Brieven verlichting; de vrijheid voorbij

‘Zolang je denkt dat je de dingen kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn.’ De vrijheid voorbij; brieven over verlichting en niet-weten.

Dwaalgids > Verlichting > Brieven verlichting; de vrijheid voorbij

Zolang je de vrijheid zoekt, zul je nooit vrij zijn

Verder lezen: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien, 22 Metaforen voor verlichting, Grote Twijfel, Grote Verlichting, Hoera, verlicht?, Piekeren over piekervaringen

Zolang je de vrijheid zoekt, zul je nooit vrij zijn

En zolang je het zoeken mijdt evenmin

Beste Hans,

Adyashanti noemt verlichting ‘het geschenk van vrijheid aan de hele wereld’. Hij stelt:

‘Totdat de hele wereld vrij is om het met je eens of oneens te zijn, totdat je iedereen de vrijheid hebt geschonken je aardig of niet aardig te vinden, van je te houden of je te haten, de dingen te zien zoals zij zijn of ze anders te zien – totdat je de hele wereld zijn vrijheid hebt geschonken – zul je nooit vrij zijn.’

(geciteerd in Transmissie en Transcendentie, Nico Tydeman, 2013, p229)

Hans: Die Ad.

Lucas: Zijn naam is Adyashanti.

Hans: Als ik het citaat goed begrijp, staat het hem vrij om zichzelf te noemen zoals hij wil. Jou staat het vrij om hem te noemen zoals hij wil. En mij staat het vrij om hem te noemen zoals ik wil. Anders zullen we nooit vrij zijn.

Lucas: Wat vind jij van zijn zienswijze?

Hans: Het staat hem vrij om de dingen te zien zoals ze zijn of ze anders te zien.

Lucas: Je bent het dus met hem eens?

Hans: Ik ben het niet met hem eens of oneens.

Lucas: Waarom niet?

Hans: Totdat je jezelf de vrijheid hebt geschonken om niet de hele wereld de vrijheid te hoeven schenken om het met je eens of oneens te zijn et cetera, zul je nooit vrij zijn.

Lucas: Je hebt nog gelijk ook.

Hans: Dat had je gedacht.

Lucas: Hoezo?

Hans: Zolang je denkt dat het je vrij staat om jezelf de vrijheid te schenken, zul je nooit vrij zijn.

Lucas: Bedoel je dat het niemand vrij staat om zichzelf de vrijheid te schenken.

Hans: Zolang je dat denkt, zul je nooit vrij zijn.

Lucas: Zie jij de dingen zoals ze zijn of zie je ze anders?

Hans: Zolang je denkt dat je de dingen kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn. Zolang je denkt dat je de dingen niet kunt zien zoals ze zijn, zul je nooit vrij zijn.

Lucas: Wat is vrijheid voor jou?

Hans: Zolang je denkt in termen van vrijheid en onvrijheid zul je heen en weer slingeren tussen vrijheid en onvrijheid. Zolang je denkt in termen van kunnen en niet-kunnen zul je heen en weer slingeren tussen kunnen en niet-kunnen. Zolang je denkt in termen van eens en oneens, aardig en onaardig, houden van en haten, ik en de wereld, de dingen zoals we ze zien en de dingen zoals ze zijn, zul je heen en weer slingeren.

Lucas: Ben jij verlicht?

Hans: Zolang je denkt in termen van verlicht en onverlicht zul je heen en weer slingeren.

Lucas: Is Adyashanti volgens jou verlicht?

Hans: Idem dito.

Lucas: Niet-weten betekent niet meer in tegenstellingen denken?

Hans: Zolang je denkt in termen van weten en niet-weten of denken in tegenstellingen en denken zonder tegenstellingen, zul je heen en weer slingeren.

Lucas: In dat geval lijkt niet-denken mij de enige oplossing.

Hans: Zolang je denkt in termen van denken en niet-denken, problemen en oplossingen, zul je heen en weer slingeren.

Lucas: Ik durf zo langzamerhand niets meer te zeggen.

Hans: Zolang je denkt in termen van spreken en zwijgen…

Lucas: Is jouw denken helemaal tot stilstand gekomen?

Hans: Soms staat het stil – eventjes. Soms slingert het heen en weer – eventjes.

Lucas: Jij bent het denken niet voorbij?

Hans: Ik kan wel zoveel denken.

Lucas: Ben jij de vrijheid voorbij?

Hans: Ik ben het voorbij zijn voorbij. Jij?

Lucas: Is dat jouw keuze of overkomt het je?

Hans: Zeg, ik blijf niet aan de gang.

Lucas: Wat mag ik hieruit concluderen?

Hans: Vraag het dan maar aan Ad.

Lucas: Zijn naam is Adyashanti.

Hans: Mijn naam is Hansepansie.

Lees ook: Zoeken naar het einde van het zoeken

Onpeilbaar is de vrijheid van wie niet weet

Grof geschut

Beste Hans,

Hoe verhoudt de vrijheid van niet-weten zich tot de vrijheid van het zelf, geen-zelf, big mind, de non-dualiteit, de kenner, het ene, de leegte, nirwana, het nu, de waarheid, de werkelijkheid, niet-doen, niet-oordelen, zijn en noem maar op? Geen moeilijke antwoorden graag; het gaat me om je persoonlijke ondervinding.

