Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

‘Advaita is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een denkweg uit de mind.’ Het Bewustzijn voorbij; brieven over de advaita vedanta.

Dwaalgids > Advaita > Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

INHOUDSOPGAVE

Advaita is: Niet vastzitten

Beste Ferry,

Wat een lange brief zeg, meer dan drie meter. Ik kan natuurlijk niet overal op reageren. Hieronder de punten die mij het meest aan het hart gaan.

Advaita is: Niet vastzitten in neutraliteit

Mij maakt het niet uit of iets me uitmaakt.

Om te beginnen, dank voor je medeleven. Inderdaad heb ik pijn en inderdaad maak ik me zorgen. Je stelt ‘dat het de verlichte betaamt pijn en zorgen te verwelkomen’, dus ik heb meteen de rode loper uitgerold. Kijk ze eens paraderen!

Grapje. Eerlijk gezegd maakt het mij niks uit of ik de pijn en de zorgen verwelkom of mijn afwijzing ervan of mijn afwijzing daar weer van. Ze zijn allemaal even welkom of nietkom, dus daar heb ik geen omkijken naar.

Ook in algemene zin maakt het mij niets uit of iets me uitmaakt. Wat heb ik daarmee te maken? Maakt het me toch een keertje uit, dan maakt dát me niet uit. Zodoende kan ik het nooit verkeerd doen. En nooit goed natuurlijk.

Ik sta met andere woorden onverschillig tegenover mijn verschilligheid. Ik sta onpartijdig tegenover mijn partijdigheid. Ik tolereer mijn intolerantie. Ik stem niet tegen mijn stem. Ik heb geen mening over mijn meningen. Ik hecht geen geloof aan mijn geloof.

Ik kijk onbevooroordeeld naar mijn vooroordelen. Ik ben ruimdenkend inzake mijn bekrompenheid. Ik word niet begrensd door grenzeloosheid. Ik ben een met mijn menigvuldigheid.

Ik eigen mij mijn toe-eigeningen niet toe. Ik identificeer mij niet met mijn identificaties. Ik hou mij niet verantwoordelijk voor mijn verantwoordelijkheidsgevoel.

Ik heb geen voorkeur voor een leven zonder voorkeur. Ik heb geen hokje voor hokjesgeesten. Ik maak geen onderscheid tussen wel en geen onderscheid maken. En meer van dat soort formuleringen.

Begrijp je wat ik bedoel?

Advaita is: Niet vastzitten in woorden

en ook niet in de stilte

Hoe je een en ander moet noemen is een tweede. Aanvankelijk noemde ik het niet-weten. Die term lag (en ligt) me het best.

Later heb ik honderd andere namen leren kennen waarmee ik ook uit de voeten blijk te kunnen. Waaronder advaita. Non-dualiteit. Niet-twee. Niet-onderscheiden. Niet-doen. Niet-willen. Niet-hebben. Niet-begeren. Niet-hechten. Niet-oordelen. Niet-geloven. Niet-zelf. Niet-zijn.

Helaas zijn alle labels misleidend. Zonder uitzondering. Wie ze letterlijk neemt en ernaar probeert te leven, komt meteen vast te zitten.

Die mag geen onderscheid meer maken, geen grenzen meer trekken, nergens meer over oordelen, geen plannen of doelen meer hebben, geen eigendommen vergaren, niets meer geloven, nergens meer naar verlangen, nergens meer aan hechten en niets meer weten.

Die loopt de hele dag op te letten, zijn best te doen, zijn zonden te overdenken, zijn karma te verkleinen, zijn persoon te ontkennen, zijn ego te onderdrukken, zijn geest tot rust te brengen, zijn openheid te cultiveren, zijn gewoontes te doorbreken, zijn illusies te doorzien, zijn banden te verbreken, zijn bezittingen te lozen, zijn gedrag bij te stellen en de balans op te maken.

Mij best hoor, maar om dat nou vrijheid te noemen?

Zo ken ik een advaitaleraar, laten we hem F. noemen, die te pas en te onpas tegen anderen en tegen zichzelf roept dat ‘het de verlichte betaamt alles te verwelkomen’. Een fuik van jewelste en een gesel voor iedereen die hunkert naar verlichting of zich de identiteit van verlichte heeft aangemeten.

Zolang je gelooft dat de verlichte iets past zit je vast. En zolang je gelooft in verlichting als iets wat je kunt worden of doen of bereiken, heb je iets te worden, te doen of te bereiken.

Ook deze woorden zijn misleidend en zetten je meteen weer vast. En te zeggen dat alle woorden misleidend zijn, of dat de waarheid voorbij de woorden is of iets van die strekking, maakt het er niet beter op. Het verleidt alleen maar tot zwijgerij en het ophemelen van stilte.

Advaita is: Niet vastzitten in advaita

Einde oefening. Afgelopen, uit.

Wat betreft de door jou ‘gerespecteerde, vaste satsangbezoeker B.’ die meende ‘dat jouw gedachten, en eigenlijk alle gedachten, vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn’ – hij heeft volkomen gelijk.

Helaas voor B. betekent dit dat zijn gedachte dat jouw gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, ook gebakken lucht is. Evenals de gedachte dat eigenlijk alle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn. Evenals het perspectief van de advaita vedanta zelf. Dus waarop wou B. zich nog beroepen? En waartegen wou jij nog in beroep gaan?

Advaita is uiteindelijk zelfvernietigend. Dat is precies wat ik er zo mooi aan vindt. Het doet alles op zijn grondvesten schudden en ineenstorten. Advaita is een ander woord voor aardbeving, of liever: geestbeving. Non-dualisme als denksteenvergruizer.

Wie ieder onderscheid ondermijnt, zelfs het onderscheid tussen eenheid en veelheid, werkelijkheid en illusie, iemand en niemand, één en twee en niet-twee en veel, die raakt alle verhalen kwijt. Ook het verhaal van advaita.

Niets houdt hij over. Zelfs niet het niets. Geen grond meer onder zijn voeten en geen poot meer om op te staan. Einde oefening. Afgelopen, uit.

Stel je dat eens voor. Geen dvaita. Geen advaita. Geen veda. Geen vedanta. Geen dualisme. Geen non-dualisme. Geen dualiteit. Geen non-dualiteit. Geen zelf. Geen niet-zelf. En ook geen niet-weten natuurlijk. Kan het eenvoudiger?

Advaita is: Niet vastzitten in Bewustzijn

Het Bewustzijn is gewoon de volgende persoon

Het komt mij voor dat je je met je hypostase van ‘het Bewustzijn dat zich uitdrukt via de gedachten van wat men gewoonlijk de persoon noemt, in mijn geval Ferry’, evenzeer en net zo hopeloos vastlult als met de hypostase van de persoon zelf, in jouw geval Ferry.

Het Bewustzijn is gewoon de volgende persoon, zeg maar Ferdinand of Ferrari. De Persoon der personen. De Hoofdpersoon, ontsproten aan het Opper-hoofd. Dat alleen maar een alter ego blijkt te zijn van goeie ouwe Ferry. Zo praat je er tenminste over:

Het Bewustzijn kent mij en leeft mij. In die zin ben ik het Bewustzijn en andersom. Er is geen afgescheidenheid.’

Het Bewustzijn is gewoon de volgende persoon.

Wat is Bewustzijn precies, vraag ik mij af, of doe alsof. Een personificatie, een reïficatie of een deïficatie? Misschien wel een mystificatie. Ik zou tenminste niet weten hoe je ‘het niets dat alles is’ en ‘het alles dat in zichzelf leeg is’ (jouw woorden) anders zou moeten noemen.

Met dat soort taal maak je de heilige graal alleen maar heiliger, stuw je de overspannen verwachtingen nog hoger op en wek je in je gebiologeerde toehoorders precies de spirituele hebzucht, eerzucht en behaagzucht op die je zegt te verafschuwen. Inflatie van de non-persoon verleidt tot identificatie.

Advaita is: Niet vastzitten in speculatie

Pas maar op dat je kop niet uit elkaar knalt

En wat is dat nou ineens weer voor geheimzinnig gedoe over de kosmos?

Ja, ik ken die R. die je met instemming citeert wel zo’n beetje – cryptofiel, filoloog, sciëntist, nieuwetijdskind en praatjesmaker par excellence met zijn meeneemideeën over elfdimensionale snaren en andere luchtgitaren, zijn gewauwel over de noodzaak tot verwetenschappelijking van onze zogenaamd middeleeuwse spiritualiteit naar het voorbeeld van Lama Ladida, bla bla bla.

Pas maar op dat je kop niet uit elkaar knalt. Metafysica is amfetamine voor de mind, maar met spiritualiteit heeft het geen jota te maken, of hoe het kleinste higgsdeeltje tegenwoordig ook mag heten. Tenzij je spiritualiteit definieert als speculatie.

Voor mij is spiritualiteit juist het einde van alle speculatie, zowel de gebreidelde als de ongebreidelde variant. Of ten minste de erkenning van het speculatieve karakter van onze verheven gedachten. Een speculum om de ongeboren babbelbox bloot te leggen, die gedijt bij verborgenheid. Waarop hij meteen dichtklapt. Gynäkologie des Geistes.

