Wat is niet-weten?

Niet-weten is het einde van je heilige huisjes. Het einde van je hokjesgeest. Het einde van je houvast. Niet-weten is tja zeggen tegen al je gedachten. Niets geloven, dit ook niet. Zelfs niet weten van niet-weten.

Lichte inleiding in een duistere zaak; kennismaking met wat geen kennismaking verdraagt. Voor beginners, gevorderden en gesjeesden.

Dwaalgids > Niet-weten > Wat is niet-weten?

Onmogelijke vraagteken

Een aanbeveling

‘Wat weet jij eigenlijk van niet-weten, Hans?’

‘Minder dan wie ook.’

‘Dat lijkt me geen aanbeveling.’

‘Integendeel.’

Welkom, dwaalgast, in mijn dwaaltuin

die alleen maar uitgang is

Ben je daar eindelijk, zou een goeroe zeggen, maar ja, ik ben geen goeroe. Welkom thuis, zou hij zeggen, maar ja…

Welkom, dwaalgast, in mijn dwaaltuin, een uitgebreide website over niet-weten. Wat je insteek ook is – zen, advaita, mystiek, theologie, filosofie, psychologie, levenskunst, spiritualiteit, cultuur, ethiek, management – met duizenden teksten over niet-weten (‘dwaalteksten’) ben je hier aan het juiste adres.

Van redeloos eenvoudig tot nodeloos ingewikkeld, van dwaalwoord via dwaalspreuk tot dwaalgesprek; brieven, gebeden, interviews, gedichten, lofliederen, litanieën – zelfs programmeertaal schuw ik niet.

Niet-weten: ruik eraan, snoep ervan of ga ervoor. Je zult versteld staan. Misschien wel voorgoed.

Wat is niet-weten?

Eens zul je het vergeten. Dan pas heb je het door.

Niet-weten is je gedachten niet geloven, deze ook niet. Dit heet: Groot Ongeloof.

Niet-weten is tja zeggen tegen je gedachten. Geen Ja! en geen Nee! maar Tja. Telkens weer. In alle rust. Dit heet: Het Grote Tja.

Behalve tja zegt de weetniet graag eh. De letter die deze klank verbeeldt is de Ø (zeg [œː] als in ‘geur’).

In de wiskunde staat de Ø voor de lege verzameling, hier voor de lege leer (een alias van niet-weten) en bij uitbreiding voor ieder dwaalwoord.

Want hoe je het ook zegt of schrijft, niet-weten stelt niks voor. Eens zul je het vergeten. Dan pas heb je het door.

Niet-weten is een goed bewaard geheim

Niet-weten wordt zelden openlijk beleden. Veel vaker blijft het verstopt. Een goed bewaard geheim, toegedekt met de mantel der wijsheid.* Alleen herkenbaar voor de goede verstaander.

Je moet het dan tussen de regels door lezen. Een woordje hier, een zinnetje daar. Alsof het eigenlijk een schande is om niet te weten. Maar dat is het helemaal niet.

Toegedekt met de mantel der wijsheidIntegendeel, niet-weten is de rode draad van ons bestaan. De grootste gemene deler van ons gedachtegoed. Ouder dan de weg naar Rome, actueler dan het laatste nieuws.

Toegedekt met de mantel der wijsheid.

De mantel der wijsheid: denk hierbij aan zen, daoïsme, non-dualisme, chassidisme, christendom, vedanta, mystiek, soefisme, quiëtisme, theosofie, monisme, holisme, structuralisme, idealisme, solipsisme, subjectivisme, scepticisme, radicaal scepticisme, praktisch scepticisme, therapeutisch scepticisme, empirisch scepticisme, pyrronisme, probabilisme, empirisme, pragmatisme, fallibilisme, falsificationisme, fideïsme, nominalisme, relativisme, contextualisme, pluralisme, perspectivisme, postmodernisme, poststructuralisme, deconstructivisme, cynisme, laxisme, fatalisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme, agnosticisme, atheïsme, existentialisme, anarchisme, irrationalisme, absurdisme, dadaïsme, fluxus, minimalisme, surrealisme, zero…

Niet-weten is je gedachten niet meer geloven, deze ook niet

Alles loslaten, zelfs het loslaten

Om het beter voor het voetlicht te kunnen brengen, heb ik het niet-weten uit de tradities gelicht. Vrijgeprepareerd van religie, mythologie, kosmologie, metafysica, moraal, ideaal en couleur locale. Ontdaan van lofspraak, grootspraak, kromspraak en kwaakspraak.

