Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

‘Advaita is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een denkweg uit de mind.’ Het Bewustzijn voorbij; brieven over de advaita vedanta.

Dwaalgids > Advaita > Brieven advaita; het bewustzijn voorbij

Lees ook: Piekeren over piekervaringen, De non-dualist en de non-filosoofWat is non-dualisme? Wat is non-dualiteit?

Advaita vedanta als denkweg uit de mind

Advaita vedanta is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een ijlweg uit de mind. Een denkweg uit de waan. Een wegdenkweg uit iedere vorm van gedachtenverstarring, zowel dualistisch als monistisch als nihilistisch als pluralistisch, ook deze.

Beste Hans,

Het is pas door jouw vertaling van non-dualiteit in ‘geen onderscheid weten te maken’ dat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Alles is één, want welk verschil zich ook aan je voordoet, uiteindelijk blijkt het niet hard te maken. Alle grenzen zijn kunstmatig.

Dat is ook de diepere betekenis van a-dvaita: niet-twee. Geen onderscheid weten te maken. Alles is één.

Beste Orban,

Advaita vedanta is een schitterende term die vaak verkeerd begrepen wordt. In mijn visie behoort hij tot het apofatische, dat wil zeggen, ontkennende spreken.

Apofatisch spreek je als je wilt zeggen hoe iets niet is zonder te zeggen hoe het wel is. Het is een vorm van tegenspreken. Een apofatische uitspraak is geen eigen stellingname maar een ontkenning van andermans stellingname.

A-dvaita, niet-twee, non-dualisme, is simpelweg een ontkenning van dvaita, twee, dualisme. Niet voor niets wordt het gekwalificeerd door een tweede ontkennende term, ‘vedanta’. Vedanta is Sanskriet voor het einde (anta) van de wijsheid (veda).

‘Advaita vedanta’, etymologisch dus een dubbele ontkenning, bestrijdt bepaalde aanspraken op wijsheid zonder zelf aanspraak op wijsheid te maken. Advaita is een ‘nietes’ tegen het ‘welles’ van dvaita. Niet meer en niet minder.

Mensen houden niet van nietes dus maken ze er gauw weer een welles van. Niet-twee, redeneren ze, betekent eigenlijk één. En advaita vedanta betekent eigenlijk: alles is één.

Nou, dat betekent het dus niet. Anders had het wel eka veda geheten of zoiets, de wijsheid van de of het ene of van eenheid. Maar het heet advaita vedanta, in de betekenis van niet-twee, het einde van de wijsheid, en daarmee basta.

Want hoe verheven het ook klinkt in zo’n op sterven na dode taal, eigenlijk is het gewoon een krachtterm. Je hoort hem met stemverheffing uit te spreken en daarbij met je vuist op tafel te slaan. ‘Advaita vedanta!’ ‘Ja maar…’ ‘ADVAITA VEDANTA NOG AAN TOE!’

Orban: Wat kan niet-twee nou anders betekenen dan één?

Hans: Van niet-twee naar één is net zo’n grote sprong als van niet vol naar leeg, of van niet heet naar koud, of van niet vies naar lekker, of van niet lelijk naar mooi, of van niet kruipend naar vliegend.

Van niet-twee naar één is een bokkensprong. Het is een noodsprong. Een foutsprong. Non-dualisme is enkel een ontkenning van het dualisme, geen bevestiging van het monisme.

Orban: Ja, misschien is eenheid niet zo’n beste term, maar is twee werkelijk twee? Is de waarnemer niet het waargenomene? Is dát niet de boodschap van advaita vedanta? Zijn wij niet die boodschap? Zijn wij niet dat?

Hans: Ja, weet ik veel of de waarnemer het waargenomene is. Niet-twee betekent voor mij alleen maar dat ik het allemaal niet meer uit elkaar kan houden en allemaal niet meer bij elkaar kan krijgen. Welke ontologische conclusie wou je daaraan verbinden?

Zelf heb ik geen boodschap, zelfs niet de boodschap dat er geen boodschap is. Een legere boodschap ken ik niet. Toch ben ik er helemaal vol van. Snap jij het?

Orban: Dus volgens jou is advaita vedanta alleen maar een nietes tegen dvaita?

Hans: Niet twee, einde van de wijsheid. Een exit uit het starre dualistische denken.

Orban: Vandaar non-dualisme.

Hans: En een exit uit het starre monistische denken natuurlijk.

Orban: Hm.

Hans: Advaita vedanta is geen heilsweg naar Bewustzijn maar een ijlweg uit de mind. Een denkweg uit de waan. Een wegdenkweg uit iedere vorm van gedachtenverstarring, zowel dualistisch als monistisch als nihilistisch als pluralistisch, ook deze.

Orban: Volgens mij ben ik een onverbeterlijke monist.

Hans: Ik dacht al zoiets.

Orban: Helpt niet-weten tegen gedachtenverstarring?

Hans: Niets helpt tegen gedachtenverstarring, niet dat ik weet. Advaita vedanta ook niet. Niet weten ook niet.

Orban: Wat is niet-weten?

Hans: Een zelfreinigend denken. Een denken dat zichzelf bij de staart heeft. Een denken dat kan lachen om al zijn gedachten, zonder uitzondering, ook deze.

Orban: Dan helpt het toch tegen gedachtenverstarring?

Hans: Nee, nee, niet-weten helpt niet tegen gedachtenverstarring, het is een denken dat niet verstart. Een denken dat niet weet.

Orban: Niet-weten is toch iets wat je toepast? Een vorm van mindfulness, opletten bij het denken?

Hans: Niet dat ik weet. Ik moet er niet aan denken. Niet-weten is in mijn beleving geen methode of gereedschap of therapie. Het is geen remedie of panacee.Het is geen naaimachine-olie om het zwoegende, piepende en krakende brein te smeren. Het is niet iets wat je doet of toepast of uitvoert of praktiseert of presteert.

Zelf hoef ik in elk geval nergens op te letten. Ik heb er geen omkijken naar. Niet-weten is zelfreinigend zoals een motor zelfsmerend is, een reddingsboot zelfrichtend, een schroef zelftappend, een profetie zelfvervullend, een windmolen zelfzwichtend.

Orban: Makkie.

