Verlichting als catch 22 | 22 metaforen voor verlichting

dwaalgids > verlichting

Eenentwintig metaforen voor spirituele verlichting. Maak je keus en betaal de prijs. En anders is daar altijd de tweeëntwintigste…

Een eerdere versie van deze pagina is als serie gepubliceerd als ‘Catch 22’.

Catch 22

Eenentwintig metaforen voor spirituele verlichting. Wat ook maar een metafoor is. Maar waarvoor?

Hieronder eenentwintig metaforen voor spirituele verlichting. Er zit er vast wel een voor je bij. Maak je keus en betaal de prijs.

En anders is daar altijd de tweeëntwintigste. Die hoef je niet te kiezen. En wat de prijs betreft: van een kale kip kun je niet plukken. Kakelde de kip zonder kop.

Toi toi tok!

catch: addertje onder het gras, val, instinker
catch 22: vicieuze cirkel, paradox

Proloog

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Zwart vlak ter illustratie van het idee van geen idee
Geen idee

1. Een plaats

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een plaats?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Het hiernamaals, de hemel, het rijk, het koninkrijk der hemelen; het paradijs, de hof van eden, shambala, shangri-la, nirwana, dar as-salaam, atlantis, arcadia, elysium, eldorado, erewhon, utopia, walhalla, hier, thuis, je innerlijke diepte, je diepste kern, gene zijde, een hogere dimensie?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is uw plaats?

Meester: Ik ben helemaal van de kaart.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Ik ben helemaal van de kaart

2. Een tijd

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een tijd?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Nu, het hiernumaals, het heden, het eeuwige heden, de eeuwigheid, dit ogenblik, ongeborenheid, onvergankelijkheid, onveranderlijkheid?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Bent u voorgoed in het nu?

Meester: Ook die tijd is voorbij.

Leerling: Maar wel voorgoed?

Meester: Voorgoed moet nog komen.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Voorgoed moet nog komen

3. Een weg

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een weg?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: De negatieve weg1, de positieve weg2, de weg van het hoofd3, de weg van het hart4, het kleine voertuig5, het grote voertuig6, zelfonderzoek, het werk, autolyse, ascese, caritas, devotie, gebed, meditatie, contemplatie, advaita, tantra, dao, yoga, zen?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat was uw weg?

Meester: Ik ben gewoon verdwaald.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

  1. via negativa
  2. via positiva
  3. jnana yoga
  4. bhakti yoga
  5. hinayana
  6. mahayana

4. Een (on)grond

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een laatste grond? Grondeloosheid?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Bewustzijn, gewaarzijn, kennendheid, stilte, leegte, ruimte, niet-iets, niets, niet-zijn, ledigheid, vol-ledigheid, inessentie, sunyata, geen-geest, geen-zelf, anatman?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Hebt u een laatste grond gevonden?

Meester: Die heb ik afgegraven.

Leerling: Hebt u de ongrond gerealiseerd?

Meester: Die heb ik dichtgegooid.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

5. Een gemoedstoestand

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een gemoedstoestand?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Liefde, mededogen, gelukzaligheid, innerlijke vrede, onverstoorbaarheid, onbewogenheid, gelijkmoedigheid, gemoedsrust, berusting, aanvaarding, gelatenheid, lankmoedigheid, lijdzaamheid, overgave, apathie, ataraxie, contenance, flegma, indifferentie, laconisme, resignatie, sereniteit?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is uw gemoedstoestand?

Meester: Voor mij geen toestanden meer.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

6. Een staat

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een staat?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Autonomie, autarkie, onafhankelijkheid, ongebondenheid, ongenaakbaarheid, soevereiniteit, in je kracht staan, vrijheid, zelfgenoegzaamheid, zelfstandigheid?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is uw staat?

Meester: Ik ben in alle staten.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Ik ben in alle staten

7. Een transformatie

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een transformatie?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Bewustwording, ontwaken, realisatie, transcendentie, zelfverwerkelijking?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Waarin bent u getransformeerd?

Meester: Ik zeg niks.

Leerling: Omdat het niks voorstelt?

Meester: Om misverstanden te voorkomen.

Leerling: Wat voor misverstanden?

Meester: Dat verlichting iets is. Dat het niets is. Dat je verlicht kunt worden. Dat je het al bent. Dat je bent. Dat je niet bent. Dat er iets te transformeren valt. Dat er niets te transformeren valt.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

8. Een ervaring

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een ervaring?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Euforie, exaltatie, extase, heelheidsbeleving, geestesvervoering, trance, zielsverrukking, kensho, satori, ananda, jhana, moksha, samadhi?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is uw ervaring?

Meester: Dat ervaringen zo voorbij zijn.

Leerling: En dan?

Meester: Sta je weer met lege handen.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

9. Een filosofie

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een filosofie?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Monisme, holisme, non-dualisme, spiritualisme, solipsisme; subjectivisme, scepticisme, pyrronisme, nominalisme, relativisme, situationisme, pluralisme, postmodernisme, poststructuralisme, deconstructivisme; cynisme, laxisme, existentialisme, fatalisme, hedonisme, irrationalisme, nihilisme, obscurantisme, stoïcisme; agnosticisme, atheïsme, amoralisme, anarchisme, absurdisme, dadaïsme, surrealisme, iconoclasme?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Hoe heet uw filosofie?

