Wat is de mind?

De mind is een mallemolen, de weetniet heeft er maling aan. Laat die malle maar malen, laat die gek maar gaan. Een vrijgeest houdt van dwalen, maar holt nergens achteraan.

mind: personificatie van een denken zich steeds weer vastdenkt; synoniemen: grijpgeest, kwelgeest, hokjesgeest

weetniet: personificatie van een denken dat zich steeds weer vrijdenkt; synoniemen: vrijgeest, dwaalgeest, weetnietgeest

Dwaalgids > Filosofie > Wat is de mind?

Lees ook: Denkbeeldenstorm! Byron Katie voor Workaholics

Op deze pagina:

Een aanbeveling

Leerling: Wat weet u eigenlijk van de mind?

Meester: Minder dan wie ook.

Leerling: Dat lijkt me geen aanbeveling.

Meester: Integendeel.

Malen over de mind; proeven van vrijdenkerij

Kan je leren denken wat je wilt denken?

Bubbels in je geest, malen over de mind

Beste Hans,

Al ons denken is gebaseerd op ervaring en, erger nog, op conditionering. Hoe lang je ook je geheugen doorzoekt, het levert nooit nieuwe antwoorden op. Denken is dus niet alleen een trage en vermoeiende maar ook een heel beperkte activiteit. Hoe zwaar het is kun je wel zien aan De Denker van Rodin, die zijn enorme hoofd met zijn hand moet ondersteunen.

Denken is eigenlijk maar een zielige bezigheid. Het is in wezen leeg. Natuurlijk, je moet denken als je een Ikea-kast in elkaar wilt zetten, maar verder? Denken over gevoel doet je uiteindelijk bij de psychiater belanden. Die je problemen oplost met pilletjes. Denken over het leven leidt uiteindelijk tot zelfmoord.

Gelukkig is het denken geen mechanisme waar we niets over te zeggen hebben. Integendeel, het is een stuurbaar proces waar we wel degelijk invloed op uit kunnen oefenen. Alleen moeten we ons daar voortdurend op toeleggen. Fietsen leer je ook niet van de ene dag op de andere.

We moeten ons bewust leren worden van onze gedachten. We moeten afstand leren nemen van onszelf en onze gedachtestroom op de voet volgen. Dat is een bijzonder interessante en leerzame bezigheid die tot grote zelfkennis leidt. Zelfkennis is waar het in dit leven allemaal om draait.

Hoe lastig het door alle conditioneringen ook is, door ons bewust te worden van onze gedachten en deze zonder enig oordeel te volgen, komen we veel over onszelf en ons gevoelsleven te weten. Kijken, niet oordelen. Zo komen we weer in contact met onszelf. Natuurlijk is dat niet altijd even makkelijk want je komt heel wat tegen – bubbels die je alleen kunt aangaan met je eigen waarheid en je eigen wijsheid.

Aandacht voor je denken is puur liefdewerk. Het zal je laten zien dat denken een zeer beperkte maar heel goed stuurbare bezigheid is.

Beste Mentha,

Leuk bedacht, al levert het geen nieuwe antwoorden op.

Mentha: Daar neem ik geen genoegen mee, Hans. Mag ik aandringen op een inhoudelijke reactie?

Hans: Als jouw denken een zielige bezigheid is, waarom hou je je er dan nog mee bezig? Waarom hou je mij ermee bezig?

Als het denken een domme zoekautomaat is die alleen maar oude antwoorden ophoest, wat verwacht je dan van jouw antwoord? Wat verwacht je van mijn antwoord?

Is de gedachte dat het denken een stuurbaar proces is waar we wel degelijk veel invloed op uit kunnen oefenen een gedachte die ongewild in je opkwam of reeds het product van een stuurbaar proces waarop je wel degelijk veel invloed hebt kunnen uitoefenen?

En de gedachte dat het denken een proces is en niet bijvoorbeeld een toestand of een vermogen of intrinsiek leeg of afhankelijk ontstaan of wat dan ook?

Dat denken over gevoel je bij de psychiater doet belanden, is tot op heden niet mijn ervaring. Dat denken over het leven tot zelfdoding leidt ook niet. Misschien ben ik gewoon nog niet zover.

Heel wat mensen denken na over gevoel en over het leven, en sterven toch een natuurlijke dood, denk ik, of denkt het in mij of hoe zeg je dat, al kan ik niet uitsluiten dat ze, wanneer de natuurlijke dood maar lang genoeg op zich had laten wachten, uiteindelijk alsnog aan zelfdoding zouden bezwijken, die tegen die tijd misschien allang als een natuurlijke dood wordt gezien, maar dit terzijde.

Waar het om draait in het leven, bijvoorbeeld om zelfkennis, zoals jij oppert, is mij niet geopenbaard, maar misschien is dat een kwestie van zelfkennis. Dát het ergens om draait in het leven ook niet. Dat het nergens om draait ook niet. Dat er zoiets is als een ‘zelf’ waarvan men zoiets als ‘kennis’ kan verwerven ook niet. Dat er integendeel alleen maar een niet-zelf is in de vormeloze vorm van de onkenbare kenner van het gekende of de onveroorzaakte oorzaak van het oorzakelijke of de non-duale matrix van de dualiteit en ga zo maar door, evenmin.