Hans: ‘Niet weten’ is gewoon een oorspronkelijk pretentieloze, aan het dagelijks spraakgebruik ontleende uitdrukking om aan te geven dat je het allemaal niet meer weet. Maar dan ook helemaal niet meer. Zonder daar nog mee te zitten.

Orban: Stelt niks voor.

Hans: Als ik het voor het zeggen had niet. Maar alle termen zijn aan inflatie onderhevig. Zelfs een klein kinderwoord als ‘niet weten’ wordt vroeger of later een duur dogma waarmee spirituele hoogvliegers goede sier maken. Dan krijgt het in naam der verlichting zware betekenissen toegedicht door mensen die van alles (menen te) weten.

Orban: Wat voor betekenissen?

Hans: ‘Het universele bewustzijn’ of ‘het mysterie van het leven’ of ‘dat wat ik ten diepste ben’ of ‘het kennen dat zelf op geen enkele wijze gekend kan worden’ of ‘de alomvattende geest’ of ‘de leegte waaruit alles ontstaat en waarin alles vergaat’ of de ‘stilte van het hart’ of ‘het derde oog’ of ‘onze fundamentele openheid’ of ‘de onvoorwaardelijke liefde die wij zijn’ of ‘het eeuwige hier en nu’ of ‘de wijsheid voorbij alle wijsheid’ en noem maar op.

Daarmee wordt niet weten een waarheid, een werkelijkheid, een grond, een zekerheid, een steen der wijzen, een ding, een schepper, een god, een iets, een niets, een plaats, een tijd, een leidraad, een ideaal, een norm, een hebbeding, een afgodsbeeld, een amulet, de zoveelste toverstok om het geluk af te dwingen, het zoveelste voetstuk om boven jezelf en je medemens uit te stijgen. Transcendentie, weet je wel.

Orban: Herkenbaar.

Hans: Als in ‘kennen’.

Orban: Dus volgens jou is niet alles één?

Hans: Begin je nou weer?

Orban: Moet je maar antwoord geven.

Hans: Eén in welk opzicht? Hoe stel je zoiets vast? Wat bedoel je met alles? Wat maakt het in nondualiteitsnaam uit?

Orban: Natuurlijk maakt het uit.

Hans: Niet-twee betekent dat het niet uitmaakt. Dat het geen verschil maakt. A-dvaita. Niet uitmaken.

Orban: Geen onderscheid maken.

Hans: Geen onderscheid weten te maken. En geen eenheid weten te maken.

Orban: Niet-twee, niet-één, wat dan wel?

Hans: Een twee drie vier…

Orban: Hè?

Hans: Hoedje van, hoedje van, een twee drie vier, hoedje van papier.

Orban: Eerst een kinderwoord en nou weer een kinderliedje. Ik voel dat we steeds dichter bij de hoogste waarheid komen. ;-)

Hans: Zalig zijn de armen van geest.

Verder lezen: Wat is non-dualisme?

Gezond verstand, spiritueel verstand of onverstand?

Advaita vedanta als opstapje naar een radicaal niet-weten

Beste Flavia,

Je boek, De Zachte Kracht, viel me niet tegen. Ik vond het lekker weglezen. In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur. Wel een beetje zoet. Bewustzijn, vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht.

De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is. Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.

Niet de Flavia die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, ‘het denken heeft overwonnen’ (pagina 12, 23, 55, 127) en ‘het verstand heeft doorzien’ (12, 16, 47, 55, 143) maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere. Het Gezonde Verstand voor het Spirituele:

  1. De ene tijd (verleden-heden-toekomst) voor de andere (het Hier-en-Nu).
  2. De ene illusie (de droom) voor de andere (de Realiteit).
  3. De ene identiteit (Iemand) voor de andere (Niemand).
  4. Wilskracht voor Overgave.
  5. De Doener voor de Getuige.
  6. Denken voor Ervaren.
  7. Worden voor Zijn.
  8. Dualiteit voor Non-dualiteit.
  9. Afgescheidenheid voor Eenheid.
  10. Het Wonder van de Schepper voor het Wonder van de Schepping.

Ziedaar de canon van het spiritueel verstand versus de canon van het gezond verstand.

Zelf kan ik evenmin geloven in het spiritueel verstand als in het gezond. Evenmin in de lineaire tijd als in het eeuwige heden. Evenmin in samsara als in nirwana. Evenmin in Maya als in Layla. Evenmin in de denker als in de getuige.

Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven. Mijn (‘mijn’) denken (‘denken’) heb ik niet overwonnen of doorzien; hooguit houdt het (‘het’) zichzelf (‘zichzelf’) in toom. Denk ik nu eventjes. Ook alweer voorbij.

Nooit heeft het spirituele verstand mij ook maar enigszins kunnen bekoren. Vandaar misschien dat ik op een goede noch kwade dag zonder overstappen rechtstreeks van het gezonde verstand in het, laten we zeggen, onverstand terecht ben gekomen. Totaal onbedoeld en totaal onverwacht.

Het spirituele (of religieuze) verstand kan ik daarom alleen vatten als een voor sommigen kennelijk noodzakelijk tussenstation op het pad van weet-ik-toch naar weet-ik-veel. Een manier om alvast uit het heersende wereldbeeld te stappen zonder meteen alle zekerheden op te geven. Een doekje voor het bloeden. Uitstel van executie.

Voor vrijwel alle zoekers lijkt het spirituele verstand echter het eindstation. Was de wijsheid zonder wijsheid een kwestie van de meeste stemmen gelden dan hadden ze beslist gelijk. Helaas – ook de democratie laat het op dit vlak afweten.

Omdat je het steeds over ‘dansen als een derwisj’ hebt, permitteer ik me hier een citaat van de soefi Juzjani:

De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets.

(Bron: Het pad van de Soefi, Idries Shah, uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, p197. Zie ook: Wat is soefisme? De derwisj en de dwaas)

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld. Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen. Een hachelijke zaak. Wat hij er precies mee bedoelt wordt ook al niet vermeld. Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die bijgevolg geen mens is, althans geen gemiddeld mens? Ik durf het niet te zeggen.