Waar het zo’n beetje op neerkomt? Je gedachten niet meer geloven, deze ook niet. Geen houvast meer hebben, ook hieraan niet. Alles loslaten, zelfs het loslaten.

Wie zijn gedachten niet meer gelooft, deze ook niet, heeft geen antwoorden meer op de grote levensvragen. Ook niet – laat ik er maar geen doekjes om winden – op de kleine. Zelfs niet – dan hebben we het ergste meteen maar gehad – op de allerkleinste.

Wie zijn gedachten niet meer gelooft, heeft niets meer. Hij heeft geen doel meer en geen weg meer. Hij heeft geen ik meer en geen Zelf meer. Hij heeft geen vorm meer en geen leegte meer. Hij heeft geen weten meer en geen niet weten meer. Hij heeft geen vragen meer, geen antwoorden meer en geen woorden meer.

Met je mond vol tanden staan, daar komt niet-weten zo’n beetje op neer.

Niet-weten is te simpel voor woorden

maar niet voor lichaamstaal

Hoewel niet-weten te simpel is voor woorden, nee, doordát het te simpel is voor woorden, kan ik niet beloven dat je het zult begrijpen.

Begrijpen is hier sowieso een rare uitdrukking. Wat valt er te begrijpen aan een leeg begrip? Wat valt er te leren aan een lege leer? Wat valt er te lezen in een leeg boek? Wat valt er te weten aan niet-weten?

Niet-weten is gewoon niet weten – maar dan ook helemaal niet meer. Niets meer weten, niet echt, en dat toegeven. Nergens meer je hand voor in het vuur steken, ook hiervoor niet. Geen welles en geen nietes meer.

Niet bluffen, niet doen alsof je het allemaal wel doorhebt, niet doen alsof je alles kan. Niemand voor de gek houden, zeker jezelf niet, maar ontspannen in niet-weten. Ontspannen in niet-weten. Ontspannen in niet-weten. Telkens weer, keer op keer. Je bent toch geen haan van een geweer? Ontspan je in de lege leer.

Niet-weten mag dan te simpel voor woorden zijn (tussenwerpsels daargelaten, ik kom erop terug), het is beslist niet te simpel voor lichaamstaal. Gewoon je schouders ophalen, knipogen, glimlachen – is dat nou zo moeilijk?

Niet-weten is een sleutel zonder slot

Niet-weten is een sleutel zonder slot

Als niet-weten al een sleutel is, dan een zonder slot. De gedachte dat je er een poort mee opent, naar

  • De Waarheid
  • De Werkelijkheid
  • Wijsheid
  • God
  • Onvoorwaardelijke Liefde
  • Onbegrensde Vrijheid
  • Openheid
  • Spontaniteit
  • Authenticiteit
  • Gelukzaligheid
  • Innerlijke vrede
  • Onverstoorbaarheid
  • Onsterfelijkheid
  • Een einde aan het lijden
  • Wat dan ook

is precies dat: een gedachte.

In niet-weten geloof je je gedachten niet. Zelfs niet de gedachte dat je je gedachten niet gelooft. Ook niet de gedachte dat niet-weten een sleutel zonder slot is. Of de gedachte dat je van je verwachtingen af moet. Dat je er vanaf kúnt. Dat dat ergens goed voor zou zijn.

Of dat het nergens goed voor zou zijn. Ook dat geloof je niet. En geloof dat ook maar niet.

De schat van niet-weten is helemaal leeg

De schat van niet-weten is helemaal leeg. Zo leeg, dat is gewoonweg niet te vatten. Behalve door niet-vatten.

Bij niet-weten valt niets te halen. Er valt hooguit iets achter te laten. Alles wat je meent te weten, bijvoorbeeld. Maar ook alles wat je niet meent te weten. Ik bedoel, wat je meent niet te weten. Alles wat je meent dus. Wat er dan nog overblijft?

Niet weten te vatten.

Niet weten te onderbouwen.

Niet weten te onderscheiden.

Niet weten te oordelen.

Niet weten te kiezen.

Niet weten uit te sluiten.

En bovenal: niet weten van niet-weten.

Je ziet, de schat van niet-weten is helemaal leeg. Zo leeg, dat is gewoonweg niet te vatten. Behalve door niet-vatten.

Ren jij ook steeds achter je gedachten aan?