Zelf of niet-zelf ben ik inzake deze en soortgelijke kwesties in ieder geval niet tot onomstotelijke conclusies gekomen. Wat niet wil zeggen dat je inzake deze en soortgelijke kwesties niet tot onomstotelijke conclusies kan komen. Voor onomstotelijke conclusies moet je echter bij anderen wezen. Het aanbod is gigantisch, dus dat zal het probleem niet zijn.

Ook tot kijken zonder oordeel ben ik persoonlijk niet in staat. Wel worden mijn oordelen tegenwoordig voortdurend ondermijnd door vervolggedachten. Dit oordeel ook. Of ik dat zelf doe of alleen maar onderga of beide of geen van beide durf ik niet te zeggen. Dat het een kwestie van bewustwording, aandacht of puur liefdewerk is, ook niet.

Ik heb mij er voor zover ik weet nooit bewust op toegelegd om mij ergens van bewust te worden of mijn aandacht ergens op te richten of mezelf of mijn gedachten liefdevol tegemoet te treden. Net zomin als ik mij erop heb toegelegd mijn oordelen voortdurend te ondermijnen door middel van vervolggedachten. Ik zou niet weten hoe.

Laat staan dat ik daarbij, of waarbij ook, gebruik zou maken van een eigen waarheid of van eigen wijsheid. Waar haal ik die zo gauw vandaan?

Maar misschien heb ik wat dit laatste betreft gewoon pech. Of mazzel. Of misschien gaat het hier om de wijsheid zonder wijsheid, of om de waarheid van een leven zonder waarheid. Of misschien ben ik gewoon een laatbloeier. Een winterbloeier. Een droogbloeier. Een doodbloeier?

Al met al kan ik je verhaal dus niet bevestigen. Anderzijds kan ik het ook niet ontkennen. Neem je daar wel genoegen mee?

Deze tekst is gepubliceerd in het Boeddhistisch Dagblad als ‘Bubbels in je geest’.

De mind is nou eenmaal een mallemolen

Denken, denken, denken

Mensen denken de wereld

denken

mensen denken

mensen denken
zich een wereld

mensen denken
zich in de wereld

mensen denken
zich van de wereld

mensen denken
dat zij van de wereld zijn

mensen denken
dat de wereld van hen is

mensen denken
dat de wereld in hen is

Mensen denken
de wereld

mensen denken

denken

Mensen denken de mensen

denken

mensen denken

mensen denken
mensen

mensen denken
dat ze mensen zijn

mensen denken
dat ze beesten zijn

mensen denken
dat ze geen beesten zijn

mensen denken zeker
dat ze zijn

mensen denken
dat ze zeker zijn

mensen denken
dat ze zeker niet zijn

mensen denken
dat ze denken zijn

mensen denken

denken

Mensen denken het denken

denken

mensen denken

mensen denken
dat ze denken

mensen denken
dat ze beter moeten denken

mensen denken
dat ze anders moeten denken

mensen denken
dat ze meer moeten denken

mensen denken
dat ze minder moeten denken

mensen denken
dat ze niet meer moeten denken

mensen denken
dat ze het denken kunnen laten

mensen denken
dat ze kunnen laten

mensen denken
dat ze kunnen doen

mensen denken
dat ze kunnen

mensen denken
dat ze niet kunnen

mensen denken
dat ze niet anders kunnen

mensen denken
dat ze anders kunnen

mensen denken
steeds iets anders

mensen denken
steeds iets

mensen denken
steeds

mensen denken

denken

Tip: Denkbeeldenstorm!

Welke gedachten vond ik het moeilijkst om los te laten?

Alsof het aan mij is om ze los te laten

Jorian: Wat vond jij de moeilijkste gedachte om los te laten?

Hans: Alsof het aan mij is om ze los te laten.

Jorian: Wat zou jij zeggen?

Hans: Dat ik ze niet meer weet vast te houden?

Jorian: Je moet ze wel loslaten.

Hans: Deze ook.

Jorian: Wat vond je de moeilijkste gedachte om los te moeten laten?

Hans: Dat de mens in wezen goed is.

Jorian: Want dat is hij niet?

Hans: Dat bleek.

Jorian: Jij ook niet?

Hans: Ik al helemaal niet.

Jorian: Wat was daar zo moeilijk aan?

Hans: Dat de wereld waarin ik mij veilig had gewaand plotseling een levensgevaarlijke plek werd.

Jorian: En toen?

Hans: Moest ik ook de gedachte loslaten dat de mens in wezen slecht is.

Jorian: Want dat is hij niet?

Hans: Dat bleek.

Jorian: Behalve jij, zeker?

Hans: Zelfs ik niet.

Jorian: Wat was daar moeilijk aan?

Hans: Dat de wereld nog gevaarlijker werd.

Jorian: Dat snap ik niet.

Hans: Omdat ik nu ook niet meer uit kon gaan van de intrinsieke slechtheid van de mens.

Jorian: En toen?

Hans: Moest ik de gedachte loslaten dat ik wist wat goed en slecht was.

Jorian: Want dat wist je niet meer?