Beste Vilmar,

Ik weet niet wat de woorden die je ophoest precies voor jou betekenen, dus schrijf ik mijn antwoord, of liever, mijn wedervraag, uit voor iedere term. Zie het maar als een schot hagel.

Groot is de vrijheid van wie het ego doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het zelf doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het zelf doorziet.
Groter is de vrijheid van wie geen-zelf doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie small mind doorziet.
Groter is de vrijheid van wie big mind doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de dualiteit doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de non-dualiteit doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het gekende doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de kenner doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het vele doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het ene doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de vorm doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de leegte doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie samsara doorziet.
Groter is de vrijheid van wie nirwana doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de tijd doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het nu doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de leugen doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de waarheid doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie de illusie doorziet.
Groter is de vrijheid van wie de werkelijkheid doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het doen doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het niet-doen doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het oordelen doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het niet-oordelen doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het worden doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het zijn doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Hoe groot is de vrijheid van wie niet weet?

Groot is de vrijheid van wie het weten doorziet.
Groter is de vrijheid van wie het niet-weten doorziet.
Groots is de vrijheid van wie het doorzien doorziet.
Maar wat heet eigenlijk vrijheid?

Ik hoop dat je deze tekst doorziet, en anders staat het je vrij om hem af te schieten.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Verlichting is vergeten wat je hebt geleerd

Dit ook

Beste Hans,

Volgens Socrates is leren niets anders dan terug in de herinnering brengen van wat je vergeten bent. Dit sluit aan bij de opvatting van diverse tradities over verlichting als iets wat vroeg in je leven toegedekt raakt en later met veel moeite weer ontsloten moet worden. Wat versta jij onder leren? Wat is verlichting volgens jou? Vrijheid? Wat is vrijheid?

Beste Xenia,

Volgens de overlevering was Socrates pedagoog, iets wat we van mij helaas niet kunnen zeggen. Daarom waag ik me liever niet aan een definitie van leren.

Xenia: Waag je dan maar aan een definitie van niet-weten.

Hans: Misschien zou je niet-weten kunnen definiëren als vergeten wat je hebt geleerd. Alleen heb ik nog nooit iemand gezien die moedwillig iets wist te vergeten, dus wat schiet je ermee op? Ikzelf ben ook niet tot niet-weten gekomen door te vergeten wat ik heb geleerd, en ook niet door mij iets in herinnering te brengen dat ik vergeten was.

Xenia: Als foetus wist je anders ook niks.

Hans: Ik wil best aannemen dat ik als foetus ook niks wist, al gold dat natuurlijk niet voor mijn lichaam, dat verdomd goed wist waar het mee bezig was, al zou het dat in geen drie komma vijf miljard jaar onder woorden kunnen brengen. Helaas kan ik mij volstrekt niets herinneren uit mijn foetustijd, zelfs niet dat er zo’n tijd is geweest, laat staan dat ik durf bevestigen dat mijn huidige niet-weten, zo daar inderdaad sprake van is, een terugkeer is naar die tijd, of naar een eerdere of latere tijd, of zelfs maar naar een tijdloos nu of toen of ooit of nooit.

Xenia: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Geen idee. Tenzij dat verlichting is. Wel wil ik toegeven dat niet-weten verlichting gééft. Of was het nou andersom? Doet er niet toe. Mij maakt het niks uit wat verlichting is, en óf het is, en ook niet wat Socrates vond of verloor of deed of liet, gesteld dat er zo iemand was of is, of wie dan ook, mezelf incluis. En anders maar wel.

Nou, als dat geen vrijheid is…

Lees ook: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Verlichting is helemaal het einde

Ik denk niet in dat soort termen. Doe ik het toch, dan dank ik ze onmiddellijk af.

Beste Hans,

Voor mij is verlichting eindeloze vrede. Voor jou lijkt het een eindeloze strijd.

Beste Nick,

Voor mij is verlichting een leeg woord. Om toch te kunnen reageren, doe ik daarom net alsof je hebt geschreven: ‘Voor mij is verlichting eindeloze vrede. Voor jou is niet-weten een eindeloze strijd.’ En dan schrijf ik terug:

Sparren – strijden met een knipoog – is een mooi spel dat ik graag speel. Ik zie niet wat daar mis mee is en ik verlang niet naar het einde ervan. Evengoed komt er steeds een einde aan. En dan begint het weer opnieuw.

Na strijd komt vrede, na vrede strijd. Soms hoop ik dat de strijd aanhoudt, soms snak ik naar vrede, soms hoop ik dat de vrede aanhoudt, soms snak ik naar strijd. Je ziet, er is niets eindeloos aan. Noch aan de feiten, noch aan mijn gevoelens daarover.

Dat mijn leven voor jou toch een eindeloze strijd lijkt komt waarschijnlijk doordat je mijn website aanziet voor mijn leven. Ik niet. Evenmin zie ik mijn website aan voor iets anders. Evenmin zie ik mijn leven aan voor iets anders. Evenmin zie ik mezelf als iemand. Evenmin zie ik mezelf als niemand. Laat staan dat ik mezelf zie als verlicht of onverlicht of beide of geen van beide.