Advaita is: Niet vastzitten in de Waarheid

Het Mysterie is ook maar een gedachte

Ook dat andere stokpaardje van je, het leven als Mysterie, is dezer dagen bon ton onder beaten uit alle hoeken en gaten, van ongeboren tot ongestorven, van half gaar tot dubbel gebakken, wat een lucht. God is dood, Osho bijgezet, Hare Krishna vergeten, Boeddha verkracht – leve het Mysterie.

Het Mysterie – weer een nieuw sterrenbeeld aan het firmament om thee en horoscopen van te trekken, het volgende mikpunt voor de psychonaut. Zou dat dan de Eeuwige WijsDom zijn: verlichting als permanente staat van verwondering?

Verwonder je hier dan maar eens over. Niemand verkeert in een permanente staat van verwondering. Zelfs amnesiepatiënt Clive Wearing en mijn demente ouders niet. En verlichten wel het allerminst, wat jij. Zij hebben namelijk de absolute Waarheid in pacht. Vreemd genoeg niet allemaal dezelfde. Zelfs dat verwondert ze niet.

Verlichten lijken sprekend op elkaar, hun act gaat van leraar op leerling. Zekerheid zaaien en bewondering oogsten, luidt het devies. Bestudeerd hun gebaren, alwetend hun blik. Zelfgenoegzaam glimlachen ze hun gehoor uit. En maar Wijzen. Speel maar eens een videootje van een van je eigen satsangs af, let vooral op je handen.

Advaita is: Niet vastzitten in je gedachten

Man, ontspan. Bijeenkomst in lichtheid – dat is pas satsang.

Satsang – alleen het woord al. ‘Bijeenkomst in Waarheid’. Wat heeft dat met verwondering te maken?

Daarom wil ik je ter overweging geven dat ‘het Mysterie van het Leven dat ons leeft’ weleens niet meer zou kunnen zijn dan een modieuze gedachte, die net als alle gedachten, modieus of niet, komt en gaat. Geprezen zij de Heer, Hij weet het ook niet meer. Of heeft het nooit geweten.

Als je het Mysterie niet denkt is er geen Mysterie te bekennen, als je het léven niet denkt geen leven, als je het Bewustzijn niet denkt geen Bewustzijn. Hoef je ook niks meer uit te leggen. Kan je er ook geen geld meer voor vragen. Zijn er ook geen hooggespannen verwachtingen meer. Heb je ook niks meer Waar te maken.

Man, ontspan. Bijeenkomst in lichtheid – dat is pas satsang. Gezelligheid kent geen tijd, vergankelijkheid duurt het langst, wat kan het absolute daaraan toevoegen?

Ook dit zijn maar gedachten. Over een paar seconden zijn ze alweer verdwenen. Instant verlossing, eeuwige Endlösung. Helemaal gratis. Je hoeft er niets voor te doen. En je kan er niets tegen doen.

Zoen,

Hans

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Advaita is ook maar een verhaal

Advaita is maar een verhaal. Taoïsme is ook maar een verhaal. Mystiek is ook maar een verhaal. Zen is ook maar een verhaal. Niet-weten is ook maar een verhaal. Wat is spiritualiteit zonder verhaal?

Beste Hans,

In de leader van de film Alles over niets vergelijkt Paul Smit de voice-over in ons hoofd met de oude mopperpotten Statler en Waldorf van de Muppets, die vanaf hun balkon eindeloze verhalen vertellen over het leven, dat zich ondertussen niets van hun aantrekt en gewoon zijn eigen gang blijft gaan.

Want wij leiden niet ons leven, het leven leidt ons. Volgens Paul, die spreekt in de traditie van de advaita vedanta, hebben wij geen vrije wil, al proberen de stemmetjes in ons hoofd ons voortdurend wijs te maken van wel. Een intrigerende gedachte, vind je niet?

Beste Nuri,

Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van Statler en Waldorf is?

Nuri: De non-dualist Jan van Delden gebruikte jaren eerder al een soortgelijke metafoor. Hij had het over de loodsvisjes die doen alsof ze de haai leiden, terwijl ze in werkelijkheid alleen maar meezwemmen.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de loodsvisjes is?

Nuri: Van Delden heeft het ook vaak over de honderdacht Jantjes in ons hoofd. Jantje Gierig, Jantje Jaloers, Jantje Voorop. Volgens hem zijn het allemaal praatjesmakers en moeten we ze leren negeren.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de Jantjes is?

Nuri: Volgens hem moet je koffer met verhalen helemaal leeg.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal uit je koffer is?

Nuri: Eindelijk hoor ik wat je zegt.

Hans: Vraagt.

Nuri: Wou jij beweren dat alle goeroes, roshi’s, meesters en leraren op hun beurt slechts manifestaties zijn van de Statlers en de Waldorfs en de loodsvisjes en de Jantjes?

Hans: Wou jij beweren dat ik iets wou beweren?

Nuri: Op wie moet ik me dan verlaten?

Hans: Verlaten is het juiste woord.

Nuri: Op mijn innerlijke goeroe?

Hans: Die kan wel zoveel beweren.

Nuri: Op mijn gevoel?

Hans: Die dolle stier?

Nuri: Op mijn intuïtie?

Hans: Mijn intuïtie zegt van niet.

Nuri: Volgens Jack Kornfield kunnen wij ons volledig verlaten op de wijsheid van het hart.

Hans: Dat is een achterhaalde metafoor. Het hart is een pomp.

Nuri: Jack Kornfield is anders niet de eerste de beste.

Hans: Statler en Waldorf ook niet. Toch zijn het pratende poppen.

Nuri: Het zijn allemaal maar verhalen, wou je zeggen.

Hans: Dat het allemaal maar verhalen zijn ook.

Nuri: Het enige wat rest is niet-weten.

Hans: Tenzij dat ook maar een verhaal is.

Nuri: Niet-weten is ook maar een verhaal?

Hans: Jij zegt het.

Nuri: Dan zeg ik wel niks meer.

Hans: Vind jij dat we moeten zwijgen?

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Illusies in Bewustzijn en Bewustzijn als illusie

Verschijnen illusies in Bewustzijn of is Bewustzijn een van die illusies? Advaita vedanta en het vicieuze verhaal van de onkenbare grond.

Je gedachten allemaal opzijzetten

Beste Hans,

Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron.

De uiterlijke lichtbron is de zon of een afgeleide daarvan. De innerlijke lichtbron is het Universele Bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een illusie in het Bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee. Het afgescheiden ik is een illusie. Er is alleen het ondeelbare Ene. Het ware Zelf. Daarom is het oneindig kleine even groots als het oneindig grote.

Het is zinloos om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. Aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen. De hemel zal mijn beloning zijn.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het inzicht en het uitzicht.

Beste Gijsbrecht,

Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in je brief zijn, lijkt het mij het beste om je advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten. Bij dezen.

De illusie van binnen en buiten

De buitenwereld en de binnenwereld blijken elkaar zozeer te doordringen dat ik geen idee heb waar de ene ophoudt en de andere begint.

Gijsbrecht: Daar heb je me mooi te pakken, Hans. Ik zou het op prijs stellen als je toch wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Je hoeft me niet te ontzien. Gespaard ben ik al te vaak.

Hans: Dan loop ik je brief punt voor punt langs.

Om te beginnen maak je onderscheid tussen een buitenwereld die je met je ogen kunt zien en een binnenwereld die je kunt zien met je ogen dicht. Ik zal niet ontkennen dat de wereld op het eerste gezicht in tweeën uiteen lijkt te vallen, maar zelf ben ik er bij nader inzien niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken.

Integendeel, de buitenwereld en de binnenwereld blijken elkaar zozeer te doordringen dat ik tegenwoordig geen idee meer heb waar de ene ophoudt en de andere begint. Ik zie het verschil niet meer. Wat mij betreft kun je alles net zo goed buitenwereld als binnenwereld noemen. Of buitenwereld én binnenwereld tegelijk. Of buitenwereld noch binnenwereld. Laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.

Dat er een innerlijke lichtbron, namelijk Bewustzijn, moet zijn om de innerlijke wereld ervaarbaar te maken, net zoals een uiterlijke lichtbron nodig is om buiten iets te kunnen zien, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde analogie.

Het Ene is eeuwig alleen

Van de golf die dacht dat hij de zee was

Dat de buitenwereld en de binnenwereld bij nader inzien onontwarbaar zijn, of zelfs fictief, betekent uiteraard niet dat ‘alles’ één is. Hoe stel je zoiets vast? Wie kan ‘alles’ overzien? Is ‘alles’ wel meer dan een woord?

De beeldspraak van de kleine golf die niet doorheeft dat hij de grote zee is, biedt troost aan eenzame zielen, maar is daarom nog niet waar. Een druppel is geen golf, je kan er niet op surfen. Een golf is geen zee, je kan er niet op varen.