Hans: Dat bleek.

Jorian: En toen?

Hans: Moest ik de gedachte loslaten dat mensen mij niet meer konden kwetsen omdat ik nergens meer van uitging.

Jorian: Want dat konden ze nog steeds?

Hans: Dat bleek.

Jorian: En jij hun?

Hans: Wat dacht je.

Jorian: En toen?

Hans: Moest ik de gedachte loslaten dat ik onkwetsbaar was omdat ik niet meer aannam dat ik onkwetsbaar was.

Jorian: Want dat was je nog steeds?

Hans: Dat bleek.

Jorian: En toen?

Hans: Werd nu.

Jorian: En nu?

Hans: Is nu.

Jorian: Wat heb je dan gewonnen?

Hans: Dat ik niet meer denk dat er iets te winnen valt?

Jorian: Bedoel je dat er niets te winnen valt?

Hans: Ook die gedachte heb ik los moeten laten.

Jorian: Eigenlijk ben je iedere zekerheid kwijtgeraakt.

Hans: Ook die zekerheid ben ik kwijtgeraakt.

Tip: Wie ben je? Zelfbeelden, mensbeelden en drogbeelden

Malle meditaties van een malin génie

Cogito ostinato

Hieronder in hoofdlijnen de ontwikkeling van het denken van de beroemde Franse rationalist René Descartes (1596-1650).

  • ik denk dus ik ben (Meditationes I)
  • ik denk dus ik ben niet (Meditationes II)
  • ik ben dus ik denk niet (Meditationes III)
  • ik denk niet dus ik ben (Meditationes IV)
  • ik denk dus ik ben mezelf niet (Meditationes V)
  • ik denk dus ik denk (Meditationes VI)
  • ik ben dus ik ben (Meditationes VII)
  • ik ben dus ik denk (Meditationes VIII)
  • ik denk tot ik ben (Meditationes IX)
  • ik ben tot ik denk (Meditationes X)
  • ik denk wat ik ben (Meditationes XI)
  • ik ben wat ik denk (Meditationes XII)
  • ik ben niet wat ik denk (Meditationes XIII)
  • ik denk niet dat ik ben (Meditationes XIV)
  • ik denk dat ik denk (Meditationes XV)
  • ik ben wat ik ben (Meditationes XVI)
  • ik denk dus ik ben bang (Observationes I)
  • ik denk dus ik ben bezorgd (Observationes II)
  • ik denk dus ik ben ontevreden (Observationes III)
  • ik denk dus ik ben schuldig (Observationes IV)
  • ik denk dus ik ben boos (Observationes V)
  • ik denk dus ik ben beschaamd (Observationes VI)
  • ik denk dus ik ben trots (Observationes VII)
  • ik denk dus ik ben beledigd (Observationes VIII)
  • ik denk dus ik ben zielig (Observationes IX)
  • ik denk dus ik ben sterfelijk (Observationes X)
  • ik denk dus ik ben misleid (Observationes XI)
  • ik denk dus ik ben in de war (Observationes XII)
  • ik denk dus (Conclusiones I)
  • denk ik (Conclusiones II)
  • (Conclusiones III)

Meditationes I verwijst naar de Meditationes de prima philosophia uit 1618. Daarna verscheen op 1 april van ieder jaar een volgend werk met de nieuwste inzichten van de grootmeester. Je kon er de klok op gelijk zetten.

Aan deze reeks kwam pas in 1649 een einde met de verschijning van het volstrekt lege Conclusiones III. Koningin Christina van Zweden was er zo van onder de indruk dat ze de Tabula rasa, zoals dit magnum opus van Descartes ook wel wordt genoemd, voor eigen rekening integraal op diens drie verdiepingen hoge grafsteen liet beitelen.

Of Descartes met Conclusiones III werkelijk het einde van zijn denken had bereikt of alleen maar het einde van zijn leven, zullen we wel nooit weten.

Malin Génie

De Malin Génie of Grote Bedrieger is een al dan niet denkbeeldig personage in het werk van Descartes, dat hem kan laten denken wat hij wil, tenzij ik jou nu laat denken wat ik wil, maar daar gaan we niet van uit. Kan de Grote Filosoof de Grote Bedrieger te slim af zijn? Descartes besloot van wel. Om beduveld te worden, moet ik eerst bestaan, redeneerde hij: ‘Dubito ergo sum’ (ik twijfel dus ik ben), ook wel bekend als ‘Cogito ergo sum’ (ik denk dus ik ben). De Malin Génie rust sindsdien op zijn lauweren.

Lees ook: De lege leer

Vrijdenkers

De denker bouwt jaar in jaar uit
Een nest op hete kolen
De zwerver gaapt en rekt zich uit
Hij gaat maar weer wat dolen

Tip: Help ons uit de droom (maar laat ons onze dromen)

Denkvrijers

De burger denkt jaar in jaar uit
Mijn koninkrijk voor vrijheid
De zwerver denkt jaar in jaar uit
Mijn wereld voor een nest

Tip: Zoeken naar het einde van het zoeken

Hoe wordt je een vrijdenker?

vrijdenker: personificatie van een denken dat zich steeds weer vrijdenkt

Leerling: Vindt u dat je altijd je aannames moet onderzoeken?