Ik denk niet in dat soort termen. Doe ik het toch, dan dank ik ze onmiddellijk af. Hoe vaak ik ze ook aangereikt krijg, uit welke hoek ook. Maar om dat nou een eindeloze strijd te noemen?

Hoe je het ook noemt, sterkte met je eindeloze vrede.

Nick: Ik denk dat ik het wel begrijp. Wat zich ook voordoet, jij weet alleen maar niet.

Hans: Ik denk niet in dat soort termen. Doe ik het toch, dan dank ik ze onmiddellijk af.

Verlichting is je verstand op tilt

‘Niet-weten’ is, zoals iedere term, misleidend. Weten dat je niets weet behoort nog steeds tot het weten. Het blijft een reddingsboei en verzuipen doe je pas als ook je zogenaamde niet-weten aan zichzelf ten prooi valt. Als je zelfs niet meer weet van niet-weten. Als je zelfs niet meer gelooft in niet-geloven. Als je zelfs het weggooien hebt weggegooid. Als je zelfs het kwijtraken bent kwijtgeraakt.

Beste Hans,

Ooit heb ik mij overmoedig op Plato geworpen, de grootste, of in ieder geval meest bekende, westerse filosoof, in de hoop iets van het leven te begrijpen. Bij het lezen daarvan is mijn verstand helaas op tilt geslagen en heb ik ingezien dat ik niet verstandig genoeg was om dit alles te begrijpen. Erger nog, de eerlijkheid gebood me onder ogen te zien dat ik totaal niets weet en dat er verder ook niemand iets weet.

Dit inzicht van de beperktheid van mijn en het verstand leidde een lange, helse periode in van diepe angst, een besef van uiterste nietigheid en volslagen nutteloosheid. In die verstilde, ontsluierde geest echter kwamen na verloop van tijd inzichten aanwaaien die zo eenvoudig en mooi en goed zijn dat je onmiddellijk begrijpt wat er bedoeld wordt met ‘Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen’ (Mattheüs 5:3).

Ik weet dat je allergisch bent voor mooipraterij, Hans, maar het Eeuwige is voor mij geen kwestie meer van geloven. Mijn periode van geloven, niet geloven, weten en niet weten is reeds lang voorbij. Voor mij is alles ongelooflijk wonderlijk. Het leven is een mysterie en dat mysterie heet God.

Hartelijke groeten, Aldemar

Beste Aldemar,

Zelf heb ik de uitgang van Plato’s grot ook niet kunnen vinden en het schimmenspel op de muur bleek althans voor Hans van Dam geen schimmenspel op de muur te zijn – maar wat dan wel? Mijn verstand sloeg echter niet op tilt bij het lezen van Plato maar na een periode van intensief reflecteren waarin ik, buiten de literatuur om, voor mezelf probeerde te redden wat er te redden viel. Ik moest en zou iets vinden. Een waarheid, hoe minimaal ook. Als er geen reddingsboei te vinden was, dan maar een kurk. Als er geen kurk te vinden was, dan maar een luchtbel. Ik vond en verloor en vond en verloor.

En verloor.

Na mijn, wat zal ik zeggen, geestelijke bankroet, was ik een maand lang euforisch. Zo blij was ik, zo opgelucht en tegelijkertijd verbijsterd dat mijn doorbraak, mijn grootste triomf, want zo voelde het, nou net mijn afbraak, mijn grootste debacle moest wezen, want zo voelde het. Ik had ogen als kolen en kon bij iedere gedachte alleen nog maar stamelen: En dat ook niet! Meer woorden had ik niet nodig. Meer woorden had ik niet. Tot groot vermaak van mijn vrouw.

Daarna werd ik langzaam rustiger. Niet-weten verliet me niet meer, heeft me nooit meer verlaten (behalve in mijn dromen), maar mijn stemming sloeg langzamerhand om en toen een half jaar later de lente aanbrak, begon ik zomaar te huilen. Dag in, dag uit sprongen mij zonder aanwijsbare reden de tranen in de ogen. Ik was niet bang, zoals jij, en ook niet depressief. Ik voelde me niet uiterst nietig of volslagen nutteloos. Alleen maar stuurloos en verdrietig. Ik moest huilen en kwam er niet achter waardoor.

Om er een mooi verhaaltje van te maken zou ik achteraf kunnen zeggen dat ik rouwde om het verlies van (het heilige geloof in) mijn denkbeelden (zelfbeelden, mensbeelden, lichaamsbeelden, wereldbeelden, toekomstbeelden, herinneringsbeelden, voorbeelden, wensbeelden, ideaalbeelden, schrikbeelden, angstbeelden, godsbeelden, boeddhabeelden, doodsbeelden en noem maar op). De donkere ochtend van de ziel.* Maar ook dat is slechts een denkbeeld, dat ik destijds al niet kon bevestigen, laat staan nu, vijf jaar later. Liever kijk ik erop terug als een misschien begrijpelijke maar uiteindelijk onverklaard gebleven periode van droefenis, die de hele lente aanhield en pas in de loop van de zomer optrok.

‘Niet-weten’ is, zoals iedere term, misleidend. Weten dat je niets weet behoort nog steeds tot het weten. Het blijft een reddingsboei en verzuipen doe je pas als ook je zogenaamde niet-weten aan zichzelf ten prooi valt. Als je zelfs niet meer weet van niet-weten. Als je zelfs niet meer gelooft in niet-geloven. Als je zelfs het weggooien hebt weggegooid. Als je zelfs het kwijtraken bent kwijtgeraakt.

