van zijn geluk.
Soms heb je geluk, soms heb je gelijk.
Zo lust ik er nog wel een.
Ga je gang.
Eh…
Soms zoek je het geluk, soms niet; soms zoek je het gelijk, soms niet.
Dat bedoel ik.
Soms word je gelukkig van je gelijk, soms ongelukkig; soms word je gelukkig van je ongelijk, soms ongelukkig.
Ik bedoel maar.
Soms ben je gewoon gelukkig, soms ben je gewoon ongelukkig; soms heb je gewoon gelijk, soms heb je gewoon ongelijk.
Maar waar dat nou aan ligt?
Soms ben je gelukkig én ongelukkig; soms heb je gelijk én ongelijk.
Verdraaid.
Soms ben je gelukkig noch ongelukkig; soms heb je gelijk noch ongelijk.
Dat kan ook nog.
Soms denk je dat er iets aan te doen valt, soms niet.
Inderdaad, zeg.
Soms kan het je wat schelen, soms niet.
En zo kunnen we maar doorgaan.
Dat bedoel ik.

Gelukkiger

Beter een ons geluk dan een pond wijsheid, Hans.1
Ik heb nog geen gram wijsheid.
Hoe groot is jouw geluk?
Gelukkig is mijn weegschaal stuk.

Beter een ons geluk dan een pond wijsheid.
Deze weegt al honderd pond.
Wat volgt daaruit voor mijn geluk?
Volgens mij geen ene fuck.2

1. Nederlands spreekwoord.
2. Geen Nederlands spreekwoord

Sleutelaars

Wat is de sleutel tot het geluk?
De sleutel tot het ongeluk.

Wat is de sleutel tot het geluk?
Niet weten wat de sleutel tot het geluk is.

Wat is de sleutel tot het geluk?
Niet weten of er een sleutel tot het geluk is.

Wat is de sleutel tot het geluk?
Niet weten wat geluk is.

Zeven sloten tegelijk

Niet weten is de sleutel tot het geluk.
Maar waar is nou het slot?

Niet weten is de sleutel en het slot tot het geluk.
Maar waar is nou de poort?

Niet weten is de sleutel en het slot en de poort tot het geluk.
Maar wat er nou achter zit?
Het geluk natuurlijk.
Niet weten natuurlijk.
En het geluk?
Dat zien we dan wel weer.

Poortwachters

De poort naar het ongeluk heb ik gevonden, maar waar is nou de poort naar het geluk?
Er is maar één poort.
Hoe zou jij die poort omschrijven?
Eén poort is geen poort.
Verdraaid.
Zeg dat wel.
Dus?
Kun je net zo goed thuisblijven.
Net zo goed als wat?
Weggaan natuurlijk.
Verdraaid.
Zeg dat wel.
En nu?
Zeg dat wel.
Verdraaid.
Maar om dat nou geluk te noemen?

Meer geluk dan wijsheid

Bent jij een gelukkig mens?
Ben ik een mens?
Dat nam ik inderdaad even aan.
Ben ik?
Dat nam ik inderdaad even aan.
En wat heet gelukkig.
Ik had gehoopt dat jij dat wist.
Hoop doet lijden.
Vandaar.
Of was het nou andersom?
Wat?
Leed doet hopen?
Of beide?
Of geen van beide?
Hoop doet leven, was het toch?
Leven is lijden, was het toch?
Wie zei dat ook alweer?
Ik, zei de gek.
Nou je het zegt.
Maar wie ben ik?