Meester: Waarom zou je?

Leerling: Om een vrijdenker te worden.

Meester: Je neemt aan dat je een vrijdenker kan worden door altijd je aannames te onderzoeken.

Leerling: Hoe anders?

Meester: Je neemt aan dat je een vrijdenker kan worden.

Leerling: Waar hebben we het anders over?

Meester: Waarom zou je een vrijdenker willen worden?

Leerling: Om me beter te voelen, natuurlijk.

Meester: Wie zegt dat je je beter voelt als je je vrijdenkt?

Leerling: Daar vraagt u me wat.

Meester: Als je maar geen antwoord geeft.

Leerling: Waarom niet?

Meester: Dat leidt alleen maar tot nieuwe aannames.

Leerling: Waarom bent u zo geobsedeerd door aannames?

Meester: Is daar een reden voor nodig?

Leerling: Ik dacht misschien voor mijn bestwil.

Meester: Zeker niet.

Leerling: Gaat mijn lot u niet ter harte?

Meester: Zeker wel.

Leerling: Waarom dan niet voor mijn bestwil?

Meester: Omdat ik niet weet wat goed voor je is.

Leerling: Waarom weet u niet wat goed voor me is?

Meester: Omdat ik me daarvan heb vrijgedacht.

Leerling: Hoe hebt u zich daarvan vrijgedacht?

Meester: Misschien wel door mijn aannames te onderzoeken.

Leerling: Vindt u dat je altijd je aannames moet onderzoeken?

Meester: Waarom zou je?

Lees ook: Het regressieprobleem

Dood de vrijdenker

Bevrijd van de vrijheid

Leerling: Bent u gelovig?

Meester: Ik ben bevrijd van elk geloof.

Leerling: Bedoelt u dat u niet gelooft?

Meester: Ik ben bevrijd van ongeloof.

Leerling: Hoe hebt u dat gedaan?

Meester: Ik ben bevrijd van ieder doen.

Leerling: Is dat een kwestie van overgave?

Meester: Ik ben bevrijd van ieder laten.

Leerling: Maar komt dat uit uzelf of uit God?

Meester: Ik ben bevrijd van mij en God.

Leerling: Doelt u op de unio mystica?

Meester: Ik ben bevrijd van één, twee, veel.

Leerling: Verwijst u daarmee naar het niets?

Meester: Ik ben bevrijd van vorm en leegte.

Leerling: Hoe is het om zo vrij te zijn?

Meester: Vrij noch onvrij, da’s pas fijn.

Tip: Groot Ongeloof, Grote God

Een denken dat zich nergens aan vastklampt

Nihilisme is nog altijd een strohalm

Leerling: Wat is vrijdenken?

Meester: Een denken dat zich nergens aan vastklampt.

Leerling: Sommigen houden u voor een nihilist.

Meester: Sinds wanneer noem jij jezelf sommigen?

Leerling: Bént u een nihilist?

Meester: Nihilisme is nog altijd een strohalm.

Leerling: Waaraan klampt de nihilist zich dan vast?

Meester: Aan de overtuiging dat er niets is om in te geloven.

Leerling: Moeten wij dan alles maar loslaten?

Meester: Alles loslaten is nog steeds een strohalm.

Leerling: Bedoelt u dat we ook het loslaten moeten loslaten?

Meester: Het loslaten loslaten is nog steeds een strohalm.

Leerling: Blijft er dan helemaal niets over?

Meester: Nihilist.

Leerling: Maar wat is nou vrijdenken?

Meester: Dat is nou vrijdenken.

Tip: Dood de Boeddha! Zen, leegte en nihilisme

Iedere gedachte is een greep naar de macht

Deze ook

Leerling: De Waarheid laat zich in acht woorden vangen.

Meester: Dat waren er acht.

Leerling: Lolbroek.

Meester: Grapjurk.

Leerling: Wilt u de waarheid in acht woorden nou horen of niet?

Meester: Hou me niet langer in spanning.

Leerling: Iedere gedachte is een greep naar de macht.

Meester: Deze ook.

Leerling: Lolbroek.

Meester: Grapjurk.

Leerling: Maar het is nooit jouw greep.

Meester: Deze ook.

Leerling: Het is het denken dat grijpt terwijl jij keuzeloos gewaar bent.

Meester: Deze ook.

Leerling: Begrijpt u wat ik bedoel?

Meester: Begrijp je wat ik bedoel?

Leerling: Nou?

Meester: Nou?

Leerling: Realisatie betekent niet langer denken dat je verantwoordelijk bent voor je eigen gedachten.

Meester: En als je nou denkt van wel?

Leerling: …

Meester: Nou?

Leerling: Ik weet niet wat ik daarop moet zeggen.

Meester: Dat waren er acht.

Tip: Wat is de Waarheid?

Doordenkertje

‘Wat is diepzinnigheid?’
‘Denken dat je het doorhebt.’

Doodgedacht

Leerling: Zolang je denkt dat je weet hoe het zit, weet je nog steeds niet hoe het zit.

Meester: Zolang je denkt dat je niet weet hoe het zit, weet je nog steeds hoe het zit.