Is dat het einde van niet-weten en niet-geloven of integendeel het toppunt ervan? Ik zou het echt niet weten. Want niet-weten is natuurlijk helemaal niet afgelopen als het is afgelopen. Alleen staat het vanaf dat moment zelf evenzeer onder verdenking als alle andere gedachten. Waaronder de gedachte dat niet-weten vanaf dat moment zelf evenzeer onder verdenking staat als alle andere gedachten. Maar ook de gedachte dat ‘verder ook niemand iets weet’, zoals jij claimt. Zeker weten? Hoe stel je zoiets vast? Of de gedachte dat je ‘uiterst nietig en volslagen nutteloos’ bent. In vergelijking waarmee? Voor wie of wat?

Of de gedachte dat alles ‘ongelooflijk wonderlijk’ is. Want is ‘alles’ niet net zo vaak ongelooflijk gewoon? En is die ongelooflijke gewoonheid, en de transformatie van het ongelooflijk gewone in het ongelooflijk wonderlijke en terug, op haar beurt niet ongelooflijk wonderlijk of gewoon, net zo het komt? – of zijn dat en dit ook maar weer gedachten?

Om nog maar te zwijgen over de gedachte dat het leven een mysterie is dat God heet. Waar blijft dat ‘leven’, waar blijft dat ‘mysterie’, waar blijft die ‘God’, als de dragende gedachte, zoals alle gedachten, een paar seconden later gevlogen is? In het koninkrijk der hemelen, zul je zeggen. Of is dat ook maar een gedachte?

Het komt mij voor dat degene die de totale armoede van geest heeft gevonden, of liever, onophoudelijk ondervindt of herontdekt, zichzelf nooit als zalig zou omschrijven maar hooguit, en dan nog alleen met het pistool tegen het hoofd, als zalig noch onzalig. Noem dit desnoods projectie.

Zelf ben ik voor zover ik weet in ieder geval niet het eeuwige deelachtig, noch het koninkrijk, noch de hemel. Ik ben weliswaar bij vlagen vredig en gelukkig en incidenteel zelfs lyrisch, al dan niet inzake niet-weten, maar bij andere vlagen bijvoorbeeld boos, rusteloos, bang, gierig, agressief, lusteloos, verveeld, geïrriteerd of overprikkeld – vooral dit laatste.

Of moeten we uit de veelzijdigheid van mijn gevoelsleven opmaken dat ik nog altijd rijk van geest ben?

God mag het weten. Hartelijke grotten,

Hans

* Johannes van het Kruis spreekt over de donkere nacht van de ziel – een periode van niet-weten waar de mysticus doorheen moet voordat God zich op zijn eigen tijd in zijn ziel openbaart

Verder lezen: Brieven mystiek; de stilte voorbij

De schat van niet-weten is helemaal leeg

Ik heb er mijn leven voor gegeven, en ik geef het steeds opnieuw. Ieder moment van de dag.

Beste Hans,

Op je startpagina heb je het over ‘de schat van niet-weten’. Is niet-weten werkelijk een schat? Is het jouw grootste schat? Waarom kan ik het niet als schat herkennen?

Beste Carmen,

Een glimlach kun je van me krijgen. Een knipoog doe ik er gratis bij. Verder heb ik niets te zeggen. Niets om uit te leggen. Dát is mijn schat.

Carmen: Dat snap ik niet.

Hans: Ik heb geen schat. Niet dat ik weet. Ik ben geen schat. Niet dat ik weet. Ik hoef geen schat. Niet dat ik weet. Dát is mijn schat. Voor zover ik weet. De schat zonder schat. De schat van niet-weten.

Carmen: Bedoel je dat er geen schat is?

Hans: Dat weet ik niet. Ook dát is mijn schat.

Carmen: Dat er geen geheim is, bedoel ik, anders dan het leven zelf.

Hans: Geen idee. Ook dát blijft voor mij geheim.

Carmen: Is niet-weten je grote liefde?

Hans: Zeker. Maar niet mijn enige.

Carmen: Zou je er je leven voor geven?

Hans: Ik heb er mijn leven al voor gegeven, en ik geef het steeds opnieuw. Ieder moment van de dag.

Carmen: Ik bedoel, letterlijk.

Hans: Stel dat ik moest kiezen tussen de schat van niet-weten en de schat die Lucienne heet en waarmee ik getrouwd ben. Of tussen niet-weten en mijn tong, waarmee ik eet en drink en klets. Of tussen niet-weten en mijn huis, of mijn schoenen, of een goed gevulde supermarkt. Of tussen niet-weten en een goede stoelgang. Ik zou niet kunnen kiezen. Ik koos alles. Ik koos niet-weten én Lucienne én mijn tong én mijn huis én mijn schoenen én een goed gevulde supermarkt én een goede stoelgang.

Carmen: Met het mes op de keel?

Hans: Koos ik voor niet-kiezen.

Carmen: Je koninkrijk voor…

Hans: Niks. Ik stel mijn lege schat geheel gratis ter beschikking. Maar wie wil hem hebben? Jij?

Carmen: Mij te leeg.

