De grijpgeest en de weetnietgeest

dwaalgids > weetnietkunde

De grijpgeest legt zich vast. Zijn denken is verwrongen. De weetnietgeest loopt los. Zijn gang is ongedwongen. Hij is de dans ontsprongen.

Dansend figuur dat zelf uit kleine figuurtjes bestaat
Hij is de dans ontsprongen

De grijpgeest

Wat is de weetnietgeest? Het tegenovergestelde van de grijpgeest.

De grijpgeest wil vaste grond onder zijn voeten. Hij vereert denk-beelden, hoe massiever hoe beter.

De grijpgeest hunkert zijn leven lang naar een canon van onbetwijfelbare kennis, naar een eenduidige, universele, algemeen geaccepteerde leer of religie die alles verklaart en waar iedereen naar leeft.

De grijpgeest voelt zich alleen thuis in een eenduidige, overzichtelijke wereld waarin alles in een hokje past en overeenkomstig gelabeld en afgehandeld kan worden.

Een grijpgeest is een hokjesgeest. Ook ‘grijpgeest’ is zo’n hokje, evenals ‘de weetnietgeest’.

De weetnietgeest

De weetnietgeest is een geest zonder fundament. Een geest zonder denk-beelden. Een geest zonder canon. Een geest zonder leer. Een geest zonder hokjes, hekjes of haakjes. Een geest die alles loslaat, zelfs het loslaten.

De weetnietgeest is een geest zonder vaste standpunten of overtuigingen, zonder onveranderlijke regels of motto’s. Een geest die zich niet ingraaft maar uitgraaft.

De weetnietgeest is een geest die zich voortdurend leegdenkt, een zelfledigende geest, een lege geest, een gat van een geest, zwarter dan het zwartste gat, maar zo licht als een veer, lichter dan de lichtste leer.

De weetnietgeest is een lichtvoetige geest die uitstapt en wegdanst als een bokser in de ring, als een aikidoki in de dojo. Een wendbare geest die tussen alle mentale klippen door laveert, zowel concrete als abstracte, zowel praktische als leerstellige. Een geest die sneller schiet dan zijn schaduw. Een geest die dansend de dans ontspringt.

De weetnietgeest is een geest in agnose. Zo’n geest laat zich niet vangen in een woord als ‘agnose’ of ‘weetnietgeest’ of in wat voor geest of woord ook. Hij laat zich niet vangen in een zin als deze, niet in een tekst als deze, niet in een pagina als deze en niet in een site als deze.

In de weetnietgeest is geen weten en geen niet-weten. Er is geen grijpgeest en geen weetnietgeest. Daarom heet hij de weetnietgeest.

De weetnietgeest stinkt er niet meer in, jij?

Van schijnproblemen, schijnvragen en schijndilemma’s

Om een indruk te kunnen geven van het soort dilemma’s waar de weetnietgeest nooit in gevangen raakt, heb ik De dans ontsprongen geschreven: tegelijk een meditatie, een dankgebed en een resumé van het agnostische denken op spiritueel, religieus en filosofisch vlak.

Ben je iemand of ben je niemand? Ben je het ego of ben je het zelf? Ben je de kenner of ben je het gekende? Ben je de doener of ben je de getuige? Wat is je masker en wat is je ware gezicht? Wie ben je nou echt?

Heb je een vrije wil of niet? Is alles geest of is alles stof? Zien wij wat is of scheppen wij wat we zien? Hebben wij wel of hebben wij geen ziel? Is alles één, geen, twee, niet-twee, drie, vier of veel?

Is alles liefde of is alles haat? Heeft het leven zin of moet je er zelf zin aan geven? Bestaat god of bestaat hij niet? Ben jij god of ben je in god of is god in jou?

Wat is goed, wat is kwaad? Kunnen wij iets weten of kunnen wij niets weten? Is alles illusie of werkelijkheid? Is de werkelijkheid duaal of non-duaal? Moeten wij vasthouden of loslaten, hechten of onthechten, streven of overgeven?

Christendom of jodendom? Rechtzinnig of vrijzinnig? Hindoeïsme of boeddhisme? Veda of vedanta? Dvaita of advaita? Tantra of ascese? Hemel of hel? Nirwana of samsara? Vorm of leegte? Het absolute of het relatieve of het absolute in het relatieve of het relatieve in het absolute?