De meeste mensen nemen zonder meer aan dat hun gedachten* waar zijn. Ze geloven erin. Blindelings. Ze laten zich er volledig door leiden.

Maar zijn gedachten wel wáár?

Als je probeert te bewijzen dat een gedachte waar is, doen zich… nieuwe gedachten voor. Die op hun beurt bewezen moeten worden. Enzovoort, zonder eind. Het zingt maar rond!

Gedachten hebben geen wortels. Geen grond om in te wortelen. Gedachten zijn grondeloos.

Gedachten bewijzen met andere gedachten is net zoiets als een marionet die aan zijn eigen touwtjes trekt:

Een marionet die aan zijn eigen touwtjes trekt: dat kan alleen maar in een tekening.

Dat kan alleen maar in een tekening.

* Gedachten in de ruimste zin het woord, met inbegrip van waarnemingen, gevoelens, gemoedstoestanden, verlangens, oordelen, herinneringen, plannen, verwachtingen, ideeën, wanen, dromen, visioenen et cetera

Wat is gedachte, wat is werkelijkheid?

Stel dat je letterlijk aan de buis gekluisterd bent. Dat je alleen maar televisie kan kijken. Dat alles wat je weet daarvandaan komt. Ook alles wat je weet van de relatie tussen televisie en werkelijkheid.

  • Soms zeggen ze dat televisie een afspiegeling is van de werkelijkheid.
  • Soms zeggen ze dat de werkelijkheid heel anders is.
  • Soms zeggen ze dat de werkelijkheid onkenbaar is.
  • Soms zeggen ze dat televisie de enige werkelijkheid is.

Ze zeggen van alles en nog wat. Maar als je nou alleen maar televisie kan kijken, hoe moet je dan weten wat waar is?

Zo is het ook met denken. De televisie kân je vergelijken met je bewustzijn. De uitzendingen met je gedachten.

  • Soms denk je dat gedachten een afspiegeling zijn van de werkelijkheid.
  • Soms denk je dat de werkelijkheid heel anders is.
  • Soms denk je dat de werkelijkheid onkenbaar is.
  • Soms denk je dat gedachten de enige werkelijkheid zijn.

Je denkt van alles en nog wat. Maar als je nou alleen maar kan denken, hoe moet je dan weten wat waar is?

Het regressie-argument

slaat ook nergens op

Steeds wanneer de betrouwbaarheid van onze kennis in het geding is, doen zich vicieuze cirkels en regressies voor.

Om een gedachte te rechtvaardigen moet je terugvallen op andere gedachten die je ook weer moet rechtvaardigen.

Om een wet te rechtvaardigen moet je terugvallen op algemenere wetten die je ook weer moet rechtvaardigen.

Om een overtuiging te rechtvaardigen moet je terugvallen op diepere overtuigingen die je ook weer moet rechtvaardigen.

Om een norm of waarde te rechtvaardigen moet je terugvallen op algemenere normen en waarden die je ook weer moet rechtvaardigen.

Om een autoriteit te rechtvaardigen moet je terugvallen op hogere autoriteiten die je ook weer moet rechtvaardigen.

Om een motief te rechtvaardigen moet je terugvallen op diepere motieven die je ook weer moet rechtvaardigen.

Om een begrip te verklaren moet je terugvallen op andere begrippen die je ook weer moet verklaren.

Zoeken naar grondbegrippen, fundamentele stellingen, absolute waarden, universele rechten, een archimedisch punt, een eerste oorzaak, een laatste instantie, is net zoiets als zoeken naar elementaire deeltjes.

Fysici vinden weliswaar steeds meer deeltjes, maar ondeelbare, ho maar. En is het nog wel vinden? En zijn het nog wel deeltjes, die rare dingetjes die geen massa hebben, geen ruimte innemen, uit het niets verschijnen, in het niets verdwijnen en nog nooit gezien zijn behalve als bellensporen in een bellenkamer?

Als we al geen elementaire deeltjes kunnen vinden, hoe groot is dan de kans op elementaire gedáchten?

Het illusie-argument

is ook een illusie

Stel dat ik er ondanks de vicieuze cirkels en regressies toch in zou slagen mijn kennis van de werkelijkheid zeker te stellen. Hoe weet ik dan of die werkelijkheid echt is? Hoe weet ik of mijn leven meer is dan een idee of een waan of een visioen of een hypnotische suggestie of een goddelijke of duivelse illusie?

Dat weet ik niet.

Misschien ben ik wel Zhuang Zi die droomt dat hij een vlinder is die droomt dat hij Zhuang Zi is.