Hans: Daar heb je het al. Dus waarom zou ik kiezen?

Verder lezen: 22 Metaforen voor verlichting

De smaak van niet-weten: bronwater voor de geest

Waarmee kun je de smaak van niet-weten vergelijken? Het is maar net aan wie je het vraagt, zei de mestkever tegen de oorwurm.

Beste Hans,

Nooit eerder heb ik iemand zo gemakkelijk paradoxen aan elkaar zien rijgen als jij. Maar je kunt van gewone stervelingen toch niet verwachten dat ze hun niet-weten op deze manier uitdrukken?

Beste Mimi,

Nee zeg, stel je voor. Maar waarom zou je je niet-weten ook willen uitdrukken? Dat heeft toch helemaal geen zin. Behalve voor gewone stervelingen als ik die toevallig niks beters te doen hebben.

Mimi: Wat is niet-weten in de praktijk?

Hans: In de praktijk betekent niet-weten gewoon je schouders ophalen over alle dwaze gedachten die de hele dag door je hoofd schieten. Waaronder deze. Dat is alles.

Mimi: Waarom dan dat gegoochel met paradoxen?

Hans: Paradoxen gebruik ik alleen maar om niets te zeggen zonder meteen in stilzwijgen te vervallen. Niets zeggen zonder meteen in stilzwijgen te vervallen doe ik alleen maar om mensen een voorproefje van de smaak van niet-weten te geven. Dat kan misschien ook op andere manieren (als het überhaupt al kan), maar dit is toevallig de mijne.

Mimi: Ik vind het eerlijk gezegd nogal intimiderend allemaal.

Hans: Laat je niet in de luren leggen. Weliswaar relativeert mijn denken zichzelf onophoudelijk, maar toch niet zo expliciet en gecontroleerd als mijn schrijfsels doen geloven. Dwaalteksten zijn bouwwerkjes die langzaam tot stand komen, waarbij ik de innerlijke tegenstrijdigheid van de tekst stap voor stap verhoog en verfijn. Niet-weten betekent alleen maar dat je het niet weet. De rest is show.

Mimi: Hoe verhoudt jouw denken zich tot je teksten?

Hans: Als suikerbieten tot kristalsuiker.

Mimi: Een hele geruststelling.

Hans: Zeker weten.

Mimi: Maar als je alleen maar een voorproefje van de smaak van niet-weten wilt geven, waarom schrijf je dan niet gewoon je gedachten uit zoals ze je invallen?

Hans: Waarom doe jij niet gewoon suikerbieten in je koffie?

Mimi: Ik hou niet van koude koffie.

Hans: Ik hou niet van troebele teksten.

Mimi: Waarmee kun je de smaak van niet-weten vergelijken?

Hans: Het is maar net aan wie je het vraagt, zei de mestkever tegen de oorwurm.

Mimi: Diksap? Likeur? Champagne?

Hans: Optimist.

Mimi: Gal? Azijn? Sambal?

Hans: Pessimist.

Mimi: Wat dan wel?

Hans: Water. Zuiver water. Kristalhelder bronwater.

Verlichting is oogverblindend

Niet-weten is leven op de tast

Beste Hans,

Begrijp ik het goed dat jij duisternis een betere metafoor vindt voor de wijsheid zonder wijsheid dan licht?

Beste Fabien,

Wijsheid zonder wijsheid is een metafoor.

Fabien: Dat daargelaten.

Hans: Tegen mensen die vol zijn van het licht spreek ik over duisternis. Tegen mensen die vol zijn van de duisternis spreek ik over licht. Tegen mensen die vol zijn van licht-en-duisternis spreek ik over licht-noch-duisternis. Tegen mensen die vol zijn van licht-noch-duisternis spreek ik over licht-en-duisternis.

Fabien: Maar nog liever spreek je over niet-weten.

Hans: Tegen mensen die vol zijn van weten spreek ik over niet-weten. Tegen mensen die vol zijn van niet-weten spreek ik over weten. Tegen mensen die vol zijn van weten-en-niet-weten spreek ik over weten-noch-niet-weten. Tegen mensen die vol zijn van weten-noch-niet-weten spreek ik over weten-en-niet-weten.

Fabien: Waarvoor is de wijsheid zonder wijsheid volgens jou een metafoor?

Hans: Vraag dat maar aan een wijze zonder wijsheid.

Fabien: Ik vraag het nu aan jou.

Hans: Voor een kip zonder kop, zou ik zeggen.

Fabien: Voor non-dualiteit, zou ik zeggen.

Hans: Tegen mensen die vol zijn van dualiteit spreek ik over non-dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van non-dualiteit spreek ik over dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van dualiteit-en-non-dualiteit spreek ik over dualiteit-noch-non-dualiteit. Tegen mensen die vol zijn van dualiteit-noch-non-dualiteit spreek ik over dualiteit-en-non-dualiteit.

Fabien: En tegen mensen die nergens vol of leeg van zijn?

Hans: Over het weer.

Balletjes opgooien om ze des te verder te kunnen wegslaan

De weg van niet-weten leidt weg van niet-weten

Beste Hans,

In vele dwaalteksten op NIET-WETEN.NL neem je uitdrukkelijk afstand van niet-weten: ‘Niet-weten en dat ook niet.’ ‘Zelfs niet van niets weten.’ ‘In niet-weten is geen niet-weten.’ Als dat inderdaad zo is, waarom blijf je het dan toch niet-weten noemen?