Daarom voor de zekerheid ook nog een citaat van een andere berumde sufi, Jalaludin Rumi:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid God’; ook niet: ‘Ik aanbid God niet.’ (p229)

In plaats van God kan je hier ook lezen: het Bewustzijn, de Bron, het Zelf, geen-zelf, de Boeddha, het Zijn, Tao, het Leven, Dit, het Mysterie en zo voort. En niet-weten uiteraard:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Bewustzijn’; ook niet: ‘Ik aanbid het Bewustzijn niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Bron’; ook niet: ‘Ik aanbid de Bron niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Zelf’; ook niet: ‘Ik aanbid het Zelf niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Boeddha’; ook niet: ‘Ik aanbid de Boeddha niet.’

en:

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid niet-weten’; ook niet: ‘Ik aanbid niet-weten niet.’

Om het citaat verder aan te passen aan onze tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij God. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid alles’; ook niet: ‘Ik aanbid alles niet.’

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen. Mooie definitie van verlichting? Zeg ja en je bent voor één gat te vangen. Zeg nee en je bent toch niet ontsnapt.

Beste Hans,

Dank voor je reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag. Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het spirituele verstand een eindstation is? Heb jij soms het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder bent dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit in werkelijkheid één grote egotrip?

Beste Flavia,

Als dat één vraag was, kan ik maar één antwoord geven: Ik voel me niet verheven boven mensen met gezond verstand. Ook niet boven mensen met spiritueel verstand. Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven. Noch in het ene verstand, noch in het andere. Zelfs in niet-geloven kan ik niet geloven. Zelfs van niet-weten weet ik niet.

Dit valt op geen enkele manier te verklaren of te verantwoorden. Ook wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak. Hoe zou ik mij er dan op kunnen laten voorstaan?

Voor mijn part heeft iedereen gelijk en ik alleen niet. Ik hoef geen gelijk. Het zegt me niets meer. Ik maak geen aanspraak op de Waarheid of de Werkelijkheid. Ik heb de Wijsheid niet in pacht. Ik waan mij geen Meester of Verlichte. Ik ben er niet op uit de medemens de weg te wijzen, te veranderen, neer te sabelen, te verheffen of te verlossen. Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren. Dat is nou net de grap.

Flavia: De kosmische grap.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: De waarheid is voorbij de woorden.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Denk je dat je ooit de weg naar het spirituele verstand zal vinden?

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: ‘Het spirituele verstand’ is nota bene je eigen woord!

Hans: Kun je nagaan.

Tips: Kosmische grappen, Denkbeeldenstorm!Wat is de Waarheid?

Het Bewustzijn voorbij

Descartes redeneert: cogito ergo sum. Er is een gedachte nu, dús er is denken, dús er is een denker. Advaita redeneert: er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel bewustzijn waarin die gedachte gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen? Zo denken we ons in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (denken) naar een substantieel subject waarin of waaraan die abstracte functie zich voltrekt (een denker of het ware zelf).

Beste Hans,

Voel jij er wat voor om een klein boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie uit onze dialoog. Jnana yoga en niet-weten.

Beste Nina,

Eerlijk gezegd kan ik me niemand voorstellen die zo’n boekje zou willen kopen. Wat is volgens jou de essentie van onze dialoog? (‘Mijn mailtjes, Hans.’)

Nina: Er zijn meer gegadigden dan jij denkt. Maar ik ben onze grootste fan, dus ook onze grootste afnemer. Zo zou ik het heel spannend vinden om exemplaren achter te laten in treinen, metro’s, trams en op bankjes in het park.

Hans: Ik schat in dat je ongeveer tienduizend exemplaren moet achterlaten om één geïnteresseerde te treffen. Zou je ze niet huis-aan-huis gaan bezorgen?

Nina: Pessimist.

Hans: Om de kosten te drukken, logistiek gedoe te vermijden en de uitgeverij te omzeilen had ik jaren geleden al het lumineuze idee om een website te bouwen. Voor iedereen toegankelijk en nog doorzoekbaar ook. Zo gedacht, zo gedaan. Sindsdien kan iedereen mij vinden, en er blijken nog geïnteresseerden tussen te zitten ook. Wat moet ik met een uitgever? Wat moet een uitgever met mij?

Nina: Als we de herhalingen en de banaliteiten uit onze brieven verwijderen zijn ze beslist geschikt voor publicatie, zowel op het internet als in boekvorm. In plaats van Jnana yoga en niet-weten noemen we het Bewustzijn versus niet-weten.

Hans: Vertel.

Nina: Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte was dat voor mij een geweldige aha-erlebnis. In jou herkende ik het niet-weten in mezelf. Zo sterk was die herkenning dat ik er helemaal van in de war raakte en met de hoogste waarheid (van het Ene Bewustzijn dat ik ben) even geen raad meer wist. Hoe moest ik dat verenigen met niet weten?

Onze correspondentie heeft daarin uiteindelijk duidelijkheid gebracht. In ieder geval voor mij. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik ben en dat Bewustzijn de essentie van mijn zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is. Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Jnana yoga, oftewel Advaita Vedanta, heeft mij laten zien dat ik in essentie ben. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven. Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die mij meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Jnana yoga betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dit verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Jnana yoga is Zien, niet met de ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. ‘Bewustzijn’ is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen; we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft mijn leven mij geopenbaard en onze correspondentie bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering. Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de jnana yoga.

Ach Hans, er hoeft geen boek van ons te komen, niet van papier, niet op het internet. Het is goed zo. Waar het om gaat is dat ik nu eindelijk helemaal durf uit te komen voor wat ik zojuist heb geschreven. Bedankt man!

Hans: Goed gezegd. Je klinkt al helemaal als een boekje. Waar zal ik jou eens achterlaten?

Nina: Is dat het enige wat je te zeggen hebt?

Hans: Achterlaten is het wezen van niet weten. Meer heb ik niet te zeggen.

Nina: Dan betekent ‘niet weten’ voor jou heel wat anders dan voor mij.

Hans: Ik bedoel er gewoon mee dat ik het niet meer weet. Jij verwijst ermee naar een kosmologische ingrond die je Bewustzijn noem. Ik weet niet wat dat is, ik weet niet dát het is. Daarom valt jouw project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen voor mij bij voorbaat in het water.

Wat valt er vast te stellen door iemand die het allemaal niet meer weet? Niet vaststellen is wat ik doe. Niet-stellen als uitdrukking van niet-weten.

Nina: Waarom schrijf je dan zoveel?