Al zou de golf onbetwistbaar de zee zijn, dan nog was het een schrale troost. Juist door zijn alomvattendheid is het Ene onherroepelijk alleen. Zelfgenoeg zijn is geen samenzijn, maar het toppunt van afgescheidenheid.

Het zelfgenoeg zijn van het ene Bewustzijn is een vorm van solipsisme. Per definitie. En de liefde van de solipsist kan alleen maar liefde voor zichzelf zijn, want buiten hem is er niets. Dit heet narcisme. Als het Ene bestaat tenminste, anders heet het gewoon een illusie.

Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden?

Retoriek ruik ik van verre en als je er eenmaal immuun voor bent, hoor je alleen maar ruis.

Stel dat ik inderdaad het ene Bewustzijn ben. Wat heb ik daaraan als ik er geen toegang toe heb? Waarom ben ik altijd hier en nooit daar, laat staan overal?

Waarom kan ik in mijn hoedanigheid van universeel Bewustzijn niet jouw gedachten lezen en niet door jouw ogen kijken? Waarom weet ik niet onmiddellijk, zelfs zonder te lezen of te kijken, wat jij denkt en ziet?

Als alle wezens een en hetzelfde Bewustzijn belichamen, waarom zijn wij dan veroordeeld tot lichaamstaal, moedertaal en gebarentaal? Vanwaar al die misverstanden tussen ons? Waarom zijn wij niet transparant voor elkaar? Waarom zijn wij niet eens transparant voor onszelf?

Los van deze praktische vragen dienen zich ook principiële vragen aan. Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden en toch nog universeel zijn? Kan het Ene zichzelf opsplitsen in delen en toch nog één zijn? Kan het Onbegrensde zichzelf begrenzen en toch nog onbegrensd zijn?

Denkbeelden van deze strekking – kleine golf versus grote oceaan, het valse ego versus het ware Zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare Ene – kom je tegen in uiteenlopende tradities, waaronder advaita vedanta, taoïsme, zen en dzogchen. Ik zal de laatste zijn om ze te ontkennen.Persoonlijk durf ik het bestaan van een persoonlijke ego of een persoonlijk bewustzijn al evenmin te bevestigen of te ontkennen als het bestaan van een onpersoonlijk Zelf of een universeel Bewustzijn. Laat staan dat ik mij laat verleiden tot uitspraken over de relatie tussen beide. Of antwoorden ga zoeken op de vele vragen die ze oproepen.

Ik zal ook de laatste zijn om ze te erkennen. De rationalistische argumenten en analogieën die in dit verband gewoonlijk worden opgevoerd en die de afgelopen jaren veelvuldig door correspondenten op mij zijn uitgeprobeerd, hebben geen enkele indruk op me gemaakt. Retoriek ruik ik van verre en als je er eenmaal immuun voor bent, hoor je alleen maar ruis.

Zelf bedien ik me ook van retoriek, iets anders heb ik niet. Ik gebruik het om niets te zeggen, dit ook niet. Dat is hoe ik ruisss.

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Het regressieprobleem

Het al dan niet vermeende Bewustzijn wordt door non-dualisten vaak omschreven als de onkenbare grond van het kennen. Waarom het kennen zo nodig een grond zou moeten hebben heeft niemand mij ooit duidelijk kunnen maken. Waarom die grond onkenbaar zou moeten zijn ook niet. Waarom die grond zelf geen grond nodig heeft ook niet.

Dit laatste is het aloude regressieprobleem waaronder de meeste kosmologieën gebukt gaan.

De wereld is geschapen door de Schepper, alla, maar waardoor is de Schepper geschapen? En als de Schepper zichzelf kon scheppen, kan de wereld dan niet net zo goed zichzelf geschapen hebben? En als de wereld zijn eigen schepper was, waar is die Schepper dan nog voor nodig?

De wereld is veroorzaakt door de Eerste Oorzaak, alla, maar wat veroorzaakte de Eerste Oorzaak? En als de Eerste Oorzaak zichzelf kon veroorzaken, kan de wereld dan niet net zo goed zichzelf hebben geschapen? En als de wereld zijn eigen oorzaak was, waar is die Eerste Oorzaak dan nog voor nodig?

De wereld verschijnt in Bewustzijn, alla, maar waarin verschijnt Bewustzijn? En als Bewustzijn in zichzelf verschijnt, kan de wereld dan niet net zo goed in zichzelf verschijnen? En als de wereld in zichzelf verschijnt, waar is dat Bewustzijn dan nog voor nodig?

Hele bibliotheken zijn er over het regressieprobleem volgeschreven. Ook daar is geen beginnen en geen einde aan.

Het dogma van de onkenbare grond

Uitspraken over de onkenbare grond kunnen net zomin waar als onwaar zijn.

De grootste moeilijkheid van een onkenbare grond is zijn onkenbaarheid. Zo’n grond is principieel niet waar te nemen of te ervaren en daarom is zijn bestaan onmogelijk te verifiëren of te falsificeren.

Iedere rechtstreekse of indirecte waarneming of ervaring van de onkenbare grond, bijvoorbeeld in de vorm van een visioen, een inzicht, een eenheidservaring, verzonkenheid, exaltatie, extase, kensho, satori, ananda, jhana, moksha of samadhi, moet worden afgewezen als een illusie, anders zou de grond niet onkenbaar zijn.

Ook de rede biedt geen soelaas: over het onkenbare kan per definitie en bij gebrek aan premissen niet geredeneerd worden.

Uitspraken over de onkenbare grond kunnen daarom net zo goed waar als onwaar zijn. Nee, dat zeg ik verkeerd. Uitspraken over de onkenbare grond kunnen net zomin waar als onwaar zijn.

Geloofsartikelen die zich helemaal niets aan de rede of de realiteit gelegen laten liggen en waaraan de rede en de realiteit zich helemaal niets gelegen laten liggen, heten dogma’s. Het zijn vicieuze verhalen, tautologische structuren, onneembare leer-stellingen, onweerlegbare zekerheden in een onzeker heden.

De meeste mensen kunnen niet zonder.

Zijn atomen ruimteschepen?

In religies dient het idee van het oneindig grote als toevluchtsoord voor mensen die zich anders verloren voelen.

Het oneindig kleine en het oneindig grote waar jij het over hebt, ken ik uit de wiskunde. Daar zijn het gedachteconstructies die als katalysator van het onderzoekende denken fungeren. Ze inspireerden in de loop der eeuwen tot de differentiaal- en integraalrekening van Leibniz en Descartes, tot alternatieven voor de Euclidische meetkunde en tot de overaftelbare verzamelingen van Cantor.

In religies dient het idee van het oneindig grote als toevluchtsoord voor mensen die zich anders verloren voelen. Het inspireerde in de loop der eeuwen tot woordvloed, zwijgzaamheid, hoogmoed, bescheidenheid, zonde, boetedoening, ascese, barmhartigheid, bouwdrift, beeldenstormen, bekeringsdrang, gelatenheid, extase, verzuiling, oecumene, inquisitie, martelaarschap, heiligverklaring en oorlog.

Het oneindig kleine en het oneindige grote zijn beide groots en in dat opzicht aan elkaar gewaagd, stel jij. Ik kan dat niet bevestigen of ontkennen. Ik weet niet eens wat je ermee bedoelt. Hetzelfde als met het golfje-is-de-zeeverhaal waarschijnlijk, of zie ik dat verkeerd?

Gedachten verkrachten

Dat gedachten goed of verkeerd kunnen zijn is ook maar een gedachte. Is die volgens jou goed of verkeerd?

In je brief maak je een onderscheid tussen goede en verkeerde gedachten. Je neemt je voor de verkeerde gedachten opzij te zetten, en voor de zekerheid meteen maar álle gedachten.

Dat gedachten goed of verkeerd kunnen zijn is ook maar een gedachte. Is die volgens jou goed of verkeerd? Wat je ook ten antwoord geeft, het is opnieuw een gedachte. Goed of verkeerd?

Volgens de spiritueel therapeute Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte, zolang je maar afstand houdt. Volgens de non-dualist Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte die je maar beter op afstand houdt. Zelf beschik ik niet over een boven alle discussie verheven maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen boven alle discussie verheven oordeel vellen.

Volgens jou kun je je gedachten opzijzetten. Volgens Byron Katie kun je ze niet opzijzetten omdat ze zich nou eenmaal ongevraagd aandienen, maar wel onderzoeken. Zelf heb ik inderdaad weleens de indruk dat ik mijn gedachten onderzoek of opzij zet, maar of ik dat doe of onderga of beide of geen van beide kan ik, alle intuïties daarover ten spijt, niet objectief vaststellen. Het zou net zo goed een droom kunnen zijn, of een verkeerde gedachte.

Niet lang geleden schreef iemand mij dat hij zijn gedachten uit kon zetten wanneer en zolang hij maar wilde. Dat kon ik natuurlijk niet verifiëren want iedere keer dat hij mij schreef had hij ze net weer aanstaan. Bovendien is uitzetten geen opzijzetten, want hij kon duidelijk niet zelf bepalen wat hij dacht als hij dacht. Of laat ik het zo zeggen, wat hij tegen mij dacht had ik nooit zelf willen denken.