Beste Hendrikje,

Het gaat er niet om welk balletje je opgooit, het gaat erom dat je het wegslaat.

Hendrikje: Bijvoorbeeld?

Hans:

In verwondering is geen verwondering.
In de duisternis is geen duisternis.
In de grond is geen grond.
In de ongrond is geen ongrond.
In de stilte is geen stilte.
In het Niemendal is geen Niemendal.
In nirwana is geen nirwana.
In adualiteit is geen adualiteit.
In de leegte is geen leegte.
In onthechting is geen onthechting.
In neutraliteit is geen neutraliteit.
In het zelf is geen zelf.
In de geest is geen geest.
In de boeddha is geen boeddha.
In de dharma is geen dharma.
In god is geen god.
In zijn is geen zijn.
In essentie is geen essentie.
In vrijheid is geen vrijheid.

Hendrikje: Maar waarom noem je het dan wel niet-weten?

Hans: Het gaat er niet om welk balletje je opgooit, het gaat erom dat je het wegslaat.

Verlichting is niemand naar de mond praten, ook jezelf niet

Deze eikel probeert alleen maar (z)onder woorden te brengen wat hij graag eens bij anderen had gelezen sinds hij in die gedenkwaardige herfst van 2007 tijdens een hevige windstilte zomaar uit de boom viel.

Beste Hans,

Voor mij ben jij gewoon de zoveelste duisterling die het internet misbruikt om zichzelf verlicht te verklaren. Je website en je rubriek in het Boeddhistisch Dagblad zijn alleen maar billboards voor de persoon Hans van Dam.

Beste Hindrik,

Ik denk niet dat ik verlicht ben; ik denk ook niet van niet. Ik denk niet dat ik Hans van Dam ben; ik denk ook niet van niet. Naar mijn motieven wil ik niet eens meer raden. Bovendien zijn ze niet van mij. Deze gedachten ook niet. Andere gedachten ook niet.

Wat is jouw motief voor deze brief?

Hindrik: Wat is verlichting volgens jou?

Hans: Zo’n woord dat mensen ertoe verleidt zich obsessief bezig te houden met de vraag of het nou wel of niet van toepassing is op henzelf en op anderen.

Hindrik: Wie dat doet is niet verlicht, wou je zeggen.

Hans: En wie dát zegt?

Hindrik: Verlichting is niet jouw woord.

Hans: Woorden zijn niet mijn ding, maar wel mijn niet-ding. Ik spreek ze uit om de ruimte tussen de woorden zichtbaar te maken. Lukt het een beetje?

Hindrik: Wat betekent niet-weten voor jou?

Hans: Dat ik niemand meer naar de mond praat. Ook mezelf niet. Dat ik mij niets meer in de mond laat leggen. Ook niet door mezelf. Ook dit niet.

Hindrik: Hoe ben jij tot niet-weten gekomen?

Hans: Hoe het zo gekomen is weet ik niet. Van een navolgbaar pad was geen sprake; eerder van een brownse beweging.

Hindrik: Ben jij jaloers op jezelf?

Hans: Ik benijd mezelf er niet om en ik beklaag me er niet over. Evenmin benijd of beklaag ik anderen.

Hindrik: Zie jij jezelf als verlosser?

Hans: Ik denk niet dat mensen gevangen zitten en door mij bevrijd moeten of kunnen worden, of ik door hen; ik denk ook niet van niet.

Hindrik: Zie jij jezelf als hoeder van de waarheid?

Hans: Ik denk niet dat mensen een leugen leven en ik de waarheid of omgekeerd; ik denk ook niet van niet.

Hindrik: Kijk jij neer op de wetende medemens?

Hans: Ik sla mezelf niet hoger aan dan anderen of omgekeerd. Toch zou ik met niemand willen ruilen. Zeker niet met de ‘oude’ Hans. Snap jij het?

Hindrik: Als je je dwaalteksten niet gebruikt voor zelfpromotie en ook niet om anderen te verlossen of de waarheid te verspreiden, waar zijn ze dan goed voor?

Hans: Mijn website en mijn rubriek in het Boeddhistisch Dagblad zijn voor iedereen wat anders en je mag ervan denken wat je wilt of moet. Zelf zie ik ze bij voorkeur als een sprekend niet spreken of een zwijgend niet zwijgen dat uitdrukking geeft aan een wetend niet weten of een denkend niet denken. Maar daarom zijn ze dat nog niet.

Hindrik: Waarom vraag je geld voor de Linji-lu?

Hans: Je kunt de Linji-lu gratis lezen in de krant en op mijn website, als webpagina, pdf en epub. Wie liever een boek heeft, kan het aanschaffen tegen kostprijs.

Hindrik: Het blijft handel, al is het maar voor de uitgever.

Hans: En?

Hindrik: De Waarheid is van en voor iedereen.