Nergens is houvast te vinden (ook hierin niet)

De vrolijke zendo

Leerling: Alles is onzeker.

Meester: Zeker weten?

Jaren later

Leerling: Het bestaan is op geen enkele wijze kloppend te krijgen.

Meester: Dan zal dit ook wel niet kloppen.

Jaren later

Leerling: Het leven is absurd.

Meester: Neem alleen al deze gedachte.

Jaren later

Leerling: Het leven is een raadsel.

Meester: Toch weer een oplossing gevonden?

Jaren later

Leerling: Er zijn geen antwoorden.

Meester: Daar vraag je me wat.

Jaren later

Leerling: De hoogste werkelijkheid onttrekt zich aan onze verhalen.

Meester: Het bekende verhaal.

Jaren later

Leerling: Nergens is houvast te vinden.

Meester: Ook hierin niet.

Jaren later

Leerling: De wereld is wat je denkt dat hij is.

Meester: Dat had je gedacht.

Jaren later

Leerling: Het leven ontsnapt aan iedere duiding.

Meester: Nou jij nog.

Jaren later

Leerling: Het gaat erom aan iedere duiding te ontsnappen.

Meester: Mislukt.

Jaren later

Leerling: Stilte heeft altijd het laatste woord.

Meester: Niet als het aan mij ligt.

Jaren later

Leerling: Diep in mijn binnenste heerst stilte.

Meester: Wie is dan die ouwehoer?

Tip: Dwaalspreuken voor in de vrolijke keuken

Vrij als een vogeltje

Piep

Leerling: Hoeveel vragen telt de Weg?

Meester: O, wel tienduizend.

Leerling: Hoeveel antwoorden telt de Weg?

Meester: O, maar één.

Leerling: Hoe luidt het Ene Antwoord?

Meester: Piep.

Leerling: Hoe weet u dat?

Meester: Vraag maar aan een vogeltje.

Leerling: Vogeltjes zeggen alleen maar piep.

Meester: Nou dan.

Leerling: Wat is volgens u het hoogste lied?

Meester: Piep.

Tip: 40 Wegen naar niet-weten

Ertussenuit gepiept

Zen zonder nest

Leerling: Wie ben ik?
Meester: Piep.

Leerling: Wat ben ik?
Meester: Piep.

Leerling: Ben ik?
Meester: Piep.

Leerling: Wat bent u?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is god?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is denken?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is liefde?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is geluk?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is vrijheid?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is waarheid?
Meester: Piep.

Leerling: Wat kan ik weten?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is wijsheid?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is de mens?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is mijn lichaam?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is een gedachte?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is een boom?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is het leven?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is goed?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is hier?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is dit?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is nu?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is zien?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is echt?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is zijn?
Meester: Piep.

Leerling: Waarom ik?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is lijden?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is de dood?
Meester: Piep.

Leerling: Waarom vergaat alles?
Meester: Piep.

Leerling: Is er leven na de dood?
Meester: Piep.

Leerling: Is er leven voor de dood?
Meester: Piep.

Leerling: Hoe moet ik sterven?
Meester: Piep.

Leerling: Hoe moet ik leven?
Meester: Piep.

Leerling: Waar kan ik rust vinden?
Meester: Piep.

Leerling: Waar komen wij vandaan?
Meester: Piep.

Leerling: Waar zijn wij?
Meester: Piep.

Leerling: Waar gaan wij heen?
Meester: Piep.

Leerling: Wat is de zin van het leven?
Meester: Piep.

Leerling: Zijn er echt geen antwoorden?
Meester: Piep.

Leerling: Moeten we dan maar zwijgen?
Meester: Piep.

Lees ook: Wat is de weetnietgeest?

Een vrijgeest beschouwt zichzelf niet als verlicht

Leerling: Beschouwt u zichzelf als verlicht?

Meester: Ik beschouw mezelf niet.

Leerling: Maar u hebt toch wel gedachten over uzelf?

Meester: Wie zegt dat ik ze heb?

Leerling: U bedoelt zeker dat ze u hebben?

Meester: Ook niet.

Leerling: Bedoelt u dat ze u niet hebben of dat u dat ook niet bedoelt?

Meester: Ook niet.

Leerling: Wat dan wel?

Meester: Ze komen zomaar in me op.

Leerling: Gedachten over uzelf.

Meester: Of wat het ook is waarover ze gaan.

Leerling: Er komen zomaar gedachten over uzelf in u op, of wat het ook is waarover ze gaan.

Meester: Als ze al ergens over gaan.

Leerling: Er komen zomaar gedachten over uzelf in u op, of wat het ook is waarover ze gaan, als ze al ergens over gaan.

Meester: Of wat het ook zijn.

Leerling: Iets komt zomaar in u op.

Meester: Of wat het ook is waarin het opkomt.

Leerling: Want dat weet u ook niet.

Meester: Gesteld dat het ergens in opkomt.

Leerling: Waaruit komt het op?

Meester: Dat zeggen ze er niet bij.

Leerling: Wie niet?

Meester: Dat zeggen ze er ook niet bij.