Mediteren of contempleren? Engageren of terugtrekken? Weten of niet-weten? Alles of niets? Zwart of wit? Man of vrouw? Homo of hetero? Hullie of zullie? Jij of ik? Welles of nietes?

De weetnietgeest stinkt er niet meer in.

Jij?

Blauw vierkant gevuld met zwervelingen, met uitgespaarde meeuw
Een geest die zich voortdurend leegdenkt

De dans ontsprongen

Een eerdere versie van deze tekst is gepubliceerd.

Meditatie en dankgebed in vier stemmingen

1. Langzaam en gevoelvol (adagio)

Ego of zelf?

Niet het ego, niet het zelf
Niet het ego én het zelf
Niet het ego noch het zelf
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Stof of geest?

Niet de stof, niet de geest
Niet de stof én de geest
Niet de stof noch de geest
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De weg of het doel?

Niet de weg, niet het doel
Niet de weg én het doel
Niet de weg noch het doel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De film of het doek?

Niet de film, niet het doek
Niet de film én het doek
Niet de film noch het doek
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het vele of het ene?

Niet het vele, niet het ene
Niet het vele én het ene
Niet het vele noch het ene
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Hel of hemel?

Niet de hel, niet de hemel
Niet de hel én de hemel
Niet de hel noch de hemel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Haat of liefde?

Niet de haat, niet de liefde
Niet de haat én de liefde
Niet de haat noch de liefde
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De tijd of het heden?

Niet de tijd, niet het heden
Niet de tijd én het heden
Niet de tijd noch het heden
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De storm of de stilte?

Niet de storm, niet de stilte
Niet de storm én de stilte
Niet de storm noch de stilte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De vorm of de leegte?

Niet de vorm, niet de leegte
Niet de vorm én de leegte
Niet de vorm noch de leegte
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het valse of het ware?

Niet het valse, niet het ware
Niet het valse én het ware
Niet het valse noch het ware
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het hoofd of het hart?

Niet het hoofd, niet het hart
Niet het hoofd én het hart
Niet het hoofd noch het hart
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Doen of laten?

Niet het doen, niet het laten
Niet het doen én het laten
Niet het doen noch het laten
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De stroom of de bron?

Niet de stroom, niet de bron
Niet de stroom én de bron
Niet de stroom noch de bron
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De vinger of de maan

Niet de vinger, niet de maan
Niet de vinger én de maan
Niet de vinger noch de maan
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het deel of het geheel?

Niet het deel, niet het geheel
Niet het deel én het geheel
Niet het deel noch het geheel
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Worden of zijn?

Niet het worden, niet het zijn
Niet het worden én het zijn
Niet het worden noch het zijn
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het kleine of het grote?

Niet het kleine, niet het grote
Niet het kleine én het grote
Niet het kleine noch het grote
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het kwade of het goede?

Niet het kwade, niet het goede
Niet het kwade én het goede
Niet het kwade noch het goede
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Object of subject?

Niet het object, niet het subject
Niet het object én het subject
Niet het object noch het subject
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De duisternis of het licht?

Niet de duisternis, niet het licht
Niet de duisternis én het licht
Niet de duisternis noch het licht
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het westen of het oosten?

Niet het westen, niet het oosten
Niet het westen én het oosten
Niet het westen noch het oosten
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

De leerling of de meester?

Niet de leerling, niet de meester
Niet de leerling én de meester
Niet de leerling noch de meester
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Leugen of waarheid?

Niet de leugen, niet de waarheid
Niet de leugen én de waarheid
Niet de leugen noch de waarheid
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het gekende of de kenner?

Niet het gekende, niet de kenner
Niet het gekende én de kenner
Niet het gekende noch de kenner
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het duale of het non-duale?

Niet het duale, niet het non-duale
Niet het duale én het non-duale
Niet het duale noch het non-duale
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Weten of niet-weten?

Niet het weten, niet het niet-weten
Niet het weten én het niet-weten
Niet het weten noch het niet-weten
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het tijdelijke of het eeuwige?

Niet het tijdelijke, niet het eeuwige
Niet het tijdelijke én het eeuwige
Niet het tijdelijke noch het eeuwige
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het relatieve of het absolute?

Niet het relatieve, niet het absolute
Niet het relatieve én het absolute
Niet het relatieve noch het absolute
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Illusie of werkelijkheid?