Vandaar mijn vraag: zeker weten dat je je gedachten naar believen opzij kunt zetten? Zo niet, dan zou ik die gedachte maar gauw opzijzetten.

Wat als de hemel maar een gedachte is?

In agnose heb je alle inzichten achter je gelaten zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen. Behalve een weids uitzicht.

Als je je gedachten niet langer najaagt, zal de hemel je beloning zijn, zeg je. Hoe weet je dat? Ben je er op bezoek geweest of heb je hem al gevonden of vertrouw je op je eigen voorgevoel of op andermans beloften misschien? Wat als de hemel zelf maar een gedachte is – misschien zelfs een verkeerde?

Denk jij dat ik met mijn niet-weten, of wat het ook is, al in de hemel ben? Zelf heb ik geen idee waar ik ben of hoe ik het moet noemen. Dat is vast niet jouw idee van de hemel?

Als je niets meer weet, heb je alles om tot weten te komen, zeg je. Alsof het een voorafje is. Eerst niet-weten, dan spinazie eten.In mijn ervaring is het niet-weten zelf de spinazie. Spinazie à la crème. Je krijgt er geen spierballen van, zoals Popeye, en geen anker op je onderarm om je aan vast te houden, maar wel een smedige geest. Een vredige geest. Zonder tatoeages. Zonder ankers.

Niet-weten is het einde van de rusteloze zoektocht naar een definitieve Verklaring voor Alles. In agnose heb je alle inzichten achter je gelaten zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen. Behalve een weids uitzicht. Ik kan er eindeloos naar kijken. En ik mag het graag schilderen, al is het dan met woorden.

Nou Gijsbrecht, dat was het wel zo’n beetje. Excuses voor mijn verbositeit. Ik had je liever rechtstreeks via ons gemeenschappelijk Bewustzijn benaderd, maar ik kon je nergens vinden. Zelfs niet in mijn dromen.

Ik hoop maar dat je innerlijke licht intussen niet is uitgegaan. Doe de groeten aan de maan.

Beste Hans,

Wat ik pretendeer, doe jij daadwerkelijk. Je hebt zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Ik vrees dat ik nog een weg te gaan heb.

Hans: Als je nou eens begon met het opzijzetten van de gedachte dat je nog een weg te gaan hebt?

Gijsbrecht: Daar heb je me alweer te pakken.

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Denk jij dat je Bewustzijn bent?

Leestekens aan de wand

Clara: Dank voor je dwaalteksten, Hans, ik ben het er helemaal mee eens!

Hans: Hè? Waarmee eens?

Clara: Je hoeft alleen maar het denken te doorzien!

Hans: Zou je denken?

Clara: Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!

Hans: Waarom?

Clara: Zie je gedachten en besef dat ze allemaal onwaar zijn!

Hans: Deze ook?

Clara: Als je dat consequent doet, ontdek je dat je niet je denken bent!

Hans: Dacht jij dat dan?

Clara: Denken is een ziekte!

Hans: Hoe denk jij dan over dementie?

Clara: Maar er is iets dat aan je gedachten vooraf gaat!

Hans: Eerdere gedachten?

Clara: Iets wat die gedachten ziet!

Hans: God?

Clara: Dat wat jij ten diepste bent!

Hans: Ik?

Clara: Bewustzijn!

Hans: Wat is dat?

Clara: Bewustzijn is waarin het denken verschijnt!

Hans: Is Bewustzijn dan niet wat in het denken verschijnt?

Clara: Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken te onderzoeken!

Hans: Denk je dat of heb je het onderzocht?

Clara: Het denken onderzoeken is het denken doorzien!

Hans: En daarom zet jij bij alles wat je denkt een vraagteken?

Clara: Zeker weten!

Deze tekst is ook verschenen in het Boeddhistisch Dagblad.

Advaita vedanta als denkweg uit de mind

Advaita vedanta is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een ijlweg uit de mind. Een denkweg uit de waan. Een wegdenkweg uit iedere vorm van gedachtenverstarring, zowel monistisch als dualistisch als non-dualistisch als pluralistisch als nihilistisch.

Niet-twee is niet één

Beste Hans,

Het is pas door jouw vertaling van non-dualiteit in “geen onderscheid weten te maken” dat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Alles is één, want welk verschil zich ook aan je voordoet, uiteindelijk is het niet hard te maken. Alle grenzen zijn kunstmatig.

Dat is ook de diepere betekenis van a-dvaita: niet-twee. Geen onderscheid weten te maken. Alles is één.

Beste Orban,

Advaita vedanta is een schitterende term die vaak verkeerd begrepen wordt. In mijn visie behoort hij tot het apofatische, het ontkennende spreken.

Apofatisch spreek je als je wilt zeggen hoe iets niet is zonder te zeggen hoe het wel is. Het is een vorm van tegenspreken. Een apofatische uitspraak is geen eigen stellingname maar een ontkenning van andermans stellingname.

A-dvaita, niet-twee, non-dualisme, is simpelweg een ontkenning van dvaita, twee, dualisme. Niet voor niets wordt het gekwalificeerd door een tweede ontkennende term, ‘vedanta’. Vedanta is Sanskriet voor het einde (anta) van de wijsheid (veda).

‘Advaita vedanta’, etymologisch dus een dubbele ontkenning, bestrijdt bepaalde aanspraken op wijsheid zonder zelf aanspraak op wijsheid te maken. Advaita is een ‘nietes’ tegen het ‘welles’ van dvaita. Niet meer en niet minder.

Mensen houden niet van nietes dus maken ze er gauw weer een welles van. Niet-twee, redeneren ze, betekent eigenlijk één. En advaita vedanta betekent eigenlijk: alles is één.

Nou, dat betekent het dus niet. Anders had het wel eka veda geheten of zoiets, de wijsheid van de of het ene of van eenheid. Maar het heet advaita vedanta, in de betekenis van niet-twee, het einde van de wijsheid, en daarmee basta.

Want hoe verheven het ook klinkt in zo’n op sterven na dode taal, eigenlijk is het gewoon een krachtterm. Je hoort hem met stemverheffing uit te spreken en daarbij met je vuist op tafel te slaan. ‘Advaita vedanta!’ ‘Ja maar…’ ‘ADVAITA VEDANTA NOG AAN TOE!’

Zo snoert men de mind de mond.

Advaita als exit uit het starre dualistische denken

Orban: Wat kan niet-twee nou anders betekenen dan één?

Hans: Van niet-twee naar één is net zo’n grote sprong als van niet vol naar leeg, of van niet heet naar koud, of van niet vies naar lekker, of van niet lelijk naar mooi, of van niet kruipend naar vliegend.

Van niet-twee naar één is een bokkensprong. Het is een noodsprong. Een foutsprong. Non-dualisme is enkel een ontkenning van het dualisme, geen bevestiging van het monisme.

Orban: Ja, misschien is eenheid niet zo’n beste term, maar is twee werkelijk twee? Is de waarnemer niet het waargenomene? Is dát niet de boodschap van advaita vedanta? Zijn wij niet die boodschap? Zijn wij niet dat?

Hans: Is de waarnemer het waargenomene? Weet ik dat. Niet-twee betekent voor mij alleen maar dat ik het allemaal niet meer uit elkaar kan houden. Maar ook dat ik allemaal niet meer bij elkaar kan krijgen, de keerzijde van de munt. Welke ontologische conclusie wou je daaraan verbinden?

Orban: Dus volgens jou is advaita vedanta alleen maar een nietes tegen dvaita?

Hans: Niet twee, einde van de wijsheid. Een exit uit het starre dualistische denken.

Orban: Vandaar non-dualisme.

Hans: En een exit uit het starre monistische denken natuurlijk.

Orban: Hm.

Hans: Advaita vedanta is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een ijlweg uit de mind. Een denkweg uit de waan. Een afrit uit de denklus. Een wegdenkweg uit iedere vorm van gedachtenverstarring, zowel monistisch als dualistisch als non-dualistisch als pluralistisch als nihilistisch.

Orban: Volgens mij ben ik een onverbeterlijke monist.

Hans: Lekker overzichtelijk.

Niet-weten is iets wat je niet-doet

Orban: Helpt niet-weten tegen gedachtenverstarring?

Hans: Niets helpt tegen gedachtenverstarring, niet dat ik weet. Advaita vedanta ook niet. Niet-weten ook niet.

Orban: Wat is niet-weten?

Hans: Een zelfreinigend denken. Een denken dat zichzelf bij de staart heeft. Een denken dat kan lachen om al zijn gedachten, zonder uitzondering, ook deze.

Orban: Dan helpt het toch tegen gedachtenverstarring?

Hans: Nee, nee, niet-weten helpt niet tegen gedachtenverstarring, het is een denken dat niet verstart. Een denken dat niet weet.

Orban: Niet-weten is toch iets wat je toepast? Een vorm van mindfulness, opletten bij het denken?