Leerling: Iets komt er op, maar u weet niet wat en u weet niet waarin en u weet niet waarover en u weet niet waaruit en u weet ook niet wie het wel zou weten.

Meester: Als het al ergens uit opkomt, als het al opkomt, als het al iets is.

Leerling: Iets komt er op, maar u weet niet wat en u weet niet waarin en u weet niet waarover en u weet niet waaruit en u weet ook niet wie het wel zou weten, als het al ergens uit opkomt, als het al opkomt, als het al iets is.

Meester: Jij zegt het.

Leerling: Maar beschouwt u zichzelf nou als verlicht of niet?

Meester: Ik beschouw mezelf niet.

Tip: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Denken zoals men domino speelt

De steen des aanstoots

Leerling: Zoals een groot filosoof eens zei: ‘Men moet denken zoals architecten bouwen, niet zoals men domino speelt.’

Meester: Arthur Schopenhauer?

Leerling: Inderdaad.

Meester: Daar komen dikke boeken van.

Leerling: Die Welt als Wille und Vorstellung.

Meester: Hou op, schei uit.

Leerling: Hoe moet men dan denken?

Meester: Zoals men domino speelt.

Leerling: Wat komen daar voor boeken van?

Meester: Lege.

Tip: Het lege boek

Gedachten komen en gaan

Deze ook

Leerling: Hebt u nog steeds gedachten?

Meester: Ik heb ze niet; ze komen en gaan.

Leerling: Aha.

Meester: Deze ook.

Leerling: Hè?

Meester: Wat?

Leerling: Die ook?

Meester: Dat zeg ik.

Leerling: Nou weet ik nog niks.

Meester: Die ook.

Tip: Spirituele knipperverlichting

Zo ontsnap je aan je gedachtenstroom

Een kwestie van ont-snappen

Leerling: Hoe ontsnap ik aan mijn gedachtenstroom?

Meester: Waar is je vorige gedachte?

Leerling: In rook opgegaan.

Meester: Waar is je volgende gedachte?

Leerling: Die moet nog komen.

Meester: Welke gedachte heb je nu?

Leerling: Alleen deze.

Meester: Hoe weet je dan dat er sprake is van een stroom?

Leerling: Omdat ik me mijn vorige gedachten herinner.

Meester: Hoe weet je dat die herinnering meer is dan een gedachte nu?

Leerling: …

Meester: Zó ontsnap je aan je gedachtenstroom.

Leerling: Dus u gelooft dat de gedachtenstroom een illusie is?

Meester: Ik niet.

Leerling: Waarom suggereert u dat dan?

Meester: Zo ontsnap ik aan mijn gedachtenstroom.

Leerling: Dus u gelooft toch in de gedachtenstroom?

Meester: Ik niet.

Leerling: Waarom zei u dat dan?

Meester: Zo ontsnap ik aan mijn gedachtenstroom.

Tip: De illusie van de illusie

Zijn onze gedachten wel waar?

Voor aannemers

Leerling: Zijn onze gedachten wel waar?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze waar en onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Bedoelt u dat ze waar noch onwaar zijn?

Meester: Dat neem ik niet aan.

Leerling: Neemt u dan helemaal niets aan?

Meester: Dat denk ik inderdaad weleens, maar ja…

Leerling: Wat?

Meester: Zijn onze gedachten wel waar?

Tip: Hoera, verlicht?

Wat is het probleem, het denken of het geloof erin?

Leerling: Zoals Byron Katie zegt, ‘Niet het denken is het probleem, maar het geloof in het denken.’

Meester: Denk je dat of geloof je dat?

Tip: Byron Katie voor Workaholics

Wat is het probleem, je gedachten of je gehechtheid eraan?

Leerling: Zoals Byron Katie zegt, ‘Niet je gedachten zijn het probleem, maar je gehechtheid eraan.’

Meester: Mooie gedachte.

Leerling: Dank u.

Meester: Hecht je eraan?

Is alle nood wetensnood?

Volgens sommigen is weten de bron van onze nood; alle lijden zou wetensnood zijn. Helaas behoort ook deze gedachte tot het weten. Als ze waar is dan is ze zelf een bron van lijden, waaraan pas een eind kan komen als we er eindelijk van verlost zijn.

Tip: Lijden, is er een einde aan?

Is alle leed denkleed?

Volgens sommigen is denken de bron van ons lijden; alle lijden zou denkleed zijn. Helaas behoort ook deze gedachte tot het denken. Als ze waar is dan is ze zelf een bron van lijden, waaraan pas een eind kan komen als we er eindelijk van verlost zijn.

Denk jij nog in cirkeltjes?

Ik ook

‘Ik denk nog steeds in cirkeltjes. Jij niet. Ooit zal ik net zo zijn als jij. Maar nu nog niet. Ik denk nog steeds in cirkeltjes.’

‘Ik ook. Ooit zal je dat doorhebben. Maar nu nog niet. Nu denk je nog dat je ervan af zal komen. Maar je blijft in cirkeltjes denken. Ik ook.

‘Wat is dan het verschil tussen ons? Want er moet een verschil zijn. Dat weet ik zeker. Wat is dan het verschil tussen ons?’