Zhuang Zi die droomt dat hij een vlinder is die droomt dat hij Zhuang Zi is (of een vlinder die droomt dat hij Zhuang Zi is die droomt dat hij een vlinder is)

Misschien ben ik wel een malin génie die denkt dat hij (Descartes) is.

Misschien ben ik alleen maar een toeschouwer van andermans leven (Being John Malkovich).

Misschien ben ik alleen maar een databestand op een computerchip (Total Recall).

Misschien ben ik alleen maar een lichaam in een bad (The Matrix).

Misschien ben ik alleen maar een brein in een vat (William and Mary).

Misschien speelt de hele wereld zich alleen in mijn bewustzijn af (solipsisme).

Misschien lig ik op dit moment wel in coma.

Misschien…

Het onzekerheidsprincipe

Enkel ontkenning

Even de balans opmaken. Wat ik ook meen te weten, bewijzen kan ik kennelijk niets. Al mijn kennis hangt in de lucht.

Eigenlijk weet ik niets.

Laten we dit maar even het onzekerheidsprincipe* noemen, en het tweeledige bewijs ervan – regressie-argument plus illusie-argument – het onzekerheidsbewijs.

* vrij naar het gelijknamige principe van de natuurkundige Werner Heisenberg

Het on-onzekerheidsprincipe

Dubbele ontkenning

Maar wacht eens even… Wat hebben we nou eigenlijk bewezen? Niets! Waarom niet? Omdat het onzekerheidsbewijs zichzelf ontkracht. Ga maar na:

  • het maakt zonder enige rechtvaardiging gebruik van ongedefinieerde termen als regressie, illusie, bewustzijn en bewijs
  • het stelt zonder enige rechtvaardiging dat een gedachte pas waar kan zijn als ze bewezen is
  • het beroept zich zonder enige rechtvaardiging op een tweewaardige logica

En zo verder langs onze lijst met vicieuze cirkels en regressies. Om nog maar te zwijgen over het illusie-argument.

Waarmee ook het onzekerheidsprincipe op losse schroeven komt te staan. Mijn kennis dat al mijn kennis in de lucht hangt, hangt ook in de lucht.

Eigenlijk weet ik zelfs niet dat ik niets weet.

Allemachtig. Hoe moeten we dit nog noemen? Het on-onzekerheidsprincipe?

Het on-on-onzekerheidsprincipe

Stotteren komt in de buurt

Maar de vraag is natuurlijk niet hoe we het moeten noemen. De vraag is: kunnen we het on-onzekerheidsprincipe dan wel bewijzen? Natuurlijk niet. Opnieuw vanwege het regressie-argument en het illusie-argument.

Kunnen we dan misschien bewijzen dat het on-onzekerheidsprincipe onwaar is? Natuurlijk niet. Nog steeds vanwege het regressie-argument en het illusie-argument. Zodat we hooguit kunnen zeggen:

Het is waar noch onwaar dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.

Tjemig. En dan moeten we dit zeker het on-on-onzekerheidsprincipe noemen? Dat is geen spreken meer. Dat is stotteren.

Het on-on-on…

Oneindige praatjesmakers

Maar is het on-on-onzekerheidsprincipe dan tenminste wel waar? Of onwaar?
Natuurlijk niet. Nog steeds vanwege het regressie-argument en het illusie-argument. Zodat we hooguit kunnen zeggen:

Het is waar noch onwaar dat het waar noch onwaar is dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.

En zo kunnen we maar doorgaan. Tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen. Tot sint-juttemis. Tot het Koninkrijk kome. Want het ligt nou eenmaal in de aard van een bewering dat ze steeds een of ander weten uitdrukt. Een oneindige bewering net zo goed.

Hoe we dit nog moeten noemen? Gewoon: het on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on…

‘Weten’ en ‘niet-weten’ tussen aanhalingstekens

Wat is het dat zich in geen enkele bewering laat vangen? Zelfs niet in een oneindige? Zelfs niet in een eeuwig stamelen?

Inderdaad: niet-weten. Precies dit onbewijsbare, zelfvernietigende van-niets-weten. Dat dus eigenlijk een niet-weten tussen aanhalingstekens is. Een ‘niet-weten’. Zelfs van niet-weten weet het niet, en daarmee keert het weten als een boemerang terug.