Niet de illusie, niet de werkelijkheid
Niet de illusie én de werkelijkheid
Niet de illusie noch de werkelijkheid
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het zegbare of het onzegbare?

Niet het zegbare, niet het onzegbare
Niet het zegbare én het onzegbare
Niet het zegbare noch het onzegbare
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Vasthouden of loslaten?

Niet het vasthouden, niet het loslaten
Niet het vasthouden én het loslaten
Niet het vasthouden noch het loslaten
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Bijkomstigheid of essentie?

Niet de bijkomstigheid, niet de essentie
Niet de bijkomstigheid én de essentie
Niet de bijkomstigheid noch de essentie
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het afgeleide of het oorspronkelijke?

Niet het afgeleide, niet het oorspronkelijke
Niet het afgeleide én het oorspronkelijke
Niet het afgeleide noch het oorspronkelijke
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

Het immanente of het transcendente?

Niet het immanente, niet het transcendente
Niet het immanente én het transcendente
Niet het immanente noch het transcendente
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets
Maar de dans ontsprongen

2. Vlug en beweeglijk (agile)

Niet het ego, niet het zelf
Niet de stof, niet de geest
Niet de weg, niet het doel
Niet de film, niet het doek
Niet het vele, niet het ene
Niet de hel, niet de hemel
Niet de haat, niet de liefde
Niet de tijd, niet het heden
Niet de storm, niet de stilte
Niet de vorm, niet de leegte
Niet het valse, niet het ware
Niet het hoofd, niet het hart
Niet het doen, niet het laten
Niet de stroom, niet de bron
Niet de vinger, niet de maan
Niet het deel, niet het geheel
Niet het worden, niet het zijn
Niet het kleine, niet het grote
Niet het kwade, niet het goede
Niet het object, niet het subject
Niet de duisternis, niet het licht
Niet het westen, niet het oosten
Niet de leerling, niet de meester
Niet de leugen, niet de waarheid
Niet het gekende, niet de kenner
Niet het duale, niet het non-duale
Niet het weten, niet het niet-weten
Niet het tijdelijke, niet het eeuwige
Niet het relatieve, niet het absolute
Niet de illusie, niet de werkelijkheid
Niet het zegbare, niet het onzegbare
Niet het vasthouden, niet het loslaten
Niet de bijkomstigheid, niet de essentie
Niet het afgeleide, niet het oorspronkelijke
Niet het immanente, niet het transcendente
Maar de dans ontsprongen!

3. Hartstochtelijk (apassionato)

Niet de dans ontsprongen!
Maar de dans ontspringen!
En de dans ontspringen!
En de dans ontspringen!
En de dans ontspringen!

4. Ingehouden (sotto voce)

Niet de dans, niet het ontspringen
Niet de dans én het ontspringen
Niet de dans noch het ontspringen
Niet iets hogers, niet iets diepers
Niet iets anders, niet het niets…

Blauw fantasie-figuur die bijna omvalt en zelf bestaat uit figuurtjes en losse draadjes
De weetnietgeest stinkt er niet meer in. Jij?

Tetralemma’s zijn poëzie voor de weetnietgeest

De strofen van De dans ontsprongen danken hun vorm aan het Indiase tetralemma, dat met betrekking tot een gegeven dualisme, laten we zeggen stof versus geest, vier leerstellingen opsomt die elkaar wederzijds uitsluiten:

  1. Alles is louter stof
  2. Alles is louter geest
  3. Alles is zowel stof als geest
  4. Alles is noch stof noch geest

In het algemeen:

    1. A en niet B
  1. B en niet A
  2. A en B
  3. niet A en niet B

De systematische ontkenning van de vier leden van het tetralemma is karakteristiek voor de Indiase via negativa of negatieve weg.

Onder de negatieve weg verstaan mystici een benadering van het onzegbare of het absolute door middel van een een reeks ontkenningen, al dan niet tetralemma’s.

Zoals wel blijkt uit De dans ontsprongen is het procedé van de viervoudige ontkenning (voor deze gelegenheid uitgebreid tot een achtvoudige ontkenning) ook geschikt om een radicaal niet-weten mee uit te drukken, en op die manier een idee te geven, hoe gestileerd ook, van het dwijze denken.

Tetralemma’s zijn poëzie voor de weetnietgeest.