Hans: Ik heb niks uit te leggen, en dat leg ik uit. Niet om mensen te veranderen of de wereld te verbeteren maar om mezelf het lied van niet-weten te horen zingen. Daar krijg ik maar geen genoeg van. Ik jubel en ik schreeuw het uit en bij iedere kreet kom ik klaar. Klaar met mezelf, klaar met de wereld, klaar met het leven en klaar met de dood. Niet weten is mijn lege roes.

Ik heb ook niet het geluk gehad, of moet ik zeggen de pech gehad, mezelf net als jij volledig in een traditie te kunnen vinden. Niet in de wetenschap, niet in de psychologie, niet in de literatuur, niet in de kunst, niet in het scepticisme, niet in het nihilisme, niet in het postmodernisme, niet in het katholicisme, niet in de mystiek, niet in het zenboeddhisme, niet in het daoïsme, niet in de avudhata gita, niet in de dvaita vedanta, niet in de advaita vedanta, niet in de dvaita-advaita vedanta, niet in de advaita-dvaita-vedanta, en ook nergens anders.

Daarom moet ik het wel zelf zeggen, moet ik wel mijn eigen nietszeggende grensvervagende wensverleggende dodemansteksten schrijven en teruglezen en uit mijn hoofd leren en weer opzeggen en weer aanhoren met mijn eigen ongeboren grofvolkoren dovemansoren, en weer onherkenbaar veranderen, als het meanderen van een murmelende vliet door het luie lege laagland.

Sprekend zwijgen, zou je kunnen zeggen, als je je mond weer eens niet weet te houden – en dat is, voor nu, mijn traditie. Een gelegenheidstraditie die veel raakvlakken heeft met andere tradities, maar zelf zonder draagvlak is. Een traditie zonder traditie, die met mij of via mij of als mij ontstaat, en wel met mij zal vergaan. Een wegwerptraditie voor een wegwerpmens.

Nina: Geen boekje dus?

Hans: Jij bent mijn boekje.

Nina: Jij bent toch ook een boekje?

Hans: Een dummy dan toch.

Nina: Een dummy met een potlood die schrijft over niet weten.

Hans: Een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.

Maanden later

Nina: Volgens mij verwijzen wij in de grond naar hetzelfde. Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Jij bent niet-weten, ik ben Bewustzijn, jij bent ik. Is dat geen vreugdevolle gedachte?

Hans: Begin je nou weer?

Nina: Is het geen vreugdevolle gedachte?

Hans: Als ik mezelf de vraag stel of ik bén dan durf ik dat niet te bevestigen of te ontkennen. Al was het alleen maar vanwege de bestendigheid die deze vraag impliceert, en de vereenzelviging van een of andere ik met een of ander tijdloos iets, of alles, of niets, waartoe deze vraag verlokt.

Om dezelfde redenen durf ik geen antwoord te geven op de vraag of ik het ene bewustzijn ben. Ik kom niet eens voorbij de afzonderlijke woorden ‘ik’ en ‘het ene’ en ‘bewustzijn’ en ‘ben’, laat staan tot de schijnbaar zinvolle vraag die ze als woordketting lijken te vormen.

Het verhaal dat jij mij in navolging van de Indiase advaitavada vertelt, is een fopspeen voor de een, een sprookje voor de ander, een parabel voor de derde, pleepapier voor de woudloper, de woorden zonder waarheid voor de scepticus, de waarheid in woorden voor de non-dualist, de waarheid voorbij de woorden voor jnani’s, een leugen zonder weerga voor mohammedanen – voor iedereen wat anders. Voor mij is het maar een verhaal. Een van de tienduizend verhalen die aanspraak maakt op de absolute waarheid.

Niet-weten is ook maar een verhaal, al maakt het toevallig nergens aanspraak op. Weg ermee. En weg ook met het weg ermee.

Zó vergaat het mijn denken over fundamentele levensvragen. Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood. Ook dit is maar een gedachte over de al dan niet vermeende aard van mijn al dan niet vermeende denken. Denk ik nu kennelijk weer. Weg ermee.

Nina: Het denken als Grote Bedrieger.*

Hans: Je zou het haast denken.

Maanden later

Nina: Eén vraagje nog: waarin verschijnt de Grote Bedrieger?

Hans: In de vraag ‘Waarin verschijnt de Grote Bedrieger?’

Nina: Ik bedoel, waarin verschijnen je gedachten?

Hans: Het eeuwige antwoord op deze eeuwige vraag luidt: Waarom moeten ze ergens in verschijnen?

Nina: Dat snap ik niet.

Hans: Hoe komt de liefde in de maag? In welke hartkamer wordt de wijsheid bewaard? Wat was er vóór het begin? Wie heeft de maan Pandora van de planeet Polyphemus ontdekt? Wie houdt de Tweede Kamer schoon? Waarom kan ik mij wel een hoedje schrikken maar geen petje?

Nina: Waarin de Grote Bedrieger verschijnt, is een non-vraag, wou je zeggen.

Hans: Descartes redeneert: Ik denk dus ik ben. Er is een gedachte nu, dús er is denken, dús er is een denker. Zo denkt hij zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare (een gedachte nu) via een abstracte functie (denken) naar een substantieel subject waarin of waaraan zich die abstracte functie voltrekt (een denker). Dat noem ik nou denkbedrog. Groot Bedrog van een Groot Bedrieger, zeg maar gerust Grootbedrog van een Grootbedrieger.

Advaitavadins redeneren: er is een gedachte nu, dús is er een tijdloos, ondeelbaar en universeel bewustzijn waarin die gedachte verschijnt en gekend wordt, dat ik wel zelf moet zijn want hoe kan ik die gedachte anders kennen? Zo denken ze zich in één zin van het meest vluchtige en ongrijpbare via het onvergankelijke ene naar het universele zelf binnen één zin. Dat noem ik nou denkbedrog. Groot Bedrog van Grote Bedriegers, zeg maar gerust Grootbedrog van Grootbedriegers.

Korter door de bocht kan de Weg niet zijn. Een sterker staaltje van inflatoir denken is nauwelijks denkbaar. Rationalisme van de hoogste orde en het laagste allooi.

Nina: En jij dan?

Hans: Ik ben de eenvoud zelve. Een hol vat. Een zeepbaan. Ik blijf maar onderuit gaan.

Nina: Niet-weten is toch ook rationalistisch?

Hans: Niet rationalistisch, niet irrationalistisch.