Maar niet het voormalige, het vanzelfsprekende, het verleidelijke, het grootste, het meeslepende weten. Slechts de schaduw daarvan. Een weten tussen aanhalingstekens. Een ‘weten’. Voorgoed gegijzeld door niet-weten. Dat zelf ook al tussen aanhalingstekens stond.

Wetend niet weten en denkend niet denken

Niet-weten is geen punt. En ook geen uitroepteken.

Niet-weten is geen onwetendheid. Het is geen hoger weten. Het is ‘weten’ en ‘niet-weten’ tegelijk. Het is het smeltpunt van ‘weten’ en ‘niet-weten’. Niet-weten is het punt waarop je niet langer meent iets te weten en niet langer meent niets te weten. Het is wetend niet weten.1

Niet-weten is het punt waarop je niet langer meent iets te doen en niet langer meent niets te doen. Het is doende niet doen.2

Niet-weten is het punt waarop je niet langer meent iemand te zijn en niet langer meent niemand te zijn. Het is zijnde niet zijn.

Niet-weten is denkend niet denken. Oordelend niet oordelen. Sprekend niet spreken. Voelend niet voelen. Hebbend niet hebben. Willend niet willen.

Niet-weten is het punt waarop je niet langer meent op een of ander punt te zijn.

1. ‘Weten het niet weten’ (Daodejing hoofdstuk 71)
2. wei wu wei (Daodejing hoofdstuk 37)

Zhī wùzhī (klassiek Chinees, zhī, weten, kennis + wu, niet + zhi): wetend niet-weten of weten zonder weten. Eerste drie tekens van hoofdstuk 71 van de Daodejing.

De macht van niet-weten is de onmacht van het weten

Het vraagteken als uitroepteken

De crux van niet-weten is niet dat je niets weet. De crux van niet-weten is dat je dat óók niet weet.

De crux van niet-weten is: zelfs niet weten van niet-weten. Niet-weten in het kwadraat. Niet-wetenniet-weten En als we een vraagteken schrijven voor ‘niet-weten’:

De macht van niet-weten

Grappig hè? Maar laat je niet misleiden. De macht van niet-weten is een eufemisme. Een naam ontleend aan een wiskundige vorm.

De macht van niet-weten is niets anders dan de onmacht van het weten.

Niet-weten is een eindeloze vrije val

met niets om op te pletter te slaan

Misschien lees je dit en denk je: ‘Theoretisch gedoe. Daar heb ik geen boodschap aan.’

Doet me denken aan mijn favoriete cartoon. Die waarin de held onbekommerd over de rand van de afgrond stapt. Recht zo die gaat, dwars door de lucht. Niets aan de hand – totdat hij naar beneden kijkt.

Zelf heb je vast weleens in de afgrond gekeken. Misschien al zo vaak. In redeloze verliefdheid. In diepe rouw. In totale ontreddering. Verbijsterd door de gebeurtenissen. In de greep van je onbegrip. Het niet-weten voor het grijpen!

Maar je dacht: Het leven is een mysterie. Of: Eigenlijk weet ik niets. Of: Ik moet in overgave leven. Of: Hier heb ik geen boodschap aan. Of iets anders, wat dan ook. En je gelóófde het.

Of je geloofde het juist niet. Je geloofde het tegendeel. Wat op hetzelfde neerkomt: je gedachten grepen jou weer.

Wie weet kijk je op een dag opnieuw naar beneden. Misschien wel vandaag. Misschien wel nu. En je denkt: Tja. Je denkt: Wat zal ik er eens van zeggen. Je haalt je schouders op en HOP, daar ga je.

Je valt, en valt, en valt – een eindeloze vrije val.
Met niets om op te pletter te slaan.

Niet-weten maakt niet gedachtenvrij

Dat denk je maar

In niet-weten ben je niet vrij van gedachten. Het is niet stil van binnen. Je geest is niet leeg. Er zijn niet alleen maar goede gedachten. Of mooie. Of diepe.

Zijn er gedachten dan zijn er gedachten. Zijn ze er even niet dan zijn ze er even niet. Zijn ze er helemaal niet meer dan ben je dood.

Maar welke gedachte er ook in je opkomt, je neemt niet aan dat hij waar is. Je neemt niet aan dat hij onwaar is. Niets neem je erover aan. Zelfs niet dat je er niets over aanneemt.

Al je gedachten tussen aanhalingstekens

Maar om dat nou vrede te noemen?

Als je niets meer aanneemt over je gedachten is het alsof ze hun uitroeptekens kwijtraken. Alsof ze in een kleinere letter staan. Alsof ze tussen haakjes staan. Tussen vraagtekens. Tussen aanhalingstekens.