Hans: Dat moet ik van je aannemen. Intussen verkoop ik niets wat ik niet gratis aanbied. Ik meet mij niets aan, ik stel geen voorbeeld, ik duid niet, ik adviseer niet, ik instrueer niet, ik waarschuw niet. Ik zoek niet naar aandacht, bewondering, bevestiging of erkenning. Ik ben niet geïnteresseerd in mijn gelijk of in jouw geluk. Ik ben er niet op uit ergens bij te horen of overal buiten te staan. Ik wil mij niet vestigen als verlosser, biechtvader, goeroe, vriend, mystagoog, therapeut, inspirator, auteur, spreker, praatpaal of hoeder van de Waarheid – niet dat ik weet.

Hindrik: Waar ben je dan op uit?

Hans: Deze eikel probeert alleen maar (z)onder woorden te brengen wat hij graag eens bij anderen had gelezen sinds hij in die gedenkwaardige herfst van 2007 tijdens een hevige windstilte zomaar uit de boom viel.

Hindrik: Uit de boom van de kennis.

Hans: Al heb ik nog al mijn kennis. Al noem ik het liever ‘kennis’. Al zeg ik liever ‘ik’.

Hindrik: Begrijp ik het goed dat jij net als ik niets ophebt met mensen die de waarheid verkopen?

Hans: Nee, dat begrijp je verkeerd. Ik heb niets tegen mensen die de waarheid verkopen.

Hindrik: Dan heb je vast wel iets tegen mensen die de waarheid kópen.

Hans: Ik heb ook niets tegen mensen die de waarheid kopen. Ik heb niets tegen mensen die zich iets aanmeten. Ik heb niets tegen mensen die een voorbeeld stellen. Ik heb niets tegen mensen die duiden, adviseren, instrueren of waarschuwen. Ik heb niets tegen mensen die naar aandacht, bewondering, bevestiging of erkenning zoeken. Ik heb niets tegen mensen die geïnteresseerd zijn in hun eigen gelijk of in andermans geluk. Ik heb niets tegen mensen die ergens bij willen horen of nergens bij willen horen. Ik heb niets tegen mensen die zich willen vestigen als verlosser, biechtvader, goeroe, vriend, mystagoog, therapeut, inspirator, spreker, praatpaal of hoeder van de Waarheid. Ik heb niets tegen mensen die wel iets tegen dit soort mensen hebben. Ik heb niets tegen mensen die iets tegen mensen hebben die iets tegen dit soort mensen hebben.

Hindrik: Wat niet is kan nog komen.

Hans: Mocht ik op een gegeven moment toch iets tegen dit soort mensen krijgen, of tegen mensen die, zoals ikzelf nu eventjes, onderscheid maken tussen soorten mensen, of tegen mensen die zich daartegen verzetten, of tegen mensen die zich daar weer tegen verzetten et cetera, dan heb ik daar niets op tegen. Op dit moment tenminste niet.

Hindrik: Dan weet ik het ook niet meer.

Hans: Dan weet ik het ook niet meer.

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

Verlichting is geen eeuwige rust, maar eeuwige beweging

Niet-weten is geen staat of toestand waarin ik verblijf, hooguit een dynamisch proces dat ik onderga. Geen eeuwige rust maar eeuwige beweging. Een spel zonder regels. Een dans zonder stijl. Een oefenwedstrijd – op leven en dood. Gevloek, geroep, gelach, wapengekletter.

Beste Hans,

Ik draag altijd een geplastificeerd kaartje met mijn favoriete spreuken bij me. Dit zijn ze:

  • Leef!
  • Ik ben het leven zelf
  • Het leven is er om geleefd, niet om begrepen te worden
  • Don’t know
  • Ik weet niets; maar dat weet ik wel verdomde zeker
  • Het is altijd nu
  • Ik ben jij
  • Alles is liefde
  • Alle tradities verwijzen naar hetzelfde
  • Ik bén
  • Ik ben het doek, niet de film
  • Ik mag er zijn
  • Ik hoef niet verlicht te worden, ik ben het al
  • Wees een licht voor jezelf
  • Lijden is een keuze
  • Het enige lijden is een niet onderzochte geest
  • Niemand kan mij kwetsen
  • Alle antwoorden zitten in mezelf
  • Vrijheid is leven in vriendelijkheid, áls vriendelijkheid

Ik heb ze allemaal al zo vaak gelezen dat ze bij iedere gepaste gelegenheid spontaan in me opkomen. En iedere keer voelt als thuiskomen. Wat zijn jouw favoriete uitspraken?

Beste Mirjam,

Ik heb geen favoriete uitspraken meer.

Mirjam: En niet-weten dan?

Hans: Wie niet weet heeft geen favoriete uitspraken meer. Geen instant wijsheden meer. Geen stokpaardjes meer. Geen motto’s meer. Dus ook niet het motto ‘geen stokpaardjes meer’, ik zeg maar wat.

Mirjam: Niet-weten is toch jouw stokpaardje?

Hans: Niet-weten is het einde van alle stokpaardjes, inclusief niet-weten.

Mirjam: Dat klinkt anders heel stellig.

Hans: Dat lijkt maar zo. Niet-weten is altijd ont-stellend.

Mirjam: Jij stelt niets meer, zogezegd.

Hans: Niet-weten kwam in mijn leven, of zeg maar gerust, nam mijn bestaan over, op mijn negenenveertigste verjaardag. Precies op dat moment kwam er een einde aan alle inhoudelijke stelligheid. Daarvoor in de plaats kwam de lege stelligheid van de lege stelling – de enige stelling van de lege leer. Bij wijze van zwijgen.