Nina: Wat dan wel?

Hans: Mijn denken kent geen diepten meer. Geen subtiliteiten meer. Geen uitgangspunten meer. Geen conclusies meer. Geen richting meer. Geen haken meer. Geen ogen meer.

Aan een kale muur kan je niets ophangen. In een lege ruimte kan je niets verstoppen. Mij kan je niets meer wijsmaken. Ikzelf ook niet.

Voor mij geen zijn en geen niet-zijn, geen bewustzijn en geen bewustzijnsinhouden, geen subject en geen object, geen kenner en geen gekende, geen licht en niets dat belicht wordt, geen duisternis en niets dat verduisterd wordt, geen weten en geen niet-weten; geen ja, geen nee en geen tja, geen pad, geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken, geen volheid, geen leegte, geen dvaita, geen advaita, geen veda en geen vedanta.

Dit moet je niet opvatten als een bevestiging of ontkenning mijnerzijds van de non-dualistische dan wel goddelijke aard van de kosmos en/of mijn diepste wezen, of van de leegte of van het niets of van een niet-weten in het kwadraat of als wat voor bewering, filosofie, liedje of verhaal ook. Ik zeg alleen maar niets. Ook dit niet. Ik weet alleen maar niet. Ook dit niet.

Nina: Waarin verschijnt het niet-weten?

Hans: In de vraag ‘waarin verschijnt het niet weten?’

Nina: Zo is het goed.

Hans: Wat heet goed.

Nina: Je hebt me toch weer aan het denken gezet.

Hans: Ik was er al bang voor.

Nina: Ik weet even niets meer te zeggen.

Hans: Zo is het beter.

* Grote Bedrieger: verwijzing naar ‘le malin génie’ van Descartes, een al dan niet hypothetische demon die ons voortdurend onjuiste gedachten voortovert.

Tip: De illusie van de illusie

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor.

Beste Hans,

Ik heb maar één vraagje: Waarin verschijnt niet-weten?

Beste Paulien,

Non-dualisten zijn rare jongens en meisjes. Ik ken er intussen een heleboel en ze zijn echt, eerlijk waar, allemaal even aardig, maar ze hebben echt, eerlijk waar, allemaal dezelfde eigenaardigheid. Zit je net lekker over X te kletsen of daar komt ie weer, de eeuwige non-vraag: ‘Waarin verschijnt X?’

Heb ik het over mijn lichaam dan is het: ‘Waarin verschijnt je lichaam?’

Heb ik het over mijn hooggevoeligheid dan is het: ‘Waarin verschijnt je hooggevoeligheid?’

Heb ik het over mijn lief dan is het: ‘Waarin verschijnt je lief?’

Heb ik het over filosofie dan is het: ‘Waarin verschijnt de filosofie?’

Heb ik het over de Boeddha dan is het: ‘Waarin verschijnt de Boeddha?’

Heb ik het over God dan is het: ‘Waarin verschijnt God?’

Heb ik het over de dood dan is het: ‘Waarin verschijnt de dood?’

Heb ik het over niet-weten, en dat gebeurt een enkele keer, dan is het: ‘Waarin verschijnt niet-weten?’

En dan moet ik ze met open mond aankijken alsof ik het allemaal voor het eerst hoor, tot het de neognostici eindelijk behaagt mij in te wijden in het grootste geheim op aarde, dat ze, echt, eerlijk waar, helemaal op eigen kracht ontdekt hebben, eigenlijk al op hun negende, hun achtste, hun zevende, voordat hun dualistische dierbaren en leraren het eruit sloegen, en dat ze ondanks alle klappen moeiteloos en on-middelijk her-kenden zodra ze kennis maakten met de advaita vedanta:

‘In het Bewustzijn, Hans.’

In het Bewustzijn.

Vergeet de hoofdletter niet.

Dat dus niet al één mijn Ware Zelf blijkt te zijn, maar in tegenstelling tot al die af-schu-we-lijk vergankelijke aanschouwelijkheden in en om ons heen, ook nog eens Onveranderlijk en Onvergankelijk.

Dit Realiseren heet Verlichting en daarvoor heeft een heldere geest nog geen seconde nodig.

Hoera!

Maar ja.

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Tip: Wat is advaita?, De illusie van de illusie

Verlichting is wat je uitdoet bij vertrek

Heb jij het licht al uitgedaan?

Beste Hans,

Met veel plezier dwaal ik rond op je dwijze website. Voor mij is niet-weten een ander woord voor Bewustzijn. Verlichting is een ander woord voor Bewust Zijn. Dat wil zeggen, bewust zijn van het Bewustzijn dat wij zijn. Kan jij je hierin vinden?

Beste Ake,

Voor mij verwijst niet-weten naar niet weten. Bewust loos zijn. Loosbewust zijn. Wat je ook meent te zijn. Al is het maar loos bewustzijn. En dan je loosheid nog lozen. Kan jij je hierin verliezen?

Ake: Maar het loos zijn, is dat juist niet het oerkenmerk van het Bewustzijn dat wij zijn?

Hans: Als ik dat wist zou ik niet meer loos zijn.

Ake: Wat versta jij dan onder verlichting?

Hans: Datgene wat je uitdoet bij vertrek.

Ake: Ben jij al vertrokken?

Hans: Dat kan ik zo niet zien.

Ake: Waarom niet?

Hans: Omdat het hier pikdonker is.

Tips: Wat is verlichting? Het denken doorzien, Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Als je niet meer kan luisteren

Je verzint het niet

Beste Hans,

Ik heb begrepen dat je gezondheid het af laat weten. Laat dit je tot troost zijn: alles wat je bij je dood zal verliezen deed toch al niet ter zake.

Beste Gertjan,

Wat mensen al niet verzinnen bij wijze van troost.

Gertjan: Ik verzin het niet.

Hans: Wat mensen al niet geloven bij wijze van zekerheid.

Gertjan: Niet-weten is niets anders dan het tijdloze Bewustzijn. De rest is vorm. Vorm gaat onvermijdelijk verloren. Leegte kent geen tijd.

Hans: Gezelligheid ook niet, maar om daar nou dik over te doen?

Gertjan: Jij bent Dát.

Hans: Alleen maar Dit, was het toch?

Gertjan: Dat komt op hetzelfde neer.

Hans: Dit is Dat en Dat is een Gat?