Niet GEDACHTEN!
maar gedachten
of (gedachten)
of ¿gedachten?
of ‘gedachten’.

Niet WETEN! maar ‘weten’.
Niet DOEN! maar ‘doen’.
Niet DENKEN! maar ‘denken’.
Niet OORDELEN! maar ‘oordelen’.
Niet SPREKEN! maar ‘spreken’.
Niet HEBBEN! maar ‘hebben’.
Niet WILLEN! maar ‘willen’.
Niet ZIJN! maar ‘zijn’.

Niet IK! maar ‘ik’.
Niet JIJ! maar ‘jij’.
Niet GOD! maar ‘god’.
Niet TAO! maar ‘tao’.
Niet BEWUSTZIJN! maar ‘bewustzijn’.
Niet BOEDDHA! maar ‘boeddha’.
Niet LEEGTE! maar ‘leegte’.

Niet TUSSEN AANHALINGSTEKENS! maar ‘tussen aanhalingstekens’.

Misschien denk je nu dat je met je gedachten tussen aanhalingstekens wel de onverstoorbaarheid zelve zult zijn. Een heerlijke gedachte, nietwaar? Zo zonder aanhalingstekens. Maar tussen aanhalingstekens?

Hm.

Lachen om al je gedachten, ook om deze

en ook om het idee van niet-weten

Niet-weten betekent niet dat je geen gedachten meer hebt; het betekent dat ze jou niet meer hebben. Je wordt een soort gedachtengum. Voortaan lach je om je gedachten.

Ook om de gedachte dat je voortaan om je gedachten zult lachen. Dat dat waar zou zijn. Dat je de rest van je leven een vrolijke Frans zult zijn. Dat dát niet-weten is.

Je lacht om de gedachte dat je gedachten jou niet meer hebben. Je lacht om de gedachte dat er een jou is om te hebben. Je lacht om de gedachte dat er geen jou zou zijn om te hebben.

Je lacht om de gedachte van een gedachtengum. Je lacht om de gedachte hoe jammer het is om die gedachte te moeten lachen. Je lacht om het idee van niet-weten. ’t Idee! Om je dood te lachen!

Een weetniet is een ontsnappingskunstenaar

zijn denken een echappement

Een fraaie metafoor voor niet-weten is die van het echappement of escapement – een taalpurist zou zeggen de ontsnapper – van een uurwerk.

Het echappement is het deel van het mechaniek dat ervoor zorgt dat het loopt en dat het gelijk loopt. Het bestaat uit verschillende onderdelen. De belangrijkste daarvan zijn twee wieltjes: de onrust en de rust.

De onrust is een tandloos wieltje in de vorm van een autostuur op een asje verbonden met een opwindveer. De onrust slingert almaar heen en weer en drijft (via een vork) een tweede wieltje aan, de rust.

De rust heeft asymmetrische tandjes, aan een kant hol, aan de andere kant bol, die bij de heengaande beweging van de vork vooruit geduwd worden en bij de teruggaande beweging afglijden – ontsnappen. Vandaar dat de rust gewoonlijk het echappementswiel (of ankerrad) wordt genoemd.

Door het aandrijven en afglijden wordt het heen-en-weer van de onrust omgezet in het gaan-en-staan van de rust, die na iedere tik de geest geeft – hè hè, even bijkomen.

Nu de beeldspraak. Herinner je je de omschrijving van niet-weten ergens bovenaan deze pagina nog? ‘Niet-weten is tja zeggen tegen je gedachten. Geen Ja! en geen Nee! maar Tja. Telkens weer. In alle rust. Niet-weten is het Grote Tja.’

Gedachten zijn als het slingeren van de onrust, als het gáán van de rust. Het tja is als het stáán van de rust. Gaan, staan. Gaan, staan. Gaan, staan. Weten, niet-weten. Weten, niet-weten. Weten, niet-weten. Tik. Tik. Tik.

Een weetniet is een ontsnappingskunstenaar, zijn denken een echappement.

Dit alles bij wijze van spreken. Een geest is nou eenmaal geen uurwerk. Maar wel zo getikt.

Dwijs is wie niet wijs is en niet dwaas

Wijs is wie het bij het rechte eind heeft – of bij het langste. Dwaas is wie het bij het verkeerde eind heeft – of bij het kortste.