Mirjam: Sindsdien verblijf jij in niet-weten.

Hans: Niet-weten is geen staat of toestand waarin ik verblijf, hooguit een dynamisch proces dat ik onderga. Geen eeuwige rust maar eeuwige beweging. Een spel zonder regels. Een dans zonder stijl. Een oefenwedstrijd – op leven en dood. Gevloek, geroep, gelach, wapengekletter.

Mirjam: Wie strijdt er tegen wie?

Hans: Gedachten belagen me en ik sla ze van me af. Meteen en zonder pardon. Pats boem. Geen gedoogbeleid in de bovenkamer van Van Dam. Zero tolerance. Weg ook met deze gedachten.

Mirjam: Is dat niet wat overdreven?

Hans: Je zegt het maar. Voor mij is het een gegeven. Een ander gegeven is dat de meeste mensen zich heel ongemakkelijk voelen in mijn aanwezigheid. ‘Zeg me wat je denkt en ik zeg je wie je bent’ – dat werkt niet bij mij.

Mirjam: Jij hebt geen troetelgedachten.

Hans: Deze ook niet. Ik ben ook niet tegen troetelgedachten. Dat zou opnieuw een troetelgedachte zijn.

Mirjam: Wat maakt dat jou?

Hans: Weet ik dat.

Mirjam: Waarmee kun je jouw geest vergelijken?

Hans: Ik ga er niet vanuit dat ik een geest heb. Of een ziel of een hart of een intuïtie of een wezen of een zelf of een boeddhanatuur. Ik ga er niet vanuit dat er zoiets is. Ook niet dat er niet zoiets is.

Mirjam: Gesteld dat je een geest hebt.

Hans: Een spons dan maar. Hij zuigt zich in een mum van tijd vol. De ontdekking van niet-weten is dat je de spons van je geest ook uit kunt knijpen. Dan is hij in een mum van tijd leeg. Zo gewonnen, zo geronnen.

Mirjam: Nog een beeldspraak: bij jou krijg je geen voet tussen de deur.

Hans: Dat komt, ik heb geen deur. Geen vertrek om af te sluiten. Geen vertrekpunt om vanuit te gaan of naar terug te keren.

Mirjam: Staat er iets op mijn favorietenlijstje dat jou aanspreekt, al is het maar een klein beetje?

Hans: Het is in overeenstemming met het karakter van het niet-weten dat in mij tiert, of woekert, dat ik niet meer kan genieten van overgeleverde of hedendaagse wijsheid. Instructies en inzichten als ‘Leef!’, ‘Ik ben het leven zelf’ en ‘Lijden is een keuze’ zijn aan mij niet besteed. Ik beleef er geen seconde plezier aan.

Mirjam: In mijn ogen een betreurenswaardig onvermogen.

Hans: En zonder ogen?

Mirjam: Je weet niet wat je mist.

Hans: Ik weet precies wat ik mis. Ik was zelf ook een verzamelaar van mooie gedachten. Gelukkig kan ik er nog steeds van genieten – maar nu van het weggooien. Van het weerspreken, ondermijnen en aan de kaak stellen van gedachten, begrippen en aannames. Vooral die van mezelf. Van ‘mezelf’. Zowel live, wanneer ‘het leven’ dat van mij vraagt, laten we zeggen bij ruzie, tegenslag, ziekte of dood, als ritueel, door mijn eigen teksten op te zeggen, terug te lezen of nog maar eens te herschrijven.

Mirjam: Word jij niet moe van al dat niet-weten?

Hans: Ik heb er geen omkijken naar.

Mirjam: Zou je ermee kunnen ophouden?

Hans: Daar is geen beginnen aan. Bovendien ben ik niet begonnen. Voor mij is niet-weten moeilijker om te laten dan voor jou om te doen. En zeg nou zelf, niet-weten is toch geen doen?

Mirjam: Zeker weten.

Hans: Al lees je de spreuk Don’t know van wijlen Seung Sahn Soen Sa Nim duizend keer per dag.

Mirjam: Fake it till you make it.

Hans: Die staat niet op je lijstje.

Mirjam: Ik doe al niet anders.

Hans: Hoop doet streven.

Mirjam: Ik had me meer van niet-weten voorgesteld.

Hans: Niet-weten is onvoorstelbaar. Het stelt niks voor. Nooit.

Mirjam: En dat wou jij verlichting noemen?

Hans: Mij niet gezien.

Mirjam: En dat wou jij niet-weten noemen?

Hans: Ik kijk wel linker uit.

Mirjam: En dan gooi je het nog weg ook.

Hans: Mijn denken is zelfreinigend geworden. Het ruimt zijn eigen rotzooi op. Ook deze rotzooi. Dat is alles. Waarom niet? Het heeft verder toch niks meer te doen. Jij?

Mirjam: En ik maar denken dat het stil was in jou.

Hans: En jij maar denken.

Mirjam: Dat jij van binnen een soort kerk was.

Hans: Eerder een vrolijke keuken.*


* Vrolijke keuken: Oudhollandse kermisattractie waar je tegen vergoeding aardewerk en serviesgoed mag stukgooien. Het leukst vind ik de wijsheidstegeltjes.