Meester: Tja.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

10. Een levenshouding

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een levenshouding?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Openheid, onbevangenheid, neutraliteit, onpartijdigheid, indifferentie, agnose, keuzeloos gewaarzijn, niet-oordelen?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Hoe stelt u zich op?

Meester: Ik weet me geen houding meer te geven.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Rood fantasiefiguur opgebouwd uit kleine figuurtjes en sierlijke lijnen
Ik weet me geen houding meer te geven

11. Loslaten

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Loslaten?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Meegaan, ondergaan, meegeven, overgeven, overlaten, toelaten, meedrijven, meewaaien, niet doen, wu wei?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Hebt u alles losgelaten?

Meester: Zelfs het loslaten.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

12. Spontaniteit

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Spontaniteit?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Directheid, natuurlijkheid, authenticiteit, echtheid, eenvoud, eerlijkheid?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Spontaniteit is niet uw ding?

Meester: Alleen als het vanzelf komt.

Leerling: En als het niet vanzelf komt?

Meester: Ben ik spontaan gemáákt.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

13. Mindfulness

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Mindfulness?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Aandachtigheid, aanwezigheid, alertheid, oplettendheid, opmerkzaamheid, waakzaamheid, wakkerheid?

Meester: ’t Idee.

Leerling: U bent niet steeds mindful?

Meester: Ik kijk wel linker uit.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

U bent niet steeds mindful?

14. Een hogere identiteit

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een hogere identiteit?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Je oorspronkelijke gezicht, je ware aard, je diepste wezen, je hoogste zelf, je essentie, je boeddhanatuur?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is uw oorspronkelijke gezicht?

Meester: Geen gezicht.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Wat is mijn ware gezicht?

15 Een hogere werkelijkheid

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een hogere werkelijkheid?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Het hier-en-nu, dit, het ik-ben, het zijn zelf, het hoogste, het overstijgende, het absolute, het alomvattende, het tijdloze, het oneindige?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is uw werkelijkheid?

Meester: Niet weten wat echt is?

Leerling: Echt?

Meester: Zegt me niks.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Een hogere werkelijkheid

16. Een orgaan

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een orgaan?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Het derde oog, het wijsheidsoog, het hart, de hara, de onderbuik, de hoofdchakra?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Hoe is het met uw derde oog gesteld?

Meester: Dat heb ik uitgestoken.

Leerling: En nu?

Meester: Ben ik ziende blind.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

17. Een bevrijdend inzicht

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een bevrijdend inzicht?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: De wijsheid zonder wijsheid, de wijsheid voorbij alle wijsheid, een weten zonder woorden, de kennis zonder leraar, de dharma, prajnaparamita, helderheid, niet-weten?

Meester: ’t Idee.

Leerling: U bent niet tot helderheid gekomen?

Meester: Ik ben finaal de mist ingegaan.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

18. Verwondering

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Verwondering?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Een geestesgesteldheid waarin je het leven ervaart als geheimzinnig, mysterieus, numineus, onbegrijpelijk, ondenkbaar, onkenbaar, onvoorstelbaar, onzegbaar, raadselachtig, vervreemdend, verbijsterend?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Wat is volgens u het geheim van het leven?

Meester: Van het wat?

Leerling: Doe niet zo flauw.

Meester: Wie?

Leerling: Toe nou.

Meester: Niet weten of er een geheim is?

Leerling: Dat kun je toch geen geheim noemen?

Meester: Daarom mag je het gerust weten.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

19. Mystieke eenwording

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Mystieke eenwording?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Versmelting, collectus, henosis, de unio mystica, unitus, godgelijkheid?

Meester: ’t Idee.

Leerling: U bent niet één geworden?

Meester: Ik ben het tellen verleerd.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Mystieke eenwording

20. Een geest

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een geest?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: De gewone geest1, de natuurlijke geest2, de oorspronkelijke geest3, de fundamentele geest4, de lege geest5, de weetnietgeest6, de algeest7, de grote geest8, geen-geest9?

Meester: ’t Idee.

Leerling: U bent meer een vrijgeest.

Meester: Ik ben meer een ghost buster.

Leerling: Een jagersgeest? Een killer mind?

Meester: Pang.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.


  1. ordinary mind
  2. natural mind
  3. original mind
  4. fundamental mind
  5. empty mind
  6. don’t-know mind
  7. one mind
  8. big mind
  9. no mind

21. Een einde

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Een einde?

Meester: Hoe bedoel je?

Leerling: Nietiging, ontwording, zelfvergetelheid, de grote dood, het einde der tijden, de apocalyps, het eschaton?

Meester: ’t Idee.

Leerling: Uw wereld is niet verloren gegaan?

Meester: Ook dat is voorbij.

Leerling: Uw tijd is niet tot stilstand gekomen?

Meester: Ook voorbij.

Leerling: En uw eigen einde?

Meester: Voorbij.

Leerling: En het voorbij zijn?

Meester: Allemaal voorbij.

Leerling: Wat moet ik me dan voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Epiloog

Leerling: Wat moet ik me voorstellen bij verlichting?

Meester: Geen idee.

Leerling: Is dat wat ik me erbij moet voorstellen of weet u het niet?

Meester: Zo kun je het ook zeggen.

Leerling: Wat als ik me er niks meer bij voorstel?

Meester: Geen idee.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Dan weet ik het ook niet meer.

Zwart vlak ter illustratie van het idee van geen idee
Geen idee