Gertjan: Ik heb het over dat wat geen oor kan horen.

Hans: Ik hoor je wel.

Gertjan: Wie hoort wat geen oor kan horen, hoeft nergens meer naar te luisteren.

Hans: Dan zal dat het probleem wel zijn.

Tip: De dood doodgedacht

Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!

Leestekens aan de wand

Beste Hans,

Dank je wel voor je heerlijke website! Niet-weten is goud! Zelf zeg ik altijd: ontmasker het denken! Zet bij alles wat je denkt een vraagteken!

Beste Anja,

Waarom?

Anja: Zie je gedachten en besef dat ze stuk voor stuk onwaar zijn!

Hans: Behalve deze zeker?

Anja: Als je dat consequent doet, ervaar je dat je niet je denken bent! Denken is een afwijking! Er is iets dat aan je gedachten vooraf gaat! Er is iets wat die gedachten ziet! Dat is wat jij ten diepste bent! Bewustzijn!

Hans: Zou je denken?

Anja: Bewustzijn is waarin het denken verschijnt! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken en beschouwen te onderzoeken! Bewustzijn is wat je in staat stelt het denken te ontmaskeren!

Hans: En daarom zet jij bij alles wat je denkt een vraagteken?

Anja: Zeker weten!

Tips: Wat is de mind?

Het Bewustzijn is gewoon de volgende persoon

Van deïficaties, reïficaties en mystificaties

Beste Ferry,

Dank voor je medeleven. Inderdaad doet het hartstikke zeer en maak ik me hartstikke zorgen. En zoals het de verlichte betaamt, verwelkom ik die pijn en die zorgen, en anders verwelkom ik wel de afwijzing ervan, of de afwijzing daar weer van, en anders doe ik wel alsof. Niemand zal mij nog betrappen.

Wat betreft de door jou gerespecteerde lezer die meent dat jouw gedachten ‘evenals alle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn’: hij heeft helemaal gelijk. Helaas voor hem betekent dit dat de gedachte dat jouw gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, eveneens gebakken lucht is, evenals de gedachte dat álle gedachten vanuit het perspectief van de advaita vedanta gebakken lucht zijn, evenals de hele advaita vedanta. Dus waarop wou hij zich nog beroepen? Waartegen wou jij nog in beroep gaan?

Het komt mij voor dat je je met je hypostase van ‘het Bewustzijn dat zich uitdrukt via de gedachten van wat men gewoonlijk de persoon noemt, in mijn geval Ferry’, net zo snel en op precies dezelfde wijze vastlult als met de hypostase van de persoon zelf, in jouw geval Ferry. ‘Het Bewustzijn’ is gewoon de volgende persoon, zeg maar Ferdinand. De persoon der personen. De Hoofdpersoon, ontsproten aan het Hoofd Zelve.

Dat toont zich onmiskenbaar in de manier waarop je erover praat: Het Bewustzijn kent mij en leeft mij. In die zin ben ik het Bewustzijn en andersom. Er is geen afgescheidenheid.’

Personificaties, identificaties, deïficaties en reïficaties als deze en mystificaties als ‘een niets dat alles is’ en ‘een alles dat in zichzelf leeg is’, die je nota bene zelf al diskwalicificeert als ‘kansloos’, maken de heilige graal alleen maar heiliger, stuwen de overspannen verwachtingen nog hogerop en wekken zo precies de hebzucht en hoogmoed in je toehoorders die jou naar eigen zeggen zo langzamerhand tot wanhoop drijft.

Of wou je ze verwijten dat ze hun uitverkoren rolmodel navolgen? Ben jij het niet zelf of Zelf die het Bewustzijn neerzet als ding en persoon en identiteit en koning en god? Het is en blijft een sterk staaltje substantialistisch en eternalistisch denken, dat meer vragen oproept dan beantwoord, zoals je zelf week in week uit mag ondervinden tijdens je satsangs.

En wat is dat nou ineens weer voor gezwets over energie en kosmische deeltjes? Ja, ik ken die R. die je met zoveel in stemming citeert wel zo’n beetje – filognost, sciëntist en atomist après la lettre, luchtbakker par excellence met zijn meeneemideeën over quantummechanica en elfdimensionale snaren en luchtgitaren en ‘de leegte aller dingen en wezens’ die zonder uitzondering alleen maar ‘conglomeraten van deeltjes zijn’ en de noodzaak tot verwetenschappelijking van onze zogenaamd middeleeuwse spiritualiteit naar het voorbeeld van de Lama Ladida, bla bla bla.

Metafyscia is amfetamine voor de geest, maar met spiritualiteit heeft het geen jota te maken, of hoe het kleinste Higginsdeeltje tegenwoordig ook mag heten.

Dat andere stokpaardje van je, het leven als mysterie, is in Nederland inmiddels bon ton onder reli’s en spiri’s van allerlei renommage, van jong tot oud, van ongeboren tot ongestorven, van half gaar tot dubbel gebakken, wat een lucht. Zou dat soms de Eeuwige WijsDom zijn: verlichting als permanente staat van verwondering? Verwonder je hier dan maar eens over:

De enigen die op deze aardkloot in een permanente staat van verwondering verkeren, zijn debielen, en zelfs die niet. Daarom wil ik je graag ter overdenking geven dat het zogenaamde mysterie van het zogenaamde leven wel eens niet meer zou kunnen zijn dan een gedachte tussen talloze andere gedachten die net als alle andere gedachten komt en gaat.

Als je hem niet denkt is er geen mysterie en ook geen leven. Ook dit is maar een gedachte die over een paar seconden alweer verdwenen is. Wedden? Ene, tweeje…

Nou, wat zei ‘k je?

Tips: Vrijdenkers hebben maling aan de mind, Denkbeeldenstorm!

Heeft iemand mijn Universele Bewustzijn gezien?

Aangezien het al dan niet vermeende Bewustzijn bovendien als onkenbaar, onwaarneembaar en onervaarbaar te boek staat, en dus in alle opzichten zowel onverifieerbaar als onfalsificeerbaar is, zouden dogma’s daarover, welke dan ook, net zo goed waar als onwaar kunnen zijn. Of moet ik zeggen dat ze onder deze omstandigheden net zomin waar als onwaar kunnen zijn?

Beste Hans,

Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron. De innerlijke lichtbron is het universele bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een gedachte in het bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee.