Hans: Niet dat ik weet. Ik moet er niet aan denken. Niet-weten is geen methode of gereedschap of therapie. Het is geen remedie of panacee. Het is geen naaimachine-olie om het zwoegende, piepende en krakende brein te smeren.

Niet-weten is iets wat je niet-doet, niet-toepast, niet-uitvoert, niet-praktiseert, niet-presteert.

Orban: Wu wei.

Hans: Een, twee, hoppetee. Je hebt er geen omkijken naar. Een radicaal niet-weten is zelfreinigend zoals een motor zelfsmerend is, een reddingsboot zelfrichtend, een schroef zelftappend, een profetie zelfvervullend, een windmolen zelfzwichtend.

Orban: Makkie.

Hans: Een kind kan de was doen. Niet-weten is gewoon een oorspronkelijk pretentieloze, aan het dagelijks spraakgebruik ontleende uitdrukking om aan te geven dat je het allemaal niet meer weet. Maar dan ook helemaal niet meer. Zonder daar nog mee te zitten. Dat je je gedachten niet meer gelooft. Maar dan ook helemaal niet meer. Deze ook niet. En dat je daar vrede mee hebt natuurlijk. Grote Vrede.

Dat is alles.

En dan het absolute nog overstijgen

Orban: Niet-weten stelt niks voor.

Hans: Niet in mijn woordenboek. Maar alle termen zijn aan inflatie onderhevig. Zelfs een klein kinderwoord als niet-weten wordt vroeger of later een duur dogma waarmee spirituele hoogvliegers goede sier maken. Dan krijgt het in naam der verlichting zware betekenissen toegedicht door mensen die van alles menen te weten.

Orban: Wat voor betekenissen?

Hans: ‘Het universele bewustzijn’ of ‘het mysterie van het leven’ of ‘dat wat ik ten diepste ben’ of ‘het kennen dat zelf op geen enkele wijze gekend kan worden’ of ‘de alomvattende geest’ of ‘de leegte waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat’ of de ‘stilte van het hart’ of ‘het derde oog’ of ‘onze fundamentele openheid’ of ‘de onvoorwaardelijke liefde die wij zijn’ of ‘het eeuwige hier en nu’ of ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’.

Daarmee wordt niet-weten een waarheid, een werkelijkheid, een grond, een zekerheid, een steen der wijzen, een ding, een schepper, een god, een iets, een niets, een plaats, een tijd, een leidraad, een ideaal, een norm, een hebbeding, een afgodsbeeld, een amulet, de zoveelste toverstok om het geluk af te dwingen, het zoveelste voetstuk om boven jezelf en je medemens uit te stijgen. Transcendentie, weet je wel.

Orban: Herkenbaar.

Hans: Als in ‘kennen’.

Orban: Maar daar is het toch allemaal om te doen?

Hans: Waarom?

Orban: Transcendentie.

Hans: Je doet maar.

Orban: Overstijging van het relatieve.

Hans: En dan het absolute nog overstijgen. En dan de transcendentie nog overstijgen.

Orban: En dan?

Hans: Sta je eindelijk weer met beide benen op de grond.

Niet-twee betekent dat het niet uitmaakt

Orban: Dus volgens jou is niet alles één?

Hans: Begin je nou weer?

Orban: Moet je maar eens antwoord geven.

Hans: Eén in welk opzicht? Hoe stel je zoiets vast? Wat bedoel je met alles? Wat maakt het in nondualiteitsnaam uit?

Orban: Natuurlijk maakt het uit.

Hans: Niet-twee betekent dat het niet uitmaakt. Dat het geen verschil maakt. A-dvaita. Niet uitmaken.

Orban: Geen onderscheid maken.

Hans: Geen onderscheid weten te maken. En geen eenheid weten te maken.

Orban: Niet-twee, niet-één, wat dan wel?

Hans: Een twee drie vier…

Orban: Vier?

Hans: Hoedje van, hoedje van / Een twee drie vier / Hoedje van papier.

Orban: Eerst een kinderwoord en nou weer een kinderliedje.

Hans: Echte spiritualiteit is kinderspel. Iedereen mag meedoen. Niemand kan het niet. Zalig zijn de armen van geest.

Orban: En ik maar denken dat het om de hoogste waarheid ging.

Hans: En jij maar denken.

Verlichting is wat je uitdoet bij vertrek

Wie licht wil worden moet de duisternis ingaan

Beste Hans,

Met veel plezier dwaal ik rond op je dwijze website. Voor mij is niet-weten een ander woord voor Bewustzijn. Verlichting is een ander woord voor Bewust Zijn. Dat wil zeggen, bewust zijn van het Bewustzijn dat wij zijn. Kan jij je hierin vinden?

Beste Ake,

Voor mij verwijst niet-weten naar niet weten. Bewust loos zijn. Loosbewust zijn. Wat je ook meent te zijn. Al is het maar loos bewustzijn. En dan je loosheid nog lozen. Kan jij je hierin verliezen?

Ake: Maar het loos zijn, is dat juist niet het oerkenmerk van het Bewustzijn dat wij zijn?

Hans: Als ik dat wist zou ik niet meer loos zijn.

Ake: Wat versta jij dan onder verlichting?

Hans: Datgene wat je uitdoet bij vertrek.

Ake: Ben jij al vertrokken?

Hans: Dat kan ik zo niet zien.

Ake: Waarom niet?

Hans: Iemand heeft het licht uitgedaan.

De Zachte Kracht komt onverwacht

Een boekje voor het bloeden

De canon van het Spirituele Verstand

Beste Flavia,

Je boek, De Zachte Kracht, viel me niet tegen. Ik vond het lekker weglezen. In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur. Voor mij wat te zoet. Bewustzijn, vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht. Ik hou meer van pittig.

De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is. Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.

Niet de Flavia die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, ‘het denken heeft overwonnen’ (pagina’s 12, 23, 55, 127) en ‘het verstand heeft doorzien’ (12, 16, 47, 55, 143) maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere. Het gezond verstand voor het spirituele. In concreto:

  1. De ene tijd (verleden-heden-toekomst) voor de andere (het Hier-en-Nu).
  2. De ene illusie (de droom) voor de andere (de Realiteit).
  3. De ene identiteit (Iemand) voor de andere (Niemand).
  4. Wilskracht voor Overgave.
  5. De Doener voor de Getuige.
  6. Denken voor Ervaren.
  7. Worden voor Zijn.
  8. Dualiteit voor Non-dualiteit.
  9. Afgescheidenheid voor Eenheid.
  10. Het Wonder van de Schepper voor het Wonder van de Schepping.

Ziedaar de Canon van het Spirituele Verstand versus de canon van het gezond verstand.

Non-dualiteit als lege canon

Zelf kan ik evenmin geloven in het ene verstand als in het andere. Evenmin in de lineaire tijd als in het eeuwige heden. Evenmin in samsara als in nirwana. Evenmin in Maya als in Layla. Evenmin in de denker als in de getuige.

Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven. Mijn denken (‘mijn’ ‘denken’) heb ik niet overwonnen of doorzien. Hooguit houdt ‘het’ zichzelf niet langer voor het lapje. Denk ik nu eventjes. Ook alweer voorbij.

Nooit heeft het Spirituele Verstand mij ook maar enigszins kunnen bekoren. Het wil er gewoon niet in. Er is niets in de Canon van het Spirituele Verstand of in welke canon ook waarvoor ik mijn hand in het vuur zou steken zonder asbest handschoen. En er is niets waarvoor ik mijn hand in een asbest handschoen zou steken.

Vandaar misschien dat ik op een goede noch kwade dag zonder overstappen rechtstreeks van het gezond verstand in het, laten we zeggen, onverstand ben gevallen. In de Lege Canon. In het Eeuwige Tja. In de non-dualiteit. In de wijsheid zonder wijsheid. Of hoe je het maar noemen wilt.

Zelf kan ik het Spirituele Verstand in elk geval alleen vatten als een tussenstation op het pad van weet-ik-toch naar weet-ik-veel. Een laatste houvast vóór het grote laatlos. Een manier om alvast aan een verstikkend denkbeeld – zelfbeeld, mensbeeld, tijdsbeeld, wereldbeeld, ideaalbeeld, schrikbeeld, godsbeeld – te ontsnappen zonder meteen alle zekerheden op te geven. Een voorproefje. Een generale repetitie. Een doekje voor het bloeden. Bidden voor het springen. Schijten voor het schieten. Uitstel van executie.

Je kunt het natuurlijk ook omdraaien. Dan noem je niet-weten een tussenstation. Dat is de ervaring en de visie van de christelijke mysticus Johannes van het Kruis: God kan pas in je ziel afdalen als je je hebt ontdaan van ieder godsbeeld en zelfbeeld. Bij deze Johannes (1542-1591) is niet-weten slechts een voorbereiding op de mystieke eenwording. Het laatste wat je ‘zelf’ kan doen.

Daarna is het afwachten geblazen, doffe ellende, dorre vertwijfeling, diepe eenzaamheid, peilloze wanhoop – de donkere nacht van de ziel waaraan voor menig aspirant geen einde komt dan de dood. De laatste zet is immers aan God, en de Almachtige laat zich dwingen noch haasten, dat is genoegzaam bekend.