Wie niet weet, kent het rechte eind niet van het kromme, het langste eind niet van het kortste. Wie niet weet is wijs noch dwaas.

Daarom noem ik hem maar dwijs. Niet-weten heet dan dwijsheid, wie niet weet een dwijze of een dwijsneus of een dwijsgeer die dwijsbegeerte bedrijft (of erdoor bedreven wordt) en dwijselijk zijn gang gaat.

Zeg maar Tja tegen het leven

en ook tegen dit motto

Korte woorden zijn krachtig. Hoe korter hoe krachtiger. Dada! Nada! Niks! Tao! Zero! Zen! God! Kut! Oei! Wat kan daar tegenop?

Hadden we maar zo’n ultrakort woord voor niet-weten. Hadden we in het Nederlands maar een woord dat…

Maar wacht eens even. Dat hebben we. Ziehier niet-weten in drie letters:

Tja

Drie letters! Korter kan echt niet. Als iemand je dus weer eens vraagt wat niet-weten is, dan weet je wat je moet zeggen.

Wu wu wu, tja tja tja, bla bla bla, ha ha ha

Wijsheid als repeteergeweer

Ch’anmeester Wumen Huikai (Mumon Ekai, 1183-1260), samensteller van de beroemde koancollectie De Poortloze Poort, schreef op de dag na zijn ontwaken het volgende gedicht:

wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu*

Ik zou zeggen:

tja tja tja tja tja
tja tja tja tja tja
tja tja tja tja tja

of

bla bla bla bla bla
bla bla bla bla bla
bla bla bla bla bla

of

ha ha ha ha ha
ha ha ha ha ha
ha ha ha ha ha

Niet-weten: je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.

* Wu is Chinees voor nee of niet. Het is ook de titel van de koan waarover Wumen Huikai zich zes jaar lang het hoofd brak: ‘Heeft een hond de boeddhanatuur?’

Drie keer niks, en ook op de top van de berg: niks

Geen inzicht, maar wat een uitzicht

De Spaanse christenmysticus Johannes van het Kruis (1542 – 1591) vergeleek het spirituele pad met de bestijging van een berg en schreef:

nada, nada, nada
nada, nada, nada
aún en el monte
nada

niets, niets, niets
niets, niets, niets
en ook op de top
niets

Of in termen van het Grote Tja:

tja, tja, tja
tja, tja, tja
en ook op de top
tja

Niet-weten: je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.

Niet-weten als leeg boek en de weetniet als dummy

Niet-weten is geen verlichting. Het is meer een soort verduistering. Een eclips van het weten. Geen hand voor ogen zien. De weetniet is een duisterling.

Als je niets weet, heb je niets te zeggen. Je innerlijke boek is leeg. Het boek met al je antwoorden en oplossingen. Al je constateringen en conclusies. Al je waarheden en zekerheden.

Niets staat erin. Niets heb je te zeggen. Zelfs niet dat je niets te zeggen hebt. Zelfs niet dat je innerlijke boek leeg is. Zelfs niet dat…

Is jouw innerlijke boek leeg? Niet bijna leeg maar helemaal? Zelfs van leegte ontdaan? Hyperleeg zogezegd? Heb je echt niets meer te zeggen? Zelfs niet dat de waarheid niet bestaat? Zelfs niet dat er geen antwoorden zijn? Zelfs niet dat je het allemaal niet meer weet? Zelfs niet dat…

Zeker weten? Nee? Dan mag je jezelf verduisterd noemen. Verduisterd ja. Of wou je dit soms verlicht noemen? Je zegt het maar. Zolang je het maar niet opschrijft.

Waarom niet? Omdat je boek dan niet meer leeg zou zijn… dummy!

dummy:

  1. iemand die nog niet weet
  2. iemand die niet meer weet
  3. iemand wiens boek leeg is
  4. het lege boek

De lege leer: klaar ben je ermee

want leeg is leeg

Als je niets weet, heb je geen leer. Heb je er toch een dan is het een lege. Nou kan er maar één leer zonder inhoud bestaan. Waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen?

Leeg is leeg, en daarmee basta. 0 = 0 en Ø = Ø. Jouw lege leer is mijn lege leer. Jouw niet-weten is mijn niet-weten. Jouw duisternis is mijn duisternis. Jouw tja is mijn tja.

Hoezeer we als mens ook verschillen, we zijn allemaal even niet-wetend. Daarom noem ik niet-weten gewoon dé lege leer.