Het oneindig kleine is al even groots als het oneindig grote.

Het is belachelijk om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. En aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen.

Ik moet beseffen dat ik op de keper beschouwd niets weet en dat het meeste slechts schone schijn is. Eerlijkheid en Geduld zullen mijn raadslieden zijn. Om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid loop ik niet meer weg van de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede. De Donkere Wolken zullen mijn leraar zijn. De Zon erachter zal mijn lichtende baken zijn. De Hemel zal uiteindelijk mijn beloning zijn, zelfs al gaat mijn weg door de Hel.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het uitzicht en het inzicht…

Beste Gijsbrecht,

Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in je brief zijn, lijkt het mij het beste om je advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten. Bij dezen.

Gijsbrecht: Daar heb je me mooi te pakken. Ik zou het op prijs stellen als je desondanks wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Helpt het als ik zeg dat je me niet hoeft te sparen? Gespaard ben ik al te vaak. Juist daarom schrijf ik jou.

Hans: Zelf ben ik er ondanks fanatieke pogingen uiteindelijk niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken, laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.

Dat er een innerlijke lichtbron bestaat of nodig is om een innerlijke wereld ervaarbaar te maken zoals een uiterlijke lichtbron voor een uiterlijke, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde redenering.

De beeldspraak van de kleine golf in de grote zee gebruik ik zelf niet. Dat komt doordat ik het bestaan van het ego al evenmin durf bevestigen of ontkennen als dat van een alomtegenwoordig universeel en/of individueel bewustzijn. Laat staan dat ik mij laat verleiden tot uitspraken over de relatie tussen beide.

Ik meen dat dualiteiten van deze strekking – kleine golf versus grote oceaan; het ego versus het ware zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare ene – courant zijn in diverse tradities, zoals advaita vedanta, zen en dzogchen. Ik zal de laatste zijn om ze te ontkennen, maar de rationalistische argumenten die in dit verband gewoonlijk worden aangevoerd hebben mij nooit kunnen overtuigen.

Aangezien het al dan niet vermeende Bewustzijn bovendien als onkenbaar, onwaarneembaar en onervaarbaar te boek staat, en dus in alle opzichten zowel onverifieerbaar als onfalsificeerbaar is, zouden dogma’s daarover, welke dan ook, net zo goed waar als onwaar kunnen zijn. Of moet ik zeggen dat ze onder deze omstandigheden net zomin waar als onwaar kunnen zijn?

Het oneindig kleine en het oneindig grote ken ik als gedachteconstructies die in de wiskunde en de filosofie en andere vormen van weten een nuttige rol spelen als katalysator van het onderzoekende denken. In de religie en de spiritualiteit fungeren ze als stabilisator van het grijpende denken.

Of ze bestaan en groots zijn en daarin aan elkaar gewaagd, durf ik niet te bevestigen of te ontkennen. Soms worden formuleringen van deze strekking gebruikt als dichterlijke uitdrukking van het holistische of monistische gedachtegoed of het boeddhistische sunyata en anatman.

Eenheidsdenken is de pijler van zowat alle op spirituele leest geschoeide moraliteit, van die van autochtone Indianen tot die van allochtone Indiërs, wat het voor veel mensen extra aantrekkelijk schijnt te maken. Wie niet weet heeft echter geen voorkeur voor dit type denken, of voor welk type denken ook.

Je spreekt van verkeerde gedachten die men misschien best allemaal opzij zet. Wat is precies het verschil tussen verkeerde en goede gedachten? Volgens de spiritueel therapeute Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte. Volgens de non-dualist Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte. Zelf beschik ik niet over een betrouwbare maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen oordeel vellen.

Volgens jou kan je gedachten opzij zetten. Volgens Byron Katie kan je ze niet opzij zetten maar wel onderzoeken. Zelf heb ik inderdaad wel eens de indruk dat ik mijn gedachten opzij zet of onderzoek, maar of ik dat doe of dat het mij overkomt of beide of geen van beide, kan ik, alle intuïties dienaangaande ten spijt, niet objectief vaststellen. Bovendien zou die hele ervaring van opzij zetten of onderzoeken op haar beurt best wel eens een illusie kunnen zijn. Of is dat soms verkeerd gedacht?

Je zegt dat we niet moeten weglopen voor de Donkere Wolken van Angst, Eenzaamheid en Woede om niet terecht te komen in de afgrond van de Leugen en de Krankzinnigheid. Is weglopen niet een wezenlijk onderdeel van het leven? Zeker weten dat weglopen verkeerd is? Loop jij met je voornemen om niet weg te lopen niet weg voor het weglopen zelf?

Leidt weglopen werkelijk tot liegen en krankzinnigheid? Wou jij beweren dat blijven leidt tot waarheid en geestelijke gezondheid?

Zelf loop ik voortdurend weg voor van alles en nog wat dat mij kennelijk niet bevalt: gekrijs, uitlaatgassen, agressie, insecten, discussies, dikdoenerij, fanatisme, mensenmassa’s en talloze andere dingen, die niet alleen donkere wolken van angst, eenzaamheid en woede in mij oproepen maar ook donkere wolken van onverschilligheid, jaloezie, haat, minachting, walging en zo meer. Ik zou niet weten wat ik eraan zou kunnen doen, als ik er al iets aan zou willen doen.

Jij probeert de afgrond van de leugen en de krankzinnigheid te ontlopen, zeg je. Als je het onderzoekt zal je misschien net als ik ontdekken dat het, zeker op het vlak van de grote levensvragen, ondoenlijk is om leugen te onderscheiden van waarheid, illusie van werkelijkheid en krankzinnigheid van spiritualiteit. De afgrond van niet-weten is zo mogelijk nog dieper dan die van de leugen en de krankzinnigheid. Aan de andere kant, waarom zou je hem willen mijden?

Hoe weet je dat de hemel je beloning zal zijn? Heb je hem al gevonden of vertrouw je op andermans beloften of op je eigen voorgevoel? Is dat wel terecht?

Denk je dat ik met mijn niet weten al in de hemel ben of nog steeds in de hel? Hoe je antwoord ook luidt, zelf heb ik geen idee. Dat is vast niet jouw idee van de hemel?