Je ziet, verhalen zat. Voor elk wat wils. Wie ze moe is zal ze weg zien vallen. Stuk voor stuk of in één keer. Polderspiritualiteit: opgeruimd staat netjes. De Hollandse mentaliteit in de bovenkamer. Je weet niet wat je overkomt. Onbeschrijflijk, dus ik blijf het proberen.

Dansen als een derwisj op hete kolen

Omdat je het in De Zachte Kracht steeds over ‘dansen als een derwisj’ hebt, permitteer ik me hier een citaat van de soefi Juzjani:

De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets.

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld. Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen. Een hachelijke zaak. Wat hij er precies mee bedoelt, wordt ook al niet vermeld. Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die bijgevolg geen mens is, althans geen gemiddeld mens?

We kunnen het hem niet meer vragen. Daarom voor de zekerheid een tweede citaat van een andere beroemde soefi die maar liefst veertigduizend kwatrijnen bij elkaar ululeerde, Jalaludin Rumi:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid God’; ook niet: ‘Ik aanbid God niet.’

In plaats van God kan je hier ook lezen: de Vriend, het Bewustzijn, de Bron, het Zelf, niet-zelf, de Boeddha, het Zijn, de Dao, het Leven, Dit, het Mysterie, de Zachte Kracht enzovoort. En niet-weten uiteraard.

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Bewustzijn’; ook niet: ‘Ik aanbid het Bewustzijn niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Zelf’; ook niet: ‘Ik aanbid het Zelf niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Boeddha’; ook niet: ‘Ik aanbid de Boeddha niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht’; ook niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid niet-weten’; ook niet: ‘Ik aanbid niet-weten niet.’

Om het citaat verder aan te passen aan onze postchristelijke, postmoderne tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij God. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid alles’; ook niet: ‘Ik aanbid alles niet.’

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen. Mooie definitie van verlichting? Zeg ja en je bent voor één gat te vangen. Zeg nee en je bent toch niet ontsnapt.

De Kosmische Grap is een stomme film

Flavia: Hans, dank voor je uitvoerige reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag.

Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het Spirituele Verstand een eindstation is? Heb jij soms het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder gaat dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit alleen maar een egotrip?

Hans: Au.

Flavia: Nou?

Hans: Nee hoor, ik voel me niet verheven boven anderen. Niet boven mensen met gezond verstand. Ook niet boven mensen met spiritueel verstand. Ik voel me ook niet hun gelijke. Ik voel me ook niet hun mindere. Wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak, om over anderen nog maar te zwijgen. Wie zou zich dan waarop moeten laten voorstaan?

Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven. In het gezond verstand niet. In het spiritueel verstand niet. In welke verstand dan ook niet. En laat het onverstand ook maar zitten. Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven. Zelfs van niet-weten weet ik niet.

Als een natte hond schud ik alles van me af. Kijk, een regenboog!

Ik maak geen aanspraak op de Waarheid, de Werkelijkheid of Wijsheid.

Ik heb niets gerealiseerd en ik ben niet gerealiseerd.

Ik waan mij niet verlicht of onverlicht.

Ik ben geen toonbeeld van liefde, geduld, nederigheid, eerlijkheid, medemenselijkheid, gerechtigheid, openheid, integriteit, verantwoordelijkheid, volwassenheid, goedheid, heiligheid, goddelijkheid, eenvoud, onthechting, egoloosheid, vreedzaamheid, onverstoorbaarheid, soberheid of kuisheid.

Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren. Dat is nou net de grap.

Flavia: De Kosmische Grap.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: De Waarheid is voorbij de woorden.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Denk je dat je ooit de weg naar het Spirituele Verstand zult vinden?

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Het Spirituele Verstand is nota bene je eigen woord.

Hans: Kun je nagaan.

Flavia: En polderspiritualiteit?

Hans: Weg ermee.

Flavia: Wat blijft er over als alle woorden hun zeggingskracht verliezen?

Hans: Niet alle. Al die.

Flavia: Wat blijft er over als al die woorden hun zeggingskracht verliezen?

Hans: Geen idee.

Flavia: Wat heb je daar nou aan.

Hans: Noem het dan maar de Zachte Kracht.

De citaten zijn ontleend aan Het pad van de Soefi, Idries Shah, uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, pagina 197 (Juzjani) en pagina 229 (Rumi).

Waarin verschijnt Bewustzijn?

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor.

Beste Hans,

Ik heb maar één vraagje: Waarin verschijnt niet-weten?

Beste Paulien,

Non-dualisten zijn rare jongens en meisjes. Ik ken er intussen een heleboel en ze zijn echt, eerlijk waar, allemaal even aardig, maar ze hebben echt, eerlijk waar, allemaal dezelfde eigenaardigheid. Zit je net lekker over X te kletsen of daar komt ie weer, de eeuwige schijnvraag: ‘Waarin verschijnt X?’

Heb ik het over mijn lichaam, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt je lichaam?’

Heb ik het over mijn vermoeidheid, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt je vermoeidheid?’

Heb ik het over de dood, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt de dood?’

Heb ik het over mijn lief, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt je lief?’

Heb ik het over de Boeddha, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt de Boeddha?’

Heb ik het over de Tao, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt de Tao?’

Heb ik het over God, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt God?’

Heb ik het over de lege leer, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt de lege leer?’

Heb ik het over niet-weten, dan vragen ze: ‘Waarin verschijnt niet-weten?’

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor, tot het hen eindelijk behaagt mij in te wijden in het grootste geheim op aarde, dat ze, echt, eerlijk waar, helemaal op eigen kracht ontdekt hebben, eigenlijk al op hun negende, hun zesde, hun derde, vlak voordat hun domme dualistische dierbaren en leraren het er voorgoed uit sloegen, en dat ze ondanks alle klappen moeiteloos en onmiddelijk her-kenden zodra ze kennis maakten met de advaita vedanta:

‘In het Bewustzijn, Hans.’

In het Bewustzijn.

Vergeet de hoofdletter niet.

Dat dus niet al-één mijn Ware Zelf schijnt te zijn, maar in tegenstelling tot al die afschuwelijk vergankelijke aanschouwelijkheden in en om ons heen, ook nog eens Onveranderlijk en Onvergankelijk.

Dit Realiseren heet Verlichting en daarvoor heeft een heldere geest nog geen seconde nodig.

Hoera!

Maar ja.

Waarin verschijnt Bewustzijn?

Ik denk dus ik ben Bewustzijn

Non-dualisten redeneren: ‘Er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel Bewustzijn waarin die gedachte verschijnt en gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen.’ Zo denken ze zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare via het absolute en onvergankelijke ene naar het universele en tijdloze zelf.

Schijnvragen lokken schijnantwoorden uit

Beste Hans,

Ik heb maar één vraag aan jou. Waarin verschijnt niet-weten?

Beste Rob,

In de vraag ‘Waarin verschijnt niet-weten?’

Rob: Ik bedoel, waarin verschijnen je gedachten?

Hans: In de vraag ‘Waarin verschijnen je gedachten.’

Rob: Dan zal ik het zelf maar zeggen. Gedachten verschijnen in Bewustzijn.

Hans: Wie zegt dat gedachten ergens in verschijnen?

Rob: Waar moeten ze anders in verschijnen?

Hans: In schijnvragen, bijvoorbeeld.

Rob: Pardon?

Hans: Een schijnvraag is een verkapte bewering. Een vraag die iets veronderstelt dat nog niet is vastgesteld.

Rob: Wat heb ik dan verondersteld?

Hans: Dat zeg ik. Dat gedachten ergens in verschijnen.

Rob: Volgens mij heb ik je een legitieme vraag gesteld. De belangrijkste vraag die iemand je ooit zal stellen.

Hans: Waarom heb je je hond gemarteld? Hoe komt de liefde in je maag? In welke hartkamer wordt je wijsheid bewaard? Wat was er vóór het begin? Wie heeft de maan Pandora van de planeet Polyphemus ontdekt? Wie houdt de Tweede Kamer schoon? Waarom kan je je wel een hoedje schrikken maar geen petje?

Rob: Wat heeft dat er nou weer mee te maken.

Hans: Allemaal voorbeelden van schijnvragen.

De eerste schijnvraag veronderstelt dat je een hond hebt en dat je die gemarteld hebt en dat daar een reden voor was, die jij kent en kan mededelen.

De tweede schijnvraag verondersteld dat er zoiets is als liefde, dat liefde iets concreets is en dat zij door de maag gaat.

De derde schijnvraag verondersteld dat er zoiets is als wijsheid, dat die ergens in het lichaam moet zijn en dat dat in het hart is.

De vierde schijnvraag veronderstelt dat er zoiets is als een kosmos, dat die een begin heeft en dat daar iets aan vooraf ging.

De vijfde schijnvraag veronderstelt dat Polyphemus een bestaande planeet is waarover je feitelijke vragen kunt stellen en geen fictieve.