‘Jij gelooft nog dat je ervan af zal komen. Ik niet. Jij gelooft nog dat je dan beter af zal zijn. Ik niet. Maar jij wel. Jij gelooft nog dat je ervan af zal komen.’

‘Geloof jij dan helemaal niets meer? Dat kan ik niet geloven. Jij misschien wel. Ik moet het weten. Geloof jij dan helemaal niets meer?’

‘Zelfs dat geloof ik niet meer. Jij wel. Jij gelooft dat ik helemaal niets meer geloof. Maar ik niet. Zelfs dat geloof ik niet meer.’

‘Ik denk nog steeds in cirkeltjes. Jij niet. Ooit zal ik net zo zijn als jij. Maar nu nog niet. Ik denk nog steeds in cirkeltjes.’

Tip: Het regressieprobleem

Zijn de dingen alleen maar wat je denkt dat ze zijn?

Leerling: De dingen zijn alleen maar wat je denkt dat ze zijn.

Meester: Zou je denken?

Tip: Metafysica in een wezenloze wereld

Kan je voorbij de horizon van je huidige gedachte kijken?

Leerling: Ik heb toch nog een laatste waarheid gevonden.

Meester: Laat horen.

Leerling: Je kant nooit voorbij de horizon van je huidige gedachte kijken.

Meester: Is dat waar of is het de horizon van je huidige gedachte?

Tip: De Mont Fou: geen inzicht, maar wat een uitzicht

Staan gedachten tussen mensen in?

Verder, verder!

Leerling: Tussen de mensen in staat een ik.

Meester: Tussen de mensen in staat de gedachte aan een ik.

Jaren later

Leerling: Tussen de mensen in staat de gedachte aan een ik.

Meester: Tussen de mensen in staat de gedachte aan een zelf.

Jaren later

Leerling: Tussen de mensen in staat de gedachte aan een zelf.

Meester: Tussen de mensen in staat de gedachte dat er iets tussen hen in staat.

Jaren later

Leerling: Tussen de mensen in staat de gedachte dat er iets tussen hen in staat.

Meester: Tussen de mensen in staat de gedachte dat er niets tussen hen in staat.

Jaren later

Leerling: Tussen de mensen in staat de gedachte dat er niets tussen hen in staat.

Meester: Tussen de mensen in staat de gedachte.

Jaren later

Leerling: Tussen de mensen in staat…

Meester: Tussen de mensen in.

Tip: Verder, verder! Reistips voor spirituele zoekers

Vrijdenkers treden voortdurend uit hun mind

Waarom ik allemaal van die non-antwoorden geef

Leerling: Bent u bekend met extase?

Meester: Wat is dat?

Leerling: Geestesvervoering.

Meester: Ik zou best willen…

Leerling: Maar?

Meester: Waar haal ik zo gauw een geest vandaan?

Leerling: Met extase bedoel ik uit jezelf treden.

Meester: O.

Leerling: En?

Meester: Ik zou best willen…

Leerling: Maar?

Meester: Waar haal ik zo gauw een zelf vandaan?

Leerling: Wou u beweren dat u geen zelf hebt?

Meester: Ik zou best willen…

Leerling: Maar?

Meester: Waar haal ik zo gauw een niet-zelf vandaan?

Leerling: Waarom geeft u allemaal van die non-antwoorden?

Meester: Om jou uit je gedachten te doen treden?

Tip: Wat is non-dualisme?

Vrijdenken is tja zeggen tegen al je gedachten (ook deze)

Leerling: Wat is nadenken?

Meester: Ja zeggen tegen je gedachten.

Leerling: Wat is vrijdenken?

Meester: Tja zeggen tegen je gedachten.

Leerling: Mwah.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Leerling: Ha ha.

Meester: Dat komt op hetzelfde neer.

Lees ook: Zeg maar tja tegen het leven

Een vrijdenker is een ballenkanon

Twee vergelijkingen

1.

‘Waarmee kan je de denker vergelijken?’

‘Een ballenjongen.’

‘En de vrijdenker?’

‘Een ballenkanon.’

2.

‘Waarmee kan je de denker vergelijken?’

‘Een ballenkanon.’

‘En de vrijdenker?’

‘De slagman.’

Tip: Wat is spirituele verlichting? Het denken doorzien

De vrijdenker en de jongleur

Leerling: Wat is vrijdenken?

Meester: De vrijdenker gooit een balletje op, de vrijdenker slaat een balletje weg.

Leerling: U bent een soort slagman.

Meester: Zeg maar gerust een knuppel.

Leerling: En ik?

Meester: Een jongleur, zou ik denken.

Leerling: Hoe bedoelt u?

Meester: Jij probeert je ballen allemaal tegelijk in de lucht te houden.

Tip: Ik ben niet verlicht, ik ben verduisterd

Vrijdenken is gedachten bestrijden met gedachten

Of is dat ook maar een gedachte?

Leerling: Wat is vrijdenken voor u?

Meester: Kleiduiven schieten.

Leerling: Wat gebruikt u voor munitie?

Meester: Raad eens.

Leerling: Hagel?

Meester: Mis.

Leerling: Kogels?

Meester: Mis.

Leerling: Ik geeft het op.

Meester: Mis.