Wat betreft de gedachte dat je alles hebt om tot weten te komen als je niets meer weet – ik vind hem prachtig. Zo spreekt de mysticus. Voor mij is niet-weten echter niet de opmaat tot iets hogers, maar de opmaat tot zichzelf. Ik weet alleen maar niet, dit ook niet.

Ik vrees dat ik je nu teleurgesteld heb, maar trek je van mij niets aan.

Gijsbrecht: Wat ik zelf pretendeer (en anderen adviseer), doe jij in het echt. Je hebt zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Nu ik nog.

Hans: Als je nou eens begint met het opzij zetten van de gedachte dat je al je gedachten opzij moet of kunt zetten?

Gijsbrecht: Daar heb je me alweer te pakken.

Tips: De illusie van de illusie, Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Doen of kennen?

Gooi maar in mijn pet

Beste Hans,

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels ben ik praktisch zover dat ik NIETS meer zeker weet. Ik geef me steeds meer over aan het eeuwige HIER EN NU!

Beste Becky,

Heb jij iets tegen weten?

Heb jij iets tegen het daar en toen?

Wat is er eeuwig aan het hier en nu?

Is overgeven beter dan beheersen?

Becky: Er is NIEMAND hier. Wie zou zich dan moeten overgeven? Niemand zijn, dat is pas overgave. Overgeven doe je niet, dat ONDERGA je. Wie ondergaat het? NIEMAND ondergaat het. We DOEN niet, we KENNEN. We leven niet, we WORDEN geleefd. Waardoor? Door BEWUSTZIJN. Door HET LEVEN. Door HET MYSTERIE. Dat is het enige wat ik zeker weet. Verder is er alleen maar NIET-WETEN.

Hans: Ik zou het echt niet weten.

Becky: Wat niet?

Hans:

IEMAND hier of NIEMAND hier? Gooi maar in mijn pet.

DOEN of KENNEN? Gooi maar in mijn pet.

LEVEN of GELEEFD WORDEN? Gooi maar in mijn pet.

WETEN of NIET-WETEN? Gooi maar in mijn pet.

HOED of PET? Muts.

p.s. Je exclameert dat het leven een mysterie is. Welk leven?

Becky: DIT leven. Het TIJDLOZE NU. Het BEWUSTZIJN zelf. Is het soms geen WONDER?

Hans: ALLEEN wanneer je dat weer EVEN denkt. TIJD voor een MYSTERECTOMIE?

Verder lezen: Wat is advaita?

Juiste denkbeelden bestaan niet (deze ook niet)

Lisan: Prachtig hè, dat niet-weten? Of zoals Nisargadatta Maharaj het zei:

Laat je onjuiste denkbeelden los, dat is genoeg. Het is niet nodig om juiste denkbeelden te ontwikkelen. Die bestaan helemaal niet.

(uit I am That, p360, geciteerd in Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg, Philip Renard 2005, pagina 7)

Voor mij is dat de essentie van niet-weten: Laat je onjuiste denkbeelden los.

Hans: Behalve deze zeker.

Lisan: Pardon? Welke zeker?

Hans: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten.

Lisan: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los moet laten, moet je ook los laten?

Hans: Om te beginnen.

Lisan: Wat dan nog meer?

Hans: Het denkbeeld dat je je onjuiste denkbeelden los kán laten. Het denkbeeld dat het goed is je onjuiste denkbeelden los te laten. Het denkbeeld dat het niet nodig is juiste denkbeelden te ontwikkelen. Maar ook het denkbeeld dat het mogelijk is het ontwikkelen van wat voor denkbeelden dan ook tegen te gaan, en ook het denkbeeld dat er geen juiste denkbeelden bestaan, om maar eens wat te noemen.

Twee maanden later

Hans: Prachtig hè, dat niet-weten?

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Zeker weten dat advaita niet het volgende verhaal is?

Verlaten is het juiste woord

Beste Hans,

In de leader van de film Alles over niets vergelijkt Paul Smit de voice-over in ons hoofd met de oude mopperpotten Statler en Waldorf van de Muppets, die vanaf hun balkon eindeloze verhalen vertellen over het leven, dat zich ondertussen niets van hun aantrekt en gewoon zijn eigen gang blijft gaan.

Want wij leiden niet ons leven, het leven leidt ons. Volgens Paul, die spreekt in de traditie van de advaita vedanta, hebben wij geen vrije wil, al proberen de stemmetjes in ons hoofd ons voortdurend wijs te maken van wel. Een intrigerende gedachte, vind je niet?

Beste Nuri,

Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van Statler en Waldorf is?

Nuri: Jan van Delden gebruikte jaren eerder al een soortgelijke metafoor. Hij had het over de loodsvisjes die doen alsof ze de haai leiden, terwijl ze in werkelijkheid alleen maar meezwemmen.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de loodsvisjes is?

Nuri: Jan van Delden heeft het ook vaak over de honderd acht Jantjes in ons hoofd. Volgens hem zijn het allemaal praatjesmakers en moeten we ze gewoon leren negeren.

Hans: Zeker weten dat dit niet het volgende verhaal van de Jantjes is?

Nuri: Eindelijk hoor ik wat je zegt.

Hans: Vraagt.

Nuri: Wou jij beweren dat wij toch een vrije wil hebben?

Hans: Ik kan wel zoveel zeggen. Maar of ik dat ook wil?

Nuri: Je wou toch niet beweren dat alle goeroes en roshi’s en meesters en leraren op hun beurt slechts manifestaties zijn van de Statlers en de Waldorfs en de loodsvisjes en de Jantjes?

Hans: Beweren laat ik aan anderen over.

Nuri: Op wie moet ik me dan verlaten?

Hans: Verlaten is het juiste woord.

Nuri: Op mijn innerlijke goeroe?

Hans: Die kan wel zoveel beweren.

Nuri: Volgens Jack Kornfield kunnen wij ons uitsluitend verlaten op de wijsheid van het hart.

Hans: Het hart kan wel zoveel beweren.

Nuri: Jack Kornfield is anders niet de eerste de beste.

Hans: Statler en Waldorf ook niet. Toch zijn het pratende poppen.

Nuri: Het zijn allemaal maar verhalen, wou je zeggen.

Hans: Dat het allemaal maar verhalen zijn ook.

Nuri: Dan zeg ik wel niks meer.

Hans: Vind jij dat we moeten zwijgen?

Tip: Grote Twijfel, Grote Verlichting