De zesde schijnvraag veronderstelt dat de Tweede Kamer een kamer is, vies kan worden en reiniging behoeft.

De zevende schijnvraag veronderstelt dat iemand van schrik zomaar in een hoedje kan veranderen, maar nooit in een petje.

Rob: Geef nou maar toe dat je geen antwoord hebt op mijn vraag.

Hans: Ik geef volmondig toe dat ik geen antwoord heb op jouw vraag of op welke vraag ook, behalve de meest alledaagse. Ik geef volmondig toe dat ik geen vragen meer heb, behalve de meest alledaagse.

Rob: Zoals?

Hans: Wat zullen we eten? Waar liggen de aspirientjes? Mag ik een kusje?

Bewustzijn als ether voor gedachtengolven

Rob: Je draait eromheen. Gedachten moeten ergens in verschijnen.

Hans: Dat dachten fysici ook van licht. Ze noemden het ether. Die ether is nooit gevonden en geen fysicus zoekt er nog naar.

Rob: Vergelijk het dan maar met geluid. Geluidsgolven hebben wel degelijk een medium nodig. Zonder lucht geen geluid. Op de maan is het doodstil. Maar in je hoofd is het niet doodstil. Voilà.

Hans: Maar waarom zou je gedachten vergelijken met geluidsgolven en niet met lichtgolven? Is dat niet een beetje opportunistisch?

Rob: Wie niet bij bewustzijn is, is zich nergens van bewust. Er is dus Bewustzijn nodig om gedachten te ervaren.

Hans: Wie zich nergens van bewust is, is zich nergens van bewust, punt. Hij ziet niets, hij hoort niets, hij denkt niets. Wie zich ergens van bewust is wel. Dat is alles wat er in het dagelijks leven met ‘bewustzijn’ wordt bedoeld.

In het dagelijks leven is ‘bewustzijn’ gewoon een wijze van spreken. Je kunt je niet op het dagelijks spraakgebruik beroepen om er een metafysische essentie uit te destilleren.

Rob: Gedachten verschijnen in het onveranderlijke Bewustzijn dat wij zijn.

Hans: Is dat een kras op je plaat of een plaat voor je kop?

Rob: Het is de Waarheid.

De Grote Bedrieger en nog grotere bedriegers

Hans: Je geredeneer doet me denken aan de Franse filosoof René Descartes. Die was in zijn Meditaties op zoek naar absolute zekerheid langs de weg van de methodische twijfel. Hij stelt zich voor dat er een Grote Bedrieger is, een malin génie, die hem constant onjuiste gedachten voortovert. Is er een manier om deze Grote Bedrieger te slim af te zijn?

Nou en of. Wat de Grote Bedrieger mij ook influistert, aan één feit valt niet te twijfelen: Ik besta. Als ik niet bestond kon de Grote Bedrieger mij ook niets influisteren. Ik twijfel dus ik ben. Dubito ergo sum. Twijfelen is denken. Cogito ergo sum, ik denk dus ik ben.

Rob: Zo is het precies. René Descartes was op een haar na een non-dualist. Hij ging net niet ver genoeg, maar het scheelde niks. Van Ik denk dus ik ben naar Ik denk dus ik ben Bewustzijn is maar één stap.

Hans: Nou, stap. Zeg maar gerust bokkensprong. ‘Ik denk dus ik ben’ is steno voor de redenering ‘Er is een gedachte nu, dus er is denken, dus er is een denker.’ Zo denkt Descartes zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (het denken) naar een substantieel en bestendig subject aan wie die abstracte functie voltrekt (de denker).

Dat is pas denkbedrog. Groot Bedrog van een Groot Bedrieger, zeg maar gerust Grootbedrog van een Grootbedrieger. De malin génie is er niks bij. Alsof je de Baron van Münchhausen zichzelf aan zijn haren uit het moeras ziet trekken.

Rob: Ik ben geen cartesiaan.

Hans: Advaitavadins halen dezelfde truc uit. Ze redeneren: ‘Er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel Bewustzijn waarin die gedachte verschijnt en gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen.’ Zo denken ze zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare via het absolute en onvergankelijke ene naar het universele en tijdloze zelf.

Korter door de bocht kan de weg niet zijn. Een sterker staaltje van inflatoir denken heb ik zelden gezien. Rationalisme van de hoogste orde. Alsof je de Baron van Münchhausen uit een boom naar beneden ziet klimmen langs zijn eigen bevroren urinestraal.

Advaita zonder onderscheid of eenheid

Rob: Nee, jij dan.

Hans: Wat?

Rob: Jij probeert jezelf en anderen voortdurend wijs te maken dat je niks weet.

Hans: Ik probeer niemand iets wijs te maken tenzij ik er mijn hand voor in het vuur durf te steken. Toevallig is er niets waarvoor ik mijn hand in het vuur durf te steken. Dat noem ik niet-weten. Wie bedrieg ik dan waarmee?

Rob: Mij maak je niks wijs.

Hans: Meer kan ik niet van je vragen.

Rob: Geen enkel denken blijft zonder conclusies.

Hans: En wéér een conclusie.

Rob: Ik kan me er in ieder geval niets bij voorstellen.

Hans: Stel je voor, een lege ruimte met kale muren zonder haken of ogen. Laat dat je bovenkamer zijn. Aan kale muren kun je niets ophangen. Geen bewustzijn en geen Bewustzijn, geen dualisme en geen non-dualisme, geen kenner en geen gekende, geen weten en geen niet-weten, geen dvaita, geen advaita, geen veda en geen vedanta. Zie je het voor je?

Rob: Jij hebt net zoveel haken als ik. Aan iedere haak hangt niet-weten.

Hans: Advaita betekent niet-twee. Waarom dan toch weer onderscheid maken tussen bewustzijn en bewustzijnsinhouden? Tussen illusie en werkelijkheid? Tussen het tijdelijke en het blijvende? Tussen het veranderlijke en het onveranderlijke? Tussen twee en niet-twee en veel en een? Tussen iets en niets? Wat hou je over als je ieder onderscheid weggooit?

Rob: Ik geef het op.

Hans: Zo kun je het ook zeggen.

De omweg van de directe bevrijdingsweg

Lisan: Prachtig hè, dat niet-weten? Of zoals Nisargadatta Maharaj het zei:

Laat je onjuiste denkbeelden los, dat is genoeg. Het is niet nodig om juiste denkbeelden te ontwikkelen. Die bestaan helemaal niet.

(uit I am That, p360, geciteerd in Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005, pagina 7)

Voor mij is dat de essentie van niet-weten: je onjuiste denkbeelden loslaten.

Hans: Behalve deze zeker.

Lisan: Welke?

Hans: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten.

Lisan: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten, moet je ook los laten, wou je zeggen.

Hans: Om te beginnen.

Lisan: Wat dan nog meer?

Hans: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los kán laten. Het denkbeeld dat het goed is je onjuiste denkbeelden los te laten. Het denkbeeld dat het niet nodig is juiste denkbeelden te ontwikkelen. Maar ook het denkbeeld dat het mogelijk is het ontwikkelen van wat voor denkbeelden dan ook tegen te gaan, en ook het denkbeeld dat er geen juiste denkbeelden bestaan, om maar eens wat te noemen.

Lisan: Zo hou je niets over.

Hans: Prachtig hè, dat niet-weten?

Het Bewustzijn voorbij

Jnana yoga en niet-weten

Beste Hans,

Voel jij er wat voor om een boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie uit onze dialoog. Een titel heb ik ook al: Jnana yoga en niet-weten.

Beste Nina,

Even recapituleren. Eerst moest onze correspondentie integraal op niet-weten.nl. Geen woord mocht eruit. Vervolgens moest ik allerlei passages schrappen. Argumenten die niet klopten, ideeën waar je niet meer achter stond. Daarna moest het per se anoniem. Niemand mocht de tekst nog met jou in verband kunnen brengen. Ten slotte moest wat er nog over was subiet van de site, het was jouw ‘goed recht als auteur’ om je ‘permissie in te trekken’. En nu moet de essentie weer in een boekje?

Nina: Leuk toch. Wat vind je ervan?

Hans: Weer een boekje. Het gaat slecht met de boekhandel, en de belangstelling voor spiritualiteit is allang over zijn hoogtepunt heen. Wat de titel betreft, ‘jnana’ is onuitsprekelijk. Wie durft daar in de boekwinkel naar te vragen?

Nina: Ik zeg gewoon ‘njana’, dat gaat best.

Hans: Njana yoga klinkt als bananenyoghurt uit de mond van een kind met zijn mond vol.

Nina: Er zijn meer gegadigden dan jij denkt. Maar ik zal onze grootste afnemer zijn. Het lijkt me heel spannend om exemplaren achter te laten in treinen, metro’s, trams, op bankjes in het park en op andere openbare plaatsen.

Hans: Ik schat in dat je tienduizend exemplaren moet achterlaten om één geïnteresseerde te treffen. Zou je ze niet meteen huis-aan-huis gaan bezorgen?

Nina: Goed idee. En een in iedere hotelkamer.