Leerling: Wat dan?

Meester: Kleiduiven.

Leerling: U gebruikt kleiduiven om kleiduiven te schieten?

Meester: Nou, ‘ik’…

Leerling: U bestrijdt gedachten met gedachten?

Meester: Gedachten lokken kennelijk tegengedachten uit.

Leerling: Ik denk dat ik het snap.

Meester: Of is dat ook maar een gedachte?

Tip: 69 Metaforen voor niet-weten

Het is de mind die de mind heeft bedacht

En wie heeft dit bedacht?

Leerling: Ik heb mij ten doel gesteld het denken te overwinnen.

Meester: Het wat?

Leerling: Het verstand, de mind.

Meester: De mind moet overwonnen worden?

Leerling: Dat zeg ik.

Meester: Door wie?

Leerling: Door mij natuurlijk.

Meester: Waarmee?

Leerling: Het hart natuurlijk.

Meester: Waarom?

Leerling: Omdat het denken de bron is van alle kwaad.

Meester: Wie zegt dat?

Leerling: Nou?

Meester: Raad eens.

Leerling: Eh… het denken?

Meester: Nou dan.

Leerling: Bedoelt u dat het denken niet overwonnen hoeft te worden?

Meester: Misschien hoeft het alleen maar tot de orde geroepen te worden.

Leerling: Meer niet?

Meester: Of misschien roept het zichzelf wel tot de orde.

Leerling: En als het zichzelf eenmaal tot de orde geroepen heeft?

Meester: Dan verzint het wel weer wat nieuws.

Leerling: En dan?

Meester: Roept het zichzelf wel weer tot de orde.

Leerling: En dan?

Meester: Verzint het wel weer wat nieuws.

Leerling: En dan?

Meester: Roept het zichzelf wel weer tot de orde.

Leerling: En dan verzint het wel weer wat nieuws, zeker.

Meester: Het krijgt er nooit genoeg van.

Leerling: Wat is mijn rol in dit geheel?

Meester: Wie zegt dat jij er een rol in hebt?

Leerling: Wou u zeggen van niet?

Meester: Dat zou je wel willen, hè?

Leerling: Rustig toekijken is niets voor mij.

Meester: Dan kijk je maar onrustig toe.

Leerling: Dat is nog erger.

Meester: Dan kijk je toch lekker weg.

Leerling: Ik peins er niet over.

Meester: Dan peins je toch ergens anders over.

Leerling: Mij niet gezien.

Meester: Waarom niet?

Leerling: Ik heb mij ten doel gesteld het denken te overwinnen.

Meester: Het wat?

Tip: Wat is gemoedsrust? Vrede sluiten met je onvrede

Denken is geen leven, maar leven is ook denken

1.

Leerling: Het leven is wat het is, en niet wat je denkt dat het is.

Meester: Het wat?

2.

Leerling: Het leven is wat het is, en niet wat je denkt dat het is.

Meester: Zou je denken?

3.

Leerling: Het leven is wat het is, en niet wat je denkt dat het is.

Meester: Het leven is ook denken.

Tip: Leven is geen kunst

Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Straks zal ik eindelijk van het denken verlost zijn.

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Ik bedoel, straks zal ik mijn denken alleen nog maar keuzeloos gewaar zijn.

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Straks zal ik…

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Straks…

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: In het eeuwige heden…

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Ik…

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Niet-ik…

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: God…

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: …

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Leerling: Straks zal ik eindelijk van u verlost zijn.

Meester: Denk je dat nou nog steeds?

Tip: Wat is spiritualiteit?

Als al je gedachten onhoudbaar zijn

Leerling: Tot mijn spijt is geen enkele van mijn gedachten houdbaar gebleken.

Meester: Behalve deze zeker.

Leerling: Verdraaid.

Meester: Wat betekent dat voor al die andere?

Leerling: Verdraaid.

Tip: Het Stilte-evangelie

Wie is hier in de greep van het denken?

Leerling: Volgens mij bent u helemaal in de greep van het denken.

Meester: Zou je denken?

Leerling: Volgens mij is niet weten namelijk nog steeds een vorm van denken.

Meester: Ik zou het echt niet weten.

Tip: Wat is niet-weten?

Dat gedachten gif zijn is ook maar gedachte

Leerling: Gedachten zijn GIF!

Meester: Deze OOK.

Leerling: Deze OOK?

Meester: Gif is een GEDACHTE.

Leerling: Dat gedachten gif zijn is ook maar een gedachte?

Meester: Deze ook.

Leerling: Bedoelt u dat gedachten toch gif zijn?

Meester: Deze ook.

Leerling: Dan weet ik het ook niet meer.

Meester: Deze ook.

Tip: Kosmische grappen

Als we niks kunnen bewijzen, dan niks

Leerling: Als we niks kunnen bewijzen, kunnen we wel ophouden.

Meester: Bewijs het maar.

Leerling: Wat?

Meester: Zeg dat wel.

Leerling: Als we niks kunnen bewijzen, kunnen we net zo goed doorgaan, wou u zeggen.

Meester: Bewijs het maar.

Leerling: Wat?

Meester: Zeg dat wel.

Tip: Het regressieprobleem