De lege leer, wat kan je ermee? Niets natuurlijk. Helemaal niets. Dat is nou net het mooie ervan. Dat is nou net het vervelende ervan. Ja, wat is het nou?

Het is maar net hoe je het bekijkt. En als je het nou niet bekijkt? En als je het van alle kanten bekijkt?

Met de lege leer kan je niets wettigen of veroordelen

De lege leer:

Je kan er niets om doen.
Je kan er niets om laten.

Je kan er niets mee opwekken.
Je kan er niets mee bezweren.

Je kan er niets mee wettigen.
Je kan er niets mee veroordelen.

  • geen enkele gedachte
  • geen enkel gevoel
  • geen enkel idee
  • geen enkele opvatting
  • geen enkele overtuiging
  • geen enkel geloof
  • geen enkel ongeloof
  • geen enkele norm
  • geen enkele waarde
  • geen enkel ideaal
  • geen enkel motto
  • geen enkel principe
  • geen enkel voorschrift
  • geen enkel verbod
  • geen enkel recht
  • geen enkele plicht
  • geen enkele filosofie
  • geen enkele anti-filosofie
  • geen enkele traditie

Niets kan je met de lege leer.

Klaar ben je ermee.

Niet-weten is helemaal het einde.

Met de lege leer kan je niemand vangen of bevrijden

De lege leer:

Je kan er niemand mee vervloeken.
Je kan er niemand mee zegenen.

Je kan er niemand mee vangen.
Je kan er niemand mee bevrijden.

Je kan er niemand mee kwetsen.
Je kan er niemand mee helen.

Je kan er niemand mee neerhalen.
Je kan er niemand mee verheffen.

Niets kan je met de lege leer.

Klaar ben je ermee.

Niet-weten is helemaal het einde.

De lege leer kan je niet aanhangen of afvallen

Je kan de lege leer niet aanleren.
Je kan de lege leer niet afleren.

Je kan de lege leer niet kennen.
Je kan de lege leer niet ontkennen.

Je kan de lege leer niet verstaan.
Je kan de lege leer niet misverstaan.

Je kan de lege leer niet bewijzen.
Je kan de lege leer niet ontkrachten.

Je kan de lege leer niet aanvallen.
Je kan de lege leer niet verdedigen.

Je kan de lege leer niet aanhangen.
Je kan de lege leer niet afvallen.

Je kan de lege leer niet opleggen.
Je kan de lege leer niet verbieden.

Je kan de lege leer niet ontvangen.
Je kan de lege leer niet weggeven.

Je kan de lege leer niet hebben.
Je kan de lege leer niet kwijtraken.

Niets kan je met de lege leer.

Klaar ben je ermee.

Niet-weten is helemaal het einde.

Niet-weten is een reis naar het einde

van het einde

Niet-weten is een reis naar het einde van je geest. Naar het einde van je lichaam. Naar het einde van het vasthouden. Naar het einde van het loslaten. Naar het einde van de complexiteit. Naar het einde van de eenvoud. Naar het einde van de hoop. Naar het einde van de wanhoop. Naar het einde van je zekerheden. Naar het einde van je twijfels.

Niet-weten is een reis naar het einde van je geloof. Naar het einde van je ongeloof. Naar het einde van jezelf. Naar het einde van het Zelf. Naar het einde van je verantwoordelijkheid. Naar het einde van je onverantwoordelijkheid. Naar het einde van je hoogmoed. Naar het einde van je deemoed.

Niet-weten is een reis naar het einde van de werkelijkheid. Naar het einde van de illusie. Naar het einde van de nacht. Naar het einde van de dag. Naar het einde van de duisternis. Naar het einde van het licht. Naar het einde van het onderscheid. Naar het einde van de eenheid.

Niet weten is een reis naar het einde van het welles. Naar het einde van het nietes. Naar het einde van je begrip. Naar het einde van je onbegrip. Naar het einde van je Latijn. Naar het einde van je Nederlands. Naar het einde van je woorden. Naar het einde van je stilte.

Niet-weten is een reis naar het einde van het einde. Wat dan wel een nieuw begin zal zijn. Maar waarvan?

Ik zeg: Goede reis! Ik bedoel natuurlijk: Welkom thuis!

Niet-weten is het meest nabij

Dizang: Waar ga je heen?
Fayan: Op bedevaart.
Dizang: Waar is dat goed voor?
Fayan: Dat weet ik eigenlijk niet.
Dizang: Niet-weten is het meest nabij.

(koan 20 van het Boek van Sereniteit)