Hans: Iemand zou de website moeten uitvinden. Vanaf iedere locatie bereikbaar, lage kosten, gratis toegankelijk, zoiets. En dat dan een boekje noemen.

Nina: Ik heb net een nieuwe titel bedacht, moet je horen, Bewustzijn als Niet-Weten.

Hans: Wat dacht je van Niet-weten van Bewustzijn?

Nina: Mwah.

Hans: Weet je wat? Schrijf maar een inleiding. In briefvorm natuurlijk. Waarin je uitlegt wat jnana yoga voor jou betekent, en wat volgens jou het verband is met niet-weten. Dan zien we wel weer verder.

Bewustzijn als niet-weten

Maanden later

Nina: Daar is hij dan eindelijk, mijn inleiding in briefvorm –

Beste Hans,

Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte was dat voor mij een geweldige aha-erlebnis. In jou herkende ik het niet-weten in mezelf. Zo sterk was die herkenning dat ik er helemaal van in de war raakte en me met de Hoogste Waarheid – van het Ene Bewustzijn dat ik ben – even geen raad meer wist. Hoe moest ik dat verenigen met niet-weten?

Onze correspondentie heeft daarin duidelijkheid gebracht. Voor mij althans. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik Ben en dat Bewustzijn de Essentie van mijn Zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is.

Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Jnana yoga, Advaita Vedanta, heeft mij laten zien dat ik in essentie ben. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven.

Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die mij meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Jnana yoga betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dit verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Jnana yoga is Zien, niet met de ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. ‘Bewustzijn’ is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen; we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft mijn leven mij geopenbaard en onze correspondentie bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering. Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de jnana yoga.

Tot zover mijn inleiding. Wat denk je ervan?

Achterlaten is het wezen van niet-weten

Diezelfde dag

Nina: Ik heb me zojuist bedacht. Er hoeft geen boek van ons te komen, niet van papier, niet op het internet. Het is goed zo. Waar het om gaat is dat ik nu eindelijk helemaal durf uit te komen voor wat ik in mijn inleiding onder woorden heb gebracht. Dank daarvoor.

Hans: Geen boekje, geen internet, hoe wou je er dan voor uitkomen?

Nina: Niet voor anderen, voor mezelf, bedoel ik. Maar je hebt nog niet gezegd wat je van mijn inleiding vindt.

Hans: Het leest als een boekje. Waar zullen we het achterlaten?

Nina: Is dat het enige wat je te zeggen hebt?

Hans: Achterlaten is het wezen van niet-weten.

Nina: Dan betekent niet-weten voor jou heel wat anders dan voor mij.

Hans: Zeker weten.

Nina: Hoezo?

Hans: Voor mij betekent niet-weten dat ik het niet meer weet. Eenvoudiger kan niet. Jij verwijst met niet-weten naar een absolute die je Bewustzijn noemt.

Nina: Niet een absolute, dé absolute. Hét absolute. De universele, kosmische grond. De enige. Zowel die van jou als die van mij als die van iedereen en van het hele universum.

Alles is Bewustzijn. Er is alleen maar Bewustzijn. De tienduizend dingen en wezens ontstaan in Bewustzijn en vergaan in Bewustzijn. Tijdens hun bestaan zijn ze gemanifesteerd Bewustzijn. Daarvoor en daarna zijn ze latent Bewustzijn.

Jouw bewustzijn maakt deel uit van Bewustzijn. Mijn bewustzijn maakt deel uit van Bewustzijn. Er is alleen maar Bewustzijn, Hans. Er is alleen maar dít.

Hans: Zou best kunnen, Nina. Volgens het materialisme is alles stof. Volgens het taoïsme is alles chi. Volgens de mysticus is alles God. Volgens zen is alles leeg. Zou allemaal best kunnen. Ieder zijn ding of onding. Mij is het om het even.

Nina: Mij niet. Stof verschijnt in Bewustzijn. Chi verschijnt in Bewustzijn. God verschijnt in Bewustzijn. Leegte verschijnt in Bewustzijn.

Hans: Jij zegt het.

Nina: Ik wéét het.

Hans: Nou dan.

Nina: Het is de enige redelijke verklaring.

Noem het bidden, noem het mediteren

Hans: Grapjas. Er zijn duizenden redelijke verklaringen. Er komen er steeds meer bij. Ga maar eens naar de bibliotheek, surf maar eens wat op internet. Vergeet je duikbril niet.

Wat mij aangaat, ik weet niet wat Bewustzijn is, ik weet niet dát Bewustzijn is, of zelfs maar dat het niet is. Daarom valt jouw project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen voor mij bij voorbaat in het water. Bij jou zijn het daarentegen synoniemen, dus bij voorbaat en per definitie identiek.

Ik kan je verhaal over Bewustzijn, want dat is het, niet bevestigen of ontkennen. Dat geldt niet alleen voor jouw verhaal maar voor alle Grote Verhalen. Wat valt er vast te stellen door iemand die het allemaal niet meer weet? Niet-vaststellen is wat ik doe. Niet-stellen als uitdrukking van niet-weten.

Nina: Als je het alleen maar niet wist, zou je er heus niet zoveel over schrijven.

Hans: Ik heb niks uit te leggen, en dat leg ik uit. Vind ik leuk. Ik geniet ervan mezelf het lied van niet-weten te horen zingen. Noem het bidden, noem het mediteren.

Ik heb niet het geluk (of de pech) gehad, zoals jij, in een traditie thuis te komen. Aan de andere kant voel ik me honderd procent thuis tussen de tradities.

Voor mij zijn tradities monolieten, asteroïden zonder noemenswaardige zwaartekracht waartegen ik me kan afzetten om naar believen van snelheid en van richting te veranderen. Zo kan ik dankzij de tradities vrij en blij de eindeloze tussenruimte doorkruisen. Iedereen is daar welkom, zowel traditionalisten als non-traditionalisten en progressieven.

Maar omdat ik niet in een traditie sta, moet ik alles zelf onder woorden brengen, kan ik niet anders dan mijn eigen nietszeggende grensvervagende wensverleggende dodemansteksten schrijven en teruglezen en uit mijn hoofd leren en opzeggen en weer aanhoren met mijn eigen ongeboren grofvolkoren dovemansoren, en opnieuw onherkenbaar veranderen, als het meanderen van een murmelende vliet door het luie lege laagland, meer is het niet.

Noem dat desnoods mijn traditie. Een gelegenheidstraditie die veel raakvlakken heeft met andere tradities, maar zelf zonder draagvlak is – en dat is het verschil. Een eenmanstraditie op maat die straks weer vergaat.

Nina: Geen boekje dus?

Hans: Jij bent mijn boekje.

Nina: Jij bent toch ook een boekje?

Hans: Een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.

Echte advaita rekent overal mee af

Maanden later

Nina: Ik heb er nog eens over nagedacht, Hans. Volgens mij verwijzen wij in de grond naar hetzelfde. Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Jij bent niet-weten, ik ben Bewustzijn, jij bent ik. Is dat geen vreugdevolle gedachte?

Hans: Daar gaan we weer.

Nina: Nog één keer.

Hans: Als ik mezelf de vraag stel of ik bén dan durf ik dat niet te bevestigen of te ontkennen. Al was het alleen maar vanwege de bestendigheid die deze vraag impliceert, en de vereenzelviging van een of andere ik met een of ander tijdloos iets, of alles, of niets, waartoe deze vraag verlokt.

Om dezelfde redenen durf ik geen antwoord te geven op de vraag of ik het ene Bewustzijn ben. Ik kom niet eens voorbij de afzonderlijke woorden ‘ik’ en ‘het ene’ en ‘Bewustzijn’ en ‘ben’, laat staan tot de schijnbaar zinvolle vraag die ze als woordketting lijken te vormen.

Het Grote Verhaal dat jij mij in navolging van de Indiase advaitavada vertelt, is een fopspeen voor de een, een sprookje voor de ander, een parabel voor de derde, pleepapier voor de woudloper, de woorden zonder waarheid voor de scepticus, de waarheid in woorden voor de non-dualist, de waarheid voorbij de woorden voor jnani’s, een leugen zonder weerga voor mohammedanen – voor iedereen wat anders. Voor mij is het maar een verhaal. Een van de tienduizend verhalen die aanspraak maakt op de absolute waarheid.

Echte advaita rekent overal mee af, ook en vooral met het non-dualisme. Ieder woord is maar een windei, inclusief ‘echt’, ‘advaita’, ‘non-dualisme’, ‘windei’, ‘dualistisch’ en ‘geouwehoer’. Vanwaar dan dat dualistische geouwehoer?

Niet-weten is ook maar een verhaal, al maakt het toevallig nergens aanspraak op. Ik vertel het en tijdens het vertellen gooi ik het weg. Ik vertel het opdat ik het kan weggooien. Zo vertel ik niet alleen wat ik doe, maar doe ik wat ik vertel.

Weggooien is mijn metier. Dat is de aard van mijn denken. Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood.

Ook dit is maar een gedachte, weg ermee. Dat het maar een gedachte is ook. O jee!